CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigd bestemmingsplan Beukenlaan 7 Compleet

Gemeenteraad 24 april 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Beukenlaan 7, Spijkenisse21.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

BEUKENLAAN 7 SPIJKENISSE Nissewaard bestemmingsplan 1 maart 2024

1/1

DATUM IMRO IDN

01-03-2024

NL.IMRO.1930.BPSPBeukenlaan- 3001

PROJECT PROJECTLEIDER

Rob Sips

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20210997

AUTEUR STATUS

R. van Oosterhout ter vaststelling

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

8

Huidige situatie en planbeschrijving

9

2.1

Bestaande situatie

9

2.2

Beoogde situatie

10

Ruimtelijk beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Rijksbeleid

13

3.3

Provinciaal beleid

16

3.4

Gemeentelijk beleid

22

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

27

4.1

Vormvrije m.e.r.- beoordeling

27

4.2

Verkeer en parkeren

28

4.3

Geluid

30

4.4

Water

33

4.5

Ecologie

37

4.6

Luchtkwaliteit

40

4.7

Bedrijven en milieuhinder

41

4.8

Externe veiligheid

42

4.9

Bodemkwaliteit

45

4.10

Cultuurhistorie en archeologie

47

4.11

Kabels en leidingen

48

Juridische planbeschrijving

49

5.1

Algemeen

49

5.2

Inleidende regels

49

5.3

Bestemmingsregels

50

5.4

Algemene regels

50

5.5

Overgangs- en slotregels

51

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 5

3/108

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

53

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

53

6.2

Economische uitvoerbaarheid

53

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Projectboek Beukenlaan Spijkenisse mei 2023

Bijlage 2

Boekje zonnediagrammen 31aug23

Bijlage 3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Beukenlaan 7, Spijkenisse

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek omgevingslawaai

Bijlage 5

Watertoets

Bijlage 6

Stikstofmemo

Bijlage 7

Stikstofberekening realisatie- en gebruiksfase

Bijlage 8

Quickscan ecologie

Bijlage 9

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 10

Advies BOOR Beukenlaan

Bijlage 11

Nota inspraak en vooroverleg

Bijlage 12

Besluit hogere waarden

4/108

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens om op het adres Beukenlaan 7 de bedrijfsactiviteiten te staken en de opstallen te slopen om zo plaats te maken voor woningbouw. In de nieuwe situatie is een appartementengebouw met 31 appartementen en 9 grondgebonden woningen beoogd. De ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Schenkel Groenewoud', woningbouw is op deze locatie niet toegestaan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch planologisch kader waarbinnen de ontwikkeling kan plaatsvinden.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen op het adres Beukenlaan 7 te Spijkenisse, op figuur 1.1 is het plangebied weergegeven. Het plangebied bevind zich tussen de Beukenlaan, (west), Hazelaarstraat (noord) en de Heemraadlaan (zuid). De westkant wordt gevormd door de bestaande woningen.

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied

7/108

1.3

Geldend bestemmingsplan

Schenkel Groenewoud De vigerende planologische regeling ter plaatse van het plangebied is vervat in het bestemmingsplan 'Schenkel Groenewoud' (onherroepelijk vastgesteld op 6 maart 2013). Voor het plangebied gelden de enkelbestemmingen 'Bedrijf' en 'Groen'. Een uitsnede van de verbeelding is weergegeven op figuur 1.2. De gronden met de bestemming 'Bedrijf' met een bouwvlak mag voor 60% bebouwd worden tot een goot- en bouwhoogte van 6 en 15 meter. Op de locatie geldt tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Volgens deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek verplicht bij werkzaamheden die dieper dan 50 cm beneden maaiveld en een oppervlakte groter dan 200 m2 beslaan.

Figuur 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Schenkel Groenewoud' (bron: ruimtelijke plannen.nl) Parkeren & laden en lossen ontwerpbestemmingsplan (Vastgesteld 17-05-2023 In deze parapluherziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die verwijst naar de 'Parkeernormennota Nissewaard 2022'. Dit paraplubestemmingsplan omvat de hele gemeente Nissewaard.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en wordt vervolgens ingegaan op de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 is de gewenste ontwikkeling getoetst aan het relevante Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens is in hoofdstuk 4 de toetsing van de gewenste ontwikkeling aan de relevante omgevingsaspecten beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. Ten slotte is in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid nader toegelicht.

8/108

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en planbeschrijving

Bestaande situatie

Plangebied In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied (Beukenlaan 7) een bedrijfspand en een tankstation gevestigd met een ondergrondse LPG-tank, ten zuiden van dit tankstation is een groenstrook gelegen langst de Heemraadlaan. Alle opstallen en groen wordt gesloopt/gerooid ook de ondergrondse LPG-tank wordt verwijderd.

Figuur 2.1 Bestaande situatie (bron: Projectboek Beukenlaan Spijkenisse mei 2023)

9/108

Directe omgeving Ten noorden van het plangebied ligt de Hazelaarstraat met het winkelcentrum "Groenewoud" van circa 9 meter hoog, ten oosten van het plangebied staan geschakelde woningen aan de Lindenstraat met een goot- en bouwhoogte van 6 en 9 meter. De zuid- en westzijde van het plangebied worden begrensd door de Heemraadlaan en de Beukenlaan. Aan de overzijden van deze straat zijn overwegend geschakelde woningen gelegen met een maximale goot- en bouwhoogte van 6 en 9 meter.

2.2

Beoogde situatie

Het projectboek dat is opgesteld voor de beoogde ontwikkeling is opgenomen in Bijlage 1. Dit projectboek dient als basis voor voorliggend bestemmingsplan. Ook zijn er schaduwdiagrammen gemaakt waarin de schaduwwerping van het gebouw is weergegeven. Deze is opgenomen in bijlage 2.

figuur 2.2 beoogde situatie (bron: Projectboek Beukenlaan Spijkenisse mei 2023)

10/108

Programma Het programma voor de ontwikkeling bestaat uit 40 woningen onderverdeeld in de volgende woningtype: 9 stadswoningen 3 lagen 135 tot 150m² GO 23 appartementen circa75m² GO 8 appartementen circa 53m² GO

Figuur 2.3 Impressies (bron Projectboek Beukenlaan Spijkenisse mei 2023) 11/108

12/108

Hoofdstuk 3 3.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan relevant beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Nationale Omgevingsvisie, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Toetsing De beoogde ontwikkeling heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI en het Barro.

3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking), artikel 3.1.6, lid 2 De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is vastgelegd als procesvereiste in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel bepaalt dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen de behoefte daaraan moet worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet bovendien worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Het toevoegen van meer dan 12 woningen of meer dan 500 m2 aan stedelijke functies wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is, zijn de geldende planologische mogelijkheden. Het toevoegen van maximaal 40 woningen (31 middenhuurappartementen en 9 grondgebonden woningen in de vrijehuursector) is nu niet mogelijk en wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Daarom is hierna de woningbehoefte beschreven.

13/108

Beschrijving woningbehoefte De woningbehoefte in de gemeente Nissewaard blijkt uit diverse bronnen die hierna worden behandeld. Woningbehoefteraming WBR 2021 De provincie Zuid-Holland heeft onderzocht hoeveel extra woningen er in Zuid-Holland nodig zijn in de periode 2021 tot en met 2030 om in de verwachte vraag aan woningen te voorzien. Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 blijkt dat in de periode 2021-2030 in de Rotterdamse regio behoefte is aan ruim 61.000 woningen. Voor deze extra woningen zijn inmiddels genoeg plannen. Belangrijk is wel dat meer plannen planologisch 'hard' gemaakt worden en sneller tot uitvoering komen. Beukenlaan 7 is een van de bekende plannen. Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2021-2030 (december 2022) Het Regioakkoord 2022 bevat afspraken over de woningbouw in de 12 regiogemeenten. Hierin is afgesproken dat Nissewaard zich inzet voor het toevoegen van circa 3.760 woningen, waarvan 28% sociaal, 43% middelduur en 30% in het dure segment. Regionale Realisatie Agenda 2022 De vraag naar woningen is groot, het aanbod beperkt. Het oplossen van het woningentekort vraagt om de bouw van nieuwe woningen. Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht wordt door de Rijksoverheid met “Programma Woningbouw” nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030.

Zuid-Hollandse bestuurders en minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben de regionale realisatieagenda's, ook wel woondeals genoemd, ondertekend. Daarmee spreekt Zuid-Holland de ambitie uit om in de periode 2022 tot en met 2030 ruim 235.000 woningen te bouwen. Er is grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland en Zuid-Holland. Om aan te sluiten bij die behoefte streven Rijk, provincie en gemeenten ernaar dat tweederde van de nieuwe woningen betaalbaar zijn: op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Hierbij wordt in 2023 verder bekeken hoe deze opgave past bij de lokale situatie. Onder het betaalbare segment vallen: huurwoningen onder liberalisatiegrens, door woningbouwcorporatie te bouwen sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot maximaal €1.000 per maand (prijspeil 2022) en koopwoningen tot €355.000. In dit project wordt gelet op de grote behoefte aan betaalbare woningen ingezet op een groot aandeel middenhuur. Woonvisie Nissewaard, een plek voor iedereen! (september 2020) Het doel van de Woonvisie voor Nissewaard is dat het voor iedereen goed wonen is in de gemeente en de woonwensen en woningbehoefte van alle huidige en toekomstige inwoners zoveel mogelijk binnen de gemeentegrenzen mogelijk te maken.

Groei van de woningvoorraad is vooral nodig omdat het aantal 65-plussers toeneemt en huishoudens gemiddeld steeds kleiner worden. Transformatie van leegstaande panden in en rondom het centrum van Spijkenisse biedt kansen om aan de woonwensen van zowel ouderen als jongeren te voldoen.

14/108

Een ontwikkeling die in de komende jaren wordt doorgezet, is het gevarieerder maken van het woningaanbod in Nissewaard. Zo'n 5% is een vrijesectorhuurwoning. Dit is iets lager dan landelijk gemiddeld (6%) en beduidend lager dan in gemeenten van vergelijkbare grootte (ca. 12%). Zo is het de bedoeling dat meer middeldure en dure koop- en huurwoningen worden gebouwd. Mensen die een volgende stap in hun wooncarrière willen zetten, kunnen hierdoor die stap in Nissewaard blijven maken. De woningen die zij achterlaten, komen vrij voor starters, stellen en jonge gezinnen. Ook zo probeert de gemeente de doorstroming te stimuleren. Daarnaast komt er ruimte voor collectief particulier opdrachtgeverschap. Verder zal de gemeente, vaak binnen nieuwbouwprojecten, locaties aanwijzen waar sociale woningbouw wordt gerealiseerd, ter compensatie van het verdwijnen van sociale huurwoningen door sloop en nieuwbouw. Ook voor kwetsbare mensen, die bijvoorbeeld uit een beschermde woonomgeving komen, zijn woningen nodig. Specifieke behoefte middenhuur De gemeente wil meer mogelijkheden voor doorstroming bieden en langere verhuisketens op gang brengen. Er is daarom meer behoefte aan middeldure huurwoningen vanuit verschillende doelgroepen.

Door beleidswijzigingen moeten lage middeninkomens, die voorheen voor een sociale huurwoning terecht konden bij de woningcorporaties, nu uitwijken naar de vrijehuursector. In veel gevallen zijn dit starters die te veel verdienen voor een sociale huurwoning, maar ook moeilijk een hypotheek krijgen. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld ZZP'ers en flexwerkers. Deze doelgroep is aangewezen op middeldure huurwoningen (tot circa € 950). Op dit moment voldoet het aanbod woningen in de middenhuur niet aan de vraag. Ook vanuit ouderen is er behoefte aan woningen in de middeldure huursector. Het aantal ouderen in Nissewaard zal de komende jaren blijven groeien, zo bleek uit het uitgevoerde woonbehoefteonderzoek. Doorstroming van ouderen die nu een grondgebonden (koop of huur) woning bewonen naar aantrekkelijke nultredenwoningen (gestapeld in de vorm van appartementen of grondgebonden in de vorm van patiowoningen) kan helpen de groep (door)starters te laten doorstromen. Op dit moment is de vraag groter dan het beschikbare aanbod. Het toevoegen van geschikte, aantrekkelijke woningen voor ouderen aan de bestaande voorraad, brengt verhuisketens op gang. Naarmate deze verhuisketens in Nissewaard op gang komen, kunnen inwoners beter in hun huisvestingswensen en -eisen voorzien.

Een deel van de ouderen ziet een goed gelegen levensloopbestendig huurappartement in het middeldure segment (tot circa € 950) als aantrekkelijke woning. Van huishoudens met een laag middeninkomen wordt verwacht dat zij bij voorkeur een passende woning buiten de sociale huursector vinden, bijvoorbeeld in de middeldure huur. In dit segment zijn in Nissewaard weinig huurwoningen beschikbaar, terwijl er behoefte aan is. De komende jaren zet de gemeente in op het vergroten van de voorraad middenhuur in het grondgebonden- en nultredensegment. Hiermee wordt de grote druk op de huidige woningmarkt voor de doelgroepen met een middeninkomen verlicht. Tegelijkertijd bevordert het de doorstroming van ouderen en de daarmee gepaard gaande langere verhuisketens. De gemeente maakt daarbij afspraken met ontwikkelaars over het behoud van woningen in de middenhuur. Dit initiatief geeft mede invulling aan de doelstellingen uit de woonvisie met een accent op middenhuur.

15/108

Conclusie Voor Nissewaard wordt uitgegaan van een opgave van 3.760 woningen tot en met 2030. Dit betekent dat (veel) nieuwe harde plancapaciteit moet worden toegevoegd om te kunnen voorzien in de woningbehoefte. Er is behoefte aan alle woningtypen en prijsklassen, met een accent op betaalbare woningen. Hierin wordt mede voorzien in dit plan met een groot aandeel middenhuurwoningen. Hieraan is een groot tekort in de gemeente Nissewaard.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd 2023) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.

Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant: Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen:  Bouw naar behoefte;  Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied;  Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid;  Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten;  Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving;  Bouw voldoende betaalbare woningen.

16/108

Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelijking' doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang. Toetsing De ladder is in paragraaf 3.2.2 doorlopen. Het plangebied is door de provincie aangemerkt als bestaand stads- en dorpsgebied. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen: inpassing, aanpassing en transformatie. Toetsing De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijzigingen op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. Er is sprake van het opheffen van een milieuhinderlijke functie en de realisatie van woningen.

In dit geval is sprake van 'inpassing' van woningen binnen bestaand stadsgebied. 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerd 2023) In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor het bestemmingsplan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop.

Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid.

17/108

5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6.

Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 6.9e, in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij  aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering;  indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Lid 8 tm 12 zijn voor deze ontwikkeling niet relevant. Toetsing artikel 6.9 De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijzigingen op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied.

Er is sprake van het opheffen van een milieuhinderlijke functie en het inpassen van woningen. De provincie zet in op het versterken en benutten van de verschillen tussen de kustlandschappen, veen(weide)landschappen, deltarivierenlandschappen en stedelijke landschappen. Er dient rekening te worden gehouden met de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit die zijn opgenomen in de omgevingsvisie.

18/108

Rivierdeltacomplex - jonge zeeklei  Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Deze ontwikkeling heeft geen invloed op de zoet-zoutovergangen. Verstedelijking  Verstedelijking vindt vooral binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) en binnen invloedsgebied van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) plaats.  De provincie stuurt op meer ruimte voor betaalbare bedrijfsruimte in woningbouwplannen en omgekeerd op meer woningbouw boven bedrijven in monofunctionele bedrijventerreinen. Hiermee wordt nabijheid van wonen, werken en voorzieningen gecreëerd. Dit draagt bij aan de opgave om gezondheid, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit te verbeteren.  Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving.  Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd.

 Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de stedelijke groenblauwe structuur. Daarbij gaat het ook om de recreatieve kwaliteit en de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de biodiversiteit.  Goede groene verbindingen vanuit de haarvaten van het stedelijk gebied met het buitengebied, conform de visie van het Landschapspark Zuidvleugel, zijn essentieel voor de relatie van het stedelijk gebied met het buitengebied. Dergelijke verbindingen bieden bovendien de basis voor recreatieve verbindingen en voor woonwerkverkeer. De ontwikkeling draagt door het toevoegen van woningen binnen de stedenbouwkundige structuur bij aan de versterking van de karakteristieke kenmerken van de stad. In dit geval is sprake van een gewenste herontwikkeling van het gebied. De beoogde ontwikkeling past in de gemeentelijke plannen voor intensivering. De locatie wordt klimaatbestendig en er worden kansen benut voor het vergroten van de biodiversiteit.

19/108

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing artikel 6.10 Door de herontwikkeling wordt voldaan aan de voorkeursvolgorde voor verstedelijking: allereerst het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied en daarna het benutten van locaties aansluitend aan stedelijk gebied. Met betrekking tot de ladderonderbouwing voor de realisatie van nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2. In de totale programmering voor de gemeente wordt zorggedragen voor voldoende sociale huurwoningen. Er worden in dit project geen sociale huurwoningen mogelijk gemaakt. Er wordt juist ingezet op een groot aandeel middenhuur. Artikel 6.10c Parkeernorm stationsomgevingen 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd op kaart 22 in bijlage II, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning. 2.

In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Toetsing Het plangebied is aangemerkt als stationsomgeving. De gemeente hanteert op de lokale situatie afgestemde regels. Zie paragraaf 4.2. De parkeerbehoefte van de ontwikkeling wordt opgelost binnen het plangebied.

20/108

Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing Zie paragraaf 4.2 voor de bereikbaarheid van het plangebied, geconcludeerd wordt dat de locatie goed bereikbaar is voor de diverse modaliteiten. Artikel 6.10f Functiemenging Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging. Toetsing In dit bestemmingsplan is er gelet op de grote woningbehoefte voor gekozen om alleen woningen mogelijk te maken. Artikel 6.10h Kansen voor biodiversiteit Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit. Toetsing De kansen voor biodiversiteit zijn in paragraaf 4.5 beschreven. Bij de verdere architectonische uitwerking van de bebouwing en inrichting van de gronden wordt gekeken welke van de kansen kunnen worden benut. Artikel 6.27a Risico's van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering ten minste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d.

droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. Toetsing artikel 6.27a Als gevolg van de klimaatverandering neemt het risico op hittegolven toe. Het stedelijke gebied is gevoeliger voor opwarming dan het omliggende landelijke gebied. Bij voorkeur warmt het stedelijke gebied niet meer dan 2 graden Celsius meer op dan het landelijke gebied.

21/108

Het is belangrijk dat er maatregelen getroffen worden om de hittelast te beperken. Bouwtechnische voorzieningen kunnen opwarming van het gebouw beperken. Denk aan: isolatie, luifels en zonwering, mogelijkheden om ramen open te kunnen zetten/natuurlijk te ventileren, beperken van grote glasoppervlakken, gebruik van reflecterende in plaats van absorberende bouwmaterialen. Het gebruik van airconditioning wordt afgeraden, gezien het energieverbruik, dat weer andere klimaatdoelen betreft. Platte daken, eventuele balkons en de buitenruimte krijgen bij voorkeur een inrichting met veel waterberging en groen. Intensieve (sedumdaken) en extensieve (daktuinen) groene daken worden al veel toegepast. Niet alleen voor hitte, ook voor extreme buien spelen groene daken, polderdaken en groen op maaiveld een belangrijke rol, doordat bij extreme neerslag het water op een natuurlijke manier wordt vastgehouden en het overtollige water vertraagd wordt afgevoerd.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Nissewaard naar 2040 (februari 2018) De visie voor Nissewaard bevat het ontwikkelingsperspectief voor de komende jaren. Nissewaard heeft te maken met een aantal vraagstukken van sociaaleconomische, maatschappelijke en ruimtelijke aard. Voor nieuwe verstedelijking ligt een sterke basis in de bestaande structuur. Dit biedt verschillende mogelijkheden, zoals de grote woningbouwopgave in heel Zuid-Holland die voor een deel in de voormalige groeikern Spijkenisse kan worden opgelost. Om de genoemde opgaven het hoofd te bieden is dit ontwikkelperspectief opgesteld, in nauwe afstemming met de provincie, waarin voor de korte en lange termijn een visie en kansen worden geformuleerd voor een aantrekkelijke, vitale, toekomstbestendige woon- en werkgemeente in 2040. Toetsing Dit initiatief geeft mede invulling aan de genoemde beleidslijnen en kansen door de verdichting met woningbouw te realiseren. 3.4.2 Structuurvisie Op 13 mei 2009 heeft het gemeentebestuur (toen nog gemeente Spijkenisse) de gemeentelijke structuurvisie voor de periode 2010-2020 vastgesteld. De Structuurvisie geeft de ruimtelijke en functionele ontwikkeling in Spijkenisse op hoofdlijnen weer. De visie is het uitgangspunt voor de politieke agenda.

Geen dichtgetimmerd eindplan, maar het vertrekpunt van de gemeente voor gesprekken met hogere overheden, marktpartijen en partners om ontwikkelingen en investeringen in de stad te initiëren. In de visie zijn de volgende kernkwaliteiten geformuleerd;  Ligging aan de rand van de Randstad tussen stad en strand  Stadsranden en stadsentrees  Verbindende elementen  Wonen in Spijkenisse  Kwalitatief hoogwaardig stadscentrum  Sociaal-culturele kwaliteiten De Structuurvisie biedt negen punten voor de politieke agenda van het gemeentebestuur van Spijkenisse: ideeën voor verbeteringen in negen gebieden. Het plangebied is niet gelegen in één van deze negen gebieden. In de visie is geen specifiek beleid ten aanzien van de nieuwbouw van woningen opgenomen.

22/108

3.4.3 woonvisie 'Nissewaard, een plek voor iedereen!' In september 2020 is de woonvisie 'Nissewaard, een plek voor iedereen!' vastgesteld. In deze visie zijn onder meer de gemeentelijke woning ambities beschreven. De gemeente zet in op een duurzaam en solidair leefklimaat. Het doel van de nieuwe Woonvisie is dat het voor iedereen goed wonen is in de gemeente en de woonwensen en woningbehoefte van al onze huidige en toekomstige inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. De gemeente Nissewaard zal in de komende jaren gaan groeien en, Omdat nieuwbouw maar een beperkte voorraadverandering teweeg brengt, is de kwaliteit van de bestaande voorraad steeds bepalender voor de totale woonkwaliteit van Nissewaard. Van belang is dat de woningvoorraad toekomstbestendig is, woningen worden verduurzaamd, levensloopbestendig worden gemaakt en dat de woningvoorraad wordt gediversifieerd. Verder wordt er ingezet op de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen door de doorstroming op gang te brengen, ook met duurdere woningen. Het aantal ouderen zal de komende jaren blijven groeien. Doorstroming van ouderen die nu een grondgebonden (koop of huur) woning bewonen naar aantrekkelijke nultredenwoningen (gestapeld in de vorm van appartementen of grondgebonden in de vorm van patiowoningen) kan helpen bij het vrijkomen van woningen voor starters.

Het toevoegen van geschikte, aantrekkelijke woningen voor ouderen aan de bestaande voorraad, brengt verhuisketens op gang. Naarmate deze verhuisketens in Nissewaard op gang komen, kunnen inwoners beter in hun huisvestingswensen en -eisen voorzien. Woningbouw is nodig om te voorzien in de vraag. Complementair bouwen, ook in het duurdere segment, draagt bij aan een gezonde mix in de voorraad en bevolking en maakt zowel Spijkenisse als de omliggende kernen schokbestendiger. Daarnaast staat Nissewaard open voor vernieuwende woonconcepten. Collectief particulier opdrachtgeverschap krijgt een kans om inwoners zelf zeggenschap te geven over hun nieuwe woning en woonomgeving. Deze woonvormen kunnen zowel in de bestaande voorraad worden ingepast, als in toekomstige nieuwbouw. Bij het ontwikkelen van woningen gaat het echter niet alleen om de woningen zelf. Minstens zo belangrijk zijn voorzieningen en de omgeving waarbinnen de woningen gerealiseerd worden. Wonen, zorg en welzijn wordt hierdoor als samenhangende thema's gezien. Bij het maken van plannen voor woningbouw zal meteen rekening worden gehouden met de doelgroep die de woningen na realisatie zal betrekken. De gebiedsinrichting zal hierop worden afgestemd. Ook bij de ontwikkeling van nieuwbouw wordt er rekening mee gehouden en worden er aanvullende eisen gesteld ten aanzien van de levensloopgeschiktheid.

De gemeente stimuleert de duurzame transitie. Deze duurzame transitie omvat meer dan de energietransitie. Het gaat onder andere om warmtetransitie 'van het gas af' en energiebesparing, maar ook om klimaatadaptatiemaatregelen en het gebruik van circulaire bouwprincipes. Waar het gaat om aanpasbaarheid doelt de gemeente op bouw- en woontechnische verbeteringen, zoals het levensloopbestendig maken van woningen, het wegwerken van achterstallig onderhoud, en veiligheidsmaatregelen. In het voorliggende plan worden 40 gestapelde en grondgebonden woningen gerealiseerd Het planvoornemen is passend binnen de woonvisie.

23/108

3.4.4 Parkeernormennota gemeente Nissewaard 2022 De gemeente Nissewaard heeft een nieuwe Parkeernormennota. De besluitvorming over het benodigd aantal parkeerplaatsen bij de (her)ontwikkeling van locaties of functiewijzigingen vraagt om een uniforme aanpak. Parkeernormen zijn een hulpmiddel bij het realiseren van een duurzaam aanbod aan parkeervoorzieningen. De nieuwe Nota Parkeernormen is hiervoor het instrument. In de parkeernormennota worden de berekeningswijze van de parkeerbehoefte en de parkeernormen voor tal van functies binnen de gemeente Nissewaard beschreven. Deze nota geeft invulling aan de behoefte van de gemeente Nissewaard om de vraag naar parkeergelegenheid zodanig te faciliteren dat een uniforme aanpak en duurzaam aanbod voor parkeerplaatsen wordt geborgd. Bij de uitwerking van nieuwe bouwontwikkelingen vormt de normatieve parkeerbehoefte van een functie het vertrekpunt van een dialoog. Hoe de gemeente Nissewaard deze dialoog wenst vorm te geven, is opgenomen in de beleidsregels behorende bij de parkeernormennota.

3.4.5 Gemeentelijk Watertakenplan Nissewaard 2021-2025 Het Gemeentelijk rioleringsplan Nissewaard 2021-2025is een plan waarin de gemeente aangeeft hoe zij de komende jaren de gemeentelijke watertaken invullen. Met speerpunten als digitalisering, goed beheer en klimaatadaptatie. Met dit GRP werken we aan een gezonde en hoogwaardige leefomgeving voor alle inwoners en bedrijven in de gemeente. Dit beleidsplan geeft aan hoe de gemeente met de zorgplichten omgaat en hoe wij de toekomst zien van Nissewaard en de gemeentelijke watertaken. Er is over dit GRP overlegd met het Waterschap Hollandse Delta. Dat is belangrijk omdat we samen voor het water in Nissewaard zorgen. De gemeente heeft de taak om voor de riolering te zorgen: zij heeft de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor een inspanningsverplichting voor grondwatermaatregelen. Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. De

24/108

3.4.6 Programmaplan Duurzaamheid 2023-2024 De ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid gaan razendsnel. Duurzaamheid gaat om meer dan alleen het terugdringen van CO2-uitstoot of het minimaliseren van het restafval. Het gaat om bewustwording en het besef dat een duurzame manier van leven en ondernemen, tegenwoordig een zeer haalbare en zelfs rendabele toekomst is. Maar het gaat er ook om wat we nu al kunnen doen, de toekomst start immers nu. Als gemeente nemen we dan ook onze verantwoordelijkheid. Maar dit kan de gemeente niet alleen: dit doet de gemeente samen met partners, ondernemers en inwoners. Energieneutraal In 2030 is 27% van de energie die in één kalenderjaar wordt verbruikt binnen de gemeente Nissewaard, CO2-neutraal en in eigen beheer opgewekt binnen Voorne-Putten. In 2050 is de gemeente Nissewaard energieneutraal: Alle energie die wordt gebruikt is lokaal en op duurzame wijze opgewekt. Klimaatadaptief In 2030 zijn het aantal knelpunten als gevolg van extreem weer in de openbare ruimte minimaal gelijk aan het niveau van 2020, het percentage groen ten opzichte van het percentage verharding in de bebouwde omgeving is toegenomen. In 2050 is de gemeente Nissewaard klimaatbestendig en waterrobuust ingericht: er is minimale overlast door de gevolgen van klimaatverandering, waaronder extreme regenval, hitte en droogte en de stijgende zeespiegel.

25/108

26/108

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Vormvrije m.e.r.- beoordeling

4.1.1 Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.  Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

 Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. 4.1.2 Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 40 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Op 29 augustus 2023 is bij besluit vastgesteld dat geen MER nodig is. In bijlage 3 is de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen.

Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Mitigerende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk.

27/108

4.2

Verkeer en parkeren

4.2.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381. Voor het juiste kencijfer/parkeernorm wordt een ligging in schil centrum gehanteerd, de kern Spijkenisse binnen de gemeente Nissewaard wordt op basis van adressendichtheid getypeerd als sterk stedelijk gebied (CBS). Verder wordt uitgegaan van het gemiddelde binnen de bandbreedte van het kencijfer/parkeernorm. 4.2.2 Ontsluiting Het plangebied wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten op de Hazelaarstraat die vervolgens aansluit op de gebiedsontsluitingsweg Beukenlaan. Voor het langzame verkeer (voetgangers en fietsers is de entree geplaatst aan de Beukenlaan/Heemraadlaan hier zijn in de nieuwe situatie vrij liggende voet en fietspaden aanwezig. Op circa 500 meter loopafstand is het metrostation aan de Heemraadlaan gelegen, vanuit hier vertrekken metro's richting Rotterdam Centraal, De Akkers en De Terp.

De ontsluiting voor de diverse modaliteiten is daarmee goed te noemen.

4.2.3 Parkeren Parkeerbehoefte De parkeerbehoefte voor de ontwikkeling is weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Totale parkeerbehoefte planontwikkeling (sterk stedelijk, gemiddelde, rest bebouwde kom centrum) Functie

Aantal

Parkeernorm per woning

Parkeerbehoefte

Stadswoningen

9

1,8

16,2

Appartementen (75m² GO)

23

1,3

29,9

Appartementen (53 m² GO)

8

1,3

10,4

Totaal

40

56,5 pp

In totaal worden er binnen het plangebied 57 parkeerplaatsen gerealiseerd waardoor op eigen terrein in de parkeerbehoefte wordt voorzien.

28/108

4.2.4 Verkeersgeneratie en afwikkeling Verkeersintensiteit huidig en toekomstig In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied een bedrijfspand en een tankstation met carwash gevestigd. Voor het tankstation en de carwash zijn geen kengetallen opgenomen door het CROW. Hiervoor wordt de categorie bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief voor gehanteerd, vanwege het grote aantal bezoekers voor deze functies. De huidige verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2 verkeersgeneratie huidige situatie per mvt/etmaal Functie

CROW

Kencijfer

mvt/etmaal

Bedrijfs bebouwing

Commerciële dienstverlening (met baliefunctie)

10,6 mvt/etmaal per 100 m2 bvo

187,1

Tankstation

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersintensief

4,5 mvt/etmaal per 100 m2 17,8 bvo

Carwash

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersintensief

4,5 mvt/etmaal per 100 m2 4,5 bvo

Totaal

209,4

Tabel 4.3 Totale verkeersgeneratie planontwikkeling per mvt/etmaal Functie

Aantal

Kencijfer

mvt/etmaal

huis, tussen/hoek

9

7,1 mvt/etmaal per woning

63,9

appartement, midden

31

5,6 mvt/etmaal per woning

173,6

Totaal

237,5

In tabel 4.3 is de toekomstige verkeersgeneratie opgenomen. De planontwikkeling zorgt voor een verkeersgeneratie van 237,5 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 24 mvt. Het plangebied genereert hiernaast in de huidige situatie ook veel verkeer. De beperkte toename zal geen negatieve gevolgen hebben op de omliggende ontsluitingswegen. 4.2.5 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling daarmee niet in de weg.

29/108

4.3

Geluid

4.3.1 Beleidskader Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day evening night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavige situatie bedraagt 63 dB (binnenstedelijk gelegen woning). Aftrek ex artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen.

De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/u bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelastingen aan de normstellingen uit de Wgh. In voorliggend onderzoek is gebruik gemaakt van een aftrek van 5 dB. 4.3.2 Onderzoek wegverkeerslawaai In opdracht van RHO Adviseurs is voor het project “Beukenlaan” te Spijkenisse in het kader van een bestemmingsplanwijziging een akoestisch onderzoek omgevingslawaai uitgevoerd. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de Heemraadlaan.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Beukenlaan, de Hazelaarstraat, De Waarsman en de Lindenstraat met een snelheidsregime van 30 km/uur ook in het onderzoek betrokken Uit het onderzoek blijkt dat voor de woningen er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vanwege het verkeer op de Heemraadlaan, de Beukenlaan en de Hazelaarstraat. De maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder wordt niet overschreden waardoor het toepassen van dove gevels niet noodzakelijk is. Omdat het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen naar verwachting niet doelmatig zullen zijn is het noodzakelijk om hogere waarden voor de woningen vast te stellen, de betreffende woningen zijn weergeven op figuur 4.1.

30/108

Figuur 4.1 woningen met een hogere waarde (bron: Akoestisch onderzoek omgevingslawaai) Met ontwerpwijzigingen/ maatregelen kan worden voldaan aan de eisen van de Wgh en het gemeentelijk beleid. Middels een akoestisch-bouwtechnisch onderzoek dient voor de woningen aangetoond te worden dat wordt voldaan aan de eisen uit afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012 met betrekking tot bescherming tegen geluid van buiten.

31/108

4.3.3 Onderzoek industrielawaai Op het industrieterrein Botlek-Pernis bevinden zich inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. Rondom het terrein ligt conform artikel 40 van de Wet geluidhinder een zone. Het plangebied is niet gelegen in het werkingsgebied van het RAK. Op figuur 4.2 zijn de geluidscontouren weergegeven, het rode kruis betreft het plangebied De oranje lijn stelt de 48 dB(A) contour voor. De voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai is 50 dB(A). Hieruit volgt dat de ontwikkeling niet in de geluidzone van het industrieterrein Botlek-Pernis ligt

Figuur 4.2 geluidscontouren Botlek-Pernis

32/108

De gemeente betrekt nestgeluid vooralsnog niet bij de bepaling van het geluidniveau van het industrielawaai. Dit zal binnenkort wel gebeuren gezien het door Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland aangenomen amendement om een aanpassing in het provinciaal omgevingsbeleid te doen, voor het onderwerp nestgeluid van afgemeerde schepen. Wel wil de gemeente dat nestgeluid wordt betrokken bij het bepalen van de benodigde geluidwering van de gevels van geluidgevoelige bestemmingen in verband met het heersende industrielawaai. Mocht nestgeluid in de toekomst alsnog bij de zones van de industrieterreinen betrokken moeten worden, zal in ieder geval voldaan zijn aan de eis voor het binnenniveau van 35 dB(A) uit het Bouwbesluit 2012. Aangezien het plangebied niet ligt binnen de 50dB contour van het RAK is nestgeluid niet relevant voor voorliggende ontwikkeling.

4.3.4 Conclusie Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor onderhavig voornemen. Het laten vaststellen van een hogere waarde voor wegverkeerslawaai is wel noodzakelijk. Dit ontwerpbesluit is toegevoegd in bijlage 12.

4.4

Water

4.4.1 Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het waterschap Hollandse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgenomen ontwikkeling. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Watertoets De watertoets is uitgevoerd en opgenomen in bijlage5 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. Uit de watertoets komt naar voren dat het plan een beperkte invloed heeft op het watersysteem en derhalve de korte procedure gevolgd kan worden. Voorliggend plan wordt in het kader van het wettelijk vooroverleg toegezonden aan het waterschap Hollandse Delta. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.

33/108

Europees:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal:  Provinciaal Waterplan  Provinciale Omgevingsvisie  Provinciale Omgevingsverordening Waterschapsbeleid In het Waterbeheerprogramma (WBP) (2022-2027) staan de doelen van het waterschap Hollandse Delta:  waterveiligheid (dijken en duinen)  versterkte duinen  meer biodiversiteit op de dijken  minder CO2-uitstoot, vergoten  meer innovatie  voldoende schoonwater Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden vastgehouden, geïnfiltreerd ,of afgekoppeld afgevoerd worden op het oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplicht gesteld.

Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied of 1500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. Het waterschap geeft in volgorde de voorkeur aan de volgende gelijkwaardige voorzieningen:   

Nieuw te graven oppervlaktewater in de directe nabijheid van de verhardingtoename; Nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied; Nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief.

34/108

4.4.2 Huidige situatie In de huidige situatie zijn er voornamelijk opstallen en verharding aanwezig, alleen aan de zuidrand van het plangebied is een groenstrook gelegen. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is de locatie niet gekarteerd. Op de Bodemkaart is te zien dat de bodem van de omgeving het plangebied uit kalkrijke poldervaaggronden; zware klei bestaat. Met betrekking tot het grondwater is in de omgeving van het plangebied sprake van grondwatertrap Ib. Dit wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) 30 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) bevindt zich op 81 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 1,80 meter beneden NAP. Waterkwantiteit Conform de Legger van het Waterschap Hollandse Delta bevinden zich in het plangebied geen watergangen, zie figuur 4.3.

Figuur 4.3 Uitsnede Legger Waterschap Hollandse Delta met het plangebied zwart omkaderd Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bevindt zich niet in de kernzone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijke gemengde rioolstelsel.

35/108

4.4.3 Toekomstige situatie In de beoogde situatie worden 40 woningen beoogd met de daar bij behorende voorzieningen. Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Om de kans op wateroverlast te verkleinen is het van belang om ervoor te zorgen dat het watersysteem optimaal functioneert en goed wordt onderhouden. Het Waterschap Hollandse Delta hanteert een grens van 500 m2. Wanneer een ontwikkeling deze grens overschrijdt, dient er voor de verharding gecompenseerd te worden. In onderstaande tabel 4.4 wordt aangetoond dat het oppervlak aan verharding zal afnemen in de nieuwe situatie. Tabel 4.4 berekening verharding Huidige situatie (obv. Luchtfoto)

M²

Verhard (gebouwen en bestrating)

4.155

Groen

1.075

Toekomstige situatie (conform ontwerp) Bebouwing

1.125

Verharding (parkeerplaats en weg

2.123

Tuin behorend bij de woningen

603

Groen

1.379

Op basis van de luchtfoto van de huidige situatie en het ontwerp van het plan neemt in de toekomstige situatie het verhard oppervlak met 304 m² af (4144-3851, dit is inclusief de tuinen die naar verwachting niet geheel verhard zullen worden. Per saldo is er dus een afname aan verhard oppervlak. Er hoeven geen compenserende maatregelen getroffen te worden. In het kader van klimaatadaptatie wordt de toepassing van verharding zo veel mogelijk beperkt Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving.

36/108

Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. 4.4.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling valt onder de grenswaarde van 500 m2 waardoor er geen verharding gecompenseerd hoeft te worden. Daarnaast bevindt het plangebied zich niet in de beschermings- of kernzone van een watergang of waterkering. Negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem kunnen uitgesloten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13982197/3