CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

50. Memo Kadernota 2026; bijlage

Gemeenteraad 16 april 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst Ingekomen Stukken (1 t/m 56)5.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Kadernota 2026

22 januari 2025

VRR Kadernota 2026

1

Inhoud 1. Inleiding................................................................................................................................................... 3 2. Indeling van de programmabegroting ................................................................................................ 3 3. Baten ....................................................................................................................................................... 4 3.1 Gemeentelijke bijdragen ................................................................................................................ 4 3.2 Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR)............................................................... 9 3.3 Opbrengsten uit ambulanceritten ............................................................................................... 10 4. Lasten ................................................................................................................................................... 11 4.1 Personeel ....................................................................................................................................... 11 4.2 Indexering van de lasten ..............................................................................................................

13 4.3 Investeringen en kapitaallasten .................................................................................................. 14 4.4 Ontwikkeling Begroting ................................................................................................................ 15 5. Eigen vermogen .................................................................................................................................. 16 5.1 Weerstandsvermogen .................................................................................................................. 16 5.2 Liquiditeitspositie ........................................................................................................................... 16 5.3 Reserves en voorzieningen ......................................................................................................... 16 6. Beleidsontwikkelingen ........................................................................................................................ 17 7. Procedure ............................................................................................................................................. 19

VRR Kadernota 2026

2

1. Inleiding Voor u ligt de kadernota 2026. De kadernota vormt het startpunt van het proces van begroting en verantwoording. Kadernota

Programmabegroting

Begrotingswijzigingen

Jaarrekening

Deze kadernota geeft de financiële en beleidsmatige kaders aan voor de programmabegroting van het jaar 2026. Vanaf hoofdstuk 2 wordt u eerst meegenomen in de indeling en de financiële kaders van de begroting. In hoofdstuk 6 vindt u de beleidsmatige kaders.

2. Indeling van de programmabegroting De indeling van de begroting 2026 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast houdt het, waar van toepassing, rekening met de Wet- en regelgeving Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de specifieke bepalingen zoals vastgelegd in de Financiële Verordening van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Wijzigingen als gevolg van het jaarverslag (en de jaarrekening) 2024 en wijzigingen in de begroting voor het jaar 2025 worden in de begroting 2026 verwerkt. Eveneens worden de uitkomsten van de toetsing van de omvang en noodzaak van de reserves en voorzieningen verwerkt. De begroting 2026 bestaat uit drie programma’s: • programma Ambulancezorg; • programma Brandweerzorg; • programma Risico & Crisisbeheersing. In dit programma is ook de GHOR opgenomen; Daarnaast worden er verschillende paragrafen opgenomen in de begroting, conform de regelgeving van de BBV. Dit gaat o.a. om de paragraaf bedrijfsvoering, overhead en weerstandsvermogen en risicobeheersing.

VRR Kadernota 2026

3

3. Baten 3.1 Gemeentelijke bijdragen Bezuinigingen De financiële situatie van gemeenten in Nederland staat onder druk. Veel gemeenten zijn dan ook bezig met mogelijke maatregelen die de verwachte tekorten moeten opvangen. Bij brief van 18 juli hebben de colleges van B&W van de deelnemende gemeenten (m.u.v. de gemeente Maassluis) aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond verzocht om met scenario’s te komen, waarbij sprake is van enerzijds 5% en anderzijds 10% verlaging van de gemeentelijke bijdragen voor 2025 en verder. Op basis hiervan is binnen het bestuur gesproken over mogelijke bezuinigingsscenario’s. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 februari 2025 is besloten dat voor 2026 definitief 4% bezuinigd moet worden. Dit zal in de gemeentelijke bijdrage van 2026 verwerkt worden. . De Algemeen Directeur heeft de opdracht gekregen om de bezuiniging in te vullen en het Algemeen Bestuur hier periodiek over te informeren. Hierbij is aangegeven dat de bezuinigingen niet ten koste mogen gaan van de brandweerzorg. Indexering gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdrage dient ter dekking van de kosten voor de basistaak van de VRR. Het indexeringspercentage dat gebruikt wordt voor het opstellen van de begroting is vastgesteld door de colleges van Burgemeester en Wethouders van alle deelnemende gemeenten.

De indexatie voor 2026 bedraagt 2,2%. Dit is een gewogen indexering die bestaat uit een indexatie voor de looncomponent die voor 80% meeweegt en een indexatie voor component van de overige kosten (op basis van de prijs overheidsconsumptie) die voor 20% meetelt. Deze is als volgt opgebouwd:

Indexatie 2026

Component lonen

Component Totaal index overige kosten 2026

Indexaties

2,00%

3,00%

Weging

80%

20%

2,20%

Naast de indexatie voor 2026 zelf van 2,2% is er nog een inhaalindexatie van 3% over de jaren 2023-2025. De totale index voor 2026 bedraagt afgerond dan 5,2%. Dit is als volgt opgebouwd: Opbouw indexatie Indexatie 2026 Correctie 2025 Correctie 2024 Correctie 2023 Totaal accres

VRR Kadernota 2026

2,20% 0,04% 1,24% 1,74% 5,22%

4

Kostenverdeelsystematiek Op 8 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de nieuwe kostenverdeelsystematiek voor de deelnemende gemeenten. Het aantal inwoners per gemeente is niet langer de basis voor het bepalen van de primaire bijdrage. Vanaf 2023 is dat het evenredig aandeel van de gemeente in het Gemeentefonds voor het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer. Op dit besluit zijn nadere uitwerkingsvoorstellen gemaakt waarmee het Algemeen Bestuur in december 2022 heeft ingestemd: - De uitkering in het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer vanuit het Gemeentefonds wordt jaarlijks geactualiseerd en daarmee ook de verdeelsleutel per gemeente. - De bijdrage die Rotterdam aan de Gezamenlijke Brandweer betaalt voor de reguliere brandweerzorg in het Europoort gebied wordt jaarlijks aangepast aan de bijdrage zoals opgenomen in de begroting van de Gezamenlijke Brandweer. - De berekening van de verhouding voor de kostenverdeelsleutel wordt gebaseerd op de meicirculaire van twee jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Voor de nieuwe kostenverdeelsystematiek is een ingroeitraject afgesproken die loopt tot en met 2026. Hierbij is een uitzondering gemaakt voor Goeree Overflakkee. Deze gemeente komt boven de gemaximaliseerde ingroei van € 4,25 per inwoner uit. Daarom is afgesproken om de ingroeiperiode te verlengen voor deze gemeente tot en met 2028.

Op basis van bovenstaande wordt voor 2026 de kostenverdeelsleutel geactualiseerd. Dit gebeurt aan de hand van de meicirculaire 2024 voor de verdeling van het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer in het gemeentefonds en de begroting 2025 van de Gezamenlijke Brandweer. Dit leidt tot een aantal verschillen in de verdeelsleutel ten opzichte van de verdeelsleutel die in 2025 geldt. Bedragen subcluster meicirculaire 2024 Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Totaal

VRR Kadernota 2026

1.929.093 3.719.191 6.089.796 5.352.389 2.324.250 4.752.778 3.033.806 7.489.106 3.957.907 80.866.217 8.542.980 7.362.454 6.160.113 141.580.081

5

In onderstaande tabel zijn de verdeelsleutels naast elkaar gezet waarbij de laatste kolom wordt gebruikt voor de kostenverdeelsleutel in de kadernota 2026.

Gemeente

Verdeelsleutel Verdeelsleutel Verdeelsleutel Verdeelsleutel Verdeelsleutel 2024 conform 2024 2025 conform 2025 2026 conform Verdeelsleutel herijking o.b.v. aangepast herijking o.b.v. aangepast herijking obv 2026 meicirculaire i.v.m. meicirculaire i.v.m. meicirculaire 2022 ingroeitraject 2023 ingroeitraject 2024

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal

1,51% 2,94% 4,89% 4,14% 1,87% 3,67% 2,27% 5,89% 3,12% 52,52% 6,61% 5,68% 4,88% 100,00%

1,39% 2,72% 4,57% 3,44% 1,68% 3,80% 2,01% 5,70% 2,76% 55,00% 6,37% 5,75% 4,64% 99,82%

1,51% 2,94% 4,78% 4,11% 1,83% 3,66% 2,33% 5,86% 3,09% 52,73% 6,59% 5,72% 4,86% 100,00%

1,45% 2,83% 4,67% 3,62% 1,75% 3,73% 2,17% 5,78% 2,93% 53,86% 6,48% 5,73% 4,75% 99,75%

1,49% 2,86% 4,69% 4,12% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 100,00%

1,49% 2,86% 4,69% 3,80% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 99,68%

Ontwikkelagenda Conform het besluit van het Algemeen Bestuur zal de totale bijdrage in het kader van de ontwikkelagenda tot en met 2026 stapsgewijs toenemen. In 2026 wordt de laatste tranche van € 1.129k. (is afgerond € 1,4 mln. incl. indexering) toegevoegd. Deze tranche is onderdeel van de gemeentelijke bijdrage. Ontwikkelagenda - Toename per jaar Omschrijving Oorspronkelijk bedrag Indexatie Totaal (* € 1000)

2024

2025 2.576 305 2.881

2026 1.887 367 2.254

1.129 249 1.379

Totale gemeentelijke bijdrage basiszorg Het bestuur heeft in de vergadering van februari 2024 besloten dat in 2026 een bezuiniging doorgevoerd wordt van 4% van de gemeentelijke bijdrage. Dit komt neer op ongeveer € 4.5 mln. euro. De totale gemeentelijke bijdrage voor 2026 neemt met € 7,6 mln. toe ten opzichte van 2025. Deze toename bestaat uit € 6,2 mln. door de indexatie van de kosten en afgerond € 1,4 miljoen zijnde de 4e en tevens laatste tranche van de ontwikkelagenda. De gemeentelijke bijdrage 2025 bedraagt € 123.281.692. Hierin is de korting die de gemeente Goeree Overflakkee krijgt in het kader van het ingroeitraject, verwerkt. Deze korting bedraagt in 2025 totaal € 317.172. De bijdrage wordt vervolgens gecorrigeerd met de bezuiniging van € 3,4 mln. Om de bijdrage voor 2026 te bepalen, worden vervolgens de indexatie 2026 (€ 6,2 mln.) en de tranche ontwikkelagenda 2026 (afgerond € 1,4 mln.) opgeteld bij de gecorrigeerde bijdrage 2025. Tenslotte wordt in het kader van de ingroei van de kostenverdeelsystematiek de korting

VRR Kadernota 2026

6

van Goeree Overflakkee van 2026 nog in mindering gebracht op de totale bijdrage. Dit ziet er dan als volgt uit: Totaal bijdrage 2025 (incl. ingroei Goeree Overflakkee) Bezuiniging Indexatie 2026 Tranche ontwikkelagenda Ingroei Goeree Overflakkee Totaal bijdrage 2026 (incl. ingroei Goeree Overflakkee)

123.281.692 -4.544.751 6.174.321 1.378.525 -105.724 126.184.063

De totale korting voor Goeree Overflakkee bedraagt in 2026 dan € 422k. In 2027 en 2028 zal deze korting worden afgebouwd in 2 gelijke stappen. Dit betekent dat in 2027 de korting nog € 211k. bedraagt en in 2028 er geen korting meer is. Andere mutaties in de gemeentelijke bijdrage worden nu niet voorzien voor de jaren na 2026.

VRR Kadernota 2026

7

In de volgende tabel is de ontwikkeling van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen 2024-2028 neergezet, exclusief de DVO’s, op basis van: - de afspraken over de kostenverdeelsleutel. - de geactualiseerde kostenverdeelsleutel op basis van de meicirculaire 2024 - de verwerking van de bezuiniging van 4%. - de indexatie van de gemeentelijke bijdrage en de tranches van de ontwikkelagenda (tot en met 2026). - de ingroeiperiode (2027 en 2028) in het kader van het ingroeitraject van de nieuwe kostenverdeelsystematiek van de bijdrage van de gemeente Goeree Overflakkee.

Gemeente

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal

Verdeelsleutel 2025

1,45% 2,83% 4,67% 3,62% 1,75% 3,73% 2,17% 5,78% 2,93% 53,86% 6,48% 5,73% 4,75% 99,75%

Bijdrage 2025 excl DVO+ na herijking

1.796.896 3.500.047 5.774.696 4.459.756 2.165.892 4.610.909 2.679.849 7.140.853 3.618.702 66.575.524 8.006.721 7.083.801 5.868.046 123.281.692

Verdeelsleutel 2026 conform herijking obv meicirculaire 2024

Verdeelsleutel 2026

1,49% 2,86% 4,69% 4,12% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 100,00%

1,49% 2,86% 4,69% 3,80% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 99,68%

Bijdrage 2026 excl DVO+ na herijking

1.880.521 3.625.547 5.936.463 4.794.727 2.265.729 4.633.110 2.957.419 7.300.541 3.858.252 67.421.784 8.327.880 7.177.077 6.005.010 126.184.063

Bijdrage Verdeel Bijdrage 2027 Verdeel 2028/2029 excl sleutel excl DVO+ (geen sleutel DVO+ (geen 2027 herijking meer) 2028/2029 herijking meer) 1,49% 2,86% 4,69% 3,96% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 99,84%

1.880.521 3.625.547 5.936.463 5.006.175 2.265.729 4.633.110 2.957.419 7.300.541 3.858.252 67.421.784 8.327.880 7.177.077 6.005.010 126.395.511

1,49% 2,86% 4,69% 4,12% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 100,00%

1.880.521 3.625.547 5.936.463 5.217.623 2.265.729 4.633.110 2.957.419 7.300.541 3.858.252 67.421.784 8.327.880 7.177.077 6.005.010 126.606.959

VRR Kadernota 2026 8

Meerjarenraming Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) Naast de bijdrage voor de basiszorg zijn er gemeenten die separate afspraken hebben gemaakt over aanvullende dienstverlening. Als deze afspraken voor 2026 worden verlengd dan zullen deze in de begroting worden opgenomen. Een aantal gemeenten hebben in het kader van preventie afspraken gemaakt over de inzet van wijkbrandweermannen. De kosten voor 1 wijkbrandweerman voor 2026 zullen naar verwachting uitkomen op ruim € 84k. per jaar (incl. indexering). De gemeente Voorne aan Zee heeft afspraken rondom cultureel erfgoed en de kazerne van Oudenhoorn. Deze kosten zullen naar verwachting uitkomen op ruim € 23k. in 2026. De gemeente Rotterdam heeft afspraken in het kader van de inzet van Strandwachten, Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Toezicht Controle en Handhaving (TCH). Op basis van de verwachte kosten in 2024 en de indexatie zullen deze kosten in 2026 uitkomen op € 667k. voor de strandwachten en € 705k. voor Wabo/TCH. Beide bedragen zijn inclusief de indexatie. Op basis van de huidige gegevens worden de volgende DVO’s verwacht: Gemeente

Omschrijving

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Ridderkerk Rotterdam

Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Strandwachten WABO/TCH Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Cultureel erfgoed Kazerne Oudenhoorn

Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Totaal

DVO's 2026 84.231 84.231 85.087 84.231 666.885 704.953 155.324 85.087 84.231 22.758 725 2.057.742

3.2 Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) De BDUR bestaat uit meerdere bijdragen. • Een lumpsumbijdrage die het Rijk verstrekt aan de veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken • Een bijdrage voor het CBRN-peloton. • Een bijdrage voor de professionalisering van de Crisisbeheersing en informatievoorziening. Elk jaar maakt het ministerie van Justitie en Veiligheid de bijdragen bekend via een brief. De BDUR-bijdrage waar rekening mee gehouden wordt voor de begroting 2026 en de meerjarenraming is op basis van de brief van het ministerie van november 2024. In de laatste brief geeft het ministerie van Justitie en Veiligheid aan dat op grond van het Hoofdlijnenakkoord en de uitwerking van het regeerprogramma vanaf 2026 het budget wordt gekort met 10%. De gesprekken hierover lopen op dit moment nog. De verwachting is dat met de voorjaarsnota van 2025 er meer duidelijkheid kan worden gegeven over de uitwerking hiervan.

VRR Kadernota 2026 9

Voor 2025 bedraagt de totale BDUR voor de veiligheidsregio € 18.679.649. Dit is als volgt opgebouwd: Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) BDuR regulier Bijdrage CBRN Extra middelen crisisbeheersing Extra middelen informatievoorziening Totaal BDuR (bedragen € 1.000)

2025 14.971 175 2.716 818 18.680

In dit bedrag is nog niet de indexatie 2025 verwerkt. De hoogte hiervan wordt in juni 2025 bekend gemaakt. Voor de begroting 2026 zal vooralsnog van dit bedrag worden uitgegaan met een indexatie voor 2025 van 2,5% en voor 2026 van 2,2%, conform het indexeringspercentage dat gebruikt wordt voor het opstellen van de begroting en is vastgesteld door de colleges van Burgemeester en Wethouders van alle deelnemende gemeenten.

3.3 Opbrengsten uit ambulanceritten In Nederland zijn alle zorgverzekeraars gezamenlijk verantwoordelijk voor de inkoop van Ambulancezorg. Voor de inkoop wordt door de minister een landelijk macrobudget vastgesteld. De onderhandelingen over de regionale zorginkoop afspraken vinden jaarlijks plaats. Deze onderhandelingen starten ongeveer een halfjaar voor het begrotingsjaar. Dit betekent dat de onderhandelingen over het budget 2026 naar verwachting in het vierde kwartaal 2025 worden afgerond. Bij het opstellen van de begroting 2026 zullen de financiële uitgangspunten van het begrotingsjaar 2025 worden gebruikt. Na het vaststellen van het wettelijk budget met de zorgverzekeraars zal het definitieve budget via de begroting(swijziging) worden aangepast. Het financieringsstelsel van de ambulancezorg maakt onderscheid tussen bekostiging en financiering. Met bekostiging wordt het budget bedoeld zoals dat jaarlijks door zorgverzekeraars beschikbaar wordt gesteld op basis van beleidsregels die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vaststelt. Met financiering wordt de manier bedoeld waarop het budget via facturatie beschikbaar wordt gesteld. De facturatie van de ritten vindt plaats aan zorgverzekeraars of rechtstreeks naar de patiënt. Wanneer we weten bij welke zorgverzekeraar de patiënt verzekerd is, zenden we de factuur rechtstreeks naar de zorgverzekeraar.

Als dit niet bekend is gaat de factuur naar de patiënt.

VRR Kadernota 2026 10

4. Lasten 4.1 Personeel CAO VRR Voor de personele salarislasten voor 2026 wordt gerekend met de lopende cao. De huidige cao voor de veiligheidsregio’s loopt tot en met 31 juli 2025. De laatste salarisverhoging van 6,4% ging in op 1 mei 2024. Op het moment van schrijven van deze kadernota zijn de onderhandelingen voor een nieuwe cao Veiligheidsregio’s net begonnen. Voor de cijfers in deze kadernota en de begroting gebruiken we het salarisniveau van 2025 volgens de huidige cao. Dit wordt geïndexeerd voor 2025 met het indexpercentage voor lonen van 4,8% en voor 2026 met het indexpercentage van 2%. Als er bij het opstellen van de begroting nieuwere informatie beschikbaar is, zullen de meest actuele gegevens worden gebruikt. CAO Ambulance Voor het personeel in de ambulancesector geldt de cao ambulancezorg. Hiervoor is in 2023 een cao afgesloten die loopt tot en met 31 januari 2025. Deze cao zal input zijn voor de inkoopafspraken met de zorgverzekeraars. Personeel Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) Met de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 is het arbeidsvoorwaardenregime van de gemeentelijke sector geregeld in de cao Gemeenten/cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties.

Voor de veiligheidsregio’s is met ingang van 1 januari 2022 de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s ingesteld die namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelt met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Het onderwerp Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is een bespreekpunt op het onderhandelingsoverleg met de vakbonden. Op grond van artikel 11.2 Aanpassingswet Wnra is de Wnra niet op het personeel van Veiligheidsregio’s van toepassing, maar uitgesteld tot een nader bij koninklijk besluit te noemen tijdstip. De verwachting is dat er tot 2026 geen wijziging op dit punt zal plaatsvinden. Werkgevers en vakbonden hebben een verschillend standpunt over de overgang naar de Wnra. Daarnaast heeft dit onderwerp op dit moment ook geen prioriteit bij het Ministerie. Deze ligt op de “Bouwsteen verplichtend karakter”.

VRR Kadernota 2026 11

Bouwsteen verplichtend karakter Wegens normering conform Europese regelgeving en jurisprudentie staan de brandweervrijwilligers al geruime tijd nadrukkelijk ter discussie, omdat ze onvoldoende onderscheidend zijn van de beroepskrachten. Het onderscheid tussen vrijwilligers en beroeps moet aangescherpt worden. Landelijk is tot een denkrichting gekomen die bestaat uit 4 met elkaar samenhangende bouwstenen, waarvan de eerste bouwsteen “Verplichtend karakter” is. Dit betekent o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties van deze eerste bouwsteen zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 35 miljoen per jaar. Voor de VRR komt het uit op een bedrag van € 3,5 miljoen. Het Veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen “Verplichtend karakter” een implementatieplan opgesteld. Om over te gaan tot implementatie van dit plan moet eerst aan een aantal randvoorwaarden voldaan worden door het ministerie.

De randvoorwaarden zijn: - De benodigde financiën dienen structureel beschikbaar te zijn. Omdat het hier om een stelselwijziging gaat, zijn de Veiligheidsregio’s van mening dat deze kosten voor rekening komen van het ministerie. - Alle 25 veiligheidsregio’s verbinden zich op bestuurlijk niveau aan de uitgangspunten van het voorliggende implementatieplan. - De huidige arbeidstijdenwetgeving maakt het vrijwel onmogelijk om parttime beroepsmedewerkers met een fulltime hoofdcontract te kunnen kazerneren, waardoor het omzetten van gekazerneerde vrijwilligers naar gekazerneerde parttime beroepsmedewerkers geen begaanbaar pad lijkt. Een belangrijke randvoorwaarde voor implementatie is dat deze juridische belemmeringen worden weggenomen. - Vrijwilligers moeten buiten de Wnra blijven, zodat er meer mogelijkheden zijn om aan het vrijwilligerschap invulling te geven. Dit onderwerp is een structureel bespreekpunt op de agenda van het Veiligheidsberaad. 2e loopbaanbeleid veiligheidsregio’s en DOOR010 Binnen de cao van de veiligheidsregio’s zijn afspraken gemaakt over medewerkers in een bezwarende functie. Operationeel brandweerpersoneel dat na 1 januari 2006 in dienst is gekomen, kan dit beroep 20 jaar uitoefenen. In die 20 jaar worden de brandweerlieden voorbereid op een tweede loopbaan (2e loopbaanbeleid). Veel brandweermensen willen en kunnen echter langer doorwerken dan 20 jaar.

Daarom wordt er landelijk gewerkt aan een herijking van het 2e loopbaanbeleid en worden er in dit kader diverse onderzoeken uitgevoerd. Een oplossing op korte termijn is niet in zicht. De veiligheidsregio heeft daarom een nieuw plan (“DOOR010”) opgesteld waarbij brandweermensen langer kunnen doorwerken in hun eigen functie. Dit plan is in september 2024 goedgekeurd door het algemeen bestuur. Voor de verwachte kosten van het 2e loopbaanbeleid is de afgelopen jaren een bestemmingsreserve gevormd. De mutaties van deze reserve voor de komende jaren zullen worden herijkt, omdat de verwachting is dat er meer medewerkers gebruik zullen maken van DOOR010 en minder van het 2e loopbaanbeleid. VRR Kadernota 2026 12

Verlofsparen Begin 2022 is een cao in werking getreden, waarin de mogelijkheid van verlofsparen is opgenomen. Verlofsparen houdt in dat medewerkers bovenwettelijke vakantie-uren kunnen sparen en vervolgens inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Op grond van de financiële regelgeving is hiervoor een voorziening gevormd. Op basis van de gespaarde uren in 2022-2024 zal bekeken worden hoe hoog de dotatie voor de begroting van 2026 zal zijn. Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) Op basis van veranderingen in de regelgeving in 2023 is begin 2024 een nieuwe berekening gemaakt van de verwachte kosten voor FLO. Daarbij is naar voren gekomen dat de eerste jaren de lasten lager zijn dan eerder was aangenomen, maar dat de lasten in latere jaren juist hoger zijn. Om de lasten in deze latere jaren te egaliseren is in 2024 een bestemmingsreserve gevormd. De actualisatie van de berekening voor de FLO-kosten voor 2025 en verder wordt gemaakt door een extern bureau en is naar verwachting eind februari 2025 gereed. Op basis van de uitkomsten weten wij wat de consequenties zijn en die zullen wij verwerken in de begroting 2026.

4.2 Indexering van de lasten Voor de materiele lasten wordt rekening gehouden met een stijging van 3%. Dit is gebaseerd op het indexeringspercentage voor de consumentenprijsindex welke ook is opgenomen in de brief van de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen over de indexeringen.

VRR Kadernota 2026 13

4.3 Investeringen en kapitaallasten Bij het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenraming wordt uitgegaan van de meest actuele investeringsplanning 2025-2028. Deze is op basis van de huidig bekende gegevens als volgt:

2025 Investeringen (*€ 1000)

17.967

2026

2027

12.098

2028

18.169

9.268

De kapitaallasten bestaan uit de afschrijvingen en de rente. De afschrijvingen worden gebaseerd op de reeds geactiveerde activa waarover nog wordt afgeschreven de komende jaren, en de afschrijvingen op de geplande investeringen. Voor de berekening van de rente op kapitaallasten wordt gerekend met de te verwachten reële rente op de leningen. Voor de huidige leningen is dit gebaseerd op de leningsvoorwaarden die reeds zijn afgesproken. Voor de nieuwe leningen wordt een inschatting gemaakt van de hoogte van de rente. De omvang van nieuw af te sluiten leningen wordt gebaseerd op een prognose van de balans waarbij de geplande investeringen en de verwachte exploitatieresultaten een belangrijke factor zijn. Door de gestegen rente is de afgelopen jaren ook rente ontvangen op de uitgezette middelen in het kader van schatkistbankieren. Dit wordt ook voor de komende jaren verwacht en zal worden meegenomen in de begroting 2026. Bij de overname van de ambulancedienst zijn er leaseverplichtingen meegekomen die in 2028 aflopen. Hierin is ook een rentecomponent opgenomen die wordt meegenomen in de kapitaallasten. Op basis van de huidig bekende gegevens ontwikkelen de kapitaallasten zich als volgt waarbij de rente het saldo is van de rentelasten enerzijds en de rentebaten anderzijds: Kapitaallasten Afschrijvingen Rente Totaal kapitaallasten (* € 1000)

2025 10.247 175 10.421

2026 11.406 365 11.771

2027 12.145 574 12.719

2028 11.481 767 12.248

VRR Kadernota 2026 14

4.4 Ontwikkeling Begroting In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de raming op hoofdlijnen 2024-2029 op basis van de ontwikkelingen zoals in deze kadernota zijn aangegeven. Voor het programma Ambulancezorg is uitgegaan van het meeste actuele begrotingsvoorstel 2025 aan de zorgverzekeraars. Meerjarenontwikkeling 2025-2029 Programma's Programma Ambulancedienst Programma BRW Programma R&C Overhead Totaal lasten (* €1.000) Programma Ambulancedienst Programma BRW Programma R&C Overhead Totaal baten (* € 1.000) Resultaat voor bestemming (* €1.000) Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na bestemming (* € 1.000)

1e BW 2025 63.754 104.575 15.685 32.725 216.739 68.512 130.884 17.570 82 217.049 310 -864 1.741 1.187

2026

2027

2028

2029

73.556 107.870 14.380 34.670 230.475 78.445 135.443 16.740 85 230.713 238 -1.034 796 -

73.556 108.318 14.380 34.670 230.923 78.445 135.654 16.740 85 230.924 -859 859 -

73.556 108.531 14.380 34.670 231.136 78.445 135.866 16.740 85 231.136 -619 618 -

73.556 108.531 14.380 34.670 231.136 78.445 135.866 16.740 85 231.136 -619 619 -

In 2026 wordt een resultaat na bestemming van per saldo 0 verwacht. De jaren daarna is de begroting in evenwicht. Incidentele baten en lasten (incl. mutaties 1e BW 2025 bestemmingsreserves) Totale lasten begroting 216.739 Lasten opvang ontheemden Oekraine 400 Totaal incidentele lasten 400 Totaal Structurele lasten 216.339 Totale baten begroting 217.049 Baten opvang ontheemden Oekraine 400 Totaal Incidentele baten 400 Totaal structurele baten 216.649 Resultaat (* € 1.000) 310 Toevoeging aan reserve -864 Onttrekking aan reserve 1.741 Begrotingssaldo na bestemming 1.187 Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) 877 Structureel saldo (* € 1.000) 310

2026

2027

2028

2029

230.475

230.923

231.136

231.136

230.475 230.713

230.923 230.924

231.136 231.136

231.136 231.136

230.713 238 -1.034 796 -238 238

230.924 -859 1.091 232 232 -

231.136 -619 700 82 82 -

231.136 -619 1.183 564 564 -

VRR Kadernota 2026 15

5. Eigen vermogen 5.1 Weerstandsvermogen Jaarlijks worden de geraamde risico’s (met een financiële consequentie) geactualiseerd. Voor de begroting 2026 worden deze risico’s wederom herijkt. Dit betekent dat, bij de berekening van het weerstandsvermogen, ook in de begroting 2026 met een zo actueel mogelijke raming van de financiële implicatie kan worden gewerkt. Bij het opstellen van de begroting 2026 zal goed gekeken worden welke risico’s opgenomen worden in de risicoparagraaf en wat de mogelijke beheersmaatregelen voor deze risico’s zijn. Voor het vaststellen van de weerstandscapaciteit heeft het bestuur op 11 september 2024 besloten om de norm voor de weerstandsratio aan te passen. Bij gemeenschappelijke regelingen staan gemeenten garant voor de financiële tekorten die ontstaan door hogere uitgaven, financiële risico’s of andere onvoorziene omstandigheden van de gemeenschappelijke regeling. Het aanhouden van een algemene reserve zorgt voor (financiële) stabiliteit van de gemeenschappelijke regeling. Het is wél van belang om deze niet onnodig groot te maken om te voorkomen dat het geld stilligt en hierdoor niet door de deelnemende gemeenten/andere stakeholders ingezet kan worden. De norm voor de weerstandsratio is daarom aangepast naar een bandbreedte tussen de 0,5 – 0,8.

Daarnaast is besloten om bij de risico analyse uit te gaan van de netto risico’s en deze op te splitsen naar de drie grootste stakeholders (Gemeenten, het Rijk en de zorgverzekeraars).

5.2 Liquiditeitspositie Met de liquiditeitsplanning is de organisatie in staat om voor de komende jaren de vermogensbehoefte op de kapitaalmarkt in te schatten. De investeringen hebben daarbij een grote impact. Op basis van de actuele investeringsprognose zal worden bekeken in hoeverre voor het jaar 2026 extra vreemd vermogen nodig is. Op basis van de huidige verwachtingen wordt rekening gehouden met een aan te trekken langlopende lening van €5 mln.

5.3 Reserves en voorzieningen De ‘Nota reserves en voorzieningen’ is de leidraad bij de waardering van de voorzieningen en (bestemmings-)reserves voor de begroting 2026.

VRR Kadernota 2026 16

6. Beleidsontwikkelingen Algemeen Het jaar 2026 is het laatste jaar van het VRR-meerjarenbeleidsplan waarin de ontwikkelagenda centraal staat. Vanuit de ontwikkelagenda krijgt de VRR extra middelen, zodat de VRR de basis weer op orde heeft. Hiermee is zij voorbereid op de nieuwe ontwikkelingen die voortkomen uit de verdere digitalisering van de maatschappij, de klimaat- en energietransitie en verdere verstedelijking en kan de VRR zich nu en in de toekomst onverminderd inzetten voor de veiligheid van de inwoners van Rotterdam-Rijnmond. In 2024 hebben de colleges van B&W van de deelnemende gemeenten aan het bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond gevraagd om de beschikbare middelen voor 2025 en verder nog efficiënter en effectiever in te zetten en met voorstellen voor bezuinigingen te komen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 februari 2025 is besloten dat voor 2026 definitief 4% bezuinigd moet worden. Dit zal in de gemeentelijke bijdrage van 2026 verwerkt worden. De Algemeen Directeur heeft de opdracht gekregen om de bezuiniging in te vullen en het Algemeen Bestuur hier periodiek over te informeren. Hierbij is aangegeven dat de bezuinigingen niet ten koste mogen gaan van de brandweerzorg. Professionalisering bevolkingszorg Binnen crisisbeheersing zijn de taken voor bevolkingszorg als volgt gedefinieerd: -

Crisiscommunicatie verzorgen. Opvang en verzorging van de bevolking. Voorbereiden van de nafase ten behoeve van de getroffen gemeente(n). Coördineren van het informeren van verwanten van slachtoffers. Adviseren van het Regionaal Operationeel Team. Coördineren van de registratie van slachtoffers en schade(gevallen).

Zowel op landelijk als regionaal niveau is er de wens om dit proces verder te versterken en te werken aan een toekomstbestendige bevolkingszorg die ook nieuwe soorten crises aankan. Om hieraan invulling te geven is op verzoek van de bestuurlijke portefeuillehouder voor bevolkingszorg in Rotterdam-Rijnmond het programma Versterking en doorontwikkeling Bevolkingszorg gestart. Dit programma heeft als ambitie: “Het versterken van Bevolkingszorg door het realiseren van een hoogwaardige en toekomstbestendige gemeentelijke crisisorganisatie in onze regio om zo blijvend passende zorg aan en met de inwoners te kunnen leveren. Hierbij werken de gemeenten binnen RotterdamRijnmond op regionaal niveau samen waar het kan en wordt op lokaal niveau versterkt waar het moet. Bevolkingszorg is en blijft daarbij een volwaardige partner van de hulpdiensten binnen de steeds veranderende maatschappelijke context. “ Deze ambitie wordt gerealiseerd aan de hand van vier doelstellingen die eerder al in het beleidsplan van de VRR als belangrijke thema’s zijn benoemd: 1. Betere regionale samenwerking en coördinatie 2. Robuustere meer hybride organisatievorm 3. Sterkere kolom Bevolkingszorg 4. Duidelijkere positie en proces crisiscommunicatie Het programma zal ook regionale invulling geven aan de adviezen uit het landelijke project Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg.

In een later stadium zal deze taakuitbreiding voor besluitvorming worden voorgelegd aan het bestuur.

VRR Kadernota 2026 17

Doorontwikkeling GHOR Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen Deze uitdagingen zijn cruciaal om het openbaar bestuur goed in positie te brengen en te houden tijdens een crisis. Ze zijn ontstaan door veranderingen in wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheids- en gezondheidszorgdomein. Er zal extra aandacht worden besteed aan het thema zorgcontinuïteit en risicobeheersing zoals de implementatie van de zorgrisicoprofielen. De Coronacrisis heeft aangetoond dat het belangrijk is voor het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in continuïteit van de zorgketen. Dit moet worden verankerd in de reguliere organisatie van de GHOR door onder andere te focussen op netwerkmanagement en informatievoorziening. Deze taakuitbreiding zal in een later stadium voor besluitvorming worden voorgelegd aan het bestuur. Geopolitieke ontwikkelingen en een Weerbare samenleving De afgelopen jaren zijn de geopolitieke verhoudingen in de wereld verschoven wat aanzienlijke gevolgen heeft voor Nederland. Dit vraagt om aanpassingen op internationaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau. Tijdens de thematische bijeenkomst van het Algemeen Bestuur op 16 oktober 2024 stonden de thema’s geopolitieke dreigingen en een weerbare samenleving centraal.

Hierbij werd benadrukt dat de Veiligheidsregio’s zich moeten voorbereiden op verschillende scenario’s. Het is duidelijk dat de Veiligheidsregio’s een cruciale rol spelen in het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving, zowel in de uitvoering als in de coördinatie tussen alle betrokken partijen. Verwacht wordt dat in de komende jaren hier een opdracht voor de VRR uit voortkomt die aanzienlijk capaciteit, tijd en middelen zal vergen. Daarnaast is tijdens de bijeenkomst de wens uitgesproken om intensief met elkaar te oefenen op dit onderwerp, wat eveneens extra capaciteit zal vereisen.

VRR Kadernota 2026 18

7. Procedure De kadernota is de eerste stap bij het opstellen van de begroting 2026. Hierin worden de financiële en beleidsmatige kaders vastgelegd voor de begroting 2026. Na de behandeling van de kadernota in het Algemeen Bestuur wordt deze ter informatie aan de gemeenten gezonden. Op basis van de kadernota wordt de programmabegroting 2026 opgesteld. De programmabegroting zal op 23 april 2025 in het Dagelijks Bestuur behandeld worden en daarna aan de gemeenten gezonden worden voor de zienswijzeprocedure. De zienswijzeprocedure loopt van 25 april 2025 tot en met 18 juli 2025. Op 12 mei 2025 wordt een informatiebijeenkomst voor gemeenten georganiseerd, waarin vragen gesteld kunnen worden over de begroting 2026. Na de zomer zal op 10 september 2025 de begroting in het Algemeen Bestuur ter vaststelling worden voorgelegd.

VRR Kadernota 2026 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15384930/1