CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

247 2 Bijlage 2 Erfgoedprogramma 2017-2021

Raadsvergadering 4 maart 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen/Lange Termijn Agenda raad/Toezeggingen17.393 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4 alinea's met “breed”: 93 306 342 363

ca. 10.00015.000 beeldbepalende én karakteristieke panden (schatting MJP)

"Karakteristiek pand" in het omgevingsplan

Beeldbepalende panden. Gebouwen die op grond van hun ruimtelijke relevantie kenmerken bijdragen aan de visuele belevingswaarde van het landschap.

ca. 10.000"Beeldbepalend 15.000 pand" in het beeldbepalende omgevingsplan én karakteristieke panden (schatting)

Groningen

634

0

776

8

0

Beeldbepalende panden (tot 1968)

2795

nee

Karakteristieke panden Buitengebied

75

ja, in Bestemmingsplan Buitengebied

incl. 215 (GM-light) G11

1253

0

100

23

0

Loppersum

181

0

0

5

0

Eemsmond

184

0

2

2

0

ca. 5.500 karakteristieke panden (schatting Provincie - ca. 500 per gemeente) Beeldbepalende panden (tot 1950). Architectonisch dusdanig kenmerkend of bijzonder, dat het van belang is om het pand in stand te houden inclusief alle bijbehorende kenmerken, zoals gevelindeling, kleur- en materiaal­gebruik.

50

nee

Structuurbepalende bebou- 90 wing (tot 1950). Hoofdvorm nog gaaf en vertegenwoordigen in hun silhouet een waarde voor het dorps- of landschapsbeeld.

nee

Identiteit bepalende panden (tot 1950). Panden die door hun ligging en hun verschijningsvorm dusdanig bijzonder zijn dat ze de identiteit van een dorp of plek bepalen.

330

ja, als "Karakteristiek pand" in het omgevingsplan

Karakteristieke gebieden

ja, omgevingsvergunning nodig voor panden die in zo'n gebied liggen: "geen gat zonder plan"

Beeldbepalende panden

46

Structuurbepalende panden 34

Beeldbepalend pand en waardevol erf

25

Structuurbepalend pand en 3 waardevol erf

Beeldbepalend in kernen

115

Structuurbepalend in kernen

Inventarisatie totaal

543

84

Erfgoedprogramma 2017-2021 | 23

24 | Erfgoedprogramma 2017-2021

Overzicht rijksmonumenten binnen de 0,1 en 0,2 pgd (NCG, d.d. Mei 2017)

Doel B. Optimale balans tussen veiligheid, schadeherstel en versterking en behoud Gronings erfgoed in zijn ruimtelijke context

2.5 Erfgoed en schadeherstel

De schade aan gebouwen door bodembeweging in de provincie Groningen heeft soms een grote impact op de levens van de Groningers. Het gaat immers om hun (t)huis, hun bezit en hun veiligheid. Bij gebouwen met een status als monument of karakteristiek pand komt daar nog iets bij: het behoud van het culturele erfgoed voor de gemeenschap.

Op basis van de ervaringen van een aantal grotere monumenteigenaren en deskundigen is het beeld ontstaan dat een constructief slecht onderhouden monument sneller verouderd. Hierdoor kunnen storingen in het functioneren van de constructie ontstaan en wordt het gebouw vatbaarder voor bodembeweging. Goed onderhoud of het naar voren halen van onderhoud zou een eerste stap kunnen zijn in schadepreventie. In verband met de verwachte kwetsbaarheid van slecht onderhouden monumenten is een eerste inventarisatie gemaakt. Die biedt inzicht in wat er nodig is om de onderhoudscyclus van 15 jaar bij een monument naar voren te halen.

Het schadeherstel van monumenten vraagt om speciale expertise. Bovendien is er extra wet- en regelgeving om rekening mee te houden. Dit alles maakt de opgave met betrekking tot het culturele erfgoed complex. Het doel dat we voor ogen hebben is: • dat schade aan monumenten door bodembeweging duurzaam wordt hersteld met respect voor de monumentale waarde; • dat deskundigheid en kwaliteit bij schadeafhandeling zijn geborgd; • dat er zo min mogelijk schade kan ontstaan door bodembeweging.

Het voorkomen van schade

Budgetraming onderhoudsbehoefte rijksmonumenten In opdracht van de NCG is de onderhoudsbehoefte van rijksmonumenten in het aardbevingsgebied onderzocht. Dit onderzoek is als primaire inventarisatie gericht op de kosten van planmatig, uitgesteld en achterstallig onderhoud bij de rijksmonumenten binnen de 0,2 PGA-contour. De vraag van het onderzoek was: welke investering is nodig om het monument in ‘zijn kracht zetten’? Het onderzoek is modelmatig uitgevoerd (fase 1). Uit deze eerste inventarisatie blijkt dat er nog een te beperkt zicht is om steekhoudende conclusies te trekken. De inventarisatie zal daarom uitgebreid en afgerond moeten worden in een fase 2. De conclusies uit deze vervolgfase zullen als basis dienen voor verdere besluitvorming. NCG en de Provincie zullen de validatie van de gegevens verder voortzetten en aanvullen met uitkomsten van de Erfgoedmonitor. Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Onderzoek data voor budgetraming NCG € 25.000 (Fase 1) en € 15.000 (Fase 2) Fase 1, juni 2017 en Fase 2, september 2017

Het schadeprotocol NCG werkt samen met de maatschappelijke stuurgroep (Groninger Bodem Beweging en Gasberaad) en de bestuurlijke stuurgroep (twaalf gemeenten, Provincie en Rijk) aan een nieuw en onafhankelijke schadeprotocol.

Kwaliteitsborging schade-experts Het vakgebied ‘Erfgoed’ is gericht op respectvol behoud, renovatie en ontwikkeling van gebouwen met cultuurhistorische waarde. Het geborgde erfgoed zal in de schade-afhandeling op een passende wijze behandeld worden. Experts die met erfgoed werken, moeten deskundig zijn op bouwhistorisch en/of cultuurhistorisch vlak. Ook voor de benodigde rapportages worden minimale kwaliteitseisen Erfgoedprogramma 2017-2021 | 25

opgesteld. De NCG ontwikkelt een overzicht van kwaliteitscriteria waaraan schade-experts, architecten, erfgoeddeskundigen en aannemers minimaal moeten voldoen om aan de schadeopgave te mogen bijdragen.

2.6 Erfgoed en de versterkingsopgave Het meerjarenprogramma 2017-2121 van de NCG bevat de kaders voor de aanpak van de versterkings­ opgave in het aardbevingsgebied. De NCG voert regie op het versterkingsprogramma dat wordt uitgevoerd om – door preventief versterken van constructies – de veiligheid in het aardbevingsgebied op peil te brengen. I&E In 2016 is NCG gestart met het inspectieprogramma om de versterkings-opgave in beeld te brengen. Hiertoe zijn, in het hart van het bevingsgebied, 1.450 niet-monumentale8 gebouwen geïnspecteerd. De inspecties werden gevolgd door engineering, waarbij werd doorgerekend tot de veiligheidsnorm. Uitkomst: deze gebouwen moeten allemaal versterkt worden om op een gelijk veiligheidsniveau te komen als dat van gebouwen in de rest van Nederland. Gebiedsgerichte aanpak De gebiedsgerichte aanpak via de versterkingspunten startte in de eerste ronde in de met voorrang aangewezen gebieden: Loppersum, ’t Zandt, Ten Post, Overschild en Appingedam (Opwierde Zuid). In de tweede helft van 2017 wordt de tweede ronde van deze gebiedsgerichte aanpak ingevuld. Hierin zitten ook erfgoedpanden (monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden). Die doen mee in de gebiedsgerichte aanpak en worden gelijktijdig met andere (buur)panden in het proces meegenomen.

Het doel dat we voor ogen hebben is: • dat versterking als gevolg van de bodembeweging aan monumenten wordt uitgevoerd met respect voor de monumentale waarde; • dat de bewoners/eigenaren met een versterkingsopgave met vragen over regelgeving, kaders en waarden van het monumentale pand terecht kunnen bij het Erfgoedloket; • dat gemeenten over een versterkingsopgave bij een erfgoedpand advies9 kunnen inwinnen bij het Erfgoedadviesteam; • dat deskundigheid en kwaliteit bij de versterkingsaanpak- en uitvoering is geborgd; • dat er zo min mogelijk (vervolg-)schade kan ontstaan door bodembeweging.

8 9

De pilots met 3 rijksmonumenten (kerk, pastorie en molen in Overschild) zijn nog in uitvoering. Voor rijks- en gemeentelijke monumenten kosteloos en voor karakteristieke panden tegen betaling.

26 | Erfgoedprogramma 2017-2021

Begeleiding eigenaar Bij de versterking staat de eigenaar/gebruiker centraal. Het versterkingstraject is voor de meeste eigenaren ingewikkeld, tijdrovend en onbekend. Daarom krijgt de eigenaar voor dit traject vanuit de versterkingspunten van de NCG een bewonersbegeleider aangewezen die samen met de eigenaar optrekt. Dit gebeurt ook voor de eigenaar met een erfgoedpand. Onder regie van de NCG wordt de eigenaar begeleid door een casemanager van CVW bij de ontwikkeling van het versterkingsplan en alle stappen en afwegingen die daarbij horen. De casemanager organiseert de inzet van een deskundige constructeur, restauratie-architect en/of bouw- of cultuurhistoricus. De bewoners-begeleider en de casemanager ontzorgen de bewoner/eigenaar en zorgen ervoor dat diens wensen waar mogelijk in het versterkingsplan worden verwerkt. Voor erfgoedpanden gebeurt dit met inachtneming van de kaders voor instandhouding van de erfgoedwaarden. Maar ook de verduurzaming van het pand wordt meegenomen. Daarbij wordt de eigenaar/gebruiker gewezen op mogelijke koppelkansen, zoals het combineren van verduurzaming met het oplossen van achterstallig onderhoud. Bij ingewikkelde opgaven kan het Erfgoedadviesteam door de gemeente of de NCG worden ingezet.

Erfgoedloket en Erfgoedadviesteam In het Meerjarenprogramma 2017-2021 van de NCG is afgesproken dat er in 2017 een Erfgoedloket komt om eigenaren en bewoners van rijks- en gemeentelijke monumenten in de aardbevingsregio te ondersteunen. Het loket is bedoeld als steunpunt voor monumenteneigenaren die vanwege de aardbevingen hun pand willen herstellen of versterken. Eigenaren van karakteristieke panden worden geïnformeerd over de gemeentelijke kaders. Voor complexe vraagstukken wordt een deskundig Erfgoedadviesteam beschikbaar gesteld. Een eerste opdracht van het Erfgoedloket is het vertalen van het erfgoedprogramma naar een handreiking voor eigenaren/gebruikers van gebouwd erfgoed. Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Instellen en uitvoeren Erfgoedloket en Erfgoedadviesteam Provincie € 220.000 per jaar (gefinancierd door NCG) 2017 - medio 2020

Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Opstellen handreiking eigenaren van gebouwd erfgoed Erfgoedloket i.s.m. NCG € 15.000 (gefinancierd door NCG) Eind 2017 - begin 2018

Normstelling, kennis, onderzoek en techniek In het aardbevingsgebied staan monumenten met verschillende verblijfsfuncties. Voor een groot deel zijn dat monumentale huizen waarin gewoond wordt. In februari 2015 heeft een commissie van deskundigen (de NEN-commissie) voor de versterkingsopgave een ontwerprichtlijn opgesteld: de Nationale Praktijk Richtlijn (NPR 9998:2015) aardbevingen. De NCG, de betrokken gemeenten en de Provincie gebruiken deze versie van de NPR sinds 1 januari 2016 als beleidslijn voor het toetsen van de sterkte van de bestaande gebouwen. Bij de versterkingsopgave wordt dan ook gerekend op basis van de NPR10. Deze NPR geldt ook erfgoedpanden. Met het versterken van monumenten is in Nederland tot nu toe weinig ervaring opgedaan. De NPR is gericht op de basisveiligheid van bewoners en gebruikers van een gebouw. Deze NPR borgt de persoonlijke veiligheid en is erop gericht dat een gebouw bij een aardbeving niet direct instort en dat mensen tijdig kunnen vluchten. Er kan daarbij echter wel (ernstige) schade aan het gebouw ontstaan. Ook bij monumenten moet persoonlijke veiligheid van de eigenaar/ bewoner-gebruiker worden gegarandeerd. Dit moet samengaan met het behoud van het monument.

Binnen het versterkingsprogramma worden gebouwen, en ook monumenten, die zijn geborgd op grond van de Erfgoedwet, binnen de 0,04 pga tot een niveau van 10-5 conform NPR 9998:2015 versterkt. Waar dit strijdigheid oplevert met de monumentale waarde, wordt eerst gekeken of er alternatieve maatregelen mogelijk zijn die hetzelfde veiligheidsniveau opleveren. Zo ja: dan wordt gekeken welke gelijkwaardige oplossingen op grond van de bouwregelgeving mogelijk zijn. Dit geldt ook voor eventuele maatregelen die een niveau opleveren waarbij ook eventuele vervolgschade wordt voorkomen. Vervolgens wordt gekeken of er verblijfs- of gebruiksbeperkingen mogelijk zijn. Dit is alleen mogelijk bij gebouwen met een samenkomstfunctie, zoals kerken/horeca. Het geldt niet voor woningen of andere gebouwen waar wordt geslapen. Veelal gebeurt dit al bij monumenten wat betreft brandveiligheidsvoorschriften. De NCG vraagt aan de NEN-commissie bijzondere aandacht te besteden aan de toepassing van de NPR bij monumenten. Doel is om tot een inhoudelijk, uitgewerkte beleidslijn te komen voor de versterking van rijks- en gemeentelijke monumenten. Voor het bundelen van kennis en ervaringen kan aangesloten worden bij de Kennisplatforms die NCG voor ‘Bouwen en Versterken’ en voor ‘Leefbaar en Kansrijk’ wil laten organiseren.

Binnen deze Kennisplatforms zullen bijeenkomsten (kennistafels) worden georganiseerd, waar wetenschappers en professionals in gesprek gaan. Het gaat daarbij zowel om het delen van kennis als om het gezamenlijk bespreken waar behoefte aan is.

10

Per 1 juli 2017 wordt een nieuwe NPR (NPR 9998:2017) vastgesteld die een herziening is op basis van meer kennis over de intensiteit van de aardbevingen en de invloed van de grond, de weerstand van gebouwen tegen een aardbeving, vallende objecten en berekeningsmethoden. De uitgangspunten ten aanzien van veiligheid zijn niet veranderd. Erfgoedprogramma 2017-2021 | 27

Actie: Trekker: Kosten: Planning:

 rganiseren kennisuitwisseling omtrent de hantering van de NPR bij O monumentaal erfgoed NSG i.s.m. RCE/OCW € 100.000 (RCE/OCW) en € 65.000 (NCG), beide eenmalig en verspreid over 2017-2019 2017-2019

Kwaliteitsborging en afweging Kwaliteitsborging Net als bij de opname van schade is het bij de versterking van erfgoed essentieel dat de betrokken experts erfgoedexpertise bezitten. Naast aantoonbare kennis op het gebied van restauratie, bouwhistorie en/of cultuurhistorie, zouden experts die ingezet worden bij complexe opgaven ook andere competenties moeten bezitten. Bijvoorbeeld competenties om belangen te verbinden en koppelkansen te ontdekken, zoals kansen voor herbestemming. De NCG is bezig met de ontwikkeling van een overzicht van kwaliteitscriteria waaraan versterkings-experts, architecten, erfgoed­ deskundigen, aannemers en de te leveren rapportages/onderzoeken minimaal moeten voldoen om aan de versterkingsopgave mee te mogen werken. De versterking van erfgoed vraagt in sommige gevallen om meer dan alleen erfgoedkennis. Het vereist soms ook de ervaring om waarden te ‘wegen’ en bijvoorbeeld ook aandacht voor andere belangen bij het vinden van een passende oplossing.

Afwegingskader Erfgoed en aardbevingen De bouwkundige ingrepen die nodig zijn voor het versterken kunnen grote impact hebben op de waarden van het gebouw De vraag is dan: hoe kun je de monumentwaarde optimaal behouden, de veiligheid borgen én het gebruik handhaven of verbeteren? Welke aspecten en ‘waarden’ spelen daarbij een rol en hoe kunnen deze tegen elkaar worden afgewogen? Om deze vraag te helpen beantwoorden, heeft de RCE opdracht gegeven om een concept-afwegingskader te maken voor de versterking. Dit kader is een advies aan de NCG en wordt medio 2017 door RCE aangeboden. Eerste uitgangspunt in het afwegingskader is dat de onderhoudsconditie van een erfgoedpand goed moet zijn voordat versterking kan worden overwogen. Om vervolgens de veiligheid te vergroten, kunnen de zogenoemde Potential Risk Building Elements (PRBE’s), zoals schoorstenen en ornamenten, veilig gesteld worden. Tenslotte kan versterking door ingrijpende maatregelen, zoals base-isolation of het aanbrengen steunconstructies, nodig zijn. Het voorgestelde afwegingskader beschrijft een concept-proces om tot een goed versterkingsplan te komen. Dit proces is erop gericht om de aanwezige erfgoedwaarden gedurende het hele planproces bij alle partijen in beeld te brengen. Ook zorgt het ervoor dat er oplossingen verkend worden die de veiligheid borgen en de waarden respecteren.

Het helpt daarmee de gemeente als bevoegd gezag om de juiste afweging te maken tussen cultuurhistorie, veiligheid en gebruik. De engineering daarbij is niet sturend maar faciliterend. 28 | Erfgoedprogramma 2017-2021

Het concept-proces bestaat uit de volgende stappen: 1. Analyse en waardering. De waarden cultuurhistorie, veiligheid en leefbaarheid worden beschreven en van scores voorzien. 2. Diagnose en oplossingen. De diagnose is een verdieping van de analyse: wat is het toekomst­ perspectief van het gebouw en kan het gebruik aangepast worden om zware ingrepen te voorkomen? De diagnose leidt tot mogelijke oplossingsrichtingen. 3. Afweging en plan. De eigenlijke afweging van de mogelijke oplossingsrichtingen. De eigenaar speelt hierbij een centrale rol. Door de betrokkenheid van de gemeente, de monumentencommissie en de RCE tijdens het proces kan de benodigde vergunningverlening voor rijksmonumenten (op grond van de Wabo) snel verlopen. Voor karakteristieke en beeldbepalende panden maakt de gemeente haar eigen ruimtelijke afweging op basis van de kaders in het bestemmingsplan. Hierbij kan het afwegingskader helpen. Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Advies aan NCG voor het afwegen van monumentwaarden in de versterkingsopgave RCE/OCW € 110.000 (gefinancierd door RCE/OCW) 2016-oplevering aug 2017

Het door de RCE geadviseerde afwegingskader zal in samenwerking met de NCG in de praktijk worden getoetst en bovendien afgestemd worden met de versterkingsprocessen en kaders van de NCG. Door eenduidigheid in de afwegingskaders en de processtappen na te streven, kunnen de partijen helderheid verschaffen aan de eigenaar. Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Realiseren van een toepasbaar afwegingskader NCG i.s.m. RCE/OCW € 100.000 (gefinancierd door RCE/OCW) en € 60.000 (gefinancierd door NCG). Beide eenmalig en verspreid over 2017-2018 2017-2018

150%-richtlijn karakteristieke panden Voor de afweging of een karakteristiek pand in aanmerking komt voor sloop/nieuwbouw, heeft de NCG in het MJP van 2016-2020 de 150%-richtlijn geïntroduceerd. Sloop/nieuwbouw komt pas aan de orde als de kosten van versterking hoger zijn dan 150% van de totale nieuwbouwkosten van het pand. Of deze indicatie het gewenste resultaat oplevert in het kader van het behoud van de karakteristieke panden, zal in de praktijk blijken.

Voor beeldbepalende panden geldt deze indicatie niet. Omdat het bij deze categorie erfgoed gaat om het behoud van de massa, vorm en positie op het erf, is sloop/nieuwbouw binnen de geldende welstandskaders mogelijk. Die komt aan de orde als de kosten van versterking hoger zijn dan 100% van de totale nieuwbouwkosten van het pand.

Afwegingskader aanpak karakteristieke schoorstenen Bij versterken gaat het niet altijd alleen om constructieve onderdelen van een gebouw. Speciale aandacht verdienen juist ook de zogenoemde Potential Risk Building Elements (PRBE’s), losse gebouwonderdelen zoals schoorstenen, die omlaag kunnen vallen bij een beving. Het CVW is bezig grote aantallen schoorstenen te versterken, te verwijderen of te vervangen. Om dit proces snel en zonder onnodige haperingen te laten verlopen, heeft de NCG in samenwerking met de gemeenten en de Monumentencommissie een afwegingskader voor de schoorstenen opgesteld. Hierbij zijn de wensen van de eigenaar belangrijk. Bij versterken is het handhaven van de bestaande schoorsteen het uitgangspunt, behalve als dit technisch niet haalbaar is.

Achterstallig onderhoud Een goed onderhouden monument is een sterk(er) monument. Een eerste stap bij het versterken is dus om ervoor te zorgen dat het gebouw in goede onderhoudsstaat verkeert. In reguliere situaties ligt de verantwoordelijkheid hiervoor in eerste instantie bij de eigenaar van het gebouw. Bij een versterkingsoperatie is de noodzaak tot het op orde brengen van het onderhoud echter onlosmakelijk verbonden met deze versterking zelf. Het is wenselijk om voor al het monumentale erfgoed een cultuur- en/of bouwhistorische verkenning uit te laten voeren (verplicht bij versterken) en deze te combineren met een opname van het achterstallige en/of uitgestelde onderhoud. Op deze wijze wordt objectieve informatie verworven waarmee de omvang van de beoogde versterkingsoperatie verder kan worden geduid. Archeologie en de versterking Archeologie is een onderwerp dat bij de versterkingsopgave aan de orde komt. Met name versterking van funderingen en base-isolation hebben gevolgen voor de archeologische waarden. Behoud ter plaatse is dan niet of maar ten dele mogelijk. Voorafgaand aan of tijdens de versterkingswerkzaamheden moet dan archeologisch onderzoek plaatsvinden. Het is van belang vroegtijdig de archeologische waarden in kaart te hebben, zodat deze in het proces van de versterkings-maatregelen worden meegenomen.

Om de aanwezigheid van archeologie op de juiste wijze te kunnen vertalen naar de bestemmings­ plannen, hebben de gemeenten een archeologische verwachtingskaart en/of beleidsadvieskaart nodig. De meeste gemeenten hebben archeologie geborgd in hun bestemmingsplannen. Een deel echter heeft deze kaarten nog niet vertaald naar alle bestemmingsplannen. Als de archeologische waarden en verwachtingen niet vertaald zijn naar het bestemmingplan, geldt de wettelijke situatie. Die schrijft voor dat er een onderzoeksplicht is bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 40 cm onder maaiveld (zie overgangsregeling Erfgoedwet, artikel 9.1).

Handreiking Archeologie en aardbevingen (RCE) De RCE werkt momenteel aan een handreiking Archeologie en aardbevingen (status: pre-definitief ). Deze bevat een geüniformeerde werkwijze voor de beoordeling van vergunningaanvragen voor funderingsherstel en -versteviging in het aardbevingsgebied. Voor de drie meest voorkomende varianten van funderingsherstel en -versteviging (base isolation, betonnen ringfundering op palen en verstevigde betonnen vloeren) is in de handreiking een onderzoekregime uitgewerkt. Deze handreiking heeft in beginsel betrekking op archeologische rijksmonumenten, maar leent zich ook uitstekend voor andere archeologische terreinen binnen het aardbevingsgebied. Om het proces van vergunningverlening te bespoedigen en snel helder te hebben wat er op archeologisch gebied moet gebeuren, kan deze handreiking ook in de gemeentelijke praktijk toegepast worden. Archeologisch onderzoek kan veel geld kosten. De wet gaat uit van het principe ‘de verstoorder betaalt’. Anders gezegd: de kosten van archeologisch (voor)onderzoek, inclusief uitwerking en conservering van vondsten, komen voor rekening van de initiatiefnemer van de bodemingrepen. Het archeologisch onderzoek dat noodzakelijk is bij funderingsherstel en -versteviging maakt inherent onderdeel uit van de versterkingsopgave.

De kosten voor archeologisch onderzoek moeten daarom in de uitkering voor de herstelwerkzaamheden worden meegenomen of afzonderlijk door de NAM worden betaald als ze een directe relatie hebben met versterken.

Ruimtelijke Kwaliteit Het proces van versterken en schadeherstel in het aardbevingsgebied vindt plaats in een ruimtelijke context. Het Meerjarenprogramma stelt onder meer dat voorkomen moet worden dat geïnvesteerd wordt in het versterken van woningen die op termijn overbodig zijn. Tegelijkertijd moet de gebiedsgerichte aanpak gericht zijn op het behoud en de versterking van de cultuurhistorische waarden, de ruimtelijke kwaliteiten en identiteit. Wat is daar voor nodig? Onder meer het inschakelen van voldoende en adequate landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische ontwerp­ deskundigheid. Maar ook actuele ruimtelijke kaders en onderleggers. Daarnaast is koppeling met het krimpvraagstuk nodig. Dat is een logische stap om mogelijke herstructurering van het gebied verantwoord te kunnen doen. De gemeenten voeren regie op de ruimtelijke ontwikkelingen. Ook op ontwikkelingen die het gevolg zijn van de gaswinningsproblematiek. De versterkingsopgave zal zo vormgegeven moeten worden dat de structuren en elementen, die de historische identiteit van de dorpen weerspiegelen, herkenbaar en zichtbaar blijven. Nieuwe elementen moeten op zorgvuldige wijze worden ingepast, met respect voor de waardevolle bestaande structuren. Bij herbouw is aandacht voor de inpassing in het landschap en de bouwstijl nodig.

Ook bij dorpsvernieuwing en herbestemming dient de ruimtelijke kwaliteit van bebouwing in relatie tot de omgeving aandacht te krijgen. Aangezien situaties verschillen, is maatwerk nodig.

Erfgoedprogramma 2017-2021 | 29

Kwaliteitsteam Ruimtelijke Kwaliteit Voor het ontwikkelen van aanlokkelijke perspectieven voor een goede ruimtelijke kwaliteit is het soms nodig de ambities te stimuleren. Hierbij kunnen we denken aan de kwaliteit van nieuwbouw in de versterkingsopgave als representatieve Groninger architectuur van de nieuwe tijd. Of aan het ontwikkelingen van ideeën en perspectieven voor mogelijke herstructurering van dorpen. Het organiseren van debatten en ontwerpateliers, en het instellen van een lokaal kwaliteitsteam dat specifieke expertise of ontwerpkracht kan aantrekken, kunnen daar aan bijdragen. Vanaf 2017 wordt met de lokale bestuurders verkend hoe dit kan worden uitgewerkt en waar behoefte aan is. Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Het stimuleren ruimtelijke kwaliteit ambitie Provincie Groningen en gemeenten, NCG ondersteunt en/of faciliteert n.t.b. 2017 t/m 2020

Ontwikkeling nieuwe Groninger kwaliteit De versterkingsopgave zal onvermijdelijk leiden tot de sloop van gebouwen. Dit zal mogelijk ook gebouwd erfgoed betreffen. Daarbij kan het gaan om monumentale en karakteristieke gebouwen, maar tevens om gebouwen die beeldbepalend zijn, onderdeel zijn van een cultuurhistorisch waardevol ensemble of drager van een landschapsstructuur. Om de kwaliteit en het karakter van het gebied te behouden, is het belangrijk dat er op die locaties gebouwen terugkomen met een goede architectuur. Met het instrumentarium van welstand en bestemmingsplannen is een basiskwaliteit gegarandeerd. Om daar bovenuit te stijgen is mogelijk meer nodig: financiële middelen om gebouwen onder architectuur neer te zetten en goede voorbeelden van architectuur die past in de Groningse kernen en het landschap. Hiervoor zullen er goede voorbeelden en uitnodigende perspectieven moeten worden getoond en ontsloten, onder andere door bestaande kennis en ervaring te bundelen. Maar ook door, waar nodig, nieuwe kwaliteit te ontwikkelen en te delen. Hierbij is te denken aan een inspiratieboek of een ambitiedocument. Als sloop leidt tot gaten in de bebouwingsstructuur die niet meer worden opgevuld, dan wordt nagedacht over een goede invulling van het vrijkomende terrein die recht doet aan de ruimtelijke (cultuurhistorische) structuur van het gebied.

Braakliggende terreinen hebben een negatief effect op de ruimtelijke kwaliteit en daarmee op de leefbaarheid. Het is daarom belangrijk om op korte termijn tot een goede (tijdelijke) invulling te komen. Ook hiervoor kunnen voorbeelden worden ontwikkeld. Gebiedsbescherming in het bestemmingsplan voor cultuurhistorisch waardevolle of karakteristieke gebieden kan al houvast bieden.

30 | Erfgoedprogramma 2017-2021

Actie: Trekker: Kosten: Planning:

 et stimuleren van initiatieven voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit H in de versterkingsopgave Provincie Groningen, gemeenten, NCG € 40.000 (Provincie Groningen) en € 40.000 (NCG). Eenmalig. Bijdrage gemeenten n.t.b. 2017-2019

Vergunningen en de versterkingsopgave Gebouwd erfgoed Voor het veranderen van een gebouwd rijks- of gemeentelijk monument is in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig. Zowel voor wijzigingen aan de binnen- als aan de buitenkant. Voor normaal onderhoud, zoals het opschuren en schilderen in dezelfde kleur, het vervangen van kapotte ruiten, het opstoppen van rietendaken of het vervangen van enkele dakpannen, is geen omgevingsvergunning nodig. Ook voor planologisch erfgoed, zoals bij de wijziging van een karakteristiek pand of de sloop van een beeldbepalend pand of bouwwerk binnen een beschermd gezicht, is een omgevingsvergunning nodig. De provincie heeft in de provinciale omgevingsverordening een beschermingsregeling en toetsingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor sloop opgenomen. Als een plan betrekking heeft op een karakteristiek of beeldbepalend gebouw, dient het plan regels te stellen ter bescherming van de hoofdvorm van het gebouw. Voor karakteristieke gebouwen geldt bovendien dat gehele of gedeeltelijke sloop slechts kan worden toegestaan indien daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Een dergelijke vergunning mag in ieder geval niet worden verleend zonder dat onderzocht is of hergebruik – ook niet na het treffen van bouwkundige voorzieningen – nog mogelijk is.

Eind 2016 hebben de gemeenten Delfzijl, Eemsmond, Appingedam, Loppersum, Slochteren, Menterwolde, Hoogezand-Sappemeer, Bedum, Winsum en De Marne een overeenkomst getekend met het CVW. Met deze compliance uitvoeringsovereenkomst werd vastgelegd dat de werkprocessen voor bouwkundige versterking in een vroegtijdig stadium worden afgestemd en vastgelegd. Doel: de vergunningverlenings-procedures zo effectief en efficiënt mogelijk laten verlopen.

Monumenten vragen om maatwerk en vallen dan ook niet onder de toekomstige private kwaliteitsborging uit de Wet Kwaliteitsborging voor de Bouw (WKB), die gepland staat op 1 januari 2018 in werking te treden. Beeldbepalende panden en karakteristieke panden vallen wel onder de WKB, maar vragen ook tot op zekere hoogte ook maatwerk, zoals vastgelegd in de toekomstige afwegingskaders. Afhankelijk hoe gedetailleerd en/of uniform dit door gemeenten wordt ingevuld is een efficiencyslag mogelijk met compliance. Er wordt een snelle afhandeling van de vergunningverlening door betrokken overheden gestimuleerd. Bijvoorbeeld door vroegtijdig of tussentijds af te stemmen met de toetsende instanties. Om het proces van de opgave goed te begeleiden hebben de aardbevingsgemeenten extra aandacht voor kwaliteit bij Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Archeologie Voor bodemingrepen in archeologische rijksmonumenten moet een monumentenvergunning aangevraagd worden bij de RCE. Op archeologische rijksmonumenten geldt geen oppervlakte­ vrijstelling. Iedere bodemingreep is in principe vergunningsplichtig. Voor de overige, planologisch beschermde, archeologische terreinen is in veel gevallen in het bestemmingsplan een oppervlaktevrijstelling opgenomen.

Dat wil zeggen: als een bodemingreep beneden een bepaalde oppervlakte blijft, is archeologisch onderzoek niet verplicht gesteld bij de vergunningverlening. Als tijdens de werkzaamheden archeologische resten tevoorschijn komen, geldt echter wel een wettelijke meldingsplicht. Afhankelijk van de aard van de vondsten is het mogelijk dat de gemeente de werkzaamheden vervolgens stil legt om alsnog onderzoek te laten doen. Dat is een scenario dat tijd en geld kost. Het risico op onverwachte kosten en tijdverlies kan worden beperkt door voorafgaand aan ingrepen op archeologische terreinen, die binnen de vrijstelling vallen, een controle op de aanwezigheid van archeologie te laten doen. Dit is geen uitgebreid onderzoek, maar een inschatting op basis van het soort archeologisch terrein en de geplande bodemingreep.

Erfgoedprogramma 2017-2021 | 31

32 | Erfgoedprogramma 2017-2021

3 Kansen voor Cultureel Erfgoed 3.1 Vitaal erfgoed ‘Toekomstbestendig’ en ‘vitaal’ erfgoed staat sterk door het wettelijk en planologisch goed te borgen. Maar het erfgoed staat nog sterker als het deel uitmaakt van de samenleving én gebruikt en beleefd wordt. Door in te zetten op bijvoorbeeld herbestemming, het landschap, recreatie en toerisme en leefbaarheidsopgaven voor het dorp of de stad, kan het meerdere belangen versterken.

Loket Herbestemming Onder de vlag van Kansrijk Groningen en gefinancierd door het NAM leefbaarheids- en duurzaam­ heidsprogramma11 heeft Libau een subsidieprogramma ontwikkeld voor herbestemming van gemeentelijke en rijksmonumentale gebouwen in het aardbevingsgebied. De subsidieregeling bestaat uit drie onderdelen: 1. Subsidie op de herbestemming. 2. Een bijdrage in de advieskosten om tot een goed plan te komen tot max. €5.000,-. 3. Hulp en begeleiding bij het maken van plannen, uitvoeren van de herbestemming, maar ook op weg helpen naar andere financieringsvormen. Kortom: een helpdesk voor alle eigenaren, initiatiefnemers of bijvoorbeeld gemeenten. Een helpdesk waar ze terecht kunnen met al hun vragen op het gebied van leegstand, herbestemming, transformatie, breed doorbestemmen of duurzame ontwikkeling/exploitatie. De website www.loketherbestemming.nl gaat medio 2017 online. De website biedt alle informatie over de subsidieregeling, inspirerende voorbeeldprojecten in Groningen, FAQ’s, best practices, voorbeelden van haalbaarheidsstudies, exploitatieberekeningen, een heldere en bruikbare lijst van beschikbare andere fondsen en subsidies, etc. Actie: Trekker: Kosten: Planning:

11

 et stimuleren van initiatieven op het gebied van herbestemming van monumenH taal erfgoed in het aardbevingsgebied Libau i.s.m. NAM. NCG ondersteunt en/of faciliteert. 5 miljoen euro in het NAM-fonds voor RM en GM. € 90.000 voor organisatie van en communicatie rondom het programma d.m.v. financiering NAM t/m 2018

Programma Kansrijk Groningen (overheden en NAM) In het aardbevingsgebied werken verschillende overheden en organisaties onder de noemer Kansrijk Groningen aan diverse leefbaarheidsprogramma’s. Het moeten regionale programma’s zijn voor thema’s die meerdere belangen dienen. Belangen zoals duurzame energie, landschap, herbestemming van cultureel erfgoed en duurzame ontmoetingsplekken in dorpen en wijken. Zo kunnen initiatiefnemers een aanvraag indienen voor het versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken van hun dorp. Enkele mogelijkheden als voorbeeld: het herstellen/ aanaarden van steilranden van de wierde voor bescherming van archeologisch materiaal en verzakking, het herstellen van oude paden en routes (ossengangen, kerkenpaden), het aanleggen van kenmerkende beplanting, het zichtbaar maken van historische terreinen en het versterken van monumentaal groen. Het programma wordt gefinancierd door NAM, Provincie Groningen en medegefinancierd door derden. Landschapsbeheer Groningen begeleidt de uitvoering.

Programma Aardbevingen en Erfgoed (RCE) Het Programma Aardbevingen en Erfgoed van de RCE richt zich op het bieden van kennis en advies voor zorgvuldige aanpak/maatwerk van het erfgoed, duurzame oplossingen (incl. her/door­ bestemming) en gebiedsgerichte benadering. Het programma is gericht op gebouwd erfgoed in brede zin: monumenten, karakteristieke en beeldbepalende gebouwen.

Programma Visie Erfgoed en Ruimte: ‘Kiezen voor karakter’ (Ministerie van OCW) Nederland verandert voortdurend: door groei of krimp, door de uitdagingen van de energietransitie of de schaalvergroting in de landbouw. Dat geldt ook voor Groningen. Binnen al deze veranderingen is het de opgave het karakter van Nederland te behouden. Ter ondersteuning van deze opgave voert de RCE het Programma Visie Erfgoed en Ruimte uit. Doel is kennis- en pilotprojecten op te zetten op het gebied van erfgoed en ruimtelijke ontwikkeling. Daarbij gaat het in 2017/2018 om de volgende thema’s die relevant zijn voor dit erfgoedprogramma: • Landschap en energietransitie: recht doen aan de identiteit van het landschap bij grootschalige wind- en zonne-energieproductie. • De ontwikkeling van de landbouw en de gevolgen daarvoor voor het cultuurlandschap en vrijkomende agrarische gebouwen. • Transformatie in krimpgebieden: herbestemming. De projecten worden samen met organisaties en andere overheden vormgegeven. Ook wordt voor dit programma aangesloten bij nieuwe initiatieven, zoals het Programma Groninger Schuren en Stallen (PGSS). Vanuit dit programma kunnen projecten ge(co)financierd worden.

Het Meerjarenprogramma Publieke Herbestemming Cultureel Erfgoed in het Aardbevingsgebied van de NAM is gestart in 20i4. Erfgoedprogramma 2017-2021 | 33

Programma Groninger Schuren en Stallen Het programma Groninger Schuren en Stallen biedt agrariërs de mogelijkheid om de vergoeding voor het herstel van aardbevingsschade te gebruiken voor sloop van de oude stal en financiering van een nieuwe stal of schuur in het kader van de modernisering van het bedrijf. Als er een nieuwe schuur gebouwd wordt, is de verwachting dat minder snel nieuwe schade zal ontstaan. De vergoeding kan daarom hoger liggen dan bij herstel van schade. Deze vergoeding, in combinatie met eventuele andere uitkeringen of subsidies en een substantiële eigen bijdrage van de agrariër, kunnen nieuwbouw van een schuur of stal mogelijk maken. Onder regie van de NCG wordt in een pilot momenteel gewerkt aan een aanpak waarmee de schadegevallen in de agrarische sector kunnen worden opgelost met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (indien sloop-nieuwbouw de keuze van de agrariër is). Binnen deze werkwijze wordt aandacht besteed aan de ordening van de gebouwen op het erf en de architectuur van nieuwe gebouwen. Naast boerderijen zonder beschermde status zijn er ook casussen met karakteristieke schuren en stallen. Daar kan er alleen sprake zijn van sloop als het geen afbreuk doet aan de karakteristieke waarden. Deze afweging wordt door de gemeente gedaan.

34 | Erfgoedprogramma 2017-2021

3.2 Fondsvorming De NAM is in principe verantwoordelijk voor de vergoeding van schade en versterking van cultureel erfgoed. Toch willen ook overheden bijdragen, bijvoorbeeld door bestaande fondsen op te waarderen of nieuwe budgetten beschikbaar te stellen om het cultureel erfgoed van Groningen te ondersteunen. Er wordt onderzocht of er – samen met andere partijen – een fonds gevormd kan worden voor het gebouwde Gronings erfgoed. Doel: het bevorderen van een goede onderhoudstoestand van waardevolle gebouwen (‘gebouw in eigen kracht’), eventueel in combinatie met verduurzaming of herbestemming. Een bundeling van gelden vereenvoudigt de zoektocht naar financiële mogelijkheden voor erfgoedeigenaren. Maar hierdoor kan ook in gezamenlijkheid en op basis van dezelfde gegevens de verwachte bijdrage voor de toekomst bepaald worden. Het proces hiertoe wordt met het ministerie van OCW, NCG en provincie Groningen voorbereid. Naar verwachting is hierover in 2018 duidelijkheid. Provincie Groningen De erfgoedmonitor gaat ons in de komende jaren meer informatie verschaffen. Maar nu is nog niet concreet in beeld wat de totale opgave voor de aardbevingsregio is. Daarom stelt de Provincie Groningen voor om vooruitlopend hierop voor de periode 2017 en 2018 alvast een budget vast te leggen.

De Provincie Groningen wil een publiek fonds inrichten dat gericht is op rijksmonumenten en dat zowel voorziet in leningen als in subsidies. Daarbij wordt onderzocht of bestaande monumen­t­ regelingen12 hierin kunnen worden opgenomen. Voorstel is om deze middelen in 2017 en 2018 te verdubbelen (= € 1.350.000,- totaal: in 2017 vindt namelijk nog een ronde plaats in het najaar). Daarnaast werkt de Provincie Groningen een fonds uit voor de gemeentelijke monumenten, karakteristieke panden en beeldbepalende panden. Dit fonds, waaruit leningen worden verstrekt, zal een publiek-privaatfonds worden. Onderzocht wordt of het reeds bestaande Cultuurfonds voor Groninger Monumenten hiervoor ingezet kan worden. De Provincie Groningen stelt voor dit fonds € 2.150.000,- beschikbaar. Voor beide fondsen geldt dat de middelen ingezet worden voor restauratie, onderhoud (achterstallig, regulier, ontijdig), toekomstbestendig maken (herbestemming/verduurzaming) en verbouw/ nieuwbouw/herbouw met goede architectuur (voor versterken ruimtelijke kwaliteit).

12

NCG Omdat goed onderhouden monumenten minder kwetsbaar zijn voor aardbevingen wil de NCG het onderhoudsniveau van woonhuismonumenten in het aardbevingsgebied stimuleren. Er bestaat op dit moment weinig financiële ondersteuning voor eigenaren van monumentale woonhuizen. De NCG wil samen met de Provincie Groningen en het ministerie van OCW onderzoeken op welke manier deze financiële ondersteuning kan worden ingericht. Hieraan zal de NCG vanuit zijn begrotingspost achterstallig onderhoud € 1.300.000 bijdragen specifiek voor subsidie voor (achterstallig, uitgesteld of naar voren te halen) onderhoud van monumentale woonhuizen waar fors schadeherstel of een versterking op stapel staat. Omdat nog weinig woonhuismonumenten zijn versterkt, kan met deze financiële ondersteuning ervaring worden opgedaan met een effectieve aanpak. OCW Het kabinet laat ook onderzoeken wat de totale kosten in de toekomst zijn om het gebouwd erfgoed in goede staat te brengen. Vooruitlopend op de uitkomsten van dat onderzoek heeft OCW € 2.000.000,vrijgemaakt voor de periode 2017-2018. OCW is bereid met dit bedrag bij te dragen aan de provinciale fondsen die bestemd zijn voor de instandhouding en verduurzaming van gebouwd erfgoed het aardbevingsgebied. Actie: Trekker: Budget: Periode:

Bundelen budgetten t.b.v. financiële mogelijkheden voor rijksmonumenten Provincie Groningen i.s.m. OCW en NCG € 4.650.000 (€ 2.000.000 OCW, € 1.350.000 Provincie Groningen en € 1.300.000 NCG) 2017 en 2018

Actie:

 undelen budgetten t.b.v. financiële mogelijkheden voor gemeentelijke B monumenten en karakteristieke panden Provincie Groningen i.s.m. OCW en NCG € 2.150.000 (Provincie Groningen) 2017 en 2018

Trekker: Budget: Periode:

Regelingen zoals de BRRG, de BRIM. Voor de BRRG stort de rijksoverheid jaarlijks € 900.000,- in het Provinciefonds. Erfgoedprogramma 2017-2021 | 35

36 | Erfgoedprogramma 2017-2021

4 Uitvoeringsagenda 4.1 Planning 2017

2018

2019

2020

2021

A. Het behouden en doorontwikkelen van Gronings erfgoed, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit en daarmee de gebiedsidentiteit

Uitgewerkt in de volgende acties: • Borgen gebouwd erfgoed (wettelijk en planologisch) • Borgen ruimtelijk erfgoed met ruimtelijke onderlegger • Verzamelen erfgoeddata Provincie, gemeenten, Steunpunt, CVW • Instellen erfgoedmonitor • Onderzoek data tbv budgetraming achterstallig onderhoud

B. Optimale balans tussen veiligheid, schadeherstel en gebruik Gronings erfgoed in zijn ruimtelijke context

Uitgewerkt in de volgende acties: • Instellen en uitvoeren erfgoedloket en erfgoedadviesteam • Opstellen handreiking eigenaren van gebouwd erfgoed • Organiseren kennisuitwisseling en besluitvorming omtrent de hantering van de veiligheidsnormering bij monumentaal erfgoed • Advies voor het afwegen van monumentwaarden in de versterkingsopgave

Juni Aug

• De totstandkoming van een toepasbaar afwegingskader • De totstandkoming van een toepasbaar afwegingskader aanpak karakteristieke schoorstenen

Juni Mei

• Het stimuleren ruimtelijke kwaliteit ambitie • Het stimuleren van initiatieven voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de versterkingsopgave • Het stimuleren van initiatieven op het gebied van herbestemming van monumentaal erfgoed in het aardbevingsgebied.

Erfgoedprogramma 2017-2021 | 37

4.2 Kosten en uitvoering Doel A: Het behouden en doorontwikkelen van Gronings erfgoed, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit en gebiedsidentiteit Cultureel erfgoed te borgen Gemeentelijk gebouwd erfgoed Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Borging gemeentelijk erfgoed (wettelijk en planologisch) Gemeenten € 15.000 per gemeente d.m.v. financiering NCG (éénmalig in 2017), in totaal € 180.000 2017 -2018

Erfgoed in z’n context te zien en de samenhang te borgen Gemeentelijke ruimtelijke kaders

Erfgoed monitoren Gronings erfgoed breed Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Verzamelen erfgoeddata Provincie, gemeenten, steunpunt, CVW NCG Binnen de reguliere taken Periodiek bijhouden

Actie: Trekker: Kosten:

Instellen erfgoedmonitor Provincie Groningen € 600.000 (€ 150.000/jr. gedurende 4 jaar) financiering Provincie € 59.500 éénmalige bijdrage RCE 2016 - 2019

Planning: Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Borgen samenhang gebied met ruimtelijke onderlegger Gemeenten € 10.000 per gemeente d.m.v. financiering NCG, eenmalig in 2017, in totaal € 120.000. Subsidie Provincie Groningen (indicatief 30% met max van € 10.000). 2017-2018

Budgetraming achterstallig onderhoud rijksmonumenten Rijksmonumenten Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Onderzoek data t.b.v. budgetraming NCG € 25.000 (Fase 1) en € 15.000 (Fase 2) Fase 1 juni 2017 en Fase 2 zomer 2017

38 | Erfgoedprogramma 2017-2021

Bundelen budgetten voor rijksmonumenten aardbevingsgebied Rijksmonumenten Actie: Trekker: Budget: Periode:

Bundelen budgetten t.b.v. financiële mogelijkheden voor rijksmonumenten Provincie Groningen i.s.m. OCW en NCG € 4.650.000 (€ 2.000.000 OCW, € 1.350.000 Provincie Groningen en € 1.300.000 NCG) 2017 - 2018

Cultuurfonds voor erfgoed Provincie Groningen Gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden Actie: Trekker: Budget: Periode:

E xtra bijdrage Cultuurfonds t.b.v. Provincie Groningen, waaronder aardbevingsgebied Provincie Groningen € 2.150.000 (Provincie Groningen) 2017 en 2018

Doel B. Optimale balans tussen veiligheid, schadeherstel en behoud Gronings erfgoed in zijn ruimtelijke context Erfgoedloket en Erfgoedadviesteam Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten (karakteristiek planologisch erfgoed ten dele) Actie: Trekker: Kosten: Planning: Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Instellen en uitvoeren Erfgoedloket en Erfgoedadviesteam Provincie Groningen € 220.000 per jaar, (NCG) 2017- medio 2020 Opstellen handreiking eigenaren van gebouwd erfgoed Erfgoedloket i.s.m. NCG € 15.000 (NCG) Eind 2017-begin 2018

Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Realiseren van een toepasbaar afwegingskader NCG i.s.m. RCE € 100.000 (RCE) en € 60.000 (NCG, € 30.000 in 2017, € 30.000 in 2018) 2017-2018

Kwaliteitsteam Ruimtelijke Kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Het stimuleren ruimtelijke kwaliteit ambitie Provincie Groningen en gemeenten. NCG ondersteunt en/of faciliteert n.t.b. 2017 t/m 2020

Ontwikkeling nieuwe Groninger kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit Normstelling, kennis, onderzoek en techniek Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten Actie: Trekker: Kosten: Planning:

 rganiseren kennisuitwisseling en besluitvorming omtrent de hantering van de O veiligheidsnormering bij monumentaal erfgoed RCE en NCG € 100.000 (RCE/OCW) en € 65.000 (NCG), beide eenmalig en verspreid over 2017-2019 2017-2019

Afwegingskader Erfgoed en aardbevingen Gronings erfgoed breed

Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Loket Herbestemming Aardbevingsgebied Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten Actie:

Actie: Trekker: Kosten: Planning:

Advies aan ncg voor het afwegen van monumentwaarden in de versterkingsopgave RCE/OCW € 110.000 (RCE, reeds besteed) 2016-oplevering aug 2017

 et stimuleren van initiatieven voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit H in de versterkingsopgave Provincie Groningen, gemeenten, NCG € 40.000 (Provincie Groningen) en € 40.000 (NCG). Eenmalig. Bijdrage gemeenten n.t.b. 2017-2019

Trekker: Kosten: Planning:

 et stimuleren van initiatieven op het gebied van herbestemming van monumenH taal erfgoed in het aardbevingsgebied Libau i.s.m. NAM, NCG ondersteunt en/of faciliteert 5 miljoen euro in het NAM-fonds voor RM en GM, € 90.000 voor organisatie van en communicatie rondom het programma d.m.v. financiering NAM t/m 2018

Erfgoedprogramma 2017-2021 | 39

4.3 Organisatie Continuïteit en monitoring van het Erfgoedprogramma Deze gezamenlijk geformuleerde visie en de daaraan gekoppelde doelen om te komen tot een sterk(er) Gronings erfgoed, is een eerste stap in wat we nodig hebben om ons Groninger Cultureel erfgoed optimaal te borgen in de versterkingsopgave. Alle partijen hebben hun taak opgepakt en we hebben beschreven hoe we zowel binnen ieders verantwoordelijkheid als in gezamenlijkheid Groningen ‘Groningen’ laten blijven. Het proces stopt echter niet na oplevering van dit Erfgoedprogramma. Het echte werk gaat nu pas beginnen! Om dit te kunnen bewerkstelligen – én te blijven anticiperen op nieuwe inzichten – zal er ook na oplevering van dit document structureel afstemming plaatsvinden tussen de samenwerkende partijen van dit programma: • Maandelijks wordt er een kleine kernbijeenkomst gepland. Deze kerngroep Erfgoedprogramma zal bestaan uit de erfgoedadviseurs van NCG, Provincie Groningen, RCE en een vertegenwoordiging van drie Groninger gemeenten. NCG is trekker van dit overleg. • Per kwartaal wordt er een klankbordgroep belegd waarin de Provincie, de NCG, RCE en de 12 gemeenten de voortgang van het erfgoedprogramma doornemen. Afhankelijk van het onderwerp kunnen organisaties die betrokken zijn bij de opgave zich aansluiten. NCG en Provincie coördineren deze brede bijeenkomsten.

• Twee of drie keer per jaar wordt er een bijeenkomst belegd op bestuurlijk niveau. De Tijdelijke Stuurgroep Cultureel Erfgoed die voor dit erfgoedprogramma in het leven was geroepen, zal een definitief karakter krijgen in de Stuurgroep Cultureel Erfgoed Groningen. Hierin zitten: de bestuurders van NCG, Provincie, OCW, RCE en de 12 aardbevingsgemeenten. Coördinatie en organisatie hiervan is een samenwerkingsverband van de Provincie en de NCG zijn. Provincie Groningen en de NCG hebben de regie op de uitvoering van het Erfgoedprogramma. Via de kwartaalrapporten van het MJP zal de uitvoering van het erfgoedprogramma teruggekoppeld worden en zullen inzichten die voortkomen uit het programma ingebed worden in het jaarlijkse meerjarenprogramma van de NCG.

40 | Erfgoedprogramma 2017-2021

Bijlage – Begripsbepalingen erfgoed Cultureel erfgoed Uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden. (Erfgoedwet)

komen. De houding bij het beoordelen van plannen is ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Zo ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld bedrijven en organisaties om met ideeën te komen. De voorgenomen Omgevingswet, die de omgang met de fysieke leefomgeving regelt, sluit immers naadloos aan bij het streven van de moderne monumentenzorg om de borging van het cultureel erfgoed te integreren in de regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Waar het gaat om bescherming van cultureel erfgoed is de gemeente in de meeste gevallen het bevoegd gezag voor de Omgevingswet.

Rijksmonument Monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister. (Erfgoedwet)

Gemeentelijk erfgoed • De gemeenteraad kan een erfgoedverordening en erfgoednota vaststellen waarin is vastgesteld hoe zij omgaat met het beheer en behoud van cultureel erfgoed binnen de gemeentegrenzen. Daarin kan zij onder andere kiezen voor gemeentelijke monumenten, de planologische borging van cultureel erfgoed, ondersteunende financierings- en of subsidieregelingen, karakteristieke panden, etc. • Het betreft hierbij cultureel erfgoed dat voor die gemeente van bijzonder belang is vanwege de cultuurhistorische betekenis. • Het college van burgemeester en wethouders houdt een gemeentelijk erfgoedregister bij van aangewezen cultureel erfgoed.

Vaak zijn de tuinaanleg en de gebouwen die samen een landgoed of buitenplaats vormen, in onderling verband beschermd. Voor de waarde en beleving van het erfgoed zijn deze sterk met elkaar verbonden. De bescherming als rijksmonument is te combineren met bescherming van de historische omgeving via een bestemmingsplan (onder de Omgevingswet: omgevingsplan).

Stads- en dorpsgezichten Ook de bescherming van stads- en dorpsgezichten uit de Monumentenwet wordt onderdeel van de Omgevingswet. Nieuwe bescherming gebeurt bovendien niet meer door een aanwijzing, maar door een instructie. Dat is in het omgevingsrecht een passender instrument dan de aanwijzing, maar heeft dezelfde werking. Met een instructie aan een gemeente kan een minister nationale belangen in de fysieke leefomgeving borgen, wat ook de doelstelling is van de huidige procedure voor het aanwijzen van beschermde stads- en dorpsgezichten

Provinciaal erfgoed

Nieuw in de Omgevingswet

• Provinciale Staten kan een erfgoedverordening en erfgoednota vaststellen waarin is vastgesteld hoe zij omgaat met het beheer en behoud van cultureel erfgoed binnen de provincie. Daarin kan zij onder andere kiezen voor provinciale monumenten, ondersteunende financierings- en of subsidieregelingen, etc. • De verordening ziet toe op het beheer en behoud van cultureel erfgoed geheel of gedeeltelijk gelegen binnen de desbetreffende provincie, dat van bijzonder belang is voor die provincie vanwege de cultuurhistorische betekenis. • Gedeputeerde Staten houdt een provinciaal erfgoedregister bij van aangewezen cultureel erfgoed.

• Er wordt een brede definitie van cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving gebruikt. Het gaat om gebouwde monumenten, archeologie én cultuurlandschappen. • De structuurvisie wordt vervangen door de omgevingsvisie. In deze omgevingsvisie staan de ontwikkelingen en ambities voor een grondgebied op lange termijn voor bouwwerken, infrastructuur, cultureel erfgoed, bodem, lucht, natuur en andere aspecten van de fysieke leefomgeving. • Het omgevingsplan komt in de plaats van het huidige bestemmingsplan en de gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. • Werelderfgoed wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het eerst wettelijk verankerd. • De gemeente is verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor het wijzigen van archeologische rijksmonumenten. • De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft hier wel een bindend advies over. • In de Omgevingswet is geregeld dat in het geval van archeologische toevalsvondsten niet alleen de minister van OCW maar ook de gemeente bodemverstorende werkzaamheden kan stilleggen. • De eigenaar van een rijksmonument heeft een instandhoudingsplicht. De eigenaar moet ervoor zorgen dat het monument zo wordt onderhouden dat het behoud ervan gewaarborgd is.

Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet bevordert een betere afstemming van planvorming voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur. De wet bevordert ook dat gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte krijgen hun omgevingsbeleid afstemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te

Erfgoedprogramma 2017-2021 | 41

• Een sloopvergunning binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt al dan niet afgegeven op basis van wat de gemeente daarover heeft vastgelegd in het omgevingsplan. Wettelijke regelingen De bescherming van het cultureel erfgoed wordt geregeld in de Erfgoedwet en de Omgevingswet. De Erfgoedwet trad op 1 januari 2016 in werking en vervangt de Monumentenwet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien in 2019. Als vuistregel geldt dat de Erfgoedwet gaat over de duiding van wat op rijksniveau cultureel erfgoed is. Zo vindt de aanwijzing van rijksmonumenten plaats op basis van de Erfgoedwet. In de Omgevingswet worden regels opgenomen voor de omgang met het culturele erfgoed, zoals het verlenen van een omgevingsvergunning om een rijksmonument te mogen wijzigen. Daarnaast bevat de Omgevingsrecht de opdracht aan overheden om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met cultureel erfgoed. Nieuw in de Erfgoedwet is de instandhoudingsplicht. Dit houdt in dat een eigenaar ervoor moet zorgen dat zijn of haar rijksmonument zo onderhouden wordt dat het behoud gewaarborgd is. Met de instandhoudingsplicht kan een gemeente een eigenaar aanspreken en – in het uiterste geval – handhavend optreden. Met de Omgevingswet kunnen overheden activiteiten die cultureel erfgoed kunnen aantasten, reguleren via omgevingsvergunning of algemene regels.

Het gaat onder meer om: • het aanwijzen van gemeentelijke (archeologische) monumenten; • beschermd stads- of dorpsgezicht: geen automatische sloopvergunningplicht meer, maar een op de waarden afgestemd sloopvergunningregime; • regels ter bescherming van cultuurlandschap, bijvoorbeeld via het toekennen van functies aan locaties door algemene regels en een vergunningsplicht. Van belang is de verplichting aan overheden om een omgevingsvisie (inclusief erfgoed) op te stellen.

Archeologie Het uitgangspunt van het landelijke archeologiebeleid is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem (in situ) behouden moeten blijven. Om dat te bewerkstelligen, moeten gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening houden met de aanwezige en te verwachten archeologische waarden. Op basis van de archeologische bestemmingen in het bestemmingsplan is de gemeente bevoegd om de aanvrager van een omgevingsvergunning te verplichten om archeologisch (voor)onderzoek uit te laten voeren. Als uit het vooronderzoek blijkt dat de uitvoering van een plan schade zal toebrengen aan archeologische resten, kan de gemeente maatregelen opleggen. Doorgaans bestaan deze maatregelen uit planaanpassing of het opgraven van de resten (behoud ex situ). Soms is het mogelijk om de schade aan archeologische resten door planaanpassing tot een minimum te beperken. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een aanpassing van de funderingswijze of bouwen op een andere locatie.

42 | Erfgoedprogramma 2017-2021

Wanneer behoud van archeologische resten in de bodem niet mogelijk is, dient een opgraving plaats te vinden waarbij zoveel mogelijk informatie over deze resten wordt verzameld en gedocumenteerd. Het bevoegd gezag (doorgaans de gemeente) legt in een Programma van Eisen vast aan welke eisen dit archeologisch onderzoek moet voldoen. In het geval van archeologische rijksmonumenten is niet de gemeente maar het Rijk (RCE) het bevoegd gezag. De wet gaat uit van het principe dat de verstoorder betaalt. Dat wil zeggen dat de kosten van archeologisch (voor)onderzoek, inclusief uitwerking en conservering van vondsten, voor rekening komen van de initiatiefnemer van de bodemingrepen. In het geval van de versterking is dit de opdrachtgever – dat is de eigenaar – van de versterking. Vondsten tijdens archeologisch onderzoek worden automatisch eigendom van de provincie waarin zij zijn gevonden, of de gemeente, indien die gemeente beschikt over een eigen depot. In de provincie Groningen beschikt alleen de gemeente Groningen over een eigen depot. Voor bodemingrepen op archeologische rijksmonumenten moet een monumentenvergunning aangevraagd worden bij de RCE. Op archeologische rijksmonumenten geldt geen oppervlakte­ vrijstelling en is iedere bodemingreep in principe onderzoeksplichtig.

Voor de overige, planologisch beschermde, archeologische terreinen is in veel gevallen in het bestemmingsplan een oppervlaktevrijstelling opgenomen. Dat wil zeggen: als een bodemingreep beneden een bepaalde oppervlakte blijft, kan geen archeologisch onderzoek verplicht gesteld worden bij de vergunningverlening.

Bijlage – Afkortingen en begrippen Aardbevingsgebied – Het grondgebied van de gemeenten Appingedam, Bedum, Delfzijl, De Marne, Eemsmond, Groningen, Hoogezand-Sappemeer, Loppersum, Menterwolde, Slochteren, Ten Boer en Winsum

HRBE – Hoge Risico Bouwelementen – High Risk Building Elements

Base-isolation – Base isolation is een versterkingsaanpak waarbij het fundament losgekoppeld wordt van de ondergrond door het plaatsen van een tweede vloer met een rubberen tussenlaag

NCG – Nationaal Coördinator Groningen

PRBE – Potentieel Risico Bouwelementen – Potential Risk Building Elements

NEN – commissie – Nederlandse norm commissie Bodembeweging – het bewegen van de bodem door aardbevingen of bodemdaling. In dit kader als gevolg van de gaswinning.

NPR – Nederlandse Praktijkrichtlijn aardbevingen

BRIM – Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten

OCW – ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Bro – Besluit ruimtelijke ordening

PGA – Ground acceleration ofwel de maximum versnelling van de grond tijdens een aardbeving

BRRG – Budget Restauratie Rijksmonumenten Groningen

PGSS – Programma Groninger Schuren en Stallen

CMS – Compliance Management Systeem

POV – Provinciale Omgevingsverordening

CVW – Centrum Veilig Wonen

PRBE – Potential Risk Buildings Elements

Engineering – Dit zijn onder meer berekeningen om te bepalen of versterking van deze woningen nodig is om op het niveau van 10-5 te komen en welke versterkingsmaatregelen daarvoor nodig zijn

RCE – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed VTH – Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving

Erfgoedpand – pand met vastgestelde monumentale, karakteristieke of beeldbepalende waarde WABO – Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht ERL – Erfgoed, Ruimtelijke Kwaliteit en Landschap FAQ – Frequently Asked Questions

Erfgoedprogramma 2017-2021 | 43

Beleidingsgroep: K. Bakema, Gemeente Loppersum E. Jansema, Gemeente Midden Groningen (gemeenten Slochteren, Hoogezand-Sappemeer en Menterwolde) C. Boer, Steunpunt Cultureel Erfgoed R. Veenstra en F. van Soest, Provincie Groningen P. Schaap, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed R. Baumfalk, T. de Haas, M. van der Heide, G. Somer en L. Weusten, Nationaal Coördinator Groningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12746570/1