CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4a Nader onderzoek vleermuizen.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 17 juni 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan “Kom Ulft, locatie Bongersstraat 26”1.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek vleermuis

Bongersstraat 26 Ulft

Nader onderzoek vleermuis Bongersstraat 26 Ulft

Colofon

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever:

Loboma B.V.

Projectnummer en versie: 8387 versie 1.0 Auteur: Ing. P. Leemreise Ligging projectgebied: Bongersstraat 26 Ulft

Status: Definitief Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise e.a Rapportdatum: 23-1-2026

Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde E: T:

info@natuurbankoverijssel.nl 0850-509852

Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Natuurbank Overijssel accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Natuurbank Overijssel uitgevoerde onderzoek. Natuurbank Overijssel is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Natuurbank Overijssel; opdrachtgever vrijwaart Natuurbank Overijssel voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

2

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1

INLEIDING ......................................................................................................................................... 4

1.1 Aanleiding...................................................................................................................................................... 4 1.2 Onderzoeksvraag........................................................................................................................................... 4 1.3 Reikwijdte ...................................................................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2

HET ONDERZOEKSGEBIED...................................................................................................................... 5

2.1 Situering ........................................................................................................................................................ 5 HOOFDSTUK 3

METHODE ....................................................................................................................................... 7

3.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 7 HOOFDSTUK 4

RESULTATEN..................................................................................................................................... 9

4.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 9 4.2 Overige soorten ............................................................................................................................................. 9 HOOFDSTUK 5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................................... 10

5.1 Samenvatting............................................................................................................................................... 10 5.2 Conclusie ..................................................................................................................................................... 10

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Natuurbank Overijssel heeft opdracht gekregen de betekenis van bebouwing op het adres Bongersstraat 26 te Ulft voor vleermuizen te onderzoeken. Dit onderzoek is nodig vanwege de voorgenomen sloop van het gebouw. Door tijdig de betekenis van de gebouwen voor vleermuizen te onderzoeken kunnen tijdig eventuele vergunningen aangevraagd worden zodat de voorgenomen ontwikkeling geen vertraging oploopt. In voorliggend rapport worden de bevindingen van onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen gepresenteerd. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode mei-september 2025. In het kader van de zorgplicht (Art. 11.27, Bal) moet voorafgaand aan een ingreep, welke mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde diersoorten, een effectbeoordeling plaats vinden. Omdat met een eenmalige visuele inspectie, de functie en betekenis van de aanwezige bebouwing voor vleermuizen niet (volledig) vastgesteld kan worden, was gericht vervolgonderzoek noodzakelijk.

1.2 Onderzoeksvraag Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Bezetten vleermuizen een verblijfplaats in de te slopen bebouwing in het plangebied? Zo ja, welke soort, welke aantallen, welke functie heeft de verblijfplaats en waar bevindt zich de verblijfplaats?

1.3 Reikwijdte Voorliggend rapport is eenvoudig van opzet. Niet relevante informatie verkregen tijdens het onderzoek wordt niet meegenomen in dit rapport. Natuurbank Overijssel beseft dat natuuronderzoek kostbaar is en probeert de kosten voor de opdrachtgever zo laag mogelijk te houden, onder andere door het rapport kort en bondig op te stellen met uitsluitend de benodigde en relevante informatie zoals methode, verantwoording van de afgelegde bezoeken en weergave van de bevindingen.

4

HOOFDSTUK 2

HET ONDERZOEKSGEBIED

2.1 Situering Het onderzoeksgebied bestaat uit bebouwing op het adres Bongersstraat 26 te Ulft. Het ligt in de woonkern Ulft en wordt omgeven door stedelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het onderzoeksgebied weergegeven op een topografische kaart.

Ligging van het plangebied. De ligging van het onderzoeksgebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied bestaat volledig uit bebouwing. In het onderzoeksgebied staat een gebouw met bakstenen buitengevels en een met dakleer gedekt plat dak. De staat van onderhoud is goed; het gebouw is wind- en waterdicht. Op onderstaande afbeelding wordt het onderzoeksgebied met een gele lijn weergegeven.

Luchtfoto met de begrenzing van het onderzoeksgebied, aangegeven met de gele lijn (bron: topotijdreis.nl).

5

Aanzicht op de bebouwing in het onderzoeksgebied vanaf de Bongersstraat (bron: Google streetview)

6

HOOFDSTUK 3

METHODE

In dit hoofdstuk wordt de toegepaste onderzoeksmethode verwoord.

3.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Voor het in kaart brengen van verblijfplaatsen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen van zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van het gebouw in het onderzoeksgebied als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewonende soorten.

De bebouwing lijkt geschikt als zomer-, kraam- en paarverblijfplaats, maar niet als (massa)winterverblijfplaats. De bebouwing wordt niet geschikt geacht als (massa) winterverblijfplaats voor gewone dwergvleermuizen vanwege het ontbreken van hoge bebouwing (>2 bouwlagen) of bebouwing met veel bouwmassa. De inschatting van de geschiktheid van de bebouwing als massa-winterverblijfplaats wordt ook door het bevoegde gezag (provincie) toegepast. Aanpassing vleermuisprotocol 2025 In februari 2025 is het vleermuisprotocol aangepast. Deze aanpassing treft uitsluitend onderzoek naar meervleermuizen om de omgeving van bekende kraamverblijven en mannengroepen en onderzoek naar paarverblijfplaatsen van deze soort. Voor paarverblijf- & zwermplaatsen is de definitie van de objecten aangepast, de inspanning is niet bedoeld voor gebouwen zoals woonhuizen, maar denk hier aan bruggen, sluizen, gemalen, elektriciteitshuisjes, boomholtes, vleermuiskasten, stadsmuren, bunkers, meerpalen, ijskelders, forten, verlaten gebouwen, schoorstenen, putten, etc. De aanpassing bestaat uit het uitvoeren van extra bezoeken indien de onderzoekslocatie in de directe omgeving van een bekende kraamkolonie ligt en een ochtendronde in juli in de buurt van een mannengroep. Het geactualiseerde protocol schrijft nu ochtendonderzoek voor in plaats van avondonderzoek.

In gebieden nabij kraamkolonies zijn twee ochtendrondes verplicht in de kraamperiode. In zowel de rode gebieden (kraamkolonies) als de blauwe gebieden (mannenverblijven) is een extra ochtendronde in juli nodig voor het opsporen van satelliet verblijfplaatsen. Onderzoek naar paarverblijfplaatsen hoeft niet plaats te vinden bij door mensen bewoonde objecten, zoals woningen en appartementengebouwen. De onderzoekslocatie ligt niet nabij een bekende kraamkolonie, maar wel in de omgeving van een mannengroep van meervleermuizen (NDFF, 2025). Het onderzoek dient daarom afgestemd te worden op de mogelijke aanwezigheid van een satelietverblijfplaats van meervleermuizen. Dat houdt in dat er een ochtendrond uitgevoerd moet worden in juli. Het gebouw wordt benut door de mens en wordt daarom niet beschouwd als potentiële paarverblijfplaats voor meervleermuizen. Algemeen Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september zijn uitgevoerd in verband met onderzoek naar paarverblijfplaatsen. 7

Het onderzoek is uitgevoerd door twee onderzoekers die tegelijkertijd het gebouw bekeken. Door deze onderzoekers strategisch te positioneren, kunnen alle in- en uitvliegende dieren waargenomen worden. Ook kunnen zo vliegpatronen ontdekt worden. Vliegpatronen kunnen een sterke aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een kolonie. Bij het positioneren van de onderzoekers wordt rekening gehouden met gedrag van vleermuizen bij het in- of uitvliegen van de verblijfplaats. In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven. Datum

Tijd

06-06-2025 29-06-2025 14-07-2025 25-8-2025 15-9-2025

21:49-00:21 21:58-00:30 2:25-5:26 22:00-00:00 21:00-23:00

Zon onder/op

Aantal onderzoekers

21:49 uur 21:58 uur 05:25 uur 20:37 uur 19:49 uur

2 2 2 1 1

Weersomstandigheden Droog, 17 ºC, zwakke wind, bewolkt Droog, 23 ºC, zwakke wind, onbewolkt Droog, 15 ºC, matige wind, bewolkt Onbewolkt, droog, zwakke wind 17 ºC Bewolkt, droog (na buien overdag), zwakke wind, 17 ºC

Bezoekschema vleermuisonderzoek (*bron: www.knmi.nl)

8

HOOFDSTUK 4

RESULTATEN

4.1 Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderzoeksgebied vastgesteld. Er zijn weinig vleermuizen waargenomen tijdens het onderzoek. Tijdens de bezoeken in juni en juli werd incidenteel een enkele foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen welke rond de bomen aan de rand van het perceel foerageerde. Deze vleermuis bezette een verblijfplaats buiten het onderzoeksgebied. Tijdens het onderzoek zijn enkele pulsen van langsvliegende laatvliegers opgepikt. Deze waarnemingen worden als ‘losse waarneming’ beschouwd en zijn niet van belang zijn voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag. Deze waarnemingen worden dan ook buiten beschouwing gelaten in deze rapportage omdat ze niet relevant zijn.

4.2 Overige soorten Er is tijdens het onderzoek geen andere beschermde soorten waargenomen die verbondenheid met de bebouwing in het plangebied vertoonden.

9

HOOFDSTUK 5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

5.1 Samenvatting In 2025 is bebouwing aan Bongersstraat 26 te Ulft onderzocht op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen. Het onderzoek is uitgevoerd conform het daarvoor geldende onderzoeksprotocol (versie februari 2025). Onderzoek heeft aangetoond dat vleermuizen geen verblijfplaats in het onderzoeksgebied bezetten.

5.2 Conclusie Er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de bebouwing te mogen slopen in verband met de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen. Onderzoeksresultaten zijn in de regel drie jaar toepasbaar.

10

Geraadpleegde bronnen Kennisdocument huismus (BIJ12) Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12) Kennisdocument steenuil (BIJ12) Kennisdocument Laatvlieger (BIJ12) De steenmarter. KNNV Uitgeverij. Internet: www.sovon.nl www.kadaster.nl Vleermuisprotocol 2021, versie februari 2025

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5063/documents/34077