A13.2 Ontwikkelperspectief Groene Hart-vs mei 2024 definitief_4.pdf
Tekst van het document
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 GEZAMENLIJKE AMBITIES EN UITGANGSPUNTEN 8 mei 2024
1
Colofon Penvoerder: Coördinatiebureau Groene Hart, Lysias Advies Datum:
8 mei 2024
Beelden:
Gemeente Krimpenerwaard
Fort Wierickerschans Lima Fotografie Bas ’t Hoen Fotografie Sjaak-Loef
Ministerie van Beeld
Groene Hart van Holland
1
Inhoudsopgave Samenvatting................................................................ 3 1.
4.2 De kwaliteiten van het Groene Hart.............................. 24 4.3 Water en bodem sturend . ............................................. 25
Inleiding.................................................................. 6
4.4 De landbouw..................................................................... 28
1.1 Groene Hart in transformatie. ..........................................6
4.5 Recreatie en toerisme. .................................................... 29
1.2 Gezamenlijke afspraken voor de toekomst . ..................7
4.6 Andere bedrijvigheid . ..................................................... 30
1.3 Doel en karakter van het Ontwikkelperspectief 1.0.......9
4.7 Wonen. .............................................................................. 31
1.4 Samenwerken als overheden......................................... 10
4.8 Natuur en biodiversiteit ................................................. 32
1.5 Leeswijzer ......................................................................... 11
2.
4.9 Mobiliteit en verbindingen.............................................. 33 4.10 Erfgoed en landschap...................................................... 34
Een onhoudbaar systeem: urgentie van een nieuw perspectief................................................ 12
4.11 Energieopwekking............................................................ 34 4.12 Drinkwatervoorziening.................................................... 35
2.1 Eeuwen van transformatie. ............................................ 12 2.2 Bodemdaling..................................................................... 13 2.3 Klimaatverandering . ....................................................... 14 2.4 Natuur en biodiversiteit.................................................. 15 2.5 Andere maatschappelijke opgaven............................... 15
3.
Randvoorwaarden............................................... 18 3.1 Wettelijke kaders en vastgestelde doelen.................... 18 3.2 Gebiedskenmerken. ........................................................ 20 3.3 Water en bodem sturend . ............................................. 21 3.4 Leefbaarheid en economische vitaliteit........................ 21
4.
Ontwikkelprincipes . ........................................... 23
5.
Naar een nieuw toekomstbeeld. ....................... 36
6.
Vervolgproces....................................................... 38
Bijlage 1. Geraadpleegde bronnen. .......................... 39 Bijlage 2. Vraagstukken en te maken keuzes. ........ 40 Bijlage 3. Suggesties onderzoeksagenda. ................ 42 Bijlage 4. Opties voor ophogen van de grondwaterstand in de veengebieden.... 44
4.1 Overzicht . ......................................................................... 23
2
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Samenvatting Het Groene Hart is een unieke en vitale regio die voor grote uitdagingen staat. Het gebied kent een eeuwenlange geschiedenis van mensen die het gebied met succes wisten te transformeren als reactie op de uitdagingen van hun tijd. Ook nu is een nieuw perspectief nodig voor het Groene Hart. Klimaatverandering, bodemdaling en teruglopende biodiversiteit maken dat het gebied wederom tegen natuurlijk, wettelijke en financiële grenzen aanloopt. Alleen met stevig ingrijpen en transformatie kan het Groene Hart inspelen op de impact van klimaatverandering, de bodemdaling remmen en biodiversiteit herstellen. De transformatie biedt ook kansen om het Groene Hart voor komende generaties leefbaar en vitaal te maken en te houden. De vier overheidslagen vertegenwoordigd in het Bestuurlijk Platform Groene Hart (rijk, provincies, gemeenten, waterschappen) hebben in 2022 afgesproken om in het kader van NOVEX Groene Hart gezamenlijk afspraken te willen maken voor de toekomst van het gehele gebied. In het voorliggende Ontwikkelperspectief 1.0 hebben zij daartoe gezamenlijke ambities en uitgangspunten opgenomen. Ook zijn er openstaande vragen en discussiepunten geagendeerd voor beleidsontwikkeling zoals de ruimtelijke voorstellen en omgevingsvisies. In volgende versies van het
3
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
ontwikkelperspectief neemt de mate van concreetheid van gebieds-
daar waar nodig, is hiervoor een onontkoombaar middel. Dat moet
en beleidsafspraken toe naarmate de op kennis gebaseerde
zo veel als mogelijk gebeuren in samenhang met het behouden en
inzichten groeien. Deze 1.0 versie is bedoeld als een advies aan
versterken van de groen-blauwe kwaliteit, de landschappelijke en
de aan het platform deelnemende partijen, dat beoogd richting
cultuurhistorische waarde van het Groene Hart en de leefbaarheid
te geven aan hun beleidsontwikkeling. Daarbij worden overigens,
en de economische vitaliteit. Van deelgebied tot deelgebied moeten
binnen de gemaakte afspraken, onderlinge verschillen en keuzes
op dit punt nadere keuzes worden gemaakt.
voor deelgebieden gerespecteerd.
Binnen de uitgangspunten beschrijft dit Ontwikkelperspectief
Uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van het Groene Hart zijn
1.0 een aantal ontwikkelprincipes om te hanteren binnen
bovenregionaal vastgestelde doelen zoals de klimaatdoelen (CO2, bodemdaling),de Kaderrichtlijn Water, de Vogel- en Habitatrichtlijn, de
Natuurherstelverordening
(inwerkingtreding
verwacht
in
2024) en de natuurdoelen vastgesteld in de overeenkomst van Kunming-Montreal. Ook gelden eerder vastgelegde afspraken voor het Groene Hart in de bestuursovereenkomst Groene Hart; het sturende karakter van de condities van water en bodem (water en bodem sturend) en het belang van maatschappelijk draagvlak.
gebiedsprocessen en ruimtelijke opgaven. Met name in de veenweidegebieden is het noodzakelijk de bodemdaling af te remmen. Dat beperkt mogelijkheden voor nieuwe woningbouw, voor industriële activiteiten en grootschalige infrastructuur. Ook de bestaande mogelijkheden voor landbouw worden in delen van het gebied beperkt, door verhoging van grondwaterstanden in delen van het veengebied en mede daarmee gepaard gaande verminderde zoetwaterbeschikbaarheid in bijvoorbeeld droogmakerijen. Voor de landbouw, de biodiversiteit, innovatieve woonvormen, de
Water en bodem zijn sturend voor de verdere ontwikkeling van het
recreatie-en toeristische sector en voor het midden- en kleinbedrijf
gebied. Vanuit dat vertrekpunt is het remmen van bodemdaling
ontstaan echter ook nieuwe perspectieven. In het bijzonder
in veengebieden een prioritaire opgave. Dit is zowel nodig om
voor de landbouw is steun van de overheid onontbeerlijk om de
de uitstoot van broeikasgassen te reduceren als om de door
noodzakelijke transitie te laten slagen. Ook de stedenring rond
bodemdaling veroorzaakte schade aan gebouwen en infrastructuur
het Groene Hart kan profiteren van de beoogde toename van de
te beperken. Verhoging van grondwaterstanden in veengebieden,
groen-blauwe en landschappelijke kwaliteit. Voorwaarde is wel
4
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 het vergroten van de bereikbaarheid van het gebied door een stelsel van kleinschalige voorzieningen en infrastructuur. Tenslotte moeten en kunnen ook de mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie worden versterkt. Binnen
de
hier
voor
benoemde
uitgangspunten
en
ontwikkelprincipes doen zich nog veel keuzemogelijkheden voor, die bovendien van deelgebied tot deelgebied kunnen verschillen. Het Ontwikkelperspectief 1.0 schetst daarvoor verschillende opties met de daaraan verbonden voor- en nadelen. Voortgaan op de huidige weg is echter geen optie, gelet op de gevolgen van klimaatverandering, noodzaak de bodemdaling te beperken, waterkwaliteit te verbeteren, de verzilting tegen te gaan en de toestand van de natuur te verbeteren. Het toekomstbeeld voor de lange termijn is uiteraard nog niet zeker. Maar wel leiden de uitgangspunten en de gekozen ontwikkelprincipes tot een toekomst van het Groene Hart met nog meer veerkracht, diversiteit en kwaliteit, zonder de leefbaarheid en de economische vitaliteit tekort te doen. De steun van de overheid voor de beoogde transitie is even onontbeerlijk als voorwaardelijk, ook voor draagvlak in het gebied. En omgekeerd is draagvlak in het gebied voor deze transitie onontbeerlijk; draagvlak zal er alleen zijn als er voor diegenen die daar wonen en werken een reeel perspectief is op leefbaarheid en economische vitaliteit, ook in de toekomst. In het verleden heeft het gebied zich echter altijd aan veranderende omstandigheden aan weten te passen. Dat zal ook in de toekomst zeker lukken.
5
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
1. Inleiding 1.1 Groene Hart in transformatie Het Groene Hart staat voor grote uitdagingen met de impact van klimaatverandering, bodemdaling, en dalende biodiversiteit. Wil het gebied in de toekomst leefbaar(der) en vitaal zijn voor inwoners, (agrarisch) ondernemers, recreanten en de natuur, dan zijn transformaties in het gebied onvermijdelijk. De landschapsbiografie van het Groene Hart laat zien dat mensen zich al eeuwenlang aanpassen aan de omstandigheden in het Groene Hart. De noodzakelijke transformatie biedt ook veel kansen en impulsen voor verbeteringen in de directe leef- en werkomgeving door knelpunten op te lossen en kwaliteit toe te voegen. Dit Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 bevat een eerste set ontwikkelprincipes voor hoe het gebied zich verder kan ontwikkelen en transformeren met de grote uitdagingen én kansen die er liggen.
6
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Dit leidt tot een toekomstbeeld 2050 met meerdere uitkomsten en
Uit het ontwikkelperspectief volgt een uitvoeringsagenda met
dat is ook passend gezien de diversiteit van landschappen, culturen
regionale investeringsagenda.
en economieën in het Groene Hart. De transformatie omvat ten minste de volgende drie onderdelen: de inhoudelijke opgaven, de samenwerking tussen gebiedspartijen en veranderingen ‘onder de motorkap’ (o.a. instrumentarium en houding). Het voorliggende Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 focust zich op de inhoudelijke opgaven.
1.2 Gezamenlijke afspraken voor de toekomst Directe aanleiding voor dit Ontwikkelperspectief 1.0 is de vraag van het kabinet aan de betrokken overheden bij NOVEX gebied Groene Hart om te werken aan een ontwikkelperspectief voor het Groene Hart. In het Rijksprogramma NOVEX werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. Om duidelijk te krijgen wat de ruimtevragers zijn en wat er ruimtelijk moet worden ingepast zijn de provincies door het kabinet gevraagd om de
In de bestuursovereenkomst NOVI Groene Hart (2022) hebben de
betrokken
overheden
(rijk,
provincies,
gemeenten
en
waterschappen die vertegenwoordigd zijn in het Bestuurlijk Platform Groene Hart, verder te noemen ‘de partijen’ bepaald om gezamenlijk afspraken te gaan maken voor het NOVEX gebied Groene Hart. Dit doen de partijen vanuit de deskundige kennis over het gebied. In de bestuursovereenkomst zijn klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit als grote opgaven gemarkeerd die veel impact hebben. Naast het realiseren van de internationale klimaaten biodiversiteitdoelen is het de ambitie de groene identiteit en het zelfstandig woon-werk en leefgebied van het gebied te vernieuwen en versterken. De betrokken bestuurders vinden het daarom van groot belang om gezamenlijk te werken aan de toekomstbestendigheid van dit gebied.
nationale opgaven en doelen ruimtelijk te vertalen in Ruimtelijke
In de bestuursovereenkomst is afgesproken om te komen tot lange
Voorstellen. Er zijn 16 aandachtsgebieden aangewezen, waaronder
termijnperspectieven voor het gebied, met inachtneming van de drie
het Groene Hart. De transities in deze gebieden zijn zo groot dat
kenmerkende gebiedseigenschappen (de bodemgesteldheid, het
hiervoor een apart ontwikkelperspectief moet worden opgesteld.
watersysteem en de landschappelijke kwaliteit). Er is geconstateerd
Die ontwikkelperspectieven moeten onderdeel zijn van en
dat de eisen die deze drie gebiedseigenschappen stellen strijdig
agenderend zijn aan de Ruimtelijke Voorstellen van provincies.
kunnen zijn. Daarom spraken de gezamenlijke overheden in het
7
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Groene Hart af de mogelijke dilemma’s met elkaar te bespreken en
gebied (PPLG), alle onderdeel van het NOVEX programma van
voor het omgaan daarmee prioriteiten willen stellen. Ook hebben
de Rijksoverheid. Ook is in de praktijk van de afgelopen jaren
zij afgesproken zich maximaal in te zetten om gezamenlijk tot
doorgegaan met experimenteren en met het ontwikkelen van
keuzen te komen voor lastige, (deelgebied overstijgende) opgaven.
het gebied, bijvoorbeeld in de Proeftuin Krimpenerwaard, de
In het afgelopen jaar zijn verschillende (ontwerpende) onderzoeken
proeftuin Veenweiden en de reconstructie Kanis.
uitgevoerd naar thema’s voor het gebied. Ook is met inbreng
plekken in het gebied gaat dit experimenteren met de aanpak van
van experts een Toekomstperspectief voor het gebied (verder
de opgaven die in dit Ontwikkelperspectief 1.0 benoemd zijn door
te noemen het deskundigenrapport) opgesteld. De adviezen
zoals bijvoorbeeld binnen de polderaanpak Klimaatslim Boeren
uit dit deskundigenrapport en de ontwerpende onderzoeken
op Veen (bv de Meijepolder-laag) en de gebiedsaanpak Boer aan
zijn benut voor dit Ontwikkelperspectief. Daarnaast hebben
het Roer (bv gebiedsproces De Ronde Hoep), op het Veenweide
betrokken partijen doorgewerkt aan eigen beleidsnotities, zoals
innovatiecentrum Zegveld, in Westergouwe en bij Circulaire
de Ruimtelijke Voorstellen en provinciale programma’s landelijk
bedrijventerreinen.
Op tal van
8
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
De analyse van bestaande en in ontwikkeling zijnde beleidsnotities,
algemeen een volgende gezamenlijk stap om te komen tot richting
de uitgevoerde onderzoeken en recente gesprekken met diverse
en keuzes voor het gebied. Het document bevat daartoe een aantal
belanghebbenden (overheden en niet-overheden) vormen de
randvoorwaarden en ontwikkelprincipes voor de toekomst.
bouwstenen voor het Ontwikkelperspectief 1.0. Dit document is in samenwerking met een ambtelijke werkgroep van het bestuurlijk platform voorbereid door het Coördinatiebureau Groene Hart.
Deze principes bevatten uitspraken voor de ontwikkeling van het Groene Hart, met oog voor de samenhang van verschillende thema’s. Zij moeten helpen richting te geven hoe partijen willen
Een eerste versie van Ontwikkelperspectief 1.0 is tussen eind
omgaan met de fundamentele en overstijgende opgaven op het
september en medio november 2023 voorgelegd aan de
gebied van water en bodem, landbouw, economie, wonen, energie,
ondertekenaars van de bestuursovereenkomst Groene Hart en de
natuur en biodiversiteit en mobiliteit. De bedoeling is vervolgens dat
maatschappelijke klankbordgroep. Hen is gevraagd te reflecteren
de betrokken vier overheidslagen de ontwikkelprincipes betrekken
op deze conceptversie. Het ontvangen commentaar heeft geleid tot
bij verdere beleidsvorming binnen de eigen organisaties.
aanpassing van de concept-versie en is vervolgens, inclusief een nota van toelichting, aangeboden aan de bestuurders van het Bestuurlijk Platform Groene Hart. Het platform heeft vervolgens op 15 december, met enkele aanpassingen, het Ontwikkelperspectief 1.0. vastgesteld. Daarmee is ook voldaan het verzoek van het Rijk om als NOVEX-gebied in 2023 een Ontwikkelperspectief op te leveren.
Het
Ontwikkelperspectief
1.0
levert
daarmee
bijvoorbeeld
bouwstenen voor bijvoorbeeld de Provinciale Programma’s Landelijk Gebied, de Ruimtelijke Voorstellen van de provincies in het kader van de Nota Ruimte, de gemeentelijke omgevingsplannen, de (op te stellen of te actualiseren) peilbesluiten van de waterschappen en de gebiedsprocessen die op tal van plaatsen gaande zijn. Daarbij
1.3 Doel en karakter van het Ontwikkelperspectief 1.0
kan het volgende worden opgemerkt:
De aanleiding om het Ontwikkelperspectief 1.0 op te stellen is om
a) het Ontwikkelperspectief is voor de overheden die bij het
een bijdrage te leveren aan de invulling van het Rijksprogramma
Bestuurlijk Platform betrokken zijn niet dwingend. Het is een
NOVEX (zie par.1.2). Het ontwikkelperspectief is voor de partijen
(richtinggevend) advies. Wel is het uitgangspunt dat afwijkingen
van het Bestuurlijk Platform Groene Hart echter ook meer in het
goed worden gemotiveerd;
9
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
b) het Ontwikkelperspectief zet op sommige punten voor de lange termijn een ‘stip op de horizon’, waarnaar in de loop der tijd moet worden toegewerkt. Gedurende die tijd kunnen de omstandigheden in verschillende opzichten veranderen. Bijvoorbeeld omdat de aard van het betreffende vraagstuk
1.4 Samenwerken als overheden In de Bestuursovereenkomst is erkend dat alle overheidslagen noodzakelijk zijn om inhoudelijk afspraken te doen slagen. Er is afgesproken samen te werken op basis van gelijkwaardigheid en partnerschap. Vanuit de gevoelde verantwoordelijkheid voor
verandert. Of omdat zich oplossingen aandienen die nu
het gehele Groene Hart willen alle partijen meedenken over de
nog niet beschikbaar zijn. De omstandigheden kunnen ook
ontwikkeling van het gebied als geheel, ook waar het niet het
veranderen omdat niet aan de voorwaarden is voldaan om het
eigen grondgebied betreft. Daarbij staat de totale opgave centraal;
probleem op te lossen. De problematiek van het peilbeheer in
die opgave ontstijgt het grondgebied van de individuele partijen.
het veenweidegebied is hiervan een voorbeeld. (zie ook par 2.2);
Bovendien is afgesproken eigen initiatieven op verschillende
c) het Ontwikkelperspectief is niet in beton gegoten. Ten eerste zijn in bijlage 2 vraagpunten geformuleerd, waarop nog antwoord moet komen en waar nadere keuzes nodig zijn. Ook moet op een aantal punten nader onderzoek plaats vinden en moet kennis worden verzameld om besluiten te kunnen nemen. Ten derde zal gaandeweg praktijkervaring worden opgedaan, wat eveneens aanleiding kan geven om de huidige ontwikkelprincipes aan te passen of te verdiepen (zie ook par.6.1).Tenslotte verschillen de
schaalniveaus met elkaar te bespreken en zo nodig aan te passen. Ook zullen zij elkaar rechtstreeks aanspreken op het leveren van de noodzakelijke prestaties, het nakomen van gemaakte afspraken. Zij zullen elkaar bovendien helpen en ondersteunen. Iedere overheid functioneert vanuit de eigen rol en taakopvatting en draagt geen bevoegdheden over aan het Bestuurlijk Platform Groene Hart. Ook kunnen binnen de gemaakte afspraken verschillen tussen gebieden tot verschillende keuzes leiden; dat wordt gerespecteerd. Wel willen de overheden in het gebied werken
verschillende deelgebieden van het Groene Hart van elkaar, als
vanuit de één overheidsgedachte. De inwoners en ondernemers van
gevolg waarvan de invulling van het Ontwikkelperspectief van
het gebied en niet-overheidsorganisaties mogen verwachten dat
deelgebied tot deelgebied zal verschillen.
de overheden eenduidige opvattingen hebben over de wenselijke
10
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
ontwikkelingen voor het Groene Hart en gezamenlijk werken aan het realiseren daarvan. Waarbij rekening gehouden wordt met de impact van voorgestelde ontwikkelingen.
1.5 Leeswijzer Dit Ontwikkelperspectief 1.0 start (H2) met de reden voor het schrijven van dit Ontwikkelperspectief 1.0: het huidige systeem is onhoudbaar en overschrijdt de grenzen van het natuurlijke, wettelijke en/of financiële systeem. Hoofdstuk 3 beschrijft de randvoorwaarden voor het ontwikkelperspectief, hoofdstuk 4 de ontwikkelprincipes voor de toekomst en de vraagstukken die per thema spelen. Hoofdstuk 5 geeft een beeld waar toepassing van de ontwikkelprincipes in het gebied toe kan leiden. Hoofdstuk 6 beschrijft het vervolgproces. Het document bevat tot slot een overzicht van onderliggende bronnen voor dit Ontwikkelperspectief 1.0 (bijlage 1), een eerste overzicht van vraagstukken die nog open liggen (bijlage 2), suggesties uit de consultatieronde voor een onderzoeksagenda (bijlage 3) en een beeld van opties voor verhoging van de grondwaterstanden, en de doorwerking daarvan op andere ruimtelijke aspecten in het gebied (bijlage 4).
11
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
2. Een onhoudbaar systeem: urgentie van een nieuw perspectief
naar hun hand zetten. Denk daarbij aan de eerste ontginningen
2.1 Eeuwen van transformatie
en schaalvergroting in de landbouw in de 21ste eeuw. Al deze
Het Groene Hart is belangrijk gebied en waardevol landschap met een eigen identiteit in het ‘hart’ van de omliggende Randstad. Het gebied vormt landelijk de as tussen de kust, het rivierengebied en het IJsselmeer, met daarbij de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinies (UNESCO werelderfgoed) die dwars door het gebied lopen. Midden in de rivierendelta van Noordwest Europa neemt het gebied een belangrijke positie in. Het is ook een gebied waar volop wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Vanaf 1958 streven overheden ernaar het open, uitgestrekte en groene karakter van het Groene Hart te koesteren. Het doel destijds was om het gebied te behouden als tegenhanger, als een groen uitloopgebied vol waternetwerken, voor de omringende steden. Deze visie heeft er tot op heden voor gezorgd dat het gebied zijn bijzondere kenmerken heeft weten te
in de Middeleeuwen, vervolgens de turfwinning, het droogleggen van de droogmakerijen, de waterlinies tot aan de ruilverkaveling transformaties zijn ingezet om een crisis, vaak economisch gedreven, het hoofd te bieden. Ook nu staat het gebied voor fundamentele opgaven. Bodemdaling, klimaatverandering en teruglopende biodiversiteit maken dat het gebied wederom tegen natuurlijke, wettelijke en/of financiële grenzen aanloopt. Doorgaan op de huidige weg is onhoudbaar. Daar komt bij dat er ook andere opgaven liggen op het gebied van wonen, economie, recreatie, mobiliteit, energie en drinkwater om het Groene Hart in relatie met de stedelijke omgeving leefbaarder en vitaler te maken. Opgeteld vragen deze opgaven om meer ruimte dan er is. Extensivering van de landbouw én extra woningbouwlocaties én extra waterbergingslocaties én extra bedrijventerreinen én meer ontsluitingsroutes past simpelweg niet. Dit vraagt om meervoudig ruimtegebruik, een scherp oog houden
behouden. Het gebied is een cultuurlandschap, waarin mensen het
voor kwaliteit en harde keuzes. Kortom: wederom is het nodig om
landschap door de eeuwen heen naar hun hand hebben gezet. Het
gezamenlijk een transitie in het Groene Hart in gang te zetten om
gebied is door de geschiedenis heen voortdurend in transformatie
tot nieuw perspectief te komen voor de opgaven die we te lang
geweest . Deze geschiedenis wordt gekenmerkt door mensen
voor ons uit hebben geschoven. Hieronder worden deze opgaven
die het water- en bodemsysteem benutten en het landschap
kort geschetst.
1
1
Biografie Groene Hart, Steenhuis/Meurs 2019
12
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
2.2 Bodemdaling Afgelopen eeuwen zijn voor de agrarische productie de veengebieden ontwaterd. Eenmaal aan de lucht blootgesteld, verteert het veen door een proces dat oxideren wordt genoemd. De oxidatie van veen zorgt jaarlijks voor 2-3 % van de totale uitstoot van CO2-emissie in Nederland. In de Klimaatwet is vastgelegd dat in de veenweiden deze emissies moeten worden verminderd. Een belangrijk deel van deze reductie opgave moet in het Groene Hart worden gerealiseerd (zie H3 ‘Randvoorwaarden’). Daarnaast leidt oxidatie van het veen in landelijk gebied en belasting van de slappe ondergrond in bebouwd gebied (zetting) tot bodemdaling, een proces dat wordt versneld door verdergaande ontwatering en daling van grondwaterstanden. Bodemdaling leidt tot schade aan gebouwen en infrastructuur in zowel landelijk als stedelijk gebied, tot een toename van verzilting en opbarsting (en daarmee tot schade aan de landbouw en natuur), tot stijgende kosten van het waterbeheer en verslechtering van de waterveiligheid (zeespiegelstijging, beheer en ruimtebeslag dijken). Verlaging van de grondwaterstanden bij bodemdaling leidt weer tot verdere oxidatie en bodemdaling, waardoor bodemdaling en oxidatie blijven voortduren.
weg, met alle maatschappelijke kosten van dien. Daarnaast moet de CO2-uitstoot worden beperkt om de klimaatdoelen te halen en om verdere klimaatschade te voorkomen. Op sommige plekken in het Groene Hart zijn de veenpakketten relatief dun, maar op anderen plekken nog meters dik. Zonder grondwaterstanden te verhogen of niet verder te laten meebewegen met de bodemdaling (peilfixatie), blijft de bodemdaling en bijgaande oxidatie doorgaan. Door het verhogen van grondwaterstanden in het veen kan het proces van oxidatie en inklinking sterk worden afgeremd. Door veen nat te houden wordt het niet aan de lucht blootgesteld en wordt oxidatie voorkomen. Bij het voorgaande passen overigens wel twee aantekeningen: •
verhoging van de grondwaterstanden kan worden bewerkstelligd door verhoging van het aangrenzende oppervlaktewaterpeil, vast te leggen in peilbesluiten. Dat is echter niet voldoende om de gewenste verhoging van de grondwaterstand te bewerkstelligen. Daarom wordt additioneel ingezet op de toepassing van waterinfiltratiesystemen om grondwaterstanden op de veenweidepercelen te verhogen. Het hangt van lokale omstandigheden af hoe groot dit additionele effect is. Andere
Zowel het huidige tempo van oxidatie als van de bodemdaling in het
additionele maatregelen( zoals ‘klei in veen’) bevinden zich nog
gebied zijn in de toekomst niet houdbaar. Land zakt steeds verder
in het stadium van onderzoek;
13
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
•
de zakkingsproblematiek in het landelijk gebied is wezenlijk anders dan die in het stedelijke gebied. Daar is veenoxidatie veel minder een probleem, omdat het verharde oppervlak voorkomt dat het veen aan de lucht wordt blootgesteld. In stedelijk gebied wordt de zakking met name veroorzaakt door het gewicht van wegen en straten (met daarin de kabels, leidingen en riolering). Dit noemen we zetting.
Het voorgaande neemt niet weg dat ingrijpen in het water en bodemsysteem onvermijdelijk is, zowel in het landelijk als in het stedelijk gebied.
2.3 Klimaatverandering Klimaatverandering zorgt wereldwijd voor langere periodes van droogte. Dat kan in het Groene Hart tot problemen leiden. Het gehele gebied is voor peilbeheer afhankelijk van de inlaat van zoetwater uit de grote rivieren. Die inlaat staat onder druk door een veranderend afvoerpatroon van de rivieren. In de droge zomer van 2018 kon er net genoeg zoet water ingelaten worden om de waterpeilen te handhaven. Als de beschikbaarheid van zoetwater verder afneemt en de vraag toeneemt (bijvoorbeeld door vernatting van het veenweidegebied), dan zullen tekorten ontstaan. Het inlaten van brak water kan dan schade aanrichten aan andere functies (bijvoorbeeld landbouw en natuur), en met
14
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
een risico dat de doelen van de Kaderrichtlijn Water) niet worden
waterkwaliteit in het Groene Hart (evenals de rest van Nederland)
gehaald. Daarnaast wordt in het Groene Hart zoet water ingelaten
staat onder druk door meststoffen, gebiedsvreemd water (o.a.
om verzilting te bestrijden, in het bijzonder in de droogmakerijen.
bij waterinlaat), veenoxidatie en moddervorming. Daarnaast is
Door hun lage ligging is het grondgebruik in de droogmakerijen in
verdroging van natuurgebieden een probleem. Het verhogen van
het bijzonder kwetsbaar in tijden van een tekort aan zoet water.
grondwaterstanden in veengebieden komt niet automatisch ten
Tenslotte kan een tekort aan zoet water ook leiden tot problemen
goede aan de huidige natuurdoelen en ook niet aan de waterkwaliteit.
voor de drinkwatervoorziening.
Een tijdelijke verslechtering van de waterkwaliteit door uitspoeling
Ook waterbergingscapaciteit is een opgave voor het gebied. Piekbuien en extreme neerslag als gevolg van klimaatverandering zorgen voor wateroverlast bij beperkte mogelijkheden voor waterberging. Daarnaast zorgen ze voor afwenteling op lagergelegen gebieden en/of overbelasting van watergangen en gemalen. Hogere grondwaterstanden leiden tot minder waterbergingscapaciteit. De sloten staan dan vol en de grond is dan al verzadigd.
2.4 Natuur en biodiversiteit In het gebied staan natuur en biodiversiteit onder druk. Natura
is mogelijk. De natuur en biodiversiteit zal met extensivering van het ruimte gebruik een positieve ontwikkeling kennen en zal zich aanpassen aan nieuwe fysieke omstandigheden. Het behouden van huidige natuurdoelen kan moeilijk worden vanwege de klimaatveranderingen en verhoging van de grondwaterstanden in het veengebied, maar het streven is naar meer biodiversiteit in het gebied en niet alleen het behouden van de huidige soorten.
2.5 Andere maatschappelijke opgaven Het Groene Hart heeft naast de hiervoor genoemde vraagstukken ook andere opgaven om aan te werken. De provincies Zuid-Holland,
2000 instandhoudingsdoelen, die voortkomen uit de Vogel- en
Utrecht en Noord-Holland (MRA) hebben bij elkaar opgeteld
Habitatrichtlijn (VHR), worden in de Natura 2000-gebieden nog
een woningbouwopgave van 500.000 woningen voor 2030. Er is
niet gehaald. Daarnaast loopt de realisatie van het Natuurnetwerk
grote behoefte aan uiteenlopende woonmilieus. Ook binnen het
Nederland (NNN) achter. Ook voldoet in vrijwel het gehele
Groene Hart is sprake van een nijpend woningtekort, waarbij
Groene Hart het oppervlaktewater niet aan de Kaderrichtlijn
vooral jonge gezinnen niet kunnen wonen in de gemeenschappen
Water (KRW). In 2027 moet Nederland aan de KRW voldoen. De
waar ze zijn opgegroeid, mede omdat er onvoldoende passende
15
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
“schuifruimte” is voor inwoners die noodgedwongen in relatief te
De toekomst van gangbare landbouw staat op veel plekken in
grote grondgebonde woningen wonen. Ook zal de economie van
het Groene Hart onder druk. De melkveehouderij draagt zorg
het Groene Hart, gelet op haar aard en potentie sterk afhankelijk
voor een deel van onze voedselvoorziening en is daarnaast
blijven van (een toenemend aantal) arbeidsmigranten en (tijdelijke)
beheerder van het gewaarde open landschap van het Groene
vluchtelingen die ook gehuisvest moeten worden.
Hart. De combinatie van verhoging van grondwaterstanden om
Voor de inwoners van het Groene Hart en de steden er omheen is
bodemdaling tegen te gaan, van verzilting en van de noodzaak tot
het belangrijk om in de directe omgeving te kunnen ontspannen door te wandelen, fietsen, varen. Toegang tot groen blijkt een belangrijke factor te zijn voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Onderzoeken tonen aan dat met name in de Natura-2000 gebieden de recreatiedruk te hoog is wat een negatief effect heeft op de natuur en dat het Groene Hart onvoldoende ‘doorwaadbaar
biodiversiteitsherstel en gezondere bodems leggen, gevoegd bij het stikstofdebat, echter druk op de agrarische sector. Landelijk beleid waarop de landbouw moet anticiperen is al op diverse thema’s ingezet zoals de kringlooplandbouw, bossenstrategie, eiwitstrategie, de uitkoopregelingen en andere programma’s met betrekking tot weidevogels, deltaplan biodiversiteitsherstel.
is. Als gevolg van de toename van inwoners in- en rond het Groene Hart neemt de recreatiedruk alleen maar toe. Er ligt een belangrijke opgave om recreatie en toerisme, zowel locaties, gebieden als de toegang daartoe integraal mee te nemen in de gebiedsopgaven. Het Groene Hart heeft geen afzonderlijke energieopgave gekregen in de beleidsdoelen. Landelijk moet in 2030 35 TwH op land zijn gerealiseerd. Naar verwachting volgt na 2030 weer een nieuwe/ extra doelstelling. Tegelijkertijd wordt ook naar het Groene Hart gekeken welke rol dit gebied kan vervullen in de opwekking van duurzame energie.
16
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Tegelijkertijd wordt momenteel ook nog hard gewerkt aan de uitwerking van de provinciale Programma’s Landelijk Gebied en is het Landbouwakkoord nog niet gereed. De landbouw staat daarmee ook in het Groene Hart voor een grote transitie. Dit zal leiden tot extensievere vormen van landbouw maar mogelijk ook naar andere typen verdienmodellen. Uit de Regionale Economische Analyse2 komt verder naar voren dat het Groene Hart een sterke economie heeft, waarbij beleid aansluit op de economische kracht van het gebied. Het Groene Hart is een productielandschap met landbouw, maakindustrie en veel MKBbedrijven. De landbouw is weliswaar zichtbaar in het landschap, maar het aandeel mensen dat in de landbouw werkt is desondanks relatief laag in vergelijking met andere sectoren in het Groene Hart. Volgens experts3 is het voor de toekomst van de overige economie belangrijk om te werken aan complexiteit van de economie en in te spelen op opkomende sectoren die passen bij het regionale economische profiel. Ook de transitie van de landbouw is voor de economie van het Groene Hart een belangrijk aandachtspunt. Jeroen Van Haaren, Frank van Oort, Ron Boschma, en Pierre-Alexandre Balland (2022), Ruimtelijk-economische analyse van het Groene Hart en de Peel 2
3
Toekomstperspectief Groene Hart (2023)
17
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
3. Randvoorwaarden Voor de toekomstige ontwikkeling van het Groene Hart geldt een aantal randvoorwaarden: wettelijke kaders en andere voor het gebied eerder vastgestelde doelen, een aantal specifieke gebiedskenmerken, en water en bodem sturend als leidend principe. Bovendien zijn ook leefbaarheid en economische vitaliteit randvoorwaardelijk voor de toekomst van het Groene Hart, ook
doel heeft gesteld om in 2050 voor NL als geheel klimaatneutraal te willen zijn. De Europese Commissie heeft klimaatneutraliteit in 2050 als doel gesteld voor Europa als geheel. Dit betekent dat in 2050 de ‘onvermijdelijke’ restemissies uit veenbodems en uit de veestapel elders moeten worden gecompenseerd (in binnen- of buitenland). Dit verhoogt de druk om deze restemissies in 2050 zo laag mogelijk te laten zijn.
om draagvlak te behouden en te vergroten voor toekomstige
In veengebieden zorgen niet alleen verkeer, bebouwing en
ontwikkeling. Hieronder worden deze randvoorwaarden nader
economische activiteiten voor CO2-uitstoot, maar ook bodemdaling
geschetst.
als gevolg van afbraak van het veen. De landelijke schatting van
3.1 Wettelijke kaders en vastgestelde doelen
de CO2-uitstoot uit veengebieden bedraagt 2 – 3 % van de totale Nederlandse emissie. In het klimaatakkoord is afgesproken
De volgende Europese en landelijke wettelijke kaders en
om voor 2030 landelijk minimaal 1 megaton CO2-eq uitstoot uit
vastgestelde doelen zijn voor het Groene Hart in het bijzonder
veengebieden te reduceren. Deze is provinciaal toebedeeld: Zuid-
relevant. Daarnaast dient in de planvorming ook rekening te worden
Holland = 0,21; Noord-Holland = 0,09 en Utrecht = 0,09 Mton.
gehouden met de beleidskaders van de decentrale overheden. Klimaatmitigatie en adaptatie In het Klimaatakkoord (2019) is bepaald dat in 2030 landelijk 49% van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 gereduceerd moet zijn.
In het Klimaatakkoord is ook afgesproken dat landelijk in 2030 35 TWh aan elektriciteit aan wind- en zonne-energie moet worden opgewerkt op het land.
In 2050 moet de uitstoot met 95% zijn afgenomen ten opzichte
De genoemde landelijke doelen zijn niet één op één toe te passen
van 1990. Dit is nodig om de opwarming van de aarde niet verder
op het Groene Hart, het zijn immers landelijke reductiedoelen. Wel
te laten oplopen dan 1,5 graad Celsius. Het kabinet heeft zich tot
leiden deze doelen tot een verplichting om ook in het Groene Hart
18
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
met deze problematiek aan de slag te gaan en keuzes te maken op welk wijze aan landelijke doelen wordt bijgedragen. Kaderrichtlijn Water en Drinkwaterrichtlijn In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) uit 2000 is bepaald dat in uiterlijk 2027 in heel Europa de kwaliteit van alle grondals oppervlaktewateren, zowel chemisch (schoon) als ecologisch (gezond) op orde moet zijn. Nederland heeft zich aan deze doelstellingen gecommitteerd. De verwachting is dat Nederland, inclusief het Groene Hart, de KRW doelstellingen in 2027 niet gaat halen. De doelstellingen van de KRW blijven inhoudelijk echter staan. Daarnaast hebben de overheden op basis van de Europese Drinkwaterrichtlijn en de Drinkwaterwet een zorgplicht om te zorgen voor leveringszekerheid van drinkwater en om de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van drinkwater en -bronnen.
Overige internationale kaders ten aanzien van natuur betreffen de Natuurherstelverordening (inwerkingtreding verwacht in 2024) en de doelen uit de Kunming-Montreal Overeenkomst (de zgn. Convention on Biological Diversity (CBD) doelen. EU-ontwikkelingen bodembeleid: EU Soil Health en No Net Land take in ontwikkeling In 2020 is de EU-bodemmissie, als 1 van de 5 Europese missies gelanceerd, met een eigen onderzoeks- en innovatieprogramma
Vogel- en Habitatrichtlijn
in Horizon2020. In 2021 is de Europese bodemstrategie
In de Vogel- en Habitatrichtlijn (1991) is vastgesteld dat Nederland
(EU soil strategy for 2030) vernieuwd, als “key deliverable”
in Natura 2000-gebieden soorten en habitats in een goede staat van
van de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030, onderdeel EU
instandhouding moet brengen of houden. Momenteel belemmert
Green Deal. En in juli 2023 is er een voorstel gedaan voor een
onder meer de uitstoot van stikstof het bereiken staat van de
Europese
doelstellingen voor veel Natura 2000-gebieden, waaronder in het
bodemgezondheid moeten monitoren en ook aan duurzame
Groene Hart.
bodembeheersmaatregelen moeten gaan werken, mocht deze
Bodemmonitoringsrichtlijn,
waarin
de
lidstaten
19
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
richtlijn geëffectueerd worden. Doel van zowel de missie, als de
voor de ontwikkelopgaven in het Groene Hart. Elk van deze
strategie en de richtlijn is om de transitie naar gezonde bodems
eigenschappen vraagt om een doelstelling en ontwikkelrichting in
ingezet te hebben in 2030 en in 2050 overal in Europa gezonde
samenhang met de andere eigenschappen. Het gaat om:
en veerkrachtige bodems te hebben. De EU werkt ook aan het principe Zero net land take om het tegengaan van het afdekken van
•
De bodemgesteldheid: het stabiliseren van veenbodems
bodems en consumeren van groen/ natuur/landbouwgebieden ten
(CO2-uitstoot reduceren en zakkingsschade aan gebouwen en
behoeve van bebouwd gebied, infrastructuur etc. tegen te gaan.
infrastructuur afremmen), en het voorkomen van verzilting;
3.2 Gebiedskenmerken
•
Het robuust inrichten van het watersysteem;
In de bestuursovereenkomst NOVI Groene Hart (2022) zijn drie
• Het door ontwikkelen van waardevolle gebiedskenmerken,
essentiële gebiedseigenschappen benoemd als uitgangspunt
zodat het karakter van het Groene Hart herkenbaar blijft.
20
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
3.3 Water en bodem sturend
onder meer in relatie tot verschillende opties voor het verhogen van de grondwaterstand.
Het kabinet heeft in een brief van Minister Harbers van november 2022 ‘water en bodem sturend’ als onderliggend principe voor ruimtelijke planvorming benoemd. Dit principe houdt in dat we
3.4 Leefbaarheid en economische vitaliteit
bij het maken van ruimtelijke keuzes (zowel met betrekking tot
De prioritaire opgaven in het Groene Hart ligt in een systeemwijziging
locatie als inrichting) de grenzen van het water- en bodemsysteem
van het natuurlijke systeem, maar het gebied is geen onontgonnen
respecteren en als uitgangspunt nemen voor alle gebiedsopgaven
grond. Er wordt al eeuwenlang geleefd door mensen; in- en om
en -keuzes. Waarbij geldt: ‘pas toe of leg uit’. Het hanteren van dit
het gebied voelen mensen zich verbonden met het Groene Hart
principe moet ervoor zorgen dat Nederlanders ook in de toekomst
en willen dat kinderen en kleinkinderen er ook kunnen wonen,
onder andere klimatologische omstandigheden kunnen blijven
werken en recreëren. Het ontwikkelperspectief is bovendien alleen
leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde
realiseerbaar als er draagvlak voor bestaat. Er zijn voor de toekomst
bodem, voldoende en schoon water.
van het Groene Hart grote kansen, zowel in termen van groene
Het Ontwikkelperspectief sluit zich bij deze randvoorwaarde aan. Dat laat onverlet dat de specifieke invulling ervan om nadere uitwerking vraagt, mede afhankelijk van specifieke keuzes die betrokken partijen maken. Het uitgangspunt dat water en bodem sturend is kan daarmee op verschillende wijzen worden ingevuld. Met verschillende effecten op de staat van de bodem, de waterhuishouding, het bijdragen aan de eerder genoemde
kwaliteit als in termen van kwaliteit van wonen en economie. Maar er zal ook veel veranderen. Daar zal alleen draagvlak voor zijn als er plaats blijft voor economische vitaliteit (van de agrarische sector en ook de andere bedrijfstakken), vitale woonkernen en bijbehorende voorzieningen. Ondersteuning van de overheid is hiervoor onontbeerlijk om de noodzakelijke en passende transities mogelijk te maken.
gebiedsdoelen alsmede de leefbaarheid en de vitaliteit van het
Voor draagvlak onder in- en omwoners is het belang dat overheden
gebied. In hoofdstuk 4 en de bijlage wordt hierop verder ingegaan,
het ‘samendoen’ met belanghebbenden in een gebied. De lokale
21
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
opgave moet centraal staan (opgaven gestuurd werken), waarbij de betrokkenheid van belanghebbenden en de besluitvorming zorgvuldig worden aangepakt. In het Groene Hart wonen ruim 700.000 mensen verspreid over steden en kernen. Het gebied kent ook een sterke economie met groeipotentie, aangesloten op snel- en vaarwegen die het Groene Hart met het omliggende stedelijke gebied verbinden. De partijen hebben in de bestuursovereenkomst afgesproken niet alleen de gebiedskenmerken en de kwaliteit van het landschap, de natuur en het milieu te versterken, maar ook om het woon-werk en leefgebied te vernieuwen en op peil te houden. In de bestuursovereenkomst is uitgesproken om alle opgaven integraal mee te nemen in de ontwikkeling van het Groene Hart, denk aan opgaven voor de landbouw, natuurontwikkeling, woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit, toerisme en recreatie. Het Groene Hart moet ook in de toekomst een gebied zijn waar het prettig wonen, werken en leven is in afstemming en verhouding met de ontwikkelingen in de rand er omheen. Daarvoor is voldoende ruimte nodig, met goede verbindingen.
22
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
4. Ontwikkelprincipes
voorkomen. 3. Hanteer bestaande of te realiseren condities van water en bodem als primair criterium bij de verdeling van de ruimte over
4.1 Overzicht
de verschillende gebruiksmogelijkheden van het Groene Hart.
De ontwikkelprincipes zijn richtinggevend voor de ontwikkeling
4. Verhoog de grondwaterstand waar nodig en in nader te
van het Groene Hart. Hieronder volgt een kort overzicht. In de
bepalen mate, afhankelijk van deelgebied tot deelgebied.
navolgende paragrafen worden de ontwikkelprincipes thematisch
Zorg voor aanpassing van het watersysteem, zowel om een
nader toegelicht.
hogere grondwaterstand te kunnen bewerkstelligen als ook
De ontwikkelprincipes zijn hieronder kort samengevat. Zij worden thematisch toegelicht in de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk.
om in te spelen op de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid. Houdt er rekening mee dat daarvoor ook ruimte nodig is. Dat geldt ook voor de benodigde maatregelen ten behoeve van een goede waterkwaliteit en voldoende en
1. Beschouw het Groene Hart als waardevol onderscheidend
schoon drinkwater.
en
5. Bied perspectief voor agrarisch ondernemers in het Groene
cultuurhistorische waarden voor de lange termijn worden
Hart. Tegelijk zijn beperkingen van het huidige agrarisch
behouden en vergroot, met oog voor de diversiteit van de
grondgebruik onvermijdelijk. Zowel incidentele als structurele
verschillende delen van het gebied, en met oog voor de
ondersteuning van de overheid (beschikbaarheid van kennis
(noodzaak van) leefbaarheid en economische vitaliteit. Maak
en geld) zijn essentieel en daarmee voorwaardelijk voor de
keuzes over de verdeling van ruimte en toekennen van gebruik
noodzakelijke transitie.
geheel,
waarvan
de
(landschappelijke)
kwaliteiten
waarbij deze doelstelling voorop staat.
6. Zet in op meer mogelijkheden voor recreatie en toerisme in
2. Werk volgens drie NOVI-principes: combinaties van functies
het gebied. Voorwaarde zijn een betere verbindingen naar en
gaan voor enkelvoudige functies, kenmerken en identiteit
binnen het gebied en een goede spreiding om de leefbaarheid
van een (deel)gebied staan centraal en afwentelen wordt
en de kwetsbare natuurgebieden niet aan te tasten.
23
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
7. Geef (naast de sectoren landbouw en recreatie/toerisme) prioriteit aan sectoren die passend en veelbelovend zijn voor kwaliteiten en leefbaarheid van het gebied en die de economie
economie. Zoek daarbij naar mogelijkheden die goed aan aansluiten bij de kwaliteit van het landschap. 13. Zorg in het gebied voor voldoende en kwalitatief toereikende locaties voor de drinkwatervoorziening en maak keuzes voor
van het Groene Hart verder versterken. 8. Bouw woningen en bedrijventerreinen bij voorkeur op de kleigronden en niet in veengebieden en diepe polders. Bouwen
het nagestreefde grondwaterstand in samenhang met de beschikbaarheid van voldoende zoetwater.
in veengebieden en diepe polders is daarmee niet uitgesloten, in verband met de behoefte aan ruimte voor lokale woningbouw en bedrijvigheid. Hiervoor gelden dan wel klimaatbestendigheid
4.2 De kwaliteiten van het Groene Hart De samenwerkende partijen voelen zich verantwoordelijk voor de
en bodemdalingsbestendigheid als randvoorwaarden. en
toekomst van dit gebied als geheel, zoals in de bestuursovereenkomst
waterkwaliteit (VRH en KRW) en daarmee wordt de biodiversiteit
vastgelegd. Het gebied is een nationaal en internationaal waardevol
en waterkwaliteit in het gebied stevig verbeterd.
en onderscheidende entiteit, met een grote cultuurhistorische
9. Behaal
de
wettelijke
doelen
voor
biodiversiteit
10. Verbeter de verbindingen naar en binnen het Groene Hart,
gelaagdheid, ruimtelijke diversiteit en waardevolle natuur.
met een voorkeur voor het versterken van OV, fiets- en vaarverbindingen.
Omringd door de verstedelijkte Randstad is het een groen hart met
11. Benut het cultuurhistorisch erfgoed voor de opgaven die het
karakteristieke veenlandschapen en droogmakerijen, dooraderd
gebied kent. Versterk de aanwezige historische waarden voor
met water, waar mensen wonen, werken en recreëren. Enerzijds is
meer kwaliteit in de fysieke leefomgeving.
het gebied met haar landschap en relatieve rust een contrast met
12. Maak duurzame energieopwekking in het Groene Hart
het omliggende gebied, anderzijds staat het gebied met haar eigen
mogelijk, zowel vanwege de grote landelijke opgave voor
steden, kernen en vitale economie daarmee in nauwe verbinding.
energieopwekking als vanwege de kansen voor de regionale
In de landschapsbiografie van het Groene Hart is zichtbaar dat het
24
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Groene Hart altijd in transformatie is geweest door de omgang met bodem en water4: van een veenmoeras, de ontginningen
Ontwikkelprincipes:
daarvan, de turfwinning, de overgang van akkerbouw naar veeteelt,
1.
Beschouw het Groene Hart als waardevol onderscheidend geheel, waarvan de (landschappelijke) kwaliteiten en cultuurhistorische waarden voor de lange termijn worden behouden en vergroot, met oog voor de diversiteit van de verschillende delen van het gebied, en met oog voor de (noodzaak van) leefbaarheid en economische vitaliteit. Maak keuzes over de verdeling van ruimte die deze doelstellingen vooropstelt.
2.
Werk volgens drie NOVI-principes: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, kenmerken en identiteit van een (deel)gebied staan centraal en afwentelen wordt voorkomen.
handel, scheepvaart, visserij en nijverheid, het droogleggen van de droogmakerijen tot aan de huidige fijnmazige structuur met een grote diversiteit van ruimtelijke functies. Bij het verdelen van de schaarse ruimte in het gebied moet volgens drie NOVI-principes worden gewerkt: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, kenmerken en identiteit van een (deel)gebied staan centraal en afwentelen wordt voorkomen. Bij afwenteling gaat het hierbij zowel om afwenteling in de tijd (het doorschuiven van keuzes en oplossingen naar de toekomst), als om afwenteling van negatieve (milieu)impact naar andere gebieden. Bij het toedelen van functies moet ook worden gelet op de wederkerige relatie met het (stedelijk) gebied rondom het Groene Hart. Het Groene Hart kan immers voorzien in behoeften van de omliggende steden, die op hun beurt kunnen bijdragen aan inspanningen die daarvoor in het Groene Hart moeten worden gedaan. Daarover kunnen ook wederzijdse afspraken worden gemaakt.
4
SteenhuisMeurs (2021), Landschapsbiografie Groene Hart
25
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
4.3 Water en bodem sturend
perioden voldoende aanvoer van zoet water van elders voor
Hoofdstuk 3 benoemt ‘water en bodem sturend’ als randvoorwaarde
tot beperkingen van de gebruiksmogelijkheden van het Groene
en daarmee een leidend beginsel. Dat betekent dat de in het gebied beoogde functies in beginsel alleen kunnen worden gerealiseerd: •
als hoeveelheid, het peil en de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater alsmede de hoedanigheid van de bodem dat fysiek mogelijk maken;
•
als daarvoor te verrichten inspanningen en te maken kosten aanvaardbaar zijn;
•
als eventuele negatieve gevolgen ervan niet worden afgewenteld naar derden, naar andere locaties dan wel naar de toekomst.
De condities van water en bodem zijn tot op zekere hoogte stuurbaar, maar niet onbeperkt. Dit hangt mede af van de keuzes die op nationaal en regionaal (water)systeemniveau worden gemaakt. Het gebied is afhankelijk van wateraanvoer van buiten het gebied en voert zelf ook water af. Maatregelen in de waterhuishouding moeten daarom in samenhang worden bezien met maatregelen daarbuiten. Andere beperkingen om de condities van water en bodem te
peilbeheer en doorspoeling niet altijd mogelijk is. Dit gegeven leidt Hart, en dus tot de noodzaak tot keuzes. Keuzes voor het grondgebruik kunnen afhankelijk van de omstandigheden per deelgebied verschillen. Voor zover zij niet of niet geheel voldoen aan de hierboven genoemde criteria, zal dat negatieve effecten hebben. Die moeten bij de besluitvorming worden gewogen en verdisconteerd. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot hogere inrichtings- en/of exploitatiekosten, waarmee bij de besluitvorming rekening moet worden gehouden. Een belangrijke factor is bovendien de hoogte van de grondwaterstand ten opzichte van maaiveld in het veenweidegebied. De functies landbouw, natuur, wonen en werken stellen hieraan verschillende eisen. Naar huidig inzicht is verhoging van de grondwaterstand in delen van het gebied noodzakelijk, gelet op het eerder vastgestelde doel om CO2-emissie te reduceren en bodemdaling af te remmen. De mate waarin en het tempo waarmee kunnen en zullen per gebied verschillen. In de bijlage worden bij wijze van voorbeeld verschillende opties geschetst, alsmede de consequenties daarvan.
sturen zijn bijvoorbeeld de verzilting van laag gelegen delen door
De inrichting en het beheer van het watersysteem binnen het gebied
opkomende zoute kwel, en ook de omstandigheid dat in droge
zullen bij het voorgaande moeten aansluiten. Daarbij moet er
26
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
rekening mee worden gehouden dat klimaatverandering soms meer
zover zich nieuwe methoden aandienen die hetzelfde doel
wateroverlast, soms meer watertekort met zich mee zal brengen
dienen (en die ook in de praktijk toepasbaar en betaalbaar
dan in het verleden het geval was. Het risico op wateroverlast wordt
zijn), zouden die als alternatief kunnen worden ingezet. Op dit
bovendien groter bij verhoging van grondwaterpeilen. Daarom zal
moment zijn zulke alternatieven echter niet beschikbaar;
moeten worden voorzien in een toename van mogelijkheden voor waterberging alsmede voor meer aan- en afvoercapaciteit. Bij
het
voorgaande
passen
tenslotte
enkele
belangrijke
aantekeningen: •
verhoging van de grondwaterstand in het veenweidegebied heeft ingrijpende gevolgen: voor het landgebruik zowel daar
•
•
op een aantal plaatsen in het Groene Hart is al sprake van grondwaterstanden van niet meer dan enkele decimeters onder maaiveld, bijvoorbeeld in de Krimpenerwaard. Uiteraard moet met deze omstandigheid rekening worden gehouden als het gaat om de vraag welke inspanning nog nodig en mogelijk is.
als in andere gebieden, en daarmee ook een sociale impact.
Tenslotte is aandacht nodig voor de gevolgen van klimaat-
Tegelijkertijd is veel tijd nodig om dit te realiseren, omdat
verandering. Stijging van de zeespiegel, hogere rivierafvoeren en
het watersysteem moet worden aangepast en omdat grote
piekbuien kunnen de waterveiligheid in het gebied aantasten.
belangen in het geding zijn, met name van de agrarische
Daarnaast
grondgebruikers en van bewoners. De belanghebbenden
met zich mee brengen dan in het verleden het geval was. Het
moeten de tijd krijgen om zich aan te passen bij de
risico op wateroverlast wordt bovendien groter bij verhoging
veranderende omstandigheden, en daarbij worden gesteund
van grondwaterstanden omdat de bergingsmogelijkheden in het
door de overheid (zie ook par. 4.4.).
gebied afnemen. De daadwerkelijke impact van klimaatverandering
verhoging van de grondwaterstand door het aanpassen van
op waterveiligheid en op waterbeschikbaarheid
slootpeilen en door de inzet van waterinfiltratiesystemen (zie
termijn is moeilijk te voorspellen, en is ook mede afhankelijk van
ook par. 2.2) is een middel om een doel te bereiken. Dat doel
maatregelen die buiten het gebied worden getroffen. Het gebied zal
is het tegen gaan van CO2-uitstoot en de maaivelddaling. Voor
echter nu al rekening moeten houden met verschillende scenario’s.
kan
klimaatverandering
meer
(grond)watertekort
voor de lange
27
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Meer ruimte is nodig om het watersysteem daarop in te richten, niet alleen voor toekomstige versterking van waterkeringen en voor meer waterberging, maar ook voor vergroting van de aan- en afvoercapaciteit.
Ontwikkelprincipes: 3.
Hanteer bestaande of te realiseren condities van water en bodem als primair criterium bij de verdeling van de ruimte over de verschillende gebruiksmogelijkheden van het Groene Hart. Uitgangspunt is dat ruimtelijke keuzes fysiek realiseerbaar zijn, dat zij geen onaanvaardbare inspanningen en/of maatschappelijk kosten met zich mee brengen en dat geen negatieve effecten worden afgewenteld op derden, op ander locaties of naar de toekomst.
4. Ontwikkel en richt het watersysteem in het gebied zodanig in dat veiligheid, wateraanvoer en -afvoer, waterpeil, waterbergingsmogelijkheden, drinkwatervoorziening en waterkwaliteit aansluiten bij de gemaakte ruimtelijke keuzes. Verhoog het grondwaterpeil waar nodig en in nader te bepalen mate, afhankelijk van deelgebied tot deelgebied. Zorg voor aanpassing aan de extra wateropgaven als gevolg van het verhogen van het grondwaterpeil.
4.4 De landbouw Doel van het Ontwikkelperspectief zijn behoud en waar nodig versterking van zowel de karakteristieken en de kwaliteit van het gebied, als van de vitaliteit, de leefbaarheid en het beheer van het gebied. Het voortbestaan van een vitale, grondgebonden agrarische sector met toekomst is daarvoor een voorwaarde. De agrarische sector speelt al eeuwen een belangrijke rol in de voedselvoorziening, ook in relatie tot de omliggende steden, en is in
28
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
delen van het Groene Hart een belangrijke werkgever en onderdeel
Het opleggen van (op zichzelf noodzakelijke) beperkingen aan het
van de lokale identiteit.
agrarisch grondgebruik moet (ook in de tijd) gelijke tred houden met
Tegelijkertijd zijn er grote beperkingen. Die beperkingen hangen deels samen met een aantal milieuproblemen die zich op veel andere plaatsen in het land voordoen. In het Groene Hart spelen in het bijzonder de toenemende verzilting in delen van het gebied, en de voortdurende veenoxidatie en de bodemdaling een belangrijke rol. In (delen van) het veenweidegebied zal het noodzakelijk
het ontstaan van dat perspectief. De overheid draagt daar mede verantwoordelijkheid voor. Maar ook ketenpartijen en financiers hebben een belangrijke rol en verantwoordelijkheid om transities en goede verdienmodellen mede mogelijk te maken. Doorlopend onderzoek naar goede en passende verdienmodellen in het gebied voor de agrarische sector is onderdeel van de onderzoeksagenda.
zijn de grondwaterstanden te verhogen. Naar de mate waarin daarvoor wordt gekozen kan dit leiden tot extensivering van de
Ontwikkelprincipe:
melkveehouderij, tot andere vormen van agrarisch grondgebruik
5.
en tot de noodzaak van andere bronnen van inkomsten buiten de landbouw. Dit kan van toepassing zijn in zowel veenweidegebieden als in de droogmakerijen. De overheid heeft bij de noodzakelijke transitie van de landbouw
Bied perspectief voor agrarisch ondernemers in het Groene Hart. Tegelijk zijn beperkingen van het huidige agrarisch grondgebruik onvermijdelijk. Zowel incidentele als structurele ondersteuning van de overheid (beschikbaarheid van kennis en geld) zijn essentieel en daarmee voorwaardelijk voor de noodzakelijke transitie.
nadrukkelijk een verantwoordelijkheid, gelet op de publieke belangen die in het geding zijn zoals de voedselvoorziening, het beheer van water, natuur en landschap, en de energieopwekking.
4.5 Recreatie en toerisme
Dit rechtvaardigt ondersteuning van deze transitie door de overheid,
Geadviseerd wordt om meer in te zetten op mogelijkheden voor
zowel met kennis als door beloning van onder meer groene en
recreatie en toerisme. Dit zowel ter versterking van de lokale
blauwe diensten. Wil de transitie slagen, dan moet er een reëel
economie en als ook ten behoeve van de inwoners van het gebied
perspectief zijn op een goed verdienmodel in de agrarische sector.
en de omliggende Randstad, en voor toeristen uit binnen- en
29
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
buitenland. Uit onderzoek van de ANWB (2023) komt naar voren dat Nederland een tekort heeft aan recreatieruimte. Op verschillende toeristische ‘hotspots’ waaronder kwetsbare natuurgebieden staat de leefbaarheid onder druk, en dat speelt ook in het Groene Hart. Het gebied kan met haar relatieve rust en groen een belangrijke rol spelen om de inwoners uit het gebied en toeristen uit het omliggende (rand)stedelijke gebied meer mogelijkheden voor recreatie en toerisme te bieden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om
4.6 Bedrijvigheid in andere sectoren In het Groene Hart spelen zich tal van economische activiteiten af, van verschillende aard. Het deskundigenrapport wijst er op dat (naast het belang van de sectoren landbouw en recreatie/toerisme) de vitaliteit van de lokale economie voor de toekomst met name ligt in de doorontwikkeling van een sterk MKB, de dienstverlening en de maakindustrie, in samenhang met de (kennis)economie in de (omliggende) steden. Grootschalige industriële bedrijvigheid, grote
het vergroten van de toegankelijkheid van wandelaars, fietsers en
bedrijventerreinen en logistieke dienstverlening zijn daarentegen
waterrecreanten. Voorwaardelijk hiervoor zijn betere verbindingen
minder passend bij de lokale economie en de kenmerken van het
naar en binnen het gebied en een goede spreiding van voorzieningen
gebied.
om de leefomgeving voor mens en natuur in het gebied niet aan te tasten (zie ook paragraaf 4.9).
Ontwikkelprincipe: 6.
Zet in op meer mogelijkheden voor recreatie en toerisme in het gebied. Voorwaarde zijn een betere verbindingen naar en binnen het gebied en een goede spreiding om de leefbaarheid en de kwetsbare natuurgebieden niet aan te tasten.
30
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Uit de eerder geformuleerde doelstellingen voor het Groene Hart volgt dat niet alles kan en dat er keuzes nodig zijn in de verdeling van de ruimte. Waar mogelijk kan daarvoor lokale en (boven) regionale schuifruimte worden benut. De mogelijkheden daarvoor zijn echter beperkt.