07 1 Eindrapport BRE Groningen
Tekst van het document
van regionale samenwerking onder druk staat. Verdere duiding
onze gesprekspartners over het algemeen niet op vertrouwd.
hiervan kunnen we op basis van onze data niet geven.
Eenzelfde dynamiek kan ontstaan binnen het NPG omdat draagvlak te behouden voor een regionale aanpak en niet als
We constateren wantrouwen vanuit inwoners richting de overheid
individuele gemeenten voor eigen belang te gaan.
Op basis van de data en de gesprekken constateren wij dat
bepaalde partijen achter net vissen. Ook daar is het cruciaal
onder inwoners sprake is van groot wantrouwen richting
Het thema draagvlak is beperkt expliciet aan de orde gekomen in de gesprekken met betrokkenen
instituties. Een groot deel van Groningen bungelt onderaan
Wij constateren dat in de gesprekken die wij gevoerd hebben
bevestigd in gesprekken. Dit is deels van oudsher en te verklaren
het thema draagvlak weinig expliciet aan de orde is geweest.
vanuit de Groningse volksaard. Maar ook een groot deel van
Dit is anders dan in andere regio’s. Daar staan met name veel
dit wantrouwen is veroorzaakt door het aardbevingendossier
gemeenteraden op hun achterste poten omdat ze voor hun
en met name de (totaal haperende) afwikkeling van de schade.
gevoel geen enkele invloed hebben op wat er binnen het BRE
Dit wantrouwen richt zich met name op de Rijksoverheid.
gebeurt. Tijdens gesprekken in BRE Groningen is dit door onze
Illustratief is dat uit de inwonersenquête naar voren komt dat
gesprekspartners minder ingebracht. Wel is door bestuurders
71% van de respondenten zich soms tot altijd schaamt voor
aangegeven dat het moeilijk is om het regionale verhaal aan de
Nederland. Het wantrouwen vertaalt zich ook richting lokale en
eigen gemeenteraad te verkopen. Ook wordt door raadsleden
regionale bestuurders en kan daarmee uiteindelijk een negatieve
afstand ervaren tot hetgeen in het BRE gebeurt en wordt
invloed hebben op het vertrouwen in de overheid. En daarmee
voorbereid. Deze geluiden zijn weer vergelijkbaar met vrijwel alle
op het vermogen publieke waarde te creëren.
andere regio’s. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat we niet met volksvertegenwoordigers zelf gesproken hebben. Maar ook daarvoor geldt dat het feit dat de animo voor een gesprek beperkt was, indicatief is voor de mate waarin het BRE Groningen door volksvertegenwoordigers als een relevant schaalniveau wordt ervaren.
Volksvertegenwoordigers zien samenwerking als noodzakelijk maar zijn weinig positief over kwaliteit samenwerking Uit de enquête komt naar voren dat volksvertegenwoordigers samenwerking als onvermijdelijk zien om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Ook zijn volksvertegenwoordigers overwegend van mening dat het BRE Groningen beter af is door samenwerking.
18
de lijstje voor wat betreft vertrouwen in instituties en dit werd
HOOFDSTUK 3
Conclusie De hoofdvraag van het onderzoek in BRE Groningen luidt: Hoe succesvol is het BRE Groningen in het realiseren van publieke waarde, welke factoren spelen hierin een rol en hoe kan de samenwerking worden verbeterd? In dit hoofdstuk wordt het eerste deel van deze vraag beantwoord, de aanbevelingen volgen in hoofdstuk 4.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Hoe succesvol is het BRE Groningen in het realiseren van publieke waarde en welke factoren spelen hierin een rol?
gebied van waaruit vertegenwoordiging plaats kan vinden en vraagstukken omtrent de invulling van de ruimte en het landschap beter kunnen worden aangepakt.
Het algemene beeld
Verklarende factoren
Het BRE Groningen slaagt er met wisselend succes in om
De verklarende factor voor succesvolle samenwerking is dat
publieke waarde te realiseren. Dit vindt in beperkte mate
(subregionaal) wordt aangesloten bij de logica van het gebied
plaats op het niveau van BRE Groningen (enkel de verplichte
en de opgave. Een voorbeeld daarvan is de regio Groningen-
verbanden gericht op taakuitvoering) maar wel op subregionale
Assen, een BRE (maar ook ERE en MRE) op zichzelf. Dit is qua
schaal of inter-/bovenregionaal. De reden daarvoor is dat
samenstelling en indeling een logisch gebied om te wonen,
gedeelde opgaven zich eerder op laatstgenoemde schalen
werken, leren en recreëren. Samenwerking op die schaal zorgt er
bevinden dan op de schaal van BRE Groningen.
dan ook voor dat tot publieke waarde wordt gekomen. Hetzelfde geldt voor samenwerking rondom de haven en industrie en ook
Op subregionale schalen en ook inter-/bovenregionaal zien
voor de regiodeal Oost-Groningen, bedoeld om de specifieke
wij tal van verbindingen tussen BRE, MRE en ERE. Beperkt
sociale problematiek van dat gebied aan te pakken.
zijn de verbanden waarin alle drie de partijen betrokken zijn. Vaker gaat het om een verbinding tussen het BRE en ofwel het
Een andere verklarende factor zit wat ons betreft in de houding
ERE, ofwel (een onderdeel van) het MRE. De verbinding met
van de provincie. Hoewel door een heel aantal gesprekspartners
inwoners verloopt doorgaans moeizaam. Zowel op subregionaal
kritisch naar de rol van de provincie wordt gekeken constateren
als op bovenregionaal niveau wordt het lastig gevonden
wij toch ook dat de provincie juist de ontwikkelingen binnen de
burgerparticipatie productief te maken. Overigens zijn er vanuit
subregio, de gemeente Groningen en bovenregionaal probeert
de Groningse overheden wel initiatieven om dit te verbeteren.
aan te wakkeren en te ondersteunen. Dit gaat nog niet altijd op een effectieve manier maar de provincie vervult hierin een
Uit deze verschillende verbanden komt de nodige kracht voort.
cruciale schakelfunctie.
Het is moeilijk om hard te maken of dit samenspel in termen van publieke waarde iets oplevert. ‘Overall’ zien we wel dat
Er zijn verschillende oorzaken dat kansen op de realisatie van
waar het samenspel ‘hechter’ georganiseerd is, bijvoorbeeld
publieke waarde worden gemist. Deze zijn ook uitgebreid aan
op economie, onderwijs en arbeidsmarkt, resultaten concreter
bod geweest. Wij herhalen hier de twee belangrijkste. Ten
zichtbaar zijn dan opgaven waar het samenspel minder ‘hecht’
eerste zien wij dat opgaven onvoldoende integraal worden
georganiseerd is. Ook constateren we dat dit samenspel
aangevlogen. Zowel op het niveau van BRE Groningen
leidt tot het binnenhalen van middelen, het opzetten van
(Invulling van de ruimte en de toekomst van het landschap/
subsidiestromen, ondersteuning van ondernemers en/of
gebied) als op het niveau van de subregio (integrale aanpak
maatschappelijke partijen en vertegenwoordiging richting Rijk
sociale problematiek Oost-Groningen). Ook de waterschappen
en Europa. Veel bevindt zich op dit moment nog in de planfase
die opereren vanuit andere (stroom)gebieden hebben hier last
en het is daarmee te vroeg om uitspraken te doen over de
van. Zo wordt water nog onvoldoende als integraal onderdeel
effecten van veel van deze verbanden op de brede welvaart. Wel
van ruimtelijk beleid gezien.
is duidelijk dat het onderlinge samenspel leidt tot in ieder geval indirecte publieke waarde.
Ten tweede zien wij dat het op onderdelen ontbreekt aan een gezamenlijke gerichtheid binnen het BRE Groningen.
Tegelijkertijd constateren wij dat kansen worden gemist.
Het vertrouwen is broos, belangen lopen uiteen, er is sprake
Mede doordat ecosystemen soms onvoldoende op elkaar zijn
van diepgeworteld wantrouwen en er is beperkte onderlinge
aangesloten dreigt een deel van de grote opgaven van BRE
solidariteit. Deze factoren belemmeren de samenwerking en de
Groningen te blijven liggen. Dan gaat het bijvoorbeeld om de
realisatie van publieke waarde en zijn bovendien maar ten dele
demografische opgave. Namelijk de omgang met gelijktijdige
te beïnvloeden.
bevolkingsgroei (gemeente Groningen) en krimp (ommeland) in het BRE. Ook gaat het om het maken van een verbinding tussen onderwijs, arbeid, zorg, sociaal domein en wonen in Oost-Groningen en Noord-Groningen. Verder ontbreekt 20
het aan een integrale en breed gesteunde agenda voor het
HOOFDSTUK 4
Uitzicht: handelings perspectief Op basis van de feiten en onze analyse komen we tot onze aanbevelingen voor een verbeterde werking van het BRE Groningen. Deze aanbevelingen zijn primair gericht aan het bestuurlijk regionale ecosysteem maar raken ook het maatschappelijk en economisch ecosysteem. Dit doen we door beantwoording van de deelvragen 11, 12 en 13. Deze luiden als volgt: •
Deelvraag 11: Hoe kan het BRE beter bijdragen aan publieke waarde creatie?
•
Deelvraag 12: Hoe kan de samenwerking binnen het BRE worden verbeterd?
•
Deelvraag 13: Hoe kan de samenwerking tussen het bestuurlijk, maatschappelijk en economisch ecosysteem worden verbeterd?
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
4.1 Op zoek naar verbinding en samenhang
1.
Invulling van de ruimte is een integraal vraagstuk
Een aantal opgaven manifesteert zich op de schaal van BRE Wie BRE Groningen door een bestuurskundige bril bekijkt
Groningen of is daar (door het Rijk) nu eenmaal belegd. Deze
ziet in eerste instantie een overzichtelijk bestuurlijk landschap
opgaven gaan in de meest ruime zin over ‘ruimte’. Ten eerste zijn
en een sterke identiteit. Daarmee zijn twee belangrijke
er de opgaven waar de provincie Groningen en de waterschappen
ingrediënten aanwezig voor een stevig en samenhangend
voor aan de lat staan (waterbeheer, natuur, milieu, landschap,
bestuurlijk samenspel. Pas in tweede instantie valt op hoe
economie, bereikbaarheid en wonen). Daarnaast zijn er
verschillend het BRE is voor wat betreft brede welvaart,
ruimtelijke opgaven waarvoor het BRE Groningen gezamenlijk
oriëntatie, opgaven en gerichtheid (zie hiervoor uitgebreid
aan de lat staat of die in de komende jaren nadrukkelijker
hoofdstuk 3). Het gevolg hiervan is dat onderlinge verbinding
gaan spelen op het schaalniveau van het BRE (zie ook het
en samenwerking niet vanzelf tot stand komt.
opgavenprofiel in hoofdstuk 5). Dan gaat het bijvoorbeeld om de energietransitie. Het BRE heeft gelukkig ook veel te bieden met
Vanuit deze constatering zien wij als belangrijkste opgave voor
restwarmte vanuit de industrie en ruimte om zonnevelden en
de regio om op zoek te gaan naar bestuurlijk en inhoudelijke
windmolenparken te realiseren. Daarvoor zijn, mede afhankelijk
verbinding en samenhang met respect voor al deze verschillen.
van het ambitieniveau, wel forse ingrepen nodig in het
Wij menen namelijk dat daar aanleiding voor is. In paragraaf
landschap en moeten keuzes gemaakt worden over de invulling
4.2 zetten wij de redenen daarvoor uiteen.
van de ruimte. Een discussie over energie gaat daarmee ook over zaken als natuur, biodiversiteit, wonen, mobiliteit, de toekomst
De vervolgvraag is op welke wijze deze verbinding en
van het Groningse landschap en leefbaarheid.
samenhang dan tot stand zou moeten komen. In paragraaf 4.3 doen we daar enkele suggesties voor, rekening houdend met
Keuzes die gemaakt worden op het gebied van energie, wonen,
de specifieke context en omstandigheden van BRE Groningen.
water, economie en mobiliteit grijpen dus sterk op elkaar in.
Deze suggesties gaan zowel over inhoudelijke verbinding als de
Een sectorale benadering van deze opgaven is daarmee in onze
organisatie van deze verbinding.
ogen niet gepast. Het draait hier om het maken van integrale afwegingen als BRE (in samenspraak met MRE en ERE) over
Tot slot heeft dit onderzoek ook tot doel om tot inzichten
hoe de ruimte in te vullen. Een goede onderlinge verbinding
te komen hoe de samenwerking tussen de drie ecosystemen
binnen het BRE is daarvoor cruciaal, evenals ook de verbinding
verbeterd kan worden op de schaal van het BRE Groningen.
met sociaalmaatschappelijke vraagstukken. De demografische
Daartoe doen we enkele aanbevelingen in paragraaf 4.4.
opgave - namelijk de omgang met gelijktijdige bevolkingsgroei
De wijze waarop dit verbeterd kan worden is overigens sterk
(gemeente Groningen) en krimp (ommeland, in het bijzonder
afhankelijk van de mate waarin de bestuurlijk samenwerking
Noord-Groningen) in het BRE - heeft namelijk niet alleen
regionaal wordt opgetuigd. Binnen een biotoop draait het
ruimtelijke maar ook sociaalmaatschappelijke consequenties.
immers om balans tussen de verschillende ecosystemen. Des te sterker het BRE des te meer noodzaak aan een sterk MRE en ERE, en vice versa.
Onderzoek BRE Fryslân Naar aanleiding van het BRE-onderzoek in BRE Fryslân
4.2 Werken aan verbinding en samenhang: ‘Het waarom’
komen we tot een vergelijkbare constatering en richting van aanbeveling. Ook daar is ruimte het dominante vraagstuk en constateren we ook dat uitdagingen in het fysieke (maar ook sociale domein) in toenemende mate op elkaar
22
De realiteit is dat de subregio’s (waaronder gemeente
inwerken. De natuur en het landschap staan onder druk, de
Groningen) grotendeels uiteenlopende opgaven hebben. Ook
agrarische sector staat voor een enorme transitie, energie
is de realiteit dat de bestuurlijk oriëntatie van de gemeente
en klimaat wordt het dominante vraagstuk van de komende
Groningen met name is gericht op het zuiden. Dat neemt niet
decennia en er is een transitie nodig van de woningvoorraad
weg dat wij het verstandig vinden te investeren in samenhang
en het voorzieningenniveau. De toekomst van Fryslân is
en verbinding binnen het BRE Groningen. Wij hebben daar vijf
daarmee een integraal vraagstuk geworden terwijl de
belangrijke redenen voor.
huidige agenda’s, visies en ideeën daar nog te veel sectoraal zijn ingestoken.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Hierbij komt dat de sterke binding die Groningers met het
jaren gemaakt moeten worden en de hoeveelheid aan verplichte
gebied hebben in eerste instantie wordt veroorzaakt door het
samenwerkingsverbanden waarin je elkaar blijft tegenkomen
karakteristieke landschap. Daarmee is het in onze ogen niet
verdient het aanbeveling om ook met deze reden te investeren
alleen inhoudelijk verstandig maar ook gelegitimeerd dat een
in onderlinge verbinding.
integrale discussie over de toekomst van datzelfde landschap in het bijzonder op het niveau van het BRE wordt gevoerd.
2.
5.
Diverse agenda’s grijpen op elkaar in
Inwoners voelen zich verbonden met het gebied en er is sprake van een regionale identiteit
Meer dan in BRE Fryslân zien we dat in BRE Groningen gewerkt
Uit de enquête komt naar voren dat inwoners zich verbonden
wordt langs verschillende stevige en serieuze toekomstagenda’s.
voelen met de regio Groningen en spreken over de aanwezigheid
Sommige van deze agenda’s bevinden zich op het schaalniveau
van een regionale identiteit. Daarmee is in onze ogen een
van BRE Groningen (Toekomstagenda Groningen). Sommige
legitieme basis aanwezig om als BRE Groningen te investeren
op het niveau van de subregio’s (Nationaal Programma
in onderlinge verbinding en de verantwoordelijkheid om met
Groningen, Akkoord van Groningen en de Regionale Agenda
elkaar en met het MRE te spreken over de toekomst van die
Oost-Groningen) en sommige bovenregionaal of interregionaal
regio.
(Deltaplan voor het Noorden, Regionale Innovatiestrategie en Regio Groningen Assen). Deze agenda’s grijpen ten eerste inhoudelijk op elkaar in.
4.3 Werken aan verbinding en samenhang: ‘Het hoe’
Keuzes op het gebied van wonen hebben effecten op de natuur en het landschap. Ten tweede grijpen de agenda’s geografisch
Vanuit de constatering dat er vijf belangrijke redenen zijn om
op elkaar in. Misschien nog wel meer dan het formuleren van
als BRE te werken aan onderlinge verbinding en samenhang
een nieuwe agenda is er noodzaak deze agenda’s onderling af
komen we tot enkele suggesties hoe dit praktisch vorm te geven.
te stemmen en te structureren. Keuzes die in de ene agenda
Daarbij houden we rekening met de bijzondere omstandigheden
gemaakt worden hebben immers effect op de andere.
en kenmerken van het BRE.
3.
Wij zien in essentie twee manieren waarop te versterken.
Legitimatie van bovenregionale vertegenwoordiging
De eerste is door het aanbrengen van inhoudelijke samenhang.
Noord-Nederland, het Rijk en Europa zijn voor BRE Groningen
De tweede is door afspraken te maken over de vormgeving van
belangrijke niveaus. Met name voor het binnenhalen van
het bestuurlijk samenspel op de schaal van BRE Groningen.
middelen. Vanuit de constatering dat niet alle deelnemers aan
Werk als BRE aan een gezamenlijke agenda
het BRE bij deze vertegenwoordiging betrokken zijn, deze niet hier ook niet structureel afstemming over plaatsvindt en er ook
Aanbrengen van inhoudelijke samenhang: Een agenda voor Groningen
geen bestuurlijk platform is op het niveau van BRE Groningen
Wij raden aan om als BRE Groningen te werken aan een
waar deze afstemming gestructureerd plaatsvindt, adviseren wij
gezamenlijke agenda gericht op de gezamenlijk opgaven en
ook daarom te investeren in onderlinge verbinding.
ambities die zich manifesteren op het schaalniveau van BRE
altijd kan rekenen op de steun van alle deelnemers aan het BRE,
Groningen of daaraan raken. Te denken valt aan klimaat en
4.
Uiteenlopende gerichtheid deelnemers BRE
Vanuit de constatering dat je elkaar nodig hebt, niet zonder
energie, landschap, natuur, wonen, werk, economie, mobiliteit en natuurlijk water. Dit heeft een aantal redenen.
elkaar kunt en bovendien verplicht bent met elkaar samen te
23
werken, heeft het waarde te werken aan een sterk bestuurlijk
Ten eerste om als BRE Groningen een eigen verhaal te hebben
netwerk. In BRE Fryslân is zo’n sterk netwerk aanwezig.
dat richting geeft aan inspanningen binnen het BRE Groningen.
Bestuurders kennen elkaar lang, zien elkaar vaak en de
Ten tweede om inhoudelijke samenhang aan te brengen in
lijntjes zijn daardoor kort op het moment dat het nodig is.
de verschillende agenda’s die er op dit moment liggen en in
In BRE Groningen is er op dit punt verbetering mogelijk.
de elkaar overlappende opgaven en ambities. Ten derde om
Gezien de onderlinge afhankelijkheid, de opgaven waar je
richting te geven aan de bovenregionale vertegenwoordiging
gezamenlijk voor staat, de lastige keuzes die in de komende
vanuit BRE Groningen. Zowel richting Rijk en Europa als
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Wat zeggen andere rapporten?
Strategische samenwerking in Nederland
ROB: Droomland of Niemandsland (2021)
In Nederland wordt in tal van regio’s samengewerkt rond een strategische agenda. Voorbeelden daarvan zijn de Regio Zwolle, Metropoolregio Eindhoven, Metropoolregio Amsterdam, Rivierenland en Achterhoek.
De Raad voor het Openbaar Bestuur geeft in haar rapport Droomland of Niemandsland (2021) als eerste advies mee: begin bij de inhoud. “Er is nood aan een integrale regionale agenda voor vraagstukken van klimaat en energie, wonen, infra en mobiliteit, zorg en onderwijs, economie, werk en inkomen, natuur en het gebruik van de schaarse ruimte. Alle reden om de inhoud centraal te stellen nu deze opgaven nauw met elkaar samenhangen. De regionale opgaven vragen daarom om een passende schaal waarop het bestuur is georganiseerd, zodanig dat het goed is toegerust om zijn taak ade¬quaat te kunnen vervullen.” Studiegroep Interbestuurlijke Financiële Verhoudingen (2020) De studiegroep Interbestuurlijke Financiële Verhoudingen kwam eind 2020 met oplossingsrichtingen om de gezamenlijke uitvoeringskracht van de overheid te versterken. De studiegroep pleit onder meer voor (1) meer opgavegericht samen te werken (i.p.v. sectoraal), en (2) versterking van regie op maatschappelijke opgaven: “Door de veelheid aan partijen die is betrokken bij de aanpak van grote opgaven bestaat het risico dat zij langs elkaar heen gaan werken of keuzes maken die niet optellen tot het gewenste resultaat. Daarom is het versterken van regie belangrijk.
Samen werken aan gezamenlijke resultaten vraagt echter wel dat partijen bereid zijn om een deel van hun autonomie ten bate van het gezamenlijk doel of maatschappelijk belang in te leveren.”
Deze samenwerkingen hebben uiteenlopende juridische vormen. De juridische vorm is ook beperkt van belang. Noch voor de resultaten, noch voor de legitimiteit. Zo lang gemeenteraden, maatschappelijke partners en economische partners maar op een goede manier bij de samenwerking worden betrokken is de brede legitimiteit geborgd, zo zien wij in andere regio’s. Deze strategische samenwerkingen hebben vergelijkbare kenmerken. Enkele daarvan: • Er is doorgaans sprake van een construct met een geleed bestuur (hoewel dit vaak niet zo wordt genoemd). • Er wordt gewerkt vanuit een inhoudelijke agenda. • Er is sprake van een verbinding met het maatschappelijk en economisch ecosysteem. • Een (klein) regiobureau. • Er zijn hulpstructuren georganiseerd om de gemeenteraden bij de samenwerking te betrekken (van regioraden tot gezamenlijke agendacommissies, tot regiotours).
namelijk voornamelijk binnen gemeenten en subregio’s) en kan niet op draagvlak rekenen. Een agenda dus met respect voor de verschillende oriëntaties en opgaven van individuele gemeenten en subregio’s. Verder weten we dat inmiddels gesprekken worden gevoerd over een gezamenlijk narratief voor de regio Groningen. Het moge duidelijk zijn dat wij deze ontwikkeling onderschrijven.
richting economische en maatschappelijke partijen die zich
Tegelijkertijd willen wij hier benadrukken dat het écht een
op bovenregionale schaal hebben georganiseerd. Ten vierde
gezamenlijk narratief moet zijn. Dat betekent ook gezamenlijke
omdat een groot deel van de mensen die wij gesproken
sturing op het proces van totstandkoming (welk tijdpad,
hebben daar behoefte aan heeft. Zowel vanuit het BRE als
wie betrekken we erbij, mate van participatie, gezamenlijk
vanuit MRE en ERE. Tegelijkertijd constateren wij dat een deel
vaststellen, etc.) en het gezamenlijk doorleven van de
van de respondenten juist terughoudend is op dit punt. Een
inhoudelijke opgaven.
fundamentele discussie binnen het BRE over de wenselijkheid Bij deze aanbeveling passen wel een aantal opmerkingen en
Maak afspraken over de vormgeving van het bestuurlijk samenspel
kanttekeningen.
We raden aan afspraken te maken over de wijze waarop het
en scope van een gezamenlijke agenda is daarom op zijn plaats.
bestuurlijk samenspel plaatsvindt op het niveau van het BRE.
24
Het is cruciaal dat deze integrale agenda zich bewust toont
Bij het doen van suggesties over hoe deze afspraken kunnen
van agenda’s en programma’s in de verschillende subregio’s
luiden, nemen we de kenmerken zoals opgenomen in de figuur
en aansluit bij de Toekomstvisie Groningen. Behoefte is
‘Strategische samenwerking in Nederland’ als vertrekpunt.
namelijk met name aan een integrale agenda die richting
Deze vertalen we vervolgens naar de Groningse situatie.
geeft op eerdergenoemde thema’s, geen centralisatieagenda
Uitgangspunt daarbij is dat in dit stadium van de samenwerking
waarbij alles naar het schaalniveau van de regio Groningen
binnen BRE Groningen volgens betrokkenen en onszelf met
wordt getrokken. Dit is niet zinvol (opgaven manifesteren zich
name behoefte is aan onderlinge afstemming, versteviging van
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
het netwerk en eerste agendavorming, in plaats van intensieve strategische samenwerking. Wij zien de noodzaak voor een onderling netwerk van Groningse bestuurders (burgemeesters, CvdK en dijkgraven) dat regelmatig bijeen komt. Met de Tafel van Groningen is er inmiddels een gremium opgericht dat aan die eisen voldoet. Meer concreet zien wij als mogelijke taken voor de Tafel van Groningen: •
Proces begeleiden van totstandkoming van agenda voor Groningen/monitoring en regie voeren op realisatie agenda.
•
Afstemming over bovenregionale vertegenwoordiging van BRE Groningen.
•
Zoals eerder aangegeven is in dit stadium volgens betrokkenen en onszelf met name behoefte aan onderlinge afstemming, versteviging van het netwerk en eerste agendavorming. Als het lukt om met elkaar tot een agenda te komen is uitvoering de volgende stap. In onze ogen is het verstandig de portefeuillehouders verantwoordelijk te maken voor de uitvoering, voor zover mogelijk in samenwerking met het Economisch en Maatschappelijk ecosysteem (zie ook paragraaf 4.4 voor het idee van de opgaventafels).
Bewaken van samenhang tussen de verschillende strategische agenda’s.
•
Toekomstmuziek?
Bewaken van de verbinding met het Maatschappelijk en Economisch ecosysteem (zie verder paragraaf 4.4).
Het ligt voor de hand om vanuit de Tafel van Groningen enkele leden aan te wijzen die het BRE Groningen bovenregionaal vertegenwoordigen (bijv. de cvdK, burgemeester Groningen, een dijkgraaf en de voorzitter van de VGG). In ieder geval voor wat betreft de agenda voor Groningen. Voor het goed laten verlopen van het bestuurlijk samenspel is ambtelijke ondersteuning nodig. In onze ogen wordt deze inzet idealiter geleverd of gefinancierd vanuit de deelnemers
Een opties is om gebruik te maken van de bestaande structuur van de VGG. Daarmee wordt voorkomen dat een nieuw overleg in het leven wordt geroepen. Dit vereist echter wel enige aanpassing in de huidige werkwijze en opzet van de VGG. De VGG is dan niet alleen meer een Vereniging van Groningse Gemeenten maar van alle deelnemers aan het BRE. In ieder geval voor wat betreft de opgaven waaraan vanuit de gezamenlijke agenda voor BRE Groningen wordt samengewerkt. Dit betekent dat op die onderwerpen DB-leden en gedeputeerden aansluiten, dat (een deel van de) de bestaande portefeuillehoudersoverleggen worden georganiseerd naar de opgaven uit de agenda of worden getransformeerd tot opgaventafel (zie verder paragraaf 4.4) én dat geïnvesteerd wordt in de ambtelijke ondersteuning. De regie op de uitvoering van de agenda ligt bij de Tafel van Groningen.
4.4 Versteviging verbinding tussen ecosystemen
aan de Tafel van Groningen gezamenlijk en niet door een van de deelnemers. Het ligt voor de hand dat VGG, provincie en
Vanuit de theorie van ecosystemen (zie Hoofdstuk 1) wordt
waterschappen daarover onderling een afspraak maken.
voorgeschreven dat samenhang, samenspel en balans tussen de drie ecosystemen nodig is om tot een florerend ecosysteem te
Afhankelijk van de intensiteit van samenwerking adviseren
komen.
wij de volksvertegenwoordigingen aan te haken. Als de samenwerking binnen het BRE enkel bestaat uit afstemming en
Op de schaal van het BRE Groningen zien wij een bestuurlijk
ontmoeting is dit niet nodig, noch zinvol. Als de samenwerking
netwerk dat aan kracht probeert te winnen. Zeker wanneer
meer behelst en gericht is op gezamenlijke agendavorming,
wordt besloten verder in te zetten op deze versteviging en op
dan is betrokkenheid van de gemeenteraden in onze ogen
gezamenlijke agendavorming neemt de noodzaak toe om op
een voorwaarde voor het slagen daarvan. De wijze waarop is
het niveau van het BRE te werken aan balans tussen de drie
echt afhankelijk van wensen van de gemeenteraden zelf en de
ecosystemen. Wij zien daarvoor verschillende mogelijkheden
intensiteit van de samenwerking. Verschillende mogelijkheden
die in zwaarte verschillen. Onderstaand hebben we drie
daarvoor zijn in opdracht van het ministerie van BZK door
varianten op hoofdlijnen uitgewerkt om een idee te geven
Berenschot uitgewerkt in de ‘Menukaart afstemming tussen
bij de mogelijkheden die er zijn om die balans te versterken.
raden bij intergemeentelijke samenwerking’.16
Uiteindelijk zal geen van deze drie varianten precies passen en is maatwerk nodig. Het is meer bedoeld ter inspiratie en overweging.
16
25
https://kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/ menukaart-afstemming-tussen-raden-bij-intergemeentelijke-samenwerking/
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Variant 1 – ERE en MRE incidenteel laten aansluiten bij VGG en/of Tafel van Groningen
wordt de basis gelegd voor concrete projecten maar ook voor de bovenregionale vertegenwoordiging van BRE Groningen.
De lichtst mogelijke variant van betrokkenheid van het ERE en MRE is het laten aansluiten van maatschappelijk of
De Tafel van Groningen voert de regie op deze opgaventafels,
economische partijen bij portefeuillehoudersoverleggen van
deelt de opdrachten uit, bewaakt de voortgang en de onderlinge
de VGG of bij de Tafel van Groningen. Tijdens deze overleggen
samenhang. Vertegenwoordigers vanuit het ERE en MRE
doen deze partijen mee aan de discussie, wordt onderling
die deelnemen aan deze opgavetafels zouden bovendien een
uitgewisseld en zo op organische wijze afgestemd en balans
regionale klankbordgroep kunnen vormen die door de Tafel
gevonden. Dit heeft echt het karakter van afstemmen en elkaar
van Groningen kan worden geraadpleegd of waarmee periodiek
op de hoogte houden.
afstemming plaatsvindt. Zo wordt nog nadrukkelijker balans gezocht tussen de drie ecosystemen (niet alleen per opgave
Deze variant is in onze ogen enkel passend op het moment
maar ook voor het geheel).
dat wordt besloten niet verder in te zetten op versterking van het bestuurlijk netwerk. Verder vragen wij ons sterk af
Deze wijze van samenwerken staat relatief ver af van de huidige
of deelnemers vanuit het MRE en ERE warmlopen voor deze
praktijk maar is in onze ogen wel een manier om op zoek te
variant. Ook binnen het BRE zelf zien wij de behoefte om
gaan naar meer balans en sluit aan bij het denken over een
partijen niet voor de vorm te laten participeren maar ze een
brede benadering van legitimiteit. Voorwaarde is wel dat er
meer substantiële plek aan de tafel te geven. Het is de vraag
gezamenlijk op het niveau van het BRE opgaven (en ambities)
of het aansluiten bij portefeuillehoudersoverleggen daaraan
worden geformuleerd. Op basis van ons onderzoek is moeilijk
voldoet.
in te schatten in hoeverre draagvlak is voor dit type onderling samenspel. Hoe dan ook is het verstandig te beginnen met
Variant 2 – Organiseren opgaventafels met participatie BRE, ERE en MRE17
één opgavetafel, te ontdekken wat (niet) werkt en afhankelijk daarvan door te ontwikkelen.
Een tweede variant is om op een aantal gezamenlijke opgaven tafels te formeren met daaraan partijen uit het BRE, ERE en
Variant 3 – Integratie van BRE, ERE en MRE
MRE. Dit is iets anders dan tafels die vanuit de provincie
De zwaarst mogelijke variant is het oprichten van een aparte
worden geïnitieerd waaraan partijen uit de verschillende
organisatie waarin overheid, ondernemers en maatschappelijke
ecosystemen deelnemen. Het initiatief voor deze opgaventafels
organisaties intensief samenwerken rondom een agenda
ligt namelijk bij de deelnemers aan het BRE gezamenlijk. De
voor Groningen. Deze organisatie heeft een bestuur, een
samenstelling en opdracht van zo’n tafel is afhankelijk van de
uitvoeringsorganisatie en diverse gremia waarin partijen uit het
opgave. Door deze tafels niet te organiseren naar portefeuilles
ERE en MRE ook een formele positie kunnen innemen. Met
maar naar opgaven wordt voorkomen dat vraagstukken té
formeel bedoelen wij dat deze partijen mede verantwoordelijk
sectoraal worden benaderd. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat
zijn gemaakt voor de besluitvorming. Een voorbeeld van een
deze tafels (volledig) overlappen met allerlei bestaande tafels.
dergelijke organisatie is de Stichting Brainport dat een bestuur
Deze moeten worden geïntegreerd, mocht dit nodig zijn.
kent bestaande uit burgemeesters, een afvaardiging vanuit het bedrijfsleven en vanuit wetenschappelijke instellingen.
Als voorbeeld noemen we een mogelijke opgavetafel ‘Transitie van het landelijk gebied’. Aan deze tafel
Dit type samenspel is een aantal stappen te ver. Voor een
zitten vertegenwoordigers vanuit de drie overheidslagen
dergelijke variant is geen draagvlak en bovendien staat de
(provincie, gemeente en waterschap), milieu-, natuur- en
huidige wijze van samenwerken hier zeer ver van af. Ook gezien
landschapsorganisaties en boeren. Zij werken een plan uit
het feit dat het merendeel van de opgaven lokaal, subregionaal
hoe deze transitie in de komende jaren eruit moet zien, welke
en bovenregionaal wordt opgepakt ligt deze variant niet voor de
regelingen daarvoor nodig zijn, welke kansen er zijn om nu al te
hand.
beginnen, welke beperkingen moeten worden weggenomen of welke lobby gevoerd moet worden richting Den Haag. Daarmee
17
26
Deze variant dient te worden gelezen in samenhang met het kader “Toekomstmuziek” waarin een optie wordt beschreven over hoe als BRE Groningen tot uitwerking van een gezamenlijk agenda of opgave te komen.
HOOFDSTUK 5
Overzicht In dit hoofdstuk beantwoorden we deelvragen 1 tot en met 7 van het onderzoek. We putten daarbij uit de onderliggende data (‘feiten’) zoals opgenomen in bijlage 6 en gespreksverslagen (‘beelden’). We volstaan in dit hoofdstuk met een bondige beantwoording van de deelvragen. Voor nadere onderbouwing verwijzen we naar de bijlagen.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Feiten en beelden De deelvragen beantwoorden wij op basis van feiten en beelden. Onder feiten verstaan wij gebeurtenissen in het verleden, beleid en de stand van zaken daarvan, data uit objectieve bronnen en reeds vastgestelde documenten. Onder beelden verstaan wij de gedachten en meningen van onze interviewpartners. Met andere woorden: de beelden die er leven over het ecosysteem van Groningen. In alle gevallen is sprake van een patroon en dus meer dan het beeld van een enkeling. Steeds geven we daarbij aan of het een beeld van alle respondenten betreft, of juist van een specifieke groep respondenten.
> 8,39% 4,15% -0,89% -5,71% -14,21% Figuur 4
5.1 Deelvraag 1: Wat zijn specifieke kenmerken van de regio?
•
Prognose bevolkingsgroei 2020-2050
De bevolkingsprognose is dat het BRE Groningen qua inwoneraantal tussen 2020 en 2035 licht zal krimpen.
Een BRE acteert binnen een bepaalde context: naar analogie
Terwijl de Nederlandse bevolking naar verwachting groeit
van de ecosysteem-metafoor, de biotoop. Elke biotoop heeft
met 5%, krimpt de bevolking in het BRE Groningen met
bepaalde kenmerken die lastig te veranderen zijn. Deze hebben
1%. Figuur 4 laat overigens wel zien dat er verschillen
betrekking op de fysieke omgeving (hoe ziet het gebied eruit),
zijn tussen subregio’s. De verwachting is dat de gemeente
de demografie (hoeveel inwoners heeft het gebied en wat
Groningen groeit (6%) terwijl Oost-Groningen (-5%)
zijn hun kenmerken) en identiteit van de regio. Bepaalde
en Noord-Groningen (-10) naar verwachting juist zullen
(combinaties) van gebiedskenmerken geven een BRE een meer
krimpen. Dit geldt ook voor de gemeenten Midden-
of minder gunstige uitgangspositie en zijn daarmee van invloed
Groningen (-2%) en Westerkwartier (-3).
op de publieke waardecreatie. De bevindingen zijn gebaseerd op open data (CBS), gesprekken en een vragenlijst onder volksvertegenwoordigers en inwoners.
•
In het BRE Groningen is er ook sprake van relatief veel vergrijzing. Afgezien van de gemeente Groningen hebben de subregio’s Oost-Groningen en Noord-Groningen én
Demografie •
de gemeenten Westerkwartier en Midden-Groningen ten
Er wonen ruim 585.000 inwoners in het BRE Groningen.
opzichte van het landelijke gemiddelde een relatief hoge
Ongeveer 40% hiervan is woonachtig in de gemeente
grijze druk20 (zie ook figuur 5) die richting 2050 alleen nog
Groningen, 23% in Oost-Groningen en 16% in Noord-
maar groter wordt.
Groningen. De overige 21% is woonachtig in de gemeenten Midden-Groningen (10%) en Westerkwartier (11%). •
De twee waterschappen, Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s, opereren BRE-overstijgend. In het werkgebied van Hunze en Aa’s wonen ca. 424.000 inwoners18 en in het werkgebied van Noorderzijlvest ca. 383.000 inwoners19. Het werkgebied van Noorderzijlvest beslaat drie BRE’s (Groningen, Fryslân en Drenthe), namelijk Groningen ten noorden van het Eemskanaal, Noordwest-Drenthe en het Friese deel van het Lauwersmeergebied. Het werkgebied van Hunze en Aa’s beslaat twee BRE’s (Groningen en Drenthe), namelijk Noordoost-Drenthe en Oost-Groningen.
28
18 19
https://www.hunzeenaas.nl/over-ons/vergelijkend-onderzoek-waterschappen/ https://www.noorderzijlvest.nl/feiten-en-cijfers
20 De grijze druk is de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Grijze druk (2021)
Grijze druk* (2035)
Grijze druk* (2050)
Gemeente Groningen
23 per 100 werkenden
35 per 100 werkenden
40 per 100 werkenden
Noord-Groningen
45 per 100 werkenden
68 per 100 werkenden
70 per 100 werkenden
Oost-Groningen
45 per 100 werkenden
62 per 100 werkenden
61 per 100 werkenden
Midden-Groningen
40 per 100 werkenden
53 per 100 werkenden
51 per 100 werkenden
Westerkwartier
38 per 100 werkenden
56 per 100 werkenden
60 per 100 werkenden
BRE Groningen
34 per 100 werkenden
49 per 100 werkenden
51 per 100 werkenden
Nederland
34 per 100 werkenden
47 per 100 werkenden
49 per 100 werkenden
Ontwikkeling grijze druk 2021-2050 (CBS, 2019) *betreft een prognose op basis van gegevens van het CBS
•
Naast een relatief hoge grijze druk is er in het BRE Groningen ook sprake van een relatief hoge groene druk21 (zie ook figuur 6). De groene druk in de regio Groningen (37%) is overigens wel zo’n 2% lager dan die van Nederland (39%). Dit komt met name vanwege de lage groene druk van de gemeente Groningen (28%). Uit de leeftijdsopbouw van de bevolking kan worden opgemaakt in hoeverre er sprake is van demografische druk22. Hierop zijn grote subregionale verschillen zichtbaar. De demografische druk is Figuur 6
het laagste in de gemeente Groningen. Per honderd
Groene druk in regio Groningen (2020)
werkenden zijn er ongeveer 27 jongeren en 22 ouderen. In Noord-Groningen zijn er per honderd werkenden ongeveer
•
Tot slot, gemeenten in het BRE Groningen hebben
37 jongeren en 45 ouderen. In Oost-Groningen is dit
gemiddeld genomen een lager aantal personen per
vergelijkbaar, hier wonen per honderd werkenden ongeveer
huishouden (1,95) dan het landelijke gemiddelde (2,14).
35 jongeren en 45 ouderen. We zien dat er in Noord- en
We zien hier wel grote verschillen binnen het BRE
Oost-Groningen per honderd werkenden elf à twaalf
Groningen. De gemeente Groningen is een uitschieter
ouderen meer wonen dan het landelijke gemiddelde.
naar beneden (1,69). In Noord-Groningen (2,14), Midden-Groningen (2,14), Oost-Groningen (2,16) en Westerkwartier (2,35) is de gemiddelde omvang van een huishouden groter dan het landelijk gemiddelde. In Noord-Groningen bestaan huishoudens gemiddeld uit 2,14 personen, in Oost-Groningen uit 2,16 personen.
Geografie •
Het BRE Groningen kent een door landbouw gedomineerd landschap en heeft ten opzichte van alle andere provincies
Figuur 5
Grijze druk in regio Groningen (2020)
het hoogste percentage bodemgebruik voor agrarisch terrein (77,7%), dat ongeveer 15 procentpunt boven het landelijke gemiddelde ligt. Het BRE is vanwege de vruchtbare bodem dus van oudsher vooral een landbouwgebied. Er is relatief weinig natuurlijk terrein en bos, vergeleken met de rest van Nederland en de omliggende provincies. 4,6% van Groningen is woonterrein, wat twee procentpunt onder het landelijke gemiddelde ligt maar wel boven Fryslân (3,4%) en Drenthe (4,0%).23
21 22
29
De groene druk is de verhouding tussen het aantal personen van 0 tot 20 jaar en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. De demografische druk geeft een indruk van de mate waarin werkenden moeten voorzien in het onderhoud van jongeren en ouderen. Het CBS kijkt hier niet of iemand werkelijk werkzaam is, maar gebruikt leeftijd als indicator. Het werkzame deel van bevolking wordt gezien als de groep van twintig tot vijfenzestig jaar.
23
Er is hier gekeken naar het ruimtegebruik per provincie, met uitzondering van groot water (zoals de Waddenzee). Dit betreft data uit 2015.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
•
Nederland is ingericht op vier internationale
BRE Groningen
stroomgebieden, namelijk Eems, Maas, Rijn en Schelde. BRE
Gemeente Groningen Westerkwartier
Groningen ligt in twee stroomgebieden, namelijk Eems en
Midden-Groningen
Rijn. De waterschappen zijn ingericht op deze
Noord-Groningen
stroomgebieden. Noorderzijlvest beslaat een deel van
Oost-Groningen
stroomgebied Rijn en Hunze en Aa’s een deel van
0
stroomgebied Eems.
20%
40%
60%
80%
100%
Aandeel koop Aandeel woningcorporaties Aandeel overige huur Figuur 8
•
Samenstelling woonvoorraad
De gemiddelde huizenprijs ligt in het BRE Groningen structureel onder het landelijke gemiddelde. In 2020 was deze 216.982 euro, wat ongeveer 120.000 euro onder het landelijke gemiddelde ligt. De gemeente Groningen kent voor de regio een relatief hoge gemiddelde huizenprijs, maar ook die ligt nog altijd 57.129 euro onder de gemiddeld landelijke huizenprijs. Naar verwachting zullen de huizenprijzen in 2021 en 2022 verder stijgen, ook in het
Figuur 7
Gemiddeld aantal adressen per km2
BRE Groningen. Landelijk zal deze in 2021 naar verwachting stijgen met 14,4%. We zien daarbij wel
•
Het BRE Groningen heeft met gemiddeld 1.770 adressen/
verschillen tussen de drie COROP-regio’s: in Oost-
km² een relatief lage bevolkingsdichtheid ten opzichte van
Groningen is de verwachtte stijging het hoogst, namelijk
het landelijk gemiddelde (2.024 adressen/km²). We zien wel
18%. In Overig-Groningen is de stijging beperkter (15%) en
grote verschillen binnen het BRE Groningen. De gemeente
in Noordoost-Groningen is deze naar verwachting lager
Groningen kent veruit de grootste adressendichtheid
(13%). In 2022 wordt ook nog een flinke landelijke stijging
(1.770), veruit gevolgd door Midden-Groningen (856).
verwacht (11,5%). In Oost- en Overig-Groningen bedraagt
In Oost-Groningen ligt de adressendichtheid onder het
de verwachtte stijging 11%, in Noordoost-Groningen is dit
landelijke gemiddelde (743), evenals in de noordelijke
naar verwachting 13%.
gemeenten Eemsdelta (692) en het Hogeland (414). In Westerkwartier ligt de adressendichtheid op 476 adressen per vierkante kilometer.
Wonen •
Het aantal koopwoningen als aandeel van de totale woonvoorraad ligt in BRE Groningen (55%) iets lager dan het landelijke gemiddelde (57%). Het aandeel huurwoningen ligt in BRE Groningen dan wel weer net iets hoger (45%) dan het landelijke gemiddelde (42%). Het aandeel sociale huurwoningen is in BRE Groningen gelijk aan het landelijke gemiddelde (ca. 30% van de gehele woonvoorraad). We zien wel grote verschillen tussen subregio’s. In de gemeente Groningen is er sprake
Figuur 9
Gemiddelde huizenprijzen in euro’s24
van relatief veel huurwoningen en weinig koopwoningen. In Oost-Groningen zien we dat er juist weer relatief veel koopwoningen zijn (64%).
30
24
Bron: CBS – Prijsindex koopwoningen (2020)
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Voorzieningen •
•
BRE Groningen scoort relatief gemiddeld op de
Wat het BRE Groningen volgens de respondenten bindt is: -
Trots op het karakteristieke landschap. Dit draagt
toegankelijkheid tot voorzieningen. Wel zijn er grote
volgens de Groningse inwoners sterk bij aan de
verschillen tussen gemeenten. Voor alle voorzieningen geldt
regionale identiteit. 86% van de respondenten geeft
dat deze voor inwoners van de gemeente Groningen relatief
aan dat het karakteristieke landschap redelijk tot sterk
dichtbij zijn, terwijl inwoners van de andere gemeenten
bijdraagt (figuur 11), gevolgd door streektaal en/of
overwegend langer moeten reizen. Met name inwoners uit
dialect (72%) en de geschiedenis van de gemeenschap
Het Hogeland, Westerkwartier, Westerwolde, Eemsdelta,
(69%). Een soortgelijk beeld komt ook wel uit de
Pekela en Oldambt moeten relatief ver reizen naar
enquête met volksvertegenwoordigers, al noemen
voorzieningen als een apotheek, huisartsenpost, bioscoop,
volksvertegenwoordigers de streektaal en/of dialect en
voortgezet onderwijs of horecagelegenheid.
de geschiedenis van de gemeenschap als voornaamste zaken die bijdragen aan de regionale identiteit, gevolgd
•
BRE Groningen kent daarnaast 24 mbo-locaties, hiervan
door het karakteristieke landschap (figuur 12). Als
bevinden er zich 19 in de gemeente Groningen. De overige
we op subregionaal niveau kijken dan zien we een
locaties bevinden zich in Oost- en Noordoost-Groningen.
overeenkomstig beeld met een aantal nuanceverschillen.
In de gemeente Groningen bevinden zich ook twee publiek
Zowel inwoners van gemeente Groningen, Oost-
gefinancierde hogescholen. Het BRE Groningen kent ook
Groningen als Noord-Groningen geven aan dat
enkele ziekenhuizen: in de gemeente Groningen bevinden
voornamelijk het karakteristieke landschap bijdraagt
zich het Martini Ziekenhuis en het UMCG en in de
aan de regionale identiteit. Voor alle subregio’s geldt
gemeente Oldambt het Ommelander Ziekenhuis. In het BRE
dat 85% à 89% van de respondenten aangeeft dat dit
Groningen zijn er 5,4 huisartsen per tienduizend inwoners,
redelijk tot sterk bijdraagt. Op streektaal en/of dialect
wat gelijk is aan het Nederlandse gemiddelde.
zien we wel noemenswaardige verschillen. 61% van de respondenten van de gemeente Groningen geeft aan dat
•
BRE Groningen kent bovendien veel culturele objecten of
dit redelijk tot sterk bijdraagt, terwijl dit percentage voor
activiteiten die kunnen worden bezocht of bekeken. Hierbij
Oost-Groningen en Noord-Groningen aanmerkelijk
is er gecorrigeerd voor het aantal inwoners. Dit is met name
hoger ligt, namelijk 77%.
te verklaren door de grote hoeveelheid erfgoed in de regio.
-
Nuchterheid. Respondenten geven aan dat Groningers
Groningen is de provincie met de grootste hoeveelheid
over het algemeen nuchter zijn. Nuchterheid komt ook
archeologische monumenten per inwoner van Nederland,
terug in het motto ‘afspraak is afspraak’; Groningers
en de tweede provincie voor wat betreft het aantal
laten zich niet snel beïnvloeden door de waan van
beschermde stads- en dorpsgezichten.
de dag en komen niet snel terug op een gemaakte beslissing.
Friesland
-
Groningen
Wantrouwen dat van oudsher in de Groningse
Noord-Holland
volksaard zit. Dit gaat terug tot rijke herenboeren die
Drenthe
arme boerenarbeiders onderdrukten en vooral zelf van
Noord-Brabant
de welvaart profiteerden. 0
0,2
0,4
Podiumkunsten Beeldende kunst Erfgoed Figuur 10
0,6
0,8
1
Letteren Film
Scores regionale cultuurindex op variabele cultureel aanbod (Boekmanstichting, 2021)
-
Schaamte voor Nederland. Uit de inwonersenquête komt naar voren dat 71% van de respondenten zich soms tot altijd schaamte voor Nederland. Tussen subregio’s zijn er overigens wel wat verschillen. 67% van de inwoners uit Oost-Groningen schaamt zich soms tot altijd voor Nederland, terwijl dit percentage voor gemeente Groningen 74% is en Noord-Groningen 72%.
Regionale identiteit •
Uit de inwonersenquête komt naar voren dat er sprake is van een regionale identiteit. 69% is het namelijk (helemaal) eens met de stelling dat er een Groningse identiteit bestaat. 6% is het hier (helemaal) mee oneens. Voor 82% van de res-
31
pondenten voelt Groningen bovendien als zijn of haar thuis.
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
•
Saamhorigheid en verbondenheid
Wat betreft het ommeland is volgens respondenten
Een karakteristiek landschap
qua regionale identiteit ook een onderscheid te maken
Gezamenlijke rituelen en symbolen
tussen Oost-Groningen en de rest van het ommeland.
Een geschiedenis van de gemeenschap
Over en door Oost-Groningers wordt aangegeven dat zij hardwerkend, nuchter, verbonden met hun omgeving en
Een streektaal of dialect
hun verleden zijn. Ook al bestaat dé Oost-Groninger ook 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
weer niet helemaal. Je komt verschillende volksaarden tegen
Draagt helemaal niet bij Draagt niet erg bij Neutraal Draagt redelijk bij Draagt sterk bij Weet ik niet/geen mening Figuur 11
die in grote lijnen zijn te koppelen aan de grondslag van zand, veen en klei.25 In algemene zin wordt Oost-Groningen
Antwoorden uit de inwonersenquête Groningen
door respondenten daarnaast ook wel geassocieerd met het communisme. In één van de gemeenten, Oldambt, is ook
5,0
nog een communistische partij actief in de gemeenteraad.
4,0
Het communisme heeft in Oost-Groningen dan wel
3,0
geen stevige voet meer aan de grond, de mentaliteit van
2,0
‘kijken naar de overheid die het wel oplost’, is volgens
1,0
respondenten in Oost-Groningen nog wel duidelijk aanwezig.
0 SaamhorigEen Gezamenlijke Een Een heid en karakterisrituelen gedeelde (streek)taal verbondentiek en geschiedenis en/of heid landschap symbolen van de dialect gemeenschap Noordoost Brabant Figuur 12
Fryslân
5.2 Deelvraag 2: Hoe ziet het BRE eruit?
Groningen
Antwoorden uit de enquête met volksvertegenwoordigers
Onder het BRE (Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem) verstaan wij het geheel aan gestructureerde interbestuurlijke samenwerking
•
Respondenten geven in de gesprekken aan dat er wel een
binnen een gebied. Landelijke samenwerkingsverbanden (zoals
verschil is tussen de identiteit van de inwoners van de
de Vereniging Nederlandse Gemeenten) en niet-regionale,
gemeente Groningen en het ommeland. Kenmerkend voor
thematische samenwerkingsverbanden (zoals de G40 of P10)
de gemeente Groningen is het grote aantal studenten en
vallen buiten de scope van het onderzoek.
jongeren die ook overwegend progressief stemmen. Wat het ommeland bindt is dat de gemeenten een (cultureel)
Vanuit de empirie beschouwen wij de schaal van Groningen
conservatiever profiel hebben vergeleken met de gemeente
als één BRE. Dit is dan ook de geografische scope voor het
Groningen. Bij de laatste Tweede Kamerverkiezing was in
onderzoek. Binnen deze scope hebben wij ook aandacht
de meeste gemeenten de VVD de grootste partij en in een
voor de subregio’s (waaronder de gemeente Groningen),
aantal Oost-Groningse gemeenten de PVV. In Het Hogeland
bovenregionale samenwerking en de positie van de
stemden bij de laatste Tweede Kamerverkiezing de meeste
waterschappen. In de onderstaande tabel geven we weer
mensen CDA. Het verschil in identiteit tussen de gemeente
hoe er op de verschillende schaalniveaus bestuurlijk wordt
Groningen en het ommeland komt ook naar voren uit
samengewerkt. We schetsen in de tabel per schaalniveau
de inwonerenquête. Zo zijn inwoners van de gemeente
de voornaamste samenwerkingsverbanden, inclusief een
Groningen kosmopolitischer ingesteld dan inwoners
toelichting. Daar waar sprake is van samenwerking met actoren
van Oost-Groningen en Noord-Groningen. 64% van de
uit het maatschappelijke (MRE) en/of economische ecosysteem
inwoners van de gemeente Groningen voelt zich redelijk
(ERE) geven we dit aan. Bij samenwerkingen die cursief worden
tot sterk verbonden met Europa, terwijl dit percentage voor
weergegeven sluit het BRE aan op het MRE en/of ERE.
Oost-Groningen 47% en Noord-Groningen 52% is.
32
25
Regionale Agenda Oost-Groningen (25 oktober 2021)
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Bovenregionaal (interprovinciaal of anderszins)
Bestuurlijk ecosysteem
Toelichting
Groningen-Drenthe • Chemport Europe (ook ERE en MRE) • Eems Dollard Regio (EDR) • GR Publiek Vervoer Groningen Drenthe • Industrietafel Noord Nederland (ook ERE en MRE) • Investeringsagenda waterstof NoordNederland (ook ERE en MRE) • New Energy Coalition (ook ERE en MRE) • Noordelijke Ontwikkelmaatschappij (ook ERE) • Noorderlink (ook ERE en MRE) • Regio Groningen-Assen* • Stuurgroep Waterketen Groningen-Noord-Drenthe • Werk in Zicht (Arbeidsmarktregio Groningen) (ook MRE en ERE) • Woningmarktregio Groningen-Drenthe
Door overheden binnen het BRE Groningen wordt er, in wisselende samenstellingen, intensief samengewerkt met overheden buiten het BRE. De belangrijkste schalen/ gebieden waarin dit gebeurt zijn Noord Nederland (drie noordelijke provincies) en Groningen-(Noord-)Drenthe. Binnen de Eems Dollard Regio werken Groningen en Drenthe samen met Duitse overheden. Voor de Omgevingsagenda Noord, MIRT en de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland geldt dat hierin ook het Rijk participeert. Voor de Arbeidsmarktregio Groningen, Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland en We The North geldt dat MRE en ERE aansluiten op het BRE.
*alleen gemeente Groningen, Noord-Groningen, MiddenGroningen en Westerkwartier nemen deel, Oost-Groningen niet. Noord-Nederland • Economic Board Noord-Nederland (ook ERE en MRE) • Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) • Omgevingsagenda Noord • Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland (ook ERE en MRE) • Topsport Noord (ook MRE) • Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) • Scholingsalliantie Noord (ook MRE) • We The North (ook MRE)
BRE Groningen
• Gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen (PG&Z) - Formeel valt ook de Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG) onder de verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur (DB) van de GR PG&Z • GGD Groningen • Groningen Centrumregeling Beschermd Wonen en Opvang • Omgevingsdienst Groningen • Preventie Overleg Groningen (POG) (ook MRE) • Provinciaal Netwerk Landelijk Gebied (PNLG) (ook MRE) • Regionaal Innovatie Framework (RIF) (ook ERE en MRE) • Regionale Energie Strategie (ook MRE en ERE) • Veiligheidsregio Groningen • Vereniging Groninger Gemeenten (VGG) - pho Bestuur, pho Werk & inkomen, Gemeentefinanciën, pho Cultuur, Bibliotheekwerk, Sport & bewegen, pho Ruimte, wonen, milieu, energie, mobiliteit en Sociaal Domein
Op de schaal van BRE Groningen werken overheden voornamelijk samen in verplichte samenwerkingsverbanden (GGD, Omgevingsdienst en Veiligheidsregio), samenwerkingsverbanden die hiermee verband houden (bijv. PG&Z, RIGG en Groningen Centrumregeling Beschermd Wonen & Opvang) of in samenwerkingsverbanden die door het Rijk zijn bepaald (Regionale Energiestrategie). Gemeenten, provincie en waterschappen werken op deze schaal daarnaast ook in wisselende samenstellingen ‘informeel’ samen binnen de Vereniging Groninger Gemeenten (VGG). Binnen de VGG functioneren, onder voorzitterschap van de VGG, de volgende portefeuillehoudersoverleggen Bestuur: pho Bestuur, Werk & inkomen, Gemeentefinanciën, Cultuur, Bibliotheekwerk, Sport & bewegen, Ruimte, wonen, milieu, energie, mobiliteit en Sociaal domein. Op Werk & inkomen na is de provincie bij alle samenwerkingen betrokken. De waterschappen zijn alleen bij pho Bestuur en pho Ruimte, wonen, milieu, energie, mobiliteit betrokken. Daarnaast is er in februari 2021 een ‘Tafel van Groningen’ gestart, waaraan de Groningse burgemeesters, dijkgraven en Commissaris van de Koning deelnemen en Kwaliteit Openbaar Bestuur (KOB) een centraal thema is Tot slot zijn er nog het Provinciaal Netwerk Landelijk Gebied (PNLG) en het Preventie Overleg Groningen (POG).
Bij het PNLG is sprake van een samenwerking tussen provincie Groningen en waterschappen (BRE) enerzijds en natuurbeheerders anderzijds (MRE). Bij het POG is er sprake van een samenwerking tussen lokale overheden en provincie (BRE) enerzijds en bewonersinitiatieven, zorg- en kennisinstellingen, maatschappelijke partners en zorgverzekeraar (MRE) anderzijds. Voor het RIF geldt dat het een samenwerking tussen vijf Groningse gemeenten, provincie Groningen (BRE), alle Groningse onderwijsinstellingen, studenten, inwoners (MRE) en ondernemers (ERE) betreft. In het RIF bundelen BRE, MRE en ERE hun kennis en krachten om samen te werken aan verschillende maatschappelijke vraagstukken.
33
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Subregionaal (schaal subregio’s)
Gemeente Groningen • Akkoord van Groningen (ook MRE) • Milieudienst gemeente Groningen • Woondeal Groningen (alleen gemeente Groningen) Noord-Groningen • Nationaal Programma Groningen (NPG) (ook MRE en ERE) - hele subregio + gemeenten Groningen, Midden-Groningen en Oldambt • Groningen Seaports (ook ERE) Oost-Groningen • Agenda voor de Veenkoloniën - hele subregio + gemeente Midden-Groningen en Noord-Drentse gemeenten • Bedrijvenpark Zuid-Groningen (ook ERE) - alleen Stadskanaal en Westerwolde, geen Oldambt, Pekela en Veendam • Regio Deal Oost Groningen - hele subregio + gemeente Midden-Groningen • Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan Oost-Groningen (RWLP) - hele subregio + gemeente Midden-Groningen • WEDEKA Bedrijven (sociaal domein) (ook ERE) - Alleen Stadskanaal en Veendam + Borger-Odoorn (Drenthe), geen Oldambt, Pekela, Westerwolde • Werkvoorzieningsschap Afeer (sociaal domein) (ook ERE) - alleen gemeenten Oldambt, Pekela en Westerwolde, geen Stadskanaal en Veendam
Water schappen
• Gemeenschappelijke regeling tussen waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest inzake IBA • Daarnaast participeren de waterschappen in diverse samenwerkingsverbanden op bovenregionaal, regionaal en subregionaal niveau, in wisselende samenstellingen.
Binnen het BRE wordt er op subregionaal niveau veel samengewerkt. De inleiding bevat een beschrijving van de subregio’s. In de inleiding beschreven we dat de grote verscheidenheid aan samenwerkingsverbanden op subregionaal niveau laat zien dat deze drieslag in de praktijk ook weer niet zo eenduidig is. Hiernaast laten we dit zien. In veel samenwerkingsverbanden is er ook overlap met andere subregio’s. Dit is bijvoorbeeld bij de NPG, Regio Deal Oost Groningen, Agenda voor de Veenkoloniën en RWLP het geval. Daarnaast vindt er vanuit de subregio Oost-Groningen ook samenwerking met Noord-Drentse gemeenten plaats. Bijzondere positie nemen de gemeenten Midden-Groningen en Westerkwartier in. Voor Midden-Groningen geldt zij ook intensief samenwerkt de Noord- én Oost-Groningse gemeenten. Voor Westerkwartier geldt dat zij in het BRE Groningen geen duidelijke samenwerkingsrelaties heeft met specifieke subregio’s. Uit de gesprekken komt naar voren dat dit komt, omdat Westerkwartier zich enerzijds ook focust op samenwerking met andere Friese gemeenten en anderzijds binnen het BRE zoekende is naar haar positie. Wel wordt aangegeven dat de blik binnen het BRE voornamelijk op de gemeente Groningen gericht is.
Binnen het BRE Groningen zijn twee waterschappen actief, namelijk Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s. De schaal waarop deze waterschappen acteren loopt dwars door de drie vorige schaalniveaus heen. Beide waterschappen werken ook in een GR met elkaar samen. Deze GR heeft betrekking op samenwerking inzake plaatsing en installatie van individuele behandelingssystemen voor afvalwater (IBA). Gemeenten in het werkgebied van Noorderzijlvest zijn: • Groningen en Westerkwartier (subregio gemeente Groningen); • Eemsdelta en Het Hogeland (deel subregio Noordoost-Groningen); • Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo (deel Drenthe) en; • Noardeast-Fryslân (deel Friesland). Gemeenten in het werkgebied van Hunze en Aa’s zijn: • Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam en Westerwolde (subregio Oost-Groningen); • Eemsdelta en Midden-Groningen (deel subregio Noordoost-Groningen); • Groningen (deel subregio gemeente Groningen) en; • Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Midden-Drenthe en Tynaarlo (deel Drenthe).
34
Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Groningen | BRE-onderzoek
Structuur
in BRE Noordoost-Brabant een vijfde. Aan 13 van deze samenwerkingen nemen geen gemeenten deel. Dit zijn bijvoorbeeld samenwerkingen met de provincies Fryslân en/of Drenthe (zoals de Noordelijke Rekenkamer of Prolander) en samenwerkingen waaraan zowel provincies als waterschappen deelnemen (zoals het Bestuurlijk Overleg Deltaplan Biodiversiteit Groningen en de Bestuurlijke Taskforce Waterbeschikbaarheid). Aan het RBO Noord doen weliswaar geen individuele gemeenten mee, maar zij zijn wel vertegenwoordigd via de VGG, VFG en VDG. •
Aan 28 van de 94 samenwerkingsverbanden neemt ook één of meer waterschap(pen) deel. Aan 14 van de samenwerkingen waaraan een waterschap deelneemt nemen geen gemeenten deel. Dat zijn, naast bovengenoemde samenwerkingen waaraan ook provincies deelnemen, bijvoorbeeld de GR tussen waterschappen Hunze en Aa’s en
Figuur 13
•
Samenwerkingsverbanden waaraan alléén gemeenten uit Groningen deelnemen26
Voor zover bij ons bekend zijn er in totaal 94 regionale
Noorderzijlvest en de Stuurgroep Ruim Baan voor Vissen in het Waddengebied. •
Tot slot zijn er in totaal 34 samenwerkingsverbanden
samenwerkingsverbanden waaraan Groningse
waarin Groningse gemeenten samenwerken met gemeenten
gemeenten, provincie Groningen en/of de waterschappen
buiten de regio. Dat is meer dan een derde van het totaal.
Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s deelnemen. Van de 94
Ter vergelijking: in BRE Fryslân is dit ongeveer een kwart
regionale samenwerkingsverbanden, nemen er aan 48 ten
en in BRE Noordoost-Brabant ongeveer een vijfde, zie ook
minste twee Groningse gemeenten deel. In figuur 13 worden
onderstaande tabel. De gemeente Groningen heeft de
samenwerkingsverbanden tussen Groningse gemeenten
meeste samenwerkingen met niet-Groningse gemeenten.
gevisualiseerd. Een lijn tussen twee gemeenten betekent dat
De gemeente Groningen werkt buiten de regio het
zij een samenwerkingsverband delen. Samenwerking met
vaakst samen met Assen (13x), Tynaarlo (11x), Emmen,
gemeenten buiten BRE Groningen zijn niet meegenomen op
Noordenveld, Leeuwarden en Rotterdam (allen 8x).
deze kaart. •
Aan de samenwerkingsverbanden binnen BRE Groningen nemen gemiddeld 5,9 gemeenten deel, dus meer dan de