05. Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
Tekst van het document
UITHUIZEN
HET HOGELAND
BAFLO
BIERUM
EEMSDELTA
WEHE-DEN HOORN ZOUTKAMP WINSUM
DELFZIJL
LOPPERSUM
MIDDELSTUM
APPINGEDAM OLDEHOVE
BEDUM WOLDENDORP WAGENBORGEN
TEN BOER
GRIJPSKERK ZUIDHORN
WESTERKWARTIER
GRONINGEN
MIDDENGRONINGEN
GRONINGEN
SIDDEBUREN
OLDAMBT
SLOCHTEREN
FINSTERWOLDE
HARKSTEDE
GROOTEGAST
SCHEEMDA LEEK
HAREN
BAD NIEUWESCHANS
HOOGEZAND ZUIDBROEK
WINSCHOTEN
MARUM
VEENDAM VEENDAM
BELLINGWOLDE OUDE PEKELA
PEKELA
WESTERWOLDE
NIEUWE PEKELA
VLAGTWEDDE
STADSKANAAL STADSKANAAL
TER APEL
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
Inhoud Voorwoord
0
Inleiding 4
0.1
Relatie risicoprofiel
5
0.2
Relatie onderzoeksgebieden
5
0.3
Leeswijzer
5
1
Dekking bijstellen
6
1.1
Interne ontwikkelingen
6
1.1.1 Repressieve inrichting
6
1.1.2 Organisatievorm 7 1.2
Externe ontwikkelingen
7
1.2.1 Geografie
7
1.2.2 Demografie
7
1.2.3 De risico’s in de regio 7
2
Dekking beschrijven
2.1
Doel
9
Beschrijving onderdelen
9
2.2
9
2.2.1 Snelheid 9 2.2.2 Tweede tankautospuit 11 2.2.3 Capaciteit 12 2.2.3.1 Slagkracht
12
2.2.3.2 Grootschalige en langdurige inzetten (GBO)
15
2.2.4 Paraatheid
16
2.2.5 Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie
17
3
Dekking beoordelen
3.1
Doel
18
Indeling gebieden in categorieën
18
3.2
18
3.2.1 Aandachtsgebieden 20 3.2.2 Aandachtsobjecten 20 3.3
Beoordeling
21
3.3.1 Snelheid 21 3.3.2 Slagkracht 22 3.3.3 Paraatheid en werkdruk 24
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
2
3.4
Conclusies en aanbevelingen
25
3.4.1 Aandachtsgebieden
25
3.4.2 Aandachtsobjecten 27 3.4.3 Slagkracht 27 3.4.4 Eindoordeel dekkingsplan 28
4
Dekkingsplan vaststellen
5
Uitvoering bijstellen
6
Dekking uitvoeren 31
7
Uitvoering beoordelen
8
Proces- en werkafspraken 33
9
Bijlagen
35
9.1
Buurten met waardering ‘onvoldoende’
35
9.2
Aandachtsobjecten
36
9.3
Buurten waarvan de categorie is aangepast
49
9.4
Methodologie
52
29
30
32
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
3
Voorwoord Het huidige dekkingsplan van Veiligheidsregio Groningen (VRG) is het dekkingsplan uit 2016. Het bestuur heeft de looptijd van dit dekkingsplan verlengd met het oog op de komst van de landelijke uniforme systematiek. De resultaten van de nieuwe systematiek vindt u in deze notitie. Het grote verschil is dat het oude dekkingsplan gebaseerd is op objectgerichte opkomsttijden en het nieuwe dekkingsplan is gebaseerd op gebiedsgerichte opkomsttijden. Daarnaast beschreef het oude dekkingsplan alleen de repressieve prestaties en gaat het nieuwe dekkingsplan uit van de gehele brandweerzorg, dus er is ook een relatie met de voorkant van de veiligheidsketen.
0 Inleiding Het rapport ´RemBrand, Brandveiligheid is coproductie´ heeft laten zien dat brandveiligheid een ketenresultaat dat afhankelijk is van de inzet van de brandweer maar ook van bedrijven en bewoners. Voor de brandweer is het belangrijk om bij alle schakels van de veiligheidsketen te bepalen of deze optimaal zijn ingevuld en dat er een goede verbinding bestaat tussen de voor- en achterkant van de veiligheidsketen. Een belangrijk onderdeel is het dekkingsplan van de brandweer. Het voorliggende dekkingsplan is gemaakt op basis van de nieuwe handreiking ´Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen´. Dit is gemaakt aan de hand van het risico op brand. De methode is ook (deels) geschikt voor de risico’s waterongevallen, gevaarlijke stoffen en hulpverlening maar daar liggen (nog) geen normen. De methode kan wel inzicht geven in de prestaties op die vlakken en in de toekomst zal dit nader worden uitgewerkt. Het dekkingsplan is gemaakt op basis van de huidige kazerne configuratie maar ook is gekeken naar waar de brandveiligheid risico’s zich bevinden en naar toekomstige relevante ontwikkelingen. Een belangrijk gegeven is dat niet alleen naar de snelheid van het eerst aankomende voertuig wordt gekeken maar ook naar slagkracht, paraatheid en werkdruk waarbij de laatste twee optioneel zijn.
Veiligheidsregio’s zijn wettelijk verplicht om minimaal eens per vier jaar of wanneer de situatie binnen de veiligheidsregio significant is gewijzigd een dekkingsplan aan het algemeen bestuur ter vaststelling voor te leggen. Het toepassen van de systematiek voor de regio Groningen laat zien dat deze goed werkbaar is. De systematiek voor de categorisering geeft voor ruim 95% prima resultaten (minder dan 5% van de gebieden is handmatig aangepast omdat de toepassing van de systematiek leidde tot inconsistente resultaten) en als gekeken wordt naar de resultaten voor snelheid (één van de elementen van het dekkingsplan) geeft dat voor bijna 98% een voldoende of goede dekking. Gecombineerd met slagkracht, paraatheid en werkdruk geeft dit een beter beeld dan de resultaten op grond van de oude objectgerichte normen. Let wel, de operationele prestaties van de brandweer zijn feitelijk niet veranderd, alleen ligt er nu een andere beoordelingskader die beter aansluit bij de (Groninger) brandweerpraktijk, breder is van opzet omdat niet alleen wordt gekeken naar de snelheid van de eerste tankautospuit maar ook naar slagkracht, de paraatheid en werkdruk. En bovenal is er nu ook een koppeling met de voorkant van de veiligheidsketen (risicobeheersing, vakbekwaamheid, procedures) waardoor nog meer maatwerk wordt geleverd.
In dit document worden de eerste vier stappen van de systematiek doorlopen om te komen tot een dekkingsplan. In de systematiek zit echter ook een monitor functie van de praktijk waarin inzetten worden vergeleken met de prognose tijden, aandachtsgebieden en -gebouwen worden bezocht en eventueel met extra maatregelen veiliger worden gemaakt zodat model en praktijk dichter op elkaar komen en het beter gelijke tred kan houden met ontwikkelingen in de maatschappij. Dit valt echter wel onder de doorontwikkeling van de systematiek. Zie verder hiervoor ook het hoofdstuk onder Proces- en Werkafspraken.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
4
0.1 Relatie risicoprofiel Het dekkingsplan heeft uiteraard een relatie met het risicoprofiel en meer in het bijzonder met het brandrisicoprofiel. Er bestaat echter nog geen landelijke definitie van het brandrisicoprofiel. In dit dekkingsplan wordt er toch een relatie gelegd met de brandveiligheid risico’s in het verzorgingsgebied en wat we daar aan preventieve en repressieve brandweerzorg tegenover zetten. Dit gaat dan vanuit de systematiek over specifieke gebouwsoorten zoals gebouwen met slapende niet zelf redzame mensen, portiekflats, hoogbouw. Maar daarnaast kennen we ook andere risico’s zoals bijvoorbeeld parkeergarages, chemische industrie en voor deze risico’s kiezen we een aanpak die past binnen de brandweerzorg-in-samenhang benadering waarin we balans proberen aan te brengen in het beheersen van de risico’s aan de voorkant en een restrisico dat bestrijdbaar is voor de repressieve dienst. In die zin moet het brandrisicoprofiel gezien worden als een aanvulling op deze systematiek waarin de meest relevante risico’s worden weergegeven en als ondersteuning fungeert om die risico’s te beheersen en als het nodig is te bestrijden.
0.2 Relatie onderzoeksgebieden Het dekkingsplan is gemaakt op basis van de huidige kazerneconfiguratie. Parallel hieraan is bij negen locaties onderzoek verricht naar het niveau van de operationele brandweerzorg in dat gebied. Deze onderzoeken worden grotendeels uitgevoerd door middel van de systematiek voor dekkingsplannen en de resultaten zullen samen met dit dekkingsplan worden aangeboden voor zienswijze en uiteindelijke vaststelling in het Algemeen Bestuur. Daarmee is dit dekkingsplan een tussenresultaat en kan het uiteindelijke dekkingsplan afwijken van het hier beschreven document.
0.3 Leeswijzer Dit rapport geeft een beschrijving weer van de processtappen die zijn doorlopen om tot een nieuw dekkingsplan te komen en wat er aanvullend nog aan risico beheersende maatregelen moet worden genomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de handreiking en twee beoordelingskaders (voor gebiedsgerichte opkomsttijden en voor slagkracht). In hoofdstuk 1 wordt beschreven wat de aanleiding voor het ontwikkelen van een nieuw dekkingsplan is. In hoofdstuk 2 wordt de dekking beschreven op basis van de verplichte factoren snelheid en slagkracht (ook wel capaciteit genoemd). Daarnaast worden ook de factoren paraatheid en werkdruk beschreven. In hoofdstuk 3 wordt beschreven op welke wijze de gebieden in de regio Groningen worden ingedeeld in de drie categorieën zoals beschreven in box 18 (van het programma RemBrand). Deze buurten zijn gebaseerd op de CBS buurt indeling. In dit rapport wordt voortdurend over gebieden gesproken. De indeling correspondeert met risicoklassen waarbij categorie 1 het hoogste is en 3 het laagste. Daarnaast wordt er beschreven in welke mate er onder de huidige omstandigheden kan worden voldaan aan het vastgestelde normeringskader. Daar waar een gebied niet voldoende scoort, daar volgt een nadere beschrijving hoe dit kan worden geduid.
De hoofdstukken 4 t/m 9 hebben betrekking op de wijze waarop het opgestelde dekkingsplan bestuurlijk wordt vastgesteld, hoe het wordt geïmplementeerd en uitgevoerd en welke gegevens worden geregistreerd om uiteindelijk de dekking cyclisch te kunnen monitoren. Hoofdstuk 10 betreft de bijlagen ter onderbouwing van de verschillende onderdelen van dit rapport.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
5
1 Dekking bijstellen Het huidige dekkingsplan had een looptijd van 2016-2020, daarmee is de termijn verstreken. De termijn is via een hamerstuk in het AB van VRG verlengd, met het oog op het feit dat een nieuw dekkingsplan zou worden gemaakt op basis van een nieuwe landelijke systematiek. VRG is een van de pilotregio’s om de nieuwe handreiking te testen. Zodoende doorlopen we de verschillende stappen aan de hand van de meest actuele handreiking en is het dekkingsplan gebaseerd op de uitgangspunten van de methodiek. In het nu nog geldende dekkingsplan is de dekking gebaseerd op de objectgerichte normen zoals die worden genoemd in het Besluit veiligheidsregio’s. Deze normen waren nauwelijks bruikbaar in de praktijk en dit heeft geleid tot een nieuwe systematiek die meer gebied georiënteerd is. Daarnaast wordt in de beoordeling niet alleen prestaties qua snelheid meegenomen maar ook slagkracht, capaciteit en paraatheid. Een ander belangrijk aspect is dat naast de operationele prestaties ook aandacht is voor de ‘hele’ veiligheidsketen. Met de huidige systematiek wordt beoogd een solide dekkingsplan op te leveren in combinatie met de juiste preventieve zorg aan de voorkant zodat er sprake is van een evenwichtige brandweerzorg passend bij de risico’s in de veiligheidsregio.
1.1 Interne ontwikkelingen 1.1.1 Repressieve inrichting De basis inrichting van de brandweer Groningen bestaat op dit moment uit 39 repressieve posten. Hiervan zijn er twee beroepsposten in de stad Groningen en de andere 37 zijn posten met vrijwilligers. In de repressieve inrichting worden ook de buurregio’s betrokken. De komende 4 jaar is er een aantal ontwikkelingen die om bijstelling van het dekkingsplan kunnen vragen. Dit volgende aspecten zijn van invloed op de dekking: • Samenvoegen van de posten Usquert en Uithuizermeeden in Uithuizen (hier was voorzichtig al rekening mee gehouden in het huidige dekkingsplan) (Nieuwe locatie Uithuizen is inmiddels gerealiseerd) • Verplaatsing van de post Haren naar wijk Felland, deze wordt medio 2022 operationeel. • Er wordt gebruik gemaakt van het principe van operationele grenzen. Eenheden van andere regio’s of Duitsland worden ook ingezet in onze regio als deze eenheden sneller zijn. • Vrijwel alle vrijwilligersposten hebben geen opkomst verplichting. Dat betekent dat na alarmering het niet is gegarandeerd dat de tankautospuit er ook echt uit gaat. In de praktijk geeft dit een heel goede dekking maar het kan ook een keer tegenvallen. • Bovenstaande betekent ook dat als de eerste tankautospuit er niet tijdig uit gaat, de meldkamer een tweede eenheid alarmeert.
• Het kan ook voorkomen dat de eerste eenheid niet volledig bemenst uitrukt. In dat geval wordt daar melding van gemaakt en wordt een volgende eenheid gealarmeerd. In Groningen wordt nog geen gebruik gemaakt van uitruk-op-maat. • De regio Groningen heeft ook de nieuwe structuur ´Grootschalig Bijzonder Optreden´ ingevoerd. Dit is in samenwerking op 3-Noord niveau georganiseerd. Dit is gebeurd op basis van de volgende uitgangspunten: • Inzet van 4 eenheden of meer is grootschalig optreden • Pelotons worden op basis van vrije instroom geformeerd. Hierbij wordt ook de restdekking in acht genomen. • We treden in Noord Nederland gezamenlijk op. • De maximale inzettijd van brandweermensen is acht uur.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
6
Andere ontwikkelingen zijn qua realisatie niet binnen de komende 4 jaar te verwachten, dus worden deze nog niet meegenomen, zoals: • herinrichting van de zuidelijke ringweg in Groningen, • verplaatsing van de beroepspost Sontweg, al dan niet gecombineerd met een logistiek centrum • herinrichting van de brandweerzorg in het gebied Eemsdelta/Eemshaven 1.1.2 Organisatievorm Het aantal beroepsposten en vrijwillige posten is al benoemd. Verder werken de meeste posten met vrijwilligers die niet geconsigneerd zijn. Dat betekent dat de opkomst niet absoluut 100% is gegarandeerd maar in de praktijk blijken de vrijwilligers vrijwel altijd in staat om een eenheid uit te laten rukken. Er is echter wel verschil in paraatheid tussen overdag en de periode gedurende de avond, nacht en weekend.
1.2 Externe ontwikkelingen 1.2.1 Geografie Veiligheidsregio Groningen is verantwoordelijk voor de brandweerzorg in de regio Groningen, deze is congruent met de gelijknamige provincie. De regio Groningen kenmerkt zich door Stad en Ommeland. Een grote stad met daaromheen vooral landelijk gebied met kleine en middelgrote dorpen en een enkele grotere plaats. Er heeft een grote herindeling plaats gevonden en op dit moment zijn er binnen de regio 10 gemeenten. Verder is er een cluster chemische bedrijven in de gemeente Eemsdelta en zijn er enkele vaarwegen en spoorwegen. 1.2.2 Demografie Regio Groningen heeft te maken met bevolkingsgroei en krimp. De stad groeit, het ommeland krimpt. Binnen deze gebieden is echter ook sprake van groei en krimp. Zo is er in de hele provincie sprake van een groei van het aantal ouderen (vergrijzing) en vrijwel overal een krimp van het aantal jongeren (ontgroening). Volgens de cijfers van het CBS telt de provincie 586.061 inwoners op 1 januari 2020. Dat is een groei van 2.523 inwoners ten opzichte van een jaar eerder (0,3%). De toename van de bevolking wordt veroorzaakt door buitenlandse migratie; het aantal mensen dat vanuit het buitenland in de provincie Groningen komt wonen is namelijk groter dan het aantal mensen dat vanuit de provincie naar het buitenland vertrekt (2019: +10.484). Binnenlandse verhuizingen dempen de bevolkingsgroei juist (-7.961).
Daarnaast is er sprake van natuurlijke bevolkingskrimp, wat betekent dat er in de provincie Groningen meer mensen overlijden dan dat er geboren worden (-482). Dit sterfteoverschot bestaat al sinds ongeveer het begin van het vorige decennium, maar is de afgelopen jaren steeds duidelijker aanwezig in de bevolkingscijfers. Gezien de ontgroening en vergrijzing is het ook een trend die de komende jaren niet te keren lijkt te zijn. Dit kan in de toekomst ook van invloed zijn op het werven en behouden van vrijwilligers. Hieraan moet echter worden toegevoegd dat twee jaar Corona en de enorme stijging van de huizenprijzen ook weer andere effecten met zich meebrengen. Het platteland met meer betaalbare huizen lijkt weer interessanter als woonomgeving te worden. 1.2.3 De risico’s in de regio Volgens de WVr (artikel 15, lid 2) wordt voorgeschreven dat het algemeen bestuur van de veiligheidsregio verplicht is om een regionaal risicoprofiel vast te stellen, waarin de maatgevende risico’s voor de veiligheidsregio worden beschreven. In dit rapport beperken we ons tot het maatgevende brandrisico. Er bestaat een relatie tussen het brandrisicoprofiel en het op te stellen dekkingsplan. Er bestaat op dit moment echter geen eenduidige definitie van het brandrisicoprofiel. Tevens is er geen uniforme methodiek op basis waarvan een brandrisicoprofiel kan worden opgesteld.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
7
Er wordt naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst een landelijke werkgroep samengesteld die zich moet buigen over een eenduidige definitie van een brandrisicoprofiel. In Groningen gaan we er vooralsnog het dekkingsplan combineren met de bluswaterkaart en het gebouwenrisicoprofiel en andere opvallende risico’s. Dit geeft een goed overzicht op hoofdlijnen van waar de risico’s zich bevinden en wat daar als dekking tegenover staat. Ter verduidelijking: Het gebouwenrisicoprofiel maakt duidelijk dat sommige gebouwen in combinatie met hun bewoners een groter risico qua brand hebben dan andere gebouwen. Waar de risico’s het grootst zijn, daar wordt de meeste aandacht aan besteed. Daarnaast wordt voor de plaatsing van de redvoertuigen ook een koppeling gemaakt met onderdelen van het gebouwenrisicoprofiel en met name met de objectsoorten hoogbouw en portiekwoningen. De risico’s in de regio Groningen zijn op hoofdlijnen als volgt te kenschetsen: • Grote, oude en historische binnenstad (relevant voor risico’s zoals snelle branduitbreiding) • Aantal kleinere gemeenten met historische kernen • Aantal aansprekende industriegebieden zoals Oosterhorn (chemiepark) en Eemshaven. Beide terreinen hebben de ambitie om uit te breiden.
• Een drietal havens met ontsluiting naar de Waddenzee • Deze industrie heeft tevens een zeker transport van gevaarlijke stoffen tot gevolg, zowel over land, spoor en waterwegen • Veel verspreid liggende kleine woonkernen Naast deze bekende risico’s heeft Groningen ook te maken met ontwikkelingen zoals energietransitie, grote ruimtelijke opgaven (stationsgebied in de stad Groningen, ontwikkeling Kardinge, uitbreiding Eemshaven). Risico’s zijn dus niet statisch maar veranderen steeds.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
8
2 Dekking beschrijven 2.1 Doel In dit hoofdstuk wordt, met behulp van de handreiking Gebiedsgerichte Opkomsttijden, de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven. Hiermee wordt inzichtelijk waar de brandweer repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden.
2.2 Beschrijving onderdelen De beschrijving bevat twee verplichte factoren snelheid en capaciteit. Daarnaast wordt de beschrijving aangevuld met de factoren paraatheid en werkdruk. Die laatste twee worden kwalitatief beschreven en zijn daarmee niet genormeerd maar geven wel meer inzicht. Voor de factor snelheid geldt een wettelijk normeringskader (zie box 18 uit project uit het programma RemBrand), voor de factor wordt een kader gebruikt dat de komende tijd op bruikbaarheid wordt getoetst.
Factor Snelheid VERPLICHT Capaciteit
Onderwerp Maatgevend scenario Snelste hulp ter plaatse Slagkracht Grootschalige en langdurige inzetten Beschikbaarheid
OPTIONEEL
Paraatheid
Gelijktijdigheid Restdekking
Werkdruk Tabel met overzicht van verplichte en optionele factoren 2.2.1 Snelheid Het berekenen van de snelheid van een basisbrandweereenheid (TS6) is een verplicht onderdeel van het dekkingsplan. Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de 1e tankautospuit (TS) ter plaatse kan zijn. Het gebied waar een basisbrandweereenheid het snelst kan zijn ten opzichte van andere basisbrandweereenheden wordt het verzorgingsgebied van die eenheid genoemd. Omdat het maatgevend scenario brand als uitgangspunt is genomen, spreken we in dit verband van basisbrandweereenheden. De wet schrijft een TS6 (TS met 6 persoons bezetting) als basisbrandweereenheid voor. Daarnaast wordt er in Groningen geen onderscheid gemaakt tussen dag en avond/nacht/weekend situaties. De verschillen tussen die twee situaties zijn in onze regio gebleken praktisch te verwaarlozen.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
9
Afbeelding 2.1: Snelheid van opkomst van de eerste tankautospuit. In de witte gebieden is de opkomsttijd het kortste, naarmate de gebieden donkerder rood worden, zijn de opkomsttijden langer. De snelheid waarmee een tankautospuit verwacht wordt ter plaatse te kunnen komen wordt berekend op basis van een aantal uitgangspunten. Zonder al te veel in details te treden zijn de belangrijkste hier opgenomen. Alle 39 brandweerposten van Veiligheidsregio Groningen zijn beschouwd, maar ook de posten van ons omliggende veiligheidsregio’s (Fryslân en Drenthe) en zelfs van Duitsland voor zover we kunnen aannemen dat deze posten een rol als eerste tot en met de derde tankautospuit in snelheid hebben. Van al deze posten is de mediane uitruktijd van alle spoedeisende meldingen (Prio 1) bepaald door analyse van de incidenten in de jaren 2019-2021. Deze uitruktijden zijn verwerkt in het softwareprogramma CARE waarmee nagenoeg alle veiligheidsregio’s de dekking berekenen. Ook wordt de mediane verwerkingstijd van de meldkamer over dezelfde
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
10
periode bepaald. De meldkamer heeft, hoe kort dan ook, toch tijd nodig om een melder te woord te staan om voldoende gegevens te verkrijgen die aanleiding geven tot alarmering van de snelste hulp. In het programma zijn ook alle objecten (panden etc.) opgenomen, waardoor het door toepassing van de verwerkingstijd, de rijtijden van de posten naar een incidentadres, de uitruktijden per post mogelijk is om per object te berekenen uit welke posten de 1e tot en met de 3e tankautospuit ter plaatse zullen komen met welke opkomsttijd. Het bovenstaande plaatje kan ook worden weergegeven in een S-curve. Hierin staat langs de horizontale as de opkomsttijd en langs de verticale as het percentage locaties dat wordt bereikt.
Afbeelding 2.2. Zogenaamde S-curve waaruit blijkt dat in maximaal 12 minuten vanaf het moment dat de meldkamer het hulpverzoek aanneemt ruim 89% van de locaties wordt bereikt. 2.2.2 Tweede tankautospuit Alle posten in Groningen beschikken over één tankautospuit. Aanvullend daarop beschikt een aantal posten over een extra parate TS. Dit is gedaan op basis van het (brand)risicoprofiel van het verzorgingsgebied van die post in combinatie met de opkomsttijden en alarmeringsfrequentie. Gezien het aanwezige risicoprofiel, geografische ligging en opkomsttijden beschikken de volgende posten over een tweede parate tankautospuit: • Delfzijl • Hoogezand • Stadskanaal • Veendam • Winschoten • Uithuizen Elke tweede tankautospuit is standaard uitgerust voor de basistaken, de tweede tankautospuit in de post Uithuizen wijkt hierop af, deze is vooral aangepast aan de waterwinningmogelijkheden en gevraagde pompcapaciteit in het gebied Eemshaven dat binnen het verzorgingsgebied van Uithuizen valt.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
11
2.2.3 Capaciteit Capaciteit (mensen en materieel) bestaat uit slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Net als voor de factor snelheid wordt ook een beschrijving gegeven van de factor capaciteit. De dekking wordt immers niet alleen bepaald door de snelheid waarmee eenheden bij een incident ter plaatse kunnen zijn, maar ook door de beschikbaarheid van voldoende eenheden bij opschaling. 2.2.3.1 Slagkracht Slagkracht is een onderdeel van de factor ‘capaciteit’ en wordt hier gedefinieerd als een inzet van maximaal drie tankautospuiten en één bijzonder voertuig onder leiding van een officier van dienst. Het is daarmee nog net onderdeel van de basisbrandweerzorg. Een inzet met meer dan drie tankautospuiten valt onder de noemer van grootschalig brandweeroptreden (GBO). Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden tot een maximum van drie tankautospuiten ter plaatse te krijgen. Dit is onderdeel van de basisbrandweerzorg. Voor basisbrandweerzorg wordt dit weergegeven in de tijd die nodig is om drie basisbrandweereenheden ter plaatse te krijgen.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
12
Afbeelding 2.3 Slagkracht. Weergegeven wordt hoeveel tankautospuiten binnen 15 minuten op een locatie kunnen zijn. Afbeelding 2.3 laat schematisch zien hoeveel tankautospuiten binnen 15 minuten op een locatie kunnen zijn. Hoe donkerder de kleur hoe minder tankautospuiten er binnen 15 minuten zijn. Logischerwijs zijn de randen van de regio bij het water en de landsgrens het donkerste gekleurd. In paragraaf 2.2.2 is beschreven dat in Groningen een aantal posten is waar 2 tankautospuiten paraat staan. Bij een opschaling van een brand buiten het eigen verzorgingsgebied van een dergelijke post, zal deze maximaal één tankautospuit beschikbaar stellen voor de inzet. Het effect van deze wijze van alarmeren/inzetten van tankautospuiten bij opschaling elders is verwerkt in de afbeeldingen 2.3, 2.4 en 2.5. Dit betekent dat de situatie rondom de posten met twee tankautospuiten qua slagkracht gunstiger is dan de afbeelding laat zien.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
13
De volgende afbeelding betreft een S-curve die laat zien hoe snel de eerste, tweede én derde tankautospuit op een bepaalde locatie kunnen zijn. Op de horizontale as staat wederom de opkomsttijd en op de verticale as staat het percentage bereikte locaties.
Afbeelding 2.4 Slagkracht: In bovenstaande grafiek wordt met de rode lijnen als voorbeeld duidelijk gemaakt dat in 70% van alle locaties in de regio Groningen de opkomsttijd van de 1e TS tussen 9 en 10 minuten is, die van de 2e TS tussen 13 en 14 minuten en dat totaal 3 TS-en er tussen 16 en 17 minuten kunnen zijn. Afbeelding 2.5 laat zien hoe snel de derde tankautospuit er kan zijn. Samen met de afbeelding 2.3 (het aantal tankautospuiten binnen 15 minuten) geeft dit een goed beeld van de slagkracht in de regio Groningen. Ook voor dit kaartje geldt (net als het ‘blauwe’ kaartje) dat de situatie rondom de posten met twee eenheden in de praktijk iets gunstiger is. Ook voor de onderstaande afbeelding geldt dat hoe donkerder de kleur, hoe langer de derde tankautospuit er over doet.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
14
Afbeelding 2.5 Slagkracht: Overzicht van de opkomsttijd van de derde tankautospuit. 2.2.3.2 Grootschalige en langdurige inzetten (GBO) In het dekkingsplan moet (conform de in de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) gemaakte afspraken) worden beschreven uit welke eenheden de pelotons worden samengesteld rekening houdend met de paraatheid van alle posten/eenheden en hoe lang het duurt voordat deze pelotons gereed staan op een afgesproken uitgangstelling. In het handboek Grootschalig Brandweer Optreden is een overzicht opgenomen welke posten een taak hebben in het grootschalig bijzonder optreden. Voor de basisbrandweerzorg en technische hulpverleningspelotons geldt dat zij uit een vastgestelde lijst op basis van de snelst mogelijke aanwezigheid worden gealarmeerd. De normen voor Grootschalig Bijzonder Optreden binnen de regio zijn:
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
15
• Algemene uitruktijd binnen 10 minuten • Eerste peloton binnen 30 minuten inzetbaar • Tweede peloton binnen 45 minuten inzetbaar • Derde en vierde peloton binnen 60 minuten inzetbaar • Richttijd inzetbaarheid 8 uur Voor Grootschalig Brandweer Optreden buiten de regio geldt: • Aanwezig op de regiogrens binnen 60 minuten • Richttijd inzetbaarheid 8 uur Alle in Groningen beschikbare basis- en specialistische pelotons zijn goed in staat om te presteren binnen de gestelde normen. Dit is gebleken op basis van scenario berekeningen in het modelleringsprogramma 2.2.4 Paraatheid In deze paragraaf wordt de paraatheid beschreven. In de rekenmodellen wordt geen onderscheid gemaakt tussen de dag situatie en de avond/nacht/weekend situatie. Het is echter een ervaringsfeit dat enkele posten soms moeite hebben om voldoende mensen op te laten komen na alarmering. Paraatheid bestaat uit de volgende onderdelen: Beschikbaarheid Van de 39 posten in Groningen zijn 2 posten permanent bezet met beroepspersoneel en daardoor 24/7 beschikbaar voor een inzet. De overige 37 posten zijn bemenst door uitsluitend vrijwilligers. De grotere posten hebben doorgaans 2 tankautospuiten, waarvan er minimaal één goed beschikbaar is. Een 2e tankautospuit is afhankelijk van de beschikbare vrijwilligers die nog niet voor de 1e eenheid zijn ingezet.
De post Hoogezand beschikt over een volledig geconsigneerde ploeg voor minimaal één tankautospuit, de overige grotere posten hebben afhankelijk van dag en tijdstip één of meerdere functies van een ploeg geconsigneerd, in Delfzijl wordt geen gebruik gemaakt van consignatie. De basisposten werken doorgaans met uitsluitend vrije instroom, dus zonder consignatie. Er is daarom geen 100% garantie dat mensen opkomen maar de praktijk wijst uit dat dat vrijwel altijd goed gaat. Echter, het kan zijn dat door onderbezetting een post tijdelijk ‘buiten dienst’ raakt. Gelijktijdigheid Bij gelijktijdigheid is er sprake van meerdere meldingen die voor een specifieke brandweereenheid bestemd zijn. Aangezien voor de berekening van de kans op gelijktijdigheid geen definitie is opgesteld, wordt dit kwalitatief beschreven. De mate van gelijktijdigheid is in Groningen met de beschikbare informatie in het brandweermanagementsysteem ‘Veiligheidspaspoort’ nog niet in echt betrouwbare cijfers uit te drukken. Op basis van het aantal incidenten per jaar per post en de spreiding van de incidenten over de regio is in alle redelijkheid de kans op meerdere meldingen gelijktijdig voor eenzelfde eenheid verwaarloosbaar klein.
Het komt uiteraard wel voor, in die gevallen voorziet de alarmering volgens de kazerne volgordetabel in de opkomst van de in tijdvolgorde 2e eenheid uit een naburige post, of zelfs uit eenzelfde post indien hier een 2e eenheid paraat staat. In het eerste geval zal de opkomst iets trager zijn, in het 2e geval hoeft er geen vertraging te zijn. Voor de duidelijkheid, het gaat hier om gelijktijdigheid onder ´normale’ omstandigheden. Situaties tijdens Oud en Nieuw of zware stormen waar de brandweer wordt overspoeld met meldingen en waar specifieke procedures worden gehanteerd om daar mee om te gaan, blijven hierbij buiten beschouwing. Restdekking Met de inrichting van de voorbereide pelotons voor het grootschalig brandweeroptreden is rekening gehouden met het behouden van een acceptabele restdekking door in elk geval posten in de pelotons op te nemen die
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
16
voorzien zijn van 2 parate tankautospuiten en verder de aanvullende tankautospuiten geografisch verspreid toe te voegen, waardoor er altijd een tankautospuit uit naburige posten beschikbaar is in het ‘verlaten’ verzorgingsgebied en de opkomsttijd daarvan nog ‘voldoende’ scoort ten opzichte van de categorieën van de gebieden in dat verzorgingsgebied. Er zijn 4 pelotons beschikbaar voor opschaling, dan wel aflossing. Bij zeer langdurige of grote incidenten worden ook pelotons uit de buurregio’s Friesland en Drenthe worden opgeroepen. 2.2.5 Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie Werkdruk heeft een rechtstreekse relatie met het aantal keer per jaar dat een brandweereenheid wordt gealarmeerd in verband met een incident. Om hier inzicht in te kunnen krijgen dient hier de alarmeringsfrequentie te worden beschreven. De definitie van alarmeringsfrequentie is daarmee: ´Het totaal aantal alarmeringen (van alle incidenttypen) van iedere brandweereenheid op jaarbasis´.
Afbeelding 2.6: Werkdruk per post per jaar. De afbeelding laat van links naar rechts de posten zien van hoge werkdruk (meer inzetten per jaar) naar lagere werkdruk. Bij de grotere posten (de 9 posten links in de tabel en Leek) wordt gewerkt met 2 of meer ploegen die roosterafhankelijk per incident worden gealarmeerd waardoor de werkdruk wordt verdeeld en dus per saldo per beroeps of vrijwilliger wordt verminderd. Dat geldt zowel voor de bezettingen van een tankautospuit als van een specialisme. In enkele kleinere posten met ook een specialistische taak wordt (nog) niet gedifferentieerd gealarmeerd.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
17
3 Dekking beoordelen 3.1 Doel Met behulp van een normenkader wordt hier de snelheid van de eerst aankomende tankautospuit beoordeeld. Voor de factor snelheid is het normenkader al vastgesteld, voor de factor slagkracht ligt er een concept kader wat de komende tijd moet worden getest. Voor de factoren paraatheid en werkdruk is geen normenkader en deze factoren worden slechts kwalitatief beschreven. Op basis van de totale beoordeling van deze factoren kan de brandweer constateren in hoeverre deze verwachte repressieve dekking past binnen het wettelijk kader en bij de bestuurlijke wensen van de brandweerregio.
3.2 Indeling gebieden in categorieën In de handreiking wordt aangegeven dat de indeling van het verzorgingsgebied plaatsvindt op basis van de CBSbuurtindeling (CBS-wijk en buurtindeling 2021), waarbij wordt gekeken naar de adressendichtheid (het aantal adressen per km2) en naar het aantal objecten van het jaar 1900 of ouder. Het gebied van de veiligheidsregio wordt in drie verschillende categorieën ingedeeld.
• Oude binnensteden CATEGORIE 1
• Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen
4 – 10 minuten
• Portiekwoningen
Referentiewaarde 7 min
• Woongebouwen met vloerhoogte >20 m CATEGORIE 2
• Woningen
7 - 13 minuten
• Gebouwen voor zelfredzame personen
Referentiewaarde 10 min
• Verspreid liggende woningen CATEGORIE 3
• Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
12 - 18 minuten Referentiewaarde 15 min
Afbeelding 3.1: Overzicht van de karakterisering van de gebieden. Een paar bijzondere categorieën speelt een belangrijke rol. Dit zijn ten eerste de portiekwoningen. Er is geen landelijk eenduidige definitie van portiekwoningen en ook zijn ze niet heel makkelijk uit de BAG te halen. Toch willen we zo goed mogelijk weten waar portiekwoningen zich bevinden omdat deze gebouwen specifieke risico’s met zich meebrengen. Er wordt daarom de volgende definitie gehanteerd: ´Woongebouwen (met meerdere woningen in een pand) met één enkele gemeenschappelijke inpandige vluchtroute (meerdere woningen afhankelijk van dezelfde vluchtroute) die niet via de buitenlucht kan worden bereikt (dus geen tweede volwaardige vluchtroute, in tegenstelling tot doorgekoppelde balkons o.i.d., geen veiligheidstrappenhuis, dus als rook er in stroomt, komt het daarna ook in de woningen).´ In de concept-handreiking staat ´gebruik eigen portiekwoningen gegevens of het algoritme in het inspectierapport Ter Plaatse´. In dit rapport wordt de woonfunctie portiekwoningen als volgt beschreven: ´Alle panden in de BAG met meer dan twintig woonfuncties, gebouwd vóór 1975.´ De gegevens in de BAG dienen dus aangehouden te worden en daar waar nodig aan te vullen met eigen registraties. Bij de veiligheidsregio hebben
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
18
de toezichthouders een inventarisatie gedaan naar portiekwoningen en daarom is er nu een goed beeld waar de portiekwoningen zich bevinden. Daarnaast gaat het om objecten waar permanente zorg wordt geleverd en waar wordt geslapen. De volgende zijn onder andere geselecteerd: • Ziekenhuizen; • Verpleeg- en verzorgingsinstellingen; • Woongebouwen met 24-uurszorg; Dit geheel leidt tot de volgende indeling in de regio Groningen.
Afbeelding 3.2: Overzicht van de verdeling van de CBS gebieden op grond van de systematiek.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
19
Bij bijna alle CBS gebieden is de categorie volgens de definitie tot stand gekomen. Hierbij is een belangrijk uitgangspunt dat overeenkomstige gebieden ook overeenkomstige categorieën behoren te hebben. Uit de resultaten blijkt dat niet zo te zijn. Vandaar dat de categorie van sommige CBS-gebieden zijn bijgesteld. Dit kan verschillende redenen hebben. Soms zijn de CBS-gebieden zeer ruim genomen waardoor er een relatief te lage adressendichtheid wordt berekend. Soms zijn de gebieden zo nauw getekend waardoor één gebouwsoort te dominant wordt voor de buurtcategorie. Dit is afhankelijk van hoe de gemeenten deze buurten hebben gedefinieerd. Als hier sprake van is, hebben we de buurt nader bestudeerd. Elementen waar we op hebben gelet zijn het aantal mensen dat daar woont, vergelijkbare gebieden en hun categorie, specifieke risico objecten. In bijlage 9.3 is een tabel opgenomen met daarin alle aangepaste gebieden en de bijbehorende argumentatie. 3.2.1 Aandachtsgebieden Bij het beoordelen van de dekking blijkt dat de opkomsttijd van enkele gebieden niet binnen de bijbehorende bandbreedte valt. Dit levert zogenaamde ´aandachtsgebieden´ op. Deze gebieden worden apart geanalyseerd en beschreven waarbij wordt bepaald of er nog compenserende maatregelen moeten worden genomen.
Hiervoor wordt de mate van overschrijding van de bandbreedte in samenhang bekeken met de kenmerken van de buurt (aantal objecten, specifieke risico objecten, etc.) en welke maatregelen in het verleden al zijn genomen. 3.2.2 Aandachtsobjecten In de categorisering van de gebieden worden enkele specifieke typen gebouwen genoemd. Dit zijn portiekwoningen, gebouwen voor slapende, niet zelfredzame mensen (vaak zorginstellingen maar ook cellengebouwen) en woongebouwen met een vloerhoogte hoger dan 20 m. Als deze gebouwen veel voorkomen in een buurt, dan wordt de buurt gecategoriseerd als één. Het kan echter ook voorkomen dat er in een buurt slechts enkele van dit soort gebouwen voorkomen. De buurtcategorie wordt dan twee. Als deze objecten vervolgens ook een langere opkomsttijd hebben dan 10 minuten, komen die specifieke gebouwen op de zogenaamde lijst aandachtsobjecten. Dit is een lijst die later nader wordt beschouwd om het specifieke risico per object te bepalen en of er extra, aanvullende maatregelen nodig zijn. Deze lijst is weer gegeven in bijlage 9.2 ´Aandachtsobjecten´. De aanpak van objecten op deze lijst is als volgt. Er is een prioritering gehanteerd van deze aandachtsobjecten. Het belangrijkste element hierin is de nietzelfredzaamheid van de mensen in die gebouwen. Daarnaast is de mate van tijdoverschrijding meegenomen.
De gebruiksfuncties waar niet-zelfredzaamheid van aanwezigen op van toepassing is worden risicogericht en uitvoerig beoordeeld. Dit doen we met behulp van de Risico Analyse Monitor (RAM). Deze RAM onderzoekt het fysieke object maar ook de omgeving uitgebreid op een vijftal aspecten. De volgende aspecten worden beschouwd: • Ruimtelijk profiel van het object • Veilige ontvluchting van aanwezigen en toetreding van brandweer • Beheersbaarheid van het incident • Bestrijdbaarheid van het incident • Gedrag en houding organisatie en BHV Na onderzoek van deze vijf aspecten wordt helder wat de stand van zaken is en welk aspect verbeterd kan worden. Aan de hand hiervan wordt bepaald of en welke maatregelen er gewenst zijn. Dit kunnen maatregelen zijn van preventieve aard maar ook repressieve maatregelen zoals bijvoorbeeld dubbelzijdig aanrijden op object of een bereikbaarheidskaart. Het kan echter ook zijn dat er geen extra maatregelen nodig zijn.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
20
Voor de twee overgebleven gebruiksfuncties die in de lijst aandachtsobjecten zijn vermeld wonen en leven personen en bewoners die wel zelfredzaam zijn. Voor deze beide gebruiksfuncties, respectievelijk ´portiekwoningen´ en ´woongebouwen met een verblijfsvloer hoger dan 20 meter komen voor een andere gepaste aanpak en maatregelen in aanmerking. Deze zijn gericht op het voorkomen en sneller melden van rook en brand maar ook tijdwinst op meerdere gebeurtenissen na melden van rook en brand. Voor deze beide gebruiksfuncties uit de lijst aandachtsobjecten betreft dit: • Voorkomen van brand • Bewustwording vergroten van specifieke risico van brand in woongebouwen • Rookmelderverplichting • Objectkennis delen/versterken en verkenningsfase bekorten • Inzetfase beoefenen en versnellen In de periode (2022 - 2025) zal Risicobeheersing samen met Repressie (Brandweerzorg in Samenhang) de geprioriteerde lijst met aandachtsobjecten aflopen en per object de mitigerende maatregelen doorvoeren. In een periodieke rapportage zal het bestuur worden meegenomen in het verloop van dit proces.
3.3 Beoordeling 3.3.1 Snelheid Op basis van de uitkomsten van de processtappen 2 en 3 wordt hier een beschrijving van de beoordeling gegeven van de verwachtte repressieve dekking. De opkomsttijd per gebied wordt als volgt beoordeeld:
GOED
VOLDOENDE
de opkomsttijd is lager dan of gelijk aan de referentiewaarde; de opkomsttijd is hoger dan de referentiewaarde, maar lager dan of gelijk aan de maximale bandbreedte; de opkomsttijd is hoger dan de maximale bandbreedte. In dat geval is aanvullende
ONVOLDOENDE
duiding nodig. Zet dit gebied op een aandachtspuntenlijst, waarop alle gebieden worden geplaatst die in de beoordeling onvoldoende scoren en nadere beschouwing vragen.
Voor de goede orde, per buurt wordt de mediaan van alle opkomsttijden per buurt vergeleken met de norm. De mediaan is de middelste waarde van de gehele verzameling opkomsttijden.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
21
Afbeelding 3.3: Overzicht van de beoordeling van de prestaties van de eerste tankautospuit in de regio. Aandachtslijst Op de aandachtpuntenlijst komen dus zowel gebieden als objecten voor die niet voldoen aan de voor die categorie vastgestelde maximale bandbreedte. Van de gebieden die op de aandachtspuntenlijst worden geplaatst dient te worden beschreven: • Wat de aard van de in het gebied voorkomende bebouwing is; zie bijlage 9.1. • Als er aanvullende (risico beheersende) maatregelen noodzakelijk zijn, dan moeten die hier beschreven worden. 3.3.2 Slagkracht In de handreiking wordt een concept normenkader gegeven die kan worden gebruikt om de slagkracht te beoordelen. Er is echter nog niet vastgesteld of dit kader in voldoende mate aansluit bij de brandweerpraktijk. Dit kader zal in de komende tijd daarom moeten worden getoetst en ontwikkeld. Het normenkader ziet er als volgt uit: Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
22
RISICONIVEAU
TS 1 (min)
TS 2 (min)
TS 3 (min)
RV (min) 1
1
4-10 (7)
6-12 (9)
8-12 (10)
4-10 (7)
2
7-13 (10)
12-18 (15
Geen norm
Geen norm
3
12-18 (15)
Geen norm
Geen norm
Geen norm
Tabel 3.1: Landelijke conceptnorm voor slagkracht. Voor categorie 1 gebieden gaat de normering over de eerste, tweede en derde tankautospuit en het redvoertuig. Bij categorie twee is er slechts een normering voor de eerste en tweede tankautospuit en bij categorie 3 is alleen de eerste tankautospuit genormeerd Wat hierbij opvalt is dat er bij gebiedscategorie 3 geen normen worden gegeven voor de tweede en derde tankautospuit en is daarmee feitelijk voor die gebieden gelijk aan de snelheidsnorm voor de eerste tankautospuit. De afspraak is gemaakt om op dit onderwerp geen kaartjes te laten zien maar slechts het in beeld brengen van de buurten waar overschrijdingen zijn. In het proces van dekkingsplannen wordt landelijk de resultaten gemonitord zodat er uiteindelijk een geaccepteerde en werkbare norm voor slagkracht komt.
CATEGORIE
Cat 1
Cat 2
Capaciteit
Onder referentiewaarde
Tussen referentie bandbreedte
Boven bandbreedte Aantal buurten
1e TS
0
2e TS
4
3e TS
27
RV
9
1e TS
12
2e TS
3
31 + 9
15
3 TS e
1e TS Cat 3
2 2
2e TS 3 TS e
Tabel 3.2: Resultaten per gebiedscategorie op basis van de concept slagkracht norm. Voorlopig wordt voor de representatie van de slagkracht norm volstaan met bovenstaande tabel. Daarbij is de landelijke afspraak gemaakt dat alleen de kolommen van de gebieden boven de bandbreedte worden ingevuld. De gebieden hoeven niet te worden geanalyseerd voor een nadere duiding. Los van normen en opkomsttijden is ook een kaartje gemaakt met daarin de locaties van de portiekwoningen en hoogbouw. Dit zijn bekende objecttypen waarin incidenten om bovengemiddelde inzet vragen van redvoertuigen. Redvoertuigen worden ook regelmatig ingezet voor torenstralen bij branden of afhijsen van patiënten, maar deze zijn minder goed te verbinden aan locaties. Onderstaande kaartje laat zien waar portiekwoningen zijn in de regio
1
Hierbij is het redvoertuig als optie meegenomen, voor het geval een regio ook deze eenheid in haar
dekkingsplan meeneemt. Deze lijn volgt VR Groningen Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
23
(lichtbruine stip), hoogbouw (paarse stip) en de locatie van de redvoertuigen (blauwe cirkel). De blauwe cirkel is groter omdat deze anders zou wegvallen tegen de hoeveelheid lichtbruine en paarse stippen. Het heeft dus niets te maken met de grootte van het inzetgebied.
Afbeelding 3.4: Overzicht van locaties van hoogbouw en portiekflats in relatie tot posten waar en redvoertuig staat. In de stad staan twee redvoertuigen wat het totaal op zeven redvoertuigen maakt. 3.3.3 Paraatheid en werkdruk Bij paraatheid hebben we onderscheid gemaakt tussen beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking. Voor beschikbaarheid zijn er bij de grotere vrijwillige posten diverse maatregelen getroffen. Dit kan zijn consignatie van enkele vrijwilligers of zelfs groepen. Bij kleinere posten is dit wat ingewikkelder maar die rukken dan ook weer minder uit. Daar komen dus knelpunten met de beschikbaarheid minder snel aan de oppervlakte. Het aspect gelijktijdigheid speelt geen grote rol in de regio, leert de ervaring tot nu toe. Over het algemeen geldt hoe drukker de post, hoe groter de kans is dat het voorkomt maar dit element zal nog nader moeten worden
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
24
bestudeerd om hier getalsmatig wat over te zeggen. In gevallen van gelijktijdigheid voorzien alarmeringsprocedures op de meldkamer hierin. Daarmee kunnen er ook voorlopig nog geen conclusies aan worden verbonden maar leert de praktijk (nogmaals) dat aanvullende maatregelen vooralsnog niet aan de orde zijn. Werkdruk heeft invloed op paraatheid. Immers, hoe drukker de post, hoe vaker de eerste eenheid is uitgerukt en dus niet beschikbaar is voor een volgend incident. Gelet echter op de werkdruk en de praktijkervaringen en het feit dat er bij grootschalige inzetten ook afspraken zijn gemaakt over de restdekking, worden deze aspecten in de regio Groningen voldoende afgedekt en zijn hier geen aanvullende maatregelen nodig.
3.4 Conclusies en aanbevelingen 3.4.1 Aandachtsgebieden Van de 656 buurten scoren 643 goed of voldoende. Slechts 13 buurten scoren volgens deze systematiek onvoldoende. Dit zijn de volgende gebieden:
Categorie
Objecten Opkomst Opkomst Objecten Objecten 1e TS 2e TS ≥ 20 NZR CatePortiek Mediaan Mediaan meter gorie
Objecten Totaal
2
13,7 +0,7
14,4
326
3
19,9 +1,9
19,9
3
Lauwersoog
2
15,6 +2,6
16,6
196
Kloosterburen
2
14,4 +1,4
15,9
Roodeschool
2
13,6 +0,6
14,7
396
Hellum Natuurgebied
3
18,3 +0,3
19,5
6
Meeden
2
14,3 +1,3
14,8
721
Woldwijck-West
2
13,5 +0,5
13,6
828
Woldwijck-Midden
2
13,2 +0,2
13,2
2
13,1 +0,1
13,9
1
Musselkanaal Centrum
2
13,9 +0,9
14,7
154
2
1936
Musselkanaal Zuid
2
14,4 +1,4
14,7
102
2
650
2
15,5 +2,5
16,5
GEMEENTE/ CBS BUURT Eemsdelta ‘t Zandt Groningen Zuidlaardermeer Het Hogeland
62
347
Midden-Groningen
42
941
Oldambt Midwolda
870
Stadskanaal
Westerwolde Sellingen
551
Tabel 3.3: Overzicht van de cbs-buurten die boven de bandbreedte scoren. In het rood is aangegeven de overschrijding van de bandbreedte in decimale minuten. 2 NZR: Objecten waarin niet-zelfstandig redzame personen zich slapend kunnen bevinden Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
25
Hieronder volgt een analyse van de gebieden en de beoordeling of er nog aanvullende maatregelen zijn gewenst. In het algemeen kan worden gezegd dat een aantal maatregelen bijdraagt of zal gaan bijdragen aan een goed brandveiligheidsniveau. Als eerste wordt medio dit jaar de rookmelderverplichting in woningen van kracht. Wij zullen in samenspraak met de gemeente hiervoor extra aandacht vragen in deze gebieden. In de gehele regio is de bluswatervoorziening in kaart gebracht en zijn waar nodig aanvullende maatregelen getroffen. De gebiedskennis van de uitrukdienst zal worden onderhouden dan wel worden verbeterd als dat noodzakelijk is. Dit is allemaal ondersteunend aan een snel optreden van de brandweer. Daarnaast geldt dat in enkele gebieden er voornamelijk portiekflats voorkomen en een enkel hoogbouw object. Deze objecten krijgen in het kader van de aandachtsobjecten al aparte aandacht en spelen daarmee geen rol in de overwegingen of er nog maatregelen per gebied moeten worden genomen. Per gebied is de analyse de volgende: • Eemsdelta; Binnen de gemeente Eemsdelta gaat het om het gebied ’t Zandt. Het gaat hier om relatief kleine overschrijdingen (minder dan 1 minuut), een relatief beperkt aantal gebouwen en inwoners. Onder de gebouwen zijn geen bijzondere risico’s.
Er wordt nog bekeken of er speciale aandacht nodig is voor cultuur historisch erfgoed zoals bijvoorbeeld zeer oude kerkjes. • Groningen; Zuidlaardermeer; Dit is een categorie 3 gebied met een opkomsttijd buiten de bandbreedte. Hier is enkele jaren geleden al eens speciale aandacht voor is geweest vanuit de brandweer. Voor dit soort aandachtsgebied (ook wel voorheen genoemd 18+ gebieden) geldt dat we daar met enige regelmaat via een brief aandacht zullen vragen voor de brandveiligheid, ook dit in samenspraak met de gemeente. Er bevindt zich ook een vakantiepark waar in het verleden al vaker contact mee is geweest. Op dit moment wordt er gewerkt aan verbeteringen van de bereikbaarheid van het recreatiepark. • Het Hogeland; Bij de gemeente Het Hogeland gaat het om een relatief kleine overschrijding in Roodeschool die verder geen extra maatregelen vergt. Bij Kloosterburen en Lauwersoog gaat het om wat grotere overschrijdingen maar gezien de al eerder genoemde maatregelen en het feit dat er geen bijzondere risicogebouwen zijn, zijn geen extra maatregelen nodig. Met het vakantiepark in Lauwersoog zijn in het verleden al gesprekken gevoerd over brandveiligheid en deze worden met enige regelmaat herhaald.
• In Midden-Groningen gaat het om Hellum, voornamelijk natuurgebied met enige bebouwing dat een vergelijkbaar gebied is als Zuidlaardermeer en krijgt dus een vergelijkbaar pakket aan maatregelen (zie boven). Bij Woldwijck West en Midden gaat het wederom om zeer beperkte overschrijdingen die verder geen maatregelen vereisen boven de al genoemde. Voor Meeden geldt dat er geen bijzondere risicogebouwen zijn waardoor geen extra maatregelen nodig zijn anders dan de standaard maatregelen. • Oldambt; het gaat hier om één buurt met een kleine overschrijding. Geen extra maatregelen nodig boven de al genoemde. • Stadskanaal; hier gaat het om twee buurten die allemaal onder de invloedsfeer van het onderzoeksgebied Musselkanaal vallen. Vooruitlopend op die conclusie worden er op dit moment geen maatregelen voorgesteld anders dan de al genoemde. • Westerwolde; het gaat hier om één buurt die onder de invloedsfeer van het onderzoeksgebied Musselkanaal valt. Vooruitlopend op die conclusie worden er op dit moment geen maatregelen voorgesteld anders dan de al genoemde.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
26
Daarnaast is in bijlage 9.1 een tabel opgenomen waarin de opkomsttijden van de eerste twee tankautospuiten wordt weergegeven en waarin staat aangegeven welke ‘bijzondere’ objecten in die gebieden staan. Dat gaat om een enkel gebouw hoger dan 20 meter en een aantal portiekwoningen. Deze gebouwen staan echter allemaal op de aandachtsobjecten lijst waardoor ze nog een nadere risicoanalyse ondergaan om te bepalen of extra interventies nodig zijn. Er zijn nog twee gebieden te noemen die in dit kader specifieke aandacht verdienen. • Eemshaven; in de gemeente Hogeland wordt een gebied van ongeveer 600 hectare de komende jaren ontwikkeld in samenspraak met de provincie, gemeente en andere partijen. Dit biedt mooie kansen voor economische ontwikkeling maar dient ook gepaard te gaan met het nadenken over veiligheid, restrisico’s en de relatie tot de slagkracht van de betrokken kazernes. De inspanning van de brandweer is in deze ontwikkeling er op gericht om de ontwikkeling van het gebied en de daaraan verbonden risico’s van voldoende veiligheidsmaatregelen te voorzien zodat de restrisico’s passend zijn bij de huidige slagkracht van de brandweer. Dat betekent dus ook en stevige adviesfunctie van de brandweer aan de voorkant, toezicht dat daar op volgt en daarnaast een inrichting van het bedrijventerrein die zorgt voor een goede bereikbaarheid en een optimale bluswatervoorziening.
We doen dit met een specifiek team (werktitel ‘Haventeam’) dat breed kijkt naar de te verwachten risico’s (veilige en gezonde leefomgeving) en werkt volgens de uitgangspunten zoals hierboven geformuleerd. De resultaten worden ingebracht in de relevante overleggen van gemeente • Oosterhorn; Binnen de gemeente Eemsdelta ligt het industriegebied Oosterhorn met veel chemische en verwante bedrijven. Een deel van die bedrijven zijn zogenaamde BRZO bedrijven en vallen onder specifiek toezicht van de Veiligheidsregio, Omgevingsdienst en de Arbeidsinspectie. Daarnaast beschikt een deel van de bedrijven over een bedrijfsbrandweer die voor een zeer snelle eerste inzet zorgt. Ook hier ligt een ambitie om dit gebied verder te ontwikkelen en dat gaat op hoofdlijnen volgens de aanpak van hierboven. Ook hier is het haventeam betrokken bij de ontwikkeling. 3.4.2 Aandachtsobjecten In paragraaf 3.2.2 wordt de aanpak rond de aandachtsobjecten uitgebreid beschreven. In bijlage 9.2. staan alle aandachtsobjecten in een tabel. Dit zijn ruim tweehonderd objecten die de sector Risicobeheersing in samenhang gaat analyseren om te bepalen welke mitigerende maatregelen moeten worden genomen.
De sector Risicobeheersing, die toch als de trekker van dit proces moet worden beschouwd, verwacht dit proces gedurende de looptijd van de komende beleidsperiode (2023 - 2026) naast het reguliere toezicht te kunnen afronden. Daarna worden de zorginstellingen via het normale toezicht programma regelmatig bezocht en zullen de portiekwoningen en hoogbouw eens per vier jaar aandacht krijgen. Hierbij worden nog afspraken gemaakt hoe de preparatieve voorzieningen in deze gebouwen worden gecontroleerd zoals stijgleidingen, brandweerliften, etc. Dit zal in het Brandweerzorg in Samenhang-overleg worden besproken. Daarnaast zal bij een brand van enige omvang in een pand van de aandachtslijst het Team Brand Onderzoek worden ingezet om te onderzoeken hoe dit is verlopen en of er wellicht nog andere maatregelen moeten worden genomen bij dit soort gebouwen. 3.4.3 Slagkracht Zoals eerder gezegd ligt er onder slagkracht ‘slechts’ een conceptnorm waardoor het in dit stadium niet mogelijk is om al concrete conclusies te trekken. Ten aanzien van de locaties van portiekwoningen en hoogbouw en de plaatsing van de redvoertuigen geeft het kaartje aan dat de huidige plaatsing hier goed bij past. Met name in de stad Groningen ligt een aantal buurten
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
27
waar het redvoertuig boven de normtijd scoort maar in grote delen van de stad (met name binnen de Diepenring) wordt bij een melding meteen al op middelbrand potentieel inclusief redvoertuig gealarmeerd. Zo wordt onnodig tijdverlies voorkomen. 3.4.4 Eindoordeel dekkingsplan Alles overziend is de conclusie dat Veiligheidsregio Groningen een dekkingsplan heeft dat als ruim voldoende tot goed kan worden gekwalificeerd. Bij het element snelheid wordt 98% van de buurten binnen de bandbreedte bereikt. Ongeveer 2% van de buurten wordt boven de bandbreedte bereikt en er zijn er al maatregelen genomen om de snelheid van het brandweeroptreden te ondersteunen. Deze gebieden zullen daarnaast in het kader van de rookmelderplicht extra aandacht krijgen. Bij slagkracht ligt er slechts een conceptnorm waar op dit moment nog geen zware conclusies aan te verbinden zijn. Getalsmatig worden 57 buurten onvoldoende bereikt wat op zichzelf beperkt is ten opzichte van het totaal aantal buurten (656). Paraatheid en werkdruk kunnen nog niet heel nauwkeurig getalsmatig in beeld worden gebracht maar de ervaring laat zien dat zij nauwelijks structureel invloed hebben op de dekking. Incidenteel kan het voorkomen dat posten een verminderde paraatheid hebben.
Mocht bijvoorbeeld gelijktijdigheid voorkomen of een post blijkt niet inzetbaar dan zijn daar maatregelen voor om daar mee om te gaan zodat het tijdsverlies minimaal is. De systematiek voorziet in een monitorfunctie die deze aspecten ook beschouwen zodat de ontwikkelingen op deze elementen goed kunnen worden gevolgd.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
28
4 Dekkingsplan vaststellen Dit dekkingsplan zal in het najaar naar verwachting worden vastgesteld. Het bestuur zal daarna 1x per jaar worden geïnformeerd over de prestaties van de VRG in de praktijk. Intern zal de VRG per half jaar de vergelijking van de gerealiseerde tijden met de prognoses rapporteren. Daarnaast zullen de voortgang op de lijst van aandacht gebieden en objecten worden gerapporteerd. De volgende paragraven gaan over de zogenaamde onderkant van de ‘acht’. Waar de paragraven hiervoor over de theorie en het model gingen, gaat het hierna over de praktijk van het dekkingsplan. Wat wordt er in de praktijk gerealiseerd en hoe verhoudt zich dat tot het model en de prognoses. Dit moet voor een groot deel nog worden ontwikkeld maar dat kan naar verwachting snel gaan.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
29
5 Uitvoering bijstellen Vanaf het moment dat het nieuw opgestelde dekkingsplan is vastgesteld door het bestuur van de veiligheidsregio, dient een implementatieplan te worden geschreven. Hierin dienen de verschillende stappen te worden beschreven die nodig zijn om uitvoering te geven aan het nieuwe dekkingsplan. Dit nieuwe dekkingsplan is gemaakt op basis van de huidige kazerneplaatsing en voertuigverdeling en vereist op dat punt dan ook geen nadere acties om dit ten uitvoer te brengen.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
30
6 Dekking uitvoeren Op basis van het opgestelde implementatieplan wordt hier beschreven op welke wijze en binnen welke termijnen uitvoering zal worden gegeven aan het opgestelde dekkingsplan. In de eerste plaats wordt hiermee inhoud gegeven aan een adequate brandweerzorg. In de tweede plaats dient hierbij sprake te zijn van de zorgvuldige registratie van de rijtijden, zodat de geleverde repressieve prestaties kunnen worden gemonitord, deze informatie kan worden gebruikt bij de verantwoording en tevens gebruikt kan worden om de repressieve prestaties cyclisch te kunnen verbeteren. In bijlage 3 (´technische instructies bij processtap 6´) van de handreiking wordt aangegeven hoe de minimale registratie dient plaats te vinden.
Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026
31
7 Uitvoering beoordelen Hier wordt beschreven of de gerealiseerde repressieve brandweerzorg is geleverd volgens het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een voorgeschreven methodiek (Wilcoxon signedrank test). Het is de bedoeling dat er minimaal één keer per jaar een rapportage wordt opgesteld (vaker is natuurlijk toegestaan). Op basis van de gemaakte berekeningen volgens deze methodiek kan met behulp van onderstaande dashboard het verschil tussen de prognose en de realisatie worden afgelezen. De groene, oranje en rode vlakken zijn afhankelijk van de onzekerheidsmarge. Hoe meer metingen hoe kleiner het groene vlak zal worden. Gestreefd moet daarom worden om steeds een vergelijkbaar aantal metingen mee te nemen in de berekeningen. Als de wijzer in het groene vlak staat, dan voldoet de prognose ten opzichte van de realisatie en heeft de brandweer volgens plan gepresteerd.
Figuur 7.1. Dashboard dat aangeeft wanneer een opkomsttijd overeenkomt met de prognose Van ieder geregistreerd incident wordt de prognose en realisatie t.o.v. elkaar geplaatst in onderstaande diagram. Op de X-as wordt de prognose weergegeven en op de Y-as wordt de realisatie weergegeven. Als de prognose en realisatie precies overeenkomen, dan ligt het punt precies op de diagonaal. Prognose en realisatie komen dan precies overeen. Alle punten die binnen de blauwe stippellijnen vallen, beschouwen we als ´binnen de verwachting´. Dat is de bandbreedte van min 3 en plus 3 minuten. Wanneer een punt (ver) buiten de blauwe stippellijn valt, dan is het de moeite waard om dat incident is nader te onderzoeken om een verklaring te kunnen geven voor het verschil.