CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A10 Bijlage Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16 versie 1.0_1.pdf

Forum Samenleving 11 april 2022, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7: RIB Vervolg na vaststelling RES9.590 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

•

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

Aanpak en activiteiten tot 2023 met doorkijk 2025

Zoals besloten in de Stuurgroep van 10 december 2021, ter besluitvorming aan de deelnemende overheden

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

1

Inhoudsopgave

1. Inleiding .............................................................................................................................................. 0 1.1 Regionale samenwerking op drie niveaus ..................................................................................................................1 1.2 Leeswijzer ...............................................................................................................................................................................1 2. Opgaven RES U16 ..............................................................................................................................

2 2.1 Van zoekgebied naar vergunning .................................................................................................................................3 2.2 Zon op dak .............................................................................................................................................................................6 2.3 Warmte ...................................................................................................................................................................................8 2.4 Opstellen en besluitvorming RES 2.0............................................................................................................................9 2.5 Vijf Pijlers van regionale samenwerking .................................................................................................................. 10 3. Governance en organisatie ............................................................................................................. 11 3.1 Governance RES U16 ...................................................................................................................................................... 11 3.2 Bestuurlijke afstemming en besluitvorming ...........................................................................................................

12 3.3 Aansturing door driehoek bestuurlijk trekker – ambtelijk opdrachtgever - programmamanager ..... 13 3.4 Organisatie thematische opgaven ............................................................................................................................. 14 3.5 Stakeholderbetrokkenheid ............................................................................................................................................ 15 3.7 Programmateam .............................................................................................................................................................. 16 3.8 Expertiseplatform ............................................................................................................................................................. 17 3.9 Overlegfrequentie............................................................................................................................................................. 17 4. Planning ............................................................................................................................................ 19 4.1 Continuïteit 2025 ............................................................................................................................................................. 19 5.

Financiën........................................................................................................................................... 17 5.1 Begroting regionale inzet .............................................................................................................................................. 17 5.2 Dekking ................................................................................................................................................................................ 18 BIJLAGE 1 Uitgangspunten governance in RES 1.0 ........................................................................... 19

1. Inleiding Dit Regionaal Uitvoeringsprogramma beschrijft hoe op regionaal niveau uitvoering wordt gegeven aan de RES 1.0. Het is een bestuurlijk document met een bijpassende abstractie. Het is een uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen, waarin het proces is beschreven. Het inhoudelijk kader wordt gevormd door de RES 1.0. Focus op regionale activiteiten tot en met 2023 Het accent van dit Regionaal Uitvoeringsprogramma ligt op regionale activiteiten over de periode tot en met 2023. In deze periode wordt de omslag van beleid naar uitvoering in gang gezet, evenals de inrichting van een effectieve uitvoeringsorganisatie én de oplevering van de RES 2.0. Het is belangrijk scherp voor ogen te houden langs welke lijnen we de uitvoering van de RES vormgeven en tweejaarlijks actualiseren. Dit biedt voor nu een grond onder de voeten en tegelijkertijd een stip op de horizon voor de toekomst. We geven daarnaast een doorkijk naar 2025. Voor de elektriciteitstransitie zijn dan de projecten waarmee we onze ambitie van 1,8 TWh duurzame energie invullen, vergund, en ligt de RES 3.0 voor ter besluitvorming. Voor de warmtetransitie hebben alle gemeenten dan hun aanpak bepaald en zijn zij begonnen met de uitvoering daarvan. Regionaal wordt, indien daar sprake van is, afgestemd over bovenlokale en regionale warmtebronnen.

Grootste deel van uitvoering ligt bij de deelnemers De uitvoering van de RES 1.0 ligt primair bij de deelnemende overheden (hierna de deelnemers). In dit uitvoeringsprogramma gaan we in op de activiteiten die we in regionaal verband oppakken. Het biedt wel houvast voor de deelnemers om uitvoering te geven aan de RES 1.0, maar bevat geen uitputtende beschrijving van alles wat bij de deelnemers zelf moet gebeuren om uitvoering te geven aan de RES 1.0. Zo worden lokale activiteiten benoemd, maar maken zij geen dwingend onderdeel uit van het Regionaal Uitvoeringsprogramma. Denk bijvoorbeeld aan de Transitievisies warmte of het uitwerken van de RES 1.0 in ruimtelijk beleid in 2022. De deelnemers kunnen dit organiseren op een bij hen passende wijze. Voor de een zal het gaan om een integratie binnen een bestaand duurzaamheidsprogramma, een ander zal het vormgeven via de reguliere P&C cyclus en werkplanningen. Bij alle deelnemers vraagt het aandacht de uitvoering van de RES 1.0 goed te organiseren.

Figuur 1 Regionaal Uitvoeringsprogramma slechts een deel van de uitvoering RES 1.0

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

1

1.1 Regionale samenwerking op drie niveaus De komende jaren werken we samen op strategisch, tactisch en operationeel niveau aan de RES. Op strategisch niveau heeft de RES U16 drie functionaliteiten: 1.

Een instrument waarmee we de (regionale) energietransitie vormgeven en onze ambities realiseren. Dit betekent dat het instrument helpt bij onze ambitiebepaling, de ruimtelijke en infrastructurele (d.w.z. energienetwerk) inpassing en de organisatie van maatschappelijke betrokkenheid.

2.

Een platform om de langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren. In de RES kunnen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en inwoners elkaar vinden en afspraken maken.

3.

Een product waarin we onze regionale energiedoelstellingen vastleggen en in een tweejaarlijkse cadans aanscherpen, aanvullen en ter besluitvorming aan onze volksvertegenwoordigers voorleggen.

Op tactisch niveau richten we ons bij de uitvoering van de RES op vijf pijlers die we in het volgende hoofdstuk nader toelichten. Met de pijlers geven we structuur aan de uitvoering/operatie en kunnen we onze gezamenlijke doelstellingen waarmaken. In deze pijlers wordt ook de meerwaarde van het regionaal samenwerken expliciet. •

Bestuurlijke samenwerking

•

Monitoring voortgang

•

Communicatie en informatie

•

Kennis en expertise/ Coördinatie Expertiseplatform

•

Afstemming en samenwerking tussen partijen Figuur 2 RES samenwerking op drie niveaus

Op operationeel niveau (het uitvoeringsniveau) verbindt de RES U16 de 21 deelnemers. De uitvoering ligt grotendeels bij de deelnemers. Het regionaal deel is daaraan ondersteunend en hebben we uitgewerkt in het voorliggende programma met: •

een beschrijving van resultaten

•

uitwerking van activiteiten (bijlage)

•

planning

•

financiën

1.2 Leeswijzer •

Beschrijving van de thematische opgaven en pijlers voor regionale samenwerking (hoofdstuk 2)

•

De governance en organisatie van de uitvoering (hoofdstuk 3)

•

Planning (hoofdstuk 4)

•

Financiën (hoofdstuk 5)

•

Uitwerking activiteiten per thema en pijler (bijlage)

Deze onderwerpen worden in navolgende hoofdstukken nader toegelicht.

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

2

2. Opgaven RES U16 Er staan drie grote thematische opgaven centraal in de uitvoering van de RES 1.0: 1.

Van zoekgebied naar vergunning

2.

Zon op dak

3.

Warmte

Daarnaast is een belangrijke opgave het opstellen van de RES 2.0. Aan deze vier opgaven werken we gezamenlijk in de periode tot 2023, met een doorkijk naar 2025. De opgaven komen rechtstreeks voort uit de RES 1.01. Hieronder werken we de opgaven op hoofdlijnen uit. Een nadere uitwerking op activiteitenniveau is opgenomen in de bijlagen. Voordat in wordt gegaan op de thematische opgaven, staat hieronder weergegeven de invloed van recent afgekondigde netcongestie op het ruimtelijk proces.

Systeemefficiëntie en transportcapaciteit als belangrijke randvoorwaarde De samenwerking met Stedin ten behoeve van systeemefficiëntie staat bij de twee thematische opgaven ‘Zoekgebied naar vergunning’ en ‘Zon op dak’ genoemd. Een goede afstemming met Stedin en inpassing in het net is een belangrijke randvoorwaarde voor diverse (boven)lokale elektriciteitsprojecten. Extra investeringen in het netwerk door Stedin en Tennet zijn noodzakelijk. Structureel regionaal overleg met Stedin over de twee opgaven gezamenlijk is hierdoor nodig. Onlangs is het belang hiervan benadrukt door de op 12 oktober 2021 afgekondigde netcongestie door TenneT en hun toelichting tijdens de bestuurstafel op 19 november. Februari 2022 komt TenneT met de uitkomsten van een congestieonderzoek, dit wordt op de bestuurstafel in Q1 geagendeerd. Essentieel onderdeel van de opgaven ‘van zoekgebied naar vergunning’ en ‘zon op dak’ is het handelingsperspectief van de RES U16 en de deelnemende overheden in relatie tot de netcongestie. Het ‘first come, first served’ principe werkt daarin belemmerend. Het zou goed zijn indien dit principe niet leidend is in de programmering richting 2030.

Tennet geeft dit ook aan in de memo “Update rond netcongestie TenneT in de provincie Utrecht” van 1 december: Door de schaarste die nu is ontstaan en de verwachting dat er stapsgewijs netcapaciteit beschikbaar zal komen, ontstaat de maatschappelijke behoefte om op een andere manier dan enkel met ‘first come, first served’ te kunnen programmeren en prioriteren op basis van maatschappelijke afwegingskaders. Invloed van de netcongestie op het ruimtelijke proces Door de huidige netcongestie is er geen transportcapaciteit op het netwerk beschikbaar voor teruglevering van nieuwe projecten die groter zijn dan circa 200 zonnepanelen. Uit het congestierapport dat begin 2022 wordt opgeleverd, moet blijken wanneer er waar stapsgewijs capaciteit vrijkomt. Hieruit zou afgeleid kunnen worden dat het proces om tot concrete opweklocaties te komen kan worden gepauzeerd. Maar niets is minder waar; er is eerder sprake van dat er een versnelling nodig is om de benodigde investeringen in het netwerk beter af te kunnen stemmen met concrete locaties waar ook opwekmogelijkheden zijn. De netbeheerders (TenneT, Stedin) hebben grote behoefte aan een nadere concretisering van de zoekgebieden zodat zij gericht kunnen investeren en programmeren.

Door zoekgebieden op korte termijn te concretiseren kunnen er gerichte investeringen worden gedaan op de plekken waar ze het meeste opleveren en waar versnelling in de transitie kan worden gemaakt. Doordat concrete grootschalige aansluitmogelijkheden komende jaren geleidelijk ontstaan, kan het wel betekenen dat de feitelijke (bouw)vergunningverlening pas na 2025 kan plaatsvinden.

Mochten door landelijke ontwikkelingen een aanvullende opgave van de regio worden gevraagd, dan vindt in de Stuurgroep het gesprek plaats hoe procesmatig met dit verzoek om te gaan. 1

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

3

2.1 Van zoekgebied naar vergunning In de RES 1.0 hebben we de ambitie vastgesteld uiterlijk in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Dit betekent dat in 2025 de hiervoor benodigde vergunningen voor zon- en windprojecten zijn verleend. Om deze ambitie te realiseren wordt invulling gegeven aan de vier onderliggende bouwblokken uit de RES 1.0: 1.

Duurzame elektriciteit die al is gerealiseerd en projecten in de pijplijn met de status ‘zeker’;

2.

De ambitie voor zon op dak;

3.

Bijdrage van gemeenten die voortkomen uit de lokale zoekprocessen naar zoekgebieden voor zonne- en windenergie;

4.

De permanente samenwerking en zoektocht naar zoekgebieden voor duurzame energie.

Figuur 3 Opbouw bouwblokken RES 1.0 p. 26 Bouwblok 1, 3 en 4 vallen onder de opgave ‘van zoekgebied naar vergunning’: Bouwblok 1 en 3 In deze bouwblokken worden de zoekgebieden die in de RES 1.0 zijn opgenomen a) uitgewerkt tot concrete projecten die vergund kunnen worden en b) vervolgens vergund. Het zwaartepunt van deze activiteiten ligt op lokaal (gemeentelijk) niveau. Regionaal richten we ons op afstemming over kwantiteit, systeemefficiency, ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Bouwblok 4 In de praktijk kan de verdere uitwerking van zoekgebieden betekenen dat plannen anders ingevuld worden of zelfs uitvallen. We komen tot een getrapte werkwijze bij planuitval. Continue samenwerking en ontwikkeling zijn daarbij nodig. Dit vraagt om een permanente zoektocht naar mogelijkheden en nieuwe plannen de komende jaren. De activiteiten binnen deze opgave focussen hierop. De realisatie van zonnevelden en windmolens is maatschappelijk gevoelig en kent ook technisch (o.a. netcongestie) en juridisch (o.a. Nevele-arrest) de nodige (onvoorziene) uitdagingen. Regionaal werken we zo goed mogelijk samen om de actuele ontwikkelingen in te passen om de ambitie in beeld te houden. Resultaten tot RES 2.0 1.

Concrete uitwerking van de zoekgebieden, uitgesplitst in de volgende elementen: •

kwantiteit: tellen de zoekgebieden en grootschalig zon op dak nog steeds op tot 1,8 TWh?

•

ruimtelijke inpassing en vergunning: is ruimtelijke kwaliteit voldoende geborgd en liggen we op koers voor vergunningverlening vóór 1 januari 2025?

•

inpasbaarheid in de infrastructuur: hoe kan Stedin de regionale ambitie tijdig faciliteren? En indien nodig, hoe kunnen we gezamenlijk programmeren om onze ambitie voor 2030 te realiseren, inclusief aansluiting en transportcapaciteit op het net.

•

participatie: regionale stakeholders en inwoners worden in een vroegtijdig stadium betrokken op verschillende niveaus binnen de RES. Het proces van kennis halen en brengen tussen ambtenaren, bestuurders en stakeholders is vormgegeven en staat stevig. Regionale stakeholders brengen kennis in die

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

4

nodig is in de voorbereidingen voor de projecten, denken mee over de verschillende dilemma’s of keuzes die voorliggen en kunnen mede vormgeven aan de organisatie van lokaal eigendom. Daarnaast wordt gezamenlijk gewerkt aan het ontwikkelen van vormen van financiële participatie voor de te realiseren projecten. 2.

IJkmomenten: we hebben regelmatig informele bestuurlijke ijkmomenten afgesproken waarop we gezamenlijk bekijken of we op koers liggen voor 1,8 TWh en of bijsturing wenselijk of noodzakelijk is: • Q4 2021, uitkomsten besluitvorming door parlementen over RES 1.0 en verdiepende netimpactanalyse • Voor zomerreces 2022, tussenbalans, mogelijke effecten coalitieakkoorden, brede monitoring • Na zomerreces 2022, startbijeenkomst nieuwe bestuurscyclus • Q3 2022, inventarisatie start planuitwerking (wind) initiatieven • Vanaf december 2022: halfjaarlijkse monitoring op voortgang en eventuele planuitval.

3.

Een getrapte werkwijze bij planuitval •

ondubbelzinnige helderheid over wanneer sprake is van planuitval (monitoring)

•

duidelijke (escalatie)stappen met een vooraf vastgesteld tijdpad waarbij de ‘meetlat’ als leidraad kan dienen: 1) Analyse gebied 2) Selecteren en afvallen gebieden 3) Scenario’s voor zoekgebieden 4) Zoekgebieden in beleid 5) Projectlocaties en vergunningen.

• 4.

Besluit over de werkwijze door de Stuurgroep.

Borging van de haalbaarheid van het gefaseerd aansluiten van 1,8 TWh op de regionale netinfrastructuur door afstemmen en bijsturen van de planningen van gemeenten en Stedin/TenneT. Onderdeel hiervan is proactief handelen ten behoeve van innovatie door o.a. pilots naar opslag van elektriciteit ter bevordering van een flexibel energienet (zie ook activiteiten bij zon op dak).

5.

In overleg tussen provincie en gemeenten wordt een concretisering gemaakt van de provinciale voorwaarden: verheldering kaders, afspraken en voorwaarden voor stilte-, weidevogel, NNN- en NHWL-gebieden op basis van de POVI.

6.

Inbedding van de RES-zoekgebieden in het IRP, en energie als onderdeel van integrale weging in IRP-verband door regelmatige afstemming tussen RES en REP.

7.

Een optimalisatiestudie om technische, ruimtelijke, infrastructurele en maatschappelijke aspecten in beeld te brengen voor een aanvullende opgave 2030-2040.

8.

Een bestuurlijk besluit over het al dan niet uitvoeren van een regionale plan MER en onderzoek naar nieuwe geluidnormen voor windenergie.

9.

Regelmatig ambtelijk overleg, afstemming en kennisdeling over de voortgang.

Activiteiten deelnemers Gemeenten Gemeenten kunnen in een lokale aanpak bepalen hoe ze invulling gaan geven aan de zoekgebieden en zoekzones. Onderdelen daarin zijn: proces- en projectparticipatie (50% lokaal eigendom), uitwerkingsplannen zonnevelden en windmolen, rolbepaling gemeente (bijv. tenderen) en verkennend onderzoek naar zon langs snelwegen i.h.k.v. het OER-programma van Rijkswaterstaat. Vervolgens kunnen ze hieraan uitvoering geven: vertaling in ruimtelijke instrumentarium, bijv. tender zonnevelden, ontwerpend onderzoek enz. Gemeenten kunnen profiteren van elkaars kennis en kunde (gemeente Utrecht biedt dit expliciet aan). Onderstaande deadlines gericht op realisatie voor 2030, gebaseerd op doorlooptijden van de ontwikkeling van een project, zijn opgenomen in de RES 1.0 op basis van het Nationaal Programma RES. Resultaten: 2022

Voorbereidingen vergunningprocedures: zoekgebieden/projectlocaties vertaald in ruimtelijk beleid/ instrumentarium

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

5

2023

Vergunningprocedures starten Verkennend onderzoek zon langs snelwegen gereed (OER)

2025

Vergunningen verlenen voor 1 januari 2025

2030

Projecten duurzame opwek gereed

Provincie De provincie is bevoegd gezag voor windmolenparken vanaf 5 MW opgesteld vermogen. De provincie vervult ook een ondersteunende, stimulerende en aanjagende rol: •

Bouwblok 4: De provincie neemt het voortouw, in nauwe samenwerking met gemeenten en regio, voor onderzoek naar de mogelijkheden van wind voor bouwblok 4.

•

Netcongestie: De provincie neemt het voortouw in de lobby om de RES-en te prioriteren bij de verdeling van netcapaciteit (i.p.v. first come- first served). Dit omvat onder andere gesprekken met TenneT, Stedin, provincie Flevoland en provincie Gelderland. Indien ruimte voor prioritering ontstaat zal gezamenlijk met de RESpartners een integrale programmering worden opgezet.

•

De tussenbalans en evenwichtiger verhouding zon/wind in RES 2.0: In juni 2022 wordt door de provincie in overleg met de gemeenten en netbeheerder de tussenbalans opgesteld. Doel is om te beoordelen of het gezamenlijke doel van 1,8 TWh binnen bereik is voor de RES U16. De tussenbalans is een inventarisatie van waar we op dat moment staan: of de plannen voldoende robuust zijn, zoeklocaties voldoende concreet zijn, de aansluitbaarheid op het net geborgd is, de verhouding zon en wind voldoende geoptimaliseerd is, en er in voldoende mate zicht is op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Daarbij wordt ook geïnventariseerd hoe concreet het realiseren van de RES is vertaald in de lokale coalitieakkoorden.

•

Bemiddelende en coördinerende rol: Plannen zijn soms gemeentegrens, RES- of provinciegrens overschrijdend. De plannen die gemeentelijke-, RES- en provinciegrenzen overschrijden zullen door de provincie met behulp van beeldmateriaal worden gevisualiseerd waardoor de samenhang zichtbaar wordt en kan worden getoetst. De provincie kan een bemiddelende en coördinerende rol vervullen bij de uitwerking van plannen met gemeentegrens overstijgende implicaties op natuur- en landschapswaarden of potentiële hinder voor omwonenden.

•

Ecologie: Inzet van de provincie is dat in de uitwerking van de zoekgebieden aandacht is voor de ecologische kwaliteiten die in zonnevelden als meekoppelkans kunnen worden gerealiseerd. Zo kunnen locatie specifieke randvoorwaarden worden uitgewerkt die de biodiversiteit in en rond zonnevelden versterken. De provincie ziet het versterken van de biodiversiteit graag als randvoorwaarde opgenomen in de RES 2.0.

2021 ev. Stimuleren en faciliteren, onder door het ondersteunen van het proces van lokale collectieven (via Subsidieverordening Energietransitie) Waterschappen Waterschappen beschikken over de kennis m.b.t. ruimtelijke aanpassingsvraagstukken en communiceren met burgers over aanpassingen in de buitenruimte. Daarnaast zijn waterschappen zelf aan het vergroenen door gebruik van restwarmte en opwekken van eigen duurzame energie. Maatwerk regionaal Inzet/ondersteuning expertiseplatform op verzoek en ten behoeve van een of meerdere deelnemers. De kosten komen, afhankelijk van inhoud en omvang van de vraag, mogelijk voor rekening van de vrager. Het expertiseplatform wordt ontwikkeld om op één plaats gekwalificeerde kennis en ervaring te verzamelen voor lokale en regionale inzet. Mogelijke activiteiten: • Methode uitwerken/onderbouwing eigen windnormen • Participatieplan en/of uitvoering daarvan • Ontwikkeling beleid windmolens en/of zonnevelden

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

6

• •

Ontwerpend onderzoek Projectleiding projecten

2.2 Zon op dak We zetten in de RES U16 maximaal in op zon op dak. Deze techniek kan rekenen op grote maatschappelijke acceptatie, zo bleek uit de lokale zoekprocessen die de gemeenten van de U16 hebben doorlopen. In de RES tellen alleen installaties met een vermogen van meer dan 15 kilowattpiek mee voor de realisatie van de ambitie. Op basis van de onderzoeken en overige informatie zetten we in op 0,3 tot 0,5 TWh duurzaam opgewekte elektriciteit uit grootschalige dak projecten. Nu leveren grootschalige zonnedaken ongeveer 0,194 TWh aan duurzame elektriciteit. Dit aandeel is onderdeel van onze ambitie voor zon op dak. Het primaat voor de uitvoering ligt bij gemeenten.

Figuur 4 Percentage theoretisch geschikt dakoppervlak dat kan worden aangesloten op beschikbare netcapaciteit (Stedin, 2021), RES 1.0 p. 29 Resultaten tot RES 2.0 1.

Ondersteuning van gemeenten, zodoende dat er voor iedere gemeente een concreet uitvoeringsplan voor zon op dak is met daarin onder andere: •

kwantitatief doel per gemeente of groep gemeenten

•

voorkeursgebieden en fasering (in afstemming met Stedin)

•

stimuleringsmaatregelen, kennisdeling en afstemming met regionale stakeholders

•

(boven)lokale ambassadeurs

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

7

• 2.

planning en budget

Kennisdeling succesvolle aanpak: het ontwikkelen van een ‘best in class’-aanpak voor de regio door het verzamelen, delen en toepassen van actuele kennis en ervaringen in de regio

3.

Ontwikkelen regionaal afwegingskader t.b.v. optimale benutting schaarse netwerk en identificeren van kansrijke locaties voor zon op dak i.r.t. infrastructuur (i.c.m. van zoekgebied naar vergunning)

4.

Jaarlijkse regionale monitoring van de potentie en realisatie om voortgang naar 0,3 – 0,5 TWh te bewaken

5.

Regelmatig ambtelijk overleg en afstemming gemeentelijke zon op dak specialisten

Activiteiten deelnemers Gemeenten Het primaat voor de uitvoering ligt bij gemeenten, zij kunnen in een lokale aanpak bepalen hoe ze invulling gaan geven aan zon op dak met bijvoorbeeld een concrete ambitie in TWh, aanpak stimuleren multifunctioneel gebruik (bijv. parkeerplaatsen), inzet van komende wetgeving voor het afdwingen zon op dak, aanpak/ondersteuning voor bedrijventerreinen, afspraken met woningcorporaties, communicatieaanpak, financieringsaanbod via baatbelasting/gemeentelijke verduurzamingsregeling, collectieve inkoopacties, combinatie met uitvoering bespaar- en informatieplicht door RUD-ODRU, enz. Daarbij is het van belang dat gemeenten de potentie en belemmeringen in beeld hebben en de benutting van de daken wordt gemonitord. Deze monitoring wordt jaarlijks op regionaal niveau uitgevoerd. Gemeenten kunnen naast deze monitoring een eigen verdiepende monitor inrichten (een aantal gemeenten heeft dit nu). 2022

Gemeentelijke aanpak zon op dak Aangescherpt inzicht in potentie en belemmeringen Monitoring op orde

Provincie 2021 ev.

Faciliteren en stimuleren:

• • • •

Aangescherpt inzicht in potentie en belemmeringen van Zon op Dak middels onderzoek en evaluaties Financiering voor realisatie zon op dak projecten (via Energiefonds Utrecht) Faciliteren proces van lokale collectieven (via Subsidieverordening Energietransitie) Ondersteuningsstructuur maatschappelijk vastgoed Faciliteren proces voor aanpak bedrijventerreinen (via Subsidieverordening Energietransitie)

•

Pilots met opslag

•

In samenwerking met gemeenten middels diverse subsidies voor onderzoek en aanpakken vanuit Subsidieverordening Energietransitie. De provincie heeft binnen deze opgave een belangrijke regionale functie in het programma RES U16. Er is veel ambtelijke kennis beschikbaar om grootschalig Zon op dak tot een succes te maken. Waterschappen Waterschappen beschikken over de kennis m.b.t. ruimtelijke aanpassingsvraagstukken en communiceren met burgers over aanpassingen in de buitenruimte. Daarnaast zijn waterschappen zelf aan het vergroenen door gebruik van restwarmte en opwekken van eigen duurzame energie. Maatwerk regionaal Inzet/ondersteuning expertiseplatform op verzoek en ten behoeve van een of meerdere deelnemers. De kosten komen, afhankelijk van inhoud en omvang van de vraag, mogelijk voor rekening van de vrager. Bij veel van de bij gemeenten genoemde activiteiten kan met maatwerk ondersteuning worden geboden. Daarbij kan vermeld worden dat de provincie hierin ook veel kan betekenen.

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

8

Het expertiseplatform wordt ontwikkeld om op één plaats gekwalificeerde kennis en ervaring te verzamelen voor lokale en regionale inzet.

2.3 Warmte In de RES 2.0 zetten we de vervolgstappen naar een duurzame warmtevoorziening. Gemeenten hebben ten aanzien van warmte het primaat en sturen via de Transitievisies warmte en geven daar uitvoering aan. Onze regionale samenwerking op het thema warmte werken we verder uit. De thematische agenda uit de RES 1.0 is daarbij leidend in de onderwerpen die van belang worden geacht. De drie thema’s die centraal staan zijn: •

Afnemer: energiebesparing

•

Bronnen: aquathermie, geothermie, bio-warmte

•

Netwerk: ontwikkeling en uitbreiding

In de U16 zijn geen grote regionale warmtebronnen aanwezig of op kortere termijn beschikbaar. De focus ligt daarom op ondersteuning van (boven) lokale activiteiten. Door middel van een monitoringssysteem brengen we de lokale warmteontwikkelingen in beeld die volgen uit de gemeentelijke Transitievisies Warmte (TVW’s). Op deze manier krijgen we gezamenlijk inzicht in gekozen warmteoplossingen gemeenten en de beoogde duurzame warmtebronnen. Hiermee ontstaat een beeld m.b.t. verdeling van de beschikbare warmtebronnen over de regio. Aan de hand van de gespreksleidraad voeren we het gesprek om tot een eventuele verdeling te komen. Tevens ontstaat een eerste beeld van de hoeveelheid elektriciteit die nodig zal zijn om over te stappen naar een duurzame warmtevoorziening. We vergroten de kennis van en met de RES deelnemers binnen de sporen: afnemer, bronnen en netwerken. Binnen het spoor afnemer werken we regionale afspraken uit om energiebesparing op regionaal niveau te versnellen. We maken daarbij ook gebruik van het regionaal energieloket/ U-thuis. Vanuit het spoor warmtebronnen breiden we onze kennis uit over de toepassing van de bronnen geothermie, aquathermie en biowarmte. We maken regionale afspraken over de duurzaamheid van vaste bio-grondstoffen die worden ingezet in de regio. En tot slot wisselen we kennis uit over de uitbreiding en het ontwikkelen van warmtenetten.

Resultaten tot RES 2.0: 1.

Heldere en gebruiksvriendelijke monitoringstool

2.

Duidelijkheid over regionale afspraken op het gebied van energiebesparing en mogelijk over de inzet van bronnen

3.

Hoger kennisniveau op warmtebronnen

4.

Inzicht in mogelijke rollen bij de uitbreiding en/of ontwikkeling van warmtenetten

5.

Toepassen gespreksleidraad voor verdelingssystematiek

Activiteiten deelnemers Gemeenten Het primaat van de opgave ligt, nog meer dan bij ‘van zoekgebied naar vergunning’ bij de gemeenten: met de TVW geven zij sturing en invulling aan de warmtetransitie. En geven daar zelf uitvoering aan. De TVW en de uitvoering daar van, maken geen onderdeel uit de regionale energiestrategie maar hangen er wel nauw mee samen. 2021

Transitievisie warmte

2022 ev Lokale (wijk)uitvoeringsplannen

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

9

Provincie De provincie ondersteunt gemeenten op het gebied van warmte met het volgende aanbod: -

Mogelijkheid voor gemeenten om gebruik te maken van aangescherpt inzicht in potentie en aanbod van bronnen aan de ene kant, en het warmteprofiel en de afname aan de andere kant, o.a. via GIS-studies

-

Het inwinnen en delen van kennis en expertise

-

Bijdrage aan de monitoring van voortgang van initiatieven en inzage in knelpunten in het proces

-

Financiering voor realisatie warmteprojecten (via Energiefonds Utrecht)

-

Faciliteren proces van lokale warmtecollectieven (via Subsidieverordening Energietransitie)

-

Ondersteunen van gemeenten middels diverse subsidies voor onderzoek en aanpakken vanuit Subsidieverordening Energietransitie. De provincie heeft binnen deze opgave een belangrijke regionale functie in het programma RES U16. Er is ambtelijke expertise beschikbaar om regionale warmte tot een succes te maken.

-

Het volgen van de ontwikkelingen op het gebied wet- en regelgeving (bijv. nieuwe warmtewet en nieuwe mijnbouwwet m.b.t. onderdeel aardwarmte) en het behartigen van de Utrechtse belangen hierin

-

Faciliteren processen om te komen tot het duurzaam gebruik van de ondergrond

-

Bevoegd gezag open bodemenergiesystemen (WKO)

Waterschappen Waterschappen beschikken over de kennis m.b.t. ruimtelijke aanpassingsvraagstukken en communiceren met burgers over aanpassingen in de buitenruimte. Daarnaast zijn waterschappen zelf aan het vergroenen door gebruik van restwarmte en opwekken van eigen duurzame energie. Bij aqua- en geothermie beschikt het waterschap over veel kennis om in te zetten in alle opgaven. Maatwerk regionaal Inzet/ondersteuning expertiseplatform op verzoek en ten behoeve van een of meerdere deelnemers. De kosten komen, afhankelijk van inhoud en omvang van de vraag, mogelijk voor rekening van de vrager. Het expertiseplatform wordt ontwikkeld om op één plaats gekwalificeerde kennis en ervaring te verzamelen voor lokale en regionale inzet. Mogelijke activiteiten: -

Optimale inzet Omgevingsdiensten Samenwerking gemeenten met vergelijkbare uitvoeringsplannen (collectief / individueel / besparing) Optimale inzet U-Thuis

2.4 Opstellen en besluitvorming RES 2.0 Vanuit het Nationaal Programma RES is de deadline voor het vaststellen van de RES 2.0 door de parlementen 1 juli 2023 (zie ook H4 planning). In het eerste kwartaal van 2023 leveren we daarom de RES 2.0 als programmateam op ter behandeling en besluitvorming. Dit is een update en herijking van de RES 1.0. Dezelfde thematische opgaven zullen daarin centraal staan, maar de benodigde activiteiten kunnen veranderen. Welke thema’s onderdeel worden van de RES 2.0 voeden we met het volgende: •

De handreiking 2.0 van het NP RES: deze geeft richting met een afwegingskader over welke onderwerpen mee te nemen (in het proces om te komen tot) de RES 2.0, zoals arbeidsmarkt en onderwijs (zie kader), leefomgeving en CO2-besparing.

•

Een evaluatieronde van (het proces om te komen tot) de RES 1.0 met bestuurders: hiermee kunnen bestuurlijke uitgangspunten over relevante thematieken meegenomen worden naar de RES 2.0. Naast input voor thematische opgaven, wordt ook met bestuurders verkend welke procesafspraken gemaakt moeten worden in het kader van regionale samenwerking en de RES 2.0. De uitkomsten van deze evaluatieronde worden verwerkt in een procesontwerp (zie hieronder).

•

Moties en amendementen van de parlementen bij vaststelling van de RES 1.0.

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

10

Procesontwerp RES 2.0 Om zowel de RES 1.0 te herijken als aanvullende thematische opgaven te realiseren en een goed regionaal proces te doorlopen, stellen we een regionaal procesontwerp op. Dit ontwerp heeft de volgende kenmerken: •

Het is een compact document (geen boekwerk).

•

Het bevat het proces en planning tot aan oplevering en vaststelling van de RES 2.0 uiterlijk 1 juli 2023.

•

Het beschrijft welke gremia en partijen op welke manier en welk moment worden betrokken. De rol van externe stakeholders wordt hier ook beschreven. Het procesontwerp blijft binnen de inhoudelijke en procesmatige kaders van de RES 1.0 en behoeft daarom geen besluitvorming in de parlementen.

•

Het bevat een overzicht van inhoudelijke thema’s die onderdeel zijn van de RES 2.0, inclusief mogelijke ambities voor na 2030. Het bevat geen nieuwe inhoudelijke kaders.

Resultaten tot 2023 1.

Procesontwerp om te komen tot RES 2.0 (medio maart 2022) met daarin •

Stappen waarlangs de RES 2.0 ontwikkeld wordt inclusief planning

•

Governance rondom opstellen en besluitvorming

•

Overzicht van inhoudelijke thema’s in de RES 2.0

2.

Oplevering van de RES 2.0 (Q1 2023)

3.

Besluit RES 2.0 in parlementen (uiterlijk juli 2023)

Onderwijs en arbeidsmarkt In de periode tot de RES 2.0 sluiten we aan op structuren en netwerken voor arbeidsmarkt en scholing, zoals de arbeidsmarktregio’s. Daar brengen we de energietransitie onder de aandacht en onderzoeken we hoe en vanuit welke rol we kunnen bijdragen aan voldoende goedgeschoolde mensen in de regio. Daarnaast proberen we aan de adviezen die het NP RES hieromtrent aan het opstellen is, opvolging te geven in onze regio. In welke mate dit onderwerp onderdeel is van de RES 2.0 wordt komende periode nader verkend.

2.5 Vijf Pijlers van regionale samenwerking Naast de vier bovenstaande opgaven onderscheiden we vijf pijlers voor een goede regionale samenwerking in de RES U16. Zij vormen de kern om succesvol onze gezamenlijke ambitie te concretiseren en uit te voeren. De activiteiten binnen de pijlers worden aangestuurd door het programmateam. We onderscheiden de volgende vijf pijlers: Bestuurlijke samenwerking: in de RES U16 werken we met 16 gemeenten, de provincie Utrecht, vier waterschappen en Stedin gezamenlijk aan de energieopgave van de regio. Het is van belang dat we deze bestuurlijke samenwerking krachtig en effectief houden de komende jaren. De RES is het platform hiervoor. Iedere twee jaar wordt de samenwerking geactualiseerd met een nieuwe versie van de RES (2.0, 3.0 ev.). Monitoring voortgang: om te kunnen bepalen hoe de energietransitie in de regio en specifiek de door ons gestelde doelstellingen worden gerealiseerd, is monitoring cruciaal. Goede monitoring zorgt voor input waarmee we in de regio kunnen (bij-)sturen, afstemmen en besluiten. Moties en amendementen die uit de besluitvorming van de RES 1.0 naar voren zijn gekomen en regionaal relevant zijn, worden ook gemonitord op voortgang. Communicatie en informatie: een transitie kenmerkt zich door onzekerheid en verschillende beelden over de toekomst. Duidelijke communicatie en eenduidige informatie zijn hierin cruciaal.

Zowel in de regio als naar buiten. Daarnaast is er een sterke behoefte om de urgentie van de opgave communicatief beter te duiden. Het programmateam gaat hier een centrale rol in spelen.

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

11

Kennis en expertise: De energietransitie is complex en moeilijk in te kaderen. Er is uiteenlopende kennis en expertise nodig om invulling te geven aan deze transitie. De regio is de plek waar deze kennis en expertise flexibel beschikbaar moet zijn. Dat kan zowel betekenen dat er samenwerkingen worden opgezet, experts worden ingehuurd, mensen worden opgeleid, (innovatieve) onderzoeken worden gedaan of kennis wordt ontwikkeld. Alles gericht op het halen van onze doelstellingen. Afstemming en samenwerking tussen partijen: de RES is een samenwerking tussen vele partijen, personen en structuren, zowel in de eigen regio als erbuiten. Goede afstemming en een sterke samenwerking zijn cruciaal voor het halen van onze doelstellingen. De deelnemende overheden en het programmateam faciliteren stakeholderbetrokkenheid door middel van overleggen, samenwerkingsvormen, betrekken van partijen en participatie. De deelnemers dragen echter geen bevoegdheden over aan de regionale samenwerking U16. We hanteren afstemming met parallelle trajecten (in de U10) om de integratie met aangrenzende opgaven te bevorderen, bijvoorbeeld met het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) (zie aparte bijlage voor meer afstemmingstrajecten.

3. Governance en organisatie Voor de regionale uitvoering van de RES continueren we in grote lijnen de structuur van samenwerken zoals we die hadden ten behoeve van de totstandkoming van de RES 1.0. In de RES 1.0 zijn uitgangspunten vastgelegd voor de governance, zie bijlage, die we in dit hoofdstuk nader uitwerken. Nog meer dan tot heden benutten we de bestaande structuur van de U10-samenwerking. Alle deelnemers van de RES U16 sluiten voor het onderwerp RES U16 aan bij de bestuurstafel Klimaat Neutrale Regio (KNR). In een netwerkorganisatie is overzicht en eenduidigheid in structuren van groot belang. De RES U16 wordt in de bestaande structuren verder geïntegreerd. In dit hoofdstuk presenteren we de governance eerst in zijn geheel en zoomen vervolgens in op specifieke onderdelen waarbij ook rollen en verantwoordelijkheden worden toegelicht.

3.1 Governance RES U16 Het meeste werk gebeurt decentraal en daar vindt ook alle formele besluitvorming plaats. Dit uitvoeringsprogramma richt zich echter primair op wat we als betrokken partijen in de RES gezamenlijk en regionaal doen. Het figuur hiernaast illustreert de governance van de regionale samenwerking op hoofdlijnen. De aansturing van de RES en het regionale deel van de uitvoering van de RES 1.0 vindt plaats in de ‘donkerblauwe blokken’. De trekker van de bestuurstafel KNR en diens plaatsvervanger (M/V) vormen samen de bestuurlijk opdrachtgevers van de RES, het ambtelijk opdrachtgeverschap is belegd bij de ambtelijk opdrachtgevers. De deelnemers zijn op drie niveaus verbonden: 1) op bestuurlijk niveau in de stuurgroep, 2) op ambtelijk niveau via het ambtelijk overleg (AO), waar de beraadslagingen van de stuurgroep worden voorbereid en met inzet van

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

12

het programmateam, 3) op programmaniveau waar wordt samengewerkt aan de gezamenlijke opgave. De samenwerking met stakeholders is uitgewerkt in hoofdstuk 3.6. Zoals gezegd gebeurt het meeste werk decentraal, in het gele blok. De deelnemers werken daar aan de uitvoering van hun eigen beleid en ambities. Samen met inwoners, bedrijven, grondeigenaren, ontwikkelaars en andere (maatschappelijke) partijen realiseren zij de energietransitie. Besluitvorming over de RES 2.0 is voorbehouden aan de parlementen van de deelnemende individuele overheden. Ruimtelijke of planologische besluitvorming (bijvoorbeeld voor het vaststellen van zoekgebieden voor windmolens) of het verlenen van vergunningen (bij concrete initiatieven voor zonnevelden) wordt gedaan door het betreffende bevoegd gezag.

3.2 Bestuurlijke afstemming en besluitvorming Bestuurlijke besluitvorming binnen de RES vindt plaats in de stuurgroep (bestuurstafel KNR), waarvoor inhoudelijke agendapunten worden voorbereid in het AO. Er zijn door de deelnemers geen bevoegdheden overgedragen aan de RES. Besluitvorming binnen de RES is gericht op het voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers. Stuurgroep (Bestuurstafel KNR) De stuurgroep RES stuurt op het structureren en op tijd voorbereiden van besluitvorming in de parlementen. De stuurgroep RES bestaat uit een collegelid van iedere deelnemende gemeente, de provincie en de waterschappen en een vertegenwoordiger namens de RvB van Stedin. Bestuurlijke afstemming over RES-voorstellen die aan de parlementen worden voorgelegd, vindt primair plaats op de bestuurstafel Klimaat Neutrale Regio (KNR) van de U10. De RES is één van de thema’s die aan de bestuurstafel KNR wordt besproken. Bij agendapunten over de RES U16 nemen de stuurgroepleden vanuit de waterschappen, provincie en Stedin deel aan dit overleg en vormen zo samen de Stuurgroep RES U16. Indien extra bestuurlijke afstemming gewenst is, kunnen extra stuurgroepoverleggen plaatsvinden, aanvullend op de reguliere U10 bestuurstafel frequentie. Aan de overleggen nemen ook de ambtelijk opdrachtgever en de programmamanager deel.

Ambtelijk overleg (AO) De ambtelijke advisering aan de bestuurstafel KNR vindt plaats in het AO van de U10. Aan dit overleg nemen de strategisch beleidsadviseurs energietransitie van de gemeenten deel onder technisch voorzitterschap van de procesmanager U10. Voor agendapunten die betrekking hebben op de RES U16 nemen ook de ambtelijke vertegenwoordigers van de provincie, HDSR, Stedin en een lid van het programmateam RES U16 deel. Het AO behandelt stukken, bereidt de bestuurlijke behandeling hiervan voor en adviseert de stuurgroep over de inhoud. De procesmanager U10 stelt samen met de programmamanager RES de inhoudelijke agenda op van het AO. Inhoudelijke agendapunten kunnen zowel vanuit de programmamanager als vanuit AO-leden aangedragen worden. Er wordt gezorgd voor een goede verslaglegging van en terugkoppeling over de stuurgroepoverleggen.

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

13

3.3 Aansturing door driehoek bestuurlijk trekker – ambtelijk opdrachtgever programmamanager De formele aansturing van het programmateam gebeurt bestuurlijk door de bestuurlijk trekker(s) en ambtelijk door de ambtelijk opdrachtgevers (AOG). De trekker van de bestuurstafel KNR is ook de bestuurlijk trekker en bestuurlijk opdrachtgever van de RES U16. Op dit moment is dat Rob Jorg. Plaatsvervangend bestuurlijk trekker is nu Hilde de Groot. Voor de aansturing van de RES U16 en het verbinden met de lijnorganisatie en bestuurlijke organisatie van de deelnemers zijn cruciale rollen weggelegd voor de bestuurlijk opdrachtgever, de ambtelijk opdrachtgever en de programmamanager. Zij vervullen sleutelrollen en het vraagt dat zij een goed begrip hebben van de wereld waarin de ander zich dagelijks bevindt, de bereidheid hebben om ook door de bril van de ander te kijken en zich door elkaar ondersteund te voelen. In het werken met deze ‘driehoek’ volgt de RES U16 de U10 werkwijze. In de ‘eigen wereld’ van de programmamanager vindt de feitelijke realisatie plaats. De medespelers in de driehoek zijn enerzijds de externe belanghouders. Anderzijds zijn dit de leden van de projectorganisatie die ieder op hun beurt weer allerlei gemeentelijke, provinciale, waterschaps- en externe professionals aansturen. De ‘eigen wereld van de ambtelijk opdrachtgever’ is die van de ambtelijke organisaties.

Voor de ambtelijk opdrachtgever zijn allereerst de lijnorganisaties relevant: zo wordt hier het beleid ontwikkeld voor de context waarin het project zich bevindt en ligt hier de verantwoordelijkheid voor het selecteren en ontwikkelen van medewerkers die mogelijk in de projectorganisatie worden ondergebracht. Daarnaast zijn de control organisaties relevant voor de ambtelijk opdrachtgever: de control-functionarissen kunnen de ambtelijk opdrachtgever goed helpen om, in aanvulling op de input die de ambtelijk opdrachtgever krijgt van zijn programmamanager en bestuurlijk opdrachtgever, een kritische inhoudelijke challenge uit te voeren op de status en voortgang van het project. De ‘eigen wereld’ van de bestuurlijk opdrachtgever bestaat eruit dat hij het mandaat heeft om, na instemming van de betrokken wethouders, een voorstel ter informatie, consultatie of besluitvorming voor te leggen aan de deelnemende colleges. Het is aan ieder betrokken college om het eigen parlement in staat de stellen om haar controlerende en volksvertegenwoordigende rol te vervullen. In de samenwerking onderscheiden wij drie dominante lijnen, die de benodigde helderheid verschaffen in de relaties tussen de verschillende rollen: •

Een sturingslijn van ambtelijk opdrachtgever aan programmamanager.

•

Een lijn van advisering van ambtelijk opdrachtgever aan bestuurlijk opdrachtgever.

•

Een lijn van informatievoorziening van de programmamanager aan de bestuurlijk opdrachtgever.

Voor een effectieve samenwerking is het cruciaal dat de drie sleutelrollen intensief samenwerken en dat zij bij een eventueel onvoorziene situatie snel kunnen schakelen. Dit betekent dat elke rol door 1 tot maximaal 2 mensen vervuld wordt. Als een ambtelijk of bestuurlijk opdrachtgeverschap door meer dan 1-2 mensen vervuld wordt, maken deze ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgevers afspraken over wie van hen optreedt als primus inter pares. De programmamanager staat aan de lat om met het programmateam het programma op tijd, volgens de gewenste kwaliteit en binnen de geraamde kosten te realiseren. Het is aan de ambtelijk opdrachtgever om indien opportuun vanuit de langere termijn, integraal en strategisch perspectief van de lijn,-en control organisaties - de bestuurlijk opdrachtgever te adviseren om de vastgestelde kaders te veranderen. Om voeling te kunnen krijgen en houden bij de eventuele noodzaak of wenselijkheid van een dergelijk benodigde bijstelling van

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

14

de kaders, legt de programmamanager hiertoe mogelijk relevante stukken altijd expliciet ter goedkeuring voor aan de ambtelijk opdrachtgever.

3.4 Organisatie thematische opgaven Doordat we van de beleidsfase naar de uitvoering gaan, met een toenemende intensivering en specialisering bij de deelnemers en een toenemende verdieping op de thema’s wenselijk is, bouwen we de thematische aanpak verder uit. De drie thematische opgaven hebben een bestuurlijk thematrekker en een projectcoördinator. De afstemming met deelnemers vindt plaats op de thematafels. themawerkplaatsen zijn meer op samenwerking en creatie gericht. Stakeholders kunnen hierbij ook uitgenodigd worden. De bestuurlijk thematrekkers (warmte, van zoekgebied naar vergunning en zon op dak) zijn stuurgroeplid en nemen verantwoordelijkheid voor een thematische opgave. Een thematrekker heeft de volgende rollen: •

Wegbereider/verbinder tussen lokale bestuurders tijdens het uitvoeringsproces

•

Klankbord voor projectcoördinator en ambtelijke werkgroep binnen het thema

•

Vertegenwoordiger van het thema aan de KNR-tafel en richting partners

Een thematafel bestaat uit ambtenaren van de deelnemers die gespecialiseerd zijn op de thematische opgave, aangevuld met relevante stakeholders/partners. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de activiteiten die in het kader van een thematische opgave worden uitgevoerd. De projectcoördinator en het programmateam werkt nauw samen met deze inhoudelijke experts op de thema’s. Een themawerkplaats bestaat uit ambtenaren van de thematafel, aangevuld met relevante stakeholders/partners. De werkplaatsen zijn gericht op samenwerken, creatie en het delen van kennis en expertise. In de samenwerking met stakeholders heeft het thema Warmte al ruime ervaring opgedaan met themawerkplaatsen. Deze ervaring wordt ingezet bij de ontwikkeling van de andere thema’s. De projectcoördinator is de opdrachtnemer van een opgave. Hij/zij coördineert de activiteiten die in het kader van een thematische opgave plaatsvinden, monitort de voortgang en zit de thematafel en themawerkplaats voor. Tevens is de projectcoördinator verantwoordelijk voor afstemming met de programmamanager en het programmateam RES U16. Om met het intensiveren op de thema’s de integraliteit van de energietransitie niet uit het oog te verliezen wordt twee keer per jaar een RES U16 event georganiseerd waarbij alle betrokken ambtenaren, eventueel ook stakeholders, welkom zijn.

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

15

3.5 Stakeholderbetrokkenheid Naast de betrokken overheden zijn marktpartijen, maatschappelijke organisaties, coöperaties en inwoners van groot belang in de uitvoering en realisatie van de RES U16. Zij kunnen de RES U16 ondersteunen door de kennis en expertise die zij in huis hebben in te brengen, te adviseren in vraagstukken die voorliggen, af te stemmen met hun achterban en hen te informeren, initiatieven te ontwikkelen en uitvoering te geven aan de RES. Deze interactie vatten we onder de term stakeholderbetrokkenheid. We voorzien de betrokkenheid van stakeholders op regionaal bestuurlijk-, thematisch- en lokaal niveau. Op regionaal niveau wordt er alleen gesproken met maatschappelijke organisaties, marktpartijen, coöperaties en andere professionele stakeholders. Op regionaal niveau vindt er geen inwonersparticipatie plaats. Regionaal bestuurlijk niveau Regionaal richten we een klankbordgroep op met regionale stakeholders die betrokken zijn bij de RES U16. Denk hierbij aan een afvaardiging van organisaties die belangen vertegenwoordigen rond natuur, landschap, milieu, landbouw, energie, recreatie, woningbouw, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Het doel van de klankbordgroep is om de stuurgroep RES U16 te adviseren en te informeren op vooraf geagendeerde onderwerpen op strategisch niveau.

Hierdoor kunnen de bestuurders aan de Bestuurstafel een afgewogen besluiten nemen met kennis en achtergrond van de direct betrokken partijen. Kortom een klankbord van regionale partijen die mede de concrete uitvoering van de RES mogelijk maakt. Alle lokale projecten worden door lokale bestuurders met de stakeholders opgepakt. Deze klankbordgroep behandelt expliciet geen lokale casuïstiek. Jongeren worden uitgedaagd deel te nemen aan het vervolg en om hun (innovatieve) ideeën in te brengen. Jongeren kunnen deelnemen aan RES 2.0, bijvoorbeeld via Jong RES. Hoe werkt het in de praktijk? Overleg vindt in diverse stadia van voortgang RES plaats. In eerste instantie wordt ingezet op actuele, wisselende geagendeerde boven lokale vraagstukken, zoals ruimtelijk ordening en netinpassing. Tot op heden is deze vorm van kennis delen, informeren en adviseren onvoldoende onderwerp van gesprek met de regionale stakeholders. Door in een vroegtijdig stadium kennis te delen en vraagstukken te verkennen, kunnen de bestuurders aan de bestuurstafel een weloverwogen besluit nemen met een grote mate van draagvlak en slaagkans in de uitvoering. Bestuurders kunnen dus ook vraagstukken voor leggen. Het principe is “halen en brengen” van informatie. In de uitvoering wordt ingezet op twee type momenten in de route naar besluitvorming. Hieronder een fasering die past binnen het RES-proces: Fase 1.

Voorbereiden en veldonderzoek Per thema of vraagstuk wordt gekeken welke regionale stakeholders het beste kunnen aansluiten en hoe het vraagstuk behandeld wordt. Partijen brengen bij het programmateam vroegtijdig de verschillende thema’s en vraagstukken in, die bovenlokaal spelen binnen de RES. Hiervoor wordt een werkagenda ontwikkeld in samenwerking met de regionale stakeholders en de bestuurders om een consistent gesprek te borgen. Door in een vroegtijdig stadium op regelmatige basiskennis en informatie uit te wisselen tussen bestuurders en regionale stakeholders, kunnen er van beide kanten vraagstukken of dilemma’s worden voorgelegd. Dit proces van het

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

16

halen en brengen in een constructieve dialoog vindt in de regionale klankbordgroep plaats. Ook ontstaat er meer wederzijds begrip waardoor de participatie- en acceptatiekansen toenemen. Fase 2. Voorafgaand aan besluitvorming Daarnaast biedt dit regionale stakeholders een platform om hun belangen tijdig voorafgaand aan de besluitvorming in te brengen. Zo kunnen bestuurders ook op basis van wat speelt binnen de verschillende belangengroepen een goed geïnformeerd besluit aan de bestuurstafel nemen. De regionale klankbordgroep is uitdrukkelijk geen besluitvormend of besluitnemend orgaan. Wie neemt deel aan de regionale klankbordgroep? De regionale stakeholders vaardigen hun bestuurder of directeur af voor deze klankbordgroep. De leden van de regionale klankbordgroep sluiten regelmatig op uitnodiging aan bij specifieke agendapunten van de stuurgroep RES U16. De regionale klankbordgroep wordt georganiseerd en voorgezeten door een lid van het programmateam RES U16. Het is ook mogelijk dat de klankbordgroep de organisatie en het voorzitterschap op termijn zelf invult. Thematische opgaven Binnen het uitvoeringsprogramma RES U16 worden stakeholders op ambtelijk niveau betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de thematische opgaven van de RES. Dat doen we in themawerkplaatsen. Het doel is dat stakeholders hier samen met de ambtelijke adviseurs aan de slag gaan.

Vanuit hun kennis en ervaring met het thema werken zij inhoudelijk aan het vormgeven van de uitvoering van de opgaven. Zo wordt er samen gebouwd aan het realiseren van de RES 1.0. Hiervoor vaardigen de stakeholders inhoudelijke experts af. Ook kunnen zij de klankbordgroep op regionaal bestuurlijk niveau van input voorzien. Lokale participatie De deelnemende overheden geven zelf invulling aan stakeholderbetrokkenheid voor het eigen werkgebied. Het programmateam speelt een rol bij het ondersteunen van de lokale participatie door kennis te leveren over lastig te bereiken doelgroepen, een palet van participatiemethoden en middelen aan te bieden en kennis uit te wisselen over nieuwe participatievormen en best practices. Daarnaast vormt ook de regionale communicatie en informatie een kader binnen de regio om de urgentie van de opgave lokaal beter te kunnen duiden. Natuurlijk wordt de regionale communicatie goed afgestemd op de lokale communicatie en het lokale proces.

3.7 Programmateam Het programmateam RES U16 organiseert, coördineert, initieert en monitort alle regionale ontwikkelingen zoals opgenomen in de RES 1.0. Zowel op bestuurlijk als op uitvoerend niveau. Hiertoe wordt een flexibel en kundig (klein) programmateam ingesteld. Het programmateam bestaat uit een programmamanager, programmasecretaris, communicatieadviseur en managementassistent. Vanuit de opgaven sluiten projectcoördinatoren aan. Expertise die tijdelijk nodig is of zeer specialistisch is, wordt gericht ingehuurd (zie expertiseplatform hieronder). Het programmateam bestaat in ieder geval uit de volgende personen:

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

17

De programmamanager, als eindverantwoordelijke voor de uitvoering van het programma RES U16 binnen gestelde kaders, het programmabudget en het programmateam. Ook adviseert de programmamanager bestuurders en organiseert de voorbereidende bestuurlijke regionale afstemming ten behoeve van de bestuurlijke besluitvorming. De programmamanager is het eerste aanspreekpunt voor het NP RES (als regio-coördinator) en voor andere betrokken organisaties. De programmasecretaris, die verantwoordelijk is voor de dagelijkse coördinatie van de organisatie van het programma(team) en de monitoring van voortgang binnen het programma. De programmasecretaris is ook de directe ondersteuner en vervanger van de programmamanager. De communicatieadviseur is verantwoordelijk voor de algemene RES-communicatie in ontwikkeling en uitvoering. Ook ondersteunt de communicatieadviseur bestuurders inzake media en zorg voor de verbinding van communicatieadviseurs van betrokken organisaties en stakeholders De managementassistent is verantwoordelijk voor de algehele programmaondersteuning; contact- en relatiebeheer; planning en organisatie, agendabeheer en notulering. De projectcoördinatoren zijn primair verantwoordelijk voor de uitvoering en het behalen van de resultaten binnen een de thematische opgaven. Projectcoördinatoren komen met voorkeur uit de ambtelijke organisaties zelf.

Gezien de noodzakelijke kennis en ervaring kan er ook extern gezocht worden naar kandidaten. De selectie en inzet van de projectcoördinatoren valt onder de verantwoordelijkheid van de programmamanager. Eén projectcoördinator kan verschillende opgaven coördineren als de hoeveelheid werk dit toe laat. Het uitvoeringsproces op lokaal niveau leidt ook tot meer afstemmingsvragen tussen gemeenten, met externe partijen en vraagt om coördinatie en besluitvorming bovenlokaal. Bijvoorbeeld bij netinpassing duurzame opwek elektriciteit. De gevraagde ambtelijke capaciteit op bovenlokaal niveau zal hierdoor toenemen ten opzichte van de huidige beschikbare capaciteit.

3.8 Expertiseplatform Het is van belang dat er op het juiste moment voldoende kennis en expertise voorhanden is in de regio om invulling te geven aan de RES. Flexibele inzet zorgt voor de specifieke kennisbijdrage op het goede moment zonder continue druk op het budget van de RES U16. Deze organisatievorm biedt het perspectief op hoge specifieke inzetbare kwaliteit tegen beperkte kosten. Daarom nemen we een expertiseplatform op in de regionale uitvoering. Het platform werkt vergelijkbaar met de expertpool van het NP RES waar, indien wenselijk, ook gebruik gemaakt van kan worden. De hoofddoelstellingen van het regionale expertiseplatform zijn: a.

Kennisuitwisseling en -borging faciliteren

b.

Experts/ expertise organiseren

c.

Flexibele kennisschil rond een vast programmateam

De inrichting en kwaliteit van het expertiseplatform valt onder de regie van de programmasecretaris. Het fungeert als kennispunt en inzet van menskracht in een flexibele schil van het programma.

3.9 Overlegfrequentie Onderstaande overzicht geeft een indicatie van de frequentie waarop bovenstaande overleggen samenkomen op basis van de huidige ervaringen. Met de tijd kan de frequentie in overleg worden aangepast indien de voortgang van het programma daar om vraagt.

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

18

Overleg

Frequentie

Stuurgroep (BT KNR)

6-8 weken, of zoveel meer als nodig

Ambtelijk opdrachtgeversoverleg

Idem

Ambtelijk overleg

Maandelijks

Thematafel Warmte Zoekgebied – vergunning Zon op dak RES 2.0 Themawerkplaats Warmte Zoekgebied – vergunning Zon op dak Integraal U16 event

6 weken 2-4 weken 4 weken 2-4 weken (start later) 2 weken n.t.b. n.t.b. Halfjaarlijks

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

19

4. Planning 4.1 Continuïteit 2025 Vanwege de grote tijdspanne van de transitie en de potentie van technologische innovatie is in de RES 1.0 van de regio U16 gekozen voor een adaptief ontwikkelpad. Er is een aantal concrete ijkmomenten genoemd die als kader dienen voor de doorontwikkeling van de RES: •

Iedere twee jaar actualiseren we de RES. Over de geactualiseerde versie wordt een besluit genomen in de parlementen, zodat de RES en de uitvoering ervan altijd een democratische basis heeft.

•

In 2021 stellen alle gemeenten de TVW vast, die zij minimaal eens in de vijf jaar herijken.

•

In 2022 zetten de deelnemende overheden de RES 1.0 om in ruimtelijk beleid, voor zover dat nodig is om de bijdrage van 1,8 TWh aan de landelijke doelstelling voor duurzame elektriciteit in 2030 te realiseren.

•

In 2025 worden de ruimtelijke procedures voor zonnevelden en windmolens afgerond, voor zover die nodig zijn om de bijdrage van 1,8 TWh in 2030 te realiseren.

•

In 2030 komt de realisatie van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwek gereed.

Hieraan zijn bestuurlijk informele ijkmomenten gekoppeld: 1.

Q4 2021, uitkomsten besluitvorming door parlementen over RES 1.0 en een verdiepende netimpactanalyse

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/463/documents/14061