220919 Antwoorden technische vragen PO BP Noord Linschoterzandweg 60-61 (002)_ambtelijke reactie.pdf
Tekst van het document
Onderwerp Datum Toelichting Door
Bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 & 61 17 september 2022 Technische vragen bij raadsvoorstel 070755 Fractie Progressief Oudewater
Voor ligt ter goedkeuring door de raad een bestemmingsplan wijziging voor de NoordLinschoterzandweg 60 en 61. Het bestemmingsplan hebben we doorgenomen en roept bij ons nog veel vragen op. We horen graag de beantwoording in het forum vanuit het college. Onze vragen zijn; Algemeen 1. Welke overwegingen heeft het college om af te wijken van het bestemmingsplan? Voor een bestemmingsplanwijziging dient het college een belangena fweging te maken tussen ener zijds het belang van woningbouw en anderzijds het belang van de omwonenden. Daarbij geldt als beoordelingskader dat de ontwikkeling niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening mag zijn. Geoordeeld is dat de bestemmingsplanwijziging om drie nieuwe woningen op de Noord-Linschoterzandweg 60 en 61 mogelijk te maken niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening is. De volgende over wegingen hebben tot dat oordeel geleid. a) De drie nieuwe woningen passen in de stedenbouwkundige op zet van het lint. Het lint kenmerkt zi ch door vrijstaande woningen met tuin. De drie nieuwe woningen zijn ook (gedeeltelijk) vrijstaand en hebben een tuin. Om te voorkomen dat de kavels kunnen ‘vollopen’ zijn in het bestemmingsplan bepalingen opgenomen die grenzen stellen aan de bebou wingsmogelijkheden. b) Woningbouw in een lint heeft onvermijdelijk invloed op de priva cy van om wonenden.
Daarbij moet de vraag worden gesteld of er geen onevenredig nadeel voor de om wonenden optreedt. Het oordeel in deze situatie is dat dat niet het geval zal zijn. Tussen de nieu we woningen en de bestaande woningen zal nog enige afstand blijven bestaan. Deze afstand in niet ongebruikelijk in het lint. c) Bij een bestemmingsplanwijziging worden de milieugevolgen getoetst en op dit vlak zijn er geen belemmeringen. Het agrarisch bedrijf op de Noord-Linschoterzandweg 59 ligt op voldoende a fstand van het plangebied en er heeft akoestisch onderzoek, een verkennend bodemonder zoek (verontreiniging en archeologie) en ecologisch onderzoek plaatsgevonden. Gezien de beantwoording van de zienswijze; 2. Kan het college aangeven op welke manier en met welke criteria zij beoordelen of het participatietraject voldoende is geweest? Het participatietraject bestaat uit participatie in de voorfase waarbij wordt toegewerkt naar de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan (1), en de participatie in de vorm van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, de formele participatie, met de mogelijkheid voor een ieder tot het indienen van zienswijzen (2). 1. Voor de participatie in de voorfase gelden geen vaste criteria; per situatie wordt beoordeeld of initiatiefnemer voldoende ruimte tot participatie heeft gegeven. Naar het oordeel van het college is dat het geval geweest.
Initiatiefnemer heeft in een vroeg stadium een informatiebrief naar de omwonenden gestuurd met de mogelijkheid om reactie te geven. Later is er nog een tweede informatiebrief verstuurd. Daarmee hebben er meerdere participatiemomenten plaatsgevonden. 2. Het ontwerpbestemmingsplan heeft verder volgens de voorgeschreven wijze in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor zes weken ter inzage gelegen en in die periode zijn twee zienswijzen binnengekomen. Deze zienswijzen heeft het college beantwoord met de reactienota en hebben tot een wijziging van het bestemmingsplan geleid. Aanvullend heeft er in mei van dit jaar nog een fysieke informatiebijeenkomst plaatsgevonden.
1
3. Kan nader onderbouwd worden hoe de voorgestelde inrichting passend is in het lint? Welke definitie en criteria hanteert het college voor lintbebouwing? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 1 (overweging ‘a') en het antwoord dat het college al in de reactienota heeft gegeven. Een dergelijk bestemmingsplan voor woningbouw wordt altijd voorgelegd aan een stedenbouwkundige van de gemeente. Die beoordeelt of de nieuwe bebouwing passend is in de bestaande bebouwing (het bestaande bebouwingslint). De stedenbouwkundige heeft beoordeeld dat dat het geval is. 4. Is het college het met ons eens dat hier eerder een straat gecreëerd wordt tussen de Noord-Linschoterzandweg en de Kabelslag? Is dat in lijn met lintbebouwing? Voor zover wordt gesteld dat de nieuwe bebouwing niet passend is in de bestaande bebouwing, wordt verwezen naar het antwoord op vraag 1 en 3: het college (de stedenbouwkundige) is van oordeel dat de nieuwe bebouwing wel passend is in de bestaande lintbebouwing. 5. Is het college het met ons eens dat de toegangsweg via de Kabelslag voor de bewoners van met name Kabelslag 12 een forse impact geeft op hun leefomgeving? In de huidige situatie is er al een (onverharde)ontsluiting op de Kabelslag en met de nieuwe toegangsweg kunnen de bestaande woning en de twee nieuwe woningen op het perceel Noord-Linschoterzandweg 60 beter via de Kabelslag worden ontsloten.
Van een onevenredige impact op de bewoners van met name Kabelslag 12 is geen sprake omdat het gaat om de ontsluiting van maximaal drie woningen. Daarbij is er een aansluiting op de Noord-Linschoterzandweg voorzien wat de druk op de Kabelslag verlicht. 6. Kan het college aangeven vanuit welk perspectief de achteringang aan de Kabelslag noodzakelijk is als de hoofdtoegang aan de Noord-Linschoterzandweg is gelokaliseerd? Er is gekozen voor een dubbele ontsluiting omdat nu reeds het terrein al een (onverharde )ontsluiting hee ft aan de Kabelslag. De huidige bewoners hebben verschillende voertuigen die ’s morgens vroeg ri chting de snel weg rijden om ergens in de middag weer terug te keren naar huis. De ze ontsluiting over hun eigen terrein wordt als zeer wenselijk gezien en tevens draagt deze ontsluiting bij aan de ontlasting van de Noord Lins choter zand weg , de Noord Linschoterkade, de Biezenpoortstraat en de Oude Singel. De provincie streeft naar kleiner en compacter bouwen en groen-groeit-mee. Hier lijkt toch primair een forse verstening plaats te vinden. De twee oude woningen hebben gemiddeld oppervlak van 143 m2. De nieuwe woningen zou dan bij gelijk blijvend oppervlakte 450m2 zijn maar hiervoor is ruim 600 m2 gerekend. Het bouwvlak voor de twee nieuwe woningen op de Noord-Linschoter zandweg 60 bedraagt cir ca 380 m 2.
Het bouwvlak voor de nieuwe woning op de Noord-Linschoterzandweg 61 bedraagt circa 80 m 2. Daarmee zou er maximaal 460 m2 nieuw hoofdgebouw kunnen worden gebouwd. Daarnaast zijn de bebou wingsmogelijkheden afgestemd op hoeveel ruimte er op de percelen beschikbaar is. Op de Noord -Lins choter zand weg 60 is een relatief grote open ruimte dat ruimte biedt voor de voor ziene woningen. Op de Noord -Lins choter zand weg 61 is relatief gezien minder ruimte beschikbaar en daarom komt het bou wvlak overeen met de footprint van de huidige schuur. 7. Kan het college aangeven hoe in het plan voldaan wordt aan compacter bouwen (minder rood volume)? Het bestemmingsplan heeft betrekking op een locatie binnen de rode contour (inbreiden voor uitbreiden). Hiervoor is geen maximale m3 opgenomen. 8. Klopt het dat voor de nieuwe woningen een fors groter oppervlak wordt gehanteerd? Het bouwvlak voor de drie nieuwe woningen bedraagt in totaal 460 m2 en dit oppervlakte is passend gezien de ruimte die er is. 9. Wat is nu exact het volume dat gebouwd mag worden in m3 met hoofd- en bijgebouwen?
2
In het bestemmingsplan zijn geen maximale volumematen opgenomen, conform de bestemmingsplannen liggend binnen het stedelijk gebied van Oudewater. De hoofgebouwen dienen binnen het daarvoor bestemde bouwvlak te worden gebouwd en mogen een maximale bouw- en goothoogte hebben. Voor de twee nieuwe woningen op de Noord-Linschoterzandweg 60 is een bouwvlak van circa 380 m2 met een maximale bouw- en goothoogte van respectievelijk 9 en 4 meter voorzien. Voor de nieuwe woning op de Noord-Linschoterzandweg 61 een bouwvlak van circa 80 m2 met een bouw- en goothoogte van respectievelijk 9 en 4 m. Per perceel mag verder het gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen niet meer dan 50 m2 bedragen met een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter. Deze bebouwingsmogelijkheden maken grondgebonden woningen van een bouwlaag en kap met een kleine berging en overkapping mogelijk. Dergelijke woningen zijn passend in het lint. 10. Welke overwegingen hanteert het college om een plan voor drie woningen goed te keuren, waarom niet beperken tot bijvoorbeeld één? Zoals in het antwoord op vraag 1 is aangegeven, dient het college een belangenafweging te maken waarbij het beoordelingskader een goede ruimtelijke ordening is. In dit geval heeft het college beoordeeld dat de drie nieuwe woningen niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening zijn en daarmee acceptabel zijn.
In één van de reacties wordt gesproken over woningbouw voor familie. 11. Worden de drie woningen gebouwd voor een specifieke toekomstige bewoner of worden de woningen straks vrij op de markt te koop aangeboden? Initiatiefnemer is voornemens om de nieuwe woning op de Noord-Linschoterzandweg 61 vrij op te markt te koop aan te bieden. Voor de twee nieuwe woningen op de NoordLinschoterzandweg 60 is interesse van familieleden. Deze familieleden zijn reeds woonachtig in de gemeente Oudewater waardoor die woningen weer vrij zouden komen. Er is spraken van een veehouderij op minder dan 100 m afstand binnen de bebouwde kom. 12. Is het college het met ons eens dat bouw van woningen op een te dichte afstand van een veehouderij ontmoedigd moet worden? Volgens de geurverordening van de gemeente Oudewater dient minimaal 50 meter tussen agrarische bedrijven en woningen in de bebouwde kom te worden aangehouden. In het geval er geen geurverordening was, is de minimaal aan te houden afstand 100 meter, maar dat is dus in deze situatie dus niet aan de orde. Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf is op de Noord-Linschoterzandweg 59 gevestigd. De afstand tussen het agrarisch bedrijf op de Noord-Linschoterzandweg 59 en de locatie van de nieuwe woningen bedraagt meer dan 50 meter en daarmee wordt niet op een te dichte afstand op het agrarisch bedrijf gebouwd. In paragraaf 8.1.
van het plan staat de financiële haalbaarheid genoemd. Hierin staat dat tussen de initiatiefnemer en de gemeente een exploitatieovereenkomst is afgesloten waaronder ook de afwikkeling van planschade. 13. Kan het college hier een toelichting op geven? In paragraaf 8.1 wordt bedoeld dat overeenkomstig artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor de economische uitvoerbaarheid een exploitatieplan moet worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In dit geval is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is een exploitatieplan niet nodig. Er is dan ook geen exploitatieovereenkomst opgesteld. Voor het kostenverhaal is met de grondeigenaren van de Noord-Linschoterzandweg 60 en 61 een planschadeovereenkomst afgesloten, waarmee de gemeente eventueel de te betalen tegemoetkomingen in planschade bij de grondeigenaren in rekening kan brengen. Daarnaast wordt voor het bestemmingsplan legeskosten in rekening gebracht om de ambtelijke kosten te dekken. Aangezien het een ontwikkeling is op private gronden, zijn verdere afspraken niet nodig. 14. Kunnen wij als gemeenteraad deze exploitatieovereenkomst inzien?
3
Zoals in het antwoord op vraag 13 is aangegeven is er geen exploitatieovereenkomst. Voor de economische uitvoerbaarheid is een planschadeovereenkomst afgesloten en worden legeskosten in rekening gebracht. Het legesbedrag is overeenkomstig de legesverordening van Oudewater. 15. Kan het college ook verhelderen wie nu de initiatiefnemer is gegeven de aanpassing in de plannen tussen begin 2021 en nu? Het bestemmingsplan is een gezamenlijk plan van de grondeigenaren van de NoordLinschoterzandweg 60 en de Noord-Linschoterzandweg 61. Oorspronkelijk was er alleen een plan voor het perceel Noord-Linschoterzandweg 60. Later is de NoordLinschoterzandweg 61 daarbij aangesloten. En tot slot een dergelijk plan vraagt om een zorgvuldige stedenbouwkundige beoordeling. 16. Heeft een stedenbouwkundige het plan beoordeeld en zo ja wat is hiervan de uitkomst geweest en is de beoordeling inzichtelijk? Zoals in het antwoord op vraag 3 en 4 is aangegeven, heeft een stedenbouwkundige van de gemeente Oudewater het plan stedenbouwkundig beoordeeld. Het plan is stedenbouwkundig akkoord bevonden omdat het kort gezegd passend is in het bestaande bebouwingslint. Zowel aan de woningbouw op de Noord-Linschoterzandweg 60 als aan de woningbouw op de Noord-Linschoterzandweg 61 heeft een haalbaarheidsverzoek ten grondslag gelegen waarbij een eerste stedenbouwkundige beoordeling heeft plaatsgevonden.
De stedenbouwkundige is daarna ook bij de totstandkoming van het gezamenlijke bestemmingsplan betrokken geweest. Deze beoordelingen maken onderdeel uit van de (omvattende) ruimtelijke beoordeling van het college. Fractie Progressief Oudewater Annemarie van ’t Veen & Erik Honkoop
4