CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Kaders begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 VRU.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7: Raadsvoorstel Zienswijze Kaders begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 VRU (128451)10.535 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Aan de gemeentenraden van de deelenemende VRU-gemeenten

Datum 20 november 2023

Uw kenmerk -

Contactpersoon B.B. van ‘t Hoog

Onderwerp Uitnodiging zienswijze kaders VRU voor de begroting 2025

Ons kenmerk 23.0002751

Afdeling Stafafdeling Bestuur & Control

Geachte raad, Hierbij ontvangt u de kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 van de VRU. Deze zijn op 6 november 2023 besproken in de vergadering van het algemeen bestuur. We proberen u zo vroeg mogelijk te informeren over de kaders voor 2025 en bijstelling voor 2024. Op die manier kunt u de financiële effecten betrekken bij het opstellen van uw gemeentebegroting. We ontvangen graag uiterlijk 6 februari 2024 uw zienwijzen op deze kaders. Hieronder lichten we de belangrijkste punten toe. Financiële situatie gemeenten We begrijpen dat de gemeenten zich in nu en in de komende jaren in een lastige financiële situatie bevinden. Daarom hanteren we het uitgangspunt ‘nieuw voor oud’ en proberen een stijging van de gemeentelijke bijdragen zoveel mogelijk te voorkomen. In voorgaande jaren is dit ook gelukt. De afgelopen jaren hebben we veel ontwikkelingen binnen de begroting opgevangen, waaronder het wegvallen van € 1 miljoen aan opbrengsten uit het openbaar meldsysteem. We zien dan ook dat het steeds moeilijker wordt om nog ruimte binnen de begroting te vinden voor nieuwe ontwikkelingen. Stijging bijdrage onvermijdelijk Ondanks de inspanningen om zoveel mogelijk binnen de begroting op te lossen is een stijging van de gemeentelijke bijdrage op dit moment onvermijdelijk.

De groei van inwoners in de regio zorgt ervoor dat we vanuit de basisbrandweerzorg een stap extra moeten zetten om overal op tijd te kunnen zijn bij incidenten en te voldoen aan de wettelijk vastgestelde opkomsttijden voor de brandweer. Het gaat hierbij om een bedrag van € 530.000 voor de versterking van de brandweerzorg door groei in het verzorgingsgebied Amersfoort. De basisbrandweerzorg is regionaal georganiseerd en bekostigd. Hieruit volgt dat we de financiële gevolgen van ontwikkelingen op dit vlak gezamenlijk dragen. Naast deze ontwikkeling is sprake van de reguliere loon- en prijsaanpassing, die zorgt voor een stijging van € 2,6 miljoen in 2024 en € 4,8 miljoen in 2025. Voor de loon- en prijsaanpassing hanteren we op basis van de afspraken in de gemeenschappelijke regeling dezelfde percentages als waarmee de uitkering aan de gemeenten via het gemeentefonds wordt geïndexeerd. De gemeenten worden hiervoor dus indirect via het gemeentefonds gecompenseerd.

AdresArchimedeslaan 6 3584 BA Utrecht Post Postbus 3154 3502 GD Utrecht Contact 088 878 1000 info@vru.nl

IBAN N L 8111.97.955B01 KVK 51817330

Veiligheidsregio Utrecht @vrutrecht @vrubrandweer

1

Ambities, ontwikkelingen en risico’s vragen om bestuurlijke keuzes In de financiële kaders zijn ontwikkelingen en risico’s opgenomen die op termijn een financieel effect kunnen hebben. Hoewel de omvang en timing nog niet duidelijk zijn, vinden we het belangrijk om het bestuur en de gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren. Zonder expliciete besluitvorming door het bestuur zal dit niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het gaat hierbij onder anderen om ontwikkelingen die we ook in de Bestuursagenda VRU 20242027 hebben beschreven. De bestuursagenda VRU 2024-2027 is op 3 juli 2023 door het algemeen bestuur van de VRU vastgesteld en gaat vanaf 2024 in. Hierin hebben we weergegeven welke ontwikkelingen er spelen, welke uitdagingen die met zich meebrengen en welke oplossingen we hier voor zien. De uitdagingen waar de VRU op dit moment en de komende jaren voor staat vragen andere oplossingen. Denk hierbij aan de veranderingen in het type en de duur van crises, natuurbrandbestrijding en de huisvesting. Voor deze ontwikkelingen verhogen we de bijdrage nu niet. Zodra bekend is wat de verwachte kosten hiervoor zijn, onderzoeken we wat mogelijk is in het kader van nieuw voor oud. We gaan onderzoeken of het mogelijk is om een deel van de kosten op te vangen binnen de begroting.

Mocht dit niet passen binnen de huidige kaders, maken we hier in de begrotingscyclus een voorstel voor het bestuur voor. Dit wordt een integraal voorstel, zodat het bestuur in staat wordt gesteld, hier een goede afweging in te maken. Hierbij is de context: de financiële druk bij de gemeenten is een gegeven. Wij gaan de bestuurlijke keuzes verwerken in de kaders voor de begroting 2026 waar u als raad ook uw zienswijze op kunt geven. Ontwikkeling vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket Op verzoek van gemeenten levert de VRU ook extra diensten aan individuele gemeenten. Hiervoor betalen deze gemeenten een (kostendekkende) vergoeding. De stijging van de vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) is uitsluitend het gevolg van de reguliere loon- en prijsaanpassing. Zienswijze Wij verzoeken u uw zienswijze uiterlijk 6 februari 2024 aan het bestuur van de VRU kenbaar te maken, ter attentie van de concerncontroller, de heer Van 't Hoog. De zienswijzen worden besproken in de vergadering van het algemeen bestuur op 25 maart 2024 bij de behandeling van de ontwerp-begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024. De ontwerp-begroting wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden, waarna het algemeen bestuur de begroting 2025 op 8 juli 2024 vaststelt.

Met vriendelijke groet, namens het dagelijks bestuur,

J.R. Donker Secretaris

Onderwerp

Uw kenmerk

Ons kenmerk

2

Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 Vastgesteld algemeen bestuur 6 november 2023

1

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2

Inleiding Achtergrond Opbouw kaders begroting

4 4 4

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

5 5 6 7 9

2.6 2.7

Financieel kader Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds Bijstelling compensatiemechanisme Loonaanpassing Prijsaanpassing Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Brede doeluitkering Rampenbestrijding Samenvatting mutaties GBTP financieel kader

10 12 13

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13 3.14 3.15

Ontwikkelingen en risico’s Brandweerzorg Amersfoort Versterking crisisbeheersing Cyberveiligheid Meldkamer Veilige energietransitie Natuurbrandbestrijding Vakbekwaamheid brandweer Bluswatervoorziening Bluswatertransport Innovatie Repressief Informatie Systeem Risk Factory Omgevingswet Huisvesting brandweerposten Samenvatting mutaties GBTP ontwikkelingen

14 14 15 17 17 18 18 19 20 20 20 21 21 21 22 22

4

Gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket (GBTP)

23

Vergoeding individueel gemeentelijke pluspakket (IGPP)

24

5

2

6 6.1 6.2

6.3

Bijlagen Bijlage 1 bedragen GF onderdeel Brandweer & rampenbestrijding per gemeente Bijlage 2 ontwikkeling gemeentefonds cluster Brandweer & rampenbestrijding t.o.v. gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket VRU () Bijlage 3 meerjarenraming bijdragen en vergoedingen 2024a-2028

25 25

25 26

3

1 Inleiding 1.1

Achtergrond

In de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 schetsen we de financiële en beleidsmatige kaders voor het opstellen van de begroting 2025 en de actualisatie van de begroting 2024, zoals staat in artikel 4.3 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht. Deze kaders maken deel uit van het proces van begroting en verantwoording (zie figuur 1). Figuur 1: proces begroting en verantwoording VRU

Kaders begroting

Begroting (ontwerp/def)

Actualisatie begroting

Jaarstukken/ jaarrekening

De gemeenten worden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze over de algemene financiële en beleidsmatige kaders te geven. De zienswijzen betrekken we bij het opstellen van de begroting van 2025 en de geactualiseerde begroting 2024. Voordat het bestuur de begroting 2024 definitief vaststelt, wordt deze ook voor zienswijzen aan de gemeenten aangeboden. De gemeenten hebben op deze manier twee gelegenheden om invloed uit te oefenen op de begroting van de VRU.

1.2

Opbouw kaders begroting

Bij het opstellen van de kaders voor de begroting ligt de nadruk op de ontwikkelingen die effect hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. We maken onderscheid tussen de technische toepassing van het financiële kader (hoofdstuk 2) en de overige ontwikkelingen en risico’s (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 worden de effecten uit hoofdstuk 2 en 3 op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) weergegeven. In hoofdstuk 5 maken we de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) per gemeente inzichtelijk.

4

2 Financieel kader 2.1

Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds

De ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding vormen de basis voor de verdeling van de bijdrage per gemeente voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). Dit uitgangspunt is opgenomen in artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling. In het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP hebben we de nieuwe ijkpuntscores uit de septembercirculaire 2023 toegepast. Verdelingsgrondslag gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) 2024a en 2025 In tabel 1 zijn de percentages voor de begroting 2025 en de geactualiseerde begroting 2024 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2023. Tabel 1: verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) gemeentelijke bijdrage GBTP Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Begroting Gemeente 2024

Mutatie (q) maatstaven

Kaders begroting 2024a en 2025

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort U Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

11,42% 1,88% 1,07% 1,29% 3,10% 3,02% 0,64% 3,16% 2,20% 1,99% 0,87% 0,89% 4,43% 0,66% 0,36% 1,34% 3,19% 4,46% 31,59% 3,53% 4,58% 3,65% 1,63% 3,54% 0,81% 4,70%

-0,004% -0,024% 0,009% 0,002% -0,040% -0,013% -0,004% 0,002% -0,026% 0,009% -0,006% -0,010% 0,004% -0,004% -0,002% -0,011% -0,036% -0,037% 0,302% -0,040% -0,018% 0,015% -0,025% -0,030% 0,016% -0,028%

11,41% 1,85% 1,07% 1,29% 3,06% 3,01% 0,64% 3,17% 2,17% 2,00% 0,86% 0,88% 4,43% 0,66% 0,36% 1,33% 3,16% 4,43% 31,89% 3,49% 4,56% 3,67% 1,60% 3,51% 0,83% 4,67%

TOTAAL

100,00%

0,000%

100,00%

5

Deze ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau zorgt de bijstelling van de ijkpuntscores niet voor een verhoging of verlaging van de kosten. Per gemeente kunnen wel verschuivingen in de hoogte van de bijdrage plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores. Dit houdt in dat afwijkingen ten opzichte van de gemiddelde ontwikkeling van alle VRU-gemeenten een effect hebben op de hoogte van de individuele bijdrage per gemeente. Deze ontwikkeling staat in gelijke verhouding met de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De ontwikkeling van de maatstaven1 is apart weergegeven in tabel 1. De percentages van de ijkpuntscores werken niet een-op-een door in de wijziging van het GBTP, omdat we ook gebruik maken van een compensatiemechanisme binnen de verdeelsystematiek. Dit is mede van invloed op de hoogte van de bijdrage. In bijlage 1 zijn de bedragen opgenomen die de gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding voor de jaren 2023 tot en met 2025, zoals berekend in de septembercirculaires van het gemeentefonds.

2.2

Bijstelling compensatiemechanisme

Sinds 2015 is de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) veranderd van financieringssystematiek. Die systematiek is gebaseerd op de verdeling van het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding in het gemeentefonds. Elke gemeente draagt op basis van de ijkpuntscores in verhouding bij aan het budget voor het basistakenpakket. Bij het vaststellen van het nieuwe financieringsmodel in 2014 is afgesproken dat gemeenten geen nadeel mogen ondervinden van de overgang naar het nieuwe financieringsmodel. De voordeelgemeenten zetten daarom sinds 2015 een deel van hun voordeel in om de nadeelgemeenten te compenseren. Dit is het compensatiemechanisme. Op dit moment zijn er nog vijf nadeelgemeenten: Amersfoort, Houten, IJsselstein, Nieuwegein en Veenendaal. De bestuurlijke adviescommissie Bedrijfsvoering en Financiën heeft door onderzoeksbureau Cebeon onderzoek laten doen naar de werking van het compensatiemechanisme. Hieruit blijkt, in lijn met het ambtelijk advies van de VRU, dat in de huidige berekening van de compensatiebedragen niet genoeg rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van de ijkpuntscores vanaf 2015. De ontwikkeling van de ijkpuntscores voor de nadeelgemeenten wordt afgeremd door het compensatiemechanisme, terwijl de bijdrage van de voordeelgemeenten wel volledig meebeweegt met de ontwikkeling van de ijkpuntscores.

De afgelopen jaren is het relatieve aandeel in het budget van een aantal nadeelgemeenten minder geworden, terwijl zij nog worden gecompenseerd op basis van hun oorspronkelijke (hogere) aandeel in de gemeentelijke bijdrage. Dit blijkt uit de volgende tabel.

1 zoals opgenomen in de huidige septembercirculaire 2023 ten opzichte van de septembercirculaire 2022 (die is gebruikt voor het opstellen van de begroting VRU 2024)

6

Tabel 2 Aandeel in objectieve budgetten 2015 en 2025 voor nadeelgemeenten IJkpuntscore Gemeente 2015* 2025 Verschil

Amersfoort Houten IJsselstein Nieuwegein Veenendaal

11,97% 3,07% 2,20% 4,59% 4,62%

11,41% 3,17% 2,17% 4,43% 4,56%

-0,56% 0,10% -0,03% -0,16% -0,06%

* grondslag inclusief Vijfheerenlanden

Aangezien de huidige bijdrage aan de VRU al is afgestemd op het lagere relatieve aandeel in de objectieve budgetten adviseert Cebeon om het compensatiemechanisme hier direct op aan te passen. Door een lager aandeel in het objectieve budget van Amersfoort, IJsselstein, Nieuwegein en Veenendaal wordt hun nadeel kleiner of verdwijnt zelfs volledig. Hierdoor daalt het te compenseren nadeel met ruim 300K. Dit leidt tot een verlaging van de bijdrage van de voordeelgemeenten voor hetzelfde bedrag. Over het geheel gezien heeft dit geen effect op de totale omvang van de gemeentelijke bijdrage. We stellen voor om de berekening van de compensatiebedragen vanaf de begroting 2025 aan te passen op basis van het advies van Cebeon. De onderstaande tabel geeft inzicht in het financiële effect per nadeelgemeente op de bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) voor de begroting 2025. Dit effect vloeit op basis van de gangbare verdeelsystematiek terug naar de voordeelgemeenten. Tabel 3 Correctie compensatiebedrag nadeelgemeenten en herverdeling voordeelgemeenten Bedragen x € 1.000 Te Correctie Resterend compenseren Ontwikkeling Ontwikkeling compensatieGemeente nadeel deel 2025 ijkpunten voorzieningen Amersfoort Houten IJsselstein Nieuwegein Veenendaal

158 341 175 228 845

-158 -18 -118 -46

pm pm pm pm pm

341 157 110 799

Totaal effect

1.748

-340

pm

1.407

2.3

Loonaanpassing

We indexeren de gemeentelijke bijdrage volgens artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling2. De ontwikkeling van dit indexcijfer en de relatie met de begroting 2024 is weergeven in tabel 4.

2 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en mutaties in de premieplichtigen van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling.

7

Tabel 4: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers' Jaar

Begroting 2024

Loonaanpassing Kaders Kaders 2024a 2025

Bijstelling

2024 Subtotaal 2024

3,9% 3,9%

6,3% 6,3%

6,3% 6,3%

2,4% 2,4%

2025 Subtotaal 2025

-

-

5,4% 5,4%

5,4% 5,4%

3,9%

6,3%

11,7%

7,8%

Totaal

Voor de jaren 2024 en 2025 is een stelpost voor loonontwikkeling opgenomen, omdat het huidige cao-akkoord tot 1 mei 2024 loopt en we de precieze omvang voor de periode daarna nog niet weten. Voor de cao vanaf 1 mei 2024 en premieontwikkelingen vanaf 1 januari 2024 is in de vastgestelde begroting 2024 al een stelpost van 3,9% opgenomen die is gebaseerd op de CPBraming uit de septembercirculaire 2022. Deze stelpost is op basis van de CPB-raming voor de loonontwikkeling die het Rijk heeft gepubliceerd in de septembercirculaire 20233 nu met 2,4% verhoogd naar 6,3%. Voor 2025 is de loonontwikkeling door het Centraal Planbureau (CPB) geraamd op 5,4%. De stelposten voor loonontwikkeling verwerken we na vaststelling van de cao en premiebijdragen in de begroting. Daarna verrekenen we deze met de gemeentelijke bijdrage, waarbij we een eventueel overschot teruggeven aan gemeenten. In tabel 5 is het financiële effect van de verwachte loonontwikkeling op de bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen en op de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP). Tabel 5: financieel effect loonaanpassing Bedragen x € 1.000

Loonaanpassing

Mutatie stelpost looncompensatie 2024 Premieontwikkeling 2024 Mutatie lasten loonaanpassing 2024

Bijstelling

2,4% 2,4%

Financieel effect 2024a en 2025 Totaal Bijdrage Vergoeding IGPP GBTP 1.838 p.m. 1.838

24 p.m. 24

1.862 p.m. 1.862

9 p.m. 9

4.087 p.m. 4.087

33

5.949

Stelpost looncompensatie 2025 Premieontwikkeling 2025 Mutatie lasten loonaanpassing 2025

5,4%

4.078 p.m. 4.078

Totaal effect

7,8%

5.916

5,4%

We verhogen de stelpost voor looncompensatie voor 2024 met 2,4%. De premieontwikkeling heeft ook invloed op de loonkosten. Op basis van de premieprognose van het ABP van juli 2023 daalt het werkgeversaandeel in 2024 licht (< 1%). Het definitieve besluit over de premie voor 2024 3 Gepubliceerd in Tabel 4.2.2 van de septembercirculaire 2023.

8

wordt eind november 2023 genomen en gepubliceerd door het ABP. Voor 2025 nemen we een stelpost van 5,4% op. De cumulatieve loonaanpassing komt vanaf 2025 daarmee op 7,8%. Voor de premieontwikkeling 2025 hebben we een pro memorie (PM) post opgenomen, omdat het ABP voor dit jaar nog geen premieprognose bekend heeft gemaakt. Dat wil zeggen dat wij deze meenemen in de berekening zodra we de hoogte ervan weten. De premiestijgingen brengen we dan ten laste van de stelpost voor looncompensatie. Bij het opstellen van de begroting 2025 en bij actualisatie van de begroting 2024 stellen we de loonontwikkeling nog bij op basis van de dan geldende cao (mits bekend) en vastgestelde premies. Een eventueel positief of negatief effect wordt dan verrekend met de gemeentelijke bijdrage, zodat gemeenten uiteindelijk de werkelijke loon- en premieontwikkeling betalen. Het financiële effect van de loonontwikkeling, zoals opgenomen in de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 van de VRU, wordt indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk uit het gemeentefonds ontvangen. De algemene uitkering wordt jaarlijks bijgesteld door middel van een jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals het CPB deze berekent. De compensatie voor de loonontwikkeling kent het Rijk jaarlijks aan gemeenten toe bij de meicirculaire.

Voor 2024 gebeurt dit in mei 2023 en voor 2025 gebeurt dit in mei 2024.

2.4

Prijsaanpassing

Voor de prijsaanpassing van de prijsgevoelige budgetten hanteert de VRU de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product zoals het CPB heeft berekend. Dit staat beschreven in artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. In aansluiting op de indexeringssystematiek die het Rijk toepast voor het gemeentefonds, hebben wij de investeringsbudgetten gebaseerd op het CPB indexcijfer ‘prijs bruto overheidsinvesteringen’ (iboi). Daarbij vindt jaarlijks een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren ten opzichte van de begroting. Zo indexeren we nooit te veel of te weinig. Voor 2024 bedraagt de prijsaanpassing 3,8% en voor 2025 is de prijsaanpassing op 2,5% geraamd. De cumulatieve prijsaanpassing komt vanaf 2025 daarmee op 6,3%. De ontwikkeling van dit indexcijfer is weergeven in tabel 6.

9

Tabel 6: Ontwikkeling CPB indexcijfer prijsaanpassing Prijsaanpassing algemeen Begroting Kaders Kaders Jaar

Bijstelling

2024

2024a

2025

2022 2023 2024 Subtotaal 2024

3,4% 4,9% 2,5% 10,8%

5,6% 5,8% 3,2% 14,6%

5,6% 5,8% 3,2% 14,6%

2,2% 0,9% 0,7% 3,8%

2025 Subtotaal 2025

-

-

2,5% 2,5%

2,5% 2,5%

10,8%

14,6%

17,1%

6,3%

Totaal

In tabel 7 is het financiële effect van de prijsaanpassing voor algemene prijsgevoelige budgetten en investeringsbudgetten opgenomen. Tabel 7: financieel effect prijsaanpassing Bedragen x € 1.000

Prijsaanpassing

Bijstelling

Financieel effect 2024a en 2025 Totaal Bijdrage Vergoeding IGPP GBTP

Mutatie prijsaanpassing 2022 Mutatie prijsaanpassing 2023 Mutatie prijsaanpassing 2024 Mutatie lasten prijsaanpassing 2024

2,2% 0,9% 0,7% 3,8%

788 309 254 1.352

27 11 9 47

815 320 263 1.399

Prijsaanpassing 2025 Mutatie lasten prijsaanpassing 2025

2,5% 2,5%

905 905

60 60

965 965

Totaal effect

6,3%

2.257

107

2.364

Het financiële effect van de prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 van de VRU, wordt indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk uit het gemeentefonds ontvangen. De algemene uitkering wordt jaarlijks bijgesteld door middel van een jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals het CPB deze berekent. De compensatie kent het Rijk jaarlijks aan gemeenten toe bij de meicirculaire. Voor 2024 gebeurt dit in mei 2023 en voor 2025 gebeurt dit in mei 2024.

2.5

Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid

Het financiële kader van de lasten FLO-overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘Lasten FLO-overgangsrecht’. De actualisatie van de kostenprognose in 2023 wordt verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2025 en de geactualiseerde begroting van 2024. Op basis van wat we nu weten over de lasten voor het FLO-overgangsrecht zien is wel

10

sprake van een nieuw financieel risico, maar we zien geen aanleiding het huidig meerjarig financieel kader bij te stellen. We zijn in 2023 geconfronteerd met een fiscale tegenvaller voor de kosten van het FLOovergangsrecht. De belastingdienst heeft geconcludeerd dat wij als werkgever, in tegenstelling tot de fiscale regels die golden voor de werkgeverbijdrage levensloop, over de werkgeversbijdragen van het netto FLO-spaartegoed wel een RVU-heffing (52%) verschuldigd zijn. Dit betekent met terugwerkende kracht vanaf 1-1-2022 (mogelijk structurele) hogere kosten van het FLOovergangsrecht. We hebben deze extra kosten van gemiddeld 300K per jaar tot en met 2023 kunnen verwerken in de exploitatie van 2023. Het is nog niet duidelijk of wij als werkgever vanaf 2024 (een deel van) deze meerkosten moeten gaan dragen. In het najaar van 2023 volgt een ledenbrief van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) aan de besturen van de veiligheidsregio’s met de nodige financiële onderbouwing en een handelingsperspectief. Hierna bepalen we op basis van de actuele informatie of het beschikbare structurele budget en de reserve voor het FLO-overgangsrecht toereikend is.

Als dit niet het geval is, doen we via de begroting 2025/ geactualiseerde begroting 2024 een voorstel voor een structurele bijstelling van het budget of een incidentele storting in de reserve om de hogere kosten voor de komende jaren op te vangen. Dit betekent dat we de budgetten voor het FLO-overgangsrecht bij het opstellen van de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 nu alleen verhogen met de reguliere loon- en prijsaanpassing. In tabel 8 is de geactualiseerde meerjarenraming van de lasten FLOovergangsrecht weergegeven. Tabel 9 geeft een actueel inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) voor het jaar 2024 en 2025. Tabel 8: meerjarenraming lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan 2024-2028 Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming FLO overgangsrecht en tweede loopbaan

2024

2025

2026

2027

2028

Begroting 2024 La s ten FLO-overga ngs recht en tweede l oopba a n Storti ng/ onttrekki ng res erves FLO Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2024

3.751 735 3.016

3.533 516 3.016

3.426 410 3.016

3.232 216 3.016

2.950 -66 3.016

Kaders 2024a en 2025 La s ten FLO-overga ngs recht en tweede l oopba a n Storti ng/ onttrekki ng res erves FLO Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan kaders 2024a en 2025

3.825 -735 3.090

3.888 -516 3.371

3.781 -410 3.371

3.587 -216 3.371

3.305 66 3.371

74

355

355

355

355

Mutatie lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

De mutatie van de lasten FLO-overgangsrecht kan worden opgevangen door inzet van de bestemmingsreserve ‘Lasten FLO-overgangsrecht’. De actualisatie van de meerjarenraming leidt niet tot een mutatie van de gemeentelijke bijdrage.

11

Tabel 9: financieel effect mutatie lasten FLO-overgangsrecht Bedragen x € 1.000

Financieel effect 2024a en 2025 GBTP Begroting Kaders Kaders 2024a 2024 2025

Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

La s ten FLO-overga ngs recht & 2e l oopba a n begroti ng 2024 La s ten FLO-overga ngs recht & 2e l oopba a n ka ders 2024a en 2025 Mutatie lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

3.016 -

3.016 3.090 74

3.016 3.371 355

Correcti e l oon- en pri js a a npa s s i ng *

-

-74

-355

Totaal effect GBTP

-

-

-

*De loon- en prijsaanpassing met betrekking tot de lasten FLO-overgangsrecht zijn onderdeel van de totale loonaanpassing (zie paragraaf 2.3). Om dubbeltelling te voorkomen is een correctie toegepast.

2.6

Brede doeluitkering Rampenbestrijding

De hoogte van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) bedraagt voor 2024 en 2025 € 611K meer dan opgenomen in de huidige meerjarenraming. Dit betreft de structurele doorwerking van de indexering van de rijksbijdrage BDuR voor 2023 ten opzichte van de stelpost die wij hiervoor in de begroting hadden opgenomen. Deze extra inkomst wordt in mindering gebracht op de bijdrage van de gemeenten voor het GBTP. De indexering van de BDuR 2024 en 2025 is nog niet bekend en hebben we daarom via een stelpost ingeschat. De stelpost voor 2024 blijft gelijk ten opzichte van de begroting 2024 (225K). Voor 2025 is nu weer een stelpost opgenomen voor een bedrag van 225K. De stelposten worden verrekend met de beschikking loonen prijsbijstelling BDuR 2024 en BDuR 2025 van het Rijk die we respectievelijk in juni 2024 en juni 2025 verwachten. Tabel 10: financieel effect mutatie BDuR Bedragen x € 1.000

Brede doeluitkering Rampenbestrijding

Financieel effect 2024a en 2025 Begroting Kaders Kaders 2024a 2024 2025

Stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2023 Beschikking loon- en prijsbijstelling BDuR 2023 Extra loon- en prijsbijstelling BDuR 2023

-225 -

-225 -836 -611

-225 -836 -611

Stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2024 Mutatie loon- en prijsbijstelling BDuR 2024 Mutatie stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2024

-225 -

-225 -

-225 -

Stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2025 Stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2025

-

-

-225 -225

Totaal effect GBTP

-

-611

-836

12

2.7

Samenvatting mutaties GBTP financieel kader

Tabel 11: effect financieel kader op gemeentelijke bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Structureel 2024a

Incidenteel 2024a

Totaal 2024a

Structureel 2025

Incidenteel 2025

Totaal 2025

Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds 2024a* Loonaanpassing 2024a Prijsaanpassing 2024a Lasten FLO-overgangsrecht 2024a Brede doeluitkering Rampenbestrijding 2024a Subtotaal mutatie bijdrage GBTP 2024a

1.838 1.352 -611 2.579

-

1.838 1.352 -611 2.579

1.838 1.352 -611 2.579

-

1.838 1.352 -611 2.579

Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds 2025* Loonaanpassing 2025 Prijsaanpassing 2025 Lasten FLO-overgangsrecht 2025 Brede doeluitkering Rampenbestrijding 2025 Subtotaal mutatie bijdrage GBTP 2025

-

-

-

4.078 905 -225 4.758

-

4.078 905 -225 4.758

2.579

-

2.579

7.337

-

7.337

Mutaties financieel kader 2024a en 2025

Totaal mutatie bijdrage GBTP

*De bijstelling van de ijkpuntscores leidt alleen tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten.

13

3 Ontwikkelingen en risico’s 3.1

Brandweerzorg Amersfoort

Door de groei van de stad Amersfoort lopen de opkomsttijden in het noordelijke deel van de stad op tot 15 minuten en soms meer. Op werkdagen is er overdag geen bezetting voor de basisbrandweereenheid (tankautospuit, TS) vanuit de vrijwilligers op post Amersfoort-Noord. Uitgaande van de nieuwe systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) zien we dat we zonder bezetting op post Amersfoort-Noord (dus door alleen uit te rukken vanaf post Centrum) in acht buurten niet voldoen aan de vereiste opkomsttijden. De stad Amersfoort heeft ca. 150.000 inwoners. Het noordelijk deel van de gemeente Amersfoort is een stedelijk gebied met ca. 50.000 inwoners. Dit gebied groeit de komende jaren naar ca. 80.000 inwoners. Dit deel van Amersfoort is vergelijkbaar met een middelgrote stad met alle kenmerken die daar bij horen. Het model van brandweerzorg in Amersfoort, met één gecombineerde beroeps- en vrijwilligerspost in het centrum en één vrijwillige post in AmersfoortNoord zorgt voor (te) hoge opkomsttijden in het noordelijk deel van de stad. De huidige inrichting van de brandweerzorg is dan ook niet langer passend. Vanwege de grootte van het stedelijk gebied en de verwachte verdere groei moet de gekazerneerde paraatheid (vaste bezetting op de brandweerpost) in dit gebied in stappen vergroot worden.

Op basis van de vereiste opkomsttijden, de kans op gelijktijdigheid en de benodigde slagkracht is op termijn naar verwachting een paraatheidsmodel met twee beroepsposten (24/7) en één vrijwillige post nodig. Proef verbeteren dekking Amersfoort Voor een periode van twee jaar (oktober 2021 - oktober 2023) is de operationele sterkte voor de basisbrandweerzorg op post Amersfoort-Centrum en post Amersfoort-Noord op werkdagen tussen 8:00 en 17:00 uur uitgebreid van twee TS’en met zespersoonsbezetting (hierna te noemen TS6) naar één TS met zespersoonsbezetting en twee TS’en met vierpersoonsbezetting (hierna te noemen TS4). Vanuit post Amersfoort-Noord werd uitgerukt door een beroepsploeg in een TS4. Met het plaatsen van een dagdienst op post Amersfoort-Noord zijn de opkomsttijden van de eerste eenheid (TS4) in het noordelijk deel van de stad sterk verbeterd. Belangrijk gegeven hierbij: met een TS4 voldoen we nog niet aan het beoordelingskader GGO, omdat binnen dat beoordelingskader gerekend wordt met de opkomst van een TS6. Daarentegen is gebleken dat een TS4 bij veel incidenten al een effectieve inzet kan leveren. Het werken met een dagdienst op post Amersfoort-Noord willen we in de eerste fase dan ook continueren. Volgende stappen Het eindplaatje van twee beroepsposten en een vrijwillige post kan niet in één keer bereikt worden.

In de fases 2 en 3 groeien we in stappen door naar de uiteindelijke bezetting. Wanneer die stappen gezet kunnen worden, hangt af van de ontwikkelingen op het gebied van de nieuwe huisvesting van de brandweerposten in Amersfoort. Er moet een nieuwe post Noord komen die o.a. geschikt is voor kazernering van beroepskrachten. Het idee is de oude post Noord te behouden voor vrijwilligers. Dit alles uiteraard naast de beroepsbezette kazerne in het centrum.

14

Om te kunnen voldoen aan de eisen op het gebied van opkomsttijden, slagkracht en gelijktijdigheid moeten we van TS4 naar TS6 in Amersfoort-Noord gaan. Ook in de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden gaan we uit van een TS6 bezetting. Verdere ontwikkelingen die nodig zijn voor de brandweerzorg in de stad Amersfoort zijn onderdeel van integrale afwegingen in het kader van het nieuwe dekkingsplan van de VRU, dat in de komende beleidsperiode (20242027) wordt opgesteld. De proefperiode heeft de VRU incidenteel uit de ontwikkel- en egalisatiereserve bekostigd. De structurele inbedding van de bezetting in Amersfoort-Noord (fase 1, uitbreiding met 7 fte) leidt tot een structurele verhoging van de kosten voor het basisbrandweerzorg (gemeentelijk basistakenpakket) met 530K per jaar. Dit zijn kosten voor salarissen, vakbekwaamheid, persoonlijke beschermingsmiddelen en ondersteunende (personeels)kosten. De kosten voor het gemeentelijk basistakenpakket worden verdeeld op basis van de verdeelsleutel. Dit betekent dat alle gemeenten naar rato bijdragen. Het uitbreiden van de basisbrandweerzorg is noodzakelijk door de groei van de stad. Dit betreft een exogene ontwikkeling die al is verwerkt in de uitkering die de gemeenten ontvangen via het gemeentefonds.

Zoals blijkt uit bijlage 2 stijgt de uitkering die de gemeenten ontvangen via het gemeentefonds in het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding meer dan de bijdrage voor het basistakenpakket. Voor de realisatie van fase 2 en 3 is op een gegeven moment nog een aanvullend structureel budget nodig van circa € 2,6 miljoen. Wanneer fase 2 en 3 gerealiseerd worden is nog onduidelijk. Dit hangt mede af van de verplaatsing van de huidige posten. In tabel 12 is het financiële effect van fase 1 opgenomen. Tabel 12: effect fase 1 ontwikkeling brandweerzorg Amersfoort op gemeentelijke bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Paraatheid brandweer Amersfoort Personele kosten (dagdienst 7 fte) Ondersteunende kosten (opleiding/ uniformen e.d.) Subtotaal mutatie bijdrage GBTP 2024a Dekking uit ontwikkel- en egalisatiereserve Subtotaal mutatie bijdrage GBTP 2025 Totaal mutatie bijdrage GBTP

3.2

Structureel 2024a

Incidenteel 2024a

Totaal 2024a

Structureel 2025

Incidenteel 2025

Totaal 2025

474 29 504

-

474 29 504

500 30 530

-

500 30 530

-

-504 -504

-504 -504

-

-

-

504

-504

-

530

-

530

Versterking crisisbeheersing

De aard van crisisbeheersing verandert. Er is sprake van nieuwe typen en/of langdurige crises en het landschap van crisisbeheersing is in beweging. Versterking van de crisisorganisatie is daarom nodig, om blijvend invulling te geven aan de missie van de VRU. Aansluitend op landelijke kaders luidt deze misse als volgt. We voorkomen, voorzien en minimaliseren de effecten van crises en versterken de weerbaarheid van de samenleving. Tot nu toe De ontwikkeling van crisisbeheersing is binnen de VRU al langer een thema:

15

▪

Op basis van het beleidsplan VRU 2020-2023 hebben we in 2021 het initiatief genomen om de crisisorganisatie te versterken. Het algemeen bestuur ging op 7 november 2022 akkoord met de gekozen richting. ▪ Eind 2022 heeft het Rijk via de Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) extra gelden in het vooruitzicht gesteld, bedoeld voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening. ▪ Versterking Crisisbeheersing is één van de vier thema’s in de bestuursagenda 2024-2027 die op 3 juli 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld. ▪ Het is onderdeel in het regionaal crisisplan 2024 -2027, ook vastgesteld door het algemeen bestuur op 3 juli 2023. Programma Met een programma Versterking Crisisbeheersing geven wij verder uitvoering aan de versterking van crisisbeheersing. Vanuit dit programma bereiden we voorstellen voor, met een bijbehorend financieel perspectief. Daarbij wordt in samenhang gewerkt aan de volgende pijlers: 1. Crisismanagement 2. Informatiemanagement 3. Netwerkmanagement 4. Communicatiemanagement Hierbij hebben we oog voor de relaties met domeinen zoals bevolkingszorg, vakbekwaamheid en GHOR. Financiering Vanuit het Rijk zijn structurele extra middelen toegekend. Een deel van het geld wordt landelijk ingezet en een deel wordt via de BDuR rechtstreeks toegekend aan de veiligheidsregio’s.

Vooralsnog kan de VRU vanaf 2023 oplopend rekenen op een extra bijdrage van € 1,85 miljoen tot uiteindelijk € 3,33 miljoen euro structureel. Deze middelen zijn geoormerkt, dat wil zeggen dat we deze specifiek zijn toegekend voor versterking van de crisisbeheersing. De verhogingen worden per jaar toegekend. De versterking van de crisisbeheersing wordt gefinancierd vanuit deze BDuRgelden. De toekenning van de extra rijksbijdrage is taakgebonden en heeft daarmee geen effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). Vervolg Met het bestuur is afgesproken dat de gelden in 2023 uitsluitend incidenteel worden ingezet voor projecten en activiteiten gericht op versterking van de functie van crisisbeheersing. Dit hebben we vastgelegd in de gewijzigde begroting 2023 en hier ook op die manier uitvoering aan gegeven. Voor 2024 en volgende jaren is aangekondigd dat de extra gelden structureel worden ingezet. In de begroting van 2024 staat dat het bestuur bij de afweging daarvan zal worden betrokken.

16

Huidige inzichten maken dat ook in 2024 nog een deel van de middelen incidenteel wordt ingezet, aangezien we - zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau - meer tijd willen nemen voor afstemming en het creëren van draagvlak. Onder andere de themasessie van het algemeen bestuur van 6 november 2023 wordt benut om de eerste ideeën hierover te presenteren. We zullen daarom bij het vaststellen van de geactualiseerde begroting 2024 en begroting 2025 in het voorjaar van 2024 concrete voorstellen voor structurele besteding aan het algemeen bestuur voorleggen.

3.3

Cyberveiligheid

Als gevolg van digitalisering wordt voortdurende aandacht voor cyberveiligheid steeds belangrijker. De bescherming van vitale infrastructuur is ook noodzakelijk vanwege de toenemende activiteit van kwaadwillenden. Het afgelopen jaar heeft de VRU de organisatie op dit gebied structureel versterkt. Voor deze structurele versterking van de informatiebeveiliging van circa 200K wordt dekking gevonden binnen de bestaande begroting. Doordat de VRU bij diverse landelijke crises steeds zichtbaarder een onmisbare rol heeft, is de VRU een aantrekkelijk doelwit geworden voor cyberaanvallen. Om aanvallen te voorkomen werken we met andere veiligheidsregio’s samen aan een gezamenlijke oplossing voor het inrichten van een landelijke voorziening voor monitoring en support bij cyberaanvallen. Gezien de huidige dreiging en noodzaak voor een goede bescherming van onze vitale infrastructuur kunnen we niet wachten op landelijke initiatieven. Dit betekent dat wij hierop vooruitlopend al gestart zijn met 24/7- monitoring en support via een externe service. De kosten daarvoor bedragen 150K per jaar en worden nu incidenteel gedekt. Om deel te kunnen nemen aan de landelijke voorziening voor monitoring en support bij cyberaanvallen zijn aanvullende structurele middelen nodig. Op dit moment is de omvang daarvan nog niet duidelijk.

In de loop van 2024 wordt hierover meer duidelijkheid verwacht en zullen we een voorstel doen voor het algemeen bestuur.

3.4

Meldkamer

Vanaf begin 2025 zal de Meldkamerfunctie Brandweer en Multidisciplinaire opschaling (MK-B / MK Multi) van Midden-Nederland samengevoegd en klaar voor gebruik zijn op één locatie: Hilversum. Op deze locatie wordt dan samengewerkt met de politie en de ambulancedienst. De Meldkamerfunctie Brandweer en Multidisciplinaire opschaling wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de besturen van de betreffende veiligheidsregio’s Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Utrecht. De verplichte samenvoeging vindt haar wettelijke grondslag in de Wet Veiligheidsregio’s en de Wijzigingswet Meldkamers. We zijn druk bezig met het voorbereiden van het samenvoegen van de meldkamerfunctie. Het betreft onder andere het harmoniseren van alle meldkamerprocedures, de bouw van de nieuwe meldkamer in Hilversum en het aansluiten van deze nieuwe meldkamer op de landelijke IV- en ICT-meldkamerinfrastructuur. Dit doen we om de continuïteit van de meldkamers te verbeteren en de 24/7 beschikbaarheid te kunnen waarborgen. Maar ook de juridische vorming van een samenwerkingsverband tussen de veiligheidsregio’s en de organisatorische samenvoeging van de huidige meldkamers zijn in voorbereiding en bestuurlijke besluitvorming zal in 2024 plaatsvinden.

17

De politie is verantwoordelijk voor huisvesting en techniek. De veiligheidsregio’s zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het personeel van de meldkamer brandweer. Onderdeel van de besluitvorming zijn de definitieve financiële consequenties van de samenvoeging. Het streven is om meerkosten ten opzichte van de businesscase 2016 te beperken. Voor de projectkosten wordt de daarvoor bestemde reserve ingezet.

3.5

Veilige energietransitie

De energietransitie is een overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie, windenergie en waterstof. In de provincie Utrecht zien we een groeiend aantal initiatieven op het gebied van duurzame energie, zoals zonneparken, windmolenparken en waterstofproductie-installaties. Hoewel dit positieve stappen zijn naar een duurzame toekomst, brengen ze ook nieuwe veiligheidsrisico's met zich mee. Landelijk hebben de veiligheidsregio’s hiervoor een programma met drie sporen ingezet. ▪ Spoor 1: beleid en wet- en regelgeving beïnvloeden. ▪ Spoor 2: beheersing van risico’s in het ontwerp/de ruimtelijke ontwikkeling. ▪ Spoor 3: veilig en doelmatig op kunnen treden bij incidenten. Ondanks de inspanningen bij spoor 1 en 2 zullen er incidenten vanwege de energietransitie blijven plaatsvinden. Om veilig en doelmatig op te kunnen treden (spoor 3) is het belangrijk dat de juiste kennis, kunde en materieel aanwezig zijn om incidenten te bestrijden en te beheersen. Voor de regionale uitwerking en uitvoering van de drie sporen is extra capaciteit nodig voor onder andere de coördinatie van de verschillende projecten en het verwerken van deze nieuwe risico’s in de opleiding en oefenprogramma’s. We verwachten dat dit de komende jaren een (meerjarige incidentele) investering vraagt van ongeveer 300K per jaar.

Gelet op de samenhang met de doelstellingen uit de bestuursagenda 2024-2027 willen we hiervoor de ontwikkel- en egalisatiereserve in te zetten. Een concreet voorstel daarvoor is onderdeel van de geactualiseerde begroting 2024 en de begroting 2025 die in het voorjaar van 2024 wordt opgesteld. De exacte omvang van de benodigde extra structurele capaciteit en specialistisch materiaal is op dit moment nog niet bekend. De komende beleidsperiode brengen we dit in beeld, waarbij we ook de financiële gevolgen meenemen. Hierbij wordt ook de afweging gemaakt in hoeverre ‘nieuw voor oud’ mogelijk is. Voor zover dit bestuurlijke keuzes vergt, wordt dit inclusief de financiële consequenties via de reguliere begrotingscyclus voorgelegd aan het bestuur en de gemeenten.

3.6

Natuurbrandbestrijding

Door de klimaatontwikkeling wordt het warmer en droger in Nederland. Zoals in het Regionaal Risicoprofiel VRU 2023 staat, neemt hierdoor de kans op natuurbranden toe en zullen die zich door de droogte en de verandering van vegetatie - sneller uitbreiden. Ook door het intensiever gebruik van de natuur neemt het risico op een natuurbrand toe. Deze branden zijn door hun omvang voor de brandweer steeds moeilijker te bestrijden. Natuurbrandbeheersing en -bestrijding krijgen steeds meer aandacht. Vanwege het intensieve gebruik van natuurgebieden in onze regio is dat ook meer dan terecht. De inspanningen van de VRU zijn erop gericht om te voorkomen dat natuurbranden ontstaan of onbeheersbaar worden.

18

Belangrijke elementen in het voorkomen van een onbeheersbare natuurbrand zijn een vroegtijdige ontdekking in combinatie met snelle interventiemogelijkheden en adequate slagkracht. Om de kans op een onbeheersbare natuurbrand te minimaliseren, is het verder noodzakelijk dat de relevante risico-houdende stakeholders in die betreffende gebieden zich van het risico bewust zijn en zich mede verantwoordelijk voelen voor continuïteit en veiligheid. Daarbij is het belangrijk dat zij - onder regie van de gemeente - bereid zijn gezamenlijk risico-reducerende maatregelen treffen. Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur op 3 juli 2023 is ingestemd met de Visie natuurbrandbeheersing en het uitwerken van een richting voor verdere ontwikkeling van de visie. De visie bestaat uit drie doelen: 1. Risicobewustzijn en redzaamheid 2. Regionaal kader voor gebiedsgerichte aanpak natuurgebieden 3. Slagkracht en expertise natuurbrandbestrijding De hierboven genoemde onderdelen 1 en 2 betreffen preventieve maatregelen. Met de uitvoering hiervan is inmiddels gestart, in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. Op het gebied van repressieve slagkracht voorzien wij dat een uitbreiding nodig is van het materieel voor natuurbrandbestrijding.

Een voor de hand liggende optie is het uitbreiden van het aantal specialistische voertuigen om tot een passende slagkracht te komen die aansluit bij de toegenomen risico’s in ons verzorgingsgebied. Hier moet nog nader onderzoek naar gedaan worden. Een apart voorstel wordt in 2024 aan het bestuur voorgelegd. Aanvullend gaat de VRU, in samenwerking met overheden en natuurbeheerders, de nodige kennis opdoen van nieuwe natuurbrandbestrijdingstactieken en -technieken. Wij onderzoeken of dit in de vorm van een pilot kan, waarvoor financiering kan worden verkregen van het Rijk.

3.7

Vakbekwaamheid brandweer

Het brandweervak wordt steeds veelzijdiger. Incidenten worden complexer en risico’s nemen toe. Om onze brandweermensen goed voor te bereiden op de praktijk is de basis brandweeropleiding (manschap 2.0) landelijk vernieuwd. Door meer praktijkmomenten (training en toetsing) in de opleiding stijgen de kosten daarvan. Daarnaast wordt de VRU geconfronteerd met een significante toename van de kosten van oefencentra (ca 30% voor een tweedaagse training en 48% voor een ééndaagse training). Ook stijgen de kosten voor chauffeursopleidingen. Door een sneller personeelsverloop moeten jaarlijks meer bevelvoerders en chauffeurs worden opgeleid. Door de hiervoor genoemde ontwikkelingen stijgen de vakbekwaamheidskosten met circa 500K per jaar. Het investeren in de vakbekwaamheid en veiligheid van onze brandweermensen draagt bij aan de toekomstbestendige brandweerzorg (thema bestuursagenda 2024-2027), maar dit kan niet zonder meer binnen de bestaande begroting worden opgevangen. Om de vakbekwaamheid op peil te kunnen houden, wordt bij de begroting 2025/actualisatie begroting 2024 een voorstel gedaan om de stijgende kosten eerst incidenteel te dekken. Hiervoor kan mogelijk een deel van het verwachte positieve rekeningresultaat 2023 worden ingezet. Gelijktijdig

19

wordt de komende periode onderzocht welke structurele investeringen in de vakbekwaamheid van de brandweer nodig zijn en hoe dit past binnen de bestaande activiteiten en begroting. Ook vanuit het oogpunt van de belasting van onze brandweervrijwilligers, kijken we vooral naar hoe het anders en slimmer kan. Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van simulaties (virtual reality) of andere oefenvormen en te bekijken wat gecombineerd of juist meer modulair kan om het behapbaar te houden. Hierbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de landelijke vernieuwing van het brandweeronderwijsstelsel en het verkennen van samenwerkingen met andere veiligheidsregio’s op het gebied van het realistisch oefenen.

3.8

Bluswatervoorziening

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bluswatervoorzieningen binnen de gemeentegrenzen. De VRU stelt op basis van de bestaande bluswatervoorzieningen en de parameters uit de landelijke handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid een geografisch beeld op van de huidige bluswatercapaciteit binnen de Veiligheidsregio Utrecht (project ‘Bluswater in beeld’). Hiermee krijgt elke gemeente inzicht in hoeverre de lokale bluswatervoorzieningen voldoen aan de eisen. Dit overzicht is eind van het jaar 2023 gereed en kan vervolgens met de gemeenten worden gedeeld. Waar de bluswatervoorziening ontoereikend is, kan dit een investering vergen van de betreffende gemeenten.

3.9

Bluswatertransport

Voor de bestrijding van branden heeft een tankautospuit een bepaalde hoeveelheid water bij zich. Als meer water nodig is, moeten aanvullende voorzieningen ter plaatse komen. Voor het opbouwen van groot watertransport is tijd nodig (‘bluswatergat’). Om die tijd te overbruggen wordt binnen de VRU gewerkt aan een oplossing die regiobreed kan worden ingezet. Toen het huidige spreidingsplan werd vastgesteld, hebben we aangegeven dat deze oplossing nog nader zal worden uitgewerkt. Hieraan wordt nog gewerkt. Inmiddels is wel duidelijk dat door de sterk gestegen prijzen van materieel de beoogde oplossing niet kan worden gerealiseerd binnen de bestaande begroting. We werken daarom een voorstel uit om tot een bestuurlijke afweging te komen. Om de meerkosten zo laag mogelijk te houden, kijken we ook of er een oplossing kan worden gevonden voor zowel het bluswatergat als het verbeteren van de (lokale) bluswatervoorziening.

3.10 Innovatie Onderdeel van onze bestuursagenda is het vergroten van veiligheid voor onze brandweermensen in onveilige situaties. Dit doen wij bijvoorbeeld met innovatieve oplossingen, zoals nieuwe blustechnieken en een onderwaterdrone, waarmee we onderzoeken hoe we de veiligheid van onze mensen kunnen verbeteren. De afgelopen jaren is een pilot gedraaid met het Cobra Cold Cut (blus)systeem. Hiermee is het mogelijk een gat in een muur te maken en een waternevel in de ruimte aan de andere zijde te spuiten. Dit maakt dat we de werkomgeving veiliger kunnen maken voor brandweerpersoneel en schade kunnen beperken. Deze pilot is zeer succesvol verlopen en graag willen we dit onderdeel maken van onze ‘gereedschapskist’. Dit betreft de aanschaf van het systeem en het vakbekwaam maken en houden van het personeel. Een aantal lopende innovaties kunnen wij nog incidenteel dekken maar voor een toekomstbestendige brandweerzorg is een

20

structureel budget voor innovatieve ontwikkelingen nodig. Hiervoor volgt een voorstel bij de begroting 2025/geactualiseerde begroting 2024.

3.11 Repressief Informatie Systeem Realtime navigatiesystemen en online naslagwerken zijn onmisbaar geworden voor het veilig en efficiënt operationeel optreden. Aangezien dit soort systemen een snellere ontwikkeling kennen dan de inflatiecorrectie van het budget zijn extra financiële middelen nodig (ruim 100K). De komende periode onderzoeken we de mogelijkheden om dekking te vinden binnen de bestaande begroting, in het kader van ‘nieuw voor oud’. Als dit een bestuurlijke afweging vergt, leggen we dit op een later moment in de begrotingscyclus voor, inclusief de financiële consequenties.

3.12 Risk Factory Een veilige en gezonde leefomgeving is een van de pijlers van de VRU Bestuursagenda 2024- 2027. Wij onderzoeken op welke manieren wij kunnen bijdragen aan het vergroten van de redzaamheid en veerkracht in de samenleving. Wij verkennen daarom de mogelijkheden om een Risk Factory in onze regio te realiseren. Hierin kunnen bezoekers ervaren wat te doen bij onveilige situaties. Zo kunnen we onze inwoners leren om bestaande en nieuwe risico’s snel te signaleren, goed te handelen en de risico’s te beperken waar mogelijk. Tijdens de bestuursconferentie op 20 september 2023 heeft het bestuur een bezoek gebracht aan de Risk Factory en Safety Campus Twente. Hierbij is aan de hand van een factsheet, waarin vier formats voor verdere verkenning zijn toegelicht, geïnventariseerd welke verkenning het bestuur graag verder uitgewerkt ziet. In het voorjaar van 2024 presenteren we op basis hiervan een businesscase aan het bestuur.

3.13 Omgevingswet Na een flinke vertraging wordt de omgevingswet per 1 januari 2024 ingevoerd. Het Rijk en de bestuurlijke partners hebben afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Om de financiële gevolgen na invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) te kunnen volgen heeft onderzoeksbureau Cebeon een landelijk monitoringsmodel ontwikkeld. In 2020 heeft Cebeon in opdracht van het NIPV onderzoek gedaan naar de verwachte structurele meerkosten voor veiligheidsregio’s als gevolg van de stelselherziening Omgevingsrecht. Deze stelselherziening omvat zowel de Omgevingswet als de Wkb. Uit dit onderzoek is gekomen dat de veiligheidsregio’s als geheel structurele meerkosten verwachten van € 15 à 20 miljoen euro per jaar. De structurele kosten voor de VRU worden op basis van dit onderzoek geschat op € 0,5-1,5 miljoen euro.

Het grootste deel van deze verwachte meerkosten ligt op het terrein van advisering (inclusief formeel vooroverleg), gebaseerd op de huidige taakinvulling en worden veroorzaakt door een grotere tijdsbesteding en duurder gekwalificeerd personeel. De veiligheidsregio’s

21

hebben geen extra middelen gekregen vanuit de rijksoverheid voor de structurele gevolgen van de stelselherziening.

3.14 Huisvesting brandweerposten Op 4 juli 2022 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven om een verkenning uit te voeren hoe we de organisatie van de huisvesting VRU (veelal brandweergebouwen in eigendom van gemeenten) kunnen verbeteren. Aanleiding hiervoor is dat in de praktijk soms problemen ontstaan bij de uitvoering van taken van de VRU. Daarnaast is de opdracht gegeven om de huidige situatie en scenario’s voor de toekomstige organisatie van de huisvesting in kaart te brengen. De eerste beelden van de resultaten van de verkenning zijn gedeeld in de bestuursconferentie van 21 september 2023. De verkenningsfase van het project is hiermee afgerond. Op 11 oktober 2023 heeft het dagelijks bestuur (DB) besloten om aan het algemeen bestuur (AB) voor te stellen om opdracht te geven om de onderzoeksfase te starten waarbij 3 scenario’s worden uitgewerkt en deze te vergelijken met de huidige situatie (de 0 situatie): ▪ Scenario 1: Realisatie bestuurlijke uitgangspunten ▪ Scenario 2: Realisatie bestuurlijke uitgangspunten + uitvoering collectieve kaders door VRU ▪ Scenario 3: Realisatie bestuurlijke uitgangspunten + uitvoering collectieve kaders door VRU + overdacht juridisch eigendom. We gaan de resultaten van de uitwerking van de scenario’s in 2024 met het bestuur bespreken om op basis hiervan een keuze te maken voor een toekomstscenario. Dit gebeurt in twee stappen: 1.

Een beeldvormende bijeenkomst in het AB: wat levert het onderzoek naar de scenario’s op aan inzichten; wat levert dit op aan bestuurlijke kansen, zorg- of aandachtspunten? 2. Een besluitvormende bijeenkomst in DB en AB: welk scenario heeft de voorkeur? Daarbij is ook aandacht voor het goed inregelen en organiseren van het voorgestelde scenario.

3.15 Samenvatting mutaties GBTP ontwikkelingen Tabel 13: effect ontwikkelingen op gemeentelijke bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Structureel 2024a

Incidenteel 2024a

Totaal 2024a

Structureel 2025

Incidenteel 2025

Totaal 2025

Brandweerzorg Amersfoort: paraatheid Cyberveiligheid

504

-504 pm

pm

530 pm

-

530 pm

Totaal mutatie bijdrage GBTP

504

-504

-

530

-

530

Samenvatting ontwikkelingen

22

4 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) in 2024 en 2025 per gemeente opgenomen op basis van de mutaties in het financiële kader (zie hoofdstuk 2) en ontwikkelingen (zie hoofdstuk 3).

Tabel 14 Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Gemeente

Bijdrage GBTP begroting VRU 2024

Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds (§ 2.1)

Stelpost loonaanpassing 2024a (§ 2.3)

Prijsaanpassing 2024a (§ 2.4)

Prijsbijstelling BDuR (§ 2.6)

Ontwikkeling brandweerzorg A'foort 2024a (§ 3.1)

Incidentele dekking 2024a (§ 3.1)

Bijdrage GBTP begroting VRU 2024a

Bijstelling compensatiemechanisme (§ 2.2)

Stelpost loonaanpassing 2025 (§ 2.3)

Prijsaanpassing 2025 (§ 2.4)

Stelpost prijsbijstelling BDuR (§ 2.6)

Ontwikkeling brandweerzorg A'foort 2025 (§ 3.1)

Bijdrage GBTP begroting VRU 2025

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

10.956 1.863 1.079 1.285 3.179 3.081 660 2.739 1.964 1.937 916 924 4.084 685 386 1.332 3.169 4.595 30.750 3.691 3.610 3.822 1.692 3.495 829 4.624

-4 -24 9 2 -39 -12 -4 2 -25 8 -6 -10 4 -4 -2 -11 -35 -36 294 -39 -18 15 -24 -29 16 -27

210 34 20 24 56 55 12 58 40 37 16 16 81 12 7 24 58 81 586 64 84 67 29 64 15 86

154 25 15 17 41 41 9 43 29 27 12 12 60 9 5 18 43 60 431 47 62 50 22 47 11 63

-70 -11 -7 -8 -19 -18 -4 -19 -13 -12 -5 -5 -27 -4 -2 -8 -19 -27 -195 -21 -28 -22 -10 -21 -5 -29

57 9 5 7 15 15 3 16 11 10 4 4 22 3 2 7 16 22 161 18 23 18 8 18 4 24

-57 -9 -5 -7 -15 -15 -3 -16 -11 -10 -4 -4 -22 -3 -2 -7 -16 -22 -161 -18 -23 -18 -8 -18 -4 -24

11.246 1.888 1.115 1.321 3.218 3.146 672 2.823 1.995 1.997 932 937 4.203 698 393 1.355 3.215 4.673 31.866 3.742 3.710 3.932 1.709 3.556 866 4.717

158 -7 -8 -6 -31 -28 -7 18 -1 -14 -12 118 -8 -6 -5 -12 -49 -49 46 -52 -21 -10 -8 -9

465 76 44 53 125 123 26 129 89 81 35 36 181 27 15 54 129 181 1.301 142 186 150 65 143 34 191

103 17 10 12 28 27 6 29 20 18 8 8 40 6 3 12 29 40 289 32 41 33 14 32 7 42

-26 -4 -2 -3 -7 -7 -1 -7 -5 -4 -2 -2 -10 -1 -1 -3 -7 -10 -72 -8 -10 -8 -4 -8 -2 -11

60 10 6 7 16 16 3 17 12 11 5 5 23 3 2 7 17 23 169 19 24 19 8 19 4 25

12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955

Totaal

97.347

-

1.838

1.352

-611

504

-504

99.926

-

4.078

905

-225

530

105.214

23

5 Vergoeding individueel gemeentelijke pluspakket (IGPP) In tabel 15 is per gemeente de ontwikkeling van de vergoeding voor het gemeentelijk pluspakket (IGPP) opgenomen. Vanaf 2018 zijn de taakuitvoeringsovereenkomsten (TUO’s) afgesloten voor onbepaalde tijd. Voor 2024 en 2025 gaan we daarom uit van voortzetting van de plustaken. De vergoedingen voor 2024 en 2025 kunnen nog veranderen als er tussentijds nog wijzigingen in de TUO’s worden doorgevoerd. Tabel 15: ontwikkeling vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) 4 Bedragen x € 1.000

Gemeente

Mutatie TUO Vergoeding IGPP Mutatie TUO Vergoeding IGPP begroting VRU incl. loon- & prijskaders VRU incl. loon- & prijs- Vergoeding IGPP 2024a aanpassing 2025 kaders VRU 2025 2024 aanpassing 2024

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist *

507 27 21 33 63 17 21 85 1.091 104 72 166 10 155 1.078

18 1 2 -14 0 1 1 4 33 2 8 1 1 5 -6

525 28 23 20 64 17 22 89 1.124 106 80 167 11 160 1.072

15 1 1 1 -1 0 1 4 -389 1 -4 1 1 5 28

540 29 24 20 63 18 23 93 734 106 76 167 12 165 1.100

Totaal

3.448

57

3.506

-336

3.169

* De indexatiemethodiek van het maatwerkpakket (met betrekking tot de erfpachtovereenkomst) van de gemeente Zeist wijkt voor 2024 af van de systematiek van algemene prijsaanpassing die de VRU hanteert (paragraaf 2.1). Dit verklaart de prognose van de negatieve mutatie bij de geactualiseerde begroting 2024 voor de gemeente Zeist. Voor 2025 is vooralsnog uitgegaan van de algemene prijsaanpassing, omdat het specifieke indexcijfer voor dit jaar nog niet beschikbaar is.

4 De berekening van de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) betreft een prognose en kan bij het opstellen van de begroting nog wijzigen ten opzichte van deze kaders op basis van de dan geldende maatwerkafspraken en vergoedingen.

24

6 Bijlagen 6.1

Bijlage 1 bedragen GF onderdeel Brandweer & rampenbestrijding per gemeente

Tabel 16 Bedragen x € 1.000

Bedrag subcluster Brandweer en Rampenbestrijding 2023 2024 % (SC 2023) (SC 2022) mutatie

2023 (SC 2022)

% mutatie

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

12.860 2.113 1.200 1.454 3.496 3.401 724 3.564 2.475 2.238 976 999 4.990 748 410 1.513 3.596 5.028 35.580 3.977 5.156 4.114 1.833 3.987 911 5.296

2,9% 1,6% 3,8% 3,1% 1,6% 2,5% 2,3% 3,0% 1,7% 3,4% 2,2% 1,7% 3,1% 2,4% 2,3% 2,1% 1,8% 2,1% 3,9% 1,8% 2,6% 3,4% 1,4% 2,1% 5,0% 2,3%

13.236 2.148 1.245 1.500 3.553 3.487 740 3.672 2.518 2.314 997 1.016 5.142 765 419 1.545 3.661 5.134 36.983 4.049 5.287 4.253 1.858 4.069 957 5.421

13.563 2.229 1.265 1.534 3.687 3.587 764 3.759 2.611 2.360 1.029 1.054 5.262 789 432 1.596 3.793 5.303 37.525 4.195 5.437 4.339 1.933 4.205 961 5.586

Totaal

112.640

3,0%

115.971

118.796

Gemeente

6.2

Prognose 2024 (SC 2023)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/571/documents/17700