Bijlage 2.4 - 3, NPRD 1e trechtering - QA - 12 nov 2024.pdf
Tekst van het document
NPRD OKTOBER-NOVEMBER 2024 Q&A ALGEMEEN Vanuit de kamerbrief [concept]: Q: Wat betekent het als een locatie niet verder wordt onderzocht? (a) Wat houdt dit in? Voor deze locaties geldt dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief te worden opgenomen in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie.
In het planMER (hierin worden de effecten van de uitbreidingsplannen van Defensie op milieu en omgeving weergegeven) worden alle alternatieve locaties van de verschillende ruimtelijke behoeften onderzocht op alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. De nu beschikbare uitkomsten van het planMER laten zien dat realisatie vanuit één of meerdere aspecten van de leefomgeving niet voor de hand ligt op sommige locaties. Dat geldt ook voor de locatie in uw gemeente/omgeving. Voor deze locatie geldt dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie te worden opgenomen.
(b) Welke vervolgstappen zijn nu nog voor mij/mijn regio van belang? De locatie in uw gemeente/omgeving valt nog niet definitief af. Q: Wat betekent het als een locatie wel verder wordt onderzocht? (a) Wat houdt dit in? Voor deze locaties geldt dat er verder, verdiepend onderzoek plaatsvindt of deze locaties als voorkeursalternatief opgenomen kunnen worden in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie.
In het planMER (hierin worden de effecten van de uitbreidingsplannen van Defensie op milieu en omgeving weergegeven) worden alle alternatieve locaties van de verschillende ruimtelijke behoeften onderzocht op alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. De nu beschikbare uitkomsten van het planMER laten zien dat realisatie op de locatie in uw omgeving nog steeds een optie is.
(b) Wat zijn nu de vervolgstappen? Voor de locatie in uw gemeente/in uw omgeving geldt dat hier nog verder, verdiepend onderzoek op plaatsvindt. Q: Wanneer is er meer duidelijkheid? Dat komt naar verwachting (voorjaar) 2025, Defensie presenteert alle voorkeursalternatieven aan het kabinet. Het kabinet beslist uiteindelijk welke uitbreidingen Defensie kan uitvoeren. Daarbij weegt het kabinet de ruimtebehoeften van Defensie af tegen die van andere departementen. Denk aan woningbouw, windmolenparken, land- en natuurgebieden.
Q: Eerder is (aan mij) gecommuniceerd dat er locaties zouden afvallen, op basis van kansrijk/niet kansrijk. Hoe verhoudt dit zich tot ‘niet verder onderzochte locatie’? Met de omschrijving ‘kansrijk/niet kansrijk’ is bedoeld dat o.b.v. het planMER onderzoek realisatie op die locatie niet kansrijk wordt geacht. Daarom worden deze locaties ook niet verder onderzocht. De locaties die Defensie nu als niet kansrijk beoordeelt, worden niet verder onderzocht. In deze fase van het NPRD is het nog niet mogelijk om alternatieve locaties definitief te laten afvallen. Dit kan pas als de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie definitief wordt vastgesteld door het kabinet in het voorjaar van 2025. De reden hiervoor is dat bij het verschijnen van het planMER voor iedereen inzichtelijk moet zijn hoe alle alternatieve locaties die in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en de Nota van Antwoord zijn opgenomen, zijn beoordeeld. Het planMER moet dus aansluiten bij de door het kabinet vastgestelde NRD voor alle alternatieve locaties. De reden dat we nu deze lijst publiceren, is dat bij veel betrokkenen een grote behoefte bestaat om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen als een locatiealternatief niet verder wordt onderzocht (de zogenaamde eerste trechtering). Ook met de Tweede Kamer is afgesproken hier zo snel mogelijk over te communiceren.
Q: Op basis waarvan zijn er nu locaties aangegeven als ‘niet verder te onderzoeken’ locaties? Dit is gebeurd op basis van alle nu beschikbare onderzoeksresultaten in het planMER. Hierin worden alle alternatieve locaties van de verschillende ruimtelijke behoeften onderzocht op alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. Daaruit bleek dat de realisatie van de ruimtelijke behoeften vanuit één of meer aspecten van leefbaarheid (zoals geluid, natuur, woningen, etc) niet voor de hand ligt. Q: Hoe is de selectie gegaan? Op basis van planMER resultaten uit de onderzoekscriteria zoals benoemd in het NRD (aangevuld met de uitbreiding van de onderzoeksthema’s zoals benoemd in de Nota van Antwoord en Nota van Reactie). De onderzoeksresultaten worden begin volgend jaar openbaar met de publicatie van het planMER en de ontwerp Nationale Beleidsvisie
Q: Waarom publiceert het Ministerie van Defensie welke locaties nu niet verder onderzocht worden, als dit nog geen definitief uitsluitsel geeft? In de provinciale bijeenkomsten bleek bij veel bezoekers een grote behoefte te bestaan om zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen als een locatie-alternatief in het vervolgproces niet verder wordt onderzocht, de zogenaamde eerste trechtering. Zij gaven aan dat juist de onzekerheid over hun situatie datgene is waar ze zich grote zorgen over maken. Daarom maakt Defensie nu bekend welke locaties niet meer verder onderzocht worden. Defensie beseft overigens dat dit nog geen absolute duidelijkheid biedt. Voor deze locaties geldt wel dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie te worden opgenomen. Q: U schrijft in de Kamerbrief dat u veel heeft geleerd van de (bestuurlijke) gesprekken en informatiebijeenkomsten; wat heeft u hier dan van geleerd?
In de eerste plaats bleek in deze gesprekken er een grote behoefte te bestaan om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen als een locatie-alternatief in het vervolgproces niet verder wordt onderzocht. Ten tweede willen bewoners en bestuurders hier graag rechtstreeks over worden geïnformeerd. Bezoekers van de informatiebijeenkomsten gaven aan dat juist de onzekerheid over hun situatie datgene is waar ze zich grote zorgen over maken. Op basis hiervan verrijkt en verscherpt Defensie zijn aanpak. Onder andere: om zo snel mogelijk onzekerheid weg te nemen delen we in deze fase wat er niet verder wordt onderzocht, informeren we betrokken ambtenaren bij gemeenten en provincies over het proces en de communicatie en sturen we kaveleigenaren brieven naar alle locaties waar het direct ruimtegebruik betreft.
Q: Kunnen locaties, die nu niet verder onderzocht worden, weer terug op de lijst komen? Vanuit de onderzoeksresultaten blijkt dat ze in de ontwerp beleidsvisie (zeer waarschijnlijk) niet als voorkeursalternatief zullen worden aangeboden aan het kabinet. Dus locaties die niet langer in onderzoek zijn worden geen voorkeurslocatie, maar uiteindelijke besluitvorming is zeker nog aan het kabinet.
Specifieke situaties: Q: Waarom wordt er voor de munitieopslag locaties in Groningen een uitzondering gemaakt in het planologisch proces ten opzichte van andere opgaven en zoekgebieden? Kunnen andere locaties /ander opgaven die ook schrijnend lijken ook een beroep doen op deze uitzondering op het proces en vervroegd afvallen? Voor deze drie locaties geldt dat bij een keuze voor een van deze locaties bewoners van woningen die recent zijn versterkt of waarvan de plannen voor versterking in een vergevorderd stadium zijn, hun woning opnieuw zouden moeten verlaten. Deze bewoners hebben vanwege de mijnbouwschade al heel veel moeten meemaken, over een heel lange periode. Daarom is er ook sprake van een ereschuld die het kabinet heeft om de gemaakte fouten door zestig jaar gaswinning richting de regio en haar bewoners recht te zetten. Daarmee is deze situatie ook onvergelijkbaar met de situatie op andere locaties. Q: Het Zwanenwater in Noord-Holland bij Petten is een locatie waarvan al gecommuniceerd is dat deze afvalt. Terwijl er gezocht wordt naar een andere locatie in die regio. Hoe verhoudt dit zich tot de categorisering “wordt niet verder onderzocht”? Het planMER moet aansluiten bij de door het kabinet vastgestelde NRD voor alle alternatieve locaties.
Dat betekent in dit geval dat het alternatief Zwanenwater niet verder wordt onderzocht, maar dat het alternatief in de buurt (Groote Keeten) toegevoegd is aan het onderzoek als mogelijke locatie. Q: Hoe verhouden de ruimtebehoeften van Defensie zich ten opzichte van die van andere departementen Defensie beseft terdege dat er vele andere ruimtelijke opgaven kunnen spelen, of het nu plannen van het Rijk, provincie of gemeenten zelf zijn. Daarom wordt er in het planMER ook onderzocht of de plannen van Defensie botsen met bijv. gemeentelijke of provinciale plannen voor woningbouw of ‘ wind of zon op land’. Daarnaast is
Defensie o.a. in het kader van de rijksbrede Nota Ruimte voortdurend met andere departementen in gesprek over de wederzijdse ruimtelijke plannen en voornemens. Het is uiteindelijk aan het kabinet om – waar dit nodig – keuzes te maken. Q: Hoe worden belanghebbenden bewoners/bedrijven in deze fase geïnformeerd door het Ministerie van Defensie? Defensie informeert via alle relevante media en kanalen: Defensie website (pagina’s Ruimte voor Defensie), social media van Defensie, landelijke media, mailings aan betrokkenen, via contactpersonen (zoals communicatieadviseurs) bij provincies en gemeenten. Daarnaast ontvangen kaveleigenaren binnen de zoeklocaties van de bovenregionale behoeften een brief met een procesupdate (inclusief de kaveleigenaren in de A/B veiligheidszone waar van toepassing)