CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

05. RKC rapport armoedebeleid Midden-Groningen

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Initiatiefvoorstel uitwerking amendement armoedebeleid (R)34.738 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

10 alinea's met “jaarstukken”: 57 76 339 346 351 354 361 369 391 398

20

Versie 2021 1.0

Ten behoeve hiervan worden gegevens onderling uitgewisseld. Hierbij is het in veel gevallen nog nodig dat de cliënt zelf toestemming geeft dat deze gegevens uitgewisseld worden. Na de wijziging van de Wgs per 2021 is dit niet meer noodzakelijk. Deze wetswijziging werkt de schuldhulpverlening in Midden-Groningen daarmee in de hand.

Naast de wettelijke eisen zijn er ook eisen die gesteld worden vanuit het lidmaatschap van de NVVK1. De Kredietbank Midden-Groningen wordt als lid van de NVVK periodiek ge-audit of er wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen en gedragscodes. De laatste audit dateert uit 2018 en de conclusie daarin is positief.

Kosten bijzondere bijstand beschermingsbewind stijgen ook in Midden-Groningen Deze kostenstijging is een landelijk beeld. Beschermingsbewind wordt doorgaans uitgevoerd door een externe partij. Meestal is dit een rechtspersoon, bijvoorbeeld een stichting, vereniging of BV. De gemeente Midden-Groningen wil meer invloed krijgen op de kosten en sturen op de doorstroom van klanten in beschermingsbewind en wat de juiste dienstverlening is aan de burger. De GKB heeft de mogelijkheden om beschermingsbewind zelf aan te bieden onderzocht, maar dit bleek minder effectief te zijn dan samenwerking met commerciële bewindvoerders. Hierom is de ambitie om nog in 2020 convenanten te sluiten met de bewindvoerders om er voor te zorgen dat klanten zo duurzaam mogelijk uitstromen en de juiste dienstverlening ontvangen. Het gaat hierbij om meer in overleg met bewindvoerders mensen die bijvoorbeeld in schuldenbewind zitten eerder en duurzamer schuldenvrij te laten uitstromen. De bewindvoerders staan hier wel positief in. In het convenant staat het belang van de inwoners centraal.

2.2.2. Conclusies Onderzoeksvragen - Wordt hier in de praktijk aan voldaan?

De gemeente voldoet in de praktijk aan de eisen die vanuit het Rijk worden gesteld. De volgens de Participatiewet verplichte regelingen worden uitgevoerd en de beleidsregels zijn allen vastgelegd in verordeningen. De gemeente maakt hierbij gebruik van de bewegingsruimte bij de invulling van deze verordeningen, zoals de vrije keuze in (een aantal) inkomensgrenzen van de minimaregelingen. De Klijnsmagelden worden ingezet voor het kindpakket. De schuldhulpverlening wordt uitgevoerd conform de Wgs en de gemeente heeft de Kredietbank Midden-Groningen hiervoor gemandateerd. Het enige dat ontbreekt in het beleidsplan schuldhulpverlening is de manier waarop de kwaliteit van deze integrale aanpak wordt gewaarborgd, wat wel verplicht is volgens artikel 4 van de Wgs. Dit betekent echter niet dat er geen toezicht is: de GKB wordt periodiek geaudit door zowel de NVVK als intern door de gemeente zelf.

2.3. Besluitvorming Onderzoeksvragen • Hoe verloopt de besluitvorming hierover en wordt de raad hierbij in co-creatie bij betrokken?

2.3.1. Gemeenteraad De gemeenteraad wordt op verschillende manieren betrokken bij de besluitvorming rond het armoedebeleid en de schuldhulpverlening. In bijlage 10 staat een chronologisch overzicht van

21

Versie 2021 1.0

de belangrijkste documenten die zijn voorgelegd aan de gemeenteraad over de afgelopen jaren. De visie op het armoedebeleid is vastgesteld in 2018; bij de ontwikkeling van het beleid is de huidige gemeenteraad niet betrokken geweest, dit is vooral gedaan door het College. Het beleid is vastgesteld door de afzonderlijke raden van de voormalige gemeenten. Zoals te zien in bijlage 10 komt het thema wel met regelmaat terug op de agenda. In de meeste gevallen betreft het specifieke projecten (zoals mobility mentoring en het armoedepact) of bezuinigingsvraagstukken. Het armoedebeleid zelf en de (beoogde en gerealiseerde) effecten ervan staan niet op de agenda. In het interview met de gemeenteraadsleden merkt men op dat er in hun ogen te weinig wordt gesproken over het doel van het armoedebeleid, de inhoud en de mate waarin de doelstellingen worden gerealiseerd. Daarnaast ziet de gemeenteraad te weinig samenhang in het beleid. Er zijn dermate veel projecten op het gebied van armoede en er is zo veel informatie beschikbaar, dat de raad aangeeft hier geen grip op te hebben. De raad zou graag meer zicht willen hebben op de effecten en cijfermatige prestaties, wat nu nog vaak ontbreekt in de informatie die zij ontvangt. Echter, de in het beleid geformuleerde doelstellingen zijn in de ogen van de raad te veel vertaald naar inspanningsverplichtingen en te weinig naar prestatie indicatoren.

De raad heeft behoefte aan meer cijfermatige onderbouwing en resultaten van het beleid om zo ook uitspraken te kunnen doen over de financiering en de effectiviteit hiervan. Er zit een duidelijke spanning tussen de lange termijn visie van het armoedebeleid en de behoefte aan het operationalisering van de resultaten. Vanuit het ambtelijk apparaat en het bestuur wordt aangegeven dat voor het goed invullen van de kaderstellende rol veel informatie nodig is en dat de uitgangspunten van het beleid niet concreet genoeg zijn om daar als raad echt richting aan te kunnen geven. De informatie wordt verstrekt aan de raad volgens de afspraken die tussen het College van B&W en de raad zijn gemaakt. Beleidsmatig komt Participatie als apart domein bij de raad terecht: er zijn geen afspraken gemaakt tussen de gemeenteraad en het college om de rapportages van de drie domeinen (Wmo, Jeugd en Participatie) te vervlechten. Andersom zit het armoedebeleid ook verstopt in de informatie over het sociaal domein als geheel, met name in de begroting. Zeker rond het sociaal domein betreft het weliswaar veel informatie, maar voldoet dit volgens het ambtelijk apparaat en het bestuur wel aan de wens vanuit de raad. Naast raadsbrieven is er binnen de raad een werkgroep sociaal domein die met de ambtenaren in gesprek gaat.

Ook wordt er soms een informatieavond georganiseerd, vooral bij ingewikkelde onderwerpen. Raadsleden hebben de vrijheid om ook zelf zulke avonden te organiseren om meer informatie te krijgen over een bepaald onderwerp. In de besluitvorming rond (en ook bij de inrichting van de uitvoering van) het beleid speelt ook de Adviesraad Sociaal Domein een rol. In de Adviesraad Sociaal Domein zitten mensen die het armoedebeleid van dichtbij kennen. De taak van de Adviesraad Sociaal Domein is om het college en de gemeenteraad gevraagd en ongevraagd advies te geven over verschillende onderwerpen. Een belangrijk doel van de Adviesraad is om de inwoners en met name de cliënten van de Participatiewet een stem te geven binnen het sociaal domein. De Adviesraad wordt in principe altijd om advies gevraagd bij (wijzigingen in het) beleid. Het College hoeft het niet eens te zijn met het advies, maar er moet wel een onderbouwing zijn waarom het advies niet wordt opgevolgd. Het college heeft de ambitie om de Adviesraad te betrekken bij de besluitvorming. Het advies wordt meegestuurd met de stukken die naar de gemeenteraad gaan. Vanuit de Adviesraad wordt aangegeven dat de samenwerking met de wethouders goed is en de Adviesraad merkt dat de wethouders de ambitie hebben om hen zo veel mogelijk te betrekken bij de stukken en de besluitvorming.

Wel merkt de Adviesraad op dat de samenwerking niet vanzelf gaat: ze worden niet van alles wat er speelt in de raad op de hoogte gebracht, moeten soms stukken (zoals raadsbrieven) zelf opzoeken of hier actief om vragen of de zaak is al behandeld voordat er een advies over kon worden gegeven.

22

Versie 2021 1.0

2.3.2. Conclusies Onderzoeksvragen - Hoe verloopt de besluitvorming hierover en wordt de raad hierbij in co-creatie bij betrokken? De besluitvorming rondom het armoedebeleid is na het vaststellen van de visie sterk gedreven door de financiële vraagstukken waar de gemeente Midden-Groningen mee kampt. Een inhoudelijke discussie over het beleid, de doelstellingen en de mate van realisatie komt nog onvoldoende uit de verf. Ook het benutten van de Adviesraad Sociaal Domein behoeft hierin mogelijk meer aandacht. De raad is heel betrokken bij het onderwerp armoedebeleid, maar is nog wat zoekende over wat hij hier precies mee kan en wat de eigen rol hierin is. De raad wordt wel regelmatig geïnformeerd over verschillende thema’s binnen het armoedebeleid, maar heeft niet voldoende aanknopingspunten om beleidsmatig op te sturen. De informatie wordt versnipperd aangeleverd over de verschillende domeinen heen. Dit maakt de kaderstellende rol lastig in te vullen. Nu stelt het College vaak de kaders voor. Ook is de conclusie dat de raad niet voldoende kritisch is op het invullen van zijn kaderstellende en controlerende rol. De raad stelt de kaders en controleert het college. Toch zit er spanning tussen de lange termijn visie van het armoedebeleid en de behoefte aan het operationalisering van de resultaten. De gemeenteraad heeft dit laten gebeuren.

23

Versie 2021 1.0

3. Doeltreffendheid In dit hoofdstuk staan de bevindingen weergegeven ten aanzien van de volgende onderzoeksvragen. Hoofdvraag: Hoe stuurt de gemeente erop dat de instrumentenmix armoedebeleid maximaal bijdraagt aan de gestelde beleidsdoelen van de gemeente Midden-Groningen? a. Heeft de gemeente duidelijke doelstellingen vastgelegd met betrekking tot armoedebeleid? b. Op welke wijze stuurt de gemeente hierop zodat de instrumentenmix maximaal wordt ingezet voor het realiseren van gemeentelijke doelen? Wordt hierbij bijv. gebruik gemaakt van prestatie-indicatoren die zijn afgeleid van gemeentelijke doelen? c. In hoeverre zijn de afgesproken doelen/prestaties in de afgelopen twee jaar (2018 en 2019) gehaald? Wat is de algemene beeldvorming hierover bij de betrokken instanties, zoals stuurgroep armoedepact e.a.? d. Welke relevante ontwikkelingen doen zich voor op de betrokken beleidsterreinen en hebben deze in de nabije toekomst invloed op het armoedebeleid? Zo ja, in welke zin?

3.1. Doelstellingen beleid Onderzoeksvragen - Heeft de gemeente duidelijke doelstellingen vastgelegd met betrekking tot armoedebeleid?

3.1.1. Overkoepelende visie Kompas Midden-Groningen Het Kompas Midden-Groningen is opgesteld bij de vorming van de nieuwe gemeente. Het Kompas en het daarop gebaseerde coalitie-akkoord schetsen de hoofdlijnen van het beleid. Als uitgangspunt is ‘eigen kracht’ geformuleerd: alle inwoners – van jong tot oud, met of zonder beperking – nemen zelf de regie over hun leven en zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven. In het Kompas staat het als volgt gefomuleerd: “Het is niet altijd gemakkelijk om de regie in eigen hand te nemen. Een relatief grote groep inwoners is laag opgeleid en soms al jarenlang werkloos of arbeidsongeschikt. Armoede, ouderdom, ziekte en eenzaamheid zijn andere oorzaken van maatschappelijke kwetsbaarheid. Vaak spelen er ook meerdere problemen tegelijk. In plaats van te benadrukken wat mensen niet kunnen, waarderen we iedereen om wat hij wél kan en wil. We letten daarbij op onze woorden. We willen geen woorden gebruiken die buitensluiten of een negatief stempel zetten.” De gemeente wil daarbij tweedeling voorkomen: iedereen moet kunnen meedoen, kinderen moeten de kans krijgen om de spiraal van armoede en maatschappelijke kwetsbaarheid te doorbreken en voor iedere inwoner is het van belang om betekenis te kunnen geven aan zijn eigen leven en om betekenis te kunnen hebben voor anderen.

In het onderstaande staat een korte uitwerking hiervan: - Gelijke kansen voor kinderen: maatschappelijke kwetsbaarheid wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven. Deze cirkel wil de gemeente doorbreken zodat alle kinderen en jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen en gelijke kansen hebben op levensvervulling en zelfontplooiing. De gemeente beseft dat dit jarenlange aandacht en vereende krachten vraagt van alle betrokkenen: de ouders en kinderen, maar ook onderwijs, vrijwilligers, (sport)verenigingen, (culturele) ondernemers, gemeente, jeugdzorg etc.. In de ogen van de gemeente is onderwijs hierbij de sleutel om de vicieuze cirkel te doorbreken, samen met ouders en andere vrijwilligers die betrokken worden bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten op of vanuit de school. De gemeente wil vanaf de vroege jeugd tot de 24

Versie 2021 1.0

-

-

arbeidsmarkt een ononderbroken lijn van leren en werken. De momenten van overgang van de ene situatie naar de andere zijn het meest kwetsbaar. Sociale teams: de gemeente heeft relatief veel zeggenschap in het sociale domein en bereikt via de sociale teams ouders en jongeren. Samen met de ouders en/of gezinnen gaan zij na hoe belemmeringen op het gebied van geld, gezondheid, onderwijs en/of werkloosheid kunnen worden weggenomen. Het is altijd maatwerk. Aanpak van werkloosheid: een aanzienlijke groep inwoners verricht geen betaalde arbeid of is zeer kwetsbaar voor langdurige werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. De gemeente wil samen met werkgevers en onderwijsinstellingen een concreet plan maken en uitvoeren om werkzoekenden ‘fit’ te maken voor werk. Daarnaast gaat de gemeente met werkgevers en onderwijsinstellingen in gesprek over de mogelijkheden om werkzoekenden toe te rusten voor andere sectoren waar in de nabije toekomst de kansen op werk groot zijn.

College akkoord “Ieder mens telt” In het collegeakkoord van 2018 wordt aangesloten bij het Kompas Midden-Groningen. Het college ziet de ambitie ‘ieder mens telt’ als de grootste uitdaging in het sociale domein. Dit vanuit de constatering dat de problematiek in Midden-Groningen relatief groot is (zie ook hoofdstuk 1) en de middelen beperkt gezien de verwachte financiele tekorten op de Jeugdwet en de Participatiewet. In het collegeakkoord is rond het armoedebeleid een aantal doelstellingen geformuleerd: - Doorbreken vicieuze cirkel: een relatief grote groep inwoners heeft te maken met achterstand. Vaak zitten inwoners en hun gezinnen gevangen in een vicieuze cirkel van armoede en uitzichtloosheid. Hierdoor ontstaat een grote mate van zorgafhankelijkheid. Samen met partners wil het college nagaan hoe deze vicieuze cirkel kan worden doorbroken. Het Armoedepact wil men voortzetten. - Minimabeleid: een goede aanpak van armoede; verhoging van de inkomensgrens voor het minimabeleid wordt verhoogd naar 125% van het sociaal minimum. - Integrale kindcentra: alle kinderen en jongeren kunnen hun talenten ontwikkelen. Kindcentra kunnen hier ondersteunend aan zijn. Samen met onderwijs, kinder- en peuteropvang, bibliotheek, sociale teams en jeugdgezondheidszorg wordt een gezamenlijke visie op kindcentra in Midden-Groningen opgesteld.

Ook wordt ingezet op vroegtijdige en laagdrempelige hulp en ondersteuning in en bij de school. - Betere aansluiting tussen vraag en aanbod op arbeidsmarkt: ook een grote uitdaging is om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar te brengen en te houden. De gemeente telt een grote groep ambachtelijk geschoolde vakmensen. Er zijn echter relatief weinig hoogopgeleiden. De beroepsbevolking veroudert snel. De gemeente wil in deze uitdaging de verbindende rol pakken. De gemeente Midden-Groningen wil de veerkracht in de samenleving versterken In de strategische visie van het Sociaal Domein ‘Sociale Veerkracht in de praktijk’ (2019) is het thema Armoede en Schulden ook opgenomen. De veerkracht in de samenleving staat in deze visie centraal. Om dit te bereiken wil de gemeente samen met de inwoners en maatschappelijke partners een leerproces aangaan. Kern van de strategische visie is een werkelijke transformatie. De visie bestaat uit een algemeen stuk plus acht opgaven die voortvloeien uit de richting die wordt gekozen. Voor de uitvoering van de opdrachten wordt een uitvoeringsprogramma voor vier jaar opgesteld. De opgave rond armoede en schuldhulpverlening houdt in dat de gemeente zich maximaal wil inzetten om de (lokale) samenleving zo te veranderen dat de inwoners het heft weer meer zelf in handen kunnen nemen.

Er zijn zorgen over de omvang van de onzichtbare en langdurige armoede in de gemeente. In de visie staat dat de aanpak van armoede er één van de lange adem is: de oorzaken zijn divers en er is veel intergenerationele armoede. Armoede is daarbij volgens de gemeente meer dan alleen schulden of onvoldoende inkomen: armoede zorgt voor isolement, gevoelens van minderwaardigheid, lagere levenstevredenheid en een kortere levensduur met minder goede ervaren gezondheid. Armoedebestrijding is niet alleen het verbeteren van de inkomens- en schuldensituatie, maar ook het verbeteren van gezondheid en welzijn. In die visie is een aantal concrete acties benoemd: 25

Versie 2021 1.0

-

Inzetten van stress-sensitieve dienstverlening voor mensen met geldzorgen (mobility mentoring); werkwijze van de omgekeerde toets uitbreiden: het doel van de ondersteuning en kijken wat er mogelijk is om het te bereiken staat centraal, niet de letter van de wet; inzetten van ervaringsdeskundigen armoede en sociale uitsluiting; doorontwikkeling van het armoedepact met de armoederegisseur; onderzoek doen om de problematiek en doelgroepen van het beleid in kaart te brengen.

Naast de opgaven die benoemd zijn bij Armoede en schulden staan er in de sociale visie ook andere opgaven die het armoedebeleid raken: - actie om onbegrijpelijke brieven van instanties aan te kaarten en te verbeteren; - terugdringen van laaggeletterdheid; - sociale teams als wegbereiders van transformatie: de sociale teams gaan actief aan de slag met het zoeken naar de mogelijkheden om de kracht van de samenleving te benutten; - samenwerking met het onderwijs versterken zodat er een goede verbinding bestaat tussen school, thuis en ondersteuning.

3.1.2. Armoedebeleid De doelstellingen van het armoedebeleid worden grotendeels in de overkoepelende visie op het sociaal domein beschreven. De gemeente Midden-Groningen heeft vervolgens in verschillende deelnotities voor de verschillende instrumenten (zoals het Meedoen Fonds en Armoedepact) nadere doelstellingen vastgelegd voor die verschillende onderdelen13. Het Kompas en het coalitieakkoord beschrijven het doorbreken van de vicieuze cirkel van armoede. De relatief grote groep financieel en sociaal gezien kwetsbare inwoners heeft verschillende vormen van ondersteuning nodig. In de visie van de gemeente verandert een eendimensionale aanpak (te) weinig aan de situatie: een multidimensionale visie en aanpak is een betere basis voor ondersteuning en uiteindelijk een verbetering van de situatie. Het aanpakken van intergenerationele armoede is hiermee echt een speerpunt van het beleid. Zo heeft Midden-Groningen relatief veel beschikkingen voor jeugdbescherming en 80 procent van deze gezinnen heeft ook financiële problemen. Belangrijke sleutels voor het doorbreken van de intergenerationele armoede zijn meer dialoog en samenwerking tussen partijen die hieraan bijdragen en zo vroeg mogelijk inzetten op het aanleren van financiële vaardigheden. Vanuit het coalitieakkoord wordt geconstateerd dat multiproblematiek pas in samenhang effectief kan worden bestreden.

Het thema ‘Ieder mens telt’ wordt onderstreept en daarop baseert de gemeente de dienstverlening: de inwoner staat daarbij centraal. Het BWRI betrekt ook de doelgroep in de besluitvorming en de uitvoering van het armoedebeleid. Dit gebeurt vooral met de inzet van ervaringsdeskundigen, opgeleid door de gemeente en de GKB. Zij geven veel zinvolle feedback over de communicatie naar de doelgroep en de aanpak van het minimabeleid. Daarnaast zijn er jaarlijks klanttevredenheidsonderzoeken, dit geeft ook al een beeld van wat de doelgroep vindt. Er is ook een maandelijkse nieuwsbrief gericht aan minima. Daarin wordt ook gevraagd om tips en adviezen. Om de doelstellingen van het beleid in Midden-Groningen te bereiken, kent de gemeente enkele specifieke regelingen, zoals het Meedoenfonds, het Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld, de Individuele Inkomens Toeslag, Bijzondere bijstand, de Collectieve aanvullende zorgverzekering, Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, Maatwerkbudget kinderen en Maatwerkbudget voor sociale teams14. Overigens kunnen de regelingen gestapeld worden door de cliënt. De reden hiervoor is dat de uitvoering deels door BWRI en deels door andere organisaties wordt gedaan. Zo kan een kind een vergoeding krijgen voor sporten vanuit 13 Zie bijlage 10 voor een overzicht van de vastgestelde regelingen 14 In bijlage 8 staan deze regelingen kort toegelicht.

26

Versie 2021 1.0

zowel het Jeugdfonds als vanuit de Meedoen Webwinkel. Het gebruik van de ene regeling sluit het gebruik van de andere niet uit. Zodoende kunnen cliënten twee keer een vergoeding krijgen voor dezelfde kosten, wat tot extra kosten voor de gemeente leidt. Naast de regelingen zet de gemeente in op het doorbreken van de intergenerationele armoede. De uitvoering hiervan ligt niet zozeer bij BWRI, maar bij bijvoorbeeld onderwijs of specifieke programma’s als Goede Start. Beleidsmatig is het armoedebeleid gescheiden van het Wmo- en Jeugdwetbeleid. Er zijn wel onderdelen die op elkaar aansluiten, maar van verwevenheid is geen sprake. In de uitvoeringspraktijk is de samenhang meer aanwezig. Zo hebben casemanagers in het sociaal team en uitvoerders de opdracht om financiële problemen op te nemen in het dossier wanneer iemand aanklopt bij de Wmo of voor jeugdhulp. Het is voor betrokkenen bij het beleid echter niet duidelijk of dit ook daadwerkelijk gedaan wordt. Quote uit een interview: “Armoedebestrijding is geen taak van jeugdhulp, en is niet het doel van de Jeugdwet. Dat wil niet zeggen dat armoede geen belangrijke kwestie is bij het opvoeden, het is alleen niet geïntegreerd in het beleid.” In het onderstaande wordt nader ingegaan op het armoedepact, het Meedoenfonds en de preventieve activiteiten.

Armoedepact Het armoedepact is ontstaan in de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer in 2015. Vlak daarna hebben de colleges van de voormalige gemeenten Slochteren en Menterwolde besloten om zich hierbij aan te sluiten. De gemeenten hebben de startnotitie Armoedepact HSSM: “Niemand is voor een dubbeltje geboren” vastgesteld. Hierin staat de aanpak voor het opstarten van pact beschreven, evenals de doelen en de rol van de gemeente binnen het pact. Het doel van het armoedepact binnen de gemeente Midden-Groningen is om vanuit de brede keten van organisaties, het bedrijfsleven en inwoners acties uit te voeren die bijdragen aan de participatie van inwoners. Het pact wil zich specifiek inzetten voor inwoners die over onvoldoende inkomen beschikken om volwaardig te kunnen meedoen in de samenleving. Het gaat niet alleen om een laag inkomen, maar ook om achterstanden op het gebied van huisvesting, opleiding, gezondheid, werk en maatschappelijke participatie. Het Armoedepact kan het leven voor mensen in armoede verzachten, dan wel voorkomen, door armoede eerder te signaleren en initiatieven op te zetten. Ook wil men inzetten op preventie om financiële tekortkomingen en sociale uitsluiting in de breedste zin van het woord te voorkomen.

Uiteindelijk wil het pact een afname van armoede binnen de gemeente Midden-Groningen realiseren zonder te concretiseren welke afname van armoede wordt nagestreefd. Ook wil men het niet-gebruik van voorzieningen tegen gaan, goede informatievoorziening bieden en de (financiële) zelfredzaamheid vergroten. Op het armoedepact zit een stuurgroep, die als belangrijkste taak heeft het vervullen van een initiërende, signalerende en zo nodig bijsturende rol ten aanzien van het armoedepact. De armoederegisseur faciliteert het Armoedepact. Op basis van gelegenheidscoalities werken pactpartners onderling samen op een onderwerp of thema die zelf zijn ingebracht. Op deze manier wordt iedereen in de gelegenheid gesteld om onderwerpen aan te dragen en de samenwerking aan te gaan met andere pactpartners15. De organisaties binnen het Armoedepact komen één of twee keer per jaar centraal bij elkaar. Deze bijeenkomsten hebben voornamelijk als doel om informatie over te dragen, meningen te vragen, te horen wat andere organisaties doen en de samenwerking te zoeken. Organisaties moeten dit op een dergelijke bijeenkomst zelf doen, de gemeente heeft hier geen sturende rol in. Een aantal organisaties zoekt hierbij actief naar oplossingen en samenwerking met anderen, andere organisaties doen hierbij meer aan ‘consumeren’ zonder de samenwerking te zoeken.

15 In Bijlage 4 staat een overzicht van de deelnemende organisaties die ook activiteiten organiseren.

27

Versie 2021 1.0

Zonder de inspanningen van de armoederegisseur rond het armoedepact zouden deze organisaties volgens henzelf elkaar minder gemakkelijk tegenkomen. De structuur en werking van het armoedepact staat ter discussie. De bedoelingen en verwachtingen onder de deelnemende organisaties waren te hoog gespannen. In de praktijk is het armoedepact vooral gericht op ondersteuning, verzachten van leed, activatie en participatie en niet op het verhelpen van alle armoede. En hoewel de samenwerking volgens betrokkenen zeker is gegroeid, wordt er nu gewerkt een aan nieuwe structuur. In deze structuur komt er een kerngroep van organisaties die zich actief in zetten en ook daadwerkelijk plannen in acties om kunnen zetten. Daarnaast is er een groep van leden die periodiek wordt geïnformeerd via bijeenkomsten. Op deze wijze hopen de gemeente en de stuurgroep op een effectiever opererend armoedepact. Meedoen Fonds Met het Meedoen Fonds wil de gemeente een bijdrage leveren aan het bestrijden en voorkomen van armoede en (sociale) uitsluiting op zowel de korte als langere termijn. Het streven van de gemeente is dat zoveel mogelijk mensen die recht hebben op deze regeling er ook gebruik van maken. Uitgangspunten voor de regeling zijn: - Verbinding participatie en sociaal domein: de gemeente ondersteunt de inwoner tot het bereiken van financiële onafhankelijkheid door middel van werk.

Indien dit (voorlopig) niet lukt moet het Meedoen fonds participatie in de maatschappij mogelijk maken. Samenwerking binnen het sociaal domein is essentieel. - Ondersteuning en activering: het Meedoen fonds ondersteunt de inwoner bij het ontplooien van activiteiten, voorkomt sociale uitsluiting en faciliteert (deels) bij het meedoen op school en bij activiteiten buitenshuis. - Eenvoudige toegang: het Meedoen fonds is laagdrempelig en eenvoudig aan te vragen. Makkelijk vindbaar voor de inwoner, de professional, maatschappelijke partners etc. Binnen het Meedoen Fonds zijn er verschillende regelingen. Voor kinderen zijn er specifieke regelingen omdat in de ogen van de gemeente kinderen vanwege geldgebrek van ouders niet kunnen worden uitgesloten van activiteiten die belangrijk zijn hun ontwikkeling. Voor kinderen zijn er de volgende regelingen: - Vergoeding van maximaal € 1000,00 voor indirecte schoolkosten: Ouders kunnen voor een kind dat voor het eerst naar het voortgezet onderwijs gaat een vergoeding zoals een fiets, rekenmachine, laptop, schrijfmateriaal en/of een schooltas krijgen. De inkomensgrens was bij de 3 afzonderlijke gemeenten 115 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) en is in 2018 verhoogd naar 125 procent Wsm.

- Maatwerkbudget voor kinderen: als ouders geconfronteerd worden met kosten voor hun kind die ze niet zelf kunnen betalen, kunnen ze een beroep doen op het maatwerkbudget. Het gaat om bijzondere situaties waar de voorliggende regelingen niet toereikend zijn. Vergoedingen die worden verstrekt zijn bijvoorbeeld voor schoolkosten, kosten voor de huiswerkbegeleiding, kosten voor een medische behandeling en reiskosten. - Kindpas: in 2019 is eenmalig aan ouders met een inkomen tot 115% van het sociaal minimum voor ieder kind een kindpas verstrekt met een saldo van €45,-. Hiermee kunnen ouders wat extra’s doen voor hun kinderen. Daarnaast staat de regeling open voor inwoners die geen mogelijkheden hebben om een eigen inkomen te verwerven en daardoor niet in de samenleving kunnen participeren. Volwassenen kunnen een maximaal bedrag per jaar besteden in de webshop. In 2019 was dit €200,-, in 2021 wordt dit verlaagd naar €125,-. Preventieve activiteiten gericht op doorbreken intergenerationele armoede Voor het bestrijden intergenerationele armoede onderzoekt de gemeente nog hoe het beleid hier het beste op kan worden ingericht en wat mogelijke zinvolle interventies zijn om deze armoede te doorbreken c.q. op te lossen. Op het gebied van onderwijs en opvoeding bijvoorbeeld zijn er enkele programma’s gestart om kinderen beter mee te kunnen laten doen 28

Versie 2021 1.0

aan de samenleving en hen hiermee een betere basis te geven. Een voorbeeld is het programma Goede Start. Dit programma loopt sinds 2019 en richt zich op een goede start voor de volgende generatie inwoners van de Veenkoloniën. Goede Start biedt zo vroeg mogelijk ondersteuning aan kwetsbare ouders. In samenwerking met verschillende organisaties wordt gekeken naar de gewenste ondersteuning, afgestemd op de mate van zelfredzaamheid van het gezin. De activiteiten worden samen uitgevoerd om zo het sociale netwerk en de onderlinge sociale verbondenheid te versterken. Zwangeren doorlopen als groep de zwangerschap en jonge ouders ervaren als groep de eerste levensjaren van hun kind.

Nationaal Programma Groningen (NPG) Het Nationaal Programma Groningen is een samenwerkingsverband van Rijk, provincie en gemeenten. Het programma heeft een looptijd van tien jaar en voor de uitvoering van alle plannen en projecten heeft het Rijk een startkapitaal van 1,15 miljard euro beschikbaar gesteld. De gemeente Midden-Groningen heeft voor verschillende projecten financiering aangevraagd bij het NPG. Daarbij gaat het onder meer om: - verdere uitrol van Mobility Mentoring; - programma voor jongeren met schulden: het project ‘Jongeren met schulden’ geeft de mogelijkheid om jongeren een lening te verstrekken waarmee ze de schulden geheel of gedeeltelijk kunnen aflossen. Jongeren worden hierbij ook intensief begeleid door een schuldhulpverlener of een (budget)coach; - programma voor mensen met langdurige schulden (project IJsberg). Er hangt een schuldenwolk van 50 miljoen euro boven te gemeente, en deze mensen lopen gemiddeld 4 tot 5 jaar rond met hun schulden. Die mensen zijn onbekend en nu niet in beeld bij de gemeente. Net als bij vroegsignalering is het doel om ook op deze mensen met langdurige schulden af te stappen. Er is nog niet bepaald wat de signalen zijn waar op wordt af gegaan. Drie jaar na de start van dit programma wordt gekeken of het de mensen met lange schulden geholpen heeft, en hoeveel mensen er van de lijst af zijn.

Het project IJsberg heeft als doel om mensen zelf te laten inzien dat ze hulp kunnen krijgen of nodig hebben, en zelf de stap te laten maken naar schuldhulpverlening. Er wordt geïnvesteerd in een transformatie bij de mensen zelf. Hier is al wat aan gedaan bij mensen met langdurige schulden op de lijst van het CAK, daar is de GKB langs geweest en is met iedereen een open gesprek aan gegaan. Dan zie je dat die vervolgstap vaak nog moeilijk is. Het is dan ook belangrijk om te monitoren of mensen ook hulp gaan vragen. Hoe dit kan worden gewaarborgd is nog niet duidelijk, maar dit zal gedurende het project moeten groeien zodat ook deze mensen waardevolle hulp kan worden geboden. -

3.1.3. Schuldhulpverlening Voor de schuldhulpverlening is in 2017 door de afzonderlijke gemeenteraden een apart beleidsplan vastgesteld voor de periode 2018-2022. In het beleidsplan staat een aantal uitgangspunten centraal: - iedereen heeft recht op een toekomst vrij van problematische schulden en moet kunnen opgroeien buiten armoede; - de GKB wil voorkomen dat inwoners te maken krijgen met problematische schuldensituaties. Nadruk hierbij ligt op het stimuleren van financiële zelfredzaamheid en inzet op vroegsignalering; - De GKB is stimulerend richting betaalde arbeid en zoekt daarbij de samenwerking met BWRI en / of het UWV; - Speciale aandacht is er voor kinderen, ouderen, jongeren en nieuwkomers; - In de dienstverlening is de GKB zich bewust van het ‘niet gebruik’ van de minimavoorzieningen en proberen dat ‘niet gebruik’ tegen te gaan. De GKB werkt in haar beleid met zes focuspunten. Deze focuspunten zijn gebaseerd op het Kompas van Midden-Groningen, het coalitieakkoord en het dienstverleningsconcept, maar ook

29

Versie 2021 1.0

op ervaringen in de uitvoering, (landelijke) ontwikkelingen en gesprekken met samenwerkingspartners, adviesraden en met de doelgroep zelf. De zes focuspunten zijn: 1 De communicatie is toegankelijk. Er zijn verbeterpunten geformuleerd rond bereikbaarheid (betere bereikbaarheid, direct contact tussen de cliënt en een vast contactpersoon), inzicht in de eigen rekening zoals bij een reguliere bank mogelijk is (aanbieden klantenportaal waarbij de klant inzicht krijgt in de rekeninggegevens) en schriftelijke communicatie (taalniveau aanpassen aan de relatief grote groep inwoners met laaggeletterdheid). 2 Integrale dienstverlening, de klant staat centraal Dit focuspunt heeft de GKB opgenomen vanuit de verplichting vanuit de Wgs, maar ook omdat het armoedepact en het Kompas een integrale kijk naar de klant promoot. De GKB wil dienstverlening met oog voor maatwerk, wegnemen van belemmeringen op het gebied van geld, gezondheid, onderwijs en of werkloosheid. Daarbij wil de GKB ondersteunen waar nodig en loslaten waar het kan. Enkele beleidsvoornemens staan geformuleerd in het beleidsplan: 1. Iedereen kan een afspraak maken voor een vrijblijvend gratis advies- of informatiegesprek. Daarnaast gaat de GKB onderzoeken of inloopspreekuren bij de sociale teams een waardevolle aanvulling zijn voor een betere aansluiting met de doelgroep. 2. Verbetering van de ondersteuning voor ondernemers.

Nu kunnen ondernemers bij de kredietbank terecht voor een adviesgesprek en voor ondersteuning van ondernemers met schulden is specifieke kennis ingehuurd van het ROI (Regionaal Ondernemings Instituut). De GKB is voornemens de informatieverstrekking aan ondernemers en zzp‘ers beter vorm te gaan geven door middel van workshops over de onderwerpen Besluit Bijstand Zelfstandigen (Bbz) regeling en de dienstverlening van het ROI. 3. De GKB gebruikt een uitgebreid screeningsinstrument (Mesis) om de zelfredzaamheid en ondersteuningsbehoefte in kaart te brengen. De GKB gaat de toepassingsmogelijkheden van het screeningsinstrument verder onderzoeken16. 4. Ontwikkelen diensten en productenwijzer: dit is een samenvoeging van de sociale kaart, de hulpwijzer, folders en hulpverlening. De wijzer geeft op basis van een specifiek filter op klantkenmerken een overzicht van mogelijk in te zetten diensten en producten. De inzet van deze wijzer bevordert tevens het gebruik van inkomensondersteunende voorzieningen. De GKB zoekt aansluiting bij de gelegenheidscoalitie ‘niet-gebruik’ van het armoedepact. 5. Onder het kopje meten is weten heeft de GKB het voornemen om samen met BWRI deel te gaan nemen aan de benchmark ‘armoede en schulden’ van Divosa gerealiseerd. De GKB wil een slag maken naar meer meetbare en resultaatgerichte doelstellingen.

De GKB wil hiervan leren, toewerken naar een effectievere schuldhulpverlening, de interne rapportage aanscherpen en de gegevens gebruiken voor de tussentijdse evaluatie van dit beleidsplan. 6. Inzet op stress-sensitieve dienstverlening17: de kredietbank wil een meer coachende benadering inbouwen rondom de dienstverlening en zet een lokale project met Mobility Mentoring in Menterwolde. Succesvolle elementen wil de GKB direct kopiëren naar de reguliere dienstverlening van de kredietbank. 7. Onderzoeken opzetten beschermingsbewind: met het in eigen beheer uitvoeren van beschermingsbewind wil de GKB kwalitatief goede dienstverlening aanbieden en om de stijgende kosten van extern beschermingsbewind die gedeclareerd worden bij de bijzondere bijstand te beperken. 8. Beter gebruik van fondsen: de GKB wil nog beter gebruik maken van externe fondsen zoals het fonds Stichting Urgente Noden (SUN). 16 Inmiddels heeft de GKB afscheid genomen van Mesis. 17 Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat armoede en schulden letterlijk effect hebben op het brein en

daarmee op het handelen van mensen. Dit brengt op zijn beurt sociale en psychische problematiek met zich mee kan brengen of versterken. Ze staan in de overlevingsmodus en hebben voornamelijk oog voor de korte termijn. Geldstress maakt dat alle aandacht uitgaat naar waar men tekort aan heeft. Hiervoor is een methodiek ontwikkeld: Mobility Mentoring.

30

Versie 2021 1.0

3 Financiële zelfstandigheid vergroten De GKB wil de financiële zelfstandigheid van haar klanten vergroten door het blijven inzetten van een aantal instrumenten, zoals budgettrainingen, online budgetplannen en blijven inzet van budgetcoaching en nazorg. Hierbij heeft de GKB als voornemens geformuleerd: - Inzet van budgetcoaching (gerealiseerd) om meer duurzame uitstroom te bewerkstelligen. - In samenwerking met Humanitas onderzoeken of vrijwilligers kunnen worden opgeleid tot budgetcoach of dat vrijwilligers een belangrijke rol kunnen spelen in het coachtraject. - Met een nog intensievere nazorg begeleiding wil de GKB recidive zoveel mogelijk tegengaan. In 2017 was dat 10%, de GKB wil het aantal klanten dat financieel zelfredzaam blijft verhogen. 4 Samenwerking intensiveren tussen de kredietbank en de partners De kredietbank werkt al veel samen met de afdeling thuisadministratie van Humanitas, sociaal werkers binnen de sociale teams en de medewerkers van de BWRI. De GKB wil de samenwerking verder verbeteren. - Met Humanitas thuisadministratie wil de GKB onderzoeken of naast het spreekuur voor statushouders er behoefte is aan een wekelijks spreekuur voor meer algemene financiële vragen.

- Met de BWRI afdeling ‘Inkomen’ gaat de GKB werken met de ‘financiële thermometer’ (een vragenlijst om de financiële situatie van de klant te keren kennen), - Opstarten project met een zorgverzekeraar om uitkeringsgerechtigden te ondersteunen die een achterstand hebben bij de zorgverzekeraar. - Met de afdeling ‘Re-integratie’ komt de GKB eens per half jaar samen om kennis te delen en aan casusbespreking te doen. - In overleg met het werkgeversteam van de BWRI wil de GKB haar dienstverlening voor werknemers met schulden18 onder de aandacht brengen van de werkgever. - Sociaal team: de GKB blijft inzetten op voorlichting aan de sociaal werkers en andere hulpverlening en instanties. - Met Kwartier Zorg en Welzijn gaat de GKB een overlegstructuur opstarten met als doel om onze dienstverlening nog beter op elkaar te laten aansluiten. - De GKB trekt samen op met het armoedepact . - Klantenpanel: de GKB heeft een klantenpanel die zij wil raadplegen bij veranderingen in de werkwijze en ook om mee te denken hoe bijvoorbeeld de communicatie kan worden verbeterd of hoe de drempel naar de kredietbank verder kan worden verlaagd. 5 Aandacht voor kwetsbare groepen in onze gemeente Kwetsbare groepen, zoals ouderen, nieuwkomers en mensen met een psychische beperking met een laag inkomen, kunnen tegen een geringe vergoeding budgetbeheer ontvangen.

Daarnaast heeft de GKB concrete voornemens voor jongeren en ouderen: - Het project ‘Jongeren met schulden’ geeft de mogelijkheid om jongeren een lening te verstrekken waarmee ze de schulden geheel of gedeeltelijk kunnen aflossen (onderdeel NPG). - Ouderen ondersteuning. Ouderen hebben de neiging de problemen bij zich te houden uit trots en een groot gevoel van eigen verantwoordelijkheid. Daarom wil de GKB voorlichting gaan geven aan zorgmedewerkers en informatiemateriaal gaan verspreiden. Ook doet de kredietbank mee aan beurzen zoals de Lifestylebeurs in het najaar. Daarnaast probeert de GKB in samenwerking met ‘het gezondheidsprogramma’ bij ouderen achter de voordeur te komen om zo vroegtijdig op de hoogte zijn van financiële problematiek en eerder te kunnen ondersteunen.

18 De schuldenproblematiek op de werkvloer is hoog, landelijk ligt het gemiddelde op 62% van

de werkgevers die te maken hebben met werknemers in een schuldenproblematiek. Dit kost de werkgever gemiddeld €13.000 op jaar basis per werknemer . Deze kosten worden voornamelijk veroorzaakt door ziekteverzuim, verwerken van loonbeslagen en productiviteitsverlies.

31

Versie 2021 1.0

6 Preventie breed uitdragen in de gemeente Het uiteindelijke doel van preventie is dat er niemand meer in een financieel problematische schuldensituatie raakt. Dit wil de GKB bereiken door zo vroeg mogelijk in contact te komen met inwoners die financiële problemen ervaren. Daarbij gaat het om life-events, zoals werkeloosheid, scheiding en geboorte, die er voor kunnen zorgen dat iemand opeens minder te besteden heeft. Ook is generatiearmoede een aandachtspunt voor preventieve maatregelen. Bij generatiearmoede gaat het om inwoners (en hun kinderen) die in een vicieuze cirkel zitten waar ze met moeite uitkomen en uitblijven. Het doorbreken van deze vicieuze cirkel vereist volgens de GKB een jarenlange investering in het sociale domein. Daarom zet de GKB in op preventie en heeft twee preventiespecialisten ingezet. Dit doet de GKB op de volgende onderdelen: - Samenwerking binnen de sociale teams en met andere hulpverlenende instanties om financiële problematiek op ieders netvlies te krijgen en te houden en daar waar nodig extra ondersteuning aan te bieden met hun kennis en kunde. - Voorlichting en informatie om meer bekendheid te geven aan de laagdrempelige dienstverlening van de GKB voor mensen met financiële vragen en /of problemen. - Financiële educatie en programma’s binnen het onderwijs.

De GKB streeft ernaar om minimaal eenmaal per jaar op alle basisscholen in Midden-Groningen een vorm van financiële educatie te organiseren. Voor leerlingen in de onderbouw van de basisschool is een theatervoorstelling ontwikkeld over geld en sparen. Naast deze theatervoorstelling wordt gewerkt aan een lesboek die naast de voorstelling door docenten kan worden gebruikt. Hierbij gaat het over gezond financieel gedrag. De middenbouw van de basisschool ontvangt gastlessen, deze worden in samenwerking met het landelijk punt van geldwijzer en de SNS bank ingepland. Voor de bovenbouw biedt de GKB het armoede en rijkspel aan in samenwerking met stichting Solidair. Tevens is voor de bovenbouw een digitaal spel over sparen en de waarde van geld in ontwikkeling. Naast de basisscholen is het streven om minimaal eenmaal per jaar op alle voortgezet onderwijs instellingen in Midden-Groningen een vorm van financiële educatie aan te bieden. Met het dr. Aletta Jacobs college is er een educatief programma met de naam Discussiëren Kun Je leren (DKJL.nl). - Vroegsignalering van financiële problemen steviger inzetten: door schulden vroegtijdig op te sporen zijn er meer mogelijkheden om deze mensen hulp te bieden. Voorkomen wordt dat achterstanden verder oplopen en zich kunnen ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie. Zo kan een huisuitzetting maar ook beslaglegging worden voorkomen.

Als doelstelling is geformuleerd “wij doen in de gemeente intensief en effectief aan vroegsignalering van schulden19”. De GKB werkt al samen met woningcorporatie Lefier, die achterstanden in de huur doorgeeft aan het sociale team. Vroegsignalering wordt komende jaren stapsgewijs uitgebreid. Er wordt in samenwerking met signaalpartners, zoals de woningbouwvereniging, het waterbedrijf en de energieleveranciers, eerst ingezet op mensen met een betalingsachterstand bij primaire vaste lasten. De GKB wil uitbreiden naar het UWV, energiemaatschappijen en zorgverzekeraars. Hiervoor zet de GKB een projectteam ‘vroegsignalering’ op om te inventariseren welke partners een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan signalen die leiden naar vroegsignalering van financiële problemen. Met die partijen gaat de gemeente dan convenanten aan zodat per 2021 afspraken gemaakt kunnen worden om actief dienstverlening aan te bieden aan deze inwoners. In de werkwijze wordt een balans gezocht tussen zowel het schriftelijk als telefonisch aanbieden van hulp en huisbezoeken. Voor de vroegsignalering is aanvankelijk één team op mensen met een betalingsachterstand af, inmiddels zijn het twee teams. Sociale teams De gemeente Midden-Groningen heeft nu 5 Sociale teams.

Per 1 januari 2021 worden dit er 4 vanwege bezuinigingen en een herinrichting van de teams op basis van de zwaarte van de problematiek per werkgebied.

19 Preventieplan schuldhulpverlening, bijlage bij beleidsplan SHV 2018-2022

32

Versie 2021 1.0

De basistaak van het Sociaal team is de uitvoering van de toegang tot Jeugdhulp, de Wmo en participatie. De Sociale teams zijn ontstaan vanuit de decentralisatie van de Jeugdwet. Er werken tussen de 90 en 100 mensen rondom de Sociale teams. De gemeente en Kwartier Zorg en Welzijn zijn de hofleveranciers van werknemers, en de gemeente doet daarbij de backoffice en participatie. Het Sociaal team probeert om bij een hulpvraag alle levensgebieden in beeld te brengen, waaronder financiën. Een hulpvraag of probleem komt vaak niet alleen, maar is soms een symptoom van onderliggende (financiële) problemen. Een andere taak van het Sociaal team is het helpen bij informatie geven over en het aanvragen van minimaregelingen en toeslagen waar klanten recht op hebben. Mensen weten vaak niet hoe zij de regelingen en toeslagen aan moeten vragen of kunnen de aanvraag niet online doen, hierdoor blijft het vaak liggen. Het doel van de Sociale teams is dan om mensen hierop te appelleren. Vanuit het BWRI zitten er werkcoaches in het sociaal team, met de opdracht om participatie van klanten te bevorderen en om ook aandacht voor de financiën te hebben door hen bijvoorbeeld op de minimaregelingen te wijzen. De sociale teams voeren veel van het armoedebeleid uit. Bezuinigingen leggen druk op deze uitvoerende processen. Ook hier is de uitdaging om de ambities en de bezuinigingen te combineren.

3.1.4. Meningen over het beleid In de enquêtes en in de interviews is gevraagd naar de mening over het armoedebeleid van de gemeente Midden-Groningen. In het onderstaande staat een overzicht van de belangrijkste bevindingen. Vanuit het interview met een vertegenwoordiging van de gemeenteraad komt het signaal dat er in het beleid te weinig onderscheid wordt gemaakt tussen de groep die te maken heeft met intergenerationele (langdurige) armoede en de mensen die in tijdelijke armoede zitten na een levensgebeurtenis zoals een echtscheiding. Het idee is dat de aard van de hulp en ondersteuning voor mensen in langdurige armoede anders is dan mensen die tijdelijk in armoede zitten. Daarnaast vindt men dat er nog (te) weinig aandacht is voor de specifieke (risico)groepen in de gemeente en het bereiken van de groep in stille armoede. Uit de interviews met betrokkenen komt verder naar voren dat er in de gemeente veel zaken goed gaan. Zo waarderen de betrokkenen de houding en de betrokkenheid van de gemeente bij armoede en schuldhulpverlening. De gemeente denkt volgens meerdere betrokkenen echt mee met de inwoners, wat zich laat blijken uit de omgekeerde toets en de mogelijkheden tot maatwerk. De ambities zijn goed en oprecht, en de lijnen binnen de gemeente zijn kort. Er kan ook een aantal zaken beter.

Zoals gezegd zijn de ambities van de gemeente mooi, maar ontbreekt het de gemeente volgens sommigen aan slagvaardigheid om deze ambities waar te maken. De samenwerking binnen en buiten de gemeente kan beter worden benut, de lijnen zijn kort maar worden niet altijd ook gebruikt om bijvoorbeeld een hulpvraag door te zetten of een probleem samen op te lossen. Daarnaast kan er binnen het armoedebeleid meer ingezet worden op concrete, haalbare en meetbare doelstellingen en de concrete middelen om deze te bereiken. Quote uit een interview: “Rondom is armoede is veel bestuurlijke drukte, maar in de praktijk gebeurt er niks. Er is te weinig slagvaardigheid.” De Adviesraad Sociaal Domein onderschrijft de nadruk in het beleid op preventie en het doorbreken van intergenerationele armoede. Wel denkt zij dat de communicatie beter kan: meer gericht, persoonlijker, meer in gewone-mensentaal en met meer inlevingsvermogen.

33

Versie 2021 1.0

Uit de enquête onder de cliënten blijkt dat men veelal positief is over het minimabeleid. Aan de ene kant hebben de meeste respondenten wel eens te weinig geld voor met name sociale behoeften zoals sporten en voor gezonde en afwisselende voeding en kunnen respondenten met kinderen ook vaak kleding, spullen en het lidmaatschap van een (sport)vereniging voor hun kinderen niet bekostigen. Aan de andere kant mist meer dan de helft van de respondenten geen (specifieke) regelingen in het minimabeleid. Driekwart van de respondenten vindt dat de gemeente genoeg doet voor mensen met een laag inkomen en bijna twee derde hoeft geen ondersteuning van de gemeente bij andere dingen. In het volgende tekstvak staan enkele quotes van respondenten die vinden dat de gemeente niet genoeg doet voor mensen met een laag inkomen.

“Een laag inkomen blijft laag, maar alle vaste lasten blijven stijgen, onder andere doordat steeds meer zorgkosten niet vanuit de verzekering worden betaald.” “Ik heb een eigen huis en kom vervolgens nergens voor in aanmerking waardoor ik in grote armoede leef.” “Het blijft moeilijk om rond te komen of iets extra te doen voor je kinderen.” “Ik vind dat ik te weinig hulp heb gehad bij het zoeken naar werk.” “Ik zie weinig van hoe de gemeente zich sterk maakt voor de armen.” “De meeste informatie moet je zelf uitzoeken. Je hebt wel steun aan het Sociaal Team.” “Je moet alles zelf uitpluizen en ik ben daar totaal niet in thuis.”

Een aantal respondenten heeft wel mogelijke verbeterpunten voor de gemeente. Een deel van deze groep geeft wel aan dat hij meer tegemoetkomingen en regelingen wil zien vanuit de gemeente, zoals regelingen voor zorg- en reiskosten en voor leuke activiteiten voor volwassenen en kinderen. Een ander deel vindt dat de gemeente de informatie over de minimaregelingen actiever moet verspreiden en minima meer moet ondersteunen bij het aanvragen van de regelingen. Ten slotte wil een deel van deze respondenten (meer) hulp en ondersteuning bij het vinden van werk. Hieronder volgt een aantal quotes van respondenten die één of meerdere regelingen missen.

34

Versie 2021 1.0

“Ik ben chronisch ziek en ik denk dat er meer is waar ik recht op heb, maar dit wordt niet aan mij gemeld. De zorgkosten kan ik vaak niet betalen.” “Als ik een apparaat moet worden vervangen of er wat stuk gaat, wacht ik op mijn vakantiegeld of de individuele inkomenstoeslag en dan blijft er niet veel over om wat leuks te gaan doen.” “Ik krijg geen reiskosten vergoed om mijn zieke moeder te bezoeken in het verpleeghuis.” “Ik betaal mijn eigen risico van de zorgverzekering met de individuele inkomenstoeslag.” “Ik zou graag willen sporten, maar ik heb geen rijbewijs en de busreis zou mij al 10 euro kosten. Daar heb ik het geld niet voor, want 3 keer per week is al gauw 30 euro.” “Ik wil graag een bijdrage voor geestelijke zorg, ik heb een fobie, maar kan de behandeling helaas niet betalen. “ “Ik werk al 4 jaar met behoud van uitkering en ik zou daar best een klein beetje voor beloond willen worden.”

De uitkomsten van de enquête stemmen niet geheel overeen met de verwachtingen van de Adviesraad Sociaal Domein. In het interview heeft de Adviesraad aangegeven dat het Armoedebeleid altijd aansluit bij de behoeften van de doelgroep. Zo denkt de Adviesraad dat de doelgroep vaak liever alleen geld op de rekening krijgt in plaats van de vergoedingen in natura van de webwinkel. Gebruikers willen naar de mening van de Adviesraad liever hun eigen keuzes maken over waar ze het geld aan besteden. Ook onder de ketenpartners is gevraagd naar hun mening over het gemeentelijk beleid. De ketenpartners geven aan meer op de hoogte te zijn van de doelstellingen en de instrumenten van het armoedebeleid dan van het schuldhulpverleningsbeleid. Over het armoedebeleid zijn de meeste ketenpartners positief. Als verbeterpunten noemen de ketenpartners dat het armoedebeleid meer gericht kan zijn op preventie, en dat de drempel om hulp te vragen lager kan zijn. Genoemde drempels die hun doelgroep ervaart zijn schaamte, onmacht en een gebrek aan kennis hoe of waar zij terecht kunnen. Hierbij gaat het vooral om de mensen die in verborgen armoede zitten. Om deze groep te bereiken kan de informatie over de minimaregelingen actiever verspreid worden in de doelgroep, en kan meer worden samengewerkt met verschillende ketenpartners.

Dit zou naar mening van organisaties met name de effectiviteit van het armoedebeleid ten goede komen.

35

Versie 2021 1.0

“Ervan uitgaande dat inwoners die in aanmerking komen voor de bovengenoemde maatregelen binnen het armoedebeleid worden bereikt en op een passende manier ondersteuning krijgen om er een beroep op te doen, is het aanbod goed.” “Ruime inkomensgrenzen en goed digitaal toegankelijk.” “De gemeente Midden-Groningen is zich zeer bewust van de moeilijkheden die haar inwoners met een laag inkomen hebben. De gemeente probeert actief deze groep te helpen.” “Ik kom persoonlijk regelmatig met mensen in contact die wanhopig zijn. Deze mensen weten niet hoe en bij wie ze moeten aankloppen. Mijn idee is: geef de mensen rijkelijk informatie over waar ze terecht kunnen voor ondersteuning op geestelijk en fysiek gebied.”

Over het schuldhulpverleningsbeleid oordelen de ketenpartners vaker neutraal, mede doordat zij niet altijd weten wat er binnen het beleid gebeurt en daardoor geen mening kunnen vormen. Net als bij het armoedebeleid oordelen de ketenpartners vrijwel nooit negatief over het schuldhulpverleningsbeleid. Ook hier liggen de verbeterpunten volgens sommige ketenpartners in preventie en in het verlagen van de drempel om naar de GKB te stappen, bijvoorbeeld door meer laagdrempelige informatie te verspreiden onder inwoners.

3.1.5. Conclusies Onderzoeksvragen - Heeft de gemeente duidelijke doelstellingen vastgelegd voor met betrekking tot armoedebeleid?;

De gemeente heeft een duidelijke visie op het sociaal domein en ook rondom armoede en schuldhulpverlening. Er wordt gestreefd om zo integraal mogelijk te werken, onder andere de inzet van de Sociale teams is hier een voorbeeld van, en intergenerationele armoede krijgt veel aandacht. Ook preventie staat hoog op de agenda. Het armoedebeleid is breed gedefinieerd en zowel binnen als buiten de gemeente houden veel mensen en organisaties zich met dit onderwerp bezig. Ook de doelstellingen rondom armoede behelzen diverse beleidsterreinen: de gemeente wil dat iedereen kan meedoen en er zo min mogelijk belemmeringen zijn voor haar inwoners. De breedte is een kracht en een zwakte van de visie. Risico is dat ‘alles’ gerelateerd wordt aan armoede. Ook zorgt de breedte ervoor dat de doelstellingen niet altijd even concreet zijn. Wel is de visie en het beleid coherent opgebouwd. Betrokkenen geven ook aan dat ze de concretisering van doelstellingen en werkwijze missen en dat dit de samenwerking binnen de gemeente (tussen afdelingen) en buiten de gemeente (met ketenpartners) bemoeilijkt. Omdat het armoedebeleid overal ‘doorheen’ zit wordt het lang niet altijd concreet en dit leidt ertoe dat er (te) weinig gebeurt. Bij betrokkenen speelt de stemming dat de ambities van de gemeente mooi en goed zijn, maar dat hier in de praktijk (te) weinig mee gedaan wordt.

Dit geldt bijvoorbeeld voor de integrale aanpak, waar betrokkenen beleidsmatig en uitvoerend weinig van merken. Schuldhulpverlening is concreter en heeft een eigen beleidsplan met duidelijke doelstellingen en acties die men wil uitzetten. Dit is ook een overzichtelijker werkveld. De gemeente heeft een redelijk uitgebreid pakket aan minimaregelingen. Regelingen kunnen overigens worden gestapeld door cliënten omdat ze bij verschillende uitvoerende organisaties voor hetzelfde doel een soortgelijke regeling aan kunnen vragen. Dit leidt tot extra kosten voor de gemeente. Cliënten zijn over het algemeen tevreden over het minimabeleid en vinden dat de gemeente voldoende regelingen aanbiedt. Een meerderheid behoeft geen verdere hulp van de gemeente, ongeacht of zij bepaalde zaken zelf kunnen bekostigen. Tegelijkertijd zegt niet iedereen in staat te zijn de informatie te vinden of te krijgen die hij nodig heeft en heeft een deel 36

Versie 2021 1.0

van de doelgroep moeite met het betalen van zorg- en reiskosten en is niet in staat een keer iets leuks te doen.

3.2. Sturing op en monitoring van het beleid Onderzoeksvragen - Op welke wijze stuurt de gemeente hierop zodat de instrumentenmix maximaal wordt ingezet voor het realiseren van gemeentelijke doelen? Wordt hierbij bijv. gebruik gemaakt van prestatie-indicatoren die zijn afgeleid van gemeentelijke doelen?

3.2.1. Algemeen Ten aanzien van de sturing en monitoring wordt in de jaarstukken verslag gedaan van de realisatie van verschillende doelstellingen. Onder het Programma Sociaal staan de verschillende thema’s rond het sociaal domein benoemd 20. In de jaarstukken over 2019, het jaar waarin de sociale visie van kracht werd, staat per onderdeel van het sociaal domein de gewenste doelstellingen en de behaalde resultaten beschreven.

3.2.2. Sociale Visie In de sociale visie is een aantal kengetallen benoemd dat inzicht dient te geven in hoeverre de sociale veerkracht gestalte krijgt en dan met name in de mate waarin het leerproces begint te landen in de uitvoerende organisaties. De indicatoren zijn daarbij nadrukkelijk bedoeld om het proces te voeden en niet bedoeld als afrekenindicatoren. Het betreft de volgende kengetallen: 1. Het aantal ligdagen in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie 2. Het aantal jongeren dat gebruik maakt van een 24 uurs voorziening 3. Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen 4. Het aantal huisontruimingen 5. Het aantal verplichte GGZ-maatregelen 6. Het aantal inwoners met problematische schuldenproblematiek 7. Het aantal stapelingsadressen met Wmo, participatie-uitkering, GKB en jeugdzorg 8. Het aantal Eigen Krachtconferenties 9. Het aantal mensen dat wordt bereikt met alfabetiseringsactiviteiten 10. Het aantal “moeilijke brieven” (in de ogen van gebruikers) De gewenste trend is een daling van de genoemde kengetallen 1 t/m 7 en 10, en een stijging van de kengetallen 8 en 9. De kengetallen zijn door de gemeente beoordeeld op haalbaarheid. Een deel van de indicatoren betreft duidelijk een ander domein dan armoede.

In de visie is gesteld dat het de bedoeling is om deze de kengetallen te actualiseren in de sociale monitor die 2 keer per jaar aan de raad ter informatie wordt voorgelegd in mei en november van een kalenderjaar. Ook staat in de visie benoemd dat er andere vormen van monitoring zouden moeten komen om op populatieniveau en trends de ontwikkeling (langjarig) zichtbaar te maken en beoordelen in hoeverre de ontwikkeling in Midden-Groningen afwijkt van andere Groningse gemeenten om te leren en te verklaren waarom een bepaalde aanpak wel of niet werkt. In de reguliere planning en controlcyclus (P&C) worden veel deelrapporten met daarin de ingezette middelen en financiën voorgelegd aan de raad, zoals vanuit Wmo, Jeugd en het Sociaal team. Ook worden er maandrapportages meegenomen vanuit BWRI over bijvoorbeeld de ontwikkelingen in het BUIG-budget21 en re-integratie naar de arbeidsmarkt. Een aantal 20 Het gaat om Onderwijs, Welzijn, Sociale Teams, Jeugdhulp, Wmo, Bijstand, Armoedebeleid en

bijzondere bijstand, re-integratie en gemeentelijke kredietbank. Er wordt een onderscheid gemaakt in basisvoorzieningen (Onderwijs, Welzijn, Jeugd en Wmo) en individuele voorzieningen. 21 I.e. het gebundelde budget dat de gemeente jaarlijks ontvangt vanuit het Rijk om de uitkeringen aan cliënten te bekostigen.

37

Versie 2021 1.0

indicatoren wordt maandelijks gemonitord via de ingezette middelen en de inzet van het Sociaal team. De rapportages vanuit de GKB over ingezette middelen en de kosten gaan niet allemaal naar de raad: wel wordt de raad hier een paar keer per jaar over geïnformeerd.

3.2.3. Armoedebeleid Ten aanzien van de sturing en monitoring van het armoedebeleid wordt in de jaarstukken verslag gedaan van de realisatie van verschillende doelstellingen. Onder het Programma Sociaal staan de verschillende thema’s rond het sociaal domein benoemd. In de jaarstukken staan voor minima en het armoedebeleid de volgende doelstellingen benoemd: Figuur 3.2.1. Doelstelling en resultaten armoedebeleid, bron Jaarstukken 2019

Vervolgens wordt gerapporteerd op de bereikte resultaten en welke inspanningen er zijn geleverd. De breedte van de visie op armoedebestrijding staat op gespannen voet met de meetbaarheid ervan. Vanuit de verschillende betrokkenen wordt dit aangegeven. Feitelijk is er een multidimensionale aanpak van armoede waarbij een multidimensionale resultatenmatrix behoort. De verantwoording en meting gebeurt nu juist op de eendimensionale regelingen en projecten die plaatsvinden. Per domein en deeltaak worden dus de resultaten gemeten en de financiën geconcretiseerd, maar hiermee is de gemeente niet in staat de voortgang van het armoedebeleid integraal vast te stellen. Wel kan worden vastgesteld of een deeltaak bijdraagt aan de doelstellingen van het armoedebeleid. In de jaarrekeningen probeert de gemeente Midden-Groningen dit nader vorm te geven. Quotes uit een interview: “We kunnen niet hard maken hoeveel mensen na een aantal jaar uit de armoede zijn geholpen. Dit is niet alleen onderhevig aan gemeentelijke beleid, maar ook aan bijvoorbeeld de huidige coronacrisis of een andere economische crises.” “De aanpak is geslaagd als mensen meer sociale veerkracht hebben en minder armoedeproblematieken. Dit is echter niet direct meetbaar.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12805160/1