Bijlage 9 Boom effect analyse.pdf
Tekst van het document
Aanvulling BOOM EFFECT ANALYSE (BEA) Bongersstraat 26, Ulft
4 maart 2026
Inhoud Colofon .................................................................................................................................................... 2 1
Inleiding........................................................................................................................................... 3
2
Inventarisatierapport bomen.......................................................................................................... 4
3
Projectgegevens .............................................................................................................................. 6
4
Resultaten ondergronds onderzoek ............................................................................................... 7
5
Resultaten bovengronds onderzoek ............................................................................................. 12
6
Knelpunten .................................................................................................................................... 13
7
Effectenanalyse ............................................................................................................................. 16
8
Conclusies en adviezen ................................................................................................................. 17
9
Algemene randvoorwaarden en maatregelen uitvoering ............................................................ 20
9
Bijlagen .......................................................................................................................................... 21
Colofon Opdrachtgever Lobama B.V. Broodakker 45, 5374 DM in Schaijk
Opdrachtnemer Claassen Boomverzorging en Advies V.O.F. Lindehof 33 N, 5521 EB Eersel Telefoon: +31(0)6-5368 5636 E-mail: erik@claassenboomverzorging.nl Contact persoon: E. Sint
Rapport opgesteld door Erik Sint (European Tree Technician)
2 / 21
1
Inleiding
Aan de Bongersstraat 26 te Ulft bestaat het voornemen om 20 nieuwe appartementen te bouwen. Hiervoor wordt de bestaande bebouwing op het perceel gesloopt. Aan de oostzijde van dit perceel staan binnen het werkgebied drie bomen. Om de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze bomen te toetsen, heeft de opdrachtgever reeds een Boom Effect Analyse (BEA) laten uitvoeren door Natuurbank Overijssel. Deze rapportage is bekend onder de naam ‘Bomen-effect-analyse Bongersstraat 26 Ulft’ (14-11-2025). De gemeente Oude IJsselstreek, eigenaar van twee van de drie bomen, belanghebbende en initiatiefnemer van het plan heeft geconstateerd dat deze BEA op een aantal onderwerpen onvolledig is. Met name de effecten van bouwwerkzaamheden op de beuk vragen om meer diepgang. De opdrachtgever heeft Claassen Boomverzorging en Advies V.O.F. gevraagd om de BEA waar nodig uit te breiden en eventuele tegenstrijdigheden te verbeteren. Deze aanvullende analyse is uitgevoerd volgens de richtlijnen van hoofdstuk 16 van het Handboek Bomen 2022 (Norminstituut Bomen). Het veldwerk is in februari 2026 uitgevoerd door E. Sint, European Tree Technician, om een actueel beeld van de bomen te verkrijgen.
1.1
Doelstelling
Het doel van deze aanvullende Boom Effect Analyse (BEA) is het verduidelijken en verdiepen van de effecten van de voorgenomen bouwwerkzaamheden op bomen aan de Bongersstraat 26 te Ulft. Deze analyse richt zich op het bieden van een onderbouwd en eenduidig advies voor de gemeente Oude IJsselstreek en de opdrachtgever, zodat een weloverwogen beslissing kan worden genomen over het behoud, de bescherming, of eventuele vervanging van de bomen.
1.2
Centrale vraagstelling
Om dit doel te behalen, staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Wat zijn de effecten van de voorgenomen bouwwerkzaamheden op de vitaliteit en toekomstperspectieven van de bomen, en welke maatregelen zijn nodig om de bomen te behouden of te vervangen in het kader van het bouwplan? Deze vraag is direct gerelateerd aan de uitvoering van de geplande werkzaamheden, zoals beschreven in het ontwerp van de terreininrichting (‘P25_1323 s-01’) van Fransen Bouwmanagement B.V.
3 / 21
2
Inventarisatierapport bomen
2.1
Algemeen
Bij de bomen is door Claassen Boomverzorging een nulmeting uitgevoerd. Daarbij zijn de bomen visueel geïnspecteerd op algemene kenmerken en op mechanische/fysiologische gebreken. Probleemtakken die in het reguliere onderhoud worden verwijderd zijn niet als gebrek opgenomen. Op de onderstaande luchtfoto worden de locaties van de bomen weergegeven. De aangegeven boomnummers van de bomen corresponderen met nummering van de rapportage. Er zijn geen gemeentelijke boomnummers bekend.
1
3 2
Foto 1, luchtfoto met locatie bomen
Bij geen van de drie bomen zijn mechanische of fysiologische gebreken geconstateerd. In de tabel 1 ziet u een overzicht van de basisgegevens van de bomen. Nr: Boomsoort (Nederlands): Leeftijd (geschat):
Diameter:
Boomhoogte:
Conditie:
Toekomstverwachting:
1
Gewone beuk
74 jaar
74 cm
12-15 m
voldoende
> 15 jaar
2
Noorse esdoorn
25 jaar
25 cm
9-12 m
voldoende
> 15 jaar
3
Iep
5 jaar
6 cm
0-6 m
voldoende
> 15 jaar
Tabel 1, algemene gegevens bomen
De conditie van de bomen is voldoende, conform Handboek bomen 2022: ‘een boom met een voldoende conditie vertoont lichte tot matige tekenen van stress of schade, maar deze hebben (nog) geen structurele gevolgen voor de vitaliteit of stabiliteit van de boom’. De beuk heeft weliswaar een beperkte scheutlengte-ontwikkeling maar een goede knopbezetting, wat duidt op een voldoende conditie. Bij het bepalen van de leeftijd van de bomen is als stelregel 1 cm diktegroei per jaar genomen.
4 / 21
2.1 Algemeen (vervolg) Op de onderstaande foto’s zijn de aanzichten van de bomen weergegeven.
Foto 2, boom 1
2.2
Foto 3, boom 2
Foto 4, boom 3
Status en eigendom bomen
Op de onderstaande foto zijn de locaties van de bomen in relatie tot de perceelsgrenzen weergegeven. • Boom 1 en 3 staan direct aan de Bongersstraat en zijn in eigendom van de gemeente Oude IJsselstreek. • Boom 2 is in eigendom van de opdrachtgever.
Foto 5, locatie bomen in relatie tot perceelsgrenzen
Op basis van de Verordening Bomen en Landschap Oude IJsselstreek is vastgesteld dat de onderzochte bomen geen beschermde status hebben. Dit houdt in dat de bomen niet zijn opgenomen op de gemeentelijke lijst van ‘Bijzondere bomen’.
5 / 21
3
Projectgegevens
3.1
Werkgebied
Het werkgebied van deze Boom Effect Analyse (BEA) omvat de percelen 36 en 200. De aanpalende straat en berm zijn eigendom van de gemeente Oude IJsselstreek en bekend onder het kadastrale nummer 232. Op de onderstaande figuur is het werkgebied en een uitsnede van het ontwerp weergegeven. De bomen zijn aangeduid met een rode stippen, met groene cirkels zijn schematisch de kroonprojecties van de boom weergegeven.
Figuur 1, werkgebied
6 / 21
3.2
Ontwerp
Op basis van het ontwerp van de terreininrichting (‘P25_1323 s-01’) van Fransen Bouwmanagement B.V. is onderzocht welke voorgenomen werkzaamheden binnen de invloedssfeer van de bomen vallen. Het ontwerp omvat de realisatie van: • Een nieuw appartementencomplex. • Een inrit naar de parkeerplaatsen aan de oostzijde. Uit de bijgevoegde figuur blijkt het volgende: • De geplande nieuwbouw (gele lijn) en de benodigde werkruimte voor de fundering (rode stippellijn) vallen binnen de kwetsbare boomzone (kroonprojectie + 1,5 strekkende meter) van boom 1. • Bij boom 2 en 3 is een inrit gepland, binnen de kwetsbare boomzone van boom 2 en 3. • Aan de oostzijde van het perceel is een voetpad voorgesteld, dat binnen de invloedssfeer van de boom 1 en 3 valt. Aan de hand van het veldonderzoek en de voorstudie van het ontwerp zijn de onderstaande knelpunten afgeleid: 1. Realiseren erfontsluiting 2. Realiseren appartementencomplex 3. Realiseren voetpad Op de onderstaande figuur is een weergave van de plattegrond weergegeven.
Figuur 2, plattegrond ontwerp
Het volledige ontwerp is als bijlage bij dit rapport toegevoegd.
7 / 21
4
Resultaten ondergronds onderzoek
Ter ondersteuning van het onderzoek naar de eventuele knelpunten zijn er twee profielkuilen gegraven. Op de onderstaande figuur zijn de locaties van de profielkuilen weergegeven met groene lijnen en nummering, corresponderend met de nummering in deze rapportage. • •
Profielkuil 1 is gegraven op de rand van de regulier benodigde werkruimte voor het realiseren van de fundering van circa 1,5 m buiten de nieuwe gevellijn. Profielkuil 2 is gegraven op de rand van de benodigde werkruimte wanneer er gebruik gemaakt wordt van een smallere werkruimte van maximaal 70 cm buiten de nieuwe gevellijn.
Figuur 3, locatie profielkuilen
De locatie van de stamvoet van de boom is met een rode stip aangegeven. De kroonprojectie is schematisch weergegeven door middel van een groene cirkel. Om de kroonprojectie zo nauwkeurig mogelijk in relatie tot de geplande werkzaamheden weer te geven, is de straal van de kroondiameter aan de zijde van het nieuw te realiseren gebouw als uitgangspunt genomen. Hierdoor wordt een realistisch beeld gegeven van de ruimtelijke relatie tussen de boom en de bouwactiviteiten.
8 / 21
Op de onderstaande foto zijn enkele referentiepunten te verduidelijking aangegeven.
Boom 1
Piket hoek perceelsgrens
Profielkuil 1 Uiterste grens ‘smallere werkruimte’ Profielkuil 2
Foto 6, referentiepunten ondergronds onderzoek
9 / 21
4.1
Profielkuil 1
Profielkuil 1 is gegraven op de uiterste rand van de regulier benodigde werkruimte voor het realiseren van de fundering, op 2,6 m vanaf de stamvoet van boom 1.
Foto 7, aangetroffen beworteling
Beworteling: • Van 0 tot - 10 cm beneden maaiveld is zeer intensief, fijne (Ø 0-2 mm) tot grove (Ø 3 cm) beworteling aangetroffen. • Vanaf - 10 tot - 30 cm beneden maaiveld is matig extensief fijne tot matig grove (Ø 2-5 mm). • Vanaf - 30 tot - 60 cm beneden maaiveld is zeer intensief, fijne, matig grove en grove beworteling aangetroffen (Ø 7 cm). De wortels hebben een voldoende kwaliteit, er zijn stabiliteitswortels aangetroffen. Bodem: Van 0 tot -60 cm beneden maaiveld is humus arm (0,5 tot 2% organische stof) fijn zand aangetroffen. Uit de metingen blijkt dat de ondergrond niet ernstig verdicht is (< 3 mega Pascal), ondanks het ontbreken van voldoende veldvochtige omstandigheden kon de meetlans zonder grote weerstand de grond in worden geduwd.
10 / 21
4.2
Profielkuil 2
Profielkuil 2 is gegraven op de uiterste rand van de benodigde smalle werkruimte voor het realiseren van de fundering, op 4,2 m vanaf de stamvoet van boom 1.
Foto 8, aangetroffen beworteling
Beworteling: • Van 0 tot - 10 cm beneden maaiveld is zeer extensief, fijne (Ø 0-2 mm) tot matig grove (Ø 2-5 mm) beworteling aangetroffen. • Vanaf - 10 tot - 60 cm beneden maaiveld is nagenoeg geen beworteling aangetroffen. De wortels hebben een voldoende kwaliteit, er zijn geen stabiliteitswortels aangetroffen. Bodem: Van 0 tot -60 cm beneden maaiveld is humus arm (0,5 tot 2% organische stof) fijn zand aangetroffen. Uit de metingen blijkt dat de ondergrond niet ernstig verdicht is (< 3 mega Pascal), ondanks het ontbreken van voldoende veldvochtige omstandigheden kon de meetlans zonder grote weerstand de grond in worden geduwd.
11 / 21
5
Resultaten bovengronds onderzoek
Op de onderstaande figuur is de locatie van de nieuwe gevellijn in relatie tot de kroonprojectie weergegeven. Er is nog geen definitief ontwerp met betrekking tot de hoogte van het nieuw te realiseren appartementencomplex. Gesteld wordt dat de nieuw dakgoothoogte aan de gevellijn 6 m hoog wordt. Vanuit de dakgoothoogte wordt in een hoek van circa 55 graden het dak vervaardigd tot een hoogte van 10 m.
Figuur 4, locatie nieuwe gevellijn in relatie tot de kroonprojectie
Op foto 9 is met rode lijn de positie van de nieuwe gevel en het dak van het appartementencomplex weergegeven. De takken die zijn aangegeven met groene pijlen hangen boven de groenstrook en liggen ruim buiten de te realiseren gevellijn. Deze takken vormen geen conflict met de nieuwbouw. De takken die zijn aangegeven met gele pijlen komen bovengronds in conflict met het te realiseren appartementencomplex. Wanneer deze takken worden verwijderd, bedraagt het geschatte verlies in kroonvolume minder dan 10%.
Foto 9, weergave gevellijn
12 / 21
6
Knelpunten
Middels het aan het veldonderzoek en de voorstudie op het ontwerp zijn de onderstaande (potentiële) knelpunten onderzocht: 1. Realiseren erfontsluiting 2. Realiseren voetpad 3. Realiseren appartementencomplex
6.1
Knelpunt 1, realiseren erfontsluiting
Op basis van het ontwerp kan worden vastgesteld dat er geen ruimte is ingericht voor boom 2 en 3. De erfontsluiting, ingetekend aan de zuidzijde van het perceel is relatief smal met een breedte van 3,5 m.
Figuur 5, locatie erfontsluiting
Op de bovenstaande figuur is de erfontsluiting aan de zuidzijde zichtbaar.
13 / 21
6.2
Knelpunt 2, realiseren voetpad
In het ontwerp is aan de oostzijde van het perceel een voetpad ingetekend. Vanuit zowel de opdrachtgever als de gemeente bestaat de wens dat het perceel via een voetpad kan worden ontsloten. Dit voetpad sluit aan de zuidzijde aan op het bestaande voetpad, aan de noordzijde is (nog) geen aansluiting op een bestaand voetpad mogelijk. De keuze voor elementenverharding of halfverharding staat nog open. Op de onderstaande figuur is zichtbaar dat het voetpad is ingetekend direct op de standplaats van boom 1 en 2. Er is in het ontwerp geen ruimte ingericht voor beide bomen.
1 2
Figuur 6, locatie voetpad
Met betrekking tot boom 2 zijn er nagenoeg geen alternatieven beschikbaar, aangezien deze boom in een vergelijkbaar conflict is met knelpunt 1, realiseren erfontsluiting. Voor boom 1 zijn alternatieven beschikbaar, waarbij het voetpad buiten het gemeenteperceel wordt gelegd, ten westen van de boom. Deze alternatieven worden in hoofdstuk 8, Conclusies en adviezen verder toegelicht.
14 / 21
6.3
Knelpunt 3, Realiseren appartementencomplex
6.3.1 Beworteling Het aanleggen van een fundering met de reguliere werkruimte van 1,5 meter zou, gegeven de intensieve beworteling in profielkuil 1, leiden tot ernstige wortelschade. Om dit te voorkomen, dient een smallere werkruimte te worden toegepast. Bij gebruik van een werkruimte van maximaal 70 cm, zoals onderzocht in profielkuil 2, bedraagt het geschatte wortelverlies minder dan 5%. Hierbij is geen verlies van stabiliteitswortels te verwachten. Een dergelijk beperkt wortelverlies heeft geen langdurige negatieve gevolgen voor de duurzame instandhouding van de boom.
Figuur 7, smallere werkruimte, 70 cm
Op de bovenstaande figuur is met een oranje lijn de uiterste grens van de ‘smallere werkruimte’ aangeven (70 cm).
6.3.2 Bovengrondse ruimte De voorgestelde nokhoogte van het meest noordwestelijke deel van de gevel bedraagt circa 6 meter, schuin oplopend tot 10 meter. Op dit moment is er onvoldoende takvrije ruimte aanwezig. Uit het bovengronds onderzoek blijkt dat enkele zijtakken van de onderste westelijke gesteltak een bovengronds conflict veroorzaken met de geplande nieuwbouw. Door het verwijderen van deze zijtakken kan dit conflict worden opgelost. Het geschatte verlies in kroonvolume als gevolg van deze snoei bedraagt minder dan 10%. Een dergelijk verlies heeft geen langdurige negatieve effecten op de duurzame instandhouding van de boom.
15 / 21
7
Effectenanalyse
Aan de hand van de resultaten van het boven-/ondergronds onderzoek en het ontwerp zijn de effecten van de werkzaamheden getoetst. De projectinvloed is bepaald conform het Handboek Bomen 2022, op basis van onderstaande criteria: • • • • • •
Verbeterd: situatie boom verbetert binnen voorgestelde projectplan. Voldoende: geen belemmering, aanpassing projectplan niet aan de orde. Matig: beperkte belemmering, noodzaak aanpassing projectplan beperkt. Onvoldoende: reële belemmering, aanpassing projectplan noodzakelijk. Slecht: ernstige belemmeringen, (zeer) ingrijpende aanpassing projectplan noodzakelijk. Zeer slecht: fatale belemmering, handhaving binnen bestaande (actuele) projectplan onhoudbaar.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de projectinvloed voor de knelpunten weer: 1. Realiseren erfontsluiting 2. Realiseren voetpad 3. Realiseren appartementencomplex Projectinvloed Verbeterd Voldoende Matig Onvoldoende Slecht Zeer slecht
1
2
Boom 1
Boom 3
Boom 2 en 3
Boom 1 en 2
3 Boom 2 en 3 Boom 1
Tabel 2, projectinvloed per knelpunt
De knelpunten worden in hoofdstuk 8, ‘Conclusies en adviezen’ verder toegelicht.
16 / 21
8
Conclusies en adviezen
Bij het formuleren van de conclusies is uitgegaan van het ontwerp van de terreininrichting (‘P25_1323 s-01’) van Fransen Bouwmanagement B.V. Op basis van dit onderzoek kan de centrale onderzoeksvraag worden beantwoord: Wat zijn de effecten van de voorgenomen bouwwerkzaamheden op de vitaliteit en toekomstperspectieven van de bomen, en welke maatregelen zijn nodig om de bomen te behouden of te vervangen in het kader van het bouwplan?
8.1
Conclusie knelpunt 1: Realiseren erfontsluiting
De erfontsluiting (3,5 m breed) aan de zuidzijde van het perceel biedt onvoldoende ruimte voor het behoud van boom 2 en 3. Gezien de smalle inrichting en de locatie van de bomen is er geen ruimte voor alternatieve oplossingen die beide bomen behouden. Knelpunt 1 staat hiermee in direct conflict met knelpunt 2 (voetpad). Boom 2, een Noorse esdoorn, is een boom van de 1e grootte, bij volledige ontwikkeling van stam en kroon wordt de doorgang in de toekomst beperkt. Mede daarom is de opdrachtgever bij voornemens boom 2 te kappen. De boom heeft een omtrek van 78,5 cm op borsthoogte. Gelet op de geldende verordening ‘Artikel 3 Kapverbod’ lid 3 geldt dit niet voor: ‘a. een boom die een stamomtrek heeft van minder dan 0,90 meter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld’. De boom zal moeten wijken vanwege het ontbreken van alternatieven, de boom is niet kapvergunning plichtig in verband met de stamdiameter, er is geen compensatieplicht. Boom 3 is recent aangeplant is heeft nog een zeer kleine omvang (circa 3 meter hoog, stamdiameter 5 cm en een kroonprojectie van circa 2 meter). De boom is (nog) boomtechnisch verantwoord te verplaatsen en/of te vervangen door een vergelijkbare boom. De opdrachtgever wil in overleg met de gemeente Oude IJsselstreek (eigenaar van boom 3) een meer geschikte locatie voor de boom bepalen, of een nieuwe boom plaatsen.
De nieuwe locatie moet zodanig zijn dat de boom geen zichtbelemmering is voor het ontsluitend verkeer van het perceel.
17 / 21
8.2
Conclusie knelpunt 2: Realiseren voetpad
8.2.1 Voorstel gemeente Het voorgestelde voetpad aan de oostzijde van het perceel conflicteert direct met de standplaats van boom 1 en 2. Voor boom 2 zijn geen alternatieven beschikbaar (zie knelpunt 1), maar voor boom 1 is een alternatieve route mogelijk: het voetpad kan ten westen van de boom worden gelegd, buiten het gemeenteperceel. Geadviseerd wordt het voetpad herontwerpen en verleggen naar de westzijde van boom 1, om conflict met de boom te voorkomen. De gemeente heeft in een eerder stadium aangegeven dat zij een ligging van het voetpad ten westen van de boom als een reële optie beschouwen. Zij geven daarbij de volgende parameters aan: • • •
Minimale breedte 1,5 meter Minimaal 1 meter ten westen uit de erfgrens trafohuis Minimaal 3,5 meter vanaf stam bestaande boom.
Zij geven daarbij als verhardingsoptie aan een trottoir (dubbelklinkers) of halfverharding (padvast). In de onderstaande, door de gemeente geleverde, figuur is de gewenste maatwerking visueel toegelicht.
Figuur 8, beschikbare zone
Met een rode cirkel is weergegeven de zone waarin de gemeente het vervaardigen van het nieuwe voetpad onwenselijk vindt. In figuur 8 is zichtbaar dat binnen deze rode cirkel er zich bestaande elementenverharding bevindt. Over het gehele zuidwestelijk gelegen perceel.
18 / 21
8.2.2 Geschikte alternatieven Het is mogelijk om met een juiste werkwijze het voetpad aan te leggen zonder dat dit (langdurig) negatieve effecten heeft op het duurzaam behoud van de boom. Daarbij kan de afstand tot de stamvoet kleiner zijn dan 3,5 meter en, afhankelijk van de gekozen werkwijze, de stamvoet tot 1,5 meter genaderd kan worden. Bijvoorbeeld met een ‘sandwichconstructie’, zwevend pad of geschikte substraten met voldoende zuurstof doorlatende eigenschappen. Daarbij moet worden opgemerkt dat dergelijke constructies onderhevig zijn aan specifieke randvoorwaarden (onderdeel boombeschermingsplan). Op de onderstaande foto’s zijn voorbeelden weergegeven van dergelijke oplossingen.
Foto 10, voorbeeld sandwich-constructie
Foto 11, zwevend pad op poeren
Foto 12, substraten (halfverharding)
Daarbij moet worden opgemerkt dat met name het plaatsen van een opsluitband (doorgaans 20 cm hoog). Het grootste risico op wortelbeschadiging is. Geadviseerd wordt het nieuwe voetpad te realiseren zonder het gebruik van een opsluitband en één van de drie hierboven genoemde alternatieven te gebruiken.
19 / 21
8.3
Conclusie knelpunt 3: Realiseren appartementencomplex
8.3.1 Beworteling Het aanleggen van een fundering met een reguliere werkruimte van 1,5 meter leidt tot ernstige wortelschade bij de beuk (boom 1). Door toepassing van een smallere werkruimte (max. 70 cm) kan het wortelverlies worden beperkt tot <5%, zonder verlies van stabiliteitswortels. Dit heeft geen langdurige negatieve effecten op de boom. Geadviseerd word het gebruik een smallere werkruimte (70 cm) voor de fundering, zoals onderzocht in profielkuil 2.
8.3.2 Bovengrondse ruimte De nokhoogte (6–10 m) van het appartementencomplex biedt onvoldoende takvrije ruimte. Enkele zijtakken van de westelijke gesteltak veroorzaken een bovengronds conflict. Door selectief snoeien van deze takken kan het conflict worden opgelost, met een kroonvolumeverlies van <10%, wat geen langdurige schade oplevert. Geadviseerd wordt het selectief snoeien van de conflicterende zijtakken, waarbij de snoei uitgevoerd dient te worden door een European Tree Worker of vergelijkbaar.
9
Algemene randvoorwaarden en maatregelen uitvoering
Er worden nabij en binnen de kwetsbare boomzone van diverse bomen in het werkgebied werkzaamheden uitgevoerd. We adviseren de volgende randvoorwaarden in acht te nemen: •
Wanneer er diverse werkzaamheden nabij en/of binnen de kwetsbare boomzone worden uitgevoerd dient een ‘boombeschermingsplan’ te worden opgesteld door een gecertificeerde boomtechnisch adviseur (European Tree Technician of vergelijkbaar). Dit boombeschermingsplan wordt opgesteld aan de hand van het definitieve ontwerp.
•
Aan de hand van het boombeschermingsplan dient voorafgaand aan de werkzaamheden een werkbespreking gehouden te worden met het uitvoerend personeel. In deze bespreking dienen de risico’s van de geplande werkzaamheden ten opzichte van de bomen besproken te worden.
•
Indien bronbemaling wordt uitgevoerd dient dit in een apart hoofdstuk in het boombeschermingsplan te worden opgenomen.
•
Waar mogelijk dient de complete kwetsbare boomzone (kroonprojectie +1,5 m) te worden beschermd door het plaatsen van bouwhekken.
•
Waar de complete kwetsbare boomzone niet kan worden beschermd dient voorafgaand aan de werkzaamheden, bij bomen die binnen het draaibereik van de (graaf/zuig) machine staan, een stamommanteling aangebracht worden. De wortelaanzetten, de stamvoet en de stam moeten hierdoor zorgvuldig tot 3 m hoogte beschermd worden.
20 / 21
9
•
Binnen de kwetsbare boomzone moet zorgvuldig gewerkt worden. Wortelschade en structuurbederf van de bodem moeten voorkomen worden. Om verdichting tegen te gaan dienen waar nodig, druk verdelende platen worden aangebracht.
•
Aan en afvoerroutes dienen waar mogelijk buiten de kwetsbare boomzone te liggen, waar dit niet mogelijk is moeten druk verdelende elementen worden aangebracht (bijvoorbeeld rijplaten).
•
Grond mag enkel gedurende korte periode opgeslagen worden onder de boomkronen. Materiaal en materieel mag niet binnen de kwetsbare boomzone worden opgeslagen.
•
Het snoeien van boomwortels met een diameter van > Ø 4 cm moet altijd terughoudend worden toegepast.
•
Boomwortels moeten altijd haaks op de groeirichting afgeknipt of -gezaagd worden. Afscheuren van boomwortels dient ten alle tijden te worden vermeden.
•
Tijdens graafwerkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone (kroonprojectie + 1,5 m) moet altijd met de (air)spade voorgestoken worden om schade aan stabiliteitswortels te voorkomen.
•
Boomwortels met een diameter Ø > 5 cm moeten altijd behouden blijven. Er mag alleen incidenteel worden afgeweken in samenspraak met de aangewezen boomdeskundige.
•
De aannemer is verantwoordelijk voor het behoud van de kwaliteit van de bomen en de kwaliteit van de groeiplaats van de bomen tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
•
Bij ontwerpwijzigingen dient er een terugkoppeling plaats te vinden met een boomdeskundige.
•
Bij eventuele buitenproportionele schade dient er een terugkoppeling plaats te vinden met een boomdeskundige.
•
In algemene zin geldt voor het behoud van de bomen tijdens en na de werkzaamheden het advies om te werken conform de richtlijnen van het Handboek Bomen 2022, hoofdstuk 2 ‘Werken rond bomen’ (uitgave van het Norminstituut Bomen).
Bijlagen
Op de volgende pagina bevindt zich de bijlage. Bijlage 1, ‘P25_1323 s-01’
21 / 21
400 5.000
HOGE HAAG 1,8M.
6.000
MOGELIJKE AANSLUITING KEURKAMER
10.000
TOTAAL 25 PARKEERPLAATSEN
GRASSTENEN / HALFOPEN BESTRATING
N
6.000
CONTAINERS
300
5.500
300
400
68.003
5.500
1.200 300 300
5.500
10.910
HOGE HAAG 1,8M.
HOGE HAAG 1,8M.
6.816
FIETSENSTALLING
16 15 14 13 12 11
30.900
10 9 8 7 6 5
APPARTEMENTEN 4
7.750
3 2 1
6.450
300 2.550 300
7.500
3.000 300
400
4001.200400
7.740
TRAFOSTATION
LEDIGING PAPIER CONTAINER
GFT > K VOETPAD OR MOGELIJ < RUIMTE VO
KROONRING OPHANGSYSTEEM 2X AAN DICHTSBIJZIJNDE LANTAARNPAAL
opdrachtgever:
3.600
400
7.500
3001.500300 17.900
17.100 BEGANE GROND
7.500
Fransen Bouwmanagement Schutsboomstraat 61a 5374CB Schaijk
400 3.000
BONGERSSTR
400
AAT BOUWKUNDIG TEKEN- & ADVIESBURO
adres : telefoon : e-mail : internet :
Keizerweg 1 7095 AX De Heurne 06 - 101 484 37 info@tekenburomilo.nl www.tekenburomilo.nl
datum tekening : getekend door : schaal / formaat : datum wijziging :
06-08-2025 R.Milojević 1:150 / A1
projectomschrijving:
nieuwbouw Appartementencomplex aan de Bongersstraat 26 te Ulft onderdeel:
Plattegrond werknummer: P25_1323
bladnummer: s-01
deze tekening blijft eigendom van Milo, openbaarmaking, vermenigvuldiging en verspreiding aan derden is zonder toestemming niet toegestaan.