Masterplan Kloostertuin - Bijlage 5 Kloostertuin TRK advies juli 2022
Tekst van het document
Projectnaam Kloostertuin
Adviesnummer werksessie 2
Adviescommissie Team Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Nuenen c.a. Datum zitting 26 juli 2022 Aanwezige leden TRK S. Klein-Obbink (vervangend voorzitter), H. van Helmond, M. van Osch, B. Vuksanovic Afwezige leden TRK V. Marks (voorzitter) Aanwezig secretariaat J. de Vrees (secretaris) Aanwezig planbegeleiders JM. van Linge, R. Godtschalk, D. Van Schijndel
Toelichting De ontwikkeling van het Masterplan voor de Kloostertuin is in vier stappen opgedeeld. 19 april 2022 heeft de eerste werksessie met het TRK plaatsgevonden om uitgangspunten te verzamelen. Op dit moment liggen er vier scenario’s; verschillende ruimtelijke en programmatische opties die de mogelijkheden voor de kloostertuin in beeld brengen. Na een klankbordgroepbijeenkomst met (vertegenwoordigers van) omwonenden en belangenorganisaties en een beeldvormende raadsbijeenkomst zijn de scenario’s in de vergadering met het TRK gedeeld. Met de uitkomst van deze bijeenkomsten wordt het Masterplan opgesteld dat de beste onderdelen van de scenario’s combineert en voorziet in projectenveloppen. Vraag Het TRK is gevraagd de sterke en verbeterpunten van ieder scenario te benoemen. Een keuze maken tussen de scenario’s is nadrukkelijk niet de bedoeling. Behandeling Na een algemene toelichting op het afgelopen proces en de resultaten daarvan zijn de vier scenario’s besproken. De bebouwingssuggesties zijn gebaseerd op een door Hilberink Bosch aangeleverde set woontypologieën; in de praktijk beproefde modellen. De voorstellen die via het Atelier Rijksbouwmeester zijn gemaakt worden door de gemeente niet geschikt geacht, omdat ze zouden zijn gebaseerd op tijdelijk flexibel bouwen.
Het TRK is het absoluut niet eens met deze beoordeling en hoopte juist dat deze vingeroefeningen zouden kunnen leiden tot de special (droombeeld) die nagestreefd wordt. Advies van het TRK Scenario 1. De situering van de ingetekende bouwblokken lijkt afgestemd te zijn op de bestaande bebouwing zonder dat ze ook zelf samen een ensemble vormen. Een wat lossere compositie van de bouwblokken zou beter passen op deze plek. Een gesloten bouwblok zou in dit scenario ook kunnen.
Het sportveld is hier niet op zijn plaats. De ambitie om van de bebouwing in de Kloostertuin een special te maken, wordt hier niet waargemaakt. De typologieën die zijn ingezet, hebben blijkbaar niet de kwaliteit om die special te laten ontstaan. Ondanks het feit dat de typologieën zelf een beproefde kwaliteit hebben, voldoen ze voor deze speciale situatie niet of onvoldoende. Scenario 2. Het gevoel ontstaat dat de bouwblokken met de achterkant naar de straat zijn gekeerd. Het handhaven van de sportzaal wordt niet gezien als een pluspunt. Een positief punt is dat de geschiedenis wordt ingezet om de ordening van de blokken erop te baseren. Het resterende groen is echter te gering van omvang en de openbare toegankelijkheid van de ruimte tussen de bouwblokken is te beperkt. De bouwmassa’s tegenover elkaar zijn onevenwichtig van schaal. De ambitie om van de bebouwing in de Kloostertuin een special te maken, wordt hier niet waargemaakt. De typologieën die zijn ingezet, hebben blijkbaar niet de kwaliteit om die special te maken. Scenario 3 Dit scenario wordt als minst aantrekkelijk gezien: halfslachtig, onvoldoende potentie om een droombeeld te kunnen worden. Het groen is te ondergeschikt en het plan is te veel op de omgeving afgestemd en niet op een eigen identiteit. Het lijkt een aannemersplan.
De ambitie om van de bebouwing in de Kloostertuin een special te maken, wordt hier niet waargemaakt. De typologieën die zijn ingezet, hebben blijkbaar niet de kwaliteit om die special te maken. Scenario 4 Dit scenario wordt beoordeeld als het meest kansrijke voorstel dat verder uitgewerkt zou moeten worden. Het heeft de meeste kans om het nagestreefde droombeeld te krijgen. De korrel van de bebouwing zou nog wat kleiner moeten worden (dus 4 of meer bouwblokken/blokjes) en de situering van de bouwblokjes nog losser. Er is grote twijfel over de geprojecteerde parkeerkoffers aan de randen van het plan. Het doet te institutioneel aan en de afstand tot de woningen is groot waardoor de gebruikswaarde wordt verkleind. Het parkeren zou op meer dan 3 plekken moeten plaatsvinden en minder zichtbaar in het (al dan niet opgehoogde) landschap moeten worden ingepast. Nog beter zou zijn om het parkeren, zoals bij de andere scenario’s, ónder de gebouwen op te lossen zodat het groen van de Kloostertuin meer body kan krijgen. De introductie van wadi’s is weliswaar voor de hand liggend, maar zeer passend hier met de mogelijkheid dat er een rijkere biotoop ontstaat die ook aantrekkelijker is voor het verblijf in de openbare ruimte door bewoners en bezoekers.
Het groen heeft in dit scenario de meeste kans: waardevolle bomen kunnen behouden blijven en de Engelse landschapsstijl is ook een goede mal om woningen in zich op te nemen. Het biedt ook de beste kans om d.m.v. zorgvuldige zichtlijnen de aandacht te vestigen op bijzondere elementen (groen en gebouwd). Niet alle referentiebeelden zijn passend. Met name de voorbeelden met een meanderende hoogte en rooilijn doen recht aan de fijnkorreligheid die hier noodzakelijk is om een dorpse bijzondere kwaliteit te krijgen. Op deze manier kan gemakkelijk naar 4 of 5 bouwlagen gegaan worden zolang de bomen qua hoogte maar winnen en de bouwblokken zich niet tonen als flatgebouwen maar als subtiele stapelingen en schakelingen.
Team Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Nuenen c.a. Sander Klein Obbink, vervangend voorzitter