8. verkennend ecologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Colofon Titel
Verkennend Ecologisch Onderzoek Utrechtsestraatweg 1a Oudewater
Status rapport
Definitief
Projectnummer
22A094
Datum uitgave
November 2022
Samengesteld door
Quinn van Etten, adviseur Watersnip Advies Brigit van Dam, adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
Hagoort Bouw Papekopperdijk 1 3464 HT Papekop
Contactpersoon opdrachtgever
Chris van Heeswijk
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. De inhoud van dit advies is met uiterste zorg samengesteld. Watersnip Advies sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welk aard dan ook, die onverhoopt zou kunnen voortvloeien uit of verband houdt met het gebruik van dit document.
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ................................................................................................. 3
2
LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................. 5 2.1 2.2
3
Huidige situatie.............................................................................................5 Plannen .......................................................................................................5
TOETSINGSKADER ..................................................................................... 6 3.1 Europese richtlijnen .......................................................................................6 3.2 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving ................................................................6 3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .........................................................6 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland .........................................................................9 3.2.3 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
4
RESULTATEN ONDERZOEK ....................................................................... 12 4.1 Methode .................................................................................................... 12 4.2 Flora ......................................................................................................... 12 4.3 Fauna ....................................................................................................... 12 4.3.1 Vogels................................................................................................. 12 4.3.2 Vissen ................................................................................................. 13 4.3.3 Amfibieën ............................................................................................ 13 4.3.4 Reptielen ............................................................................................. 14 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren .................................................................... 14 4.3.6 Vleermuizen ......................................................................................... 14 4.3.7 Overige soorten .................................................................................... 16
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 17 5.1 5.2
6
Conclusies en aanbevelingen ........................................................................ 17 Algemene Zorgplicht ................................................................................... 18
BRONNEN................................................................................................ 19
Watersnip Advies
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Watersnip Advies
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
1 Inleiding Aan de Oude Utrechtsestraatweg 1a in Oudewater is Hagoort Bouw voornemens nieuwbouw van een Tiny House te realiseren. Hiervoor dient de bestaande schuur binnen het plangebied te worden afgebroken. Voor deze activiteiten is een verkennend ecologisch onderzoek nodig. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: • Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming-Wnb). • Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden.
Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; • Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); • Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toetsing Natuurnetwerk Nederland, Toepassing Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en veldonderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In oktober 2022 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied.
Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Tevens worden enige aanbevelingen gedaan t.b.v. de zorg voor de biodiversiteit.
Watersnip Advies
3
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Conclusies en aanbevelingen In onderstaand schema volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5. Daarin wordt aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen gevolgen zijn voor beschermde natuurgebieden of verbodsbepalingen worden overtreden.
Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen
- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Structuurvisie Utrecht §3.2.3 Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5
Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7 Soortgroep H.4 Vogels §4.3.1
Amfibieën §4.3.3
Watersnip Advies
Gevolgen Natura 2000-gebieden Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein hebben habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Door de afstand van dit natura-2000 gebied ten opzichte van het plangebied is een stikstofberekening niet nodig. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Egel, Haas, Wezel, Vos en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Utrecht. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaardperiode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.
Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.
4
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
2 Locatiebeschrijving 2.1
449
Huidige situatie
Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 118, 448. Het plangebied ligt aan een zijweg van de N228 in Oudewater, ten zuiden van de Hollandsche IJsel. In het plangebied staan een aantal fruitbomen en is een grasland aanwezig. Verder staat er een vervallen schuur op het terrein. Aan de zuidelijke kant grenst het plangebied met een sloot. Deze sloot is voorzien van een beschoeiing. Er is oever veel beplanting in de oever aanwezig. 2.2
Plannen
448
118
119
Figuur 1: Het plangebied (rode contour)
Aan de Oude Utrechtsestraatweg 1a in Oudewater is Hagoort Bouw voornemens nieuwbouw van een Tiny House te realiseren. Hiervoor dient de bestaande schuur binnen het plangebied te worden afgebroken. Voor deze activiteiten is een verkennend ecologisch onderzoek nodig.
Figuur 1 Zuidelijk aanzicht van het plangebied
Figuur 2 Oeverbegroeiing
Figuur 3 Fruitbomen in het plangebied
Figuur 4 Dak van de schuur met dakpannen
Watersnip Advies
5
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
3 Toetsingskader 3.1
Europese richtlijnen
Binnen de Europese Unie vormen de Natura 2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. De richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. 3.2
Landelijk natuurbeleid- en wetgeving
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura 2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura 2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura 2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht geworden.
Hierin worden resultaatverplichtingen voor stikstofreductie genoemd voor 2025, 2030 en 2035. Tevens is er een bouwvrijstelling. Deze geldt voor bouw,- aanleg en sloopactiviteiten. In november 2022 heeft de Raad van State uitspraak gedaan betreffende de vrijstelling van de bouwfase. Deze vrijstelling voldoet niet aan het Europese Natuurbeschermingsrecht. In projecten dient zowel de bouwfase als de gebruiksfase berekend te worden. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten).
Watersnip Advies
6
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen.
Het tijdig integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag mogelijk voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 5). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.
In het
Figuur 5: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)
Watersnip Advies
7
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht.
Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied.
Figuur 6 Plangebied (zwart) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (groen)
Watersnip Advies
8
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’. Dit gebied ligt op 4,97 km ten westen van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied ligt Natura 2000-gebied Uiterwaarden Lek op 7,88 km afstand. In beide Natura 2000-gebieden zijn stikstofgevoelige habitattypen aanwezig. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ zijn: Bittervoorn, Kleine modderkruiper, Platte schijfhoren, Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient. Doelsoort van het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ is: de Kamsalamander. Een deel van deze soorten is alleen binnen het Natura 2000-gebied aanwezig. Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura 2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient en Krakeend foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura 2000-gebied. Het plangebied is door de beperkte omvang echter niet geschikt voor deze wetlandsoorten als foerageergebied. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura 2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde. Stikstofdepositie Het initiatief betreft de bouw van 1 Tiny house. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied is 4,97 km. Gezien de afstand en de beperkte omvang van de geplande werkzaamheden is er geen een stikstofdepositieberekening nodig van de bouwfase en de gebruiksfase.
Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Oudewater. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; • bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgens agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen.
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN.
Watersnip Advies
9
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied (zie figuur 7). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de sloop van de schuur en bouw van de woning zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.
Figuur 7: Ligging NNN-gebieden t.o.v. het plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl)
3.2.3 Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht Op 1 april 2021 is, vooruitlopend op het van kracht worden van de Omgevingswet (1 januari 2023), de Omgevingsvisie en de interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht vastgesteld. Andere wettelijke plannen, zoals de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 20132028 komt hiermee te vervallen en komen samen in deze omgevingsvisie. Eén van de beleidsthema’s is toekomstbestendige natuur en landbouw. Hieronder valt o.m. robuuste natuur met hoge biodiversiteit. De kern van het natuurbeleid is het “ beschermen en ontwikkelen van beleefbare natuur en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit”. Dit wordt vormgegeven in o.m.: - Een robuust natuurnetwerk van hoge kwaliteit (NNN en Natura2000); - Bescherming en ontwikkeling leefgebieden van bedreigde flora en fauna (weidevogelkerngebieden); - Goede balans tussen natuurbescherming en andere ontwikkelingen; - Natuurinclusief ontwikkelingen, zowel in stedelijk gebied als in natuur- en landbouwgebieden; - Vergroten, behouden en versterken van houtopstanden.
Watersnip Advies
10
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is reeds in hoofdstuk 2.2.3 ter sprake geweest. Er liggen ook natuurwaarden buiten de NNN en de groene contour. Deze dragen veelal bij aan de essentiële gebiedskenmerken en aan de regionale biodiversiteit en dienen daarom behouden te blijven. Een specifieke categorie van natuurwaarden buiten de NNN zijn weidevogel-kerngebieden. Weidevogels zijn karakteristiek in het traditioneel open (veen)weidelandschap. Om de weidevogels en het cultuurlandschap waarin zij verblijven te behouden, beschermt de Provincie deze landschappen tegen inbreuken op de openheid en verkavelingsstructuur. Toetsing Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht In de directe omgeving van het plangebied is geen robuust natuurnetwerk van hoge kwaliteit aanwezig (zie figuur 8). Er zal daarom geen schade ontstaan door de geplande nieuwbouwplannen.
Figuur 8: Locaties bijzondere natuur Provincie Utrecht t.o.v. het plangebied (rode contour) (bron: www.ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl)
Watersnip Advies
11
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
4 Resultaten onderzoek 4.1
Methode
Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen, worden in dit rapport behandeld. Indien relevant worden soorten op een afstand van 1 tot 5km ook genoemd. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op donderdag 13 oktober 2022 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Er is als volgt te werk gegaan: a. Met behulp van een ladder is de dakconstructie van de bebouwing aan de binnen- en buitenzijde geïnspecteerd op eventueel aanwezige ruimtes. Hierbij zijn ook dakpannen gelicht. b. Met behulp van een schroevendraaier en koevoet zijn de aanwezige spleten/ruimten gecontroleerd op mogelijk gebruik als invliegopening door vleermuizen. c.
Er is gezocht naar sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen (bijv. uitwerpselen). 4.2
Flora
Oostelijk in het plangebied is een grasveld aanwezig. Hier staan een aantal kruiden tussen als: Hondsdraf en Witte klaver. In de oever zijn kruiden te vinden als Koninginnekruid, Akkerkool en Haagwinde. Verder staan er een fruitbomen, Wilg en Gewone esdoorn rondom de schuur. In de dakgoot van de schuur is nog Robertskruid aanwezig. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3
Fauna
4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Houtduif en Kauw. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Er zijn geen broedende vogels aangetroffen, omdat de inventarisatie buiten het broedseizoen is uitgevoerd. De bomen binnen het plangebied zijn wel geschikt als broedlocatie voor vogels.
Watersnip Advies
12
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Tijdens de inventarisatie zijn twee nesten aangetroffen. Eén nest bevindt zich in de schuur tegen de golfplaten. Dit nest is van een Winterkoning. Buiten aan de zuidelijke muur van de schuur zit een nest van een Merel.
Figuur 9 Winterkoning nest in de schuur
Figuur 10 Merel nest buiten de schuur
Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Gierzwaluw en Huismus maken gebruik van menselijke bebouwing voor hun nesten. Deze soorten nestelen enkel onder dakpannen. Het dak van de schuur beschikt over dakpannen. Echter zijn deze niet geschikt als nestlocatie. Het overgrote deel van het dak bevat geen afwerkplaten meer aan de binnekant van het dak. Je kijkt rechtstreeks tegen de dakpannen. Hierdoor is er geen ruimte voor vogels om hun nest te bouwen. De nog aanwezige platen bevatten veel openingen door verrotting. Dit duid erop dat het dak lek is. Hierdoor biedt het dak geen geschikte nestlocatie voor Gierzwaluw en Huismus. Nesten van deze soorten in het plangebied kan worden uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt voor andere vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels en uilensoorten. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Jaarrond beschermde nesten van uilen en/of roofvogels worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde vissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied. De geplande werkzaamheden hebben geen invloed op het omliggend water. Schade aan het leefgebied van (beschermde) vissoorten kan worden uitgesloten.
4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen Wnb-andere soorten) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Voor deze soorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming een algemene vrijstelling in de provincie Utrecht. Uit de bureaustudie blijkt de Rugstreeppad (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de nabije omgeving van het plangebied (0-1km). De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Ook overgangen in het landschap als dijktaluds en de grenzen tussen bovenland en droogmakerij vindt de Rugstreeppad aantrekkelijk als leefgebied.
Watersnip Advies
13
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied. De aanwezigheid van de Rugstreeppad in het plangebied kan worden uitgesloten. Op het moment dat er binnen het plangebied hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen en regenwater kan stagneren, wordt het gebied mogelijk wel aantrekkelijk als voortplantings- en overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. Verder blijkt uit de bureaustudie dat de Heikikker (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) voorkomt in de nabije omgeving van het plangebied (0-1km). De Heikikker komt voor in o.a. vochtige heidegebieden en hoog- en laagveengebieden. Hij geeft de voorkeur aan schrale omstandigheden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van ondiep zuur (pH 4 – 5,5) water met oevervegetatie. Verder moet er voldoende ruige en structuurrijke vegetatie aanwezig zijn waar deze kikker kan schuilen tegen predatoren. Het gewenst schrale, voedselarme habitat voor de Heikikker komt niet voor in het plangebied.
De aanwezigheid van de Heikikker kan hier worden uitgesloten. 4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Op basis van de bureaustudie worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht. 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere beschermde zoogdieren voorkomen in de omgeving van het plangebied, namelijk Egel, Haas, Vos, Woelrat en Wezel (0-1km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Utrecht. Tevens blijkt uit de bureaustudie dat er geen andere beschermde grondgebonden zoogdieren voorkomen in het plangebied. Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde zoogdieren. Deze worden hier derhalve niet verwacht. 4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis (0-1km), Laatvlieger, Meervleermuis, Ruige dwergvleermuis en Rosse Vleermuis (1-5km).
Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. In het kader van het vleermuisprotocol is een bouwkundige inspectie uitgevoerd.
Watersnip Advies
14
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Het dak van de schuur is belegd met dakpannen. Van binnenuit is het dak voor een groot deel open. In de muren zijn meerdere grote openingen aanwezig. De oostzijde van de schuur heeft golfplaten op het dak. Deze platen zijn erg verouderd en zorgen voor veel openingen. Doordat de schuur zo veel grote openingen heeft ontstaat er veel tocht in het dak en door het gebouw.
Figuur 11 Dakpannen van buitenaf
Figuur 13 Verzakte golfplaten en gaas i.p.v. een raam
Figuur 12 Dak van binnenuit
Figuur 14 Golfplaten van binnenuit
De buitenmuren zijn gemaakt van houten betimmering. Met een schroevendraaier is gekeken hoeveel ruimte er tussen de planken zit. De schroevendraaier is met kracht niet tussen de planken te krijgen. Ruimte voor vleermuizen tussen de planken is dus niet aanwezig. Een aantal muren zijn aan de binnenkant afgewerkt met platen. Hier zitten grote en kleine gaten. Met een endoscoop is er tussen de planken en platen gezocht naar mogelijkheden voor vleermuizen. Deze muren zijn geïsoleerd met steen- of glaswol. Steen- en glaswol zorgen voor irritatie aan de huid bij vleermuizen. Dit materiaal maakt de ruimte ongeschikt voor vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten.
Watersnip Advies
15
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
Figuur 15 Planken zonder ruimte voor schroevendraaier
Figuur 16 Muren afgewerkt met platen
Figuur 17 Endoscopisch onderzoek in de muur
Figuur 18 Overzicht binnenzijde van de schuur
Een aantal bomen gaat verdwijnen. Hier kunnen vleermuizen mogelijk foerageren. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten. In het plangebied is dit niet het geval. Er zijn genoeg alternatieven rondom het plangebied. De bomen buiten het plangebied zijn ook groter en meer geschikt voor vleermuizen. In de bomen zijn geen holtes aanwezig waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Schade aan de instandhouding van de populatie wordt daarom derhalve niet verwacht. 4.3.7 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat er geen overige beschermde soorten voorkomen in het plangebied. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht.
Watersnip Advies
16
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarin wordt aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen gevolgen zijn voor beschermde natuurgebieden of verbodsbepalingen worden overtreden. In de onderste tabel staan de soortgroepen die aanvullende maatregelen vereisen. 5.1
Conclusies en aanbevelingen
Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen
- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Structuurvisie Utrecht §3.2.3 Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5
Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7 Soortgroep H.4 Vogels §4.3.1
Amfibieën §4.3.3
Watersnip Advies
Gevolgen Natura 2000-gebieden Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein hebben habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Door de afstand van dit natura-2000 gebied ten opzichte van het plangebied is een stikstofberekening niet nodig. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Egel, Haas, Wezel, Vos en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Utrecht. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaardperiode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.
Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. 17
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
5.2
Algemene Zorgplicht
Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht (artikel 1.11). Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen De ontwikkelaar/initiatiefnemer heeft de intentie een nieuwe woning te realiseren. Watersnip advies stimuleert natuur-inclusief bouwen. Hieronder zijn een aantal voorbeelden hiervan gegeven. Het is nodig natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen: a. Voor de Gierzwaluw worden holle inbouwstenen ingemetseld in de randen van de zijgevels. b. Voor vleermuizen worden kasten ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Aanbevolen wordt: voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis.
Enkele aanbieders van producten zijn Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl Tips en verhalen voor natuur-inclusief bouwen zijn te vinden op www.bouwnatuurinclusief.nl Wat betreft straatverlichting wordt geadviseerd om amberkleurige Led-verlichting te plaatsen die voornamelijk naar beneden gericht is. Dit om verstoring door licht voor foeragerende vleermuizen te vermijden.
Figuur 11: Mogelijkheden plaatsing van vleermuiskasten in een gevel
Watersnip Advies
18
22A094 VEO Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater
6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Utrecht, 1:25.000, Landsmeer, 2016 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 5 november 2018 4. Provincie Utrecht, Omgevingsvisie Provincie Utrecht, referentienummer 82224DED, 10 maart 2021 5. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 6. Norren, E. van, J. Dekker en H. Limpens, 2020. Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Rapport 2019.026. Zoogdiervereniging, Nijmegen 7. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging. Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. 8. '© NDFF - quickscanhulp.nl 20-9-22 Geraadpleegde internetsites: 9. www.rijksoverheid.nl 10. www.bij12.nl 11. www.rvo.nl 12. www.ravon.nl 13. www.vleermuis.net 14. www.zoogdiervereniging.nl 15. www.floron.nl 16. www.floravannederland.nl 17. www.vogelbescherming.nl 18. www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/provinciale-0/ 19. www.webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart 20. www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx 21. www.waarneming.nl
Watersnip Advies
19
Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info 1