CConstaterende datOude Ijsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering Meesterijweg.pdf

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente Oude IjsselstreekBij agendapunt: 7: Ongewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan Kom Etten, locatie Meesterijweg 719.772 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering wijzing omgevingsplan “Kom Etten, locatie Meesterijweg 7” Plan Kobushof

Opdracht Realisatie woningbouw Etten – 22 woningen Opdrachtnemer Locis Adviseurs B.V. Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde Info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 5 1.2 Ligging planlocatie ...................................................................................................... 5 1.3 Huidig planologisch kader ........................................................................................... 6 1.4 Participatie voorbereidingsfase ................................................................................... 8 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................... 8

2.

Beschrijving van het plan..................................................................................................... 10 2.1 Huidige situatie ......................................................................................................... 10 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................. 12

3.

Beleid ................................................................................................................................. 16 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................ 16 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 16 3.1.2 Omgevingswet ........................................................................................... 17 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 18 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda............................................................... 19 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................... 20 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................. 20 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland .............................................. 21 3.3 Regionaal beleid ....................................................................................................... 22 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 .................................................. 22 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ...........................................

23 3.3.3 Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek .............. 24 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 25 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 ......................................................... 25 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJselstreek .................................................................. 25 3.4.3 Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek ...................................................... 26 3.4.4 Woonprogramma Etten 2020-2024 ............................................................. 27 3.4.5 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek.............................. 28 3.4.6 Visie wonen en zorg 55+/uitvoeringsplan .................................................... 29 3.4.7 Visie op landschap, natuur en groene kernen .............................................. 30 3.4.8 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 ................ 30 3.4.8 Welstand ................................................................................................... 31

4.

Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 32 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 32 2

4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 33 4.3 Natuur ...................................................................................................................... 35 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 .............................................................. 35 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone ... 36 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 37 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 39 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 41 4.6 Geur ......................................................................................................................... 43 4.7 Milieubelastende activiteiten .................................................................................... 44 4.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................. 45 4.9 Water .......................................................................................................................

46 4.10 Mobiliteit en parkeren ............................................................................................ 49 4.11 Kabels en leidingen ................................................................................................. 50 4.12 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 50 4.13 Gezondheid............................................................................................................. 51 4.14 Duurzaamheid ........................................................................................................ 52 5.

Juridische planopzet............................................................................................................ 54 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 54 5.2 Toedelen van functies aan locaties ............................................................................ 54 5.3 Algemene regels ....................................................................................................... 55 5.4 Regels ter bescherming van waarden en objecten ...................................................... 56 5.5 Overgangsregels ....................................................................................................... 56

6. Uitvoerbaarheid van het plan.................................................................................................. 57 6.1. Economische uitvoerbaarheid .................................................................................. 57 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................ 57 Bijlagen 1. Situatietekening met landschappelijke inpassing 2. Verkennend bodemonderzoek 3. Archeologisch onderzoek 4. Stikstofparagraaf 4a. Aanlegfase 4b. Gebruiksfase 4c. Aanleg en gebruiksfase 5. Quickscan flora en fauna 5a. Vervolgonderzoek vleermuizen 6. Akoestisch onderzoek geluid wegverkeer 6a. Geactualiseerd akoestisch onderzoek 7. Geurberekening

3

8. Waterhuishoudkundig rapport 9. Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

4

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan de rand van de bebouwde kom van Etten, rondom de omgeving van de Meesterijweg 7, bestaat het voornemen om in totaal 22 woningen te bouwen. Het gaat hierbij om de beoogde realisatie van 5 seniorenwoningen, 6 starterswoningen, een 4-tal tweekappers en 7 vrijstaande woningen op een grasveld, waar op dit moment 2 vrijstaande woning met bijgebouwen, volkstuinen en agrarische gronden zijn gelegen. Binnen de regels van het geldende omgevingsplan is het niet toegestaan om, naast de bestaande woningen op de locatie Meesterijweg 7 (wordt gesloopt) en de woning aan de Margrietstraat 2 (blijft bestaan), extra woningen te realiseren. Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt daarvoor in ieder geval gedurende 2024 gewerkt volgens de systematiek van TAM-IMRO.

1.2 Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen aan de rand van de bebouwde kom van Etten. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Gendringen, sectie M, nummers 2895, 2896, ,2892, 2893, 2894, 1025, 1026, 1089 en 2984 gedeeltelijk) en heeft een totale oppervlakte van circa 15.000 m2. Op deze percelen is momenteel een tweetal woningen met bijgebouwen (Meesterijweg 7 en Margrietstraat 2) aanwezig. De overige gronden betreffen agrarische gronden en volkstuinen. Tussen de locatie van de beoogde woningen en de kern van Etten, is een groenstrook (bomen/struiken en gras) met wandelpad gelegen. Tevens staat hier een trafo. Deze blijven behouden in dit plan.

Figuur 1: ligging planlocatie (rood omkaderd) t.o.v. directe omgeving (bron:kadastralekaart.nl)

5

De planlocatie wordt aan de noordoostzijde begrensd door de Meesterijweg. Aan de zuidoostzijde bevindt zich een groenstrook met wandelpad. Verder richting het zuiden en zuidoosten bevinden zich voornamelijk woningen. De overige omliggende gronden zijn agrarisch in gebruik. Meer verderop gelegen aan de noorden westzijde bevinden zich wat vrijstaande woningen in het buitengebied. Aan de westzijde bevindt zich aan de plangrens de, ook in het plan op te nemen woning, welke is genummerd aan en wordt ontsloten via de Margrietstraat. Aan de oostzijde van de planlocatie, op een afstand van circa 180 meter bevindt zich de Slingerparallel. Ten noordoosten van de planlocatie zijn op een afstand van circa 75 meter is een sportcomplex gelegen. Op grotere afstand van de planlocatie bevinden zich een begraafplaats (op circa 270 meter), een hoogspanningsverbinding (op circa 380 meter) en een bedrijventerrein (op circa 420 meter). Het meest nabijgelegen agrarisch bedrijf ligt ver weg, op een afstand van circa 530 meter van het plangebied.

1.3 Huidig planologisch kader De planlocatie is gelegen in een tweetal bestemmingsplannen. Voor de planlocatie geldt het onherroepelijke bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017, dat is vastgesteld op 28 juni 2018 en het onherroepelijke bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Kleine Kernen 2004’, dat is vastgesteld op 22 december 2005. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) zijn deze bestemmingsplannen onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Voor de gronden op de planlocatie gelden de enkelbestemmingen ’Agrarisch’, ‘Groen’, ‘Maatschappelijk – nutsvoorzieningen’ ‘Recreatie – volkstuinen’ en ‘Wonen’. Tevens gelden (deels) de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ en ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’. Er is op de planlocatie geen sprake van functieaanduidingen of gebiedsaanduidingen. Binnen bovengenoemde bestemmingen zijn, met de uitzondering van de bestemming ‘Wonen’, gebouwen in beginsel niet toegestaan. De beoogde woningbouw is niet te realiseren op grond van de regels behorende bij deze bestemmingen. Ook zijn in het omgevingsplan geen algemene flexibiliteitsbepalingen opgenomen om de geplande woningbouw mogelijk te maken op deze locatie. Dat betekent dat een buitenplanse procedure nodig is om hier woningbouw te kunnen realiseren. Daarbij is ingestoken op een wijziging van het omgevingsplan.

6

Agrarisch

Figuur 2: geldende bestemmingen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek’ met planlocatie rood omkaderd (bron: ruimteljkeplannen.nl)

Maatschappelijk – nutsvoorziening Maximale goothoogte 3 meter en maximale bouwhoogte 5 meter

Groen

Figuur 3 geldende bestemmingen in het ‘bestemmingsplan Kleine Kernen 2004’ met (deel van) planlocatie rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

7

1.4 Participatie voorbereidingsfase Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Daarvan is in dit geval geen gebruik gemaakt, maar desondanks heeft er een uitgebreide participatie plaatsgevonden. Inloopavond zaal Koster Tijdens de inloopavond op 7 december 2020 in het kader van de aanpak van de kleine kernen, georganiseerd voor (toekomstige) bewoners van het dorp Etten, zijn diverse plannen voor woningbouwplan voor Etten gepresenteerd. Hier is ook het plan voor de Meesterijweg ongenummerd aan bod gekomen. De reacties op de plannen waren positief en er hebben zich totaal 57 deelnemers aangemeld welke interesse hebben in een woning in het dorp Etten. Nadat de onderzoeken zijn uitgevoerd en de plannen verder zijn ontwikkeld is de omgeving op de hoogte gesteld van de stand van zaken middels een brief. Deze brief is eind april verzonden aan de directe omgeving. Hieronder een weergave van de brief. Beste bewoner(s), Tijdens de inloopavond op 7 december 2020 is, in het kader van de aanpak van de kleine kernen, een inloopavond bij zaal Koster georganiseerd voor (toekomstige) bewoners van het dorp Etten.

Hier zijn diverse woningbouwplannen voor Etten gepresenteerd. Hier is ook het plan voor de Meesterijweg 7 aan bod gekomen. De reactie op dit plan was positief. In totaal hebben zich 57 deelnemers aangemeld welke interesse hebben in een woning in het dorp Etten. Inmiddels zijn de plannen aan de Meesterijweg verder uitgewerkt en zal het ontwerpomgevingsplan op korte termijn ter inzage gaan. Wanneer het ontwerp precies ter inzage gaat is op het moment van schrijven nog niet bekend. Een aankondiging van het plan en bijbehorende ter inzage termijn zal in ieder geval verschijnen in de Gelderse Post waarbij ook meer informatie wordt gegeven over de procedure. Het ontwerpomgevingsplan is na publicatie online te raadplegen via https://omgevingswet.overheid.nl/regelsop-de-kaart Wij hopen dat wij u bij deze voldoende hebben geïnformeerd over de stand van zaken en voortgang. Mocht u verder nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen Bouwbedrijf Gert Jansen b.v. Tot op heden zijn er geen reacties binnen gekomen. Wel is gevraagd naar wanneer er nou daadwerkelijk begonnen gaat worden met de bouw. Hiermee is voldoende in participatie voorzien.

1.5 Leeswijzer Een wijziging van het omgevingsplan volgens TAM-IMRO bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de functies zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde functies zijn opgenomen. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering (voorliggend document), waarin de achtergronden van de wijziging zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het omgevingsplan. In de motivering worden de keuzes die bij de wijziging van het omgevingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

8

Hoofdstuk 2 van deze motivering bevat de beschrijving van de huidige situatie van de planlocatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de planlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. De juridische planopzet komt aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

9

2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Huidige situatie De planlocatie bestaat momenteel uit een tweetal woonlocaties (Meesterijweg 7 en Margrietstraat 2), agrarische gronden, volkstuinen en groen (bomen en struiken). Tevens is er in het groen een wandelpad gelegen. Ook staat er binnen de planlocatie een trafo. Het bestaande groen waarbinnen het wandelpad is gelegen blijft behouden in dit plan.

Figuur 4: topografische kaart, met situering bestaande bebouwing en groenstrook met wandelpad (bron: topotijdreis)

Figuur 5: zicht op planlocatie vanaf Meesterijweg met in de rug de bebouwde kom van Etten (bron: Google maps)

10

Figuur 6: zicht op planlocatie vanaf de andere zijde van de Meesterijweg (bron: Google maps)

Figuur 7: toegang wandelpad vanaf Meesterijweg (bron: Google maps) met aan de rechterzijde de woning aan de Meesterijweg 7

Figuur 8: zicht op planlocatie vanaf bebouwde kom van Etten met links de traforuimte (bron: Google maps)

11

Figuur 9: ontsluiting van de woning aan de Margietstraat 2 met aan de rechterzijde het einde van het wandelpad

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is voorzien in een woningbouwontwikkeling van totaal 22 woningen. Het gaat hierbij om de beoogde realisatie van 5 seniorenwoningen, 6 starterswoningen, een 4-tal tweekappers en 7 vrijstaande woningen. Daarbij wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid (46 parkeerplaatsen, 24 openbaar en 22 op eigen terrein. Aan de Meesterijweg komt een nieuwe ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer. Deze nieuwe weg krijgt een aparte straatnaam: het voorstel is hierbij de naam ‘Kobushof’ (vernoemt naar de te slopen boerderijwoning aan de Meesterijweg 7 (Kobus). In de figuur hieronder is het ontwerp voor dit plan weergegeven. De volledige weergave is te vinden onder bijlage 1 bij deze motivering.

12

Figuur 10 ontwerp woningbouwplan

Bij de als levensloopbestendig uit te voeren seniorenwoningen, wordt ingezet op wonen in het centrale gedeelte van het plan. De woningen grenzen daarbij aan de achterzijde aan een parkje. Deze ontmoetingsplek zorgt voor verbinding met de buurt, veiligheid en sociale contacten. Tevens zorgt dit parkje voor een toevoeging van groen op de planlocatie, waarbij de kwaliteit wordt verbeterd door onder meer de aanplant van bomen en struiken. In dit parkje wordt tevens voorzien in de berging en infiltratie van hemelwater, doordat hier een wadi wordt aangelegd. Aan de overzijde van dit parkje en aan de andere kant van de weg worden een zestal starterswoningen gerealiseerd. Deze woningen zijn richting het centrale deel georiënteerd. Bij de senioren- en starterswoningen zelf wordt niet voorzien in parkeergelegenheid. Die parkeergelegenheid wordt gerealiseerd in de vorm van een aantal parkeerkoffers, die allen ontsluiten op de nieuwe aan te leggen weg.

13

Aan de rand het plan en aan de noordzijde wordt, ten behoeve van de overgang naar het buitengebied, een haag geplaats. Tevens wordt er een haag langs de uitweg naar de Meesterijweg geplaatst. De 6 vrijstaande woningen en 4 tweekappers zullen worden gesitueerd aan de randen van het plan, zodat deze bebouwing beter aansluit op het heersende straat- en bebouwingsbeeld van de rest van de omgeving. De 2 vrijstaande woningen, en een tweekapper aan de zijde van de Meesterijweg, krijgen hier ook een eigen inrit welke direct aansluit op de Meesterijweg. Een 7e vrijstaande woning wordt gerealiseerd op het erf van de woning aan de Margrietstraat 2. Deze woning zal ook via de Margietstraat bereikbaar zijn. Voor de vrijstaande woningen en tweekappers wordt voorzien in parkeren op het eigen perceel. Alle woningen worden aardgasvrij uitgevoerd. Hieronder zijn de stedenbouwkundige randvoorwaarden per woningtype weergegeven.

Vrijstaande woningen: • De vrijstaande woningen bestaan uit twee bouwlagen met schuine kap; • Hoofdgebouwen (de woningen) hebben een maximale bouwdiepte van 15 meter; • De indicatieve goothoogte van de woningen is minimaal 7 meter en de bouwhoogte is maximaal 10 meter; • De afstand van het hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens bedraagt aan beide zijden minimaal 3 meter; • Het bebouwingspercentage is maximaal 60% per woningperceel; • Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw geplaatst te worden en mogen grenzen tot aan de zijdelingse- en/of achter perceelsgrens (mits niet grenzend aan de openbare weg); • Voor de bijbehorende bouwwerken geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter en een goothoogte van 3 meter; • Voor percelen die kleiner dan 600m2 zijn geldt dat bijbehorende bouwwerken maximaal 80m2 zijn, voor percelen groter dan 600m2 geldt een maximum van 120m2. Tweekappers: • De tweekappers (m.u.v.

die als levensloopgeschikt zijn aangewezen) bestaan uit twee bouwlagen met schuine kap; • Hoofdgebouwen (de woningen) hebben een maximale bouwdiepte van 12 meter; • De indicatieve goothoogte van de woningen is minimaal 7 meter en de bouwhoogte is maximaal 10 meter; • De afstand van het hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter (dit geldt alleen voor eind/hoekgevels); • Het bebouwingspercentage is maximaal 60% per woningperceel; • Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw geplaatst te worden en mogen grenzen tot aan de zijdelingse- en/of achter perceelsgrens (mits niet grenzend aan de openbare weg); • Voor de bijbehorende bouwwerken geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter en een goothoogte van 3 meter; • Voor percelen die kleiner dan 600m2 zijn geldt dat bijbehorende bouwwerken maximaal 80m2 zijn, voor percelen groter dan 600m2 geldt een maximum van 120m2.

14

Starterswoningen: • De starterswoningen bestaan uit één- of twee bouwlagen met schuine kap; • Hoofdgebouwen (de woningen) hebben een maximale bouwdiepte van 10 meter; • De indicatieve goothoogte van de woningen is minimaal 6 meter en de bouwhoogte is maximaal 9 meter. • De indicatieve beukmaat is 5 meter; • De afstand van het hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter (dit geldt alleen voor eind/hoekgevels); • Het bebouwingspercentage is maximaal 60% per woningperceel; • Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw geplaatst te worden en mogen grenzen tot aan de zijdelingse- en/of achter perceelsgrens (mits niet grenzend aan de openbare weg); • Voor de bijbehorende bouwwerken geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter en een goothoogte van 3 meter; • Voor percelen die kleiner dan 600m2 zijn geldt dat bijbehorende bouwwerken maximaal 80m2 zijn, voor percelen groter dan 600m2 geldt een maximum van 120m2.

Levensloopgeschikte (senioren)woningen: • De levensloopgeschikte (senioren)woningen bestaan uit één bouwlaag met schuine kap; • Hoofdgebouwen (de woningen) hebben een maximale bouwdiepte van 12 meter; • Voor de seniorenwoningen is het uitgangspunt dat de voorzieningen als toilet, bad- en slaapkamer op de begane grond aanwezig moeten zijn; • De indicatieve goothoogte van de woningen is minimaal 3,5 meter en de bouwhoogte is maximaal 8 meter; • De indicatieve beukmaat is 6,40 meter; • Het bebouwingspercentage is maximaal 60% per woningperceel; • Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw geplaatst te worden en mogen grenzen tot aan de zijdelingse- en/of achter perceelsgrens (mits niet grenzend aan de openbare weg); • Voor de bijbehorende bouwwerken geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter en een goothoogte van 3 meter; • Voor percelen die kleiner dan 600m2 zijn geldt dat bijbehorende bouwwerken maximaal 80m2 zijn, voor percelen groter dan 600m2 geldt een maximum van 120m2.

15

3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.

Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.

Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

16

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Beoordeling initiatief De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen als de beoogde woningbouw in Varsseveld. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het project bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat gericht wordt op een kleinschalige inbreiding, grotendeels bedoeld voor een doelgroep (senioren) met een grote behoefte aan dit type woningen. 3.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: • De dienstenrichtlijn (art.

5.1a Bkl); • Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); • Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); • Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); • Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); • Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); • Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

Beoordeling initiatief Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels worden daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het omgevingsplan. Uit hoofdstuk 4 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk.

17

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Beoordeling initiatief In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS201501297/1/R4). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij dit initiatief is sprake van het realiseren van 22 woningen aan de rand van de bebouwde kom van Etten, zodat duidelijk sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bijdrage aan woonwensen van Etten Uit het woonwensenonderzoek blijkt een behoefte van circa 25 woningen voor de komende paar jaar. Dit is een mix tussen de verschillende doelgroepen en typen woningen. Het voorliggende plan voorziet hierin. Woningbouw buiten de kern is echter pas mogelijk als er geen reële locaties binnen de kern beschikbaar zijn. In het woonwensen onderzoek zijn er nog een drietal locaties naar voren gekomen waarbij sprake is woningbouw binnen de kern.

Het laten ‘weglekken’ van teveel plancapaciteit naar de randen van de kern kan daardoor als ongewenst neveneffect hebben dat de inbreidingslocaties niet worden opgepakt. Anderzijds is de interesse in deze locatie groot, is de initiatiefnemer een lokale partij en zijn er door de inwoners van Etten geen principiële bezwaren geuit ten aanzien van de woningbouw op deze locatie. Kwantitatieve behoefte Met het plan wordt er een bijdrage geleverd aan het voorzien in de kwantitatieve behoefte in de regio Achterhoek en meer specifiek in de gemeente Oude IJsselstreek in het dorp Etten. Dit plan voegt 22 woningen toe aan de woningvoorraad. Die kwantitatieve behoefte volgt uit de Regionale woondeal 20222030. De gemeente Oude IJsselstreek is hierbij de deal aangegaan om in de periode tot en met 2030 een aantal van 1500 nieuwe woningen te realiseren. Kwalitatieve behoefte Het plan voorziet in het woongebied in een variëteit aan woningtypen, die geschikt zijn voor verschillende doelgroepen (starters, gezinnen en senioren). Het woonprogramma bestaat uit zeven vrijstaande woningen, vier twee-onder-een-kapwoningen, zes starterswoningen en vijf seniorenwoningen. Het toevoegen van verschillende typen woningen zorgt voor doorstroming op de markt en voor het bedienen

18

van een zo groot mogelijke groep woningzoekenden. Het initiatief sluit aan op de kwalitatieve woningbehoefte in het ruimtelijk verzorgingsgebied. Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid Uit paragraaf 3.2, 3.3 en 3.4 kan uit toetsing aan de provinciale, regionale en gemeentelijke beleidsstukken op het gebied van wonen worden geconcludeerd dat de regionale/lokale behoefte aan de met dit initiatief beoogde woningen voldoende is aangetoond. Daarbij is voor de levensloopbestendige woningen sprake van de typologie ‘betaalbaar’ (< € 350.000,-). Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte van de gemeente Oude IJsselstreek. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Met de ontwikkeling binnen het plangebied zijn geen overige nationale belangen gemoeid. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met het Rijksbeleid. Conclusie De nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. De voorliggende ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is niet in strijd met het Bkl. 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst.

Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De agenda kent drie kerndoelen: • Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. • Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. • Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Met de zes onderliggende programma’s van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt invulling gegeven aan het realiseren van de doelstellingen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van zeven vrijstaande woningen, vier twee-onder-eenkapwoningen, zes starterswoningen en vijf seniorenwoningen Hiermee wordt invulling gegeven aan het kerndoel om meer woningen voor ouderen te realiseren, op een goed bereikbare plek en op relatief korte afstand van voorzieningen. De levensloopbestendige woningen vallen in het betaalbare segment. Hiermee wordt voldaan aan de landelijke doelstelling om de nieuwe woningen betaalbaar te laten zijn voor mensen met een lager en middeninkomen.

Uiteraard levert het initiatief een bijdrage aan het vergroten van de beschikbaarheid van woningen.

19

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: • Regionaal waterprogramma; • Handreiking plussenbeleid; • Beleidslijn windenergie. Beoordeling initiatief Het initiatief om binnen het plangebied nieuwbouwwoningen te ontwikkelen past binnen de provinciale omgevingsvisie.

De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen, dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: • ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten; • milieubeleid: de planlocatie is niet gelegen in een stiltegebied over andere gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu; • waterbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur; • natuur- en landschapsbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur.

20

De bovenstaande thema’s in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: • Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); • Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); • Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); • Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); • Milieu (afd.

5.5 Omgevingsverordening); • Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); • Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening). Beoordeling initiatief De provinciale instructieregels voor natuur, erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking zie de volgende paragrafen. Daarin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past. Verder geldt vanwege de ligging van de planlocatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. De planlocatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld, zoals Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone, molenbiotoop, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. In de Omgevingsverordening is een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen.

Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet de beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas.

21

Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. • Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van plasvorming met een beperkte waterdiepte < 15cm na een korte extreem hevige buien. Deze plassen verdwijnen echter binnen afzienbare tijd (binnen 1 tot 6 uur). Bij langdurige extreme regen valt de plasvorming mee. Dit komt door de waterdoorlatendheid van de grond. Afgenomen boormonsterprofielen in de omgeving (op circa 150 meter afstand) bestaan namelijk voor een grote mate uit zand van de grove/middel categorie. De Meesterijweg blijft in alle gevallen gewoon bereikbaar. • Hittestress Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur op de planlocatie nu gedeeltelijk koeler is dan ter plaatse van omliggende bebouwing. Na realisatie van de woningen zal de temperatuur logischerwijs op een min of meer vergelijkbaar niveau komen met het omliggende bebouwde gebied. Door toevoeging van groen in de vorm van gras en bomen op de locatie zal de hittestress in de openbare ruimte iets minder worden ervaren. Voor de beoogde woningen geldt dat deze goed geïsoleerd worden conform de huidige eisen.

Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. • Droogte De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 weinig verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft op de planlocatie sprake van lagere grondwaterstanden en van beperkte droogtegevoeligheid. Door het voornemen om het hemelwater binnen de planlocatie te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater langer in het gebied zelf aanwezig. Dit geschiedt door de aanleg van wadi’s in het openbaar gebied en infiltratiekratten ter plaatse van de woonpercelen. De planlocatie ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. • Overstroming De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen dijken en watergangen in nabijheid van de planlocatie liggen. In het geval van het breken van een dijk van de IJssel zal de waterhoogte maximaal 50cm bedragen wat kan leiden tot schade. De overstromingskans is echter klein (1x per 300 tot 3.000 jaar). Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat bij het voorliggend initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals: • energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; • bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en • de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied. De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld

22

verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie. Beoordeling initiatief Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei.

Vooral hierom is er behoefte aan extra woningen. Dit is nader beschreven in het beleidsdocument Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek (paragraaf 3.3.2). Voorliggend initiatief voegt ruimtelijke kwaliteit toe en voorziet aantoonbaar in woningbehoefte voor specifieke doelgroepen. 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 De regionale woonagenda 2023-2030 is geldend vanaf 4 maart 2023 en tot stand gekomen op basis van brede bevraging van stakeholders en is door het bureau Ruimtevolk opgesteld in een nauw overleg met een ruime vertegenwoordiging uit de Thematafel Wonen en Vastgoed(accounthouders) en uit het Ambtelijke overleg wonen regio Achterhoek. Daarnaast is de voortgang en de vaststelling van de woonagenda voortdurend en integraal besproken aan de Thematafel Wonen en Vastgoed. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit de regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen.

Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend aanbod aan woningen, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in de koop als in de huur. Naast kwaliteitsaspecten als duurzaam en toekomstbestendig bouwen, geeft de agenda aandacht aan de belangrijke aspecten die spelen in de fysieke leefomgeving zoals een goede leefbare woonomgeving, bereikbaarheid en voorzieningen maar ook klimaatadaptie en een goede ruimtelijke inpassing. De Regionale Woonagenda 2023-2030 anticipeert op de groeiende behoefte aan woningen en het versnellen van de woningbouw en biedt een nieuw kader voor woningbouwplannen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van zeven vrijstaande woningen, vier twee-onder-eenkapwoningen, zes starterswoningen en vijf seniorenwoningen. Vijf van de tweeëntwintig woningen zijn dus bedoeld voor ouderen en vallen in de categorie betaalbaar. Zes van de tweeëntwintig woningen zijn bedoeld voor starters. Daarnaast richt het initiatief zich specifiek op een goed leefbare woonomgeving met voldoende groen en is sprake van een relatief korte afstand tot voorzieningen. Er zal duurzaam en

23

toekomstbestendig worden gebouwd en er is sprake van een goede ruimtelijke inpassing met aandacht voor klimaatadaptatie. Zie hiervoor ook de beoordeling van de verschillende omgevingsaspecten in hoofdstuk 4. Het initiatief sluit hiermee aan bij de Regionale Woonagenda 2023-2030. Het initiatief sluit tevens aan bij de Regionale woondeal 2022-2030, omdat er wordt voorzien in nieuw woningaanbod. De gemeente Oude IJsselstreek is hierbij de deal aangegaan om in de periode tot en met 2030 een aantal van 1500 nieuwe woningen te realiseren. 3.3.3 Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek De Thematafel Wonen en Vastgoed van de regio Achterhoek heeft op 20 juni 2019 een regionaal kader afgestemd en omarmd over de toe te voegen woningbouw in de Achterhoek. Het beleidsdocument “Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek” beschrijft dit regionale kader en is vastgesteld op 26 september 2019 door de gemeenteraad. Naast het regionale kader beschrijft het beleidsdocument de te hanteren werkwijze en het monitoren van nieuwe woningbouwinitiatieven. Het vervangt een deel van hoofdstuk 5 van de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 die in 2015 is vastgesteld.

Aanleiding van de ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek’ is het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO), dat laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. De groei van het aantal huishoudens in de regio houdt langer aan dan eerder voorzien en dat betekent dat er extra woningen moeten komen boven op het aantal dat in afspraken is vastgelegd in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025. De ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek’ geeft ruimte aan de bouw van extra woningen, maar met prioriteit voor woningen waar behoefte aan is en waarvan een duidelijk tekort in de markt te zien valt. De behoefte bestaat voornamelijk uit woningen voor starters en senioren. Er worden drie kwaliteitscriteria benoemd waaraan woningbouwinitiatieven moeten voldoen: • Behoefte is aangetoond: per cluster/kern wordt bepaald welke woningtypes en prijssegmenten nodig zijn. • Voorrang voor transformatie van leegstand vastgoed: bouwen op locaties met leegstaand vastgoed gaat voor bouwen op andere locaties binnen de bebouwde kom. In het buitengebied kan het gaan om vrijkomende agrarische bebouwing. • Inbreiding gaat voor uitbreiding: op uitleglocaties wordt in principe niet gebouwd. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking wordt hier gevolgd.

Verder is in het beleidsdocument een 4e (niet kwalitatief) criterium opgenomen, namelijk de realisatietermijn van goedgekeurde plannen om zo actiever te sturen op veranderende marktomstandigheden. Daarnaast wordt het effect van dit beleid in beeld gebracht met een monitor die zowel de kwalitatieve als kwantitatieve effecten laat zien. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van woningen op een uitbreidingslocatie, waar aantoonbaar behoefte aan is. Dit geld met name voor starters- en seniorenwoningen. De voor de economische uitvoerbaarheid van het plan van belang zijnde vrijstaande woningen en tweekappers voorzien mede in de lokale woningbouwbehoefte.

24

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Beoordeling initiatief Uit het woningbouwbeleid (onder andere de Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek, zie paragraaf 3.4.3) blijkt dat er een behoefte bestaat aan woningen voor senioren. De beoogde ontwikkeling versterkt het lokale woningaanbod, met name voor senioren en starters, onder welke doelgroep een grote behoefte bestaat aan nieuwe, betaalbare woningen. Het betreft een kleine toevoeging ten opzichte van de bestaande woningvoorraad van Etten, waarbij wordt ingezet op een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving en de leefbaarheid niet in het geding is door omgevingsaspecten of anderszins. 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJselstreek De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen.

De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. •

Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen.

•

Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP).

•

Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied.

•

De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030.

25

•

Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap.

•

Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden.

•

Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.

Beoordeling initiatief De nieuwe woningen worden duurzaam gebouwd en worden uitgevoerd met zonnepanelen. Een groot deel van de woningen betreffen seniorenwoningen en starterswoningen (11 van de 22). Dat betekent dat met voorliggend plan woningen worden toegevoegd waaraan behoefte bestaat. Hierbij wordt ingezet op een groene woonomgeving en het bevorderen van sociale cohesie. De inrichting is gebaseerd op het principe van gezond oud worden en tot op hoge leeftijd zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Door versterking en uitbreiding van het aanwezige groen wordt bovendien een bijdrage geleverd aan de vergroting van de biodiversiteit. De ontwikkeling is daarom in overeenstemming te achten met de Toekomstvisie Oude IJsselstreek. 3.4.3 Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: • De sociale huurvoorraad • Woonzorg • Verduurzaming • Woningvoorraad en waarde behoud Beoordeling initiatief In de woonvisie wordt een tekort geconstateerd aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren.

Om aan de toekomstige vraag in de gemeente te voldoen wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe initiatieven die aansluiten bij deze doelgroepen. Het voorliggende initiatief geeft hier concreet invulling aan door de realisatie van 5 seniorenwoningen en 6 starterswoningen (en daarnaast een 4-tal tweekappers en 7 vrijstaande woningen).

26

3.4.4 Woonprogramma Etten 2020-2024 In 2020 is via de Kleine Kernen Aanpak de woningbouwbehoefte in Etten onderzocht. Uit de gesprekken met inwoners, die tijdens het woonwensenonderzoek zijn gevoerd, blijkt voor de komende jaren een concrete behoefte aan circa 25 woningen, in een uiteenlopende mix qua typen en prijsklassen. Onder de Kleine Kernen Aanpak zijn vier woningplannen ingediend. Tijdens een digitale bijeenkomst op 7 december 2020 zijn deze vier woningbouwplannen aan de inwoners van Etten gepresenteerd. Daarna hebben circa 60 mensen aangegeven interesse in een woning op een van deze locaties te hebben. Bovenstaande is opgenomen in het Woonprogramma Etten 2020-2024 welke in maart 2021 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek is vastgesteld en daarmee de status van een principeakkoord heeft. Het gaat om de volgende locaties. Locatie 1 betreft het voorliggend initiatief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5070/documents/34234