CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Varsenerweg 5a Ommen, bijlage bij motivering 5b Overstromingsrisico

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststellen Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM-omgevingsplan) Varsenerweg 5a Ommen (1038704)1.388 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

MEMO Aan: Ilse Holdinga (Waterschap Drents Overijsselse Delta), Carola Troost (Provincie Overijssel), Menno Proper (Gemeente Ommen) Onderwerp: Overstromingsrisico en bergingscapaciteit ontwikkeling Varsenerweg 5a, Ommen Datum: 30 oktober 2024, aanpassing 17 december 2024 Auteur: Niels Tienstra

Inleiding Het plan is om aan de Varsenerweg 5a in Ommen woningbouwkavels te ontwikkelen. Om op deze locatie extra woningen te kunnen realiseren willen we gebruikmaken van het Rood voor Rood-beleid van Gemeente Ommen. Dit in combinatie met de Kwaliteitsimpuls Groene Ruimte. Nu ligt er op deze locatie het pluimveebedrijf Vechtdal Eieren. Naast het pluimvee is er een rustpunt en een verkooppunt van eieren. Op het erf staat een grote kippenschuur van circa 2.277 m2 . Deze staat naast een veeschuur (circa 170 m2) en een kapschuur (circa 262 m2). Verder is er een vergunning om het bedrijf uit te breiden met nog eens 40.000 kippen. De opstallen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 2.700 m².

Figuur 1. Het erf met de kippenschuur, veeschuur en kapschuur

Beoogde ontwikkeling Het plan is om de 2.700 m2 aan landschapsontsierende bebouwing te slopen. Hiermee wordt ook de intensieve pluimveehouderij gestaakt. Het idee is om ter plaatse drie nieuwe woningen te bouwen. Hiervoor maakten wij een inrichtingsplan.

Figuur 2. Het inrichtingsplan voor Varsenerweg 5a

Overstromingsrisico’s De bouwlocatie ligt in de uiterwaarden en wordt niet beschermd voor hoge rivierwaterstanden door keringen. In de uiterwaarden heeft het waterschap geen norm voor wateroverlast vastgesteld. Er wordt dus geen ‘harde’ norm voorgeschreven. Het waterschap adviseert echter wel om uit te gaan van een norm van minimaal T100. Dit houdt in dat er eens in de 100 jaar een overstroming kan plaatsvinden. De bouwlocatie wordt opgehoogd tot 5,5 meter boven (+)NAP. Op 5,25 meter +NAP geldt er op deze locatie een huidig overstromingsrisico van T3000 (bron: Waterschap Drents Overijsselse Delta). Er zijn vragen over de toekomstige risico’s in het licht van klimaatverandering. Hieronder leggen wij uit waarom wij verwachten dat deze locatie ook over 40 jaar veilig blijft. Uitgangspunt hierbij is een overstromingsrisico van T100. 1. Huidige situatie De bouwlocatie komt te liggen op 5,5 meter +NAP. Zoals aangegeven, geldt er aan de Varsenerweg bij een hoogte van 5,25 meter +NAP een overstromingsrisico van T3000. Dit geeft aan dat de locatie al in een relatief veilige zone ligt. Het extra hoogteverschil van 25 centimeter geeft ons een nog grotere marge.

2. Klimaatverandering en KNMI-scenario's Volgens de meest recente klimaatscenario's van het KNMI wordt er in Nederland in de komende decennia een hogere zeespiegel en meer extreme neerslag verwacht. Deze veranderingen zullen ongetwijfeld een effect hebben op de waterstanden en daarmee op het overstromingsrisico, vooral in laaggelegen delen van Nederland. Voor de Overijsselse Vecht bij Ommen verschillen de gevolgen van klimaatverandering per scenario, gekeken naar overstromingsrisico en wateroverlast. Alle klimaatscenario’s gaan uit van nattere winters en meer extreme zomerbuien. Hoe extremer het scenario, hoe groter in 2100 de kans op overstromingen en wateroverlast langs de Vecht bij Ommen wordt geschat, vooral door toegenomen winterse regenval. De locatie in Ommen, gelegen aan de oever van de Vecht, bevindt zich ver landinwaarts en heeft niet direct te maken met zeespiegelstijging door de Noordzee. 3. Risico’s voor overstromingen Varsenerweg 5a ligt in het stroomgebied van de Vecht. Dit betekent dat de voornaamste overstromingsrisico’s hier te maken hebben met piekafvoeren van de rivier na langdurige regenval. Deze piekafvoeren zullen in de toekomst waarschijnlijk meer voorkomen. De kans op overstromingen hangt af van de afvoercapaciteit van de Vecht en de waterbeheersingsmaatregelen, zoals dijken en keringen, in de regio.

Figuur 3. Ter hoogte van Varsenerweg 5a (rode cirkel) ligt geen waterkerende dijk. De keringslijn (de rode lijn aangewezen door de pijl) loopt over natuurlijke hoogtes.

Ter hoogte van de Varsenerweg 5a ligt er geen waterkerende dijk langs de Vecht. Het gebied kan alleen droog blijven door voldoende hoog te liggen. Op het hoogteprofiel gebaseerd op de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN4) is duidelijk te zien dat het huidige erf ruim 2 meter hoger ligt (tussen 5,5 m en 6 m +NAP) dan de uiterwaarden van de Vecht (gemiddeld 3,4 m +NAP). Ook de woningen aan weerszijden van Varsenerweg 5a (de buren) liggen minstens op deze hoogte. In februari 2022 had de Vecht een peil van 4,7 m +NAP. Dit was een extreem hoge waterstand. Aan de Varsenerweg was toen geen sprake van wateroverlast.

A

A

B B

Figuur 4. Het erf ligt ruim 2 meter hoger dan de uiterwaarden van de Vecht.

Op de klimaateffectatlas en in het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO) zijn kaarten met ‘overstromingskansen’ te zien. Op de kaarten kunnen we zien wat de kans is dat een locatie in één jaar te maken krijgt met een bepaalde overstroming. Op de afbeeldingen hierna (figuur 5) zien we de huidige kans op een overstroming voor het (plan)gebied aan de Varsenerweg en de verwachte kans in 2100. Wat opvalt is dat de verwachte overstromingskans voor dit gebied volgens de LIWO-kaarten niet groter wordt. De kleuren op de kaart variëren van rood (grote kans op overstroming) tot lichtgroen (zeer kleine kans op overstroming). Voor de delen die niet zijn gekleurd is geen kans op overstroming. Voor de bouwlocatie gelden voor het jaar 2100 verschillende overstromingskansen: - Lichtgroen: een zeer kleine kans op overstromingen (T3.000 tot T30.000) - Geel: een kleine kans op overstromingen (T300 tot T3.000) - Oranje: een middelgrote kans op overstromingen (T30 tot T300) Dit maakt dat we vooral moeten inzoomen op het oranje deel ten noorden van de kippenschuur, omdat dat dit aan de eis T100 moet voldoen. Het overige deel van de bouwlocatie voldoen hier al aan. Als we inzoomen op de AHN zien we dat het oranje deel ook wat lager ligt dan de rest van de bouwlocatie. Zo grofweg tussen de 4,5 en 5,0 m +NAP.

Dit betekent dat wanneer we dit zouden ophogen tot de gewenste hoogte van 5,5 m +NAP de kans op overstroming van dit gebied kleiner zal worden. Hiermee verhogen we de T naar minimaal T300.

Figuur 5. Bovenste afbeelding: het plangebied. Middelste afbeelding: de huidige overstromingskans. Onderste afbeelding: de overstromingskans in 2100. De verwachte overstromingskans wordt niet groter.

4. Toekomstig overstromingsrisico (T100) Als de gehele bouwlocatie wordt opgehoogd tot minimaal 5,5 meter +NAP zijn we van mening dat deze zelfs bij de meest pessimistische klimaatscenario's voldoet aan een risico van T100, ofwel een overstroming eens in de 100 jaar.

Bergingscapaciteit Het deel van de bouwlocatie dat we ophogen tot 5,5 meter +NAP is ongeveer 2.796 m2 groot (zie figuur 6). Deze ophoging zorgt voor een verlies aan bergingscapaciteit voor water. Dit moet gecompenseerd worden tot een hoogte van 5,25 meter +NAP. Met behulp van de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN) is van verschillende punten in het op te hogen gebied de hoogte vastgesteld (zie oranje kaders in figuur 6). De hoogte van het maaiveld varieert hier van 4,5 meter +NAP tot 5,2 meter +NAP, oplopend van noord naar zuid. Op basis van de verschillende vastgestelde hoogtes zien wij dat het ophogen van de bouwlocatie voor een verlies van ongeveer 1.007 m3 aan bergingscapaciteit zorgt. Voor het verlies aan bergingscapaciteit is gerekend met een gemiddelde ophoging van het gehele gebied met 0,36 meter (tot aan 5,25 m +NAP).

4,7

4,5 4,7 5,1 4,8

4,8 5,0

4,9 5,0 5,2 5,1

Figuur 6. Het op te hogen deel van de bouwlocatie (bron: PDOK-viewer).

Het verlies aan bergingscapaciteit compenseren we door het afgraven van 1.007 m3. Hiervoor hebben we ook een locatie in beeld, zie figuur 7. Dit stuk grond is 3.139 m2 groot. Het loopt van noord naar zuid in hoogte af van 5,8 meter +NAP tot ongeveer 4,4 meter +NAP. Door gemiddeld 32 cm van het maaiveld van dit stuk grond af te graven,

wordt het verlies aan bergingscapaciteit gecompenseerd. Een deel van deze grond is bestemd als archeologisch waardevol gebied. Maar omdat we niet meer dan 50 cm afgraven is hiervoor geen aanvullende vergunning nodig.

5,8 5,8 5,1

4,4

5,8 5,1

5,1

4,4 4,4

Figuur 7. Het stuk grond waarvan we 1.007 m3 afgraven, in de oranje kaders de hoogtes..

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16407395/1