Holland Rijnland - Concept Jaarstukken 2020 Holland Rijnland voor gemeenten
Tekst van het document
2.2.6 Regionaal Bureau Leerplicht (RBL)
Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs en moeten de kans krijgen zich te ontwikkelen om een positieve basis te leggen voor hun toekomst. Door zich te ontplooien en onderwijs te volgen, worden zij toegerust om deel te nemen aan de samenleving en vergroten zij de kans op een arbeidsplek die aansluit bij hun talenten en interesses. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het RBL voert voor elf gemeenten in de regio de leerplicht en RMC-taken uit. Het regionaal uitvoeren van deze taken heeft vele voordelen, zoals eenduidig beleid, een hogere kwaliteit, efficiency en schaalvoordelen. Daarnaast is het makkelijk samenwerken met andere regionaal georganiseerde partners zoals scholen. De missie van het RBL is het waarborgen van het recht op onderwijs voor 5- tot 23-jarigen. Deze missie komt als hoofddoelstelling terug in het ‘’Beleidsplan Leerplicht en RMC 2018-2022’’ dat
24
gemeenten hebben vastgesteld: alle jongeren tussen de 5 en 23 jaar die daartoe in staat zijn, volgen onderwijs tot zij een startkwalificatie hebben behaald. Wanneer het recht op onderwijs in het gedrang komt – bijvoorbeeld door een gebrek aan aanbod – heeft het RBL een belangrijke signaalfunctie. Het RBL heeft deze missie verder uitgewerkt in drie concrete doelstellingen: • We gaan voor minder schoolverzuim: we zoeken de best passende oplossing als schoolgang niet lukt en richten ons op het tegengaan van verzuimrecidive. • We gaan voor minder thuiszitten: in de breedste zin van het woord: ook bij langdurig geoorloofde afwezigheid zoeken wij mogelijkheden voor onderwijs. • We gaan voor minder voortijdig schooluitval: ons doel is dat elke jongere die het kan, een startkwalificatie behaalt. Als dit echt niet lukt, gaan we voor een zinvolle dagbesteding, in nauwe samenwerking met netwerkpartners. In haar eigen jaarverslag over schooljaar 2019/2020 rapporteert het RBL uitgebreid over haar taken en geboekte resultaten voor wat betreft bovenstaande doelstellingen. NB link leggen
2.2.7 Wat heeft dat gekost Domein 2 Maatschappij en Jeugd
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
922.318
2.590.533
3.512.851
2.636.463
876.388
Kosten werkorganisatie
3.416.270
-324.268
3.092.002
3.025.952
66.050
Lasten
4.338.588
2.266.265
6.604.853
5.662.415
942.438
Directe baten
-832.686
-1.726.011
-2.558.697
-2.630.305
71.608
-
-
-
-
-
Baten
-832.686
-1.726.011
-2.558.697
-2.630.305
71.608
Saldo van baten en lasten
3.505.902
540.254
4.046.156
3.032.110
1.014.046
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-753.428
-753.428
-753.428
0
Saldo reserveringen
-
-753.428
-753.428
-753.428
0
3.505.902
-213.174
3.292.728
2.278.682
1.014.046
Directe kosten
Bijdragen gemeenten
Resultaat Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO) TWO Overhead (TWO specifiek) Saldo TWO inclusief overhead
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
2.028.999
-477.681
1.551.318
1.476.777
74.541
0
520.808
520.808
521.492
-684
2.028.999
43.127
2.072.126
1.998.269
73.857
Op het programma Maatschappij en Jeugd is een positief resultaat van €1.014.046 inclusief het overschot van €73.857 voor het onderdeel Ondersteuning inkoop jeugdhulp TWO. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen.
25
- Overschot op (vooral) ondersteuning inkoop jeugdhulp TWO van €73.857 Binnen onderdeel Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp) is sprake van een overschot van €73.857 (dit is een combinatie van €74.541 uit programma maatschappij en jeugd en -/- €684 uit programma Organisatie en samenwerking). In het besluit bij de jaarrekening wordt voorgesteld dit over te hevelen naar 2021 omdat deze middelen bedoeld zijn om in 2021 de inkoop 2022 en de versterking van de bedrijfsvoering van TWO te bekostigen. Dit traject is gestart in 2020. Eerder is van 2019 naar 2020 een bedrag van €61.094 overgeheveld. Het zwaartepunt van deze twee speerpunten ligt immers, conform de afspraken met gemeenten, in 2021. - Overschot op het Transformatiefonds Jeugd van €524.662 In de TURAP is een deel van het budget van het Transformatiefonds, dat door het Rijk aan de jeugdregio Holland Rijnland is toegekend, in 2020 aan de bestemmingsreserve onttrokken. Doordat een deel van de kosten begin 2021 gemaakt zullen worden, blijkt de inschatting van de uitgaven hoger te zijn dan de daadwerkelijke realisatie. Een aantal projecten uit het Transformatieplan is verlengd tot het moment dat nieuwe overeenkomsten jeugdhulp ingaan (Inkoop Jeugdhulp 2022) en de realisatie van deze kosten valt zodoende ook in 2021.
- Regionale samenwerkingsagenda jeugd €91.237 De gemeenten hebben financieel bijgedragen aan het werkbudget van de Regionale Werkagenda Jeugd 2020 om regionale beleidsopgaven uit te voeren. Een verschuiving van prioriteiten door de focus op de Inkoop 2022 en minder uitgebreid uitgevoerde activiteiten door corona zorgen voor dit overschot. Deze middelen zijn bedoeld om in 2021 voor een deel de kosten van de (beleids)opgaven in het Jaarplan Jeugdhulp 2021 (voorheen Regionale Werkagenda) te bekostigen. - Ruimte / wonen / opvang en arbeidsmark €100.000 Het is nog niet in alle gevallen duidelijk een scheidslijn te trekken of uitgaven behoren tot het programma Ruimte en Energie of tot het programma Maatschappij en Jeugd, omdat beiden vorig jaar nog tot het programma inhoudelijke agenda behoorden. De woonagenda heeft een relatie met ruimte én maatschappij, daarom moet het overschot binnen het programma Ruimte en Energie van ca €50.000 gekoppeld worden aanhet overschot op het programma Maatschappij en Jeugd van ruim €100.000. Het gezamenlijke overschot komt mede doordat het themacafé woonruimteverdeling diverse keren is uitgesteld en er kosten niet gemaakt zijn in verband met de heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast speelt de actualisatie van de Regionale Woonagenda. Bovenstaande is grotendeels te wijten aan het coronavirus.
Verder is specifiek bij de Regionale Strategie Mobiliteit, die onderdeel is van het programma Ruimte, vertraging opgelopen door ziekte bij de projectleider van het bureau dat is ingeschakeld. Hierdoor schuiven kosten grotendeels door naar het eerste deel van 2021. - overschot Regionaal Bureau Leerplicht van €190.000 Door Corona werden opleidingen uitgesteld (€30.000) en reis- en verblijfskosten niet gemaakt (€10.000). Ook werden scholen gesloten en was er een korte periode sprake van minder contact met
26
onze doelgroep. Dat maakte dat wij incidenteel terughoudend konden zijn met het volledig invullen van vacatureruimte, vervanging bij zwangerschapsverlof en vervanging bij detachering (€40.000). Een andere belangrijke verklaring van bovengenoemd overschot (circa €80.000) is het gevolg van de indexering van de RMC subsidie. Er was aanvankelijk een bedrag aan RMC subsidie begroot van ruim €810.000. Bij de TURAP is dat verhoogd naar €875.000. Vervolgens is de daadwerkelijke subsidie uitgekomen op €916.000. De indexatie gebeurt nu dubbel. Een indexering vanuit gemeenten en vanuit het Rijk. Dit wordt m.i.v. 2022 rechtgetrokken .
27
2.3 Strategisch positioneren 2.3.1 Cofinanciering
In 2016 heeft het algemeen bestuur ingestemd met het Cofinancieringsfonds Holland Rijnland. Het fonds is bedoeld voor bovengemeentelijke initiatieven uit de regio die een innovatief karakter hebben en een bijdrage leveren aan de Regionale Agenda van Holland Rijnland. Vanaf de instelling van het fonds heeft het dagelijks bestuur van Holland Rijnland met advies van het Portefeuillehoudersoverleg besloten om aan een groot aantal initiatieven een financiële bijdrage te verstrekken. De bijdrage kan binnen een bepaald jaar worden uitgekeerd, maar loopt soms ook over meerder jaren. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2020 is o.a. het project Kracht van de verbinding voor het stimuleren van de aansluiting onderwijsarbeidsmarkt in de Duin-en Bollenstreek gehonoreerd en is een project van de Hogeschool Leiden op het terrein van biodiversiteit gestart. In dit project wordt de steeds toenemende overlast van de exoot rode rivierkreeft betrokken. Naast het werven van nieuwe projecten, monitort Holland Rijnland de voortgang van lopende projecten en zorgt dat verantwoording wordt afgelegd.
2.3.2 Wat heeft dat gekost? Domein 3 Strategisch positioneren
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
282.421
0
282.421
151.000
131.421
-
-
-
-
-
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Directe baten
-
-
-
-
-
Bijdragen gemeenten
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
-
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-
-
-
-
-
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Directe kosten Kosten werkorganisatie Lasten
Saldo van baten en lasten
Resultaat
In 2020 is een bedrag van €151.000 uitgegeven. Voor de specificatie hiervan wordt verwezen naar de Bijlagen Subsidies
28
2.4 Organisatie en samenwerking 2.4.1 Overhead
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt overhead gedefinieerd als "alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces". Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Als het personeel betreft, behoren binnen Holland Rijnland tot de overhead: • • • • •
Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch) Control, informatie- en beveiligingsbeleid Interne en externe communicatie Bestuurszaken en bestuursondersteuning Documentatie en informatieverstrekking (DIV) (inclusief expertiseontwikkeling en advies over de procesinrichting) • Managementondersteuning primair proces Binnen het programma zijn onder meer bestuurlijke overleggen gefaciliteerd, Themacafés en regiomidddagen georganiseerd en is een slag gemaakt in de verbetering van de P&C-cyclus. Een manager of leidinggevende drukt volledig op het programma Overhead, ongeacht of deze voor een deel van zijn tijd ook inhoudelijke taken vervuld. Voor de leidinggevenden van Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen. Andere overheadtaken, zoals HRM en ICT, voert Servicepunt71 uit. De bijdrage aan Servicepunt71 voor het leveren van de bedrijfsvoering wordt eveneens weergegeven in dit programma. Daarnaast behoren ook tot de overhead: • de kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; • de verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; • de bijdrage aan een verbonden partij, voor zover deze verbonden partij werkzaam is voor het taakveld 0.4 Overhead.
2.4.2 Frictie- en transitiekosten
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Met de herprofilering van de organisatie in 2016 werden tien medewerkers boventallig. In 2020 betrof het nog twee medewerkers, één voor parttime salariskosten voor een gedeelte van het jaar en de andere alleen voor een gering bedrag aan ABP-premies, waaraan wij al vanaf 2015 contractueel gebonden zijn. Er is voor de laatste medewerker, die nog salaris ontving een passende oplossing gevonden met in achtneming van de CAR/UWO en het Sociaal Plan. Totaal ging het om 36.000, - euro aan frictiekosten.
2.4.3 Wat heeft dat gekost? Domein 4 Organisatie en samenwerking Directe kosten Kosten werkorganisatie
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
190.934
-11.392
179.542
154.884
24.658
2.139.666
750.575
2.890.241
2.959.589
-69.348
29
Domein 4 Organisatie en samenwerking
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
Lasten
2.330.600
739.183
3.069.783
3.114.473
-44.690
Directe baten
-
-
-
-15.055
15.055
Bijdragen gemeenten
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-15.055
15.055
2.330.600
739.183
3.069.783
3.099.418
-29.635
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-
-
-
-
-
2.330.600
739.183
3.069.783
3.099.418
-29.635
Saldo van baten en lasten
Resultaat
Domein 4 Organisatie en samenwerking is gelijk aan overhead.
We hebben bij de TURAP een bedrag van €50.000 extra budget toegevoegd voor onder andere de extra kosten AO/IC. Ook hebben we hier een tegemoetkoming in de kosten van SP71 gekregen, maar per saldo is nog steeds meer uitgegeven dan we aan budget hadden.
30
2.5 Algemene dekkingsmiddelen
De middelen die Holland Rijnland ontvangt vanuit de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in het programma Algemene Dekkingsmiddelen. De bijdrage van de gemeenten bestaan uit: • Een regulier deel; • De bijdrage voor de TWO Jeugdhulp; • De bijdrage voor frictie- en transitie. Overige inkomsten van bijvoorbeeld de provincie of de bijdrage voor het RIF, zijn opgenomen in de desbetreffende paragraaf van de jaarstukken. Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
Directe kosten
-
-
-
-
-
Kosten werkorganisatie
-
-
-
-
-
Lasten
-
-
-
-
-
Directe baten
-
-
-
-
-
Bijdragen gemeenten
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
Baten
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
Saldo van baten en lasten
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-131.094
-131.094
-131.094
0
Saldo reserveringen
-
-131.094
-131.094
-131.094
0
-8.065.805
-296.094
-8.361.899
-8.361.902
3
Resultaat
31
32
3 Jaarverslag Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De deelnemende gemeenten zijn op grond van de gemeenschappelijke regeling geheel gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit betekent dat Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft te hebben (zie kader). Het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft wel een algemene reserve die eventueel kan worden ingezet bij eventuele risico's die zich voordoen. De deelnemende gemeenten worden minimaal driemaal per jaar geïnformeerd over het verloop van de begroting van Holland Rijnland door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde wordt het algemeen bestuur door het dagelijks bestuur geïnformeerd over tussentijdse wijzigingen. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. De gemeenten worden in staat geacht op basis van deze informatie voldoende voorzieningen in de eigen begroting te treffen. Deze eventuele risico’s kunnen betrokken worden in het geheel van de door de gemeente gelopen risico’s. Uit dit oogpunt is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden. Weerstandsvermogen Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen.
Risico’s Onder risico's worden verstaan alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.
Risico’s uit reguliere bedrijfsvoering Elke organisatie kent risico’s uit reguliere bedrijfsvoering, zo ook Holland Rijnland. Oorzaken hiervan kunnen gelegen zijn in onder meer: • Automatisering / datalek • Aanbestedingsprocedure Er zijn processen ingericht om deze risico’s zoveel als mogelijk te beperken. De maximale omvang van eventueel optredende risico’s worden geraamd op € 100.000 (afgerond), zijnde 1% van de begrote lasten.
33
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel. Jaarverslag Kengetallen:
Verloop van de kengetallen Jaarrekening 2019
Begroting 2020
Jaarrekening 2020
Netto schuldquote
-19,7%
-8,2%
-17,6%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-19,7%
-8,2%
-17,6%
Solvabiliteitsratio
4,9%
1,5%
5,7%
Structurele exploitatieruimte
3,9%
0,3%
3,4%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft aan in welke mate de schuldenlast van een organisatie een risico kan vormen voor de financiële positie. Dit wordt berekend door de schulden te verminderen met de vorderingen en dit te delen door de omzet van een bepaald jaar. Als bijvoorbeeld de netto schuldquote 100% is, betekent dit dat het totaal aan schulden minus vorderingen gelijk is aan de jaarlijkse omzet van de organisatie. Dit kan een risico vormen voor de organisatie doordat een stijging van de rente bij een hoge schuldquote een groot effect kan hebben op de rentelasten binnen de exploitatie. Voor de jaarrekening 2020 geldt zelfs een negatieve netto schuldquote. Dit betekent dat het totaal van de vorderingen hoger is dan het totaal van de schulden. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen houdt ook nog rekening met leningen die de organisatie aan derden uitgegeven heeft. Omdat Holland Rijnland geen leningen uitgeeft is dit gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het balanstotaal. Aan dit percentage valt dus af te lezen welk aandeel van de bezittingen van de organisatie is gefinancierd met eigen vermogen. De rest is gefinancierd met leningen. Aangezien Holland Rijnland reserves van beperkte omvang heeft, is de solvabiliteitsratio zeer laag.
Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte is een indicator om aan te geven hoeveel ruimte er structureel beschikbaar is in de begroting. Dit wordt berekend door het saldo van structurele baten en lasten te delen door de totale baten. Hoe hoger dit kengetal is, hoe meer ruimte er beschikbaar is om de begroting bij te sturen als dat nodig is. Holland Rijnland wordt grotendeels gefinancierd door de deelnemende gemeenten. In die zin is er meerjarig geen sprake van exploitatieruimte. Wel kan het voorkomen dat in een jaar in de realisatie een resultaat wordt behaald zodat er sprake is van enige structurele exploitatieruimte bij de jaarrekening. Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio's kunnen worden afgezet.
34
Normering Kengetallen:
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Netto schuldquote
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
30% < > 50%
< 30%
Structurele exploitatieruimte
> 0,6%
0% > < 0,6%
0%
3.2 Financiering
Inleiding In de paragraaf financiering lichten we de ontwikkelingen en beleidskeuzes toe voor 2020 in een onderdeel "algemene ontwikkelingen" en een onderdeel "ontwikkelingen Holland Rijnland". Onder de "algemene ontwikkelingen" komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen van de weten regelgeving aan de orde. De "ontwikkelingen Holland Rijnland" richten zich specifiek op de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van Holland Rijnland. Algemene ontwikkelingen Renteontwikkelingen De gemiddelde kapitaalmarktrente (= langlopende financiering) voor rentevaste en lineaire leningen met een looptijd van twintig jaar is over 2020 uitgekomen op 0,41%. In 2019 was de gemiddelde rente 0,78%. De rente laat in de eerste maanden van 2020 een daling zien. In maart stijgt de rente sterk als gevolg van de start van de coronacrisis. In de maanden na maart daalt de rente naar wederom een zeer laag niveau.
De rente op de geldmarkt (= kortlopende financiering) wordt voornamelijk bepaald door het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB gebruikt de rentestand om te sturen op de inflatie. Het belangrijkste tarief van de ECB is de herfinancieringsrente. De herfinancieringsrente is in 2020 niet aangepast (0%). De depositorente die de ECB hanteert is voor de geldmarkt de ondergrens. De depositorente is in 2020 niet aangepast (-0,5%), met als gevolg lage rentetarieven op (kas)geldleningen met een korte looptijd.
35
Ontwikkelingen Holland Rijnland Beleidsverantwoording treasury De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de veertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht in de maand december van het lopende begrotingsjaar. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt de definitieve bijdrage over het betreffende jaar vastgesteld. Het rekeningresultaat wordt verrekend met de algemene reserve tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgegeven naar de betreffende instanties. De treasury-functie binnen Holland Rijnland dient uitsluitend de publieke taak. Holland Rijnland heeft momenteel geen externe langlopende en kortlopende financieringmiddelen in portefeuille. Wel heeft Holland Rijnland een beperkte kredietfaciliteit op de rekening courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Eventuele positieve saldi op de rekening courant worden afgestort in 's Rijks schatkist. Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeente gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze kasgeldlimiet in 2020 weergegeven: Gemiddelde netto vlottende schuld
Kasgeldlimiet
Ruimte (=+) of Overschrijding
eerste kwartaal 2020
-51.650.093
808.911
52.459.004
tweede kwartaal 2020
-56.406.232
808.911
57.215.143
derde kwartaal 2020
-66.474.930
808.911
67.283.841
vierde kwartaal 2020
-64.932.437
808.911
65.741.348
Omschrijving
In 2020 overschreden we de kasgeldlimiet niet. Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze renterisiconorm in 2020 weergegeven: Omschrijving Begrotingstotaal Wettelijk percentage Renterisiconorm Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen) Ruimte onder renterisiconorm
36
2019
2020
10.016.817
9.864.768
20%
20%
2.003.363
1.972.954
0
0
2.003.363
1.972.954
Holland Rijnland heeft geen lopende langlopende leningen. Als gevolg hiervan loopt Holland Rijnland geen renterisico op herfinancieringen en voldoen we aan de renterisiconorm. Schatkistbankieren Gedurende 2020 zijn de overtollige middelen afgestort in 's Rijks schatkist om binnen de gestelde doelmatigheidsdrempel te blijven. Conform de vereisten in het BBV (art 52c) is in de toelichting op de balans het drempelbedrag vermeld en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat Holland Rijnland buiten ’s Rijks schatkist heeft aangehouden.
3.3 Bedrijfsvoering
Organisatie Holland Rijnland De organisatie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen): • Strategische eenheid • Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) • Bedrijfsbureau (inclusief Urgentiecommissie, Verkeersveiligheid, Regiotaxi en DIV) • TWO Jeugdhulp De bedrijfsvoeringstaken ICT, HRM, facilitaire zaken, financiën, juridische zaken en inkoop worden uitgevoerd door Servicepunt 71. De leiding van de organisatie ligt bij de secretaris-directeur. Concerncontrol adviseert de secretarisdirecteur maar is een zelfstandige functie die uit de lijnorganisatie is gehaald vanwege de onafhankelijke positie die gewenst is ten opzichte van de lijnorganisatieonderdelen.
Personele zaken Organisatieontwikkeling staat nog steeds hoog op de agenda. Het in 2017 vastgestelde opleidingsbeleid wordt vertaald in per jaar opgestelde opleidingsplannen. Verplichte opleidingen zoals voor de leerplichtambtenaren en de medewerkers in de bedrijfshulpverlening vormen een belangrijk onderdeel daarvan. Daarnaast wordt ruimte geboden aan individuele ontwikkelwensen. Van het beschikbare opleidingsbudget is in 2020 veel minder dan wat er voor budget aan beschikbaar is besteed. Dit komt mede door Corona.
37
Het ziekteverzuimcijfer is gedaald van 4,5% in 2019 naar 3,3% in 2020 en blijft daarmee onder het gemiddelde van 4,8% bij de overheid of in gemeenten. De daling is te verklaren door een lager aantal meldingen en een gemiddeld korter verzuim. Het vele thuiswerken door corona heeft hier aan bijgedragen en het thuiswerken zal ook na corona blijvend worden gestimuleerd. Vanaf september nam het verzuim weer wat toe, maar dat is vewerkt in bovenstaande percentages. Beleidsindicatoren Als gevolg van de BBV-wijzigingen zijn met ingang van 1 januari 2018 beleidsindicatoren worden opgenomen. Met deze beleidsindicatoren is het via de website 'waarstaatjegemeente.nl' beter mogelijk de resultaten van de gemeentenonderling te vergelijken. Van deze indicatoren vallen er een aantal onder het hoofdtaakveld Bestuur en Organisatie. Omdat het voornamelijk overhead-gerelateerde indicatoren betreft, worden ze in deze paragraaf opgenomen. Het betreft de volgende indicatoren: Holland Rijnland Begroting 2020
Periode
Holland Rijnland Jaarrekening 2020
Beleidsindicator
Eenheid
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2020
0,09
0,12
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
2020
0,10
0,12
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
2020
€ 11,38
€ 13,16
Externe inhuur
Kosten inhuur als % van totale loonsom incl inhuur
2020
17,5%
24,3%
Overhead
% van de totale lasten
2020
23,4%
18,6%
38
3.4 Vennootschapsbelasting
Holland Rijnland is niet Vennnootschapsbelasting(Vpb) -plichtig voor het jaar 2020. Voor de activiteiten rond jeugdhulp, leerplicht, de beleidsagenda, de woonruimteverdeling en detachering van personeel is geen sprake van een onderneming, waardoor geen sprake is van Vpb-plicht. Bij de activiteit Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) kan Holland Rijnland een beroep doen op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Per saldo is dus geen sprake van een Vpb-plicht voor Holland Rijnland.
3.5 Heffingen en Leges
Voor één van de overige uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk bij de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. Het gaat om een bedrag van € 65 per aanvraag voor een urgentie of een stadvernieuwingsurgentie. In 2020 is een bedrag van circa € 30.848 aan leges ontvangen. Begroot was een bedrag van €35.455. De onkosten voor het programma Overige uitvoerende taken, woonruimteverdeling onderdeel urgentieverlening worden vooral gedekt uit de reguliere bijdrage van alle deelnemende gemeenten.
3.6 Onvoorzien
De verplichting conform artikel 28b van de BBV een post onvoorzien op te nemen, is niet op Holland Rijnland van toepassing. In artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland is bepaald dat deelnemende gemeenten er steeds zorg voor dragen dat Holland Rijnland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
39
40
4 Jaarrekening 2020
41
4.1 Balans en toelichting op de balans ACTIVA
31-12-2019
31-12-2020
VASTE ACTIVA
Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa - Overige investeringen met een economisch nut
0
0
88.824
65.485
88.824
Financiële vaste activa
65.485
0
- Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar
0
Totaal vaste activa
0 0
88.824
65.485
0
0
57.224.796
53.950.828
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Overige vorderingen
61.210
327.062
57.162.589
53.612.586
996
11.180
Liquide middelen
877.488
- Kassaldi - Bank- en girosaldi
329.577
0
0
877.488
329.577
Overlopende activa
316.857
723.202
- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
236.244
354.313
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
80.613
368.888
Totaal vlottende activa
58.419.140
55.003.608
Totaal generaal
58.507.964
55.069.093
42
PASSIVA
31-12-2019
31-12-2020
VASTE PASSIVA
Eigen vermogen
2.860.648
3.120.337
- Algemene reserve
232.471
200.000
- Bestemmingsreserves
451.423
1.396.997
2.176.753
1.523.341
- Nog te bestemmen resultaat / Af te rekenen met de gemeenten
Voorzieningen
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar
0
0
2.860.648
3.120.337
18.482.974
11.889.542
Totaal vaste passiva VLOTTENDE PASSIVA
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Kasgeldleningen
0
0
- Overige schulden
18.482.974
11.889.542
Overlopende passiva
37.164.342
40.059.214
- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
761.665
4.157.108
- De van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
35.194.559
35.402.105
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
1.208.118
500.000
Totaal vlottende passiva
55.647.317
51.948.756
Totaal generaal
58.507.964
55.069.093
- Gewaarborgde geldleningen
0
0
- Garantstellingen
0
0
43
4.1.1 Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling
Inleiding De jaarrekening 2020 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De programma's va de begroting zijn in 2020 ten opzichte van 2019 gewijzigd. De reden is dat er in 2019 nog gewerkt werd met de inhoudelijke agenda en in 2020 met de regionale agenda. De P&C producten zijn daarop aangepast. Het effect is dat de kolom primitieve begroting 2020 feitelijk de cijfers zijn van de gewijzigde begroting 2020 die24 juni 2020 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voor aanvullende informatie over de waardering van de activa zie hieronder bij ’Overige investeringen met economisch nut’. Baten en Lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Kassiersfunctie Jeugdzorg Holland Rijnland verzorgt namens twaalf van de dertien gemeenten de inkoop van de jeugdzorg en de daaruit voortvloeiende betalingen aan de zorgaanbieders. Hiervoor betalen de gemeenten voorschotten aan Holland Rijnland. Basis hiervoor zijn mandaten van de twaalf colleges aan Holland Rijnland. Daarnaast hebben de twaalf colleges en Holland Rijnland een dienstverleningsovereenkomst gesloten. Uitvoering is voor rekening en risico van de gemeenten. Holland Rijnland vervult uitsluitend een kassiersfunctie. Hiervoor heeft Holland Rijnland één bankrekening bij de BNG en één bij de schatkist geopend. Deze zijn in de balans opgenomen. De per 31 december 2020 op kasbasis resterende voorschotten aan zorgaanbieders en ontvangen voorschotten van gemeenten zijn eveneens in de balans opgenomen. Zie respectievelijk de overlopende activa en overlopende passiva.
Pensioenen Holland Rijnland waardeert de pensioenverplichtingen volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last verantwoord. De pensioenen van de werknemers van Holland Rijnland zijn ondergebracht bij het ABP (bedrijfstakpensioenfonds).
44
Vennootschapsbelasting Holland Rijnland is niet Vpb-plichtig voor het jaar 2020. Voor de activiteiten jeugdhulp, Regionaal Bureau Leerplicht, de beleidsagenda, de woonruimteverdeling en detachering van personeel is geen sprake van een onderneming. Hierdoor is er geen sprake van Vpb-plicht. Bij de activiteit collectief vervoer kan Holland Rijnland een beroep doen op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Per saldo is er dus geen sprake van een Vpb-plicht voor Holland Rijnland.
4.1.2 Toelichting op de balans Toelichting op de activa Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met de gedane afschrijvingen en eventuele investeringsbijdragen. De investeringen worden geactiveerd inclusief BTW, omdat de BTW voor Holland Rijnland een onderdeel van de kosten vormt. Op basis van artikel 7 van de financiële verordening van Holland Rijnland over het waarderings- en afschrijvingsbeleid van de vaste activa wordt de afschrijvingstermijn bepaald. De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden, te beginnen in het jaar na aanschaf, lineair afgeschreven, afhankelijk van de economische levensduur, in maximaal: • 10 jaar voor telefooninstallaties, bekabeling en meubilair; • 5 jaar voor automatiseringsapparatuur; • 5 jaar voor software met een verkrijgingprijs van groter dan € 1.500. De afschrijving van de niet genoemde soorten investeringen wordt afgestemd op de verwachte economische levensduur. Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
- Overige investeringen met een economisch nut
88.824
65.485
Totaal materiele vaste activa
88.824
65.485
Materiele vaste activa
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de overige investeringen met een economisch nut. Bijdragen Boekwaarde DesAfvan 31-12-2019 Investeringen investeringen schrijvingen derden
AfBoekwaarde waarderingen 31-12-2020
ICT verhuizing 2016
29.821
0
0
14.910
0
0
14.911
Meubilair 2016
59.002
0
0
8.429
0
0
50.574
Totaal
88.824
0
0
23.339
0
0
65.485
45
Er zijn geen investeringen gedaan in 2020.
46
Vlottende activa • Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
61.210
327.062
57.162.589
53.612.586
996
11.180
0
0
57.224.796
53.950.828
- Overige vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist - Debiteuren algemeen - Nog te ontvangen bedragen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
• Schatkistbankieren Conform de wet FIDO is Holland Rijnland verplicht om overtollige middelen, boven de doelmatigheidsdrempel, aan te houden in 's Rijks Schatkist. Voor 2020 bedraagt de doelmatigheidsdrempel € 250.000 (Regeling schatkistbankieren decentrale overheden). De middelen die, in het kader van de doelmatigheidsdrempel, buiten 's Rijks Schatkist zijn gehouden zijn: Middelen buiten 's Rijks Schatkist
Holland Rijnland
TWO Jeugdhulp
HR inclusief TWO Jeugdhulp
Kwartaal 1
44.098
800.085
844.183
Kwartaal 2
155.567
799.993
955.560
Kwartaal 3
23.260
799.995
823.256
Kwartaal 4
10.645
799.815
810.460
Op basis van een berekening gebaseerd op de middelen van Holland Rijnland kan worden geconcludeerd dat over 2020 de doelmatigheidsdrempel niet is overschreden,. Holland Rijnland heeft echter ook een kassiersfunctie ten aanzien van de TWO Jeugdhulp. Als de middelen van de TWO Jeugdhulp worden meegenomen in de berekening, dan is er wel een overschrijding van de doelmatigheidsdrempel. De overschrijding wordt veroorzaakt doordat het drempelbedrag, dat is gebaseerd op het begrotingstotaal, ongewijzigd blijft. Dit komt omdat de baten en lasten van de TWO Jeughulp geen onderdeel zijn van het begrotingstotaal van Holland Rijnland, terwijl de middelen die op de rekeningcourant worden aangehouden voor het uitvoering van het betalingsverkeer wel worden meegenomen in de berekening. Het is niet efficiënt om een lager saldo aan middelen aan te houden op de rekeningcourant van de TWO Jeughulp voor het uitvoeren van het betalingsverkeer. Daarom is hier niet voor gekozen. • Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
47
Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
0
0
- Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
877.488
329.577
Totaal liquide middelen
877.488
329.577
Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
236.244
354.313
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
80.613
368.888
Totaal overlopende activa
316.857
723.202
Liquide middelen - Kassaldi
• Overlopende activa De overlopende activa worden tegen de nominale waarde opgenomen.
Overlopende activa
Verloopoverzicht overlopende activa Op de balans staan nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen. Deze ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Ze zijn als volgt te specificeren.
Omschrijving specifieke uitkering
Saldo per 1 januari 2020
Ontvangen Toevoegingen bedragen
Saldo per 31 december 2020
Leader
204.997
74.879
279.876
Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi
31.247
350.438
307.247
74.438
Totaal overlopende activa
236.244
425.317
307.247
354.313
De post overige nog te ontvanegn bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen ad €368.888 bestaan voor een bedrag van circa €328.000 uit vooruitbetaalde bedragen in het kader van het groenprogramma. Deze post is in verband met de aanpassingen van de comptabiliteitsvoorschriften voor het eerste opgenomen waardoor die ook relatief hoog is.
48
Toelichting op de passiva Vaste passiva • Reserves Indien beschikbare middelen in enig jaar niet worden uitgegeven op een reguliere taak (taak die in de gemeenschappelijke regeling is opgenomen en die jaarlijks in de exploitatie voorkomt) dan kunnen overschotten die het volgend jaar niet opnieuw begroot worden, worden toegevoegd aan een bestemmingsreserve. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
- Algemene reserves
232.471
200.000
- Bestemmingsreserves
451.423
1.396.997
Totaal reserves
683.894
1.596.997
- Nog te bestemmen resultaat / Af te rekenen met de gemeenten
2.176.753
1.523.341
Totaal Eigen vermogen
2.860.648
3.120.337
Eigen vermogen
Staat van reserves Reserves
Saldo 31/12 2019
Bestemming resultaat 2019 Toevoeging
Onttrekking
Saldo 01/01/2020
Toevoeging 2020
Onttrekking 2020
Saldo 31/12 2020
ALGEMENE RESERVE 8700001 Algemene Reserve
232.471
17.528
0
250.000
0
50.000
200.000
ALGEMENE RESERVE
232.471
17.528
0
250.000
0
50.000
200.000
8710006 Reserve RBL
35.933
0
9.176
26.757
0
0
26.757
8710007 Reserve cofinanciering
94.796
103.072
0
197.868
0
0
197.868
0
0
0
0
0
0
0
8710010 Reserve onderwijsarbeidsmarkt
140.105
0
24.228
115.877
0
0
115.877
8710011 Reserve Energieakkoord
180.589
0
42.510
138.079
0
0
138.079
0
81.094
0
81.094
0
81.094
0
BESTEMMINGSRESERVES
8710008 Reserve werkagenda jeugdhulp
8710012 Reserve budgetoverheveling
49
Reserves
Saldo 31/12 2019
Bestemming resultaat 2019
Saldo 01/01/2020
Toevoeging 2020
Onttrekking 2020
Saldo 31/12 2020
8710013 Reserve regionale energiestrategie (RES)
0
50.000
0
50.000
0
0
50.000
8710014 Reserve Transformatiefonds Jeugd
0
1.621.844
0
1.621.844
0
753.428
868.416
BESTEMMINGSRESERVES
451.423
1.856.010
75.914
2.231.519
0
834.522
1.396.997
TOTAAL RESERVES
683.894
1.873.538
75.914
2.481.519
0
884.522
1.596.997
Reserves Algemene Reserves Doel van de reserve : Dekkingsmiddel bij het opvangen van financiële tegenvallers en calamiteiten. Mutaties 2020: Storting: Geen Onttrekking: € 50.000: De kosten voor bedrijfsvoering worden in navolging van het financïële doorkijkje verhoogd met een bedrag van €50.000 . Reserve Budgetoverheveling Doel van de reserve: Overheveling van budgetten naar een volgend jaar. Mutaties 2020: Storting: € 81.094 (bij resultaatbestemming 2019) Onttrekking: € 81.094: In deze bestemmingsreserve wordt ultimo 2019 het bedrag van € 81.094 gestort en wordt in 2020 er direct weer uitgehaald. Op deze manier wordt bewerkstelligd dat er niet over het jaar 2020 een onrechtmatigheid wordt vastgesteld bij de jaarrekening. Reserve Regionaal Bureau Leerplicht Doel van de reserve: Ter dekking onverwachte kosten. Mutaties 2020: Geen Reserve cofinancieringsfonds Doel van de reserve: Ter dekking van bijdragen aan projecten. Mutaties 2020: Geen Reserve werkagenda jeugdhulp Doel van de reserve: faciliteren werkagenda Jeugd. Mutaties 2020:
50
Geen Reserve onderwijsarbeidsmarkt Doel van de reserve: Activiteiten onderwijsarbeidsmarkt. Mutaties 2020: Geen Reserve energieakkoord Doel van de reserve: Inzetten van middellen. Mutaties 2020: Geen Reserve regionale energiestrategie (RES) Doel van de reserve: Middelen die overgebleven zijn, kunnen bij resultaatbestemming gestort worden in deze reserve om ze in een later jaar weer te kunnen gebruiken. Mutaties 2020: Geen Reserve Transformatiefonds Jeugd Doel van de reserve: Transformatie in de jeugdhulp te stimuleren. Mutaties 2020: Storting: Geen Onttrekking: € 753.428: Meer uitgaven dan geraamd in de begroting 2020 voor het Transformatiefonds Jeugd, waardoor er een onttrekking uit de reserve hiervoor plaatsvindt van €753.428. .
51
Vlottende passiva • Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
1.203.533
1.461.969
470.286
487.552
- Van gemeenten ontvangen voorschotten jeugdzorg
16.809.156
9.940.020
Totaal netto vlottende schulden
18.482.974
11.889.542
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden - Crediteuren - Overige schulden
• Overlopende passiva Met ingang van 1 januari 2008 schrijft de BBV voor dat in geval van overblijvende middelen op een incidentele, additionele taak / project (er is dus sprake van een concrete bestedingsverplichting) deze middelen dienen te worden opgenomen bij de overlopende passiva onder de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren . Ook in geval van Rijksgelden waarbij de gemeenten als doorgeefluik fungeren (denk aan de Vinexregeling/ ISV-gelden) dienen deze gelden te worden opgenomen bij de overlopende passiva onder ’vooruit ontvangen derden gelden’, daar de gelden door derden (lees het Rijk) zijn beklemd. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en vooruit ontvangen derden gelden. Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
- Totaal verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
761.665
4.157.108
- Totaal van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (voor toelichting zie bijlage 5.9 Staat overlopende passiva)
35.194.559
35.402.105
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
1.208.118
500.000
Totaal overlopende passiva
37.164.342
40.059.214
Overlopende passiva
52
Staat van overlopende passiva De post totale verplichtingen van €4.157.108 bestaat voor een relatief groot gedeelte (ongeveer €3,6mln) uit nog te betalen bedragen in het kader van het groenprogramma. Deze post is in verband met de aanpassingen van de comptabiliteitsvoorschriften voor het eerst opgenomen waardoor die ook relatief hoog is. De specificatie van de nog niet bestede ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen om de lasten van volgende begrotingsjaren te dekken is als volgt.
Omschrijving
Saldo per 1 januari 2020
Toevoeging
RIF gelden
33.850.940
RIF rente
1.106.987
Sub-totaal RIF-project:
34.957.927
9.500.000
Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid
176.093
Voortijdig schoolverlaten (VSV) Sub-totaal projecten Programma Inhoudelijke Agenda: Totaal overlopende passiva
Terugbetaling/ Vrijval Besteding
9.500.000
Saldo per 31 december 2020
9.257.031
34.093.910
45.669
1.061.318
9.302.700
35.155.228
194.680
176.093
194.680
60.538
52.198
60.538
52.198
236.631
246.878
0
236.631
246.878
35.194.559
9.746.878
0
9.539.331
35.402.105
0
Toelichting op de aard, reden en mutatie :
4.1.3 Overzicht van niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen Onderwerp / omvang van de verplichting * Huur van het pand Schuttersveld 9 (1e verdieping, incl. servicekosten) / huurovereenkomst vanaf 01-03-2016 en loopt tot en met 28 februari 2021. De verlenging van het contract loopt tot en met 28 februari 2031. Kosten per jaar circa €193.000 incl BTW. * Dienstverleningsovereenkomst met Servicepunt 71. De overeenkomst loopt tot 30 juni 2021. Er wordt nu gewerkt aan een verlenging van deze overeenkomst De verplichting per jaar Regulier o.b.v. het huidige contract bedraagt: €394.896(exclusief de ICT dienstverlening), TWO Jeugdhulp €145.421,- en ICT €285.256(alle bedragen zijn exclusief BTW). * Waarde van het restant verlofuren over 2020 à € 242.825 * de effecten van Corona zijn financieel in 2020 meegevallen. Derhalve is het nu niet nodig daar apart wat voor op te nemen. Geen overschrijdingen van de Wet Normering Topinkomens (WNT) Nadere informatie over de WNT is opgenomen in het overzicht 'Wet normering bezoldiging top-functionarissen in de publieke en semi-publieke sector'.
53
4.2 Overzicht van baten en lasten Naar programma
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
Lasten
2.913.159
1.261.329
4.174.488
7.836.070
-3.661.582
Baten
-966.277
-1.491.244
-2.457.521
-6.526.609
4.069.088
1.946.882
-229.915
1.716.967
1.309.461
407.506
Lasten
4.338.588
2.266.265
6.604.853
5.662.415
942.438
Baten
-832.686
-1.726.011
-2.558.697
-2.630.305
71.608
3.505.902
540.254
4.046.156
3.032.110
1.014.046
Lasten
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Baten
-
-
-
-
-
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Lasten
2.330.600
739.183
3.069.783
3.114.473
-44.690
Baten
-
-
-
-15.055
15.055
2.330.600
739.183
3.069.783
3.099.418
-29.635
Lasten
-
-
-
-
-
Baten
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
Lasten
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Totaal lasten
9.864.768
4.266.777
14.131.545
16.763.958
-2.632.413
Totaal baten
-9.864.768
-3.382.255
-13.247.023
-17.402.777
4.155.754
Saldo van baten en lasten
0
884.522
884.522
-638.819
1.523.341
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-884.522
-884.522
-884.522
0
Saldo reserveringen
-
-884.522
-884.522
-884.522
0
Resultaat
0
0
0
-1.523.341
1.523.341
Domein 1 Ruimte en Energie
Saldo Domein 2 Maatschappij en Jeugd
Saldo Domein 3 Strategisch positioneren
Saldo Domein 4 Organisatie en samenwerking
Saldo Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen
Saldo Resultaat
Saldo
Domein 4 Organisatie en samenwerking is gelijk aan overhead.
4.2.1 Toelichting op het overzicht van baten en lasten
De baten en lasten van Holland Rijnland bestaan in 2020 voor het merendeel uit de volgende vier componenten:
54
1. De kosten van de werkorganisatie: salarissen en andere personele kosten, huur en overige kosten in verband met de huisvesting, kosten voor ICT e.d. Deze kosten worden via een uurtarief verdeeld over de diverse programma’s. 2. De directe programmakosten en -baten: de kosten die rechtstreeks gemaakt worden ten behoeve van projecten en andere onderdelen van de programma’s en daarmee verband houdende ontvangen subsidies van derden. 3. Onttrekkingen uit reserves. 4. De bijdragen van de gemeenten. 5. Subsidies en bijdragen van derden, met name de provincie Zuid-Holland. Holland Rijnland kent geen post onvoorzien (zie paragraaf 3.6). Hierna wordt een analyse gegeven op de belangrijkste verschillen per programma ten opzichte van de begroting. Toelichting Programma Ruimte en Energie Op het programma Ruimte en Energie is een positief saldo van €407.506. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen. - Overschot op de bedrijventerreinenstrategie van € 20.000. Het bedrag van € 20.000 is geld dat Holland Rijnland bij alle gemeenten ophaalde na de opdracht van de provincie Zuid-Holland uit 2018 om een regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Dit onderwerp is bij de reorganisatie van Holland Rijnland geschrapt. Deze bedrijventerreinenstrategie werd in 2019 afgerond op basis van een onderzoek door STEC.
Uiteindelijk is de factuur van STEC helemaal betaald door de provincie en de uitgaven zijn door Holland Rijnland niet gedaan. In 2020 is bij de behandeling van de jaarrekening 2019 besloten dit budget te blijven reserveren voor het onderwerp bedrijventerreinenstrategie. De verwachting is nu dat op basis van de provinciale behoefteraming en onder invloed van de Regionale Omgevingsagenda er in de tweede helft van 2021 budget nodig zal zijn voor de uitwerking van de strategische keuzes m.b.t. ruimte voor economische ontwikkeling in Holland Rijnland i.r.t. wonen, mobiliteit, energie en groen. - Overschot op energie van €188.251 Het voor 2020 gereserveerde bedrag vanuit de rijksbijdrage RES is geheel besteed. Van de additionele gemeentelijke bijdrage voor het Regionaal Energieakkoord resteert een bedrag €188.251. Dit bedrag wordt voorgesteld te storten in de reserve Energieakkoord. Medio 2021 zal een besluit plaats moeten vinden over de inzet richting en RES 2.0 (en verder) en de bijbehorende organisatie en inzet. Daartoe zal gekeken worden naar de rijksbijdrage 2021, de gemeentelijke bijdrage aan het Regionale Energieakkoord en de opgebouwde reserves RES en Energieakkoord. - Overschot Regionaal Project Verkeersveiligheid van €66.000 Voor verkeersveiligheid is minder uitgegeven doordat er minder projecten zijn uitgevoerd als gevolg van de coronabeperkingen.
Vooral educatieve projecten voor gedragsbeïnvloeding konden maar
55
beperkt doorgaan. Het overschot van de ontvangen subsidie is reeds overgeboekt naar de balans.Het gaat hier dus om het Holland Rijnlandbudget, niet om het subsidiebudget. - Overschot woonruimteverdeling €72.000 In 2020 is voor de urgentiecommissie extra budget beschikbaar gesteld om de continuïteit van de ondersteuning te waarborgen. De onderbesteding is ontstaan door dat de vacatures ter vervanging van een langdurig zieke medewerker en de ondersteuning van de administratie later konden worden ingevuld dan verwacht. Ook in 2021 zal inhuur noodzakelijk zijn. - Overschot Ruimte / wonen / opvang en arbeidsmarkt €50.000 Het is nog niet in alle gevallen duidelijk een scheidslijn te trekken of uitgaven behoren tot het programma Ruimte en Energie of tot het programma Maatschappij en Jeugd, omdat beiden vorig jaar nog tot het programma inhoudelijke agenda behoorden. Een woonagenda heeft een relatie met ruimte en maatschappij. Daarom moet het overschot binnen het programma Ruimte en Energie van ca €50.000 gekoppeld worden aanhet overschot op het programma Maatschappij en Jeugd van ruim €100.000. Het gezamenlijke overschot komt mede doordat het themacafé woonruimteverdeling diverse keren is uitgesteld en er kosten niet gemaakt zijn in verband met de heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast speelt de actualisatie van de Regionale Woonagenda.
Bovenstaande is grotendeels te wijten aan het corona virus. Verder is specifiek bij de Regionale Strategie Mobiliteit, die onderdeel is van het Programma Ruimte, vertraging opgelopen door ziekte bij de projectleider van het bureau dat is ingeschakeld. Hierdoor schuiven kosten door naar 2021. - overschrijding in lasten van €4,3 mln De baten en lasten zijn met €4,3 mln toegenomen door de huidige BBV regels. Hierdoor zijn voor groenprojecten de baten en lasten opgenomen in de exploitatie. Per saldo is dat dus budgettairneutraal. Programma Maatschappij en Jeugd Op het programma Maatschappij en Jeugd is een positief resultaat van €1.014.046 inclusief het overschot van €73.857 voor het onderdeel Ondersteuning inkoop jeugdhulp TWO. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen. - Overschot op (vooral) ondersteuning inkoop jeugdhulp TWO van €73.857: Binnen onderdeel Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp) is sprake van een overschot van €73.857. Deze middelen zijn bedoeld om in 2021 de inkoop 2022 en de versterking van de bedrijfsvoering van TWO te bekostigen. Dit traject is gestart in 2020. Eerder is van 2019 naar 2020 een bedrag van €61.094 overgeheveld. Het zwaartepunt van deze twee speerpunten ligt immers, conform de afspraken met gemeenten, in 2021.
- Overschot op het Transformatiefonds Jeugd van €524.662 In de TURAP is een deel van het budget van het Transformatiefonds, dat door het Rijk aan de jeugdregio Holland Rijnland is toegekend, in 2020 aan de bestemmingsreserve onttrokken. Doordat
56
een deel van de kosten begin 2021 gemaakt zal worden, bleek de inschatting van de uitgaven hoger te zijn dan de daadwerkelijke realisatie. Een aantal projecten uit het Transformatieplan is verlengd tot het moment dat nieuwe overeenkomsten jeugdhulp ingaan (Inkoop Jeugdhulp 2022) en de realisatie van deze kosten valt zodoende ook in 2021. - Regionale samenwerkingsagenda jeugd €91.237 De gemeenten hebben financieel bijgedragen aan het werkbudget van de Regionale Werkagenda Jeugd 2020 om regionale beleidsopgaven uit te voeren. Een verschuiving van prioriteiten door de focus op de Inkoop 2022 en minder uitgebreid uitgevoerde activiteiten door corona zorgen voor dit overschot. Deze middelen zijn bedoeld om in 2021 voor een deel de kosten van de (beleids)opgaven in het Jaarplan Jeugdhulp 2021 (voorheen Regionale Werkagenda) te bekostigen. - Ruimte / wonen / opvang en arbeidsmarkt; €100.000 Het is nog niet in alle gevallen duidelijk een scheidslijn te trekken of uitgaven behoren tot het programma Ruimte en Energie of tot het programma Maatschappij en Jeugd, omdat beiden vorig jaar nog tot het programma inhoudelijke agenda behoorden. Een woonagenda heeft een relatie met ruimte en maatschappij. Daarom moet het overschot binnen het programma Ruimte en Energie van ca €50.000 gekoppeld worden aanhet overschot op het programma Maatschappij en Jeugd van ruim €100.000.
Het gezamenlijke overschot komt mede doordat het themacafé woonruimteverdeling diverse keren is uitgesteld en er kosten niet gemaakt zijn in verband met de heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast speelt de actualisatie van de Regionale Woonagenda. Bovenstaande is grotendeels te wijten aan het corona virus. Verder is specifiek bij de Regionale Strategie Mobiliteit, die onderdeel is van het Programma Ruimte, vertraging opgelopen door ziekte bij de projectleider van het bureau dat is ingeschakeld. Hierdoor schuiven kosten grotendeels door naar het eerste deel van 2021. - overschot Regionaal Bureau Leerplicht van €190.000 Door Corona werden opleidingen uitgesteld (€30.000) en reis- en verblijfskosten niet gemaakt (€10.000). Ook werden scholen gesloten en was er een korte periode sprake van minder contact met onze doelgroep. Dat maakte dat wij incidenteel terughoudend konden zijn met het volledig invullen van vacatureruimte, vervanging bij zwangerschapsverlof en vervanging bij detachering (€40.000). Een andere belangrijke verklaring van bovengenoemd overschot (circa €80.000) is het gevolg van de indexering van de RMC subsidie. Er was aanvankelijk een bedrag aan RMC subsidie begroot van ruim €810.000. Bij de TURAP is dat verhoogd naar €875.000. Vervolgens is de daadwerkelijke subsidie uitgekomen op €916.000. De indexatie gebeurt nu dubbel.
Een indexering vanuit gemeenten en vanuit het rijk. Dit wordt m.i.v. 2022 rechtgetrokken . Programma Strategisch positioneren In 2020 is een bedrag van €151.000 uitgegeven. Voor de specificatie hiervan wordt verwezen naar de Bijlagen Subsidies
57
Programma Organisatie en samenwerking Er is sprake van een overschrijding van bijna €30.000,- vooral als gevolg van extra inhuur kosten AO/ IC. De overschrijding in baten heeft betrekking op coronagerelateerde kosten die doorbelast zijn aan de deelnemende gemeentes, en een deel van de meerkosten AO/IC die weer doorbelast zijn aan SP71. Programma Algemene Dekkingsmiddelen Geen bijzonderheden. Begrotingsrechtmatigheid Zoals toegelicht is op het programma Ruimte en Energie en het Programma Overhead is daar een overschrijding. In het programma Ruimte en Energie zijn de baten en lasten met €4,6mln toegenomen door de huidige BBV regels. Hierdoor zijn voor groenprojecten de baten en lasten opgenomen in de exploitatie. Per saldo is dat dus budgettairneutraal. Bij het programma overhead is er een overschrijding van €30.000 door extra inhuur AO/IC.
58
Overzicht incidentele baten en lasten In verband met de aanscherping van het financieel toezicht moet volgens de Gemeentewet een overzicht van structureel en reëel evenwicht worden opgenomen in de jaarrekening. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is hierop aangepast. Het algemeen bestuur en de financieel toezichthouder zijn nu beter in staat om vast te stellen of er sprake is van een structureel en reëel evenwicht. Van structureel evenwicht is sprake als de structurele (meerjarige) lasten worden gedekt door structurele baten. De bepaling van het structureel evenwicht verloopt als volgt: Totaal van de lasten en lasten van de programma's en algemene dekkingsmiddelen af: de incidentele lasten en baten per programma en algemene dekkingsmiddelen Blijft over het totaal van de structurele lasten en baten programma's en algemene dekkingsmiddelen bij: de structurele verrekeningen met de reserves Geeft het totaal structureel begrotingssaldo en meerjarenraming
De uitgewerkte tabel voor de bepaling van het structureel evenwicht is hierna opgenomen. Die tabel bevat het voorgeschreven: • Overzicht van de incidentele baten en lasten per programma; • Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
59
Incidentele Lasten / baten Programma
Toelichting
Totaal exploitatie
Lasten 2020
Baten 2020
16.763.958
-17.402.777
Maatschappij en Jeugd
1. Werkagenda Jeugd
68.348
-159.539
Ruimte en Energie
2. Energieakkoord
429.715
-617.966
Ruimte en Energie
3. Lokale ontwikkelingsstrategie LEADER
97.592
-84.384
Maatschappij en Jeugd
4. Transformatiefonds Jeugd
1.389.042
-1.156.572
Ruimte en Energie
5. Regionale Energie Strategie (RES)
728.118
-728.118
Ruimte en Energie
6. Bedrijvenstrategie
-
-
Maatschappij en Jeugd
7. Subsidieproject gemeente Leiden begeleiding Nuggers en VSV-ers
49.584
-49.584
Maatschappij en Jeugd
8. Onderzoek Thuiszitters
2.060
-2.060
Maatschappij en Jeugd
9. Regionale gemeentelijke VSV-projecten
196.031
-196.031
Ruimte en Energie
10. Regionale en lokale projecten verkeersveiligheid (RPV)
408.281
-408.281
Maatschappij en Jeugd
11. Incidentele ophoging budget TWO Jeugdhulp uitvoeringskosten
-
-
Organisatie en Samenwerking
12. Salarissen boventalligen
36.586
-26.042
Organisatie en Samenwerking
13. extra inhuur interne controle AO / IC
-
-
Totaal incidenteel exploitatie
3.405.356
-3.428.578
Totaal structureel exploitatie
13.358.602
-13.974.199
60
Toelichting incidentele baten en lasten / saldo structurele exploitatie: 1. Werkagenda Jeugd: Kosten voor het opstellen van de werkagenda Jeugd. Hiervoor is een extra bijdrage van de deelnemende gemeentes ontvangen. 2. Energieakkoord: Holland Rijnland heeft samen met de de gemeentes, Hoogheemraadschap, provincie en Omgevingsdiensten, een Energieakkoord opgesteld. De gemeentes hebben in 2020 567.966,- bijgedragen, de provincie 50.000,-. Het totale budget voor 2020 was daarmee 617.966,-. 3. LEADER: Kosten voor projecten in het kader van plattelandsontwikkeling, gedekt door een Europese subsidie van de Provincie Zuid-Holland en een aanvullende bijdage van de gemeentes. 4. Transformatiefonds Jeugd: De gemeente Leiden, heeft via het gemeentefonds een extra bijdrage gekregen tbv het transformatiefonds Jeugd. Holland Rijnland voert dit uit. 5. RES: De gemeente Alphen aan den Rijn, heeft via het gemeentefonds een bijdrage gekregen van 1.258.118,-. In het AB van 30 oktober 2019 is besloten dat Holland Rijnland het RES gaat uivoeren. In 2019 is 50.000 opgenomen in de begroting, in 2020 en 2021 in totaal 1.208.118. 6. In 2019 is door Holland Rijnland geld opgehaald bij de gemeentes naar aanleiding van de opdracht van de provincie ZuidHolland uit 2018 om een regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Deze middelen zijn naar 2020 overgeheveld maar nog niet uitgegeven. 7.