07 1 Eindrapport BRE Groningen
Tekst van het document
Lucht
Overig-Groningen
Afvalscheiding Oost-Groningen
Energiegebruik woningen
Energiebesparing woningen
CO2-uitstoot woningen
Hiernieuwbare energie
CO2-uitstoot wegverkeer
Eemsdelta
Figuur 28 scores indicatoren Milieu & Energie, gdindex.nl/dashboard (2021) (eigen bewerking) Beelden
In de gesprekken komt naar voren dat de ambities op milieu, en de energietransitie in brede zin, sterk uiteenlopen. Ambities variëren volgens de gesprekspartners van ‘koploper zijn’ (bijvoorbeeld gemeente Groningen) tot ‘niks meer doen dan nodig is’.
Ambities
Op regionaal niveau zijn de doelen van de Regionale Energiestrategie Groningen bepalend voor de ambities op het gebied van de energiestrategie. Daarnaast heeft ook de Omgevingsdienst Groningen op basis van hun VTH-taken ambities die betrekking hebben op de milieu-indicatoren. Daarnaast zijn ook op bovenregionale en subregionale schaal ambities geformuleerd op de duurzame ontwikkelingen in de agrarische sector (Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen). Wat betreft afvalverwerking en -verwijdering zijn er ambities op subregionaal niveau geformuleerd (Samenwerkingsverband Noord Oost Groningen).
51
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Samenleving Monitor brede welvaart
Inwoners binnen BRE Groningen hebben relatief veel contact met familie, vrienden of buren (2 uit 12). Op COROP-niveau wel een tweedeling te zien: inwoners van Oost-Groningen en Eemsdelta hebben t.o.v. het landelijk gemiddelde veel contact met familie, vrienden of buren (3 en 6 uit 40), terwijl dit in Overig Groningen minder het geval is (27 uit 40). Groningen scoort rond het landelijk gemiddelde op de indicator vrijwilligerswerk (7 uit 12). Dit verschilt overigens weer sterk per regio. Zo wordt er in Overig Groningen en Eemsdelta relatief meer vrijwilligerswerk gedaan (11 en 13 uit 40) dan in Oost-Groningen (35 uit 40). BRE Groningen scoort laag als het gaat om het vertrouwen van inwoners in anderen en instituties (9 en 10 uit 12). Op COROP-niveau zien we overigens wel verschillen. Inwoners van Oost-Groningen en Eemsdelta hebben aanmerkelijk minder vertrouwen in anderen en instituties (ranking varieert van 37 tot 40 uit 40) dan inwoners van Overig Groningen (11 en 16 uit 40).
Beelden
Het lage vertrouwen in instituties wordt door respondenten zelf bestempeld als wantrouwen richting de (Rijks)overheid. We horen dat inwoners in navolging op de aardbevingenproblematiek hun vertrouwen in de overheid geen goed hebben gedaan. De andere indicatoren zijn niet expliciet in de gesprekken teruggekomen.
Ambities
Het Rijk heeft in samenwerking met het BRE Groningen ambities om de regio ter versterken (bijvoorbeeld Toekomstagenda Groningen, NPG, Regio Deal Oost Groningen). Deze inspanningen kunnen niet los gezien worden van het vertrouwen dat n.a.v. de aardbevingsproblematiek hersteld dient te worden.
Opgavenprofiel Groningen Op basis van de beantwoording van de voorgaande deelvragen komen we samengevat tot het volgende opgavenprofiel. We schetsen de voornaamste opgaven op (boven)regionaal en subregionaal niveau. Het opgavenprofiel bevat dus geen uitputtende weergave van álle opgaven voor de regio. Opgave
Schaal
Demografische opgave Demografie
BRE Groningen <=>
Bevolkingskrimp is met uitzondering van de gemeente Groningen een opgave die alle gemeenten in het ommeland
subregionaal
aangaat. De verwachte krimp varieert van zo’n 6% tot 34%. Voor de gemeente Groningen wordt juist een bevolkingsgroei voorspeld (10%). Ook vergrijzing is een opgave voor alle gemeenten in het ommeland. Afgezien van de gemeente Groningen hebben de subregio’s Oost-Groningen en Noord-Groningen én de gemeenten Westerkwartier en MiddenGroningen ten opzichte van het landelijke gemiddelde een relatief hoge grijze druk die richting 2050 alleen nog maar groter wordt. Deze demografische opgave heeft in algemene zin gevolgen voor de ruimtelijke, economische en sociaalmaatschappelijke opgaven die we hieronder schetsen. Ruimtelijke opgaven Toekomst van het (landelijk) gebied
Bovenregionaal <=>
Het BRE Groningen kent een door landbouw gedomineerd landschap en heeft ten opzichte van alle andere provincies het
BRE Groningen <=>
hoogste percentage bodemgebruik voor agrarisch terrein. Meer dan de helft (57% t.o.v. 54% landelijk) van de Groningse
subregionaal
bodem is agrarisch terrein. De regio heeft dan wel weer relatief weinig bos en open natuurlijk terrein (5% t.o.v. 11% landelijk). Dit gegeven brengt drie voornaamste opgaven op het gebied van ruimte met zich mee: • Hoe ruimte te geven aan natuurinclusieve landbouw? Bij natuurinclusieve landbouw wordt enerzijds ruimte gegeven aan landbouw en anderzijds aan de verbetering van de biodiversiteit, bodemkwaliteit, leefbaarheid en het landschap. • Hoe ziet de toekomst van het landelijk gebied eruit? Oftewel, hoe met de relatief grote hoeveelheid ruimte om te gaan in relatie tot andere grote maatschappelijke opgaven zoals wonen, energietransitie en mobiliteit. • Hoe water aan andere ruimtelijke opgaven te koppelen? Water is immers een belangrijke drager van de ruimtelijke kwaliteit in een gebied. Daarnaast zijn er weinig BRE’s die zo’n sterke (historische) binding met het water hebben als BRE Groningen. Het gebied is immers leefbaar door de manier waarop met water wordt omgegaan. Op het gebied van ruimte zijn er overigens ook weer grote verschillen tussen stad en ommeland. De adressendichtheid is in de gemeente Groningen vergeleken met het ommeland en rest van Nederland relatief hoog.
Oftewel, voor de gemeente Groningen geldt de opgave ‘hoe om te gaan met de schaarse ruimte’, terwijl voor gemeenten in het ommeland de opgave ‘hoe de beschikbare ruimte zo optimaal mogelijk te benutten’ geldt.
52
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Wonen
Bovenregionaal <=>
De woonopgave hangt samen met de ruimtelijke opgave die we hiervoor geschetst hebben. Voornaamste opgave op
BRE Groningen <=>
wonen is de aansluiting van de woningvoorraad op de demografische ontwikkeling van het BRE. Voor de gemeente
subregionaal
Groningen geldt dat een relatief lage groene en grijze druk vraagt om voldoende aanbod van gezinswoningen en woningen voor jongeren/starters. Voor het ommeland geldt dat een relatief hoge groene en grijze druk vraagt om voldoende aanbod voor jongeren/starters én ouderen. Gemene deler is de behoefte aan starterswoningen, de opgave jongeren/starters vast te houden en een betaalbare woning te kunnen bieden. Betaalbaarheid is (vooralsnog) een minder grote opgave vergeleken met de rest van Nederland. De gemiddelde huizenprijzen in Groningen liggen structureel lager dan de gemiddelde huizenprijzen in Nederland. Tegelijkertijd wordt er ook in Groningen, voor alle subregio’s, een grote prijsstijging voorspeld. Een andere opgave op wonen heeft betrekking op de kwaliteit van de woningen. Deze opgave is voornamelijk subregionaal en geldt voor gemeenten in het aardbevingsgebied (Noordoost-Groningen) en deels voor plekken in de gemeente Groningen. Naar schatting moeten zo’n 26.000 huizen versterkt worden. Het grootste gedeelte van deze opgave is tot op heden nog niet gerealiseerd. Daarnaast speelt voor het hele BRE de opgave om de huidige en toekomstige woningvoorraad te verduurzamen. Energietransitie
Bovenregionaal <=>
Voor het hele BRE Groningen geldt dat er een klimaatopgave ligt, namelijk om de uitstoot van broeikasgassen (CO2)
BRE Groningen <=>
in 2030 met 49% terug te dringen en in 2050 met 95% (t.o.v. 1990). Tussen subregio’s zien we verschillen in hoe groot de
subregionaal
aard van deze opgave is. Noord-Groningen heeft al een relatief hoog percentage hernieuwbare energie, terwijl voor de gemeente Groningen en de Oost-Groningen de resultaten achterblijven. Tegelijkertijd zien we ook dat de ene regio te kampen heeft met schaarse ruimte (gemeente Groningen), terwijl andere subregio’s juist relatief veel ruimte hebben. Hiermee is de energietransitie niet uitsluitend een subregionale, maar bovenal ook een (boven)regionale opgave. Mobiliteit
Bovenregionaal <=> BRE
Binnen de regio bestaan grote verschillen in hoe gemeenten ontsloten zijn. Via een hoofdverkeersweg zijn alle gemeenten
Groningen
in Groningen relatief goed ontsloten. Dit geldt niet voor de ontsluiting per spoor. Voor de regio ligt qua mobiliteit op goede OV-verbindingen de grootste opgave. De gemeente Groningen is via het spoor relatief goed ontsloten, net als de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Midden-Groningen, Veendam en Oldambt. De gemeenten Westerkwartier, Westerwolde, Stadskanaal en Pekela zijn per spoor aanzienlijk minder goed ontsloten. Ook zijn (Oost-)Groningen en Noord-Drenthe (richting Emmen) per spoor niet ontsloten. Dit terwijl inwoners zich langs deze as wel verplaatsen, met name tussen Stadskanaal en Borger-Odoorn. Economische opgaven Economie
Bovenregionaal <=>
Voor het hele BRE geldt dat er een opgave ligt op het gebied van economie. Deze opgave geldt voor alle subregio’s, ook
BRE Groningen <=>
de gemeente Groningen. De economische opgave heeft betrekking op het terugdringen van de werkloosheid, creëren
subregionaal
van meer werkgelegenheid en het aansluiten van deze werkgelegenheid op de beschikbare kennis en vaardigheden en vice versa. Voor de gemeente Groningen is voornamelijk het terugdringen van de werkloosheid de grootste opgave, de gemeente kent immers al relatief veel werkgelegenheid. Tegelijkertijd ligt er voor de gemeente Groningen juist een opgave om zich verder als kennisstad te ontwikkelen. Aangrenzende opgave is het overbruggen van de verschillen tussen gemeente Groningen en het ommeland. Waar de gemeente Groningen vooral een kenniseconomie heeft en een relatief groot aandeel hoogopgeleiden, heeft het ommeland vooral een industriële en landbouweconomie. Ook hebben gemeenten in het ommeland een relatief groot aandeel praktisch opgeleiden. Een belangrijke opgave is om het soort werk aan te laten sluiten op de kennis en vaardigheden die beschikbaar zijn, maar vice versa is de opgave ook om het opleidingsaanbod aan te sluiten op het soort werk dat beschikbaar is. Sociaalmaatschappelijke opgaven Gezondheid en welzijn
BRE Groningen <=>
In het BRE ligt er een opgave op het gebied van gezondheid en welzijn. Deze opgaven manifesteren zich voornamelijk in
subregionaal
het ommeland. De gezondheidsopgave ligt zowel op de subregionale schaal van Oost-Groningen als Noord-Groningen. De welzijnsopgave ligt voornamelijk op de schaal van Oost-Groningen, al manifesteert deze opgave zich ook in de gemeente Groningen. Vertrouwen in instituties
BRE Groningen <=>
Tot slot lichten we ook de opgave om het vertrouwen van inwoners in instituties terug te winnen uit. Het wantrouwen
subregionaal
in instituties manifesteert zich voornamelijk op de subregionale schaal van Oost-Groningen, Noord-Groningen en gemeente Midden-Groningen. Voor Noord-Groningen en gemeente Midden-Groningen is dit wantrouwen te verklaren in het licht van de aardbevingsproblematiek en het onvermogen van overheden om deze problematiek op te lossen. In de gesprekken komt overigens naar voren dat het wantrouwen zich voornamelijk richt op het Rijk. Voor Oost-Groningen is dit wantrouwen te verklaren in het licht van de sociaal-economische problematiek in de subregio.
53
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
5.6 Deelvraag 6: Welke organisatorische capaciteit is er?
-
Voor een aantal gemeenten geldt ook dat ze een hoge netto schuldquote per inwoner hebben. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich
In het Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem wordt gewerkt aan het
tussen de 0% en 100%. Hiervoor geldt hoe lager, hoe
realiseren van publieke waarde. Hiervoor is capaciteit nodig; dat wil
beter. Bij een netto schuldquote van meer dan 130% is
zeggen input in de vorm van mensen en (financiële) middelen welke
er sprake van een zeer hoge schuld. Dit geldt voor de
worden ingezet voor het versterken van regionale samenwerking.
gemeente Eemsdelta (167%). De gemeenten Groningen
Het ontbreekt aan harde data over regionaal beschikbare capaciteit.
(124%) en Westerkwartier (105,8%) zitten boven de
Onderstaande informatie komt voornamelijk voort uit de interviews
100%. De gemeenten Het Hogeland (55%), Midden-
en focusgroepen.
Groningen (68,8%) en de Oost-Groningse gemeenten Oldambt (53,8%), Pekela (31,6%), Stadskanaal (53%),
•
Respondenten signaleren dat veel samenwerkingsverbanden
Veendam (4,8%) en Westerwolde (31%) hebben ook
leunen op de inzet (in termen van mensen en middelen)
een positieve netto schuldquote, maar deze past binnen
van de provincie Groningen. Dit zorgt er voor dat de
de bandbreedte van 0% en 100%.
capaciteit in veel samenwerkingsverbanden uiteindelijk op orde is. Respondenten geven in aansluiting hierop
-
Overigens, bij een meer dan gemiddelde voorraad
aan dat sinds de herindelingsgolf de afhankelijkheid van
bouwgrond (voorraadquote) of een grote portefeuille
de provincie Groningen wel minder is geworden, omdat
uitgeleend geld (uitleenquote) – bijvoorbeeld geld dat in
gemeenten die eerst minder dan 10.000 inwoners telden
verbonden partijen zit – is een netto schuldquote hoger
zijn gegroeid naar gemeenten van zo’n 45.000-60.000
dan 130% minder alarmerend. Door de uitleenquote en
inwoners. Hierdoor kunnen deze ‘nieuwe’ gemeenten in
de voorraadquote van de netto schuldquote af te trekken
termen van mensen en middelen op regionaal niveau ook
krijg je de schuld die werkelijk op de exploitatie drukt.
meer gewicht in de schaal leggen.
Het exploitatieresultaat voor mutatie reserves betekent in hoeverre de exploitatie bijdraagt aan een toename
•
Dat veel samenwerkingsverbanden leunen op de inzet
of afbouw van de schuld. De structurele exploitatie-
van de provincie Groningen valt te verklaren in het licht
ruimte voor de gemeente Eemsdelta is bovengemiddeld
van de financiële positie van de Groningse gemeenten.
(2,8% t.o.v. een landelijk gemiddelde van 0,6%). Dit
De financiële positie van gemeenten is te beoordelen door
nuanceert voor deze gemeente de hoge netto schuld-
naar verschillende kengetallen te kijken. Hieruit komt
quote. Oftewel de gemeente is potentieel beter in staat
het beeld naar voren dat de Groningse gemeenten een
financiële tegenvallers op te vangen. Alle andere gemeen-
broze financiële positie hebben en daarmee ook minder
ten - op gemeente Het Hogeland na (1,0) - hebben een
mogelijkheden hebben om (sub)regionaal te investeren.
structurele exploitatieruimte die benedengemiddeld is.
40
-
Te beginnen bij de solvabiliteitsratio. De
Dit geldt voor de gemeenten Groningen (0,3), Midden-
solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de
Groningen (0,2), Westerkwartier (0,2) en de Oost-
gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te
Groningse gemeenten Oldambt (-2,5), Pekela (-0,3),
voldoen. Oftewel hoe hoger de solvabiliteit, des te beter.
Stadskanaal (-2,6), Veendam (0), en Westerwolde
Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente
(-0,6). Hoewel de Oost-Groningse gemeenten een
zich tussen de 30% en 80%. Een solvabiliteitsratio
gemiddelde solvabiliteitsratio en netto schuldquote heb-
van onder de 20% wordt als risicovol beoordeeld. Dit
ben, zijn de structurele inkomsten niet voldoende om de
geldt voor een aantal Groningse gemeenten, namelijk:
structurele uitgaven te compenseren. Dit betekent dat de
Groningen (8%); Het Hogeland (17%); Midden-
schulden van de Oost-Groningse gemeenten dus groeien.
Groningen (12,3%) en Westerkwartier (12,1%). De gemeente Eemsdelta (67,7%) en de Oost-Groningse
•
De provincie Groningen en de waterschappen
gemeenten Oldambt (28%), Pekela (28%), Stadskanaal
Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s hebben in tegenstelling tot
(29%) en Veendam (52,4%) en Westerwolde (39%)
de Groningse gemeenten een gezonde financiële positie.
hebben een gemiddelde solvabiliteit.
-
Voor de provincie geldt dat er sprake is van een gemiddelde solvabiliteit (52%), een negatieve netto schuldquote (-136%) en de structurele exploitatieruimte
54
40
We baseren ons op de cijfers uit de begrotingen 2021.
is relatief hoog (7%).
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
-
Het maken van omvangrijke schulden is inherent aan
ordening ligt, maar dat het bij elkaar brengen van mensen
de werkwijze van de waterschappen, waarbij grote
die werkzaam zijn op beide opgaven moeizaam verloopt. Dit
investeringen via leningen worden gefinancierd. Een
lukt soms op projectbasis, maar niet structureel.
netto-schuldquote van boven de 250% wordt voor een waterschap als risicovol beschouwd. We zien dat
•
Het BRE kent tot slot een aantal verplichte
Hunze en Aa’s een stevigere financiële positie heeft dan
uitvoeringsorganisaties zoals de Veiligheidsregio, GGD
Noorderzijlvest. Voor Hunze en Aa’s bedraagt de netto-
en Omgevingsdienst. Deze organisaties hebben hun eigen
schuldquote 219% en voor Noorderzijlvest 311%.41
capaciteit voor uitvoering van de (wettelijke) taken van
Een veelgebruikt kengetal om de financiële positie van
de deelnemers. Deze capaciteit wordt bekostigd door de
waterschappen te duiden is het weerstandsvermogen.
deelnemers. Uit de gesprekken komt niet naar voren dat
Dit getal geeft aan in hoeverre een waterschap in staat is
sprake is van ontevredenheid over het functioneren van
financiële tegenvallers op te vangen. We zien dat Hunze
deze uitvoeringsorganisaties op de schaal BRE Groningen en
en Aa’s (4,3) en Noorderzijlvest (3,7) hiertoe beter in
dat hier sprake is van onvoldoende capaciteit.
staat zijn dan landelijk gemiddeld (2,7). •
Wat in termen van organisatorische capaciteit heeft geholpen is de financiering van subregionale
5.7 Deelvraag 7: In hoeverre is er draagvlak voor het BRE?
samenwerkingsverbanden door het Rijk. Zo heeft het Rijk voor het Nationaal Programma Groningen (NPG) 1,1
Bij draagvlak voor het BRE gaat het erom in hoeverre het BRE
miljard beschikbaar gesteld en voor de Regio Deal Oost-
legitimiteit geniet in de ogen van stakeholders (politiek-bestuurlijk
Groningen zo’n 30 miljoen. Overigens maken we uit
en inwoners). We kijken daarbij naar fundamentele legitimiteit
de gesprekken wel op dat de kloof tussen ‘aardbevings-’
voor het BRE (steun voor het BRE omdat wordt geloofd in de
en ‘niet-aardbevingsgemeenten’ hierdoor verder groeit.
meerwaarde) en instrumentele legitimiteit (steun voor het handelen
Respondenten wijzen erop dat de Oost-Groningse
en de uitkomsten van het BRE).
gemeenten misschien niet te maken hebben met de aardbevingsproblematiek, maar dat het opgavenprofiel van
Draagvlak onder inwoners
de subregio er tegelijkertijd ook weer niet veel minder op is.
•
Vanuit de inwonersenquête komt naar voren dat er
Een raadslid uit Stadskanaal illustreert dit door te zeggen
draagvlak is voor het BRE in de zin dat inwoners zich
dat de 30 miljoen van de Regiodeal een ‘speldenprik’ is,
verbonden voelen met het schaalniveau BRE Groningen43.
terwijl de subregio ‘een infuus’ nodig heeft: ‘het liefst voor
Voor alle gemeenten geldt namelijk dat tussen de 67%
honderd jaar’.
en 80% van de inwoners aangeeft zich redelijk tot sterk
42
verbonden te voelen met ofwel de regio ofwel de provincie. •
Financiële middelen mogen dan wel helpen. Respondenten
Het gemiddelde voor het hele BRE ligt voor de regio op 74%
wijzen er tegelijkertijd ook op dat er mensen nodig zijn die
en de provincie op 75%. Ter vergelijking, de verbondenheid
op regionaal niveau strategisch/sectoroverstijgend kunnen
met de eigen gemeente is veel minder groot. Deze
nadenken over de besteding ervan. In algemene zin wijzen
percentages liggen tussen de 45% en 62% en is voor het BRE
respondenten er op dat overheden in het BRE Groningen er
gemiddeld 52%. De verbondenheid met het eigen dorp/de
nog beperkt in slagen om strategisch en sectoroverstijgend
eigen stad is overigens het sterkste. Deze percentages liggen
voldoende gewicht (qua mensen) in de schaal te leggen.
tussen de 66% en 86% en is voor het hele BRE gemiddeld
Het integraal benaderen van opgaven wordt volgens
77%.
respondenten door alle overheden als lastig ervaren, omdat er vaak sectoraal gedacht wordt en er binnen overheden
•
Op basis van de gesprekken horen we dat het in beperkte
nog veel sprake is van verkokering. Dit bemoeilijkt het
mate lukt om inwoners op het schaalniveau van het BRE te
integraal oppakken van opgaven op regionaal niveau. De
betrekken. Als voorbeeld wordt de Regionale Energiestrategie
waterschappen wijzen er bijvoorbeeld op dat er een grote
(RES) genoemd, waarbij gesprekspartners aangeven dat
opgave op het gebied van water in relatie tot ruimtelijke 43 41 42
55
Betreft de jaarrekening van 2020. https://www.rtvnoord.nl/nieuws/706314/kritiek-op-regiodeal-oostgroningen-gaat-dit-ons-wel-van-de-problemen-afhelpen
In de vragenlijst zijn respondenten gevraagd naar hun verbondenheid met de regio enerzijds en de provincie anderzijds. In dit onderzoek valt de schaal van de regio samen met de schaal van de provincie. We weten daarom niet of respondenten met de regio de schaal van de provincie bedoelen of de subregio. Deze uitkomsten moeten daarom met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
het tot nu toe niet goed is gelukt om samen met inwoners
•
Tegelijkertijd zijn volksvertegenwoordigers kritisch op de
verder te kijken dan naar hun eigen achtertuin. De
resultaten die geboekt worden in de regio, de aansluiting
provincie Groningen tracht de verbinding met inwoners
daarvan bij lokale ambities en de meerwaarde van
te versterken door middel van een spreekuur waar met
samenwerking ten opzichte van buurregio’s (andere BRE’s).
inwoners in gesprek wordt gegaan. Onder andere over
Zie ook de figuur 29 t/m 35.
de afweging tussen individueel en collectief belang. Gesprekspartners geven daarnaast aan dat inwoners niet echt ingaan op uitnodigingen voor inspraakavonden.
"Samenwerking tussen overheden in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen."
Een voorbeeld is het waterbeheerprogramma van de waterschappen, waarbij de respons van inwoners minimaal is. Pas als het gevolgen heeft voor de directe omgeving komen inwoners in beweging, aldus gesprekspartners.
Gemeenteraad Waterschap Provinciale Staten 0%
Politiek-bestuurlijk draagvlak •
In totaal hebben er 35 volksvertegenwoordigers gereageerd op de enquête, waarvan 18 gemeenteraadsleden (van
Zeer mee oneens Tamelijk mee eens
20%
40%
60%
Tamelijk mee oneens Zeer mee eens
80%
100%
Neutraal
Figuur 29 Stelling enquête volksvertegenwoordigers
de 269), 12 leden van het Algemeen Bestuur van het waterschap (van de 46) en 5 Statenleden (van de 43). Gemeenteraadsleden uit Stadskanaal, Pekela,
"Dankzij de samenwerking tussen overheden in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af."
Oldambt en Midden-Groningen hebben de enquête ingevuld. De enquête is daarmee niet representatief, enkel indicatief. Verder hebben we niet met de volksvertegenwoordigers gereflecteerd op de uitkomsten
Gemeenteraad Waterschap Provinciale Staten
van de enquête. Via de griffiers en via de enquête is aan
0%
alle volksvertegenwoordigers een oproep gedaan om de
Zeer mee oneens Tamelijk mee eens
resultaten te verdiepen in een focusgroep. Deze focusgroep is één keer verplaatst, omdat er te weinig deelnemers waren.
20%
40%
60%
Tamelijk mee oneens Zeer mee eens
80%
100%
Neutraal
Figuur 30 Stelling enquête volksvertegenwoordigers
Uiteindelijk is de focusgroep niet doorgegaan, omdat er ook een tweede keer geen deelnemers waren. •
Uit de resultaten van de enquête komt naar voren dat de volksvertegenwoordigers die hem ingevuld hebben
"Samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen."
zich bewust zijn van het belang van samenwerking. De respondenten zien veel potentie in de regionale samenwerking. 91% van de respondenten is het tamelijk tot zeer eens met de stelling dat regionale samenwerking
Gemeenteraad Waterschap Provinciale Staten 0%
tussen overheden in de regio nodig is om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Een vergelijkbare groep (89%) geeft aan samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners nodig te vinden om maatschappelijke problemen op te lossen. Een kleinere maar nog steeds ruime meerderheid van de respondenten is positief over de voordelen van bestaande samenwerking. 77% van de respondenten is het tamelijk tot zeer eens met de stelling dat burgers en ondernemers beter af zijn door samenwerkende overheden. 74% is dezelfde mening toegedaan over samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. 56
Zeer mee oneens Tamelijk mee eens Figuur 31
20%
40%
60%
Tamelijk mee oneens Zeer mee eens
Stelling enquête volksvertegenwoordigers
80%
100%
Neutraal
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
"Dankzij de samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af." Gemeenteraad Waterschap Provinciale Staten 0% Zeer mee oneens Tamelijk mee eens Figuur 32
20%
40%
60%
Tamelijk mee oneens Zeer mee eens
80%
100%
Neutraal
Stelling enquête volksvertegenwoordigers
"Onze regio presteert beter dan onze buurregio’s." Gemeenteraad Waterschap Provinciale Staten 0% Zeer mee oneens Tamelijk mee eens Figuur 33
20%
40%
60%
Tamelijk mee oneens Zeer mee eens
80%
100%
Neutraal
Stelling enquête volksvertegenwoordigers
"De regionale ambities sluiten over het algemeen aan op de ambities van onze gemeente/provincie/waterschap." Gemeenteraad Waterschap Provinciale Staten 0% Zeer mee oneens Tamelijk mee eens
20%
40%
60%
Tamelijk mee oneens Zeer mee eens
80%
100%
Neutraal
Figuur 34 Stelling enquête volksvertegenwoordigers
"De ambities die wij ons stellen in de regio, worden gerealiseerd." Gemeenteraad Waterschap Provinciale Staten 0% Zeer mee oneens Tamelijk mee eens Figuur 35
57
20%
40%
60%
Tamelijk mee oneens Zeer mee eens
Stelling enquête volksvertegenwoordigers
80%
100%
Neutraal
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
•
Wanneer we de enquêteresultaten vergelijken met het BRE Fryslân en BRE Noordoost-Brabant, zien we dat de resultaten betrekkelijk dichtbij elkaar liggen. Wel zijn Groningse volksvertegenwoordigers minder positief over de prestaties van de regio en regionale ambities maar daarentegen relatief positief over de impact van regionale samenwerking (zie figuur 36).
Samenwerking tussen overheden in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Dankzij de samenwerking tussen overheden in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af. Samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Dankzij de samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af. Onze regio presteert beter dan onze buurregio’s.
De regionale ambities sluiten over het algemeen aan op de ambities van onze gemeente/provincie/waterschap. De ambities die wij ons stellen in de regio, worden gerealiseerd. 0
0,5
1
1,5
Groningen Fryslân Noordoost Brabant Figuur 36 Gemiddelde score op stellingen over samenwerking in Groningen, Fryslân en Noordoost-Brabant.
•
Uit de gesprekken komt naar voren dat draagvlak bij de gemeenteraden voor regionale samenwerking lastig te verkrijgen is. Bestuurders geven bijvoorbeeld aan dat het moeilijk is om de lokale meerwaarde van een regionale samenwerking inzichtelijk te maken voor de achterban. Ook voelen raadsleden zich onvoldoende betrokken, aldus een aantal bestuurders. Dit speelt met name bij opgelegde samenwerkingsverbanden; een voorbeeld hiervan is de RES. Raadsleden geven akkoord op een plan dat is opgesteld door de provincie en experts zonder enige betrokkenheid van de eigen gemeente. Raadsleden zijn doorgaans positiever over de Regiodeal, aldus bestuurders.
58
2
2,5
3
3,5
4
4,5
5
Bijlagen
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Bijlage 1. Aanpak vergelijkend onderzoek
Verklarend •
Welke kenmerken van het BRE zelf zijn van invloed op het succesvol aanpakken van maatschappelijke opgaven?
De ene regio is succesvoller in het realiseren van maatschappelijke opgaven dan de andere. Wat verklaart
•
Welke kenmerken van het geografisch gebied (biotoop) zijn
deze verschillen? Om meer grip te krijgen op ‘de regio’ en
van invloed op de opbouw en het functioneren van een
de factoren die bijdragen het realiseren van publieke waarde
BRE?
in die regio, doet de Rijksuniversiteit Groningen hier, in samenwerking met Berenschot, 2,5 jaar lang onderzoek naar.
•
Welke patronen zien we in de (combinaties van)
We voeren in tien regio’s veldonderzoek uit – waaronder
gebiedskenmerken en BRE-kenmerken die maken dat een
in Fryslân. Het samenspel tussen het Bestuurlijk Regionale
BRE succesvol is?
Ecosysteem (BRE), het economische ecosysteem en het maatschappelijke ecosysteem staat hierbij centraal. Het
•
ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
In hoeverre is de aard en intensiteit van de interactie binnen het BRE van invloed op de mate van publieke waardecreatie?
heeft zich financieel en inhoudelijk gecommitteerd aan het onderzoek.
•
Welke maatschappelijke en economische patronen zien we?
De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Welke factoren maken
•
In hoeverre is de aard en intensiteit van de interactie
dat het ene Bestuurlijk Regionale Ecosysteem succesvoller is dat het
tussen het BRE, het economische en het maatschappelijke
andere in het realiseren van maatschappelijke opgaven?
ecosysteem van invloed op de mate van publieke waardecreatie?
Om deze vraag uiteindelijk te kunnen beantwoorden, beantwoorden we stapsgewijs de volgende deelvragen:
•
Hoe verhouden draagvlak voor het BRE en publieke waardecreatie zich tot elkaar?
Beschrijvend • •
Wat verstaan we onder een Bestuurlijk Regionaal
Handelingsperspectief
Ecosysteem (BRE)?
•
Welke interventies zijn effectief en opportuun voor
Welke BRE’s zijn er in Nederland te onderscheiden, zijn er
specifieke BRE’s om het succes van hun regio verder te
verschillende categorieën BRE’s, en hoe variëren deze in
verbeteren?
omvang en samenstelling?
•
Welke interventies zijn effectief en opportuun voor individuele gemeenten om meer te profiteren van regionale
NB: deze twee vragen vormden de startpunt van het onderzoek.
samenwerking?
We hebben de bestuurlijk regionale ecosystemen in beeld gebracht door alle bestuurlijke samenwerkingsverbanden te plotten op
Dit onderzoek kent drie doelgroepen en daarmee drie typen
de kaart van Nederland (zie figuur 1 in de inleiding van dit
resultaten:
rapport)44. Hierbij is te zien dat er verschillende gebieden
•
Voor het ministerie van BZK is het resultaat van dit
ontstaan met meer of minder onderlinge bestuurlijke samenhang.
onderzoek; inzicht in welke BRE’s er in Nederland
Een dergelijk gebied vormt het BRE.
bestaan, hoeveel publieke waarde zij creëren en welke
•
Hoe groot is de mate van publieke waardecreatie in het BRE?
verklarende factoren er zijn voor het (relatieve) succes van
•
Hoe groot is de mate van publieke waardecreatie in de
de BRE’s. Dit inzicht helpt BZK bij het invullen van haar
individuele gemeenten in het BRE?
stelselverantwoordelijkheid voor een goed openbaar bestuur. •
Voor de samenwerkingsverbanden binnen het BRE is het resultaat van dit onderzoek; inzicht in hoe het BRE er precies uitziet, welke publieke waarde er wordt gecreëerd en aan welke ‘knoppen’ het samenwerkingsverband kan
44
60
Dit is op basis van eigen bewerking RUG/Berenschot van dataset van samenwerkingsverbanden door PROOF Adviseurs/Kwink Groep, in opdracht van BZK. Per casusregio wordt de lijst samenwerkingsverbanden geverifieerd door de desbetreffende begeleidingsgroep en worden er nieuwe visualisaties gemaakt.
draaien om de samenwerking binnen het BRE en met de maatschappelijke en economische levensgemeenschap te verbeteren.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
•
Voor de individuele gemeenten in het BRE is het resultaat
Bijlage 2. Respondenten
van dit onderzoek; inzicht in hoe het BRE (waar de gemeente zich in bevindt) er precies uitziet, welke publieke
•
waarde er wordt gecreëerd, hoe zich dat verhoudt tot de
Dhr. Alting, Directeur, Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta (SBE).
publieke waardecreatie in de eigen gemeente en aan welke
•
Mevr. Arends, Regio Directeur, Alfa College.
‘knoppen’ de gemeente kan draaien om meer te profiteren
•
Mevr. Aukema, Gemeentesecretaris, Gemeente Oldambt.
van regionale samenwerking.
•
Dhr. Beerda, DB lid, Waterschap Noorderzijlvest.
•
Dhr. ten Brink, Dijkgraaf, Waterschap Hunze en Aa’s.
Op het moment van schrijven worden er in vijf regio’s
•
Dhr. Corporaal, Team directie advies, Provincie Groningen.
onderzoek uitgevoerd. Dit zijn:
•
Dhr. Drenth, Wethouder, Gemeente Midden-Groningen.
•
Noordoost Brabant
•
Mevr. Engelsman, Directeur, Kunstraad Groningen.
•
Fryslân
•
Dhr. Gardenier, Directeur, CAB Groningen.
•
Groningen
•
Mevr. van der Geest, Coördinator Interprovinciaal Overleg,
•
Drenthe
•
Noord-Holland Noord
Provincie Groningen. •
Dhr. Glastra, Directeur-bestuurder, Het Groninger Landschap.
Samenstelling Ambtelijke Begeleidingsgroep
•
Mevr. Gräper, Gedeputeerde, Provincie Groningen.
Mevr. van der Geest, Adviseur bestuurlijke organisatie,
•
Dhr. Hamster, Wethouder, Gemeente Stadskanaal.
Provincie Groningen.
•
Mevr. den Hartog, Voormalig Regiobestuurder,
• •
Dhr. Sprenger, Secretaris, Vereniging Groninger Gemeenten.
•
Dhr. Geelof, Bestuursadviseur, gemeente Groningen.
•
Mevr. Rijkaart, Directieadviseur, Gemeente Oldambt.
•
Mevr. Hidding, Bestuurskundige, Waterschappen Hunze en
•
Mevr. Hemmes, Wethouder, Gemeente Pekela.
Aa’s & Noorderzijlvest.
•
Mevr. Hidding, Bestuurskundige, Waterschappen Hunze
•
Collectief Midden Groningen. •
Gemeente Oldambt.
Dhr. Schiltkamp, Programmamanager klimaatadaptatie, Noorderzijlvest.
Dhr. Heiminge, Clusterdirecteur dienstverlening,
en Aa’s & Noorderzijlvest. •
Dhr. Hordijk, Programmamanager, Regiodeal Oost Groningen.
Samenstelling Bestuurlijke begeleidingscommissie •
Dhr. Schmaal, wethouder, Gemeente Veendam.
•
Dhr. Middel, Dijkgraaf, Waterschap Noorderzijlvest.
•
Mevr. Gräper, Gedeputeerde, provincie Groningen.
•
Dhr. van der Tuuk, Burgemeester, gemeente Westerkwartier.
•
Dhr. Jager, Voormalig projectleider RES, Regionale Energie Strategie.
•
Dhr. Jansen, Programmadirecteur, Nationaal Programma Groningen.
•
Dhr. Küpers, Secretaris-Directeur, Hunze en Aa’s.
•
Dhr. Löwik, Directeur, Breuer Instituut.
•
Dhr. Luiten, Directeur, Vrijdag.
•
Mevr. Maarsingh, Adviseur, CMO Stamm.
•
Dhr. van Niejenhuis, Directeur, De Kracht van Groningen en de vereniging Groninger Dorpen.
•
Dhr. Popken, Concerndirecteur Stadsontwikkeling en Economische Zaken, Gemeente Groningen.
•
Dhr. Postma, Financiële afdeling, Provincie Groningen.
•
Mevr. Rijkaart, Directieadviseur, Gemeente Oldambt.
•
Dhr. Saman, Clusterdirecteur ruimtelijke zaken, Gemeente Oldambt.
•
Dhr. Schiltkamp, Programmamanager klimaatadaptatie, Noorderzijlvest.
61
•
Dhr. Schmaal, Wethouder, Gemeente Veendam.
•
Dhr. Schuiling, Burgemeester, Gemeente Groningen.
•
Dhr. Siderius, Senior Projectmanager, IVN.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
•
Dhr. Sijbring, Business Manager Industrial Business
Bijlage 3. Geraadpleegde documenten
Innovation & Smart utilities, Groningen Seaports. •
Mevr. Sikkema, Burgemeester, Gemeente Oldambt.
Lijst bestudeerde documenten
•
Mevr. Smit, Directeur, Vkb.
•
•
Dhr. Sprenger, Secretaris, Vereniging Groninger Gemeenten.
•
Dhr. Steenbergen, Bestuurslid, Collectief Groningen West.
•
Dhr. Stel, Directeur, Campus.
•
Dhr. Tammes, Secretaris-Directeur, Noorderzijlvest.
•
Mevr. Teekens, Programma- en omgevingsmanager, Provincie Groningen.
Afvalverwerking Regio Centraal Groningen (ARCG), Jaarrapport 2019, 2020.
•
Afvalverwerking Regio Centraal Groningen (ARCG , Samenwerkingsvoorstel, 2020.
•
Akkoord van Groningen Strategische agenda 2018-2022, 2018.
•
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS),
•
Mevr. Timmerman, Lid, LTO Noord.
•
Dhr. van der Tuuk, Burgemeester,
•
De Regionale Economie 2019, 2020. Deltaplan Agrarisch Beheer, 2018.
Gemeente Westerkwartier.
•
Ecologie en Economie in balans, Ecologie & Economie
•
Mevr. Usmany, Wethouder, Gemeente Eemsdelta.
in balans in de Eemsdelta, d.d.
•
Dhr. van Kleef, Voorzitter, Preventie Overleg Groningen.
•
EemsDollardRegio, Strategie No(o)rd 2020+, 2019.
•
Dhr. van der Veen, Regiomanager, UWV Werkbedrijf.
•
Gemeentelijk Computercentrum (GemCC),
•
Mevr. Vegt, Directeur, K&C (inclusief CMK).
•
Mevr. Wageman, Directeur, Stichting Oude Groninger
Onderzoeksrapport ontwikkeling en perspectief, 2019. •
Kerken. •
Dhr. van der Wal, Programmamanager Buisleidingen,
Drenthe, Jaarstukken 2020, 2021. •
Groningen Seaports. •
Mevr. van de Weerd, Manager Programma en Innovatie, Mevr. van de Wetering, Programmamanager kwaliteit
•
Gemeenschappelijke Regeling WEDEKA Bedrijven, Jaarstukken 2018, 2019.
•
openbaar bestuur, Provincie Groningen. •
Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Groningen Drenthe, Meerjarenbegroting 2021-2024, 2020.
Biblionet Groningen. •
Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Groningen
Gemeenschappelijke Regeling WEDEKA Bedrijven, Jaarstukken 2019, 2020.
Dhr. Wieringa, Clusterdirecteur maatschappelijke zaken,
•
GGD, Ontwikkelperspectief 2017-2020, 2016.
Gemeente Oldambt.
•
GGD, Jaarbericht 2019, 2019.
•
Dhr. Wigboldus, Voorzitter, Groninger Gasberaad.
•
GGD, Jaarbericht 2020, 2020.
•
Mevr. Zwart, Directeur, Huis voor de Sport Groningen.
•
Groningen Centrumregeling Beschermd Wonen en Opvang, Gezamenlijk Plan Groninger gemeenten Van Beschermd Wonen en Opvang naar wonen met begeleiding op maat: op weg naar 2020, 2017.
•
Groninger Archieven, Beleidsplan 2021-2024, 2020.
•
Groninger Archieven, Beleidsplan 2017-2021, 2016.
•
Groninger Archieven, Jaarverslag 2019, 2020.
•
Havenschap Delfzijl Eemshaven (Groningen Seaports), Vestigingsbeleid Eemshaven/Delfzijl, d.d.
•
Havenschap Delfzijl Eemshaven (Groningen Seaports), Port Handbook, d.d.
•
Havenschap Delfzijl Eemshaven (Groningen Seaports), Port Environmental Review System 2021-2023, 2020.
•
Havenschap Delfzijl Eemshaven (Groningen Seaports), Havenvisie 2030, d.d.
•
Havenschap Delfzijl Eemshaven (Groningen Seaports), Jaarverslag 2019, 2020.
62
•
Investeringsagenda Waterstof Noord-Nederland, 2018.
•
Meerschap Paterswolde, Jaarstukken 2019, 2020.
•
Meerschap Paterswolde, Begroting 2021, 2020.
•
Meerschap Paterswolde, Beleidsvisie 2012, 2012.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
•
Noordelijk Belastingkantoor, Jaarrekening en
•
kadernota 2020, 2021.
aanbestedingsbeleid, 2020.
Omgevingsdienst Groningen, Sturing en financieringsmodel
•
Werkvoorzieningschap Novatec Jaarrekening 2018, 2019.
ODG 2020.
•
Werkvoorzieningschap Novatec, Begroting 2021, 2020.
•
Omgevingsdienst Groningen, Begroting 2021, 2020.
•
Wunderline, Bidbook Besluitvorming Wunderline, d.d.
•
Omgevingsdienst Groningen, Begroting 2022, 2021.
•
OV Bureau Groningen Drenthe, Jaarverslag en jaarrekening
Geraadpleegde literatuur
2019, 2020.
•
•
•
OV Bureau Groningen Drenthe, Begroting 2021, 2020.
•
Publiek Vervoer Groningen Drenthe, Meerjarenbegroting
Tordoir, P. De veranderende geografie van Nederland. De opgaven op mesoniveau, 2015.
•
2021-2024, d.d.
Cloosterman, E., G. Marlet & van Woerkens, De Nieuwe Gemeentekaart, 2014.
•
Regio Groningen-Assen, Begroting 2022, 2021.
•
Regio Groningen-Assen, Jaarrekening 2020, 2021.
van Ecosystemen voor Ondernemerschap in Nederlandse
•
Regionale Agenda Oost-Groningen, De Kracht van
regio’s, 2018.
Oost-Groningen, 2021. •
Samenwerkingsverband afvalstoffenverwijdering NoordOost Groningen (SANOG), Jaarstukken 2019, 2020.
•
Samenwerkingsverband afvalverwijdering Oost- en Zuidoost- Groningen (SOZOG), Begroting 2021, 2020.
•
Samenwerkingsverband afvalverwijdering Oost- en Zuidoost- Groningen (SOZOG), Jaarstukken 2018, 2019.
•
Samenwerkingsverband afvalverwijdering Oost- en Zuidoost- Groningen (SOZOG), Jaarstukken 2019, 2020.
•
SNN, Research en innovatie strategie voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland 2021-2027, 2020.
•
Stichting IVAK, Strategisch beleidsplan 2019-2022, 2018.
•
Stichting IVAK, Jaarverslag 2019, 2020.
•
Veiligheidsregio Groningen, Beleidsplan 2016-2019, 2015.
•
Veiligheidsregio Groningen, Veiligheidsplan 2020-2024, 2019.
•
Veiligheidsregio Groningen, Jaarverslag 2019, 2020.
•
Vereniging Groninger Gemeenten, Jaarverslag 2019, 2020.
•
Vereniging Groninger Gemeenten, Jaarverslag 2020, 2021.
•
Volkskredietbank voor Noord-Oost Groningen, Toekomstplan 2021-2024, 2020.
•
Volkskredietbank voor Noord-Oost Groningen, Beleidsplan 2016-2019, 2015.
•
Volkskredietbank voor Noord-Oost Groningen, Begroting 2021, 2020.
•
Volkskredietbank voor Noord-Oost Groningen, Jaarstukken 2019, 2020.
•
Werkplein Fivelingo, Jaarrekening 2019, 2020.
•
Werkvoorzieningschap Novatec, Jaarrekening 2019, 2020
•
Werkvoorzieningschap Novatec, Begroting 2021, 2020.
•
Werkvoorzieningschap Novatec. Beleidsbegroting 2018 en Meerjarenraming 2019-2021, 2017.
•
Werkvoorzieningschap Novatec, Financieel kader 2018-2021, 2017.
63
Werkvoorzieningsschap Afeer, Inkoop- en
•
Werkvoorzieningschap Novatec. Koerskrant, 2021.
•
Cloosterman, E., Stam, E. & Van der Starre, De Kwaliteit
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Bijlage 4. Uitkomsten enquête volksvertegenwoordigers (N=36) Coalitie, oppositie of anders?
Functie in percentage 2,8%
2,9%
13,9%
50%
48,6%
48,6%
33,3%
Coalitie Oppositie Anders (zakencollege)
Commissielid in een gemeente Gemeenteraadslid Lid van het AB van een waterschap Statenlid
Hoe lang bent u volksvertegenwoordiger of commissielid?
Op welk domein bent u woordvoerder?
14,3%
17,6%
20,6% 34,3%
20,0%
8,8% 23,5%
17,6% 31,4%
Eerste periode Tweede periode Derde periode Meer dan drie perioden
64
11,8%
Economie Energie, klimaat en milieu Fysieke omgeving Sociaal domein Veiligheid Anders
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Stellingen: draagvlak en betrokkenheid
De ambities die wij ons stellen in de regio, worden gerealiseerd. De regionale ambities sluiten over het algemeen aan op de ambities van onze gemeente/provincie/waterschap.
Onze regio presteert beter dan onze buurregio’s. Dankzij de samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af. Samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Dankzij de samenwerking tussen overheden in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af. Samenwerking tussen overheden in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. 0% Zeer mee oneens
Tamelijk mee oneens
10%
Neutraal
20%
30%
40%
Tamelijk mee eens
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Zeer mee eens
Geen mening
50%
80%
Stellingen: betrokkenheid en draagvlak
Ik zou actiever betrokken willen zijn bij regionale samenwerking. De inbreng van mijn gemeenteraad / Provinciale Staten / het AB van het waterschap heeft invloed op de regionale besluitvorming. Ik ben geïnteresseerd in de regionale samenwerkingsverbanden waaraan mijn gemeente/provincie/waterschap deelneemt. Over het algemeen zijn de procedures voor besluitvorming bij regionale samenwerking mij helder. Ik heb voldoende zicht op wat zich in regionale samenwerkingsverbanden afspeelt. 0% Zeer mee oneens
65
Tamelijk mee oneens
10%
Neutraal
20%
30%
40%
Tamelijk mee eens
60%
70%
Zeer mee eens
90%
100%
Geen mening
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
In welke mate dragen de volgende zaken voor u bij aan de identiteit van uw regio?
Saamhorigheid en verbondenheid Een karakteristiek landschap Gezamenlijke rituelen en symbolen Een gedeelde geschiedenis van de gemeenschap Een (streek)taal en/of dialect 0% Draagt helemaal niet bij
10%
Draagt niet erg bij
20%
30%
Neutraal
40%
50%
60%
Draagt redelijk bij
70%
80%
90%
100%
90%
100%
Draagt sterk bij
In welke mate voelt u zich verbonden met:
Europa Nederland Uw provincie Uw regio Uw gemeente Uw dorp of stad Uw buurt of wijk 0% Helemaal niet verbonden
Niet erg verbonden
10%
Neutraal
20%
30%
40%
50%
Redelijk verbonden
60%
70%
80%
Sterk verbonden
Geen mening
In hoeverre bent u – over het algemeen – trots op:
Europa Nederland Uw provincie Uw regio Uw gemeente Uw dorp of stad Uw buurt of wijk 0% Helemaal niet trots 66
Een beetje trots
10%
20%
30%
Redelijk trots
40%
50%
Zeer trots
60%
70%
80%
Geen mening
90%
100%
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Schaamt u zich wel eens voor:
Europa Nederland Uw provincie Uw regio Uw dorp of stad Uw buurt of wijk 0% Nooit
Zelden
Soms
Wat is volgens u de invloed van regionale identiteit op de effectiviteit van de samenwerking in uw regio?
3%
20%
Vaak
30% Altijd
40%
50%
60%
70%
80%
90%
Is het feit dat u zich al dan niet verbonden voelt met de regio Groningen van invloed op beslissingen die u neemt als volksvertegenwoordiger?
6% 3%
35%
Negatieve invloed Neutraal Positieve invloed Geen mening
100%
Geen mening
12%
50,0%
67
10%
35,0%
56%
Ja Nee Deels Afhankelijk van dossier
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Bijlage 5. Uitkomsten inwonersenquête Wat is uw toekomstige gemeente?
Wat is uw leeftijd in jaren? (N=2699)
3%
3%
8%
4%
17%
4%
7%
24%
12%
12% 18% 17%
8% 2% 13%
32%
15%
Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Pekela
Oldambt Westerkwartier Stadskanaal Westerwolde Veendam
Geslacht (N=2768)
18-20 21-30 31-40
41-50 51-60 61-70
71-80 81-90 91-100
Wat is uw hoogst afgeronde opleiding?
15%
1%
16%
45%
9% 55% 36% 23%
Man Vrouw Anders
68
Lagere school VMBO / Mavo Havo / VWO
MBO HBO WO
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Hoe lang woont u al in uw huidige woonplaats? (N = 2768)
Bent u geboren in de regio Groningen? (N = 2593)
3% 17%
5%
7% 36% 48%
16%
69%
Korter dan 2 jaar 2 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar
10 jaar of langer Mijn hele leven
Ja, ik heb altijd in de provincie gewoond Ja, maar ik heb ook elders in het land of buitenland gewoond Nee
In welke mate voelt u zich verbonden met (N = 2740):
Europa Nederland Uw provincie Uw regio Uw gemeente Uw dorp of stad Uw buurt of wijk 0% Helemaal niet verbonden
Niet erg verbonden
10%
Neutraal
20%
30%
40%
Redelijk verbonden
50%
60%
70%
80%
Sterk verbonden
90%
100%
Geen mening
In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen?( N = 2762)
Er bestaat een Groningse identiteit Het maakt me niet uit of ik in Groningen woon of ergens anders in Nederland Ik ben er trots op dat ik in de provincie Groningen woon Groningen voelt als mijn thuis 0% Helemaal mee oneens 69
Mee oneens
Neutraal
10%
20%
Mee eens
30%
40%
50%
Helemaal mee eens
60%
70%
80%
90%
100%
Weet ik niet/geen mening
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
In hoeverre bent u – over het algemeen – trots op (N = 2768):
Europa Nederland Uw provincie Uw regio Uw gemeente Uw dorp of stad Uw buurt of wijk 0% Helemaal niet trots
Een beetje trots
10%
20%
30%
Redelijk trots
40%
50%
Zeer trots
60%
70%
80%
90%
100%
90%
100%
Geen mening
Schaamt u zich wel eens voor (N = 2719):
Europa Nederland Uw provincie Uw regio Uw gemeente Uw dorp of stad Uw buurt of wijk 0% Nooit
Zelden
Soms
10%
20%
Vaak
30% Altijd
40%
50%
60%
70%
80%
Geen mening
In welke mate dragen de volgende zaken voor u bij aan de identiteit van uw regio? (N = 2768)
Saamhorigheid en verbondenheid Een karakteristiek landschap Gezamenlijke rituelen en symbolen Een gedeelde geschiedenis van de gemeenschap Een (streek)taal en/of dialect 0%
70
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
Draagt helemaal niet bij
Draagt niet erg bij
Neutraal
Draagt redelijk bij
Draagt sterk bij
Weet ik niet/geen mening
80%
90%
100%
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Bijlage 6. ‘Foto’ van het BRE Groningen Zie bijlage mail.
71