Bijlage 3 bij regels
Tekst van het document
MEESTERIJWEG TE ETTEN WATERHUISHOUDINGSPLAN
IN OPDRACHT VAN LOCIS ADVISEURS
Colofon Auteur:
ing. M. Drost
Projectnr.:
2024-002
Datum:
20-09-2024
Status:
Definitief v1
(P)
CAUDATIS Luimesweg 16 7084 AS Breedenbroek
(T)
(+31)6 445 488 02
(M)
m.drost@caudatis.nl
(I)
www.caudatis.nl
2
Inhoud Inhoud ________________________________________________________________________________ 3 1
2
3
4
INLEIDING __________________________________________________________________________ 5 1.1
Algemeen ____________________________________________________________________ 5
1.2
Opbouw rapport ______________________________________________________________ 5
1.3
Status rapport _________________________________________________________________ 6
Huidige situatie _____________________________________________________________________ 7 2.1
Situatie7
2.2
Hoogteligging _________________________________________________________________ 8
2.3
Geologie _____________________________________________________________________ 9
2.4
Grondwaterstanden ___________________________________________________________ 9
2.5
Infiltratiekansen_______________________________________________________________ 10 2.5.1
Inleiding_______________________________________________________________ 10
2.5.2
Infiltratiemogelijkheden_________________________________________________ 10
2.6
Doorlatendheid ______________________________________________________________ 10
2.7
Oppervlaktewater ____________________________________________________________ 11
2.8
Afvalwater ___________________________________________________________________ 11
2.9
Hemelwater__________________________________________________________________ 11
WATERHUISHOUDKUNDIGE DOELEN EN MAATSTAVEN __________________________________ 13 3.1
Algemeen ___________________________________________________________________ 13
3.2
Relevante waterhuishoudkundige aspecten ____________________________________ 14
Waterhuishoudkundige opgave_____________________________________________________ 17 4.1
Voorgenomen activiteiten ____________________________________________________ 17
4.2
Oppervlakken ________________________________________________________________ 17
4.3
(bouw)peilen_________________________________________________________________ 18
4.4
Bergingsopgave ______________________________________________________________ 18
4.5
Wateroverlast ________________________________________________________________ 19
4.6
Riolering en afvalwater________________________________________________________ 20
4.7
Inpassing waterberging _______________________________________________________ 21
4.8
Afvoer van hemelwater afkomstig van percelen ________________________________ 22
Bijlage 1 : Boorprofielen – bodemopbouw _______________________________________________ 23 Bijlage 2 : Bergingsinpassing – wadi _____________________________________________________ 25 Bijlage 3 : Hoogteplan _________________________________________________________________ 27
3
4
1 1.1
INLEIDING ALGEMEEN Voorliggend Waterhuishoudingsplan (WHP) heeft betrekking op het uitbreidingsplan van de Meesterijweg te Etten (globaal weergegeven in figuur 1). Het doel van voorliggend advies is om inzicht te krijgen in de eventuele nadelige effecten van dit uitbreidingsplan op de directe omgeving vanuit het oogpunt water. Daarnaast zal er een advies gegeven worden hoe omgegaan kan worden met de waterhuishoudkundige opgave binnen de planlocatie.
Figuur 1 Ligging Meesterijweg te Etten [bron: Google Maps]
Het uitbreidingsplan omvat de bouw van 7 vrijstaande woningen, 4 twee-onder-1kap woningen en 11 rijtjeswoningen.
1.2
OPBOUW RAPPORT In hoofdstuk 2 zal ingegaan worden op de huidige situatie met een beschrijving van o.a. het huidige gebruik, hoogteligging, bodemopbouw en grondwaterstanden. De waterhuishoudkundige aspecten worden in hoofdstuk 3 beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de voorgenomen activiteiten, de toekomstige oppervlakken, (bouw)peilen en de bergingsopgave en de inpassing ervan.
5
1.3
STATUS RAPPORT Voorliggende rapportage is in concept en dient nog nader besproken te worden met de opdrachtgever, gemeente Oude IJsselstreek en waterschap Rijn en IJssel. De opmerkingen en aanvullingen zullen in de definitieve rapportage verwerkt worden.
6
2 2.1
Huidige situatie SITUATIE De planlocatie grenst aan het noordwestelijke deel van de kern van Etten en ligt ter hoogte van Meesterijweg 7. De huidige situatie bestaat uit een woonperceel en een agrarisch perceel. Onderstaande foto’s geven een indruk van de huidige situatie.
7
Figuur 2 3-tal foto’s planlocatie
2.2
HOOGTELIGGING In figuur 3 wordt de huidige hoogteligging van de planlocatie weergegeven op basis van de AHN4. Hierop is duidelijk waarneembaar dat de planlocatie hoger ligt ten opzichte van de directe omgeving. De Meesterijweg ligt globaal op een hoogte van 15,10. Verder loopt het bouwplan geleidelijk af van de bosrand in noordwestelijke richting van 14.20 naar 13,90.
Figuur 3 Hoogteligging planlocatie o.b.v. AHN4
8
2.3
GEOLOGIE De bodemopbouw volgens Regis II laat zien dat de bovenlaag tot een diepte van circa 14 m-mv als volgt is opgebouwd, te weten:
Tabel A Geologische schematisatie
Zone [m]
Formatie – beschrijving
Kh [m/d]
14.00 – 12,50 mNAP
Formatie van Boxtel – zandige
5 – 10
Kv [m/d]
eenheid. 12,50 – 0.00 mNAP
Formatie van Kreftenheye - zandige
50 - 100
eenheid.
Figuur 4 Uitsnede plangebied REGIS II v2.2
Door Montferland Milieu is ter plaatse van het plan gebied een Verkennend bodemen asfaltonderzoek uitgevoerd. Bij dit onderzoek zijn ook een aantal boringen geplaatst die inzicht geven in de bodemopbouw (zie Bijlage 1). Tot een maximale onderzoeksdiepte van 3 meter bestaat de bodem uit zand, matig fijn, matig siltig.
2.4
GRONDWATERSTANDEN Het Dinoloket is geraadpleegd op de aanwezigheid van representatieve en bruikbare waarden. Deze zijn helaas niet aanwezig. Ook is gemeente OudeIJsselstreek gevraagd of zij beschikken over een gemeentelijk grondwater meetnet. Helaas beschikken zij niet over een dergelijk grondwatermeetnet. Binnen het onderzoek van Montferland Milieu zijn een 2-tal peilbuizen geplaatst A09 en A16, (zie bijlage 1). De grondwaterstanden die zijn gemeten betreffen 1,93 m-mv (A09) en 1,80 m-mv (A16). Op basis van de schatting qua maaiveldhoogte en de positie van de peilbuizen ten opzichte van NAP bedragen de insitu
9
grondwaterstanden voor (A09) (14,20 – 1,93) 12,27 m+NAP en voor (A16) (13,92 – 1,80) 12,11 m+NAP. De boringen zijn geplaatst in de periode tussen 19-03-2024 en 03-04-2024. De jaren 2023 en 2024 staan bekend om hun extreem hoge grondwaterstanden in de periode (10-2023 tot 05-2024). Dit is terug te herleiden naar de extreem hoge neerslagsom in deze periode en de relatief hoge rivierwaterstanden. Bij een gebrek aan representatieve grondwaterstanden, gemeten over een langere termijn, wordt vooralsnog geadviseerd uit te gaan van een maatgevende grondwaterstand van circa 12,30 m+NAP. Met verwijzing naar paragraaf 2.2 (hoogteligging) ligt de huidige maatgevende ontwateringsdiepte naar schatting op (14,10 m+NAP – 12,30 m+NAP) 1,80 m.
2.5
INFILTRATIEKANSEN
2.5.1
INLEIDING Het landelijk-, gemeentelijk- en waterschapsbeleid is erop gericht dat hemelwater in eerste instantie zo veel mogelijk vastgehouden moet worden door infiltratie in de bodem. Daar waar dat onvoldoende mogelijk is, dient het water zo veel mogelijk geborgen te worden in retentievoorzieningen. Pas als ook dat niet toereikend is, komt het afvoeren van hemelwater in beeld. Met name voor het vasthouden en bergen van water is ruimte noodzakelijk en ligt er een sterk verband met het stedenbouwkundig plan.
2.5.2
INFILTRATIEMOGELIJKHEDEN De infiltratiemogelijkheden worden op hoofdlijnen bepaald door:
2.6
doorlatendheid van de bodem;
de optredende grondwaterstanden.
DOORLATENDHEID De haalbaarheid van ondergronds infiltreren van hemelwater is afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem. Bij de aanleg van infiltratievoorziening is een minimale doorlatendheid van minimaal 0,5 m/d nodig. Na verloop van tijd zal de doorlatendheid echter afnemen als gevolg van verontreinigingen, slibvorming, etc. Derhalve wordt bij voorkeur een minimale doorlaatfactor aangehouden van 1,0 m/d. Binnen het plangebied is de doorlatendheid nog niet bepaald maar op basis van de gegevens uit REGIS II wordt verwacht dat de doorlatendheid van de bodem voldoende zal zijn. Wel wordt geadviseerd op de locaties waar hemelwater in de bodem wordt geïnfiltreerd alsnog een k-waarde meting uit te voeren.
10
2.7
OPPERVLAKTEWATER Met verwijzing naar figuur 5 is er geen oppervlaktewater van betekenis aanwezig in de directe omgeving van het plangebied welke in beheer van het waterschap is. De leggerwatergangen liggen op enige afstand van het plangebied. Ook liggen er geen watergangen in de directe omgeving van het plangebied die een verbinding hebben met een leggerwatergang van het waterschap.
Figuur 5 Leggerkaart WRIJ [bron: WRIJ]
2.8
AFVALWATER In de directe omgeving ligt geen vrijverval riool waarop aangesloten kan worden. Wel ligt er een persleiding in de Meesterijweg waarop de geclusterde panden Meesterijweg 9 – 11 zijn aangesloten. Voor het plangebied zal voor de inzameling van afvalwater een nieuwe persleiding met een gemaal ontworpen moeten worden waarbij rekening gehouden zal moeten worden met een nieuw rioolgemaal en een separate persleiding welke zal lozen op het vrijverval in de Molenstraat. [Ref.: mail 25-03-2024 Aansluiting riolering bouwplan Meesterijweg]
2.9
HEMELWATER Op grond van de Wet gemeentelijke watertaken dienen perceeleigenaren hemelwater op eigen perceel te verwerken, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden verlangd. In dat geval treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking en zal het vrijkomende hemelwater op een alternatieve wijze geborgen moeten worden. Voor deze situatie wordt uitgegaan dat het hemelwater zoveel mogelijk binnen het plangebied verwerkt dient te worden.
11
12
3 3.1
WATERHUISHOUDKUNDIGE DOELEN EN MAATSTAVEN ALGEMEEN In dit hoofdstuk zijn de relevante waterhuishoudkundige aspecten met bijbehorende doelen en maatstaven voor het te ontwikkelen gebied beschreven. Een en ander is gebaseerd op de hydrologische verkenning van de huidige situatie en het vigerende beleid van de betrokken partijen. De watertoets heeft betrekking op alle waterhuishoudkundige aspecten. Hierbij kan gedacht worden aan: veiligheid, wateroverlast, riolering, watervoorziening, waterberging, volksgezondheid, bodemdaling, grondwateroverlast, oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit, natte natuur en beheer en onderhoud. De waterbeheerder stelt criteria in overleg met de initiatiefnemer vast. Het doel van dit hoofdstuk is het vroegtijdig en gezamenlijk vastleggen van de waterhuishoudkundige doelen en maatstaven (criteria). Onderstaand worden eerst de relevante waterhuishoudkundige aspecten onderscheiden. Vervolgens worden voor de relevante aspecten de specifieke doelen en maatstaven uitgewerkt in hoofdstuk 4.
13
3.2
RELEVANTE WATERHUISHOUDKUNDIGE ASPECTEN In tabel B is weergegeven welke waterhuishoudkundige aspecten voor het plangebied relevant zijn.
Tabel B Afweging waterbelangen Thema
Waterbelangen
Relevant?
1.
Nee
HOOFDTHEMA’S Veiligheid
Ligt het plangebied binnen de invloedssfeer een kern of beschermingszone van een waterkering (primaire, regionale waterkering of kade)?
2.
Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied?
Nee
Riolering en
1.
Is er een toename van het afvalwater (DWA) ?
Ja
Afvalwaterketen
2.
Ligt binnen het plangebied of direct grenzend
Ja
daaraan (vrijverval) riolering. 3.
Ligt in het plangebied een persleiding van het
Nee
waterschap? 4.
Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het
Nee
waterschap? Waterberging
1.
Is er sprake van toename van het verhard
Ja
oppervlak? 2.
Zijn er kansen voor het infiltreren van hemelwater in
Ja
de bodem?
Wateroverlast
3.
Is inpassing van voldoende waterberging mogelijk?
Ja
1.
In of nabij het plangebied bevinden zich natte en
Ja
laag gelegen gebieden, overstromingsvlaktes? Oppervlakte-
1.
waterkwaliteit
Wordt vanuit het plangebied in de toekomstige
Nee
situatie (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?
Grondwater-
1.
Overlast
Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende
Nee
lagen in de ondergrond? 2.
Is in het plangebied sprake van kwel?
Nee
3.
Beoogt het plan dempen van perceelsloten of
Nee
andere wateren? Grondwaterkwaliteit
1.
Ligt het plangebied in de beschermingszone van
Nee
een drinkwateronttrekking?
Inrichting en beheer
1.
Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren
Nee
die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2.
Heeft het plan herinrichting van watergangen tot
Nee
doel? Volksgezondheid
1.
In of nabij het plangebied bevinden zich
Nee
overstorten uit het gemengde stelsel? Nee
14
2.
Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
Natte natuur KRW
1.
Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte
Nee
EVZ? 2.
Bevindt het plangebied zich in of nabij
Nee
beschermingszones voor natte natuur? 3.
Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-
Nee
gebied. Verdroging KRW
1.
Bevindt het plangebied zich in TOP-gebied (Prio verdrogingsgebied)?
15
Nee
16
4 4.1
Waterhuishoudkundige opgave VOORGENOMEN ACTIVITEITEN Het uitbreidingsplan omvat de bouw van 7 vrijstaande woningen, 4 twee-onder-1kap woningen en 11 rijtjeswoningen. In figuur 6 wordt een impressie gegeven van het plan.
Figuur 6 Impressie van het plan
4.2
OPPERVLAKKEN Om inzage te krijgen in de waterbergingsopgave is een inschatting gemaakt van de te verwachten afstromende (verharde) oppervlakken in de toekomstige situatie. Het totale plan heeft een oppervlak van 11.135 m². Voor de toekomstige situatie is een onderverdeling gemaakt naar type kavel en daarbij een inschatting van het te verwachten afvoerend oppervlak. Voor de
17
vrijstaande kavels is uitgegaan van 70%, 2 onder 1kap 80% en rijwoningen 90% verharding. In tabel C wordt een sommatie gegeven van de toekomstige afvoerende oppervlakken. Tabel C Nieuwe verharde oppervlakken
Nieuwe opp.
Hoeveelheid
Aandeel
Eenh.
afstroming Totaal kavel oppervlak
7709
5839
Rijbaan – trottoir -paden
1451
* 984
[in m²]
Parkeren halfverharding
300
* 150
[in m²]
885
0
[in m²]
10.740
6973
[in m²]
Groen Totalen (excl. groen)
[in m²]
* Bij het bepalen van het afvoerend oppervlak van de rijbaan en parkeervakken is geen rekening gehouden met de afstroming van het zuidoostelijke rijbaan deel. Dit gedeelte stroomt af richting het bosgedeelte.
Het totaal aan tot afstroming komende verhardingen bedraagt 6.973 m².
4.3
(BOUW)PEILEN
4.4
Het huidige drempelpeil van de bestaande woning ligt op circa 15,20 m+NAP en ligt qua hoogte ongeveer 1 meter boven de gemiddelde hoogte van het plan; Op basis van aangeleverde tekening (zie bijlage 3) zal het bouwpeil (drempelpeil) van de nieuw te realiseren woningen op variëren tussen de 15,40 en 14,70 m+NAP. De hoogte van de rijbaan (as-weg) zal op 14,40 m+NAP komen te liggen. De rijbaan rondom de wadi zal op één oor gelegd worden afstromend richting de wadi. Met een te verwachten GHG van 12,30 m+NAP ligt de maatgevende ontwateringsdiepte van de woningen met een drempelpeil van +14,70 op circa 2,40 m en is ruim voldoende.
BERGINGSOPGAVE Voor het plangebied zal er een toename zijn van het afvoerend oppervlak van in totaal 6.973 m² oppervlak wat in principe versneld afgevoerd zal worden ten opzichte van de huidige situatie. Aangezien het hier een nieuw bouwplan betreft en de bestaande opstallen gesloopt zullen worden is er geen rekening gehouden met de aftrek van bestaande afvoerende oppervlakken. Op basis van de beslisboom zoals Waterschap Rijn en IJssel deze hanteert betekent dat de bergingsopgave uitkomt in “B 1.2” (waterneutraal T = 100, klimaatneutraal + 10%).
18
Voor de berekening van de bergingsopgave is uitgegaan van de huidige geldende neerslagstatistiek (Stowa rapport 2015-10a) met een toeslag van 10% klimaatsverandering in de neerslaghoeveelheid. De bergingsopgave bij een bui T=100+10% komt daarmee neer op de waarden zoals in tabel D wordt weergegeven. Tabel D Berekening bergingsopgave
Totale neerslaghoeveelheid (mm) Afvoer via oppervlaktewater (mm) Berging dak/straat/ etc. (mm) Benodigde berging (mm)
111
Maatgevende buiduur (uur)
48
28
Afvoer T=100 (l/s/ha)
1,6
3
Afvoer t=1 (l/s/ha)
0,8
80
Voor het plangebied houdt dit in dat (80/1000) x 6.973 m² = 558 m³ berging gerealiseerd dient te worden met een maximale afvoer naar oppervlaktewater van 1,6 l/s/h x (6.973/10000) = 1,1 l/s = 3,96 m³/uur.
4.5
WATEROVERLAST Op de klimaatatlas van gemeente Oude IJsselstreek worden de klimaateffecten getoond gebaseerd op de klimaatscenario’s voor 2050. In figuur 7 en 8 worden de effecten van extreme neerslag getoond in de directe omgeving van het plangebied.
19
Figuur 7 Klimaateffecten – extreme neerslag stresstestbui 70 mm (1 uur) links en 160 mm (2 uur) rechts [bron: klimaatatlas Oude IJsselstreek]
Figuur 8 Klimaateffecten – plasvorming na lange bui 120 mm in 48 uur (links) en 160 mm in 48 uur (rechts) [bron: klimaatatlas Oude IJsselstreek]
Op basis van dat wat weergegeven wordt op de afbeeldingen kan geconcludeerd worden dat het plangebied licht gevoelig is voor wateroverlast bij kortstondige hevige buien. Dit kan vookomen worden door het plangebied enigszins op te hogen. In bijlage 3 is het hoogteplan opgenomen met daarop de voorgestelde drempelpeilen.
4.6
RIOLERING EN AFVALWATER Ten gevolge van het bouwplan zal er een toename zijn van afvalwater. De toename van het aantal woningen bedraagt 22 stuks. Dit geeft een toename qua afvalwater van 22 x 2,5 (i.e.) x 120 (ll/etm.) = 6.600 ltr./etm. De pieklozing komt daarmee op 22 x 2,5 x 12 = 660 ltr. /uur. (0,7 m³/uur).
20
Zoals in paragraaf 2.9 al aangegeven ligt er in de Meesterijweg momenteel een drukriool, echter is de capaciteit van dit drukriool niet afdoende om daarop extra 22 woningen aan te sluiten. Voor het plangebied zal voor de inzameling van afvalwater een nieuwe persleiding met een gemaal ontworpen moeten worden waarbij rekening gehouden zal moeten worden met een nieuw rioolgemaal en een separate persleiding welke zal lozen op het vrijverval in de Molenstraat. [Ref.: mail 25-03-2024 Aansluiting riolering bouwplan Meesterijweg]
4.7
INPASSING WATERBERGING Voor de planlocatie is onderzocht welke berging- en infiltratievoorzieningen er mogelijk zijn. De volgende berging- en infiltratievoorzieningen worden voorgesteld. Een belangrijk aandachtspunt bij de keuze voor deze oplossingen heeft o.a. te maken met de hoogte van de grondwaterstanden. Met verwijzing naar paragraaf 2.4 grondwaterstanden wordt een maatgevende ontwateringsdiepte verwacht van circa 2,40 m en dit is ruim voldoende. Een negatieve beïnvloeding van het infiltratieproces wordt dan ook niet verwacht. Gekozen is voor een 2-tal wadi’s (zie figuur 9 en bijlage 2) met een totale berging van 448 m³. Voor de ruimtelijke inpassing van de wadi’s is gekozen voor een talud van 1:3. De diepte van de wadi’s bedraagt 0,5 m rekening houdend met een overloop op een hoogte van 0,3 m ten opzichte van de wadibodem. De noodzakelijke 598 m³ kan niet gerealiseerd worden in de wadi. Voorgesteld wordt om het tekort aan berging te realiseren per individueel perceel. De voorgestelde berging op perceelsniveau bedraagt 20 mm. De omvang in kuubs qua berging is afhankelijk van het aangesloten afvoerend oppervlak. In tabel E is een overzicht gegeven van de te realiseren berging per kavel.
Figuur 9 Inpassing waterberging door middel van een 2tal wadi’s
21
Tabel D Te realiseren berging op
Perc. Perc. nr.: Opp.
perceelsniveau o.b.v. aangesloten oppervlak.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Type kavel
Perc. Afstr. berging Verh. Opp. op perceel (20 mm) [m²] [%] [m²] [m³] 697 vrij staand 0,7 487,9 9,8 352 2 O1K 0,8 282 5,6 327 2 O1K 0,8 262 5,2 664 vrij staand 0,7 465 9,3 686 vrij staand 0,7 480 9,6 346 2 O1K 0,8 277 5,5 342 2 O1K 0,8 274 5,5 690 vrij staand 0,7 483 9,7 694 vrij staand 0,7 486 9,7 786 vrij staand 0,7 550 11,0 172 rijwon. 0,9 155 3,1 147 rijwon. 0,9 132 2,6 147 rijwon. 0,9 132 2,6 147 rijwon. 0,9 132 2,6 172 rijwon. 0,9 155 3,1 155 rijwon. 0,9 140 2,8 107 rijwon. 0,9 96 1,9 107 rijwon. 0,9 96 1,9 107 rijwon. 0,9 96 1,9 107 rijwon. 0,9 96 1,9 163 rijwon. 0,9 147 2,9 594 vrij staand 0,7 416 8,3 7709 5839 116,8
De berging op perceelsniveau kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden in infiltratiekratten of bij grotere percelen een verlaging in de tuin.
4.8
AFVOER VAN HEMELWATER AFKOMSTIG VAN PERCELEN De voorgestelde oplossing heeft tot gevolg dat hemelwater afkomstig van de percelen (dak en opritten) in eerste instantie worden opgevangen in de berging op perceelsniveau. Het niet te bergen hemelwater, bijvoorbeeld in geval van grotere buien, dient oppervlakkig afgevoerd te worden richting één van de wadi’s.
22
Bijlage 1 : Boorprofielen – bodemopbouw
23
+#*#)A"#$%&'()* +%,-.(#*/#)0 1%#2%30.(*# $#$%&'()* "%/()* .%. 456 3 738 "%/()* .%. 954 3 738 "%/()* .%. ;56 3 738 <#(=$&(0 >0$#0.*-. ? $%/()* .%. 456 3 738 >0$#0.*-. ? $%/()* .%. 954 3 738 >0$#0.*-. ? @#(=$&(0 >0$#0.*-. A/&@@#=B%)#
"#$%&$#'$'(')#)* +'$ +,)-$'.)&+'/%)$')
#-
678039$;##&' &<<=><?@AB<C D >< 3>><E
G9H##1'
678039$;%&&37' &&(-,-,
23$3F3;"' #31 "#$%&' ()*+*(,(-
./01#23' 45
A0 1
gras / cm tov m aaiveld
0 1 2
4
1 -50
50
-100
ty pe datum b oorm eester x y
zand, m atig fijn, m atig silt ig, zwak hum eus, neutraal bruin, bruin, edelm an
100
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an
5 -200
gras / cm tov m aaiveld 1
50
1
ty pe datum b oorm eester x y
gras / cm tov m aaiveld 1
50
-50
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 8 5 .3 8 4 3 7 2 7 6 .8 9
A0 9
1 0
gras / cm tov m aaiveld
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
1 2 -50
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart, schep
50
-50 3
insp e ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 9 1 8 .5 6 4 3 7 3 2 1 .4 1
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart, schep
50
insp e ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 9 3 9 .3 5 4 3 7 3 2 9 .1 8
A0 3
gras / cm tov m aaiveld
0
-50
0
-50
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 8 7 .5 9 4 3 7 3 1 4 .2 4
A0 8 0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart, schep
50 ty pe datum b oorm eester x y
A0 2
typ e dat um boorm eester x y
braak / cm tov m aaiveld 1
insp e ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 9 3 1 .7 9 4 3 7 3 4 7 .4 5 2
0
typ e dat um boorm eester x y
-50
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 9 2 .5 2 4 3 7 3 0 2 .7 2
0
200
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart, schep
A0 7
150
typ e dat um boorm eester x y gws (m -m v)
gras / cm tov m aaiveld
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
50 3
A0 6 0
4 100
zand, m atig fijn, m atig silt ig, zwak hum eus, neutraal bruin, bruin, edelm an -70
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an 5
A0 4
150
gras / cm tov m aaiveld
0 1 2
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
50 typ e dat um boorm eester x y
0
-150 6
2 00
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, zuigerboor
200
-50
insp e ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 9 0 4 .7 0 4 3 7 3 2 7 .2 9
250
3 00
300
-300
Inspect iegat
A0 5
gras / cm tov m aaiveld
0 1 2 50 typ e dat um boorm eester x y
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep -50
insp e ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 9 1 0 .3 7 4 3 7 2 9 9 .5 7
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek
M e e st e r ijw e g 7 t e Et t e n
project code
MM24040
get ekend conform
N EN 5 1 0 4
ty pe datum b oorm eester x y gws (m -m v)
pe ilbuis m e t 1 filt e r 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 7 6 .9 8 4 3 7 2 8 5 .5 0 1 .5
A1 0
gras / cm tov m aaiveld
0 1
-50
gras / cm tov m aaiveld 1
1 -50
-50 2
zand, m atig fijn, m atig silt ig, zwak hum eus, neutraal bruin, bruin, edelm an
100
-100 3
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, brokken klei, edelm an
150
gras / cm tov m aaiveld
0 1 2
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
50
4 2 00
200
-200
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, zuigerboor
-50
insp e ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 8 7 4 .4 6 4 3 7 2 5 7 .2 2
250
3 00
A1 3
gras / cm tov m aaiveld
0 1
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
50
300 ty pe datum b oorm eester x y gws (m -m v)
-300
pe ilbuis m e t 1 filt e r 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 8 2 .6 5 4 3 7 3 6 2 .9 9 1 .5
-50 2
zand, m atig fijn, m atig silt ig, zwak hum eus, neutraal bruin, bruin, edelm an
100
A1 8 -100
3
1 50
4 200
-200
gr ondboring 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 9 1 3 .3 1 4 3 7 3 8 3 .5 7 2
A1 4
gras / cm tov m aaiveld
0 1
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
50
-50
gr ondboring 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 8 9 2 .8 8 4 3 7 3 8 3 .6 5
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek
M e e st e r ijw e g 7 t e Et t e n
project code
MM24040
get ekend conform
N EN 5 1 0 4
gras / cm tov m aaiveld
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, brokken klei, edelm an
150
typ e dat um boorm eester x y
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart, schep
50
insp e ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 8 6 4 .8 0 4 3 7 2 6 6 .6 0
A1 2
typ e dat um boorm eester x y gws (m -m v)
gras / cm tov m aaiveld
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
50
typ e dat um boorm eester x y
-50
grondboring 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 9 0 0 .9 2 4 3 7 3 6 8 .6 6
A1 6
1 0
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart, schep
50 ty pe datum b oorm eester x y
A1 1
typ e dat um boorm eester x y
1
insp e ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 8 4 9 .2 6 4 3 7 2 6 9 .9 6
0
gras / cm tov m aaiveld
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
50 typ e dat um boorm eester x y
A1 5 0
ty pe datum b oorm eester x y
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart, schep -50
grondboring 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 6 4 .5 9 4 3 7 3 4 8 .5 0
A1 9
gras / cm tov m aaiveld
0 1
-50
50
-100
100 1 150
200
ty pe datum b oorm eester x y
4 -200
gr ondboring 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 8 4 7 .3 7 4 3 7 3 2 5 .4 0 2
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an -150
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 9 0 6 .5 6 4 3 7 3 3 4 .9 6
A2 3
gras / cm tov m aaiveld
0
0
uiterst hoogovenslakken, m at ig bakst een, st erk zand, ram guts
A2 0
50
gras / cm tov m aaiveld
0 1
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
50
-70
100
1
zand, m atig fijn, m atig silt ig, sterk hum eus, sporen hoogovenslakken, sporen slakken/zand, sporen bakst een, edelm an
2
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an
-50 2
zand, m atig fijn, m atig silt ig, zwak hum eus, neutraal bruin, bruin, edelm an
100
-120 150 -100
3
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, brokken klei, edelm an
4 200
-170 ty pe datum b oorm eester x y
150
typ e dat um boorm eester x y gws (m -m v)
-100
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, brokken klei, edelm an
150
typ e dat um boorm eester x y gws (m -m v)
0
uiterst hoogovenslakken, zwak bakst een, st erk zand, ram guts
zand, m atig fijn, m atig silt ig, zwak hum eus, neutraal bruin, bruin, edelm an
100 3
gras / cm tov m aaiveld
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
50 2
A2 2 0
A2 4
-200
gr ondboring 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 8 2 4 .0 6 4 3 7 2 9 8 .7 3 2
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 8 5 .9 8 4 3 7 3 2 4 .1 2
gras / cm tov m aaiveld
0
0
uiterst hoogovenslakken, m at ig bakst een, st erk zand, ram guts 50 -60
Massief, einde boring
A2 1
gras / cm tov m aaiveld
0 1 50 typ e dat um boorm eester x y
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hum eus, neutraal bruin, zwart , schep
ty pe datum b oorm eester x y
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 9 1 .7 5 4 3 7 3 4 1 .9 5
A2 5
-50
gras / cm tov m aaiveld
0
gr ondboring 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H . W issink 2 1 9 8 5 9 .7 6 4 3 7 3 0 2 .0 9
0
uiterst hoogovenslakken, m at ig bakst een, st erk zand, ram guts 50 -70
100
1
zand, m atig fijn, m atig silt ig, sterk hum eus, sporen hoogovenslakken, sporen slakken/zand, sporen bakst een, edelm an
2
zand, m atig fijn, m atig silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an
-120 150
-170 ty pe datum b oorm eester x y
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek
M e e st e r ijw e g 7 t e Et t e n
project code
MM24040
get ekend conform
N EN 5 1 0 4
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 9 0 9 .1 4 4 3 7 3 5 6 .7 1
A2 6
gras / cm tov m aaiveld
0
B0 5 0
0
uiterst hoogovenslakken, sterk zand, m at ig baksteen , ram gut s -3 0 1 50 2
zand, m atig fijn, m atig silt ig, n eut raal beige, crem e, edelm an
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 9 2 4 .2 9 4 3 7 3 7 0 .8 5
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 9 8 .3 8 4 3 7 3 4 4 .7 3
0
A2 7
klinker / cm tov m aaiveld
1 50
t yp e d at um boorm eest er x y
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 9 0 4 .4 5 4 3 7 3 5 0 .4 8
0
-1 00
grondborin g 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 9 2 8 .4 6 4 3 7 3 5 6 .4 7
t yp e d at um boorm eest er x y
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 7 8 .0 9 4 3 7 3 4 1 .9 7
gras / cm tov m aaiveld 1
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 9 1 0 .2 8 4 3 7 3 4 2 .7 7
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hu m eus, neut raal zwart , bruin , schep -1 0
t yp e d at um boorm eest er x y
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 8 0 .8 9 4 3 7 3 4 3 .8 2
cm tov m aaiveld 1
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 9 0 2 .3 9 4 3 7 3 3 4 .8 5
-1 0
B0 3 0
ty pe datu m boor m eester x y
cm tov m aaiveld 1
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 9 5 .5 4 4 3 7 3 2 8 .3 9
ty pe datu m boor m eester x y
gras / cm tov m aaiveld 1
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 8 9 .2 3 4 3 7 3 3 6 .0 8
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hu m eus, neut raal zwart , bruin , schep -1 0
bodem profielen scha a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hu m eus, neut raal zwart , bruin , schep -1 0
B0 4 0
0
zand, m atig fijn, m atig silt ig, m at ig hu m eus, neut raal zwart , bruin , schep
M e e st erijw e g 7 t e Et t e n MM 24040 NEN 5 1 0 4
t yp e d at um boorm eest er x y
braak / cm tov m aaiveld 1
inspe ct ie ga t 1 9 -0 3 -2 0 2 4 H. W issink 2 1 9 8 8 3 .2 7 4 3 7 3 4 6 .1 1
0
zand, m atig fijn, m at ig silt ig, m atig hum eus, neutraal zwart , bruin, schep -10
C0 3
B0 2 ty pe datu m boor m eester x y
braak / cm tov m aaiveld 1
0
0
zand, m atig fijn, m at ig silt ig, m atig hum eus, neutraal zwart , bruin, schep -10
C0 2
B0 1
0
braak / cm tov m aaiveld 1
0
0
0
zand, m atig fijn, m at ig silt ig, m atig hum eus, neutraal zwart , bruin, schep -10
C0 1
-8
zand, m atig fijn, m atig silt ig, n eut raal beige, crem e, edelm an
100
gr as / cm tov m aaiveld 1
0
2
ty pe datu m boor m eester x y
-10
B0 6
-1 00
0
ty pe datu m boor m eester x y
t yp e d at um boorm eest er x y
0
zand, m atig fijn, m at ig silt ig, m atig hum eus, neutraal zwart , bruin, schep
-5 0
100 ty pe datu m boor m eester x y
zand, m atig fijn, m atig silt ig, st erk hu m eus, sporen hoogovenslakken, sporen slakken/zand , sporen baksteen, edelm an
gr as / cm tov m aaiveld 1
0
zand, m atig fijn, m at ig silt ig, m atig hum eus, neutraal zwart , bruin, schep -10
PEILBU IS
BORI N G
OLIE OP W ATER REACTI E
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SI TEI T
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondw at erst and
links= cm -m aaiv eld rechts= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BI JM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5 %)
ZAND, zandig (Z,z)
m atig - (5-15%)
LEEM, siltig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
VERH ARD I N GEN
GRAD ATI E Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-21 0 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-42 0 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OVERIG
GRAD ATI E GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
water
BESCH RI JVI N G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ector bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage 2 : Bergingsinpassing – wadi
25
11
s Mee teri jweg
9A
14.06 14.12
15.08
14.05
13.92 13.93 13.76
7
15.13
15.17
Totaal berging wadi 62 m³
13.86
14.28
13.91 13.93
14.24
14.02
14.20 01
0 /N
5
Totaal berging wadi 386 m³
13.83
5 14.08
14.20 14.23
19
3
13.97
A
21
17
13.63
17
2
23
14.56
Ire
ne
15
st
ra
at
1
Bijlage 3 : Hoogteplan
27
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
A
A TB130/150
TB130/150
0 TB130/15
14.40+
.4 14
14.40+
0+
.4 14
14.46+
0+
R= 5.0 0
TB130/150
14.34+ 14.34+ TB130/150
B
1.50
OB06
0
5.0
R=
1.50
13.90+
B
OB06 VP= 14.70+
VP= 14.70+
OB06 13.90+
VP= 14.70+
TB130/150
TB130/150
OB06
OB06
1.50
0 TB130/15
OB06
4.00
VP= 15.20+
14.90 +
4.00
OB06
OB06
1.50
C
C VP= 14.70+
VP= 14.70+
14.46+
14.40+
14.34+ TB130/150
OB06
VP= 14.70+
D
OB06
14.34+
14.40+
14.46+
D
VP= 14.70+
VP= 14.70+ TB130/150
1.50
VP= 15.30+
VP= 14.70+
TB130/15
F
VP= 14.70+
13.90+
F
0 Meest e
G
OB06
OB06
TB130/150
TB130/150
1.50
1.50
G
14.46+
0
6
14.40+
OB 0
14.34+
2.50
TB130/15
VP= 14.70+
1.20
OB06
06
OB06
1.20
OB
OB06
2.80
OB06
rrijwe g
TB130/150
0 0.5 R=
OB06
1.20
OB06
5.00 VP= 14.70+
2.50 VP= 15.40+
2.80
OB
VP= 14.70+
06
13.90+ 13.90+
1.5
H
OB
14.40+
15.10
+
TB130/15
14.46+
4.00
H 4.00
14.34+
VP= 14.70+
TB130/150
0
06
VP= 14.70+
0 0.5
R=
0 TB130/150
14.30+
2.80
2.50
TB130/150
VP= 14.70+
2.80
5.00
TB130/150
OB06
OB06
J
1
TB
14.40+
0 5.0
TB130/150
TB130/150
14.75+
.50
R= 0.5 0
0
R=
5.0
0 R=
0 TB130/15
VP= 14.70+
14.40+
0 5.0 14.40+ R=
.00 R=6
R=
1.20
J
50
/1 30
5.50
5.50 50
14.60+ TB130/150
2.50
2.80
2.20
2.50
2.80
TB130/150
TB130/150
14.15+
TB130/150
2.50
2.80
TB130/150
K
TB130/150
2.50
5.00
2.80
5.00
TB130/150
K
.00
R= 4
14.25+
N
.50
0
R=
.50
R
15.15 +
0. R=
0 R=
.50 =0
TB130/150
L
L
LEGENDA Kantopsluiting opsluitband 60 x 200 mm, kleur: grijs
0
versie
Kantopsluiting - trottoirband 130/150 x 250 mm, kleur: grijs - stellen in stelspecie met steunrug van beton
4
6
8m
Eerste uitgave
FS
FS
18-09-2024
omschrijving
getekend
akkoord
datum
opdrachtgever
Bouwbedrijf G. Jansen b.v.
M
Kantopsluiting - rijwielpadband 130/150x250 mm, kleur: grijs Links, midden, rechts - stellen in stelspecie met steunrug van beton
project
LBA Achterhoek B.V.
Nieuwbouw Meesterrijweg Etten
Verharding - dubbelklinker 200 x 200 x 60 mm, halfsteensverband - kleur grijs
omschrijving
Groen - Groenstrook, invulling n.t.b. -
N
formaat
A1
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
schaal
1:200
14
V1 Hoogten 02-09.dwg
Barkenkamp5 7141ELGroeno l T0 (5443)77880 E no if@ blago repn.l I www bla .go repn.l
VO ontwerp met hoogtes
projectnummer
fase
tekeningnummer
30241240
VO
15
16
/ 01
N
Filename :
M
2