Participatieplan programma Landelijk gebied
Tekst van het document
Programma Landelijk gebied Participatieplan
Nuenen 31 oktober 2025
1. INLEIDING Doel van dit participatieplan is een helder beeld te schetsen hoe wij de participatie over het programma Landelijk gebied van Nuenen willen vormgeven. Dit doel wordt enerzijds ingegeven door het participatiebeleid van de gemeente Nuenen, dat richting geeft aan hoe bewoners en belanghebbenden te betrekken bij nieuwe initiatieven. Anderzijds willen we door geïnteresseerden te betrekken, het programma verbeteren, zodat het draagvlak ervoor zo groot mogelijk wordt. Door (lokale) kennis en ervaring te betrekken bij het plan ontstaat een beter plan. Hoe we dat willen doen staat in dit participatieplan. Om daar een goed beeld van te geven, is het belangrijk een stukje context mee te geven. Waar hebben we mee te maken? We beginnen immers niet blanco. Dat leest u in hoofdstuk 2. Vervolgens gaan we in op de wijze waarop we het participatietraject willen insteken. Dit doen we door het doel van participatie, de daarbij behorende doelgroepen en de mate van participatie te beschrijven. Ook geven we aan welke methoden daar het best bij passen. Dat leest u in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 is het meest praktisch: wanneer doen we wat? En met wie?
2. NUENEN EN HET LANDELIJK GEBIED Het landelijk gebied van Nuenen zou je kunnen omschrijven als een groene buffer tussen de stedelijke agglomeraties van Eindhoven en Helmond. Zowel voor haar eigen inwoners als voor die van de Metropoolregio Eindhoven is dit een belangrijk uitloopgebied. Dit wordt benadrukt door de ligging in het Van Gogh Nationaal Park. Naast een belangrijk uitloopgebied is het landelijk gebied ook een werkgebied. Vele agrarische bedrijven verdienen hier hun boterham. Maar er is ook veel in beweging; de druk op het landelijk gebied is groot door de grote behoefte aan woningbouw en infrastructuur. De landbouw ondergaat een transitie (op weg naar toekomstbestendigheid) en we hebben met vele grote opgaven te maken, zoals op het gebied van energie, klimaat en gezondheid. Om met deze druk om te kunnen gaan, moeten we ons een beeld vormen van wat we in de toekomst willen bereiken. De gemeente heeft haar blik op de toekomst in eerste instantie in de omgevingsvisie vastgelegd. Dit beleid beschrijft op hoofdlijnen voor de hele gemeente waar Nuenen in de toekomst wil staan. Het landelijk gebied maakt daar onderdeel vanuit. Dit beleid is op een hoog abstractieniveau vormgegeven. De gemeente heeft behoefte dit beleid voor verschillende thema’s en gebieden verder uit te werken, zodat daar ook uitvoering aan gegeven kan worden.
Voor het landelijk gebied doen we dat in de vorm van een programma Landelijk gebied. Dat programma maken we niet alleen. Dit doen we met alle geïnteresseerde inwoners, gebruikers en belanghebbenden in het landelijk gebied. In dit participatieplan hebben we opgeschreven hoe we dat gaan vormgeven.
3. UITGANGSPUNTEN PARTICIPATIE Voor dit participatieplan hanteren we twee principes: 1. Het participatiebeleid van de gemeente Nuenen. De gemeente kent een participatieverordening en een -aanpak. 2. Het principe van doelmatige participatie, de aanpak die Rho adviseurs hanteert. Beide aanpakken vertonen grote overeenkomsten:
2/9
Het beleid van Nuenen start met de vraag of participatie van toepassing is (ja, tenzij…). In dit geval is het antwoord volmondig ‘Ja!’ Het betreft immers een initiatief van de gemeente zelf. Dan is participatief handelen uitgangspunt. De overige stappen van beide principes komen vergaand overeen: 1. We bepalen het doel van participatie. In het participatiebeleid van Nuenen hoort daar ook bij welke mate van participatie wordt toegepast (van meeweten tot meekiezen) 2. We bepalen wie daarbij als doelgroep worden betrokken en welke rol die doelgroepen hebben; 3. We gaan in op een aantal praktische zaken (planning, opbrengst, werkvormen, etc.)
DOEL VAN DE PARTICIPATIE Het doel van het participatietraject voor het programma Landelijk gebied is meerledig: - enerzijds wordt gestreefd naar het verbeteren van het programma door gebruik te maken van de kennis, reacties en inzichten van gebruikers, bewoners en belanghebbenden in het gebied; - anderzijds beoogt het traject het creëren van transparantie en draagvlak door belanghebbenden goed te informeren over de voortgang en stappen in het proces. - Tot slot vraagt een programma Landelijk gebied om uitvoering. Daarbij hebben we alle partijen hun rol. Het participatietraject sorteert daarop voor door partijen te verbinden die bijdragen aan de uitvoering van het programma. De vraag is vervolgens gerechtvaardigd wat de mate van participatie is, die we willen toepassen. We onderscheiden vier participatieniveaus of ‘ringen van invloed’: 1. Meeweten (informeren). 2. Meedenken (raadplegen, adviseren). 3. Meedoen (co-creëren) 4. Meekiezen. Van belang is daarbij een onderscheid te maken tussen het opstellen van het programma zelf en het uitvoering geven aan dat programma, nadat dit is vastgesteld. Dit participatieplan ziet op het eerste. Om te voldoen aan het doel van ‘verbeteren van de plannen, het bijdragen van acceptatie en transparantie’ en partijen te verbinden, staat dit participatietraject in eerste instantie het teken van zowel ‘meeweten’ als ‘meedenken’.
Meedoen, in de zin van uitvoering geven aan de doelen en ambities van het programma, is voorbehouden aan de uitvoeringsfase van het programma. In de planvormingsfase willen we wel partijen verbinden aan het programma en de uitvoering ervan.
DOELGROEPEN Er worden verschillende doelgroepen onderscheiden: 1. Bewoners 2. Gebruikers 3. Belanghebbenden 4. Samenwerkingspartners 5. De gemeentelijke organisatie 6. Het gemeentebestuur We hebben de doelgroepen bepaald via een doelgroepenanalyse. Het resultaat is in bijlage 2 weergegeven.
PRAKTISCHE ZAKEN Onder praktische zaken verstaan we: - De Taak- en rolverdeling - Werkvormen - Opbrengsten - Planning
3/9
TAAK- EN ROLVERDELING Rho bereid de participatie voor. We bespreken de aanpak in het kernteam, waar de participatiecoach van de gemeente deel van uitmaakt. De gemeente draagt zorg voor het beschikbaar stellen van vergaderruimtes voor de werksessies. Het participatieplan wordt door de gemeente goedgekeurd.
WERKVORMEN We hanteren verschillende werkvormen, al naar gelang de fase van het proces, de doelgroep en het doel van de participatie. Per fase geven we dat weer. startfase In de startfase inventariseren we bestaand beleid en de opgaven die spelen. Dit doen we met een werksessie met de ambtelijke werkgroep, waarbij deelnemers een beeld geven van hun beleid en bijbehorende opgaven (pitch). Hiermee ontstaat het beeld van het speelveld waar we mee te maken krijgen. We beginnen immers niet blanco. uitgangspunten In deze fase willen we onze uitgangspunten voor het programma bepalen. Dit doen we in twee stappen en met de volgende doelgroepen; 1. Belanghebbenden algemeen; we vragen belangenorganisaties, gebruikers, samenwerkingspartners en bewoners wie belangstelling heeft mee te denken over het landelijk gebied; 2. Boeren; als de belangrijkste beheerder van het landelijk gebied hebben zij daar een grote impact op. We willen hen in een vroeg stadium betrekken en bevragen over hun toekomstplannen. 3. Het college 4. De gemeenteraad We starten met een open gesprek met (jonge) boeren. We halen op welke opgaven zijn voor de toekomst zien en wat zij nodig hebben om hun ambities te realiseren. De opbrengst van deze bijeenkomst is input voor de bredere bijeenkomst met belangenorganisaties.
Met belangenorganisaties houden we eveneens een werksessie, waarin we de belangen en opgaven inventariseren (brainstrom), om vervolgens deze inventarisatie terug te brengen naar een handzaam aantal uitgangspunten. Daarbij betrekken we ook de rolbepaling (wie doet wat?). Afhankelijk van de omvang van de klankbordgroep, doen we dat plenair, dan wel in groepen. Ook voor college en raad is de insteek het inventariseren van de opgaven en ambities. We maken met hen de koppeling met identiteit. Welke kernwaarden (die bijdragen aan de identiteit van Nuenen en diens landelijk gebied) spelen een rol in het landelijk gebied en zijn kenmerkend voor Nuenen. Hoe komen die kernwaarden terug in de uitgangspunten. Identiteit Via een brainstorm benoemen we de kernwaarden van het landelijk gebied van Nuenen. Alles wat er geroepen wordt, schrijven we op. Aan de hand van stickers bepalen we welke kernwaarden het belangrijkst gevonden worden. Met de belangrijkste 5 bepalen we de identiteit van Nuenen (en het landelijk gebied). De identiteit is iets dat we willen behouden. De vraag is welke uitgangspunten hieraan kunnen bijdragen. Afhankelijk van de groepsgrootte, doen we dat plenair of in groepen. IN het laatste geval koppelen we de opbrengst plenair terug.
4/9
Op opbrengst van deze werksessies zijn de basis voor de uitgangspuntennotitie. We vragen de klankbordgroep en de raad hierop te reageren. Wij leggen de uitgangspuntennotitie en de reacties voor aan het college, inclusief een advies hoe hiermee om te gaan. Het college geeft aan hoe ze de reacties verwerkt willen hebben in de uitgangspuntennotitie, waarna een aanpassingsronde volgt. Vervolgens stelt het college de uitgangspuntennotitie vast. Ontwerp programma De uitgangspunten werken we verder uit tot een ontwerp programma. We bespreken een eerste concept met de ambtelijke organisatie en de klankbordgroep. We doen dat op hoofdlijnen: is dit het programma dat we hadden verwacht (qua opzet, reikwijdte, beleidsuitwerking, maatregelen en dergelijke). Vervolgens gaan we dieper in op de inhoud per hoofdstuk. Tekstuele opmerkingen stuurt eenieder sowieso door, die hoeven we niet te bespreken. Na aanpassing leggen we het concept voor aan het college, die het vrijgeeft voor terinzagelegging. Ook sturen we het ontwerp aan de raad ter informatie. Procedure Na terinzagelegging is de participatie afgerond en start de formele procedure.
OPBRENGSTEN We delen de opbrengsten na de verschillende werksessies zo snel als mogelijk. Bij documenten die door het college worden vastgesteld geldt uiteraard dat die documenten pas na vaststelling worden gedeeld met de betrokkenen. We publiceren tussendocumenten op de website van de gemeente. Direct betrokkenen krijgen deze stukken via de mail.
PLANNING De planning voor het planproces is uitgewerkt in hoofdstuk 5 en is ook als bijlage 1 opgenomen bij dit participatieplan.
4. COMMUNICATIE Het participatietraject staat of valt met een heldere communicatie. Wij hanteren daarvoor de volgende uitgangspunten: ▪ Tijdige communicatie Dat betekent doelgroepen tijdig uitnodigen voor participatiemomenten. Tijdig is niet te vroeg, anders gaat het momentum verloren. Tijdig is ook niet te laat, omdat agenda’s dan volgelopen zijn. Verslaglegging van participatiemomenten gebeurt zo snel mogelijk na het participatiemoment. ▪ Helder taalgebruik Alle participanten moeten begrijpen wat er staat te gebeuren en hoe zij kunnen meedoen en reageren op de plannen. Zowel in de uitnodigingen, de presentaties en de verslaglegging wordt begrijpelijke taal gebruikt. Vaktermen worden voorkomen, dan wel toegelicht. Ook de processtappen en hun status worden helder toegelicht. ▪ Communicatiemiddelen We gebruiken bestaande en nieuwe communicatiemiddelen. Alle communicatie uitingen (uitnodigingen, verslagen, SO, etc.) worden op de website van de gemeente Nuenen gepubliceerd. De deelnemers aan de klankbordgroep worden geworven via een open uitnodiging. Diegenen die zich opgeven, worden in het vervolg via direct mailing benaderd. Aanvullend kunnen algemene communicatiemiddelen van de gemeente Nuenen worden ingezet. Daarnaast worden de gebruikelijke social media van de gemeente ingezet . ▪ Verslaglegging Van elke werksessie wordt verslag gedaan.
Deelnemers ontvangen het verslag en kunnen hun opmerkingen doorgeven.
5/9
5. PLANNING EN ROL- EN TAAKVERDELING
1
wie Interne werkgroep (jonge) boeren Klankbordgroep College1 Raad Interne werkgroep Klankbordgroep
wanneer 30 september 17 november December 2025 Nog in te plannen Nog in te plannen Week 20 Week 21
2026
Ontwerp programma
toelichting Inventarisatie speelveld Werksessie uitgangspunten Werksessie uitgangspunten werksessie uitgangspunten Werksessie uitgangspunten Werksessie concept ontwerp Werksessie concept ontwerp
2025
wat startfase uitgangspunten
Het is te overwegen om in dit stadium college en raad samen te laten buigen over de uitgangspunten. Hiermee ontstaat een breder beeld, terwijl er nog geen sprake is van besluitvorming.
6/9
Bijlage 1 Planning
1.7 1.8 2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
aanpassen Vaststellen uitgangspunten voorbereiding overleg werksessie werksessie werksessie
2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.12 2.13 2.14 3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8 4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
bundeling bundelen opbrengsten tot een eerste concept uitgangspunten Overleg Bespreken eerste concept uitgangspunten Aanpassen We passen het eerste concept aan Meelezen Klankbordgroep en interne werkgroep lezen mee Overleg Bespreken reacties klankbordgroep en interne werkgroep aanpassen Laatste aanpassing uitgangspunten. overleg Bespreken uitgangspunten en vaststellen Informeren Uitgangspunten ter informatie Ontwerp programma voorbereiding We stellen een eerste concept van het programma LG op Overleg Bespreken 1e concept aanpassing Aanpassen 1e concept n.a.v. overleg KT Overleg Bespreken 2e concept , Rho maakt verslag overleg Bespreken verslagen en mogelijke aanpassingen 2e concept aanpassen Aanpassen 2e concept overleg Bespreken 3e concept Aanpassen Verwerken opmerkingen college en gereed maken voor ter inzage Procedure ter inzage ontwerp programma 6 weken ter inzage na de zomer. zienswijzen Beantwoorden van zienswijzen. overleg Bespreken beantwoording zienswijzen. aanpassen Aanpassen Nota zienswijzen. overleg Bespreken en vrijgeven Nota Zienswijzen Opstellen raadsbesluit vaststellen Vaststelling programma LG. verwerken Verwerken vaststellingsbesluit in het programma en publicatie.
4.5. 4.6.
7/9
wat
wie
Kennismaken, planproces op de rails, vervolgafspraken, excursie. Werksessie inventarisatie Inventarisatie opgaven, ambities, rolverdeling, cultuurverandering Opstellen participatieplan Opstellen advies over m.e.r.(beoordelings-) plicht over participatieplan, m.e.r. advies en opbrengst werksessie. Voorbereiden stap 2 Participatieplan en gereed maken voor bestuurlijke behandeling Bestuurlijke behandeling participatieplan
KT Rho IW Rho Rho KT
Bundelen/structureren opbrengst van stap 1 Bespreken voorbereiding werksessies Agrariërs Werksessie opgaven en ambities, rolbepaling, sturingsfilosofie Werksessie opgaven en ambities, rolbepaling, sturingsfilosofie
Rho KT Agrariërs KBG College en raad Rho KT Rho KBG/IW KT Rho college Raad e.a.
Rho college
Rho KT Rho KBG/IW KT Rho college Rho KT Rho KT Rho College KT raad KT/Rho
week 36-43 36 37-38 40 37-40 38 42 43 44-46 44-9 44-45 46 47 Dec Dec 49-50 2 3 4-5 6 7 9 9 10-26 10-15 17 18-19 20-21 22 23-24 25 26 36-51 36-41 42-43 44 45 46-47 48 50 51
2026
stap start startoverleg voorbereiding Werksessie participatieplan Advies m.e.r Overleg
2025
1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6.
Bijlage 2 Doelgroepenanalyse
Doelgroepen
Partijen
Bewoners Ondernemers
Agrarisch ondernemers Recreatieve ondernemers Niet-agrarisch ondernemers
Belangenorganisaties
ZLTO afdeling Meierijstad IVN afdeling Nuenen Wildbeheereenheid Nuenen Brabants Landschap Erfgoedvereniging De Drijehornick Van Gogh Brabant Dorpsraden en wijkraden
Samenwerkingspartners
Staatsbosbeheer Waterschap de Dommel Provincie Noord-Brabant Stedelijk Gebied Eindhoven Metropoolregio Eindhoven Van Gogh Nationaal Park GGD Veiligheidsregio Platform veilig ondernemen Enexis Visit Brabant ANWB ODZOB Woningcorporaties Wooninc./Helpt Elkander Zorgpartijen Ontwikkelaars
Interne doelgroepen
Kernteam Interne werkgroep College van B&W Gemeenteraad
8/9
RINGEN VAN INVLOED
JJ