CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij de motivering - Geuronderzoek.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 17 juni 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 9: Vaststelling TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, herziening Kloosterstraat 3 e.o.10.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Geruonderzoek Ter Horst locatie Varsseveld

HORS24A1, januari 2025 Olfasense B.V.

titel: rapportnummer: projectcode:

Geruonderzoek Ter Horst locatie Varsseveld HORS24A1 HORS24A

opdrachtgever:

Exploitatiemaatschappij J. ter Horst B.V. Aaltenseweg 58 7051 GV VARSSEVELD Nederland

contactpersoon:

de heer B. Löwenthal

opdrachtnemer:

Olfasense B.V. Zekeringstraat 48 1014 BT Amsterdam Nederland

auteur(s): goedgekeurd:

Anouk Snik - van den Burg voor Olfasense B.V. door

drs. F.J.H. Vossen, directeur datum:

3 januari 2025

copyright:

© 2025, Olfasense B.V.

disclaimer:

Dit rapport mag niet worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Olfasense B.V. of haar opdrachtgever. Olfasense B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Olfasense B.V. geleverde document. Olfasense B.V. is niet verantwoordelijk voor de door opdrachtgever aangeleverde informatie en de mogelijke invloed daarvan op de geldigheid van de resultaten.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 2 van 36

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

De bedrijfsactiviteiten en relevante geurbronnen

6

3

De geuremissie van de inrichting

7

3.1 Afleiding kengetallen 3.1.1 Grijs huishoudelijk afval en bedrijfsafval 3.1.2 GFT 3.1.3 Buitenterrein (groenafval, verontreinigde grond, glas en RKGV)

7 7 7 8

3.2 Invloed van de hal

9

4

5

6

3.3 Berekening geuremissie 3.3.1 Geuremissie bedrijfshal

10 10

3.4 Geuremissie van activiteiten in de buitenlucht

12

Toetsingskader

14

4.1 Landelijk geurbeleid – Omgevingswet en zorgplicht

14

4.2 Gebruikelijke toetsingswaarden

14

4.3 Gelders geurbeleid

15

4.4 De omgeving

16

De geurbelasting van de omgeving

18

5.1 Verspreidingsmodel

18

5.2 Invoergegevens

18

5.3 Resultaten van de verspreidingsberekeningen

19

5.4 Resultaten op de toetspunten

23

5.5 Bespreking van de resultaten

23

Beste Beschikbare Technieken (BBT)

24

6.1 Algemeen

24

6.2 BBT 10 Periodieke monitoring van de geuremissie

24

6.3 BBT 12 Geurbeheerplan

24

6.4 BBT 13 Geuremissie minimaliseren

24

6.5 BBT 14 Voorkomen van diffuse emissies

25

6.6 BBT 33 Selectie van afval input

25

6.7 BBT 34 Reduceren van gekanaliseerde emissies

25

6.8 BBT 37 Voorkomen van diffuse emissies bij open lucht activiteiten

25

6.9 BBT 38 en verder

25

6.10 Conclusies BBT

25

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 3 van 36

7

Samenvatting en conclusies

26

Bijlagen

27

Bijlage A

Plattegrond van de inrichting

28

Bijlage B

Fluctuerende bronnen

30

Bijlage C

Scenariobestand verspreidingsberekeningen

31

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 4 van 36

1 Inleiding In opdracht van Exploitatiemaatschappij J. ter Horst B.V. (hierna: Ter Horst) is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd ten behoeve van een revisievergunningaanvraag voor Ter Horst, locatie Varsseveld. Op de locatie te Varsseveld is in de huidige situatie de op- en overslag van een grote diversiteit aan afvalstromen vergund. Daarvan werden in het verleden alleen het gft-afval en grijs huishoudelijk afval als geurrelevant aangemerkt. Het geurrapport bij de vigerende vergunning heeft het kenmerk HORS13B1 1. De capaciteit van alle afvalstromen gezamenlijk blijft in de aangevraagde situatie gelijk aan de capaciteit in de vergunde situatie. Er treden echter wel verschuivingen op in de verdeling van deze capaciteit over de verschillende afvalstromen. Dit betekent, dat de doorzet van het overgrote deel van de geurrelevante stromen afneemt. Van een enkele afvalstroom neemt de doorzet gering toe. De opslagcapaciteit neemt van alle geurrelevante stromen af. Daarnaast zal de locatie worden gebruikt door twee entiteiten, te weten Exploitatiemaatschappij J. ter Horst B.V. en TH Containers B.V. die samen onder één vergunning opereren. Omdat er sprake is van één vergunning, wordt in dit rapport geen onderscheid gemaakt en wordt alleen gesproken over Ter Horst.

In de vergunde situatie werden zoals eerdere genoemd alleen de activiteiten met GFT en grijs huishoudelijk afval als relevant aangemerkt. Bedrijfsafval, groenafval, verontreinigde grond, flessenglas, veegvuil en rioolslib werden in de vergunde situatie al op- en overgeslagen binnen de inrichting, maar niet als geurrelevant beschouwd. Voor de revisievergunningaanvraag zijn de activiteiten met deze afvalstromen wel als relevante bronnen van geur aangemerkt. Dit betekent, dat sprake zal zijn van een schijnbare toename van de geuremissie in de aangevraagde situatie. In de praktijk neemt de geuremissie van de meeste afvalstromen af in plaats van toe. In de aangevraagde situatie zullen verder twee nieuwe bedrijfshallen worden bijgebouwd. Hierin zal geen geurend afval worden opgeslagen. Het doel van het onderzoek is om de geuremissie in de aangevraagde situatie in kaart te brengen op basis van kengetallen (resultaten van in het verleden uitgevoerde metingen aan vergelijkbare bronnen) en aan de hand daarvan de geurbelasting in de omgeving te berekenen en te toetsen conform het geurbeleid van de provincie Gelderland. Voorliggend rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de aangevraagde situatie en de onderzoeksopzet. In hoofdstuk 3 wordt de geuremissie berekend aan de hand van kengetallen.

Hoofdstuk 4 gaat in op het toetsingskader en in hoofdstuk 5 wordt de geurbelasting in de omgeving van Ter Horst in kaart gebracht. In hoofdstuk 6 wordt een BBT beschouwing uitgevoerd. Hoofdstuk 7 sluit af met een samenvatting en de conclusie van het onderzoek.

1

‘Geuronderzoek Exploitatiemaatschappij J. Ter Horst B.V. te Varsselveld’, december 2013, kenmerk: HORS13B1

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 5 van 36

2 De bedrijfsactiviteiten en relevante geurbronnen In onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de geurrelevante afvalstromen die in de aangevgraagde situatie worden op- en overgeslagen en eventueel verwerkt, binnen de inrichting. Een deel van de stromen (de minder geurende stromen) zal in de buitenlucht worden opgeslagen. De meest geurrelevante stromen worden inpandig op- en overgeslagen. In bijlage A is een plattegrond van de inrichting opgenomen. De inrichting is verdeeld in een aantal gebieden (A t/m F). In de tabel is per afvalstroom aangegeven binnen welk gebied deze wordt opgeslagen. Gebied A/B is verdeeld over twee locaties (zie plattegrond). Tabel 1: Overzicht aangevraagde activiteiten Afvalstof

Doorzet

Opslagcapaciteit

Opp.

Vrachtgrootte [ton]

Buiten of binnen

Gebied

[ton]

[m3]

[m2]

Aanvoer

Afvoer

Verontreinigde grond

250

150

50

25

25-30

Buiten

A-B

Huisvuil

7.500

250

85

15

25-30

Binnen

E

GFT

300

7

5

15

25-30

Binnen

E

Bedrijfsafval

55.000

2.500 (+1.600 bij calamiteiten)

850 (+550 )

15

25-30

Binnen

E

Flessenglas

500

50

17

25

25-30

Buiten

A-B

Tuin- en groenafval

4.000

225

75

1,5

25-30

Buiten

A-B

Veegvuil

350

100

33

8

25-30

Buiten

A-B

Rioolslib

100

60

20

15

25-30

Buiten

A-B

Het afval wordt aan- en afgevoerd per as. De capaciteit van afvoer is doorgaans groter dan van aanvoer. Afvoer geschiedt voornamelijk (90%) met vrachtwagens met walking floor. Een klein deel van het afval (veegvuil, rioolslib, flessenglas en verontreinigde grond) wordt afgevoerd in containers, die met shovels worden gevuld. De aan- en afvoer, opslag en het verkleinen van afval kunnen als relevante bronnen van geur worden aangemerkt. Voor wat betreft de opslaghal geldt, dat emissie zal plaatsvinden via diffusie. Overdag (van ca. 7:00 tot 18:00) zijn twee van de drie roldeuren gesloten en is één valdeur in werking, buiten de werktijden zijn de deuren gesloten. Er is geen sprake van geforceerde ventilatie en naast de valdeur is geen sprake van andere ventilatieopeningen. Bij de aanvraag van de vigerende vergunning was dit nog wel het geval, maar deze zijn afgedicht. De hal is dus buiten werktijd en wanneer de deuren dicht zijn, volledig gesloten. Er treedt dan geen geuremissie op. In geval van calamiteiten kan er in extra bedrijfsafval worden opgeslagen (calamiteitenopslag van 1.600 m3 bedrijfsafval, zie ook tabel 1). Naast de locaties aan de Aaltenseweg behoorde eerder ook het pand aan de Breukelaarweg 19 (noordelijk gelegen) tot de inrichting van Ter Horst, deze locatie maakt nu geen deel meer uit van de inrichting en wordt derhalve niet betrokken bij dit onderzoek.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 6 van 36

3 De geuremissie van de inrichting 3.1 Afleiding kengetallen In tabel 2 is een overzicht gegeven van de gebruikte kengetallen. Na de tabel volgt een toelichting. Tabel 2: Kengetallen voor Ter Horst te Varsseveld Bron

Geuremissiekengetal [10 ouE/ton] 6

Opslag grijs HA en bedrijfsafval Aan- en afvoer grijs HA en bedrijfsafval

0,164

Opslag GFT Aan- en afvoer GFT

2

0,055

VROM 1995

--

VROM 1995

0,5

NeR G4

1,5

Opslag afval buitenterrein Aanvoer afval buitenterrein

Herkomst

[10 ouE/m /h] 6

NeR G4 0,022

0,435

Afvoer afval buitenterrein

NVAZ02A/PRNH01D BVOR

2,0

VVCO97B

3.1.1 Grijs huishoudelijk afval en bedrijfsafval Voor grijs huishoudelijk afval (HA) is uitgegaan van de metingen zoals gerapporteerd in een publicatiereeks van (destijds) VROM, nr. 1995/21. Daarin werd aan de opslag van grijs HA op de dag van storten een emissie van 0,0435 *10 6 ouE/m2/h gemeten en een dag na het storten een emissie van 0,070 *10 6 ouE/m2/h. In de berekeningen is voor de opslag uitgegaan van de (geometrisch) gemiddelde waarde van 0,055 *10 6 ouE/m2/h. Er zijn geen gegevens voorhanden wat betreft handelingen met grijs HA. Er zal daarom worden verondersteld dat de emissie als gevolg van handelingen, in overeenstemming met de kengetallen voor GFT 2, een factor 3 hoger is dan de geuremissie als gevolg van de opslag. Zo kan voor handelingen met grijs HA een emissiekengetal worden afgeleid van (afgerond) (3 * 0,055) = 0,164 *10 6 ouE/ton. De geuremissie van bedrijfsafval hangt sterk af van het gehalte organisch materiaal. Over het algemeen geldt, dat wanneer het gehalte aan organisch materiaal toeneemt, de geuremissie hoger zal zijn. Hoewel voor het overgrote deel van het bedrijfsafval zal gelden dat dit niet of nauwelijks geurrelevant zal zijn, zal zekerheidshalve in de berekeningen voor de gehele doorzet worden uitgegaan van kengetallen voor grijs huishoudelijk afval.

Het gehalte organisch materiaal in bedrijfsafval zal nooit hoger zijn dan in grijs huishoudelijk afval.

3.1.2 GFT Voor handelingen met en opslag van GFT is uitgegaan van de kengetallen zoals opgenomen in de Bijzondere regeling voor GFT-composteringen in de NeR (G4). Er is gebruik gemaakt van de kengetallen voor storten en opslag van GFT.

2

De geuremissie van handelingen met GFT afval is in de (vervallen) Bijzondere Regeling van de voormalige Nederandse emissie Richtlijn (NeR) een factor 3 hoger dan de geuremissie als gevolg van de opslag van GFT.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 7 van 36

3.1.3 Buitenterrein (groenafval, verontreinigde grond, glas en RKGV) Onderstaand wordt de afleiding van de kengetallen voor geurrelevante stromen op het buitenterrein gegeven. Groenafval Voor de opslag van groenafval is gebruik gemaakt van kengetallen gemeten aan onverkleind materiaal bestaande uit voornamelijk plantsoen- en tuinafval, stobben en bermgras. Aan deze samenstelling zijn op twee locaties metingen uitgevoerd (NVAZ02A / PRNH01D)3, waarbij een gemiddelde emissie werd gemeten van respectievelijk 0,017 *10 6 ouE/m2/h en 0,029 *106 ouE/m2/h. In de berekeningen zal worden uitgegaan van de (geometrisch) gemiddelde waarde van 0,022 *106 ouE/m2/h. Voor de aan- en afvoer van groenafval wordt gebruik gemaakt van het kengetal uit BVOR voor handelingen met verkleind groenafval van 0,435 *10 6 ouE/ton. Dit kengetal is gemeten aan het opzetten van de composthopen, nadat het materiaal is verkleind. Aangenomen wordt, dat het een veilige veronderstelling is om deze waarde ook te gebruiken voor aan- en afvoer van het (deels) onverkleinde materiaal. De geuremissie als gevolg van het verkleinen van groenafval wordt berekend aan de hand van een kengetal dat werd bepaald in onderzoek VVCO97B. Het kengetal werd bepaald door metingen aan het verkleinen van voornamelijk stammen en stobben (met aanhangend groen), en bedraagt 2,0 *106 ouE/ton.

Als er wordt verkleind, dan zal dit bij Ter Horst namelijk het houtachtig materiaal zijn (de stammen en stobben). Verontreinigde grond Voor verontreinigde grond is uitgegaan van kengetallen die werden bepaald door metingen aan baggerspecie. Qua samenstelling en geuremissie is verontreinigde grond vergelijkbaar met baggerspecie. In HDSR03A3 zijn metingen uitgevoerd aan de opslag en verwerking van baggerspecie. De geuremissie gemeten aan de opslag bedroeg 0,0013 10 6 ouE/m2/h. De geuremissie als gevolg van handelingen met baggerspecie bedroeg 0,0015 *10 6 ouE/ton. Glas In maart 2016 werden metingen uitgevoerd aan de opslag van een witte glasfractie afkomstig van ingezameld glas. De gemeten geurconcentratie in de afgasmonsters lag echter beneden de detectielimiet van de meetmethode; de geuremissie was verwaarloosbaar. Om echter de geuremissie als gevolg van de opslag van glas bij Ter Horst niet te onderschatten, wordt uitgegaan van een emissiekental dat werd bepaald in rapport DUOS93C3 op basis van waarnemingen bij een bedrijf in Alkmaar. De geuremissie als gevolg van de opslag van glas in de winter werd geschat op 0,015 *106 ouE/m2/h. In de zomer zou de geuremissie twee keer zo hoog zijn, namelijk 0,030 *106 ouE/m2/h. Door uit te gaan van een gemiddelde waarde van 0,023 *10 6 ouE/m2/h wordt de geuremissie van de opslag van glas bij Ter Horst niet onderschat.

Aan handelingen met glas zijn door Olfasense B.V. nooit metingen uitgevoerd. Mogelijk is overslag van glas ook niet relevant voor geur. Om echter de geuremissie niet te onderschatten, wordt, net als voor bedrijfsafval, uitgegaan van een emissiekengetal dat een factor 3 hoger is dan het kengetal voor de opslag van glas: (3*0,023 *106) = 0,069 *106 ouE/ton.

3

Opgemerkt wordt dat in rapport NVAZ02A een resultaat werd gerapporteerd van 16,3 *106 ge/h, bij een opslag van 500 ton werd dit omgerekend naar een specifieke emissie van 0,033 *106 ge/ton, ofwel 0,017 *106 ouE/ton (1 ouE = 2 ge). De 500 ton had een volume van 1.500 m3, met een opslaghoogte van 3 m is dit een relevant oppervlak van 500 m2. De specifieke emissie van het oppervlak is daarmee 0,017 *106 ouE/m2/h.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 8 van 36

Veegvuil en rioolslib In NVAZ98A1 werden resultaten gerapporteerd van metingen uitgevoerd aan het lossen van Riool-, Kolken- en Gemalenslib en Veegvuil (RKGV). Het betreft het ‘verse’ materiaal, dat uit de kolken en gemalen is gezogen. De metingen destijds wezen uit dat alleen het lossen van het verse materiaal geuremissie tot gevolg heeft; de opslag en het vervolgens weer afgraven van het materiaal zijn niet geurrelevant. Voor het lossen van het materiaal wordt uitgegaan van het kengetal uit NVAZ98A1 van 0,095 *106 ouE/ton. Conclusie kengetal buitenterrein Uit bovenstaande beschouwing blijkt dat het groenafval de meest geurrelevante stroom is, ofwel de stroom met de hoogste emissiekengetallen. In de berekeningen is gekozen voor een worst case benadering, waarin voor de geurrelevante stromen op het buitenterrein wordt verondersteld dat deze qua geur overeenkomen met groenafval.

3.2 Invloed van de hal Huishoudelijk afval, bedrijfsafval en GFT afval worden inpandig in de bedrijfshal opgeslagen. De kengetallen voor deze afvalstromen zijn echter gemeten aan activiteiten en opslag in de open lucht en houden geen rekening met emissiereductie als gevolg van de hal. Olfasense heeft in het verleden metingen uitgevoerd om het effect van het inpandig uitvoeren van activiteiten vast te stellen4. Daaruit volgde dat inpandige activiteiten met open deuren een emissiereductie van 38% oplevert ten opzichte van activiteiten in de buitenlucht. Deze emissiereductie wordt verhoogd naar 63% wanneer alle deuren gesloten zijn. Bij deze metingen was sprake van een open nok over de gehele lengte van de hal. Een gesloten hal zonder openingen levert in het geheel geen relevante geuremissie op. In de situatie bij Ter Horst is sprake van een valdeur die bij het in- en uitrijden van de vrachtwagens open en dicht gaat. Het openen en weer sluiten van de valdeur neemt in totaal maximaal een minuut in beslag. Bij aan- en afvoer van materiaal gaat de deur open en rijdt de vrachtwagen naar binnen, waarna de deur sluit. De activiteiten vinden dan plaats met gesloten deuren. Bij het naar buiten rijden van de wagens wordt de deur wederom geopend en gesloten. Eenmaal in en uitrijden heeft tot gevolg dat er gedurende 2 minuten sprake is van een (half) geopende poort.

In- en uitrijden geschiedt wanneer materiaal wordt aangevoerd, wanneer materiaal wordt afgevoerd en wanneer de shovels in- en uitrijden om handelingen uit te voeren met het materiaal (ca. 5 keer per dag inrijden en 5 keer per dag uitrijden). Lossen houdt in dat het vuil uit een vrachtwagen gestort wordt. Afvoer houdt in dat vrachtwagens met walking floor worden beladen. Voor de geuremissie die optreedt als gevolg van de activiteiten die plaatsvinden in de hal bij een (half) geopende valdeur, wordt uitgegaan van een reductiepercentage van 38% ten opzichte van de situatie waarin deze activiteiten in de buitenlucht worden uitgevoerd.

4

‘Geuronderzoek Van Vliet Contrans - Meetrapport als aanvulling van het milieu-effektrapport en vergunningsaanvraag Wet Milieubeheer’, PRAO-rapportnummer VVCO97B, ir. I.J. Smit, drs. F.J.H. Vossen, juni 1997.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 9 van 36

3.3 Berekening geuremissie In tabel 3 is een overzicht van de berekening van de geuremissie opgenomen, voor de aangevraagde situatie. Na de tabel volgt een toelichting. Behalve de emissie is ook de duur van de emissie van belang. De emissieduur kan continu zijn, wat betekent dat een bron gedurende elk uur van het jaar (8.760 h/jr) actief is, of discontinu, waarbij de bron slechts gedurende een beperkt aantal uren per jaar actief is. De geuremissies [ouE/h] van handelingen (materiaal in beweging) zijn berekend door vermenigvuldiging van de verwerkingscapaciteit per uur [ton/h] met het geuremissiekengetal voor handelingen [ouE/ton]. De emissieduur [h/jr] wordt berekend door de jaardoorzet [ton/jr] te delen door de verwerkingscapaciteit per uur. De geuremissie van materiaal in opslag (materiaal in rust) is berekend door het geur emitterend oppervlak [m2] te vermenigvuldigen met het kengetal [ou E/m2/h]. De emissieduur [h/jr] is gelijk aan het aantal uren per jaar dat er materiaal in opslag ligt. Tabel 3: Berekening geuremissie Ter Horst Varsseveld (aangevraagd) Bron

Bedrijfshal (op- en overslag grijs HA, BA en GFT)

Verwerkings -capaciteit

Geuremitterend oppervlak

[ton/h] -

Opslag afval buitenterrein

Geuremissie-kengetal

Geuremissie

Emissieduur

[m2]

[106 ouE/ton]

[106 ouE/h/m2]

[106 ouE/h]

[h/j]

-

-

-

10,51)

2.860

0,022

3,3

8.760

150

Aanvoer afval buitenterrein

18

0,435

2,32)

3.333

Afvoer afval buitenterrein

150

0,435

26,62)

200

Verkleinen groenafval

50

2,0

100,0

10

1) De geuremissie van de bedrijfshal is opgebouwd uit de emissie afkomstig van verschillende activititeiten bij geopende deuren (zie toelichting). 2) Uurgemiddelde emissie, gecorrigeerd voor fluctuerend karakter (zie toelichting).

3.3.1 Geuremissie bedrijfshal 3.3.1.1 Berekening emissieduur deuren open De bedrijfshal heeft alleen een relevante geuremissie op het moment dat de valdeur is geopend. Wanneer deze dicht is, is de hal volledig gesloten en vindt geen emissie plaats. De deur wordt alleen geopend bij het in- en uitrijden van vrachtwagens en shovels. Het aantal vrachtbewegingen t.b.v. aanvoer wordt berekend op basis van de doorzet en de vrachtgroottes. Voor huishoudelijk afval zijn dit (7.500/15) = 500 vrachten per jaar. Voor GFT zijn dit (300/15) = 20 vrachten per jaar Voor bedrijfsafval zijn dit (55.000/15) = 3.667 vrachten per jaar.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 10 van 36

Het aantal vrachten t.b.v. afvoer wordt op eenzelfde wijze berekend. Er wordt uitgegaan van vrachtgroottes van 25 ton. Voor huishoudelijk afval komt dat neer op (7.500/25) = 300 vrachten per jaar. Voor GFT zijn dit (300/25) = 12 vrachten per jaar Voor bedrijfsafval zijn dit (55.000/25) = 2.200 vrachten per jaar. Per jaar komt dit neer op in totaal (500+20+3.667+300+12+2.200) = 6.699 vrachten. Deze vinden plaats op werkdagen tussen 07:00 en 18:00 u en zijn zodoende verdeeld over 2.860 uur per jaar. Dit betekent dat op werkdagen gedurende de dagperiode gemiddeld (6.699/2.860) = 2,3 keer de deuren (half) geopend zijn gedurende 2 minuten. Daar komt gemiddeld nog 1 minuut per uur bij vanwege het in- en uitrijden van shovels (5 shovels per dag die in- en uitrijden). In totaal zijn de deuren dan ca. 6 minuten per uur geopend gedurende de dagperiode op werkdagen (2.860 uren per jaar).

3.3.1.2 Berekening geuremissie bedrijfshal – normale omstandigheden Tijdens werktijd is slechts gedurende 6 minuten per uur sprake van geuremissie vanuit de bedrijfshal. Deze treedt op via één (half) geopende deur. In de hal vinden verschillende geurrelevante activiteiten plaats, namelijk de opslag van huishoudelijk afval, bedrijfsafval en GFT. Tijdens de periode dat de deur geopend is, vindt doorgaans ook overslag plaats van één type afvalstroom. Voor de berekening van de geuremissie van de bedrijfshal bij een geopende valdeur, wordt uitgegaan van de maximale opslagcapaciteit van de de afvalstromen die inpandig worden opgeslagen en een gemiddeld kengetal (gewogen naar capaciteit) voor wat betreft de handelingen. De geuremissie van de opslag van grijs huishoudelijk afval en bedrijfsafval wordt berekend door het maximale oppervlak van de opslag (van zowel huisvuil, bedrifjafval en verontreinigde grond) te vermenigvuldigen met het kengetal voor de opslag van grijs huishoudelijk afval: (85+850+50)*0,055 = 54,2 *106 ouE/h. De geuremissie van de opslag van GFT wordt op vergelijkbare wijze berekend. Met een oppervlak van 5 m2 en een kengetal van 0,5 *10 6 ouE/m2/h bedraagt de geuremissie (5*0,5) = 2,5*106 ouE/h. Van de handelingen (aan- en afvoer) met de afvalstromen in de hal is het percentage handelingen dat wordt uitgevoerd met GFT slechts 0,5%.

Alle overige handelingen zijn met grijs huishoudelijk afval en bedrijfsafval (99,5%). Om de complexiteit van de berekeningen te beperken, wordt uitgegaan van een gemiddeld kengetal voor de handelingen in de hal, berekend op basis van de genoemde percentages en de respectievelijke kengetallen van deze stromen voor de handelingen: 0,005*1,5+0,995*0,164 = 0,17*10 6 ouE/ton. Hoewel strikt genomen geen handelingen plaatsvinden op het moment dat de deuren openstaan (ze gaan alleen open en dicht bij het in- en uitrijden van de vrachtwagens), mag worden aangenomen, dat de geuremissie wat verhoogd is wanneer net een lading of lossing heeft plaatsgevonden. Dit zal alleen bij het uitrijden het geval zijn, niet bij het inrijden. Als worst -case benadering wordt echter uitgegaan van een situatie waarin tijdens het openen van de deuren continu handelingen worden uitgevoerd (6 minuten per uur). De gemiddelde capaciteit van het lossen is 15 ton. Het lossen van één vracht duurt ca. 5 minuten. De uurcapaciteit van het lossen bedraagt dus 15*(60/5) = 180 ton/h. Voor het laden van vrachtwagens ten behoeve van afvoer geldt een vergelijkbare of iets lagere capaciteit: de vrachten zijn groter, maar het laden duur langer. De momentane geuremissie van de handelingen bedraagt

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 11 van 36

dus 180*0,17 = 30,7*106 ouE/h. Deze emissie treedt op gedurende de 6 minuten per uur dat de valdeuren (half) open staan. De totale (momentane) geuremissie van opslag en overslag van afval binnen de hal, gedurende 6 minuten per uur, tijdens bedrijfstijd, bedraagt 54,2+2,5+30,7 = 87,3*106 ouE/h. De invloed van de hal zorgt echter voor een emissiereductie van 38% (zie par. 3.2). De hiervoor gecorrigeerde (momentane) emissie bedraagt 87,3*(1-0,38) = 33,2*106 ouE/h. De hal kan echter worden beschouwd als een fluctuerende bron (zie bijlage B voor een toelichting), die slechts 6 minuten per uur actief is en de uurfractie dus 6/60 = 0,10 bedraagt. De uurgemiddelde geuremissie wordt dan als volgt berekend: (33,2* √0,10) = 10,5 *106 ouE/h.

3.3.1.3 Berekening geuremissie bedrijfshal – calamiteiten In geval van calamiteiten wordt er tijdelijk extra bedrijfsafval opgeslagen in de hal. Dit zal het geval zijn, wanneer het materiaal niet kan worden afgevoerd, waardoor het langer in de hal wordt opgeslagen dan normaal. De extra opslag betreft een oppervlak van 550 m 2, waardoor dit resulteert in een aanvullende emissie van (550)*0,055 = 30,3 *106 ouE/h. De totale emissie binnen de hal bedraagt dan (87,3+30,3) = 117,6 *10 6 ouE/h. De invloed van de hal zorgt echter voor een emissiereductie van 38% (zie par. 3.2). De hiervoor gecorrigeerde (momentane) emissie bedraagt 117,6*(1-0,38) = 44,7 *106 ouE/h. De hal kan echter worden beschouwd als een fluctuerende bron (zie bijlage B voor een toelichting), die slechts 6 minuten per uur actief is en de uurfractie dus 6/60 = 0,10 bedraagt. De uurgemiddelde geuremissie wordt dan als volgt berekend: (44,7* √0,10) = 14,1 *106 ouE/h. Hoewel de calamiteitenopslag niet het hele jaar zal plaatsvinden, wordt in de berekeningen zekerheidshalve voor de gehele bedrijfsduur (2.860 uur per jaar) uitgegaan van deze emissie. Er is geen sprake van een aanvullende aanvoer in korte tijd om de calamiteitenopslag te vullen, dit past binnen de eerder beschreven aanvoer. Mogelijk dat er wel sprake zal zijn van een verhoogde afvoer, wanneer het bedrijfsafval weer kan worden verwerkt bij de derde partij.

In de berekeningen zal worden gesteld dat er als gevolg van de verhoogde afvoer gedurende een week sprake zal zijn van continu (van 7:00 tot 18:00) geopende deuren. De emissie bedraagt dan 44,7 *106 ouE/h.

3.4 Geuremissie van activiteiten in de buitenlucht Zoals in paragraaf 3.1.3 beschreven zal voor de berekeningen worden gesteld dat alle geurrelevante stromen op het buitenterrein qua geuremissie als groenafval kunnen worden beschouwd. Er wordt uitgegaan van een maximale doorzet geurende afvalstoffen van 5.000 ton per jaar. Op enig moment wordt maximaal op een oppervlakte van 150 m2 geurrelevant afval opgeslagen. Het kengetal voor de opslag bedraagt 0,022 *10 6 ouE/m2/h. De geuremissie van de opslag bedraagt zodoende (150*0,022) = 3,3 *106 ouE/h. Deze emissie treedt op gedurende 8.760 h/j (continu). Per jaar wordt maximaal 5.000 ton geurrelevant afval op het buitenterrein ingenomen. De aanvoer geschiedt per as met vrachten van 1,5 ton. De losduur is ca. 5 min. De capaciteit van het lossen bedraagt zodoende 1,5*(60/5) = 18 ton per uur. De momentane geuremissie die daarbij optreedt, bedraagt 18*0,435 = 7,83*10 6 ouE/h. Vanwege de korte losduur geldt deze bron echter als fluctuerende bron, met een uurfractie van (5/60) = 0,083. De uurgemiddelde emissie wordt als volgt berekend: (7,83*√0,083) = 2,3 *106 ouE/h. Deze emissie treedt op gedurende 5.000/1,5 = 3.333 h/j.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 12 van 36

Voor de afvoer kan een vergelijkbare berekeningswijze worden toegepast, uitgaande van een vrachtgrootte van 25 ton en een laadduur van 10 minuten. De capaciteit van het laden bedraagt 25*(60/10) = 150 ton/h. Daaruit kan een momentane geuremissie worden berekend van (150*0,435) = 65,3 *10 6 ouE/h. De uurfractie bedraagt (10/60) = 0,17. De uurgemiddelde geuremissie wordt dan berekend volgens de formule van fluctuerende bronnen: (65,3* √0,17) = 26,6 *106 ouE/h. Deze emissie treedt op gedurende (5.000/25) = 200 h/j. Een deel van het groenafval (maximaal 500 ton per jaar) wordt verkleind. Dit gebeurt in de buitenlucht. De shredder heeft een capaciteit van ca. 50 ton per uur. Het kengetal voor het verkleinen van groenafval is 2,0 *10 6 ouE/ton. De geuremissie van het verkleinen bedraagt dan 50*2,0 = 100 *106 ouE/h. Deze emissie treedt op gedurende (500/50) = 10 h/j.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 13 van 36

4 Toetsingskader 4.1 Landelijk geurbeleid – Omgevingswet en zorgplicht Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Binnen de Omgevingswet worden geurvoorschriften voornamelijk door gemeenten geregeld binnen het Omgevingsplan. Voor een beperkt aantal specifieke activiteiten, zoals het bedrijven van rioolwaterzuiveringsinstallaties, het houden van landbouwhuisdieren en diverse agrarische activiteiten, geeft het Rijk echter wel instructieregels in het Besluit Kwaliteit Leefomgevin g (Bkl) ten aanzien van geur. Voor de meeste activiteiten geldt echter dat de gemeente zelf bepaalt of en welke regels ze voor geur opneemt in het Omgevingsplan. Wel volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat een gemeente verplicht is om in het omgevingsplan rekening te houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Uit lid 2 van dit artikel volgt tevens dat het o mgevingsplan erin dient te voorzien dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Binnen de Omgevingswet geldt een algemene zorgplicht (artikel 1.6). Deze zorgplicht heeft betrekking op de fysieke leefomgeving en stelt dat een ieder (overheden, burgers én bedrijven) verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving. Daaronder valt ook het zorgdragen voor een aanvaardbaar geurhinderniveau.

Daarnaast bestaat er binnen de Omgevingswet een verbod op het verrichten of nalaten van een activiteit als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan (artikel 1.7a). Bijvoorbeeld een milieuverontreiniging die aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht veroorzaakt. Daarnaast is er ook sprake van een specifieke zorgplicht. Specifieke zorgplichten borduren voort op de algemene zorgplicht, maar zijn concreter. Ze zijn bedoeld om nadelige gevolgen van een milieubelastende activiteit zoveel mogelijk te beperken. Specifieke zorgplichten gelden altijd, ook in situaties waarin meer gedetailleerde regels zijn vastgesteld, bijvoorbeeld in een Omgevingsplan of vergunningsvoorschriften. Voor milieubelastende activiteiten zijn specifieke zorgplichten met betrekking tot het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder vastgelegd in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Een voorbeeld hiervan is, dat degene die verantwoordelijk is voor een activiteit met nadelige gevolgen voor de leefomgeving, de beste beschikbare technieken (BBT) toepast (artikel 2.11 lid 2 c.) en nadelige gevolgen voor de leefomgeving zoveel mogelijk voorkomt of beperkt tot een aanvaardbaar niveau (artikel 2.11 lid 1.a. en b).

Specifieke zorgplichten zijn doorgaans gericht op het behalen van een doel, waarbij er een redelijke mate van vrijheid bestaat om hieraan invulling te geven. Bij onduidelijkheid kunnen meer gedetailleerde regels worden opgesteld, bijvoorbeeld in de vorm van maatwerkvoorschriften in een vergunning. Aanvullende specifieke zorgplichten kunnen ook door gemeenten worden opgenomen in het Omgevingsplan.

4.2 Gebruikelijke toetsingswaarden De kans op geurhinder wordt vaak beoordeeld aan de hand van geurcontouren. Een geurcontour geeft een geurimmissieconcentratie in combinatie met een bepaalde overschrijdingsfrequentie (uitgedrukt als percentielwaarde) weer. Bijvoorbeeld: de contour van 1 ouE/m3 als 98-percentiel vormt de begrenzing van het gebied waarbinnen een geurconcentratie van 1 ouE/m3 méér dan 2% van de tijd (175 h/jr) wordt overschreden.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 14 van 36

Uit de diverse richtlijnen en lokaal beleid blijkt dat de volgende overschrijdingsfrequenties en geurconcentraties gebruikelijk zijn: Geurconcentratie Een geurconcentratie van 1 ouE/m3 is gedefinieerd als de geurconcentratie waarbij van een groep mensen met een gemiddeld reukvermogen (panel geselecteerd volgens NEN-EN 13725) de helft van de mensen de geur nog net kan onderscheiden van geurvrije lucht. Doorgaans liggen de toetsingswaarden in een bereik van 0,5 tot 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. Daarbij geldt 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als strengste toetsingswaarde, waarvan onderbouwd kan worden afgeweken, bijvoorbeeld op basis van de verwachte hinderlijkheid van de geur. De hinderlijkheid kan worden gekwantificeerd door middel van hedonische metingen. Ook het type geurgevoelige bestemming weegt mee in het vaststellen van de toetsingswaarden: aaneengesloten woonbebouwing geniet de hoogste mate van bescherming, waar er voor bijvoorbeeld verspreid liggende woningen ruimere toetsingswaarden aanvaardbaar worden geacht. Overschrijdingsfrequentie Voor continue bronnen wordt doorgaans volstaan met toetsing aan de 98-percentielwaarde. Kortdurende emissies kunnen leiden tot kortdurende maar hoge immissies.

Voor dergelijke bronnen geeft toetsing aan de 98-percentielwaarde onvoldoende inzicht in de geurbelasting van de omgeving en is het gebruikelijk om hogere percentielen (99,5-, 99,9- en 99,99-percentiel) in beeld te brengen. De mate van onzekerheid neemt toe bij hogere percentielwaarden.

4.3 Gelders geurbeleid Het geurbeleid van de Provincie Gelderland is verwoord in het document ‘Rectificatie: Beleidsregel geur voor milieubelastende activiteiten niet-veehouderijen Gelderland 2024’5. Het Gelders beleid maakt onderscheid naar de aard van de geur, die wordt geclassificeerd in zeer hinderlijk, hinderlijk, minder hinderlijk en niet hinderlijk; de categorie hinderlijk wordt als standaard beschouwd. Op basis van de hinderlijkheid van de geur worden streef-, richt- en grenswaarden gesteld. Bij bestaande situaties zijn de richt- en grenswaarde bepalend, in nieuwe situaties de streef- en richtwaarde. De hinderlijkheidsklasse wordt bepaald aan de hand van een combinatie van factoren, zoals de hedonische waarde, beoordelingen van vergelijkbare processen bij het bedrijf of elders en ontvangen hindersignalen. Voor de geuren van het bedrijf wordt er vanuit gegaan dat deze vallen in de categorie hinderlijk en dat derhalve het standaard toetsingskader van toepassing is. Afwijken van het standaard toetsingskader kan op basis van de hedonische waarde, die een maat is voor de hinderlijkheid van een geur. Hedonische waarden worden vastgesteld door middel van metingen. Volgens het Gelders geurbeleid dient daarom het toetsingskader gehanteerd te worden, welke hieronder in tabel 5 is samengevat.

Omdat een aantal bronnen slechts gedurende een beperkt aantal uren per jaar in bedrijf is, zal niet alleen worden getoetst aan de 98-percentielwaarden (geschikt voor het toetsen van continue bronnen) maar ook aan hogere percentielwaarden (geschikt voor piekemissies).

5

Provinciaal Blad 1388 van 1 februari 2024 – zaaknummer 2016-009302

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 15 van 36

Tabel 4: Standaard toetsingskader [ouE/m3] voor Ter Horst Varsseveld Percentiel

Categorie A

Categorie B

Categorie C

streefwaarde

richtwaarde

bovenwaarde

streefwaarde

richtwaarde

bovenwaarde

streefwaarde

richtwaarde

bovenwaarde

98

0,15

0,5

1,5

0,5

1,5

5

1,5

5

15

99,5

0,3

1

3

1

3

10

3

10

30

99,9

0,6

2

6

2

6

20

6

20

60

Er worden vier categorieën geurgevoelige objecten gedefinieerd: •

categorie A: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie “wonen”;

•

categorie B: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie “werken”;

•

categorie C: verblijfsobjecten, niet zijnde woningen of vergelijkbare objecten, gelegen in gebiedscategorie wonen of werken;

•

categorie D: verblijfsobjecten gelegen op een industrieterrein op de gronden die zijn bestemd voor bedrijven in categorie 4 of hoger conform de VNG brochure Bedrijven en Milieuzonering.

Verspreid liggende woningen in het buitengebied worden aangemerkt als geurgevoelige objecten categorie A. In specifieke gevallen kunnen GS deze woningen echter aanmerken als geurgevoelige objecten categorie B. Voor categorie D objecten wordt het aanvaardbaar geurhinderniveau vastgesteld op het niveau dat bereikt kan worden door het treffen van redelijke maatregelen. Voor nieuwe bronnen wordt het aanvaardbaar hinderniveau vastgesteld op de streefwaarde, of zoveel lager als mogelijk is. Het is mogelijk hiervan gemotiveerd af te wijken tot ten hoogste de richtwaarde. Voor bestaande activiteiten wordt het aanvaardbaar hinderniveau vastgesteld op de richtwaarde, of zoveel lager als mogelijk is. Het is mogelijk hiervan gemotiveerd af te wijken tot ten hoogste de bovenwaarde. Daar bij Ter Horst sprake is van bestaande activiteiten, waarvan de geuremissie weliswaar niet eerder werd berekend, wordt het aanvaardbaar hinder niveau vastgesteld op de richtwaarde.

4.4 De omgeving Figuur a op de volgende pagina geeft de ligging van het bedrijf weer. Het bedrijfsterrein is geel gemarkeerd en de bestaande bedrijfshal/opslaghal is groen gemarkeerd. Het bedrijf is gelegen op een bedrijventerrein, waarop enkele woningen in de vorm van lintbebouwing gelegen zijn (ten noorden van Ter Horst, blauw gemarkeerd). Deze woningen kunnen vanwege de ligging op een bedrijventerrein gerekend worden tot categorie B objecten. Ten zuiden van het industrieterrein zijn enkele verspreid liggende (bedrijfs)woningen gelegen (blauw gemarkeerd), in een gebied met een agrarische bestemming (‘Agrarisch met waarden’ 6). Gezien de ligging van deze woningen ten opzichte van het bedrijventerrein en de agrarische

6

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1509.BP000100-VA02/r_NL.IMRO.1509.BP000100VA02.html#_4_Agrarischmetwaarden

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 16 van 36

bestemming van dit gebied kunnen deze woningen naar de mening van Olfasense gerekend worden tot categorie B objecten. De meest nabijgelegen woningen buiten het bedrijventerrein, die kunnen worden gerekend tot categorie A objecten, zijn rood weergegeven.

Figuur a De ligging van Ter Horst te Varsseveld

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 17 van 36

5 De geurbelasting van de omgeving 5.1 Verspreidingsmodel De geurbelasting van de omgeving rondom de bronnen wordt berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het Nieuw Nationaal Model (NNM). De gebruikte pc-applicatie is Geomilieu V2024. Het Nieuw Nationaal Model beschrijft het transport en de verdunning van stoffen in de atmosfeer op basis van het Gaussisch pluimmodel. Het betreft een ‘lange termijn’ berekening en de beschouwde periode bedraagt daarom ten minste een jaar. De gebruikte meteorologische gegevens bestaan uit uurgemiddelde gegevens van onder meer de windrichting, de windsnelheid, de zonne-instraling en de temperatuur. Het NNM berekent op verschillende roosterpunten de immissieconcentratie voor elk afzonderlijk uur van de beschouwde periode. Hieruit wordt berekend gedurende welk percentage van de jaarlijkse uren (de overschrijdingsfrequentie) een bepaalde uurgemiddelde immissieconcentratie wordt overschreden. Het resultaat wordt weergegeven in de vorm van geurcontouren.

5.2 Invoergegevens Invoergegevens voor het verspreidingsmodel zijn bronkenmerken zoals de geuremissie en de emissieduur en omgevingskenmerken. Een overzicht van de brongegevens is opgenomen in bijlage C. Voor wat betreft gebied(en) A-B is het aantal emissie-uren van de activiteiten die hier plaatsvinden gelijk verdeeld over de twee vlakken. De geuremissie van de opslag van de diverse afvalstromen die plaatsvindt op gebied(en) B is verdeeld over de twee vlakken. Thermische en impulsstijging. Voor de meeste bronnen geldt dat warmte-inhoud en kinetische flux niet relevant zijn. Voor de emissie van de hal en de activiteiten in de buurt van de hal is gerekend met gebouwinvloed. Emissiepatroon. Voor het uitvoeren van de berekeningen kan worden gekozen voor een eenvoudig of gedetailleerd emissiepatroon. Bij een eenvoudig emissiepatroon worden de uren op jaarbasis ingevoerd en maakt het model bij niet-continue bronnen een random verdeling van de uren. Bij een gedetailleerd emissiepatroon worden de specifieke uren van de dag, dagen van de week en maanden van het jaar ingevoerd. Er is voor Ter Horst gerekend met een gedetailleerd emissiepatroon. In de tabel op de volgende pagina is de invoer weergegeven, waarbij wordt opgemerkt dat dit slechts een modelmatige benadering is van de werkelijkheid.

In de praktijk kunnen activiteiten op een andere dag in de week plaatsvinden wanneer bijvoorbeeld voor alleen emissie op maandagen is gekozen. Er is een zo nauwkeurig mogelijke benadering van de werkelijkheid gekozen.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 18 van 36

Tabel 5: Overzicht ingevoerde emissiepatronen Bron

Berekende emissieduur

Emissiepatroon

Emissieduur in het model

[h/jr]

[h/jr]

Bedrijfshal - normale omstandigheden - Afvoer tijdens calamiteiten

2.860 55

Maandag t/m vrijdag, 07:00-18:00 maandag en woensdag, 7:00 – 14:00, mei

2.867 62

Opslag afval buitenterrein

8.760

Alle uren

8.760

Aanvoer afval buitenterrein - locatie 1 - loicatie 2

1.667 1.667

Maandag t/m vrijdag, 07:00-14:00 Maandag t/m vrijdag, 11:00-18:00

1.825 1.825

Afvoer afval buitenterrein - locatie 1 - loicatie 2

100 100

Maandag, 10:00-12:00 Maandag, 13:00-15:00

104 104

Verkleinen groenafval

10

Vrijdag, 09:00-10:00 maanden jan, feb, mrt en april

16

De uitvoerbestanden van Geomilieu (voor zover relevant) zijn opgenomen in bijlage C.

5.3 Resultaten van de verspreidingsberekeningen Op de volgende pagina zijn de contouren weergegeven van 0,15; 0,5; 1,5 en 5 ouE/m3 als 98percentielwaarde (figuur b). De waarden van 0,15; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde gelden als respectievelijk de streef-, richt- en bovenwaarde voor categorie A geurgevoelige objecten (‘wonen’). De waarden van 0,5; 1,5 en 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde gelden als streef- richt- en bovenwaarde voor categorie B geurgevoelige objecten (‘werken’). In figuur c zijn de contouren weergegeven van 0,3; 1; 3 en 10 ouE/m3 als 99,5-percentielwaarde. De waarden van 0,3; 1 en 3 ouE/m3 als 99,5-percentielwaarde gelden als respectievelijk de streef-, richt- en bovenwaarde voor categorie A geurgevoelige objecten (‘wonen’). De waarden van 1; 3 en 10 ouE/m3 als 98-percentielwaarde gelden als streef- richt- en bovenwaarde voor categorie B geurgevoelige objecten (‘werken’). Tenslotte zijn in figuur d de contouren weergegeven van 0,6; 2; 6 en 20 ouE/m3 als 99,9percentielwaarde. De waarden van 0,6; 2 en 6 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde gelden als respectievelijk de streef-, richt- en bovenwaarde voor categorie A geurgevoelige objecten (‘wonen’). De waarden van 2; 6 en 20 ouE/m3 als 98-percentielwaarde gelden als streef- richt- en bovenwaarde voor categorie B geurgevoelige objecten (‘werken’).

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 19 van 36

Figuur b Geurcontouren van 0,15; 0,5; 1,5 en 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van Ter Horst te Varsseveld in de aangevraagde situatie

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 20 van 36

Figuur c Geurcontouren van 0,3; 1; 3 en 10 ouE/m3 als 99,5-percentielwaarde als gevolg van Ter Horst te Varsseveld in de aangevraagde situatie

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 21 van 36

Figuur d Geurcontouren van 0,6; 2; 6 en 10 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde als gevolg van Ter Horst te Varsseveld in de aangevraagde situatie

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 22 van 36

5.4 Resultaten op de toetspunten In onderstaande tabel is het resultaat van de berekeningen weergegeven op de toetspunten.

5.5 Bespreking van de resultaten Uit de verspreidingsberekeningen blijkt dat er binnen de contouren van de streefwaarden voor categorie A geurgevoelige objecten (de groene contouren: 0,15 ouE/m3 als 98-percentiel, 0,3 ouE/m3 als 99,5-percentiel en 0,6 ou E/m3 als 99,9-percentiel) geen woningen zijn gelegen die vallen onder deze categorie (woningen in gebiedscategorie ‘wonen’). Binnen de contouren van de streefwaarden voor categorie B geurgevoelige bestemmingen ( de rode contouren: 0,5 ouE/m3 als 98-percentiel, 1 ou E/m3 als 99,5-percentiel en 2 ouE/m3 als 99,9percentiel) zijn enkele van de meest nabij gelegen woningen op het bedrijventerrein gelegen. Binnen de richtwaarden voor categorie B geurgevoelige bestemmingen (blauwe contouren: 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel, 3 ou E/m3 als 99,5-percentiel en 6 ou E/m3 als 99,9-percentiel) zijn geen geurgevoelige bestemmingen gelegen, deze contouren reiken niet of nauwelijks buiten de terreingrenzen. Daarmee wordt op de meest nabij gelegen woningen na aan de streefwaarden voldaan, ter plaatse van de woningen op het bedrijventerrein worden deze streefwaarden net overschreden maar wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarden.

De streefwaarden voor categorie C bestemmingen (de blauwe contouren) reiken niet of nauwelijks tot buiten het eigen bedrijfsterrein; er zijn derhalve geen categorie C bestemmingen gelegen binnen de streefwaarden voor deze categorie, waarmee voor deze categorie ruimschoots kan worden voldaan. Aangezien bij Ter Horst in de aangevraagde situatie sprake is van slechts wat verschuivingen van de bestaande activiteiten is een geurbelasting tot aan de richtwaarden aanvaardbaar. Eventueel zou daar zelfs gemotiveerd van kunnen worden afgeweken tot de grenswaarde. Daar is echter geen aanleiding toe, omdat aan alle richtwaarden wordt voldaan. Daarmee is de geurbelasting in de omgeving, als gevolg van de activiteiten in de aangevraagde situatie, aanvaardbaar.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 23 van 36

6 Beste Beschikbare Technieken (BBT) 6.1 Algemeen Gelet op de zorgplicht volgens de Omgevingswet dienen nadelige gevolgen van een milieubelastende activiteit zoveel mogelijk te worden beperkt. In het geurbeleid van de Provincie Gelderland wordt voorts gesteld dat het aanvaardbaar geurhinderniveau wordt vastgesteld op vastgestelde toetsingswaarden of ‘zoveel lager als met toepassing van de beste beschikbare technieken haalbaar is’. Welke Beste Beschikbare Technieken (BBT) voor Ter Horst van toepassing zijn, is beschreven in de BREFs: Europese afspraken waarin staat beschreven wat de meest milieuvriendelijke technieken zijn die een bedrijf kan toepassen. Voor Ter Horst is de BREF Afvalbehandeling (voor wat betreft geur) van toepassing. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voor Ter Horst van toepassing zijnde BBT’s wat betreft geur, waarvoor de BBT conclusies zijn beschouwd.

6.2 BBT 10 Periodieke monitoring van de geuremissie In BBT 10 wordt aangegeven dat in het geval van (verwachte) geurhinder bij geurgevoelige receptoren, de geuremissie periodiek gemonitord moet worden, bijvoorbeeld door middel van metingen. Gezien het feit dat sprake is van een bestaande situatie, waarbij de verspreidingsberekeningen laten zien dat er sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau (en er ter plaatse van de meest geurgevoelige bestemmingen zelfs aan de streefwaarden kan worden voldaan), is er geen noodzaak tot periodieke monitoring.

6.3 BBT 12 Geurbeheerplan Als onderdeel van het milieubeheersysteem dient een geurbeheerplan te worden opgesteld, met daarin onder meer protocollen hoe om te gaan met geurklachten en incidenten en hoe de geuremissie zoveel mogelijk te beperken. Deze BBT is van toepassing wanneer geurhinder wordt verwacht. De verspreidingsberekeningen laten zien dat er sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau, waardoor een aanvullend geurbeheerplan niet nodig is. Uiteraard wordt de geuremissie beperkt door activiteiten en opslag van geurgevoelige stromen zoveel mogelijk inpandig plaats te laten vinden.

6.4 BBT 13 Geuremissie minimaliseren Om de geuremissie als gevolg van afvalbehandeling te minimaliseren worden de volgende technieken voorgesteld: •

De verblijftijd van geurende stromen zoveel mogelijk beperken

Alle geurrelevante stromen bij Ter Horst worden zo snel mogelijk overgeslagen. •

Chemische behandeling

Indien er sprake is van gekanaliseerde emissies, kan het toepassen van een geurreducerende techniek, als bijvoorbeeld een gaswasser, de geuremissie beperken. Er is geen sprake van gekanaliseerde emissies. •

Optimalisatie aerobe behandeling van vloeibare afvalstromen

Er is bij Ter Horst geen sprake van aerobe behandeling van vloeibare afvalstromen

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 24 van 36

6.5 BBT 14 Voorkomen van diffuse emissies Er worden in BBT 14 diverse maatregelen genoemd om diffuse emissies te voorkomen, die voor zover mogelijk allemaal zijn toegepast bij Ter Horst: de meest geurrelevante activiteiten vinden inpandig plaats, waar de deuren bovendien zoveel mogelijk gesloten worden gehouden om diffuse emissies te voorkomen.

6.6 BBT 33 Selectie van afval input BBT 33 stelt: de BBT om geuremissies te verminderen en de algehele milieuprestaties te verbeteren, is om de afvalinput te selecteren. Bij Ter Horst is een een afvalstoffenoverzicht en een handboek AV-beleid waarin is opgenomen welke euralcodes worden geaccepteerd. Daarnaast is expliciet gekozen om geurende activiteiten (zoals het verkleinen van bedrijfsafval) niet aan te vragen.

6.7 BBT 34 Reduceren van gekanaliseerde emissies Er worden diverse technieken genoemd om de gekanaliseerde emissies te beperken bij de biologische behandeling van afval. Bij Ter Horst is geen sprake van biologische behandeling, dus deze BBT is niet van toepassing.

6.8 BBT 37 Voorkomen van diffuse emissies bij open lucht activiteiten In BAT 37 worden maatregelen genoemd om diffuse emissies bij de biologische behandeling van afval in de open lucht te voorkomen. Hier is geen sprake van bij Ter Horst.

6.9 BBT 38 en verder In BBT 38 en verder worden maatregelen genoemd voor processen die niet bij Ter Horst worden toegepast, waardoor deze niet verder worden beschreven; algemeen zijn de daarin genoemde maatregelen een herhaling van of verwijzing naar eerder genoemde maatregelen.

6.10 Conclusies BBT Uit bovenstaande beschouwing blijkt dat Ter Horst reeds diverse maatregelen heeft getroffen om geuremissie en geurhinder te beperken, waaronder alle in de BBT-conclusies genoemde maatregelen. Er zijn derhalve geen aanvullende maatregelen die kunnen worden getroffen om de geuremissie of –immissie nog verder te beperken.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 25 van 36

7 Samenvatting en conclusies In opdracht van Exploitatiemaatschappij J. ter Horst B.V. (hierna: Ter Horst) is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd ten behoeve van een revisievergunningaanvraag voor Ter Horst, locatie Varsseveld. Op de locatie te Varsseveld is in de huidige situatie de op- en overslag van een grote diversiteit aan afvalstromen vergund. Het geurrapport bij de vigerende vergunning heeft het kenmerk HORS13B17. De capaciteit van alle afvalstromen gezamenlijk blijft in de aangevraagde situatie gelijk aan de capaciteit in de vergunde situatie. Er treden echter wel verschuivingen op in de verdeling van deze capaciteit over de verschillende afvalstromen. Dit betekent, dat de doorzet van het overgrote deel van de geurrelevante stromen afneemt. Van een enkele afvalstroom neemt de doorzet gering toe. De opslagcapaciteit neemt van alle geurrelevante stromen af. In de vergunde situatie werden alleen de activiteiten met GFT en grijs huishoudelijk afval als relevant aangemerkt. Bedrijfsafval, groenafval, verontreinigde grond, flessenglas, veegvuil en rioolslib werden in de vergunde situatie al op- en overgeslagen binnen de inrichting, maar niet als geurrelevant beschouwd. Voor de revisievergunningaanvraag zijn de activiteiten met deze afvalstromen wel als relevante bronnen van geur aangemerkt.

De geuremissie in de aangevraagde situatie is in kaart gebracht op basis van kengetallen. Op basis daarvan is vervolgens de geurbelasting in de omgeving berekend, met behulp van het Nieuw Nationaal Model voor de verspreiding van luchtverontreiniging, en getoetst conform het geurbeleid van de provincie Gelderland. Uit de resultaten van de verspreidingsberekeningen blijkt, dat voor wat betreft alle berekende percentielen ruimschoots wordt voldaan aan de richtwaarden, ter plaatse van de meest geurgevoelige bestemmingen (Categorie A geurgevoelige objecten) kan zelfs aan de streefwaarden worden voldaan. Ook ter plaatse van Categorie C geurgevoelige objecten kan worden voldaan aan de streefwaarden. In de aangevraagde situatie is sprake van bestaande activiteiten, weliswaar met wat geringe wijzigingen (hoofdzakelijk afnames) in de capaciteiten van de verschillende afvalstromen. De totale verwerkingscapaciteit van Ter Horst blijft gelijk. Zodoende is in de aangevraagde situatie sprake van een aanvaardbaar hinderniveau. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau.

7

‘Geuronderzoek Exploitatiemaatschappij J. Ter Horst B.V. te Varsselveld’, december 2013, kenmerk: HORS13B1

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 26 van 36

Bijlagen

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 27 van 36

Bijlage A

Plattegrond van de inrichting

Figuur e Plattegrond van de inrichting (verdeeld in gebieden A t/m F)

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 28 van 36

Figuur f Locatie nieuwe bedrijfshallen

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 29 van 36

Bijlage B

Fluctuerende bronnen

Bronnen die binnen een uur afwisselend wel en niet actief zijn, worden ‘fluctuerende’ bronnen genoemd. Een voorbeeld hiervan is het lossen van een vrachtwagen, dat per keer meestal korter dan 5 minuten duurt en verspreid over de dag plaatsvindt. In de beschikbare verspreidingsmodellen wordt gerekend met hele uren en de gebruikte meteorologische gegevens zijn uurgemiddelden. Om een fluctuerende bron zó in het verspreidingsmodel op te nemen dat de immissiesituatie niet wordt over- of onderschat, moet de emissie worden omgerekend naar een zogenaamde ‘uurgemiddelde’ emissie 8. Voor de omrekening van de geuremissie van een fluctuerende bron naar een uurgemiddelde emissie wordt de volgende formule 9 toegepast: Euurgemiddeld = Emomentaan * f1/2

formule i

waarin: Euurgemiddeld

[ouE/h]

Emomentaan [ouE/h]

= momentane geuremissie tijdens de uurfractie f

f

= uurfractie waarbinnen de momentane geuremissie E fractie optreedt.

[-]

= uurgemiddelde geuremissie

De emissieduur waarin E uurgemiddeld optreedt, wordt gelijk gesteld aan het aantal hele uren waarin de fluctuerende bron actief is. Een voorbeeld: De geuremissie Emomentaan tijdens het lossen van een vrachtwagen bedraagt 100 *106 ouE/h. Het lossen vindt dagelijks plaats tussen 7 h en 19 h, dus verspreid over 12 uur. Per werkdag lossen gemiddeld 36 vrachtwagens hun lading in gemiddeld 5 minuten per keer. Per uur lossen dus 3 vrachtwagens hun lading en treedt gedurende 15 minuten (3 maal 5 minuten) de geuremissie van 100 *106 ouE/h op. De uurfractie f is gelijk aan 15 minuten per 60 minuten, ofwel 1/4. Hieruit volgt: Euurgemiddeld = Emomentaan * f1/2 = 100 *106 ouE/h * (1/4) 1/2 = 50 *106 ouE/h. Deze uurgemiddelde emissie treedt op gedurende 12 uur per dag, ofwel 4.380 h/jr.

8

‘Toepassing stankconcentratienorm op discontinue en fluctuerende bronnen’, Publicatiereeks lucht nr. 82.

9

De hier gebruikte notatie wijkt af van die in de Publicatiereeks lucht, de uitkomst van de formule is gelijk.

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 30 van 36

Bijlage C

Scenariobestand verspreidingsberekeningen STACKS+ V2024.2 Release 2024-09-16

imodus= n u10= n u102= n u103= n u104=

1 0 0 0 0

runidentificatie GM-STACKS-Geur-2005 Stof-identificatie:

Geur

start datum/tijd: 3-1-2025 12:11:23 datum/tijd journaal bestand: 3-1-2025 12:14:31 BEREKENINGRESULTATEN

Percentielen voor 1-uurgemiddelde concentraties In het percentielenbestand is aangegeven op hoeveel uur(blokken) de percentielwaarden betrekking hebben, de hoge percentielen kunnen bij een gering aantal berekeningsuren daardoor minder nauwkeurig zijn! (laatste regel in percentielbestand) Berekening uitgevoerd met alle meteo uit Presrm! Meteo Schiphol en Eindhoven, vertaald naar locatiespecifieke meteo De locatie waarop de achtergrondconcentratie (en meteo) is bepaald : 229564 439319 opgegeven emissie-bestand C:\Users\scanner\AppData\Local\Temp\GEOMILIEU\Calc\CORE_0\Model_30\emis.dat Alleen bron(nen)-bijdragen berekend!

Doorgerekende (meteo)periode Start datum/tijd: 1- 1-2005 1:00 h Eind datum/tijd: 31-12-2014 24:00 h Historische berekeningen: 2005 Aantal berekenings-uren : 87648 Aantal meteo-uren waarmee gerekend is

:

87648

De windroos: frekwentie van voorkomen van de windsektoren(uren, %) op receptorlokatie met coordinaten: 229564 439319 gem. windsnelheid, neerslagsom sektor(van-tot) uren % ws neerslag(mm) windstil

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

pagina 31 van 36

1 (-15- 15): 4532.0 5.2 2 ( 15- 45): 5411.0 6.2 3 ( 45- 75): 7014.0 8.0 4 ( 75-105): 4246.0 4.8 5 (105-135): 4708.0 5.4 6 (135-165): 5877.0 6.7 7 (165-195): 9766.0 11.1 8 (195-225): 13691.0 15.6 9 (225-255): 12714.0 14.5 10 (255-285): 8750.0 10.0 11 (285-315): 5899.0 6.7 12 (315-345): 5040.0 5.8 gemiddeld/som: 0.0

3.1 3.4 3.6 2.9 2.7 2.9 3.5 4.2 4.4 3.7 3.2 3.2 3.6

280.30 205.60 236.60 286.25 317.90 508.00 918.75 1192.30 1463.10 1302.15 661.25 524.20 7896.40

lengtegraad: : 5.0 breedtegraad: : 52.0 Bodemvochtigheid-index: 1.00 Albedo (bodemweerkaatsingscoefficient):

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0.20

Percentielen voor 1-uurgemiddelde concentraties In het percentielenbestand is aangegeven op hoeveel uur(blokken) de percentielwaarden betrekking hebben, de hoge percentielen kunnen bij een gering aantal berekeningsuren daardoor minder nauwkeurig zijn! (laatste regel in percentielbestand) Aantal receptorpunten 62 Terreinruwheid receptor gebied [m]: 0.3700 Terreinruwheid [m] op meteolokatiein windgegevens verwerkt Hoogte berekende concentraties [m]: 1.5 Gemiddelde veldwaarde concentratie [ouE/m3]: 0.01505 hoogste gem. concentratiewaarde in het grid: 0.07479 Hoogste uurwaarde concentratie in tijdreeks: 17.93494 Coordinaten (x,y): 229400, 439300 Datum/tijd (yy,mm,dd,hh): 2006, 12, 25, 11 Aantal bronnen

:

9

********* Brongegevens van bron : 1 ** OPPERVLAKTEBRON ** [Oppervlaktebron 10] "Opslag B, Opslag groenafval en..." X-positie van de bron [m]: 229479 Y-positie van de bron [m]: 439287 kortste zijde oppervlaktebron [m] : 110.1 langste zijde oppervlaktebron [m] : 26.6 Hoogte oppervlaktebron is : 1.5 Orientatie oppervlaktebron [graden]: 2.0 Aantal bedrijfsuren: 87648 (Bedrijfsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrijfsuren: (ouE/s) gemiddelde emissie over alle uren: (ouE/s) cumulatieve emissie over alle voorgaande bronnen: (ouE/s) uren ( 87648) *********

Brongegevens van bron

Olfasense B.V. • HORS24A1 • 3 januari 2025

:

458 458 458.0 over alle

2

pagina 32 van 36

** OPPERVLAKTEBRON **

[Oppervlaktebron 21] "Opslag B, Opslag groenafval en..."

X-positie van de bron [m]: 229653 Y-positie van de bron [m]: 439302 kortste zijde oppervlaktebron [m] : 99.6 langste zijde oppervlaktebron [m] : 73.3 Hoogte oppervlaktebron is : 1.5 Orientatie oppervlaktebron [graden]: 2.0 Aantal bedrijfsuren: 87648 (Bedrijfsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrijfsuren: (ouE/s) gemiddelde emissie over alle uren: (ouE/s) cumulatieve emissie over alle voorgaande bronnen: (ouE/s) uren ( 87648)

458 458 916.0 over alle

********* Brongegevens van bron : 3 ** BRON PLUS GEBOUW ** [Schoorsteen 4] "Hal , Inpandige activiteiten -..." X-positie van de bron [m]: 229524 Y-positie van de bron [m]: 439375 langste zijde gebouw [m]: 51.8 kortste zijde gebouw [m]: 36.4 Hoogte van het gebouw [m]: 13.0 Orientatie gebouw [graden] : 99.5 x_coordinaat van gebouw [m]: 229505 y_coordinaat van gebouw [m]: 439371 Schoorsteenhoogte (tov maaiveld) [m]: 2.0 Inw. schoorsteendiameter (top): 0.39 Uitw. schoorsteendiameter (top): 0.49 Gem. volumeflux over bedrijfsuren (Nm3/s) : 0.00500 Gem. uittree snelheid over bedrijfsuren (m/s) : 0.04370 Temperatuur rookgassen (K) : 285.00 Gem. warmte emissie over bedrijfsuren (MW) : 0.000 **Warmte emissie voor deze bron constante - ingelezen - waarde** Aantal bedrijfsuren: 28688 (Bedrijfsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrijfsuren: (ouE/s) 3925 gemiddelde emissie over alle uren: (ouE/s) 1285 cumulatieve emissie over alle voorgaande bronnen: (ouE/s) 2200.7 over alle uren ( 87648) ********* Brongegevens van bron : 4 ** PUNTBRON ** [Schoorsteen 11] "GA aanvoer, aanvoer groenafval" X-positie van de bron [m]: 229476 Y-positie van de bron [m]: 439286 Schoorsteenhoogte (tov maaiveld) [m]: 1.5 Inw. schoorsteendiameter (top): 0.30 Uitw. schoorsteendiameter (top): 0.40 Gem. volumeflux over bedrijfsuren (Nm3/s) : 0.00500 Gem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5063/documents/34095