101 2 Voortgangsrapportage RES 2 0 Groningen
Tekst van het document
Groningen
Voortgangsrapportage
RES 2.0 Groningen 20 april 2023
www.resgroningen.nl
RES 2.0 Groningen
RES 2.0 Groningen
Inhoud
Biedingen RES 1.0 per regio
Samenvatting
3
Inleiding
4
1. Duurzame opwek van elektriciteit
5
1.1 Landelijke rekenregels
6
1.2 Status van ons bod: op koers
6
1.3 Grootschalig Zon op Dak
7
1.4 Netwerkanalyse Enexis
7
1.5 Haalbaarheid RES-bod
8
2. Regionale Structuur Warmte
9
2.1 Transitievisies Warmte
10
2.2 Systeemkeuze
11
2.3 Analyse
11
2.4 Bovengemeentelijke warmtebronnen (vraag 1)
11
2.5 Regionale infrastructuur (vraag 2)
12
2.6 Kansen voor samenwerking (vraag 3)
12
2.7 Vraagstukken en knelpunten (vraag 4)
13
3. Overige thema’s
Friesland 3,0 TWh
14
3.2 Financiële participatie
14
3.3 Communicatie
15
3.4 Ecologie op zonne- en windparken
16
3.5 Monitoring RES Groningen
16
Slotwoord
Drenthe 3,45 TWh
Noord-Holland Noord 3,6 TWh
West-Overijssel 1,8 TWh
Flevoland 5,81 TWh Noord-Holland Zuid 2,7 TWh Holland Rijnland 1,05 TWh
Goeree-Overflakkee 0,85 TWh
14
3.1 Procesparticipatie
Groningen 5,7 TWh
Rotterdam Den Haag 2,8 TWh
Midden-Holland 0,43 TWh
Noord-Veluwe 0,53 TWh Amersfoort 0,5 TWh
Utrecht 1,8 TWh
Food Valley 0,75 TWh
Twente 1,5 TWh
Cleantech-regio 1,07 TWh
Alblasserwaard Arnhem-Nijmegen 0,32 TWh Rivierenland 1,62 TWh 1,2 TWh Hoeksche Waard Drechtsteden 0,48 TWh 0,37 TWh Noord-Oost Brabant 1,6 TWh
Achterhoek 1,35 TWh
West-Brabant Hart van Brabant 2,0 TWh 1,0 TWh Zeeland 3,05 TWh
Eindhoven 2,0 TWh Noord- en Midden- Limburg 1,2 TWh
17 Zuid-Limburg 1,3 TWh
Samenvatting
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
2
RES 2.0 Groningen
Samenvatting In de RES 1.0 beschreven wij hoe we samen met de Groningse overheden en partners werken aan de energie transitie in onze regio. We deden daarbij het bod om vanaf 2030 jaarlijks ten minste 5,7 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op land op te wekken. Daarnaast maakten wij een begin met het opstellen van een Regionale Structuur Warmte (RSW). Deze RSW ondersteunt de overstap naar duurzaam, aardgasvrij verwarmen van woningen en gebouwen in de regio Groningen. Deze voortgangsrapportage RES 2.0 beschrijft de voortgang die we als RES regio Groningen de afgelopen twee jaar hebben geboekt op de diverse thema’s. We hebben in deze periode geen nieuwe ambities of beleid ontwikkeld.
Op het gebied van participatie maken wij onderscheid tussen procesparticipatie en financiële participatie. Voor procesparticipatie is eind 2022 een Participatiekader in concept opgesteld. Voor financiële participatie zijn begin 2023 twee handreikingen in concept opgesteld. Deze handreikingen zijn voor het inrichten van een gebiedsfonds en het inzetten van een maatschappelijke tender. Los van participatie is daarnaast uitvoerig ingezet op communicatie over de RES Groningen. Voortvloeiend uit de afspraken in RES 1.0 zijn in 2022 twee nieuwe projecten gestart: Ecologie op zonne- en windparken en Monitoring. Met het eerste project ontwikkelen we een aanpak voor het toevoegen van waarde aan de natuur op energieparken. Het doel van het tweede is om onze vorderingen inzichtelijk te monitoren zodat we, waar nodig, op tijd kunnen bijsturen.
We liggen goed op koers om in 2030 ons bod voor de opwek van elektriciteit met zon en wind op land te realiseren. Essentieel punt hierbij is dat de transportcapaciteit van het elektriciteitsnet wel moet worden uitgebreid. De overgang naar duurzame warmtevoorziening verkeert nog in de beginfase. De meeste Groningse gemeenten hebben een Transitievisie Warmte (TvW) opgesteld; de rest doet dat in de loop van 2023. Uit deze TvW’s blijkt onder andere dat veel gemeenten kiezen voor energiebesparing in combinatie met aardgasvrij of ‘aardgasvrij-ready’ maken. Ondertussen vinden door heel de provincie pilots, proeftuinen en/of experimenten plaats voor aardgasvrij verwarmen.
Samenvatting
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
3
RES 2.0 Groningen
Inleiding De RES Groningen is een samenwerkingsplatform voor de energietransitie in onze regio. Op basis van het Klimaatakkoord werken, sinds juni 2019, tien gemeenten, de provincie, de twee waterschappen en maatschappelijke organisaties aan de RES-opgaven voor de regio Groningen. De belangrijkste opgaven zijn: • het inzichtelijk maken van de hoeveelheid duurzame opwek van elektriciteit op land (met zon en wind); • het opstellen van een Regionale Structuur Warmte (RSW). In 2021 stelden we de RES 1.0 vast. Hiermee deden we het bod om voor wat betreft de duurzame opwek van elektri citeit op land vanaf 2030 jaarlijks ten minste 5,7 TWh te produceren. Daarnaast beschreven wij hierin de eerste stappen die we hebben gezet om te komen tot de RSW. Elke twee jaar bekijken we of we op koers liggen voor 2030.
Afspraken in de RES 1.0
Met het vaststellen van de RES 1.0 zijn de gemeenten, provincie en waterschappen van de regio Groningen akkoord gegaan met de doelen en afspraken van de RES voor elektriciteit en RSW. Daarnaast hebben we de volgende afspraken gemaakt: • We ontwikkelen een aanpak voor meer Zon op Dak. • We ontwikkelen een aanpak voor toevoeging van waarde aan de natuur op energieparken. • Wij monitoren de voortgang van het behalen van onze doelen. • We ontwikkelen een aanpak om de impact van de energie transitie op de economie en werkgelegenheid zo groot mogelijk te maken. Dit heeft er onder andere toe geleid dat we in de RES 2.0 periode twee nieuwe projecten zijn gestart: Ecologie op zonneen windparken en Monitoring.
Voortgangsrapportage
Elke twee jaar maken we onze regionale energiestrategie up-to-date. Wij hebben in de periode van RES 1.0 naar RES 2.0 geen nieuwe ambities vastgesteld voor de duurzame opwek van elektriciteit en duurzame warmtevoorziening. Ook zijn er geen nieuwe zoekgebieden aangewezen voor zon en wind op land. In de voortgangsrapportage RES 2.0 beschrijven wij de stand van zaken van de RES Groningen.
Samenvatting
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
4
RES 2.0 Groningen
1. Duurzame opwek van elektriciteit In de RES 1.0 boden wij aan ervoor te zorgen dat we in de regio Groningen vanaf 2030 jaarlijks ten minste 5,7 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op kunnen wekken. We gaven daarbij een overzicht uit welke onderdelen dat bod bestaat, gebaseerd op de fase waarin een hernieuwbare-elektriciteitsproject zich bevindt (zie figuur 1.1):
• Basis: alle al uitgevoerde wind- en zonne-energieprojecten in onze regio. Samen leveren ze 4,1 TWh. • Bouwstenen: concrete plannen op het gebied van wind- en zonne-energie in onze provincie die hoogstwaarschijnlijk worden uitgevoerd. De verwachte opbrengst hiervan is 1,2 TWh. • Ambitie: doelstellingen voor het opwekken van wind- of zonneenergie, die nog niet gekoppeld zijn aan concrete projecten. Opgeteld gaat het om 1,1 TWh.
RES 1.0: Bod opwek duurzame energie in 2030: 5,7 TWh d5 Bo
W ,7 T
h
1,42 0,33 0,01
T ,4
Westerkwartier
Groningen
0,03 0,03 0,28
0,03 0,10 0,37
Wh
2
Randvoorwaarden De RES-partners van onze regio hebben met elkaar afgesproken om het bod te doen onder vier randvoorwaarden:
Het Hogeland
pw le o ek 6 ië
Pote nt
3
RES 1.0: Aandeel per gemeente
1
Eemsdelta 1,18 0,02 Oldambt Midden-Groningen 0,61 0,34
0,07 0,01 0,08
Veendam 0,15
Pekela
Stadskanaal
Figuur 1.1
Projecten basis in TWh Projecten bouwstenen in TWh Nog in te vullen ambities 2030 in TWh
0,11 0,32
1 E lke gemeente staat voor haar eigen ambitie voor wat betreft het opwekken van hernieuwbare elektriciteit (zoals weergegeven in figuur 1.2). 2 Gemeenten leggen elkaar geen extra opgave op, maar gaan ook niet over de ambities van andere gemeenten.
0,01 0,07
Westerwolde
1 B asis: 4,1 TWh 2 Bouwstenen: 1,2 TWh 3 Ambitie: 1,1 TWh
Alles bij elkaar komt dit neer op 6,4 TWh. We houden echter rekening met een onzekerheidsmarge van 0,7 TWh. Zo kwamen we tot een reëel bod van ten minste 5,7 TWh.
0,14 0,31
3 Wij monitoren de voortgang van het bod en geven bij elke tweejaarlijkse actualisatie van de RES een update daarvan. 4
ij het niet halen van de eigen gemeentelijke ambitie B wordt het tekort niet zonder overeenstemming bij een andere gemeente neergelegd.
Figuur 1.2
Samenvatting
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
5
RES 2.0 Groningen
Realisatie t.o.v. ambitie (in 2030)
Wind op Land
Zon op Land
Eemsdelta
1,19
-
1,19
0,01
0,01
-
0,07
1,26
1,29
0,10
Groningen
0,50
-
-
-
0,20
0,10
0,09
0,09
0,39
-0,11
Het Hogeland
1,76
0,30
1,39
0,05
0,01
-
0,04
1,43
1,79
0,03
Midden-Groningen
0,95
-
0,31
-
0,08
0,13
0,25
0,56
0,78
-0,17
Oldambt
0,16
-
0,06
-
0,14
-
0,01
0,07
0,21
0,05
Pekela
0,08
-
-
-
0,02
-
0,06
0,06
0,07
-0,01
Stadskanaal
0,43
-
-
-
-
0,16
0,12
0,12
0,28
-0,15
Veendam
0,15
-
0,11
-
-
-
0,03
0,14
0,14
Westerkwartier
0,35*
-
-
0,16
0,01
-
0,05
0,05
0,22
-0,13
Westerwolde
0,45
-
-
0,05
0,14
0,08
0,23
0,23
0,51
0,06
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,31***
0,41
0,41
0,04
6,07
-0,32
Voortraject
Totaal
Vergunningverlening
Ambitie duurzame opwek RES 1.0 in TWh
Vergunningaanvraag
Gemeente
Gerealiseerd + alles in ontwikkeling
Tabel 1.1
Gerealiseerd wind + zon
Om voor een windturbine of zonnepaneel de hoeveelheid opgewekte elektriciteit te berekenen, vermenigvuldig je het vermogen met het aantal vollasturen (bedrijfsuren). De vollasturen variëren (voor zowel zon als wind) per gebied en per jaar. Daarom worden verschillende gemiddelden gehanteerd. De regio’s mogen de vollasturen nu niet meer zelf bepalen; ze zijn voorgeschreven door het NPRES.
bod in 2030 te halen. De tabel laat zien dat bijna alle gemeenten goed op weg zijn om hun opwekdoelstelling te behalen. De meeste projecten zijn al redelijk ver ontwikkeld en de kans dat ze niet tot uitvoering komen is klein (en wordt steeds kleiner).
Met deze veranderingen in acht genomen, staat ons bod er momenteel als volgt voor (zie tabel 1.1). Uit tabel 1.1 blijkt dat er in de afgelopen twee jaar vooral met zonneparken (Zon op Land) voortgang is geboekt. In het geheel liggen we op koers het
Subsidie beschikking, bouw en gerealiseerd
In de RES 1.0 hebben we voor de samenstelling van het bod onderscheid gemaakt tussen de projectfasen Basis, Bouwstenen en Ambitie. In deze RES 2.0 is de fase Bouwstenen vervangen door de fasen Voortraject, Vergunningaanvraag, Vergunningverlening en Subsidiebeschikking en Bouw. Voor elke fase geldt een onzekerheidspercentage dat steeds kleiner wordt.
1.2 Status van ons bod: op koers
Subsidie beschikking, bouw en gerealiseerd
In de RES 1.0 rapporteerden de RES-regio’s hun cijfers op verschillende manieren. Deze cijfers waren hierdoor moeilijk met elkaar te vergelijken en bij elkaar op te tellen. Het NPRES heeft daarom landelijke rekenregels vastgesteld die elke regio moet gebruiken. Deze regels zijn over het algemeen conservatiever dan de rekenregels die we voor de RES 1.0 hebben toegepast. Het gevolg is dat de cijfers die we in deze RES 2.0 presenteren er anders uitzien dan in de RES 1.0. De belangrijkste veranderingen zijn:
Vergunning aanvraag
1.1 Landelijke rekenregels
Diversen klein
0,37
-
0,10**
Totaal zonder afslag
6,39
0,30
3,16
0,27
0,62
0,48
1,25
4,41
Percentage NP RES
60%
100%
10%
40%
80%
100%
Totaal:
Correctie obv NP RES
0,18
3,16
0,03
0,25
0,38
1,25
5,24 (status bod NP RES)
* De ambitie van de gemeente Westerkwartier is inclusief 0,1 TWh aan zon op dak. Hiervan is al voor 0,04 TWh SDE-subsidie afgegeven (zie tabel 1.2) ** Kleine en solitaire windturbines en zon-op-daksystemen. *** Grote zon-op-daksystemen (> 40 panelen; >15 kWp) mogen worden meegerekend in het RES bod. Zie voor zon-op-dak per gemeente tabel 1.2.
Samenvatting
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
6
RES 2.0 Groningen
1.3 Grootschalig Zon op Dak
Zon op Dak is geen onderdeel van het bod van ten minste 5,7 TWh. Toch tellen systemen groter dan 15 kWp (ongeveer 45 zonnepanelen) wel mee voor het resultaat van de RES. Tabel 1.2 laat zien voor hoeveel vermogen per gemeente subsidie is aangevraagd. Wij willen graag dat nog meer zonnepanelen op daken worden gelegd. Hiervoor zijn in de afgelopen periode twee acties uitgevoerd: 1 Met input van de RES Groningen hebben de RVO en het NPRES een dataset voor Zon op Dak gemaakt. Hierin staan zonnepanelen en dakpotenties uitgesplitst naar gebouwen gebruiksfunctie. Deze is verstrekt aan gemeenten. Gemeenten kunnen hiermee onderbouwde keuzes maken bij een doelgroepgerichte aanpak voor Zon op Dak. 2 Er is gekeken naar wat gemeenten kunnen doen om Zon op Dak te stimuleren. Instrumenten en praktijkvoorbeelden hebben we opgenomen in een handreiking Zon op Dak. Deze is verspreidt binnen de RES Groningen.
1.4 Netwerkanalyse Enexis
Enexis heeft een analyse gemaakt van de impact op de hoogspannings- en middenspanningsstations in onze regio in 2030. Naast het RES-bod is hierbij ook rekening gehouden met de verwachte ontwikkeling van de vraag naar elektriciteit. De analyse laat zien dat op veertien van de vijftien stations knelpunten ontstaan (zie figuur 1.3). Er is alleen gekeken naar limieten op het netwerk van Enexis. Dit is omdat er nog te weinig duidelijkheid is over toekomstige limieten op het hoogspanningsnet van TenneT. Bekende knelpunten op TenneT-stations bij Eemshaven, Delfzijl, Weiwerd en Stadskanaal zijn daarom niet meegenomen. TenneT komt eind 2023 met een nieuwe versie van haar investeringsplan. Hierin staan deze knelpunten omschreven.
Tabel 1.2
Zon op dak obv SDE aanvragen Gemeente
Aangevraagd in MWp
Gerealiseerd in MWp
Eemsdelta
37,77
10,00
47,77
0,04
Groningen
42,54
22,21
64,75
0,06
Het Hogeland
29,54
19,95
49,49
0,04
Midden-Groningen
24,62
16,27
40,89
0,04
Geen knelpunt
Oldambt
19,00
10,06
29,06
0,03
Knelpunt opgelost voor 2025 (cf IP 2022)
Pekela
11,61
5,13
16,74
0,02
Knelpunt, oplossing in studiefase (cf IP 2022)
Stadskanaal
0,84
6,13
6,97
0,01
Veendam
13,73
7,64
21,37
0,02
Westerkwartier
32,08
15,57
47,65
0,04
Knelpunt door opwek en belasting
Westerwolde
9,18
7,31
16,49
0,01
Zoekgebied nieuw station
220,91
120,26
341,17
0,31*
Totaal zonder afslag
Totaal in MWp
Totaal in TWh
* Getal diversen klein in tabel 1.1
Samenvatting
Knelpunt, oplossing onzeker Knelpunt door opwek Knelpunt door belasting
Systeemefficiëntie belangrijk Figuur 1.3: Verwachte knelpunten netwerk Enexis in 2030
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
7
RES 2.0 Groningen
1.5 Haalbaarheid RES-bod
Uitgangspunt voor Enexis bij RES Groningen is de opgave van 6,4 TWh, die grotendeels gerealiseerd en/of in de pijplijn zit. Bij gelijkblijvende omstandigheden kan Enexis de Groningse RES ambitie tijdig aansluiten, mits er voldoende aandacht en samenwerking is op onderstaande actiepunten: • Voor wat betreft de netimpact: RES Groningen is doorgerekend, de knelpunten die hieruit voortvloeien neemt Enexis in het investeringsplan op (zowel uitbreidingen van bestaande als de realisatie van nieuwe stations). Voor wat betreft de realisatie in de uitvoering is medewerking van TenneT nodig, waarvan de bijdrage op dit moment niet in beeld is; • Verlenen van vergunningen voor de uitbreiding van stations én kabeltracés inclusief reservering ruimtelijke inpassing; • Zon op Dak: heeft voornamelijk impact op het onderliggende netvlak. Hiervoor is uitbreiding van transportverdeelstations (MS-T) nodig, waarbij ook vergunningen voor de uitbreiding en kabeltracés van belang zijn.
Samenvatting
Inleiding
Naast de hiernaast genoemde aandachtspunten geeft Enexis aan dat wanneer gemeenten projecten vergunnen die niet in de RES geambieerd zijn, dit ten koste gaat van gereserveerde capaciteit voor het RES-bod. De netbeheerders hebben een aansluitplicht en bij vergunningverlening van de gemeente wordt er aangesloten, wat ten koste van de RES-capaciteit kan gaan.
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
8
RES 2.0 Groningen
2. Regionale Structuur Warmte In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen van het aardgas af zijn. Dat is de opgave die overheden vanuit het Klimaatakkoord hebben gekregen om de doelstelling van de CO2-reductie te kunnen behalen. Een tussendoel hierbij is om uiterlijk in 2030 een vijfde van de woningen en gebouwen te verwarmen zonder aardgas. Of om ze ‘aardgasvrij-ready’ te maken: genoeg geïsoleerd om over te stappen op aardgasvrije warmtebronnen.
CO2 uitstoot in Groningen
De RSW richt zich vooral op beant woording van de volgende vier vragen: 1. W elke bovengemeentelijke warmtebronnen zijn er? 2. H oe staat het ervoor met onze regionale warmte-infrastructuur? 3. W elke kansen zijn er voor samenwerking in de regio? 4. W elke vraagstukken en knelpunten zien we bij de warmtetransitie?
1 1 .729 kton (28%) van de CO2 uitstoot is afkomstig van de gebouwde omgeving
1 1 5,7 PJ wordt gebruikt door woningen 2 6,7 PJ wordt gebruikt door de commerciële dienstverlening 3 3,6 PJ wordt gebruikt door de publieke dienstverlening
1 1 2.200 opgeleverde aardgasvrije nieuwbouwwoningen
Figuur 2.1: Totale CO2-uitstoot regio Groningen.
Figuur 2.2: Warmtebehoefte woningen en gebouwen.
Figuur 2.3: Aandeel aardgasvrije woningen
Bron: klimaatmonitor 2021
Bron: klimaatmonitor 2021
en gebouwen
326.000 w
26,0 PJ *
2. Regionale Structuur Warmte
1
on
ingen en bouwen
6.17
b o u wd e o
ge
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2
Ge
1 2
eving
CO2
1
Aardgasvrije woningen in Groningen, stand van zaken (2022)
mg
n CO2 u i
3
ot
Inleiding
kto
Warmtegebruik gebouwde omgeving in Groningen
to ts
Samenvatting
5
De regie van deze warmtetransitie ligt bij de gemeenten. Elke gemeente moest uiterlijk eind 2021 hiervoor een Transitievisie Warmte (TvW) hebben opgesteld. Met deze TvW’s geven de gemeenten aan wat hun doelen en aanpak zijn voor de transitie en waar lokaal de kansen liggen. Om gemeenten te ondersteunen bij de warmtetransitie, maken wij een Regionale Structuur Warmte (RSW). Deze RSW brengt het aanbod van hernieuwbare warmtebronnen in onze regio in beeld. Ook is ze de basis voor afspraken over de verdeling daarvan. Zo is het warmteaanbod optimaal te benutten.
2 4.100 woningen die vrijwillig zijn afgesloten van het gasnet
3. Overige thema’s
Slotwoord
9
RES 2.0 Groningen
Voor de RES 1.0 hebben we een inventarisatie gedaan van mogelijke warmtebronnen in onze regio. Voor deze voortgangsrapportage hebben we met de TvW’s een analyse uitgevoerd om ook antwoord te krijgen op de andere drie vragen. De gebruikte achtergrondinformatie hebben we gebundeld in het Naslagwerk Warmte RES 2.0 (zie website RESgroningen).
2.1 Transitievisies Warmte
Alle Groningse gemeenten zijn bezig met de warmtetransitie. De meeste daarvan hebben ook al een TvW vastgesteld; zie tabel 3 voor een overzicht. De overige gemeenten doen dat in de loop van 2023. Hun doelstellingen zijn daarom in de tabel met ‘potlood’ ingevuld.
Tabel 2.1: Overzicht van TvW’s in de regio Groningen (peildatum 1 januari 2023)
Gemeenten
Status TVW
Doelstelling 2030
Toelichting
Eemsdelta
In voorbereiding
30% minder aardgasgebruik waarvan 5.000 WEQ aardgasvrij 35% minder aardgasgebruik waarvan 26.000 WEQ aardgasvrij 40% minder aardgasverbruik waarvan ca 11.000 WEQ aardgasvrij 20% minder aardgasverbruik waarvan 1.350 WEQ aardgasvrij 20% minder aardgasgebruik waarvan 3.600 WEQ aardgasvrij 20% minder aardgasverbruik waarvan 600 aardgasvrij
20% van de woningen verduurzaamd (minimaal 1 labelstap)
Via isolatie, pilots, versterkingsopgave en kansrijke initiatieven Via warmtenet, isolatie, versterkingsopgave en kansrijke initiatieven Via warmtenet, isolatie, pilots, versterkingsopgave en kansrijke initiatieven Via isolatie, versterkingsopgave en kansrijke initiatieven Prioriteit bij besparen via isolatie en kansrijke initiatieven Prioriteit bij besparen via isolatie en kansrijke initiatieven Prioriteit bij besparen via isolatie en kansrijke initiatieven Via isolatie en uitvoeringsplan voor twee gebieden Via isolatie, kansrijke initiatieven en onderzoek collectieve alternatieven
Groningen
Vastgesteld
Het Hogeland
In procedure
Midden-Groningen
Vastgesteld
Oldambt
Vastgesteld
Pekela
In procedure
Stadskanaal
In voorbereiding
20% minder aardgasgebruik
Veendam
Vastgesteld
33% aardgasvrij-ready
Westerkwartier
Vastgesteld
Westerwolde
Vastgesteld
49% minder aardgasverbruik
Via isolatie en kansrijke initiatieven
WEQ = woningequivalent. Dit is de hoeveelheid energie die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning te verwarmen. Zo zijn verschillende woningen en gebouwen op een vergelijkbare manier op te tellen.
Samenvatting
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
10
RES 2.0 Groningen
2.2 Systeemkeuze
Bij het opstellen van hun TvW’s hebben de gemeenten modelberekeningen gebruikt. Deze berekeningen geven een beeld van de systeemkeuzes per wijk of dorp tegen de laagste maatschappelijke kosten. Qua alternatieven voor aardgas zijn er in principe drie opties (zie ook de RES 1.0 voor meer toelichting).
Warmteopties
Hybride systeem
All electric
• In alle gemeenten zijn er pilots, proeftuinen en/of experimenten voor aardgasvrij verwarmen. • Voor deze proeftuinen, experimenten en initiatieven worden diverse warmtebronnen gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan aquathermie (warmte uit water), industriële restwarmte, zonthermie, groen gas en waterstofgas. • Veel gemeenten maken zich zorgen over de beschikbaarheid van groen gas. Het kabinet heeft in juni 2022 aangegeven dat groen gas tot 2030 wordt toegevoegd aan het aardgasnet. Daarmee wordt het grotendeels toegekend aan de gebouwde omgeving (20% bijmengplicht, ongeveer 1,6 miljard m3 groen gas). Na 2030 bekijkt het kabinet opnieuw voor welke sectoren dit duurzame gas het beste in te zetten is richting 2050. Gemeenten blijven daarom op zoek naar alternatieven voor groen gas als warmtebron.
Warmtenet Zie voor verdere details het Naslagwerk Warmte RES 2.0.
2.3 Analyse
Met alle gemeenten zijn interviews gehouden over hun warmte visies. Samen met wat in de TvW’s zelf staat, hebben wij dat geanalyseerd. In het Naslagwerk Warmte RES 2.0 op de website van RES Groningen vindt u de uitgebreide verslagen. De belangrijkste conclusies van die analyse zijn: • Elke gemeente noemt als belangrijke stap in de warmte transitie het terugdringen van de vraag naar energie. Gemeenten ondersteunen particulieren, verhuurders en bedrijven bij het nemen van isolatiemaatregelen. Ook stimuleren ze het gebruik van energiezuinigere apparaten en ander energiebesparend gedrag. Het Energieloket en energiecoaches spelen bij het bereiken van inwoners een grote rol. • Veel gemeenten kiezen in hun TvW’s voor besparing gecombineerd met aardgasvrij of aardgasvrij-ready maken. Koppelkansen en lokale initiatieven spelen hierbij een grote rol. Koppelkansen benutten houdt in dat energiemaatregelen gekoppeld worden aan andere opgaven, zoals het verbeteren van de leefbaarheid in een dorp of wijk.
Samenvatting
Inleiding
Geen verbinding met warmtenet; geen restwarmte
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2.4 Bovengemeentelijke warmtebronnen (vraag 1)
Uit de TvW’s komen geen nieuwe bovengemeentelijke warmtebronnen naar voren. De belangrijkste regionale warmtebron is de restwarmte van het industriecluster in de Eemsdeltaregio. Een aparte stuurgroep en werkgroep houden zich al een aantal jaar bezig met onderzoek naar de mogelijkheden van het gebruik van deze warmte. In theorie produceert het cluster op dit moment genoeg restwarmte om de hele provincie te verwarmen. Maar de kosten van de aanleg van een warmtenet daarvoor zijn hoog. Hierdoor is dit (nog) niet concurrerend met andere systeemkeuzes (lokale warmtenetten, hybride warmtepompen en all-electric).
Overgebleven warmte gaat direct naar warmtenet; restwarmte
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
11
RES 2.0 Groningen
2.5 Regionale infrastructuur (vraag 2)
Voor een geslaagde warmtetransitie is een passende infra structuur nodig. Dat wil zeggen: • een geschikt elektriciteitsnet om de warmtepompen (hybride en all-electric) van elektriciteit te voorzien; • een goed onderhouden en veilig gasnet om woningen en gebouwen van gas (nu nog aardgas en later duurzaam gas) te voorzien; • waar mogelijk een warmtenet om warmte te vervoeren. Zowel op nationaal als op provinciaal niveau worden meerjarige plannen voor de energie-infrastructuur opgesteld. Netbeheerders kunnen zo op tijd maatregelen nemen. Vragen die hierbij voor de warmtetransitie spelen, zijn: • Waar is uitbreiding nodig van het elektriciteitsnet? • Waar kan het gasnet komen te vervallen? • Waar en onder welke voorwaarden zijn warmtenetten rendabel aan te leggen?
bestendig te maken. Een ander voorbeeld is de gezamenlijke inkoop van duurzame energie door vijf gemeenten, de provincie, de Omgevingsdienst en de Veiligheidsregio. Dit is onder andere bedoeld voor vierhonderd gebouwen, bruggen, sluizen en straatverlichting. Ook dragen gemeenten en provincie bij aan het Warmte Transitiecentrum Groningen (WTCG). Het WTCG ondersteunt gemeenten bij de warmtetransitie. Samen met partners en maatschappelijke organisaties hebben wij we gezocht naar een duurzaamheidsladder voor warmtebronnen. Een eenvoudige ladder bleek te simpel voor warmtebronnen. Maar we hebben wel de diverse overwegingen in beeld gebracht bij de keuze voor een bepaalde warmtebron. Dit hebben we in het Naslagwerk Warmte RES 2.0 opgenomen. De tweede bijeenkomst hebben we samen met het Warmte Transitiecentrum Groningen (WTCG) georganiseerd. Tijdens deze warmtetransitiedag hebben we kennis over en ervaringen met de warmtetransitie uitgewisseld. Ook hiervan is een verslag te vinden in het Naslagwerk Warmte RES 2.0.
Deze vragen zijn pas goed te beantwoorden wanneer duidelijk is voor welke systemen de gemeenten kiezen. De komende jaren doen gemeenten ervaringen op en maken ze samen met inwoners wijk- of dorpsgerichte uitvoeringsplannen. De netbeheerder heeft hierbij aangegeven dat een gasnet wordt verwijderd als het niet meer wordt gebruikt. Dit is omwille van de veiligheid.
2.6 K ansen voor samenwerking (vraag 3)
In de RES 1.0 hebben we de al bestaande samenwerkings verbanden voor wat betreft de warmtetransitie beschreven. Hieruit blijkt dat overheden in onze regio elkaar goed opzoeken. Een mooi voorbeeld is het Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan Oost Groningen van zes gemeenten, de provincie, woningcorporaties en zorginstellingen. Dit plan heeft als doel om daar de woningvoorraad te verbeteren en toekomst-
Samenvatting
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
12
RES 2.0 Groningen
2.7 V raagstukken en knelpunten (vraag 4)
Kennis en ontwikkelingen warmtebronnen
Er zijn in ieder geval twee thema’s waar wij bij de warmtetransitie de nodige aandacht voor moeten (blijven) hebben: energiearmoede en de kennis en ontwikkelingen rond warmtebronnen.
Energiearmoede Uit onderzoek (TNO, De feiten over Energiearmoede in Nederland, september 2021) blijkt dat er in de provincie Groningen veel energiearmoede is. Mensen die in energiearmoede leven, hebben een te hoge energierekening ten opzichte van hun inkomen. De meeste TvW’s, vastgesteld in 2021, richten zich wel op het isoleren binnen de gemeente. Maar ze richtten zich minder op ondersteuning en hulpmiddelen voor deze specifieke doelgroep. Inmiddels hebben alle Groningse gemeenten actie ondernomen om deze doelgroep te ondersteunen en energiearmoede te bestrijden. Zo werken ze bijvoorbeeld met klussenbussen, witgoedregelingen, energiebrigades en laagdrempelige regelingen voor het isoleren van woningen. De grootste uitdaging hierbij is om mensen die in energiearmoede leven te bereiken. Het ruimtelijk en sociaal domein werken daarvoor samen. De provincie heeft in het afgelopen jaar het voortouw genomen om gemeenten bij elkaar te brengen en kennis en ‘best practices’ uit te wisselen voor de aanpak van energiearmoede. Ook in het komende jaar houdt dit thema de overheden bezig.
Samenvatting
Inleiding
In de RES 1.0 hebben we drie regionale warmtebronnen benoemd die extra aandacht verdienen: • Geothermie Geothermie (aardwarmte) ligt in onze provincie gevoelig vanwege de gaswinning. In het noordwesten en zuidoosten, buiten het gasveld, liggen gebieden met potentie. De recente resultaten van het onderzoek door het Kennisplatform Effecten Mijnbouw (KEM) laten zien dat de gaswinning in een deel van die gebieden voor drukafname zorgt. Voor de ontwikkeling van geothermie zijn daar extra beperkingen en maatregelen nodig. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stellen die op. • Groen gas Er blijkt te weinig biomassa in onze regio te zijn om een groot deel van gebouwde omgeving te verwarmen met een hybride warmtepompsysteem gebaseerd op een aandeel groen gas. Uit modellen blijkt dat veel van onze woningen en gebouwen van zo’n systeem afhankelijk zijn. • Restwarmte industriecluster Eemsdeltaregio In de afgelopen periode is onderzoek gedaan naar mogelijke routes voor een leiding die restwarmte vanuit de Eemsdeltaregio naar de gemeente Groningen transporteert. Dit onderzoek is uitgevoerd door de Regiegroep Warmtetransportleiding Eemsdeltaregio-Groningen. Het gaat hierbij ook om routes die langs diverse kleinere dorpen lopen.
De transportafstand is dan langer (en duurder), maar meer plaatsen kunnen zo gebruikmaken van de restwarmte. De resultaten lijken bemoedigend; verder onderzoek is nodig.
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
Geothermie
Groen gas
Restwarmte industriecluster Eemsdeltaregio
3. Overige thema’s
Slotwoord
13
RES 2.0 Groningen
3. Overige thema’s 3.1 Procesparticipatie
De overstap naar duurzame energie gaan onze inwoners, bedrijven en instellingen merken. Iedereen is immers afhankelijk van energie en merkt de impact van de energietransitie. Wij willen daarom iedereen betrekken in het proces van vorming van visie, beleid of plannen voor de energietransitie.
Positionering procesparticipatie De termen participatie en communicatie verschillen. Communicatie betekent het overbrengen en ontvangen van informatie. Bij participatie gaat het om de mate waarin en de manier waarop mensen kunnen meedenken en meedoen. Procesparticipatie is iets anders dan financiële participatie. Bij procesparticipatie betrek je belanghebbenden bij de vorming van visie, beleid of een plan. Bij financiële participatie profiteren belanghebbenden van de voordelen en opbrengsten van een project (vaak dicht bij waar zij wonen).
Met de Groninger Energie Tafel (GET) en andere stakeholders zijn werksessies gehouden over procesparticipatie. Mede met de input uit de werksessies is het Participatiekader in concept opgesteld. Het Participatiekader beschrijft drie routes waarlangs participatie kan verlopen: • in de diverse RES-deelprojecten; • in afzonderlijke participatie-uitingen van de RES-overheden; • in gemeenschappelijke uitingen van de RES-overheden (tot aan gemeenschappelijke participatie-uitingen van de RES Groningen als geheel).
Samenvatting
Inleiding
3.2 Financiële participatie
Handreiking gebiedsfondsen
Ook wij vinden het belangrijk dat er bij hernieuwbare elektriciteits projecten (met zon en wind op land) financiële participatie is vanuit de omgeving. In eerste instantie was ons doel om in onze regio te komen tot een gezamenlijke aanpak hiervoor. Dit is niet mogelijk gebleken, het bleek namelijk lastig om met alle Groningse gemeenten gemeenschappelijke uitgangspunten vast te stellen. Dit komt doordat situaties en het politieke klimaat per gemeente veel van elkaar kunnen verschillen. Wel zijn de gemeenten het erover eens dat de lokale omgeving altijd van dit soort energieprojecten moet profiteren. De RES-overheden geven in hun eigen beleid aan hoe ze daarmee om willen gaan. Lokaal eigendom is een van de opties hiervoor. Andere mogelijkheden zijn bijvoorbeeld een gebiedsfonds, obligaties en een omwonendenregeling. • We ontwikkelen hiervoor handreikingen om gemeenten te helpen invulling te geven aan het ‘profiteren door de omgeving’. Hierbij betrekken we inwoners en belangenorganisaties. • Gemeenten monitoren in hoeverre de lokale omgeving echt profiteert van hernieuwbare-elektriciteitsprojecten. Ondertussen blijven wij met elkaar in gesprek om ervaringen uit te wisselen.
Omdat er geen wettelijke regeling is voor gebiedsfondsen, kunnen de betrokken partijen grotendeels zelf bepalen hoe ze zo’n fonds willen vormgeven. De handreiking gebiedsfondsen geeft informatie over de verschillende manieren waarop dit kan. Ook bevat ze praktische tips, een overzicht van de voor- en nadelen en uitleg over hoe zo’n fonds juridisch in te bedden is.
In het Klimaatakkoord staat dat het streven is dat zonneparken en windmolens voor 50% in eigendom komen van de lokale omgeving. Zo kunnen projectontwikkelaars, inwoners en bedrijven gelijkwaardig samenwerken bij de ontwikkeling, bouw en exploitatie ervan. Hóe dit streven invulling krijgt, is aan de regio’s zelf.
Handreikingen Begin 2023 zijn door ons twee handreikingen opgeleverd. Deze handreikingen zijn voor: 1. het inrichten van een gebiedsfonds; 2. het inzetten van een maatschappelijke tender.
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
Gebiedsfondsen zijn bedoeld om de omgeving te laten meeprofiteren van een duurzaam project. Zo’n fonds wordt meestal gevuld met geld van de projectontwikkelaars (de zogeheten afdracht). Dit geld krijgt vervolgens een of meerdere maatschappelijke bestemmingen. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van glasvezel of verlichting van een parkeerplaats bij een dorpshuis.
Handreiking maatschappelijke tender Een maatschappelijke tender is een middel voor een gemeente om voor een bepaalde locatie een keuze te maken uit hernieuwbare elektriciteitsprojecten. De voorstellen voor deze initiatieven worden met elkaar vergeleken en op basis van verschillende criteria gescoord. Bij deze criteria gaat het niet alleen om de haalbaarheid van het project. Het gaat er ook om hoeveel oog er is voor
3. Overige thema’s
Slotwoord
14
RES 2.0 Groningen
de natuur, het landschap en de belangen van omwonenden. De voorstellen die het hoogst scoren, komen in aanmerking voor een vergunning. De handreiking maatschappelijke tender geeft handvatten voor het afwegen waarom, wanneer en hoe je zo’n tender inzet. Daarnaast worden hierin onder andere de voor- en nadelen op een rij gezet en voorbeelden gegeven van selectiecriteria.
Monitoring 33 zonneparken Met de Groningse gemeenten is afgesproken dat ze monitoren hoe financiële participatie bij hernieuwbare elektriciteitsprojecten is vormgegeven. Om daar voor de hele regio een beeld bij te hebben, is een inventarisatie gedaan. Uit de inventarisatie blijkt dat voor alle vergunde zonneparken (van de 33 parken) afspraken over financiële participatie zijn gemaakt. Bij de overige parken hangt dit af van in welke ontwikkelfase ze zich bevinden. Het merendeel van de gemeenten geeft voorkeur aan lokaal eigendom boven een gebiedsfonds. Toch is bij meer dan twee derde van de vergunde zonneparken sprake van een fonds. Dit komt onder andere doordat lokaal eigendom in de praktijk lastig te organiseren blijkt. Gemeenten geven aan dat er ook bij het inrichten en beheren van een gebiedsfonds knelpunten zijn. Een daarvan is gebrek aan ervaring. Een ander struikelblok is onenigheid over de hoogte van de afdracht en de bestemming van het geld. Verder verschilt het per gemeente hoe gebiedsfondsen invulling krijgen.
Samenvatting
Inleiding
3.3 Communicatie
Het is belangrijk dat wij vanuit de RES Groningen voortdurend goed communiceren met alle partijen in onze regio. Want zo kunnen we ervoor zorgen dat inwoners, ondernemers, partners en volksvertegenwoordigers weten: • wat de energietransitie inhoudt en wat de RES-overheden doen op dit gebied; • wat de RES voor hen betekent en wat ze ervan kunnen merken; • welke landelijke en regionale opgave er ligt om meer duurzame elektriciteit op land op te kunnen wekken; • welke landelijke en regionale opgave er ligt om meer woningen en gebouwen aardgasvrij te kunnen verwarmen; • hoe ze mee kunnen denken en doen voor wat betreft die regionale opgaven; • volksvertegenwoordigers op de hoogte zijn van doelen, afspraken en ontwikkelingen binnen de RES Groningen om op basis daarvan besluiten te kunnen nemen. De volgende communicatiemiddelen hebben we toegepast:
1. Duurzame opwek van elektriciteit
Website Op onze website www.resgroningen.nl is allerlei informatie te vinden over de RES Groningen. Zoals projectbeschrijvingen en -resultaten, actuele ontwikkelingen, achtergronddocumenten en veelgestelde vragen. Nieuwsbrief Na elke vergadering van de Stuurgroep is een korte nieuwsbrief opgesteld. Volksvertegenwoordigers die zich daarvoor hebben aangemeld, ontvangen deze per e-mail. De nieuwsbrieven zijn ook op de website te vinden.
2. Regionale Structuur Warmte
Themasessies Voor gemeenteraadsleden zijn themasessies over de RES Groningen georganiseerd. Tijdens die bijeenkomsten werd uitleg gegeven over de RES, teruggekeken op de RES 1.0 en een vooruitblik gegeven op de RES 2.0. Daarnaast is meegedaan aan de Nationale Klimaatweek 2022. Onze communicatie sluit waar mogelijk aan bij de communicatie van het NPRES en bij landelijke campagnes en communicatiemomenten. Zo hebben we een advertentie geplaatst over RES Groningen in de huisaan-huis bladen tijdens de Nationale Klimaatweek in 2022.
Jongeren Ook jongeren willen wij goed informeren over onze RES. Hiervoor werken we samen met Jong RES Groningen. Zo zijn er al diverse activiteiten door en voor jongeren georganiseerd, zoals een bustour en een debat. Daarnaast maken we voor het bereiken van jongeren gebruik van social media van Jong RES.
3. Overige thema’s
Slotwoord
15
RES 2.0 Groningen
3.4 Ecologie op zonne- en windparken
De komst van een zonne- of windpark heeft bijna altijd effect op de lokale natuur. Zo’n park zorgt voor nieuwe omstandigheden waar planten en dieren nadeel of juist voordeel van kunnen hebben. De uitdaging is om nadelen te vermijden en waar mogelijk voordelen te behalen. In de RES 1.0 is afgesproken dat wij ernaar streven dat elk toekomstig zonne- of windpark waarde toevoegt aan de natuur. Dit betekent dat ecologie in elk energieproject een plek moet krijgen, zowel in de ontwerp- als uitvoeringsfase. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de individuele gemeenten of de provincie. Dit RES project is begin 2023 gestart; de eerste bruikbare resultaten worden in het najaar van 2023 verwacht. De projectgroep is inmiddels samengesteld waarmee we de benodigde kennis voor het opstellen van de leidraad ophalen bij ecologen, planologen, juristen, ontwikkelaars en grondeigenaren. Omdat op een aantal plekken in Nederland al onderzoek wordt gedaan naar de effecten van zonne- en windparken op de natuur en biodiversiteit is een inventarisatie gedaan naar deze studies.
3.5 Monitoring RES Groningen
Om de energietransitie in onze regio waar te maken, houden wij in de gaten in hoeverre we voortgang maken met het behalen van de doelen en het nakomen van de afspraken. Zo kunnen we waar nodig op tijd bijsturen. Monitoring is belangrijk voor de rapportage over de voortgang van de RES. Het gaat hierbij niet alleen om de verplichte rapportage aan het NPRES en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), maar ook om rapportage aan de Stuurgroep RES Groningen. Eind 2022 is de monitoring van start gegaan. De eerste fase vindt plaats onder procesbegeleiding van het Gegevensknooppunt Groningen (GKG). We maken daarbij voornamelijk gebruik van de bestaande expertise en ervaring van de RES Drenthe. Het GKG levert daarbij expertise op het gebied van data en ICT, die niet bij de RES-overheden aanwezig is. Het streven is om de eerste fase vóór 1 juli 2023 te hebben afgerond. Momenteel worden de RES-doelen ten behoeve van de monitoring SMART gemaakt. SMART staat voor specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.
Specifiek Meetbaar Fase
Acceptabel
1
Realistisch Tijdgebonden
Defi niti
efa
Samenvatting
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
se
Slotwoord
16
RES 2.0 Groningen
Slotwoord We zien dat we in onze regio voortgang boeken. De realisatie van ons bod ligt goed op koers en alle gemeenten zijn actief bezig met de warmtetransitie. Ook hebben we in de afgelopen jaren een aantal handreikingen opgeleverd die de overheden maar ook anderen kunnen gebruiken of raadplegen bij de energietransitie. Want alle betrokkenen bij deze RES zijn het erover eens dat de energietransitie één van onze grootste uitdagingen is. We constateren dat samenwerken in de regio hierbij belangrijk is en blijft.
Samenvatting
Inleiding
1. Duurzame opwek van elektriciteit
2. Regionale Structuur Warmte
3. Overige thema’s
Slotwoord
17
Groningen Contact: res@groningen.nl