11 1 Bijlage 1 Ontwerp-Vaststellingsbesluit-gaswinning-Groningen-gasveld-2021-2022
Tekst van het document
29 Momenteel wordt de mogelijkheid onderzocht om de UGS Grijpskerk om te zetten naar een laagcalorische gasopslag met als doel een snellere sluiting van het Groningen gasveld, zoals ook in hoofdstuk 4 aangegeven. Het omzetten van de UGS Grijpskerk op laagcalorisch gas kan de sluiting van het Groningen gasveld met twee tot vijf jaar versnellen. Naar verwachting zijn er twee zomers nodig voor de volledige omzetting van UGS Grijpskerk. De eerste injectie van laagcalorisch gas in UGS Grijpskerk kan plaatsvinden na de ingebruikname van Zuidbroek. Op dat moment is er namelijk voldoende stikstofcapaciteit beschikbaar om de omzetting van UGS Grijpskerk zoveel mogelijk met pseudo-Groningengas te realiseren. Dit betekent dat alle productielocaties van het Groningen gasveld medio 2023 of medio 2024 definitief kunnen sluiten. Enkele jaren na het overnemen van de reservefunctie van het Groningen gasveld kan UGS Grijpskerk mogelijk ook voldoende capaciteit leveren zodat UGS Norg overbodig wordt als opslag ten behoeve van leveringszekerheid. Op dat moment is ook UGS Norg niet meer nodig in het kader van de leveringszekerheid en kan NAM, als eigenaar van de opslag, overwegen om een winningsplan in te dienen voor de productie van het in de opslag aanwezige kussengas. Dit is een zorgvuldig onderbouwd plan op basis waarvan ik een besluit neem over de winning.
Voor de beoordeling van een winningsplan en de advisering daarop zijn de afwegingsgronden uit artikel 36 van 28 29
Bijlage bij Kamerstukken 2018/2019, 33 528, nr. 678. Kamerstukken II, 2020/2021, 33 529, nr. 850. Pagina 55 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
de Mijnbouwwet van belang. Ik maak hierbij gebruik van verschillende in de Mijnbouwwet aangemerkte adviseurs. 5.3.5
Adviezen
Advies de Mijnraad 11 juni 2021 De Mijnraad geeft vanuit het oogpunt van leveringszekerheid een aantal overwegingen mee die meegenomen bij het uit gebruik nemen van locaties: • de voortgang van de afbouw van de export; • ontwikkelingen in de aanvoer van hoogcalorisch gas; • ontwikkelingen in gasopslagvolume en -capaciteit, en de verhouding tussen laagcalorisch gas en hoogcalorisch gas; • het in bedrijf komen van de stikstofinstallatie Zuidbroek; • de inzet van deze middelen door marktpartijen; en • de invloed van geopolitieke en economische ontwikkelingen op de internationale gasmarkt en de beschikbaarheid van hoogcalorisch gas. De Mijnraad is van mening dat het verstandig is om de invloed van direct beïnvloedbare onzekerheden, zoals de beschikbaarheid van conversie en opslagcapaciteit op geschikte locaties en de sluiting van putten op het Groningen gasveld, serieus te onderzoeken, om met grotere zekerheid tegenwicht te kunnen bieden aan niet-beïnvloedbare tegenvallende ontwikkelingen, indien nodig. De Mijnraad benadrukt dat het garanderen van leveringszekerheid voor de periode na 2030 nu al aandacht vereist. Dit kan ertoe leiden dat er al op korte termijn beslissingen moeten worden genomen. Een belangrijk onderdeel daarbij is een op de lange termijn gericht beheer van de bestaande transport, conversie en opslaginfrastructuur. 5.3.6
Beoordeling
De Mijnraad noemt in haar advies een groot aantal aspecten die invloed hebben op de leveringszekerheid. De onderwerpen bespreek ik in dit hoofdstuk en heb ik meegenomen in mijn afweging rond het sluiten van locaties in paragraaf 4.2.2. Ik kan mij vinden in het advies van de Mijnraad dat het verstandig is om tegenwicht te bieden aan mogelijk tegenvallende ontwikkelingen en dat de leveringszekerheid op langere termijn aandacht vragen. Om deze reden blijft bijvoorbeeld de ombouw van negen grootverbruikers onverminderd van belang. De mogelijke omzetting van de UGS Grijpskerk bekijk ik niet alleen om het Groningen gasveld zo snel mogelijk te kunnen sluiten. GTS geeft in haar advies van 8 juni jl. aan dat de opslag een belangrijke bijdrage kan leveren aan de Pagina 56 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
robuustheid van het laagcalorisch gas systeem. Daarmee draagt het bij aan de lange termijn leveringszekerheid. In paragraaf 4.10 ga ik hier verder op in. 5.3.7
Conclusie
Ik concludeer dat met het door GTS geraamde volume op basis van de graaddagenformule en de door GTS geadviseerde capaciteit, de leveringszekerheid van de verschillende categorieën van eindafnemers voldoende wordt geborgd voor het huidige gasjaar en ook voor volgende gasjaren. De omzetting van UGS Grijpskerk heb ik hier nog niet in meegenomen. 5.4 5.4.1
Tempo van de afbouw van de vraag (criterium c.) Inleiding
Het tempo van de afbouw van de vraag is niet van invloed op de wijze waarop de gaswinning wordt uitgevoerd, maar wel op de hoogte van de gaswinning die in dit besluit wordt vastgelegd. In dit hoofdstuk ga ik in op de maatregelen die zijn getroffen om het benodigde Groningenvolume zo veel als mogelijk te beperken. De genoemde maatregelen zijn meegenomen door GTS in haar raming voor het benodigde volume en de capaciteit uit het Groningen gasveld voor komend gasjaar en de doorkijk voor de jaren daarna. De maatregelen kunnen verdeeld worden in twee categorieën, namelijk het vervangen van Groningengas door pseudo-Groningengas (hoogcalorisch gas gemengd met stikstof) en het beperken van de vraag naar laagcalorisch in het binnen- en buitenland. 5.4.2
Maatregelen met betrekking tot pseudo-Groningengas
Door de inzet van de stikstofinstallaties van GTS kan hoogcalorisch gas omgezet worden in laagcalorisch gas (pseudo-Groningengas), waarmee afnemers van laagcalorisch gas beleverd kunnen worden. Om zoveel mogelijk pseudoGroningengas te produceren heb ik een aantal maatregelen genomen, die ik hieronder toelicht. Uitbreiding van de stikstofcapaciteit GTS heeft de stikstofcapaciteit sinds eind december 2019 uitgebreid door de additionele inkoop van stikstof. Het mengstation Wieringermeer is uitgebreid om deze additionele stikstof te kunnen mengen met hoogcalorisch gas. GTS is daarnaast begonnen met de bouw van de stikstofinstallatie in Zuidbroek. Naar verwachting is deze installatie vanaf april 2022 operationeel. Met de ingebruikname van Zuidbroek kan de gaswinning naar verwachting naar nul in een gemiddeld jaar. Pagina 57 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
Stikstofinzet Om zoveel mogelijk gebruik te maken van de beschikbare stikstofinstallaties wordt net als in gasjaar 2019-2020 en 2020-2021 uitgegaan van een stikstofinzet van 100%. Hierbij is het van belang om te benadrukken dat GTS niet kan bepalen hoeveel stikstof er daadwerkelijk wordt ingezet, maar dat het gedrag van marktpartijen de inzet van de stikstofinstallaties bepaalt. In het kort komt het erop neer dat GTS de stikstofinstallaties gebruikt op het moment dat marktpartijen een overschot aan hoogcalorisch gas aanbieden. Dit kan doordat de gashandel in Nederland kwaliteitsneutraal is en niet plaatsvindt in hoog- of laagcalorisch gas, maar gestandaardiseerd naar energie-inhoud. Als gevolg hiervan kan de situatie ontstaan dat marktpartijen hoogcalorisch gas aanbieden, terwijl er vooral vraag is naar laagcalorisch gas. GTS heeft de wettelijke taak om dit te corrigeren door inzet van de stikstofinstallaties. Het is mogelijk om een gemiddelde stikstofinzet van meer dan 100% te halen. Dit komt doordat ook de back-up installaties van GTS kunnen worden ingezet. Een structurele verhoging van de stikstofinzet boven de 100% met daarbij een continue inzet van de back-up installaties vind ik op dit moment niet verstandig. GTS geeft aan dat de back-up installaties nodig zijn om verstoringen van de reguliere installaties en onzekerheden in de gasvraag op te kunnen vangen.
UGS Norg en exportpunt Oude Statenzijl UGS Norg zal net als in gasjaar 2019-2020 en 2020-2021 (deels) worden gevuld met pseudo-Groningengas in plaats van met Groningengas. Op 9 maart heb ik de Tweede Kamer geïnformeerd dat ik een afspraak heb gemaakt met Shell en ExxonMobil over de inzet van UGS Norg tot en met gasjaar 2026-2027. 30 GTS gaat ervan uit dat UGS Norg aan het eind van het gasjaar is gevuld met 4 miljard Nm3 pseudo-Groningengas. Daarnaast zal net als in het gasjaar 2020-2021 via het exportpunt Oude Statenzijl pseudo-Groningengas worden geëxporteerd naar Duitsland. Voorheen was het alleen mogelijk om Groningengas te exporteren via Oude Statenzijl. Door aanleg van een verbinding tussen twee leidingen van GTS is het sinds het tweede kwartaal van 2020 mogelijk om Oude Statenzijl te beleveren met pseudoGroningengas.
30
Kamerstukken II 2020/2021, 33 529, nr. 850. Pagina 58 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
5.4.3
Vermindering van de vraag naar laagcalorisch gas
Afbouw van de export naar Duitsland, België en Frankrijk Delen van Duitsland, Noord-Frankrijk en België zijn aangesloten op een laagcalorisch gasnetwerk. Deze huishoudens en bedrijven zijn afhankelijk van laagcalorisch gas uit Nederland. De netbeheerders van deze landen hebben afspraken gemaakt over de afbouw van de gaslevering vanuit Nederland: tussen nu en gasjaar 2028-2029 vindt een volledige afbouw plaats van de export van laagcalorisch gas. Inmiddels zijn in al deze landen omvangrijke ombouwoperaties in gang gezet waarbij de komende jaren honderdduizenden afnemers per jaar zullen worden omgezet naar een andere vorm van energie, waaronder hoogcalorisch gas. Dit betekent dat de export van laagcalorisch gas in de periode 2019-2029 gemiddeld met ongeveer 10% per jaar zal afnemen. Ervaring leert dat het overschakelen van laag- naar hoogcalorisch gas uiterst complex is. Uit de tot nu toe opgedane ervaringen met België, Duitsland en Frankrijk blijkt dat de belangrijkste uitdaging voor de ombouw de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel is. Een tweede uitdaging is de strakke planning omdat de feitelijke ombouw alleen tussen begin april en eind september kan plaatsvinden. In de andere maanden kunnen, vanwege de kans op invallende koude, alleen voorbereidingen plaatsvinden.
Een derde aandachtspunt is de bevoegdheid om een gebouw of huis binnen te treden om de ombouw te realiseren als de bewoner afwezig is of om andere redenen geen toegang verschaft. Gezien het belang van de reductie van de laagcalorische gasvraag in het buitenland, teneinde de productie uit het Groningen gasveld te minimaliseren en zo snel mogelijk te kunnen beëindigen, is door mijn ministerie en de betrokken collega’s van de Duitse, Belgische en Franse overheden afgesproken de coördinatie van de ombouw van de laagcalorische markt te intensiveren. In dit kader is een task force opgericht waarbij vertegenwoordigers van de overheden, netbeheerders en energietoezichthouders van de vier landen regelmatig bij elkaar komen om de activiteiten op het gebied van de ombouw beter te monitoren, te blijven zoeken naar mogelijke versnellingen en tevens ‘best practices’ te identificeren en uit te wisselen. De afspraak is om hierover twee keer per jaar een rapportage op te stellen die vervolgens onder meer gebruikt zal worden om de Kamer elk halfjaar te informeren over de concrete stappen in de reductie van de vraag naar Groningengas. 31
31
Kamerstukken II 2018/2019, 33 529, nr. 674. Pagina 59 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
Op 11 februari 2021 heb ik een nieuwe rapportage van de Task force gedeeld met de Tweede Kamer, waaruit bleek dat de afbouw van de export op schema ligt. 32 Inmiddels is ook gebleken dat de ombouw in België kan worden versneld. Hierover heb ik de Kamer op 16 april 2021 geïnformeerd. 33 De Belgische minister van Energie heeft mij geïnformeerd dat op basis van de ervaring die de afgelopen jaren is opgedaan in België bij de ombouw van laagcalorisch gas naar hoogcalorisch gas, een meer optimale werkwijze is gevonden (zie bijlage). Hierdoor kan het proces van de ombouw in België versneld plaatsvinden. Door afnemers wijk voor wijk om te zetten - in plaats van individueel - kan het tempo worden verhoogd. De export van laagcalorisch gas naar België kan hierdoor mogelijk eind 2024 al worden beëindigd, in plaats van in 2029. In 2023 wordt de eerste versnelling verwacht. In 2024 kunnen mogelijk de dan nog resterende afnemers worden omgeschakeld. Eind dit jaar wordt duidelijk of de voorziene omschakeling in 2024 daadwerkelijk mogelijk is en zal een definitieve beslissing worden genomen door de Belgische transmissiesysteembeheerders voor gas. Andere maatregelen buitenland De Duitse netbeheerder GTG Nord werkt aan de bouw van een mengstation, waarmee laagcalorisch gas verrijkt kan worden met hoogcalorisch gas binnen de Duitse vereisten voor laagcalorisch gas.
Hiermee kan de export van laagcalorisch gas naar Duitsland verder beperkt worden. GTS heeft in haar brief van 17 juni aangegeven dat het mengstation sinds begin mei 2021 operationeel is. In 2018 is daarnaast een elektriciteitscentrale in Duitsland versneld overgestapt van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas. Ombouw industriële grootverbruikers in Nederland Een andere maatregel die effectief en efficiënt bijdraagt aan de reductie van de vraag naar laagcalorisch gas is de ombouw van de grootste negen afnemers van laagcalorisch gas, die samen 50% van de industriële laagcalorische gasvraag omvatten. Deze maatregel vormt een belangrijk onderdeel van het pakket aan maatregelen in belang van de afbouw van de winning uit het Groningen gasveld en de transitie naar een gassysteem dat voldoende robuust kan functioneren zonder het Groningen gasveld. Door de afname van de vraag wordt de druk op de stikstofinstallaties minder groot, waardoor deze flexibeler kunnen worden ingezet.
32 33
Kamerstukken II 2020/2021, 33 529, nr. 848. Kamerstukken II 2020/2021, 33 529, nr. 868. Pagina 60 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
Dit maakt het gassysteem beter bestand tegen onvoorziene ontwikkelingen en tegenvallers. De groep van negen afnemers is vastgesteld op basis van een objectieve afnamegrens waarbij de haalbaarheid van ombouw binnen afzienbare tijd en het effect op de afname van de vraag zijn meegewogen. Op grond van de Wet tot wijziging van de Gaswet betreffende het beperken van de vraag naar laagcalorisch gas van grote afnemers 34, die op 20 juni 2020 in werking is getreden, is het de grootste negen afnemers met ingang van 1 oktober 2022 verboden om laagcalorisch gas aan het gastransportnet te onttrekken. Zij moeten ofwel overstappen naar een alternatieve (duurzame) energiebron, ofwel omschakelen naar hoogcalorisch gas. Deze omschakeling wordt verzorgd door GTS. GTS heeft aangegeven dat de omschakeling van vier bedrijven ongeveer zes maanden vertraging oploopt. 35 Het effect van deze vertraging lijkt vooralsnog beperkt. Voor andere grote afnemers van laagcalorisch gas geldt op grond van dezelfde wet een verbruiksplafond. Daarnaast geldt dat deze bedrijven met het oog op het Klimaatakkoord hun CO2-uitstoot moeten reduceren, onder andere met behulp van verduurzaming. Verduurzaming gebouwde omgeving en glastuinbouw In de Kamerbrief van 29 maart 2018 verduurzaming in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw gepositioneerd als maatregelen om de vraag naar Groningengas te verminderen.
In de glastuinbouw wordt gewerkt aan het beperken van het energieverbruik en daarmee de gasvraag. In het kader van het Klimaatakkoord wordt ook gewerkt aan de overstap naar duurzame warmtebronnen in de gebouwde omgeving. Dit is echter beleid dat pas op de langere termijn effect zal hebben en zal op korte termijn dus geen concrete bijdrage leveren aan het terugbrengen van de Groningenproductie. 5.4.4
Adviezen
Advies regio Groningen 25-28 mei 2021 De regio Groningen adviseert om in het vaststellingsbesluit aan te geven welke kwalitatieve en kwantitatieve risico's verbonden zijn aan vertraging of stagnatie van het afbouwtraject voor de sluiting van het Groningen gasveld.
34 35
Stb. 2020, 169. Bijlage bij Kamerstukken II 2020/2021, 33 529, nr. 848. Pagina 61 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
5.4.5
Beoordeling
In de vorige paragrafen heb ik geschetst welke maatregelen zijn getroffen om de gaswinning uit het Groningen gasveld zo snel mogelijk af te bouwen en vervolgens volledig en definitief te beëindigen. Daarbij heb ik aangegeven op welke manier maatregelen wettelijk zijn verankerd of vastgelegd in afspraken met betrokken partijen. Ook licht ik toe op welke manier ik de stand van zaken van de maatregelen monitor; daarbij heb ik voor een van de belangrijkste maatregelen, de afbouw van de export naar het buitenland, de internationale taskforce genoemd. Op de onzekerheid ten aanzien van de ingebruikname van de nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek ga ik op diverse plaatsen in dit besluit nader in. Ik deel de mening van de regio Groningen dat het van belang is de risico’s van vertraging zo veel als mogelijk te kwantificeren. Daartoe heeft GTS in haar raming van 29 januari 2021, net als in voorgaande jaren, een doorkijk gegeven tot het gasjaar 2029-2030 inclusief een gevoeligheidsanalyse. In haar validatie heeft DNV-GL de analyses van GTS met eigen inzichten aangevuld. GTS adviseert mij naast haar jaarlijkse raming tussentijds als er relevante ontwikkelingen zijn. Hiermee ben ik van mening dat ik voldoende zekerheid heb over de snelheid van de afbouw om dit mee te nemen in de afweging van dit besluit en ook over de stand van zaken voldoende duidelijkheid heb gegeven.
In de gevoeligheidsanalyse van GTS is in beeld gebracht wat de impact is van verschillende scenario’s voor de afbouw of van ontwikkelingen in de markt op het benodigde Groningenvolume en de mogelijke definitieve sluitingsdatum van het Groningen gasveld. Uit deze scenario’s blijkt dat de omzetting van UGS Grijpskerk een significante bijdrage kan leveren in het wegnemen van de onzekerheid rond de benodigde Groningenvolumes en ook de mogelijke datum waarop het Groningen gasveld volledig gesloten kan worden. Om die reden blijf ik deze optie, zoals ook aangegeven in paragraaf 4.10.2 serieus onderzoeken. 5.4.6
Conclusie
Ik concludeer dat de afbouw van de vraag naar gas uit het Groningen gasveld, enerzijds door de toename van het aanbod van pseudo-Groningengas door verhoogde stikstofinzet en anderzijds door de afbouw van de vraag naar laagcalorisch gas in het algemeen heeft geleid tot een snelle afname van de winning waardoor de laatste fase van de inzet van het Groningen gasveld in zicht is.
Pagina 62 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
5.5 5.5.1
Tempo van versterken (criterium d.) Inleiding
Gebouwen die nog niet voldoen aan de veiligheidsnorm van 10-5 (per jaar) moeten binnen een redelijke termijn worden versterkt. Het ‘tempo van versterken’ is daarom als een specifiek wettelijk criterium opgenomen voor de afweging die voor het vaststellingsbesluit moet worden gemaakt (artikel 52d, tweede lid, onder d, Mijnbouwwet). In dit onderdeel van dit besluit wordt op dit criterium ingegaan. 5.5.2
Aanpak versterking
Omdat het kabinet doorgaande gaswinning in combinatie met een grootschalige versterkingsoperatie niet toekomstbestendig achtte is besloten de gaswinning te stoppen. Op 29 maart 2018 is daarom het besluit genomen de gaswinning uit het Groningen gasveld zo snel mogelijk volledig te beëindigen. De Mijnraad en SodM geven aan dat de seismische dreiging afneemt als gevolg van de ingezette afbouw in winningen daarmee de omvang van de versterkingsoperatie afneemt. Het effect van de afbouw in gaswinning op de versterkingsopgave is door de Mijnraad, SodM, TNO, NEN, KNMI en een panel van hoogleraren in 2018 bevestigd. Inmiddels is gebleken dat de snelle afbouw van de gaswinning heeft de noodzaak voor het versterken kleiner gemaakt. De Mijnraad heeft in 2018, na het besluit om de gaswinning te stoppen, geadviseerd om de versterking risicogericht te organiseren. Op basis van dit advies zijn nieuwe uitgangspunten afgesproken en is de versterkingsoperatie herijkt. Ook is de versterking niet meer in handen van NAM. De operatie, van risicoberekening en beoordeling tot uitvoering, valt nu onder publieke verantwoordelijkheid met de NCG als uitvoeringsorganisatie. Daar waar nodig blijft het van groot belang om voortvarend gebouwen te versterken.
De rolverdeling tussen de betrokken overheden is vastgelegd in het Besluit versterking gebouwen Groningen vooruitlopend op een wettelijke regeling voor de versterking. 36 De aanpak van de versterkingsoperatie heeft de volgende uitgangspunten: • De versterkingsoperatie wordt publiekrechtelijk aangepakt. NAM is en blijft verantwoordelijk voor de kosten van de versterking. Deze worden door het Rijk op NAM verhaald. • Eigenaren van woningen hebben het laatste woord over de versterking. Zij worden nauw betrokken bij de uitwerking van de versterkingsmaatregelen en kunnen keuzes maken binnen de 36
Besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat 20 mei 2019, nr. WJZ/19127069 Pagina 63 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
•
•
•
• •
randvoorwaarden van veiligheid. Ook staat voor eigenaren laagdrempelige rechtsbescherming open. De minister van EZK is verantwoordelijk voor de veiligheid. De verantwoordelijkheid voor de versterking en de NCG is overgegaan van MEZK naar MBZK per 16 oktober 2019. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor planning van de uitvoering van de versterking. Hiermee is – binnen de randvoorwaarden van veiligheid - een koppeling mogelijk van versterking aan andere ruimtelijke ontwikkelingen. In de plannen van aanpak van de gemeenten wordt prioriteit gegeven aan de opname, beoordeling en versterking van gebouwen die volgens de HRA/SDRA niet voldoen aan de veiligheidsnorm, conform het advies van de Mijnraad. De NCG stuurt de volledige uitvoeringsketen aan op basis van de lokale plannen van aanpak. SodM beoordeelt de plannen van aanpak en kan gevraagd en ongevraagd adviseren over de uitvoering van versterkingsmaatregelen.
Alle woningen in Groningen krijgen op basis van de SDRA en de handmatige verrijking van de SDRA-resultaten een risicoprofiel. Alle gebouwen met een (licht) verhoogd risicoprofiel krijgen een opname en een beoordeling. Bij een opname wordt een woning geïnspecteerd en wordt de constructie in kaart gebracht. Daarna volgt een beoordeling. Hieruit blijkt of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet. Als een gebouw niet aan de norm voldoet volgt versterking. Op dit moment wordt ieder gebouw afzonderlijk beoordeelt middels de NPR. Door de typologieaanpak, onderdeel van een brede set aan versnellingsmaatregelen (zie hieronder), kan dit proces versneld worden. Versnelling Alles is er op gericht om alle Groningers zo snel mogelijk duidelijkheid te geven of voor hun woning versterking nodig is. De afgelopen jaren zijn samen met de regio verschillende maatregelen genomen om de beoordelingscapaciteit te vergroten en dit proces te versnellen zodat voor bewoners deze versnelling ook merkbaar wordt. Op het Bestuurlijk Overleg Groningen van 23 januari 2020 is het Versnellingspakket vastgesteld. Zodoende gaven we invulling aan het advies van de regio dat voortdurend nagedacht moet worden over versnellingsmogelijkheden voor de versterking teneinde de veiligheid voor onze inwoners te kunnen borgen.
Het Versnellingspakket betekende op de korte termijn dat de eerste pilotfase van de praktijkaanpak en de bouwimpuls met circa 1100 woningen versneld in Pagina 64 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
uitvoering gebracht konden worden door bouwpartijen eerder te betrekken. De bewoner heeft hierbij regie op zijn versterkingsproces. In 2021 zijn de eerste honderden adressen binnen de Bouwimpuls daadwerkelijk in uitvoering gegaan. Naast het Versnellingspakket zijn op 6 november 2020 nieuwe bestuurlijke afspraken met de provincie Groningen en de aardbevingsgemeenten gesloten. Er is een nieuwe versie van de NPR ingevoerd, waarmee gewerkt wordt met de nieuwste seismische en bouwkundige inzichten. Aangaande het tempo van versterking is ten eerste vastgelegd dat alle huizen die onderdeel uitmaken van we versterkingsscope maar waar nog geen beoordeling ligt, een beoordeling krijgen op de nieuwste inzichten. Dit is in lijn met wat SodM in zijn brief van 28 mei 2020 heeft benadrukt. Hierin gaf SodM namelijk aan dat versterkingsadviezen die gebaseerd zijn op verouderde inzichten ertoe leiden dat er vanuit het oogpunt van veiligheid onnodig versterkingswerk aan woningen verricht gaat worden. Dit leidt, gegeven de beperkte capaciteit van de versterkingsoperatie, naar verwachting tot vertraging voor versterkingsactiviteiten die vanuit het oogpunt van veiligheid wél noodzakelijk zijn. Ook kunnen de genoemde onnodige ingrepen in woningen voor bewoners onwenselijk zijn en het vertrouwen van burgers in de overheid verder doen dalen.
Een tweede belangrijk punt dat is afgesproken in de bestuurlijke afspraken is de typologie-aanpak zo snel mogelijk uit te rollen nadat deze is gevalideerd door het Adviescollege Veiligheid Groningen (hierna: ACVG). Met de typologieaanpak wordt op basis van gemeenschappelijke kenmerken van gebouwen bepaald of ze aan de norm voldoen. Het ACVG heeft positief geadviseerd over de aanpak en heeft de aanpak gevalideerd. Hiermee kunnen beoordelingen versneld worden, en worden de meest recente seismologische en bouwkundige inzichten geïmplementeerd. Tot slot is afgesproken dat bewoners met een liggend versterkingsadvies op basis van verouderde inzichten, een herbeoordeling kunnen aanvragen. Omdat het grootste deel van deze adressen met de typologieaanpak snel beoordeeld kan worden tegen de laatste seismische en bouwkundige inzichten, worden onnodige versterkingsmaatregelen voor de eigenaar vermeden en kan de uitvoeringscapaciteit worden ingezet op huizen die ook met de actuele inzichten niet op norm zijn. Tot slot is afgesproken dat bewoners met een liggend versterkingsadvies op basis van verouderde inzichten, een herbeoordeling kunnen aanvragen. Omdat het grootste deel van deze adressen met de typologieaanpak snel beoordeeld kan worden tegen de laatste seismische en bouwkundige inzichten, worden onnodige Pagina 65 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
versterkingsmaatregelen voor de eigenaar vermeden en kan de uitvoeringscapaciteit worden ingezet op huizen die ook met de actuele inzichten niet op norm zijn. Voortgang versterken Om de voortgang te monitoren publiceert de NCG maandelijks een dashboard waar per gemeente inzichtelijk staat in welke fase de versterking zich bevindt. Terugkijkend hebben tot en met 31 mei 2021 19564 opnames plaatsgevonden.53 Het aantal beoordelingen komt in totaal op 12847. Van circa 1908 is de uitvoering voltooid. De NCG doet er alles aan om de gezamenlijke doelstelling van 4.000 opnames en 4.000 beoordelingen in dit jaar te bereiken. Tabel 1: Voortgangscijfers versterkingsoperatie t/m 31 mei 2021 (Bron: NCG) Realisatie totaal op 31 mei '21
Realisatie in 2021 op 31 mei '21
Opname
19564
983
121
Beoordeling
12847
759
184
Versterkingstraject afgerond
1908
139
1
Geregistreerd in mei 2021
Pagina 66 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
Figuur 3 Cijfers versterken t/m 31 mei 2021 (Bron: NCG) Pagina 67 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
5.5.3
Adviezen over tempo van versterking
Advies regio Groningen 25-28 mei 2021 De regio Groningen adviseert om maximaal in te blijven zetten op het versnellen van de daadwerkelijke versterkingen en hiervoor voldoende middelen en capaciteit vrij te maken. Tevens wordt geadviseerd om ervoor te zorgen dat de NCG vol kan inzetten op uitvoering om te voorkomen dat er stuwmeren aan opgeleverde versterkingsadviezen ontstaan die vervolgens maar beperkt tot uitvoering kunnen worden gebracht. Een snelle uitvoering creëert perspectief voor de inwoners. Advies regio Drenthe 18- 27 mei 2021 Ook de provincie Drenthe adviseert om er voor te blijven zorgen dat de versterkingsoperatie in het betreffende gebied voortvarend wordt doorgevoerd. Ik onderschrijf dit en zet mij samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in voor een snelle uitvoering van de versterking van die gebouwen die, ondanks het zo snel mogelijk dichtdraaien van de gaskraan, versterkt moeten worden. Daartoe is het van belang om allereerst zo snel als mogelijk duidelijkheid te geven aan eigenaren over de veiligheid van hun woning. De versnellingsmaatregelen die tussen Rijk en regio zijn afgesproken om de versterkingsoperatie te versnellen zijn hierin instrumenteel. Met name de typologieaanpak zal een significante versnelling inhouden.
Met de typologieaanpak kunnen beoordelingen sneller plaatsvinden volgens de nieuwste seismologische en bouwkundige inzichten. Om de capaciteit in de markt optimaal te benutten en om het proces van opname tot en met uitvoering te versnellen is onder andere het bouwakkoord afgesloten. De regio adviseert ook om stuwmeren tegen te gaan. Stuwmeren ontstaan als beoordelingen sneller plaatsvinden dan de uitvoering van benodigde versterkingsmaatregelen. In de uitvoering worden afspraken gemaakt tussen Rijk en regio over de balans tussen het zo snel mogelijk laten plaatsvinden van beoordelingen en de koppeling met de beschikbare ontwerp- en bouwcapaciteit. Hierbij moet rekening worden gehouden met de ambitie om eigenaren zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de veiligheid van hun woning. 5.5.4
Beoordeling tempo van versterking
In paragraaf 5.2.4 heb ik toegelicht dat het aantal gebouwen dat naar verwachting niet aan de veiligheidsnorm voldoet beperkt is en in de komende jaren verder zal afnemen. Dat neemt niet weg dat het zorgen voor tempo in de versterkingsopgave nog steeds mijn volle aandacht heeft.
Pagina 68 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
De SDRA 2021 laat zien dat met de afbouw van de winning het seismische risico opnieuw sterk is afgenomen Dit heeft tot gevolg dat vanuit de meest recente SDRA 2021 geen gebouwen aan de versterkingsscope toegevoegd hoeven te worden en de omvang van de versterkingsoperatie zodoende stabiel blijft. De NCG heeft namelijk aangegeven dat alle gebouwen met een (licht) verhoogd risicoprofiel reeds onderdeel zijn van de scope van circa 26.000 gebouwen. Zoals reeds benoemd in paragraaf 5.2.4 heb ik vanuit de gevoeligheidsanalyse in samenspraak met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en op advies van SodM besloten 37 aanvullende gebouwen op te nemen in het versterkingsprogramma. Dit heeft gezien het beperkte aantal gebouwen echter geen significante impact op het tempo van de versterking. Alles is en blijft er op gericht om de Groningers zo snel mogelijk duidelijkheid gegeven. Zoals geschetst in paragraaf 5.5.2 zijn verschillende maatregelen genomen om de operatie te versnellen zoals het versnellingspakket en de bestuurlijke afspraken uit 2020 en het ontwikkelen van de typologieaanpak. De resultaten van 2020 laten een stijgende lijn zien in de versterkingsopgave, zo blijkt uit het jaarverslag van de NCG 37. Met het invoeren van de typologieaanpak wordt verdere versnelling verwacht.
5.5.5
Conclusie
Door de voorgenomen afbouw van de gaswinning en de daardoor afnemende risico’s, hoeven waarschijnlijk steeds minder adressen versterkt te worden. Ik stel vast dat bij het winningsniveau waarvan in de operationele strategie voor het komende gasjaar wordt uitgegaan, sprake is van geen tot een beperkt aantal gebouwen dat niet aan de veiligheidsnorm voldoet. De gebouwen die met een (licht) verhoogd risicoprofiel uit de SDRA 2021 komen zitten in de versterkingsoperatie en worden binnen een redelijke termijn versterkt. Daarmee is het veiligheidsrisico, conform het veiligheidsbeleid, aanvaardbaar. Tegelijkertijd blijf ik me maximaal inspannen om de versterking te versnellen. Nieuwe inzichten zijn in de SDRA 2021 als ook in de NPR verwerkt. Zodoende wordt alle beschikbare kennis over de afname in seismische dreiging als ook de Groningse gebouwen benut en onnodige versterking zoveel mogelijk voorkomen. Dit beleid om een betere inschatting van de dreiging en het risico te kunnen maken, sluit aan met het advies van SodM om de gebouwendatabase op basis van de verzamelde gegevens met de opnames te actualiseren. Daarnaast 37
Bijlage bij Kamerstukken II 2020/2021, 33 529, nr. 870 Pagina 69 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
betekent de uitrol van typologie een significante versnelling van het proces. Door in te zetten op de afbouw van de gaswinning, parallel met regionale overheden gezamenlijk prioriteit te geven aan de meest risicovolle gebouwen, de nieuwste kennis te betrekken verwacht ik dat de versterking verder wordt versneld. 5.6 5.6.1
Maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging (criterium e.) Inleiding
Het criterium e. (maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging) maakt duidelijk dat het veiligheidsbelang niet strikt beperkt is tot het voldoen aan de veiligheidsnorm, zoals beschreven onder criterium a. Ook veiligheidsbeleving, sociale onveiligheid, gezondheidseffecten, leefbaarheid en maatschappelijke onrust, dienen in de afweging op basis van artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet te worden betrokken, voor zover deze factoren leiden tot maatschappelijke ontwrichting. In dit verband is maatschappelijke ontwrichting specifiek gericht op het geheel aan negatieve effecten die veroorzaakt worden door de gaswinning uit het Groningen gasveld en UGS Norg. Hierbij gaat het niet alleen om daadwerkelijk in het verleden opgetreden aardbevingen, maar ook om de kans hierop in de toekomst. Onderzoek geeft aan dat Groningers gezondheidsklachten of stress ervaren als gevolg van de gaswinning. Deze klachten komen vooral voort uit onzekerheid over de versterkingsopgave, de wachttijden voor schadeafhandelingen en lange en veranderende bureaucratische procedures in het algemeen. Ook beschrijven onderzoekers dat sommige bewoners een verminderde sociale cohesie in hun buurt of wijk ervaren. Daar komt bij dat zelfs een grote verlaging van de gaswinning de kans op aardbevingen wel kleiner maakt, maar niet kan uitsluiten.
Dit heeft een effect op de veiligheidsbeleving en de daarmee samenhangende leefbaarheid, aldus de onderzoekers. Op termijn is het wegnemen van de oorzaak – het stoppen van de gaswinning – de enige optie om ook maatschappelijke ontwrichting, waaronder gezondheidsklachten en onveiligheidgevoelens, te verminderen. Niettemin geldt dat het versnelde afbouwpad, waardoor de veiligheid als zodanig snel verbetert, op korte termijn deze ontwrichting als gevolg van gaswinning niet volledig kan wegnemen. Bewoners zijn namelijk daarnaast ook gebaat bij duidelijkheid over de versterking en een soepele en snelle schadeafhandeling. De oorzaken van maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging moeten Pagina 70 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
daarom zodanig worden geadresseerd, dat een reële vermindering van de negatieve effecten verwacht kan worden. Naast de zo snel mogelijke afbouw van de gaswinning (behandeld in paragraaf 5.4) en de versterkingsopgave (beschreven in paragraaf 5.5) wordt daarom ook ingezet op verbetering en versnelling van de schadeafhandeling. Ook is er aandacht voor de overige aspecten op gebied van sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust. Hieronder wordt maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging nader uitgewerkt. Enerzijds aan de hand van de gevolgen voor sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust die naar voren komen uit onderzoek. Anderzijds op basis van het schetsen van de stand van zaken rondom de schadeafhandeling aangezien, zoals hierboven geschetst, wachttijden voor schadeafhandelingen en lange procedures kunnen zorgen voor gezondheidsklachten. Vervolgens ga ik in op een aantal aanvullende maatregelen die reeds zijn genomen om maatschappelijke ontwrichting te verminderen. De wijze waarop ik maatschappelijke ontwrichting betrek in de afweging waarop dit besluit is gebaseerd, komt aan bod in hoofdstuk 7. 5.6.2
Schade en schadeafhandeling
In dit hoofdstuk komen bovengenoemde onderdelen van maatschappelijke ontwrichting aan bod. 5.6.2.1 Het optreden en afhandelen van schade De schadeafhandeling is sinds 1 juli 2020 in handen van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: het IMG). De afhandeling van de schade ziet o.a. op fysieke schade, immateriële schade en de vergoeding van schade door waardedaling. Ondanks de verminderde gaswinning, blijft het aantal schademeldingen onverminderd hoog. Het IMG meldt in zijn jaarverslag dat in 2020 het aantal aanvragen voor een fysieke schadevergoeding op 48.756 lag ten opzichte van 26.798 aanvragen in 2019. In de afgelopen twee jaar zijn er grote stappen gezet in de snelheid van schadeafhandeling. Waar in 2019 bijna 25.000 schademeldingen zijn afgehandeld, zijn er in 2020 ruim 37.000 meldingen afgehandeld. Sinds november 2020 worden er wekelijks gemiddeld 900-1000 schademeldingen afgehandeld tegenover 400-500 afgehandelde schademeldingen per week eind 2019. Er werd daarbij in 2020 voor 317,5 miljoen euro aan schadevergoedingen voor fysieke schade uitgekeerd, een ruime Pagina 71 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
verdubbeling ten opzichte van 2019 (139,5 miljoen euro). In 2020 heeft het IMG 64% van de reguliere schademeldingen binnen zes maanden afgehandeld. Ook is het IMG vanaf 1 september 2020 gestart met het uitkeren van vergoedingen voor schade door waardedaling. In 2020 heeft het IMG reeds 35.400 besluiten genomen waarbij voor 179,5 miljoen euro uitgekeerd. De actuele stand van de schadeafhandeling, inclusief de doorlooptijden, houdt het IMG bij op zijn website. 38 Het IMG heeft inmiddels in totaal ruim een miljard euro aan schadevergoeding toegekend. Naast de verdere afhandeling van fysieke schades en schade door waardedaling bij woningen, start het IMG vanaf 1 juli a.s. met het vergoeden van waardedaling van (bedrijfs)panden en heeft het IMG in 2020 ook de noodzakelijke voorbereidingen getroffen voor de start van de afhandeling van immateriële schades in 2021. Om deze immateriële schade af te kunnen handelen, ontwikkelt het IMG een werkwijze die zorgvuldig rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van een aanvrager, maar tegelijkertijd laagdrempelig, eenvoudig en snel is. Het IMG is in juni 2021 gestart met een eerste kleine pilotgroep van 100 aanvragen. Aanvraagprocedures worden door het IMG zo laagdrempelig mogelijk ingericht om bewoners waar dat kan te ontlasten. Het jaarverslag laat zien dat het IMG kan rekenen op een stabiel bewonerstevredenheidsniveau.
Aanvragers geven aan de professionaliteit, duidelijkheid en zorgvuldigheid van het IMG te waarderen. In het meest recente jaarverslag van het IMG is te zien dat schademelders het IMG gemiddeld met een 7.9 beoordelen. Dit is belangrijk, omdat de manier waarop bewoners behandeld worden door de uitvoeringsinstantie een grote rol speelt in de geestelijke gezondheid van Groningers. De rapporten van Gronings perspectief onderschrijven dit: op het moment dat bewoners één keer schade melden bij het IMG, neemt hun vertrouwen in de schadeafhandeling en de overheid in het algemeen toe. 5.6.2.2 Adviezen over schade en schadeafhandeling Advies regio Groningen 28 mei 2021 De regio Groningen geeft in hun advies aan dat het belangrijk is dat de inwoners van Groningen kunnen rekenen op een effectieve, ruimhartige en rechtvaardige schadeafhandeling. Zij geven aan dat de overheid verschillende maatregelen heeft genomen om dit te garanderen, onder andere door de toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden door het IMG. De regionale overheden constateren 38
www.schadedoormijnbouw.nl/dashboard. Pagina 72 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
ook dat door verschillende onderzoeken uitgevraagd door het IMG er bij de inwoners van Groningen onduidelijkheid is ontstaan over hun schadeafhandeling. De regio constateert verder dat NAM de rekening van de schadeafhandeling in twijfel trekt. Ook bestaat er bij inwoners onduidelijkheid waar schade van andere mijnbouwactiviteiten kan worden gemeld. De verschillende regelingen doen volgens de regio onvoldoende recht aan de situatie van de bewoners. Daarnaast constateren de regionale overheden dat de zogeheten ‘specials’ een langere afhandeltijd hebben. De regionale overheden adviseren: • in het vaststellingsbesluit uitdrukkelijk mee te wegen dat de schadeafhandeling nog niet snel genoeg verloopt; • bij de vaststelling van het besluit uitdrukkelijk mee te wegen dat de schadeafhandeling voor een aanzienlijk deel van de inwoners nog niet effectief, ruimhartig of rechtvaardig is; • te besluiten om het wettelijk bewijsvermoeden in een groter gebied te gebruiken en toe te laten passen zodat inwoners, ongeacht de aard en locatie van de mijnbouwactiviteit, ruimhartig en rechtvaardig hun schade afgewikkeld krijgen. De gemeente Aa en Hunze gaan in op de aangepaste werkwijze van het IMG. Deze nieuwe werkwijze lijkt volgens de gemeente Aa en Hunze een inperking van het wettelijk bewijsvermoeden in te houden.
5.6.2.3 Beoordeling schade en schadeafhandeling De regionale overheden stellen dat de schadeafhandeling nog niet snel genoeg verloopt en wijzen op de afhandeltijd van de zogenaamde specials. Zoals in paragraaf 5.6.2.1 beschreven, heeft het IMG grote stappen gezet ten aanzien van de snelheid van de schadeafhandeling. Voor speciale gebouwen, zoals voor monumenten, bedrijven en agrariërs geldt dat deze speciale aandacht nodig hebben. De doorlooptijd voor de zogenaamde specials kan hierbij langer zijn dan bij de reguliere schademeldingen. In totaal zijn er tot nu toe (d.d. 10 juni 2021) circa 6.110 specials afgehandeld. Het IMG blijft zich onverminderd inzetten voor een voortvarende schadeafhandeling en het zo kort mogelijk houden van de doorlooptijd van schademeldingen. Het IMG heeft het afgelopen jaar verschillende nieuwe (wetenschappelijke) inzichten opgedaan zoals de resultaten van de onderzoeken naar diepe bodemdaling- en stijging en zettingsschade. Op basis van deze nieuwe inzichten Pagina 73 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
heeft het IMG zijn werkwijze voor de afhandeling van fysieke schade aangepast. Dit is op 17 mei jl. bekend gemaakt door het IMG. De regionale overheden wijzen op de onduidelijkheid die is ontstaan voor bewoners over de gevolgen van deze onderzoeken voor hun schadeafhandeling. De gemeente Aa en Hunze wijst specifiek op de nieuwe werkwijze van het IMG. Ze geeft aan dat deze nieuwe werkwijze een inperking lijkt in te houden van het wettelijk bewijsvermoeden. Het bewijsvermoeden was en blijft onderdeel van het wettelijk kader waarbinnen het IMG zijn taak uitvoert. Dat is niet ingeperkt. Dat betekent dat het IMG ook in de toekomst het wettelijk bewijsvermoeden zal blijven toepassen en zorg zal dragen voor een rechtvaardige en voortvarende schadeafhandeling. Voor een goede en zorgvuldige uitoefening van de wettelijke taak blijft het IMG zijn werkwijze toetsen aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten, ook al betekent dat verandering of tijdelijke onduidelijkheid voor bewoners. Dit heeft tot gevolg dat het gebied waarin het wettelijk bewijsvermoeden moet worden toegepast, herijkt kan worden. Het IMG heeft op basis van technische inzichten en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek kunnen vaststellen dat de contour waarbinnen het wettelijk bewijsvermoeden wordt toegepast, beperkt moet worden tot het effectgebied van trillingen door aardbevingen veroorzaakt door mijnbouw.
Het IMG concludeert op basis van een onderzoek door TNO en TU Delft dat de directe effecten van diepe bodemdaling en -stijging niet tot schade leiden. Dit betekent dat het IMG aanvragen om schadevergoeding buiten het effectgebied van de tot op heden zwaarste beving uit 2013 bij Huizinge, zal afwijzen wanneer er geen directe en geen indirecte schade kan zijn ontstaan door diepe bodemdaling bij een woning. Onderzoek naar de indirecte effecten loopt nog. Buiten het effectgebied van Huizinge maar binnen het oorspronkelijke effectgebied van diepe bodemdaling stonden in afwachting van het onderzoek naar diepe bodemdaling- en stijging nog circa 1.500 schademeldingen open. Naar verwachting zal volgens het IMG voor veel van die adressen het wettelijk bewijsvermoeden niet meer van toepassing zijn en het IMG zal deze aanvragen in principe afwijzen. Daarnaast moet een actualisatie van het beoordelingskader deskundigen helpen op een meer eenduidige manier te beoordelen of een schade toch door aardbevingen kan zijn veroorzaakt of verergerd. Ook geeft het IMG bewoners de keuze om (kleinere) schades forfaitair af laten te handelen met een vaste vergoeding van 5.000 euro. Als deze schades veel sneller worden afgehandeld, kan er meer capaciteit ontstaan voor afhandeling van complexere dossiers. Pagina 74 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
Het IMG heeft het afgelopen jaar ook andere (wetenschappelijke) inzichten opgedaan. Het IMG afgelopen jaar heeft een panel van deskundigen gevraagd een advies uit te brengen aangaande het vergoeden van schade aan mestkelders. De definitieve werkwijze heeft het IMG op 17 mei 2021 gepubliceerd. Tevens loopt vanuit het ministerie een onderzoek naar schade aan drainagesystemen als gevolg van bodembeweging door gaswinning. Dit onderzoek wordt naar verwachting deze zomer opgeleverd. Het wettelijk kader van het IMG omvat ook het recht van bewoners op vergoeding van schade op grond van artikel 184 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat in situaties waarin er sprake is van een ernstige en onmiddellijke dreiging ook de "kosten van iedere redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van schade" door het IMG aan bewoners vergoed kunnen worden. Daarmee heeft het IMG op grond van de in de Tijdelijke wet Groningen vastgelegde taak al de mogelijkheid te kiezen voor duurzaam herstel, door een redelijke maatregel ter voorkoming van schade in plaats van de vergoeding of herstel (in natura) van de individuele schade. Daarnaast is bij de stemming over het wetsvoorstel Versterken een amendement aangenomen waarmee het IMG ook de mogelijkheid krijgt om maatregelen te nemen die een duurzaam herstel van schade mogelijk maken die verder gaan dan wat op basis van art.
6:184 BW redelijk is ter voorkoming of beperking van schade door bodembeweging (artikel 6:184 BW). Het wetsvoorstel is nog niet aangenomen. Het IMG zet voortdurend in op het afhandelen van deze complexere dossiers. Slechts circa 1% van de openstaande meldingen is ouder dan twee jaar. In totaal 4.7% van de reguliere openstaande dossiers is ouder dan 1 jaar, voor speciale dossiers geldt dat dit 13.3% is. Over de gehele linie bezien is het IMG dus bezig met een flinke inhaalslag met betrekking tot de langlopende meldingen. Ondanks de voortvarende schadeafhandeling en het hoge aantal schademeldingen wordt echter nog niet iedereen in Groningen bereikt. Uit cijfers blijkt bijvoorbeeld dat in delen van Groningen waar de kans op schade het grootst is, er geen of veel minder schade wordt gemeld. Met een laagdrempelige en rechtvaardige afhandeling van schade zet het IMG zich in op het bereiken van deze bewoners. Ook heeft het IMG steunpunten in verschillende aardbevingsgemeenten geopend, die een aantal dagdelen per week open zijn voor inwoners met algemene vragen over mijnbouwschade en schaderegelingen. Bij deze steunpunten worden bijvoorbeeld bewoners die laaggeletterd zijn geholpen met hun schademelding. De steunpunten dragen bovendien bij aan zichtbaarheid in de regio. Pagina 75 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
Op 6 november 2020 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de versterkingsoperatie. Onderdeel hiervan is dat Rijk en regio een bijdrage leveren aan integrale programma’s gericht op agrariërs, mkb’ers, erfgoed en gezondheid. Hiervoor is een bedrag van 50 miljoen euro beschikbaar gesteld. Deze programma’s zijn aanvullend op de bestaande procedures vanuit het IMG en de NCG. Samenloop tussen schadeafhandeling en de versterkingsoperatie De regionale overheden merken op dat schade en versterken niet altijd voldoende op elkaar afgestemd. Het IMG zet in op het gezamenlijk optreden met de NCG. In 2019 is hiertoe een samenwerkingsconvenant afgesloten. Dit biedt de mogelijkheid om adequaat informatie uit te wisselen met de NCG bij samenloop van schade- en versterkingsdossiers. Daartoe zullen er nadere regels gesteld worden om een goede samenwerking tussen het IMG en de NCG verder te bestendigen. Tijdens de behandeling van de Tijdelijke wet Groningen in de Tweede Kamer op 10 februari en 4 maart jl. heeft de Tweede Kamer ingestemd met twee amendementen waarin is bepleit de samenwerking tussen het IMG en de NCG nader uit te werken in een algemene maatregel van bestuur 39 40.
Toepassingsbereik bewijsvermoeden De regionale overheden stellen in hun adviezen dat zij voor alle inwoners een ruimhartige, onafhankelijke en rechtvaardige schadeafhandeling willen, ongeacht de aard en locatie van de mijnbouwactiviteiten. Hierbij wordt gewezen op de toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden. Het wettelijk bewijsvermoeden ook buiten het effectgebied van het de gaswinning uit het Groningen gasveld zoals dat geldt voor schade door bodembeweging als gevolg van de gaswinning uit het Groningen gasveld en UGS Norg, kan niet zomaar daarbuiten worden toegepast. Een wettelijke bewijsvermoeden is een vergaande afwijking van het uitgangspunt in het bewijsrecht dat degene die iets stelt, dat ook moet bewijzen. Zo’n afwijking vergt een voldoende rechtvaardiging. Voor schade door bodembeweging als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslag bij Norg is er sprake van een dergelijke voldoende rechtvaardiging Voor de rest van Nederland niet, daarvoor verschilt het schadebeeld dat wordt veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van mijnbouw in de rest van het land te zeer van dat in Groningen. In Groningen ging het om tienduizenden schademeldingen in korte tijd. De Commissie Mijnbouwschade die adviseert over de vergoeding van schade 39 40
Kamerstukken II 2020/2021, 35 603, nr. 32. Kamerstukken II 2020/2021, 35 603, nr. 69. Pagina 76 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
door gas- of oliewinning uit kleine velden (niet zijnde het Groningen gasveld en UGS Norg), ontvangt tientallen schademeldingen per jaar. Dit lagere aantal meldingen laat onverlet dat gedupeerden met schade door gasof oliewinning uit kleine velden ontzorgd moeten worden. Met de Commissie Mijnbouwschade is daartoe een voorziening voor buitengerechtelijke schadeafhandeling opgezet waarbij de onafhankelijke Commissie de bewijslast voor burgers overneemt. De onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade onderzoekt de schademelding namelijk zelf en geeft daar een oordeel over. Dat betekent praktisch dat de bewijslast niet op de schouders van de gedupeerde rust. Na een jaar wordt het functioneren van de Commissie en de afspraken die in het Instellingsbesluit en de bijbehorende protocollen zijn vastgelegd over de manier waarop de Commissie schade afhandelt, geëvalueerd. 5.6.3
Sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust
Zoals ook is beschreven in het vaststellingsbesluit voor het gasjaar 2020-2021, is onderzocht dat de gaswinning in Groningen negatieve effecten heeft op de gezondheid van bewoners. Onderzoek vanuit onder meer de Rijksuniversiteit Groningen (Gronings Perspectief) geeft niet alleen een beeld van de symptomen en de mogelijke gevolgen, maar ook van de oorzaken en biedt daarmee een aanknopingspunt voor acties om dit specifieke negatieve effect te verminderen. Het onderzoek loopt al sinds 2016 en laat zien dat meer dan 10.000 inwoners lijden aan de problematiek veroorzaakt door de gaswinning, met negatieve gevolgen voor gezondheid en welzijn. Eind 2020 is besloten het onderzoek van het Gronings Perspectief te verlengen waardoor ook in de toekomst een goed beeld kan worden gecreëerd over de situatie in het aardbevingsgebied. Uit de meest recente studie over de sociale impact van gaswinning in Groningen van Gronings Perspectief (februari 2021) 41 blijkt dat het vertrouwen in maatregelen en instanties laag blijft, en er nog steeds een gevoel van onveiligheid bestaat, ondanks dat er hoger gescoord is op positieve emoties. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het veiligheidsgevoel en het gebrek aan vertrouwen in het bevingsgebied en welke gevolgen dit heeft op de gezondheid van mensen.
Eén van de oorzaken voor een verslechterde mentale of fysieke gezondheid en maatschappelijke ontwrichting is volgens de onderzoekers de invloed van de aardbevingen op het veiligheidsgevoel van de bewoners. Hun risicoperceptie is al jaren hoog door de bevingen die plaatsvinden in het gaswinningsgebied. Daarbij 41
Eindrapport Gronings Perspectief fase 2 - Gronings Perspectief Pagina 77 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
zien de onderzoekers direct na een zware aardbeving zoals bij Westerwijtwerd of Zeerijp een groter onveiligheidsgevoel bij de respondenten, waarna dit vervolgens langzaam herstelt. Ook in het eerder aangehaalde meest recente rapport is de risicoperceptie onder de respondenten niet of nauwelijks verbeterd. Het laatste onderzoek van het Gronings Perspectief uit februari 2021 doet, aanvullend op eerdere onderzoeken, ook uitspraken over de impact van gaswinning op het dagelijks leven van bewoners. Zo blijkt uit het onderzoek dat de impact groter is bij bewoners met (meervoudige) schade. Vertrouwen Het vertrouwen in de instanties in Groningen is volgens verschillende onderzoeken naar de sociale impact van de gaswinning in Groningen van de Rijksuniversiteit Groningen laag, waarbij het Groninger Gasberaad en de Groninger Bodembeweging een uitzondering vormen. Dit wantrouwen is het sterkst bij bewoners met meervoudige schade aan hun woning, door de onmacht die zij voelen en het gebrek aan toekomstperspectief. Concrete problemen, zoals de afhandeling van schade of de vertraging in de versterkingsopgave, worden in de ogen van veel bewoners niet aangepakt. Dit gebrek aan vertrouwen kan deels verklaard worden door de soms onbevredigende manier waarop schade voor de komst van het IMG (en zijn voorloper, de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen, hierna: de TCMG) afgehandeld werd.
Uit onderzoek blijkt verder dat het vertrouwen in de buurt maar ook in de Veiligheidsregio relatief hoog is. Dit in tegenstelling tot het vertrouwen in de andere partijen, ondanks de kleine stijging van het vertrouwen na de aardbeving in Zeerijp. Het vertrouwen in de Rijksoverheid stijgt echter al jaren achtereen, bij bewoners met meervoudige schade, enkelvoudige schade en zonder schade. Verder valt op dat bewoners die één keer schade hebben gemeld bij het IMG, een opvallende stijging lieten zien in het vertrouwen in het IMG ten opzichte van bewoners zonder of met meervoudige schade. Het is voorbarig om hier harde conclusies aan te verbinden, maar in aanvulling op het hoge tevredenheidscijfer dat het IMG ontvangt (gemiddeld een 7.9) suggereert dit dat de voortvarende schadeafhandeling van het IMG zijn vruchten afwerpt. De onderzoekers van Gronings Perspectief leggen dit verband ook. Dat neemt niet weg dat het vertrouwen in het IMG (en de NCG) volgens het laatste GP-rapport over de gehele linie relatief laag blijft. Ook de Nationale Ombudsman bespeurt dit wantrouwen. Na een aantal gesprekken met bewoners heeft hij bij mij en mijn collega van
Pagina 78 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangedrongen op actie op onder andere dit onderwerp 42. Vertrouwen hangt samen met een gevoel van rechtvaardigheid. In het laatste rapport van Gronings Perspectief valt op dat het hoogst gescoord op wordt op de vraag hoe rechtvaardig mensen de vastgestelde hoeveelheid gas die gewonnen wordt, vinden: t.o.v. juni 2019 is dit gestegen van een 1.7 tot een 2.5 (op een schaal van 5). Daarnaast valt op dat mensen zonder schade de regelingen rondom schade en de hoogte van de vergoedingen voor schade het minst rechtvaardig vinden van alle bewonersgroepen. Dit bevestigt het beeld dat de onvrede in Groningen breed gedeeld wordt en zich niet beperkt tot mensen met schade. Wel is het aantal mensen dat de hoogte van de vergoedingen en de besluitvorming rondom gaswinning rechtvaardig vindt, gegroeid. Factoren die leiden tot gezondheidsproblemen Verschillende factoren kunnen gezondheidsproblemen tot gevolg hebben. De gevolgen van de gaswinning kunnen bijvoorbeeld leiden tot stress en veroorzaken volgens de onderzoekers van Gronings Perspectief een lagere ervaren gezondheid.
Onderzoekers noemen als voornaamste oorzaken van de gezondheidsklachten: • Schade (met name meervoudige schade), zowel de fysieke aanwezigheid van schade als de spanning die dit met zich meebrengt; • financiële zorgen over de waarde en verkoopbaarheid van het huis; • onzekerheid over de versterking; en • lange en stroperige schade- en versterkingsprocessen. De Kinderombudsman heeft in een in 2017 verschenen rapport aandacht gevraagd voor de positie van kinderen en jongeren in het aardbevingsgebied. Ook Gronings Perspectief heeft de situatie van kinderen in het aardbevingsgebied onderzocht en de conclusies gepresenteerd, waarin wordt aangesloten bij de conclusies van de Kinderombudsman. Uit deze rapporten komt naar voren dat de positie van kinderen en jongeren, vooral als er sprake is van meervoudige problematiek in een gezin, kwetsbaarder kan worden als zij te maken hebben met aardbevingen en schade. Ook laat het rapport zien dat kinderen en jongeren zich weliswaar aanpassen aan de veranderende omstandigheden in het Groningse gaswinningsgebied, maar dat er in sommige gevallen ook gedrags- en concentratieproblemen kunnen ontstaan, angst voor aardbevingen en onveiligheidsgevoel door spanningen in het gezin.
https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2020/drie-aandachtspunten-voor-minister-van-bzk-rondomversterking-in-groningen. 42
Pagina 79 van 107
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Projectdirectie Groningen Ons kenmerk
Om zicht te hebben op de gezondheidssituatie van Groningers blijf ik de komende jaren met de GGD en de gemeenten in overleg om dit te monitoren en zullen we, mede met behulp van de onderzoeken van de Rijksuniversiteit Groningen, een beter inzicht krijgen in de gezondheid van Groningers. Zo doet Gronings Perspectief op dit moment in samenwerking met Nivel onderzoek naar de gezondheidsklachten in het aardbevingsgebied in vergelijking met andere gebieden. Hierbij gaat het om gezondheidsklachten die zijn gemeld bij een huisarts. De resultaten worden in het tweede kwartaal van 2021 verwacht.
5.6.3.1 Maatregelen voor het beperken van de impact op sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust Zoals in het voorgaande is toegelicht, vormen de (lange) procedures met betrekking tot de schadeafhandeling en versterking en de onzekerheid die daaraan gekoppeld is, een belangrijke bron van frustratie. Dit wordt in de eerste plaats geadresseerd door de doorlooptijden van deze procedures zo veel mogelijk te verkorten. In dit besluit ben ik reeds ingegaan op de aanpak voor schade respectievelijk versterken. In deze paragraaf worden de aanvullende maatregelen voor het beperken van de impact van de gaswinning op sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust besproken. Samenloop schade en versterken In aanvulling op de maatregelen die worden getroffen in de schadeafhandeling en versterkingsoperatie is het wenselijk om beide procedures goed op elkaar aan te laten sluiten. Als bewoners met twee instanties te maken hebben, kan al snel het overzicht verloren raken. Bewoners ervaren dat deze instanties geen informatie (mogen) delen en langs elkaar heen werken. Dit draagt bij aan het gevoel van onmacht en het negatieve effect wat de gaswinning heeft op gezondheid en maatschappelijke onrust. Nu zowel schadeafhandeling als versterkingsopgave in publieke regie is getrokken, is het mijn ambitie om zoveel mogelijk samenhang door te voeren.