CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

105 1 Programmaplan

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen/ Lange Termijn Agenda raad/ Toezeggingen9.167 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Programmaplan Gevolgen Gas- en zoutwinning MiddenGroningen

1

versie: 24 april 2023

Inhoud 1.

Inleiding ..................................................................................................4

2.

Gevolgen van de Gas- en zoutwinning .............................................................5

3.

Missie, visie en doelen ................................................................................6

4.

3.1

Missie ..........................................................................................6

3.2

Visie ............................................................................................6

3.3

Doelen .........................................................................................6

3.4

Groningers boven Gas .......................................................................7

Programma in onderdelen ............................................................................8 4.1

Schade .........................................................................................8

4.2

Versterken ....................................................................................9

4.3

Sociaal en Gezondheid.....................................................................11

4.4

Ondergrond ..................................................................................13

4.5

Toekomstperspectief ......................................................................14

5.

Samenhang met de omgeving ......................................................................15

6.

Plek in de gemeentelijke organisatie .............................................................16

7.

Overlegstructuur ......................................................................................17

8.

7.1

Overlegstructuur lokaal ...................................................................17

7.1.1

Bewoners ....................................................................................17

7.1.2

Dorpsteams ..................................................................................17

7.1.3

Projectteams ................................................................................18

7.1.4

Casuïstiek, IMG en AOS ....................................................................18

7.1.5

Teamoverleg ................................................................................18

7.1.6

Opdrachtgeversoverleg gemeente – NCG ...............................................18

7.1.7

DB Gevolgen Gas- en zoutwinning .......................................................18

7.1.8

Lokale Stuurgroep ..........................................................................18

7.2

Overlegstructuur regionaal ...............................................................19

7.2.1

Bestuurlijk Overleg Groningen (BOG) ...................................................19

7.2.2

Voorbereidend Overleg Groningen (VOG) ...............................................19

7.2.3

Ambtelijke Stuurgroep.....................................................................20

7.2.4

Programmamanagersoverleg (PMO)......................................................20

7.2.5

Regionale werkgroepen....................................................................20

Communicatie .........................................................................................21 8.1

Eerste aanspreekpunt voor inwoners ....................................................21

8.2

Communicatie in versterkingsaanpak ...................................................21

2

8.3 9.

Individueel contact .........................................................................21

Financiën ...............................................................................................22 9.1

Financieringsbronnen ......................................................................22

9.1.1

Batch 1588 en Blok B ......................................................................22

9.1.2

Lumpsum.....................................................................................22

9.1.3

Inpassingskosten ............................................................................22

9.2

Financiën 2023 ..............................................................................23

Bijlage 1 Lokaal Plan van Aanpak als opdracht voor NCG ................................................24 Bijlage 2. Tijdelijke huisvesting ...............................................................................25 Bijlage 3. Handboek inpassingskosten .......................................................................26 Bijlage 4. Aandacht voor kwetsbare groepen ..............................................................27 Bijlage 5. Betrokken partijen ..................................................................................29 Bijlage 6 Subsidieregelingen ...................................................................................31 Subsidieregeling 1588 .................................................................................31 Regeling Fonds Kwaliteitsimpuls Overschild .......................................................31 Subsidieverordening Blok B ...........................................................................31 Regeling blok A op norm ..............................................................................31

3

1. Inleiding Voor u ligt het programmaplan van het team Gevolgen Gas- en zoutwinning Midden-Groningen. Het plan is geschreven door het programmateam en is bedoeld voor onze interne en externe stakeholders. Er is al vanaf begin 2018 sprake van een programmatische aanpak van de gevolgen van de gaswinning. Maar elke poging om een programmaplan op te stellen strandde tot nu toe op het feit dat het dossier voortdurend aan verandering onderhevig is. Dat is op dit moment niet anders. Sterker, het rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie laat duidelijk zien dat het dossier nog niet in rustiger vaarwater is gekomen. Waarom hebben we dan wel een programmaplan opgesteld? Door alle personele wisselingen in onze eigen organisatie, maar ook in de organisaties om ons heen, is het van belang om een bepaalde basis met elkaar vast te stellen. Daarom geven we in het programmaplan aan hoe het dossier er uitziet, waar we ons als gemeente mee bezig houden en hoe we dat organiseren. Verwacht daarbij geen concrete acties en planningen. Daarvoor stellen we jaarlijks onze jaarplannen op. Op die manier kunnen we in de jaarplannen inspelen op de actualiteit en vormt het programmaplan de basis daaronder. Het Programmaplan is opgesteld door het Team Gevolgen Gaswinning. Vanuit de meest betrokken collega’s en teams van de gemeente is input geleverd op het plan.

4

2. Gevolgen van de Gas- en zoutwinning De gemeente Midden-Groningen ligt in het gebied dat negatieve gevolgen ondervindt van de gaswinning uit het Groningenveld, gaswinning uit de kleinere velden en de zoutwinning. Dit zorgt voor bodemdaling en aardbevingen en daarmee voor schade aan gebouwen. Sinds de aardbeving van 2012 in Huizinge is duidelijk dat de veiligheid van onze inwoners1 in het geding is. In de afgelopen jaren zijn verschillende organisaties ontstaan en weer verdwenen die zich bezighielden met schade, versterking en leefbaarheid. Op dit moment ligt de afhandeling van schade die voortkomt uit het Groningenveld in handen van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna; IMG). Schade die wordt veroorzaakt door andere mijnbouw (kleine gasvelden, zout) wordt door de Commissie Mijnbouwschade afgehandeld. Voor de versterkingsopgave is de uitvoeringsorganisatie Nationaal Coördinator Groningen (hierna; NCG) opgericht. Door voortdurende wijzigingen in aanpak van schadeafhandeling en versterking is een ware lappendeken aan regelingen, instanties en subsidies ontstaan. Voor inwoners is het vaak onduidelijk wat er staat te gebeuren, bij wie ze terecht kunnen of waar ze recht op hebben. De ombudsman spreekt in dit verband van een bestuurlijke spaghetti. Voor velen is de kluwen spaghetti echter verworden tot een gordiaanse knoop.

Dit geldt op het niveau van de eigen woning, maar gaat verder dan dat. In sommige dorpen en wijken is zelfs sprake van sociale ontwrichting. Hierdoor hebben veel van onze inwoners het vertrouwen in de overheid verloren. Onze inwoners worden ongevraagd geconfronteerd met de gevolgen van de gas- en zoutwinning. De overheid faalt in het vergoeden van schade en het veilig maken van woningen. En hoe langer de ellende voor sommige inwoners voortsleept, hoe groter de problemen worden. Soms zelfs tot onbeheersbare proporties! Mensen worden er letterlijk ziek van. We kunnen naast instortingsgevaar spreken van nog een veiligheidsrisico, te weten: het sociaal-psychisch veiligheidsrisico. Op 24 februari jl. heeft de commissie parlementaire enquête haar eindrapport “Groningers boven het gas” gepresenteerd. Uit dit rapport blijkt duidelijk dat de veiligheid en het welzijn van onze inwoners altijd van ondergeschikt belang is geweest bij de gas- en zoutwinning. De commissie stelt dat het Rijk een ‘ereschuld’ heeft naar onze inwoners toe.

1 Het programma richt zich op de gevolgen van de gas- en zoutwinning voor onze inwoners. Dat

kunnen eigenaren of huurders van woningen zijn, maar ook ondernemers, bedrijven en instellingen.

5

3. Missie, visie en doelen De gemeente Midden-Groningen wil oog houden voor de sociale en de gezondheidsaspecten van de versterking, voor natuurwaarden, erfgoed, leefbaarheid en toekomstbestendigheid. Eigen kracht is het vertrekpunt. Met goede dienstverlening bieden we de basis voor de kwaliteit van leven. Voor een deel van onze inwoners is de eigen kracht echter niet voldoende om hun leven en toekomst vorm te geven. Deze mensen hebben meer nodig dan een gemeente die zich open en benaderbaar opstelt. Voor deze groep moeten wij zélf het initiatief nemen en verbinding leggen. Als de bondgenoot die meeloopt, meedenkt, meehelpt en ze een duwtje in de rug geeft als dat nodig is. Want alleen zo kunnen wij merkbaar het verschil maken. De gemeentelijke visie van Midden-Groningen propageert het denken vanuit de inwoner: “Kan wat nodig is? En als dat niet kan binnen het huidige beleid en de wetgeving, hoe maken we het dan toch mogelijk voor de inwoner?” Dit kunnen we samenvatten in onderstaande missie:

3.1

Missie

Deze missie beschrijft wie we zijn en waar we voor staan. Gemeente Midden-Groningen wil een gemeente zijn waar iedereen op een prettige en veilige manier kan wonen, leven, ondernemen en werken.

3.2

Visie

Onze visie omschrijft waar we voor gaan in de toekomst. We zetten ons in om merkbaar het verschil te maken in de kwaliteit van leven van onze inwoners, bedrijven en organisaties. Zij zijn veilig en voelen zich ook veilig. Zowel binnen de muren van hun eigen gebouw of huis als in hun omgeving. Ook voelen ze zich eerlijk behandeld. Na alle gaswinningsellende is Midden-Groningen nu een betere plek.

3.3

Doelen

Onze inzet was en is: • Dat de inwoner (écht) centraal staat • Dat het oplossen van het probleem van de inwoner het uitgangspunt is en oplossingen alleen tot stand komen samen met de inwoner (we praten niet over de inwoner, maar mét de inwoner!) • Een snellere afhandeling van de schade zonder te verzanden in juridische procedures • Een integrale benadering van de situatie, dus niet vanuit de gescheiden lijnen schade en versterking • Dat alle inwoners in de gemeente Midden-Groningen in 2023 duidelijkheid hebben over de veiligheid van hun woning Rand voorwaardelijk, willen wij: •

Dat de gaswinning zo snel mogelijk wordt afgebouwd en de sluiting van het Groningenveld wettelijk wordt vastgelegd (de wet Wat na nul)

6

•

• • • • •

3.4

Dat verschillen daar waar mogelijk met maatwerk worden opgelost. Er is slagkracht nodig om snel te kunnen handelen om te voorkomen dat mensen in de problemen komen en vastlopen. Daarom pleiten gemeenten voor het instellen van een lokale knelpuntenpot Dat er geen nieuwe verschillen in behandeling, uitkomsten of werkwijze bijkomen Groningen beter wordt achtergelaten (sterke samenhang met het Nationaal Programma Groningen) Werken aan toekomstperspectief Compensatie voor onze inwoners Dat de aansturing van de versterking lokaal plaatsvindt in de lokale stuurgroep (NCG, gemeente en desgevraagd IMG aan tafel met mandaat en financiële middelen om knelpunten op te lossen

Groningers boven Gas

Op 24 februari verscheen het langverwachte eindrapport “Groningers boven Gas” van de Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen. Het rapport spreekt van een ereschuld van Nederland aan Groningen. Dat maakt dat in de regionale reactie op het rapport niet alleen wordt gesproken over verbetering van de huidige werkwijze rondom schade en versterking die beide zijn gebaseerd op aansprakelijkheid en technische veiligheid. Er wordt nadrukkelijk ook gezocht naar invulling van die ereschuld, waarbij we de aansprakelijkheid en technische veiligheid zien als absolute ondergrens. In mei 2023 wordt het debat in de Tweede Kamer over het rapport verwacht. Daar zullen dan ook alle reacties van de verschillende partijen (regionale overheden, IMG, NCG, maatschappelijke organisaties, etc) bij worden betrokken. We verwachten dat dit zal leiden tot aanpassingen in werkwijze en structuur die we nu nog niet goed kunnen voorspellen. Mocht dit leiden tot grootschalige aanpassingen, dan kan het zijn dat dit programmaplan moet worden herzien. Maar waarschijnlijk zullen we de uitkomsten binnen de jaarplannen die voortkomen uit dit programmaplan kunnen verwerken.

7

4. Programma in onderdelen Het Programma richt zich onder andere op de volgende hoofdonderdelen:

Figuur 1. Schematische weergave van het programma in onderdelen

4.1

Schade

De schade die wordt veroorzaakt door aardbevingen en bodemdaling als gevolg van mijnbouw heeft grote impact op onze inwoners. Het merendeel van onze inwoners heeft in meer of mindere mate te maken met schade. Daarnaast kunnen herstelde schades terugkomen, en ontstaan er nieuwe schades. Dit zorgt voor een terugkerende en voortdurende overlast voor onze inwoners. Het grootste deel hiervan wordt veroorzaakt door de gaswinning uit het Groningenveld. De afhandeling hiervan ligt bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). De commissie Bodemdaling houdt zich bezig met de schade als gevolg van bodemdaling door gaswinning van publieke partijen en de Commissie Mijnbouwschade houdt zich bezig met alle schade als gevolg van mijnbouw die niet door IMG wordt gedekt (dus de andere gasvelden en mijnbouwactiviteiten) De gemeente heeft in de afhandeling van individuele schademeldingen geen formele rol. Maar als bondgenoot van de inwoner willen we weten waar zij tegenaan lopen en we willen daar ook invloed op uit kunnen oefenen. Ook ondersteunen we inwoners op individueel niveau (zie 4.3). Binnen het schadedossier spelen verschillende thema’s: - Er zijn verschillende regelingen voor schade (materieel en immaterieel) en waardevermindering. We monitoren wat hier gebeurt.

- Er lopen verschillende onderzoeken (bijvoorbeeld over schade als gevolg van diepe bodemdaling) die invloed kunnen hebben op de schadeafhandeling in de toekomst. We houden de voortgang en uitkomsten van de diverse onderzoeken bij en we reageren daar waar mogelijk. - Samenhang tussen schade(herstel) en versterken (veilig maken van het gebouw) - Schade aan funderingen

8

Een specifieke rol heeft de gemeente bij Acuut Onveilige Situaties. Waar de gemeente in de meer ernstige situaties een rol kan hebben bij het nemen van maatregelen, zoals bijvoorbeeld bij een evacuatie, maar ook bij het afgeven van vergunning voor maatregelen. Rollen • Signaleringsfunctie (proactief) voor knelpunten en het oplossingsgericht verbinden van de betrokken stakeholders zowel op gebiedsniveau als op individueel (casuïstiek) niveau • Aanspreekpunt (reactief) voor inwoners en organisaties voor alle aangelegenheden die een link hebben met de gevolgen van de gaswinning • Regisseur in het belang van inwoners en organisaties in aangelegenheden die een link hebben met de gevolgen van de gaswinning Taken • Afstemming met stakeholders, zoals o.a. NCG en IMG, over de aanpak versterking en schadeafhandeling •

Onderlinge afstemming regionale overheden over gemeente-overstijgende zaken binnen het dossier. Dat betekent ook positie bepalen met betrekking tot te voeren beleid

4.2

Versterken

Inwoners van het aardbevingsgebied moeten net zo veilig kunnen werken, wonen en leven als inwoners in de rest van Nederland. Om te bepalen of dit zo is, wordt gewerkt met een wettelijk vastgestelde veiligheidsnorm; de zogenoemde Meijdam norm. Deze stelt dat de jaarlijkse individuele kans om te overlijden als gevolg van een aardbeving (door het instorten van een huis), niet groter mag zijn dan 1 op de 100.000. De NCG beoordeelt aan de hand van de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor Aardbevingsbestendig Bouwen (NPR 9998) van elk gebouw in het versterkingsprogramma of deze voldoet aan deze norm. Dergelijke individuele berekeningen kosten veel tijd. Om dit te versnellen is de typologieaanpak ontwikkeld waarbij vergelijkbare gebouwen op vergelijkbare wijze worden beoordeeld. Deze aanpak is echter niet geschikt voor het beoordelen van alle gebouwen. Op dit zitten ruim 3.200 adressen in onze gemeente in het versterkingsprogramma. Dat betekent dat deze adressen beoordeeld zijn of nog moeten worden. Dit gaat zowel om geclusterde adressen (soms hele dorpen)en losse adressen. De impact op de gebouwen en eigenaren/bewoners varieert van zware versterking en sloop-nieuwbouw tot adressen die direct op norm zijn en niet versterkt hoeven te worden. De gemeente heeft binnen het versterkingsprogramma wettelijke en formele rollen.

Die rollen vullen we in vanuit het perspectief van onze inwoners (bondgenootschap). De wettelijke rol van de gemeente in het versterkingsproces is geregeld in het Besluit Versterken Gebouwen Groningen en de nog vast te stellen Tijdelijke wet Groningen, onderdeel Versterken. Hierin is bepaald dat de gemeenteraad een lokaal Plan van Aanpak Versterking opstelt. In dit plan van aanpak wordt binnen de gestelde beleidskaders de gemeentelijke prioritering weergegeven voor een opname en beoordelingsprogramma en vanaf 2021 ook een meerjarenuitvoeringsprogramma (zie bijlage 1). In de dorpen waar de (geclusterde) versterking speelt, zorgt de gemeente voor een aantal randvoorwaarden. Dat gaat om ruimtelijke procedures, maar ook om het zorgen dat de dorpen

9

leefbaar blijven tijdens de uitvoering (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie, oftewel BLVC) en dat er aandacht is voor de sociaal-maatschappelijke kant. Ook bij tijdelijke huisvesting heeft de gemeente een faciliterende rol (zie bijlage 2). Tegelijkertijd is de gemeente verantwoordelijk voor de (her)inrichting van het openbaar gebied na afloop van de versterking en het voorbereiden van de (ondergrondse) infrastructuur daarop. Deze zogenaamde Inpassingskosten krijgt de gemeente door het Rijk vergoed. Het Rijk heeft afspraken met de regio gemaakt over het beschikbare budget voor inpassingskosten. De regio verdeelt deze onderling. Hoe we deze middelen inzetten willen we vastleggen in een Nota Inpassingskosten (zie bijlage 3). Een bijzondere groep adressen in de versterking is batch 1588. Dat gaat in onze gemeente om 89 adressen in het dorp Overschild. In 2018 zijn afzonderlijke afspraken gemaakt tussen de betrokken gemeenten en het Rijk over deze groep adressen. Daarbij is afgesproken dat de financiering van de versterkingsprojecten (grotendeels sloop-nieuwbouw) via de gemeenten loopt in de vorm van subsidies ter grootte van het bouwbudget. Dat betekent dat de gemeente hier een belangrijke organisatorische rol heeft. Het Scholenprogramma zorgt voor aardbevings- en toekomstbestendige scholen, voor basis- en voortgezet onderwijs.

Dit is soms door nieuwbouw en soms door het versterken en energiezuinig maken van de gebouwen. Het programma opereert zelfstandig binnen het programma Gevolgen Gas- en Zoutwinning. Het Scholenprogramma gaat over meer dan alleen huisvesting. Het gaat er vooral om dat we voor een omgeving zorgen waarin onze 4.500 leerlingen optimaal kunnen presteren. Zo werken we samen met schoolbesturen en kinderopvangcentra aan een mooie toekomst voor alle kinderen in Midden-Groningen. Het regionale Zorgprogramma zorgt binnen programma Gevolgen Gas- en zoutwinning voor aardbevings- en toekomstbestendige zorgpanden. In 2019 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de vervolgaanpak van het Zorgprogramma. Regionaal zijn 72 zorgpanden onderdeel van het zorgprogramma. Voor onze gemeente betreft dit vooral versterking. Dit vindt plaats door de uitvoeringsorganisatie NCG. Sinds 2018 is het versterkingsprogramma steeds meer ingestoken op technische veiligheid en juridische aansprakelijkheid. In het rapport “Groningers boven gas” van de Parlementaire Enquetecommissie Aardgaswinning Groningen wordt gesproken over de “Ereschuld” van Nederland richting Groningen. Onderdeel van de ereschuld is het verder kijken dan alleen technische veiligheid en aansprakelijkheid, maar dit te beschouwen als absolute ondergrens.

Rollen • Wettelijke rol: Bepalen prioritering versterkingsprogramma (opname, beoordeling en uitvoering); • Faciliterende en randvoorwaarden scheppende rol bij de versterking. Dit betreft onder meer het opstellen en aanpassen van (ruimtelijke) kaders, (tijdelijke) aanpassingen infrastructuur (zowel ondergronds als bovengronds) en vergunningverlening; • Ondersteunen van interne stakeholders bij ontwikkeling visie op gebiedsontwikkeling (ruimtelijk, volkshuisvesting, duurzaamheid, leefbaarheid, cultureel erfgoed etc.) voor zover het dorpen/ gebieden betreft waar de versterking een doorslaggevende rol speelt;

10

• • •

Signaleringsfunctie (proactief) voor knelpunten en het oplossingsgericht verbinden van de betrokken stakeholders zowel op gebiedsniveau als op individueel (casuïstiek) niveau; Aanspreekpunt (reactief) voor inwoners en organisaties voor alle aangelegenheden die een link hebben met de gevolgen van de gaswinning; Regisseur in het belang van inwoners en organisaties in aangelegenheden die een link hebben met de gevolgen van de gaswinning.

Taken • I.o.m. NCG bepalen prioritering versterkingsaanpak; • Zorgen voor de juiste randvoorwaarden en kaders, zodat de versterking (vlot) kan plaatsvinden; • Afstemming met stakeholders, zoals o.a. NCG en IMG, over de aanpak versterking en schadeafhandeling; • Onderlinge afstemming regionale overheden over gemeente-overstijgende zaken binnen het dossier. Dat betekent ook positie bepalen met betrekking tot te voeren beleid; • Actualiseren van het lokaal Plan van Aanpak Versterking, waarin de prioritering als opdracht geldt voor de uitvoeringsorganisatie NCG; • Het voeren van regie over de prioritering van het opname en beoordelingsprogramma en het daaruit voortvloeiende onderzoeksprogramma; • Het voeren van regie over de prioritering in het (meerjaren)uitvoeringsprogramma en de daaruit voortvloeiende projecten; • Uitvoering geven aan het convenant Batch 1588 en het daaruit voorvloeiende opdrachtgeverschap inzake de subsidieverordening(en) en projecten; • Uitvoering geven aan het zorgconvenant en de daaruit voortvloeiende planvorming; • Uitvoering geven aan het scholenprogramma. Dit gaat zowel om de in- als externe bestuurlijke afstemming als de operationele uitvoering.

Op dit moment wordt nog gewerkt aam vier uitvoeringsprojecten, waarbij recent KC Muntendam is toegevoegd naar aanleiding van de bestuurlijke wens om de aansturing van dit project te laten aansluiten bij de rest van het scholenprogramma; • Aanbieden van locaties ten behoeve van tijdelijke huisvesting ten dienste van de versterkingsopgave (THV); • Het organiseren van BLVC-plannen ten dienste van de versterkingsopgave; • Het in elkaar vlechten van de versterkingsopgave met de autonome opgave van de gemeente, zodat er vanuit ruimtelijke samenhang logische dingen gebeuren.

4.3

Sociaal en Gezondheid

Zowel uit het rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie als uit de vele rapporten van Gronings Perspectief en de GGD blijkt dat de impact van de gevolgen van de gaswinning (en zoutwinning) veel groter is dan alleen fysieke schade aan gebouwen en een veiligheidsprobleem. Veel bewoners in onze gemeente hebben fysieke en mentale klachten vanwege de manier waarop ze zich jarenlang behandeld voelden. Waar een inwoner in een niet­ aardbevingsgemeente veerkracht kan tonen wanneer er bepaalde, negatieve gebeurtenissen in het leven plaatsvinden, zien we dat deze herstellende veerkracht steeds minder aanwezig is bij inwoners in het aardbevingsgebied door de jarenlange problemen door gaswinning en de gevolgen daarvan. Om hier op een goede manier mee om te kunnen gaan is in 2018 de regionale Tafel Sociaal en Gezondheid opgericht. Hiermee wordt vol ingezet op het ondersteunen van inwoners en

11

professionals om negatieve gezondheidsgevolgen als gevolg van aardbevingen te verminderen of te voorkomen. De gemeente is als meest nabije overheid verantwoordelijk voor de lokale aanpak van gezondheidsgevolgen. Dit doen wij door de inwoners centraal te stellen, door ze te horen, in hun kracht te zetten, keuzevrijheid te geven en perspectief te bieden. Ons uitgangspunt is zo veel mogelijk aan te sluiten op bestaande structuren en inwoners zélf actief in de aanpak te betrekken. Het grootste deel van de versterkingsopgave moet de komende jaren worden gerealiseerd. Het zwaartepunt op sociaal emotionele aspecten in zowel individuele levenssfeer als op de maatschappelijke onderdelen moet dus ook nog komen. Het eindrapport van 'Gronings Perspectief' van 9 februari jongstleden schetst al de littekens tot nu toe, terwijl wij kunnen zeggen dat de grootste operatie nog moet starten (zie ook bijlage 4). Daarom is het belangrijk dat inwoners voelen dat de gemeente er is voor ondersteuning en advies als ze vast komen te zitten of dreigen in een dergelijke situatie te komen. We willen voorkomen dat inwoners uitvallen en het vertrouwen in de overheid nog verder verliezen. Dit willen we doen door als bondgenoot ‘naast hen te staan’ en regie over eigen leven te geven. We richten ons specifiek op inzet binnen het aardbevingsdossier.

Zo dicht mogelijk bij de mens! We richten ons op drie stromen die we hierna nader toelichten. Individuele ondersteuning Laagdrempelig een luisterend oor bieden aan inwoners, meestal in het kader van de versterking. Betrokkenheid bij het welbevinden van inwoners, al is het nadrukkelijk géén hulpverlening. Vraagverheldering; de inwoner een zetje in de juiste richting geven of hem/haar doorverwijzen naar de juiste ondersteuning. (Groeiende) aandacht voor frustratie en teleurstelling bij inwoners naar aanleiding van een opgeleverd versterkingsadvies of juist het uitblijven daarvan. Aanwezig en zichtbaar zijn in dorp en wijken en regelmatig contact hebben en zoeken met inwoners. Ondersteuning aan groepen Ook een dorp, wijk of straat kan, in overleg, een beroep doen op ondersteuning. In verschillende straten en buurten verenigen woningeigenaren zich om samen de regie op het versterkingsproces te houden, waarbij op een gegeven moment de behoefte ontstaat voor professionele ondersteuning. Deze wordt geboden door de gebiedsregisseurs. Sociale cohesie Pionierend zoeken we hoe leefbaarheid en sociale cohesie kan worden behouden, opnieuw worden opgebouwd en uiteindelijk worden versterkt. Onze inwoners hebben dagelijks een hele kluif aan hun eigen 'dossier'.

Daarnaast zien we dat het enorme woud aan regelingen, het tempo van de versterking en het feit dat opgeleverde versterkingsadviezen inhoudelijk zo van elkaar kunnen verschillen, schade veroorzaakt aan het individu en de cohesie in onze gemeente. Door het beschadigen van de cohesie zien we noaberschap en de bereidheid om vrijwilligerswerk te doen, sterk afnemen en soms zelfs helemaal verdwijnen. Dit heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid en gezondheid. Door de lange duur van de afhandeling gevolgen gaswinning, is de voorspelling dat er meer vraag naar praktische- en mentale ondersteuning bij de gemeente terecht komt. Dat geeft extra uitdaging aan het programmateam om te voorzien in: • Meer aandacht en ondersteuning voor de sociaal-emotionele gevolgen van de gaswinning. • Meer informatieverstrekking over beschikbare zorg en ondersteuning.

12

• • • •

Meer aandacht aan behoeften van kwetsbare groepen. Meer samenwerking tussen verschillende instanties. Meer inzetten op preventie van gezondheidsproblemen. Inwoners meer inspraak geven in de zorg en ondersteuning die zij ontvangen.

Daartoe hebben we vanuit het Sociaal Team extra inzet op sociaal-emotionele ondersteuning en sinds 2022 aardbevingsconsulenten. Ook richten we ons in de dorpen waar de versterking grote impact heeft op de sociale samenhang. Dat doen we met de inzet van opbouwwerk. De verwachting is dat dit de komende jaren nodig blijft. Rollen • Signaleringsfunctie (proactief) voor knelpunten en het oplossingsgericht verbinden van de betrokken stakeholders zowel op gebiedsniveau als op individueel (casuïstiek) niveau; • Aanspreekpunt (reactief) voor inwoners en organisaties voor alle aangelegenheden die een link hebben met de gevolgen van de gaswinning; • Regisseur in het belang van inwoners en organisaties in aangelegenheden die een link hebben met de gevolgen van de gaswinning. • Initiator voor verdere uitwerking toekomstig beleid op sociaal en gezondheidsgevolgen gaswinning Taken • Zorgen voor voldoende capaciteit op het vlak van sociaal maatschappelijke ondersteuning op zowel individueel als collectief vlak; • Onderlinge afstemming regionale overheden over gemeente-overstijgende zaken binnen het dossier. Dat betekent ook positie bepalen met betrekking tot te voeren beleid. • De aanpak op gezondheid en Individuele ondersteuning door ontwikkelen, aansluitend op de behoeften van de inwoners.

4.4

Ondergrond

De gevolgen die bovengronds ondervonden worden beginnen letterlijk onder de grond. Daar vinden de gas- en zoutwinning plaats en daar ontstaan aardbevingen en bodemdaling. De winning van gas en zout is geregeld in de Mijnbouwwet en daarin heeft de gemeente een formele rol. De gemeente is er om zienswijzen in te dienen op vaststellingsbesluiten en kan ook in beroep gaan tegen genomen besluiten. Specifiek voor het Groningenveld is vastgelegd dat de gemeenten een adviserende rol hebben richting de staatssecretaris Mijnbouw. In de praktijk betekent dat dat er een jaarlijkse cyclus is van advies, zienswijze en eventueel beroep. Omdat dit sterk inhoudelijk is en de regio als geheel aangaat, werken de regionale partijen hier samen. De inzet van de gemeente is afgelopen jaren gericht geweest op het zo snel mogelijk afbouwen van de gaswinning en het wettelijk vastleggen van de sluiting van het Groningenveld. Inmiddels is de gaswinning zo ver afgebouwd dat het veld op de waakvlam staat. Wij blijven ons inzetten op een zo spoedig mogelijk daadwerkelijke sluiting en de wettelijke vastlegging daarvan (de wet Wat na nul). Rollen • adviesrol (wettelijke rol) binnen jaarlijkse procedure vaststellingsbesluit Groningenveld; • Het voorbereiden van de verschillende reactiemomenten in de jaarlijkse procedure die leidt tot de vaststelling van de gaswinning uit het Groningenveld;

13

•

4.5

Het monitoren van de ontwikkeling rondom de gaswinning.

Toekomstperspectief

Het Nationaal Programma Groningen (NPG) is in 2018 opgezet als eerste vorm van compensatie van de regio. Er is naast een regionaal programma ook een lokaal programma. Organisatorisch staat dit los van het programma Gevolgen Gas- en zoutwinning, maar er is wel samenhang. In de bestuurlijke afspraken van 2020 wordt gesproken over de toekomstagenda Groningen. Hierin zijn grote thema’s zoals woningbouw, energietransitie en regionale economie opgenomen en de bedoeling is dat de regionale overheden en het Rijk op deze thema’s samenwerken. Net als het NPG is de toekomstagenda organisatorisch elders belegd, maar is er op inhoud wel samenhang met het programma gevolgen gas- en zoutwinning.

14

5. Samenhang met de omgeving Een dossier als Gevolgen Gas- en Zoutwinning staat niet op zichzelf. Er is een omgeving die bestaat uit veel verschillende partijen en organisaties. Die omgeving heeft invloed op het programma en andersom heeft het programma invloed op de omgeving. Om hier meer inzicht in te krijgen is een krachtenveld analyse uitgevoerd. Hierin worden de verschillende partijen verdeeld in beïnvloeders, beslissers, uitvoerders en gebruikers. Ook wordt er onderscheid gemaakt in de rollen die de partijen (kunnen) hebben.

Figuur2. Krachtenveld analyse In bijlage 5 worden de partijen nader toegelicht.

15

6. Plek in de gemeentelijke organisatie Vanwege de breedte van de onderwerpen is er bij de start van de organisatie van MiddenGroningen besloten om de Gevolgen van de Gaswinning (en later ook zoutwinning) programmatisch aan te pakken. Daarmee was de geboorte van het programma een feit. Maar een duidelijke inbedding in de gemeentelijke organisatie heeft nooit plaatsgevonden. In het organogram van de ambtelijke organisatie van de gemeente Midden-Groningen staat het programmateam dan ook niet.

Figuur 3. Organogram ambtelijke organisatie De ambtelijk opdrachtgever van het programma is de gemeentesecretaris. Daarmee is de meest voor de hand liggende plek in het organogram van de ambtelijke organisatie dan ook een plek die gelijk is aan die van Communicatie en Veiligheid en vergunning. In bovenstaande figuur is de voorgestelde plek omkaderd met een stippellijn. Naast het programma wordt gewerkt aan het bieden van perspectief. Hiertoe is in 2019 het Nationaal Programma Groningen (NPG) van start gegaan. Het NPG vraagt van gemeenten een samen met inwoners uitgewerkt programmaplan om zinvolle bestedingen van het beschikbare budget naast de versterking mogelijk te maken. In Midden-Groningen is hier een apart programma voor opgezet, maar er is wel een sterke samenhang met het programma Gevolgen Gas- en zoutwinning. Separaat hiervan zijn in de Bestuurlijke Afspraken van november 2020 afspraken over de Toekomstagenda Groningen gemaakt. Dit gaat om het intensief samenwerken op de gebieden woningbouw, energietransitie en regionale economie. Ook dit proces valt buiten het programma Gevolgen Gas- en zoutwinning.

16

7. Overlegstructuur De versterkingsoperatie is complex en omvangrijk. Daarom bestaat de wens om de organisatie meer te 'professionaliseren'. We streven naar een meer duidelijke verankering van werkprocessen. Dit zal overigens niet altijd mogelijk zijn. Doordat vrijwel elke situatie uniek is, zullen we veel maatwerk moeten leveren.

7.1

Overlegstructuur lokaal

Vanwege het grote aantal betrokken organisaties en de voortdurende veranderingen in het dossier is er een ingewikkelde structuur van overleggen ontstaan. Dit geldt zowel voor de lokale situatie als voor regionaal. Hieronder doen we een poging om structuur te brengen hierin.

Figuur 4. Overlegstructuur lokaal Er zijn veel structurele overleggen die op lokaal niveau plaatsvinden. Het doel van deze overleggen is velerlei. Soms informerend, soms afstemmend en soms besluitvormend. Hieronder wordt een aantal van deze overleggen nader toegelicht.

7.1.1 Bewoners De gemeente is er ten dienste van onze inwoners. Daarom is het langrijk om te weten wat er speelt in de dorpen (collectief) en op individueel niveau. We hebben veel contact met inwoners. Dat gebeurt in speciale overleggen (zoals het OVO in Overschild), of in overleggen die vanuit gebiedsregie worden georganiseerd. Ook is er individueel contact met bewoners.

7.1.2 Dorpsteams In de dorpsteams wordt de voortgang van de versterking in de verschillende dorpen besproken. Afhankelijk van de opgave per dorp zitten naast gemeente en NCG ook andere partijen in het dorpsteam (bijvoorbeeld corporatie). De dorpsteams worden voorgezeten door de betreffende

17

gemeentelijk procesleider. In principe is per dorp een dorpsteam ingesteld, maar voor sommige dorpen wordt dit gecombineerd. Met de regionale voorstellen voor een meer dorpsgerichte aanpak analoog aan de dorpenaanpak van Eemsdelta zullen de dorpsteams een grotere rol krijgen en moeten ook andere (sociaalmaatschappelijke) aspecten toegevoegd worden.

7.1.3 Projectteams Voor specifieke projecten binnen de versterkingsopgave zijn specifieke overleggen in het leven geroepen. Zo is er een overleg tussen gemeente, NCG en corporatie voor de beide versterkingsprojecten in Slochteren Schildwolde die voortkomen uit batch 1581. Dit overleg staat onder leiding van de projectleider uitvoering. Ook batch 1588 in Overschild kent een aantal eigen overleggen. Hier is de projectleider 1588 in de lead.

7.1.4 Casuïstiek, IMG en AOS Er zijn overleggen die specifiek gericht zijn op het bespreken van individuele casuïstiek. Tussen NCG en gemeente bestaat zo’n overleg en ook is er een overleg met IMG waar casuïstiek op de agenda staat. Deze overleggen worden gevoed door de aardbevingsconsulenten. In het overleg over AOS-sen wordt tussen IMG, NCG en gemeente afgestemd hoe AOS-situaties opgevolgd worden.

7.1.5 Teamoverleg In het wekelijks team overleg komt alle informatie vanuit deze overleggen bij elkaar en wordt gedeeld. In dit overleg worden de zaken besproken die relevant zijn voor de verschillende deelnemers en de zaken die ambtelijk of bestuurlijk moeten worden opgeschaald.

7.1.6 Opdrachtgeversoverleg gemeente – NCG Tweewekelijks bespreken NCG en gemeente op managementniveau de voortgang van de versterking en eventuele zaken die besloten of afgestemd moeten worden. Dit is in feite het ambtelijk opschalingsmoment en het voorportaal voor de Lokale Stuurgroep.

7.1.7 DB Gevolgen Gas- en zoutwinning Het Dagelijks Bestuur Gevolgen Gas- en zoutwinning vervangt in feite het reguliere portefeuillehouders overleg en heeft direct als doel afstemming met het directieteam. In het DB wordt de (bestuurlijke) stand van zaken besproken en regionale bestuurlijke overleggen voorbereid. Ook worden er wethouder besluiten genomen (bijvoorbeeld rondom batch 1588). Besluiten die niet onder het mandaat van de wethouder vallen, worden doorgeleid naar het college en soms de gemeenteraad.

7.1.8 Lokale Stuurgroep De Lokale Stuurgroep is een wettelijk vastgesteld bestuurlijk overleg van gemeente en NCG. De lokale stuurgroep stuurt de versterking op lokaal niveau aan. De afwijkingen van de vastgestelde prioritering van de versterkingsopgave worden er besproken en ook kan hier besluitvorming over de inzet van maatwerk plaatsvinden. Daarnaast moet de Lokale Stuurgroep besluiten kunnen nemen over snelle en praktische oplossingen van lokale problemen. Zowel collectief als individueel. Dit betekent dat deelnemende

18

partijen het mandaat en het budget hebben om problemen op te lossen. Daarmee kan het zijn dat ook IMG aan moet schuiven in de Lokale Stuurgroep.

7.2

Overlegstructuur regionaal

Figuur 5. Overlegstructuur regionaal De structuur van regionale overleggen is in de afgelopen jaren voortdurend gewijzigd. Dat maakt het lastig om een structuur te omschrijven. In hoofdlijnen bestaat de structuur op dit moment uit de volgende overleggen.

7.2.1 Bestuurlijk Overleg Groningen (BOG) Het BOG is het overleg tussen de staatssecretaris van EZK en de regionale bestuurders (gemeenten en provincie).

7.2.2 Voorbereidend Overleg Groningen (VOG) Het VOG is het overleg van de regionale bestuurders (gemeenten en provincie). De directeur NCG kan als adviseur aansluiten. In eerste instantie richtte dit overleg zich vooral op de versterking (de

19

V stond toen nog voor Versterking). Inmiddels is het breder betrokken en is het overleg ook bedoeld om het BOG voor te bereiden.

7.2.3 Ambtelijke Stuurgroep In de ambtelijke stuurgroep worden de VOG-voorstellen voorbereid. De regionale overheden zitten op directieniveau aan tafel.

7.2.4 Programmamanagersoverleg (PMO) Het PMO heeft een afstemming en signaleringsfunctie. Allerlei inhoudelijk zaken worden hier besproken. Ook worden voorstellen voor de ambtelijke stuurgroep en VOG voorbereid en besproken.

7.2.5 Regionale werkgroepen Er is een grote diversiteit aan thematische (werk)groepen. Veel van deze werkgroepen behandelen specifieke thema’s. Aan dat thema zijn dan ook bestuurlijke trekkers verbonden die in het VOG de specifieke onderwerpen behandelen. Naast de hier genoemde (werk) groepen is er ook een structureel overleg van de communicatiemedewerkers van de regionale overheden en EZK. Een vergelijkbaar overleg (zonder EZK) is er ook voor de financieel adviseurs van de regionale overheden.

20

8. Communicatie In de gemeente Midden-Groningen hebben veel inwoners te maken met de gevolgen van de gas- en zoutwinning.

8.1

Eerste aanspreekpunt voor inwoners

Bij de gevolgen van de gas- en zoutwinning zijn veel partijen betrokken. Zie Hoofdstuk 4 voor een beschrijving hiervan. De rol van de gemeente is niet altijd even duidelijk. Dat maakt het soms lastig om de gemeentelijke communicatiestrategie te bepalen. We houden steeds voor ogen dat het gaat om de inwoners van onze gemeente. Wij dragen voor hen een speciale verantwoordelijkheid. De gemeente is voor hen de dichtstbijzijnde overheid waar zij terecht kunnen.

8.2

Communicatie in versterkingsaanpak

In de versterkingsaanpak is vrijwel geen situatie hetzelfde. Inwoners ervaren de versterkingsmaatregelen aan hun woning op verschillende manieren, afhankelijk van hun persoonlijke situatie. Ook de aanpak is vaak verschillend per woning(type). Daarnaast zijn er veel partijen betrokken bij de versterking. Dat vraagt om intensief contact en veel uitleg. Naast de informatie op grote lijnen, is een toelichting per geval vrijwel altijd noodzakelijk. We stemmen onze communicatie daarom altijd af op de doelgroep en zoeken altijd naar mogelijkheden voor persoonlijk contact. Hiervoor is ook intensieve afstemming met NCG en andere betrokken partijen noodzakelijk. In het Lokaal Plan van Aanpak dat jaarlijks wordt opgesteld wordt beschreven hoe we de communicatie zien en welke middelen we daarvoor willen inzetten.

8.3

Individueel contact

Naast de vaak collectieve communicatie die binnen de versterkingsaanpak toegepast wordt, is er ook veel sprake van individueel contact. Eigenaren nemen contact op met de gemeente met (hulp)vragen. We proberen dergelijke vragen zo snel mogelijk te beantwoorden of door te geleiden naar de partijen die dat kunnen.

21

9. Financiën 9.1

Financieringsbronnen

De kosten die de gemeente maakt in het kader van de gevolgen van de gaswinning worden gedekt uit de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. Dit verloopt via zogenaamde Specifieke Uitkeringen (SPUK). Er zijn 5 SPUKS die aan de gemeente worden (zijn) uitgekeerd vanuit de Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen: - A Nationaal Programma Groningen (financieringsbron voor het programma NPG); - B Verbetering van de sociale cohesie (Blok B); - C Aardbevingsgerelateerde inzet (Lumpsum vergoeding van organisatiekosten); - D Noodzakelijke activiteiten in de openbare ruimte (Inpassingskosten); - E Sociaal-emotionele ondersteuning (financieringsbron voor team Sociaal). Daarnaast ontvangt de gemeente de volgende SPUKS op basis van afspraken die gemaakt zijn voor dat de Meerjarige regeling is ingesteld: - Batch 1588; - Middelen schoolgebouwen aardbevingsgebied Groningen (Scholenfonds). Voor de volledigheid wordt nog genoemd dat in voorgaande jaren middelen zijn ontvangen van het Rijk en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) voor het versterken en verduurzamen van de onderwijshuisvesting.

9.1.1 Batch 1588 en Blok B Eigenaren hebben beschikking over de budgetten via gemeentelijke subsidieregelingen (zie bijlage 6). Deze worden gevoed uit de SPUKS die de gemeente hiertoe heeft ontvangen. Verantwoording aan het rijk vindt plaats op basis van de zogenaamde Sisa methode (single information, single audit). Dit betekent dat de verantwoording onderdeel is van de jaarstukken. We monitoren of de beschikbare middelen voldoende zijn en of het betalingsritme aansluit op de realiteit om voorfinanciering door de gemeente te voorkomen.

9.1.2 Lumpsum De werkzaamheden die door de gemeente worden uitgevoerd komen bovenop de wettelijke taken. Daarom worden deze werkzaamheden vergoed door het Rijk. Dit wordt de zogenaamde lumpsum genoemd. Ook dit verloopt via een SPUK en de sisa verantwoording. Deze Rijksbijdrage is gebaseerd op een regionale begroting voor de periode 2020-2024 die na afstemming tussen het Rijk, de provincie en de regio is vastgesteld. In 2022 heeft de afgesproken tussentijdse evaluatie plaatsgevonden. Daarbij is richting het Rijk aangegeven dat de Lumpsum verlengd moet worden tot in elk geval 2028 en moet worden aangepast voor de kostenstijging.

9.1.3 Inpassingskosten Bij de uitvoering van de versterkingsopgave zijn aanpassingen aan de openbare ruimte (infrastructuur) noodzakelijk. De kosten die de gemeente hiervoor maakt worden inpassingskosten

22

genoemd en worden door het Rijk vergoed. Het rijk heeft inmiddels afspraken met de regio gemaakt over het beschikbare budget voor inpassingskosten. De regio verdeelt deze onderling. Ook dit verloopt via SPUK en sisa verantwoording. Om te bepalen welke uitvoeringskosten onder inpassingskosten vallen en hoe dit wordt verdeeld over de verschillende projecten in de dorpen, stellen we een handboek inpassingskosten op. Dit handboek zal de basis worden waarop kredietaanvragen worden gebaseerd. Middels de bestuurlijke afspraken van 6 november 2020 voor het onderdeel ‘Gebiedsfonds Blok D’ zijn tussen het Rijk en de aardbevingsregio middelen vastgelegd voor inpassingskosten, investeringen in de openbare ruimte en de financieringskosten daarvan welke een gevolg zijn van het versterken en vernieuwen van woningen en andere gebouwen vanwege de aardbevingsproblematiek in de regio Groningen. De omvang van het gebiedsfonds blok D is € 300 mln. incl. BTW minus de middelen voor schrijnende gevallen (€ 10 mln.) en het tekort Batch 1588 (21 mln.). De gemeente Midden-Groningen heeft hierop een regionaal afgestemd trekkingsrecht van 13,2%. De middelen worden door het Rijk ter beschikking gesteld via een specifieke uitkering (SPUK). De middelen worden exclusief BTW aan de gemeente uitgekeerd en bij uitkering vindt ook afstorting naar het BTW-compensatiefonds plaats ten laste van het trekkingsrecht.

9.2

Financiën 2023

Het totaalbeeld van de financiële bijdragen in de begroting 2023 is weergegeven in de onderstaande tabel.

primaire bijstelling begroting 2023 Regeling begroting 2023 voorjaarsnota na wijziging Rijksbijdrage Batch 1588 6.000.000 4.000.000 10.000.000 Reeds ontvangen in 2022 Blok B 2.500.000 2.500.000 Reeds ontvangen in 2022 Lumpsum 2.081.000 2.081.000 Restant van 2022 + uitkering 2023 Inpassingskosten 553.000 569.000 1.122.000 Restant van 2022 + uitkering 2023 Totaal Versterking 8.634.000 7.069.000 15.703.000 Naast het budget voor de inpassingskosten in de begroting 2023 worden nog uitgaven aan inpassingskosten verwacht die moeten worden geactiveerd. De voorstellen voor deze investeringskredieten volgen later dit jaar. Voor het deel inpassingskosten in die investeringen wordt in 2023 een uitkering van € 1,8 miljoen gevraagd.

23

Bijlage 1 Lokaal Plan van Aanpak als opdracht voor NCG De gemeenteraad stelt de prioritering in de versterking vast die bepaalt in welke volgorde gebouwen worden opgenomen en beoordeeld. En als er versterkt moet worden de volgorde van uitvoering. De uitvoering hiervan wordt door NCG gedaan. Dit is vastgelegd in het Lokaal Plan van Aanpak Versterken. De uitvoering van deze zaken is belegd bij NCG. De wijze waarop NCG invulling geeft aan deze taken, is eveneens de verantwoordelijkheid van NCG. In veel gevallen wordt de regio gekend en regelmatig om advies gevraagd, maar de kaders hiervoor worden bepaald door het rijk als eigenaar van de uitvoeringsorganisatie NCG. De algemene aanpak van NCG is de objectgerichte risico-gestuurde versterkingsaanpak. Daarnaast kent NCG nog een aantal specifieke aanpakken, vaak met een eigen financieel arrangement zoals de 1467, Heft in eigen hand, eigen initiatief en 1581. In dit programmaplan gaan we hier niet nader op in, maar verwijzen we naar de website van NCG voor nadere informatie.

24

Bijlage 2. Tijdelijke huisvesting Tijdens de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan woningen kunnen de bewoners vaak niet in hun woning blijven wonen. Eigenaren krijgen van NCG de mogelijkheid om zelf tijdelijke huisvesting te organiseren tegen een vergoeding of NCG biedt het tijdelijk gebruik van zogenaamde wisselwoningen aan. In de afgelopen periode heeft NCG op een aantal locaties in onze gemeente wisselwoningen gerealiseerd. Ook zijn er wisselwoningen gerealiseerd voor de projecten die onder de vlag van de Bouwimpuls worden uitgevoerd. Op dit moment zijn er locaties (in ontwikkeling) met wisselwoningen in: - Overschild - Schildwolde (BI) - Slochteren - Siddeburen (zowel BI als NCG) - Steendam Op dit moment is de verwachting dat er geen aanvullende locaties voor wisselwoningen nodig zijn. Mocht dat wel het geval zijn, dan is de rol van de gemeente om locaties in beeld te brengen, samen met NCG de gesprekken met de grondeigenaar en omwonenden te starten en de benodigde procedures te voeren.

25

Bijlage 3. Nota inpassingskosten Bij de uitvoering van de versterkingsopgave zijn aanpassingen aan het openbaar gebied noodzakelijk. Dit gaat soms om tijdelijke maatregelen om de bouwwerkzaamheden mogelijk te maken, maar ook om herstelmaatregelen of noodzakelijke aanpassingen. Ingrijpende versterking van gebouwen dan wel sloop-nieuwbouw heeft als gevolg dat straten moeten worden opgebroken, verlegd dan wel herstraat volgens de eisen van deze tijd. Ook rioleringen en aansluitingen moeten worden vervangen volgens de hedendaagse eisen en kabels en leidingen moeten worden verlegd en vervangen. Groen moet worden aangeplant, de waterhuishouding moet op orde worden gebracht, mitigerende maatregelen moeten worden genomen (verkeer, natuur, milieu en archeologie), etc. En ook moeten hiervoor concrete plannen worden gemaakt voor en met de bewoners en deze moeten in de vereiste besluitvorming en – procedures worden vastgelegd. Veelal zijn de hiervoor te maken kosten ontijdig en is er ook sprake van kapitaalvernietiging. Niet alleen het gebouw gaat op de schop maar ook het gebied. Los van formele aansprakelijkheid, wie veroorzaker is of aan wie de kosten in rekening moeten worden gebracht: de kosten moeten daadwerkelijk gemaakt worden.

De inpassingskosten zijn nader gedefinieerd in het rapport van de Werkgroep Inpassingskosten (april 2020) en bevestigd door het advies van de Toetsingscommissie Inpassingskosten. Werkgroep en Toetsingscommissie definiëren de inpassingskosten als volgt: Onder fysieke inpassingkosten verstaan wij de grondexploitatiekosten van het (openbaar) gebied rondom en onder in Groningen te versterken woningen en alles wat daarmee samenhangt waardoor het gebied vanwege de overheid veilig en betrouwbaar in (her)gebruik genomen kan worden voor de beoogde functies (wonen, bedrijven, kantoren, winkels voorzieningen etc.) op basis van wetgeving, beleid en verordeningen. Deze kosten betreffen de grondexploitatiekosten zoals genoemd in de Wet Ruimtelijke Ordening en het Besluit Ruimtelijke Ordening (WRO/BRO). Momenteel wordt gewerkt aan de “Nota Inpassingskosten”. Deze nota bevat de kaders, de definities en het proces rondom inpassingskosten. Ook wordt in de nota beschreven welke projecten worden voorzien van een bijdrage, hoe de prioritering en besluitvorming hierover plaatsvindt en hoe de verantwoording intern (P&C cyclus) en extern (SISA) wordt vormgegeven.

26

Bijlage 4. Aandacht voor kwetsbare groepen Ondanks dat de huizen van bewoners worden versterkt gaan bewoners door een periode van rouw. Het verlies van het huis met soms al vele generaties aan herinneringen, het verlies van het oude dorp en buurt, maar ook financieel verlies, verlies van ‘verloren’ jaren die zijn opgeslokt door de aardbevingsproblematiek. Dit alles en meer heeft zijn weerslag. De komende jaren moet meer aandacht zijn voor verliesbegeleiding (individueel en collectief) en het versterken van veerkracht. Er is een uitvoeringsbudget voor maatwerk nodig om specifieke individuele problemen op te kunnen lossen die niet via de beschikbare regelingen opgevangen worden. Inwoners van alle leeftijden kunnen bij aardbevingscoaches/inwonersondersteuners terecht voor mentale ondersteuning. De komende jaren wordt ook een focus gelegd op specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld ouderen, jeugd en gezin. De inzet op jeugd en gezin geeft een impuls om de leefbaarheid in tijdelijke wisselwoningbuurten te behouden waar de energie, betrokkenheid en inzet van inwoners hiervoor door alles wat men al moet verwerken logischerwijs ontoereikend is. Ook de staatssecretaris heeft in een kamerbrief in juni 2022 aangegeven dat hij zich zorgen maakt over de sociaal­emotionele gevolgen voor niet alleen volwassenen, maar ook juist kinderen/jongeren.

Als het gaat om jongeren/kinderen dan bereikt het programma sociaal en gezondheid van verschillende kanten (onderwijs (po/vo), sociaal werk en binnen de gemeente) signalen over verminderde weerbaarheid van en bij kinderen. Dit vraagt om forse en langdurige inzet op diverse zaken die deel uit maken van het leven van kinderen en jongeren. Dit geldt ook voor het onderwijs: groepen jongeren/kinderen nemen de problemen van thuis met zich mee naar school, alwaar het ook hun leerprestaties (en dus toekomstperspectief) beïnvloedt. Het onderwijs, jeugdzorg, sport en cultuur zijn daarin de hoofdzaken. Het doel is om te investeren in de verbinding met deze domeinen en het medische, sociale en (publieke) gezondheidsdomein. De mentale belasting voor kinderen is een belangrijk aandachtspunt. De aardbevingsproblematiek is een extra stressfactor in het gezin. Door de procedures rond schadeafhandeling en versterking hebben ouders minder tijd om aandacht en ondersteuning aan hun kinderen te bieden. Terwijl juist in het (post) corona tijdperk en in het licht van de huidige internationale ontwikkelingen hiervoor meer ruimte zou moeten zijn. Veel kinderen beleven dit alles vanuit hun eigen huis dat geen veilig thuis meer is. Voor hen ontbreekt een eigen veilige thuisbasis. Daarom zijn aanvullende middelen nodig voor mentale ondersteuning aan kinderen.

Het is nodig een plan te ontwikkelen om de mentale gevolgen voor kinderen zo veel mogelijk te voorkomen en kinderen de nodige ondersteuning te bieden en te kunnen helpen met reeds bestaande problemen. In de onlangs uitgebrachte film “Barst!?” worden veel exemplarische voorbeelden gegeven van de problematiek die de jongeren ervaren. Ook de Nationale Ombudsman heeft onlangs in het nieuwe rapport “Beloftes maken schuld” (november 2022) aangegeven dat er niet langer voorbij kan worden gegaan aan de gevolgen van gaswinning op kinderen en jongeren. In dat rapport worden de bevindingen van de kinderombudsman herhaald: “In het aardbevingsgebied opgegroeide jongvolwassenen gaven aan dat zij in hun vormende pubertijdsjaren hun ouders grotendeels gemist hebben. Zij zijn in eenzaamheid opgegroeid, omdat hun ouders in beslag genomen werden door de afhandeling van de schade en versterking. Kinderen en jongeren ervaren dezelfde frustratie als hun ouders over de wijze waarop schadeherstel en versterking gebeurt. Stress, onzekerheid en discontinuïteit in het leven van een gezin belasten kinderen en dat heeft invloed op hun

27

ontwikkelingskansen. Hier moet oog voor zijn in de besluiten die genomen worden; ook als die besluiten alleen over volwassenen lijken te gaan”. De komende jaren wordt ook een focus gelegd op specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld ouderen, jeugd en gezin. De inzet op jeugd en gezin geeft een impuls om de leefbaarheid in tijdelijke wisselwoningbuurten te behouden waar de energie, betrokkenheid en inzet van inwoners hiervoor door alles wat men al moet verwerken logischerwijs ontoereikend is. Ook de staatssecretaris heeft in een kamerbrief in juni 2022 aangegeven dat hij zich zorgen maakt over de sociaal­emotionele gevolgen voor niet alleen volwassenen, maar ook juist kinderen/jongeren. Als het gaat om jongeren/kinderen dan bereikt het programma sociaal en gezondheid van verschillende kanten (primair en voortgezet onderwijs, sociaal werk en binnen de gemeente) signalen over verminderde weerbaarheid van en bij kinderen. Dit vraagt om forse en langdurige inzet op diverse zaken die deel uit maken van het leven van kinderen en jongeren. Dit geldt ook voor het onderwijs: groepen jongeren/kinderen nemen de problemen van thuis met zich mee naar school, alwaar het ook hun leerprestaties (en dus toekomstperspectief) beïnvloedt. Het onderwijs, jeugdzorg, sport en cultuur zijn daarin de hoofdzaken.

Het doel is om te investeren in de verbinding met deze domeinen en het medische, sociale en (publieke) gezondheidsdomein. De mentale belasting voor kinderen is een belangrijk aandachtspunt. De aardbevingsproblematiek is een extra stressfactor in het gezin. Door de procedures rond schadeafhandeling en versterking hebben ouders minder tijd om aandacht en ondersteuning aan hun kinderen te bieden. Terwijl juist in het (post) corona tijdperk en in het licht van de huidige internationale ontwikkelingen hiervoor meer ruimte zou moeten zijn. Veel kinderen beleven dit alles vanuit hun eigen huis dat geen veilig thuis meer is. Voor hen ontbreekt een eigen veilige thuisbasis. Daarom zijn aanvullende middelen nodig voor mentale ondersteuning aan kinderen. Het is nodig een plan te ontwikkelen om de mentale gevolgen voor kinderen zo veel mogelijk te voorkomen en kinderen de nodige ondersteuning te bieden en te kunnen helpen met reeds bestaande problemen. In de onlangs uitgebrachte film “Barst!?” worden veel exemplarische voorbeelden gegeven van de problematiek die de jongeren ervaren. Ook de Nationale Ombudsman heeft onlangs in het nieuwe rapport “Beloftes maken schuld” (november 2022) aangegeven dat er niet langer voorbij kan worden gegaan aan de gevolgen van gaswinning op kinderen en jongeren.

In dat rapport worden de bevindingen van de kinderombudsman herhaald: “In het aardbevingsgebied opgegroeide jongvolwassenen gaven aan dat zij in hun vormende pubertijdsjaren hun ouders grotendeels gemist hebben. Zij zijn in eenzaamheid opgegroeid, omdat hun ouders in beslag genomen werden door de afhandeling van de schade en versterking. Kinderen en jongeren ervaren dezelfde frustratie als hun ouders over de wijze waarop schadeherstel en versterking gebeurt. Stress, onzekerheid en discontinuïteit in het leven van een gezin belasten kinderen en dat heeft invloed op hun ontwikkelingskansen. Hier moet oog voor zijn in de besluiten die genomen worden; ook als die besluiten alleen over volwassenen lijken te gaan”.

28

Bijlage 5. Betrokken partijen Zie hieronder een beknopte toelichting van de belangrijkste betrokken partijen in het dossier Gevolgen Gaswinning: Rijk: de gaswinning in Groningen valt onder het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De staatssecretaris stelt jaarlijks de hoogte van de gaswinning vast en is daarmee ook verantwoordelijk voor de veiligheid. In het Besluit Versterken Gebouwen Groningen is de rol van het Rijk verder gedefinieerd. Het rijk is opdrachtgever voor de NCG en stelt het kader vast waarbinnen de NCG werk. Provincie: de provincie heeft een belangrijke trekkende rol in de overleggen tussen het Rijk, regionale overheden en maatschappelijke organisaties. Daarnaast is de provincie wettelijk adviseur van de staatssecretaris rondom de gaswinning. Ook is de provincie penvoerder van een aantal sectorale programma’s Gemeenten: de gemeente is wettelijk adviseur van de staatssecretaris rondom de gaswinning. Daarnaast heeft de gemeente op grond van het Besluit versterken gebouwen Groningen de rol de planning van de versterkingsoperatie te prioriteren. Naast deze wettelijke rollen is de gemeente een belangrijke partij in de uitvoering van de versterking. Met o.a. aanpassingen aan de infrastructuur en het voeren van ruimtelijke procedures (ook voor tijdelijke huisvesting) is de gemeente een belangrijke facilitator.

Daarnaast is de gemeente in de gesprekken met het rijk een belangrijke vertegenwoordiger van haar inwoners. Op individuele basis ondersteunt de gemeente ook haar inwoners met de inzet van aardbevingsconsulenten. IMG: het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) is een onafhankelijke organisatie (zelfstandig bestuursorgaan) voor het afhandelen van alle schade die veroorzaakt is door bodembeweging als gevolg van gaswinning in het Groningenveld en de gasopslag in Norg. NCG: de Nationaal Coördinator Groningen is een uitvoeringsorganisatie van het Rijk. NCG heeft als opdracht het versterkingsprogamma uit te voeren. NAM: de NAM is de exploitant van het Groningenveld. De NAM is wettelijk aansprakelijk voor de kosten die voortkomen uit (ontstane) schade en voor de kosten in verband met veiligheid (versterking). Hiervoor hebben NAM en het Rijk een overeenkomst gesloten. Daarmee is de afhandeling van de schade en versterking een publieke aangelegenheid. SodM: toezichthouder op het gebied van mijnbouw. SodM is de onafhankelijke toezichthouder op de delfstoffen- en energiewinning in Nederland. SodM ziet toe op de veiligheid en milieubescherming bij mijnbouwactiviteiten. ACVG: adviescollege Veiligheid Groningen: College dat de staatssecretaris Mijnbouw (EZK) gevraagd en ongevraagd advies geeft over kaders en normen voor de veiligheid van gebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12874917/1