264.2 Advies Rebel inzake monitoring,indicatoren en streefwaarden
Tekst van het document
Economische Agenda Nij Begun Groningen & Noord-Drenthe Advies over indicatoren en streefwaarden bij de doelstellingen van de Economische Agenda
Rebel Group
2
Re b e l Ec o n o mi c s & Po l i c y b v Datum: 9 december 2024 Status: Concept Opdrachtgever: Economische Agenda Groningen Onderzoeksteam: Matthijs van Neerbos, Judith Gunnink, Radboud Koning, Eva Langius
De Economische Agenda kreeg een grote opdracht mee, die is geconcretiseerd in vijf doelen De Economische Agenda richt zich op een sterke, toekomstgerichte economie in
monitoring van de Economische Agenda. Voor de monitoring moeten we weten
Groningen en Noord-Drenthe. Het is een van de pijlers van Nij Begun, dat is
hoe de regio er nu economisch voor staat en waar men in 30 jaar tijd naartoe wil
gericht op erkenning, herstel en perspectief voor de regio. De opgave vanuit Nij
werken. Daarvoor zijn indicatoren en streefwaarden nodig. Indicatoren kunnen een
Begun is om binnen één generatie tenminste op het nationale gemiddelde te
doel concreet en meetbaar maken; waarbij de streefwaarden de gewenste
komen op belangrijke indicatoren van brede welvaart. De Economische en Sociale
resultaten op die indicatoren weerspiegelen.
Agenda dragen daaraan bij. De doelen van de Economische Agenda zijn: 1.
Een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
2.
Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van
3.
Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden
4.
Meer kennis uit de regio verzilveren
5.
Versterken van ons regionale zelfbewustzijn, onze trots en ons imago
ondernemerschap
Door structureel te investeren biedt de Economische Agenda een kans voor duurzame economische versterking. De Economische Agenda is dynamisch en het team wil voortdurend leren: periodiek wordt bekeken of de gekozen strategie de beoogde economische resultaten oplevert en of er bijsturing nodig is. Dit heet de
Status van dit rapport Het team van de Economische Agenda heeft Rebel gevraagd om te ondersteunen
factoren van op invloed zijn. Groningen en Noord-Drenthe zijn gelukkig geen
bij het ontwikkelen van indicatoren en streefwaarden, die passen bij de doelen van
laboratorium; het is dus nooit van te voren met zekerheid te zeggen hoeveel invloed
de agenda. Dit stuk is een onafhankelijk advies van Rebel aan het team van de
investeringen uit de Economische Agenda zullen hebben op deze indicatoren. Meer
Economische Agenda. Bij de totstandkoming van dit advies hebben wij ons
duidelijkheid over investeringen en streefwaarden past in een latere fase.
gebaseerd op inzichten op basis van onze eigen observaties, bestaande onderzoeken en rapporten, feitelijke gegevens, gesprekken en werksessies. We danken het Nationaal Programma Groningen en het team van de Economische Agenda voor de waardevolle input en inzichten die ze met ons gedeeld hebben.
Het gaat in dit stuk dus om mogelijke indicatoren en overwegingen bij streefwaarden. Dit kan richting de Staat van Groningen verder worden verrijkt, met meer aandacht voor specifieke gemeenten en wijken. Naast een inhoudelijke
verrijking hangt het formuleren van streefwaarden onlosmakelijk samen met de
Dit advies is nadrukkelijk een eerste voorzet. Het geeft een overzicht welke
doelen van de Economische Agenda. Dit vraagt naast een inhoudelijke, ook een
indicatoren goed passen bij de gekozen doelen en het geeft overwegingen voor
politiek-bestuurlijke afweging. Het definitief bepalen van streefwaarden is daarmee
streefwaarden. We weten nu nog onvoldoende om een definitief advies over
dus niet aan Rebel.
streefwaarden te kunnen geven. Allereerst zijn de investeringen nog niet duidelijk. Met meer duidelijkheid over welke investeringen zullen worden gedaan, kan ook worden gekeken naar te verwachten directe resultaten van projecten (de outputs),
op welke indicatoren echte verbetering wordt verwacht (actieve indicatoren) en welke indicatoren wellicht waardevol zijn om te blijven monitoren maar die mogelijk eerder randvoorwaardelijk zijn voor het slagen van de Economische Agenda. Op die indicatoren is het dus vooral belangrijk dat deze niet verslechteren. Ten tweede beperken wij ons in dit rapport tot zogeheten outcome-indicatoren, waar vele
Daarbij is het belangrijk dat indicatoren waardevolle informatie bevatten maar nooit het hele verhaal vertellen. Indicatoren zijn precies dat: een indicatie. Wij geven met dit rapport een advies over welke indicatoren goed bij de doelen passen, maar dit past vrijwel nooit perfect. Het is dus altijd van belang om het verhaal achter de cijfers te duiden. Sturing puur op indicatoren (sturen op wat je meet) geeft perverse prikkels. Het is ons nadrukkelijk advies om te blijven sturen op de doelen van de agenda en de indicatoren daarbij te gebruiken, en niet andersom.
Een conceptset van indicatoren om de vijf doelen te monitoren De Economische Agenda heeft vijf doelen. Hiernaast staan mogelijke indicatoren
per doel van de Economische Agenda in een overzicht weergegeven. Deze indicatoren zijn nog niet definitief; het vaststellen volgt in een later stadium. De voorgestelde indicatoren bieden gezamenlijk een breed inzicht in de economische situatie van de regio en hoe deze zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde.
Sturend hoofddoel
Indicatoren
Een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
1a. Living Planet Index
Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden.
3a. Stay rate (% 16-jarigen die op 28-jarige leeftijd nog of weer in dezelfde gemeente woont) (MBO-, HBO-, WO) 3b. Inverse van stay rate (% 28-Jarigen die werken in de provincie maar elders zijn opgegroeid)
3e. Mediaan besteedbaar inkomen (€) 3f. Particuliere huishoudens onder de lage-inkomensgrens (%) Meer kennis uit de regio verzilveren.
4a. Aantal spin-offs voortkomend uit kennisinstellingen 4b. Verleende NL-octrooien per 100.000 inwoners 4c. Innovatieve bedrijven (%)
“toekomstbestendige economie” gaat het deels om randvoorwaardelijke indicatoren
4d. Publieke R&D uitgaven (% bruto regionaal product) 4e. Private R&D uitgaven (% bruto regionaal product)
met een signaleringsfunctie: als economische ontwikkeling ten koste gaat van de de Economische Agenda op in te grijpen.
2d. EE-score (Entrepreneurial Ecosystem Index)
3d. Netto arbeidsparticipatie (%)
Voor een groot deel gaat het om ‘actieve indicatoren’, oftewel indicatoren waarop je
ruimtelijke kwaliteit of een gezonde leefomgeving, kan het reden zijn om hier vanuit
2c. Aanbod kapitaal MKB (€)
3c. Voortijdig schoolverlaters (%)/startkwalificaties
monitoring voor worden opgezet – maar wel praktischer.
ontwikkeld - een positieve ontwikkeling zou verwachten. Maar bij het eerste doel –
2b. Aantal vestigingen van snelgroeiende bedrijven (scale-ups)
2f. ISI-score: oordeel niet-Groningse bedrijven over aantrekkelijkheid Groningen
doorslaggevend – als indicatoren nu nog niet worden bijgehouden kan daar aparte
- als gevolg van maatregelen die onder de Economische Agenda gaan worden
2a. Gestarte vestigingen per 10.000 inwoners
2e.Totale export (goederen en diensten)
Enerzijds een logische aansluiting op de doelen van de Economische Agenda en (ook op lokaal niveau) en de frequentie van rapportage. Dat laatste is niet
1c. Emissies van fijnstof naar de lucht 1d. Kwaliteit van zwemwater binnenwateren
Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap.
Bij het voorstel voor indicatoren hebben we rekening gehouden met twee aspecten. streven naar brede welvaart. Anderzijds databetrouwbaarheid, -beschikbaarheid
1b. Tevredenheid met woonomgeving
4f. Arbeidsproductiviteit (€/gewerkt uur) Versterken van ons regionale zelfbewustzijn, onze trots en ons imago.
5a. Trots Groningers op provincie/woonplaats (rapportcijfer) 5b. Imago-score van eigen provincie volgens Groningers (ISI) 5c. Imago-score van provincie volgens niet-Groningers (ISI) 5d. Verwachting Groningers over imago-score door niet-Groningers (ISI)
Voor elke indicator geven we overwegingen mee voor het kiezen van een streefwaarde Voor elk van de indicatoren hebben we de huidige waarden in beeld gebracht, voor
Omdat de wereld om de regio heen niet stilstaat, is het daarbij wel verstandig deze
Nederland, de regio en soms ook alle gemeenten apart. We gaan hierbij uit van
absolute doelstellingen regelmatig te herijken.
gemiddelden. Dit vloeit voort uit Nij Begun en de Groningenwet, waarbij de missie is om binnen één generatie tenminste op het nationaal gemiddelde te komen op de belangrijkste indicatoren van brede welvaart. Op basis van hoe het nu gaat in de
We maken bij het formuleren van streefwaarden onderscheid tussen: •
regio ten opzichte van de rest van Nederland, wordt waar mogelijk een advies
om extra inzet vanuit de Economische Agenda te plegen.
gedaan over waar je aan zou kunnen denken bij streefwaarden. Belangrijk om in het achterhoofd te houden is dat werken met gemiddelden ook nadelen kent. Ten eerste is het niet zeker hoe het gemiddelde van Nederland zich ontwikkelt, het is
Minimale streefwaarde - dat wil je op zijn minst bereiken, anders is het reden
•
Ambitie – waar wil je naartoe; misschien moeilijk realiseerbaar, maar niet
ondenkbaar.
dus mikken op een bewegend doel. Ten tweede kunnen gemiddelden grote
Bijlage 2 geeft per indicator achterliggende informatie. De uiteindelijke keuze voor
verschillen verbloemen: zowel in de regio tussen verschillende gemeenten als
streefwaarden is nadrukkelijk aan de regio en vraagt om nadere uitwerking richting
binnen een gemeente tussen verschillende wijken.
de Staat van Groningen. Dit zal ook samenhangen met nog te maken keuzes over
Streefwaarden kunnen op verschillende manieren worden geformuleerd. Dat is in bijlage 1 uitgelegd. Er kan worden gekozen voor relatieve doelstellingen (vb.
arbeidsparticipatie: een verbetering van x% ten opzichte van nu) of ten opzichte van een benchmark (vb. arbeidsparticipatie: tenminste zo hoog als Nederland). Ons advies is om te mikken op absolute waarden (vb. arbeidsparticipatie: we streven naar x%). Dit is concreet, transparant en het makkelijkst te vertalen naar interventies.
maatregelen onder de Economische Agenda. Die uitwerking van maatregelen volgt in een latere fase. In die latere fase kunnen streefwaarden ook meer definitief worden gemaakt. Wij geven zoals eerder aangegeven voor nu een advies over hoe dit kan worden benaderd en waar mogelijk aan kan worden gedacht.
Bijlage 1
Introductie streefwaarden Op welke manieren kun je streefwaarden bepalen? Een schets van verschillende opties.
Economische Agenda Groningen
Streefwaarden | Waar moeten ze idealiter aan voldoen? •
Streefwaarden geven richting en ambitie aan de Economische Agenda Groningen
•
Ze dienen zo SMART mogelijk te zijn:
•
•
S (specifiek) – heldere definitie van de indicator waar de streefwaarde bij hoort, er is één interpretatie mogelijk. Vb. Wat is ‘ruimtelijke kwaliteit’?
•
M (meetbaar) – het kan periodiek worden bijgehouden, kwantitatief of kwalitatief. Vb. Hoe tastbaar is ‘ondernemerschap’?
•
A (ambitieus) – er spreek voldoende ambitie uit. Vb. Wanneer is een gemiddelde te weinig ambitieus?
•
R (realistisch) – het streven is haalbaar binnen de hiervoor gestelde tijdshorizon. Vb. Is stijging tot landelijk gemiddelde in geval X haalbaar?
•
T (tijdsgebonden) – er is een ‘deadline’ aan de streefwaarde gekoppeld. Vb. Vanaf wanneer willen we doel Y bereikt hebben?
De trendlijn is belangrijk. Bijvoorbeeld als de arbeidsproductiviteit in Nederland de komende 30 jaar autonoom ook al stijgt, dan ligt het voor de hand een ambitieuzer doel te zetten dan deze trendlijn.
•
Er zijn meerdere mijlpalen in de tijd: Idealiter zijn er een einddoel (over 30 jaar) én meerdere tussendoelen (bv na 5, 10, 15 jaar etc.)
•
Dat geeft ook ruimte om tussentijds te vieren: naast die langetermijndoelen op outcome (waar dit document over gaat) komen er ook tussendoelen en komen er straks input- en outputwaarden om te vieren. Zodat er ook tussentijds en op alle plekken ook gevierd kan worden wat al gedaan is.
Streefwaarden | En hoe bepaal je die dan? •
•
•
Er zijn verschillende "smaken" mogelijk bij het bepalen van streefwaarden, onder andere op het gebied van: •
Methodiek (hoe reken je?)
•
Differentiatie (bij wie/waar wil je verschil maken?)
•
Referentie (met wie vergelijk je?)
•
Ambitieniveau (hoe hoog wil je gaan?)
De keuze voor een bepaalde "smaak" hangt af van: •
Wat past beste bij specifieke indicatoren en de context?
•
Wat is mogelijk? Frequentie en geografische scope van metingen.
•
Wat is wenselijk? In theorie kan alles gemeten, maar dat is niet heel doelmatig. Waar mogelijk aansluiten bij wat er nu al bestaat.
Op de hierna volgende pagina’s schetsen we de verschillende smaken en geven we voor- en nadelen aan.
Methodiek (hoe reken je?) ~ x
%
Gemiddelde waarden •
Streef naar een vergelijkbaar gemiddelde van de indicator.
•
Vb: arbeidsparticipatie van 71% naar 73% (of wat t.z.t. het gemiddelde in Nederland is)
Absolute waarden •
Definieer een concrete waarde die behaald moet worden.
•
Vb: arbeidsparticipatie van 71% naar 72%
Relatieve waarden •
Focus op een procentuele verbetering ten opzichte van de huidige waarde.
•
Vb: arbeidsparticipatie van 71% naar 78% (=10% stijging)
Differentiatie (bij wie/waar wil je verschil maken?) Hele regio vs. deel regio (stad en landelijk gebied) vs. individuele gemeenten •
Vb: gemiddelde arbeidsparticipatie regio van 71% naar 73%
•
Vb. gemiddelde arbeidsparticipatie stad Groningen 3 procent hoger dan de eigen referentiegroep, landelijk gebied gelijk aan gemiddelde referentiegroep
•
Vb: gemiddelde arbeidsparticipatie in Westerwolde, Eemsdelta en Oldambt naar boven de 70%, overige gemeenten stijging naar nationale gemiddelde
Bevolkingsgroepen (praktisch geschoolden, werklozen etc) •
Vb: gemiddelde arbeidsparticipatie alle inwoners van 71% naar 73%
•
Vb: gemiddelde arbeidsparticipatie MBO-geschoolden van 60% naar 65% (fictieve cijfers)
Referentie (met wie vergelijk je?) Nederland •
Hoe presteert de regio ten opzichte van het nationale gemiddelde? = basis uitgangspunt voor Economische Agenda
•
Voordeel: automatische correctie voor trends (bijv. autonome stijging participatie met X%) Nadeel: rest van NL is niet de best vergelijkbare groep
Vb: arbeidsparticipatie regio van 71% naar 72% (gemiddelde NL)
Vergelijkbare gebieden (gemeente(n) of hele regio)
•
Hoe doet de regio het in vergelijking met regio’s met een soortgelijke economische structuur?
•
Vergelijking met referentiegroep gemeenten, bijv. zoals ook in monitoring NPG gedaan wordt
•
Vb: arbeidsparticipatie in stad Groningen van 71% naar stedelijk gemiddelde van 74% (fictieve cijfers)
Voordeel: meest betekenisvolle uitkomst + automatische correctie voor trends Nadeel: complexer (hoe bepaal je ‘vergelijkbaar’?)
Ambitieniveau (hoe hoog je wil je gaan?) ^
+
++
Minimale ambitie •
Waar een indicator niet onder mag zitten; als dat dreigt te gebeuren, reden om inzet te versterken
•
Vb: arbeidsparticipatie mag in geen gemeente onder de 70% komen
•
Vb: het aandeel voortijdig schoolverlaters mag nergens boven de 4% uitkomen
Realistische ambitie •
Verwacht effect van gekozen interventies; ambitieus, maar ook haalbaar
•
Vb: arbeidsparticipatie gaat in gebied X, Y, Z naar 72% en in gebied A, B, C naar 70%
Grootse ambitie •
Meest ideale situatie, heel moeilijk haalbaar
•
Vb: arbeidsparticipatie ligt in elke gemeente minstens 3 procent boven het nationale gemiddelde
Bijlage 2
Achtergrondinformatie per indicator Huidige waarde, vergelijking met andere gebieden en overwegingen
Economische Agenda Groningen
Introductie Per hoofddoel volgt een overzicht van: •
Welke indicatoren stellen we voor en wat zijn daarbij onze overwegingen?
•
Per indicator (indien bekend): •
Wat is de huidige waarde?
•
Wat is de waarde gemiddeld in Nederland en in eventuele andere referentiegebieden (stedelijk en landelijk)?
•
Wat zijn overwegingen bij de hoogte van de streefwaarde?
Waar dat mogelijk is vergelijken we in ieder geval de hele regio GR-ND met het landelijk gemiddelde. Maar Nederland is gemiddeld stedelijker (2,5) dan de regio GR-ND (3,2). En voor veel economische indicatoren zijn er grote verschillen mede door verschillen in stedelijkheid. Daarom maken we soms ook inzichtelijk wat waarden zijn in andere gemeenten in stedelijk gebied (ter referentie voor Groningen) en landelijk gebied (ter referentie voor AA en Hunze, Eemsdelta, Het Hogeland, Midden-Groningen, Noordenveld, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Tynaarlo, Veendam, Westerkwartier, Westerwolde).
Gebied Gemiddelde regio GR-ND Gemiddelde NL
Inwoners (x1000) 69 52
Stedelijkheid 3,2 2,5
Gemeentes in GR-ND Groningen Westerkwartier Midden-Groningen Het Hogeland Eemsdelta Oldambt Tynaarlo Noordenveld Stadskanaal Veendam Westerwolde Aa en Hunze Pekela
Inwoners (x1000) 238 65 62 48 45 39 35 32 32 28 27 26 12
Stedelijkheid 1 5 4 5 4 4 4 4 4 3 5 5 4
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 1: Een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Subdoelen
Voorstel indicatoren
Geografisch niveau
Bronnen
Frequentie (meest recent)
BWindicator
Overwegingen bij voorstel indicatoren
Hoge(re) ruimtelijke kwaliteit
1a. Living Planet Index
Provincie (Groningen) Gemeente
NPG monitor CBS
Jaarlijks (2024)
Nee
Jaarlijks (2021)
Ja
Ruimtelijke kwaliteit gaat in EA-verband vooral om de waargenomen kwaliteit van de leefomgeving. Behoud van sterke elementen staat voorop. De LPI is een biodiversiteitsindicator. Daarnaast kan gekeken worden naar de staat van erfgoed. Beide hebben een signalerende functie en zijn randvoorwaardelijk voor een succesvolle EA (bijv. om talent naar de regio te trekken): als de waarde onder een bepaald niveau valt, kan het reden zijn om hier vanuit de EA op in te grijpen. Tevredenheid met de woonomgeving is een bredere indicator, waarin mensen diverse aspecten van ruimtelijke kwaliteit kunnen meewegen (bijv. ook voorzieningenniveau) en daarom goed bruikbaar.
Gemeente
CBS
Jaarlijks (2021)
Ja
Gemeente
CBS
Jaarlijks (2021)
Ja
1b. Tevredenheid met woonomgeving*
n.t.b. erfgoedkarakteristieken, bijv. monumenten of beschermde stads- en dorpsgezichten Gezonde(re) leefomgeving: luchtkwaliteit, waterkwaliteit, bodemkwaliteit
1c. Emissies van fijnstof naar lucht 1d. Kwaliteit van zwemwater binnenwateren n.t.b. drinkwaterkwaliteit
Een circulaire economie: vermijden van eenmalig gebruik van eindige grondstoffen, levensduur verlengen en hoogwaardige verwerking van grondstoffen. Vergroten van het aantal circulaire bedrijven in de regio en meer circulaire en lokale voedselketens
n.t.b.
Hierbij gelden dezelfde overwegingen als hierboven: lucht-, bodemen waterkwaliteit zijn voorwaarde en mogen als gevolg van de activiteiten onder de EA niet verslechteren. Monitoring van deze indicatoren heeft een signaleringsfunctie. Indicatoren voor lucht- en waterkwaliteit zijn beschikbaar, (openbare) bodemkwaliteitsdata vooralsnog niet. Indicator kwaliteit zwemwater is suboptimaal, omdat liever de kwaliteit van het hele watersysteem (oppervlakte en grondwater ) gemonitord wordt. Die gegevens moeten uitgevraagd bij waterbedrijf/waterschap. Bij veel mogelijke indicatoren over circulariteit zijn geen gegevens beschikbaar. Nu zijn er nog geen betrouwbare data met scope 3 uitstoot, de verwachting is wel dat dit er in de komende jaren gaat komen als onderdeel van landelijke en internationale monitoring van circulariteit. De overige indicatoren zullen in de komende jaren moeten worden gevoegd.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 1: Een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Indicator: 1a. Living Planet Index
Living Planet Index (2018 = 100) (2024)
Living Planet Index score (2024)
101 100
100 99
130
125,7
125 120
98,2
98
115
97
96,5
110
96
105
95
100
94 NL
Provincie Groningen
Index basis
107,7
95 NL
Provincie Groningen Bron: NPG monitor 2024
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Randvoorwaardelijk: LPI index duikt niet onder 96,5.
n.v.t.
• Provincie Groningen heeft een hogere LPI-score dan Nederland als gemiddelde en dat is positief – zie rechter grafiek • De provincie ontwikkelt zich echter negatiever op de LPI dan het gemiddelde van Nederland – zie linker grafiek die de trend (index) weergeeft sinds 2018 • NB de provincie Groningen is hier afgezet tegen heel Nederland omdat er in de NPG-monitor geen andere geografische data beschikbaar zijn
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 1: Een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Indicator: 1b. Tevredenheid met de woonomgeving % tevredenheid met de huidige woonomgeving (2021) 100% 90% 80% 70% 60% 50%
Bron: CBS 2021
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Randvoorwaardelijk: Delfzijl en omgeving op 80%, en daarmee niet meer in het laagste segment
n.v.t.
• Deze percentages zijn een gemiddelde van de tevredenheid over de huidige woonomgeving van huiseigenaren en huurders. In het algemeen zien we dat huiseigenaren tevredener zijn dan huurders. • Delfzijl en omgeving scoren het laagst (72%), zowel op het percentage tevredenheid onder huiseigenaren (74%) en huurders (68%).
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 1: Een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Indicator: 1c. Emissies van fijnstof naar de lucht Emissies van fijnstof naar lucht per gemeente (kg PM2,5 per km2) (2021)
Emissies van fijnstof naar lucht (kg PM2,5 per km2) (2021) 1200
1200
1089
1000 800
1000 800
627
600 400
600
600 347
379
400
400
200
200
0
0
600
200
100
300
200
200
300
300
200
200
200
Bron: Regionale brede welvaartsmonitor CBS
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Randvoorwaardelijk: emissieniveau regio GR-ND blijft ver onder dat van NL (bijna 50% lager)
n.v.t.
• •
De regio kent een lager emissieniveau dan Nederland en ook alle gemeenten in de regio zitten lager dan hun referentie. De EU-grenswaarde voor PM2,5 is een jaargemiddelde van 25 µg/m3. Dit is echter een andere eenheid en wordt nergens in NL overschreden. De WHOadvieswaarde is 5 µg/m3 en wordt overal overschreden. Dit vormt dus geen goede basis voor een vergelijking.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 1: Een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Indicator: 1d. Kwaliteit van zwemwater binnenwateren
Kwaliteit van binnenzwemwateren (1=slecht, 4=uitstekend) (2021) 4
3,7
3,5
3,8
3,9
Kwaliteit van binnenzwemwateren per gemeente (1=slecht, 4=uitstekend) (2021) 4
3
3
2
2
1
1
0
0
Bron: Regionale brede welvaartsmonitor CBS
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Randvoorwaardelijk: kwaliteit zwemwater regio GR-ND blijft boven dat van NL
n.v.t.
•
De regio kent een hogere zwemwaterkwaliteit en ook bijna alle gemeenten in de regio zitten hoger dan hun referentie.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 2: Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap.
Subdoelen
Voorstel indicatoren
Geografisch niveau
Bronnen
Frequentie (meest recent)
BWindicator
Overwegingen bij indicator
Toename aantal startende (MKB-) bedrijven
2a. Gestarte vestigingen per 10.000 inwoners
Gemeente
WSJG / KVK
Per kwartaal (2024)
Nee
Meer groeiende (MKB-) bedrijven
2b. Aantal vestigingen van snelgroeiende bedrijven (scale-ups) per 10.000 inwoners
Gemeente
WSJG /KVK
Jaarlijks, maar tot 2020
Nee
Goede indicator van groei bedrijven, voor ‘langzame’ groei geen bestaande indicator. NPG monitort % snelgroeiende vestigingen o.b.v. zelfde data.
Verbeterde beschikbaarheid van (durf-) kapitaal voor het MKB
2c. Aanbod kapitaal MKB (€)
Provincie
SNN
Eenmalig onderzoek (2022)
Nee
Aanbod venture capital en private equity via een dataset van de NVP geanalyseerd i.o.v. SNN. Idealiter onderzoek bv eens in de 5 jaar herhalen. Er is geen ‘simpele’ indicator.
Toenemende export door (MKB-) bedrijven uit de regio
2d. Export in € per inwoner (goederen en diensten)
Provincie
CBS
Jaarlijks
Nee
Onderscheid naar goederen en diensten relevant om te maken, want grote verschillen in regio’s.
Toename ondernemerschap in alle levensfases en op alle opleidingsniveaus
2e. EE-score (Entrepreneurial Ecosystem Index)
COROP
Universit eit Utrecht / Birch
Jaarlijks (2024)
Nee
Rijke indicator - ecosystemen ondernemerschap. Niet zeker of die altijd gemeten blijft worden. Indicator op niveau stadsregio’s, Noord Drenthe incl. Assen. Ondernemerschap specifieke voor alle levensfases en opleidingsniveaus niet meetbaar.
Groeiende aantrekkelijkheid als vestigingsregio
2f. ISI-score: oordeel niet-Groningse bedrijven over aantrekkelijkheid van Groningen
Provincie Gr
Imago monitor
Jaarlijks (2024)
Nee
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 2: Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap. Indicator: 2a. Gestarte vestigingen per 10.000 inwoners
Gestarte vestigingen per gemeente [per 10.000 inwoners] (2023)
Gestarte vestigingen [per 10.000 inwoners] (2023)
200 156
200
167
150
109
171
150
124
100
100
50
50
0
0
89
95
94
116
97
92
87
87
112
101
99
88
Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/economie
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
De regio verkleint de achterstand op heel NL: bijv. 130
De regio halveert de achterstand op NL: bijv. 140
• • • •
Gestarte vestigingen betreffen alle nieuwe inschrijvingen bij de KvK. Landelijk is 81% van de starters een zzp’er, 19% mkb-bedrijven. Op gemeenteniveau zijn hiervan geen cijfers beschikbaar. In de regio start ~20% minder vestigingen dan het landelijk gemiddelde. Dit is grotendeels te verklaren omdat meer vestigingen starten in verstedelijkte gebieden (vgl. in Amsterdam 308 vestigingen) Het aantal gestarte vestigingen in Groningen ligt iets hoger dan de referentiegemeenten. Meer ondernemerschap betekent logischerwijs niet minder (ondergens) en zelfs een toename (ambitie). In landelijke gemeentes starten ~10% minder vestigingen dan in de referentiegroep, met aardige verschillen tussen gemeenten. Meer ondernemerschap betekent dus een toename van het aantal startende vestigingen (ambitie).
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 2: Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap. Indicator: 2b. Aantal vestigingen van snelgroeiende bedrijven (scale-ups) per 10.000 inwoners
Snelgroeiende vestigingen [per 10.000 inwoners] (2020) Snelgroeiende vestigingen per gemeente [per 10.000 inwoners] (2020) 16
13
16
14 12
12
11
12
8
8
4
4
0
0
13,3 9,8
9,8
12,6 9,4
8,2
9,6
9,2
11,0 8,9
11,7 9,5
4,1
Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/economie
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
De regio behaalt het gemiddelde van referentie landelijk: 12
Regio-gemiddelde zit op het NL gemiddelde: 13
• • • •
Snelgroeiende bedrijven zijn bedrijven met tien of meer werknemers met een gemiddelde autonome groei (aantal werknemers en/of omzet) van 20 procent per jaar of meer over een periode van drie jaar. Op gemeenteniveau is data beschikbaar tot 2020. De ambitie kan verder gespecificeerd worden bij publicatie van nieuwe data. Op basis van gegevens uit 2020 is te zien dat de regio onder het landelijk gemiddelde scoort, met als uitschieter Pekela. Maar omdat het om hele kleine aantallen gaat, namelijk 4 per 10.000 inwoners en Pekela ook maar 12.000 inwoners heeft, is het sturen op individuele gemeenten niet zo betekenisvol. Logischer lijkt het om in de gehele regio te sturen op een toename van het aantal snelgroeiende vestigingen als indicator voor meer groeiende MKB bedrijven en groei van het verdienvermogen.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 2: Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap. Indicator: 2c. Aanbod kapitaal MKB (€)
SNN: Kapitaalmarktonderzoek Noord Nederland (2022)
Vergelijking met andere regio’s
In 2022 heeft SNN een kapitaalmarktonderzoek laten uitvoeren naar de vraag en aanbod van kapitaal in verschillende levensfasen van MKB bedrijven. Een aantal bevindingen hieruit zijn: • Gemiddeld jaarlijks ~0,8 mld. geschat aanbod van kapitaal voor bedrijfsfinanciering MKB in de Provincie Groningen. Eveneens 0,8 mld. in Friesland en 0,6 mld. in Drenthe. In totaal €2,2 miljard aanbod in de drie provincies samen. • Daarvan is een deel vreemd vermogen (84%) en een deel eigen vermogen (16%). • Daarvan is 68% voor bedrijfsactiviteiten in de volwassenheidsfase, 26% voor de groeifase en 6% voor de startfase. • 5% van het totale aanbod is beschikbaar voor innovatie, vooral in latere TRL-fasen 7 t/m 9. Er is beperkt aanbod in TRL fasen 1-3. • Het innovatiekapitaal is sterk gericht op starters. • De conclusie van het onderzoek is dat voor bedrijfsfinanciering van het MKB in Noord-Nederland vraag en aanbod van kapitaal niet in alle levensfasen van bedrijven in balans is. Uit de confrontatie tussen het jaarlijkse vraag en aanbod van kapitaal blijkt dat er een zeer groot tekort aan aanbod van kapitaal is in de startfase, een beperkt(er) tekort in de groeifase en een overschot in de volwassenheidsfase. Hierbij is wel van belang dat subsidies niet in het aanbod van kapitaal zijn meegenomen, omdat dit een wezenlijk ander product is (op voorhand duidelijk dat terugbetaling niet nodig is).
Subsidies zijn echter wel relevant voor vooral innovatieve activiteiten. Aanvullende subsidiemogelijkheden kunnen zo’n gat deels al dichten.
Oost NL heeft in 2020 onderzoek laten uitvoeren (bron: zie hier). De uitkomst daar was een aanbod van 3,6 mld. totaal. Waarvan ~1,3 mld. Overijssel en ~2,3 mld. Gelderland. De Regio Utrecht (incl. Gooi- en Vechtstreek) heeft in 2019 onderzoek laten uitvoeren(zie hier). De uitkomst was een aanbod van ~2,1 mld. Waarvan ~1,8 mld. voor Utrecht en 0,3 mld. voor Gooi- en Vechtstreek.
Flevoland heeft nu onderzoek lopen (zie hier).
https://www.snn.nl/sites/default/files/documents/Definitief rapport Kapitaalmarktonderzoek Noord-NL_0.pdf
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Nader uit te werken
Nader uit te werken
• •
Het betreft hier een eenmalig onderzoek waarbij het aanbod van kapitaal ingeschat is. Mogelijk laat SNN een dergelijk onderzoek vaker uitvoeren zodat voortgang gemonitord kan worden. In lijn met de doelstelling van verbeterde beschikbaarheid van (durf-) kapitaal voor het MKB lijkt het logisch om als minimale streefwaarde aan te houden dat het in ieder geval niet minder mag worden, en als ambitie dat het toeneemt. Nadere uitwerking kan volgen wanneer investeringen duidelijker zijn en ook de data is verbeterd.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 2: Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap. Indicator: 2d. Export in € per inwoner (goederen en diensten)
, ,
, ,
,
,
,
,
,
, ,
GeoNames,
o ered b ing icroso , om om
GeoNames,
o ered b ing icroso , om om
Bron: https://dashboards.cbs.nl/v4/regionale_kengetallen/# en statline voor inwoner aantallen
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Nader uit te werken
Nader uit te werken
•
Export van goederen en diensten is afgezet tegen het aantal inwoners per provincie. Zo ontstaat een beeld dat met name als het gaat om export van goederen Groningen vergelijkbaar scoort met Friesland, Overijssel en Utrecht, maar achterblijft op de overige provincies. Voor export van diensten is met name te zien dat de in de Noord-Holland en in mindere mate Zuid-Holland diensten geëxporteerd worden en verder een stuk minder. Groningen exporteert ten opzichte van overige regio’s meer diensten dan Drenthe.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 2: Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap. Indicator: 2e. EE-score (Entrepreneurial Ecosystem Index)
EE-Index (2024)
Birch en de Universiteit Utrecht brengen periodiek de Entrepreneurial EcosystemIndex uit. De EEIndex meet de kwaliteit van regionale ecosystemen (Leiderschap, Netwerken, Financiering, Kennis, Talent, Diensten, Formele instituties, Infrastructuur, Vraag en Ondernemerscultuur) en rangschikt op basis hiervan veertig regionale ecosystemen. De weergegeven index is die van 2024
Bron: https://www.entrepreneurialecosystemobservatory.nl/
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Het ecosysteem OostGroningen wordt versterkt en behaalt een score van 7
Meerdere ecosystemen, namelijk in Delfzijl en omgeving, Noord-Drenthe en Oost-Groningen, worden versterkt (bv. 7-8 voor ieder ecosystem)
• • •
De index is vooral geschikt om over tijd te meten of (onderdelen) van het ecosysteem een positieve ontwikkeling laten zien en zo sterker worden. In vergelijking met andere regio’s kent de regio Overig Groningen een vrij sterk ecosysteem voor ondernemerschap. Het lijkt logisch om dat te willen behouden. Daarentegen is het ecosysteem in Delfzijl en omgeving, Noord-Drenthe en met name Oost-Groningen minder sterk. Streven naar een gemiddelde van Nederland lijkt niet heel logisch aangezien de regio’s met een universiteit of hogeschool gemiddeld logischerwijs hoger scoren en daarmee een sterke invloed hebben op het gemiddelde. Logischer lijkt het om per regio te definiëren dat (onderdelen) van het ecosysteem sterker worden.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 2: Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap. Indicator: 2f. ISI-score: oordeel niet-Groningse bedrijven over aantrekkelijkheid van Groningen
Bron: In 2024 is een vierde meting uitgevoerd in het kader van de Imagomonitor Groningen. Het doel van het onderzoek is het imago van de provincie Groningen te meten door de tijd heen. Opdrachtgever is Nationaal Programma Groningen, dat investeringen in Groningen doet met onder andere het doel om het Groningse imago te verbeteren.
Andere regio’s: Brabant en Friesland hebben vergelijkbare imago onderzoeken uitgevoerd. - In Brabant zijn geen bedrijven gevraagd - In Friesland geven bedrijven een 5,7 (2024)
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
5.5
7
• • •
De Image Sentiment Indicator (ISI) drukt het oordeel over het huidige imago van een provincie, regio of stad uit op een schaal van -10 tot +10. Een score van +7 staat volgens de onderzoekers voor (zeer) goed. Het is dus geen rapportcijfer. Data is alleen beschikbaar van Groningen en niet van de drie Noord-Drentse gemeenten. Het lijkt ook niet logisch om die toe te voegen omdat het imago op provincie niveau gemeten wordt en veel bedrijven ook niet op gemeenteniveau een beeld hebben. Omdat onderzoekers van de Imagomonitor aangeven dat een +7 staat voor (zeer) goed lijkt dat een hoge ambitie, gezien de ontwikkeling van afgelopen jaren kan als minimale streefwaarde worden gesteld dat het verbetert tot 5,5 en als ambitie een 7.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 3: Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden.
Subdoelen
Voorstel indicatoren
Geografisch niveau
Bronnen
Frequentie (meest recent)
CBS BWindicator
Overwegingen bij voorstel indicatoren
Talent ontwikkelen en doorontwikkelen
[vooralsnog geen geschikte indicatoren]
Talentbehoud: meer talent blijft in de regio wonen
3a. Stay rate (% 16-jarigen die op 28-jarige leeftijd nog of weer in dezelfde gemeente woont, uitgesplitst naar opleidingsniveau)
Gemeente
Talentmonitor Groningen
n.t.b.
Nee
Afspraken nodig met Talent in de regio over gebruik data en voortzetting monitor
Meer talent vestigt zich in de regio
3b. % 28-jarigen die werken in de provincie maar elders zijn opgegroeid
Provincie (Groningen)
Talentmonitor Groningen
n.t.b.
Nee
Afspraken nodig met Talent in de regio over gebruik data en voortzetting monitor
Betere benutting van talent binnen de regio (in kwantiteit en kwaliteit)
3c Voortijdig schoolverlaters / startkwalificaties (%)* 3d. Netto arbeidsparticipatie (%)*
Gemeente
CBS
Jaarlijks (’22/’23)
Nee
Gemeente
CBS
Jaarlijks (2023)
Ja
“Benutting” is hierbij vooral geïnterpreteerd als: zo min mogelijk onbenut arbeidspotentieel. Vanwege het ontbreken van gemeentelijke data over het aantal schoolverlaters met een startkwalificatie, wordt het % voortijdige schoolverlaters gehanteerd (ondanks de meer negatieve formulering hiervan).
Stijging gemiddeld inkomensniveau en hogere gemiddelde inkomens van praktisch geschoolden in het bijzonder
3e. Mediaan besteedbaar inkomen (€) 3f. Particuliere huishoudens onder lage-inkomensgrens (%)
Gemeente Gemeente
CBS CBS
Jaarlijks (2022) Jaarlijks (2022)
Ja
Uitgangspunt is dat de Sociale Agenda zich meer richt op eerlijke onderwijskansen (zoals geen discriminatie in schooladvies), en de Economische Agenda meer op praktijkgericht leren (werkervaring) en LLO. Bij dat laatste zijn nu geen goede regionale indicatoren beschikbaar.
Stijging gemiddeld inkomen is op zichzelf niet voldoende, want kan samengaan met meer inkomensongelijkheid. Mediaan als indicator is beter geschikt omdat het minder gevoelig is voor uitschieters. Inkomensniveaus op diverse opleidingsniveaus zijn niet per regio beschikbaar, maar wel indicator voor de laagste-inkomensgroepen per regio. Daarom die als extra indicator toegevoegd.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 3: Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden. Indicator: 3a. Stay rate (% 16-jarigen dat op 28 jaar nog/weer in dezelfde gemeente woont)
Stay rate (% 16-jarigen die op 28 jaar nog/weer in dezelfde gemeente woont) (jaar onbekend) 70% 60%
66% 56%
50%
Stay rate (% 16-jarigen dat op 28 jaar nog/weer in dezelfde gemeente woont) per gemeente (jaar onbekend) 70%
51%
49%
60% 50%
40%
40%
30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0%
34%
41%
46%
53%
52%
48%
49%
36%
46%
45%
43%
29%
Bron: Talentmonitor Groningen
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Regio-gemiddelde boven 50%, geen enkele gemeente onder 35%
Regio-gemiddelde op NL-niveau van 56%
• •
Het vasthouden van talent is vooral een Drents probleem, getuige de andere percentages in deze gemeenten. Door een minimale ambitie voor alle gemeenten, zullen in de praktijk vooral de Drentse gemeenten meegetrokken moeten worden.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 3: Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden. Indicator: 3a. Stay rate (% 16-jarigen dat op 28 jaar nog/weer in dezelfde gemeente woont) – naar opleidingsniveau Stay rate naar opleidingsniveau (jaar onbekend) 80%
72% 64%
60%
80% 65%
61%
58%
53% 41%
40%
Stay rate naar opleidingsniveau per gemeente (jaar onbekend)
44%
60%
42% 40%
33% 25%
22%
20%
20%
0%
0% NL
Referentie stad
Stay rate MBO-gediplomeerden
Referentie landelijk
Regio GR-ND
Stay rate HBO-gediplomeerden
Stay rate WO-gediplomeerden Stay rate MBO-gediplomeerden
Stay rate HBO-gediplomeerden
Stay rate WO-gediplomeerden
Bron: Talentmonitor Groningen
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Stay rate voor de regio: - MBO: 60% - HBO: 45% - WO: 30%
Stay rate voor de hele regio op alle opleidingsniveaus tenminste op NL: - MBO: 64% - HBO: 53% - WO: 33%
• •
Landelijke gemeenten hebben op alle opleidingsniveaus moeite om talent vast te houden . Groningen behoudt (t.o.v. andere grote steden) veel WO-gediplomeerden.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 3: Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden. Indicator: 3b. % 28-jarigen die werken in de provincie maar elders zijn opgegroeid
% 28-jarigen die werken in de provincie maar elders zijn opgegroeid (jaar onbekend) 35% 30%
29%
25% 20% 15%
12%
10% 5% 0% Groningen
Drenthe Bron: Talentmonitor Groningen
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Groningen: 35% of meer ((iets hoger dan bijv. Gelderland en Noord-Brabant, lager dan ZH en NH)
Groningen: 40%
•
Drenthe: 20% (vergelijkbaar met bijv. Overijssel)
•
Drenthe: 15%
De Talentmonitor Groningen geeft beperkte data voor benchmark om een streefwaarde uit te werken, alleen cijfers andere provincies. Het bijpassende subdoel is nu geformuleerd als ‘Meer talent vestigt zich in regio…’, wat een stijging veronderstelt.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 3: Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden. Indicator: 3c. Voortijdig schoolverlaters / startkwalificaties (%)
% voortijdig schoolverlaters (= niet halen startkwalificatie) (2022/2023) 4,0% 3,0%
3,0%
2,8%
2,5%
3,7%
4,0%
3,4%
3,5%
% voortijdig schoolverlaters per gemeente (= niet halen startkwalificatie) (2022/2023) 3,2%
3,5%
3,0%
2,3%
2,5%
2,0%
2,0%
1,5%
1,5%
1,0%
1,0%
0,5%
0,5%
0,0%
0,0%
3,5% 2,3%
2,1%
3,9% 3,4% 3,0%
2,7% 2,2%
2,8% 2,2%
1,8%
Bron: StatLine - Voortijdig schoolverlaters; geslacht, woonregio (cbs.nl)
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
De score van de regio is niet hoger dan het gemiddelde van Nederland, dus VSV is maximaal 2,8% (conform Sociale Agenda)
Geen enkele gemeenten zit boven de 3% en regio-gemiddelde van 2,5% (conform Sociale Agenda)
• •
De verschillen tussen individuele gemeenten zijn vrij groot, een aantal flinke uitschieters naar boven bij Groningse gemeenten. Door het stellen van een plafondwaarde voor alle gemeenten worden vooral deze gemeenten meegetrokken.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 3: Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden. Indicator: 3d. Netto arbeidsparticipatie (%) % Netto arbeidsparticipatie per gemeente (2022)
% Netto arbeidsparticipatie per gemeente (2022) 100%
100%
90% 80% 70%
90% 71%
68%
72%
67%
80%
70%
60%
60%
50%
50%
40%
40%
30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0%
69%
67%
64%
68%
66%
70%
64%
64%
66%
71%
73% 65%
63%
Bron: StatLine - Arbeidsdeelname; gemeenten
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Halvering achterstand ten opzichte van NL: Het regiogemiddelde is minstens 69%
Het regio-gemiddelde ligt op dat van NL van 71%
• • •
Bijna alle gemeenten zitten onder het gemiddelde van Nederland en van de referentiegroep voor het landelijk gebied De arbeidsparticipatie in de Drentse gemeenten is hoger dan die in veel Groningse gemeenten Doelen per gemeente nader uit te werken
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 3: Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden. Indicator: 3e. Mediaan besteedbaar inkomen (€) Mediaan besteedbaar inkomen (x 1000 €) (2022)
Mediaan besteedbaar inkomen (x 1000 €) per gemeente (2022)
60 50
60 46,0
41,7
40
34,3
50 36,9
40
30
30
20
20
10
10
0
0
50,5
47,6
46,3
44,8 39,7
36,8
38,3
36,2
36,0
36,3
38,5
38,9
29,2
Bron: StatLine - Inkomen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2023)
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Halvering achterstand: Regiogemiddelde van de mediaan wordt gelijk met NL: ca. 39 300 €
Regio-gemiddelde van de median wordt gelijk met NL: ca. 41 700 €
• •
Inkomensniveau in alle gemeenten ligt lager dan bij de groep vergelijkbare gemeenten en de regio ligt lager dan NL. Nadere uitwerking nodig om te kijken in hoeverre investeringen hierop aan kunnen sluiten en of dit een actieve indicator kan zijn of niet
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 3: Meer talent ontwikkelen, beter benutten en aan de regio binden. Indicator: 3f. Particuliere huishoudens onder de lage-inkomensgrens (%)
Particuliere huishoudens onder lage-inkomensgrens (%) (2022) 7%
5%
7,0%
5,9%
6%
6,0% 4,6%
4,4%
4% 3%
Particuliere huishoudens onder lage-inkomensgrens per gemeente (%) (2022)
5,0% 4,0%
3,0%
5,7%
5,6%
5,2%
5,0%
3,9% 3,2%
2,9%
3,0%
2%
2,0%
1%
1,0%
0%
0,0%
4,8%
4,7%
4,4% 2,8%
4,1%
2,7%
Bron: StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2023)
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Regio-gemiddelde ligt op niveau van NL: 4.4%
Regio-gemiddelde is maximaal 4,2% en geen enkele gemeente zit boven de 4,5%
• •
Per gemeente zijn veel schommelingen te zien. Een aantal landelijke gemeentes liggen onder het gemiddelde van de referentiegroep landelijk, maar het merendeel ligt er met minstens 1% boven. Groningen presteert iets beter dan het gemiddelde van de referentiegroep stad, die over het algemeen hoger scoort dan het landelijk gemiddelde. Dit onderstreept dat Oldambt een relatief hoge score behaalt, met een resultaat boven het stedelijke gemiddelde.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 4: Meer kennis uit de regio verzilveren
Subdoelen
Voorstel indicatoren
Geografisch niveau
Bronnen
Frequentie (meest recent)
BWindicator?
Overwegingen bij voorstel indicatoren
Meer kennis naar de markt en maatschappij brengen (valorisatie)
4a. Aantal spin-offs voortkomend uit kennisinstellingen 4b.Verleende NL-octrooien per 100.000 inwoners
Campus Groningen
RUG
2022
Nee
Geeft een indicatie van of kennis vanuit de universiteit omgezet wordt naar nieuwe bedrijvigheid.
COROP
RVO
Vijfjaarlijks (2023)
Nee
Niet elke octrooi is even relevant, maar toch geven octrooien inzicht in de innovatief technische toekomstplannen.
4d. Publieke R&D uitgaven (% bruto regionaal product)
Provincie
CBS
Onbekend (2020)
Nee
Publieke R&D uitgaven (instellingen, inclusief hoger onderwijs) kunnen helpen kennis naar de markt te brengen, wel bezien in samenhang met private uitgaven.
Meer innoverende bedrijven en meer innovatie binnen bedrijven
4c. Innovatieve bedrijven (%)
Provincie
CBS
Jaarlijks (2022)
Nee
Versterken van het kennis- en innovatie ecosysteem
Meten met EE-indicator (zie hoofddoel 2)
Meer private investeringen in R&D
4e. Private R&D uitgaven (% bruto regionaal product)
Provincie
CBS
Onbekend (2020)
Nee
Private uitgaven (bedrijven) aan R&D als % van bruto regionaal product is een goede indicator van de mate van private investeringen in R&D.
Toename arbeidsproductiviteit als gevolg van innovaties
4f. Arbeidsproductiviteit ( /ge erkt uur)
COROP
CBS
Jaarlijks (2022)
Nee
Arbeidsproductiviteit meetbaar, onderscheid naar gevolg van innovaties niet. Arbeidsproductiviteit hangt ook nauw samen met Sociale Agenda.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Hoofddoel 4: Meer kennis uit de regio verzilveren
Imago 2022
Indicator: 4a. Aantal spin-offs voortkomend uit kennisinstellingen
Het aantal spin-offs is lastig vergelijken met landelijke gemiddelden en/of andere kennisinstellingen omdat er geen eenduidige meetmethoden zijn. De universiteit Twente rapporteert er bijvoorbeeld 32. De UvA neemt deel in 47 ventures. Delft Enterprises neemt deel in 59 bedrijven.
Bron: https://campus.groningen.nl/dashboard-campus-groningen
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Nader uit te werken
Nader uit te werken
• • •
Campus Groningen houdt het totaal aantal Start-ups en Spin-Offs bij. Tussen 2018 en 2022 varieerde dit tussen de 54 en 57. Voor zover vergelijking mogelijk en betrouwbaar is, lijkt dit geen gering aantal. Het doel is meer kennis naar de markt en maatschappij te brengen (valorisatie). Vanuit die gedachte is een toename van het aantal spin-offs een logische ambitie. Om een perverse focus op de aantallen te voorkomen idealiter met informatie over het type en het succes van de spin-off. Streefwaarden dus nader uit te werken, met betere data.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 4: Meer kennis uit de regio verzilveren Indicator: 4b.Verleende NL-octrooien per 100.000 inwoners
250
Verleende NL-octrooien per 100.000 inwoners (2019-2023)
248
200 150
107
Waar valt aan te denken?
Ambitie
Overwegingen
Oost-Groningen laat een toename zien, richting 25
Toename aantal verleende octrooien in Oost-Groningen, Overig Groningen, NoordDrenthe, richting niveau Delfzijl (35)
• •
Oost-Groningen
Zeeuws-Vlaanderen
IJmond
Zuidwest-Drenthe
Zuid-Limburg
22 21 18 17 16 11 Overig Zeeland
Zuidwest-Friesland
Zaanstreek
Agglomeratie Haarlem
Noord-Drenthe
Overig Groningen
Zuidoost-Drenthe
Minimale streefwaarde
Het Gooi en Vechtstreek
Flevoland
Kop van Noord-Holland
Agglomeratie ’s-…
Noord-Overijssel
Alkmaar en omgeving
Noord-Friesland
Oost-Zuid-Holland
Delfzijl en omgeving
35 35 35 34 34 32 32 31 31 31 27 26 24 24 23 23 West-Noord-Brabant
Midden-Limburg
Zuidwest-Overijssel
Utrecht
Groot-Amsterdam
Arnhem/Nijmegen
Zuidoost-Friesland
Midden-Noord-Brabant
Groot-Rijnmond
Zuidoost-Zuid-Holland
51 49 47 47 47 45 44 42 41 40 39 Twente
Veluwe
Noord-Limburg
Achterhoek
Zuidoost-Noord-Brabant
Delft en Westland
0
Zuidwest-Gelderland
50
Agglomeratie Leiden…
66 61 60 58 55
Noordoost-Noord-…
100
‘Octrooien in Nederland’ is een vijfjaarlijkse analyse van de octrooiaanvragen van Nederlandse octrooiaanvragers door de RVO. Octrooiaanvragen kunnen technische R&D-inspanningen en inventiviteit op een objectieve wijze inzichtelijk maken. Weliswaar is niet elke uitvinding geschikt voor een octrooi en is niet elk octrooi even waardevol, maar toch is octrooianalyse interessant. Een octrooi biedt de mogelijkheid om een technische uitvinding te exploiteren, zelf of in samenwerking met andere partijen. Een octrooianalyse laat zien waar organisaties op technisch gebied mee bezig zijn en of ze daar commerciële intenties mee hebben. Octrooien geven daarom inzicht in de toekomstplannen van technisch innovatief Nederland en de regio’s. Bron: https://infographics.rvo.nl/OCNL/jaarbericht2023/chapter_2.html#chap ter_2-13https://infographics.rvo.nl/OCNL/jaarbericht2023/chapter_2.html#cha pter_2-1-3
Het aantal octrooien tussen 2019 en 2023 is in de regio het hoogst in Delfzijl en omgeving en het laagst in Oost-Groningen. Het zou wellicht te verwachten zijn dat juist de regio met een universiteit (OverigGroningen) wat hoger zou scoren ten opzichte van andere regio’s. Een ambitie zou daarom kunnen zijn, een toename van het aantal verleende octrooien richting niveau van Delfzijl van 35.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 4: Meer kennis uit de regio verzilveren Indicator: 4c. Innovatieve bedrijven (%) % innovatieve bedrijven (2024)
% innovatieve bedrijven per gemeente (2024)
3,5%
3,5%
3,0% 2,5% 2,0%
3,3%
2,0%
3,0%
2,6%
2,5%
2,4%
2,5%
2,0%
2,0%
1,5%
1,5%
1,0%
1,0%
0,5%
0,5%
0,0%
0,0%
3,3%
3,0% 2,1%
1,7%
2,4%
2,7%
2,6% 2,0%
2,1%
2,4% 1,8%
Het aandeel innovatieve bedrijven wordt gemeten door het aantal innovatieve bedrijven te delen door het totaal aantal bedrijven (exclusief zzp). Innovatiespotter merkt bedrijven als innovatief aan die innovatie zijn op thema’s die aansluiten bij het Nederlandse Missiegedreven Topsectoren Beleid..
Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/economie
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
% innovatieve bedrijven groeit in de regio en vergroot voorsprong t.o.v. NL: 2.8%
% innovatieve bedrijven groeit in de regio en vergroot voorsprong t.o.v. NL tot: 3.0%
• • •
De gehele regio kent een hoger % innovatieve bedrijven dan het landelijk gemiddelde. Groningen heeft een hoger % innovatieve bedrijven dan de referentiegemeenten. Het landelijk gebied kent ook een hoger % innovatieve bedrijven dan de referentiegemeenten. Inzoomend hebben alleen Aa en Hunze en Westerwolde een iets lager percentage.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 4: Meer kennis uit de regio verzilveren Provincie
Indicator: 4d. Publieke R&D uitgaven (% bruto regionaal product)
Groningen Gelderland Utrecht Zuid-Holland Noord-Holland Limburg Overijssel Noord-Brabant Flevoland Drenthe Fryslân Zeeland
R&D uitgaven als % bruto regionaal product (’20) publiek
publiek & privaat
1,9% 1,1% 1,0% 1,0% 0,7% 0,7% 0,5% 0,4% 0,3% 0,3% 0,2% 0,1%
3,0% 2,6% 2,2% 2,3% 2,0% 2,2% 1,8% 3,7% 1,2% 0,9% 0,9% 0,8%
R&D uitgaven in miljoen euro (’20) publiek
€ € € € € € € € € € € €
439 924 785 1.656 1.257 300 238 442 49 41 36 14
Research & Development (R&D) Activiteit waarbij wordt gestreefd naar oorspronkelijkheid en vernieuwing en bestaande uit het creatief, systematisch en planmatig zoeken naar oplossingen voor praktische problemen. Tot de activiteit behoort ook het strategische en het fundamentele onderzoek, waarbij het verkrijgen van achtergrondkennis en het vergroten van de (puur) wetenschappelijke kennis voorop staat en niet het streven naar direct economisch voordeel of het oplossen van problemen. Verder wordt tot de activiteit ook gerekend het (uit)ontwikkelen van ideeën of prototypes tot bruikbare processen en productierijpe producten. Bron: https://dashboards.cbs.nl/v4/regionale_kengetallen/#
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Nader uit te werken
Nader uit te werken
•
•
•
In relatieve zin wordt in Groningen het meeste publieke geld uitgegeven aan R&D. Dit is mogelijk deels omdat Groningen niet het grootste Bruto Regionaal Product heeft, maar wel een universiteit en UMC. In Drenthe wordt zowel in relatieve als absolute zin veel minder publieke R&D uitgaven gedaan. Voor de Noord-Drentse gemeenten is het de vraag welke instellingen deze gelden kunnen uitgeven. Op Europees niveau is de drieprocentsdoelstelling afgesproken (de Lissabon-norm) om in totaal (publiek en privaat) 3% van het BBP uit te geven aan R&D. Groningen en Noord-Brabant zijn de enige provincies die de doelstelling behaalden, Groningen door relatief hoge publieke uitgaven, NoordBrabant door hoge private uitgaven. Mogelijke ambitie is om met de publieke R&D uitgaven waar mogelijk kansen te benutten om deze gericht bij te laten dragen aan doelstellingen en missies van de Economische Agenda.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 4: Meer kennis uit de regio verzilveren Provincie
Indicator: 4e. Private R&D uitgaven (% bruto regionaal product)
Noord-Brabant Limburg Gelderland Overijssel Noord-Holland Zuid-Holland Utrecht Groningen Flevoland Fryslân Zeeland Drenthe
GeoNames,
Waar valt aan te denken?
o ered b ing icroso , om om
R&D uitgaven als % bruto regionaal product (’20) privaat
publiek & privaat
3,3% 1,6% 1,4% 1,3% 1,3% 1,3% 1,2% 1,1% 0,9% 0,8% 0,7% 0,6%
3,7% 2,2% 2,6% 1,8% 2,0% 2,3% 2,2% 3,0% 1,2% 0,9% 0,8% 0,9%
R&D uitgaven in miljoen euro (’20) privaat
€ € € € € € € € € € € €
3.963,0 703,0 1.163,0 595,0 2.158,0 2.107,0 908,0 245,0 124,0 159,0 100,0 89,0
Research & Development (R&D) Activiteit waarbij wordt gestreefd naar oorspronkelijkheid en vernieuwing en bestaande uit het creatief, systematisch en planmatig zoeken naar oplossingen voor praktische problemen. Tot de activiteit behoort ook het strategische en het fundamentele onderzoek, waarbij het verkrijgen van achtergrondkennis en het vergroten van de (puur) wetenschappelijke kennis voorop staat en niet het streven naar direct economisch voordeel of het oplossen van problemen. Verder wordt tot de activiteit ook gerekend het (uit)ontwikkelen van ideeën of prototypes tot bruikbare processen en productierijpe producten. Bron: https://dashboards.cbs.nl/v4/regionale_kengetallen/#
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Verhogen private R&D uitgaven naar tenminste 1,3% in Groningen en 1,1% in Drenthe
Verhogen private R&D uitgaven naar tenminste 1,5% in Groningen en 1,3% in Drenthe
• •
Als het gaat om private uitgaven aan R&D staat Noord-Brabant ruim bovenaan. Groningen is de 8e provincie en in Drenthe wordt het minst van alle provincies private uitgaven aan R&D gedaan. De ambitie kan zijn om de private bijdragen aan R&D te verhogen. Uitgaven aan R&D zijn van belang omdat ze bijdragen aan ons toekomstige verdienvermogen.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 4: Meer kennis uit de regio verzilveren Indicator: 4f. Arbeidsproductiviteit (€/gewerkt uur)
Arbeidsproductiviteit (€/gewerkt uur) (2022) € 100 82,10 € 80
74,40 54,30
€ 60
50,50
€ 40 € 20 €0
Bron: https://dashboards.cbs.nl/v4/regionale_kengetallen/#
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
Nader uit te werken
Nader uit te werken
• • •
De arbeidsproductiviteit varieert enorm in de gehele regio van de Economische Agenda. Corop regio’s Overig Groningen en Delfzijl en omgeving hebben een zeer hoge arbeidsproductiviteit (door kapitaalintensieve productie). Noord-Drenthe en Oost-Groningen daarentegen een hele lage. Onderwijs en innovatie blijken de belangrijkste determinanten van arbeidsproductiviteit (ESB). Op dit thema is er dus nauwe samenhang met de Sociale Agenda, want beter geschoold personeel is ook beter in staat tot (aanpassen aan) innovatie. Er zou daarom in termen van ambitie onderscheid gemaakt kunnen worden tussen de goed presterende en de minder presterende regio’s. Streefwaarden nader uit te werken.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel 5: Versterken van ons regionale zelfbewustzijn, onze trots en ons imago.
Subdoelen
Voorstel indicatoren
Geografisch niveau
Bronnen
Frequentie (meest recent)
CBS BWindicator?
Overwegingen bij voorstel indicatoren
Trots eigen inwoners op de regio behouden
5a. Trots Groningers op provincie/woonplaats
Provincie (Groningen)
Imagomonitor Groningen
Jaarlijks (2024)
Nee
Data zijn alleen beschikbaar voor provincie Groningen (dus niet Drenthe, en niet per gemeente). Omdat imagovraagstuk ook vooral voor deze provincie speelt, vinden we dat geen issue.
5b. Imago-score van eigen provincie volgens Groningers (ISI)
Voor ‘trots’ afspraak met Kantar/Verian nodig om metingen naar Drentse gemeenten uit te breiden.
Imago van de regio onder niet-Groningers versterken
5c. Imago-score van provincie volgens nietGroningers (ISI)
Provincie (Groningen)
Imagomonitor Groningen
Jaarlijks (2024)
Nee
Positiever zelfbewustzijn: inwoners zijn zich er meer van bewust dat mensen van buiten de regio onze regio waarderen
5d. Verwachting die Groningers hebben over de imago-score door nietGroningers (ISI)
Provincie (Groningen)
Imagomonitor Groningen
Jaarlijks (2024)
Nee
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel: Versterken van ons regionale zelfbewustzijn, onze trots en ons imago. Indicator: 5a. Trots Groningers op provincie/woonplaats (rapportcijfer)
Trots Groningers op provincie/woonplaats (rapportcijfer: 0 tot 10) (2024) 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
7,7
Trots Groningers op provincie / woonplaats
Bron: Imagomonitor Groningen 2024
Waar valt aan te denken?
Minimale streefwaarde
Ambitie
Overwegingen
7,7
8,5
•
In formulering subdoel zit het streven verwerkt, namelijk: “behoud” van trots. De ambitie mag daar boven zitten.
Toekomstbestendig
Ondernemerschap
Talent
Kennis
Imago
Hoofddoel: Versterken van ons regionale zelfbewustzijn, onze trots en ons imago. Indicator: 5b./5c./5d.: Imago-scores Groningen (ISI)
Imago-scores van provincie (ISI: -10 tot 10) (2024) 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
7,2
7,1
6,3
6,0 4,9
5,2
4,0 2,8
2,4
Groningen
Friesland
ISI-score eigen inwoners
Noord-Brabant
ISI-score inwoners andere provincie
Geprojecteerd beeld (inwoners over niet-inwoners) Bron: Imagomonitor Groningen 2024
Minimale streefwaarde
Waar valt aan te denken?
• • •
Groningers: 7 Niet-Groningers: 5,5 Verwachting Groningers over niet-Groningers: 4
Ambitie
• • •
Groningers: 7,5 Niet-Groningers: 6,5 Verwachting Groningers over niet-Groningers: 6
Overwegingen
• • •
Waarden vergelijkbaar met FR en N-B
Waarden hoger dan Friesland & Noord-Brabant
Een imagoscore ‘7’ wordt volgens de onderzoekers (zie Kantar rapportages) beschouwd als “goed” Benchmark N-B en FR laat hogere scores zien, en N-B ook kleinere verschillen tussen de drie indicatoren Scores N-B zijn veel hoger dan Friesland en meer geschikt voor het stellen van een ambitie
Matthijs van Neerbos
Radboud Koning
+31 6 42 14 35 21
+31 6 14 93 89 83
Matthijs.vanNeerbos@rebelgroup.com
Raboud.Koning@rebelgroup.com
Eva Langius
Judith Gunnink
+31 6 57 40 35 55
+31 6 13 07 19 78
Eva.Langius@rebelgroup.com
Judith.Gunnink@rebelgroup.com
Wijnhaven 23 3011 WH Rotterdam The Netherlands +31 10 275 59 90 info@rebelgroup.com www.rebelgroup.com