RB 12 1 Onderlegger bij rapport
Tekst van het document
“In die tijd werd het verzet steeds grimmiger, we werden nazi’s genoemd. Daarbij hadden we de indruk, want we hebben enorm veel keukentafelgesprekken gevoerd, dat het meest intimiderende protest eigenlijk maar vanuit een klein clubje personen kwam. Maar dat had wel veel impact. Mensen durfden geen contact met ons te hebben, ook niet voor alleen maar vragen. In ieder geval niet publiekelijk. Wel bereikten ons ‘onder de radar’ vaak geluiden: ‘ik wil gewoon weten wat er gaat gebeuren. Ik weet nog niet of ik
voor of tegen moet zijn. Of zelfs ‘ik wil graag meedenken over besteding van geld voor onze regio, waar kan ik mij aanmelden’. Maar deze geluiden bleven buiten beeld voor de buitenwereld, veelal ook op verzoek van de betrokkenen.’ Er was een heel meta-sentiment ontstaan, waarin je als ontwikkelaar, maar ook als provincie of gemeente denk ik, niets constructiefs kon doen. De beeldvorming [werd] gevoed dat heel dorp wakker lag van, en woedend was op het windpark en de rijksoverheid. Terwijl ik er ook van overtuigd ben dat een deel van dorp zich ondertussen ook druk maakte over de sociale cohesie. De extreme beeldvorming is naar mijn gevoel ontstaan rondom een paar mensen, het was niet de grote massa. Daarmee hebben een paar mensen het proces naar zich toe getrokken, gegijzeld.” Sentimenten en (grimmige) acties richtten tegen landeigenaren (boeren) en regionale politici (zoals gedeputeerde Moorlag). Landeigenaren (boeren) werden onder druk gezet zich af te keren van de windparken (‘hun vrouwen worden op het schoolplein met de nek aangekeken’). Ook waren er verdergaande protestacties en incidenten (intimidaties, dreigen met geweld). “Toen had je die borden in Meeden langs de weg staan, heel Meeden stond te koop met allerlei teksten op de borden. Als gedeputeerde Moorlag kwam dan stond er een machine buiten te bulderen met windturbine geluiden.
Moorlag is soms vertrokken met stinkbommen onder zijn auto. Onder politiebegeleiding werd hij naar zijn auto geleid. Rond 2012 was dit.“110 Zulke vergaande acties konden rekenen op aanzienlijk minder draagvlak onder de bevolking en leidden ook tot afkeuring vanuit reguliere actievoerders (‘dit gaat te ver, wij distantiëren ons).“
108Genoemd door meerdere geïnterviewden, niet gespecificeerd. 109
Interview voormalig projectontwikkelaar windenergie.
110 Genoemd door meerdere geïnterviewden, niet gespecificeerd.
55
“Een aantal mensen hebben in Meeden het voortouw hebben genomen en die hebben heel radicaal gereageerd. Vanuit Meeden hoorden we veelal: we ondersteunen wel acties maar zo heftig is niet goed.”111 Volgens meerdere respondenten is de escalatie deels te verklaren uit frustratie met de gang van zaken. Aanvankelijk voerde men ludieke acties, juridische procedures en was men druk met ontwikkelen van tegenvoorstellen (zoals zonneparken in plaats van windmolens). Deels door frustratie dat deze activiteiten tot niets leidden, werd het protest heftiger. “Ze zijn begonnen met ludieke acties en dat is zo verder gegaan. Twee periodes zijn daarbij belangrijk. In de eerste periode richtte men zich op formeel verzet tegen het Windpark, waar ook advocaten bij geweest zijn. Zodra de kansen om het Windpark nog tegen te kunnen houden afnamen, werden de frustraties en daarmee de heftigheid van het protest groter. Met luid protest gingen ze naar Provinciale Staten vergaderingen, waarbij deuren zijn geblokkeerd en groene zeep op de stoep is gegooid. En er zijn bijvoorbeeld dingen/ objecten in het land van boeren gegooid, waarvan nooit een dader bekend is geworden.”112 In de volgende paragraaf wordt duidelijk dat ook de actievoerders zelf dit punt onderschrijven.
Verharding en escalatie ontstaat, in hun optiek, doordat overheden niet bereid zijn om te luisteren of mee te denken als alternatieven worden gesuggereerd. Samen roept dit het beeld op dat als acties geen gehoor vinden, men naar andere (hardere) middelen grijpt.
111 Idem. 112 Idem.
3.5.
Duiding en strategieën vanuit georganiseerde actievoerders
Actievoerders organiseren zich in 2011 in de actiegroep Stichting Platform Tegenwind N33 (website: http://tegenwindn33.nl) om gezamenlijk een vuist te kunnen maken tegen de komst van het windpark. Wij hebben in het kader van het casusonderzoek een dubbelinterview afgenomen met mevrouw Lies Zondag, voormalig voorzitter van Stichting Platform Tegenwind N33 en de heer Johan Mulder, secretaris van Stichting Platform Tegenwind N33 en secretaris bij Dorpsraadcoöperatie Meeden. In dit interview zijn we ingegaan op het duiden van de belangrijkste gebeurtenissen in de casus vanuit het perspectief van de tegenstanders, en is gesproken over de strategieën die de actievoerders hebben toegepast. Duiding gebeurtenissen in de casus Planvorming windparken was niet transparant en niet te keren Eerder (2004/2005) was al sprake in het gebied van plaatselijke initiatieven voor een windpark welke zou moeten komen in de gemeente Veendam. De gemeente heeft dat toen kunnen tegenhouden. Tegelijkertijd waren er achter de schermen (initiatiefnemers, provincie en rijk) ontwikkelingen gaande omtrent plannen voor windenergie in de provincie Groningen die voor burgers én gemeenten niet transparant waren en ook niet te keren waren. Dit is volgens onze geïnterviewden als volgt gegaan. “De gemeente gaf duidelijk aan dat ze daar geen toestemming voor wilden geven, ook niet voor een m.e.r. onderzoek.
De gemeente gaf aan dat ze gewoon geen windpark wilden, heel helder. Maar achter de schermen zijn er ontwikkelingen geweest die wij als burgers niet kunnen volgen. De provincie gaf aan voorstander te zijn van windenergie en er is een provinciale omgevingsvisie opgesteld waarin windparken werden genoemd. De gebieden waren in eerste instantie Eemshaven en Delfzijl, dat zou genoeg zijn om te 56
voldoen aan alle quota door het rijk. Als er eventueel toch nog een derde gebied nodig zou zijn, dan zou deze in de Groninger Veenkoloniën komen. Een heel project waar je als burger niet bij betrokken wordt. De provincie is een mistige bestuurslaag waar uitnodigingen aan - en overleg met burgers tekortschieten. De gemiddelde burger denkt dat de gemeente het kan oplossen. Maar buiten het zicht van de burgers werd er driftig aan plannen gewerkt. En uiteindelijk is dat geland in een provinciale omgevingsvisie die het mogelijk heeft gemaakt om nog een derde gebied aan te wijzen. De burgers van het gebied hebben daar niet voor gekozen, en de individuele gemeentes hebben zich zelfs verzet.”113 “De provinciale POP plannen zijn niet transparant in elkaar overgelopen, aangepast, uitgebreid etc. Als burger begrijp je dit niet. En gemeenten kunnen wel zienswijzen indienen, maar niet middels een rechtszaak in hoger beroep gaan. De nieuwe provinciale omgevingsvisie waarin de Groninger Veenkoloniën als gebied was toegevoegd is in 2009 vastgesteld zonder veel overleg en inspraak. Er is nooit met de mensen overlegd. Gemeenten hebben kenbaar gemaakt aan de provincie dat ze tegen waren, maar daar is niet naar geluisterd.”114 “Eerst was sprake van een vermoedelijke zoeklocatie, toen een zoeklocatie en toen ineens een windmolenpark.
Dit is achter de rug van burgers en gemeenten door de initiatiefnemers voorbereid in coördinatie met provincie en waarschijnlijk ook het rijk. Dus daar zit je dan als gemeente en inwoners. Bij wie moet je zijn? Dat was voor ons als Platform dus ook ingewikkeld, want het was onduidelijk waar we naartoe moesten. Wij zijn toen allereerst naar de provincie gegaan in de hoop dat ze het plan zouden aanpassen. Maar wat bleek, als zo’n plan is vastgelegd dan is het vrijwel onmogelijk om er nog beweging in te krijgen. En dat werd nog versterkt door het later van
toepassing verklaren van de rijkscoördinatieregeling waardoor de bevoegdheid bij het Rijk kwam te leggen. Het Rijk heeft gezegd ‘wij nemen op advies van de provincie’ de gebieden op die zij aanbevelen.115 De provincie had dus wel degelijk de mogelijkheid om gebieden aan te passen, maar dat hebben ze niet gedaan en het Rijk heeft het overgenomen.”116 “Het proces is in een tegengestelde volgorde gegaan. Initiatiefnemers wilden de windmolens en zijn naar het Rijk gegaan om een rijkscoördinatieregeling aan te vragen. Je voelde aan alles dat voor hun de trein moest blijven rijden, als deze stil stond waren ze in paniek. Ze zaten niet te wachten op inspraak van bewoners. Omdat het windpark boven de 100mw uitkwam, kon het Rijk de rijkscoördinatieregeling goedkeuren en was van toen af aan eindverantwoordelijk. Dat kwam de provincie goed uit, want dan kon deze zich daarachter verschuilen. Toen wij als tegenstanders van het windpark onze bezwaren bij de provincie kenbaar maakten, zeiden ze ‘maar wij hebben er niets over te zeggen, het Rijk is verantwoordelijk.”117 De rol van de provincie was dus groot. Maar zeggen de geïnterviewden, dat was maar voor een bepaalde periode waarin ze het verschil nog hadden kunnen maken. Daarna kwam de beslissingsbevoegdheid te liggen bij het rijk. “De rol van de provincie was even groot.
Maar op het moment dat het windpark onder de rijkscoördinatieregeling komt te vallen is het onomkeerbaar.
115 Deze quote slaat op de nationale structuurvisie wind op land ( SWOL) die werd opgesteld n.a.v. de diverse provinciale omgevingsvisies. Deze SWOL werd in 2013 van kracht. In de omgevingsvisie van de provincie Groningen was toen al vastgelegd ( 2009) dat de Veenkoloniën definitief zoekgebied waren voor grootschalige wind. Dit, i.c.m. de rijkscoördinatieregeling van 2010 maakte het onmogelijk om de komst van het windpark nog te weren.
113 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
116 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
114 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
117 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
57
Dan is er maar één instantie verantwoordelijk en dat is het rijk. Het Rijk neemt de besluiten.”118 Besluitfuik Bovenstaande verwijzing naar de ‘onomkeerbaarheid van het proces’ wordt door actievoerster Lies Zondag helder uiteengezet in een interview ter gelegenheid van haar stoppen als voorzitter van Stichting Platform Tegenwind N33 (in 2020)119. “De eerste taak van Tegenwind was voorlichting. Mensen wisten niet wat de komst van een windpark betekende. ’Is dat waar’, vroegen mensen mij, ‘gaat dat hier komen?’ Mensen wisten niet wat hier gebeurde. Al snel hadden 35 mensen zich bij het Platform aangesloten. Ons uitgangspunt werd dat de windmolens op minimaal 2 kilometer afstand van elke vorm van aaneengesloten bebouwing moesten komen. Wij dachten dat het tegenhouden van het windpark kans van slagen had, maar stonden ook op het standpunt dat we meedachten over alternatieven. Maar over de hoofden van de bewoners van de Drents/Groningse Veenkoloniën heen was allang besloten dat windenergie moet bijdragen aan de nationale doelstelling voor duurzame energie.” De actievoerster noemt dat een ‘besluitfuik’.
Sterke lobby naar provincie van boeren en energie-exploitanten In de periode voordat de rijkscoördinatieregeling van kracht werd, waren volgens geïnterviewden in het bijzonder de landeigenaren (de boeren) en ondernemers (elektriciteitsmaatschappijen, investeringsmaatschappijen) de drijvende krachten achter de komst van de windmolens. Zij zouden een sterke lobby hebben gehad naar de provincie. “In de hele provincie zijn er mogelijkheden om windenergieprojecten te starten, want hier is ruimte en veel agrariërs. Op een gegeven moment was er veel interesse onder boeren door de subsidie die ze zouden krijgen voor het aanbieden van een perceel. Je kon namelijk je perceel aanbieden als ‘host’ om een windtribune neer te zetten, waardoor je verzekerd bent van duizenden euro’s inkomen per jaar zonder dat je risico loopt.120 Ze krijgen zo’n riante beloning dat agrariërs wel gek zouden zijn als ze het niet zouden doen. Daarnaast waren er diverse ondernemers (elektriciteitsmaatschappijen, investeringsmaatschappijen) die in het gebied windmolens wilden exploiteren samen met boeren in het gebied. Er is dus veel lobby geweest, men liep het provinciehuis plat. Dat hele lobby- en verdienmodel is mogelijk gemaakt door de politiek.
De politiek heeft gezegd ‘we vinden het uitstekend om in de provincie energie te wekken, dus hoe meer initiatiefnemers zich aanmelden om mee te doen, hoe groter de keuze is en hoe groter de quota’. Het profileren van Groningen als de duurzame energieprovincie van Nederland is wat ons betreft een ongelukkige keuze geweest omdat het ellende tot gevolg heeft gehad.”121
“Zoiets begint heel abstract bij het rijk; die legt een grofmazig net over het gebied, een net waaruit je denkt te kunnen ontsnappen. Dat is een langlopend, maar onomkeerbaar proces. Opeens heeft het net zich gesloten en kun je geen kant meer op.’’
118 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33). 119Bron: https://www.dvhn.nl/groningen/Lies-Zondag-voormalig-voorzitter-Platform-Tegenwind-N33-Ikhaat-windmolens-tot-in-het-diepst-van-al-mijn-vezels-25483055.html
120 Volgens geïnterviewden is het lastig om exacte bedragen te noemen, omdat contracten geheim gehouden worden. Het bedrag van 15.000 euro per geplaatste megawatt is volgens geïnterviewden algemeen aanvaard als juist. Dit betekent dat een windturbine van 3 megawatt dus 45.000 euro per jaar oplevert voor de grondeigenaar die zijn grond hiervoor beschikbaar stelt. De meeste turbines die op dit moment geplaatst worden hebben een vermogen van 4 megawatt of meer. 121 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
58
Actievoerders waren tot compromissen bereid maar daar is niet naar geluisterd Geïnterviewden geven aan dat zij niet per se tegen de komst van de windmolens in het gebied waren maar wel tegen de manier waarop en de plekken waar de molens zouden komen te staan. Naar alternatieve varianten zou door provincie, Rijk en initiatiefnemers echter niet zijn geluisterd. Deze houding heeft tot frustraties bij actievoerders geleid en tot verharding. Als er wel de bereidheid was geweest om te luisteren en mee te buigen zouden de protesten volgens hen minder hevig zijn geweest. Dit blijkt ook helder uit de volgende uitspraak van een omwonende: “We zijn akkoord voor de windmolens die op twee kilometer afstand staan. Het is niet mooi voor het landschap, maar we zijn toch akkoord als omwonenden. Dat hadden we ook toen gezegd bij de inspraak tegen de projectontwikkelaar. Maar die zei: we zetten de molens neer waar we dat willen. En toen heeft Meeden de kont tegen de krib gegooid: kachel maar op met je molens, we willen ze allemaal niet meer hebben hier. Je moet mensen geen dingen door de strot duwen want worden ze boos.”122 Weinig verschillen met proces in Drentse Veenkoloniën Vlak over de provinciegrens in de Drentse Veenkoloniën wordt thans het windpark Drentse Monden / Oostermoer gerealiseerd.
Geïnterviewden zien weinig verschillen in de besluitvorming in de casussen, wellicht met uitzondering dat de provincie Groningen zichtbaarder is geweest in het proces dan de provincie Drenthe. “Ook in Drenthe zijn de plannen in het geheim voorbereid. Ondoorzichtig op het provinciehuis, in overleg met initiatiefnemers, maar gemeenten en
bewoners werden er buiten gehouden. Op dezelfde snelheid en op dezelfde manier zijn de trajecten doorlopen, ook als het gaat om het rekening willen houden met bezwaren. Verschil is wellicht dat de Groningse gedeputeerde Moorlag geen verstoppertje heeft gespeeld maar juist nadrukkelijk naar voren is gestapt en zich heeft laten zien bij inspraak- en informatiebijeenkomsten. In Drenthe is het nog steeds niet duidelijk hoe alles precies is gelopen.”123 “Wij hebben zeker nooit gezegd dat Moorlag een boef is. Maar hij heeft in onze ogen wel onwrikbaar en te lang vastgehouden aan het langgerekte windpark wat langs N33 moest komen. Pas op het allerlaatste moment heeft hij in samenwerking met RWE bedacht om een deel van de geplande windmolens te concentreren vlak boven Meeden. Dat kwam tegemoet aan bezwaren vanuit Veendam maar was een schijnoplossing in het gebied waarbij gemeenten tegen elkaar werden uitgespeeld. Eén gemeente werd opgeofferd en twee andere gemeenten ontzien. Dat was oneerlijk, daar konden we niet achter staan als Tegenwind. Je moet betrokkenen niet tegen elkaar uitspelen, vooral als er al een lang traject gaande is waarin iedereen heeft mee willen werken.
Wij hadden een aantal alternatieven aangedragen met burgers en gemeente die realistisch waren, maar gedeputeerde Moorlag fietste daar dwars doorheen.”124 Inzet van gemeenten was constructief De inzet van gemeenten in het proces, met name Veendam en MiddenGroningen, was volgens geïnterviewden constructief. Ook is door de actievoerders samengewerkt met deze gemeenten. “De gemeente Veendam heeft wat ons betreft absoluut rechtlijnig en consequent gehandeld en heeft goed gereageerd. Ze hebben rug recht
123Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33). 122Bron: https://www.youtube.com/watch?v=Z7RedDoByg4
124
Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
59
gehouden in ieder traject. Vanuit de gemeenteraad is er ook geld beschikbaar gesteld om bewoners financieel in staat te stellen om bezwaarprocedures te kunnen voeren.”125 “Met de gemeente Midden-Groningen hebben we ook goed samengewerkt. Bijvoorbeeld bij het opstellen van een alternatieve variant was er een voordeel om samen te werken. Als actiegroep kwamen we financiën en kennis te kort en toen zijn we geholpen door de gemeente.“126 Strategieën tegenstanders Windpark N33 Oprichting Stichting Platform Tegenwind N33 Stichting Platform Tegenwind N33 is opgericht maart 2011. Het initiatief is genomen door de dorpsadviesraden van Meeden en Muntendam en betrokken inwoners van Muntendam, Meeden, Veendam, Wildervank, Ommelanderwijk en Zuidwending. Trigger voor de oprichting was een brief van de toenmalige minister van EZ (Maxime Verhagen) met het voornemen om middels de rijkscoördinatie regeling toe te staan dat er een windpark zou worden gebouwd. “Dit betekende dat bezwaren niet meer tegen het lokaal bestuur konden worden gemaakt, maar dat naar andere manieren moest worden gekeken om verzet te kunnen bieden. Toen is de Stichting Tegenwind opgericht in maart 2011 die niet alleen wilde opkomen voor het dorp Meeden maar voor het hele gebied waar de molens waren geprojecteerd.
Het was een heel ingewikkeld verhaal hoe je moet opereren, want je hebt met alle bestuurslagen te maken: rijk, provincie en gemeenten. Terwijl je achterban, de bewoners, denken
dat gemeenten bevoegd zijn om besluiten te nemen en de komst van de windmolens nog kunnen keren.”127 In het verzet tegen de komst van Windpark N33 kiest Platform Tegenwind N33 nadrukkelijk voor samenwerking met anderen in dit verzet. Met legitieme methoden wordt dit verzet aangegaan. “We realiseerden ons van het begin af aan dat het niet alleen over Meeden gaat, maar dat meer dorpen en steden de gevolgen van het windpark zullen ondervinden. Wij wilden mensen mobiliseren, alle mensen die in de streek wonen.”128 Naast Platform Tegenwind N33 is ook de actiegroep ‘Storm Meeden” actief geweest. Deze actiegroep waaraan de bekende actievoerder Jan Hendriks was verbonden werd geassocieerd met verdergaande (niet legale) acties en heeft zichzelf opgeheven in 2016. Dit naar aanleiding van berichtgeving waarin de actiegroep verantwoordelijk werd gehouden voor het saboteren van boeren die grond beschikbaar stellen voor Windpark N33. Het Dagblad van het Noorden bericht hierover het volgende: “Boeren in het gebied beschuldigden vorige week de actiegroep Storm Meeden er van landbouwakkers bezaaid te hebben met betonblikken met ijzeren pinnen. Hendriks zou door een boer ook zijn bekogeld met één van die objecten. Daardoor laaide het conflict rond de windmolens in het gebied weer op. ‘Die agressieve toon van de boeren, daar ben ik zwaar teleurgesteld in.
Wij waren altijd van de ludieke acties’, zegt Hendriks. ‘Maar als daar op zo’n manier op wordt gereageerd.. dan ben ik er helemaal klaar mee.’ ‘Ons doel was om de problematiek op ludieke wijze onder de aandacht te brengen en dat is
125Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
127Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
126
128Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
60
ook gelukt. Maar nu is het klaar. Kijk, als de boeren er ook op ludieke wijze op hadden gereageerd... Maar dit gaat veel te ver.’129
z
z
Gehanteerde argumenten door actievoerders Naast de argumenten over de (ondoorzichtige) besluitvorming en tekortschietende inspraak van betrokkenen uit het gebied, en sentimenten zoals we hebben gezien in het Veenkoloniaal Manifest (rijksoverheid als kolonisator, Groningen als wingewest en stopcontact voor Nederland) hanteert de actiegroep ook diverse inhoudelijke argumenten tegen de komst van het Windpark N33. Daarbij benadrukt men niet per se tegen windenergie te zijn, maar wel dat windmolens niet te dicht bij bebouwing mogen worden geplaatst en dat meer rekening gehouden moet worden met de risico’s voor de gezondheid en het woon- en leefklimaat van omwonenden. Gehanteerde argumenten zijn:130 z
z
z
z z
In de m.e.r. is ten onrechte geen medisch onderzoek verricht naar de effecten van windturbines op de volksgezondheid. Hierbij gaat het o.a. om laagfrequent geluid, slagschaduw en geluidsoverlast. De toeristische en recreatieve sector wordt getroffen bij plaatsing van windturbines. De kracht van het gebied; rust en ruimte, wordt tenietgedaan door de komst van windparken. De krimp van het gebied wordt versterkt. Waardedaling van de woningen.
Actiestrategieën De actievoerders hebben meerdere actiestrategieën toegepast in hun strijd tegen de komst van het windpark:
z
z z
Vergroten bewustwording door het verschaffen van informatie (voorlichting), het benaderen van de media en ludieke/zichtbare protestacties. Juridische procedures tegen de komst van de windparken. Hierbij is zoals eerder aangegeven ook de samenwerking gezocht en gevonden met gemeenten. Coalitievorming met andere protestorganisaties, samenwerking met ondernemers. Ontwikkelen van alternatieven (zonneparken i.p.v. molens). Beïnvloeden van de lokale en regionale politiek, de media opzoeken en procederen tegen de komst van de windparken. Ook is gepoogd gehoor te vinden in de landelijke politiek en men slaagde daarin deels. De Tweede Kamer wilde bijvoorbeeld een adempauze inlassen voor de grote windparken N33 en Drentse Veenkoloniën om alternatieven te zoeken, maar het ministerie gaat daarin niet mee.
We lichten de actiestrategieën toe met behulp van voorbeelden en citaten. z
Het vergroten bewustwording door het verschaffen van informatie (voorlichting), het benaderen van de media en ludieke/zichtbare protestacties.
“We hebben ludieke acties en voorlichtingsavonden georganiseerd. Ook hebben de pers opgezocht. Op een gegeven moment kregen we het gevoel dat we echt wat bereikten, want er komt aandacht naar ons en dat was wat wij nodig hebben. We wilden in de samenleving tussen de oren krijgen iets waar we 20 jaar lang mee te maken zouden gaan krijgen. Vele mensen wisten daar niets van en leefden daar niet mee, die bewustwording is het grootste werk geweest. Ook hebben we een groot boekwerk gemaakt en deze door de hele politieke gemeenschap van hoog tot laag gebracht. Je bent met heel veel dingen bezig.“131
129https://dvhn.nl/groningen/Storm-Meeden-heft-zichzelf-op-21576996.html 130
Bron: http://tegenwindn33.nl/
131 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
61
De activiteiten hadden soms veel impact op persoonlijke levens. “Er was veel impact op gezinnen en op je omgeving. Wij gingen in gezinnen gescheiden op vakantie om maar niets te missen van informatie of om een moment van inspraak te missen. En als je dan ziet dat er overheen gewalst wordt … dan moet je je iedere keer weer in je gezicht laten slaan.”132 z
Juridische procedures tegen de komst van de windparken.
De actievoerders hebben diverse juridische procedures aangespannen tegen de komst van Windpark N33. Onderstaand een illustratief voorbeeld van de aanpak hiervan. “Via een flyer, de website, Facebook en alle andere mogelijkheden proberen wij (Platform Tegenwind N33) samen met Storm Meeden uw medewerking te vragen voor het initiatief om het gehele windpark tegen te houden, door het aangaan van een juridisch traject met ondersteuning van in deze problematiek gespecialiseerde advocaten. Mochten we dit deels of geheel verliezen dan zullen we procederen voor een maximale planschade- regeling en compensatieregeling. Bedenk dat er al serieuze alternatieven zijn aangedragen die dit windpark gewoon overbodig maken. Uw huis is nu al minder waard geworden, vanwege enkel het voornemen van het plaatsen van het windpark. Tevens is het nu al veel lastiger verkoopbaar.”133
132 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33). 133 Bron: http://tegenwindn33.nl/
62
z
Ontwikkelen van alternatieven
Actievoerders kwamen met diverse alternatieven waaronder de realisatie van een zonnepark in plaats van windmolens. Dat de rijksoverheid aangedragen alternatieven voor de opzet van het windpark noch voor een zonnepark niet serieus wilde bekijken is volgens geïnterviewden een kantelpunt geweest. Men was tot dat moment tot veel bereid, maar na de afwijzende reacties van het Rijk was voor velen de maat echt vol. “Ze schoten in hun eigen voeten. In de eerste plaats werkte het buitenspel zetten van bewoners contraproductief voor het ontwikkelen van de energietransitie en draagvlak. Als je zo met burgers omgaat, dan doe je iets fout. Het was voor ons onderhandelbaar, wij wilden overal over praten, maar niet over het park zoals het gepland was. Wij waren niet volledig tegen de komst van windenergie in het gebied maar wel als het zo dicht bij burgers komt te staan. We wilden praten over een mix, een wolkenvariant, we hadden een plan waar alle ondernemers achterstonden voor een zonnepark. Op dat moment waren we tot veel bereid, maar uiteindelijk doen ze er niets mee. In het laatste stadium draaiden mensen dan helemaal door.”134 z
Samenwerking met actiegroepen tegen windparken Drentse Monden / Oostermoer
Bij informatieavonden en juridische procedures is samengewerkt met actiegroepen tegen windpark Drentse Monden / Oostermoer. Het contact met de Drentse actievoerders bracht diverse voordelen, zoals kennisdeling en uitbreiding van netwerken.
“Wij wisten aanvankelijk niet dat dezelfde plannen klaarlagen voor de Drentse Veenkoloniën. Pas via de krant met advertenties van de rijksoverheid kwamen we erachter dat er nog iets ging gebeuren. Spontaan heen en weer bellen met mensen daar en op een gegeven moment zeiden we ‘laten we bij elkaar komen’. Dat was al vrij vroeg, rond 2012.”135 “Je moet begrijpen dat als je hiermee begint dat je tegenover een enorme overmacht staat, zo ongelooflijk groot, dat besef je pas na een aantal jaren als je erop terugkijkt. Het is dan zaak dat je zelf ook massa maakt. Je moet het doen met vrijwilligers, sowieso fijn als je dan met meer mensen aan tafel zit. Iedereen heeft zijn eigen specialiteit en je kunt netwerken bundelen. Want je moet zoveel mogelijk ingangen zien te vinden om zaken voor elkaar te krijgen en daar heb je veel mensen voor nodig. Wij doen dit als actievoerders naast een volledige baan, en er wordt van je verwacht dat je er tijd aan besteedt. Dat betekent je vele avonden er aan moet besteden. Het is heerlijk als je dan met veel mensen bent, het is fijn en nuttig om kennis te delen. Er waren mensen bij die netwerken hadden met relaties in bedrijven en connecties in de politiek. Ook hadden mensen specialistische kennis m.b.t.
techniek, modellen en zaken zoals geluid.”136 “Als activisten die voor hetzelfde doel strijden denk je na over verschillende strategieën van demonstraties, bezwaar maken, hoe je dingen bereikt in de politiek etc. Ook loop je tegen dilemma’s aan. Bijvoorbeeld hoe ver je kunt gaan in protesten. Het is goed om dat met elkaar te delen. 137
135 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33). 136Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33). 134Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
137 Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
63
Focus na 2019 verlegd naar verminderen van gezondheidsklachten voor bewoners Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State definitief uitspraak gedaan inzake windpark N 33 welke voor Stichting Platform Tegenwind N33 desastreus heeft uitgepakt. Het plan voor de realisatie van het windpark kan zonder aanpassingen worden uitgevoerd. De tegenstanders van het windpark gooien echter niet de handdoek in de ring. Het is volgens de actievoerders nu belangrijk om de impact van het windpark op de psychische en fysieke gezondheid van omwonden te monitoren, serieus te nemen en aan te pakken. Op 27 maart 2021 schrijft Tegenwind N33 op haar website: “De grote hoeveelheid klachten van overlast en gezondheidsproblemen van omwonenden in de wijde omgeving van het windpark baart Tegenwind N33 grote zorgen. Dat deze zorgen terecht zijn blijkt uit de uitkomsten van het onderzoek naar laagfrequent geluid van de gezamenlijk betrokken gemeenten Veendam, Midden-Groningen en Oldambt. Het gegeven dat de, verontrustende, uitkomst van het onderzoek reeds voor de jaarwisseling bekend is en het gegeven dat door de initiatiefnemers en de bouwers van de turbines geen oplossing wordt geboden voor de overlast is voor Tegenwind N33 niet acceptabel.
Tegenwind N33 is dan ook, samen met haar advocaat DOKK-advocaten, bezig met het voorbereiden van een handhavingsverzoek waarbij in eerste instantie zal worden geëist dat de turbines in de nachtelijke uren worden stilgezet. Tegenwind N33 zoekt hierbij aansluiting bij betrokken belangenbehartigers voor de omwonenden van het windpark zoals de dorpsadviesraden in het gebied waarvan de bewoners zijn getroffen door de gevolgen van het Windpark N33. Door het ontbreken van een door de overheid ingesteld meldpunt voor overlast van het Windpark N33, worden omwonenden die overlast ondervinden van het Windpark N33, gevraagd de overlast te melden bij het meldpunt van de Dorpsraadcoöperatie Meeden. Tegenwind N33 is ervan overtuigd dat zij de stilstand van de turbines in de nachtelijke uren zal kunnen afdwingen bij de rechter.”
De geïnterviewden van Stichting Platform Tegenwind N33 lichten de huidige problematiek in het gebied en wijze waarop de actiegroep hierop inspeelt nader toe. Men is zeer bezorgd dat de maatschappelijke onrust weer toe zou nemen als de problematiek niet serieus wordt genomen of niet goed wordt aangepakt. “De maatschappelijke onrust nu de molens er staan is anders dan destijds. Toen was de onrust onder tegenstanders van de komst van de windmolens. Maar nu zie je dat mensen ziek en boos worden als gevolg van de molens die operationeel zijn. Daar zitten ook mensen tussen die voor de energietransitie zijn en in principe ook voor het plaatsen van windturbines, maar ziek worden van het geluid. Zij zeggen: ik vind het prima dat de molens er staan, maar wil er niet ziek van worden. Ik heb het gevoel dat het nu nog groter gaat worden, de onrust.”138 “We verzamelen klachten van individuele burgers, de teller staat nu al op 100. Groot probleem is het verstoren van de nachtrust door laag frequent geluid. Ga dan kijken wat er mogelijk is. Betrek de fabrikant, los het probleem op. De initiatiefnemers kunnen de windmolens ook uitzetten in de nacht.
Eigenlijk zouden zij de verantwoordelijkheid moeten nemen en ze ’s nachts uitzetten, omdat er zo veel klachten zijn binnengekomen.”139 Ook de gemeenten Midden-Groningen, Veendam en Oldambt hebben veel klachten van omwonenden van Windpark N33 ontvangen en hebben opdracht gegeven tot het uitvoeren van metingen waarin laagfrequent geluid wordt bevestigd. “De meeste klachten komen uit Meeden. Ten noorden van dit dorp staan 27 van de 35 windturbines van dit windpark. Bromtonen houden mensen ‘s
138Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33). 139Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33).
64
nachts uit hun slaap. En zorgen voor stress. Dorpsraadcoöperatie Meeden riep inwoners al in oktober op klachten aan haar door te geven. Aan die oproep is goed gehoor gegeven. In opdracht van de 3 gemeenten wordt op 6 plekken bij het windpark metingen naar laagfrequent geluid verricht. Bij de eerste meting bij de zuidelijke windmolens van Windpark N33 is onverwacht veel laagfrequent geluid gemeten, schrijven de gemeenten in een persbericht. Het gaat om de vier molens ter hoogte van Ommelanderwijk.”140 Volgens de gemeenten hebben de bouwers gezegd, nadat ze op de hoogte zijn gesteld, onderzoek te doen naar de oorzaak, om ook het probleem te kunnen oplossen. ‘De producent van de molens heeft inmiddels zijn technische specialisten ingezet om te achterhalen waar dit laagfrequent geluid vandaan komt,’ aldus de gemeenten in RTV Noord. Ook exploitanten RWE en Eurus Energy gaan onderzoeken hoe het geluid ontstaat en hoe het opgelost kan worden. Handhaving is problematisch Voor de betrokken gemeenten is het lastig om op grond van de klachten handhavend op te treden jegens het windpark. De gemeentelijke overheid wordt hierbij gehinderd door wetgeving. Vanwege de status van Windpark N33 als rijkscoördinatieproject moeten gemeenten handhaven op basis van een geluidsvergunning welke bepaalt dat moet worden gekeken naar het jaargemiddelde.
Slechts als dit wordt overschreden kunnen gemeenten handhaven. In de geluidsnormen wordt geen rekening gehouden met specifiek laagfrequent geluid, waardoor van individuele overschrijdingen van de norm geen sprake kan zijn. Op basis van de bewonersklachten kunnen gemeenten bij overlast het windpark dus niet stilleggen. Wat nog wel mogelijk is, is kijken naar de private juridische mogelijkheden. In april 2021 vraagt Platform Tegenwind de rechter om Windpark N33 bij Meeden uit te zetten: “de bromtoon moet stoppen zodat mensen weer kunnen slapen”. DOKK-advocaten onderzoekt in opdracht
van Platform Tegenwind N33 de mogelijkheid van een handhavingsverzoek tegen windparkexploitanten RWE en Yard. In de woorden van de geïnterviewden: “Er zijn mensen in het gebied die fysieke en psychische klachten hebben als gevolg van laag frequent geluid. Het verstoort ook de nachtrust van deze mensen. Het is geen kwestie van overlast, het is werkelijk ziekmakend en je kunt hier onderzoek naar doen. Maar de wet en regelgeving is een knelpunt, er zijn geen specifieke marges voor laag frequent geluid opgenomen in de vergunning en regelgeving. Alleen jaargemiddelden. Oftewel als omwonende heb je hier niets aan als je 5 nachten wakker ligt dan is dat jouw probleem en niet hun probleem. We zoeken nu als Tegenwind met onze advocaat naar een gat in de wetgeving waardoor er toch handhaving kan gaan plaatsvinden.”141 Totdat er een structurele oplossing is hebben beide exploitanten van Windpark N33 besloten om de molens aan te passen. ‘We hebben de turbines terug geregeld zodat het geluid minder/niet meer waarneembaar is’, schrijft een woordvoerder in een gezamenlijke verklaring. In mei 2021 draaien de windmolens van Windpark N33 in de avond- en nachtelijke uren anders om zo geluidsoverlast te verminderen. Het laagfrequent geluid is daarmee verminderd maar nog niet verdwenen.
142 In juli 2021 is in de windturbines van Windpark N33, na allerlei testen, door de exploitanten nieuwe software geïnstalleerd. Het is afwachten of de turbines
141Mw. Zondag en dhr. Mulder (Stichting Platform Tegenwind N33). 140
https://geluidnieuws.nl/home/meting-windpark-n33-veel-laagfrequent-geluid/
142 https://www.rtvnoord.nl/nieuws/816817/Bromtonen-bij-Windpark-N33-iets-verminderd-Maarwe-zijn-er-nog-niet
65
dan minder geluidsoverlast veroorzaken bij wisselende weersomstandigheden. Er worden weer continumetingen uitgevoerd om dit nauwlettend te monitoren.143
“We hebben een advocaat ingehuurd om bij de Raad van State ook argumenten van de gemeente mee te nemen. Dus in feite waren wij hier een bondgenoot van Tegenwind.”145
3.6.
“We maakten duidelijk dat we het verzet vanuit de samenleving heel goed snappen en wilden ernaast staan, maar tegelijkertijd hebben we intimiderende acties veroordeeld. Zoals de intimidatie van boeren. Die mensen zijn ook onze burgers en zij worden bedreigd met acties. Daar hebben we duidelijk afstand van genomen. Het is balanceren tussen begrip tonen en de grens aangeven van ‘hier houdt het op’.”146
Strategieën vanuit lokaal bestuur naar tegenstanders van de windmolens
Welke strategieën heeft de lokale overheid toegepast om maatschappelijke onrust te voorkomen of te verminderen? Naast de burgers staan De gemeente Midden-Groningen en voorganger Menterwolde (waar Meeden onder valt) is bewust naast de bewoners gaan staan om steun en begrip te tonen. Ook was sprake van een tolerante houding naar actievoerders ‘die in hun recht stonden om zich te laten horen’. Actievoerders zijn zelfs ondersteund in de juridische strijd. Tegelijkertijd nam men duidelijk afstand van grensoverschrijdende acties zoals de intimidatie van boeren. In de woorden van burgemeester Hoogendoorn van Midden-Groningen: “Het gemeentebestuur is steeds naast de inwoners van Meeden blijven staan om te laten zien dat we ze begrijpen. Ook waren we bijvoorbeeld aanwezig bij zittingen van de Raad van State naar aanleiding van protesten door bewoners. We stonden dus naast de inwoners, maar we stelden ook grenzen. Als actievoerders buitenwettelijk opereren dan houdt het op, daar hebben we activisten ook op aangesproken.”144
De geïnterviewde van de politie Noord-Nederland geeft eveneens aan dat de relatie met én begrip voor burgers belangrijk is. Ook als sprake is van incidenten.
“Wanneer de dreigementen ernstiger worden, ook ten opzichte van ondernemers, dan ga je nog een keer kijken als politie naar ‘wat speelt hier nou’. We hadden wel een les geleerd vanuit de aardbevingen. Pas nou op dat niet de bevolking als verdachte wordt bestempeld. Het zijn in de eerste plaats bezorgde burgers. Probeer vanuit die verbinding contact te houden en je positie te bepalen als politie.”147 De houding van burgers, politie en lokaal bestuur naar activisten veranderde naarmate de acties grimmiger werden. Toen intimidatie en bedreigingen toenamen nam men daar steeds nadrukkelijker afstand van. De politie
143https://www.menterwolde.info/nieuws/windpark-n33-meeden/de-tijd-moet-het-leren:-mindergeluidsoverlast-windpark-n33-door-nieuwe-software/?fbclid=IwAR3phRucrUh_KOijDGtnsWEZWmY7F2YACUdzg4TE_z7G8A7W45h_9Ji8no
145Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
144Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
147Interview politie Noord Nederland.
146
Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
66
onderzocht strafbare feiten en incidenten en nam dit zeer serieus, naast het houden van verbinding.148
tot het uitvoeren van metingen naar laagfrequent geluid. Daarbij is de boodschap dat men klachten en zorgen van bewoners over gezondheidseffecten serieus neemt.
“De tolerantie naar activisten schoof op. Het begon met kleine en ludieke dingen en dat vond eigenlijk niemand erg. Het mag misschien niet, maar we begrijpen het wel. Dat was in het begin wel de houding bij burgers en lokale bestuurders. Uiteindelijk werden ondernemers bedreigd en verschenen verhalen in de pers. Toen werd steeds meer zichtbaar hoeveel schade die bedreigingen aanrichtten en zag je dat meer mensen zich daarvan distantieerden. Burgers, maar ook bestuurders. Op een gegeven moment werd iemand bedreigd die ook heel erg sociaal actief was en allerlei verenigingen sponsorde. Dat was belangrijk voor het besef dat het zo niet langer kon. Want dat zo’n bedrijf op de fles gaat, dat moet niet kunnen. Veel mensen werkten daar ook, dus het ging ook ineens over eigen werkgelegenheid.“149 Strategieën na vergunningverlening Windpark N33 In mei 2019 heeft de Raad van State definitief groen licht gegeven voor de komst van Windpark N33. In voorgaande paragraaf 3.5 beschreven we dat de focus van actievoerders sindsdien is gericht op strategieën om de impact van het windpark op de gezondheid van omwonenden te verminderen. Het lokaal bestuur werkt hierin deels samen met de actievoerders. Bijvoorbeeld bij het verzamelen en bundelen van klachten van bewoners. Zoals eerder gesteld hebben de gemeenten Midden-Groningen, Veendam en Oldambt tevens opdracht gegeven
148Andere maatregelen van de politie: Instellen een interne werkgroep (aanvankelijk crisisteam; later met zelfde leden omgezet naar werkgroep, om crisisdenken en –handelen te beperken/voorkomen) om kennis uit verschillende disciplines te combineren en zo scenario’s op te stellen en maatregelen voor te bereiden.; Investeren in de contacten met de betrokken burgemeesters (o.a. door het initiëren van bestuurlijk overleg en persoonlijke contacten), het bestuurlijk overleg zelf en de voorbereiding daarop. Aandringen op en aansluiten bij operationele overleggen (de contacten op ‘ambtelijk niveau’: met de ambtenaren van gemeenten en met werknemers van de bouwers). Voeren van gesprekken met andere bestuurders (zoals Commissaris der Koning en, voorzitters veiligheidsregio’s etc.). 149Interview politie Noord Nederland.
67
4
Casus Windpark Drentse Monden / Oostermoer
Op beperkte geografische afstand van Windpark N33 en in ongeveer dezelfde tijdsperiode was het onrustig rond de komst van nog een ander groot windpark, te weten Windpark Drentse Monden / Oostermoer. De casussen kennen opvallende gelijkenissen als het gaat om sentimenten die speelden bij de bevolking, gebrekkige inspraakprocessen en spanningen tussen bestuurslagen. Bovendien was sprake van dwarsverbanden tussen activisten onderling in de protesten tegen de komst van de windparken. In dit hoofdstuk gaan we in op deze casus. Naast de overeenkomsten kijken we ook naar verschillen tussen de twee casussen, waaronder de rol van de provincie en de aanpak in het oprichten van een compensatiefonds.
4.1.
Geografische locatie
Windpark Drentse Monden en Oostermoer in het noordelijk deel van de Drentse Veenkoloniën, te weten de gemeente Borger-Odoorn en Aa en Hunze langs de grens met Groningen, ter hoogte van Stadskanaal. Windpark De Drentse Monden en Oostermoer is een initiatief van drie partijen: Duurzame Energieproductie Exloërmond B.V., Raedthuys Windenergie B.V. en Windpark Oostermoer Exploitatie B.V. In totaal zijn hier ruim 100, lokaal gevestigde, agrarische bedrijven bij betrokken. De 45 windmolens worden geplaatst in zes lijnopstellingen. Die lijnen zijn verspreid over ruim 50 vierkante kilometer in het gebied van 2e Exloërmond, Nieuw-Buinen, Drouwenermond en Gasselternijveen. Dat heeft de Raad van State bepaald (februari 2018). De doelstelling voor duurzame energie weegt daarbij zwaarder dan het belang van omwonenden die tegen het windpark zijn. De bouw van de windmolens is in maart 2020 begonnen en wordt in de loop van 2021 opgeleverd.
4.2.
Reconstructie bestuurlijke gebeurtenissen
Onze analyse van de gebeurtenissen in de casus Drentse Monden / Oostermoer is aanvullend op de analyse van de casus N33. De procedurele gang van zaken en gebeurtenissen rond de komst van Windpark Drentse Monden / Oostermoer
68
is reeds beschreven door Bröring en Tollenaar (2015) en Bröring (2017).150 Voor de reconstructie hiervan baseren we ons primair op deze publicaties. Tevens hebben wij het rapport van de Noordelijke Rekenkamer (2020)151 en lokale mediaberichtgeving geraadpleegd. Tot slot hebben we gebeurtenissen besproken in het interview met burgemeester Seton van de gemeente Borger-Odoorn. De aanwijzing en procedures rond de komst van Windpark Drentse Monden en Oostermoer Provinciale Omgevingsvisie, aanwijzing Veenkoloniën als zoekgebied In Drenthe wordt de komende jaren voor ruim 285,5 MW aan windenergie gerealiseerd. Het grootste deel hiervan wordt gebouwd in windpark Drentse Monden en Oostermoer. Het gebied van de Drentse Monden werd door de provincie Drenthe aangewezen als zoekgebied voor de door het Rijk opgelegde taakstelling in het kader van de energietransitie. De eerste fase van de besluitvorming, op provinciaal niveau, voltrok zich eind 2009 / begin 2010. De Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe kozen voor concentratie van de windmolenparken in het Oostelijke veengebied (Veenkoloniën). Op 2 juni 2010 werd een provinciale omgevingsvisie vastgesteld, waarin de Veenkoloniën definitief werden aangewezen als zoekgebied voor windmolenparken.
150 Bröring, H., & Tollenaar, A. (2015). Vechten tegen windmolens: falende inspraak. In A. T. Marseille, A. C. M. Meuwese, F. C. M. A. Michiels, & J. C. A. de Poorter (editors), Behoorlijk bestuursprocesrecht: Opstellen aangeboden aan prof.mr. B.W.N. de Waard over grondslagen, beginselen en vernieuwingen van het bestuursprocesrecht (blz. 293–311). Den Haag: Boom Juridische uitgevers.; Bröring, H. E. (2017). Splijtzwam-besluitvorming: Leren van ‘worst practices’ rond een windpark. In P. A. J. van den Berg, & G. Molier (editors), In Dienst van het Recht: Opstellen aangeboden aan prof. mr. J.G. Brouwer ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar Algemene Rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen (Brouwer-bundel) (blz. 245-264). Boom Juridisch. 151 Noordelijke Rekenkamer (2020). Verdeling onder hoogspanning. Een onderzoek naar de verdeling van kosten en baten rondom wind- en zonneparken. Provincie Drenthe.
Rijkscoördinatieregeling van toepassing verklaard De provincie heeft de beweging gemaakt om de Drentse Veenkoloniën als zoekgebied aan te wijzen. In het Ontwerp van de provinciale omgevingsvisie van 18 december 2009, wordt het Veenkoloniale gebied van de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze nog niet aangewezen als windmolengebied. Vervolgens wordt een inspraakprocedure gehouden (januari/februari 2010). Na deze inspraak, in april 2010, wordt het Ontwerp aangepast met een vergroting van de windenergieambitie van 60MW naar maximaal 200 MW. Toen werd ook het Veenkoloniale gebied van de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn aangewezen.152 De burgemeester van Borger-Odoorn zegt hierover: “Dit was wel een gamechanger, want zo zag het er niet uit, maar het is toch gebeurd.” Nadat de provinciale omgevingsvisie bekend werd, hebben de gemeentebesturen in het betrokken gebied protest aangetekend tegen de aanwijzing. De gemeenten vonden het proces niet transparant en waren van mening dat men ‘erin gerommeld’ is.153 In een interview met het Dagblad van het Noorden (2015) legt burgemeester Seton nader uit waarom gemeenten nader bezwaar hebben gemaakt tegen de RCR regeling. “We zitten in een lastige positie vanwege de rijkscoördinatieregeling waarmee dit windpark tot stand is gekomen. Op gezag van het rijk. Het was geen vraag aan de gemeente.
Wij hebben bezwaar gemaakt tegen die rijkscoördinatieregeling, omdat we vonden dat er geen sprake was van één groot windpark, maar van drie kleinere, van drie initiatiefnemers. En in dat
152Bröring, 2017, pagina 253. 153Bröring, 2017, pagina 253. In lijn met de Awb zou in een dergelijk geval van een majeure wijziging de procedure opnieuw moeten worden gevolgd. GS van Drenthe vonden een nieuwe procedure echter niet nodig (Bröring, 2017, p. 254).
69
geval zouden we als gemeente bevoegd gezag zijn en veel meer kunnen sturen. Maar dat is tot in twee instanties door de rechter niet gehonoreerd. Die rechtsgang is ons door initiatiefnemers verweten.’’ 154 Intussen lag er al het initiatief tot het ontwikkelen van een windmolenpark tussen Stadskanaal en Borger: De Drentse Monden. Vrij snel daarna werd een tweede park, tussen Veendam en Gieten, voorbereid: Oostermoer. In de casus valt op dat de projectontwikkelaars al gauw in het traject bij de rijksoverheid, het ministerie van Economische Zaken (EZ), aankloppen. Dat was (en is) voor hen een aantrekkelijke partner, zeker sinds de rijkscoördinatieregeling (RCR) van toepassing op installaties van ≥ 100 Megawatt. Vanaf 2010 maakt de Crisisen herstelwet (Chw) het voor het Rijk mogelijk om de rijkscoördinatieregeling (RCR) toe te passen op windparken groter dan 100 MW. Op 19 mei 2010 wordt door Raedthuys Windenergie en Duurzame Energieproductie Exloërmond een verzoek ingediend tot het van toepassing verklaren van de RCR (de zogenoemde ‘RCR-claim’); in oktober 2010 volgt eenzelfde verzoek door Windunie voor windpark Oostermoer. Doordat de initiatiefnemers de beide parken aan elkaar koppelden werd, gezien het aantal MW, de RCR van toepassing. De minister accepteert de verzoeken. Bij besluit van 7 november 2011 heeft de minister van EZ rijkscoördinatie toegezegd.
Formeel werd daarmee het provinciaal bestuur grotendeels buiten spel gezet. Gezien het ingrijpende karakter daarvan zou het redelijk zijn dat over de toepassing van de RCR overleg is gevoerd met de provincie Drenthe en de betrokken gemeenten Borger-Odoorn, Aa en Hunze en Stadskanaal, net over de provinciegrens in Groningen. Dit overleg zou echter niet hebben plaatsgevonden.155 Tegen het van toepassing verklaren van de RCR is vervolgens door de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze geprocedeerd (zonder resultaat) tegen de Staat. Deze procedure liep tot 2016.
154 https://dvhn.nl/drenthe/Burgemeester-Jan-Seton-praat-met-voor-en-tegenstanders-van-hetDrentse-windpark-Kleine-stappen-op-een-smal-pad-25008686.html
Afronding m.e.r. In de zomer en najaar van 2011 werden de m.e.r.‐notities afgerond. De (gezamenlijke) m.e.r.‐notities leverden 1.080 zienswijzen op voor De Drentse Monden en 638 voor beide projecten gezamenlijk. De teneur van de inspraakreacties was steeds: vrees voor geluidhinder, slagschaduw, veiligheidsrisico’s, horizonvervuiling, sterfte onder vogels, waardevermindering woningen, et cetera. Geen van de zienswijzen leidde tot aanpassing van het plan. Gebiedsvisie windenergie Drenthe In het rapport Verdeling onder Hoogspanning (2020) schrift de Noordelijke Rekenkamer dat het gegeven dat de provincie door het Rijk overruled zou kunnen worden, steeds nadrukkelijker de discussie op het provinciale niveau is gaan bepalen. Gedeputeerde Staten van Drenthe en de colleges van Coevorden, Aa en Hunze, Borger-Odoorn en Emmen hebben in juni 2013 samen de gebiedsvisie Windenergie Drenthe vastgesteld. De belangrijkste vraag was waar en onder welke voorwaarden windturbines in het zoekgebied konden worden geplaatst. De provincie Drenthe beschouwde de Gebiedsvisie als een interventie van provincie en gemeenten in een proces waarin het Rijk formeel in de lead is teneinde de ‘lasten’ van de windparken (met name aantasting leefomgeving en landschap) zo veel mogelijk te beperken.
Bröring en Tollenaar zeggen hierover: “Nu de plannen voor de realisering van de windparken duidelijker werden, besloot het provinciebestuur tot een ‘verfijning’ van de provinciale omgevingsvisie. Dit resulteerde in de ‘Gebiedsvisie windenergie Drenthe, die van 19 december 2012 tot 12 februari 2013 ter inzage heeft gelegen. Voorafgaand aan de vaststelling van deze gebiedsvisie, werden informatieavonden georganiseerd in de gemeenten binnen het zoekgebied. Het resultaat van deze inspraakronde was opnieuw een groot aantal ingediende zienswijzen. De zienswijzen gingen onder meer over de beperking van de locatiekeuze tot Oost-Drenthe, andere bronnen van duurzame
155Bröring (2017), pagina 252.
70
energie, economische haalbaarheid en verborgen kosten, de procedure en de milieueffecten. In het kader van dit laatste werden onder meer vragen gesteld over de minimale afstand tot woningen, geluidsoverlast (ook laagfrequent geluid), en de bescherming van vogels. Ook landschappelijke aspecten vormden een belangrijk onderwerp. In het voorjaar van 2013 werd de Gebiedsvisie vastgesteld.” 156 Informele informatiebijeenkomsten Naast de formele ( juridische) inspraakprocedures vonden tal van informele inspraak‐ en communicatiemomenten plaats. “Deze informele gelegenheden drukten de formele inspraakmogelijkheden naar de achtergrond. Al met al vonden er ongeveer een dozijn bijeenkomsten plaats, verdeeld over verschillende rondes. De bijeenkomsten kregen de benaming als ‘inloopavond’ of ‘informatieavond’. (…) “Wat opviel was dat het initiatief voor deze bijeenkomsten veelal werd genomen door bestuurders die geen bevoegdheid meer hadden: gedeputeerden van de provincie en wethouders van de gemeenten waarin de molens zouden worden gerealiseerd. Het bevoegd gezag (vertegenwoordigers van het ministerie) en initiatiefnemers waren veelal afwezig.”157 Volgens burgemeester Seton van Borger-Odoorn was de reden waarom gemeenten ook zelf informatieavonden organiseerden het feit dat het Rijk geen duidelijke informatie verschafte in de bijeenkomsten.
“Dus als gemeente voel je dan toch de verplichting om mensen te woord te staan omtrent de windmolens en de gevolgen voor bijvoorbeeld de veiligheid.
156
Bröring en Tollenaar (2015), pagina 9.
157Bröring en Tollenaar (2015), pagina 9/10.
Dat was rond 2016-2017. Hoe concreter het project werd, meer druk we voelden om mensen te informeren”.158 Gevoel niet serieus te worden genomen wakkert onvrede aan Als vertegenwoordigers van het ministerie en de initiatiefnemers wel aanwezig waren bij informatieavonden, leek dit (echter) de onvrede onder de bevolking juist aan te wakkeren. “Toen zij wel aanwezig waren, bij informatieavonden in de getroffen regio, bleek dat echter slechts de onvrede aan te wakkeren. De tegenstanders, verenigd in het Platform Storm, lieten luidruchtig van zich horen en gaven de vertegenwoordigers van het ministerie en de initiatiefnemers nauwelijks de gelegenheid om de vragen te beantwoorden. Het gevoel niet serieus genomen te worden overheerste, doordat minister Kamp zelf niet de moeite nam om de tegenstanders te woord te staan. Het gemene gevoel was: ‘dit zijn maar Drenten, ik stuur wel een paar onderdeuren’. Ook voor politici, raadsleden en leden van de provinciale staten, hadden deze bijeenkomsten geen toegevoegde waarde.”159 Draagvlak is gering, desalniettemin start inpassingsprocedure (2014) De bestuurlijke onvrede onder met name gemeentebestuurders die de grip op de situatie kwijtraakten leidde ertoe dat de gemeenten Aa en Hunze, Borger‐ Odoorn en Stadskanaal eind 2014 een draagvlakonderzoek lieten verrichten.
De uitkomst: 77,2% van de benaderde huishoudens is tegen en 10,3% voor de komst van het windpark; 11,2% is neutraal en 1,4% heeft geen mening. Aan het eind van de reeks van inspraakprocedures en bijeenkomsten is het draagvlak voor de besluiten over de vestiging van het windpark dus gering. Er zijn volgens Bröring en Tollenaar geen aanwijzingen dat zonder de inspanningen
158Interview burgemeester Borger-Odoorn. 159Bröring en Tollenaar (2015), pagina 10.
71
op het terrein van inspraak en voorlichting het draagvlak nog kleiner zou zijn geweest. De resultaten van het draagvlakonderzoek hebben de minister van Economische zaken er echter niet van weerhouden de initiatiefnemers van het RCR‐Windpark De Drentse Monden en Oostermoer te berichten dat de procedure van het inpassingsplan zal worden gestart.
4.3.
Nadere duiding bestuurlijke gebeurtenissen
Duiding door onderzoekers Bröring en Tollenaar Gefragmenteerde, onervaren overheid met vertroebelde verantwoordelijkheden In hun analyse concluderen Bröring en Tollenaar dat in de casus sprake is van een gefragmenteerde, onervaren overheid met onduidelijke verantwoordelijkheden. De onderzoekers stellen zich de vraag hoe het kan dat het draagvlak is afgenomen en alternatieven zijn afgewezen. Het antwoord is volgens hen grotendeels een inherent probleem met inspraakprocedures: de procedure werd gevoerd ten behoeve van een projectontwikkelaar en initiatiefnemers die geldelijk gewin nastreven. “Nu worden inspraakprocedures vaker gevoerd over besluiten die gunstig zijn voor de een en nadelig voor de ander. De rationaliteit van inspraak is er juist op gericht om die belangentegenstelling te overbruggen. In dit geval bleken de initiatiefnemers echter het spel beter te beheersen dan de bestuursorganen die de inspraak moesten vormgeven, en die voor het eerst met (besluitvorming over) windparken te maken kregen en daarom nog niet over alle relevante kennis en ervaring beschikten. De initiatiefnemers onder leiding van de projectontwikkelaar, met name Raedthuys en Windunie, deden er in hun relatie tot de bevolking het zwijgen toe en wachtten af tot de besluitvorming rond was.
Door koppeling van plannen – opschaling, waardoor de rijkscoördinatieregeling van toepassing werd – hebben zij de provinciale en lokale bestuursorganen formeel buitenspel gezet. De inspraak werd erdoor
vertroebeld: verantwoordelijkheden schoven op naar de minister, terwijl de facto lokale politici met de boze burger moesten communiceren.”160 “De Drentse casus maakt bovendien duidelijk dat de overheid geen eenheid is, die met één mond hetzelfde beleidsverhaal afsteekt. Integendeel: de betrokken gemeenten hebben steeds meer afstand genomen van Rijk en provincie, en de provincie van het rijk. Windenergieprojecten elders in het land geven hetzelfde beeld te zien. Gemeenten respectievelijk provincies worden voor de vraag gesteld of op basis van eigen bevoegdheden moet meewerken aan de ruimtelijke inpassing van windparken, indien de ruimte om daarbij een eigen afweging te maken, ontbreekt.” 161 Besluitvormingsfuik Wat betreft de inspraakmogelijkheden op de planvorming was sprake van een ‘besluitvormingsfuik’ waaruit betrokkenen niet konden ontsnappen, en werden vragen van burgers over ‘lasten en lusten’ onvoldoende beantwoord. “Inhoudelijk draaide de wrevel om twee zaken: de locatiekeuze en de verdeling van de lusten en lasten. De aanwijzing van de Drentse Veen koloniën in de Omgevingsvisie Drenthe 2010 als‘zoekgebied’ bleek de ingang tot een besluitvormingsfuik waaraan betrokkenen niet konden ontsnappen.
De terugkerende vraag waarom de keuze is gevallen op het Mondengebied, dus aan de Oostzijde (in de luwte van) van het Drents plateau, werd slechts beantwoord door een verwijzing naar het gepasseerde station van de Omgevingsvisie uit 2010. Bij de verdeling van de lusten en de lasten gaat het allereerst om de zorgen in de vorm van gevreesde overlast (geluidhinder, slagschaduw, ’s nachts knipperende toplichten). De zorgen hieromtrent werden steevast weggeredeneerd met een verwijzing naar toepasselijke regelgeving.
160
Bröring en Tollenaar (2015), pagina 12.
161Idem.
72
Bovendien werd geen duidelijkheid geboden over de toedeling van de lusten. Wie verdient hoeveel aan de windturbines? Wat zijn de subsidiebedragen? Moet er belasting over worden betaald? Lopen de subsidienemers risico met de exploitatie van een windpark? De initiatiefnemers noch het bestuur was van plan deze informatie te verstrekken, ook niet tijdens de informatieavonden.”162 Parallelle communicatietrajecten Bij de toekenning van de RCR-verzoeken van de initiatiefnemers kwam zoals eerder gezegd de provincie formeel buiten spel te staan. Bovendien schrijft de minister dat de projectontwikkelaar verantwoordelijk is voor het verkrijgen van draagvlak in de regio. In de praktijk was echter sprake van parallelle communicatietrajecten met bewoners door initiatiefnemers/EZ enerzijds en gemeenten anderzijds. “Er is een reeks bijeenkomsten georganiseerd door EZ en de initiatiefnemers. Merkwaardig is dat zij hun allereerste bijeenkomst voor de bevolking buiten de betrokken regio lieten plaatsvinden. Als voorteken van de splitsing tussen EZ en initiatiefnemers enerzijds en gemeenten anderzijds is verder opmerkelijk dat naast de door EZ en de initiatiefnemers georganiseerde bijeenkomsten door de decentrale overheden georganiseerde bijeenkomsten plaatsvinden. EZ en initiatiefnemers hebben een parallel belang, zodat begrijpelijk is dat zij gezamenlijk optrekken.
Gebruikmaking van de RCR drukt met name de lokale overheden echter in een hoek. En de gezamenlijke bijeenkomsten van EZ en initiatiefnemers geven het beeld van een partijdige rijksoverheid.”163
tijdens de lokale voorlichtingsbijeenkomsten komen vragen op naar de verdeling van de lusten en lasten. Ook gemeenteraden en de Provinciale Staten benadrukken het belang van een eerlijk verdeling. Echter, zo schrijft Bröring164: “Merkwaardig is dat het vervolgens amper verder komt dan de conclusie dát de lusten en lasten eerlijk moeten worden verdeeld. Alleen de initiatiefnemers hebben een vrij concreet voorstel, namelijk het bieden van de mogelijkheid om financieel in het windpark te participeren. Voor wie geen spaargeld heeft, is dit geen aantrekkelijke optie. Voor anderen, die vrezen dat het windpark de waarde van het eigen huis zal doen dalen, evenmin. Hoe zeer ook wordt erkend dat de lusten en lasten eerlijk moeten worden verdeeld: het blijft vaag. Een belangrijke factor is dat geen duidelijkheid bestaat over wat met windmolens wordt verdiend. Wát valt er eigenlijk te verdelen? Daar komt geen antwoord op.” Ook op het punt van de distributieve rechtvaardigheid is derhalve de communicatie gebrekkig en ontbreekt transparantie. Daar komt in de rest van de procedure geen verbetering in.165 Wel wordt ondertussen gewerkt aan de totstandkoming van een gebiedsfonds waaraan de initiatiefnemers zullen gaan bijdragen.