CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A17 MRE - Bijlage 1 ALG Jaarrekening MRE 2025 - getekend

Gemeenteraad 7 mei 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname30.073 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “ingekomen”: 637

De looptijd van de lening is afgestemd op de looptijd van het activum. De lening bedroeg oorspronkelijk € 7.079.000 en heeft een looptijd van 40 jaar. Het huidige rentepercentage bedraagt 2,35%. De hoogte van de lening per 31 december 2025 bedraagt € 3,85 miljoen. De renterisiconorm bedraagt 20% van het totaal van de uitgaven. Voor de Metropoolregio Eindhoven is dit ruim € 4,8 miljoen op basis van de jaarrekening 2025. Het renterisico op de vaste schuld is de komende 4 jaar nihil. Treasurybeheer De administratieve organisatie en de uitvoering vinden plaats binnen de kaders van de Wet Fido, Ruddo en de wet Schatkistbankieren. Het beleid is gericht op een verantwoord beheer van de middelen, waarbij risico’s zoveel mogelijk worden uitgesloten en de kosten zo laag mogelijk worden gehouden. Het schatkistbankieren bepaalt de uitvoering van de Treasury. Tijdelijk overtollige liquide middelen worden verplicht aangehouden bij het Ministerie van Financiën. Binnen de wet Schatkistbankieren kunnen onder bepaalde voorwaarden middelen worden ge- en uitgeleend van of aan andere decentrale overheden (het zogenaamde onderling lenen). Van deze mogelijkheid heeft de Metropoolregio Eindhoven in 2025 geen gebruik gemaakt.

Bedrijfsvoering Bedrijfsbureau Met het besluit de organisatieonderdelen niet te ontvlechten is in 2024 gestart met het samenvoegen en opnieuw inrichten van de ondersteuning binnen de organisatie. Hiermee wordt op termijn een efficiencyslag beoogd die nodig is om alle taken uit te kunnen voeren. In 2025 is een kwartiermaker aangesteld om deze herinrichting vorm te geven. De aangetrokken vaste manager is na een korte periode weer vertrokken. Om de continuiteit te borgen is voor de komende periode

61

een ervaren manager geworven om de transitie verder vorm te geven. Vanwege de komst van meerdere fondsen naar de Regio is er een toegenomen vraag naar fondsmanagement. In 2025 is daarom de voorbereiding getroffen om hiervoor een aparte BV op te richten. De besluitvorming hierover vindt plaats in 2026. De bedoeling is dat de bedrijfsvoering voor deze BV centraal vanuit de MRE wordt geregeld. Daarnaast zijn in 2025 de voorbereidingen getroffen voor het inrichten van een team realisatiebedrijf. Bovenstaande zaken kosten extra capaciteit en geld voor het uitvoeren van de bedrijfsvoeringstaken. Uitgangspunt is dat als er eventuele extra middelen vrij worden gemaakt dit betaald wordt uit de uitvoeringskosten van de betreffende onderdelen/ subsidies. Per 31 december zijn er 4 functies vacant, waarvan er 2 interim worden ingevuld. Rechtmatigheid Tot en met 2022 gaven externe accountants een rechtmatigheidsoordeel bij de jaarrekening af. Door een wetswijziging is vanaf 2023 het bestuur zelf verantwoordelijk voor het opstellen van een rechtmatigheidsverantwoording. Deze verantwoording wordt gecontroleerd door de externe accountant. Het Dagelijks Bestuur heeft op 6 december 2021 de notitie ‘Invoering rechtmatigheidsverantwoording’ vastgesteld. In deze notitie zijn een aantal belangrijke uitgangspunten voor de rechtmatigheidsverantwoording expliciet gemaakt.

Deze uitgangspunten zijn onder meer afgeleid van het controleprotocol 2022-2025. Belangrijke uitgangspunten zijn onder meer de vaststelling van de verantwoordings- en rapporteringsgrens. De totale lasten (exclusief toevoegingen aan de reserves) van de Metropoolregio Eindhoven over het boekjaar 2025 zijn € 21.494.229 Met een verantwoordingsgrens van 2% over de totale lasten komt dit neer op € 430.000 De rapporteringsgrens voor afwijkingen is vastgesteld op € 50.000. Op 25 februari 2026 heeft het Algemeen Bestuur het addendum Begrotingsrechtmatigheid vastgesteld. Dit addendum is opgesteld naar aanleiding van de publicatie van de Kadernota Rechtmatigheid 2025 oor de Commissie BBV en dient als tijdelijke aanvulling op de bestaande Financiële Verordening. Het addendum bevat richtlijnen en verduidelijkingen om te waarborgen dat de rapportage over begrotingsafwijkingen in de jaarrekening 2025 voldoet aan de eisen van de kadernota rechtmatigheid. Ten aanzien van het aspect rechtmatigheid spelen het begrotingscriterium (passen de uitgaven binnen de geautoriseerde begroting?), het voorwaardencriterium (in hoeverre wordt de externe en interne wet- en regelgeving opgevolgd?) en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium een belangrijke rol. De reikwijdte van de accountantscontrole is vastgelegd in het controleprotocol.

Rechtmatigheidsverantwoording In de jaarrekening 2025 is een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. In deze verantwoording vermeldt het Dagelijks Bestuur dat de omvang van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten en ook balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 272.000 bedraagt. Daarnaast zijn de programmalasten van het MRE (€ 2.205.872) en RHCE (€ 896.580) overschreden en daarmee onrechtmatig. Deze laatste twee worden als acceptabel bestemd, omdat de overschrijding van de lasten van de MRE zijn ontstaan door het niet ramen van de inkomsten en uitgaven van de diverse subsidieregelingen. Tegenover de overschrijding van de kosten MRE staat ook een overschrijding van de inkomsten ad. € 3.445.161. Het tekort bij het RHCe komt door een andere wijze van boekhoudkundige verwijzing en is sec geen overschrijding. Anders dan begroot zijn de overheadkosten RHCe rechtstreeks bij de jaarrekening verantwoord bij het RHCe (€ 872.000) en in mindering gebracht bij de overheadkosten. Hierdoor ontstaat er een fictief tekort t.o.v. de begroting bij het RHCe en een fictief voordeel bij de overhead, Per saldo resteert een niet acceptabele onrechtmatigheid van € 272.000. De geconstateerde onrechtmatigheid houdt verband met het niet naleven van de Europese aanbestedingsrichtlijnen en kleine overschrijding op een gevoteerd krediet.

62

Voorwaardencriterium Voor de rechtmatigheidscontrole is de volgende regelgeving in het bijzonder relevant: ▪

Verordening ex artikel 212 van de gemeentewet betreffende de uitgangspunten voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling.

▪

Verordening ex artikel 213 van de gemeentewet betreffende de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling.

▪

Het treasurystatuut waarin de voorwaarden en bevoegdheden aangaande de financiering zijn vastgelegd.

▪

EU-aanbestedingsregels (BAO)

▪

Aanbestedingswet 2012

De naleving van de regelgeving wordt gemonitord met verbijzonderde interne controle. Uit de verbijzonderde interne controle is gebleken dat de totale uitgaven aan één leverancier (bezien over een periode van 4 jaren) de Europese aanbestedingsdrempel overtreffen. De betreffende opdracht is niet Europees aanbesteed. Het gevolg hiervan is een financiële rechtmatigheidsfout van € 253.000. Deze rechtmatigheidsfout is reeds vermeld in de rechtmatigheidsverantwoording, de 2e burap en via de interne managementletter over het tijdvak januari-september 2025 aan het Algemeen Bestuur gerapporteerd. De opdracht waarop de fout betrekking heeft, is per 31 december 2025 beëindigd. Het betreft nog een overeenkomst welke in 2024 was afgesloten en dus nog niet voldoet aan onderstaande verbeteringen die medio 2025 zijn ingevoerd. Vanaf medio 2025 zijn de volgende maatregelen ingevoerd om het inkoopproces beter te beheersen en herhaling te voorkomen. Dit betreft onder meer het centraal beleggen van personele inkopen bij Werken in Zuid Oost Brabant, zodat het merendeel voortaan EU-conform wordt aanbesteed. Ter ondersteuning worden standaardformulieren ingevoerd en wordt het proces verder gestroomlijnd. Daarnaast worden vanaf 2025 workshops georganiseerd om medewerkers beter bekend te maken met aanbestedingsregels en procedures.

Het contractbeheer wordt centraal ingericht voor betere sturing en overzicht. Verder wordt vanaf 2025 vaker een spendanalyse uitgevoerd om gespreide inkopen bij dezelfde leverancier tijdig te signaleren. Tot slot vindt vanaf 2025 een structurele inventarisatie plaats van terreinen met aanzienlijke inkoopvolumes, zodat tijdig passende raamcontracten kunnen worden aanbesteed en de rechtmatigheid structureel geborgd blijft. Begrotingscriterium De spelregels omtrent het begrotingscriterium zijn nader uitgewerkt in het controleprotocol. Daarnaast zijn op grond van de Kadernota Rechtmatigheid 2025 de spelregels nader geconcretiseerd in het addendum Begrotingsrechtmatigheid. Voor de beoordeling van de afwijkingen van de begroting gelden de volgende regels: ▪

Overschrijdingen van lasten en/of investeringen worden als onrechtmatig aangemerkt.

▪

Onderschrijdingen van lasten en/of investeringen en afwijkingen van baten zijn op zichzelf niet onrechtmatig. Deze kunnen alleen onrechtmatig zijn als die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld.

▪

Onrechtmatige overschrijdingen van lasten en/of investeringen worden als acceptabel beschouwd indien deze: a. passen binnen het bestaande beleid van Metropoolregio Eindhoven; b. worden gecompenseerd door direct te relateren baten; c. tijdig zijn gemeld aan het Algemeen Bestuur (zonder begrotingswijziging);

63

d. verband houden met het op peil houden van noodzakelijke voorzieningen in de jaarrekening (zoals bijvoorbeeld de voorziening groot onderhoud gebouw). ▪

Analyse begrotingsrechtmatigheid

Uit de analyse van de begroting blijkt dat er aan de uitgavenkant twee begrotingsonrechtmatigheden zijn vastgesteld. Aan de batenkant zijn drie overschrijdingen geconstateerd, waarvan er één onder de rapporteringsgrens blijft (HeffingVPB) en vereist daarom geen verdere toelichting. De overige afwijkingen aan de batenzijde betreffen uitsluitend onderschrijdingen. In de 2e burap 2025 is aangekondigd dat de begroting en jaarrekening 2025 niet te vergelijken zal zijn door de extra uitgaven en inkomsten stromen door bijdragen uit het bereikbaarheidsfonds en Beethoven. Dit is dan ook de verklaring voor de forse overschrijdingen van zowel de inkomsten als de lasten. Volgens het addendum begrotingsrechtmatigheid worden afwijkingen bij de baten en onderschrijdingen bij de lasten als rechtmatig beschouwd, mits deze worden toegelicht in de jaarrekening. Deze afwijkingen zijn daarom nader toegelicht in de paragraaf “Toelichting op verschillen overzicht baten en lasten” van de jaarrekening. Lasten Programma Metropoolregio Eindhoven RHCe Overhead Heffing vpb Bedrag onvoorzien Totaal

Begroting 2025

Realisatie 14.625.193 2.699.291 2.290.260 5.500 22.372 19.642.616

Verschil 16.831.065 3.595.871 1.063.722 3.572 0 21.494.230

2.205.872 896.580 -1.226.538 -1.928 -22.372 1.851.614

Baten Programma Metropoolregio Eindhoven RHCe Overhead Heffing vpb Bedrag onvoorzien Totaal

Baten - begroting 2025

Baten - realisatie 2025

15.714.882 3.571.543 6.191 0 0 19.292.616

19.160.043 3.524.548 471.025 4.693 0 23.160.309

Verschil -3.445.161 46.995 -464.834 -4.693 0 -3.867.693

Naast de overschrijding van lasten door het niet ramen van de uitgaven en inkomstenstroom zien we een overschrijding van de kosten bij het RHCe Dit heeft niet te maken met extra kosten, maar met een andere vorm van presenteren. In de begroting 2025 laat de RHCe een positief saldo zien van ca € 872.000. Dit saldo is onderdeel van de totale begroting van de MRE en dient ter dekking van de algemene overhead. Aangezien het resultaat van de RHCe apart wordt afgerekend is er voor gekozen om de kosten van € 872.000 als uitgaven te boeken bij het RHCe en als negatieve uitgaaf te boeken bij het onderdeel Overhead. Dit verklaart de negatieve afwijking bij RHCe en de positieve afwijking bij Overhead. Zonder deze post blijft het verschil bij RHCe < 10%. In de volgende begroting wordt dit aangepast. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In december 2024 heeft het Algemeen Bestuur de Nota misbruik en oneigenlijk gebruik vastgesteld. Deze nota geeft inzicht in het M&O beleid en de risico’s en beheersmaatregelen binnen de Metropoolregio Eindhoven. Ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik zijn geen

64

onrechtmatigheden gebleken. Dit aspect is een belangrijk onderdeel van de controle op de uitgaande subsidiegelden. Landgoed Gulbergen Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven heeft het beheer en de beschikkingsmacht over de gelden in het kader van de verkoop van de aandelen van NV Razob overgedragen aan het Dagelijks Bestuur. Daartoe is de “Adviescommissie Gulbergen” ingesteld. Deze commissie adviseert het Dagelijks Bestuur over de onttrekking aan de beschikbare middelen en de wijze van beheren van deze gelden. Voor de ambtelijke ondersteuning van de Adviescommissie is een procesmanager Landgoed Gulbergen aangewezen.

Verbonden partijen Brainport Development NV Brainport Development NV is een vennootschap met Triple Helix-aandeelhouders, waarbij het overheidsaandeel 50 procent is. Brainport Development is gericht op het structureel verankeren van de Brainport Next Generationstrategie. Gelet op de regionale opgave van Brainport Development wordt de financiering verkregen via een inwonerbijdrage en treedt de Metropoolregio Eindhoven op als enige subsidiënt en vervult zij de rol als regionale betaalautoriteit De vier gemeenten (Eindhoven, Helmond, Best en Veldhoven) die ook in het aandelenkapitaal van Brainport Development NV deelnemen, worden op grond van de gemeenschappelijke regeling een extra bijdrage gevraagd op basis van hun specifiek belang. Er zijn voor de Metropoolregio Eindhoven een aantal instrumenten voor de beïnvloeding van en de sturing op Brainport Development: ▪

Aan de voorkant, als het gaat om het programma en de aard van de activiteiten. Dit gebeurt in het thema Economie door de afgesproken consultatie over het jaarplan. Daarnaast is de Metropoolregio Eindhoven vertegenwoordigd in het bestuur van de Stichting Brainport en heeft een formele rol als aandeelhouder.

▪

Bij de financiering, waarbij het gaat om de omvang van de uit te voeren activiteiten in relatie tot het budget Gegevens deelneming Belang MRE in verbonden partij begin begrotingsjaar Belang MRE in verbonden partij eind begrotingsjaar Financiële gegevens Brainport Development NV Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025

1.539 aandelen van nominaal € 453,78 1.539 aandelen van nominaal € 453,78 € 3.399.404 € 3.586.467 € 8.478.569 € 9.881.722 € 187.063

Breedband Regio Eindhoven B.V. Op initiatief van het Regionaal Breedband Consortium Zuidoost-Brabant (RBC), bestaande uit circa 20 maatschappelijke organisaties en enkele bedrijven, is een breedbandring (glasvezelinfrastructuur) in Eindhoven, met uitlopers naar Geldrop-Mierlo, Veldhoven en Helmond gerealiseerd, waarop ook eigen vestigingen zijn aangesloten. Hiertoe zijn opgericht de Stichting Glasrijk en de exploitatiemaatschappij Breedband Regio Eindhoven BV.

65

De Metropoolregio Eindhoven, een van de “Founding Fathers”, heeft een zetel in het Algemeen Bestuur van de Stichting Glasrijk en is aandeelhouder in de Breedband Regio Eindhoven BV tot maximaal 136.000 gewone aandelen van nominaal € 1,–. Op grond van de verslaggevingsvoorschriften (BBV) volgt onderstaand een recap van (financiële) informatie van de deelneming in Breedband Regio Eindhoven B.V. Gegevens deelneming Belang MRE in verbonden partij begin begrotingsjaar 129.200 aandelen van nominaal € 1,00 Belang MRE in verbonden partij eind begrotingsjaar 129.200 aandelen van nominaal € 1,00 Financiële gegevens Breedband Regio Eindhoven B.V. Eigen vermogen 1-1-2025 € 5.902.371 Eigen vermogen 31-12-2025 € 6.643.767 Vreemd vermogen 1-1-2025 € 2.827.340 Vreemd vermogen 31-12-2025 € 2.034.872 Financieel resultaat 2025 € 741.399 Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (BIZOB) Sinds 1 januari 2022 is Metropoolregio Eindhoven aangesloten bij Stichting BIZOB met als doel financiële, kwalitatieve en procesmatige inkoopvoordelen te behalen zonder daarvoor de interne organisatie te belasten maar toch ervoor te zorgen dat de continuïteit in de bedrijfsvoering op dit onderdeel gewaarborgd is. Metropoolregio Eindhoven draagt geen bevoegdheden over, Bizob correspondeert alleen over de inkoop- en aanbestedingstrajecten. Bizob ontvangt van alle deelnemende organisaties middelen.

Het te betalen bedrag is afhankelijk van de ingekochte capaciteit. Metropoolregio Eindhoven neemt gemiddeld 20-30 dagen per jaar af afhankelijk van de inkoopbehoefte. In 2025 hebben we 33 dagen afgenomen. Vanaf 2026 zal dit aantal fors stijgen door de komst van het nieuwe Realisatiebedrijf binnen de MRE. Een exploitatietekort van Bizob wordt opgevangen door de deelnemers naar rato van het aantal afgenomen dagen. Omdat de Metropoolregio Eindhoven slechts 20-30 dagen op jaarbasis afneemt is het financiële risico voor de Metropoolregio Eindhoven beperkt. Sinds de oprichting Bizob is er echter nog nooit sprake geweest van een exploitatietekort.

Eigen vermogen Resultaat 2025 voor bestemming Vreemd vermogen

31-12-2024 € 600.122,81 € 1.343.604,05 € 1.831.768,81

31-12-2025 € 842.101,12 € 1.737.286,76 € 2.050.078,84

Onderhoud kapitaalgoederen Gebouw Raiffeisenstraat 18 Eindhoven Groot onderhoud aan pand aan de Raiffeisenstraat 18 te Eindhoven wordt uitgevoerd volgens het Meerjaren Onderhouds Plan (MJOP) 2024-2033. Op grond van dit plan wordt jaarlijks € 88.450 gestort in de voorziening groot onderhoud. De kosten voor groot onderhoud worden gedekt uit deze voorziening. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

66

PROGRAMMAJAARREKENING 2025 Overzicht baten en lasten Begroting 2025

Programma's Lasten

Realisatie 2025

Baten

Saldo

Lasten

Baten

3.916.090 967.740

5.474.172 617.740

1.558.082 -350.000

3.547.086 1.094.278

4.529.385 420.876

- Ruimte en wonen

45.847

0

-45.847

1.478.971

- Mobiliteit, faciliteren regionale samenwerking - Mobiliteit, GGA

45.847 70.000

0 70.000

-45.847 0

- Energietransitie

1.275.847

1.230.000

- Economie - Stimuleringsfonds Regiodeal - Opdrachtgeverschap Brainport Development NV

45.847 2.212.732 5.999.396

Verschil t.o.v. begroting 2025 Saldo

Lasten

Baten

saldo

982.299 -673.402

369.004 -126.538

-944.787 -196.864

-575.782 -323.402

1.672.805

193.834

-1.433.124

1.672.805

239.681

750.168 0

741.673 70.000

-8.494 70.000

-704.321 70.000

741.673 0

37.353 70.000

-45.847

1.367.877

3.093.621

1.725.744

-92.030

1.863.621

1.771.591

0 2.323.574 5.999.396

-45.847 110.842 0

21.889 2.540.139 5.999.395

0 2.632.283 5.999.400

-21.889 92.144 5

23.958 -327.407 1

0 308.709 4

23.958 -18.698 5

45.847

0

-45.847

31.262

0

-31.262

2.699.291

3.571.543

872.252

3.595.871

3.524.548

-71.323

Overhead

2.290.260

6.191

-2.284.069

1.063.722

471.025

-592.697

Heffing VPB

5.500

0

-5.500

3.572

4.693

1.121

Bedrag onvoorzien

22.372

0

-22.372

0

0

0

0 0 -46.995 0 464.834 0 4.693 0 0 0

14.585

RHCe

14.585 0 -896.580 0 1.226.538 0 1.928 0 22.372 0

19.642.616

19.292.615

-350.000

21.494.229

23.160.310

1.666.081

-1.851.613

3.867.695

0 0 0 323.402

323.402

Metropoolregio Eindhoven - Regionale strategie en samenwerking - Landgoed Gulbergen

- Landelijk gebied

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

-943.575 1.691.372 6.621 22.372 2.016.082

Bestemmingsreserve Gulbergen

0

350.000

350.000

0

673.402

673.402

0 0 0 0

Bestemmingsreserve Energietransitie

0

0

0

2.464.833

0

-2.464.833

-2.464.833

0

-2.464.833

Bestemmingsreserve Doorontwikkeling MRE

0

0

0

0

267.558

267.558

0

267.558

267.558

Bestemmingsreserve personele kosten - Metropoolregio Eindhoven - RHCe

0 0

0 0

0 0

42.461 15.714

0 0

-42.461 -15.714

-42.461 -15.714

0 0

-42.461 -15.714

19.642.616

19.642.615

0

24.017.237

24.101.270

84.033

-4.374.621

4.458.655

84.035

Mutaties reserves

Gerealiseerd resultaat Specificatie saldo 2025 Batig saldo Metropoolregio Eindhoven Batig saldo RHCe Batig saldo Landgoed Gulbergen Gerealiseerd saldo van baten en lasten na mutaties reserves

171.070 -87.037 0

67

84.033

Toelichting op het overzicht baten en lasten Algemeen In het “Overzicht van baten en lasten” zijn weergegeven de lasten, de baten en het saldo per programma, de algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de algemene en bestemmingsreserves. Dit resulteert in het saldo van de lopende rekening, welke per dienstonderdeel is vermeld. Resultaat Het resultaat over 2025 bedraagt € 84.033 positief en is als volgt opgebouwd: Metropoolregio Eindhoven RHCe Landgoed Gulbergen

€ 171.070 -/- € 87.037 €

0

Toelichting op verschillen overzicht baten en lasten Regionale strategie en samenwerking Het deelprogramma Regionale strategie en samenwerking laat een tekort zien van € 575.000. Dit resultaat is het gevolg van een voordeel op de personele kosten van € 524.000 en nadelen op de programmakosten (€ 155.000) en programmabaten (€ 944.000). Op begrotingsbasis wordt de dekking van een gedeelte van de personele kosten centraal bij deze post geboekt. In totaal voor € 945.000. Bij de jaarrekening wordt de realisatie geboekt op de verschillende thema’s. Abusievelijk is hier bij de 2e burap geen begrotingswijziging van gemaakt. De inkomsten zijn dus wel gerealiseerd, maar verantwoord bij de diverse thema’s. Daarnaast zijn een aantal vacatures niet of later waren ingevuld (voordeel op personeelskosten) waardoor er meer inhuur noodzakelijk was (hogere programmakosten). De dekking voor de “rendabele” interne medewerkers is dan ook gerealiseerd, o.a bij de middelen vanuit energietransitie, Beethoven en regiodeal. Landgoed Gulbergen Landgoed Gulbergen wordt budgettair neutraal verwerkt in de exploitatie. Dit betekent dat eventuele overschotten worden gestort in de bestemmingsreserve Gulbergen en tekorten uit deze reserve worden onttrokken. In het betreffende jaar laat het thema een netto tekort zien van € 323.000.

Dit tekort is opgebouwd uit een nadeel aan de kostenkant van € 127.000, voornamelijk door hogere kosten voor begeleiding verkoop gedeelte Noordzijde, het herziene nazorgplan en de ontwikkelstrategie voor de rest van het landgoed, en een nadeel aan de batenkant van € 197.000, veroorzaakt door een lagere opbrengsten. Deze zijn structureel te hoog geraamd. Om het budgettair neutraal te houden, wordt het extra tekort van € 323.000 volledig gedekt door een onttrekking uit de bestemmingsreserve Landgoed Gulbergen. Naast het al geraamde tekort van € 350.000 wordt in totaal € 673.000 aan deze reserve onttrokken. Volgens de voorschriften van het BBV wordt deze mutatie verantwoord onder het onderdeel "mutatie reserves". Ruimte en wonen Het deelprogramma Ruimte en Wonen toont een positief verschil van bijna € 240.000 ten opzichte van de begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een overschrijding van € 1.433.000 op de programmakosten, en een overschrijding van de baten ad. € 1.673.000.

68

De diverse subsidieregelingen waren bij het opstellen van de begroting 2025 nog niet bekend. Het betreft de inkomsten uit de Middelen Beethoven wonen ruim € 1,1 mln, middelen vanuit de provincie ten behoeve van wonen € 278.000, Middelen vanuit het Brainport Partnerfonds € 237.000 en Bijdrage vanuit het Rijk voor de woondeal van ruim 33K. Daartegen staan de gemaakte kosten voor deze subsidies. In totaal voor € 1.478.000. Per saldo resulteert een voordeel van € 240.000 op dit thema. Mobiliteit, faciliteren regionale samenwerking Het deelprogramma Mobiliteit, faciliteren regionale samenwerking toont zowel aan de inkomstenkant als aan de uitgavenkant een forse afwijking door het niet ramen van de uitgaven voor het bereikbaarheid fonds. De totale kosten bedroegen in 2025 ca. € 742.000 en worden gedekt uit de ontvangen subsidie. In zijn geheel laat dit onderdeel een positief resultaat zien van € 107K t.o.v. begroting omdat er niet separaat meer kosten worden gemaakt voor de gebiedsgerichte aanpak en het werkbudget is niet in zijn geheel gebruikt. Energietransitie Het verschil tussen de begroting en de realisatie binnen het thema Energietransitie bedraagt een positief saldo van € 1.772.000. Het programma energietransitie si een meerjarig programma. In 2025 is ruim € 1.368.000 uitgegeven. Daarentegen is € 3.093.000 aan inkomsten binnengekomen.

De niet gebruikte middelen worden gereserveerd voor de komende jaren. In totaal is er in 2025 € 3.093.000 ontvangen vanuit de volgende regelingen: Rijksbijdrage versterken ecologie € 789.000, Rijksbijdrage energiesysteem € 370.000, Rijksmiddelen RES € 575.000, Rijksmiddelen NLPW € 887.000, Bijdrage provincie € 100.000, Bijdrage verduurzaming bedrijventerreinen € 306.000 en overige inkomsten € 77.000. Het positieve verschil ten opzichte van de begroting wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve Energietransitie, zodat deze middelen in 2026 beschikbaar blijven. In totaal wordt er € 2.465.000 toegevoegd aan de reserve (niet alle gemaakte kosten zijn declarabel). De toevoeging aan de reserve is conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verantwoord onder "mutatie reserves". Economie Het thema Economie bestaat uit de volgende onderdelen: ▪ ▪ ▪

Economie Stimuleringsfonds Bijdrage Brainport Development NV

Op Economie wordt een voordeel behaald van € 24.000. Het betreft het niet volledig besteden van het werkbudget. Daarnaast waren de inkomsten en uitgaven met betrekking van de regiodeal niet geraamd en is de dekking voor het programmamanagement uit de fondsen iets groter. Het gaat om een bedrag ad. € 309.000. De ontvangen middelen vanuit het stimuleringsfonds ruim € 2.035.000 worden gestort in de voorziening. Daadwerkelijk is er voor € 1.656.000 onttrokken uit de voorziening. De gemaakte kosten voor de invoering van deze regeling bedragen € 240.000, waarvan € 220.000 gedekt wordt uit de voorziening. Tenslotte zijn er € 265.000 kosten gemaakt voor uitvoering van de regiodeal welke ook gedekt worden uit deze middelen. De inwonerbijdrage Brainport Development en de individuele aandeelhouderbijdragen van de gemeenten Eindhoven, Helmond, Veldhoven en Best ten behoeve van de basisfinanciering van Brainport Development, zijn volgens de in de begroting 2025 vastgestelde bedragen in rekening gebracht en doorbetaald aan Brainport Development. Het gaat om een bedrag ad. € 6.000.000

69

RHCe In het primair proces realiseert het RHCe een negatief netto-resultaat van € 87.000 (incl toevoeging aan reserve personeelkosten RHCe), bestaande uit een voordeel op de personele kosten van € 182.000, en een nadeel op de programmakosten van € 222.000 en een nadeel op de programmabaten van € 47.000. Het nadeel op de programmabaten betreft een geraamde verhuuropbrengst van externe collecties die niet wordt gerealiseerd. Het nadeel bij programmakosten betreft o.a. extra inhuurkosten door niet-ingevulde vacatures. In afwijking van de begroting zijn de indirecte overheadkosten rechtstreeks geboekt op de kosten RHCe in plaats van bedrijfsvoering. Het bedrag is bepaald op basis van de het verschil tussen de baten en lasten van het onderdeel RHCe. Op deze manier is het resultaat RCHe in een oogopslag zichtbaar. Hierdoor is de afwijking ten opzichte van de begroting € 872.000 hoger. Dit nadeel bij RHCe valt weg door hetzelfde voordeel bij Overhead. Overhead Het programma Overhead laat een voordeel zien van € 1.691.000. Een groot deel van dit voordeel wordt bereikt doordat de bijdrage vanuit de RHCe ad. € 872.000 voor de overhead geboekt is bij het RHCe. Daarnaast waren er lagere kosten bij het onderdeel opleidingen € 160.000, huisvesting € 58.000 en automatiseringskosten € 300.000. Bij de indirecte personeelskosten zien we daarentegen een nadeel van € 189.000.

Tenslotte is door de storting van een aantal subsidies, o.a. de bereikbaarheidsfondsmiddelen medio 2025 een groot rentevoordeel ontstaan van ruim € 465.000. Een gedeelte daarvan wordt gestort in de voorziening bereikbaarheidsagenda Heffing VPB Het programma heffing VPB laat een klein voordeel zien van € 1.100, door de positieve afrekening 2024. Dit bedrag is het saldo voor het voorschot 2025 en de afrekening 2024. Onvoorzien Er is in 2025 geen aanspraak gedaan op de post onvoorzien. Dit leidt tot een voordeel van ruim € 22.000 ten opzichte van de begroting. Mutatie reserves Bestemmingsreserve Gulbergen In de gewijzigde begroting was een onttrekking van € 350.000 uit de bestemmingsreserve Gulbergen opgenomen. In de realisatie is echter een bedrag van € 673.402 onttrokken, wat heeft geleid tot een verschil van € 323.402. Deze hogere onttrekking was noodzakelijk ter dekking van de in 2025 binnen het deelprogramma Landgoed Gulbergen verantwoorde lasten en baten. Bestemmingsreserve Energietransitie Bij het opmaken van de jaarrekening wordt aan het einde van het jaar het niet-bestede deel van de middelen voor Energietransitie toegevoegd aan de bestemmingsreserve, zodat deze in het volgende jaar weer beschikbaar zijn voor besteding. Voor 2025 wordt dezelfde werkwijze gehanteerd. Op basis van de realisatie is vastgesteld dat er een overschot is van ruim € 2.464.833.

Dit bedrag wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve via een dotatie. Bestemmingsreserve Doorontwikkeling MRE Aan de bestemmingsreserve Doorontwikkeling MRE is een bedrag van ruim € 267.000 onttrokken ten behoeve van de dekking van incidentele uitgaven waarvoor geen budget is opgenomen in de begroting 2025. Het betreft met name de kosten voor de oprichting van het realisatiebedrijf. Daarnaast is conform besluit AB een gedeelte van het jaarrekeningresultaat 2025 toegevoegd aan deze reserve.

70

Bestemmingsreserves personele kosten Om de saldi van de reserves personele kosten Metropoolregio Eindhoven en RHCe in overeenstemming te brengen met de onderliggende financiële verlofverplichtingen, is aan de reserve van de dienst Metropoolregio Eindhoven een bedrag toegevoegd van ruim € 42.000, aan de reserve van de dienst RHCe is een bedrag toegevoegd van € 15.700. Ter verduidelijking zijn in het overzicht op de volgende pagina de mutaties per reserve weergegeven welke in 2025 hebben plaatsgevonden. Onttrekking aan reserves

Raming begrotingsjaar na wijziging

Waarvan structureel

Realisatie begrotingsjaar

Waarvan structureel

Bestemmingsreserve Landgoed Gulbergen Bestemmingsreserve Energietransitie Bestemmingsreserve Doorontwikkeling MRE Bestemmingsreserve personele kosten MRE Bestemmingsreserve personele kosten RHCe

350.000 0 0 0 0

0 0 0 0 0

673.402 0 267.558 0 0

0 0 0 0 0

Totaal onttrekking aan reserves

350.000

0

940.960

0

Toevoeging aan reserves

Raming begrotingsjaar na wijziging

Waarvan structureel

Realisatie begrotingsjaar

Waarvan structureel

Algemene reserve Bestemmingsreserve Gulbergen Bestemmingsreserve Energietransitie Bestemmingsreserve Doorontwikkeling MRE Bestemmingsreserve personele kosten MRE Bestemmingsreserve personele kosten RHCe

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

255.000 0 2.464.833 62.556 42.461 15.714

0 0 0 0 0

Totaal toevoeging aan reserves

0

0

2.840.564

0

Incidentele lasten

71

Incidentele lasten

Realisatie begrotingsjaar

Raming begrotingsjaar na wijziging

Programma Onvoorzien

200.049 268.014 1.010.908 741.673 33.060 564.731 450.142 14.217 305.727 264.738 0

45.847 0 0 0 0 1.230.000 0 0 0 0 22.372

Totaal incidentele lasten

3.853.259

1.298.219

werkbudget Ruimte en wonen Beethoven Wonen kosten regionaal bereikbaarheidsfonds Energiearmoede Middelen RES NP Lokale Wamtetransitie Grootschalige opwek Verduurzaming bedrijventerreinen Regiodeal

De incidentele lasten zijn naast de storting in de voorziening van de ontvangen middelen bereikbaarheidsfonds, uitgaven die gedaan zijn in het kader van de diverse subsidieregelingen.

Incidentele baten

Incidentele baten

Realisatie begrotingsjaar

Raming begrotingsjaar

bijdrage regiodeal

268.014 18.000 1.116.072 237.000 33.719 788.499 370.500 574.671 887.445 100.000 15.000 305.727 264.738

0 0 0 0 0 0 0 575.000 440.000 200.000 15.000 0 0

Totaal incidentele baten

4.711.372

1.230.000

Bijdrage provincie wonen overige inkomsten Bijdragen uitvoeringskosten Beethoven wonen 2024+2025,, Brainport Partnerfonds Rijk bijdrage woondeal Rijksbijdrage versterken ecologie Rijksbijdrage energiesysteem Rijksmiddelen RES Rijksmiddelen NLPW Bijdrage provincie Bijdrage waterschappen verduurzaming bedrijventerreinen

72

De incidentele baten bevatten allemaal inkomsten vanuit andere overheden

Inwonerbijdrage In 2025 is de inwonerbijdrage ten opzichte van 2024 met 6,38% geïndexeerd. Een en ander leidt tot het volgende vergelijkend overzicht van de gemeentelijke bijdragen per inwoner.

Metropoolregio Eindhoven Regionale opgaven Bijdrage Brainport Development Bijdrage Stimuleringsfonds

Regionaal Historisch Centrum Eindhoven

2025 totaal

inwoner

2024 inwoner

4.509.385 2.954.693 2.035.839

5,573 3,651 2,516

4,883 2,639 2,714

9.499.917

11,740

10,235

3.524.548

4,532

4,292

13.024.465

16,272

14,528

Aantal inwoners Regionale opgaven, BP en SF Aantal inwoners RHCe

809.189 777.761

Formatie

Medewerkers met dienstverband Metropoolregio Eindhoven Regionaal Historisch Centrum Eindhoven Bedrijfsbureau

2025 Aantal loonkosten FTE's

2024 Aantal loonkosten FTE's

(per 31-12)

(per 31-12)

(x € 1.000)

(x € 1.000)

27,5 17,4 13,2

3.780 1.536 1.018

18,0 13,6 12,4

3.961 1.719 1.055

58,1

6.334

44,0

6.734

73

METROPOOLREGIO EINDHOVEN Toelichting balans

74

Balans per 31 december 2025 Bedragen in €

31 december 2025

31 december 2024

ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut

20.858.687

21.069.993

Financiële vaste activa - Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

827.568

827.568

21.686.255

21.897.561

Totaal vaste activa

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Overige vorderingen

1.151.643

1.213.505

59.424.633 5.000

19.046.788 79 60.581.275

20.260.372

409.011

393.369

1.961.995

195.022

Totaal vlottende activa

62.952.282

20.848.763

TOTAAL ACTIVA

84.638.537

42.746.324

Liquide middelen - Banksaldi Overlopende activa - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

75

Bedragen in €

31 december 2025

31 december 2024

PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat

1.755.000 20.112.654 84.033

1.500.000 18.468.050 628.743 21.951.686

Voorzieningen - Voorzieningen ter egalisering van kosten - Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is

219.982

470.898

4.387.898

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen binnenlandse banken en financiële instellingen

20.596.792

4.601.398 4.607.880

5.072.296

3.853.033

4.065.272

1.328.616

1.237.758

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

495.568

495.077

0

40.315

52.401.754

TOTAAL PASSIVA

76

11.238.814 52.897.323

11.774.206

84.638.537

42.746.324

Grondslagen voor waardering, resultaatbepaling en rechtmatigheidsverantwoording Waarderingsgrondslagen Algemeen Bij het opmaken van de jaarrekening zijn de verslaggevingsvoorschriften gevolgd zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit investeringen met een economisch nut en zijn gewaardeerd tegen de historische kostprijs onder aftrek van eventuele subsidies en bijdragen van derden. De op de materiële vaste activa toegepaste afschrijvingen zijn gebaseerd op de verwachte gebruiksduur.

Financiële vaste activa Deelnemingen De deelneming Brainport Development NV is gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Tegenover de deelneming in Breedband Regio Eindhoven BV ad € 129.000 (nominaal) staat een gelijk aandeel in de waarde van de activa van € 4.168.000 van deze vennootschap.

Vlottende activa Vorderingen De vorderingen zijn opgenomen tegen de nominale waarde voor zover nodig onder aftrek van een voorziening voor risico wegens oninbaarheid.

Reserves De reserves worden gevoed en beheerd conform de door het Algemeen Bestuur vastgestelde richtlijnen.

Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd wegens: • verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; • op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; • kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

77

De overige activa en passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor bepaling van het saldo/resultaat Baten en lasten Uitgaande van de waarderingsgrondslagen worden de baten en lasten verantwoord in het jaar waarop zij betrekking hebben.

Afschrijvingen Afschrijving geschiedt volgens de lineaire afschrijvingsmethode, met uitzondering van de investeringen in de nieuwbouw van het Regionaal Historisch Centrum. Deze worden op basis van annuïteiten afgeschreven. Op investeringen welke in de loop van het jaar in gebruik zijn genomen, wordt in het jaar na aanschaf gestart met afschrijven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn als volgt: Inventaris 15 jaar lineair Verbouwing RHCe 20 jaar lineair Kantoorgebouw RHCe 40 jaar annuïtair Inrichting kantoorgebouw RHCe15 jaar annuïtair Zonnepanelen 20 jaar lineair Kantoormachines 5 jaar lineair Computerinstallatie (hardware) 4 jaar lineair Computerinstallatie (software) 4 jaar lineair

Rente/dotatie aan voorzieningen Aan voorzieningen wordt overeenkomstig het BBV geen rente toegevoegd. Wel kan, om de voorziening op het juiste peil te houden c.q. op basis van door het BBV voorgeschreven richtlijnen, een dotatie ten laste van de exploitatie worden gedaan.

Grondslagen rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals vastgelegd in de financiële verordening (inclusief addendum begrotingsrechtmatigheid) en op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2025. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van artikel 17 Financiële verhoudingswet. • De financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium omvat: Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 25 februari 2026 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringen onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening (inclusief addendum begrotingsrechtmatigheid) is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en in onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld.

Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits

78

•

cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kader van de Kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening (inclusief addendum begrotingsrechtmatigheid). Dit betekent dat: Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde 392.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf rechtmatigheid worden opgenomen.

79

Toelichting op de balans per 31 december 2025 ACTIVA VASTE ACTIVA De vaste activa bestaan uit materiële en financiële vaste activa. Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Woonruimten Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

31 december 2025 16.481.431 3.776.863 350.000 115.707 134.686 20.858.687

31 december 2024 16.481.431 4.001.910 364.000 67.319 155.333 21.069.993

Op 21 december 2020 is de erfpachtovereenkomst voor het Landgoed Gulbergen met Attero beëindigd. Hierdoor heeft de Metropoolregio het volledig eigendom verkregen van: • gronden (301 ha), getaxeerd op € 16.022.091; • opstallen golfbaan (bedrijfsgebouwen), getaxeerd op € 627.378; • twee woningen aan de Vamweg, getaxeerd op € 420.000. De verkrijging van de bovenstaande activa heeft plaatsgevonden tegen de taxatiewaarde. De activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs/taxatiewaarde onder aftrek van de afschrijvingen. De gronden van het perceel van Regionaal Historisch Centrum aan de Raiffeisenstraat zijn onder de ‘gronden’ verantwoord in de balans. De gerealiseerde nieuwbouw (inclusief verbouwing) Regionaal Historisch Centrum is onder bedrijfsgebouwen opgenomen. Onder de machines, apparaten en installaties is primair de computerapparatuur verantwoord. Onder de overige materiële vaste activa worden de investeringen in onder meer software, meubilair en overige roerende goederen verantwoord. Het verloop van de materiële vaste activa gedurende het verslagjaar was als volgt: Boekwaarde 31-12-2024

Investeringen

Desinvesteringen

Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Woonruimten Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa

16.481.431 4.001.910 364.000 67.319 155.333

0 0 0 68.546 0

0 0 0 0 0

0 225.047 14.000 20.158 20.647

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

16.481.431 3.776.863 350.000 115.707 134.686

Totaal generaal

21.069.993

68.546

0

279.852

0

0

20.858.687

Materiële vaste activa

Afschrijvingen Bijdragen van Afwaardering derden

Boekwaarde 31-12-2025

De investeringen in 2025 bestonden uit de aanschaf van notebooks (€ 43.746) en Iphones (€ 24.800).

80

Financiële vaste activa - Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

31 december 2025 827.568

31 december 2024 827.568

Onder de kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen zijn de volgende deelnemingen opgenomen: - Brainport Development (balanswaarde € 698.368 ultimo 2025) - Breedband Regio Eindhoven B.V. (balanswaarde € 129.200 ultimo 2025). De deelneming in Brainport Development NV betreft de participatie met 1.539 aandelen van nominaal € 453,78 in het aandelenkapitaal. De deelneming in Breedband Regio Eindhoven BV betreft 129.200 aandelen van nominaal € 1.

Het verloop van de financiële vaste activa is onderstaand weergegeven. Boekwaarde 31-12-2024

Investeringen

Desinvesteringen

- Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

827.568

0

0

0

0

827.568

Totaal generaal

827.568

0

0

0

0

827.568

Financiële vaste activa

Afschrijvingen Afwaardering Boekwaarde 31-12-2025

VLOTTENDE ACTIVA De vlottende activa bestaan uit de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide midden en de overlopende activa. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met rentetypische looptijd < 1 jaar Overige vorderingen Totaal

31 december 2025 1.151.643

31 december 2024 1.213.505

59.424.633 5.000 60.581.275

19.046.788 79 20.260.372

De omvang van de vorderingen zijn overeenkomstig de specificatie in de subadministratie. Er is geen aanleiding tot het treffen van een voorziening voor mogelijke oninbaarheid van de vorderingen. De uitzettingen in de Rijks schatkist zijn in het onderstaande overzicht per kwartaal weergegeven voor 2025.

Schatkistbankieren Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

81

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

301.000 1.000.000 699.000 -

132.000 1.000.000 868.000 -

339.000 1.000.000 661.000 -

145.000 1.000.000 855.000 -

De liquide middelen zijn als volgt te specificeren: Liquide middelen Banksaldi

31 december 2025 409.011

31 december 2024 393.369

Onder de banksaldi zijn de rekening-couranten verantwoord bij de BNG en de ING Bank. Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

31 december 2025

31 december 2024

1.961.995

195.022

De overlopende activa betreffen nog te ontvangen bedragen en/of vooruitbetaalde kosten.

PASSIVA VASTE PASSIVA De vaste activa bestaan uit het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Eigen vermogen Algemene reserve MRE Algemene reserve RHCe Bestemmingsreserve Personele kosten MRE Bestemmingsreserve Personele kosten RHCe Bestemmingsreserve Deelneming Brainport development Bestemmingsreserve Energietransitie Bestemmingsreserve Digitalisering archieven RHCe Bestemmingsreserve Landgoed Gulbergen Bestemmingsreserve doorontwikkeling MRE Gerealiseerd resultaat Totaal

31 december 2025 1.455.000 300.000 369.832 155.601 698.367 3.484.804 136.492 11.472.560 3.794.998 84.033 21.951.686

31 december 2024 1.200.000 300.000 327.371 139.887 698.367 1.019.971 136.492 12.145.962 4.000.000 628.743 20.596.792

Reserves zijn vermogensbestanddelen welke als eigen vermogen zijn aan te merken en die (bedrijfs) economisch vrij te besteden zijn. Ze zijn te onderscheiden in algemene en bestemmingsreserves. We spreken van een bestemmingsreserve als er sprake is van een reserve waaraan een bepaalde bestemming is gegeven. De reserves zonder een dergelijk oormerk vormen de algemene reserves. Bestemmingsreserves kunnen worden gecreëerd voor vooraf bepaalde doelen. Het instellen, wijzigen en opheffen van reserves is gelet op het budgetrecht een bevoegdheid van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur heeft op 15 december 2021 de Beleidsregels reserves en voorzieningen 2022 vastgesteld.

82

Het verloop van de reserves gedurende het verslagjaar is onderstaand weergegeven. Reserves

Boekwaarde 31-12-2024

Resultaatbestemming lopend boekjaar Toevoeging Onttrekking

Resultaatbestemming vorig boekjaar Toevoeging Onttrekking

Boekwaarde 31-12-2025

Algemene reserve Algemene reserve MRE Algemene reserve RHCe

1.200.000 300.000

0 0

0 0

255.000 0

0 0

1.455.000 300.000

Totaal algemene reserves

1.500.000

0

0

255.000

0

1.755.000

Bestemmingsreserves Personele kosten MRE Personele kosten RHCe Deelneming Brainport development Energietransitie Digitalisering archieven RHCe Landgoed Gulbergen Reserve doorontwikkeling MRE

327.371 139.887 698.367 1.019.971 136.492 12.145.962 4.000.000

42.461 15.714 0 2.464.833 0 0 0

0 0 0 0 0 673.402 267.558

0 0 0 0 0 0 62.556

0 0 0 0 0 0 0

369.832 155.601 698.367 3.484.804 136.492 11.472.560 3.794.998

Totaal bestemmingsreserves

18.468.050

2.523.008

940.960

62.556

0

20.112.654

TOTAAL VAN DE RESERVES

19.968.049

2.523.008

940.960

317.556

0

21.867.653

De aard en de reden van iedere reserve wordt onderstaand toegelicht evenals de mutaties die hebben plaatsgevonden. Algemene reserve Metropoolregio Eindhoven Het doel van de Algemene reserve Metropoolregio Eindhoven is: ▪ fungeren als een egalisatiereserve voor de gemeentelijke bijdrage; ▪ opvangen van onvoorziene uitgaven die niet rechtstreeks verband houden met de lopende exploitatie en calamiteiten; ▪ dekking van incidentele uitgaven waarvoor in de reguliere begroting geen middelen zijn opgenomen. Op grond van een risico-inventarisatie is de bovengrens van de Algemene reserve vastgesteld op 10% van de gemeentelijke bijdrage in combinatie met 2% van de door de Metropoolregio Eindhoven gerealiseerde omzet. De ondergrens van de Algemene reserve is vastgesteld in samenhang met de stand van de bestemmingsreserves op 10% van de gemeentelijke bijdrage. Op 1 november 2017 heeft het Algemeen Bestuur de Notitie Algemene reserve vastgesteld. Hierin zijn de kaders vastgelegd voor de hoogte van de Algemene reserve. Vanuit de jaarlijkse risicoanalyse zijn risico’s benoemd voor een bedrag van € 1.455.000. Derhalve is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 besloten een bedrag van € 255.000 toe te voegen aan de Algemene reserve. De stand per 31-12-2025 bedroeg € 1.455.000 (exclusief rekeningresultaat 2025.

Algemene reserve Regionaal Historisch Centrum Eindhoven Het doel van de algemene reserve RHCe is: • te fungeren als een egalisatiereserve om eventuele tekorten in de exploitatie op te vangen zonder dat daarvoor een extra gemeentelijke bijdrage noodzakelijk is; • te worden aangewend om bijzondere aankopen van, voor het RHCe van belang zijnde, archiefstukken waarvoor in de reguliere begroting geen middelen zijn opgenomen. Op grond van de Notitie algemene reserve mag de hoogte van de reserve zich bevinden tussen de € 150.000 en € 300.000. De stand per 31-12-2025 bedroeg € 300.000 (exclusief rekeningresultaat 2025. In 2025 zijn er geen mutaties geweest in de algemene reserve RHCe.

83

Bestemmingsreserve Personele kosten MRE De bestemmingsreserve Personele kosten is ingesteld doordat er in het BBV geen mogelijkheid is om voorzieningen te treffen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, zoals niet opgenomen vakantiedagen. In 2025 is een bedrag van € 42.461 toegevoegd aan de reserve. De bestemmingsreserve, per 31 december 2025 groot € 369.832, is van voldoende omvang om de arbeidskosten gerelateerde verplichtingen af te dekken. Bestemmingsreserve Personele kosten RHCe De bestemmingsreserve Personele kosten is ingesteld doordat er in het BBV geen mogelijkheid is om voorzieningen te treffen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, zoals niet opgenomen vakantiedagen. In 2025 is een bedrag van € 15.714 toegevoegd aan de reserve. De bestemmingsreserve, per 31 december 2025 groot € 155.601, is van voldoende omvang om de arbeidskosten gerelateerde verplichtingen af te dekken. Bestemmingsreserve Deelneming Brainport development Het doel van de bestemmingsreserve is het opvangen van eventuele waarde schommelingen van de deelneming in Brainport development. In 2025 hebben geen mutaties in de bestemmingsreserve plaatsgevonden.

Bestemmingsreserve Energietransitie De reserve is bedoeld voor het dekken van de uitgaven die vooral verband houden met het aantrekken van externe specialistische capaciteit om invulling te kunnen geven aan de regionale ambitie om uiterlijk 2050 als eerste regio van Nederland energieneutraal te zijn. Het Algemeen Bestuur heeft het Dagelijks Bestuur gemandateerd om de bestemmingsreserve Energietransitie te mogen muteren met als doel de in de exploitatie verantwoorde kosten en opbrengsten met betrekking tot energietransitie te egaliseren. In 2025 vindt per saldo een toevoeging plaats van € 2.464.833 aan de bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve digitalisering archieven RHCe Doel van de reserve is verdere digitalisering van de archieven van het RHCe om materiële achteruitgang ten gevolge van fysieke raadpleging tegen te gaan. Ten opzichte van ontzuring van de archieven is dit een veel betere oplossing. In 2025 hebben geen mutaties plaatsgevonden in deze bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve Landgoed Gulbergen In de jaarrekening 2020 is de voorziening Gulbergen volledig vrijgevallen ten gunste van het resultaat. Het positieve resultaat van ad € 11.775.229 is bij de resultaatbestemming 2020 volledig ten gunste gebracht van de nieuwe bestemmingsreserve Landgoed Gulbergen.

Deze middelen zijn geoormerkt om toekomstige uitgaven te dekken in het kader van het beheer en onderhoud van het landgoed enerzijds en de kosten van pre-nazorg en toekomstige overdracht van de voormalige stortplaats anderzijds. Op grond van het besluit van het Algemeen Bestuur van 30 juni 2021 is het Dagelijks Bestuur gemandateerd om de bestemmingsreserve Landgoed Gulbergen te muteren met als doel de exploitatielasten van het landgoed te egaliseren. In dat kader heeft in 2025 een onttrekking plaatsgevonden van € 673.402 aan de bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve doorontwikkeling MRE Bij de bestuursrapportage 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten om de niet beschikte middelen uit de voorziening Stimuleringsfonds, groot € 4.000.000 ultimo 2024, vrij te laten vallen en toe te voegen aan de bestemmingsreserve Doorontwikkeling MRE. Deze middelen worden ingezet voor de hoofdopgaven en daarmee verbonden versterking van de uitvoeringskracht in en van de regio. Hiermee wordt in de komende jaren een verhoging van de inwonerbijdrage voorkomen. Bij de resultaatbestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 is besloten om een bedrag van € 62.556 toe te voegen aan de bestemmingsreserve. Op grond van het besluit van het Algemeen 84

Bestuur van 18 december 2024 is het Dagelijks Bestuur gemandateerd om de bestemmingsreserve doorontwikkeling MRE te muteren. In 2025 heeft een onttrekking van € 267.558 plaatsgevonden ter dekking van de uitgaven voor grafische ondersteuning regionale opgaven (€ 15.730) en de uitgaven voor uitwerking van de regionale voorzieningenstrategie/aanpak (€ 251.828). Voorzieningen Voorziening verlofsparen MRE Voorziening verlofsparen RHCe Voorziening groot onderhoud gebouwen Stimuleringsfonds Voorziening SIR/SAR Leisure Ontwikkelfonds Regionaal bereikbaarheidsfonds Totaal

31 december 2025 118.918 9.669 91.395 4.174.144 113.754 100.000 0 4.607.880

31 december 2024 83.683 7.495 379.720 3.794.680 133.744 200.000 472.974 5.072.296

Het verloop van de voorzieningen is onderstaand weergegeven. Voorzieningen

Boekwaarde 31-12-2024

Toevoeging

Vrijval

Herrubricering

Aanwending

Boekwaarde 31-12-2025

Ter egalisering van kosten: Voorziening verlofsparen MRE Voorziening verlofsparen RHCe Voorziening groot onderhoud gebouwen

83.683 7.495 379.720

35.235 2.174 88.450

0 0 0

0 0 376.775

118.918 9.669 91.395

Voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is: Stimuleringsfonds Voorziening SIR/SAR Leisure Ontwikkelfonds Regionaal bereikbaarheidsfonds

3.794.680 133.744 200.000 472.974

2.035.839 0 0 0

0 0 0 0

472.974

1.656.375 19.990 100.000 0

4.174.144 113.754 100.000 0

TOTAAL VAN DE VOORZIENINGEN

5.072.296

2.161.698

0

472.974

2.153.140

4.607.880

De aard en de reden van iedere afzonderlijke voorziening wordt onderstaand toegelicht evenals de mutaties die hebben plaatsgevonden. Voorziening verlofsparen MRE Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Deze vakantieuren verjaren niet. Dit kan gaan leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Aangezien bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. In 2025 heeft een toevoeging van € 35.235 aan de voorziening plaatsgevonden. Voorziening verlofsparen RHCe Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Deze vakantieuren verjaren niet. Dit kan gaan leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan.

Aangezien bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. In 2025 heeft een toevoeging plaatsgevonden voor een bedrag van € 2.174.

85

Voorziening Groot onderhoud gebouw RHCe Om een regelmatig verloop te krijgen in de exploitatiekosten van het regulier en incidenteel onderhoud aan het gebouw van het RHCe, is de voorziening Groot onderhoud gebouwen gevormd. In 2024 is het onderhoudsplan voor het gebouw geactualiseerd. Op grond van het geactualiseerde onderhoudsplan is de jaarlijkse storting in de voorziening opgehoogd van € 52.100 opgehoogd naar € 88.450. In 2025 zijn uitgaven voor onderhoud voor een totaalbedrag van € 376.775 onttrokken aan de voorziening groot onderhoud. De uitgaven houden verband met het vervangen van de koelcel en het vervangen van de noodverlichting in het gebouw. Voorziening Stimuleringsfonds In uitzondering op artikel 44 lid 2 van het BBV, waarin bepaald wordt dat voorschotbedragen ontvangen van Europese en Nederlandse overheidslichamen niet meer als voorziening behandeld mogen worden maar als vooruit ontvangen subsidie, wordt de post Stimuleringsfonds wel onder de voorzieningen verantwoord. De reden hiervoor is dat het eigen middelen betreft, welke echter niet als reserve kwalificeren. Middelen uit deze voorziening zijn beschikbaar voor de cofinanciering van projecten in het kader van de herstructureringsprocessen in de regio met koppeling aan Europese, nationale en provinciale programma’s/maatregelen. Ook worden hieruit regionale programma’s gefinancierd.

In 2025 zijn de gemeentelijke bijdragen voor een totaalbedrag van € 2.035.839 toegevoegd aan de voorziening. De uitgaven ten laste van de voorziening bedroegen in 2025 in totaal € 1.656.375. Hierin is een bedrag opgenomen van € 110.842 voor programmamanagement. Voorziening SIR/SAR Uit de voorziening zijn subsidies (SAR) en renteloze leningen (SIR) verstrekt. Het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio heeft begin 2018, op advies van de Adviesgroep Stimuleringsfonds, besloten de Investeringsregeling voor individuele MKB-bedrijven (SIR) te beëindigen. De reden voor het afschaffen van de SIR-regeling is dat uit een interne evaluatie bleek dat het stimulerende effect van de regeling niet opweegt tegen de relatief hoge uitvoeringskosten van de regeling. In 2023 zijn de laatste SIR leningen afgelost. Ten laste van de voorziening zijn subsidievaststellingen voor een bedrag van € 19.990 gebracht. Voorziening Leisure Ontwikkelfonds De Provincie heeft de Metropoolregio Eindhoven gevraagd om bij te dragen aan het Leisure Ontwikkelfonds. Dit fonds heeft tot doel om leningen te verstrekken aan projecten die zich richten op een nieuw vrijetijdsaanbod dat aansluit bij de drie kernthema’s van Brabant, te weten Brabantse meesters en erfgoed, Design en innovatie en Attractieparken en evenementen.

De deelnemende gemeenten in MRE hebben op basis van inwoneraantallen een bijdrage gedaan van in totaal € 300.000. Deze bijdrage is door de Metropoolregio Eindhoven verantwoord in de voorziening Leisure Ontwikkelfonds. In zowel 2024 als 2025 is een bedrag van € 100.000 overgemaakt naar het Leisure Ontwikkelfonds Noord-Brabant. Derhalve resteert een bedrag van € 100.000 in de voorziening. Dit bedrag zal in 2026 worden ingelegd in het fonds. Voorziening Regionaal bereikbaarheidsfonds Op aangeven van de externe accountant zijn de middelen in de Voorziening Regionaal bereikbaarheidsfonds overgeheveld naar de overlopende passiva. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen binnenlandse banken en financiële instellingen

86

31 december 2025

31 december 2024

3.853.033

4.065.272

Het verloop van de vaste schulden was als volgt:

Vaste schulden met een rentetypische looptijd > één jaar

Boekwaarde 31-12-2024

Vermeerderingen

Aflossingen

Boekwaarde 31-12-2025

Onderhandse leningen binnenlandse banken en overige financiële instellingen

4.065.272

0

212.239

3.853.033

TOTAAL VASTE SCHULDEN

4.065.272

0

212.239

3.853.033

Onder de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer is de hypothecaire geldlening opgenomen bij de BNG. Deze annuïtaire geldlening is bedoeld voor de financiering van de nieuwbouw van het Regionaal Historisch Centrum. Deze geldlening is oorspronkelijk in het jaar 2000 afgesloten en in 2014 geherfinancierd. De hoofdsom van de nieuwe geldlening bedraagt € 5.769.030. Het rentepercentage van de nieuwe lening bedraagt 2,35% en heeft een looptijd tot het jaar 2040. De rentelast 2025 bedroeg € 90.546 en deze is doorberekend aan het Regionaal Historisch Centrum. VLOTTENDE PASSIVA De vlottende passiva bestaan uit de netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva. Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16886458/1