266.2 Bijlage Methodeboek compleet
Tekst van het document
1 Https://www.provinciegroningen.nl/subsidies/klimaat-en-energie/startsubsidie-lokale-energietransitie. 2
https://greksite.wixsite.com/grek.
3
https://energiesamen.nu.
4
https://bronnen.vanons.org.
48 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
-
ervaring. Er is behoefte aan een lokaal resolverend ontwikkelfonds voor deze fase van ontwikkelen. Wanneer dit op regioniveau georganiseerd kan worden scheelt dit verschillende gemeenten veel uitzoekwerk. Daarnaast kan de gemeente de coöperatie ondersteunen financiering te krijgen door middel van borgstelling; er is vanuit de energiecoöperaties behoefte aan een fonds of budget om indien nodig expertise en advies in te kunnen huren om lokaal eigenaarschap te kunnen realiseren.
6.4
Gebiedsfonds
Over de juridische afdwingbaarheid van een gebiedsfonds is inmiddels veel geschreven. Deze lessen zijn te vinden in de factsheet ‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie’1. Zo beschrijft de factsheet dat er grenzen zijn aan het beleid en het stellen van regels. Dit geldt voor alle vormen van financiële participatie; mede-eigenaarschap, financiële deelname, afdracht aan een lokaal fonds en omwonendenregelingen. Decentrale overheden (gemeenten en provincies) kunnen in projecten voor hernieuwbare energie de wens voor een gebiedsfonds stimuleren, maar niet afdwingen. Het bevoegd gezag kan de initiatiefnemer niet juridisch verplichten tot een gebiedsfonds in de ontwikkeling of exploitatie van een energieproject. Enkel op vrijwillige basis kan de initiatiefnemer dit doen. Dit betekent dat het bevoegd gezag een aanvraag voor bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een zonnepark niet mag weigeren omdat een initiatiefnemer weigert een bijdrage te leveren aan het gebiedsfonds, terwijl het project verder wel passend is binnen het bredere ruimtelijke beleid van de gemeente. Hoewel een gebiedsfonds niet afdwingbaar is, heeft dit methodeboek laten zien dat er methodes zijn die in de praktijk werken.
In de methode Westerwolde2 heeft het tot een praktijk geleid waarin initiatiefnemers kiezen voor het goed invullen van de participatie in een vroeg stadium van een project. Waarbij op enig moment 50 % lokaal niet haalbaar blijkt en een bedrag per MW per jaar wordt afgedragen. Deze paragraaf bevat: - Voordelen, nadelen en voorwaarden voor het toepassen van een gebiedsfonds; - praktische tips voor de uitvoering en inrichting van een gebiedsfonds. Deze paragraaf beschouwt het gebiedsfonds vanuit het motief ‘verdeling van lusten en lasten’. Voor het gebiedsfonds kan een gemeente echter verschillende motieven hebben. Probeer deze aanvullende motieven waar mogelijk te koppelen aan budgetten en doelen van het gebiedsfonds. Zorg voor een duidelijke koppeling tussen beleidsdoelen en baten/budgetten.
Voordelen en nadelen van een gebiedsfonds Navolgende opsomming geeft een kort overzicht van voordelen, nadelen en voorwaarden van een gebiedsfonds. Voordelen - ‘Lokale baten zonder dat risicodragend investeren nodig is’: een initiatiefnemer stort geld in een gebiedsfonds. Dat kan vooraf ingelegd worden maar vaker wordt dit jaarlijks gedaan voor een vast bedrag per opgewekte stroom. Dat betekent dat er baten vrijkomen voor de omgeving zonder dat bewoners of bedrijven vooraf geld in hoeven te leggen. - ‘Ervaring’: veel gemeenten hebben al kennis van gebiedsfondsen vanuit andere beleidsterreinen bijvoorbeeld woningbouw of snelwegontwikkelingen. Door die ervaring kunnen gemeenten eenvoudiger en beter vorm geven aan een gebiedsfonds.
1
https://www.regionale-energiestrategie.nl/bibliotheek/participatie+volksvertegenwoordigers/b+participatie/1786652.aspx.
2
De gemeente Westerwolde is momenteel bezig met het praktisch inrichten van het duurzaamheidsfonds. Zij staan open voor gemeenten met vragen en willen hun lessen breed delen.
49 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
-
‘Afdracht kan vroeg in een project concreet vastgelegd worden’: in de gemeente Westerwolde geldt bijvoorbeeld een leidraad1 waarin per MW opgesteld vermogen een bedrag wordt benoemd. Door in de fase van een principeverzoek een ontwikkelaar te vragen of zij akkoord gaan met deze bedragen is er uitzicht op lokale baten. Dit in tegenstelling tot lokaal eigendom. Daarbij is vaak vroeg in het project alleen nog maar de wens tot toetreden duidelijk. Daarin kan op dat moment vaak nog weinig worden vastgelegd (een intentieovereenkomst bijvoorbeeld). Vervolgens moet parallel aan de vergunningaanvraag de aandeelhoudersovereenkomst worden voorbereid (zie paragraaf 6.2).
Nadelen - ‘Haalbaarheid van de afdracht is sterk afhankelijk van de opbrengsten per project’: een gebiedsfonds is alleen mogelijk als projecten voldoende marge maken. Een project moet immers ook een lening terugbetalen aan de bank en rendement uitkeren naar de aandeelhouders. Aan die financiële verplichtingen kunnen voldoen (zonder onevenredig risico) is belangrijk voor het slagen van projecten. De SDE++ subsidie voorziet in het dekken van een onrendabele top (zie hoofdstuk 7). Dat in veel projecten momenteel voldoende marge is, is dus meer een luxe dan de standaard. Voorwaarden - Regel praktische uitwerking van doelen en toewijzing van budgetten voorafgaand aan de specifieke projecten: beleidsmedewerkers zetten de doelen met betrekking tot een gebiedsfonds eenvoudig in beleid. De invulling van deze doelen (zie praktische tips) is echter moeilijker. In Nederland zijn gemeenten die de eerste gelden in het gebiedsfonds ontvangen maar deze nog niet hebben ingericht. Zorg dus dat de vormgeving van het gebiedsfonds geregeld is voordat de eerste projecten geld storten in het fonds. - Richt een gebiedsfonds voldoende flexibel in, zodat verschillende bewoners het fonds voor hun lusten in kunnen zetten: veel gebiedsfondsen leiden niet tot de vooraf geschetste lusten (in het kader van ‘balans tussen lusten en lasten’). De inrichting van een gebiedsfonds kan daar bij helpen.
Ter illustratie: stel, u bent een bewoner bij een zonnepark. Dat zonnepark ligt (weliswaar goed ingepast) op 100 m van uw woning. Daarbij wordt in de aanloop een gebiedsfonds beloofd. Steeds wordt het beeld geschetst dat u aanspraak kan maken op dit fonds. Bij de uitvoering blijkt dat: · het lastig is om het geld aan eigen wensen/lusten te besteden, zonder dat daar eerst overeenstemming met de buurt over is bereikt; · de voor de hand liggende opties zoals de speeltuin en het wandelpad niet echt ‘lusten’ zijn voor u. U heeft bijvoorbeeld geen kinderen en keek graag uit over de velden achter uw huis. Maar voor de uitkijktoren krijgt u de handen niet op elkaar; · weinig omwonenden proberen aanspraak te maken op de gelden; · een tip: door vooraf het fonds goed te labelen en daarvoor ook tijdens het project ook inspraak op te laten plaatsvinden voorkomt u gebrek aan lusten. Praktische tips in de uitvoering Denk alvast na over de volgende vragen Wanneer een gebiedsfonds op is genomen in het gemeentelijk beleid, gaat deze binnen enige termijn gevuld worden.
Bereid dan alvast antwoorden voor op de volgende vragen: 1 aanvragers: Wie mag er aanspraak maken op de gelden uit het fonds? 2 budgetten: Waar mag het geld aan worden besteed? 3 voorwaarden: Welke voorwaarden gelden er voor een aanvraag? 4 besluitvorming: Hoe kan over de ingediende aanvragen worden besloten? en; 5 juridische inbedding: hoe kan een gebiedsfonds goed worden vastgelegd? Hoe kan een gemeente voorkomen dat (de schijn van) staatssteun2 ontstaat? Een gemeente kan het zelf doen (bijvoorbeeld 1 Zie: https://www.westerwolde.nl/file/9864/download 2 Zoals eerder geschreven is het de verwachting dat in de toekomst meerdere initiatiefnemers geldstorten op de rekening van het
gebiedsfonds. De kans is groot gemeenten middelen labelen om specifieke doelen te realiseren, waardoor het scheiden van
50 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
gemeente Westerwolde) of een gemeente kan buiten de deur in een onafhankelijke organisatie zetten (bijvoorbeeld gemeente Stadskanaal). Wat zijn de voor- en nadelen van deze keuze? In Westerwolde is middels een omgevingsconsultatie antwoord gegeven op vraag 1 tot en met 4. Voor vraag 5 is het gewenst de samenwerking met een jurist van het betreffende bevoegd gezag te zoeken. De factsheet1 gaat in op overige veelvoorkomende vragen. Koppel baten aan de beleidsdoelen: waartoe lokaal eigendom? Hinder/lasten van een initiatief nemen af naarmate de afstand tot het initiatief afneemt. Voor een gelijke verdeling van lusten en lasten is het verstandig vooraf spelregels vast te stellen. Welk deel is ter compensatie van lasten en welk deel is voor andere doelen waartoe de gemeente lokaal eigendom wil. Voorbeeld: 50 % van de gelden is bestemd voor de directe omgeving en de overige 50 % bestemd voor de gehele gemeente. Koppel de gelden dan ook aan de bijpassende thema’s uit het beleid. Zorg voor een onderbouwing per aanvraag Zorg dat (lokale) aanvragers middels een onderbouwing eenvoudig aanspraak kunnen maken op gelden uit het gebiedsfonds. Toekenning van opbrengsten gaat enkel naar goed onderbouwde aanvragen, dit ter voorkoming van dat een oneigenlijke partij geld krijgt toegekend. Aanvragers kunnen een aanvraag doen voor zowel directe omgeving als het gemeentebreed fonds.
Creëer transparante voorwaarden Om een zo groot mogelijke meerwaarde te creëren voor de omgeving adviseren wij om voorwaarden te stellen aan de aanvragen en aan de wijze van toekenning. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen algemene voorwaarden (toetsing noodzakelijk) en voorwaarden per categorie (toetsing op kwaliteit). Organiseer besluitvorming waar mogelijk lokaal Besluitvorming is vaak een gevoelig punt, geef dit proces zorgvuldig vorm. Iedere aanvraag kan worden getoetst op basis van voorwaarden. Daarnaast kan er aanvullend worden getoetst op kwaliteit. Of de besluitvorming voor de omgeving legitiem is, hangt bovendien af van wie het besluit tot toekenning van gelden neemt. Hier is het wenselijk om waar mogelijk per project de bevoegdheid over besluitvorming te delegeren naar een lokale vereniging. Dan houden de opbrengsten sterker lokaal verband met de lasten. Gebiedsfonds als gemeente zelf doen of uitbesteden Een belangrijke keuze die gemaakt moet worden is, of een gemeente het zelf doet (zoals bijvoorbeeld in Westerwolde) of dat een gemeente het buiten de deur in een onafhankelijke organisatie zet (zoals bijvoorbeeld in Stadskanaal).
Wat zijn de voor- en nadelen van deze keuze? Voor uitvoering door de gemeente gelden de volgende voor- en nadelen: - voordeel uitvoering gemeente: gemeente beschikt over de middelen en kan deze inzetten naar eigen inzicht, democratische controle en sturing is aanwezig; - voordeel uitvoering gemeente: de gestelde beleidsdoelen kunnen gekoppeld worden aan de budgetten. Hierdoor kunnen eerdere beloftes uit het proces ook een plek krijgen in de toewijzing van budgetten; - nadeel uitvoering gemeente: het risico op betaalplanologie is groter omdat de gemeente zelf geld ontvangt; - nadeel uitvoering gemeente: gemeenteraad kan besluiten het fonds in te zetten voor andere doeleinden, bijvoorbeeld bij grote tekorten in andere beleidsterreinen; - nadeel uitvoering gemeente: voor omwonenden kan een gemeentebreed fonds te weinig lokaal voelen. Waardoor het risico ontstaat dat het gebiedsfonds bijvoorbeeld, onvoldoende bijdraagt aan verdeling budgetten en een adequate boekhouding cruciaal is. Bijvoorbeeld voor groenblauwe diensten is een maximumbedrag Europees vastgelegd in de zogenoemde Catalogus Groenblauwe Diensten. Publieke bijdragen aan groene- en blauwe diensten dienen binnen deze catalogus te blijven omdat zij zo aan de staatssteuntoets voldoen, maar voor private middelen geldt dat niet. Met private middelen zou daarmee een ‘plus’ op de reguliere vergoedingen kunnen worden gegeven.
Verken per thema de regels omtrent staatsteun met een jurist. Maak daarnaast bijvoorbeeld gebruik van de expertise van het Nationaal Groenfonds wanneer het gaat om groenblauw diensten. 1 Https://www.regionale-energiestrategie.nl/bibliotheek/participatie+volksvertegenwoordigers/b+participatie/1786652.aspx.
51 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
van lusten en lasten, draagvlak voor het initiatief en voor minima het (te) moeilijk wordt om aanspraak te maken op de budgetten; Voor de uitvoering extern gelden de volgende voor- en nadelen: - voordeel uitvoering extern: het risico om betaalplanologie is lager, de gemeente ontvangt alleen de leges en OZB van een zonnepark. De stichting kent geen problemen met staatssteun; - voordeel uitvoering extern: door een lokale stichting op te richten kunnen betrokken omwonenden zelf zitting nemen in het bestuur. Daardoor kan het lokale karakter van het fonds worden versterkt; - nadeel uitvoering extern: minder of geen democratische controle door de gemeenteraad mogelijk. Een gemeente heeft geen invloed op individuele projectaanvragen, maar krijgt wel de klachten als iets wordt afgewezen; - nadeel uitvoering extern: de gestelde beleidsdoelen kunnen niet zomaar worden gekoppeld aan de budgetten. Zorg dat bij de oprichting van de lokale stichting de budgetten en doelen onderwerp van gesprek zijn. Zo wordt voorkomen dat eerdere beloftes uit het proces ook een plek kunnen krijgen in de toewijzing van budgetten. In deze paragraaf is vanuit het motief 'verdeling lusten en lasten' gekeken naar het gebiedsfonds. Vanuit dat motief zijn enkele voordelen, nadelen, voorwaarden en suggesties voor de uitvoering genoemd.
Mocht u besluiten zelf te gaan werken met een gebiedsfonds raden wij aan om contact op te nemen met een gemeente die reeds een gebiedsfonds heeft opgericht1.
6.5
Maatschappelijke tender
Deze paragraaf beschrijft de werkwijze, de criteria en de voor- en nadelen van een maatschappelijke tender.
6.5.1
Wat is een maatschappelijk tender?
Een maatschappelijke tender uitschrijven is procestool om initiatieven te selecteren op basis van ingediende principeverzoeken. Diverse Nederlandse gemeenten passen dit toe, waaronder de gemeenten Wijchen, Druten en Oude IJsselstreek. De term ‘maatschappelijke tender’ weerspiegelt echter niet direct de functionaliteit van het instrument. Het is namelijk niets meer dan het opstellen van een aantal criteria op basis waarop een gemeente principeverzoeken selecteert. Een gemeente laat initiatiefnemers op eenzelfde, vooraf aangekondigd, moment een principeverzoek indienen voor zonneparken. Daarbij kan de gemeente ook een maximum instellen ter grootte van een bepaald aantal ha/MW. De principeverzoeken worden vergeleken op de vastgestelde en gecommuniceerde criteria, waaruit één of meerdere winnende inschrijvingen volgen. Deze winnende inschrijving(en) komen in aanmerking voor planologische medewerking en het aanvragen van vergunningen. Wint een initiatiefnemer de maatschappelijke tender niet, dan hoeft deze geen tijd, geld en energie meer te steken in een vergunningentraject. Zo voorkomt de maatschappelijke tender verloren investeringen voor zowel bevoegd gezag als ontwikkelaar. Bovendien kan een bevoegd gezag gestroomlijnd en geleidelijk invulling geven aan haar doelstellingen.
De maatschappelijke tender is daarmee een handig instrument om te combineren met de in hoofdstuk 2 beschreven methodes.
6.5.2
Voorbeelden selectiecriteria
De selectiecriteria van de gemeente zijn vooraf bekend bij de initiatiefnemers. Dit maakt het een transparant selectieproces. De criteria weerspiegelen bovendien de wensen en prioriteiten van de gemeente. De gemeente kan namelijk wegingspercentages toevoegen aan haar criteria, waaruit een zekere prioriteit volgt. De selectiecriteria in maatschappelijke tenders voor zonneparken lopen uiteen. De tabellen 6.1 en 6.2 geven
1 Mogelijk heeft uw eigen gemeente eerder gewerkt met een gebiedsfonds binnen een ander domein, bijvoorbeeld woningbouw.
52 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
een beeld van de criteria en wegingen van de gemeenten Oude IJsselstreek en Druten. Hieruit volgt duidelijk dat de weging aan criteria de wensen en prioriteiten van deze gemeenten weerspiegelen.
Tabel 6.1 Selectiecriteria en percentageweging gemeente Oude IJsselstreek (bron: gemeente IJsselstreek 1) Criterium
Weging
Efficiënt ruimtegebruik
10 %
Realisatiekans
20 %
Natuur en landschap
30 %
Participatie
35 %
Overig
5%
Tabel 6.2 Selectiecriteria en weging (puntenverdeling) gemeenten Druten (bron: Selectieleidraad Zonne-energie gem. Druten) Beoordeling
Omgevingsdialoog
Landschappelijke analyse
Levenscyclusplan
Draagvlak & participatie
Score ‘4’: uitmuntend
10
15
10
20
Score ‘3’: zeer goed
7
10
7
14
Score ‘2’: goed
4
7
4
8
Score ‘1’: voldoende
2
3
2
4
Score ‘0’: matig
0
0
0
0
Ongeldig
Ongeldig
Ongeldig
Ongeldig
Ongeldig
6.5.3
Voordelen maatschappelijke tender
De inzet van een maatschappelijke tender biedt meerdere voordelen. Hieronder is zijn er drie kort toegelicht. Alle principeverzoeken in één keer Alle principeverzoeken worden op één of een paar momenten in het jaar ingediend. Een gemeente kan zich hier op voorbereiden. Bovendien is een gemeente hierdoor in staat meerdere principeverzoeken met elkaar te vergelijken. Een gemeente krijgt op deze manier een goed beeld van waar initiatiefnemers in de gemeente mee bezig zijn.
Transparantie Een maatschappelijke tender uitschrijven is een transparant proces voor initiatiefnemers en burgers. De gemeente toont met het vooraf mededelen van selectiecriteria transparantie aan de initiatiefnemers. Zij kunnen hier hun principeverzoek op afstemmen. Na de selectie weet de initiatiefnemer waar het principeverzoek op heeft verloren of gewonnen. Doordat de initiatieven op meerdere criteria zijn beoordeeld en de beste is geselecteerd, weet de burger precies welke zonnepark waarom is geselecteerd. Het transparante proces kan begrip en draagvlak teweegbrengen bij de burger. Vaste inschrijfmomenten Omdat de initiatiefnemers op vaste inschrijfmomenten hun principeverzoek indienen, kan een gemeente zich hier op voorbereiden. Dit biedt rust voor de beoordelaars, ruimtelijke ordening-medewerkers en vergunningverleners.
1 https://www.oude-ijsselstreek.nl/zonnevelden.
53 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
6.5.4
Nadelen maatschappelijke tender
De inzet van een maatschappelijke tender gaat ook gepaard met nadelen. Hieronder zijn twee nadelen kort toegelicht, inclusief mogelijke beheersmaatregel. Beide nadelen zijn overigens ook van toepassing voor uitnodigingsplanologie zonder maatschappelijke tender. De maatschappelijke tender suggereert echter dat de overheid al in de principeverzoekfase sturend is (terwijl dit niet echt het geval is). Een proces faciliteren buiten het blikveld van de gemeente Met een maatschappelijke tender faciliteert een gemeente een proces buiten haar eigen blikveld. Veel initiatiefnemers gaan op eenzelfde moment activiteiten ondernemen in jouw gebied. Allen werken naar dezelfde deadline, wat kan leiden tot onrust. Bovendien kunnen meerdere initiatiefnemers een principeverzoek indienen voor dezelfde locatie, zonder dat de gemeente hierop kan bijsturen. Een beheersmaatregel hierop is als gemeente zicht krijgen op de activiteiten in het gebied. De gemeente kan overwegen de initiatiefnemers coördinaten van de beoogde locatie door te laten geven in de aanloop naar de maatschappelijke tender. Hierdoor kan de gemeente op tijd bijsturen als twee initiatiefnemers dezelfde locatie voorzien. Bijvoorbeeld wanneer initiatiefnemers concurreren voor grondposities, dan kan de gemeente een breed gebiedsproces voorstellen om te komen voor gelijkwaardige grondvergoedingen per deelnemers (zie 5.2.5.
voor een voorbeeld uit Flevoland) Een gemeente is afhankelijk van wat initiatiefnemers te bieden hebben Voor een gemeente is een maatschappelijke tender geen functioneel instrument zonder beleid. De winnende initiatieven kunnen namelijk ook de beste van ‘slechte’ inschrijvingen zijn die afgaan bij de vergunningaanvraag. Daarmee is de gemeente afhankelijk van datgene wat de initiatiefnemers te bieden hebben. Een initiatief dat de maatschappelijke tender ‘wint’, hoeft namelijk niet altijd datgene te bieden waar de gemeente naar streeft. Dit maakt dat een maatschappelijke tender het best werkt in combinatie met beleid. Een beheersmaatregel hierop is het combineren van een maatschappelijke tender met beleid. De maatschappelijke tender wordt hiermee geen op zichzelf staand instrument, maar hangt samen met beleid. Hiermee kan een gemeente voorkomen dat de winnende inschrijvingen eigenlijk niet aansluiten bij wat de gemeente voor ogen had. Hoofdstuk 2 geeft een toelichting op beleid wat hiervoor uitkomst biedt.
54 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
7 ONTWIKKELEN VOOR BEGINNERS
Lees dit hoofdstuk als u uw kennis op wilt frissen of een ‘beginner’ bent op het gebied van het ontwikkelen van duurzame energieprojecten. Dit hoofdstuk bevat een begrippenlijst, neemt u mee in het proces, geeft uitleg over de relevante begrippen en geeft tips en lessen voor verschillende partijen die betrokken zijn bij het ontwikkelproces. In dit hoofdstuk staat de basiskennis voor het ontwikkelen van duurzame energie. Deze basiskennis heeft u nodig om de rest van het methodeboek goed te kunnen lezen. Wist u bijvoorbeeld dat bij een gezond projectenportfolio de geslaagde projecten de kosten van alle gefaalde projecten moeten dekken? Dit en andere basiskennis leest u in dit hoofdstuk.
7.1
Begrippenlijst
Om het ontwikkelproces van duurzame energieprojecten te snappen, is het belangrijk een aantal basisbegrippen te (her)kennen. Deze paragraaf geeft een korte toelichting op een aantal basisbegrippen. De begrippen worden in het verloop van dit hoofdstuk uitgebreider toegelicht. Lokaal eigendom Lokaal eigendom bij duurzame energieprojecten is het risicodragend (mede-)ontwikkelen en -exploiteren van die energieprojecten door lokale partijen, met het oogmerk de opbrengsten ervan ook weer lokaal in te zetten voor CO2-reductie, lastenverlichting en leefbaarheid. Ontwikkelaar Een (professionele) partij die risicodragend ontwikkelt. Dit zijn vaak bedrijven die geld bezitten of investeerders/sponsors hebben verworven. Met dat geld kunnen ze risicovol investeren in projecten. Initiatiefnemer Degene die het initiatief neemt in de ontwikkeling van het duurzame energieproject. Een breder begrip dan ontwikkelaar. De term initiatiefnemer kan ook worden gebruikt wanneer het geen professionele ontwikkelaar betreft of omdat er bij het project op dat moment nog geen professionele ontwikkelaar betrokken is. Private equity Letterlijk: privaat vermogen. Dat is formeel de benaming voor investeerders die in bedrijven participeren. Een beursgenoteerd bedrijf kan extra aandelen uitgeven op de beurs als het geld nodig heeft, een niet-beursgenoteerd bedrijf kan dat niet.
Als een niet-beursgenoteerd bedrijf geldmiddelen nodig heeft kan het deze ophalen bij een bank of bij private investeerders. In de duurzame energiewereld wordt met ‘private equity’ vaak refereert aan het geld dat opgehaald wordt bij private investeerders. Dit is nodig om de risicovolle(re) eerste fases van projecten te financieren wanneer een initiatiefnemer dit niet zelf bezit.
55 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
Energiecoöperatie Een energiecoöperatie is een coöperatie die zich richt op het bevorderen van een voor iedereen toegankelijke duurzame energievoorziening1. Een energiecoöperatie wordt in Nederland tegenwoordig vaak aangehaald als het vehikel voor lokaal eigendom. Dit is echter niet de enige mogelijke vorm, zoals in dit methodeboek te lezen is. Waardesprong Het ontwikkelen van een project gaat gepaard met risico’s. Deze risico’s verschillen per fase en project. De financiële risico’s zijn gelinkt aan investeren: het vak van het beheersen en verminderen van risico’s. Hierbij geldt dat elke stap naar een volgende fase (na het behalen van een mijlpaal) geld waard is. Aan het begin is de kans groot dat het project niet doorgaat, er moeten namelijk nog veel (onzekere) zaken geregeld worden. Bij iedere stap nemen die risico’s af, en neemt de waarde van het project toe. Zie ook paragraaf 7.2. Financial close Financial close is het moment waarop alle project- en financieringsovereenkomsten zijn getekend. Dit is een voorwaarde en het vertrekpunt richting de uitvoeringsfase. GVO = garanties van oorsprong Een Garantie van Oorsprong (GO of GvO) is een bewijsstuk waarmee de afkomst van de duurzaam geproduceerde energie aangetoond kan worden.
Garanties van Oorsprong maken onderdeel uit van het European Energy Certificate System (EECS) dat wordt beheerd door de Association of Issuing Bodies (AIB).
7.2
Investeren, risico’s en waardesprongen
Het ontwikkelen van duurzame energieprojecten gaat gepaard met investeringen, risico’s en waardesprongen. Hierbij is een aantal algemene stelregels van toepassing. Deze stelregels leest u in deze paragraaf. Algemeen geldt hoe hoger het risico, hoe hoger het rendement moet zijn. Onder de risico’s verstaan we: - risico’s: ontwikkelen is investeren en daarmee een risicovolle business; - risico nemen en risico dragen: tegenover een risico moet een rendement staan. Een geslaagd project moet immers de kosten dekken voor alle gefaalde projecten. Een projectportfolio kan dus met geslaagde projecten het risico van andere projecten dragen (geldt ook in de exploitatiefase). Risico nemen en risico dragen zijn in deze branche niet altijd hetzelfde: · een voorbeeld: partijen die werken voor een externe financier. Het succes is wel voor hen, het verlies niet. Een hoog rendement is noodzakelijk om binnen een projectportfolio risico’s en kosten te dekken. Investeren is het vak van het beheersen en verminderen van risico’s. Iedere stap met minder risico’s is dus geld waard. Dit is een waardesprong in het proces (zie voorbeeld in kader). Iedere stap in een ontwikkelproces leidt tot een verdere invulling van risico’s, kosten en opbrengsten. Bijvoorbeeld: een bank accepteert minder hoge risico’s waardoor zij de rente laag kan houden.
Dit betekent dat een bank pas financiert als de risico’s in het project zo goed als nul zijn. De bank wil in dit voorbeeld niet instappen omdat de risico’s in het project groot zijn. Daarom is voorfinanciering nodig. Voorfinanciering is de term voor geld dat iemand wil lenen voordat de bank bereid is dat te doen. Voor voorfinanciering zijn dus investeerders/fondsen nodig. Vaak wordt dit ‘private equity’ genoemd.
1
Alhoewel dergelijke coöperaties in veel landen omstreeks 1985 of later zijn opgericht ter bevordering van duurzame energie bestaat het begrip al langer. In Duitsland en de Verenigde Staten bestaan energiecoöperaties al vanaf ongeveer 1935, maar deze richten zich niet exclusief op duurzame energie..
56 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
Voorbeeld bij een energieproject Het onderstaande processchema (in hoofdstuk 2 heet dit de ‘projectcyclus’) staat vaak in dit methodeboek. Het zet de participatiemethodes in de tijd, met onderscheid naar projectfases, mijlpalen en waardesprongen. Voor energieprojecten zijn de volgende mijlpalen gedefinieerd: eerst de beleidsvorming door het bevoegd gezag en daarna het indienen van het principeverzoek, de vergunningaanvraag en -verlening, het verkrijgen van SDE(++)-subsidie, het bereiken van financial close en de start van de bouwwerkzaamheden. Een investeringspropositie in duurzame energie is gebouwd rondom deze mijlpalen en zonder deze mijlpalen te bereiken, is het succesvol realiseren van een energieproject niet mogelijk.
Afbeelding 7.1 Processchema
Het risico neemt af naarmate het project verder komt (zie afbeelding hierboven: beide lijnen laten het risico zien). Dat gaat met stapjes. Deze stapjes zijn gelijk aan waardesprongen. Hierbij geldt dat elke stap naar een volgende fase geld waard is. Het financieel risico is na deze mijlpaal immers lager, bijvoorbeeld bij het verkrijgen van de SDE-subsidie. In andere woorden: iedere stap met minder risico’s is geld waard. Doordat het risico afneemt, neemt de waarde toe. Dat is niet alleen fictief. Het project kan ook tussentijds verkocht worden. In Nederland zijn meerdere ontwikkelaars actief die alleen maar projecten tot en met de planfase ontwikkelen. Dan verkopen ze het project (op dat moment de vergunningen en grondposities) en neemt een andere partij deze over. De overnemende ontwikkelaar doet mogelijk ook weer een deel van de waardesprongen en verkopen het park dan weer door. Bijvoorbeeld van planfase tot aan realisatie. De waarde van een project in een bepaalde fase wordt vaak uitgedrukt in de netto contante waarde1. De manier waarop een ontwikkelaar investeert, bepaalt ook mede voor welke type participatie de ontwikkelaar open staat. Een ontwikkelaar die een park (snel) wil verkopen zal altijd aansturen op losse percelen, losse vergunningen en losse overeenkomsten. Dat maakt verkoop/overdracht makkelijker.
Ter illustratie: een percentage lokaal eigendom binnen een park kan de verkoop van een zonnepark belemmeren. Deze lokale medeaandeelhouders (uitgaande van 50 %) kunnen de verkoop tegenhouden, of middels een aandeelhoudersovereenkomst eerste recht op koop hebben. Dan ontvangt een ontwikkelaar mogelijk ook een lagere prijs voor dat aandeel ten opzichte van vrije verkoop. Wat ook meespeelt is het type koper: een pensioenfonds zoekt bijvoorbeeld vaak investeringen met een laag risicoprofiel en weinig bureaucratie. Die zit dus niet altijd te wachten op een aandeelhoudersvergadering waar ze voor iedere
1
De Netto Contante Waarde (NCW) ontstaat door de contante kosten (huidige waarde van toekomstige kosten) af te trekken van de contante opbrengsten (huidige waarde van toekomstige opbrengsten). Op deze wijze kunnen de effecten van uitgaven en inkomsten die op verschillende tijdstippen plaatsvinden met elkaar vergeleken worden. Zie: http://www.gebiedseconomie.nl/content/n/netto-contante-waarde .
57 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
beslissing moeten onderhandelen met een energiecoöperatie. Kortom, maak eens bespreekbaar met een ontwikkelaar onder welke voorwaarden lokaal eigendom georganiseerd kan worden. Het taalgebruik maakt vaak duidelijk of de ontwikkelaar op lange termijn eigenaar blijft of juist verkoop nastreeft. Neem hiervoor passende procesmaatregelen (zie hoofdstuk 6). Betrokkenheid van een ontwikkelaar kan ook voordelen hebben. Een ontwikkelaar is in staat risico te nemen. Voor de lokale initiatiefnemer is het alles of niets. De lokale initiatiefnemer kan met de commerciële partij afspraken maken over het dragen van de risico’s en dergelijke. De lokale partij wordt geholpen wanneer de gemeente een ontwikkelaar oplegt dat minstens 50% lokaal moet zijn. Hij is er dan bij gebaat om de lokale partij mee te nemen in het proces. Beide partijen helpen elkaar om tot resultaat te komen. Ontwikkelaars hebben waarschijnlijk de voorkeur om het park op te splitsen in een eigen deel en een deel van een lokale partij die zelf vergunningen, subsidie en dergelijke regelt. Een gemeente kan daarin bemiddelen.
7.3
Hoofdrekenen aan risicovolle propositie
Deze paragraaf neemt u mee in het rekenen aan een risicovolle propositie. Het geeft u inzicht in de basiskennis en regulier gehanteerde uitgangspunten in business case van dit soort projecten. Als voorbeeld wordt gerekend met een zonnepark van 10 MW zonne-energie en 10 MW windenergie (voor verschil wind en zon zie paragraaf 7.4). Deze aantallen gaan om de verhoudingen en zijn gebaseerd op projectvoorbeelden van voorjaar 2020. Zie afbeelding 7.2 voor de hoofdrekensommen bij zonne- en windenergieprojecten.
58 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
Afbeelding 7.2 Hoofdrekenen bij zonne- en windenergieprojecten 1
7.4
Markttrends: SDE en grondprijzen
Deze paragraaf beschrijft de markttrends rondom de SDE en de grondprijzen. U kruipt hierbij in het hoofd van ontwikkelaars en initiatiefnemers. Dit helpt bij het (beter) begrijpen van de ontwikkelingen rondom hernieuwbare energieprojecten door een financiële bril. Dalende SDE++: hoe sneller hoe beter? Omdat subsidiebedragen dalen, hebben ontwikkelaars haast. ‘Straks kan ons windpark/zonnepark niet meer uit!’. Meestal gebruiken ontwikkelaars de dalende basisbedragen om een gevoel van urgentie te creëren. Is dat terecht? Samengevat: nee, de subsidie wordt steeds minder, maar technieken worden goedkoper en het verschil tussen het opwekken van grijze en groene stroom wordt kleiner. Voor het rendement en de terugverdientijd op een project zou dat dus niet uit moeten maken, want het bedrag dat geïnvesteerd moet worden, wordt ook lager. Kortom, haast is niet noodzakelijk. De subsidie is zo ingericht dat het project volgend jaar ook nog uit kan. In relatie tot gebiedsfondsen speelt hier alleen nog een extra complicerende factor. De afdracht in het gebiedsfonds wordt vroeg in het proces afgesproken en wordt niet meegenomen in de subsidie. De door inspraak toegezegde extra inpassingsmaatregelen worden ook niet gedekt als het bedrag verder daalt. De praktijk laat een groeiende trend van kwaliteit verhogende maatregelen rondom energieprojecten zien.
Die worden in het huidige subsidieklimaat echter niet gedekt. Het is daarom goed bewust te zijn van het feit dat de omgeving en overheden voor ontwikkelaars momenteel nieuwe risico’s introduceren. Risico’s leiden tot onzekerheden. Zekerheden zijn wat waard (zie paragraaf 7.1-7.3). Daarom heeft een ontwikkelaar altijd haast.
1
Icon made by Freepik from www.flaticon.com.
59 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
Navolgende opsomming laat in het kort de werking van de SDE+(+) zien: 1 ja, de subsidiebedragen dalen al jaren; 2 maar dat is juist ook de bedoelde werking van de SDE+(+). Het opwekken van grijze stroom is momenteel goedkoper dan het opwekken van groene stroom. Met de subsidie heft de overheid dat verschil op, om daarmee het opwekken van groene stroom financieel interessanter te maken. Daardoor worden zonne-energieprojecten en windenergieprojecten haalbaarder. Immers de overheid verkleint hiermee een toprisico. Dat verklaart de snelle toename van het aantal duurzame energieprojecten in Nederland in de afgelopen jaren. De subsidie loopt 15 jaar lang en is een bedrag per opgewekte/geleverde kWh groene stroom. Dit bedrag bestaat uit het basisbedrag minus het correctiebedrag; 3 de ronde waarin de SDE+(+) wordt aangevraagd, bepaalt het basisbedrag dat voor 15 jaar toegewezen wordt1. De basisbedragen worden elk (half) jaar opnieuw vastgesteld. Het wordt berekend en geïndexeerd aan de hand van de actuele kostprijzen van hernieuwbare energietechnologieën. Oftewel: hoe goedkoper duurzame energietechnieken worden, hoe lager het basisbedrag. Hieruit volgt ook dat het basisbedrag elk jaar met zo’n 10 % daalt; 4 bij het correctiebedrag wordt gekeken naar het verschil in kostprijs tussen het opwekken van grijze en groene stroom.
Ook de hoogte van dit correctiebedrag is dus afhankelijk van de marktontwikkelingen. Als duurzame technieken goedkoper worden, is de kostprijs van het opwekken van groene stroom ook minder hoog. De correctiebedragen worden jaarlijks vastgesteld en fluctueren gedurende de looptijd van de subsidie; 5 de aanvullende vragen en maatregelen in vergunningprocedures en voorbereiding nemen toe. Dat is een brede maatschappelijke trend in Nederland. Dat komt door meerdere factoren, waaronder bestuurlijke onzekerheid, nieuwe inzichten en participatie. Deze extra inspanningsmaatregelen worden dus niet gedekt door de subsidie. Voorlopig kan het uit. Dat komt omdat er klaarblijkelijk nog voldoende marge zit in de business case van projecten (zie paragraaf 7.3). Dit verschilt project tot project. Wij verwachten met dalende subsidies en toenemende inspanningsmaatregelen dus wel degelijk projecten die financieel minder aantrekkelijk zijn of niet langer haalbaar blijken. Houd dus zeker een oogje in het zeil bij (lokale) initiatiefnemers die veel toezeggen. Gezonde zakelijkheid is de basis van een goed investeringsproject. Grondvergoedingen Deze paragraaf beschrijft een voorbeeld voor zonneparken. Deze discussie speelt echter ook voor windparken. In 2019 deed het kadaster een onderzoek naar zonneparken2. Hieruit bleek dat 63 % van de oppervlakte van zonneparken op agrarische grond ligt.
De prijs van landbouwgrond was gemiddeld EUR 59.930,-- per hectare. Landelijk stond 66 % van de zonneparken op landbouwgrond die goedkoper was dan dit gemiddelde, en 33 % stond op duurdere grond. Een derde van de zonneparken ligt op grond van gemeenten en waterschappen. Het overige deel is aangelegd op grond van particulieren en B.V.’s. De praktijk laat zien dat voor het gebruik van de grond onder zonneparken vaak erfpacht- of opstalrechten worden gevestigd. Vaak hebben deze rechten een looptijd van 25 jaar. In een klein aantal gevallen worden contracten voor 30 tot 35 jaar afgesloten. Daarnaast zijn er ook ontwikkelaars die grond opkopen. Grondvergoedingen kunnen veel vertellen over de investeringspropositie van een ontwikkelaar. In verschillende delen van Nederland zijn momenteel pachtvergoedingen voor zonneparken rond de EUR 9.000,--/ha per jaar. Bij die bedragen is één ding zeker: daar zit voldoende lucht in de business case3. Dit laat zien dat grondbezitters een aanzienlijk deel van de opbrengsten opstrijken (relatief zonder risico). In dit geval moet een boer stevig in de schoenen staan om een aanbod te weigeren. Bovendien ontstaat argwaan als elke week nieuwe ontwikkelaars bellen voor zonneparken met een nog hoger voorstel grondvergoedingen.
1
De klok begint te lopen bij in gebruik name van het park (stroomlevering). Van de 25 jaar die een park normaliter vergund is, draai deze dus 15 jaar met subsidie en 10 jaar zonder. In de laatste 10 jaar bestaande opbrengsten dus uit de (grijze) stroomprijs.
2 3
https://www.kadaster.nl/-/top-10-opvallendste-feiten-over-zonneparken. En die lucht gaat in dit geval naar de grondeigenaren. Grondcontracten zijn meestal al getekend en een vaste variabele in de businesscase voordat de omgeving of de overheid om de hoek komt kijken. Mocht een ontwikkelaar daardoor geen ruimte meet hebben om te delen met de omgeving maak dit dan bespreekbaar.
60 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
Dat ontwikkelaars met grondbezitters delen in de winst is op zichzelf geen slechte zaak. Immers zij kunnen hun grond, al dan niet tijdelijk, niet gebruiken voor andere doeleinden. Wel leidt dit fenomeen regelmatig tot onrust. In de buurt of zelf wijdere omgeving kunnen grondbezitters met de nek aangekeken worden. Niet altijd zien grondbezitters dit aankomen. Dus een goed gesprek tussen gemeente, ontwikkelaar en grondeigenaar kan hier zeker helpen. Geef daarbij passende voorbeelden uit andere projecten in Nederland om het mogelijke probleem helder te maken. Dat opent de mogelijkheid om te kijken of het project breder kan delen dan alleen hoge grondvergoedingen. Dit methodeboek presenteert effectieve methodes die opbrengsten breder delen dan alleen met grondbezitters. In Nederland zijn inmiddels goede voorbeelden hoe te komen tot dynamische grondvergoedingen of gesocialiseerde grondvergoedingen. Zeker bij windparken kan dit veel onrust voorkomen. Grondvergoedingen: Wat is normaal? De jaarlijkse vergoeding aan grondeigenaren om agrarische grond te gebruiken voor zonnepanelen ligt een stuk hoger dan vergoedingen voor gewoon agrarisch grondgebruik. De jaarlijkse vergoedingen voor zonneparken ligt op gemiddeld EUR 3.300,-- per hectare (2019, gepubliceerd in 2020 zie bron in voetnoot). Dit is berekend op basis van akten-onderzoek van opstal- en erfpachtconstructies voor zonneparken.
De prijsverschillen per contract zijn groot; van enkele honderden euro’s per hectare per jaar tot boven de EUR 5.000,-- per hectare per jaar. De door de Rijksoverheid vastgestelde hoogst toelaatbare pachtprijzen voor regulier verpachte agrarische grond variëren in 2019 tussen EUR 315,-- en EUR 1.013,-- per ha. Vergoedingen voor kortlopende pachtvormen kunnen – mede afhankelijk van gewastypen – op een hoger niveau liggen1.
7.5
Verschillen tussen project in windenergie en zonne-energie
De opsomming hieronder laat op hoofdlijnen een paar verschillen tussen windenergie en zonne-energie zien: - projecten in windenergie zijn in de ontwikkelfase per saldo risicovoller dan zonne-energieprojecten. Windparken ondervinden meer weerstand, waardoor het project een groter risico loopt op het niet (volledig) kunnen realiseren van het windpark; - om kosten en risico’s te dekken (en dus ook de kosten voor projecten die niet doorgaan), moet het rendement van een windproject hoger zijn dan een zonproject; - voor een windproject zijn behalve turbineposities ook parkwegen nodig. Bovendien zijn veelal meerdere grondeigenaren nodig voordat een windproject begint. Voor zonneparken volstaat vaak één grondeigenaar; - windenergie levert gemiddeld 3.000 uur per jaar aan stroom, zonne-energie circa 1.000 uur; - voor windenergie verschilt de opbrengst sterk per regio (de SDE+(+) houdt hier rekening mee). Voor zonne-energie zijn de verschillen in Nederland minder groot.
7.6
Tips en lessen voor gemeenten
De opsomming hieronder laat een aantal basistips voor gemeenten zien: - een omgevingsdialoog starten zonder blijk van voorbereiding kan leiden tot serieuze weerstand. Voor iedere gemeente die nu nog (of pas) start met het betrekken van de omgeving bij energieplannen, wees gewaarschuwd. De gemeente begint in een omgeving waar al jarenlang gesproken wordt over windparken en zonneparken. Misschien is het voor de gemeente nieuw om te praten over energieplannen, maar vaak niet voor de omgeving. Het is van belang dat een gemeente vroegtijdig weet in welke mate de omgeving een rol mag krijgen; - iedere stap is een waardesprong. Als lokaal eigendom het doel is, moet dat zo vroeg mogelijk geregeld worden. Dit betekent dat een gemeente ook eisen en wensen moet vastleggen bij iedere stap; 1
Lees meer over de vastgestelde pachtprijzen op de website van Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/landbouw-en-tuinbouw/vraag-en-antwoord/wat-zijn-de-maximale-pachtprijzenvoor-landbouwgrond.
61 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
-
-
-
investeren is risico nemen. Dat kan een coöperatie niet altijd namens leden doen in een vroege fase. Als een gemeente in beleid zegt dat lokaal eigendom vereist is, roept zij indirect de omgeving op om risico te nemen. Daarbij geldt: hoe eerder lokaal, hoe beter. Een lokale partij (financieel/juridisch) ondersteunen om vroeg in te stappen is goed voor gemeenten, ontwikkelaars en coöperaties. Stel bijvoorbeeld een jurist ter beschikking of maak voorfinanciering mogelijk; een ontwikkelaar heeft een (hoog) rendement nodig om kosten en risico’s te dekken. Afdracht in een duurzaamheidsfonds kan pas als er geld komt uit het zonnepark. Anders moet dit geld worden voorgefinancierd1; voor windenergie zijn behalve turbineposities ook parkwegen nodig en veelal heb zijn meerdere verschillende grondeigenaren nodig voordat een initiatief begint. Maak goede principeafspraken over hoe een gebiedsproces tot stand komt met grondeigenaren (en ontwikkelaar(s)) en durf als overheid stelling in te nemen om opportunisme te voorkomen. Doe dat zo vroeg mogelijk in het proces. Zoek daarbij hulp. Als het eerste omgevingsproces faalt, kan het zomaar 5-10 jaar duren voor een volgende poging zich aandient, zo leert de praktijk van windparken in de rest van Nederland.
7.7
Tips en lessen voor lokale partijen
Een aantal basistips voor lokale partijen: - investeren is risico nemen. Dat kan een lokale partij niet altijd namens leden doen in een vroege fase; - ook lokale partijen die geen coöperatie hebben of zijn kunnen meedenken. Deze partijen kunnen ook een coöperatie oprichten tijdens het project; - informeer bij de gemeente naar mogelijke ondersteuning en probeer waar dat nog niet georganiseerd is (financiële/juridische) hulp van een gemeente op te starten (zie ‘het voorbeeld van een energieproject’ in het kader in paragraaf 7.2); - vraag hulp: er is inmiddels veel kennis in Nederland over coöperatief ontwikkelen; - zorg dat een coöperatie snel een overeenkomst heeft met de ontwikkelaar; - zorg dat deze coöperatie binnen die overeenkomst ook de ruimte krijgt om zelf advies in te winnen, dat heeft de ontwikkelaar namelijk ook. Hiermee zitten beide partijen met een gelijk kennisniveau aan tafel. Dat kan uit de ontwikkelkosten van het zonnepark. De lokale partij vermindert bovendien het risico. Dat is ook wat waard; - maak afspraken met de ontwikkelaar wanneer inleg eigen vermogen plaatsvindt, mogelijk willen zij ook voorinvesteren of budget beschikbaar stellen. Voor hen vermindert de lokale partij een risico, dat is geld waard; - eigen vermogen hebben of aanvragen maakt een lokale partij minder afhankelijk van een ontwikkelaar.
7.8
Tips en lessen voor ontwikkelaars
De opsomming hieronder laat een aantal basistips voor ontwikkelaars zien: - als een ontwikkelaar een goed idee heeft voor de verbetering van leefbaarheid of duurzaamheid in de omgeving, vergroot dit de kans van slagen van het project; - maak een gezamenlijke planning met de lokale partij; - stel samen mijlpalen en waardesprongen vast; - doe aan verwachtingsmanagement; - werk transparant en neem de lokale partij goed mee in het proces. Neem ze waar mogelijk mee in de projectontwikkeling, dat scheelt een hoop uitleggen en vertraging tijdens aandeelhoudersvergaderingen; - een ontwikkelaar is de expert in alles, dus betrek de lokale partij en personen in hun kracht. Dat kan ook nog eens werk schelen; - zet zo snel mogelijk elkaars belangen op papier en probeer het in een intentieovereenkomst te vatten.
1 In Stadskanaal is afgesproken dat de bijdrage in het gebiedsfonds in een keer betaald moet worden, bij de start bouw. Het kan
dus wel eerder. Dat betekent echter dat een ontwikkelaar dat geld moet lenen of al op de bank moet hebben. Het komt immers nog niet uit de inkomsten van dat park. Dit heet voorfinanciering.
62 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
8 TOTSTANDKOMING METHODEBOEK 8.1
Toelichting proces
Het proces bestond uit zes stappen (zie afbeelding 8.1). Deze stappen zijn voorafgaand aan het proces in kaart gebracht en gedurende het proces is hier aan vastgehouden. Het betrof de volgende zes stappen: 1 het samenstellen van een overzicht van participatiemethodes en selectie van praktijkvoorbeelden; 2 consultatieronde 1: verbreding en aanvullen overzicht aan de hand van interviews met diverse stakeholders; 3 selectie kansrijke participatiemethodes voor de regio; 4 uitwerken kansrijke participatiemethodes en spiegeling aan praktijksituaties; 5 consultatieronde 2: verdieping en aanvullen methodes aan de hand van een Webinar; 6 opstellen en uitwerken van het methodeboek. Onder de afbeelding zijn de stappen 2 en 5 (de consultatierondes) kort toegelicht.
Afbeelding 8.1 Processchema totstandkoming methodeboek (zie bijlage I voor het volledige processchema)
Overzicht participatie methodes
8.2
Consultatie -ronde 1: verbreding en aanvullen overzicht
Selectie kansrijke participatie methodes voor de regio
Uitwerken kansrijke participatie methodes
Consultatie -ronde 2: verdieping en aanvullen methodes
Toelichting consultatieronde 1 - interviews
In de eerste consultatieronde zijn meerdere interviews afgenomen met verschillende stakeholders in de regio. Zo zijn onder andere de provincie, diverse gemeenten (met en zonder ervaring met duurzame initiatieven in combinatie met lokaal eigendom), verschillende energiecoöperaties en een aantal projectontwikkelaars geïnterviewd. In deze interviews (digitaal) zijn de stakeholders meegenomen in het proces tot dan toe, waarbij zij konden reflecteren en aanvullen op de methodes, de insteek van het methodeboek en het proces. Hierbij stonden vragen en behoeften centraal. Daarnaast zijn de stakeholders bevraagd op hun eventueel opgedane ervaring met lokaal eigendom, hun positieve- en negatieve lessen die hieruit volgenden en hun behoeften voor de toekomst. Omdat het gesprek een open insteek had, zijn de stakeholders nadrukkelijk in de gelegenheid gebracht hun ideaalbeeld te delen en hun reflectie te uiten op de hedendaagse gang van zaken. Hier is goed gebruik van gemaakt. De input uit de interviews heeft een plek gekregen in de selectie van uit te werken participatiemethodes. Daarnaast zijn de wensen, aanvullingen en tips in beschouwing genomen en grotendeels verwerkt in het
63 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
Opstellen methodeboek
methodeboek. Uiteraard zijn deze goed afgewogen tegen de objectiviteit en onafhankelijkheid van dit methodeboek.
8.3
Toelichting consultatieronde 2 - Webinar
De tweede consultatieronde betrof een Webinar. Deze Webinar, een online bijeenkomst van twee uur, is bijgewoond door circa 50 mensen. De uitnodiging is gedeeld in de stuurgroep en BAG, die via-via veel bestuurders, projectleiders, beleidsmedewerkers ontwikkelaars en voorzitters van energiecoöperaties hebben uitgenodigd. In de bijeenkomst is een half uur besteed aan een algemene presentatie met uitleg over: dit methodeboek, het doel van de Webinar en een algemene presentatie over lokaal eigendom in duurzame energieprojecten. Na een half uur is de groep aanwezigen uiteengegaan in vier deelsessies. De deelnemers zijn vooraf in de gelegenheid gebracht zich aan te melden voor een van de deelsessies die verdiepende informatie brachten en ophaalden. Dit betrof een algemene sessie, een juridische verdieping, een financiële verdieping en een verdieping over het professionaliseren van de omgeving. In alle sessies is naar tevredenheid informatie gedeeld en input opgehaald. Deze input is meegenomen in de nadere uitwerking van het methodeboek (zie hoofdstuk 6).
64 | 64
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Definitief 03
Bijlagen
I BIJLAGE: AFBEELDINGEN BIJ HET METHODEBOEK
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Bijlage I | Definitief 03
Afbeeldingen bij het methodeboek
1 Motieven ❑ ❑ ❑ ❑
Wat is het motief voor lokaal eigendom?
❑ energiearmoede lusten/lasten ❑ verduurzaming lokale economie draagvlak/acceptatie ❑ leefbaarheid versnellen energietransitie
Raamwerk participatiemethode
2 Omgeving Voor de omgeving
Wat is ‘de omgeving’?
1 Toetreding lokale partij of plan B
❑ hele gemeente? ❑ directe omgeving? ❑ aangrenzende gemeente?
3 Beleidsdoelstellingen
Model gem. Westerwolde
Wat is de doelstelling?
❑ 50% lokaal eigendom een streven? ❑ 50% lokaal eigendom een eis?
Lokaal eigendom
Welk raamwerk voor participatiemethodes past het best?
2 Gemeentebreed fonds
Model gem. Groningen
Zie paragraaf 2.2
3 Fonds coöperatie of specifiek doel Model gem. Midden-Groningen
4 Geen vooraf vastgestelde uitkomst Model Windplatform
Lokale initiatiefnemer
Afhankelijk van omvang
Maatwerk per gemeente
5 Opbrengst naar coöperatie of in gemeentelijk fonds
Model gem. Emmen Voor eigen energiegebruik > 50%
Zie paragraaf 2.1
Zie paragraaf 2.3 Zie paragraaf 2.4
Zie paragraaf 2.5
Toon aan: - energiefactuur - GVO’s
2
Mijlpaal Tijd Projectfase
Voorverkenningsfase
Verkenningsfase
Planfase
Contractfase
Realisatiefase
Exploitatiefase
Waardesprong > 50%?
Lokaal eigendom?
Model gemeente Westerwolde
Grondcontracten
Intentieverklaring Bij principeverzoek
Dividenduitkering
< 50%?
Gebiedsfonds Vergunningen Anterieure overeenkomst sluiten
Go/no-go lokaal eigendom
Spoor 1 – Toetreding lokale partij (zie opties hst. 6) Spoor 2 - Opzet stichting voor Gebiedsfonds
Maatwerkmethode 2.0
- informatiebijeenkomst - stakeholder gesprekken - uitwerken plannen (ruimtelijk, financieel, enz.) - inloopbijeenkomst
Regelingen aandelen zie opties hst. 6
Deadline: Bestuur gebiedsfonds, zie opties hst. 6
Mijlpaal
Tijd Projectfase
Verkenningsfase
Voorverkenningsfase
Planfase
Contractfase
Realisatiefase
Exploitatiefase
Waardesprong
Model Windplatform
Effecten omgeving
Zoekgebieden kenbaar maken
Gemeentelijke beleidsontwikkeling
Beleidskader grootschalige windenergie
Go/no-go door de raad
Organisatie omgeving en gewenste participatievorm
Open ontwikkelproces met omwonenden
Technische en financiële haalbaarheid
Voorwaarden omgeving
Draagvlak omgeving + wens betrokkenheid
Vergunningen Anterieure overeenkomst Samenwerking omwonenden en gemeente?
Regelingen lokale baten gereed
Lokale baten
Mijlpaal Tijd Projectfase
Voorverkenningsfase
Verkenningsfase
Planfase
Contractfase
Realisatiefase
Exploitatiefase
Waardesprong Maatwerkmethode
- verkenning locatie en ontwerp; - inrichtingsplan randvoorwaarde inpassing; - participatieplan en stakeholder gesprekken; - verkenning dubbelgebruik.
Anterieure overeenkomst
Voorwaarde voor medewerking
Model gemeente Midden-Groningen
1. verplichtingen voor landschappelijke inpassing 2. verplichting nakomen participatieplan. 3. planschadeovereenkomst 4. afspraken over beheer en onderhoud
> 50%?
Lokaal eigendom?
Verzoek tot vooroverleg
Principeakkoord n.a.v. principeverzoek
Dividenduitkering
< 50%?
Gebiedsfonds Vergunningen
Indienen aanvraag kan alleen
Go/no-go lokaal eigendom
1. na afronding maatwerkproces 2. als integraal concept plan definitief gemaakt is 3. als realisatie mogelijkheid aansluiting aangetoond is 4. als financiële draagkracht aangetoond is
Regelingen aandelen zie opties in hst. 6
Deadline: Bestuur gebiedsfonds, zie opties in hst. 6
Mijlpaal Tijd Projectfase
Voorverkenningsfase
Verkenningsfase
Planfase
Contractfase
Realisatiefase
Exploitatiefase
Waardesprong IVO-2: akkoord
IVO-1
financiering
werving (1 deelnemer per 5000Wp)
ALV beslist over lokale inzet opbrengsten
uitwerking
Lokaal eigendom - eigen verbruik - met omgeving
conceptprincipeverzoek
ruimtelijke onderbouwing
Coöperatieve exploitatie
Inhoud
Model gemeente Groningen
Beleidskader Zonneparken
< 10 ha? > 10 ha?
Sociaal eigendom gemeente ontwikkelt
- locatiekeuze; - inpassing en ontwerp; - quickscan ecologie; - opzet participatie: - proces; - lokaal eigendom.
gemeentelijke gebiedsvisie
Anterieure overeenkomst
lokaal eigendom
vergunningen
ruimtelijke onderbouwing
Gemeentelijke exploitatie
samenwerking
raad: akkoord
financiering
aanbesteding werk
aanleg
opbrengsten in Energietransitiefonds
Mijlpaal Tijd Projectfase
Voorverkenningsfase
Verkenningsfase
Planfase
Contractfase
Realisatiefase
Exploitatiefase
Waardesprong Model gemeente Emmen
Steunpunt Zonneakkers
Ontwikkelaar (participatiemodel 3)
Publiek Structuurvisie Zonneakkers Beleidsnotitie Maatschappelijk draagvlak
Beleid gem. Emmen
Privaat
Toepassing participatiemodellen 1. Postcoderoosproject 2. Coöperatief eigenaarschap met SDE 3. Aandeelhouderschap
Samenwerkingsovereenkomst
Vergunningen
Mits voldoende participatie
Lokaal initiatief of gemeente (participatiemodel 1 of 2) Servicepunt Lokaal Opgewekt Emmen
Ledenwerving coöperatie
Delen opbrengst in coöperatie of Gemeentelijk fonds voor lokale initiatieven
Mijlpaal Tijd Projectfase
Voorverkenningsfase
Verkenningsfase
Planfase
Contractfase
Realisatiefase
Exploitatiefase
Waardesprong
Ontwikkelaar
Grondcontract
Intentieovereenkomst toetreding lokale partij
Toetreding lokale partij als aandeelhouder
Borrel op de goede afloop
Consultatie omgeving
Lokale partij
Duidelijke uitgangspunten/ randvoorwaarden in beleid
Participatieplan bij principeverzoek
Toetsen of participatieplan is uitgevoerd voor vergunningverlening
Beleidsevaluatie per project
Publiekrecht gemeente Consultatie omgeving(swet)
Privaatrecht gemeente
Leidraad over bedragen per MW
Anterieure overeenkomst (meelezen)
Evaluatiemoment
Koppelen baten aan opwek
II BIJLAGE: ONDERSTEUNENDE PARTIJEN BIJ LOKAAL EIGENDOM IN DE REGIO GRONINGEN Lokale energiecoöperatie Een lokale energiecoöperatie is een organisatie die samen met bewoners energie opwekt in de omgeving en de duurzame energie verkoopt aan een energiebedrijf zoals Energie vanOns (of andere energieleveranciers). Een energiecoöperatie heeft een bestuur en leden. De leden kunnen mee-participeren in opwekprojecten van de coöperatie. Dat kan financieel of met zeggenschap over bijvoorbeeld locatiekeuze. De opwek projecten zijn divers: energie uit zon en wind, op dak en land, van warmte tot groen gas. Een energiecoöperatie kan ook door een gemeente of ontwikkelaar betrokken worden om lokaal eigendom vorm en inhoud te geven. Een coöperatie kan dit zelf realiseren of een externe deskundige inschakelen indien het project de expertise en menskracht overstijgt. Het landelijke ontwikkelfonds biedt financieringsmogelijkheden voor het inschakelen van expertise in de risicofase. Energiecoöperaties doen energie-bespaaracties met bewoners en/of bieden energiecoaches aan. Is er geen lokale energiecoöperatie in de buurt? Dan bieden onderstaande organisaties mogelijk uitkomst. Groninger Energie Koepel De Groninger Energiekoepel (GrEK) is de provinciale coöperatie met 41 lokale energie coöperaties als lid.
De koepel ondersteunt en adviseert lokale coöperaties met professionalisering, helpt initiatieven op weg naar de oprichting van een coöperatie, organiseert en ondersteunt lokale coöperaties bij opwekprojecten (zoals de postcoderoos) en bespaaracties. De Energiekoepel behartigt belangen voor haar lokale leden op provinciaal en landelijk niveau (via Energie Samen), kaart knelpunten aan en zoekt met relevante partners naar oplossingen. GrEK adviseert coöperaties en faciliteert ‘regiotafels’, dit zijn lokale samenwerkingsverbanden van energiecoöperaties en gemeenten. GrEK brengt mensen in beweging voor de energie van de toekomst. GrEK is lid van Energie Samen. Bronnen vanOns Bronnen vanOns is het regionale coöperatieve ontwikkelbedrijf dat in opdracht van een energiecoöperatie - of meerdere coöperaties - de projectontwikkeling van grootschaligere energieprojecten op zich kan nemen om te borgen dat inkomsten lokaal landen. Zo ondersteunt Bronnen vanOns het realiseren van lokaal eigendom bij grotere projecten voor de coöperaties. Energie vanOns Energie vanOns is een regionaal energiebedrijf dat 100% groene lokale stroom - opgewekt door energiecoöperaties uit Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel - inkoopt van de coöperaties en verkoopt aan haar klanten. Energie vanOns is meer dan een energiebedrijf: de energiecoöperaties zijn eigenaar van het bedrijf.
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Bijlage II | Definitief 03
Energie Samen Energie Samen is de landelijke koepel en belangenvereniging van energiecoöperaties en -verenigingen en andere energiecommunities van burgers, boeren en/of lokale bedrijven. Energie Samen heeft landelijk 834 leden: van energiecoöperaties tot particuliere windturbine eigenaren. Energie Samen biedt leden- en projectadministratie voor energiecoöperaties, projectbegeleiding bij Wind, Zon en postcoderoosprojecten en ondersteuning van de warmtetransitie via Buurtwarmte.
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Bijlage II | Definitief 03
III BIJLAGE: AFBEELDINGEN BIJ VASTLEGGEN LOKAAL EIGENDOM Methodeboek RES participatie Groningen Paragraaf 6.2 van het methodeboek legt uit hoe lokaal eigendom kan worden vastgelegd. Omwille van de leesbaarheid zijn de onderstaande figuren opgenomen in deze bijlage. Ter illustratie gaat deze bijlage uit van het voorbeeld dat de grondeigenaar ook risicodragend deelneemt (zie afbeelding 6.1 in het methodeboek). Voorverkenningsfase In de voorverkenningsfase worden bij voorkeur twee dingen opgesteld en vastgelegd (zie afbeelding III.1): 1 een grondcontract (of optie op de grond): de project-B.V. moet uiteindelijk kunnen beschikken over de grond. De grondeigenaar moet namelijk niet in de verleiding komen om met een hogere bieder overeenstemming te bereiken; 2 een intentieovereenkomst, waarbij de initiatiefnemers gezamenlijk overeenstemmen dat zij samen een project wensen te ontwikkelen in een bepaalde verhouding (met ruimte voor lokaal eigendom bijvoorbeeld). Bij het afsluiten van deze overeenkomst zijn de aandeelpercentages niet altijd duidelijk, maar dat doet niets af aan de intentie. De intentieovereenkomst geeft uitzicht op het gezamenlijk toetreden tot de project-B.V. Afbeelding III.1 Een grondcontract en intentieovereenkomst tussen partijen in de voorverkenningsfase
Witteveen+Bos | 122958/21-002.917 | Bijlage III | Definitief 03
Verkenningsfase In de verkenningsfase worden veel dingen duidelijk. Het is belangrijk dat deze ontwikkelingen vastgelegd worden. Dat kan middels een nieuwe intentieovereenkomst, waarbij bijvoorbeeld een participatieplan als bijlage wordt toegevoegd. Het is belangrijk dat de aandeelpercentages van de verschillende B.V.’s in deze fase duidelijk en vastgelegd zijn. Afbeelding III.2 illustreert dit.