05-Vragen en beantwoording CDA RIB Statenland.pdf
Tekst van het document
Onderwerp: Datum ontvangst:
Beantwoording (technische) vragen CDA Oudewater bij RIB ruimtelijk kader Statenland 26 januari 2026
Ingediend door:
CDA (d.d. 23/01/’26)
Beantwoording van de vragen: Vraag 1: In paragraaf 1.7 staat dat de grondexploitatie door de woningbouw de ruimte biedt om de noodzakelijke kosten op te vangen voor nieuwbouw zwembad, verplaatsing skeelerbaan en inrichting openbare ruimte in projectgebied Statenland. Wij verzoeken u inzage te geven in deze grondexploitatie zodat we kunnen controleren met welke kosten is gerekend met name v.w.b. nieuwbouw zwembad en verplaatsen skeelerbaan. Antwoord vraag 1: De vaststelling van de grondexploitatie is inmiddels in de besluitvormingsprocedure gebracht. De doelstelling is deze grondexploitatie in de raad van 12 maart vast te laten stellen. Vraag 2: In vervolg op vraag 1 willen we ook inzage in de (financiële) onzekerheden en risico’s en de grote onzekerheidsmarge waarmee gerekend is. Antwoord vraag 2: Dit is terug te vinden in de stukken die zijn toegevoegd aan het voorstel tot vaststelling van de grondexploitatie Statenland. Vraag 3: In het Ruimtelijk Kader Statenland staat een woningbouwprogramma benoemd. Hierin staat een percentage van 15% sociale huur. Vraag 1: waarom wijkt dat percentage af van de in de Woonvisie genoemde 30%; Vraag 2: hoe verhoudt zich dit ten opzichte van de op bladzijde 55 (bovenaan) genoemde zin dat het woningbouwprogramma is afgestemd met de vigerende Woonvisie 2020-2025.
Antwoord vraag 3: Er wordt onderkend dat het bouwen van 30% sociale (huur) woningen het uitgangspunt is binnen de vigerende beleidskaders. De vertaling van dit beleid is gemiddeld jaarlijks over de volle breedte van de woningbouwopgave, gemeentebreed, 30% sociale (huur) woningen te bouwen. Tegelijkertijd ligt er ook een doelstelling gedifferentieerd te bouwen. Het kan daarmee voorkomen dat binnen de diverse opgaven het percentage sociale woningbouw varieert. Vraag 4: In het genoemde woningbouwprogramma staat een percentage van 15% “nader te bepalen”. Vraag 1: wat wordt daarmee beoogd door het college; Vraag 2: in welk segment of segmenten denkt het college deze woningen onder te brengen; Vraag 3: op welke wijze (met welk bedrag) is in de grondexploitatie gerekend met deze 15%. Antwoord vraag 4: 4.1: dat er in het vervolg van het planproces nog een keuze kan worden gemaakt op welke wijze deze 15% ‘nader te bepalen’ toe te kennen aan een specifieke doelgroep. 4.2: dit kan nog afgestemd worden. Afhankelijk van afwegingen die nog gemaakt kunnen gaan worden. 4.3: Dit komt binnenkort aan bod bij de behandeling van het voorstel om de grondexploitatie vast te stellen. Vraag 5: In paragraaf 2.1 staat: “De bouw van woningen in Statenland draagt bij aan de woningbouwopgave van Oudewater.
De doelgroepen in het woningbouwprogramma worden nauwkeurig afgestemd met de behoefte van de inwoners en met lopende en toekomstige woningbouwprojecten in Oudewater”: Vraag 1: op welke wijze en wanneer gaat het college inhoud geven aan deze zinsnede; Vraag 2: hoe wordt de behoefte van de inwoners gepeild. 1
Vraag 3: wat is leidend: “de nauwkeurig met bewoners afgestemde woningbouwbehoefte op Statenland” of “de minimaal vereiste financiële opbrengsten van de grondexploitatie om de in vraag 1 benoemde noodzakelijke kosten op te vangen”. Antwoord vraag 5: 5.1: met name in de volgende projectfase, de fase waarin het stedenbouwkundig plan wordt vervaardigd, zal dit in nauw overleg met de beleidsafdeling Wonen worden afgestemd. 5.2: via het Volkshuisvestingsprogramma. 5.3: deze keuze kan het gemeentebestuur nog gaan maken. Vraag 6: In paragraaf 3.6 staat dat parkeren zoveel mogelijk buiten het zicht en geclusterd wordt gedaan in (half verdiepte) parkeerkelders, een parkeergebouw, binnen een bouwblok of in het groen. Op welke wijze (aantal parkeerplekken/kosten) is in de grondexploitatie rekening gehouden met deze (half verdiepte) parkeerkelders. Antwoord vraag 6: Het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen volgt nog uit het nog te vervaardigen stedenbouwkundig plan in de volgende projectfase. In de grondexploitatie is geen rekening gehouden met parkeergebouwen. Vanuit het ruimtelijk kader dient dit te worden opgevat als een ambitie om waar mogelijk parkeren aan het straatbeeld te onttrekken en in te zetten op een groen en leefbare buitenruimte.
Vraag 7: Op bladzijde 55 (bovenaan) staat dat een opkoopbescherming niet is opgenomen omdat dit niet als instrument in de Woonvisie is opgenomen. In het recent vastgestelde Ruimtelijk Kader Kerkwetering is de opkoopbescherming wel opgenomen. Vraag: hoe verhoudt zich dat met elkaar en wat is nodig om de opkoopbescherming alsnog in het Ruimtelijk Kader Statenland op te nemen. Antwoord vraag 7: De vraag is of een opkoopbescherming in het ruimtekijk kader thuishoort. Het is evident dat een opkoopbescherming wenselijk is. Dit past heel goed bij het opstellen van uitgangspunten die later in het planproces ten grondslag gaan liggen aan de uit te zetten tender om een projectontwikkelaar te selecteren. Dit een keuze, maar heeft geen directe consequenties. Vraag 8: In de Raadsinformatiebrief bij het Ruimtelijk kader Statenland staat er t.a.v. het zwembad dat er nog een aantal aspecten van het plan onderzocht moeten worden waarvan de belangrijkste zijn prijsvorming en financiering, consequenties voortvloeiend uit de huidige netcongestie en de plantoetsing. We vernemen graag in het forum van 27 januari de laatste stand van zaken m.b.t. deze aspecten en het moment. Antwoord vraag 8: SBZO heeft de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de bouw van het zwembad op 25 november 2025 ingediend. Deze aanvraag is nu in behandeling.
De consequenties voor de netcongestie worden pas inzichtelijk als er een aanvraag bij de netbeheerder is gedaan en dit kan pas als er een omgevingsvergunning is afgegeven. Voor wat betreft de prijsvorming en financiering. De prijsvorming voor de uiteindelijke bouw is tussen SBZO en zijn contractanten. De geactualiseerde budgetraming 2025 is voor de gemeente van belang en deze hebben wij ontvangen en wordt met u gedeeld. Voor wat betreft de financiering dient SBZO uit hoofde van de overeenkomsten nog enkele aanvragen bij de gemeente in te dienen. Vraag 9: De gesprekken met SVO m.b.t. verplaatsen skeelerbaan zijn hervat staat er in de Raadsinformatiebrief. Vraag 1: we vernemen graag in het forum van 27 januari de laatste stand van zaken; Vraag 2: wat zijn de consequenties voor de verdere uitwerking en realisatie van dit Ruimtelijk Kader Statenland zolang er nog geen overeenstemming is bereikt met SVO over het verplaatsen van de skeelerbaan. 2
Antwoord vraag 9: 9.1: de laatste stand van zaken is dat er een vervolgoverleg komt in Q2-2026, met bestuurlijke betrokkenheid, om tot overeenstemming te komen met SVO over de uitgangspunten voor de verplaatsing. 9.2: het ruimtelijk kader gaat uit van verplaatsing van de skeelerbaan naar de locatie Tappersheul III zodat de woningbouw mogelijk wordt. Dat is ook het uitgangspunt voor de volgende planfase. Het gesprek met SVO over de verplaatsing loopt hier parallel aan.
3