CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo rijksmiddelen jeugdhulp

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Zienswijze Begroting 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond en Jaarstukken 2020 GRJR1.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Memo aan

van

de leden van de raad

wethouder Struijk

datum

pagina

31 mei 2021

1 van 3

Extra rijksmiddelen voor Jeugdhulp Met het rapport van AEF ‘Stelsel in groei’ (december 2020) is een onafhankelijke basis gelegd onder de claim van gemeenten dat het Rijk te weinig middelen beschikbaar stelt voor jeugdhulp. Op basis van een vergelijking van de kosten van gemeenten en het budget in 2019 blijkt dat de basis voor het tekort op jeugdhulp tussen de € 1,6 miljard en € 1,8 miljard bedroeg. De stijging in het aantal cliënten wordt veroorzaakt doordat de uitstroom structureel lager is dan de instroom. De kosten per cliënt per jaar nemen ook toe. De jeugdhulp per cliënt is dus duurder geworden, en duurt langer. Op basis van het onderzoek is duidelijk dat de kosten binnen het jeugddomein, op enkele uitzonderingen na, door beter en steviger in te zetten op preventie en vroegsignalering eerder hoger dan lager worden. Daarmee is niet gezegd dat preventie en vroegsignalering niet zinvol zouden zijn. Voor kinderen, jongeren en gezinnen is het immers positief als problemen voorkomen worden. Het is ook mogelijk dat deze investeringen leiden tot kostenbesparingen in andere wettelijke kaders. Van het tekort van gemiddeld € 1,7 miljard, is er slechts maximaal € 240 miljoen dat door doelmatigheid kan worden gewonnen. Dit maakt de sturingsmogelijkheden dus beperkt.

Een deel van die doelmatigheidsmaatregelen hebben wij in Nissewaard reeds ingevoerd (POH GGZ-jeugd, hulpverlening in JOT’s) en met andere zijn we bezig (kinderen naar Wlz leiden, meer groepsgewijze hulp en afbakening hulp tussen gemeente en onderwijs). Het kabinet heeft alleen voor het jaar 2021 € 613 miljoen aan extra rijksmiddelen jeugd toegezegd, bovenop de al eerder toegezegde of verleende middelen voor jeugdhulp. Van de € 613 miljoen heeft € 120 miljoen betrekking op specifieke uitkeringen voor met name transformatie in vastgoed, die rechtstreeks worden uitgekeerd aan een centrumgemeente (voor Nissewaard derhalve Rotterdam). De resterende € 493 miljoen wordt verdeeld over de gemeenten. Inschatting op basis van inwonertal betekent voor Nissewaard een extra bijdrage van € 2,4 miljoen. De daadwerkelijke rijksbijdrage wordt deels op andere wijze verdeeld en kan daarmee afwijken van dit bedrag. De bijdrage, die bekend wordt gemaakt in de meicirculaire, wordt toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en in Nissewaard toegevoegd aan de middelen voor het sociaal domein. Deze middelen zijn incidenteel verleend en deels ook bedoeld om tegemoet te komen in incidentele kosten, zoals het wegwerken van wachtlijsten. Dit wordt in de kamerbrief over de extra incidentele middelen voor jeugdhulp expliciet aangegeven.

Daarmee is nog onduidelijk hoe het kabinet gaat reageren op de uitkomst van de arbitragecommissie. Deze commissie adviseert het kabinet dringend om over 2022 € 1,9 miljard voor jeugdhulp beschikbaar te stellen, aflopend tot € 800 miljoen in 2028.

Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl

datum

pagina

betreft

31 mei 2021

2 van 3

Extra rijksmiddelen voor Jeugdhulp

Inzet van de extra rijksmiddelen Het Rijk beoogt met deze extra incidentele middelen wachtlijsten te verkleinen en enkele (in landelijk onderzoek genoemde) knelpunten op te lossen. Zo wordt de POH GGZ-jeugd expliciet genoemd als maatregel, alsmede vereenvoudigen van de jeugdbeschermingsketen. Over de jeugdbeschermingsketen heeft u recent een besluit genomen de Intensieve Vrijwillige Hulpverlening (IVH) lokaal te laten uitvoeren en hierop te investeren. De POH GGZ-jeugd is in Nissewaard al enkele jaren actief. Beide worden nu uit middelen sociaal domein bekostigd. Conclusie die hieruit kan worden getrokken is dat in Nissewaard goede maatregelen worden genomen om het aantal jeugdigen met jeugdhulp te verkleinen. Het totaal aan benodigde uitgaven in het sociaal domein heeft echter wel geleid tot tekorten op de middelen, met een negatieve stelpost tot gevolg. Met de extra rijksmiddelen kan de negatieve stelpost deels worden gecompenseerd. Een ander deel van de extra middelen is nodig om wachtlijsten in de specialistische jeugdhulp op te lossen en zou derhalve via de Gr JR moeten worden ingezet. Dit betekent concreet dat van de door Nissewaard te ontvangen extra rijksmiddelen voor jeugdhulp ongeveer € 1,1 miljoen gebruikt worden om het tekort op de stelpost sociaal domein te verkleinen en maximaal € 1,3 miljoen wordt gereserveerd als bijdrage voor specialistische hulp in de Gr JR.

Er is geen ruimte om daarnaast nog extra investeringen te kunnen doen; er resteert immers nog een tekort op de stelpost sociaal domein, hetgeen is opgenomen in de Perspectiefnota. Dat de huidige inspanningen in Nissewaard effect hebben, laat ook onderstaande grafiek zien met ‘het percentage jeugdigen met jeugdhulp’, die vooruitlopend op het Bestuursverslag over 2020 reeds is gemaakt (blauwe lijn is Nissewaard). Hieruit valt op te maken dat het percentage jeugdigen met jeugdhulp over 2020 sterker is gedaald dan gemiddeld in Nederland. Het percentage ligt echter nog wel boven het landelijk gemiddelde. Door corona-effecten is in de eerste maanden van 2021 wel weer een stijging geconstateerd, die ongetwijfeld in de cijfers over 2021 terug te zien zal zijn.

datum

pagina

betreft

31 mei 2021

3 van 3

Extra rijksmiddelen voor Jeugdhulp

GR Jeugdhulp Rijnmond In de eerste jaren na de decentralisatie hebben we steeds te krap begroot voor de GR JR waardoor we grote afwijkingen hadden tussen ‘geschatte te bieden jeugdhulp’ en daadwerkelijk gebruik van jeugdhulp. Dit lag enerzijds aan het feit dat de gegevens over vóór 2015 geboden jeugdhulp, waar wij ons op moesten baseren, onbetrouwbaar waren. Anderzijds was landelijk de verwachting dat er een snelle verschuiving van specialistische hulp naar lokale basishulp mogelijk was. Op basis van landelijke onderzoeken weten we nu dat dit geen realistische verwachting is geweest. In de meer recente jaren is de afwijking tussen ‘geschatte te bieden jeugdhulp’ en daadwerkelijk gebruik van jeugdhulp steeds maar een paar procent en daarmee realistisch. Het is immers niet mogelijk het toekomstig zorggebruik exact te voorspellen. Op een bedrag van rond de € 19 - € 20 miljoen voor de GR JR, is een paar procent echter een groot bedrag. Doordat we beperkte middelen hebben in het sociaal domein en het budget zo effectief mogelijk willen inzetten, begroten we jaarlijks ook strak, namelijk geen euro meer dan de begroting van de GR JR. De landelijke onderzoeken waaruit blijkt dat gemeenten structureel geld tekort komen in het sociaal domein, onderbouwen de noodzaak tot strak begroten.

Er is immers geen ruimte in het totale budget; alle middelen zijn nodig voor noodzakelijke hulp in het sociaal domein. Hierdoor hebben we geen ruimte in de gemeentelijke begroting als zaken tegenvallen en is geen dekking aanwezig voor de GR JR bij tekorten, waardoor beroep moet worden gedaan op de stelpost of reserve sociaal domein. De afgelopen jaren zijn we niet alleen beter gaan begroten, ook de sturing is versterkt. Door verbeterslagen in contracten en inzet op contractmanagement vanuit de uitvoeringsorganisatie GR JR, alsmede betere administratie door gemeenten en uitvoeringsorganisatie, is er meer inzicht en kunnen we sneller ingrijpen. Tevens is beter in beeld op welke onderdelen transformatie mogelijk is, waardoor kosten in de toekomst verminderen. Daardoor kon ook een taakstelling worden opgelegd op de meerjarenbegroting van de GR JR. Ook de inzet op regionale monitoring die dit jaar een vlucht neemt, zal bijdragen aan goede sturing. Het jeugdstelsel en het ramen van gebruik daarvan, blijft echter complex omdat niet alleen gemeenten, maar ook huisartsen, medisch specialisten en rechters toegang kunnen geven tot jeugdhulp. Hierin is de Jeugdwet binnen het sociaal domein uniek. Daarbij komen de corona-effecten die vanaf 2021 een stijging in het beroep op jeugdhulp laten zien. Dit maakt de taakstelling extra moeilijk te realiseren.

Landelijk is er sprake van meer beroep op GGZhulp, meer onveiligheid in thuissituaties en meer crisissituaties. Hierdoor zal over 2021 en 2022 vermoedelijk een beroep moeten worden gedaan op de gemeentelijk Corona-reserve, om de toenemende vraag naar (specialistische) jeugdhulp vanwege corona-effecten op te vangen (voorlopig als PM opgenomen in de coronarapportage van april 2021). Conclusie van dit alles is dat we in Nissewaard goede maatregelen nemen om het beroep op jeugdhulp te verlagen. Dit blijkt uit landelijke onderzoeken (genoemde voorbeeldmaatregelen doen wij al) en is te zien aan het gebruik van jeugdhulp, waarbij Nissewaard over 2019 en 2020 een gunstiger ontwikkeling laat zien dan landelijk. De rijksmiddelen zijn echter te beperkt om de Jeugdwet goed te kunnen uitvoeren, zo is landelijk onafhankelijk aangetoond. Naast de roep om extra rijksmiddelen, blijft ook transformatie en kostenbeperking (bijvoorbeeld door nog verder in te zetten op alternatieven voor inzet van jeugdhulp en tijdige beëindiging van jeugdhulp) noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10253088/1