CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Archeologie.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 17 juni 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan “Kom Ulft, locatie Bongersstraat 26”8.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch bureauonderzoek Bongersstraat 26 te Ulft Gemeente Oude IJsselstreek

KSP rapport 25020

Colofon Versie Status

: :

KSP Rapport Auteur ISSN Foto’s en afbeeldingen Beheer en plaats documentatie Autorisatie Datum autorisatie

: : : : :

1.0 Nog niet door de opdrachtgever ter goedkeuring aangeleverd bij de bevoegde overheid. Over dit rapport heeft nog geen (inhoudelijke) afstemming met de bevoegde overheid plaatsgevonden. 25020 E. van der Klooster (senior KNA Prospector) 2542-7490 KSP Archeologie KSP Archeologie te Duiven

: :

S.M. Koeman (senior KNA Prospector) 24 maart 2025

www.ksparcheologie.nl | info@ksparcheologie.nl

Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. KSP Archeologie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen. KSP Archeologie beschikt over het Procescertificaat Archeologie dat is verleend op basis van de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 voor protocol 4002 ‘bureauonderzoek’ en protocol 4003 ‘inventariserend veldonderzoek – onderdeel overig’. Wanneer de certificatie-eisen strijdig zijn met de eisen van de bevoegde overheid, dan gaat KSP Archeologie uit van de eisen van de bevoegde overheid omdat die sanctioneerbaar zijn. KSP Archeologie

2

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Toekomstige situatie 1.3 Afbakening plan- en onderzoeksgebied 1.4 Overheidsbeleid 1.5 Onderzoeksdoel 2 Bureauonderzoek 2.2 Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens 2.3 Historische situatie en mogelijke verstoringen 2.4 Beschrijving van archeologische gegevens 2.5 Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting 3 Conclusie en advies 3.1 Conclusie 3.2 Advies Literatuur Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

5 7 7 7 8 8 8 10 11 15 19 20 20 23 23 23 25

Geomorfologische kaart Bodemkaart Archeologische gegevens Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Lijst van afbeeldingen Figuur 1: Het plangebied (rode kader) op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster). Figuur 2: Situatie en parkeerplaatsen bij collegebesluit van oktober 2024. Figuur 3: Het plangebied op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek (bron: Brugman e.a. 2015). Figuur 4: Kabels en leidingen (KLIC melding) over de luchtfoto (PDOK) van het plangebied. Figuur 5: Het plangebied op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maasdelta (bron: Cohen e.a. 2012). Figuur 6: Het plangebied op de geologische overzichtskaart (TNO Geologische Dienst 2021) Figuur 7: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl). Figuur 8: Kadastrale veranderingen in het plangebied tussen 1866 en 1970 (bron: Kadaster Archief viewer) Figuur 9: Het plangebied op de eerste kadastrale minuut rond 1828 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Figuur 10: Kaart uit 1750 (van Dalen 1983 in Holl 2013). Het plangebied is indicatief met een rechthoek aangegeven.

4 7 9 11 12 13 14 16 17 18

Lijst van tabellen Tabel 1: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied.

KSP Archeologie

20

3

Administratieve gegevens KSP Projectnummer Opdrachtgever Uitvoerder/projectleider Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegde overheid Onderzoeksmelding Provincie Gemeente Toponiem Centrum-coördinaat Kadastrale gegevens Periode uitvoering onderzoek

: : : : : : : : : : : :

25020 Lobama B.V. KSP Archeologie, E. van der Klooster (senior KNA Prospector) Gemeente Oude IJsselstreek Regio-archeoloog Omgevingsdienst Achterhoek M. Hattinga Verschure 5729944100 Gelderland Oude IJsselstreek Bongersstraat 26 te Ulft x: 223.706 / y: 433.806 Gendringen P 36 en 200 Maart 2025

Figuur 1: Het plangebied (rode kader) op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster).

KSP Archeologie

4

Samenvatting KSP Archeologie heeft in maart 2025 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie aan de Bongersstraat 26 in Ulft (gemeente Oude IJsselstreek). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een wijziging van het omgevingsplan. De ingrepen in het plangebied betreffen de sloop van een bedrijfspand en de bouw van een appartementencomplex met parkeerplaatsen Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Volgens de archeologische waarden en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek ligt het westen van het plangebied in een hoge archeologische verwachtingszone en is het oosten van het plangebied onderdeel van de historische kern van Ulft (Figuur 3). Op basis van de landschappelijke ligging op een rivierduin en de archeologische vondstlocaties uit de omgeving is in het bureauonderzoek aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13 e eeuw). Ca. 75 m ten noordwesten van het plangebied is in 2013 een vuursteenvindplaats aangetroffen.

Het noordoosten van plangebied heeft een hoge verwachting voor een huisplaats uit de Nieuwe tijd Midden en Nieuwe tijd Laat (vanaf 1750 tot 1970) en een middelhoge verwachting voor huisplaatsen uit de periode Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot Nieuwe tijd Midden (tot in de 18e eeuw). In de noordoosthoek van het plangebied is bebouwing aanwezig op de kadastrale minuut uit 1828 en lijkt ook al bebouwing aanwezig te zijn op een grofschaligere kaart uit 1750. In de noordoosthoek van het plangebied is de laatste bebouwingsfase gesloopt in 1970. In de zuidoosthoek van het plangebied was in 1828 nog geen bebouwing aanwezig, maar wel op de kaart uit 1866. Deze bebouwing is rond 1953 gesloopt. Door de sloop van de noordoosthoek en zuidoosthoek van het plangebied in het derde kwart van de 20e eeuw en de aanleg van huisaansluitingen van de huidige bebouwing en de aanleg van een distributiekabel voor stroom kunnen deze resten zijn aangetast. De bebouwing in de noordoosthoek van het plangebied was ook deels ten noorden van het plangebied aanwezig in 1828. Daar is in 2019 een technisch gebouw voor middenspanning geplaatst. Ook buiten het plangebied kan de huisplaats reeds zijn aangetast. Er zijn concrete aanwijzingen voor een vindplaats uit de Nieuwe tijd, mogelijk kent deze ook oudere voorgangers.

Door de aanwezigheid van kabels en leidingen en onduidelijkheid over de ligging van de huisaansluiting voor laagspanning kan voorafgaand aan de sloop en het afsluiten van nutsvoorzieningen van de huidige bebouwing niet op een veilige wijze archeologisch veldonderzoek uitgevoerd worden ter hoogte van de beoogde nieuwbouw. KSP Archeologie adviseert daarom een opgraving (variant archeologische begeleiding) bij het verwijderen van de funderingen en de kabels en leidingen in het plangebied. Voorafgaand aan deze opgraving zal een Programma van Eisen (PvE) opgesteld moeten worden en moet dit PvE goedgekeurd worden door de bevoegde overheid. Bij het wijzigen van het omgevingsplan wordt geadviseerd om archeologische dubbelbestemmingen op te nemen gelijk die volgen uit de archeologische waarden en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek uit 2015. Aangezien PvE’s een houdbaarheid hebben van 1 jaar wordt geadviseerd om een PvE pas op te laten stellen als bijlage voor de omgevingsvergunning voor de sloop activiteiten in het plangebied. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.

De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oude IJsselstreek), die vervolgens een selectiebesluit neemt.

KSP Archeologie

5

KSP Archeologie

6

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader

KSP Archeologie heeft in maart 2025 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie aan de Bongersstraat 26 in Ulft (gemeente Oude IJsselstreek). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een wijziging van het omgevingsplan. De ingrepen in het plangebied betreffen de sloop van een bedrijfspand en de bouw van een appartementencomplex met parkeerplaatsen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 (versie 4.2) met bijbehorende protocol (KNA 4.2) 4002 (bureauonderzoek bij landbodems) (www.sikb.nl) en de regionale eisen. Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 4. Geologische formaties, laagpakketten en lagen worden beschreven conform https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator. 1.2

Toekomstige situatie

Het plan is om de bestaande bebouwing van 710 m² te slopen en een appartementencomplex met maximaal 20 woningen (ca. 485 m²) te realiseren met 30 parkeerplaatsen (Figuur 2). De nieuwbouw komt voor ca. 300 m² buiten de bestaande bouw. De gemeente heeft aangegeven dat de gevellijn van de nieuwbouw vergelijkbaar moet zijn met de historische gevellijn van de Bongersstraat en dat de parkeerplaatsen op het achtterrein moeten komen.

Figuur 2: Situatie en parkeerplaatsen bij collegebesluit van oktober 2024.

Voor zover bekend zijn binnen het plangebied geen graafwerkzaamheden voor een bodem- en/of grondwatersanering nodig in het kader van de milieuhygiëne of om niet gesprongen conventionele explosieven op te sporen. Het waterpeil c.q. bodempeil binnen het plangebied zal niet veranderen door de geplande bodemingrepen en zal daarmee geen gevolgen hebben voor de conserveringstoestand van eventuele aanwezige archeologisch resten.

KSP Archeologie

7

1.3

Afbakening plan- en onderzoeksgebied

Het plangebied is gelijk aan het onderzoeksgebied waarvoor het archeologische onderzoek is uitgevoerd. Het plangebied is ca. 1.750 m² groot en ligt aan de Bongersstraat 26 in Ulft (Figuur 1). Het terrein wordt in het oosten begrensd door de Bongersstraat en aan de overige zijden begrensd door percelen met bebouwing. Aangezien direct ten noorden van het plangebied al diverse onderzoeken zijn uitgevoerd is de scope van het bureauonderzoek de directe omgeving van het plangebied. 1.4

Overheidsbeleid

In 1992 heeft Nederland het Europese ‘Verdrag van Malta’ ondertekend. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologische erfgoed geregeld. Belangrijk daarin is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Daarnaast hebben de verschillende overheden (het rijk, de provincie en de gemeentes) archeologiebeleid vastgelegd. Gemeenten houden bij de vaststelling van een omgevingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Omgevingswet). In algemene zin geldt dat als er planologisch iets verandert (bij Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of bij wijziging Omgevingsplan), de regels van de archeologische beleidskaart dienen te worden gevolgd. Op 5 maart 2015 is de archeologische waardenkaart van de Gemeente Oude IJsselstreek vastgesteld. Volgens de archeologische waarden en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek ligt het westen van het plangebied in een hoge archeologische verwachtingszone (oranje, Figuur 3).

Dit betekent dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning bij bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De oostelijke helft van het plangebied is aangegeven als historische kern 1850 (kruisarcering Figuur 3). Dit betekent dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm. 1.5

Onderzoeksdoel

Aangezien deze ondergrenzen bij de realisatie van de nieuwbouwplannen worden overschreden (zie paragraaf 1.2), is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Aangezien het plangebied deels in de historische kern is gelegen en juist in dat deel de bouw van het appartementencomplex gepland staat is als eerste stap een bureauonderzoek uitgevoerd. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het omschreven onderzoeksgebied. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan wordt vastgesteld of vervolgonderzoek nodig is en zo ja, welke strategie hierbij het beste gevolgd kan worden.

KSP Archeologie

8

Figuur 3: Het plangebied op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek (bron: Brugman e.a. 2015).

KSP Archeologie

9

2

Bureauonderzoek

Om de huidige situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Huidige topografische kaart (Figuur 1); • Luchtfoto uit 2024 (PDOK); • Grondwaterstanden (Wageningen Environmental Research (2023), https://www.dinoloket.nl/ ondergrondmodellen/kaart; • Grondwatertrappen gekoppeld aan de Bodemkaart schaal 1:50.000 versie 2006 (geoplaza.vu.nl); • Bebouwde rijksmonumenten (archis.cultureelerfgoed.nl): geen monument; • Gemeentelijke monumenten (www.monumenten.nl): geen gemeentelijke monument; • Informatie van de opdrachtgever over het plangebied; • Informatie over kabels en leidingen (KLIC-melding); • Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (www.bagviewer.kadaster.nl). De bebouwing aan de Bongersstraat 26 betreft volgens de BAG een pand met een industrie- en sportfunctie dat in 1980 gebouwd is. Het pand komt niet voor op de gemeentelijke monumentenlijst 1 en is geen rijksmonument. De initiatiefnemer heeft een bestektekening uit 1989 kunnen achterhalen voor een interne wijziging van drukkerij de IJsselstroom. Daarbij zit een doorsnede van de bestaande fundering op poeren en balken. De onderkant van de fundering is op 90 cm-maaiveld aangeduid. Er zijn geen aanwijzingen voor kruipruimtes en kelders. Het onbebouwde deel van het plangebied is vrijwel geheel verhard met klinkerverharding.

Tussen de bebouwing en de Bongersstraat liggen diverse huisaansluitingen (KLIC-melding, Figuur 3). De afstand tussen de leidingen is 6 à 8 m in het zuiden en noorden van de geplande nieuwbouw. Op de KLICmelding ontbreekt een kabel voor de laagspanning. Er is door Liander een punt van levering van Liander aangeduid aan de oostgevel met een aanleg datum in 2019 (rode punt Figuur 3). Op basis van een huisaansluitingsschets van laagspanning uit 1987 ligt de stroomkabel vergelijkbaar als de gasleiding (gele lijn Figuur 3). Naast huisaansluitingen loopt door het oosten van het plangebied ook een noordzuid georiënteerde distributiekabel van laagspanning (rode lijn). Deze is tevens in 1987 aangelegd. Ten noorden van de noordoosthoek van het plangebied is in 2019 een technisch gebouw voor middenspanning in gebruik genomen. Tot 2006 waren de (freatische) grondwater(spiegeldiepte)standen door middel van grondwatertrappen (I, nat t/m VIII droog) gekoppeld aan de kaarteenheden van de bodemkaart 1:50.000 (Bijlage 2). In het plangebied is geen bodemtype gekarteerd, waardoor er ook geen informatie is over de grondwaterstand. Tijdens de archeologische booronderzoeken direct ten noorden van het plangebied wordt geen vermelding gemaakt van een grondwaterstand. Vermoedelijk staat deze in de (zeer) grove afzettingen dermate diep dat het potentiële archeologische sporenniveau volledig is geoxideerd.

1 https://www.oude-ijsselstreek.nl/sites/default/files/2020-

11/Gemeentelijke%20monumentenlijst%20gemeente%20Oude%20IJsselstreek%20voor%20website.pdf

KSP Archeologie

10

Figuur 4: Kabels en leidingen (KLIC melding) over de luchtfoto (PDOK) van het plangebied.

2.2

Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens

Om het landschap ter plaatse en rondom het plangebied in kaart te brengen, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Geologische overzichtskaart van Nederland (TNO Geologische Dienst 2021); • Geomorfologische kaart van Nederland van Nederland, versie 2023 via BRO-loket; • Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, versie 2023 via BRO-loket; • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl, AHN4 grid 0,5 x 0,5 m). • Zanddieptekaart van het rivierengebied van Overijssel en Gelderland (Cohen e.a. 2009) • Paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (Cohen e.a. 2012) Het plangebied ligt ten oosten van het stuwwalcomplex van het Montferland in het dal van de Oude IJssel (een tak van de Rijn). Aan het einde de voorlaatste ijstijd, het Saalien en in een groot deel van het Weichselien heeft de Rijn ten noorden van het Montferland gelopen (Rond-Montferland Rijn) (Stouthamer et al. 2015). Tijdens deze koude periode heeft de Rijn een vlechtend rivierpatroon gehad. Een vlechtend rivierpatroon betekent dat de rivier gekenmerkt wordt door een zeer brede riviervlakte met een grillig systeem van ondiepe geulen die zich voortdurend verplaatsen. De rivierafzettingen uit deze periode worden tot de Formatie van Kreftenheye gerekend en bestaan hoofdzakelijk uit grof zand en grind (Stouthamer et al. 2015).

In het Midden-Weichselien is de rivier door de stuwwalboog Montferland-Nijmegen heen gebroken en is de loop door de Gelderse Poort ontstaan (Van Beek 2009). Hiermee heeft de Rijn zijn hoofdstroom naar het zuiden verlegd. Vanaf deze periode vindt in dit gebied rivieractiviteit plaats door de veel kleinere rivier de Oude IJssel als zijtak van de Rijn. Tegenwoordig ligt deze rivier ca. 125 m ten oosten van het plangebied (Figuur 5, nummer 131), maar in het verleden zijn voorlopers ook ter plaatse van het plangebied actief geweest.

KSP Archeologie

11

Figuur 5: Het plangebied op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maasdelta (bron: Cohen e.a. 2012).

In Laat-Glaciaal (circa 15.700 – 11.755 jaar geleden) heeft de rivier verschillende terrassen gevormd vanwege de wisselende klimatologische omstandigheden. Het rivierpatroon is in reactie op lokale en regionale omstandigheden afwisselend meanderend (gedurende relatief warme perioden) en breed vlechtend tijdens strenge periglaciale klimaten en hebben perioden van insnijding zich afgewisseld met perioden van sedimentatie. Gedurende de warmere perioden in het Weichselien is tijdens perioden van hoogwater klei afgezet (Laag van Wijchen, Formatie van Kreftenheye). Tijdens de koude perioden is hoofdzakelijk grind en grof zand afgezet (Formatie van Kreftenheye). Ter plaatse van het plangebied ligt de laatglaciale meandergordel van Isselburg - Heelden uit de Bølling - Allerød interstadiaal in de ondergrond (Figuur 5, nummer 579). In deze relatief warme periode was een meanderende rivier aanwezig van waaruit komklei in het overstromingsgebied werd afgezet. Plaatselijk zijn naast geulen ook oeverafzettingen gevormd (Berendsen 2008). Aan het einde van het Laat-Glaciaal, de Jonge Dryas (circa 12.745 – 11.755 jaar geleden), is het tijdelijk heel koud en droog geworden en heeft de rivier deels weer een vlechtend rivierpatroon gekregen.

Hierbij zijn zowel ten noordoosten als ten zuidwesten vlechtende geulsystemen ontstaan die worden aangeduid als het riviersysteem van Schlederhorst (Figuur 5, nummer 569). Vanwege het koude en droge klimaat zijn delen van de overstromingsvlakte een groot deel van het jaar droog en onbegroeid (Stouthamer et

KSP Archeologie

12

al. 2015). Op deze manier is zand beschikbaar gekomen, dat voornamelijk door zuidwesten winden is weggeblazen en elders op de hogere terrasdelen langs de rivier weer is neergelegd als rivierduinen. Op de geologische overzichtskaart (Figuur 6) staat rivierduinzand uit het Laat-Glaciaal tot VroegHoloceen gekarteerd (Laagpakket van Delwijnen). Dit is een afzetting van eolisch zand uit het dal van de voorlopers van de Oude IJssel. Vanaf ca. 125 m ten oosten van het plangebied komen beekafzettingen (Laagpakket van Singraven) uit het Laat-Glaciaal tot Holoceen voor. Dit is het dal van de Oude IJssel. De provinciale zanddieptekaart (Cohen e.a. 2009) geeft aan dat het pakket eolisch zand 1 à 2 m dik is.

Figuur 6: Het plangebied op de geologische overzichtskaart (TNO Geologische Dienst 2021)

In het Holoceen (circa 11.755 jaar geleden tot heden) is het klimaat warmer en vochtiger geworden en is het landschap door geologische processen weinig veranderd. Het dekzand is door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken en rivieren hebben zich ingesneden. De Oude IJssel heeft zich in een loop geconcentreerd en in de lage delen van landschap tijdens overstromingen klei afgezet. Het plangebied is vanwege de relatief hoge ligging vermoedelijk buiten de invloed van de Oude IJssel gebleven. Door de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de geomorfologische kaart (Bijlage 1) en de bodemkaart (Bijlage 2). Op de geomorfologische kaart wordt Ulft omringd door terrasrestvlakten en ruggen die doorsneden worden door restgeulen. Op een deel van de terrasrestruggen zijn landduinen (begroeide rivierduinen) aanwezig.

KSP Archeologie

13

Ter hoogte van de landduinen en een deel van de terrasrestruggen zijn in de omgeving van Ulft Vorstvaaggronden in grof zand gekarteerd of hoge bruine enkeerdgronden in lemig fijn zand. Dit zijn ‘bruine gronden’ die soms lastig van elkaar te onderscheiden zijn. De diep bruin gekleurde gronden kunnen het gevolg zijn van plaggenbemesting en/of door het diep inwerken van humeus materiaal door bodemleven en/of podzolisatie (Bakker en Schelling 1989). De hoge bruine enkeerdgronden bodemtype wordt gekenmerkt door een humeus cultuurdek van meer dan 50 cm dik. Het humeuze cultuurdek is vaak een plaggendek, ook wel esdek genoemd. Ze zijn ontstaan, doordat in de regio Achterhoek vanaf ca. de 15e en 16e eeuw op grote schaal het systeem van potstalbemesting is toegepast (Spek 2004). Plaggen worden met mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid om de bodem vruchtbaarder te maken. Het potentiële archeologische niveau ligt onder het plaggendek in de top van de oorspronkelijke bodem. Het leesbare archeologische sporenniveau ligt meestal iets dieper in de top van de C-horizont. Vorstvaaggronden ontwikkelen zich meestal in mineralogisch rijker zand in tegenstelling tot podzolgronden die meestal in mineralogisch armer zand worden aangetroffen. Door de rijkere bodem is er meer bodemleven, waardoor vorstvaaggronden kunnen ontstaan.

Vorstvaaggronden hebben een ‘vage’ humushoudende bouwvoor (Ap-horizont), door de voortdurende omwerking als gevolg van een hoge biologische activiteit. Onder de bovengrond is een min of meer homogene verbruiningsslaag aanwezig Door de voortdurende omwerking behoort deze bodem tot de vaaggronden, maar dat is dus niet het gevolg van een beperkte periode van bodemvorming. Op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) is te zien dat het plangebied op een dekzandrug ligt (Figuur 7) zijn de hoger gelegen rivierduin en het omliggende systeem met restgeulen ook goed te herkennen.

Figuur 7: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl).

KSP Archeologie

14

2.3

Historische situatie en mogelijke verstoringen

Om de historische situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • 17e eeuwse kaart (maker onbekend) uit bureauonderzoek voor plangebied Keurkamer is volgens Holl (2013) niet beschikbaar voor het plangebied. • Kaart uit 1750 (van Dalen 1983 in Holl 2013): • De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland: 1773-1794. (Versfelt 2003): De zuidpunt van de gemeente Oude IJsselstreek is niet gekarteerd op deze atlas. • Oude kadasterkaarten: kadastrale minuut en oorspronkelijk aanwijzende tafels 1811 – 1832 voor toenmalige eigenaar/gebruiker (beeldbank.cultureelerfgoed.nl); • Historische kaarten uit de afgelopen 200 jaar (www.topotijdreis.nl); • Cultuurhistorische regiobeschrijving provincie Gelderland (CultGIS/Haartsen 2009); • Archeologische en overige cultuurhistorische rapporten van onderzoek binnen het onderzoeksgebied: is niet van toepassing; • Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl): geen verwachting op specifieke resten uit WOII in het plangebied. 30 m ten zuiden van het plangebied lag de Nederlandse Marechausseekazerne van de Brigade Ulft.

• Kaart van verdedigingswerken/ Militaire landschapskaart (https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=militaire_landschapskaart): er zijn geen verdedigingswerken binnen het plangebied bekend vanaf de Middeleeuwen tot aan de Koude Oorlog; • Bouw-/constructietekeningen van te slopen of te wijzingen historische bouwwerk: n.v.t. • Gegevens van milieukundig bodemonderzoek (https://Gelderland.nazca4u.nl/rapportage/ : In 1995 en 2006 zijn verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd in het plangebied. De grond was licht tot matig verontreinigd. Volgens bericht van de provincie uit 2012 is er met het toenmalige normering enkel sprake van een lichte verontreiniging en geen noodzaak tot een sanering; • Luchtfoto’s uit de periode 2006-heden (www.topotijdreis.nl); • Geomorfologische kaart van Nederland, versie 2023 via BRO-loket: hierop zijn geen bodemverstoringen in het plangebied aangegeven; • Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, versie 2023 via BRO-loket: hierop zijn geen bodemverstoringen in het plangebied aangegeven; • Vergraven gronden project Alterra (Brouwer & Van der Werff 2012): hierop zijn geen bodemverstoringen in het plangebied aangegeven; • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl): hierop zijn geen kunstmatige ophogingen en/of afgravingen zichtbaar; • In het kader van dit onderzoek zijn geen archieven geraadpleegd omdat een gerichte vraagstelling

ontbreekt. Hieronder volgt een beschrijving van het historische gebruik (bebouwing, grondgebruik, historische wegen etc.) van het plangebied en de directe omgeving. Daarnaast is gekeken of er sprake is van (mogelijke) bodemverstoringen en/of bodemvervuilingen (aard, omvang, diepteligging en locatie) binnen het plangebied. Het plangebied ligt binnen het stroomgebied van de Oude IJssel. Door de gunstige ligging aan zowel de land- als waterwegen zijn langs de oever van de Oude IJssel diverse welvarende steden en dorpen ontstaan. De dorpen liggen op de hogere delen van het gebied: op rivierduinen, dekzandkopjes en de oeverwallen. Het bodemgebruik was sterk gebonden aan de terreingesteldheid: de hogere delen van het land werden als akker gebruikt, de lagere delen als weide of hooiland. Uitgestrekte heidevelden waren nauwelijks te vinden in de IJsselvallei (Haartsen 2009).

KSP Archeologie

15

Voor de historische ontwikkeling is historisch kaartmateriaal geraadpleegd. Gezien de veranderingen in het plangebied is er voor gekozen de historische situatie vanaf het heden te reconstrueren naar het verleden. Op die manier konden de historische kaarten nauwkeurig geprojecteerd worden. Om de kadastrale historie in kaart te brengen is gebruikt maakt van de Kadaster Archiefviewer (Figuur 8). Het huidige kadastrale perceel Gendringen P200 en het perceel ten zuiden van de westhoek van het plangebied (perceel P201) zijn in 2016 ontstaan vanuit perceel Gendringen P 35. Uit een administratie melding uit 1975 blijkt dat het huidige perceel Gendringen P 36 en Gendringen P35 in 1975 ontstaan zijn uit respectievelijk Etten C 4201 en 6158. In 1973 is hiervoor een kadastrale inmmeting gedaan waarop het huidige pand als drukkerij staat aangegeven. In 1970 is perceel C 6158 ontstaan als een afsplitsing van perceel 4203. In blauw is de contour van een gesloopt huis in en ten noorden van de noordoosthoek van het plangebied te zien. In 1953 zijn de kadastrale percelen binnen het plangebied aangepast. Rond die tijd is een gebouw gesloopt in de zuidoosthoek van het plangebied. In 1953 was het merendeel van het plangebied onderdeel van perceel C 2833. In 1866 en 1879 is het merendeel van het plangebied onderdeel van perceel C 661.

Van de tussenliggende kadastrale veranderingen konden geen gegevens achterhaald worden. Tussen 1879 en 1913 is de bebouwing die deels in de noordoosthoek van het plangebied was gelegen kadastraal gesplitst en later weer samengevoegd. Voorlopers van percelen C 1027 (zuidoosthoek plangebied), 1029 (smalle strook in het oosten van het plangebied) en 1030 (noordoosthoek plangebied) zijn niet bekend bij het kadaster.

Figuur 8: Kadastrale veranderingen in het plangebied tussen 1866 en 1970 (bron: Kadaster Archief viewer)

De eerste kadastrale minuten zijn opgesteld in de periode 1811-1832, voordat het kadaster werd opgericht. Voor de toenmalige gemeente Etten is een verzamelplan opgesteld in 1828 aan de hand van de afzonderlijke minuutbladen, zoals blad C (Figuur 9).

KSP Archeologie

16

De Bongersstraat was in 1828 aangeduid als de weg van Gendringen naar Ulft. Het plangebied is veelal onderdeel van perceel C 253, dat volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT’s) in gebruik was als bouwland. Het plangebied was geen onderdeel van de kern van Ulft, maar was wel deels bebouwd. De bebouwing die sinds 1866 deels in de noordoosthoek van het plangebied heeft gestaan zal overeenkomen met de bebouwing op percelen C 254 en C255 (beiden in gebruik als erf en huis) in 1828 (Figuur). Al deze percelen waren in eigendom van Carel Hohenzollern met een ‘regt van opstant’ (het huidige recht van opstal?) van anderen. Op perceel C254 had dagloner Gerrit Wesenhof dit recht. Carel Hohenzollern wordt elders in de OAT’s aangeduidt als vorst van Sigmaringen. Van de percelen in 1828, Etten C 253, 254 en 255, zijn geen opvolgers gevonden in het archief van het kadaster.

Figuur 9: Het plangebied op de eerste kadastrale minuut rond 1828 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

De oudst aangetroffen kaart (in het bureauonderzoek van Holl 2013) met informatie van Bongersstraat 26 is een kaart uit 1750 (Figuur 10). Hoewel de kaart, net als veel kaarten ouder dan 1800 enigszins vormongetrouw is lijkt er reeds in 1750 bebouwing in de noordooshoek van het plangebied aanwezig te zijn. Voor de historische ontwikkeling is ook gekeken naar archeologische resten als gevolg van conflict. Op basis van de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl) en de Militaire landschappenkaart van de RCE zijn deze niet bekend in het plangebied. Binnen het plangebied zijn in 1995 en 2006 lichte bodemverontreinigingen vastgesteld, maar er was geen noodzaak tot een sanering. (https://Gelderland.nazca4u.nl/rapportage/

KSP Archeologie

17

Figuur 10: Kaart uit 1750 (van Dalen 1983 in Holl 2013). Het plangebied is indicatief met een rechthoek aangegeven.

Door landbewerking voorafgaand of tijdens de aanleg van het plaggendek kan het archeologische vondstenniveau geheel zijn opgenomen in het plaggendek. Ook bij de aanleg en het verwijderen van de fundering op staal (tot in het niet-humeuze zand) kan de bodem dermate diep verstoord zijn dat dit archeologische niveau beschadigd is. Ook de aanleg van kabels en leidingen zou tot onder het humeuze dek gereikt kunnen hebben.

KSP Archeologie

18

2.4

Beschrijving van archeologische gegevens

Om een beeld te krijgen van de archeologische gegevens, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK) (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Archeologische rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Archeologische onderzoeken en vondstmeldingen in Archis (archis.cultureelerfgoed.nl); • E-depot archeologie (DANS): rapporten en onderzoeksgegevens van archeologisch onderzoek (https://archaeology.datastations.nl/); • Historische kaarten (zie paragraaf 2.3); • https://portable-antiquities.nl/pan/#/publicshop/kaart. Er zijn 39 vondsten bekend in de Gemeente Oude IJsselstreek. Het gaat om metaalvondsten (31 keer koperlegering, 7 keer zilver). 37 keer betreft het vondsten van metaaldetectie, eenmaal van niet-archeologisch graafwerk. Het plangebied is geen onderdeel van een terrein op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) en vondstmeldingen zijn niet bekend. Er staan twee archeologische onderzoeken gemeld (Bijlage 3). In beide gevallen zijn deze onderzoeken te ruim aangemeld en betrof het onderzoeksgebied in de rapporten het terrein van de Keurkamer ten noorden van het plangebied. Ten noorden van het plangebied is in 2012 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek 2391560100 uitgevoerd.

In het bureauonderzoek was een hoge verwachting opgesteld voor archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum vanwege de ligging op een rivierduin dat op een hooggelegen terrasrest is afgezet. Het gebied ten noorden van het plangebied is rond 1600 opgehoogd en was in gebruik als akkerland. Ten noorden en zuiden van het in 2012 onderzochte gebied kenden al voor 1800 bebouwing, het in 2012 onderzochte gebied werd pas in de 20e eeuw bebouwd. Er is een karterende booronderzoek aanbevolen, omdat in delen van het plangebied een B-horizont aanwezig was en andere delen tijdens de verkennende fase door het stuitten op puinlagen nog niet voldoende waren onderzocht. Tijdens het verkennend booronderzoek is in de boring direct ten noorden van het plangebied (boring OUCU-14) onder een opgebrachte laag van 0-90 cm en een verstoorde laag van 90-120 cm / vanaf 15,5 m+NAP sprake van zwak siltig, matig grof, zwak tot matig grindig geel(bruin) beddingzand. (Holl 2012) Tijdens het karterend booronderzoek 2401944100 in 2013 zijn drie boringen op ca. 10 m afstand ten noordgrens van het plangebied gezet: • In boring OUCU2-7 was onder een laag opgebrachte grond vanaf 50-70 cm-mv (vanaf 15,7 m+NAP) een grijsbruine B-horizont aanwezig en van 70-90 cm een BC-horizont. De C-horizont bestond hier vanaf 90 cm uit rivierduinafzettingen en vanaf 150 cm uit uiterst grove vlechtende rivierafzettingen.

• In boring OUCU2-21 was onder een verstoorde laag vanaf 100 cm / 15,1 m+NAP een 20 cm dikke BC-horizont aanwezig. DE matig grove rivierduinafzettingen liepen hier door tot 150 cmmv. Daaronder kwam ook matig grof zand voor dat als vlechtende rivierafzettingen is geïnterpreteerd. Tussen 150 en 170 cm-mv was er sprake van enkele dikke leemlagen. • In boringen OUCU2-29 was de bovenste 150 cm tot 14,3 m+NAP opgebracht. Daaronder kwam matig grove vlechtende rivierafzettingen met enkele dikke leemlagen voor en vanaf 210 cm-mv kwam sterk grindig zeer grof rivierzand voor. Er is geboord tot maximaal 2,5 m-mv. Enkel de top van het rivierduin wordt een vondstlaag en eventueel sporeniveau verwacht. De leemlagen die ten noorden van het plangebied zijn aangetroffen in de top van de dieper geleden vlechtende rivierafzettingen vormen mogelijk oeverafzettingen uit het Allerød interstadiaal. In de diepere bodem worden geen vondstlagen verwacht, omdat hiervoor tijdens het veldonderzoek geen aanwijzingen voor gevonden zijn.

KSP Archeologie

19

Er zijn in de zone direct ten noorden van het plangebied geen (vuursteen)vondsten gedaan. Bij twee boringen ca. 75 m noordwesten was dit wel het geval in de top van de rivierduinafzettingen. Daar is een waarderend booronderzoek uitgevoerd. Er is geadviseerd de vindplaats te behouden en als dat niet mogelijk is nader te onderzoeken door middel van een proefsleuvenonderzoek (Goossens & Hol 2013) De maaiveldhoogte in het plangebied ligt op het AHN4 rond 16,1 à 16,2 m+NAP. In de nabijheid is de top van de B(C)-horizont waargenomen vanaf 15,1 à 15,7 m+NAP. De dikte van het opgebrachte dek is in het plangebied vermoedelijk ca. 0,4 à 1,0 m dik. 2.5

Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden

Op basis van het historisch kaartmateriaal (paragraaf 2.3) en de archeologische gegevens (paragraaf 2.4) worden binnen het plangebied ondergrondse bouwhistorische resten verwacht. In de noordoosthoek gaat het om bebouwing die in 1828 reeds aanwezig was en vermoedelijk ook al in 1750 en en in of vóór 1970 gesloopt is. In het zuidoosten gaat het om bebouwing die ouder is dan 1866, maar jonger dan 1828 en in of vóór 1953 gesloopt is. 2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek (paragraaf 2.1 t/m 2.5) is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (samengevat in Tabel 1). Deze verwachting zal in de onderstaande tekst worden toegelicht. Periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum

Verwachting Verwachte kenmerken vindplaats Hoog

Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw)

Hoog

Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw)– Nieuwe tijd

Hoog

Bewoningssporen, tijdelijke kampementen, vuursteen artefacten, haardkuilen Nederzetting: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen Begravingsresten: kringgreppel, fragmenten aardewerk (urn), verbrande botresten Huisplaats: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, bakstenen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen

Diepteligging sporen Onder het humeuze cultuurdek vanaf de top van de podzolbodem (vanaf ca. 40 à 100 cm -mv) Onder het humeuze cultuurdek vanaf de top van de podzolbodem (vanaf ca. 40 à 100 cm -mv) tot in de C-horizont Onder de bovengrond (vanaf ca. 30 cm -mv) tot diep in de Chorizont

Tabel 1: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied.

Het landschap heeft met name voor de prehistorische mens een belangrijke rol gespeeld in de keuze voor een bewoningslocatie. Het plangebied ligt op een rivierduin. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum kozen als woon- en verblijfplaats vaak voor de hoger liggende terreingedeelten in het landschap, bij voorkeur in de buurt van open water zoals een beekdal of vennetje. Water was een belangrijk gegeven, niet alleen voor het lessen van de dorst. Nabij water heerst er ook een grotere biodiversiteit wat de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel vergemakkelijkt. Archeologische vindplaatsen uit deze periode komen dus met name voor op overgangen van nat naar droog (de zogenaamde gradiëntzones). Aangezien het plangebied op een rivierduin langs het dan van de Oude IJssel ligt, is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum. Ca. 75 m en noordwesten van het plangebied is een vuursteenvindplaats aangetroffen in 2013.

KSP Archeologie

20

1. 2. 3. 4.

5.

6. 7. 8.

Datering: Laat-Paleolithicum - Neolithicum. Complextype: kampement/vuursteenvindplaats. Omvang: een paar vierkantenmeter (klein) tot enkele honderden vierkantenmeters (groot). Diepteligging: het potentiële archeologische niveau ligt onder het humeuze cultuurdek in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem (vanaf ca. 40 à 100 cm -mv). Eventuele diepere grondsporen zoals haardkuilen kunnen tot in het dekzand (C-horizont) reiken. Gaafheid en conservering: het archeologische sporen- en vondstenniveau kan goed zijn beschermd tegen moderne grondroeringen door een humeus cultuurdek dat vanaf de Late Middeleeuwen is opgebracht. Een deel van het sporen- en vondstniveau kan in de onderzijde van dit humeuze dek zijn opgenomen vóór of bij de aanleg van het humeuze dek of bij diepere bodemingrepen zoals diepspitten. Aangezien vuursteenvindplaatsen kwetsbaar zijn voor bodemingrepen, omdat ze voornamelijk een vondststrooiing en ondiepe sporen bestaan, is dan de kans klein dat er sprake is van een intacte vuursteenvindplaats. Locatie: hele plangebied. Uiterlijke kenmerken: Vuursteenvindplaatsen worden gekenmerkt door een vuursteenspreiding (artefacten, afslagen e.d.) en eventueel sporen in de vorm van ondiepe haardkuilen. Mogelijke verstoringen: vuursteenvindplaatsen zijn kwetsbaar voor bodemingrepen omdat ze zich in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem bevinden.

Door landbewerking voorafgaand of tijdens de aanleg van het plaggendek kan het archeologische vondstenniveau geheel zijn opgenomen in het plaggendek. Ook bij de aanleg en het verwijderen van de fundering op staal (tot in het niet-humeuze zand) kan de bodem dermate diep verstoord zijn dat dit archeologische niveau beschadigd is. Ook de aanleg van kabels en leidingen zou tot onder het humeuze dek gereikt kunnen hebben.

Vanaf het Neolithicum ontstaan in onze streken de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode combineert men akkerbouw met het jagen en verzamelen, maar geleidelijk stapt men over naar akkerbouw en veeteelt. In de periode vanaf het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) heeft men een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden, die geschikt waren voor akkerbouw. Aangezien het plangebied op een rivierduin ligt, is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13 e eeuw). 1. 2. 3.

4.

5.

6. 7.

Datering: Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Complextype: vindplaatsen vanaf het Neolithicum bestaan uit nederzettingssporen en/of sporen van begravingen. Omvang: nederzettingsterreinen of grafvelden/begravingen variëren in grootte van enkele honderden tot duizenden vierkante meters en kunnen zich soms over meerdere hectaren uitstrekken. Diepteligging: het potentiële archeologische niveau ligt onder het humeuze cultuurdek in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem (vanaf ca. 40 à 100 cm -mv). De (diepere) grondsporen reiken tot in het dekzand (C-horizont). Gaafheid en conservering: het archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont zal naar verwachting goed zijn beschermd door een humeus cultuurdek dat vanaf de Late Middeleeuwen is opgebracht. Wel zal (een deel van) het vondstniveau in de onderzijde van het plaggendek zijn opgenomen. Locatie: hele plangebied. Uiterlijke kenmerken: De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die vaak diep in de grond gefundeerd waren. Waterputten werden gegraven voor de watervoorziening terwijl in en nabij de nederzetting afvalkuilen werden gegraven om afval te begraven. Naast nederzettingsresten kunnen ook begravingen voorkomen. Restanten hiervan kunnen bestaan uit kringgreppels, fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten, inhumaties

KSP Archeologie

21

8.

e.d. De sporen kunnen diep in de bodem reiken. Vondstmateriaal van de nederzetting kan door landbewerking in het bovenliggende plaggendek terecht zijn gekomen. Mogelijke verstoringen: Vindplaatsen van landbouwende samenlevingen zijn minder kwetsbaar voor bodemingrepen en kunnen ook aanwezig zijn als de podzolbodem door landbewerking is opgenomen in het humeuze dek. Wel kan de bodem dermate diep verstoord zijn door de aanleg en verwijdering van funderingen op staal dat er sprake is van diepe verstoringen onder de huidige bebouwing en de voormalige bebouwing in de oostrand van het plangebied. Ook de aanleg van kabels en leidingen zou tot onder het humeuze dek gereikt kunnen hebben.

Vanaf de Late Middeleeuwen verandert het bewoningspatroon. Bewoning concentreert zich in dorpen, steden en bewoningsclusters. Rondom deze dorpen ligt het landbouwareaal dat instaat voor de voedselvoorziening van de inwoners. In deze periode is de landschappelijke ligging van het gebied niet meer doorslaggevend voor de locatiekeuze. In of vóór 1828 wordt in de noordoosthoek van het plangebied een huis gebouwd. Op basis van grofschalig kaartmateriaal lijkt hier op de oudst beschikbare kaart uit 1750 ook al bebouwing aanwezig. De bebouwing in de noordoosthoek wordt vóór of in 1970 gesloopt. Een deel van dit gebouw lag ten noorden van het plangebied, ter hoogte van een in 2019 gerealiseerd technisch gebouw voor middenspanning. In of vóór 1866 wordt de zuidoosthoek van het plangebied een gebouw gerealiseerd. Deze wordt in of vóór 1953 gesloopt. Het oosten van het plangebied heeft een zeer hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd Midden (vanaf 1750) en Laat. Door de sloop van deze bebouwing in het derde kwart van de 20 e eeuw en de aanleg van huisaansluitingen van de huidige bebouwing en de aanleg van een distributiekabel voor stroom kunnen deze resten echter zijn aangetast. De Bongersstraat is de historische weg van Gendringen naar Ulft en aan de zijde van het plangebied was bebouwing aanwezig op de oudst beschikbare kaart uit 1750.

Het is niet uit te sluiten dat eerder in de Nieuwe tijd meer bebouwing in het plangebied heeft gestaan. Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot Nieuwe tijd Midden (1750) geldt een middelhoge verwachting voor huisplaatsen in het plangebied. 1. 2. 3. 4. 5.

6. 7.

8.

Datering: Nieuwe tijd (19e – 20e eeuw). Complextype: nederzetting (huisplaats). Omvang: de huisplaats heeft op basis van historisch kaartmateriaal uit 1828 een oppervlakte van ca. 450 m². Hooguit de helft van deze huisplaats lag in het plangebied. Diepteligging: het leesbare sporenniveau wordt onder de bovengrond verwacht (vanaf ca. 30 cm -mv) tot diep in de bodem. Gaafheid en conservering: omdat de archeologische resten voor de huisplaats naar verwachting uit bouwmateriaal bestaan (baksteen) en relatief jong zijn, kan de gaafheid en conservering goed zijn mits de funderingen niet zijn verwijderd. Locatie: in het oosten van het plangebied aan de weg. Dit is ook de kansrijke zone voor eventuele huisplaatsen ouder dan 1750. Uiterlijke kenmerken: ter plaatse van de huisplaats kunnen muurresten (baksteen), afvalkuilen, paalkuilen en mogelijk ophogingslagen aanwezig zijn. Daarnaast kan vondstmateriaal aanwezig zijn in de vorm van fragmenten aardewerk, fragmenten metaal, gebruiksvoorwerpen e.d. Mogelijke verstoringen: Door de sloop van deze bebouwing in het derde kwart van de 20 e eeuw en de aanleg van huisaansluitingen van de huidige bebouwing en de aanleg van een distributiekabel voor stroom kunnen deze resten echter zijn aangetast. De bebouwing in de noordoosthoek van het plangebied was ook deels ten noorden van het plangebied aanwezig in 1828.

Daar is in 2019 een technisch gebouw voor middenspanning geplaatst. Ook buiten het plangebied kan de huisplaats reeds zijn aangetast.

KSP Archeologie

22

3

Conclusie en advies

3.1

Conclusie

Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Volgens de archeologische waarden en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek ligt het westen van het plangebied in een hoge archeologische verwachtingszone en is het oosten van het plangebied onderdeel van de historische kern van Ulft (Figuur 3). Op basis van de landschappelijke ligging op een rivierduin en de archeologische vondstlocaties uit de omgeving is in het bureauonderzoek aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13 e eeuw). Ca. 75 m ten noordwesten van het plangebied is in 2013 een vuursteenvindplaats aangetroffen. Het noordoosten van plangebied heeft een hoge verwachting voor een huisplaats uit de Nieuwe tijd Midden en Nieuwe tijd Laat (vanaf 1750 tot 1970) en een middelhoge verwachting voor huisplaatsen uit de periode Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot Nieuwe tijd Midden (tot in de 18e eeuw). In de noordoosthoek van het plangebied is bebouwing aanwezig op de kadastrale minuut uit 1828 en lijkt ook al bebouwing aanwezig te zijn op een grofschaligere kaart uit 1750.

In de noordoosthoek van het plangebied is de laatste bebouwingsfase gesloopt in 1970. In de zuidoosthoek van het plangebied was in 1828 nog geen bebouwing aanwezig, maar wel op de kaart uit 1866. Deze bebouwing is rond 1953 gesloopt. Door de sloop van de noordoosthoek en zuidoosthoek van het plangebied in het derde kwart van de 20e eeuw en de aanleg van huisaansluitingen van de huidige bebouwing en de aanleg van een distributiekabel voor stroom kunnen deze resten zijn aangetast. De bebouwing in de noordoosthoek van het plangebied was ook deels ten noorden van het plangebied aanwezig in 1828. Daar is in 2019 een technisch gebouw voor middenspanning geplaatst. Ook buiten het plangebied kan de huisplaats reeds zijn aangetast. 3.2

Advies

Er zijn concrete aanwijzingen voor een vindplaats uit de Nieuwe tijd, mogelijk kent deze ook oudere voorgangers. Door de aanwezigheid van kabels en leidingen en onduidelijkheid over de ligging van de huisaansluiting voor laagspanning kan voorafgaand aan de sloop en het afsluiten van nutsvoorzieningen van de huidige bebouwing niet op een veilige wijze archeologisch veldonderzoek uitgevoerd worden ter hoogte van de beoogde nieuwbouw. KSP Archeologie adviseert daarom een opgraving (variant archeologische begeleiding) bij het verwijderen van de funderingen en de kabels en leidingen in het plangebied. Voorafgaand aan deze opgraving zal een Programma van Eisen (PvE) opgesteld moeten worden en moet dit PvE goedgekeurd worden door de bevoegde overheid. Bij het wijzigen van het omgevingsplan wordt geadviseerd om archeologische dubbelbestemmingen op te nemen gelijk die volgen uit de archeologische waarden en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek uit 2015. Aangezien PvE’s een houdbaarheid hebben van 1 jaar wordt geadviseerd om een PvE pas op te laten stellen als bijlage voor de omgevingsvergunning voor de sloop activiteiten in het plangebied. In het onverharde deel buiten de zone met kabels en leidingen zal een verkennend en karterend booronderzoek slechts een beperkte meerwaarde hebben.

Dit onderzoek kan in kaart brengen of elders in het plangebied oudere resten kunnen voorkomen. De kans is groot dat hier ook sprake is van een humeus dek van 50 à 100 cm dikte, net als op het terrein ten noorden van het plangebied is vastgesteld in 2012 en 2013 en dat deze niet bedreigd worden door de geplande ingrepen. Het gaat hier met name

KSP Archeologie

23

om de aanleg van parkeerplaatsen die vermoedelijk gepaard gaan met relatief ondiepe bodemingrepen of vergelijkbare ingrepen als die nodig waren voor de aanleg van de huidige verharding. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oude IJsselstreek), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek een verwachting betreft, kan op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden.

In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.

KSP Archeologie

24

Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2008). Landschapschap in delen. Overzicht van de geofactoren. Van Gorcum. Beek, R. van, 2008: Reliëf in Tijd en Ruimte. Interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost-Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen. Wageningen. Brugman, B.A., Eimermann, E., Heeringen, R.M. van, Moor, J.J.W. de, Schrijvers, R. & Quadflieg, B. (2015).

Cultuurhistorische inventarisatie, waarden-, verwachtingen- en maatregelenkaart als basis voor het archeologiebeleid van de gemeente Oude IJsselstreek. Vestigia-rapport V653.

Centraal College van Deskundigen Archeologie (2022). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Goosssens E. & J. Holl (2013). Plangebied Keurkamer te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (karterende en waardende fase). RAAP-notitie 4479 (2e herziene eindversie) Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Gelderland. Bureau Lantschap. Holl, J., 2013. Plangebied Keurkamer en Supermarkt Veldstraat te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek;

archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend en karterend booronderzoek). RAAP-notitie 4396. Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 NL, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.

Nederlands

Spek, T. (2004). Het Drentse esdorpen landschap: een historisch geografische studie. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland https://www.ahn.nl/dataroom

versie

4,

grid

0,5

x

0,5

m

(2020-2022),

via

Archeologische Monumenten Kaart (2014) Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl Archeologische onderzoeks- en vondstmeldingen (actueel). Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl

KSP Archeologie

25

Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bodemkwaliteit: https://Gelderland.nazca4u.nl/rapportage/ Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 (2023) Wageningen Environmental Research. Gedownload via https://www.broloket.nl/ondergrondmodellen/kaart op 08-01-2024 Legenda zie https://legenda-bodemkaart.bodemdata.nl/begrippen Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Hoek W.Z./Berendsen, H.J.A./Kempen, H.F.J. (2009): Zand in banen. Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel , Arnhem (Provincie Gelderland, 3rd fully revised edition). Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J. & Geurts, A.H. (2012). Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn‐Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset.

http://persistent‐ identifier.nl/?identifier=urn:nbn:nl:ui:13‐nqjn‐zl Dalen, A.G. van (1983). 1000 jaar Gendringen. Thoben Offset, Nijmegen in Holl (2013). Historische kaart uit 1750. Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond: https://www.dinoloket.nl Digitaal Archief (DANS) Rapporten https://archaeology.datastations.nl/

en

onderzoeksgegevens

van

archeologisch

onderzoek:

Digitale Kadastrale kaart van Nederland v5 via WMS server: https://service.pdok.nl/kadaster/kadastralekaart/wfs/v5_0?SERVICE=WFS&request=getcapabilities Geomorfologische kaart van Nederland (2023). Wageningen Environmental Research. Gedownload via https://www.broloket.nl/ondergrondmodellen/kaart op 08-01-2024 Legenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl KLIC-meldingen via www.kadaster.nl Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB (tot 2020) en 8 cm RGB (vanaf 2021) via WMS server: https://service.pdok.nl/hwh/luchtfotorgb/wms/v1_0

KSP Archeologie

26

Kaart van verdedigingswerken / Militaire Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart

landschapskaart

https://rce.webgispublisher.nl/

Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Omgevingsplan: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart Rijksmonumenten: Geraadpleegd via WFS server: https://data.geo.cultureelerfgoed.nl/ openbaar/wfs TNO Geologische Dienst (2021): Geologische https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen.

Kaart

van

Nederland

2021

Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request=GetCapabilities&service=wms Versfelt, H.J. (2003). De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland: 1773-1794. Heveskes Uitgevers, Groningen. Wageningen Environmental Research (2023). Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid) https://service.pdok.nl/bzk/bro-grondwaterspiegeldiepte/wms/v2_0 Websites Geologische eenheden (formaties): https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator

KSP Archeologie

27

Bijlage 1

KSP Archeologie

Geomorfologische kaart

28

Bijlage 2

KSP Archeologie

Bodemkaart

29

Bijlage 3

KSP Archeologie

Archeologische gegevens

30

Bijlage 4

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.

KSP Archeologie

31

KSP Archeologie

32

Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

KSP Archeologie

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5063/documents/34075