CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Begroting 2023

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken9.225 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

PROGRAMMABEGROTING 2023 METROPOOLREGIO EINDHOVEN

Inhoudsopgave OVERZICHT METROPOOLREGIO EINDHOVEN

2

KERNGEGEVENS

3

LEESWIJZER

4

ALGEMEEN

5

PROGRAMMA’S EN THEMA’S

7

Inleiding Samenwerking en Strategie Economie Mobiliteit Energietransitie Transitie Landelijk gebied Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) Overhead FINANCIËLE BEGROTING 2023

8 9 12 14 16 18 20 22 23

Overzicht baten en lasten Toelichting op het overzicht baten en lasten Herkomst en besteding van middelen Inwonerbijdrage Formatie PARAGRAFEN

24 24 28 30 31 32

Weerstandsvermogen en risicomanagement Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Onderhoud kapitaalgoederen

33 36 38 39 40 40

OVERZICHT GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN

41

MEERJARENRAMING 2023-2026

43

Programma’s Balans

44 45

INCIDENTELE BATEN EN LASTEN 2023-2026

46

OORSPRONG BEGROTE BATEN

46

STAAT VAN MATERIELE VASTE ACTIVA

47

STAAT VAN RESERVES

47

STAAT VAN VOORZIENINGEN

47

100535-2498\-1

Overzicht Metropoolregio Eindhoven

Gemeenschappelijke Regeling Bij besluit van 12 mei 1993 is de Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant goedgekeurd. Deze regeling is gewijzigd op basis van de reacties van de gemeenten en de op 21 december 2004 door de Tweede Kamer aangenomen Wijzigingswet Wgr-plus, die op 1 januari 2006 in werking is getreden. In 2010 hebben alle 21 aan het SRE deelnemende gemeenten een gelijkluidend besluit genomen over de derde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling van het SRE. Vanaf 25 februari 2015 heeft de bestuurlijke samenwerking in de regio vorm gekregen in de Metropoolregio Eindhoven. Vanaf deze datum is dan ook de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven in werking getreden. Op 15 december 2021 heeft een technische aanpassing op deze regeling plaatsgevonden, welke op 1 januari 2022 van kracht is geworden. Deelnemende gemeenten

21

Algemeen bestuur

21 leden

Dagelijks Bestuur

J.A. Jorritsma P.J.M.G. Blanksma-van den Heuvel F.L.J. van der Meijden J. Wiggers, directeur

Adviseurs Dagelijks Bestuur

S.P.M.F. Steenbakkers F.M. Kuppens A.P. d’Haens M.M. Kuijken

100535-2498\-2

Kerngegevens

100535-2498\-3

Leeswijzer Hierbij treft u de Programmabegroting 2023 aan van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven. Het betreft de eerste begroting in de bestuursperiode 2023-2026. In deze begroting zijn 3 programma’s onderscheiden: 1.

Metropoolregio Eindhoven, bestaande uit de thema’s: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Samenwerking en strategie, incl. Landgoed Gulbergen Economie, inclusief Investeringsfondsen en bijdrage Brainport Development Mobiliteit, inclusief GGA Energietransitie Transitie Landelijk gebied

2.

Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe)

3.

Programma Overhead, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen: ▪ ▪

Metropoolregio Eindhoven Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe)

De programmabegroting 2023 bestaat uit een overzicht van de programma’s, de financiële begroting en (voorgeschreven) paragrafen. In deze paragrafen worden een aantal aspecten van de financiële huishouding toegelicht, zoals weerstandsvermogen, financiering en bedrijfsvoering. Tevens wordt informatie gegeven over de verbonden partijen en grondbeleid. Deze primaire begroting 2023 wordt aangeboden aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten voor het geven van een zienswijze hierop. De bestuurlijke behandeling van deze begroting is voorzien voor de vergadering van de Algemeen Bestuur van woensdag 6 juli 2022. Deze primaire begroting zal samen met de deelnemende gemeenten in het najaar 2022 verder uitgewerkt worden in een concept-Werkprogramma 2023.

100535-2498\-4

Algemeen Begroting 2023 De Begroting 2023 ziet er samengevat als volgt uit:

Indexering gemeentelijke inwonerbijdrage Lonen en prijzen stijgen ieder jaar, er is sprake van inflatie. Goederen en diensten worden duurder, de kosten van personeel stijgen door bijvoorbeeld een nieuwe CAO en hogere (pensioen)premies. Om dezelfde werkzaamheden op hetzelfde niveau te kunnen blijven uitvoeren, dienen inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht te blijven. Voor de Metropoolregio Eindhoven betekent dit dat de inwonerbijdragen voor Regionale opgaven, Brainport Development en het RHCe jaarlijks

100535-2498\-5

worden geïndexeerd conform een vastgestelde systematiek. Deze (financiële) uitgangspunten worden in de vorm van de kadernota aan het Algemeen Bestuur voorgelegd en in juni 2021 geactualiseerd. Voor het begrotingsjaar 2023 heeft het Algemeen Bestuur op 15 december 2021 de indexering vastgesteld op 2,23%. De inwonerbijdrage voor het Stimuleringsfonds wordt niet geïndexeerd, de mutatie in het aantal inwoners ten opzichte van de begroting 2022 wordt wel verrekend. Aantal inwoners Het aantal inwoners in de regio Zuidoost Brabant waarmee in deze Begroting 2023 rekening wordt gehouden, is bepaald op 791.021. Dit op basis van de aantallen per 1 januari 2022 zoals gepubliceerd door het CBS. Ten opzichte van de begroting 2022 is er sprake van een stijging met ruim 6.600 inwoners Verloop inwonerbijdrage 2019-2023 Onderstaande tabel geeft een overzicht van de inwonerbijdrage over de laatste 5 jaren:

100535-2498\-6

PROGRAMMA’S EN THEMA’S METROPOOLREGIO EINDHOVEN

100535-2498\-7

Inleiding Het begrotingsjaar 2023 is de start van ons nieuwe samenwerkingsakkoord. Dat maakt deze begroting ook bijzonder. Gedurende het begrotingsjaar 2022 maken we samen onze nieuwe regionale agenda, het nieuwe Samenwerkingsakkoord 2023-2026. We beginnen echter niet vanaf 0, we behouden het goede en bouwen daarop verder de actualiteit en nieuwe ontwikkelingen vragen daar ook om. We staan aan de vooravond van een van de grootste uitdagingen van de afgelopen 30 jaar: invulling geven aan de duurzame schaalsprong Brainport in balans met een gezonde leefomgeving. Niet alleen de groei van ASML zoals we die lezen in de kranten, maar de brede economie in de hele regio laat sterke groeicijfers zien. Om maar een ander voorbeeld te noemen, Ebusco uit Deurne. De werkgelegenheid groeit daarmee steeds harder. Dat betekent een nog sneller stijgende behoefte aan meer woningen, voorzieningen, energie en grotere druk op het mobiliteitsnetwerk. En deze schaalsprong is ook gekoppeld aan het landelijk gebied met opgaven rondom stikstof, klimaat, natuur en de transformatie van de landbouw. We willen niet alleen de slimste hightech-regio zijn, maar ook de mooiste en de groenste. We streven naar een hoogwaardig leefklimaat in onze hele regio. Stedelijk en landelijk gebied zijn daarin een samenhangend geheel.

Dat betekent naast de inhoudelijke opgaven ook een doorontwikkeling in de wijze waarop we in de regio met elkaar samen werken. Landgoed Gulbergen Vanuit strategische overwegingen heeft de Metropoolregio Eindhoven eind 2020 de erfpacht met Attero beëindigd. Hierdoor is de Metropoolregio Eindhoven weer volledig eigenaar van het Landgoed en is het mogelijk dit gebied integraal te gaan ontwikkelen. Samen met de gemeenten Geldrop-Mierlo en Nuenen c.a. zijn kaders en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied in kaart gebracht en vertaald in een aantal mogelijke ontwikkelrichtingen van het gebied. Via een breed communicatie- en burgerparticipatieproces heeft iedereen van deze ontwikkelrichtingen kennis genomen en op- en aanmerkingen gemaakt welke worden meegenomen in de uitwerking van een scenario voor het gebied. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) Naast de genoemde strategische opgaven is tevens aan de Metropoolregio Eindhoven verbonden het RHCe.

Op basis van de Archiefwet houdt het RHCe als uitvoeringsorganisatie toezicht op de archiefzorg door gemeenten en op de overbrenging van gemeentelijke archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, adviseert het over archiefzorg- en beheer en over informatiebeheer van gemeenten, draagt het zorg voor het beheer en de raadpleegbaarstelling van naar de archiefbewaarplaats overgebrachte analoge en digitale archieven en beheert het particuliere archieven uit de regio voor zover dat past bij het aan het RHCe opgedragen cultuurbeheer.

100535-2498\-8

SAMENWERKING EN STRATEGIE ORGANISATIE, REGIONALE STRATEGIE EN GULBERGEN Waarom doen we dit? Als Metropoolregio Eindhoven werken we aan een gezonde (fysieke) leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers van een unieke regio met een sterk economisch brainportprofiel midden in een groen bekenlandschap. Door samen te werken op de grote maatschappelijke opgaven rondom de kwaliteit van de leefomgeving dragen we bij aan het welzijn en de brede welvaart van onze inwoners. Dit doen we door onze agenda te ordenen langs de twee ontwikkellijnen uit de Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant. We bestendigen de ontwikkeling van de Brainportregio als economisch kerngebied van Nederland, en versterken de daarbij behorende randvoorwaarden op het woon- en leefklimaat. We kijken als overheden daarbij ook naar de effecten van de economische groei. We leggen daarom nadruk op de balans in de fysieke leefomgeving zowel voor het landelijk als het stedelijk gebied. We streven naar een hogere mate van welzijn voor de inwoners in de regio, brede welvaart. Welke opgaven hebben we? 1. We gaan voor een regionale ontwikkelstrategie Voor de korte termijn is in 2022 door 21 gemeenten, Provincie Noord-Brabant en Brainport een versnellingsagenda opgesteld en zijn taken en rollen verdeeld. Voor de langere termijn is een regionale ontwikkelstrategie gewenst.

Deze strategie moet, met behulp van scenario’s, antwoord geven op de (extra) groei c.q. ontwikkeling van de regio. We sturen hiermee ook op de versterking van de brede welvaart in de regio en de transitie van het landelijk gebied. We verkennen aan de hand van deze scenario’s welke toekomstige opgaven op het collectief van ons als 21 gemeenten afkomen en wat dit vraagt van gemeenten, subregio’s en van de regionale samenwerking. ▪ Verkennen (nieuwe) opgaven en deze in beeld brengen voor én met de regio. ▪ Werken ontwerpgericht en met behulp van scenario’s. ▪ Organiseren informele ontmoetingen met raadsleden, bestuurders én inhoudelijk betrokken ambtenaren. Deze dragen bij aan het debat vanuit belangen. ▪ Agenderen vraagstukken integraal op strategische tafels. Vanuit een verbindende positionering. Binnen én buiten de regio. ▪ Organiseren dat vraagstukken op de juiste (schaal-)niveaus én in het juiste netwerk landen/ worden opgepakt. ▪ Daarin staan we continu in verbinding met de 21 gemeenten(raden) Brainport, Provincie, waterschappen en de omliggende regio’s. 2. We gebruiken brede welvaart als leidend perspectief Veel opgaven komen bij elkaar in de regio, vertalen zich daar in ruimteclaims en zijn soms conflicterend met andere ruimteclaims, waaronder die voor natuur, landbouw, water, energie, etc.

Het perspectief brede welvaart speelt daarin een belangrijke rol om ervoor te zorgen dat focus op het ene domein niet ten koste mag gaan van een van de andere domeinen. Deze

100535-2498\-9

ontwikkeling past tevens bij het uitlijnen van een lange termijnagenda, die ook samenhang heeft met de doorontwikkeling van bijvoorbeeld de regionale Omgevingsdagen van Zuidoost-Brabant waar, in de vorm van een omgevingsagenda, de twee ontwikkellijnen bij elkaar komen. ▪ Als eerste stap koppelen we de indicatoren uit de regionale brede welvaartsmonitor aan onze agenda. 3. We werken samen De inhoudelijke samenwerking van de 21 gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven betreft de 4 thema’s economie, mobiliteit, energietransitie en transitie landelijk gebied. ▪ Verbinden via de twee complementaire ontwikkellijnen (duurzame schaalsprong Brainport en een nieuwe balans in het landelijk gebied) van de Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant. ▪ Afstemming en samenwerking op thema’s zoals wonen, ruimte, verstedelijking, werklocaties, arbeidsmarkt en klimaat komen samen vanuit de subregionale ontwikkelstrategieën. ▪ Verbinden op regionaal strategisch niveau door het actief bij elkaar brengen van agenda’s en bestuurders op de onderliggende thema’s en samenwerkingen 4. We werken aan eigenaarschap, samen! Op elk niveau werken we met elkaar aan het versterken van eigenaarschap. ▪ ▪

▪

Goed voorbereiden portefeuillehoudersoverleg en elkaar aanspreken op het delen van informatie. Het spreken over belangen op elk niveau komt structureel terug op de agenda. Gemeenteraadsleden, samen met de Raadstafel21 en de leden van het Algemeen Bestuur, intensiever betrekken bij de regionale samenwerking en inhoudelijke opgaven. Dat doen we niet alleen door middel van de Metropoolconferenties, maar ook door intensiever met raden in gesprek te gaan, samen met de lokale bestuurders. We communiceren via verschillende kanalen via o.a. bijeenkomsten, webinars, nieuwsbrieven, persberichten en bijv. inloopspreekuren.

5. We investeren in kennis We investeren in kennisontwikkeling en regionale verbinding op bovenlokale en subregionale opgaven voor raadsleden en collegeleden. ▪

Organiseren van onder andere inhoudelijke masterclasses.

6. We versterken de verbinding bovenregionaal Als Metropoolregio met 21 ambitieuze gemeenten investeren we actief in het positioneren van onze regio aan de diverse bestuurstafels, zowel provinciaal als landelijk. ▪ ▪ ▪

Spelen bewust en pro-actief in op de programma’s van Brainport, Provincie, Rijk en Europa. Hiermee versterken we onze strategische positie voor de lange termijn. Door de verbindingen te leggen, zijn we gezamenlijk beter in staat om ons als gemeenten én als regio bovenregionaal te positioneren. Voorbeelden daarvan zijn de coördinerende rol rondom de regionale Omgevingsdagen, waarin afspraken worden gemaakt tussen regio, waterschappen en Provincie. En maken we gebruik van de mogelijkheden, die de realisatie van onze ambities kunnen versnellen.

100535-2498\-10

▪

Voorbeelden uit het verleden zijn hiervoor bijvoorbeeld de erkenning van het NOVI-gebied De Peel en de regionale inzet in de Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant. Waarbij inhoud lokaal wordt gevoed, subregionaal wordt opgehaald en regionaal verbonden wordt, zodat we bovenregionaal positie in kunnen nemen en voor onze regio belangrijke strategische opgaven kunnen agenderen.

7. Landgoed Gulbergen Op Landgoed Gulbergen lopen twee, min of meer, afzonderlijke trajecten ▪ Prenazorg - milieutechnisch verantwoord beheren van de stortplaats, totdat het moment dat deze kan worden overgedragen aan de Provincie voor eeuwigdurende nazorg. De stortplaats kan worden overgedragen aan de Provincie als het Nazorgplan gereed is. Dan kan de eindinspectie door de Provincie worden ingezet, waarna overdracht kan gaan plaatsvinden. ▪ Ontwikkelen van het Landgoed - tot een aantrekkelijk toeristisch en recreatief gebied met een sterke groene geleding en duurzame uitstraling, met aandacht voor het hoge ijkpunt van de stortplaats in de regio en passend binnen de Brainport-ambitie van de regio. In 2022 heeft de Metropoolregio een aantal ontwikkelrichtingen gedefinieerd, die breed zijn besproken met de omgeving en de andere belanghebbenden. Naar aanleiding hiervan is er besloten om één scenario in de markt te zetten. ▪ Voor beide trajecten beheert en wendt de Metropoolregio de Voorziening Gulbergen aan. Wie zijn hierbij betrokken? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

21 gemeenten Zuidoost-Brabant Provincie Noord-Brabant Stichting Brainport en Brainport Development Omliggende regionale samenwerkingsverbanden, zoals Regio Noordoost-Brabant Verschillende Ministeries zoals EZK, BZK, LNV, IenW, VROM Waterschappen Aa en Maas en De Dommel Kennisinstituten, zoals Brabantadvies, Brabantkennis en Pon/Telos Onderwijsinstellingen zoals Fontys, Universiteiten Eindhoven en Tilburg (Sub)regionale samenwerkingsverbanden, zoals GGD, Omgevingsdienst Attero

Wat mag dat kosten?

100535-2498\-11

ECONOMIE INCL. STIMULERINGSFONDS EN BIJDRAGE BRAINPORT DEVELOPMENT Waarom doen we dit? Het is onze ambitie om het leef-, verblijf- en werkklimaat van onze inwoners, bezoekers en bedrijven te verbeteren vanuit economisch perspectief. Daarbij geldt ons unieke Brainportprofiel als uitgangspunt en de duurzame schaalsprong van de regio als onderlegger. De schaalsprong heeft toegevoegde waarde, mits we vraagstukken op het gebied van onder meer ruimte, mobiliteit, wonen, arbeid en maatschappelijke infrastructuur integraal benaderen. Het doel daarvan is balans bereiken tussen alle factoren, die de regionale brede welvaart bepalen. Welke opgaven hebben we? 1. Leveren van een collectieve inhoudelijke en financiële bijdrage aan het Brainport programma Dit door een afgestemde inbreng van de 21 gemeenten in de Brainport Nationale Actieagenda gericht op vraagstukken, zoals technologie voor maatschappelijke vraagstukken, MKB-start en scale-up ondersteuning en versterking van het brede vestigingsklimaat in de regio gericht op wonen, werken en leven. ▪ Agenderen en afstemmen van de doorontwikkeling van de Brainport Actieagenda in het Portefeuillehoudersoverleg economie. Bespreken en vaststellen van de inbreng vanuit 21 gemeenten. ▪ Coördineren van de subsidieverstrekking aan Brainport Development op basis van de afspraken over Meerjarenfinanciering 2021-2024.

Ophalen gecoördineerde en afgestemde inbreng vanuit de 21 gemeenten voor het jaarplan van de uitvoeringsorganisatie Brainport Development. 2. Investeren in economische ontwikkeling, rechtstreeks via het regionaal Stimuleringsfonds ▪ Uitvoeren van het regionaal Stimuleringsfonds. ▪ Organiseren 4 tenders per jaar. Verbinden projecten met andere netwerken (Brainport, BOM, KOP/IPK, Innovatiehuis De Peel, Huis van de Brabantse Kempen) om slagingskans te vergroten. ▪ Monitoren effectiviteit en het hierop doorontwikkelingen van het fonds. ▪ Voeren van de project- en financiële administratie. ▪ Inzet van gemeenten als ambassadeurs van het Stimuleringsfonds. 3. Versterken van de basiseconomie Met het versterken van onze basiseconomie zetten we als MRE in op de verbreding van de economische basis van onze regio, versterkend aan de regionale Brainport Agenda. ▪ Inzetten op projecten, die versnelling aanbrengen in de basiseconomie. ▪ Verkennen, verbinden en agenderen van opgaven, die publieke actie op regionale schaal vragen en die de faciliterende bedrijvigheid optimaal ondersteunen om regionale ambities mogelijk te maken (top high tech systeem). ▪ In de ontwikkeling van aanpakken/acties inspelen op actuele ontwikkelingen, die vanuit de regio en het thema economie worden aangedragen.

100535-2498\-12

Wie zijn hierbij betrokken? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

21 gemeenten Zuidoost-Brabant Brainport Development Partners intermediaire netwerk: KOP, Innovatiehuis de Peel, Huis Brabantse Kempen, VNO-NCW Regionale bedrijfsleven, kennisinstellingen overige relevante partijen Provincie Noord-Brabant Subregio’s De Kempen, De Peel, A2-gemeenten en Stedelijk Gebied Eindhoven

Wat mag dat kosten?

100535-2498\-13

MOBILITEIT Waarom doen we dit? Mobiliteit levert een belangrijke bijdrage aan de brede welvaart van onze inwoners. Het stelt hen in staat om de voor hen belangrijke bestemmingen en activiteiten te bereiken, zoals banen, voorzieningen en sociale contacten en het kan een positieve bijdrage leveren aan hun fysieke en mentale gezondheid, met de fiets nog meer dan met de auto. Mobiliteit kan echter ook de brede welvaart verlagen, bijvoorbeeld door het veroorzaken van verkeersonveiligheid, geluidsoverlast, milieuvervuiling en klimaatverandering. We investeren daarom in de verschillende mobiliteitsnetwerken, zoals fiets, auto en ov. We verbeteren de netwerken en gebruiken ze slimmer. Daarmee benutten we de kansen voor een aantrekkelijke, veilige en schone en duurzame leefomgeving met minder geluidsoverlast, luchtverontreiniging en ongevallen en minder en duurzaam energiegebruik. Terwijl mobiliteit voor iedereen mogelijk blijft. Welke opgaven hebben we? 1. Verbinden van Zuidoost-Brabant met andere economische centra (nationaal en internationaal) Hiervoor maken we afspraken in het MIRT en de regionale mobiliteitsagenda. In ons toekomstbeeld mobiliteit zorgen we voor de verbinding met de nationale en provinciale mobiliteitsagenda’s. ▪ ▪

Inbrengen van het regionale standpunt en de regionale inzet in de verschillende overleg-/ samenwerkingsgremia. Mee terugnemen en delen van de kennis en informatie uit de overleg/samenwerkingsgremia naar de regio, zodat het regionale standpunt en de regionale inzet bepaald kunnen worden.

2. Verbeteren bereikbaarheid in de regio, met een slimme inzet van meerdere vervoersmodaliteiten en aandacht voor leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid en de koppelkansen met andere thema’s ▪ ▪ ▪

Benutten bestuurlijke bijeenkomsten (zoals Omgevingsdag) om afspraken te maken over de opgaven waar we als regio voor staan. Benutten financieringsmogelijkheden (zoals subsidies en de bijdrageregeling) voor het financieren van onze regionale doelstellingen. Verbinden lokale en regionale belangen.

3. Doorontwikkelen van het regionaal mobiliteitssysteem ▪ ▪ ▪ ▪

Verbinden van de opgaven voor mobiliteit aan andere regionale opgaven (uitvoering MIRTonderzoek, regionale mobiliteitsagenda en – programma). Verbeteren van de regionale sturingsinstrumenten. Dit draagt bij aan het adaptief houden van de bereikbaarheidsagenda. Nadere (inhoudelijke) duiding geven aan de regionale opgaven, die voor de samenwerking van belang zijn. Bepalen van de speerpunten en accenten, die voor de regio van belang zijn.

100535-2498\-14

Wie zijn hierbij betrokken? ▪ 21 gemeenten Zuidoost-Brabant ▪ Provincie Noord-Brabant, Rijkswaterstaat, Ministerie Infrastructuur en Waterstaat, politie, BrabantStad, onderwijsinstellingen ▪ Belangenpartijen, zoals ANWB, de fietsersbond, bedrijfsleven ▪ Netwerkpartners vanuit andere regionale opgaven, zoals Brainport Development Wat mag dat kosten?

100535-2498\-15

ENERGIETRANSITIE Waarom doen we dit? De komende decennia moet de overstap plaatsvinden naar een duurzame energievoorziening. Op basis van de Klimaatwet moet in 2050 de CO2-uitstoot met 95% gereduceerd zijn en is het streven in 2030 de uitstoot van CO2 met 49% te verminderen. In het Coalitieakkoord 2021-2025 is dit doel aangescherpt naar tenminste 55% CO2-reductie in 2030. De energietransitie is een enorme maatschappelijke opgave. Voor oplossingen moet over (gemeente)grenzen heen worden gekeken. De diverse en omvangrijke opgave vraagt in de Metropoolregio Eindhoven om coördinatie en ondersteuning van de samenwerking. In 2021 hebben de 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven samen met de 2 waterschappen en de Provincie een Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 opgesteld. Elke twee jaar vindt een actualisatie van de RES plaats. In de RES zijn de regionale ambities uitgewerkt voor verduurzaming van de gebouwde omgeving en de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. We zetten volop in op energiebesparing en gaan stap voor stap over op duurzame energie. Met zonnedaken, -velden en windturbines. In de RES staat ook welke bovenlokale warmtebronnen te gebruiken zijn, zodat wijken en bedrijven van het aardgas af kunnen. Ook willen we als regio koploper zijn in nieuwe technologieën en innovaties door gebruik te maken van de innovatiekracht van bedrijven in onze Brainportregio.

Welke opgaven hebben we? 1. Regionale Energiestrategie 2.0 ▪ Vastleggen regionale afspraken in de RES, waarvan de 2.0 versie in juli 2023 moet worden opgeleverd. Het gaat bijvoorbeeld om afspraken op het gebied van programmeren in relatie tot schaarste op het elektriciteitsnetwerk en het gebruiken van een regionaal afwegingskader voor warmtebronnen. De RES moet landen in het lokale omgevingsbeleid, op basis van een integrale en gebiedsgerichte aanpak. 2. Versnelling in de uitvoering van de energietransitie via verbinding en monitoring ▪ In het Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma RES beleidsmatige afspraken omzetten in concrete projecten, samen met de betrokken stakeholders. De uitvoering van de plannen ligt in handen van de 21 gemeenten, al dan niet in subregionaal verband. Deze uitvoering vindt in wisselende coalities plaats, in samenwerking met betrokken maatschappelijke partners. ▪ Ter ondersteuning van de uitvoering op regionaal niveau kennis delen, verbindingen leggen en monitoren.

100535-2498\-16

3. Agendering nieuwe thema’s en verbinding partijen In de afstemming en koppeling met andere opgaven is extra inspanning nodig. Het is belangrijk dat we ook oog hebben voor beperking en verduurzaming van de energievraag uit de andere sectoren: de industrie, landbouw en mobiliteit. ▪ Samen met Brainport Development stimuleren van innovatie, via het verbinden van partijen. ▪ Op de juiste tafels agenderen van thema’s als schaarste op de arbeidsmarkt en energiearmoede. Aansluiting bij de provinciale, landelijke en Europese programma’s is hierbij essentieel. Wie zijn hierbij betrokken? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

21 gemeenten Zuidoost-Brabant Provincie Noord-Brabant, waterschappen Netbeheerder Enexis Natuur- en milieuorganisaties, ZLTO Woningcorporaties, energiecoöperaties, MKB JongRES (jongerenorganisatie), kennisinstellingen, andere RES-regio’s

Wat mag dat kosten?

100535-2498\-17

TRANSITIE LANDELIJK GEBIED Waarom doen we dit? Onze ambitie als 21 samenwerkende gemeenten is een landelijk gebied dat leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal is, zodat het bijdraagt aan het concurrerend vestigingsklimaat van Brainport en mede invulling geeft aan de regionale brede welvaart. We willen niet alleen de slimste hightech-regio zijn, maar ook de mooiste en de groenste. We streven naar een hoogwaardig leefklimaat in onze hele regio. Stedelijk en landelijk gebied zijn daarin een samenhangend geheel. Doel voor het landelijk gebied is komen tot succesvolle innovatieve verdienmodellen voor economisch duurzame functies en dragers die ook de landschappelijke kwaliteiten versterken. Er moet specifiek aandacht zijn voor het faciliteren van alternatieve economische dragers en de versterking van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van het landelijk gebied in verbinding met de totale regio. We koersen op een regio waar voedselproductie is afgestemd op de natuurlijke en maatschappelijke draagkracht van de omgeving. In de regio is ruimte voor een mix van functies: agrarische bedrijven, wonen, leisure, energieopwekking, klimaatadaptatie, innovatieve maakindustrie, natuur, zorg- en dienstverlening. We realiseren samen opgaven als emissiereductie en het voedselvraagstuk met innovatieve technieken en de aanwezige kennis en vaardigheden.

Welke opgaven hebben we? 1.Streefbeeld landelijk gebied ▪ ▪

▪

Monitoring uitvoering Regionaal Streefbeeld van ons landelijk gebied en actualisering van het streefbeeld Gebiedsgerichte samenwerking zuidoostelijke zandgronden (Novi de Peel en IBP) Een gebiedsgerichte agenda en langjarig programma met investeringsagenda NOVI Uitvoering van de gezamenlijke opgaven in het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland. Versterken en inzetten van het netwerk: vertegenwoordiging en afstemming PlanMER mest, belangenbehartiging in het Bestuurlijk Overleg Transitie Landelijk gebied.

2.Landelijk en Stedelijk gebied ▪ ▪

Verkennen en in regionaal debat brengen van voedselkringloop. Agenderen via een regionaal programma. We ondersteunen regionale vertegenwoordigers bij de bovenlokale en bovenregionale gesprekken over o.a. het stikstofbeleid.

3.Versterken economische structuur ▪

▪

We onderzoeken kansen om de economische vitaliteit van het landelijk gebied te verbeteren en benutten daarvoor de aanwezige structuren zoals Brainport en de subregionale ontwikkelorganisaties We formuleren economische potenties waardoor ontwikkelingen op de juiste plek komen.

100535-2498\-18

4.Versterken ruimtelijke en ecologische kwaliteit ▪ ▪

Versnellen van realisatie Nationaal natuurnetwerk Brabant Afstemming van de toekomstige agrarische ruimtelijke structuur en de kwaliteit van het landschap met maatregelen op het gebied van duurzame energie.

Wie zijn hierbij betrokken? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

21 gemeenten Zuidoost-Brabant Provincie Noord-Brabant Waterschappen De Dommel en Aa en Maas ODZOB Brainport Development Ministeries LNV, BZK en I&W Daarnaast partijen in het netwerk waar afstemming mee plaats vindt: GGD, Innovatiehuis De Peel, Huis van de Brabantse Kempen, BMF, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, ZLTO, Brabants Particulier Grondbezit, Collectief Agrarisch Natuurbeheer, Groen Ontwikkelfonds Brabant en Rabobank.

Wat mag dat kosten?

100535-2498\-19

REGIONAAL HISTORISCH CENTRUM EINDHOVEN (RHCe) Waarom doen we dit? Gemeenten (en andere openbaar lichamen) dienen te voldoen aan o.a. de Archiefwet 1995. Het gaat om taken die de gemeenten moeten verrichten in het kader van juist informatiebeheer. Het RHCe vervult een deel van die taken voor gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant, met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel. Voor een aantal openbaar lichamen op basis van de wet Gemeenschappelijke regelingen in de regio vervult het RHCe vergelijkbare taken. De Archiefwet 1995 stelt eisen aan de zorg, het beheer, de bewaring en het toezicht van nietovergebrachte en overgebrachte archieven. Niet alleen overheidsarchieven, ook particuliere archieven en collecties vallen onder de Archiefwet zodra deze zijn opgenomen in de archiefbewaarplaats. Het doel van de Archiefwet is niet slechts een geordend archief, maar ook borging van de bewaring van regionaal erfgoed en cultuurhistorie. Dit wordt benadrukt door de openbaarheid na overbrenging (behoudens uitzonderingen) en door kosteloze raadpleegmogelijkheden. Daarmee zijn er voorwaarden voor de mogelijkheid de geschiedenis van het werkgebied te reconstrueren en te bestuderen aan de hand van materiaal in de archiefbewaarplaats, ongeacht herkomst en vorm. De missie van het RHCe is: raadpleegbaar stellen van archieven en collecties.

Op basis van de Archiefwet voert het RHCe de volgende taken uit: ▪ Toezicht op de archiefzorg door gemeenten, en op de overbrenging van gemeentelijke te bewaren archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats; ▪ Advisering over archiefzorg- en beheer en over informatiebeheer van gemeenten; ▪ Beheer en raadpleegbaarstelling van naar de archiefbewaarplaats overgebrachte analoge en digitale archieven; ▪ Beheer van particuliere archieven uit de regio voor zover dat past bij het RHCeacquisitiebeleid. Met particuliere archieven presenteert het RHCe historische gegevens van de regio en zijn er mogelijkheden deze te verbinden met een breed publiek. Welke opgaven hebben we? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Archiefbeheer volgens wettelijke normen en regelgeving; Raadpleegbaarheid van archiefbescheiden; Collectie-opbouw die correspondeert met de regionale identiteit; Toetsing bij gemeenten of hun documentaire informatiehuishouding voldoet aan wet- en regelgeving; Adviseren van gemeenten; Informatie beschikbaar stellen aan publiek

100535-2498\-20

Wie zijn hierbij betrokken? Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, publiek (waaronder geïnteresseerden in erfgoed, cultuurhistorie en erfgoedbeheer). Wat mag dat kosten?

100535-2498\-21

OVERHEAD METROPOOLREGIO EINDHOVEN & RHCe Waarom doen we dit? Aangaande de bedrijfsprocessen wordt blijvend gewerkt aan: ▪ ▪ ▪

Efficiënt en effectief regelen van de bedrijfsvoering; Flexibiliteit in de organisatie en de uitvoering; Borgen van kwaliteit van dienstverlening aan gemeenten, burgers en instellingen.

Onder overheadkosten wordt verstaan: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Directe loonkosten van directie en ondersteuning, waaronder control, financiën, P&O, ICT, facilitaire en secretariële / administratieve ondersteuning. Indirecte loonkosten, waaronder opleidingsbudget en kosten salarisadministratie. Kosten gebouwbeheer, waaronder huisvesting en depotvoorzieningen. Kosten automatisering, waaronder beheer en hosting werkplekomgeving en financieel systeem. Algemene kosten, waaronder accountantskosten, verzekeringen en belastingen. Bureaukosten, waaronder telefoonkosten en kantoorbenodigdheden.

Welke opgaven hebben we? Om de kosten van overhead inzichtelijk en transparant te hebben worden deze conform de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verantwoord op een afzonderlijk programma. Hierbij dient de Notitie Overhead zoals die is opgesteld door de commissie BBV als uitgangspunt De organisatie Metropoolregio Eindhoven bestaat uit twee diensten, de Metropoolregio Eindhoven en het RHCe. Eerstgenoemde is een kleine netwerkorganisatie met een grote flexibiliteit, het RHCe is een uitvoeringsorganisatie waarbij voortschrijdende automatisering, informatisering en digitalisering een rol speelt. De bedrijfsvoering op beide diensten is efficiënt en in overeenstemming is met de taken en schaal van de dienst. De taken op het gebied van financiën, personeel en organisatie zijn in 2021 voor beide diensten uitgevoerd door de werkorganisatie Metropoolregio Eindhoven, de facilitaire functie en ICT dienstverlening is belegd bij het RHCe. Wat mag dat kosten?

100535-2498\-22

FINANCIËLE BEGROTING 2023 METROPOOLREGIO EINDHOVEN

100535-2498\-23

Overzicht baten en lasten

Toelichting op het overzicht baten en lasten Onderstaand wordt een toelichting per programma gegeven op de financiële verschillen tussen de Begroting 2023 en de Begroting 2022. Samenwerking en strategie Het thema Bestuurlijke samenwerking, organisatie, regionale strategie laat een voordeel zien van bijna € 46.300. Aan de lastenkant stijgen de personele kosten stijgen met ruim € 16.700 (nadeel), voornamelijk als gevolg van CAO-stijgingen in 2021 en 2022 en de gerealiseerde en verwachte stijging van pensioenkosten. Het werkbudget stijgt als gevolg van de indexering met € 5.400 (nadeel). De batenkant laat een voordeel zien van ruim € 68.400 veroorzaakt door de indexering van de inwonerbijdrage regionale opgaven met 2,23%. Gulbergen laat ten opzichte van de begroting 2022 een nadeel zien van bijna € 75.800. Aan de lastenkant stijgen de personele kosten stijgen met ruim € 5.800 (nadeel), voornamelijk als gevolg van CAO-stijgingen in 2021 en 2022 en de gerealiseerde en verwachte stijging van pensioenkosten. De batenkant laat een nadeel zien van € 70.000. Het betreft hier een vervallen bijdrage uit de niet meer bestaande voorziening Gulbergen. Alle aan het Landgoed toe te rekenen kosten worden gedekt uit de reserve Gulbergen waardoor e.e.a. in de exploitatie budgettair neutraal verloopt. Economie Het thema Economie vertoont een nadeel van ruim € 12.000.

De personele kosten stijgen met € 11.000 (nadeel) voornamelijk als gevolg van CAO-stijgingen in 2021 en 2022 en de gerealiseerde en verwachte stijging van pensioenkosten. De programmakosten stijgen met ruim € 1.000 (nadeel) als gevolg van de indexering van het werkbudget.

24

Het Stimuleringsfonds laat ten opzichte van de Begroting 2022 een nadeel zien van bijna € 21.500. De personele kosten stijgen met € 8.400 (nadeel) voornamelijk als gevolg van CAO-stijgingen in 2021 en 2022 en de gerealiseerde en verwachte stijging van pensioenkosten. De programmakosten stijgen met ruim € 23.600 (nadeel). Op basis van de stijging van het aantal inwoners ten opzichte van de Begroting 2022 stijgt de inwonerbijdrage Stimuleringsfonds met ruim € 23.600. Deze bijdrage wordt volledig in de voorziening gestort. Aan de batenkant wordt een hogere inwonerbijdrage van € 23.600 verantwoord (voordeel). Ter dekking van de kosten van programmamanagement wordt ten opzichte van 2022 een bedrag van ruim € 13.000 minder onttrokken (nadeel). De bijdrage van € 4,8 miljoen aan Brainport Development NV is in de Begroting 2023 opgenomen conform de meerjarenfinanciering 2021-2024. De inwonerbijdrage en individuele bijdrage van de aandeelhoudergemeenten is met 2,23% geïndexeerd ten opzichte van de bijdrage 2022. De bijdrage kan als volgt worden gespecificeerd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Inwonerbijdrage Metropoolregio Gemeente Eindhoven Gemeente Helmond Gemeente Veldhoven Gemeente Best

€ 2.046.608 € 1.679.559 € 582.414 € 297.761 € 203.982

Mobiliteit, incl. GGA Het thema Mobiliteit incl. GGA laat een nadeel zien van ruim € 13.700. Personele kosten stijgen met ruim € 12.600 (nadeel), voornamelijk als gevolg van CAO-stijgingen in 2021 en 2022 en de gerealiseerde en verwachte stijging van pensioenkosten. De programmalasten stijgen met € 1.100 (nadeel) als gevolg van de indexering van het werkbudget. De gemeentelijke bijdrage GGA is geïndexeerd met 2,23%. Dit leidt aan zowel de baten als lastenkant tot een kleine stijging. Deze mutatie is echter budgettair neutraal en is niet van invloed op het exploitatiesaldo. Energietransitie Het thema Energietransitie laat een nadeel zien van ruim € 579.000 ten opzichte van de Begroting 2022. Personele kosten stijgen met € 13.000 (nadeel), voornamelijk als gevolg van CAO-stijgingen in 2021 en 2022 en de gerealiseerde en verwachte stijging van pensioenkosten. Indexering van het werkbudget leidt tot hogere kosten van € 1.100 (nadeel). Tevens zijn rijksmiddelen t.b.v. de realisatie RES opgenomen van € 565.000 (nadeel). Tegenover deze kosten van € 565.000 staat onder “mutatie reserves” een even grote onttrekking uit de reserve Energietransitie waardoor e.e.a. in de exploitatie budgettair neutraal verloopt. Transitie Landelijk gebied Het thema Transitie Landelijk gebied laat een nadeel zien van ruim € 17.500.

Personele kosten stijgen met ruim € 16.400, voornamelijk als gevolg van CAO-stijgingen in 2021 en 2022 en de gerealiseerde en verwachte stijging van pensioenkosten. De programmalasten stijgen met € 1.100 als gevolg van de indexering van het werkbudget.

25

RHCe Ten opzichte van de begroting 2022 stijgen de kosten binnen het primaire proces per saldo met ruim € 11.000. De personele kosten zijn ruim € 21.000 lager geraamd dan in de begroting 2022. Volgend op het besluit van Algemeen Bestuur over de koers van het RHCe op 16 december zijn diverse vacatures in 2021 ingevuld. Waar bij het opmaken van de begroting 2022 nog moest worden uitgegaan van een schatting van de personele kosten, is deze door invulling van de functies nu concreet toegerekend. Er is rekening gehouden met (pensioen)premiestijgingen en reeds afgekondigde CAO stijgingen. De programmakosten stijgen met ruim € 88.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door indexering van de budgetten en de actualisering hiervan op grond van de realisatiecijfers 2021. De programmabaten stijgen met ruim € 78.000, dit als gevolg van de indexering van de inwonerbijdrage met 2,23% ten opzichte van 2022. Algemene dekkingsmiddelen Op het programma algemene dekkingsmiddelen zijn in de primaire begroting 2023 geen lasten en baten geraamd. Overhead In de overheadkosten zijn de volgende kostensoorten te onderscheiden: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Lonen en salarissen indirect personeel Studie en opleiding Personeel van derden Indirecte personeelskosten Huisvestingskosten Bureaukosten Algemene kosten Automatiseringskosten

Metropoolregio Eindhoven De overheadkosten van de dienst Metropoolregio Eindhoven laten ten opzichte van 2022 een stijging zien van bijna € 34.000. De personele kosten stijgen met bijna € 20.000, voornamelijk als gevolg van CAO-stijgingen in 2021 en 2022 en de gerealiseerde en verwachte stijging van pensioenkosten. De programmakosten stijgen met ruim € 14.000 als gevolg van de indexering van de budgetten. RHCe De overheadkosten laten per saldo een voordeel zien van € 7.000 ten opzichte van de begroting 2022. De kosten indirect personeel stijgen met ruim € 39.000 als gevolg van invulling van vacatures, (pensioen)premiestijgingen en reeds afgekondigde CAO-stijgingen. De programmakosten dalen met ruim € 52.000, voornamelijk als gevolg van actualisering n.a.v. de jaarcijfers 2021. De programmaopbrengsten dalen met bijna € 6.000. Bij contracten voor de verhuur van werkplek wordt uitgegaan van het werkelijk gebruik.

26

Heffing VPB De activiteiten waarover de Metropoolregio Eindhoven vennootschapsbelasting dient te betalen, zijn ten opzichte van de begroting 2022 niet gewijzigd. Het bedrag is aangepast aan de in het verleden werkelijk betaalde bedragen. Dit leidt in de exploitatie 2023 tot een miniem nadeel van € 500. Onvoorzien De posten onvoorzien voor de Metropoolregio Eindhoven en het RHCe bedragen respectievelijk € 15.808 en € 6.338. Dit is ruim € 2.500 hoger dan wat is opgenomen in de Begroting 2022. Mutatie reserves Ter dekking van de kosten Energietransitie wordt er een bedrag van € 565.000 onttrokken aan de bestemmingsreserve Energietransitie. Dit leidt ten opzichte van de begroting tot een voordeel van ditzelfde bedrag. Ter dekking van de kosten pre-nazorg Gulbergen op het thema Bestuurlijke samenwerking wordt er een bedrag van € 627.495 onttrokken aan de bestemmingsreserve Gulbergen. Dit leidt ten opzichte van de begroting tot een voordeel van € 127.495. Meerjarenraming Ten behoeve van een inzicht in de ontwikkeling van de kosten en de gemeentelijke bijdrage is in de bijlage het overzicht Meerjarenraming 2023-2026 opgenomen. In het begrotingsjaar 2023 is rekening gehouden met de geïndexeerde / bijgestelde inwonerbijdragen. In de jaren daarna worden deze lasten en baten op hetzelfde niveau gehouden.

Bij het vaststellen van de uitgangspunten voor toekomstige begrotingen zal door het Algemeen Bestuur worden bepaald of en met welk percentage de lasten en baten geïndexeerd mogen worden.

27

Herkomst en besteding van middelen Herkomst middelen Metropoolregio Eindhoven Van iedere euro die de Metropoolregio Eindhoven uitgeeft, komt de grootste bijdrage (75%) van de deelnemende gemeenten in de vorm van een bijdrage per inwoner. Uit onderstaande grafiek wordt duidelijk waar de baten van de Metropoolregio Eindhoven vandaan komen.

Herkomst middelen Metropoolregio Eindhoven Begroting 2023 Bijdragen reserves & voorzieningen; 1.420.095; 9%

Overige bijdragen; 116.934; 1%

Provincie; 20.000; 0% Gemeenten aandeelhouders Brainport Development; 2.763.716; 18%

Gemeenten - inwonerbijdrage Gemeenten - aandeelhouders Brainport Development Provincie

Gemeenten inwonerbijdrage; 11.192.688; 72%

28

Bijdragen reserves & voorzieningen Overige bijdragen

Besteding middelen Metropoolregio Eindhoven In onderstaande grafiek wordt de besteding van middelen per (deel)programma weergegeven.

Besteding middelen Metropoolregio Eindhoven Begroting 2023 Heffing VPB; 5.500; 0%

Onvoorzien; 22.146; 0%

Economie; 300.456; 2%

Overhead; 2.165.884; 14% Stimuleringsfonds; 2.995.911; 19% RHCe; 2.316.248; 15%

Gulbergen; 627.495; 4%

Economie Stimuleringsfonds Brainport Development

Samenwerking en strategie; 560.240; 4%

Transitie landelijk gebied Energietransitie Mobiliteit, incl. GGA

Mobiliteit, incl. GGA; 369.413; 2%

Samenwerking en strategie

Brainport Development; 4.810.324; 31%

Energietransitie; 915.143; 6% Transitie landelijk gebied; 424.674; 3%

Gulbergen RHCe Overhead Heffing VPB Onvoorzien

29

Inwonerbijdrage Algemeen De methodiek van indexering van de inwonerbijdrage is vastgelegd in de “Beleidsnotitie Kaders P&C documenten”, opgesteld door de vier gemeenschappelijke regelingen GGD, ODZOB, Veiligheidsregio en Metropoolregio Eindhoven en vastgesteld door het Algemeen Bestuur in de vergadering van 16 december 2016 en geactualiseerd in juni 2021. Jaarlijks worden de financiële uitgangspunten voor de betreffende begroting in de vorm van de Kadernota voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Op 15 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur de Kadernota Begroting 2023 vastgesteld. Inwonerbijdrage Regionale opgaven In de Kadernota Begroting 2023 wordt de inwonerbijdrage Regionale opgaven geïndexeerd met 2,23% ten opzichte van de bijdrage 2022. Hiermee is de inwonerbijdrage Regionale opgaven voor het jaar 2023 bepaald op € 3.135.523. Inwonerbijdrage Brainport Development NV De basisfinanciering van Brainport Development NV vindt plaats via de Metropoolregio Eindhoven, de hoogte er van is vastgelegd in een meerjarenfinancieringsovereenkomst 2021-2024. De jaarlijkse inwonerbijdrage Brainport Development wordt gedurende de looptijd van deze overeenkomst geïndexeerd met hetzelfde percentage als waar de inwonerbijdrage Regionale opgaven van de Metropoolregio Eindhoven mee wordt geïndexeerd.

Voor het begrotingsjaar 2023 houdt dit dat de bijdrage 2022 wordt geïndexeerd met 2,23% en daarmee wordt bepaald op € 2.204.608. Inwonerbijdrage Stimuleringsfonds De bijdrage per inwoner is conform de uitgangspunten niet geïndexeerd en wordt gehandhaafd op € 3.554 per inwoner, de mutatie in het aantal inwoners van de regio ten opzichte van 2022 is wel verrekend. Het aantal inwoners stijgt ten opzichte van 2022 met 6.652 naar 791.021, hiermee wordt de inwonerbijdrage 2023 bepaald op € 2.811.289. Inwonerbijdrage RHCe De inwonerbijdrage RHCe wordt met 2,23% geïndexeerd ten opzichte van 2022 en bedraagt € 3.199.269. De inwonerbijdrage wordt verdeeld tussen de gemeenten op basis van in gebruik zijnde strekkende meters (fysiek archief), terabytes (digitaal archief) en aantallen inwoners. De in gebruik zijnde meters worden, even als het aantal inwoners, op peildatum 1 januari geactualiseerd.

30

Dit leidt tot de volgende gemeentelijke inwonerbijdrage 2023:

Formatie

31

PARAGRAFEN METROPOOLREGIO EINDHOVEN

32

Inleiding In dit hoofdstuk worden een aantal aspecten van de financiële huishouding belicht. Het betreft: - weerstandsvermogen en risicomanagement - financiering - bedrijfsvoering - verbonden partijen - grondbeleid - onderhoud kapitaalgoederen

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOMANAGEMENT Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven Het Algemeen Bestuur heeft op 4 juli 2018 de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven vastgesteld. In deze nota is vastgesteld wat de onder risicomanagement wordt verstaan en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s bij deze jaarrekening opnieuw in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. De belangrijkste risico’s die op concernniveau worden onderkend zijn: ▪ ▪ ▪

Ontoereikend doelvermogen voor overdracht eeuwigdurende nazorg naar provincie van de voormalige stortplaats Gulbergen; Risico’s in het kader van subsidieverstrekking (o.a. staatssteun); Uitbreiding van het takenpakket zonder dat hier dekking tegenover staat.

Vermogenspositie De concernorganisatie Metropoolregio Eindhoven (Metropoolregio Eindhoven, Regionaal Historisch Centrum en Gulbergen) realiseert volgens de Begroting 2023 een omzet van € 15,5 miljoen. Deze baten zijn volgens de Notitie Algemene Reserve (vastgesteld Algemeen Bestuur 1 november 2017) bepalend voor de berekening van de hoogte van de Algemene Reserve. Metropoolregio Eindhoven De baten die in de Begroting 2023 zijn toe te wijzen aan de Metropoolregio Eindhoven bedragen € 12,2 miljoen. Volgens de in de Notitie Algemene Reserve opgenomen staffel betekent dit dat de hoogte van de algemene reserve zich tussen de € 600.000 en € 1.200.000 moet bevinden. De stand per 31-12-2021 bedraagt € 830.620, vanuit de risicoanalyse zijn risico’s benoemd voor een bedrag van € 1 miljoen. Regionaal Historisch Centrum (RHCe) De baten die in de Begroting 2023 zijn toe te wijzen aan het RHCe bedragen € 3,3 miljoen. Volgens de in de Notitie Algemene Reserve opgenomen staffel betekent dit dat de hoogte van de algemene reserve zich tussen de € 150.000 en € 300.000 moet bevinden. De stand per 31-12-2021 bedraagt € 249.949, vanuit de risicoanalyse zijn risico’s benoemd voor een bedrag van € 300.000. Landgoed Gulbergen Het weerstandsvermogen van de Landgoed Gulbergen wordt begrensd door de in de bestemmingsreserve Gulbergen aanwezige middelen. Door de afkoop van de

33

erfpachtovereenkomst met Attero is beheer en exploitatie van het Landgoed Gulbergen geheel voor rekening en risico van de Metropoolregio Eindhoven. De stand van de reserve per 31-12-2021 bedraagt € 10.983.066 Doelvermogen Tot op heden is er met de Provincie Noord Brabant geen overeenstemming over de inhoud van het nazorgplan en de financiële vertaling hiervan naar het doelvermogen. Dit houdt in dat de kosten van pre-nazorg eveneens voor rekening blijven komen van de Metropoolregio Eindhoven. Het uitblijven van bestuurlijke overeenstemming kan op termijn leiden tot uitputting van middelen in relatie tot de ontwikkeling van het landgoed. Fiscale positie Naar aanleiding van een in 2017 uitgevoerde fiscale nulmeting is het afstemmingsoverleg met de Belastingdienst inzake de BTW-positie Landgoed Gulbergen nog niet afgerond. Gevolg hiervan is dat de in 2018 door de Belastingdienst oplegde naheffing over het jaar 2013 nog niet is afgewikkeld. Metropoolregio Eindhoven en de Belastingdienst blijven in overleg, waarbij nu tevens de toekomstige BTW-positie is betrokken als gevolg van de afkoop erfpachtconstructie Attero in december 2020. Coronavirus COVID-19 COVID-19 maakte ook in 2021 nog steeds deel uit van het dagelijks leven. Versoepeling en aanscherping van de maatregelen wisselden elkaar in 2021 met grote regelmaat af.

De laatst aangekondigde maatregelen dateren van 25 januari 2022 jl. Voor de medewerkers zijn werkplekken op kantoor beschikbaar volgens een rooster, als de 1,5 meterregel niet gewaarborgd kan worden, is het dragen van een mondkapje verplicht. Hoe lang deze periode van onzekerheid nog duurt en wat het uiteindelijke effect zal zijn op de organisatie Metropoolregio Eindhoven, kan op dit moment niet worden ingeschat. Bezoekersruimte Fysieke archiefstukken zijn en blijven raadpleegbaar in de bezoekersruimte. De bezoekersruimte is op afspraak open. Er geldt een maximum aantal bezoekers, zodat de 1,5 meter afstand gewaarborgd blijft. Bij het betreden van en verplaatsen binnen de begane grond/bezoekersruimte is het dragen van een mondkapje verplicht. Besluitvorming Alle besluiten welke wettelijk vereist waren (o.a. vaststelling Programmabegroting 2022 en de Jaarrekening 2020) zijn genomen. Er heeft geen vertraging in de besluitvorming plaatsgevonden. Financien Wat financiën betreft wordt de Metropoolregio Eindhoven niet getroffen door het virus aangezien de organisatie middelen ontvangt van de deelnemende gemeenten in de vorm van een inwonerbijdrage. Hierdoor kan de Metropoolregio Eindhoven gedurende deze crisis normaal aan de financiële verplichtingen blijven voldoen.

Claim Attero minderlevering brandbaar restafval 2015-januari 2017 Op 29 juni 2021 heeft het Hof Den Haag het arbitrale eindvonnis inzake de minderlevering brandbaar restafval 2015-januari 2017 nietig verklaard. De uitspraak hield tevens in dat Attero de door de Metropoolregio Eindhoven vooruitbetaalde naheffing moest terugbetalen. Dit is inmiddels

34

gebeurd. Attero is tegen de uitspraak van het Hof in cassatie gegaan, wanneer deze procedure start is nog niet bekend. De looptijd van de procedure wordt ingeschat op 1,5 jaar. Indien de uitspraak negatief uitvalt voor de Brabantse gewesten en gemeenten, kan dit financiële gevolgen hebben voor de in de Metropoolregio Eindhoven deelnemende gemeenten omdat de door Metropoolregio Eindhoven vooruitbetaalde naheffing doorberekend zal worden naar deze gemeenten. Een verdeelsleutel hiervoor zal pas na een eventuele negatieve uitspraak worden bepaald. Financiële kengetallen Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat dit jaarverslag een aantal verplichte financiële kengetallen. De kengetallen zijn afgeleiden van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie. De kengetallen geven het bestuur inzicht in de financiële positie van de Metropoolregio Eindhoven. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de onderstaande kengetallen vergeleken moeten worden. De voorgeschreven kengetallen zijn: Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de Metropoolregio Eindhoven ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken.

Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is én wat dat betekent voor de schuldenlast. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de Metropoolregio Eindhoven in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de Metropoolregio Eindhoven heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Tevens zijn in het BBV kengetallen voorgeschreven voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteiten. Deze kengetallen zijn met name van belang voor gemeenten. Beide kengetallen zijn niet van toepassing voor de Metropoolregio Eindhoven en zijn derhalve niet uitgewerkt.

35

De kengetallen laten het volgende verloop zien:

Toelichting: De netto schuldquote van de Metropoolregio Eindhoven is positief. Dit wil zeggen dat de schulden de vorderingen per saldo overtreffen. Dit is het gevolg van de financiële transactie eind 2020 vanwege de beëindiging van de erfpacht van Landgoed Gulbergen. Hierdoor is een bedrag van ruim € 17,1 aan Attero betaald. Het verloop van de netto schuldquote wordt tussentijds gemonitord en waar nodig zullen bijsturingsmaatregelen worden getroffen. De solvabiliteitsratio laat in meerjarig opzicht een stabiel verloop zien en ligt rond de 50%. Hieruit valt af te leiden dat de Metropoolregio Eindhoven in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte is volgens de bovenstaande becijferingen niet aanwezig. Dit wil zeggen dat de Metropoolregio Eindhoven niet in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Op basis van de bovenstaande financiële kengetallen kan worden geconcludeerd dat de financieringsstructuur van de Metropoolregio Eindhoven gezond is, maar dat de exploitatie geen ruimte biedt om structurele tegenvallers op te vangen.

FINANCIERING Inleiding In de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden), Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) en de Wet Schatkistbankieren zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van de decentrale overheden. De treasuryfunctie wordt daarbij door de wet als volgt gedefinieerd: ”het sturen en beheersen van-, het verantwoorden over-, het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s”. In de wet worden voorschriften, richtlijnen en normeringen genoemd. Voorbeelden hiervan zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Zowel bij de begroting als bij de jaarrekening dient de Metropoolregio Eindhoven een paragraaf Financiering op te nemen. In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze in 2023 verwacht wordt uitvoering te geven aan de treasuryfunctie. Kasgeldlimiet Volgens de Wet Fido is de Metropoolregio Eindhoven verplicht te rapporteren over de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet geldend voor gemeenschappelijke regelingen, uitgedrukt in een percentage (8,2%) van het totaal van de uitgaven, bepaalt het bedrag wat Metropoolregio Eindhoven maximaal kort mag lenen. Op basis van de primaire Begroting 2023 zou de kasgeldlimiet ruim € 1,2 miljoen bedragen.

36

Indien de uitkomst van de cassatie welke Attero heeft ingesteld naar aanleiding van de vernietiging van het arbitraire vonnis minderlevering restafval periode 2015-jan 2017 negatief uitvalt voor de Brabantse gewesten en daarmee de Metropoolregio Eindhoven, bestaat de kans dat Metropoolregio Eindhoven kort geld moet aantrekken om aan alle financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Renterisico Ook geeft de Wet Fido aan dat er inzicht moet worden gegeven in het renterisico voor de komende 4 jaren. Het renterisico ontstaat bij het aflopen van leningen. Eventueel nieuw af te sluiten leningen kunnen gepaard gaan met hogere rentekosten. De Metropoolregio Eindhoven heeft een annuïteitenlening lopen bij de BNG voor de financiering nieuwbouw Regionaal Historisch Centrum. De looptijd van de lening is afgestemd op de looptijd van het activum. De lening bedroeg oorspronkelijk € 7.079.000 en heeft een looptijd van 40 jaar. Het huidige rentepercentage bedraagt 2,35%. De hoogte van de lening ultimo 2023 bedraagt ruim € 4,3 miljoen. De renterisiconorm bedraagt 20% van het totaal van de uitgaven. Voor de Metropoolregio Eindhoven is dit ruim € 3,1 miljoen op basis van de primaire Begroting 2023. Het renterisico op de vaste schuld is de komende 4 jaar nihil.

Treasurybeheer De administratieve organisatie en de uitvoering vinden plaats binnen de kaders van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden), Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) en de wet Schatkistbankieren. Het beleid is gericht op een verantwoord beheer van de middelen, waarbij risico’s zoveel mogelijk worden uitgesloten en de kosten zo laag mogelijk worden gehouden. Het verplichte schatkistbankieren bepaalt de uitvoering van de treasury activiteiten. Tijdelijk overtollige liquide middelen worden verplicht aangehouden bij het Ministerie van Financiën. Over deze middelen wordt geen rente vergoed. Binnen de wet schatkistbankieren kunnen onder bepaalde voorwaarden middelen worden uitgeleend aan andere decentrale overheden (het zogenaamde onderling lenen). Van deze mogelijkheid maakt de Metropoolregio Eindhoven geen gebruik. Landgoed Gulbergen De middelen ten behoeve van Landgoed Gulbergen (beheer en kosten pre-nazorg) worden aangehouden in de Schatkist. In het kader van de overdracht van de nazorg van de voormalige stortplaats en het hierbij behorende doelvermogen, is aan de provincie Noord Brabant bij vooruitbetaling reeds een bedrag van nominaal € 25,7 miljoen voldaan. Ter gedeeltelijke betaling van de afkoopsom erfpachtovereenkomst Attero is hiervan in 2020 een bedrag van € 10 miljoen teruggeroepen.

De huidige waarde van deze portefeuille bij de provincie bedraagt ultimo 2021 € 24 miljoen.

37

BEDRIJFSVOERING Algemeen

Goed bestuur De Metropoolregio Eindhoven voert periodiek een governance toets uit op basis van de Code goed openbaar bestuur. Deze code is ontwikkeld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geeft richtlijnen voor besturen van alle organisaties in het hart van de overheid. Het gaat om codes voor de volgende aspecten: Openheid en integriteit, participatie, behoorlijke contacten met burgers, doelgerichtheid en doelmatigheid, legitimiteit, lerend en zelfreinigend vermogen en verantwoording. Deze toets heeft tot op heden geen aanleiding gegeven tot aanpassingen. Metropoolregio Eindhoven De concernorganisatie Metropoolregio Eindhoven is een organisatie met een grote flexibiliteit met betrekking tot de bedrijfsvoering. Er wordt planmatig continu gewerkt aan de verdere optimalisering met als doel overeenstemming tussen taak en schaal. Dit geldt zowel voor de werkorganisatie Metropoolregio Eindhoven als het RHCe. Het verder optimaliseren en doorontwikkelen van de processen en werkzaamheden op het gebied van personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting staan centraal binnen de bedrijfsvoeringsorganisatie en worden waar mogelijk geïntegreerd binnen het door het concern gebruikte systemen Afas en Djuma.

Samenwerking met andere gemeenschappelijke regelingen Tussen de Metropoolregio Eindhoven en de drie gemeenschappelijke regelingen GGD, ODZOB en Veiligheidsregio vindt, in navolging van de synchronisatie van de P&C-cyclus en het harmoniseren van de financiële beleidsregels en verordeningen, periodiek afstemming plaats. Daar waar in de bedrijfsvoering meerwaarde wordt gezien, zowel wat efficiency betreft als kwaliteitsverbetering, zal samenwerking worden gezocht en/of versterkt. Landgoed Gulbergen Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven heeft het beheer en de beschikkingsmacht over de gelden in het kader van de verkoop van de aandelen van NV Razob overgedragen aan het Dagelijks Bestuur. Daartoe is de “Adviescommissie Gulbergen” ingesteld. Deze commissie adviseert het Dagelijks Bestuur over de onttrekking aan de beschikbare middelen en de wijze van beheren van deze gelden. Voor de ambtelijke ondersteuning van de Adviescommissie is een procesmanager Landgoed Gulbergen aangewezen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11696716/1