CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B03. Bezwaarschrftencommissie, Advies bezwaar Stichting 1575 gemeenteraad_Woo_ def_(geanonimiseerd).pdf

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5: Vastellen wijze van afdoening van de ingekomen stukken2.054 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

BEZWAARSCHRIFTENCOMMISSIE GEMEENTE OUDEWATER Advies Aan de gemeenteraad van de gemeente Oudewater Waardsedijk 219 3421 NE Oudewater

Onderwerp

Advies inzake het bezwaarschrift van Stichting 1575 gevestigd te Oudewater vertegenwoordigd door de heer J. I. M. Sluijs (hierna: bezwaarmaker) gericht tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oudewater van 5 februari 2026 (hierna: het bestreden besluit). Met dit besluit heeft de gemeenteraad besloten het verzoek tot verdere opheffing van de geheimhouding van de intentieovereenkomst tussen de gemeente Oudewater en Stichting Beheer Zwembad Oudewater (SBZO) af te wijzen. ,

,

,

Geachte raad

,

Tijdens de op 6 mei 2026 gehouden hoorzitting heeft de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Oudewater bovengenoemd bezwaarschrift behandeld. Het verslag van de hoorzitting is als bijlage bij dit advies gevoegd. De commissie overweegt het volgende:

Ontvankelijkheid

Vormvereisten In artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de vereisten opgenomen waaraan een bezwaarschrift dient te voldoen. Het bezwaarschrift bevat de naam en het adres van de indiener een dagtekening een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. Daarmee voldoet het bezwaarschrift aan de gestelde vormvereisten. ,

,

Op grond van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Het bestreden besluit is genomen op 5 februari 2026. Het bezwaarschrift is op 11 februari 2026 ontvangen en derhalve tijdig ingediend.

Belanghebbendheid Op grond van artikel 1:2 van de Awb wordt als belanghebbende aangemerkt degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Nu het bestreden besluit is genomen naar aanleiding van een door bezwaarmaker zelf ingediend Woo-verzoek is zijn belang rechtstreeks betrokken bij het besluit. ,

De commissie is van oordeel dat bezwaarmaker kan worden aangemerkt als belanghebbende en dat hij ontvankelijk is in zijn bezwaar. Inhoud van het bezwaar De aangevoerde bezwaren komen neer op het volgende: 1. Volgens bezwaarmaker had de geheimhouding van de intentieovereenkomst verder moeten worden opgeheven omdat sprake is van een project met een groot publiek en maatschappelijk belang ; 2. Bezwaarmaker stelt dat onvoldoende is gemotiveerd welke onderdelen van de intentieovereenkomst geheim blijven en op welke gronden dit gebeurt ; 3. Volgens bezwaarmaker is volledige geheimhouding disproportioneel en zijn minder ingrijpende alternatieven onvoldoende onderzocht ; 4. Bezwaarmaker voert aan dat gelet op de betrokkenheid van publieke middelen en mogelijke financiële risico’s voor de gemeente extra transparantie noodzakelijk is voor een goede democratische controle ; 5. Volgens bezwaarmaker is het bestreden besluit in strijd met het uitgangspunt van openbaarheid zoals neergelegd in de Wet open overheid. ,

,

,

Het bestreden besluit Op 7 augustus 2025 heeft bezwaarmaker een verzoek op grond van de Woo ingediend. In dit verzoek heeft bezwaarmaker onder meer verzocht om openbaarmaking van de intentieovereenkomst tussen de gemeente Oudewater en Stichting Beheer Zwembad Oudewater (SBZO) alsmede de daarbij behorende documenten en correspondentie. ,

Omdat op de intentieovereenkomst geheimhouding rust en deze overeenkomst met de gemeenteraad is gedeeld diende de gemeenteraad op grond van artikel 89 vierde lid van de Gemeentewet te beslissen over het verzoek tot opheffing van de geheimhouding. ,

,

,

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de gemeenteraad besloten het verzoek tot verdere opheffing van de geheimhouding af te wijzen. Daarbij heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat de intentieovereenkomst bedrijfs- en concurrentiegevoelige informatie bevat waaronder exploitatiebegrotingen bouwkosten financiële afspraken en informatie die samenhangt met het businessmodel van SBZO. ,

,

,

Volgens de raad kan openbaarmaking van deze gegevens de belangen van SBZO en betrokken partijen schaden en nadelige gevolgen hebben voor de verdere ontwikkeling van het project en de samenwerking tussen de gemeente en SBZO. De raad heeft daarbij van belang geacht dat reeds eerder in 2021 een gedeeltelijke opheffing van de geheimhouding heeft plaatsgevonden en dat uitsluitend de bedrijfs- en concurrentiegevoelige informatie vertrouwelijk is gebleven. ,

,

Juridisch kader Op grond van artikel 89 vierde lid van de Gemeentewet duurt de verplichting tot geheimhouding voort indien informatie waarop geheimhouding rust aan de gemeenteraad is verstrekt totdat de raad deze geheimhouding opheft. ,

,

,

Op grond van artikel 4.1 eerste lid van de Woo kan eenieder een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan. Uitgangspunt van de Woo is dat overheidsinformatie openbaar is tenzij ,

,

,

een uitzonderingsgrond van toepassing is.

Op grond van artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder c van de Woo blijft openbaarmaking van informatie achterwege voor zover het bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. ,

,

,

Daarnaast blijft op grond van artikel 5.1 tweede lid aanhef en onder f van de Woo openbaarmaking van informatie achterwege voor zover het belang van bescherming van concurrentiegevoelige bedrijfsen fabricagegegevens zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. ,

,

,

Bij de toepassing van deze uitzonderingsgronden dient een belangenafweging plaats te vinden tussen enerzijds het belang van openbaarheid en anderzijds de belangen die door de uitzonderingsgronden worden beschermd. De commissie dient te beoordelen of de gemeenteraad gelet op de betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen besluiten het verzoek tot verdere opheffing van de geheimhouding af te wijzen. ,

,

Beoordeling De commissie stelt voorop dat in deze procedure ter beoordeling voorligt of de gemeenteraad in redelijkheid heeft kunnen besluiten het verzoek tot verdere opheffing van de geheimhouding van de intentieovereenkomst tussen de gemeente Oudewater en SBZO af te wijzen. De commissie overweegt dat het geschil in deze zaak betrekking heeft op de vraag of bepaalde onderdelen van de intentieovereenkomst openbaar dienen te worden gemaakt dan wel of de geheimhouding daarvan gehandhaafd mocht worde. Daarbij gaat het met name om financiële gegevens exploitatiebegrotingen bouwkosten financiële afspraken en informatie die samenhangt met de bedrijfsvoering en het businessmodel van SBZO. ,

,

,

,

Uit het bestreden besluit blijkt dat de gemeenteraad een belangenafweging heeft gemaakt tussen enerzijds het belang van openbaarheid en publieke controle en anderzijds het belang van bescherming van bedrijfs- en concurrentiegevoelige informatie. Daarbij heeft de raad van belang geacht dat

openbaarmaking van deze gegevens gevolgen kan hebben voor de positie van SBZO en het verdere verloop van het project rondom het nieuwe zwembad. De commissie zal hierna de aangevoerde bezwaargronden bespreken. 1. Openbaarheid en publiek belang Bezwaarmaker voert aan dat sprake is van een project met een groot publiek en maatschappelijk belang en dat openbaarheid daarom zwaarder zou moeten wegen dan vertrouwelijkheid. De commissie overweegt dat openbaarheid een belangrijk uitgangspunt vormt binnen de Woo. Dat neemt echter niet weg dat de Woo ook voorziet in uitzonderingsgronden ter bescherming van bedrijfsen concurrentiegevoelige informatie. De gemeenteraad heeft zich op het standpunt gesteld dat de intentieovereenkomst gegevens bevat over onder meer exploitatiebegrotingen bouwkosten financiële afspraken en informatie die samenhangt met het businessmodel van SBZO. Volgens de raad kan openbaarmaking van deze gegevens de belangen van SBZO en betrokken partijen schade en gevolgen hebben voor het verdere verloop van het project en de samenwerking tussen partijen. ,

,

De commissie kan deze belangenafweging volgen. Daarbij acht de commissie van belang dat reeds eerder in 2021 een gedeeltelijke opheffing van de geheimhouding heeft plaatsgevonden en uitsluitend de bedrijfs- en concurrentiegevoelige informatie vertrouwelijk is gebleven. ,

,

Daarnaast overweegt de commissie dat de intentieovereenkomst en de bijbehorende stukken in ongelakte vorm ook aan de commissie zijn verstrekt. De commissie heeft hierdoor kennis kunnen nemen van de inhoud van de stukken en vindt dat de raad afdoende heeft gemotiveerd waarom op dit moment het belang van geheimhouding zwaarder moet wegen dan het belang van openbaarmaking van de nog niet openbaar gemaakte financiële gegevens. De commissie is van oordeel dat de raad in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat het belang van bescherming van deze gegevens in dit geval zwaarder weegt dan het belang van verdere openbaarmaking. Deze bezwaargrond slaagt niet. 2. Motivering van het besluit Bezwaarmaker stelt dat onvoldoende is gemotiveerd welke onderdelen van de intentieovereenkomst geheim blijven en op welke gronden dit gebeurt. De commissie overweegt dat in het bestreden besluit en het onderliggende raadsvoorstel is toegelicht dat de geheimhouding betrekking heeft op bedrijfs- en concurrentiegevoelige informatie waaronder exploitatiebegrotingen bouwkosten financiële afspraken en informatie over de bedrijfsvoering van ,

,

,

SBZO. Daarnaast is in het besluit verwezen naar de toepasselijke uitzonderingsgronden uit artikel 5. 1 van de Woo. Naar het oordeel van de commissie heeft de raad hiermee voldoende inzichtelijk gemaakt waarom verdere openbaarmaking op dit moment niet wenselijk wordt geacht. De commissie ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Deze bezwaargrond slaagt niet. 3. Proportionaliteit van de geheimhouding Bezwaarmaker voert aan dat volledige geheimhouding disproportioneel is en dat minder ingrijpende alternatieven onvoldoende zijn onderzocht. De commissie overweegt dat uit de stukken blijkt dat reeds eerder een gedeeltelijke opheffing van de geheimhouding heeft plaatsgevonden. Daarbij is een deel van de informatie openbaar gemaakt en is

uitsluitend de informatie die als bedrijfs- en concurrentiegevoelig wordt aangemerkt vertrouwelijk gebleven. ,

,

De commissie is van oordeel dat hiermee reeds toepassing is gegeven aan een minder verstrekkende maatregel dan volledige geheimhouding van de overeenkomst. Gelet op de aard van de nog vertrouwelijke informatie heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat verdere openbaarmaking op dit moment niet proportioneel is. Deze bezwaargrond slaagt niet. 4. Democratische controle en publieke middelen Bezwaarmaker voert aan dat gelet op de betrokkenheid van publieke middelen en mogelijke financiële risico’s voor de gemeente extra transparantie noodzakelijk is voor een goede democratische controle. ,

,

De commissie overweegt dat de democratische controle in beginsel plaatsvindt binnen de gemeenteraad zelf. Het is bekend dat de raad kennis heeft kunnen nemen van de onderliggende stukken waaronder de stukken waarop geheimhouding rust. ,

Daarnaast blijkt uit het bestreden besluit dat de raad een belangenafweging heeft gemaakt tussen het belang van openbaarheid en het belang van bescherming van concurrentiegevoelige financiële

informatie. De commissie begrijpt dat sprake is van een project met een publiek belang. Dat betekent echter niet dat alle onderliggende financiële gegevens zonder beperking openbaar dienen te worden gemaakt. De commissie is van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Deze bezwaargrond slaagt niet. 5. Strijd met het uitgangspunt van openbaarheid Bezwaarmaker stelt dat het bestreden besluit in strijd is met het uitgangspunt van openbaarheid zoals neergelegd in de Woo. De commissie overweegt dat openbaarheid het uitgangspunt vormt van de Woo maar dat de wet tevens voorziet in uitzonderingsgronden op grond waarvan openbaarmaking achterwege kan blijven. ,

Naar het oordeel van de commissie heeft de raad voldoende gemotiveerd dat in dit geval sprake is van bedrijfs- en concurrentiegevoelige informatie als bedoeld in artikel 5. 1 van de Woo en dat dit belang zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. De commissie acht het daarom niet onredelijk dat de raad heeft besloten de geheimhouding voor deze onderdelen te handhaven. De commissie ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in strijd is met de Woo. Deze bezwaargrond slaagt niet.

Conclusie De commissie is van oordeel dat de gemeenteraad in redelijkheid heeft kunnen besluiten het verzoek tot verdere opheffing van de geheimhouding van de intentieovereenkomst tussen de gemeente Oudewater en SBZO af te wijzen. De commissie heeft kennisgenomen van de gelakte onderdelen van het document en kan de door de raad gemaakte belangenafweging volgen. Daarbij acht de commissie van belang dat de nog niet openbaar gemaakte onderdelen van de intentieovereenkomst betrekking hebben op financiële gegevens exploitatiebegrotingen bouwkosten financiële afspraken en overige concurrentiegevoelige informatie. De commissie acht voldoende aannemelijk dat openbaarmaking van deze gegevens de belangen van SBZO en de gemeente kan schaden. ,

,

,

De commissie overweegt verder dat tijdens de hoorzitting namens de raad is toegelicht dat het niet is uitgesloten dat de raad zich op een later moment opnieuw over de geheimhouding zal buigen. Daarbij is aangegeven dat, bijvoorbeeld na afronding van het project of na verloop van tijd, opnieuw een belangenafweging kan worden gemaakt over de vraag of verdere openbaarmaking alsnog mogelijk is. De commissie begrijpt deze toelichting en acht het niet onredelijk dat de raad op dit moment, gelet op de huidige fase van het project en de inhoud van de stukken, nog aanleiding ziet om de geheimhouding te handhaven. De commissie ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd tot stand is gekomen. Advies Advies van de commissie aan de raad: 1. de bezwaarmaker ontvankelijk te verklaren, 2. de bezwaren ongegrond te verklaren, en 3. het bestreden besluit in stand te laten. Aldus

opgemaakt

op 26 mei 2026 te Oudewater,

De

bezwaarschriftencommissie

De

secretaris,

(geanonimise rd)

van

de gemeente

Oudewater,

(geanonimiseerd) mr.

M. Mehciz

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/736/documents/21633