CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

11 1 Bijlage 1 Ontwerp-Vaststellingsbesluit-gaswinning-Groningen-gasveld-2021-2022

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen / Lange Termijn Agenda raad / Toezeggingen34.710 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1 alinea's met “inventarisatie”: 458

De NCG en de TCMG (voorloper van het IMG) hebben in september 2019 een samenwerkingsconvenant getekend. Er is afgesproken de schadeafhandeling en versterking stapsgewijs steeds meer gezamenlijk te doen. Het convenant beschrijft op welke manieren samen kan worden gewerkt. Naar aanleiding van dit convenant wordt de samenwerking tussen het IMG en de NCG verder geïntensiveerd, bijvoorbeeld waar het gaat om de impactvolle dossiers, schrijnende situaties of speciale cases waarbij het gaat om erfgoed of agrarische gebouwen. De samenwerking tussen IMG en NCG wordt verder verankerd in een Pagina 80 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

algemene maatregel van bestuur, die voortvloeit uit de aanpassing van de Tijdelijke wet Groningen. Op die manier krijgt de samenwerking tussen IMG en NCG ook een wettelijke verankering. Oplossen vastgelopen dossiers Toch zien we dat bewoners tussen wal en schip kunnen raken, zowel bij de schadeafhandeling als de versterking van woningen, of soms bij een combinatie daarvan. Ook andere problematiek aan het gebouw of persoonlijke omstandigheden kunnen er voor zorgen dat er vanuit bestaande partijen of regelingen geen redelijke adequate oplossing kan worden geboden aan de bewoner. Daarom heb ik in de bestuurlijke afspraken van 6 november 2020 samen met de regio afgesproken 50 miljoen euro vrij te maken om deze situaties middels maatwerk op te lossen. Het IMG, de NCG en een onafhankelijk adviseur zijn inmiddels in gezamenlijkheid en voortvarend aan de slag gegaan met de voorgedragen dossiers, zodat de betreffende bewoners weer perspectief kan worden geboden. Perspectief Naast het op tempo brengen van deze procedures en de samenhang daartussen, acht ik het noodzakelijk om de Groningers weer perspectief op de toekomst te bieden. Dit teneinde het vertrouwen te vergroten en de welvaart in de regio in den brede te verbeteren. Daarom is in oktober 2018 het Nationaal Programma Groningen (hierna: NPG) gelanceerd ter waarde van 1,15 miljard euro.

Hierin werken bewoners, bedrijven, (maatschappelijke) organisaties, gemeenten in het aardbevingsgebied, de provincie Groningen en het Rijk samen aan de toekomst van Groningen. Dit programma is gericht op de leefbaarheid, de sociale samenhang en dorps- en wijkvernieuwing. Ook staat de energietransitie en het aanjagen en stimuleren van regionale economische ontwikkeling centraal. Inmiddels staat de besturing van het NPG en zijn alle programmaplannen waarin gemeenten en provincie hun lange termijn doelen uiteenzetten goedgekeurd. Onderwijl is gestart met de uitvoering van het NPG wat ertoe heeft geleid dat momenteel al meer dan 100 projecten in uitvoering zijn. Eén van de grotere projecten van het afgelopen jaar was het project Toukomst, waar in totaal 100 miljoen euro voor gereserveerd is. Op de website van Toukomst 43 konden Groningers tot 31 maart 2020 ideeën voor de toekomst van de provincie Groningen insturen. Na bundeling van deze projecten konden Groningers stemmen op welke projecten zij vonden dat doorgang moest vinden. 43

www.toukomst.nl. Pagina 81 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

Vervolgens heeft een panel van willekeurig aangewezen Groningers de projecten gekozen. Deze worden nu voorgelegd aan het algemeen bestuur van het Nationaal Programma Groningen. Door Groningers zelf met ideeën te laten komen (bijna 900) en zelf hun stem uit te laten brengen (bijna 30.000 keer) krijgen zij steeds meer de regie over hun eigen toekomst terug. Als onderdeel van de bestuurlijke afspraken hebben Rijk en regio in februari 2021 de Toekomstagenda Groningen vastgesteld 44. In de Toekomstagenda hebben Rijk en regio afgesproken te investeren in de economische en duurzame ontwikkeling van de regio, waarmee het perspectief voor bewoners verder wordt verbeterd. De doelen en uitgangspunten uit de Toekomstagenda sluiten aan bij de uitdagingen en ambities van de regio en de bewoners. De Toekomstagenda is daarmee complementair aan bijvoorbeeld het NPG. Zo staan in de Toekomstagenda samenwerkingsafspraken opgenomen op de thema’s energietransitie, regionale economie en wonen. Samen met de toewijzing van Groningen als NOVI-gebied zal uitvoering worden gegeven aan deze afspraken. Deze afspraken gaan, naast de middelen uit het NPG, gepaard met middelen uit Europese fondsen (circa 500 miljoen). Aanvullende maatregelen In het kader van sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke ontwrichting worden aanvullende mitigerende maatregelen genomen.

Deze maatregelen staan deels op zichzelf en komen deels tot uiting in het bieden van perspectief voor de toekomst. Dat maakt dat in 2019 in het kader van het NPG de volgende projecten zijn gefinancierd: • 150.000 euro voor het versterken van het handelingsperspectief bij aardbevingen. Concreet wordt dit geld besteed aan het opzetten van inwonerpanels, die samen met de Veiligheidsregio nadenken over wat inwoners kunnen doen en hoe zij zich kunnen organiseren bij aardbevingen, en gerichte communicatiecampagnes. • 800.000 euro voor tien extra aardbevingscoaches en inwonersbegeleiders die een luisterend oor bieden aan de bewoners en uitleg geven bij praktische zaken die te maken hebben met de gevolgen van aardbevingen. • 400.000 euro voor het begeleiden van hulpverleners van de veiligheidsregio, gemeenten en de GGD. Van dit bedrag is 200.000 euro bedoeld voor de ontwikkeling van training en coaching, 50.000 euro voor

44

Kamerstukken II 2020/2021, 33 529, nr. 843. Pagina 82 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

•

•

onderzoek en de ontwikkeling van cursusmateriaal en 150.000 euro voor de training en coaching zelf. 371.000 euro voor het versterken van de slagkracht van de veiligheidsdiensten. Het betreft 216.000 euro voor hefkussens en 155.000 euro voor verlichtingssets, zodat de brandweer ook ’s nachts haar werk kan doen. 1.160.000 euro voor het project zorg nabij. Dit project richt zich op preventief gezondheidsbeleid door middel van vier projecten binnen vier gemeenten.

In maart 2019 is daarnaast het Groninger Zorgakkoord getekend. Zorgpartijen, woningcorporaties, gemeenten, provincie en het Rijk investeren gezamenlijk 331 miljoen euro in nieuwe toekomstbestendige en aardbevingsbestendige zorggebouwen. Deze afspraken komen voort uit de visie “(Bevings-)bestendige zorg in Groningen, toekomstperspectief en versterken”. In deze visie is vastgesteld hoe de zorginfrastructuur voor de verschillende soorten zorg in het aardbevingsgebied eruit moet zien. In de visie staan ook voorstellen voor vernieuwing en verbetering van de invulling van de zorg in het gebied, als antwoord op de toekomstige zorgvraag. Het Groninger Zorgakkoord betreft zorggebouwen en niet de zorg zelf. Dit neemt niet weg dat de aanwezigheid van goede voorzieningen een randvoorwaarde is voor het verlenen van kwalitatief goede zorg dicht bij huis. Inmiddels zijn de eerste zorgprojecten gestart zoals de Dagbesteding in Appingedam en expertisecentrum Berjarijke. 45 Door ingrijpende verbouwingen waar patiënten nauw bij betrokken zijn is de doorlooptijd van deze projecten vaak lang. Voorts zijn er ook de geestelijk verzorgers die belangrijk werk doen in het aardbevingsgebied. Zij kunnen mensen een luisterend oor bieden als vragen over zingeving spelen. Ik heb hier eerder in jaarlijkse tranches van 100.000 euro voor 2019, 2020 en 2021 extra in geïnvesteerd.

Hier is onder andere een bus mee aangeschaft om bij bewoners in het aardbevingsgebied op bezoek te gaan en gesprekken te voeren over de problemen waar zij tegen aan lopen, de zogenaamde ‘Proatbus’. De geestelijk verzorgers zijn niet alleen een luisterend oor, maar zoeken waar nodig ook contact met andere (zorg)instanties. Onlangs heeft de minister van VWS nog eens 250.000 euro toegezegd aan de geestelijke verzorgers in het gebied en zich bereid gevonden om nogmaals met hen in overleg te gaan over de situatie aldaar. Deze subsidie van VWS moet nog op een goede wijze worden ingevuld omdat door de coronapandemie van het afgelopen 45

www.gza.nl. Pagina 83 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

jaar hier nog niet de juiste activiteiten voor zijn gevonden. Naast extra financiering werkt het Hogeland samen met VWS ook nog aan een pilot voor extra geestelijke verzorging in de gemeente. Gezondheidszorg De GGD Groningen heeft in maart 2019 een rapport gepubliceerd waarin nader wordt ingegaan op de gezondheidseffecten van aardbevingen in Groningen en voorstellen doet om deze aan te pakken. Dit heeft geleid tot een extra investering (gefinancierd door het Rijk en het NPG) in de sociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten. Deze extra investering (5,4 miljoen euro in totaal) is toebedeeld aan de aardbevingsgemeenten. Door de decentralisatie van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning kan er geen blauwdruk worden opgelegd in de regio: elke gemeente heeft het immers anders ingericht. Daarom is een deel van de middelen rechtstreeks besteed aan de gemeenten zodat zij de reguliere zorgverlening kunnen uitbreiden en intensiveren en de juiste sociale en emotionele ondersteuning kunnen bieden in hun wijken, dorpen en steden. Daarnaast is het van belang dat professionals van elkaar kunnen leren en dat best practices gedeeld worden. Daarom heeft de GGD samen met Hanze Hogeschool Groningen een online ‘Aardbevingsacademie’ ingericht voor extra scholing voor zorgprofessionals.

Ook richt de GGD een monitoringssystematiek in waarin bijvoorbeeld het aantal contactmomenten van de aardbevingscoaches in de wijken, dorpen en steden worden gemeten. Hiertoe heeft de GGD Groningen een regulier overleg ingericht met de betrokken gemeenten en welzijnsorganisaties. Een groot deel van de besteding van de middelen heeft inmiddels plaatsgevonden. Daarna hebben GGD en aardbevingsgemeenten in Groningen in november 2020 een evaluatie laten uitvoeren naar het effect van deze middelen. Een belangrijke uitkomst van deze evaluatie is dat de extra inzet voor sociaal-emotionele ondersteuning noodzakelijk is, maar dat de effecten van de inzet van de afgelopen jaren nog niet zichtbaar zijn. Daarom is in de bestuurlijke afspraken van 6 november 2020 overeengekomen extra te investeren in sociaal-emotionele ondersteuning. Voor de komende jaren wordt er 10 miljoen euro extra beschikbaar gesteld aan gemeenten om hun inzet op dit gebied tot en met 2025 te kunnen continueren. Ook heeft de minister van VWS bepaald dat de GGD Groningen de komende jaren met 2,75 miljoen euro extra budget krijgt voor de ondersteuning en opleiding van de professionals, bijvoorbeeld de eerdergenoemde aardbevingscoaches. Pagina 84 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

Om de voortgang van de extra financiering in de gezondheidszorg te monitoren hebben Rijk en regio daarnaast een periodiek overleg ingericht. Hier worden onder andere de uitkomsten van het Gronings Perspectief besproken en de extra investeringen in de sociaal-emotionele ondersteuning in de omgeving. Kinderen Op lokaal niveau is er een aantal projecten opgezet die kinderen en jongeren moeten helpen in het omgaan met de stress en het uiten van hun (angst)gevoelens. Het theaterprogramma Mijn Thuis, Mijn verhaal waarin kinderen en jongeren op een creatieve manier voor aangespoord eventuele spanningen te uiten, is hiervan een mooi voorbeeld. Ook heeft de Veiligheidsregio Groningen een lespakket ontwikkeld en onder scholen verspreid, is het digitale kinddossier van de GGD Groningen uitgebreid met vragen over aardbevingsproblematiek en is er een gespecialiseerd doorverwijzingsnetwerk voor kinderen in kaart gebracht. Ook is er tijdens informatieavonden over aardbevingsproblematiek van gemeenten regelmatig aandacht voor kinderen, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van jeugdartsen en -verpleegkundigen voor kind-gerelateerde vragen en is er een folder verspreid met tips over het in gesprek gaan met kinderen over aardbevingen. Daarnaast zal het IMG naar verwachting bij de afhandeling van immateriële schade ook aandacht schenken aan het leed van kinderen.

Maatschappelijke onrust door moeilijk uitlegbare verschillen Het invoeren van nieuwe versies van de NPR heeft, zoals we in het verleden hebben gezien, op plaatsen geleid tot onwenselijke verschillen tussen woningen die bij elkaar in de buurt staan. Het is voor bewoners niet altijd uitlegbaar dat hun woning geen versterking nodig heeft terwijl een vergelijkbare woning in de buurt ingrijpend wordt versterkt. Een belangrijk doel van de bestuurlijke afspraken van 6 november 2020 is daarom het voorkomen van nieuwe moeilijk uitlegbare verschillen in het gebied als gevolg van wisselende beoordelingsmethoden. Onderdeel hiervan is het aanbieden van een tegemoetkoming van 30.000 euro aan huiseigenaren van wie hun woning in de buurt staat van een woning die een keuze tot herbeoordeling krijgt aangeboden. Hierdoor wordt maatschappelijke onrust als gevolg van verschillen in een straat, wijk of dorp gedeeltelijk voorkomen.

5.6.3.2 Adviezen over sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust Advies regio Groningen 25- 28 mei 2021 Pagina 85 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

De regionale overheden vragen in het vaststellingsbesluit uitdrukkelijk mee te wegen dat de schadeafhandeling sneller, effectiever, rechtvaardig en ruimhartig moet. Ook adviseert de regio om oog te blijven houden voor negatieve gevolgen van de gaswinning op zowel gezondheid, als sociale veiligheidsrisico’s en maatschappelijke onrust. Hierbij moet er voor worden gezorgd dat de maatregelen die zijn genomen ook voor de lange termijn kunnen worden gecontinueerd en waar nodig versterkt. 5.6.3.3 Beoordeling sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust De regionale overheden benadrukken dat voor de groepen gedupeerden die te maken hebben met langlopende schadetrajecten en versterkingsprocessen, en verschillende kwetsbare groepen waarvoor een standaardaanpak ontoereikend is, er maatwerkoplossingen geboden moeten kunnen worden. Op pagina 79 is beschreven hoe invulling wordt gegeven aan de bestuurlijke afspraak voor vastgelopen dossiers. De regionale overheden spreken hun wens uit voor 1 loket voor schade en versterking. Een eigenaar moet zo min mogelijk rompslomp ondervinden van schadeafhandeling en versterking. Waar mogelijk en wenselijk, moeten deze gecombineerd worden. De processen van schadeherstel en versterking zijn echter niet in één organisatie geplaatst, omdat het gaat om fundamenteel andere processen met een andere dynamiek.

Dit laat onverlet dat, wanneer er zowel sprake is van schade als van de noodzaak tot versterken dat de behandeling van schade en versterken zoveel mogelijk gezamenlijk gebeurt. Het bij voorbaat koppelen van deze activiteiten kan echter tot onwenselijke vertraging leiden. Uit een eerste inventarisatie blijkt dat er eigenaren zijn die een gezamenlijke aanpak niet wenselijk vinden, omdat het tempo van beide operaties uiteenloopt. Eigenaren willen nu hun schadevergoeding, zonder te moeten wachten op versterking. De impact van de (snelheid van) de versterkingsoperatie en schadeafhandeling is in dit besluit betrokken. Dit is bij de bespreking van de betreffende procedures toegelicht. De hiervoor opgesomde effecten van de gaswinning op de sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust en de daarmee gemoeide belangen tonen aan dat in het kader van dit vaststellingsbesluit het van belang is stil te staan bij de impact van de gaswinning in Groningen op burgers. Ik heb met de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Volksgezondheid Welzijn en Sport op regelmatige basis overleggen met de lokale overheden om voortdurend aandacht te blijven geven aan deze effecten van de gaswinning. Pagina 86 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

5.7 Maatschappelijke ontwrichting door afsluiting eindafnemers (criterium f.) 5.7.1

Inleiding

In paragraaf 5.3 heb ik beschreven welk niveau van winning nodig is om de leveringszekerheid van eindafnemers te borgen. In deze paragraaf geef ik het belang aan van het rekening houden met de grenzen van leveringszekerheid, door de maatschappelijke effecten te beschrijven van het abrupt afsluiten van eindgebruikers. Dit is immers het gevolg als er minder gas wordt gewonnen dan nodig is voor de leveringszekerheid. Een consortium van SEO Economisch onderzoek (hierna: SEO) en TNO heeft een kwantitatieve analyse uitgevoerd dat nader inzicht biedt in de economische, veiligheids- en andere maatschappelijke gevolgen bij een verlaging van de Groningse gaswinning tot beneden het niveau van leveringszekerheid. 46 De resultaten van dit onderzoek heb ik tevens meegenomen in het Vaststellingsbesluit Groningen gasveld 2019-2020 en 2020-2021. De analyse van SEO en TNO richt zich op de effecten van abrupte afsluitingen en staat verder los van het actuele winningsniveau. Daarom kan aangenomen worden dat de beschreven effecten in het onderzoek ook gelden als komend gasjaar onder het niveau van leveringszekerheid wordt gewonnen. 5.7.2

Methodiek, afsluitvarianten en gevolgen in analyse

Het rapport heeft een ketenanalyse gemaakt van de directe en indirecte gevolgen voor bedrijven, (vitale) infrastructuur en burgers. Een ketenanalyse betekent dat de effecten met elkaar samenhangen en van sector naar sector worden doorgegeven. Het gaat hierbij om de volgende effecten: • risico’s voor de veiligheid en gezondheid van burgers en werknemers; • economische effecten met directe maatschappelijke impact (denk aan bedrijfssluitingen, terugvallen van de voedselvoorziening of het uitvallen van bepaalde vormen van dienstverlening); • financieel-economische effecten zoals de gevolgen voor het BBP, de werkgelegenheid en de afhankelijkheid van buitenlands gas en maatschappelijke onrust. Voor de ketenanalyse maakt het rapport gebruik van de maatschappelijke kostenbatenanalyse als denkkader en onderscheidt daarom directe, indirecte en externe effecten. Directe effecten zijn de effecten op bedrijfsmatige en andere 46

Bijlage bij Kamerstukken II 2019/2020, 33 529, nr. 678. Pagina 87 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

activiteiten die direct afhankelijk zijn van laagcalorisch gas, zoals de productie van goederen en diensten en het welzijn van huishoudens. Indirecte effecten zijn de doorgegeven effecten: afnemers van getroffen bedrijven zullen de voorwaartse keteneffecten ondervinden, terwijl toeleveranciers de achterwaartse keteneffecten zullen ondervinden. Om de economische effecten te bepalen zijn zowel de omvang van het effect als de waardering van het effect in kaart gebracht. Daarnaast zijn er externe effecten, en die kunnen betrekking hebben op gebeurtenissen die geen marktprijs hebben. Veiligheid is een ongeprijsd effect, net als gezondheid en het welbevinden van burgers die abrupt zonder gaslevering komen te zitten of het risico op maatschappelijke onrust. Voor het onderzoeken van deze effecten gebruikt dit onderzoek de methodiek van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV). Deze methode is ontwikkeld in het kader van de Strategie Nationale Veiligheid met als hoofddoel het beschermen van de Nationale Veiligheidsbelangen. Het gaat hier om de veiligheidsbelangen territoriale veiligheid, fysieke veiligheid, economische veiligheid, ecologische veiligheid, sociale en politieke stabiliteit en internationale rechtsorde. De analysemethode geeft aan of het risico zich voordoet, hoe omvangrijk het risico (bijvoorbeeld ruimtelijk bezien) is en op welke termijn het zich voordoet.

Voor de beoordeling van de gevolgen worden vijf klassen onderscheiden: beperkt (A), aanzienlijk (B), ernstig (C), zeer ernstig (D) en catastrofaal (E). Voor een nadere toelichting op de methodiek verwijs ik naar het rapport zelf. In de analyse zijn verschillende varianten van afschakeling gebruikt. Hierbij was het ook van belang dat winning beneden leveringszekerheid alleen overwogen zou moeten worden als dit de seismische risico’s aanzienlijk zou beperken. Om genoeg effect te sorteren zou de gaswinning dan substantieel beneden de leveringszekerheid gebracht moeten worden. Daarnaast houdt de analyse rekening met beschermde afnemers, vitale processen en operationele aspecten. Op basis hiervan zijn de volgende drie varianten geformuleerd: 1. Afschakeling van bedrijven met niet-vitale processen op zowel landelijk net als regionaal net. Deze bedrijven verbruiken samen ongeveer 6,2 miljard Nm3 laagcalorisch gas per jaar (peiljaar 2018-2019). Aangezien laagcalorisch gas bestaat uit Gronings gas waaraan beperkt hoogcalorisch gas is toegevoegd, staat dit verbruik ongeveer gelijk aan 4,7 miljard Nm3 Gronings gas. In variant 1 zou de Groningse gaswinning dus 4,7 miljard Nm3 beneden leveringszekerheid uitkomen. 2. Als variant 1, plus de bedrijven op het hoofdnet die betrokken zijn bij vitale processen en alle bedrijven op de regionale netten die niet bij een Pagina 88 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

vitaal proces betrokken zijn. Deze bedrijven verbruiken samen ongeveer 9,2 miljard Nm3 laagcalorisch gas per jaar en dat staat ongeveer gelijk aan 6,9 miljard Nm3 Gronings gas. 3. In variant 3 zou de Groningse gaswinning volledig gestaakt worden. Als het niveau van leveringszekerheid op dat moment een hogere winning vergt dan 6,9 miljard Nm3 zal deze variant niet alleen de afnemers raken die genoemd zijn in variant 2, maar ook de bedrijven op de regionale netten bij een vitaal proces betrokken zijn, ziekenhuizen en andere zorginstellingen, en een mogelijk zeer groot aantal huishoudens. Gevolgen van de afschakelvarianten volgens SEO-TNO Omschakeling naar hoogcalorisch gas of andere energiebronnen vergt volgens de onderzoekers van SEO en TNO een dusdanige aanpassing van bedrijfsprocessen, dat dit niet op zeer korte termijn mogelijk is. Bedrijven kunnen niet van de ene op de andere dag overschakelen naar een andere energiebron voor hun productieproces. Dit vergt vaak een langdurige stillegging van de productie, wat kan leiden tot faillissement en het ontslag van de medewerkers. Ditzelfde geldt voor toeleveranciers van deze bedrijven. In grote lijnen zal de eerste afschakelvariant er voor zorgen dat de voedingssector in Nederland volledig wordt stilgelegd met directe gevolgen voor veeteelt, land- en tuinbouw.

Daarnaast valt de papier- en verpakkingsindustrie stil alsmede de toelevering van rubber- en kunststoffen, bouwmaterialen en basismetaal vanuit Nederland. De behoefte aan import en export (overschotten voedingssector) zal dusdanig sterk toenemen dat het de bestaande import- en export infrastructuur verre zal overstijgen. Naar verwachtingen zullen er tekorten ontstaan, ook van goederen die in het buitenland te verkrijgen zijn. In de eerste variant leidt het staken van de gaslevering volgens SEO/TNO tot een verlies van 69,4 euro miljard, oftewel circa 10 procent van het BBP. De bijbehorende impactklasse in de methodiek voor nationale veiligheidsrisico’s valt in de zwaarste categorie (impactklasse E: catastrofaal). Verder zal de vitaliteit van de Nederlandse economie worden aangetast. De verwachte economische krimp gaat gepaard met het verdwijnen van 709.000 voltijdbanen, wat betekent dat in deze variant 993.000 banen kunnen verdwijnen. Ongeacht de onzekerheden wordt de mate van impact ook in de hoogste klasse geschaald. Als gevolg van faillissementen en de toename van werkloosheid verwachten de onderzoekers van SEO/TNO een grote impact op de gezondheid. De onderzoekers achten het niet ondenkbaar dat meer dan 10.000 mensen zullen kampen met Pagina 89 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

langdurige psychische klachten (impactklasse E). Tevens is het aannemelijk dat er een stijging van het aantal zelfmoorden zal optreden. In combinatie met een klein aantal verwachte doden ten gevolge van incidenten wordt hiermee het totale aantal doden voor variant 1 ingeschat op 100-1000, waarbij de bovengrens van het aantal verwachte doden mogelijk zelfs de 1000 overstijgt (impactklasse C tot D). Omdat in variant 1 geen huishoudens worden afgesloten, zal hier geen langdurig en/of grootschalig lichamelijk lijden als gevolg van gebrek aan primaire levensbehoeften ontstaan. Er kan echter niet worden uitgesloten dat er perioden van gebrek ontstaan door mogelijke keteneffecten bijvoorbeeld in de elektriciteitsvoorziening. Verder is de inschatting in het rapport dat het normale leven grotendeels zal doorgaan, maar dat wel een situatie ontstaat waarin er sprake is van brede maatschappelijke angst of woede. Tevens zal sprake zijn van maatschappelijke onrust en mogelijk een toename van polarisatie. De analyse van SEO/TNO is toegespitst op de impact, dat wil zeggen de gevolgen binnen ongeveer een jaar. De cumulatieve effecten, die ontstaan na verloop van jaren, zijn niet beschouwd. De onderzoekers benadrukken ook dat bij interpretatie van deze effecten de nodige voorzichtigheid betracht moet worden.

De effecten geven een orde van grootte weer, en dat is het best haalbare gezien de beperkte beschikbaarheid van gedetailleerde gegevens en het gebrek aan vergelijkingsmateriaal over grootschalige uitval van economische en vitale functies in het maatschappelijke verkeer door een politiek besluit in de context van de moderne westerse samenleving. Voor een verdere onderbouwing en beschrijving van de gevolgen van variant 1 verwijs ik naar het rapport zelf. De impact van de andere varianten zou nog groter zijn, zoals het rapport laat zien. Variant 2 zou niet alleen de bedrijven raken die in variant 1 genoemd zijn, maar ook de bedrijven op het hoofdnet die betrokken zijn bij vitale processen en alle bedrijven op de regionale netten die niet bij een vitaal proces betrokken zijn. Variant 3 behelst het abrupt volledig staken van de Groningse gaswinning. Dit betekent de afsluiting voor een langere periode (kortstondig afsluiten levert geen substantiële verlaging van de gasproductie op) van de in variant 2 genoemde afnemers, plus de bedrijven op de regionale netten die bij een vitaal proces betrokken zijn, ziekenhuizen en andere zorginstellingen, en het merendeel van de huishoudens. De elektriciteitsproductie wordt verder geraakt. Gecombineerd met de toename van het elektriciteitsverbruik is het hierdoor niet langer mogelijk iedereen altijd te voorzien van elektriciteit.

Dit kan potentieel een ernstig disruptief effect hebben op de maatschappij in de volle breedte. Voor de volledige Pagina 90 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

analyse verwijs ik naar het rapport van SEO/TNO. 5.7.3

Adviezen

Advies de Mijnraad 11 juni 2021 De mijnraad spreekt verbazing en groeiende bezorgdheid uit over deze voortdurende onbalans tussen uiterst gedetailleerde berekeningen van het risico van seismiciteit, tegenover de veel schetsmatiger schatting van het risico op maatschappelijke ontwrichting door falende gaslevering. 5.7.4

Beoordeling

De Nederlandse samenleving is in de laatste halve eeuw zeer sterk verweven geraakt met een ruime en betrouwbare beschikbaarheid van Gronings aardgas. De resultaten van de analyse van SEO/TNO onderstrepen, ongeacht de onzekerheden, dat de keteneffecten van de afschakeling van Groningengas naar verwachting zeer omvangrijk zullen zijn. Weliswaar is de kans dat afschakeling nodig is afgenomen door de toegenomen beschikbaarheid van stikstofcapaciteit en de afgebouwde vraag naar laagcalorisch gas. Ook een variant met een relatief beperkte omvang qua afgeschakeld volume veroorzaakt indirect een omvangrijk verlies aan productie en werkgelegenheid en heeft risico’s voor de veiligheid van alle inwoners van Nederland. Hoewel de gevolgen van een abrupte afschakeling van eindgebruikers moeilijk te voorspellen zijn, zoals de Mijnraad ook aangeeft, is wel met zekerheid te stellen dat de impact omvangrijk is. In de aanloop naar het vaststellingsbesluit van het gasjaar 2020-2021 heb ik GTS gevraagd om in een aanvullend advies in beeld te brengen wat de risico’s voor leveringszekerheid zijn als het Groningen gasveld in 2022 gesloten zou worden. In haar aanvullend advies van 2 april 2020 geeft GTS aan in gasjaar 2022/2023 de leveringszekerheid niet meer te kunnen garanderen vanaf -10 °C en bij uitval van UGS Norg. 47 Er ontstaat dan een potentieel tekort van 1,3 (tot 3,6 miljoen m3/uur).

Dat is vergelijkbaar met de vraag van Zeeland en Limburg en mogelijk ook Brabant. Dat staat gelijk aan een zelfde marktomvang in het buitenland die niet geleverd zou kunnen worden. Ook dit jaar zal ik GTS vragen de risico’s voor de leveringszekerheid nader te kwantificeren. Zoals in paragraaf 4.2.2. aangegeven heb ik GTS gevraagd om inzicht te geven in de gevolgen voor de vraag naar Groningengas van het niet tijdig gereedkomen van de stikstofinstallatie. Dit betrek ik in het definitieve vaststellingsbesluit.

47 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gaswinning-in-groningen/documenten/brieven/2020/04/02/bijlage3-brief-aanvullend-advies-om-raming-31-januari-2020

Pagina 91 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

5.6.4

Conclusie

Ik concludeer dat abrupte afschakeling van eindgebruikers om de productie van Groningengas verder te kunnen verlagen zeer ernstige maatschappelijke consequenties zal hebben.

Pagina 92 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

6

Monitoring, onderzoek en modellen

Hoewel dit besluit niet ziet op de monitoring van, het onderzoek naar en de modellen van het Groningen gasveld, wil ik toch weergeven wat de laatste stand van zaken is omdat deze onderwerpen veel belangstelling hebben. De onderwerpen van dit hoofdstuk maken geen deel uit van de afweging die nodig is voor dit besluit omtrent de operationele strategie en het winningsvolume voor het gasjaar 2021-2022. 6.1

Monitoring

Bodembewegingen in relatie tot gaswinning moeten in Nederland, volgens artikel 41 van de Mijnbouwwet, worden gemonitord. Deze metingen moeten plaatsvinden voorafgaand aan de start van de winning, gedurende de periode van winning en gedurende dertig jaar na het beëindigen van de winning. In Groningen vindt monitoring plaats door middel van: 1. Het seismisch meetnetwerk van KNMI, dat het voorkomen van aardbevingen vastlegt 48; en 2. Bodemdalingsmetingen door GPS, InSAR en peilmerken. Daarnaast zijn in de Mijnbouwregeling enkele parameters gedefinieerd waarmee incidenten en trends van de aardbevingen in het Groningen gasveld in de gaten worden houden tijdens de uitvoering van de operationele strategie. Het meten van bodemtrillingen en -daling, is vastgelegd in het meetplan voor Groningen 49. Dit meetplan moet NAM jaarlijks actualiseren en ter goedkeuring voorleggen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen die, bij akkoord, namens de minister van EZK instemt met dit meetplan. SodM houdt daarnaast toezicht op de uitvoering van het meetplan. In september 2020 heeft NAM twee rapporten gepubliceerd over de monitoring van het Groningen gasveld 50. Hierin wordt uiteengezet wat de monitoring behelst (seismiciteit, bodemdaling en reservoirdrukken) tijdens de afbouwfase en de fase waarin de gasproductie uit het Groningen gasveld is gestopt.

De monitoring, ook na de productiestop, is gebaseerd op twee doelen: het kunnen analyseren van de verwachte bodemdaling en de seismische risico’s. 48 De rollen en verantwoordelijken in relatie tot de metingen die worden verricht door KNMI zijn nader toegelicht in de bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 33 529, nr. 849. 49 Het meetplan is te vinden op http://www.nlog.nl/sites/default/files/201906/2019_bijlage5_formulier_actualisering_meetplan_noord_nederland_2019.pdf. 50 Groningen abandonment – Surveillance requirements (https://nam-onderzoeksrapporten.dataapp.nl/reports/download/groningen/en/f55b13c1-0755-4595-8d71-431efd2eebf8) en Monitoring Strategie Groningenveld (https://nam-onderzoeksrapporten.data-app.nl/reports/download/groningen/en/4633e4fa-d550482f-b3e3-39571b3cbbad).

Pagina 93 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

Op grond van de Mijnbouwregeling wordt door middel van trend- en incidentparameters het voorkomen van aardbevingen in het Groningen gasveld gemonitord tijdens de uitvoering van de operationele strategie. Het doel van de trendparameters is om onverwachte seismische ontwikkelingen tijdig op te merken. Mochten de ontwikkelingen dusdanig zijn dat er sprake is van hoge (lokale) seismische activiteit dan kan er, na een analyse door NAM en advies van SodM, ingegrepen worden in de wijze waarop het gas wordt gewonnen, indien dit, gelet op de huidige lage volumes, een effect zal hebben. De incidentparameters geven inzicht in de grondbewegingen tijdens een aardbeving en de mogelijke effecten hiervan bovengronds. In oktober 2020 heeft EZK een dashboard gepubliceerd 51 om een overzicht te geven van de cijfers en feiten over de voortgang van de afbouw van de gaswinning in Groningen, het aantal aardbevingen, de versterkingsoperatie en de afhandeling van schades. De trendparameters van de Mijnbouwregeling, aantal aardbevingen en maximale aardbevingsdichtheid, worden hier bijgehouden aan de hand van de KNMI catalogus van opgetreden aardbevingen. Ook de recente waardes van de incidentparameters, grondversnelling en grondsnelheid, zijn weergegeven op het dashboard.

Als de voorgeschreven grenswaarden voor de parameters overschreden worden, volgt uit de Mijnbouwregeling welke actie de vergunninghouder moet ondernemen. De trendparameters gaan uit van alle waargenomen aardbevingen vanaf magnitude 1,2. De resultaten van de SDRA worden weergegeven vanaf magnitude 1,5. De reden hiervoor is dat het huidige seismologische model gekalibreerd is voor aardbevingen vanaf 1,5. Op basis van de huidige inzichten kan een schatting worden gemaakt van het verwachte aantal aardbevingen vanaf magnitude 1,2. Dit aantal is ongeveer een twee keer zoveel als het aantal verwachte aardbevingen vanaf magnitude 1,5, namelijk circa 11 aardbevingen voor gasjaar 2021-2022. 6.1.1

Adviezen over monitoring

Advies gemeente Westerkwartier 26 mei 2021 De gemeente Westerkwartier geeft aan dat de dreiging van bodembeweging zich verder uitstrekt dan het Groningen gasveld zelf. In het zuidwestelijk deel van de provincie is het monitoringsnetwerk beperkt. Zij adviseert mij het meetnetwerk te (laten) intensiveren alvorens ik dit besluit neem. Dit doet zij vooral vanuit het 51

https://dashboardgroningen.nl. Pagina 94 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

oogpunt van de zorg die heerst bij bewoners. De gemeente wil graag de veiligheidsbeleving verbeteren en ziet uitbreiding van KNMI netwerk als een middel hiervoor. Advies Mijnraad 11 juni 2021 De Mijnraad geeft aan dat het noodzakelijk blijft om de te volgen strategie via consistente monitoring te blijven toetsen aan het optreden van seismiciteit en drukverloop in het reservoir. 6.1.2

Beoordeling over monitoring

Ik ben het eens met de Mijnraad dat monitoring voortdurend gewenst is alsook analyses naar de seismiciteit. De monitoring is naar mijn mening goed vastgelegd voor de afbouwfase en de periode na sluiting van het Groningen gasveld. Ten eerste met de twee rapporten hierover die door NAM gepubliceerd zijn in september 2020 in het kader van de algemene monitoringsverplichting die NAM heeft op grond van artikel 41 van de Mijnbouwwet.50 Deze analyses van de seismiciteit zal ik betrekken bij de volgende cyclus van het vaststellingsbesluit. Ten tweede door het wetsvoorstel tot wijziging van de Gaswet en de Mijnbouwwet in verband met de beëindiging van de gaswinning uit het Groningen gasveld (Wat na nul). 52 In dit wetsvoorstel wordt geregeld welke aanvullende verplichtingen NAM op het gebied van monitoring ten aanzien van het Groningen gasveld heeft in de periode na definitieve sluiting. Aan deze verplichtingen wordt geen termijn verbonden omdat het op dit moment onbekend is hoelang het nodig zal zijn om de specifieke situatie rondom de bodembeweging ten aanzien van het Groningen gasveld te blijven monitoren. Verder heeft KNMI recent een nieuwe kaart gepubliceerd van het meetnetwerk. 53 In delen van de gemeente Westerkwartier kunnen alle aardbevingen met magnitude 0,5 of hoger worden gemeten, in andere delen kunnen alle bevingen met magnitude tussen 0,5 en 1,0 of hoger worden gemeten.

Binnen de Groningen contour kunnen alle bevingen met magnitude 0,5 en hoger worden gemeten. Dit zijn de niet-voelbare bevingen. Bevingen zijn te merken aan het oppervlak vanaf ongeveer een magnitude 1,2-1,5. Het seismische netwerk in de gemeente Westerkwartier is wellicht iets minder uitgebreid dan voor het Groningen gasveld, maar behoort alsnog tot één van de best gemonitorde gebieden van heel 52 53

https://www.internetconsultatie.nl/gaswinninggroningenveld. https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/seismische-meetstations. Pagina 95 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

Nederland. Op dit moment is EZK het seismische netwerk aan het evalueren. Een toekomstig netwerk zal moeten voldoen aan bepaalde minimum eisen afhankelijk van de ondergrondse activiteiten. Gezien de uitstekende kwaliteit van het seismische netwerk in de gemeente Westerkwartier, waarbij zelfs niet voelbare bevingen worden gemeten, wordt geen verdere uitbreiding verwacht. Als dit in de toekomst toch zou moeten vanwege nieuwe minimum eisen dan zal dit uiteraard wel plaatsvinden. De gemeente wil vooral de veiligheidsbeleving verbeteren van de inwoners. We blijven daarom met de gemeente in gesprek om dit te bevorderen. NORSAR 54 heeft in 2020 een onderzoek verricht naar het meetnetwerk van KNMI. Hieruit bleek dat het netwerk in Groningen voldoet aan de modernste aanbevelingen voor het verkrijgen van locaties van aardbevingen in en rond het Groningen gasveld sinds de installatie van het G-netwerk eind 2014. Er is dan ook geen aanleiding om het netwerk uit te breiden buiten de contouren van het Groningen gasveld. 6.2

Onderzoek

Onderzoek naar de gevolgen van de gaswinning in Groningen vindt plaats op een aantal manieren: • het Study and Data Acquisition Plan (hierna: SDAP) van NAM; hierin worden de onderzoeken met betrekking tot de aardbevingen in Groningen die NAM uitvoert of laat uitvoeren beschreven. • het KEM, dat gecoördineerd wordt vanuit EZK en SodM; • het programma DeepNL van de Nederlandse Organisatie voor Natuurwetenschappelijk Onderzoek (hierna: NWO). Naast deze onderzoeksprogramma’s zijn er ook individuele onderzoeken die worden uitgevoerd met andere partijen (TNO, KNMI, Deltares) en via andere partijen (NCG). Het laatste SDAP van NAM is gepubliceerd in 2020 55. Sindsdien zijn er twee addenda hiervan gepubliceerd (in november 2020 en februari 2021). De activiteiten beschreven in het laatste SDAP behelzen de afronding van eerdere onderzoeksactiviteiten van NAM.

54 NORSAR is de Noorweegse equivalent van het KNMI in Nederland voor wat betreft aardbevingen, de registratie van aardbevingen en het onderzoek daarnaar. 55 https://nam-onderzoeksrapporten.data-app.nl/content/images/categories/13.1.jpg?v=4

Pagina 96 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

Binnen het KEM 56 vinden op dit moment meerdere onderzoeken plaats die te maken hebben (direct of indirect) met het seismische risico door de gaswinning in Groningen. Dit zijn: • onderzoeken naar de effecten van herhaalde aardbevingen op de ondiepe ondergrond (KEM-05a), • gevoeligheden van de SDRA modelketen (KEM-09), • uitbreiding van de SDRA met liquefactie 57 (KEM-14), • cumulatie van bodemdaling (KEM-16), • lange termijn effecten van ondergrondse vloeistofstroming en het risico op lekkage risico en grondbewegingen (KEM-19), • de effecten van instandhouding van reservoirdruk op het seismische risico (KEM-24). Deze onderzoeken zijn in wisselende stadia van voortgang en worden na afronding gepubliceerd op de KEM-website 58. Het NWO-programma DeepNL 59 is opgezet in 2017. De meeste onderzoeken zijn in 2019 van start gegaan. Het onderzoeksprogramma DeepNL wil het fundamentele begrip verbeteren van de dynamiek van de diepe ondergrond onder invloed van menselijk ingrijpen. In het programma zijn PhD-studenten en postdocs aangesteld om onderzoek uit te voeren. De looptijd van de projecten is 4-5 jaar. 6.2.1

Adviezen over onderzoek

Advies gemeente Westerkwartier 26 mei 2021 De gemeente Westerkwartier adviseert om de cumulatieve risico´s inzichtelijk te maken voordat ik een vaststellingsbesluit neem. Zij vragen hierbij om verscherpte aandacht voor de onderlinge relaties tussen bodemdaling en bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningen gasveld en de nabijgelegen UGS Grijpskerk en UGS Norg, en de winning uit kleine velden. De gemeente Westerkwartier vermoedt dat de effecten van de verschillende mijnbouwactiviteiten elkaar beïnvloeden, maar heeft geen inzicht in de cumulatie van risico’s. De gemeente is hierbij bezorgd over de gevolgen van gaswinning op de infrastructuur en waterhuishouding. Ook maakt zij zich zorgen over de negatieve invloed van bodemdaling op klimaatadaptatie. KEMprogramma.nl Verweking van de grond door aardbevingen. Dit is geen groot probleem in Groningen, maar hier wordt wel naar gekeken om het risico hierop in kaart te brengen. 58 KEMprogramma.nl 59 https://www.nwo.nl/onderzoeksprogrammas/deepnl 56 57

Pagina 97 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

6.2.2

Beoordeling over onderzoek

De cumulatie van risico’s worden hieronder opgedeeld in twee verschillende risico’s: de cumulatie van bodemdaling en de cumulatie van de (veiligheids-) risico’s. De cumulatie van veiligheidsrisico’s is behandeld in paragraaf 5.2 Het seismisch risico van zowel de kleine gasvelden in Nederland alsook de gasopslagen zijn vele malen kleiner dan het seismisch risico van de gaswinning in Groningen. Aangezien er bij de kleine gasvelden en bij de gasopslagen geen grotere aardbevingen worden verwacht is het veiligheidsrisico zeer klein. De cumulatieve bodemdaling heeft NAM gepubliceerd in de recente NoordNederland-studie 60. In deze studie staan de meeste recente inzichten over de bodemdaling van zowel het Groningen gasveld als de andere kleinere gasvelden in de omgeving van het Groningen gasveld alsook de omgeving van UGS Norg en UGS Grijpskerk. In de appendices staan de verwachtingen voor 2030, 2050 en 2080. De waterschappen beoordelen de bodemdaling en de negatieve invloed op de waterhuishouding. Eventuele te nemen maatregelen worden betaald door de operator. Er is dus voldoende zicht op de cumulatieve bodemdaling. Naast bodemdaling door diepe oorzaken, kan ook bodemdaling door ondiepe oorzaken plaatsvinden zoals veranderingen in de grondwaterspiegel (o.a. mogelijk door droogte).

Om ook in beeld te kunnen brengen wat de bodemdaling door ondiepe processen is, is recent een KEM-onderzoek (KEM-16) gestart naar cumulatie van bodemdaling waarin zowel bodemdaling door gaswinning, zoutwinning alsook ondiepe bodemdaling wordt meegenomen.

6.3

Publieke seismische dreigings- en risicoanalyse, onderliggende modellen en modelontwikkeling

Sinds 2021 worden de risicoberekeningen met de SDRA uitgevoerd. TNO heeft de SDRA ontwikkeld en in onderhoud. De modelontwikkeling loopt via een speciaal hiervoor opgericht subpanel van het KEM (hierna: KEM-subpanel) en bestaat uit internationale wetenschappers met kennis over de gehele breedte van de SDRA. Ook SodM is als adviseur betrokken. De SDRA is gestart in 2021 en modelontwikkeling zal, in ieder geval, de komende vijf jaar plaatsvinden. De SDRA bestaat grofweg uit drie verschillende modellen: https://nam-onderzoeksrapporten.data-app.nl/reports/download/bodemdaling/nl/aa0e05c7-704a-4f9f-a02cea7ece904905. 60

Pagina 98 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

-

Het seismologisch model geeft een relatie tussen de gaswinning en het voorkomen van aardbevingen; Het grondbewegingsmodel geeft een relatie tussen het voorkomen van een aardbeving en de grondbewegingen aan het aardoppervlakte; Het kwetsbaarheid en gevolgmodel geeft de relatie tussen de grondbewegingen aan het aardoppervlakte en de schade/risico voor een gebouw.

Modelontwikkeling Het jaarlijkse proces voor modelontwikkeling start met een voorstel voor modelontwikkeling van TNO. Dit voorstel wordt ter advisering voorgelegd aan SodM en aan het KEM-subpanel voor modelontwikkeling. Tenslotte geef ik TNO opdracht voor modelontwikkeling en kan ik onderzoeken in het KEM laten opnemen. Recent heeft TNO in een gevoeligheidsanalyse in de SDRA laten zien wat de invloed is van verschillende modelkeuzes. Ik acht deze analyse van belang voor de prioritering van de verdere modelontwikkeling. Visie voor modelontwikkeling Om richting te geven aan de modelontwikkeling op korte en lange termijn is een aantal uitgangspunten opgesteld door EZK. Langs deze uitgangspunten worden de aspecten van modelontwikkeling geprioriteerd: 1. Impact op het seismische risico. Ontwikkelingen die, naar verwachting, een grotere impact hebben op het seismische risico hebben voorrang op ontwikkelingen waarvan de impact lager is. 2. Transparantie van de SDRA. Ontwikkelingen die helpen met het transparant maken van de SDRA alsook de bredere wetenschappelijke wereld betrekken bij de ontwikkeling van de modellen hebben de voorkeur. 3. Verkleinen van onzekerheden. Ontwikkelingen die de bestaande onzekerheden verkleinen hebben voorrang. 4. Relevantie voor de komende fasen van gasproductie van het Groningen gasveld.

Ontwikkelingen waardoor de publieke SDRA meer geschikt is om resterende risico’s na de sluiting van het Groningen gasveld te bepalen zijn gewenst. 5. Effectiviteit van ontwikkelingen. Ontwikkelingen die relatief snel kunnen worden geïmplementeerd hebben voorrang boven ontwikkelingen die meer tijd kosten.

Pagina 99 van 107

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk

6.3.1

Adviezen publieke SDRA

Advies Mijnraad 11 juni 2021 De Mijnraad merkt op dat verschillende adviseurs uitspraken doen over wetenschappelijke aspecten en uitgangspunten van de SDRA. De Mijnraad erkent dat een regelmatige kritische evaluatie van de SDRA van belang is en dat de overgang van de HRA van NAM naar de SDRA van TNO discussies kan opleveren Tegelijkertijd denkt de Mijnraad dat de voorbereiding van het vaststellingsbesluit – van groot belang voor de Groningers – gebaat is bij eenduidigheid van de onderlinge modellen op hoofdlijnen. Daarbij merkt de Mijnraad op dat verschillende keuzes en uitgangspunten niet leiden tot een wezenlijke verandering van de versterkingsopgave. Het verdient daarom de voorkeur om wetenschappelijke discussies en het verwerken van voortschrijdend inzicht in de modelvorming in een separaat traject te laten plaatsvinden, en de voorbereiding van het vaststellingsbesluit daar niet mee te belasten. De Mijnraad adviseert om het initiatief te nemen om in beeld te brengen waar de verschillen van opvatting van SodM en TNO uit bestaan en vervolgens een wetenschappelijk panel te vragen te adviseren over hoe het dispuut beslecht moet worden en hoe geborgd kan worden dat blijvende verschillen van inzicht systematisch worden meegenomen in de SDRA. Advies regio Groningen 25-28 mei 2021 De regio Groningen benadrukt het belang van validatie van de modellen onderliggend aan de SDRA.

Advies SodM 27 mei 2021 SodM vraagt aandacht voor transparantie en reproduceerbaarheid. Advies TNO 28 mei 2021 TNO geeft aan dat de wetenschappelijke discussie tussen TNO en het KEMsubpanel en SodM nog onvoldoende plaats heeft gevonden. 6.3.2

Beoordeling adviezen SDRA

De Mijnraad geeft aan te betreuren dat wetenschappelijke discussies in dit traject voor het vaststellingsbesluit worden betrokken. Ik trek mij dit aan en constateer dat het proces dat ik heb ingericht 61, juist om dit te voorkomen, het afgelopen jaar onvoldoende heeft gewerkt. In dit proces hecht ik groot belang aan de 61

Kamerstukken II 2020/2021, 33 529, nr. 848. Pagina 100 van 107

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13169639/1