CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A01.3 bijlage Verslag Raadsledenbijeenkomst 22052024.pdf

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: ingekomen stukken1.857 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsledenbijeenkomst Regionale samenwerking Utrecht-West 22/05/2024 19:00 - 20:15 Gemeentehuis Woerden Aanwezigen: Verschillende raadsleden en ambtenaren vanuit de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Oudewater zijn aanwezig. Vanuit de opdracht om een advies op te stellen om de regionale samenwerking in Utrecht West is BMC aanwezig in de persoon van Gert Ranter en Zeno Gorgels. Vanuit de vijf gemeenten zijn de volgende wethouders aanwezig: ● Cees van Uden Gemeente De Ronde Venen ● Maarten van der Greft Gemeente De Ronde Venen ● Annemarie van der Poll Gemeente Montfoort ● Kees van Dalen Gemeente Montfoort ● Walther Kok Gemeente Oudewater ● Dick Polman Gemeente Stichtse Vecht ● Mariëtte Pennarts Gemeente Woerden Notulen: 1. Openingswoord wethouder Mariëtte Pennarts en presentatie BMC Wethouder Pennarts wenst iedereen welkom en geeft het openingswoord. Mariëtte geeft aan dit een belangrijke raadsledenbijeenkomst te vinden en het fijn vindt dat de verschillende gemeenten vertegenwoordigd zijn door raadsleden en wethouders. Zij legt uit dat de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater en Woerden al een samenwerkingsverband delen, bijvoorbeeld door samen in te kopen op jeugd en WMO. De wethouders zouden graag samen met de gemeente Stichtse Vecht meer regionaal willen samenwerken.

Wethouder Pennarts introduceert Gert Ranter, managing consultant van BMC, die een presentatie geeft over de huidige stand en de toekomst van de regionale samenwerking in Utrecht West. Deze presentatie is meegestuurd als bijlage. 2. Vragen na afloop van de presentatie De eerste vraag gaat over de mogelijke types van Gemeenschappelijke Regelingen (GR). Gert Ranter geeft aan dat er in de Hervormingsagenda Jeugd drie mogelijke modellen staan genoemd. Gemeenten kunnen een bedrijfsvoeringsorganisatie creëren, een openbaar lichaam oprichten of wijzen een centrumgemeente aan. De vraagsteller vraagt waarom je dit zou willen doen. Wethouder Pennarts geeft aan dat je door een GR integraler kan handelen, maar ook meer de touwtjes in handen kan nemen. Hierdoor kan het kwaliteit toevoegen aan het sociaal domein. Er wordt gevraagd hoeveel ruimte de GR biedt om als individuele gemeente hun eigen keuzes te maken. Wethouder Pennarts geeft aan dat de toegang lokaal blijft, waardoor gemeenten de mogelijkheid behouden om dingen zelf uit te voeren. Maar door de samenwerking wordt het beleid beter en sneller. Wethouder van Uden vult aan dat de gemeenten nu al veel samenwerken en gezamenlijk 65 miljoen uitgeven op het sociaal domein, maar daar heeft de

1

raad weinig tot geen invloed over. Een GR kan inderdaad ingewikkeld worden, maar de huidige situatie is volgens hem nog een stuk ingewikkelder. Er wordt gevraagd of de regio samenwerking zich alleen richt op jeugd door de verplichting uit de Hervormingsagenda of ook breder op het sociaal domein. Wethouder Pennarts geeft aan dat de aanleiding jeugd is, maar de wethouders het als een kans zien om meer de GR uit meer onderdelen te laten bestaan. Een raadslid geeft aan dat er in de verschillende regio’s al wordt samengewerkt in de GR-vorm. Hij vraagt naar de ervaringen in die regio’s. Gert Ranter legt uit dat er grote verschillen zijn tussen regio’s. Zo heeft bijvoorbeeld de regio Groningen een openbaar lichaam terwijl de regio IJsselland een bedrijfsvoering heeft en de regio Friesland werkt met een centrumgemeenteconstructie. Het model wordt vaak gekozen aan de hand van de cultuur van de samenwerking en hoe er politiek-bestuurlijk wordt gestuurd op samenwerking. Het belangrijkste is om te kiezen wat bij de regio past en daarop te blijven sturen. Na een vervolgvraag geeft hij aan dat ambtelijk de ontwikkelingen - ook in de buurregio’s - worden gevolgd en van de ervaringen aldaar wordt geleerd. Een vraag wordt gesteld over wat de 'robuustheid' vanuit VWS precies betekent.

Marije Willems (directeur bij de gemeente Montfoort) legt uit dat het ministerie van VWS vanuit de Hervormingsagenda Jeugd wil sturen op de robuustheid van de jeugdregio’s, aan de hand van een aantal criteria zoals de dekkingsgraad van het zorglandschap. Hier heeft het ministerie van VWS de regio’s afgelopen herfst op gescand en in mei heeft een vervolggesprek plaatsgevonden tussen ambtenaren van de verschillende gemeenten van Utrecht West en VWS. VWS heeft naar aanleiding van de gegeven antwoorden aangegeven dat de regio Utrecht West waarschijnlijk ‘voorlopig robuust’ is. Dat betekent dat de regio in stand kan blijven en gezamenlijk vorm moet geven aan de GR en een gezamenlijk inkoopsysteem moet hebben. Marije geeft aan dat er in de zomer een definitief besluit komt van VWS. Een raadslid vraagt hoe deze samenwerking in de regio Utrecht-West zich verhouden tot andere initiatieven in de regio en het land, bijvoorbeeld op coöperatieve samenwerking vanuit inwoners. Gert Ranter antwoordt dat dit een inkoopvraag is en dat je daarin keuzes moet maken over wat je wilt inkopen en welke kwaliteitseisen je daaraan stelt. De vier gemeenten die nu een inkoopmodel hebben, hebben een ‘open housemodel’, waar iedereen kan toetreden als zij aan de gestelde eisen voldoen. Een raadslid uit de gemeente Montfoort wil een vraag stellen richting de de andere raadsleden.

Hij geeft aan dat er in de gemeente Montfoort vaak wordt gesproken over zaken die de GR raken, maar dan gaat het meer over hoe je ermee omgaat als kleine gemeente en minder over de inhoud van de GR. Hij vraagt naar de ervaring bij andere gemeenten. Een raadslid van Stichtse Vecht geeft daarop aan dat zij ook gefrustreerd is dat het bij de discussie over de GR weinig echt over inhoud gaat. Het is dan ook haar ambitie om dit meer te doen. Wethouder van Uden vult aan dat je bij een GR vaak niet over het budget kan spreken, want je organiseert het ‘boven’ de gemeenteraden. Dit kan afhankelijk van de situatie een voordeel of

2

een nadeel zijn. Hij herhaalt dat in de huidige situatie de gemeenteraden weinig invloed hebben en dat de gemeenten vast zitten aan Europese aanbestedingsregels. De GR kan hier meer grip op bieden. Een raadslid van de gemeente Oudewater is het met wethouder van Uden eens. Een ander raadslid van Oudewater geeft aan dat de macht ook bij de raad zelf ligt. Als men hier weinig mee doet heeft de gemeenteraad ook weinig invloed, maar als de gemeenteraad actief meedoet en voorstellen bedenkt en inbrengt kan het ook meer invloed hebben. Daarbij ziet hij het ook als een voordeel dat het een GR is waar relatief weinig gemeenten aan deelnemen waardoor elke gemeente genoeg invloed kan hebben. Een raadslid van de gemeente Oudewater stelt vraagtekens bij de structuur van de GR en is bang dat het belang van de mensen uit het oog verloren wordt. Wethouder Polman antwoordt dat de wethouders geloven dat deze samenwerking ervoor kan zorgen dat de gemeenten het beter gaan doen op het sociaal domein. Hoewel de GR van bovenaf is opgelegd, geeft het wel de kans om het beter te organiseren voor de inwoners. Wethouder Polman geeft aan dat de wethouders een regionale visie willen opstellen, om de verbindingen te verkennen en vast te leggen. Wethouder Pennarts vult aan dat op dit moment de inkoop ‘beleidsarm’ is vastgelegd.

De GR biedt dan een kans om het in de toegang beter te organiseren waardoor de burgers ook vooruit gaan. Een raadslid van de gemeente Woerden vraagt of Woerdenwijzer verdwijnt als beleid en toegang meer regionaal georganiseerd wordt. Wethouder Pennarts geeft aan dat de gemeente Woerden zelf een uitdaging heeft om de toegang anders te organiseren, zodat het meer begeleiding van cliënten biedt en niet alleen doorverwijst. Zij geeft aan dat dit nog doorontwikkeld moet worden en dat de gemeente Woerden hier zelf een taak in heeft. Een raadslid van de gemeente Stichtse Vecht vraagt hoe het indienen van een motie werkt als de GR is opgericht. Wethouder van Uden geeft aan dat een motie op toegangseisen gewoon lokaal blijft, want toegang is lokaal. Maar een motie over bijvoorbeeld inkoop gaat nu ook al via de regio. Als er een motie wordt ingediend over het aansluiten van een andere partij dan moet de regio nu ook al in gesprek gaan en kijken of deze partij past. Dat is voor de vier samenwerkende gemeenten het geval, maar dus niet voor Stichtse Vecht. Vervolgens vraagt het raadslid van de gemeente Stichtse Vecht wat de rol zou zijn van Stichtse Vecht binnen de GR. Wethouder Polman geeft aan dat Stichtse Vecht nu nog een partnerschap heeft met TIM en dat het contract tot 2026 is verlengd.

De ambitie van de Stichtse Vecht is om als regio gezamenlijk in te kopen, maar de inrichting daarvan is nog een vraag. De gemeente Stichtse Vecht moet nog bepalen hoe zij de regio samenwerking op de lange termijn gaat invullen. Een raadslid van de gemeente Stichtse Vecht vraagt of de IZA en GALA ook regionaal geregeld ontwikkeld wordt of dat het zwaartepunt meer lokaal valt. Wethouder van der Greft antwoordt dat dit al regionaal geregeld is, want er is een projectleider die dit regionaal coördineert. Hij vindt IZA en GALA een goed voorbeeld van een landelijke ontwikkeling die je samen als regio

3

op deze manier kan invullen. Na een vervolgvraag geeft wethouder van der Greft aan dat de regionale organisatie op IZA en GALA op dit moment goed verloopt. De vervolgvraag wordt gesteld of lokale organisaties nog steeds invloed kunnen uitoefenen binnen de GR. Wethouder van der Greft geeft aan dat de ambitie van de wethouders is om de toegang lokaal te houden. IZA en GALA dienen als een voorbeeld hoe het eigenaarschap regionaal georganiseerd kan worden, maar de uitvoering lokaal blijft. Wethouder van der Poll vult aan door een voorbeeld te geven vanuit Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen waar een vergelijkbaar proces is doorgegaan in de samenwerking tussen de gemeenten in de provincie Utrecht. Hier is eerst een visie gemaakt, waar ook de lokale onderwerpen zijn meegenomen. Daarna worden de belangen samengebracht, worden er centraal keuzes gemaakt en dan kunnen de gemeenten het op hun eigen manier invullen. Na een vervolgvraag geeft wethouder Kok aan dat een GR een kans geeft om ambtelijk en bestuurlijk al beter samen te werken terwijl je wel vanuit je eigen gemeente denkt. Een raadslid vraagt over het vervolg na deze raadsledenbijeenkomst. Wethouder Pennarts geeft aan dat er een planning is en dat er middelen beschikbaar zijn gesteld voor de vervolgstappen.

Wethouder van Uden geeft daarbij aan dat de raden voorstellen mogen verwachten voor intensivering van de regionale samenwerking. Hij geeft naar aanleiding van een vraag verder aan dat op dit moment de vorm van een Openbaar Lichaam (als één van de mogelijke GR-modellen) de voorkeur verdient. Na een vervolgvraag wordt ook dat het eindrapport van BMC gedeeld met de raadsleden. Verschillende raadsleden vragen of de raadsleden beter geïnformeerd kunnen worden in het vervolg, juist om de keuzes beter in beeld te krijgen en te begrijpen waarom sommige beslissingen worden genomen. Dit kan bijvoorbeeld door stukken vooraf te ontvangen en de regio samenwerking meer in deelonderwerpen te bespreken. De wethouders geven aan dit te willen en gaan bekijken hoe zij dit samen met de raadsleden in de toekomst kunnen invullen. Gert Ranter geeft aan dat er een verslag wordt gemaakt en dat die samen met de presentatie wordt gedeeld via de griffiers. Wethouder Pennarts sluit af door de aanwezigen te bedanken. Het verslag is opgesteld door en onder verantwoordelijkheid van BMC.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/600/documents/18902