CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-30 Bijlage Reglement van orde BOB

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Instellen commissie benoeming wethouders gemeente Nuenen c.a.14.495 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21 alinea's met “oordeelsvormende”: 43 44 49 52 55 56 57 58 60 63 75 76 83 84 90 99 122 125 127 133 154

Om in navolging van artikel 15 ook een sanctie te kunnen opleggen, zoals bij raadsleden, wordt ook artikel X8 uit de Kieswet van overeenkomstige toepassing verklaart. Daarnaast is de gedragscode voor de leden van de raad van overeenkomstige toepassing voor de burgerleden. Het is mogelijk dat de raad besluit een voorgedragen lid niet aan te wijzen als burgerlid. Dit kan het geval zijn wanneer niet wordt voldaan aan de vereisten van de Gemeentewet. Andere redenen om een dergelijke aanwijzing achterwege te laten zijn niet aan de orde. Voordat de burgerleden hun functie kunnen uitoefenen, worden zij beëdigd in een raadsvergadering. Artikel 12 Benoeming wethouders Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen.

Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Een integriteitsonderzoek is altijd onderdeel van de procedure tot benoeming van een wethouder. Na het onderzoek, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. De uitkomsten van het onderzoek en de eindconclusies zijn niet openbaar. Dit in het kader van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Dit betekent voor de werkwijze van de commissie geloofsbrieven dat zij terughoudend moeten optreden in het openbare advies richting de raad en zich moet beperken tot het aangeven van de (beheers)maatregelen die noodzakelijk zijn voor zover die in de eindconclusie zijn opgenomen. Het is mogelijk om de gegevens aan de gemeenteraad vertrouwelijk ter inzage te geven. Er kan ook nog voor worden gekozen om geheimhouding te leggen op de gegevens (risicoanalyse en eindconclusie). Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico.

Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd. Artikel 13

Fracties

Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen. Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mede.

Pagina 25 van 36 1029268

Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandig fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen.

De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naámvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.

Dit betekent ook dat: - kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/ partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet; - personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; - als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde; als een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren gebeurt dit ook. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is.

Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam.

Pagina 26 van 36 1029268

HOOFDSTUK 2: RAADSBIJEENKOMSTEN EN RAADSVERGADERINGEN Paragraaf 1 VOORBEREIDING Artikel 14 Vergadercyclus In de regel hanteert de gemeenteraad van Nuenen een vergadercyclus die bestaat uit vier weken. Alle bijeenkomsten vinden plaats op vaste avonden, namelijk de woensdag- en donderdagavond. Alle avonden vangen aan om 19.30 uur en eindigen in principe uiterlijk om 23.00 uur. Elke bijeenkomst duurt in principe max. 1 uur; uitzonderingen mogelijk. De bijeenkomsten zijn openbaar en waar (technisch) mogelijk via een live stream te volgen. Er wordt gewerkt met bloktijden, die samen met de agenda worden gepubliceerd. Hierdoor weten alle deelnemers en belangstellenden wanneer een onderwerp in een vergadering behandeld wordt. Dit heeft als consequentie dat deelnemers in de vergadering gehouden zijn aan deze vooraf bepaalde tijdsblokken. Artikel 15

Raadsbijeenkomsten

Beeldvormende avond In de beeldvormende avonden staat het delen van informatie en het uitwisselen van beelden centraal. Dit kan gaan over voorstellen die in de vergadercyclus nog aan de orde komen, of over onderwerpen los van de agenda. De invulling van deze avonden staat vrij en is naar gelang het onderwerp en de informatiebehoefte van de raad flexibel in te vullen. Het college kan de raads- en burgerleden bijpraten, maar ook inwoners of professionals uit het veld kunnen vragen een onderwerp te agenderen. Dit kan zowel op eigen verzoek als op verzoek vanuit de raad. De vorm is vrij, van een informatieve bijeenkomst middels een presentatie, tot een technische bijpraatsessie of een werkbezoek op locatie. Onderwerpen worden waar mogelijk geclusterd per thema: -

Ruimte incl. economie, toerisme en recreatie; Samenleving incl. handhaving en veiligheid; Algemeen incl. P&C cyclus.

Afhankelijk van het aantal beeldvormende bijeenkomsten, kunnen deze parallel plaatsvinden. Er wordt per onderwerp uitgegaan van 1 deelnemer per fractie. Andere belangstellenden zoals inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen vereniging kunnen met 1 vertegenwoordiger actief deelnemen. Door deze samenstelling ontstaat er interactie tussen de deelnemers, zo komt relevante informatie boven tafel, om zo een goed beeld te krijgen over het voorliggende onderwerp. Andere belangstellenden zijn welkom om de vergadering te volgen vanaf de publieke tribune of online, waar mogelijk. Oordeelsvormende avond In deze fase wordt een voorlopig standpunt ingenomen over de geagendeerde onderwerpen. De onderwerpen worden ook hier geclusterd per thema: -

Ruimte (incl. economie, toerisme en recreatie); Samenleving (incl. handhaving en veiligheid); Algemeen (incl. P&C cyclus).

De bijeenkomsten over Samenleving en Ruimte kunnen parallel plaatsvinden. Dit geldt niet voor de P&C Cyclus, waaronder de kadernota, begroting en jaarrekening vallen. Pagina 27 van 36 1029268

In deze oordeelsvormende bijeenkomsten vindt onderlinge discussie plaats om zo tot een voorlopig standpunt te komen. Tijdens de oordeelsvormende bijeenkomsten dient de eerste termijn voor het stellen van de bestuurlijke vragen en het kort neerzetten van een politiek punt (statement). In de tweede termijn staat de onderlinge discussie centraal. Ook het college schuift in deze vergadering aan tafel om gevraagd en ongevraagd advies te geven over het voorliggende voorstel. In deze bijeenkomsten wordt uiteindelijk een advies gegeven of een voorstel direct voor de raadsvergadering wordt geagendeerd, als hamerstuk of als bespreekstuk of dat een voorstel in een volgende oordeelsvormende nogmaals besproken wordt. Alleen onderwerpen waarop moties en / of amendementen worden ingediend krijgen als behandeladvies dat zij als bespreekstuk voor de raad worden geagendeerd. Per bijeenkomst kunnen maximaal twee leden per fractie deelnemen. Daarnaast kunnen andere belangstellenden deelnemen zoals inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen vereniging e.d. In de eerste ronde van de vergadering kunnen deze meesprekers hun oordeel geven over een onderwerp waarbij ook de raads- en burgerleden de meesprekers actief kunnen bevragen op hun standpunten. De tweede ronde is voor de politiek om hun standpunten met elkaar te delen, meesprekers hebben geen rol meer.

Inloopspreekuur Ook los van de agenda kunnen belangstellenden in gesprek gaan met raads- en burgerleden tijdens het inloopspreekuur. Het inloopspreekuur heeft een informeel karakter en kent geen agenda. Belangstellenden hoeven zich niet vooraf aan te melden en kunnen zo binnen lopen. Het inloopspreekuur vindt plaats van 19.30 tot 19.55 uur zodat om 20.00 uur stipt de beeldvormende bijeenkomsten kunnen starten. Artikel 16 Oproep en voorlopige agenda De uitnodiging inclusief de voorlopige agenda en de stukken wordt tenminste 7 dagen voor de vergadering gepubliceerd. lndien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt verstuurd, bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier worden ingezien. Van de geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken Artikel 17 Agenda voor de raadsbijeenkomst of raadsvergadering leder lid kan een voorstel tot agendering van een onderwerp doen. Voor een goede voorbereiding, loopt dit verzoek in principe langs de agendacommissie. Uiteindelijk bepaalt de vergadering zijn eigen agenda en kan een lid bij het vaststellen van de agenda altijd het voorstel doen een onderwerp aan de agenda toe te voegen of te verwijderen.

Artikel 18 Hamerstukken of bespreekstukken In oordeelsvormende bijeenkomsten wordt uiteindelijk een advies gegeven of een voorstel direct voor de raadsvergadering wordt geagendeerd, als hamerstuk of als bespreekstuk of dat een voorstel in een volgende oordeelsvormende nogmaals besproken wordt. Alleen onderwerpen waarop moties en / of amendementen worden ingediend krijgen als behandeladvies dat zij als bespreekstuk voor de raad worden geagendeerd. Ook bij hamerstukken is een stemverklaring mogelijk.

Pagina 28 van 36 1029268

Artikel 19 Ter beschikking stellen van stukken De stukken worden op elektronische wijze aangeboden. Dit gaat via een digitaal raadsinformatiesysteem. Daarnaast is het mogelijk om op verzoek de stukken op fysieke wijze ter inzage te krijgen in het gemeentehuis. Onder de stukken als bedoeld in het derde lid van dit artikel worden verstaan: geheime stukken en de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.). Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop voorlopige geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage aan hen verlenen. Artikel 20 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en de Verordening elektronische bekendmaking en kennisgeving gemeente Nuenen.

Daarnaast worden als service aan de inwoners de openbare raadsbijeenkomsten en -vergaderingen via een huis-aan-huiskrant ter openbare kennis gebracht. Paragraaf 2 TIJDENS RAADSBIJEENKOMSTEN EN RAADSVERGADERINGEN Artikel 21 Presentielijst De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 Gemeentewet. De (sessie)griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom zorgt hij voor het bijhouden van de presentielijst en stelt hij samen met de (sessie) voorzitter deze vast en ondertekent deze. Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum aanwezig was. Als laatste is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de burgerleden vast te kunnen stellen. Artikel 22 Zitplaatsen Het is mogelijk om zitplaatsen te wijzigen indien daartoe aanleiding bestaat. Dit kan het geval zijn bij een wijziging in de raad met betrekking tot de coalitie of fracties. Als het mogelijk is, vindt er overleg met de fractievoorzitters.

Artikel 23 Opening raadsvergadering; quorum Artikel 20 Gemeentewet stelt dat de vergadering van de raad niet wordt geopend voordat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden blijkens de presentielijst aanwezig is.

Pagina 29 van 36 1029268

Artikel 24 Primus bij beraadslagingen en hoofdelijke stemming Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele vergadering, ook na een eventuele schorsing. De beraadslagingen beginnen eveneens bij de primus, tenzij de algemene beschouwingen plaatsvinden. Dan is de grootte (aantal stemmen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen) van de fractie leidend. Artikel 25 Spreekrecht Spreekrecht wordt ingevuld als meespreken. Dit betekent dat tijdens de beeldvormende bijeenkomsten het delen van informatie centraal staat. Meesprekers kunnen net zoals de raadsen burgerleden hun vragen stellen. Het innemen van standpunten is ook voor de meesprekers niet aan de orde. Dit vindt plaats tijdens de oordeelsvormende avonden. Tijdens de oordeelsvormende bijeenkomsten schuiven de meesprekers aan tafel aan. Zij kunnen in de eerste ronde van de vergadering hun oordeel geven over een onderwerp waarbij de raads- en burgerleden de meesprekers actief kunnen bevragen op hun standpunten. De tweede ronde is voor de politiek om standpunten met elkaar te delen. In de raadsvergadering is geen mogelijkheid tot inspreken. Het politieke debat en besluitvorming staan centraal. In het tweede lid zijn enkele onderwerpen opgenomen, waar het meespreekrecht niet voor geldt.

Het gaat hierbij om onderwerpen waar ook de leden van de betreffende bijeenkomst niet over beraadslagen. In de raadsvergadering bestaat er niet de mogelijkheid om gebruik te maken van spreekrecht. Artikel 26 Spreektermijnen Indien de leden van mening zijn dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kunnen zij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Artikel 27 Handhaving orde; schorsing De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid van de Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet. Dit artikel over handhaving van de orde is slechtst een aanvulling op de Gemeentewet. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring. Deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Artikel 28 Voorstellen van orde leder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten.

Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Artikel 29 Beraadslaging Over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, wordt in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.

Pagina 30 van 36 1029268

Artikel 30 Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Paragraaf 3 BESLUITVORMING IN DE RAADSVERGADERING Artikel 31 Stemverklaring Een stemverklaring dient kort te zijn en moet niet het karakter van een derde termijn krijgen, als reactie op de vorige spreker. Stemverklaringen worden gegeven vóór de (hoofdelijke) oproep van de leden dat de stemming begint. Artikel 32 Beslissing Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid Gemeentewet. Artikel 33 Stemming; procedure Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Als dit wel gebeurt, geschiedt stemming in eerste instantie via handopsteking of elektronisch. Het nieuwe vergadersysteem maakt elektronisch stemmen mogelijk. Vooruitlopend op die ontwikkeling is de mogelijkheid ertoe opgenomen.

Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid, van de Gemeentewet, zijnde gevallen van dringende spoed, welke een hoofdelijke stemming verplicht. De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. In het vierde lid wordt ingegaan op de procedure van hoofdelijke stemming. De volgorde van stemmen, te starten bij het genoemde lid volgens het volgnummer van de presentielijst en vervolgens op volgorde van de presentielijst, geldt voor de gehele vergadering.

Artikel 34 Volgorde stemming over amendementen en moties Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. Pagina 31 van 36 1029268

Soms kan een motie dermate zwaar wegen voor een fractie dat de steun voor het gehele voorstel hiervan afhangt. Dan is het nuttig als de raad – in de praktijk op voorstel van de betreffende fractie – kan besluiten om van de voorgeschreven stemvolgorde af te wijken. Die mogelijkheid is gecreëerd met het vierde lid. Artikel 35 Herstemming bij staken van stemmen Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Artikel 36 Stemming over personen Artikel 31, eerste lid, van de Gemeentewet geeft aan dat de stemming over personen geheim dient te zijn. Het is mogelijk om met stemsystemen te werken maar het reglement van orde gaat vooralsnog uit van een stemming door middel van behoorlijk ingevulde stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een behoorlijk ingevuld stembriefje (Kamerstukken II 1985/86, 19 403, nr.3, blz. 86). In geval van een schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum.

De raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld. Indien raadsleden genomineerd worden voor de functie van wethouder is er sprake van een vrije stemming. Er is geen sprake van een voordracht, maar van een aanbeveling. Een voordracht is voor de raad bindend, de raad heeft slechts keuze tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken. De beoogd wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming. Een voorstel tot benoeming gaat hem persoonlijk aan “wanner hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt (artikel 28, eerste lid, onder a, en derde lid van de Gemeentewet). Dat is echter in casu niet aan de orde, omdat er ook op een ander persoon kan worden gestemd. De aard van de stemming is derhalve van belang. Artikel 37

Herstemming over personen

Paragraaf 4 VERSLAGLEGGING EN INGEKOMEN STUKKEN Artikel 38 Verslaglegging Het sessieformulier biedt voor raads- en burgerleden, ambtenaren, college, inwoners en overige geïnteresseerden een kernachtige weergave van het doel, de aanleiding en het programma van de sessie. Dit document wordt als leidraad gebruikt voor de bijeenkomsten. Dit artikel regelt de verslagleggende taak en de wijze waarop het verslag wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, lid 5, Gemeentewet). Naast schriftelijke verslaglegging wordt er ook gebruik gemaakt van beeld- en geluidsopnamen. Artikel 39 Ingekomen stukken Ingekomen stukken zijn alle aan de gemeenteraad gerichte documenten, waaronder schriftelijke mededelingen en stukken van burgers, instanties, het college of de burgemeester.

Pagina 32 van 36 1029268

Over aan de raad gerichte ingekomen stukken wordt door de agendacommissie een voorstel van afdoening gedaan. Dit voorstel is van procedurele aard, bijvoorbeeld ‘voor kennisgeving aannemen’ of ‘ter afhandeling aan het college’. Deze stukken worden aan de raads- en burgerleden ter beschikking gesteld via het raadsinformatiesysteem en geagendeerd voor een raadsvergadering. Een inhoudelijke discussie over ingekomen is niet aan de orde in een raadsvergadering. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. Paragraaf 5 BESLOTEN VERGADERING Artikel 40 Algemeen De bepalingen van het Reglement van orde zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering . Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel bekrachtigd of opgeheven. ln artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. Artikel 41

Besluitenlijst

Artikel 42

Geheimhouding

Artikel 43

Opheffen geheimhouding

Artikel 44

Digitaal vergaderen

Paragraaf 6 TOEHOORDERS EN PERS Artikel 45 Geluid en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van de raad in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluiden beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Artikel 46 Toehoorders en pers De voorzitter heeft de bevoegdheid om toehoorders die de orde verstoren te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen. HOOFDSTUK 3: BEVOEGDHEDEN EN INSTRUMENTEN Paragraaf 7 RAADS- EN BURGERLEDEN Artikel 47 Collegevoorstel Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raads- en burgerleden zijn de enigen die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel dat het college heeft voorbereid kan agenderen. Als het college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan intrekken indien het college van oordeel is Pagina 33 van 36 1029268

dat verder behandeling van het voorstel niet wenselijk is (bijvoorbeeld omdat zij een voorstel willen wijzigen). De raadsleden bij de betreffende raadsvergadering dan wel de raads- en burgerleden bij de betreffende oordeelsvormende bijeenkomst, moeten hier toestemming voor geven. Indien de betreffende vergadering van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander voorstel niet voldoende is voorbereid, kan zij het voorstel voor een verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het college zenden. De vergadering kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De raad bepaalt echter wanner het voorstel voor een verordening of ander voorste, dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raads- en burgerleden kan dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan de agendacommissie overlaten. Artikel 48 Technische vragen Deze bepaling geeft uitleg wat technische vragen inhouden en wat de procedure is voor het indienen van dergelijke vragen. Artikel 49 Mondelinge vragen Deze bepaling vormt een invulling van artikel 155, eerste lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht.

In het derde lid is een aanmeldingstermijn voor vragen opgenomen vanwege het feit dat wethouders in de gelegenheid moeten worden gesteld om beantwoording van de vragen voor te bereiden. Het vragenhalfuur heeft een lichter politiek karakter dan het recht van interpellatie. Leden worden zo in de gelegenheid gesteld om het college vragen te stellen over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan de orde komt. Tijdens het vragenhalfuur worden vragen gesteld en antwoorden gegeven. Er vindt geen debat plaats. Paragraaf 8 RAADSLEDEN Artikel 50 Schriftelijke vragen Het vragenrecht (artikel 155, eerste lid, Gemeentewet) geeft aan leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester, al gelang wie verantwoordelijk is. Hoewel het vragenrecht individueel van aard is, worden de gevraagde antwoorden aan de gemeenteraad als geheel gegeven. Artikel 51 Interpellatie Dit artikel stelt nadere regels bij artikel 155, tweede lid, van de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht.

Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig. De raad beslist hierover bij meerderheid. Het recht van interpellatie ligt in het Pagina 34 van 36 1029268

verlengde van het (schriftelijk en mondeling) vragenrecht maar heeft als instrument een zwaarder politiek karakter. Artikel 52 Inlichtingen In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van het inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzicht van de raad. De Gemeentewet bevat regels over de inlichtingenplicht van het college ten opzichte van de raad. Deze regels beogen de politieke verantwoordelijkheid van het college te activeren en de eindverantwoordelijkheid van de raad te bevestigen. Deze regels zijn vastgelegd in artikel 169 en artikel 180 van de Gemeentewet. Artikel 53 Initiatiefvoorstel Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Het tweede en derde lid van dit artikel bepalen dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening of beslissing wordt ingediend en behandeld. Daar wordt in deze bepaling uitvoering aan gegeven. Artikel 54 Amendementen en subamendementen Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in dit artikel.

Op basis van artikel 147b van de Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen. Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn. Het is praktisch dat een raadslid aanwezig is voor de behandeling van zijn (sub)amendement. Dit omdat doorgaans een (sub)amendement toegelicht wordt door de indiener. Daar is bepaald dat er alleen wordt beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en aanwezig zijn.. Artikel 55 Moties In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak.

Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijk, politieke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig Pagina 35 van 36 1029268

met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (zogeheten “motie vreemd aan de orde van de dag”) vindt plaats als alle bespreekstukken zijn behandeld. . In de Gemeentewet wordt in artikel 49 één specifiek motie uitgewerkt: de motie van wantrouwen. Hierbij geeft de raad aan het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien de wethouder zelf niet opstapt, kan de raad, blijkens artikel 49, besluiten tot ontslag. In dat geval gaat het ontslag onmiddellijk in. HOOFDSTUK 4: SLOTBEPALINGEN Artikel 56

Uitleg reglement

Artikel 57

Inwerkingtreding

Pagina 36 van 36 1029268

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11428572/2