CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

39. Minima effectrapportage NIBUD

Gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst van Ingekomen stukken ( 1 t/m 42)15.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Gitte van den Enden, Sanne Lamers

16 mei 2025

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Auteurs Gitta van den Enden Sanne Lamers

Nibud, 16 mei 2025 In opdracht van de gemeente Nissewaard

Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld. Daarbij spelen gedragsaspecten een belangrijke rol. Daarmee kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: direct voor het publiek (via onze websites, (sociale) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen en de helpdesk), via onderwijs/educatie door derden en door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop.

Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Nissewaard. Met dit onderzoek wil de gemeente Nissewaard inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid. Utrecht, mei 2025

Inhoud 1 Inleiding .................................................................................................................... 5 1.1 Centrale vraag ......................................................................................................... 5 1.2 Kern minima-effectrapportage .................................................................................... 5 1.2.1 Huishoudtypen ......................................................................................................... 5 1.2.2 Inkomensniveaus ..................................................................................................... 5 1.2.3 Armoedeval ............................................................................................................. 6 1.2.4 Voorbeeldhuur ......................................................................................................... 6 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................... 6 2 Onderzoeksmethode: begrotingen ................................................................................. 7 2.1 Inleiding ................................................................................................................. 7 2.2 Inkomsten...............................................................................................................

7 2.3 Uitgaven: Basispakket & Sociale participatie ................................................................. 8 2.4 Uitgavensoorten ....................................................................................................... 9 2.5 Voorwaarden aan de begrotingen ............................................................................... 9 2.6 De begrotingen ....................................................................................................... 10 3 Minimabeleid ............................................................................................................. 11 3.1 Landelijk beleid ....................................................................................................... 11 3.2 Lokaal minimabeleid ................................................................................................ 14 3.2.1 Lokaal kwijtscheldingsbeleid ..................................................................................... 14 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering .................................................................. 14 3.2.3 Individuele Inkomenstoeslag ..................................................................................... 15 3.2.4 Energiebijdrage en recht op gratis openbaar vervoer ....................................................

15 3.2.5 Rotterdampas ......................................................................................................... 16 3.2.6 Particuliere fondsen ................................................................................................. 16 3.2.7 Bijzondere bijstand .................................................................................................. 17 3.2.8 Kinderopvang en peuterspeelzaal............................................................................... 18 4 Resultaten................................................................................................................. 19 4.1 Bestedingsruimte per huishoudtype ........................................................................... 19 4.2 Armoedeval ............................................................................................................ 21 4.3 Huishoudens met langdurig een laag inkomen ............................................................. 21 5 Extra berekeningen – doorrekening aanpassing armoedebeleid ......................................... 23 5.1 Aanpassingen beleid - gekozen optie .......................................................................... 23 5.2 Bestedingsruimte met aanpassing armoedebeleid ........................................................

23 6 Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................ 26 6.1 Voorwaarden .......................................................................................................... 26 6.2 Bestedingsruimte en armoedeval ............................................................................... 26 6.3 Aanbevelingen ........................................................................................................ 27 Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven ............................................................................... 33 Bijlage 2 | Begrotingen ................................................................................................... 36

1 Inleiding 1.1

Centrale vraag

Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Nissewaard? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente goed profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk. Daarnaast is vervolgens bekeken wat het effect zal zijn van een aantal door de gemeente voorgestelde bezuinigen.

1.2

Kern minima-effectrapportage

Om tot een antwoord te komen op de centrale vraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen wordt in een begroting afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen. 1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Nissewaard is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: 1. Een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd; 2. Een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd; 3. Een eenoudergezin met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 4. Een eenoudergezin met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 5. Een paar zonder kinderen onder de AOW-gerechtigde leeftijd; 6. Een paar vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd; 7. Een paar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 8. Een paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar). 1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus.

In overleg met de gemeente Nissewaard is in dit rapport gekozen om begrotingen op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstands-/AOW-niveau en voor 120, 130 en 150 procent van de bijstandsnorm.

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 5

1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen minder overhoudt dan hetzelfde huishouden met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een dergelijke armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen, bij: • uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk, werkloosheidsval of uitstroomval; • in werksituatie als er meer wordt verdiend, doorstroomval. Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere vrije bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen. 1.2.4 Voorbeeldhuur Uit het Woononderzoek Nederland (WoON) van het CBS blijkt dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in deze rapportage van uit dat de voorbeeldhuishoudens in een huurwoning wonen. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijzen in dit onderzoek zijn vastgesteld in overleg met de gemeente.

Hierbij sluiten we aan bij de wetgeving rondom passend toewijzen. Sinds 1 januari 2016 moeten woningcorporaties bij het toewijzen van sociale huurwoningen voldoen aan de passendheidsnorm. Dat betekent dat de woningcorporaties hun sociale huurwoningen moeten verhuren aan woningzoekenden met een inkomen dat volgens de wet 'past' bij de huurprijs (huur op de aftoppingsgrens). Zo wordt voorkomen dat mensen met de laagste inkomens in te dure huurwoningen gaan wonen, en andersom. De huren volgens het passend toewijzen zijn in 2025 € 682 voor één- of tweepersoonshuishoudens en € 731 voor huishoudens met drie of meer personen.

1.3

Leeswijzer

Het rapport is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen. In hoofdstuk 4 worden de resultaten weergegeven: Wat is de bestedingsruimte van de onderzochte huishoudtypen? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van deze huishoudens? In hoofdstuk 5 worden de resultaten ten aanzien van de door de gemeente voorgestelde bezuinigingen gerapporteerd. Ten slotte staan in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen van het rapport. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en staan de begrotingen per huishoudtype naar inkomen.

6

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1

Inleiding

Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor verschillende huishoudtypen op verschillende inkomensniveaus. Hierbij gaan we ervan uit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Wel wordt duidelijk in hoeverre een groep huishoudens een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder huishoudens met lage inkomens.1

2.2

Inkomsten

In deze rapportage worden op vier inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstands-/AOW-/AIO-niveau), 120 procent, 130 procent en 150 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsniveau wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 sub c. Gemiddelde maandbegrotingen De begrotingen die gepresenteerd worden in dit rapport zijn gemiddelde maandbegrotingen. In die begrotingen wordt het totaal besteedbaar maandinkomen weergegeven. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderbijslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget en vakantietoeslag. De vakantietoeslag wordt meestal niet maandelijks uitgekeerd en de kinderbijslag wordt een keer per kwartaal uitbetaald. In de begrotingen zijn die bedragen opgenomen als gemiddelde maandbedragen. De toeslagen die worden getoond in de begrotingen zijn afhankelijk van het belastbare inkomen. Bij elk inkomensniveau hebben we het belastbare inkomen berekend dat bij het netto inkomen hoort. Hierbij hebben we rekening gehouden met de heffingskortingen, waaronder de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Voor paren wordt er uitgegaan van een situatie waarin slechts een van beide partners werkt.

Deze eenverdienerssituatie is de minst gunstige situatie. Als beide partners werken, dan hebben zij bij hetzelfde bruto inkomen een hoger netto inkomen dan ____________________ 1

https://dashboards.cbs.nl/v5/SchuldenproblematiekInBeeld/

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 7

eenverdieners. Dat komt doordat beide partners dan recht hebben op heffingskortingen. Dat betekent ook dat we in dit rapport voor paren met kinderen tot 12 jaar geen rekening hebben gehouden met de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Als beide ouders werken, dan hebben zij daar wel recht op en ziet de inkomenssituatie er iets beter uit dan in de begrotingen in dit rapport. In de begrotingen is geen rekening gehouden met eigen vermogen of eventuele inkomsten daaruit. Ook is er geen rekening gehouden met inkomsten of betalingen vanwege alimentatie. Op welke manier de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2. In het onderzoek wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn, zowel de landelijke als de gemeentelijke regelingen.

2.3

Uitgaven: Basispakket & Sociale participatie

De noodzakelijke uitgaven vullen we in via een basispakket waarvan een pakket voor sociale participatie een onderdeel vormt. Het basispakket bestaat uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Het basispakket is op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. De pakketten bestaan uit relatief goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We houden geen rekening met tweedehands artikelen. De pakketten zijn vastgesteld in samenwerking met andere deskundigen. Zo bestaat het voedingspakket uit gezonde voeding zoals vastgesteld door het Voedingscentrum. Sociale participatie Als voorbeeld heeft het Nibud een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. Dit pakket is opgesteld in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Sociale participatie wordt door velen als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid. De uitgaven voor sociale participatie staan beschreven in bijlage 1.

Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen persoonlijk moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid. Deze uitgaven worden in dit rapport niet meegenomen. In de begrotingen is ook geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als onvermijdbaar. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven.

8

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

Mensen die werken maken extra kosten ten opzichte van niet werkenden. Deze kosten zijn meegenomen in het basispakket als aparte post bij een inkomen vanaf 120 procent van het toepasselijk minimum.

2.4

Uitgavensoorten

In alle begrotingen onderscheidt het Nibud drie soorten uitgaven: • Vaste lasten. Dit zijn periodiek terugkerende uitgaven, waarbij het bedrag veelal elke periode hetzelfde is. Vaak is er een contract afgesloten voor deze uitgaven. Bijvoorbeeld de huur, energie of verzekeringen. • Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet iedere maand terugkomen. De bedragen voor de verschillende reserveringsuitgaven zou een huishouden in principe maandelijks opzij moeten zetten om deze onregelmatige uitgaven direct te kunnen betalen. Het gaat bijvoorbeeld om witgoed, kleding of de reservering voor het eigen risico. • Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn regelmatig terugkerende uitgaven, waarvan het bedrag per keer (per aankoopbeurt) verschilt. Bijvoorbeeld de dagelijkse boodschappen. Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk.

2.5

Voorwaarden aan de begrotingen

In de begrotingen wordt gerekend met minimale bedragen. Naast de cijfermatige kant moet daarom rekening worden gehouden met drie belangrijke voorwaarden bij interpretatie van de uitkomsten. 1. Zeer goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Tegelijkertijd zien we dat huishoudens soms bewust afzien van het gebruik van inkomensondersteuning, omdat zij angst hebben dat zij het gekregen geld weer terug moeten betalen, zeker sinds het toeslagenschandaal. Ook hier moet aandacht voor zijn.

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 9

3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge persoonlijk onvermijdbare uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op overige uitgaven. In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, zoals ze in dit rapport zijn opgesteld, ontstaat het gevaar dat er ook bezuinigd wordt op noodzakelijke uitgaven. Dit kan er toe leiden dat er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen, dat rekeningen niet meer betaald worden waardoor schulden ontstaan of dat gezondheidsbedreigende omstandigheden ontstaan. Deze voorwaarden zijn voor een deel te vangen in competenties voor goed financieel beheer. Het gaat hierbij niet alleen om vaardigheden, maar ook om gedragsaspecten. Daarom is inkomensondersteuning alleen niet voldoende. Het is ook belangrijk om ondersteuning op het gebied van het aanleren van vaardigheden te bieden, aangevuld met ondersteuning die rekening houdt met min of meer individuele gedragsaspecten.

2.6

De begrotingen

Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2.

10

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

3 Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod.

3.1

Landelijk beleid

Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke uitkeringen, de landelijke heffingskortingen, de landelijke toeslagen en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. In 2025 zijn er op dit terrein een aantal onderdelen aangepast die van invloed zijn op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen. Het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen zijn met ruim 5 procent verhoogd naar aanleiding van de hoge inflatie van de afgelopen jaren. Ook de toeslagen zijn aangepast: • Het kindgebondenbudget is iets omhoog gegaan, het maximale bedrag per kind gaat € 6 per maand omhoog voor ieder kind. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders gaat € 7 per maand omlaag; • De huurtoeslag verandert zodat alle meerpersoonshuishoudens ook een deel van de huur boven de aftoppingsgrens vergoed krijgen (40 procent) net als al voor alleenstaanden en ouderen het geval is; • De maximale zorgtoeslag stijgt met ongeveer € 8 per maand per persoon. Daar staat tegenover dat de premie basiszorgverzekering gemiddeld met € 10 per maand zal stijgen. Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Door de heffingskorting betalen zij minder belasting.

Er zijn verschillende heffingskortingen: • Algemene heffingskorting: voor iedereen vanaf 18 jaar die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt. • Arbeidskorting: voor iedereen die betaald werk doet, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt. • Inkomensafhankelijke combinatiekorting: voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouders of aan de minstverdienende fiscale partner. • Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden. Tabel 1: Landelijke heffingskortingen in bedragen per jaar Algemene heffingskorting Arbeidskorting Inkomensafhankelijke combinatiekorting Ouderenkorting Alleenstaande ouderenkorting

Onder AOW-leeftijd Vanaf AOW-leeftijd

2025 € 3.068 € 1.536 € 5.599 € 2.986

2024 € 3.362 € 1.735 € 5.532 € 2.950

€ 2.035 € 531

€ 2.010 € 524

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 11

Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren, bijvoorbeeld inkomen of vermogen. Bij het inkomen wordt verwezen naar het toetsingsinkomen, ook wel verzamelinkomen genoemd. Dit bestaat uit: inkomen uit werk en woning (box 1), inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en inkomen uit sparen en beleggen (box 3). De volgende toeslagen (2025) zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens: Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Naast de inkomensgrens is er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. Hoe lager het toetsingsinkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. Tabel 2: Zorgtoeslag bedragen Zorgtoeslag Inkomensgrens alleenstaand Inkomensgrens paar Vermogensgrens alleenstaand Vermogensgrens paar Maximaal maandbedrag alleenstaand Maximaal maandbedrag paar

2025 € 39.719 € 50.206 € 141.896 € 179.429 € 131 € 250

2024 € 37.496 € 47.368 € 140.213 € 177.301 € 123 € 236

Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het toetsingsinkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. De vermogensgrens voor de huurtoeslag is per persoon. Huishoudens krijgen boven de minimale basishuur2 volledige huurtoeslag tot aan de kwaliteitskortingsgrens. Vanaf deze huur wordt 65 procent vergoed, tot aan de aftoppingsgrens. Daarboven ontvangen huishoudens nog 40 procent huurtoeslag tot aan de maximale huurgrens. De verschillende huurgrenzen zijn in tabel 3 opgenomen. Tabel 3: Huurtoeslag bedragen Huurtoeslag Vermogensgrens per persoon Kwaliteitskortingsgrens Aftoppingsgrens huurtoeslag 1p en 2p Aftoppingsgrens huurtoeslag 3p of meer Maximale huurgrens

2025 € 37.395 € 477,20 € 682,96 € 731,93 € 900,07

____________________ 2

De minimale basishuur is inkomensafhankelijk en bedraagt voor alleenstaanden € 199,05 en voor

meerpersoonshuishoudens € 197,24. Bij een hoger inkomen wordt de basishuur hoger.

12

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

2024 € 36.952 € 454,47 € 650,43 € 697,07 € 879,66

Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en voor de peuterspeelzaal. Informele opvang door familie of kennissen valt hier niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. Tabel 4: Kinderopvangtoeslag bedragen per uur Kinderopvangtoeslag Maximale vergoeding dagopvang Maximale vergoeding buitenschoolse opvang

2025 € 10,71 € 9,52

2024 € 10,25 € 9,12

Kindgebonden budget Huishoudens met kinderen jonger dan 18 jaar kunnen in aanmerking komen voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. Er geldt een inkomensgrens (waarbij gekeken wordt naar het toetsingsinkomen). Na de inkomensgrens wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. Het maximale bedrag per kind bedraagt € 209,25 per maand. Huishoudens met kinderen van 12 jaar of ouder, krijgen een extra bedrag per jaar. De maximale bedragen zijn: • tussen de 12 en 16 jaar: maximaal € 58,58 extra per kind per maand; • tussen de 16 en 17 jaar: maximaal € 78,00 extra per kind per maand. Alleenstaande ouders krijgen nog een extra bedrag: maximaal € 282,42 per maand per huishouden. Tabel 5: Kindgebonden budget Kindgebondenbudget Inkomensgrens alleenstaande Inkomensgrens paar

2025 € 28.406 € 37.545

2024 € 26.819 € 35.849

Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind en onafhankelijk van het inkomen. Tabel 6: Kinderbijslag per kwartaal Kinderbijslag 0 – 6 jaar 6 – 12 jaar 12 – 18 jaar

2025 € 286,45 € 347,83 € 409,21

2024 € 279,49 € 339,38 € 399,27

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 13

3.2

Lokaal minimabeleid

Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Nissewaard voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. Deze regelingen komen in de volgende paragrafen aan bod. Ook wordt aangegeven hoe het lokale minimabeleid is verwerkt in de begrotingen.

3.2.1 Lokaal kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Nissewaard kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing en de hondenbelasting. In dit minima-onderzoek gaan we ervan uit dat het huishouden geen hond heeft. De gemeente toetst bij het vaststellen van de kwijtschelding aan 100 procent van de norm op grond van de Participatiewet. Dat wil zeggen dat afhankelijk van het vermogen, huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau in principe geen gemeentelijke heffingen hoeven te betalen, behalve voor het variabele deel. Bij een inkomen boven bijstandsniveau wordt de betalingscapaciteit berekend door het inkomen te verminderen met het norminkomen. Er vindt een correctie plaats voor eigen uitgaven aan huur en voor nominale ziektekostenpremies. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang en om voor AOW’ers uit te gaan van de netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen. De gemeente Nissewaard houdt geen rekening met de kosten voor kinderopvang bij de bepaling van de betalingscapaciteit, maar maakt wel gebruik van de mogelijkheid om uit te gaan van de verhoogde norm voor AOW’ers. Tabel 7: Gemeentelijke- en waterschapsheffingen (tarieven 2025)

Bedrag Gemeente Afvalstoffenheffing

Waterschap Zuiveringsheffing

Watersysteemheffing Wegenheffing

Eengezinswoning Stapelwoning (flat etc.)

€ 396,80 € 305,80

1 persoon 2 personen of meer

€ 85,57 € 256,71

Per woning Per huishouden

€ 134,13 € 23,04

Bij het waterschap Hollandse Delta is kwijtschelding mogelijk voor de zuiveringsheffing en de watersysteem- en wegenheffing ingezetenen. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap, net zoals de gemeente, de norm van 100 procent van de toepasselijke norm. Gemeente en waterschap berekenen de betalingscapaciteit (en daarmee de kwijtschelding) apart. 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Voor inwoners met een laag inkomen biedt de gemeente Nissewaard een collectieve zorgverzekering aan van CZ Zorgverzekeringen.

14

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

Inwoners kunnen kiezen uit een vaste basisverzekering met drie verschillende aanvullende pakketten: Gemeenten Start, Gemeenten Extra en Gemeenten Extra uitgebreid. Deze laatste pakketten zijn duurder, maar kennen meer en hogere vergoedingen. Ook is de collectiviteitskorting en de gemeentelijke bijdrage (inclusief vergoeding van het eigen risico bij pakket Uitgebreid) bij deze laatste pakketten hoger, waardoor de besparing hoger uitvalt. Tabel 8: Premie en bijdrage collectieve zorgverzekering gemeente Nissewaard 2025 Gemeenten Start Gemeenten Extra Gemeenten Uitgebreid Premie (basis en € 159,99 € 212,39 € 223,84 aanvullend) Collectiviteitskorting € 1,93 € 3,67 € 4,47 Gemeentelijke bijdrage € 15,00 € 30,00 € 13,00* Premie € 170,61 € 178,72 € 206,37 *hierbij ook vergoeding volledige eigen risico

Om voor de gemeentepolis in aanmerking te komen, hanteert de gemeente Nissewaard een inkomensgrens van 120 procent van de geldende bijstandsnorm. Er geldt geen vermogensgrens. Bij inkomens boven 120 procent gaan we uit van een gemiddelde basisverzekering plus aanvullende verzekering. In de gemeente Nissewaard wordt pakket Gemeente Extra het meest gebruikt. Daarom rekenen we in dit onderzoek met dit pakket. De kosten van de premie zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgavenpost “zorgverzekering”. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.

3.2.3 Individuele Inkomenstoeslag De individuele Inkomenstoeslag (IIT) in de gemeente Nissewaard is bedoeld voor huishoudens vanaf 21 jaar tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd, die 24 maanden of langer een inkomen hebben dat niet hoger is dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm en die geen zicht hebben op en inkomensverbetering in de toekomst. De toeslag bestaat uit een bedrag met een eventuele aanvulling voor kinderen. Het bedrag is voor alle huishoudens gelijk, te weten: € 250 per jaar. Voor huishoudens met kinderen van 4 tot en met 17 jaar, waarvoor men kinderbijslag ontvangt, geldt dat een extra bedrag van € 300 per kind per jaar. Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag in een aparte tabel gepresenteerd.

3.2.4 Energiebijdrage en recht op gratis openbaar vervoer De gemeente Nissewaard biedt inwoners met een AOW-leeftijd en een langdurig laag inkomen een tegemoetkoming in de energielasten. Het inkomen van het huishouden mag niet hoger zijn dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm. Per huishouden is het een bedrag van € 250 per jaar.

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 15

Inwoners die recht hebben op een energiebijdrage, hebben automatisch ook recht op gratis openbaar vervoer in het regionale vervoer (RET/EBS). Voor huishoudens die geen energiebijdrage wilden ontvangen en er wel recht op hadden, geldt dat ze een aanvraag kunnen doen voor alleen het gratis openbaar vervoer. Ook inwoners met een AOW-leeftijd die niet langdurig een laag inkomen hebben recht op gratis openbaar vervoer. De energieregeling wordt verwerkt in de uitgavenpost “energie” en de resultaten worden weergegeven in de tabellen waarin ook de IIT is verwerkt, vanwege de eis van het langdurige lage inkomen. De gratis openbaar vervoer regeling wordt verwerkt in de post “vervoer” en de resultaten worden weergegeven in de tabellen de standaard tabellen (waarin nog niet de IIT is verwerkt), er geldt geen langdurige lage inkomenseis.

3.2.5 Rotterdampas Inwoners van Nissewaard met een laag inkomen krijgen korting op de aanschaf van de Rotterdampas. Het inkomen van het huishouden mag niet hoger zijn dan 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Voor volwassen geldt een aanschafbedrag van € 5 in plaats van € 65 en voor kinderen tot en met 17 jaar is de pas gratis (in plaats van € 20). Met de Rotterdampas zelf kunnen huishoudens met korting of soms gratis naar een activiteit. Voor de sociale participatie van een huishouden is dit een belangrijk voordeel. In de begroting is een dergelijk voordeel niet concreet door te rekenen, vanwege de diversiteit aan activiteiten en ook vanwege de soms extra kosten die ermee gemoeid zijn, zoals bijvoorbeeld reiskosten naar het betreffende uitje of kosten voor consumpties op de bestemming. Een gemiddelde besparing is daarmee moeilijk te geven. Daarom zijn in de begrotingen de voordelen van de Rotterdampas niet doorgerekend. Wel is er meer mogelijkheid voor participeren tegen een lager bedrag voor de rechthebbende huishoudens.

3.2.6 Particuliere fondsen Naast het minimabeleid van de gemeente kunnen inwoners van Nissewaard met een laag inkomen ook gebruikmaken van vergoedingen via particuliere stichtingen en fondsen, te weten de Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport & Cultuur. Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden Via de Stichting Leergeld zijn diverse vergoedingen mogelijk van de daadwerkelijke kosten voor kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar, die zijn ingeschreven bij de gemeente Nissewaard. Er geldt een inkomensgrens van 150 procent van de geldende bijstandsnorm voor de volgende vergoedingen: • Voor kinderen op de middelbare school tot en met 17 jaar is per kind een laptopvergoeding beschikbaar van € 450. Is de laptop voor school niet verplicht dan geldt een eigen bijdrage van € 50. In de berekeningen gaan we van die laatste niet uit. De vergoeding voor de laptop wordt verrekend met de post “onderwijs”. • Voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar stelt Leergeld een fiets beschikbaar. Voor een nieuwe is dit één keer per 5 jaar en voor een tweedehands geldt dit per 3 jaar. Wij gaan in onze berekeningen uit van een nieuwe fiets, omdat van een

16

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

•

•

tweedehandse geen levensduur is vast te stellen. Er geldt een eigen bijdrage van € 25 per fiets, en er is per kind een fietsvergoeding beschikbaar van € 290. De vergoeding wordt verrekend met de post “vervoer”. Voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar biedt Leergeld een Schoolspullenpas aan. Hierop staat een bedrag van € 45 en kan worden gebruikt bij een specifieke lijst met winkels zowel fysiek als online. We verrekenen deze vergoeding met de post “onderwijs”. Voor alle kinderen van 0 tot en met 17 jaar biedt Leergeld de Kindpas aan. Hierop staat een bedrag van € 75 en dat kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld kleding, schoenen en boeken. De specifieke lijst met winkels zowel fysiek als online, is heel ruim. We verrekenen deze vergoeding met de post “kleding”.

Jeugdfonds Sport & Cultuur Zuid-Holland

Via het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn diverse vergoedingen mogelijk van de daadwerkelijke kosten voor kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar, die zijn ingeschreven bij de gemeente Nissewaard. Er geldt een inkomensgrens van 150 procent van de geldende bijstandsnorm voor de volgende vergoedingen: • Voor kinderen worden zwemlessen vergoed voor het behalen van diploma A en van diploma B/C. Voor diploma A is de vergoeding € 530 en voor B/C is het € 250. • Voor kinderen is er een vergoeding voor sporten van € 225 per jaar of voor een culturele activiteit van maximaal € 450 per jaar. Er geldt een eigen bijdrage van € 80 voor de gehele periode per kind. In de begrotingen is onder de post “sociale participatie” een bedrag opgenomen voor contributies en abonnementen voor sportieve en culturele activiteiten (zie bijlage 1). Dit bedrag wordt verrekend met de post “sociale participatie”.

3.2.7 Bijzondere bijstand De gemeente Nissewaard verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. Hierbij wordt rekening gehouden met draagkracht. Bij een inkomen tot en met 110 procent van de geldende bijstandsnorm wordt geen draagkracht verondersteld. Bij een hoger inkomen wordt 100 procent van het meerinkomen als draagkracht beschouwd. Bij de berekening van de draagkracht kunnen bepaalde uitgaven in mindering worden gebracht. Er wordt dan rekening gehouden met de ontvangen landelijke toeslagen: de gemeente vergelijkt de ontvangen toeslagen met de toeslagen die huishoudens zouden ontvangen met een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm. Indien inwoners door het inkomen niet de volledige huur- en zorgtoeslag ontvangen, brengt de gemeente het verschil in mindering bij de draagkrachtberekening. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 17

3.2.8 Kinderopvang en peuterspeelzaal Kinderopvang Op grond van de Wet kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot en met de basisschoolleeftijd een tegemoetkoming krijgen voor de kosten van kinderopvang, de kinderopvangtoeslag. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. In de gemeente Nissewaard kunnen ouders in specifieke gevallen (maatwerk) bijzondere bijstand krijgen voor deze eigen bijdrage. In deze rapportage gaan wij niet uit van dergelijke specifieke omstandigheden. De kinderopvangtoeslag (via de Belastingdienst) vergoedt de kosten voor kinderopvang tot een bepaald maximum. Alleenstaande ouders met een inkomen boven bijstandsniveau zullen enkele dagen per week werken en gebruik maken van de kinderopvang voor het kind van 3 jaar. Bij 110 procent van het minimuminkomen wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij 120 en 130 procent wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang en bij een inkomen van 140 procent rekenen we met 40 uur opvang per week. Bij ieder inkomensniveau gaan we uit van 45 weken kinderopvang per jaar. Peuteropvang Een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering (die geen participatietraject volgt) hoeft geen gebruik van de kinderopvang te maken; daarom zijn in de begrotingen op 100 procent geen kosten voor kinderopvang opgenomen. Dit geldt ook voor het paar met jonge kinderen.

In dit onderzoek gaan we er, bij dit huishoudtype, van uit dat één van beide ouders werkt. Het is voor jonge kinderen goed om in contact te komen met andere kinderen. Daarom gaan we voor deze beide situaties uit van twee dagdelen per week peuteropvang. De gemeente Nissewaard subsidieert deze voorziening, ouders betalen een inkomensafhankelijke bijdrage. De basis hiervoor is de VNG-tabel. De kosten voor kinderopvang en peuteropvang zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “kinderopvang”. Voor de huishoudens die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, is dit in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.

18

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

4 Resultaten Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de berekeningen naar het effect van landelijke en lokale inkomensondersteuning op de begroting van huishoudens. De begrotingen zijn gepresenteerd in bijlage 2, hierbij zijn de inkomsten afgezet tegen de uitgaven. Het resultaat van deze begroting (inkomsten minus uitgaven) geeft het beeld weer wat het huishouden overhoudt of te kort komt als alle uitgaven zijn gedaan. Deze resultaten zijn in onderstaande tabel gepresenteerd en kunnen positieve of negatieve waarden opleveren, het huishouden houdt geld over of komt geld te kort. Als het huishouden te maken heeft met een tekort op de maandbegroting dan is dit in rood weergegeven. Dat is in de gemeente Nissewaard bij geen van de onderzochte huishoudtypen het geval. Wanneer het huishouden minder overhoudt bij een hoger inkomen in vergelijking tot één of meerdere lagere inkomens (armoedeval), dan is dit zichtbaar gemaakt via een oranje kleur. Uit de tabel valt af te lezen dat er voor een alleenstaande met een bijstandsuitkering € 96 per maand resteert nadat alle uitgaven zijn gedaan. Hierbij is rekening gehouden met alle landelijke en lokale inkomensondersteunende maatregelen. Tabel 9: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand, exclusief IIT Huishoudtype

100

120

130

150

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

96

253

387

601

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

364

522

619

786

03. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

520

603

736

984

04. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

259

394

528

797

05. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

94

330

413

543

06. paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen

411

582

704

909

07. paar met 2 jonge kinderen

324

552

635

740

08. paar met 2 oudere kinderen

91

319

402

506

4.1

Bestedingsruimte per huishoudtype

1. Alleenstaande In de gemeente Nissewaard heeft een alleenstaande met een inkomen op bijstandsniveau een positief saldo van € 96 nadat alle uitgaven uit het basispakket inclusief die aan sociale participatie zijn voldaan. Op 120 procent is het saldo een stuk hoger, namelijk € 253. Dit loopt verder op naar € 601 op 150 procent. 2. Alleenstaande oudere Ook een alleenstaande oudere heeft, nadat alle noodzakelijke zijn gedaan, geen tekorten op de maandbegroting. Met alleen een AOW-uitkering zonder aanvullend pensioen is er een bestedingsruimte van € 367 per maand. Dit loopt op naar € 786 bij 150 procent. Het maandelijkse AOW-bedrag is € 250 hoger dan de bijstand waardoor huishoudens boven de AOW-leeftijd meer bestedingsruimte hebben dan jongere huishoudens.

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 19

3. Eenoudergezin met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het eenoudergezin met twee jonge kinderen heeft voldoende inkomsten om de uitgaven inclusief die aan sociale participatie te kunnen bekostigen. Op bijstandsniveau houdt dit gezin € 520 vrij te besteden over. Op 120 procent is het saldo hoger, namelijk € 603. Dit loopt verder op naar € 984 bij 150 procent. 4. Eenoudergezin met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het eenoudergezin met twee oudere kinderen heeft op bijstandsniveau een bestedingsruimte van € 259 per maand. Het bedrag loopt op tot € 797 op 150 procent. De bestedingsruimte per maand is lager dan bij het eenoudergezin met jongere kinderen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere kosten van oudere kinderen voor onderwijs, voeding en vervoer. Daar staat tegenover dat er voor jonge kinderen eigen betalingen aan kinderopvang zijn, maar in zijn totaliteit zijn de uitgaven voor oudere kinderen hoger. Deze hogere uitgaven worden enigszins gecompenseerd door iets hogere landelijke toeslagen (kinderbijslag en kindgebonden budget). 5. Paar zonder kinderen Het paar zonder kinderen heeft op bijstandsniveau een positief saldo van € 94 per maand. Bij een inkomen van 120 procent is de bestedingsruimte € 330 per maand en dit loopt op naar € 543 op 150 procent. 6.

Ouder paar Een ouder paar met alleen een AOW-uitkering zonder aanvullend pensioen heeft een bestedingsruimte van € 417 per maand. Bij 120 procent is het saldo € 588 en op 150 procent resteert € 909 per maand. Ook hier valt het hogere AOW-bedrag op ten opzichte van de bijstandsnorm. 7. Paar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het paar met twee jonge kinderen heeft op bijstandsniveau een saldo van € 324 per maand. Dit loopt op naar € 740 bij 150 procent. Dat het paar met jonge kinderen meer ruimte heeft dan het paar zonder kinderen, komt doordat de landelijke toeslagen (kinderbijslag en het kindgebonden budget) plus de gemeentelijke ondersteuning de extra kosten van de twee jonge kinderen meer dan compenseren. 8. Paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het paar met twee oudere kinderen heeft de minste bestedingsruimte. Op bijstandsniveau is het saldo € 91, wat oploopt naar € 402 op 130 procent. Op 150 procent stijgt het saldo naar € 506. Evenals bij de eenoudergezinnen is de bestedingsruimte van paren met oudere kinderen lager dan van paren met jonge kinderen. De hogere kinderbijslag en het hogere kindgebonden budget wegen niet op tegen de hogere uitgaven die oudere kinderen met zich meebrengen aan onder meer onderwijs, voeding en kleding.

Dat het paar met oudere kinderen een lagere bestedingsruimte heeft dan het eenoudergezin heeft te maken met het feit dat een paar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. Deze kosten worden niet gecompenseerd door de hogere bijstandsnorm voor een paar, ten opzichte van de norm voor een alleenstaande (ouder).

20

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

4.2

Armoedeval

Voor elk huishoudtype zijn verschillende inkomensniveaus doorgerekend. Soms leidt een hoger inkomen tot een beperktere bestedingsmogelijkheid. Dit komt doordat landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen, zoals huurtoeslag en kindregelingen, er niet op voorhand toe leiden dat een huishouden meer te besteden heeft bij een hoger inkomen. Uitstroomval Een uitstroomval ontstaat als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op bijstandsniveau. Er zijn kosten vanwege werk toe en rechten op diverse inkomensondersteunende regelingen (gedeeltelijk) komen te vervallen In de gemeente Nissewaard doet zich dit bij het inkomen op 120 procent ten opzichte van de bijstand niet voor. Soms zien we dit bij eenoudergezinnen met 2 jonge kinderen. Deze wordt vooral veroorzaakt door de kosten voor kinderopvang en overige werkgerelateerde kosten, naast dat er geen recht meer is op volledige kwijtschelding van lokale belastingen. Bij de andere onderzochte huishoudtypen zien we ook geen uitstroomval. Het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale lasten en de werkgerelateerde kosten worden in de gemeente Nissewaard voldoende opgevangen door de stijging van het besteedbare inkomen.

Doorstroomval Van een doorstroomval is sprake als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op het voorliggende, lagere inkomensniveau, beide inkomens uit werk. In de gemeente Nissewaard doet zich dit bij geen van de onderzochte huishoudtypen en inkomensgrenzen voor. Dit komt voornamelijk doordat de meeste gemeentelijke regelingen (bijv. Stichting Leergeld en het Jeugdfonds) doorlopen tot 150 procent van het minimum. Aangezien het onderzoek inkomens tot en met 150 procent meeneemt, is een effect op hogere inkomens niet bekend.

4.3

Huishoudens met langdurig een laag inkomen

Huishoudens in de gemeente Nissewaard, die gedurende 2 jaar of langer een inkomen hebben dat niet hoger is dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm, komen in aanmerking voor de Individuele inkomenstoeslag (IIT). De oudere huishoudens komen niet in aanmerking voor de IIT, maar voor hen geldt wel de energiebijdrage en recht op gratis openbaar vervoer als ze langdurig een lager inkomen hebben. De reden dat we ook de resultaten van hen in deze tabel weergeven. In tabel 10 staan de saldi van de inkomsten min de uitgaven uitgewerkt waarbij ook rekening is gehouden met de regeling IIT en de regelingen voor de oudere huishoudens. In de tabel zien we dat de regelingen een positief effect hebben op de bestedingsruimte van huishoudens met een inkomen op de laagste 2 inkomenscategorieën.

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 21

Tabel 10: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand, inclusief IIT Huishoudtype

100

120

130

150

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

117

274

387

601

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

385

543

619

786

03. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

566

649

736

984

04. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

330

465

528

797

05. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

115

351

413

543

06. paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen

432

603

704

909

07. paar met 2 jonge kinderen

370

598

635

740

08. paar met 2 oudere kinderen

162

390

402

506

De regelingen zouden een extra armoedeval kunnen veroorzaken: een huishouden met recht op IIT of op de regelingen voor ouderen kan een hogere bestedingsruimte hebben dan een huishouden op een hoger inkomensniveau, zonder recht op IIT. In de gemeente Nissewaard is dit bij geen van de onderzochte huishoudtypen het geval. Overigens kan erover gediscussieerd worden in hoeverre er gesproken kan worden van een armoedeval wanneer het saldo inclusief IIT vergeleken wordt met een hoger inkomensniveau waar geen recht op de IIT bestaat. De IIT is immers bedoeld voor huishoudens die langdurig op het minimum leven en zeer weinig kans hebben om hun inkomen te verhogen.

22

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

5 Extra berekeningen – doorrekening aanpassing armoedebeleid De gemeente Nissewaard onderzoekt welke aanpassingen van het armoedebeleid mogelijk zijn. De effecten van de aanpassingen hebben we voor de voorbeeldhuishoudens doorgerekend. Dit hoofdstuk biedt inzicht in de gevolgen voor de bestedingsruimte van huishoudens met een laag inkomen. Op deze manier wordt duidelijk wat de financiële impact van de voorgestelde maatregelen is voor verschillende typen huishoudens.

5.1

Aanpassingen beleid - gekozen optie

Op basis van de bestedingsruimte van de huishoudens met een laag inkomen en als resultaat van de onderzochte denkrichtingen, heeft de gemeente Nissewaard gevraagd een set van specifieke beleidsaanpassing door te rekenen. Dit is gedaan ten opzichte van het huidige beleid. De volgende beleidsaanpassingen van het huidige beleid zijn doorgerekend: 1. Verlagen van IIT van € 250,- naar € 150,2. Verlagen Energiebijdrage ouderen met langdurig laag inkomen van € 250,naar € 150,3. Verlagen inkomensgrens voor de tegemoetkomingen voor Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport en cultuur te van 150 procent naar 120 procent 4. Verlagen bedrag van de Kindpas van Stichting Leergeld van € 75 per kind naar € 50 5. Verlagen van de gemeentelijke bijdrage van de collectieve zorgverzekering in pakket Extra (€ 30 naar € 15) en uitgebreid (van € 45 naar € 20) N.B. Het gratis openbaar vervoer voor AOW’ers met een langdurig laag inkomen nemen we mee. In de volgende paragraaf presenteren we de resultaten van deze doorrekeningen. Daarbij maken we onderscheid tussen de effecten exclusief en inclusief de IIT en de regelingen voor ouderen. We lichten we de belangrijkste bevindingen toe.

5.2

Bestedingsruimte met aanpassing armoedebeleid

De volgende tabellen tonen de saldi van huishoudens na doorrekening van de genoemde beleidswijzigingen uit paragraaf 5.3. Vervolgens hebben we in de tabel ook het verschil weergegeven ten opzichte van de situatie bij het huidige beleid (weergegeven in de eerder tabel 9). Hierdoor wordt duidelijk voor welke huishoudtypen de beleidsaanpassingen meer effect hebben en voor andere huishoudtypen minder.

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 23

Tabel 11: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand, exclusief IIT – beleidsaanpassing Saldo incl. aanpassing beleid Huishoudtype

Verschil t.o.v. huidige beleid (tabel 9)

100

120

130

150

100

120

130

150

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

81

238

387

601

-15

-15

0

0

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

352

504

619

786

-15

-15

0

0

03. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

500

583

703

951

-20

-20

-33

-33

04. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

240

375

447

716

-19

-19

-81

-81

05. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

64

300

413

543

-30

-30

0

0

06. paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen

387

546

704

909

-30

-30

0

0

07. paar met 2 jonge kinderen

289

517

603

708

-35

-35

-32

-32

08. paar met 2 oudere kinderen

57

285

320

424

-34

-34

-82

-82

De onderzochte aanpassingen van het armoedebeleid hebben vooral gevolgen voor gezinnen met oudere kinderen. Daar zijn de grootste negatieve verschillen te zien. Bij de huishoudens zonder kinderen zien we bij de hogere inkomens (130 en 150 procent) geen verschil met het huidige beleid. Bij alle huishoudens zien een afname van de bestedingsruimte bij de inkomens niet hoger dan 120 procent van de norm. De verlaging van de bijdrage bij de collectieve zorgverzekering is daarvan de oorzaak. Voor paren is dit verschil twee maal zo groot. De berekende maandelijkse verzekeringspremie is nu ruim hoger dan een gemiddelde landelijke verzekeringspremie (via bijv. Independer). Daar staat tegenover dat de vergoedingen van de gemeentepolis ruimer is, maar het huishouden betaalt wel elke maand duidelijk meer. Mogelijk dat niet iedere afnemer de ruimere vergoeding ook benut of gaat benutten. Een reden om als huishouden niet meer voor de collectieve zorgverzekering te kiezen. Wat betreft de huishoudens met kinderen en dan vooral de oudere kinderen, zien we dat hun bestedingsruimte aanzienlijk afneemt. Wat vooral is te zien bij inkomens rond de 130 procent en 150 procent van het sociaal minimum. Dit komt grotendeels door de verlaging van de inkomensgrens voor de vergoedingen van Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

Veel van deze voorzieningen zijn gericht op kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar. Bovendien worden bijvoorbeeld laptops specifiek voor middelbare scholieren vergoed, waardoor de impact groter is voor gezinnen met oudere kinderen dan voor gezinnen met jonge kinderen. Gezinnen met oudere kinderen hadden al een relatief lagere bestedingsruimte ten opzichte van gezinnen met jongere kinderen. Door de voorgestelde beleidsaanpassingen wordt dit verschil verder vergroot.

24

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025

De volgende tabel toont de saldi van huishoudens na doorrekening van de beleidsaanpassing, als rekening is gehouden met de IIT en de regelingen voor ouderen. Omdat punten 1 en 2 uit paragraaf 5.1 direct betrekking hebben op de IIT, zijn de effecten op de bestedingsruimte (de negatieve verschillen) hier bij de laagste 2 inkomenscategorieën (100 en 120 procent van de norm) groter dan in de tabel zonder IIT (tabel 11).

Tabel 12: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand, inclusief IIT – beleidsaanpassing Saldo incl. aanpassing beleid Huishoudtype

Verschil t.o.v. huidige beleid (tabel 10)

100

120

130

150

100

120

130

150

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

93

250

387

601

-24

-24

0

0

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

364

522

619

786

-21

-21

0

0

03. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

538

621

703

951

-28

-28

-33

-33

04. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

269

404

447

716

-28

-28

-81

-81

05. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

76

312

413

543

-39

-39

0

0

06. paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen

399

570

704

909

-33

-33

0

0

07. paar met 2 jonge kinderen

327

555

603

708

-43

-43

-32

-32

08. paar met 2 oudere kinderen

119

347

320

424

-43

-43

-82

-82

De IIT is specifiek bedoeld voor huishoudens met een langdurig laag inkomen, die beperkt uitzicht hebben op inkomensverbetering. In deze tabel wordt zichtbaar dat de bestedingsruimte minder toeneemt dan bij het huidige beleid. Huishoudens met een langdurig laag inkomen hebben bij deze beleidsaanpassing in gemeente Nissewaard minder te besteden.

Minima-effectrapportage gemeente Nissewaard 2025 25

6 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van minimabeleid van de gemeente Nissewaard.

6.1

Voorwaarden

De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in dit onderzoek is gebaseerd op een drietal voorwaarden. 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan; 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft; 3. Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld huishoudens met een hogere huur dan hier opgenomen, en voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. De conclusies van dit rapport moeten met die voorwaarden in het achterhoofd geïnterpreteerd worden. Kijkend naar de voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Het gaat dus eigenlijk om de meest ideale situatie. De daadwerkelijke situatie van huishoudens kan hiervan afwijken. Om hoeveel huishoudens het gaat en in welke mate is niet bekend, hierover zijn geen gemiddelden gepubliceerd. Het Nibud adviseert de gemeente Nissewaard om actief de betreffende huishoudens te (blijven) helpen aan deze voorwaarden te kunnen voldoen.

6.2

Bestedingsruimte en armoedeval

Bestedingsruimte In de gemeente Nissewaard kunnen alle onderzochte huishoudtypen de maandbegroting rond krijgen. Voor het ene huishouden is dit eenvoudiger dan voor het andere huishouden. Deze positieve resultaten zijn opvallend gelet op de sterke inflatie, die al enige tijd aanhoudt. De koopkrachtreparaties van de afgelopen jaren doen hier duidelijk hun werk. Echter, er blijft grote onzekerheid over het verloop van alle prijzen in de komende jaren. Weten waar je financieel aan toe bent, is nodig om te kunnen begroten en uit te kunnen rekenen hoeveel budget er is voor andere uitgavenposten. Hogere inkomens hebben meer ruimte in hun begroting om te kunnen schuiven met uitgavenposten en hebben vaker een buffer om op terug te vallen. Iets wat huishoudens met een laag inkomen meestal niet hebben. In de huidige situatie is de bestedingsruimte van huishoudens onder de AOW-leeftijd zonder kinderen, en van de paren met twee oudere kinderen het laagst. Voor deze huishoudens resteert op bijstandsniveau minder dan € 100. Dit maakt deze huishoudens kwetsbaar; als deze huishoudens met hogere kosten te maken hebben dan waar we in dit onderzoek rekening mee hebben gehouden (bijvoorbeeld een hogere huur, een onzuinige woning, of zorgkosten) dan kan het positieve saldo omslaan in een tekort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15699670/1