CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Bestemmingsplan Ens, Oost fase 2 (gewijzigd).pdf

Commissie Woonomgeving 15 juni 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2"30.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Ens, Oost fase 2

April 2026

Status: Vastgesteld

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

BESTEMMINGSPLAN “ENS, OOST FASE 2”

Plan:

Ens, Oost fase 2

Plantype:

Bestemmingsplan

IMRO-nummer: NL.IMRO.0171.BP00712-VS02 Status:

Vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

Toelichting Bij besluit van 2 oktober 2023 heeft de gemeenteraad van Noordoostpolder het bestemmingsplan ‘Ens, Oost fase 2’ vastgesteld. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Op 18 maart 2026 heeft de Afdeling tussenuitspraak gedaan over het ingestelde beroep (zaaknr. 202307622/1/R1 en ECLI:NL:RVS:2026:1563). De Afdeling heeft de gemeenteraad opgedragen twee geconstateerd gebreken in het bestemmingsplan binnen 16 weken na verzending van de uitspraak te herstellen. De gebreken staan beschreven in overweging 7.2 en 8.2 van de hiervoor genoemde tussenuitspraak (zaaknr. 202307622/1/R1 en ECLI:NL:RVS:2026:1563). Om de geconstateerde gebreken te herstellen is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. Gebrek zoals opgenomen in overweging 7.2 Het gebrek is hersteld door in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen ‘Maatschappelijk’, ‘Bos’, ‘Verkeer’ en ‘Groen’ evenementen niet toe te laten. De gebruiksregel ‘evenementen’ is verwijderd. Deze aanpassing is eveneens doorgevoerd in hoofdstuk 7 van deze plantoelichting. Gebrek zoals opgenomen in overweging 8.2 Het gebrek is hersteld door in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ als volgt aan te passen: De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal 26 zorgwoningen; b.

eerstelijnszorgvoorzieningen, uitsluitend in de vorm van: 1. een huisartsenpraktijk met maximaal twee behandelkamers; 2. een fysiotherapiepraktijk met maximaal één behandelkamer; c. een sportschool; met daarbij behorende: d. gebouwen, een bedrijfswoning daar onder niet begrepen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. andere-werken; g. terreinen; h. watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. nutsvoorzieningen; k. parkeervoorzieningen. Verder is in artikel 1 het begrip ‘maatschappelijke voorzieningen’ verwijderd aangezien dit begrip door voorgenoemde wijziging niet meer in de regels voor komt. Het begrip ‘zorgwoning’ is toegevoegd aan de regels zodat duidelijk is wat hiermee wordt bedoeld. Naar aanleiding van voorgenoemde aanpassing, zijn paragraaf 1.1, 3.1, 3.2 en bijlage 6 van de plantoelichting aangescherpt. Dit is in overeenstemming gebracht met de maximale planologische invulling binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’. Met de voorliggende versie van het bestemmingsplan is uitvoering gegeven aan de opdracht van de Afdeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCHE REGIME .................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 2.1 2.2

RUIMTELIJKE ONTSTAANSGESCHIEDENIS............................................................................................................ 8 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED EN OMGEVING ................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2 3.3

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER & PARKEREN ................................................................................................................................ 12 BEELDKWALITEIT ........................................................................................................................................ 15

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 16 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 20 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 23

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 29 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 29 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 30 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 31 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 33 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 35 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 38 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 40 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 42

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 44 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 44 PROCES VAN DE WATERTOETS ...................................................................................................................... 44 WET- EN REGELGEVING EN BELEID WATER ....................................................................................................... 44 BESCHRIJVING VAN HET WATERSYSTEEM ......................................................................................................... 46 CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 48

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 49 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 49 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 49 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 50

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 53 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 54 9.1 9.2

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 54 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 54

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 55

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10

BEELDKWALITEITSPLAN ....................................................................................................................... 55 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 56 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 57 LUCHTKWALITEITSONDERZOEK .............................................................................................................. 58 AKOESTISCH ONDERZOEK SPORTVELDEN ................................................................................................. 59 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 60 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 61 UITGANGSPUNTENNOTITIE WATER ........................................................................................................ 62 ZIENSWIJZENNOTA ............................................................................................................................. 63 TUSSENUITSPRAAK RAAD VAN STATE ..................................................................................................... 64

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de onbebouwde gronden op de hoek van de Drietorensweg en het Oostereind in de kern Ens (hierna: plangebied). De gemeente Noordoostpolder is voornemens om ter plaatse een kleinschalig gezondheidscentrum en woningen te realiseren. Concreet gaat het voornemen uit van het realiseren van: • • • •

9 tiny houses; 11 rijwoningen (koop); 9 sociale huurwoningen; een kleinschalig gezondheidscentrum met ruimte voor; o 10 zorgwoningen (aanleunwoning); o 16 zorgwoningen/-appartementen; o 1 huisartsenpraktijk (2 behandelkamers); o 1 fysio (1 behandelkamer); o 1 sportschool (300 m2 bvo);

Op basis van het geldend bestemmingsplan “Ens” zijn de gronden ter plaatse van het plangebied voorzien van een sportbestemming. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridischplanologisch kader. Hierin wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich op de hoek van de Drietorensweg en het Oostereind in de kern Ens. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Ens en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1:

Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ‘Ens, Oost fase 2’ bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (NL.IMRO.0171.BP00712-VS02) en een renvooi; regels en bijhorende bijlagen.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting en bijhorende bijlagen. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologische regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de volgende bestemmingsplannen: Plan Ens Parapluplan parkeren

Vaststellingsdatum 26 januari 2010 8 juli 2019

De gronden ter plaatse van het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Sport’. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeeldingen opgenomen van het geldend bestemmingsplan. Het plangebied is daarbij indicatief aangegeven met een rode omlijning.

Afbeelding 1.2:

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Ens” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Hieronder worden de geldende bestemmingen nader beschreven. Sport De voor ‘Sport’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor sport- en speelvoorzieningen, niet zijnde voorzieningen voor gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren, met de daarbij behorende sportkantine. In de bouwregels is bepaald dat gebouwen binnen een bouwvlak gebouwd dienen te worden. Ter plaatse van het plangebied is geen bouwvlak opgenomen. Verder is bepaald dat buiten het bouwvlak gebouwen mogen worden gebouwd tot een oppervlakte van niet meer dan 40 m² en een bouwhoogte van niet meer dan 3 m. Bos De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor bos, (hoog-) opgaande afschermende beplanting, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ontsluitingswegen, voet-, rijwiel- en ruiterpaden. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Hiervoor geldt een maximale bouwhoogte van 2,5 meter.

1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van de beoogde woningen en het kleinschalige gezondheidscentrum is binnen de bestemming ‘Sport’ en ‘Bos’ niet toegestaan. Om de voorgenomen ontwikkeling (planologisch) mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. In deze plantoelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 betreft een beschrijving van de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis

2.1.1

Noordoostpolder

De gemeente Noordoostpolder ligt in Nederlands twaalfde provincie, Flevoland. Emmeloord fungeert als centrumplaats, omringd (op fietsafstand) door de 10 zogenaamde groendorpen: Bant, Creil, Ens, Espel, Luttelgeest, Kraggenburg, Marknesse, Nagele, Rutten en Tollebeek. Sinds 1962 is de Noordoostpolder een zelfstandige gemeente. Het karakter van de gemeente is sterk agrarisch. De ruimtelijke structuur van de polder wordt mede bepaald door de volgende elementen: • • • • •

boerderijen en dorpen als groene eilanden in de open agrarische ruimte; ringen: IJsselmeerdijk en voormalige Zuiderzeedijk en de dorpenringweg; radialen: het assenkruis dat de dorpenringweg met Emmeloord verbindt; hiërarchische en concentrische opbouw; verkaveling volgens een modulair systeem op basis van een standaardkavel (300 m x 800 m).

Het belangrijkste kenmerk van de Noordoostpolder is dat het is ontworpen als eenheid, waarbij landschap, stedenbouw en architectuur onderdeel uitmaken van één integraal ontwerp. Hierdoor heeft de Noordoostpolder een hoge mate van ruimtelijke samenhang en architectonische uniformiteit. Vanwege het integrale ontwerp en de gaafheid van het landschap zijn de Noordoostpolder en Urk in de voormalige Rijksnota Belvedère gerangschikt onder de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden in Nederland. De Noordoostpolder kan gekarakteriseerd worden als concentrisch op verschillende niveaus. De vorm is daarbij steeds aangepast aan de topografie, de agrarische bedrijfsvoering, de civiele techniek, de gewenste afstand tussen de dorpen en de centrale plaats Emmeloord. Gebruik makend van onder andere de theorieën van de Duitse sociaal-geograaf W. Christaller (centrale plaatsentheorie) werd een hiërarchisch model ontwikkeld ten aanzien van de plaats en de functies van de nederzettingen. De wisselwerking tussen een concentrische opbouw, de hiërarchie, modulaire opbouw en de ondergrond/omgeving, het zogenaamde 'polderidioom' is sterk bepalend geweest voor de inrichting van de Noordoostpolder. Van 1937 tot 1942 werd de Noordoostpolder (met daarin de eilanden Urk en Schokland) met een omvang van circa 48.000 hectare ingepolderd.

De ontwikkeling van de polder (zowel de ontwatering als de inrichting) is geheel door de rijksoverheid tot stand gekomen.

2.1.2

Ens

Van de dorpen in de Noordoostpolder zijn er zeven gebouwd als een nederzetting rond een centrale ruimte, te weten Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel en Tollebeek. Deze centrale ruimte is meestal een langgerekte 'brink' waarlangs winkels, woningen, openbare gebouwen, en soms aan één van de uiteinden een kerk, staan. De brink vormt als het ware een besloten ruimte, de 'huiskamer' van het dorp. De Noordoostpolder kent twee dorpsweidenederzettingen; Kraggenburg en Nagele. Het centrum van deze dorpen bestaat uit een grote, groene weide, waarin de scholen, kerken en andere openbare gebouwen vrij in de ruimte staan. Tenslotte kent de Noordoostpolder één kruispuntnederzetting: Rutten. Opvallend is verder de aanwezigheid van twee (in de grotere dorpen drie) kerken per dorp, op vaak markante locaties. Ens is een van de oudste dorpen in de Noordoostpolder, en bovendien een dorp dat zich voorspoedig heeft ontwikkeld. Het dorp ligt langs de weg Kampen Emmeloord (N50) waar de Schokkerringweg (richting Nagele) en de Zuiderringweg (richting Kraggenburg) op aansluiten. De kern ligt ten oosten van de hoofdverkeersverbinding. De Enservaart eindigt hier met een zwaaikom en een loswal. Ens is een van de dorpen waar als door het regelmatige agrarische kavelpatroon een 'rechthoekige' dorpsplattegrond voor de hand lag.

De centrale ligging in het dorp wordt gevormd door 'De Baan', de tot een brinkachtige ruimte verbrede weg naar Kraggenburg. Hier bevinden zich de winkelvoorzieningen. De entree van het dorp vanaf de Kamperweg wordt gemarkeerd door een restaurant. De entree van het dorp vanaf de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld oostzijde (Kraggenburg) wordt gemarkeerd door de protestantse Kerk, en heeft de vorm van een 'groene poort'. Aan de noordzijde van deze weg liggen het dorpsbos en de sportvelden en aan de zuidzijde een brede groenstrook voor de bebouwing en een speelveld. Ens heeft zich met name in noordelijke richting ontwikkeld. Naast de woonbebouwing ligt aan de noordzijde van het dorp ook het bedrijventerrein. Karakteristiek Het dorp ligt binnen een groensingel, die vrij gesloten is; alleen in het contact met de Enservaart is de groengordel transparant. Daar is een duidelijk samenspel met de open ruimte van de polder. Aan de zuidkant van Ens is op grote schaal glastuinbouw tot ontwikkeling gekomen. Karakteristiek voor Ens is het dorpsbos en het voorkomen van diverse bossingels in het dorp en als begrenzing naar het buitengebied. Structuur De eerste dorpsuitbreidingen sluiten met hun rechthoekige stratenpatroon goed aan op de bestaande opzet. Het gaat om strokenbouw en enige bungalows langs de randen. Er is nog steeds een grote mate van eenheid in vormgeving en materiaal en kleurgebruik. De wijken uit de jaren zeventig wijken af van de eerste opzet en vertonen minder eenheid. Doodlopende straten, woonerven en slingerende straten komen vanaf dan voor. Er is meer onderlinge variatie in bouwtypes en kleuren en materialen.

De latere wijkjes "Ens-Noordoost" en de uitbreiding op de voormalige volkstuinen sluiten weer beter aan bij de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet van Ens.

2.2

Huidige situatie plangebied en omgeving

Het plangebied ligt in de kern Ens en wordt aan de oost- en zuidzijde begrensd door respectievelijk de Drietorensweg en Oostereind. Ten westen van het plangebied zijn sportvelden aanwezig. Verder wordt het plangebied aan de noordzijde begrensd door een bosperceel. De functionele structuur van de directe omgeving kenmerkt zich voornamelijk door woonfuncties en verspreid liggende (voormalige) agrarische bedrijven. Daarnaast zijn, zoals reeds aangegeven, nabij het plangebied sportvelden aanwezig. Daarnaast zijn op enige afstand aan de zuidzijde van het plangebied een aantal kwekerijen aanwezig met grootschalige kassencomplexen. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het plangebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van het plangebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

Afbeelding 2.1:

Huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Gewenste ontwikkeling

De gemeente Noordoostpolder is voornemens om ter plaatse van het plangebied een kleinschalig gezondheidscentrum en woningen te realiseren. Concreet gaat het voornemen uit van het realiseren van: • • • •

9 tiny houses; 11 rijwoningen (koop); 9 sociale huurwoningen; een kleinschalig gezondheidscentrum met ruimte voor; o 10 zorgwoningen (aanleunwoning); o 16 zorgwoningen/-appartementen; o 1 huisartsenpraktijk (2 behandelkamers); o 1 fysio (1 behandelkamer); o 1 sportschool (300 m2 bvo).

Vorenstaande is weergegeven in het in afbeelding 3.1 opgenomen stedenbouwkundig plan.

Afbeelding 3.1:

Stedenbouwkundig plan Ens fase 2 (Bron: gemeente Noordoostpolder)

Het plangebied wordt door middel van een nieuwe in- en uitrit ontsloten op de Drietorensweg. Langs deze ontsluitingsweg worden parkeerplaatsen gerealiseerd. De beoogde tiny houses worden gerealiseerd aan de noordzijde van het plangebied. Het gaat hierbij om kleine woningen met één bouwlaag met eventueel een kap. Deze woningen zijn met name geschikt voor starters en kleine huishoudens. De beoogde rijwoningen worden ten zuiden van de tiny houses gerealiseerd. Voor deze woningen wordt uitgegaan van twee bouwlagen met kap. De rijwoningen bestaan uit vier rijen van 4 of 5 woningen. Deze woningen zijn geschikt voor uiteenlopende doelgroepen, zoals starters en gezinnen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld In het zuiden van het plangebied wordt het kleinschalige gezondheidscentrum gerealiseerd. Uitgangspunt is om de maatschappelijke functies op de begane grond te realiseren. Het gaat hierbij om de volgende functies: Functie Huisartsenpraktijk Fysio Sportschool

Bvo / behandelkamers 2 behandelkamers 1 behandelkamer 300 m2

Op de verdiepingen is ruimte voor in totaal 16 woonzorgstudio’s en 10 woonzorgappartementen. Voor het gezondheidscentrum wordt uitgegaan van maximaal vier bouwlagen.

3.2

Verkeer & parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de extra verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ (publicatie 381, december 2018) van het CROW kan de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend worden. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis op onder andere het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke Nota Parkeernormen 2016.

3.2.2

Parkeren

3.2.2.1 Algemeen Bij de ontwikkeling van het plangebied dienen de parkeernormen, zoals opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen 2016’ van de gemeente Noordoostpolder (zie: bijlage 2 van de regels), in acht te worden genomen. Parkeergelegenheid op eigen terrein, zoals opritten en garages, telt gedeeltelijk mee bij het parkeeraanbod. Ook hiervoor wordt verwezen naar de Nota Parkeernormen.

3.2.2.2 Uitgangspunten In de Nota Parkeernormen is aangeven dat de gemeente Noordoostpolder qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel - in de categorie ‘matig stedelijk’ ligt. Er is echter een duidelijk verschil tussen Emmeloord en de rest van de gemeente. De dorpen, zoals Ens en het buitengebied hebben een lagere stedelijkheidsgraad en zijn ‘niet stedelijk’. De hoogte van de parkeernorm wordt ook bepaald door te kijken naar de stedelijke zone (centrum, schil, overig, buitengebied) van een gebied. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Ens, waardoor uit wordt gegaan van de stedelijke zone die behoort tot de ‘Overige kernen (bebouwde kom)‘: ‘rest bebouwde kom’. Samenvattend wordt voor de ontwikkeling uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • •

Verstedelijkingsgraad: Niet stedelijk (bron: ‘Nota Parkeernormen 2016’) Stedelijke zone: Rest bebouwde kom/ overige kernen (bron: ‘Nota Parkeernormen 2016’) Functies:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld o o o o o o o o

9 tiny houses: ‘Kleine eenpersoonswoning (tiny house; meestal grondgebonden)’1 11 rijwoningen: ‘koop, tussen/hoek’ 9 sociale huurwoningen: ‘huurhuis, sociale huur’ 10 zorgwoningen: ‘aanleunwoning’ 16 zorgwoningen: ‘verpleeg- en verzorgingstehuis’ (hier valt tevens Zorggroep Oude en Nieuwe Land onder) 1 huisartsenpraktijk (2 behandelkamers): ‘huisartsenpraktijk’ 1 fysio (1 behandelkamer): ‘fysiotherapiepraktijk’ 1 sportschool (300 m2 bvo): ‘fitnesstudio/sportschool’

Verder is, overeenkomstig de ‘Nota Parkeernormen 2016’ van de gemeente Noordoostpolder, rekening gehouden met dubbelgebruik zoals weergegeven in onderstaande tabel.

3.2.2.3 Parkeerbehoefte Het vorenstaande resulteert in de volgende parkeerbehoefte. Hierbij wordt opgemerkt dat voor de woonfuncties het aandeel bezoekersparkeren 0,3 parkeerplaats per woning bedraagt.

Zoals weergegeven in voorgaande tabel is in de avond op een werkdag de parkeerbehoefte het grootst, namelijk afgerond 76 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied is ruimte voor 78 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte op het maatgevende moment.

1

Omdat de ‘Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016’ geen parkeernormen kent voor tiny houses, is aangesloten op de parkeernormen die gelden voor de functie ‘Kleine eenpersoonswoning (tiny house; meestal grondgebonden)’, zoals opgenomen in de publicatie ‘Toekomst bestendig parkeren’ (publicatie 381, december 2018)’ deze parkeernorm komt overeen met de parkeernorm die geldt voor de functie ‘Kamerverhuur’ zoals opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld 3.2.3

Verkeer

3.2.3.1 Uitgangspunten In de Nota Parkeernormen is aangeven dat de gemeente Noordoostpolder qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel - in de categorie ‘matig stedelijk’ ligt. Tussen Emmeloord en de rest van de gemeente zit echter duidelijk verschil, de dorpen en het buitengebied hebben een veel lagere omgevingsadressendichtheid. Voor dorpen en het buitengebied wordt daarom uitgegaan van niet stedelijk. Samenvattend wordt voor de ontwikkeling uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • •

Verstedelijkingsgraad: Niet stedelijk (bron: ‘Nota Parkeernormen 2016’) Stedelijke zone: Rest bebouwde kom Functies: o 9 tiny houses: ‘Kleine eenpersoonswoning (tiny house; meestal grondgebonden)’ o 11 rijwoningen: ‘koop, tussen/hoek’ o 9 sociale huurwoningen: ‘huurhuis, sociale huur’ o 10 zorgwoningen: ‘aanleunwoning’ o 16 zorgwoningen: ‘verpleeg- en verzorgingstehuis’ (hier valt tevens Zorggroep Oude en Nieuwe Land onder)2 o 1 huisartsenpraktijk (2 behandelkamers): ‘huisartsenpraktijk’ o 1 fysio (1 behandelkamer): ‘fysiotherapiepraktijk’ o 1 sportschool (300 m2 bvo): ‘fitnesstudio/sportschool’

3.2.3.2 Verkeersgeneratie De toekomstige verkeersgeneratie is weergegeven in onderstaande tabel. Functie Tiny houses Koop, tussen/hoek Huur, huis, sociale huur Zorgwoningen Verpleeg- en verzorgingstehuis Huisartsenpraktijk Fysio Sportschool

Norm 2,1 per woning 7,4 per woning 5,6 per woning 2,6 per wooneenheid 2,6 per wooneenheid

Aantal 9 11 9 10 16

Verkeersbewegingen 18,9 81,4 50,4 26,0 41,6

28.9 per behandelkamer 18,4 per behandelkamer 34,35 per 100 m2 bvo

2 behandelkamers 1 behandelkamers 300 m2 bvo

57,8 18,4 103,05 397,55

Totaal

Gelet op het vorenstaande bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie afgerond 398 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Naast de hierboven genoemde verkeersbewegingen is er tevens sprake van vrachtverkeer. Voor woningen geldt dat er gerekend kan worden met een verkeersgeneratie van 0,02 per vrachtwagen (hoofdstuk A2 CROW). In totaal zijn dit dus 1,1 vrachtbewegingen per etmaal. Voor de overige functies wordt rekening gehouden met één vrachtwagen per weekdag per functie. Het plangebied wordt ontsloten door een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg op de Drietorensweg. De Drietorensweg en de direct omliggende wegen zijn in voldoende mate ingericht om de toekomstige verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen.

2

Omdat voor de functie ‘verpleeg- en verzorgingstehuis’ geen normen ten aanzien van de verkeergeneratie zijn opgenomen in de publicatie ‘Toekomst bestendig parkeren’ (publicatie 381, december 2018), is aangesloten op de normen die gelden voor de functies ‘Serviceflat’

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld 3.2.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

3.3

Beeldkwaliteit

Om de toekomstige bouwplannen in dit bestemmingsplan op de gewenste beeldkwaliteit te kunnen toetsen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het volledige beeldkwaliteitsplan is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de welstandsnota.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld 4.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de volgende vragen van belang: Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Het voorliggende plan gaat uit van het toevoegen van maximaal 29 woningen. Daarnaast gaat de voorgenomen ontwikkeling uit van het realiseren van een kleinschalig gezondheidscentrum met ruimte voor: • • • • •

10 zorgwoningen (aanleunwoning); 16 zorgwoningen/-appartementen; 1 huisartsenpraktijk (2 behandelkamers); 1 fysio (1 behandelkamer); 1 sportschool (300 m2 bvo).

Is de stedelijke ontwikkeling 'nieuw'? De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Het plangebied is momenteel bestemd als ‘Sport’ en ‘Bos’. Het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling is daarom aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Temeer omdat binnen de geldende bestemmen geen gebouwen zijn toegestaan. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen.

Voor wonen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. De ‘ladder’ verplicht niet in alle gevallen tot regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. Ten aanzien van de beoogde woningen wordt opgemerkt dat de woningmarkt in de gemeente Noordoostpolder redelijk gesloten is. Er zijn vooral verhuisbewegingen binnen de gemeentegrenzen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de woningen beperkt zich daarom ook tot de gemeentegrenzen. Ook ten aanzien van het beoogde kleinschalige gezondheidscentrum beperkt de ontwikkeling zich tot de gemeentegrenzen. De beoogde zorgwoningen, sportschool, fysio en huisartsenpraktijk zijn primair bedoeld voor mensen uit Ens en de directe omgeving. De huisartsenpraktijk en de fysio zijn binnen Ens reeds aanwezig, het gaat in voorliggend geval om de verhuizing van deze twee functies naar het beoogde gezondheidscentrum. Hierdoor is deze eerstelijnszorg op één locatie geclusterd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Woningen De behoefte bij een ontwikkeling wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. Zoals reeds beschreven geldt voor het voorliggende initiatief dat het ruimtelijk verzorgingsgebied op lokaal en gemeentelijk niveau ligt. De behoefte wordt dan ook op dit niveau beschreven. Op basis van de bevolkingsprognose is in de komende 10 jaar (gemeten vanaf 2015) een toevoeging van 1000 woningen mogelijk. Met andere woonden: voor de periode tot en met 2025 is de gemiddelde woningbehoefte voor Noordoostpolder 100 nieuwe woningen per jaar. De 100 woningen per jaar zijn geen jaarmaximum. Als de markt grotere afzetmogelijkheden biedt, kan die kans worden gegrepen, zolang de totale groeiprognose voor 10 jaar niet wordt overschreden.

Op hoofdlijnen is de groei naar leeftijdsgroepen van huishoudens in de gemeente Noordoostpolder als volgt samengesteld: • • •

<45 + 400 45 - 65 – 525 > 65 + 1125

Dit betekent dat als de 1125 ‘nieuwe’ seniorenhuishoudens in hun eigen woning blijven wonen is er voor de groepen onder de 65 een aanvulling nodig van 1000 woningen. Verder wordt in de regio Zwolle een samenwerkingsverband van 22 gemeenten en 4 provincies, een verdere groei verwacht van 20.000 tot 25.000 huishoudens, waarvan zo’n 15.000 in de stad en 10.000 in de regio. Onder regio Zwolle vallen de gemeenten Urk, Dronten en Noordoostpolder. De gemeente Noordoostpolder biedt de ruimte om een deel van deze groei op te vangen. In paragraaf 3.3.2 (Woonvisie Noordoostpolder 2020: Kansen grijpen) wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het actuele woonbeleid van de gemeente Noordoostpolder. Hieruit volgt dat de voorgenomen ontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief voorziet in woningen waar de komende tijd behoefte aan is in de gemeente Noordoostpolder. Op deze plaats wordt dan ook gesteld dat de behoefte voldoende is aangetoond. Gezondheidscentrum Het beoogde gezondheidscentrum biedt ruimte voor 10 zorgwoningen/aanleunwoningen, 16 woonzorgappartementen, een huisartspraktijk, een fysio en een sportschool. De huisartsenpraktijk en de fysio zijn binnen Ens reeds aanwezig, het gaat in voorliggend geval om de verhuizing van deze twee functies naar het beoogde gezondheidscentrum.

Hierdoor is deze eerstelijnszorg in Ens op één locatie geclusterd in een gebouw die voldoet aan de hedendaagse (duurzaamheids)eisen en wensen. Ten aanzien van de beoogde sportschool wordt opgemerkt dat in Ens en de directe omgeving momenteel geen sportscholen aanwezig zijn. Het is om voorgenoemde reden gewenst om in Ens ruimte te bieden voor een dergelijke functie. Bovendien dragen dergelijke functies bij aan de leefbaarheid, omdat mensen elkaar kunnen ontmoeten, talenten kunnen ontwikkelen, dingen van elkaar kunnen leren, elkaar kunnen helpen, bezig kunnen zijn, enzovoorts. Ten aanzien van de beoogde zorgwoningen/aanleunwoningen en zorgappartementen wordt opgemerkt dat in de ‘Woonvisie Gemeente Noordoostpolder 2020: Kansen grijpen’ is aangegeven dat er ten aanzien van zorgwoningen de komende 20 jaar een grote bouw- en transformatieopgave ligt. Essentieel is het afstemmen van vraag en aanbod met de zorgpartijen gezamenlijk op basis van een gedeelde prognose. De gemeente heeft in het kader van deze woonvisie een aanzet gegeven tot die prognose. Los van de concrete opgave die volgt uit die prognose is er ruimte voor nieuwe woonvormen die het gat opvullen tussen het oude intramurale

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld zorgaanbod en het zelfstandig wonen. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan nieuwe kleinschalige collectieve woonvormen. Er ligt niet alleen een opgave voor ouderenzorg, maar ook voor de overige zorg, denk aan beschermd wonen. Het is voor deze andere groepen vooral van belang met de corporatie invulling te geven aan nieuwe zelfstandige woonvormen in de wijken. Met de beoogde zorgwoningen/aanleunwoningen en woonzorgappartementen wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de groeiende zorgvraag in de gemeente Noordoostpolder. Hierbij wordt tevens de mogelijkheid geboden voor bewoners van Ens en de directe omgeving om langer in Ens te kunnen blijven wonen. Gedacht worden aan ouderen die niet meer (geheel) zelfstandig kunnen wonen, maar wel graag in Ens willen blijven wonen. Gelet op het vorenstaande wordt tevens een bijdrage geleverd aan doorstroommogelijkheden op de woningmarkt van Ens. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder.

Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Gekeken moet niet alleen worden naar de bestaande bebouwing en bestemming, maar ook naar het verleden. Het bestaand stedelijk gebied houdt niet per se op bij de grens van de bebouwde kom als bedoeld in bijvoorbeeld de Wegenverkeerswet 1994. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Ens. Hiermee is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, indachtig het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied. Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een actuele behoefte aan de in het plan opgenomen bouwmogelijkheden en een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee voldoet het voorliggende plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie FlevolandStraks

4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: • • •

Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).

Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: • • • •

Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld 4.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan Omgevingsvisie FlevolandStraks De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het realiseren van woningen, een kleinschalig gezondheidscentrum en woonzorgappartementen/studio’s. Hiermee wordt invulling gegeven aan de lokale woningbehoefte. Daarnaast worden diverse maatschappelijke voorzieningen in Ens geclusterd op één locatie. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks (specifiek ‘Het Verhaal van Flevoland’).

4.2.2

Omgevingsprogramma Provincie Flevoland

4.2.2.1 Algemeen In 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.

De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 ‘Ruimte’ van het Omgevingsprogramma van belang.

4.2.2.2 Ruimte Algemeen Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Stedelijk gebied Het plangebied maakt binnen het thema ‘Ruimte’ onderdeel uit van het ‘stedelijk gebied’ zoals hieronder te zien is in afbeelding 4.1.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld

Afbeelding 4.1:

Ligging plangebied binnen de kaart ‘Ruimte’ (Bron: Omgevingsprogramma provincie Flevoland)

Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. Het provinciale bundelingsbeleid is gebaseerd op enkele principes waarvan onderstaande in voorliggend geval het meest van belang zijn: • • •

De specifieke ruimtelijke kwaliteiten van steden en dorpen worden benut door de kwaliteit van deze kenmerken te behouden en te versterken. Stedelijke uitbreiding moet aansluiten bij bestaande ruimtelijke structuren, zodat de vitaliteit van de kernen wordt ondersteund. De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken en voorzieningen moet in verhouding staan tot de grootte van de kern en de positie ervan in de stedelijke en groen-blauwe hoofdstructuur.

Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in concrete (ruimtelijke) plannen. Plannen voor uitbreiding worden uitgewerkt in samenhang met herstructurering van het bestaande bebouwd gebied.

4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het ‘Omgevingsprogramma Provincie Flevoland’ De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de door de provincie voorgestane bundeling van stedelijke ontwikkeling en concentratie van nieuwe bebouwing aansluitend op of in bestaand bebouwd gebied. Daarnaast is het plangebied reeds aangeduid als stedelijk gebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld 4.2.3

Omgevingsverordening Provincie Flevoland

4.2.3.1 Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden.

4.2.3.2 Relevante artikelen In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1.

2.

Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid.

4.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan artikel 7.5 van de Omgevingsverordening De locatie waar voorgenomen ontwikkeling betrekking op heeft ligt op circa 3,2 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 5.6.2.3 worden er gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.

4.2.4

Toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Noordoostpolder 2025

4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Ens, Oost fase 2” Vastgesteld Structuurvisie Noordoostpolder 2025 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid. Ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten.

4.3.1.2 Ambitie Bevolking en wonen De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke woon- en leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder. De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegt bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en woningen in vrijkomende agrarische bebouwing. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing: Vernieuwen van binnenuit De gemeente Noordoostpolder vindt het belangrijk dat (nieuwe) inwoners kunnen kiezen uit verschillende woonmilieus en dat tijdelijke inwoners adequaat en legaal gehuisvest kunnen worden. Er wordt daarom gestreefd naar een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. De unieke kwaliteiten die het wonen in de polder aangenaam maken, wil men hierbij benutten voor de bestaande bewoners, waaronder jongeren/starters en senioren, maar ook om nieuwkomers naar de gemeente te trekken. De onzekerheid op de woningmarkt en de afnemende woningbehoefte maakt een zorgvuldige, stapsgewijze ontwikkeling noodzakelijk.

Het accent ligt op vernieuwing van binnenuit, op inbreiding in plaats van alleen maar uitbreiding. Geplande en nog niet in ontwikkeling zijnde uitbreidingen bij de dorpen vervallen. De overige (grotere) nieuwe woningbouwlocaties in de dorpen en Emmeloord worden niet in één keer ontwikkeld, maar steeds gedoseerd en gefaseerd in kleine afrondbare eenheden. Flexibiliteit is het sleutelwoord. Per locatie/gebied wordt bekeken wat de wensen en mogelijkheden zijn.

Afbeelding 4.2:

Uitsnede structuurvisie (Bron: gemeente Noordoostpolder)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2366/documents/44690