05. Buitengebied Midden-Groningen Toelichting
Tekst van het document
Buitengebied, Midden-Groningen
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Rijksb eleid Beleid waterschap Provinciaal b eleid Gemeentelijk b eleid Overig regionaal b eleid
8 12 13 17 22
23 24 26 27 29 30 30
34
PlanMER Bodem Water Landschap, archeologie en cultuurhistorie Ecologie Geluid Lucht Externe veiligheid
34 35 36 36 39 41 42 43
Planuitgangspunten
Agrarische sector Wonen en werken Recreatie en toerisme Landschap en natuur Duurzaamheid en energietransitie
49 49 51 52 52 53
Juridische toelichting
54
Wat is een b estemmingsplan Bestemmingsplanregels Toelichting algemene uitgangspunten Toelichting b asisb estemmingen Toelichting dub belbestemmingen Toelichting aanduidingen
54 54 58 60 70 72
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
23
Omgevingsaspecten
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Gebiedsanalyse en planbeschrijving
Bewoningsgeschiedenis Landschap en cultuurhistorie Landb ouw Natuur Toerisme en recreatie Wonen en niet-agrarische b edrijvigheid Infrastructuur en nutsvoorzieningen
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
5 6 7 8
8
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
5
Beleid
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Inleiding
Aanleiding opstellen b estemmingsplan Plangebied Geldende b estemmingsplannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
5
Economische uitvoerbaarheid
Algemeen Exploitatieplan Planschade
3
76 76 76 76
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Inspraak Zienswijzen Vaststelling
4
77 77 77 78 78
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding opstellen bestemmingsplan Per 1 januari 2018 zijn de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde samengegaan in de nieuwe gemeente Midden-Groningen. De drie voormalige gemeenten hebben ieder een eigen bestemmingsplan voor hun buitengebied. De bestaande bestemmingsplannen voor het buitengebied van de drie voormalige gemeenten dateren uit verschillende jaren. Het plan van Hoogezand-Sappemeer is vastgesteld in 2010, die van Slochteren en Menterwolde in respectievelijk 2012 en 2013. Daarnaast is er in 2013 nog een reparatieplan voor een deel van het buitengebied van Hoogezand-Sappemeer vastgesteld, alsmede een beheersverordening om de bepalingen over de waterkering te repareren. Om het gehele buitengebied van Midden-Groningen te voorzien van een uniforme regeling is een nieuw bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen opgesteld. Op 27 juni 2019 heeft de gemeenteraad van Midden-Groningen de 'Aangepaste Nota van Uitgangspunten bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen' vastgesteld. Belangrijke redenen voor herziening en belangrijkste uitgangspunten voor het bestemmingsplan buitengebied zijn hierin benoemd: 1.
Harmonisering van regels en beleid; voorkomen rechtsongelijkheid De bestaande plannen voor het buitengebied van de drie voormalige gemeenten dateren niet alleen uit verschillende jaren; ze zijn ook verschillend van opzet en inhoud, zowel wat toelichting betreft als de verbeelding en de regels. Het is wenselijk om bij het nieuwe bestemmingsplan ook te komen tot een harmonisering van regels en het beleid. Dat leidt er toe dat er geen rechtsongelijkheid voor inwoners in de gemeente Midden-Groningen wordt gecreëerd. 2. Vanuit efficiencyoverwegingen wens om plannen te herzien. Het is geen wettelijke verplichting meer om bestemmingsplannen binnen 10 jaar te actualiseren. Niettemin is het vanuit efficiencyoverwegingen wenselijk om regelmatig de bestemmingsplannen te herzien in plaats van te wachten tot een bestemmingsplan dat ernstig verouderd is en niet meer correspondeert met de maatschappelijke- en de feitelijke realiteit. 3. Wijzigingen van Rijk-, provinciaal- en gemeentelijk beleid Na vaststelling van de bestemmingsplannen voor het buitengebied is de Provinciale Omgevingsverordening (hierna: POV) diverse malen herzien en is de landelijke wetgeving sterk in beweging op essentiële beleidsterreinen. Gemeenten zijn verplicht om hun bestemmingsplannen aan te passen aan dit rijks- en provinciale beleid.
Daarnaast is de gemeentelijke visie de afgelopen jaren, door onder andere de samenvoeging van de drie gemeenten, voor bepaalde beleidslijnen gewijzigd. Door al deze ontwikkelingen is het beleid, zoals in het huidige bestemmingsplan is vormgegeven, niet meer actueel. Met een geactualiseerd bestemmingsplan sluiten we aan bij de POV en voorzien we het buitengebied van een actuele regeling. 4. Herstellen weeffouten bestemmingsplannen;
en
omissies en
invoegen van diverse
postzegel-
Sinds de vaststelling van de drie afzonderlijke bestemmingsplannen zijn er diverse postzegelbestemmingsplannen gemaakt voor concrete ontwikkelingen in het buitengebied. Deze worden - om de samenhang te verkrijgen - bij het nieuwe bestemmingsplan ingevoegd.
5
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Daarnaast zitten er in de bestaande bestemmingsplannen nog weeffouten en andere omissies, die in het nieuwe plan worden hersteld. 5. Bestemmingsplan wordt "actualiserend en consoliderend" van aard. In het bestemmingsplan is de huidige situatie in principe bepalend voor het toekennen van de bestemming en de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Dit betekent dat er geen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen, tenzij ze voldoende zijn uitgewerkt en aantoonbaar financieel en juridisch uitvoerbaar. Aan de andere kant is er ruimte voor beleidswijzigingen of nuanceverschuivingen. Wel is het zo, dat door het samenvoegen van de afzonderlijke bestemmingsplannen er verschillen in de regelgeving kunnen ontstaan. Wat dat betreft is het meer dan enkel actualiseren. Verwacht wordt echter dat de voordelen groter zijn dan de nadelen. Mocht er wel sprake zijn van een nadeel dat wordt geprobeerd dit zoveel mogelijk te beperken. 6. Versoepeling van de bouwregels en gebruiksmogelijkheden Bij het harmoniseren van de regels wordt ook bekeken in hoeverre de regels nog adequaat zijn. Ruimte wordt geboden waar dat kan en zaken worden vastgelegd waar dat nodig is. Dit geldt zowel voor de bouw- als de gebruiksmogelijkheden. Uitgangspunt is een "ja, mits" benadering, in plaats van een "nee, tenzij". Ook wordt geprobeerd via algemene regels te voorkomen dat vergunningen (voor gebruik) moeten worden verleend.
Als aan de algemene regels wordt voldaan, dan is dat gebruik toegestaan. Voor meer ingrijpende zaken kan maatwerk worden geboden met een binnenplanse afwijking. Voor bouwmogelijkheden en bouwblokken bij woningen wordt geprobeerd meer vrijheid in te bouwen. Op basis van de rijksregels is vergunningvrij veel mogelijk. Bij de wens tot versoepeling wordt aangesloten bij het raads- en collegeprogramma. Meer mogelijkheden en vrijheid voor burgers en (agrarische)bedrijven, waarmee we ook een stuk verantwoordelijkheid neerleggen bij de samenleving. Kortom: zoveel ruimte zoeken die mogelijk is, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de ruimte die provincie (Provinciale Omgevingsverordening) en het Rijk bieden.
1.2
Plangebied Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan bestaat uit het buitengebied van de gemeente Midden-Groningen. Navolgende figuur geeft een impressie van het plangebied.
6
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Figuur 1. Weergave plangebied.
1.3
Geldende bestemmingsplannen In het buitengebied van Midden-Groningen zijn op dit moment diverse bestemmingsplannen van kracht. Het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen vervangt diverse postzegelplannen, facet- en verzamelbestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Al met al hebben we het dan over ca. 70 plannen en vergunningen. Het voert te ver om hier alle plannen en vergunningen te vermelden. Hieronder een overzicht van de plannen met de grotere plangebieden, die met het nieuwe bestemmingsplan komen te vervallen. Bestemmingsplan Transformatorstation Meeden, uitbreiding 380 kV deel (vastgesteld 25 april 2019); Beheersverordening reparatie waterstaat – waterkering Buitengebied (vastgesteld 18 april 2016); Bestemmingsplan Meerstad-Midden, partiele herziening 2015 (vastgesteld 2 juli 2015); Bestemmingsplan Faunapassage Westerbroek (vastgesteld 6 oktober 2014);
7
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Bestemmingsplan Buitengebied Menterwolde 2013 (vastgesteld op 14 november 2013; Bestemmingsplan Kleine Kernen, partiele herziening 2013 (vastgesteld 19 september 2013); Bestemmingsplan Steendam (gedeeltelijk) (vastgesteld 4 juli 2013); Bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2013 diverse percelen (vastgesteld 27 mei 2013); Bestemmingsplan Buitengebied Slochteren 2012 (vastgesteld 4 april 2013); Bestemmingsplan Buitengebied West 2013 (vastgesteld 4 april 2013); Bestemmingsplan Botjeszandgat Zuidbroek (vastgesteld 28 september 2012); Bestemmingsplan Buitengebied Hoogezand-Sappemeer 2010 (vastgesteld 23 augustus 2010);
Het bestemmingsplan ziet niet op de stikstofinstallatie Zuidbroek en het windpark N33.Dit geldt eveneens voor de NorgroN (gas) leiding die ten zuiden van Hoogezand-Sappemeer ligt. Voor die locaties blijven respectievelijk de Rijksinpassingsplannen Aanvullende Stikstofinstallatie Zuidbroek, Windpark N33 en Inpassingsplan NorgroN gelden. Deze inpassingsplannen wijken qua opzet af van de gemeentelijke bestemmingsplannen.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de beleidskaders van het Rijk, de regio, de provincie en de gemeente beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een gebiedsanalyse per thema gegeven. Daarin wordt onder andere ingegaan op de ontstaans- en de bewoningsgeschiedenis van de gemeente beschreven. Thema's die aan de orde komen zijn onder andere landschap, cultuurhistorie, landbouw, bodem, water en natuur. Maar ook wonen, bedrijvigheid en de infrastructuur worden in dat hoofdstuk besproken. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op Omgevingsaspecten aan de orden. Ook de resultaten van de PlanMER worden hier besproken. Hoofdstuk 5 gaat in op de planuitgangspunten van het bestemmingsplan, zoals deze in 2019 door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Hoofdstuk 6 bevat de juridische toelichting op het bestemmingsplan. De hoofdstukken 7 en 8 beschrijven tot slot de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Verder bevat de toelichting een aantal bijlagen.
Hoofdstuk 2
Beleid
Voor een bestemmingsplan voor het buitengebied is verschillend beleid van toepassing waarmee rekening dient te worden gehouden. In dit hoofdstuk is achtereenvolgens het beleid van het Rijk, het waterschap, de provincie en de gemeente verwoord. Aan het eind wordt nog kort ingegaan op relevant regionaal beleid.
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maart 2012 (hierna te noemen: SVIR) geeft een integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De structuurvisie schetst de ambities van het Rijk tot 2040 en formuleert doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR
8
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden. In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven) lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's. Ter versterking van het vestigingsklimaat in de stedelijke regio's rondom de main-, brain- en greenports geldt een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak. In krimpregio's wordt het interbestuurlijke programma bevolkingsdaling doorgezet.
Water Voor het aspect water is aangegeven in de SVIR dat 'ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling' van nationaal belang is. Het Rijk beschermt de primaire waterkeringen (dijken, dammen, kunstwerken en duinen) die in beheer zijn bij het Rijk evenals het kustfundament. Ook stelt het Rijk de normen voor de primaire waterkeringen, ook die in beheer bij waterschappen. Primaire waterkeringen bieden, in combinatie met de hoge gronden, bescherming tegen overstroming vanuit de buitenwateren (de wateren waarvan de waterstand direct wordt beïnvloed bij stormvloed). Natuur In de SVIR ligt de nadruk op bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige bijzondere waarden en kenmerken van de volgende gebieden: Vogel- en Habitatrichtlijngebieden, gebieden aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming (voorheen Natuurbeschermingswet) en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Rijk, provincies en gemeenten zijn hier samen verantwoordelijk voor. Bescherming, instandhouding en ontwikkeling van daarbuiten gelegen natuurgebieden en leefgebieden van in (inter)nationaal verband beschermde soorten is de verantwoordelijkheid van provincies en gemeenten.
Zorgvuldig gebruik van de ruimte Een van de nationale belangen die de SVIR benoemt, is die van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit betekent onder andere dat ruimte zorgvuldig moet worden benut en overprogrammering moet worden voorkomen. Om die doelstellingen te bereiken, is de zogenaamde Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. In ruimtelijke besluiten zal voortaan moeten worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. Onderdeel hiervan is de toets of een ontwikkeling plaatsvindt in bestaand stedelijk gebied. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft het Rijk 13 Nationale belangen gedefinieerd. Een aantal van deze belangen is relevant voor de gemeente. In de volgende paragraaf komen deze terug.
9
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen algemene regels moeten worden gesteld. Hiermee wordt de doorwerking van de nationale belangen op lokaal niveau geborgd. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte) zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. De volgende nationale Midden-Groningen:
belangen
uit
het
Barro
zijn
relevant
voor
de
gemeente
Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. Elektriciteitsvoorziening. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Natuurnetwerk Nederland.
Bij elk ruimtelijk plan geldt tevens nationaal belang 13. Hiermee vraagt het Rijk om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
10
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Figuur 2. Natuurnetwerk Nederland is opgenomen in het Barro
2.1.3
Nationaal Waterplan 2016 -2021 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op 10 december 2015 het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor de komende jaren en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende vijf ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement
11
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Nederlanders leven waterbewust.
Het kabinet zet hiermee in op een robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteeem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. 2.1.4
Rijksnatuurvisie "Natuurlijk verder" In 2014 is door het Rijk de Natuurvisie 'Natuurlijk verder' opgesteld. In de natuurvisie wordt in grote lijnen het natuurbeleid voor de komende tien jaar beschreven. Kernpunt van de visie is een omslag in het denken: natuur hoort midden in de samenleving thuis. Daarnaast zijn veel taken op het gebied van natuurbescherming en -ontwikkeling overgedragen van het Rijk naar de provincies. In de Rijksnatuurvisie wordt ook ingegaan op het Natuurnetwerk Nederland. Dit zijn gebieden die behoren tot de hoofdstructuur van Nederlandse natuurgebieden. Daarnaast wordt uitgebreid aandacht besteed aan het combineren van natuur met andere functies, zoals landbouw en recreatie.
2.2
Beleid waterschap
2.2.1
Beheerprogramma 2016-2021 Voor het buitengebied is het Beheerprogramma 2016-2021 van het waterschap Hunze en Aa's van toepassing. Hierin staan beschreven onderwerpen als waterveiligheid, voldoende water en schoon en ecologisch gezond water. Ook relevant is het Werkdocument watervisie 2018-2021. Kortheidshalve wordt naar beide documenten verwezen. Algemeen geldt dat er doelstellingen en aandachtspunten zijn geformuleerd inzake het waterbeheer, waarbij alle betrokken partijen hun rol moeten pakken, waaronder de gemeenten in hun ruimtelijke plannen. Dit gebeurt mede door de verplichte waterparagraaf in bestemmingsplannen, met als doelstelling: “Water wordt door overheden, stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars geaccepteerd en gehanteerd als ordenend principe. Het waterschap is de vanzelfsprekende wateradviseur bij locatiekeuze en inrichting“. Aandachtspunten die relevant zijn voor bestemmingsplannen zijn: Onderwerp
Probleem
Ruimte voor water
Onvoldoende inspelen op Waterschap eerder betrekken, wateraspecten bij ruimtelijke deskundigheid gebruiken. plannen, wateroverlast, slechte waterkwaliteit in nieuwe gebieden.
Taakverdeling
Onduidelijkheid voor gemeenten en burgers.
Heldere afspraken, eenduidigheid, helder communiceren over taken en verwachtingen.
Watersysteem
Slechte waterkwaliteit, wateroverlast, vervuilde waterbodem, weinig natuurvriendelijke oevers, verstoring watersysteem.
Duurzame inrichting, basisinspanning/waterkwaliteitsspoor intensiveren, alternatieve oplossingen, aanpak diffuse bronnen, wateroverlastmaatregelen met gemeente, oplossingen op maat, herstel watersysteem.
12
Oplossingsrichting
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
2.2.2
Waterbeleid 21e eeuw Met het Waterbeleid 21e eeuw wordt ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen die hogere eisen stellen aan het waterbeheer. Het gaat hierbij om onder andere de klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelrijzing. Het Waterbeleid 21e eeuw heeft twee principes voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd, te weten de tritsen: vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. De trits vasthouden, bergen en afvoeren houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij de trits schoonhouden, scheiden en zuiveren gaat het erom dat het water zoveel mogelijk wordt schoongehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.
2.3
Provinciaal beleid
2.3.1
Omgevingsvisie 2016 - 2020 De Omgevingsvisie 2016 - 2020 van de provincie Groningen bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn zoveel mogelijk de visies op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden. Er zijn ook onderdelen opgenomen van het provinciale beleid voor economie, energie en cultuur en welzijn, voor zover die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Doel van de omgevingsvisie is het aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de provincie verder verbeteren. Het accent in het beleid ligt op het benutten van de ontwikkelingsmogelijkheden, naast het beschermen van de karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen. De provincie wil ruimte bieden voor ondernemerschap om in te spelen op de dynamische ontwikkelingen. Activiteiten lopen steeds meer door elkaar heen. Dat heeft gevolgen voor het ruimtegebruik. Functies, als bijvoorbeeld wonen en werken, zijn steeds minder van elkaar gescheiden.
In de Omgevingsvisie is al het provinciale beleid dat op een of andere manier raakt aan de fysieke leefomgeving geformuleerd en geordend in vijf samenhangende thema's, onderverdeeld in elf provinciale 'belangen': Ruimte In het thema Ruimte worden de volgende uitgangspunten genoemd: Versterken van ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe bovenlokale ontwikkelingen. Het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor woningbouw, bedrijventerreinen, kantoorlocaties en detailhandel door het concentreren van ruimtelijke ontwikkelingen in stedelijke gebieden en vitale kernen. Voorwaarden scheppen voor een goede infrastructuur ven ruimte voor veilige winning, transport en opslag van duurzame energie. Zorgen voor een vitale landbouwsector in balans met de omgeving.
Landschap Aan de hand van onder meer kernkarakteristieken is de provincie Groningen onderverdeeld in 11 gebieden met elk eigen landschapstypen en karakteristieken. De in het plangebied aanwezige kernkarakteristieken, die een zekere bescherming genieten, betreffen: de wierden, de karakteristieke waterlopen, karakteristieke laagten, grootschalig open landschap en oude dijken.
13
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Ter behoud van deze karakteristieke (landschappelijke) waarden zijn in het voorliggend bestemmingsplan de specifieke regelingen voor in het plangebied aanwezige waarden, zoals benoemd in de Omgevingsverordening (zie onderstaande afbeelding), integraal opgenomen.
Figuur 3. Weergave landschapselementen POV. Landbouw In de Omgevingsvisie van de provincie Groningen is aangegeven op welke wijze de provincie de ontwikkelingen in de landbouw wil ontwikkelen, toetsen, toelaten en stimuleren. De provincie wil met haar beleid duurzame ontwikkeling van landbouw stimuleren. De Omgevingsvisie en bijbehorende verordening geeft kaders voor agrarische bouwpercelen, intensieve veehouderij en glastuinbouw. Schaalvergroting en modernisering van de landbouw van de landbouw kan op gespannen voet staan met onze landschaps- en natuurdoelen en andere maatschappelijke wensen. Om aantasting van het landschap te voorkomen, mogen boeren niet overal in de provincie het bedrijf uitbreiden. Het uitbreiden van een agrarisch bedrijf is in principe alleen toegestaan binnen de bouwvlakken die in het bestemmingsplan zijn aangegeven. De provincie maakt gebruik van twee werkwijzen om hiermee om te gaan: de Bouwblok op maat (maatwerkmethode) en het Groninger Verdienmodel. Voor de Bouwblok op maatmethode zijn voorwaarden opgenomen in de Omgevingsverordening voor het vergroten van een agrarisch bouwblok boven de 1 ha. Het Groninger Verdienmodel is ontwikkeld voor schaalvergroting van melkveebedrijven van 2 tot maximaal 4 hectare.
Deze uitbreidingsruimte moet 'verdiend 'worden door aan te tonen dat de bedrijfsvoering wezenlijk bijdraagt aan verduurzaming van de sector (extra inspanning op terrein duurzaamheid). De provincie verleent bij deze schaalsprong de omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. De uitbreidingsmogelijkheden voor intensieve veehouderij zijn sinds 1 januari 2020 verder beperkt. Alleen uitbreiding van de stalvloeroppervlakte vanwege milieueisen of verbetering van
14
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
het dierenwelzijn is nog toegestaan. Verder stelt de Omgevingsverordening eisen aan de emissie van licht vanuit melkveestallen. LTO Noord, Natuur en Milieufederatie Groningen en de Friese Milieu Federatie hebben op 18 mei 2015 hierover en convenant ondertekend. In paragraaf 2.5. wordt hier nader op ingegaan.
Natuur In de Omgevingsvisie van de provincie Groningen is voor het thema natuur het volgende provinciale belang opgenomen: het beschermen en ontwikkelen van de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het Nationaal Natuurnetwerk Nederland. De in het plangebied aanwezige aandachtsgebieden voor natuur zijn: het Waddengebied, het Natura 2000-gebied en NNN-gebied Waddenzee, leefgebieden voor akkervogels en bos- en natuurgebieden buiten het NNN. Ter behoud van deze waarden zijn in het voorliggend bestemmingsplan specifieke regelingen voor in het plangebied aanwezige waarden, zoals benoemd in de Omgevingsverordening (zie onderstaande afbeelding), integraal opgenomen.
Figuur 4. Omgevingsverordening, kaart Natuur
Wonen Bij de Omgevingsvisie van de provincie Groningen is een kaart bijgevoegd waarop de begrenzing van het buitengebied is vastgelegd. De provincie wil voor het buitengebied de waarde voor natuur en recreatie ontwikkelen en de landschappelijke kernkarakteristieken behouden en waar mogelijk versterken. Ook wil de provincie het buitengebied als woongebied aantrekkelijk houden en bedrijven de mogelijkheid bieden om zich te vestigen in vrijkomende bebouwing en zich daar te ontwikkelen. Omdat de inrichting van het buitengebied zowel vitaal als duurzaam dient te zijn, is daarnaast zuinig
15
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
ruimtegebruik een belangrijk uitgangspunt. De provinciale voorwaarden en regels zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Recreatie In de Omgevingsvisie van de provincie Groningen wordt beperkt aandacht besteed aan recreatie en toerisme. Het beleid richt zich op het beperkt bieden van ruimte aan de uitbreiding van kampeerterreinen en recreatiewoningen om verstening en verdichting van het open landschap te voorkomen. De provincie investeert in goede routestructuren en in de kwaliteit van recreatieve routenetwerken, wandel- en fietspaden en bijbehorende voorzieningen, het basistoervaarnet en dagrecreatieve terreinen. In de Omgevingsverordening zijn voorwaarden opgenomen recreatiewoningen en uitbreiding van kampeerterreinen.
over
het
gebruik
van
Water In de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 zijn de hoofdlijnen van het Nationale Waterplan vertaald. De provincie Groningen richt zich op slimmere combinaties van functies rondom zeedijken. Daarnaast stimuleert de provincie voor veen- en laaggelegen gebieden ruimtelijke maatregelen ter voorkoming van onder meer wateroverlast en onveiligheid. De provincie heeft vastgelegd met welke frequentie wateroverlast mag optreden. De normen voor regionale keringen zijn vastgesteld op basis van de studie Droge voeten 2050. Voor de regionale watersystemen bepaalt de provincie de norm en helpen de waterschappen bij het behalen van hun doelstellingen (door onder andere ruimte te reserveren). GRONDWATER Waterschappen beheren het ondiepe grondwater. De provincie Groningen beheert het diepe grondwater. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is uitgangspunt voor het provinciaal grondwaterbeheer. Voor de bescherming van het grondwater heeft de provincie doelen en regels opgesteld en ontwikkelt ze beleid voor het zorgvuldig gebruik ervan. De provincie geeft aan dat ze geen grondwater willen verspillen. Bij laagwaardig gebruik (industrie/landbouw) van grondwater, stimuleert de provincie om over te stappen op oppervlaktewater. Dit hoeft niet als aannemelijk gemaakt kan worden dat er geen negatieve effecten optreden en dat de grondwatervoorraad op peil blijft.
WATERROBUUSTE INRICHTING De provincie Groningen is primair beschermd tegen overstromingen door de eerste laag (de dijken). Aanvullend wapent de provincie zich met een 'waterrobuuste inrichting' tegen (schade door) overstromingen. Dat gaat langs de volgende drie sporen: ruimtelijke adaptie: het aanpassen van de inrichting zodat minder schade ontstaat bij overstromingen; het waterpeil meer bepalend laten zijn bij de functie; buitendijkse gebieden laten meegroeien met de zeespiegelstijging.
OPPERVLAKTEWATER Voldoende schoon (oppervlakte- en grond-) water is voor allerlei functies van belang. Samen met het waterschap en de gemeente is de provincie verantwoordelijk om dat ook daadwerkelijk te realiseren. De provincie stelt doelen vast voor de kwaliteit en hoeveelheid water voor de verschillende functies, stellen eisen aan het gebruik van specifieke wateren en houden rekening met mogelijke toekomstige ontwikkelingen (zoals energiewinning). Schoon water is van belang als drinkwater en voor de biodiversiteit, maar ook een belangrijke recreatieve functie als het gaat om zwemwater en vaarwegen. De provinciale taken bestaan hier uit: samenwerken met alle overheden en gebruikers aan het beschikbaar krijgen en houden van voldoende zoetwater (zoetwatervoorziening); vaststellen doelen voor de waterkwaliteit vanuit de Kaderrichtlijn water en samenwerken met het waterschap aan het robuuster inrichten van het watersysteem in het Natuurnetwerk Nederland- en waterbergingsgebieden (waterkwaliteit);
16
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
vaststellen van specifieke kaders voor enkele gebruiksfuncties en/of kenmerken zoals zwemwater en diepe plassen.
Milieu Tegengaan van milieueffecten en -hinder door te sturen op de kwaliteit van water, lucht, geluid en bodem. Streven naar een zorgvuldig gebruik van de ondergrond en een veilige winning en opslag van (delf)stoffen. Naast de genoemde provinciale belangen worden er in het beleid 5 specifieke opgaven genoemd voor specifieke onderwerpen of gebieden. De 5 opgaven zijn: Gaswinning, Energyport, Groei en krimp, Regio Groningen-Assen en Waddengebied. Met uitzondering van het laatste onderwerp zijn de andere 4 opgaven in meer of mindere mate relevant voor de gemeente Midden-Groningen. Het gaat hier over de Omgevingsvisie 2016-2020. Deze visie in inmiddels een aantal keren geactualiseerd (2017, 2018 en 2020). Als ontwerp is in oktober 2021 een actualisatie van 2021 ter visie gelegd.
2.3.2
Provinciale Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Provincie Groningen (hierna Omgevingsverordening genoemd) heeft de provincie regels opgenomen om de doelstellingen aangegeven in de omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsverordening bevat dan ook regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening zijn integraal opgenomen in dit bestemmingsplan. Gebleken is dat in de huidige bestemmingsplannen buitengebied diverse artikelen staan, die niet in overeenstemming zijn met de tekst van de Omgevingsverordening. Die onjuistheden zijn in dit bestemmingsplan Buitengebied hersteld.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Kompas Voorafgaande aan de formele herindeling hebben de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde een Kompas opgesteld. Hierin is de richting beschreven waarin de nieuwe gemeente zich wil gaan ontwikkelen. Hierbij is de gemeente eerst en vooral bondgenoot van inwoners, bedrijven en organisaties. Het motto is: minder voorschrijven, meer samenwerken. Het Kompas benoemt drie bouwstenen voor een gemeenschappelijke maatschappelijke agenda. Deze bouwstenen bevatten de gemeenschappelijke doelen waar gemeente, inwoners, ondernemers, organisaties en bestuur de komende jaren aan gaan werken. Bouwsteen 1: Groots in kleinschaligheid De gemeente zet sterk in op zelfredzame en leefbare dorpen en kernen. Hierbij zijn inwoners medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid. Leefbaarheid heeft sterk te maken met 'schoon, heel en veilig'. Gemeente en inwoners worden hierin steeds meer gelijkwaardige partners. De nieuwe gemeente is een verband van vitale, lokale gemeenschappen die bestaan uit de inwoners van dorpen, kernen en wijken. Al deze gemeenschappen hebben hun eigen identiteit en alle dorpen en wijken zijn anders. De omstandigheden, mogelijkheden en wensen zijn op elke plek anders en vragen om specifieke initiatieven, arrangementen en maatregelen. Daarom wordt nadrukkelijk gekozen voor maatwerk. Door inwoners zelf meer verantwoordelijkheid en
17
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
zeggenschap te geven, wordt eveneens meer ruimte gegeven aan de verschillen tussen dorpen en kernen. Het maatwerk dat geleverd wordt, valt binnen een overkoepelende visie. In alle dorpen en wijken kunnen mensen goed en plezierig wonen. Iedere lokale gemeenschap beschikt over een gelegenheid of voorziening waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Daarnaast zijn alle dorpen en kernen fysiek en digitaal goed bereikbaar. Het streven is om de voorzieningen die van belang zijn voor het dagelijks leven, zo dicht mogelijk bij mensen te brengen of te zorgen dat deze goed bereikbaar zijn. Daarbij blijven we realistisch: wie in een klein dorp woont, mag een bij die schaal passend aanbod van voorzieningen verwachten. Meer gemeente-brede of regionale voorzieningen worden geconcentreerd in de stedelijke kern van Hoogezand. Bouwsteen 2: Ieder mens telt In de gemeenschap telt ieder mens: iedereen heeft betekenis voor zichzelf en zijn omgeving, en komt tot zijn recht om wie hij is. Het uitgangspunt is 'eigen kracht': alle inwoners - van jong tot oud, met of zonder beperking - nemen zelf de regie over hun leven en zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven. Voor mensen die maatschappelijk kwetsbaar zijn, is het soms moeilijk hun eigen kracht te vinden. Scholing voor kinderen is de manier om de vicieuze cirkel van maatschappelijke kwetsbaarheid te doorbreken.
De integrale kindcentra kunnen daar in sommige situaties hier goed bij helpen. Ook hier is ruimte voor verschillen en maatwerk. Hieraan dragen de sociale teams bij. De sociale teams spelen in individuele situaties een belangrijke rol bij het vinden van oplossingen. Samen met de ouders en/of gezinnen gaan zij na hoe belemmeringen op het gebied van geld, gezondheid, onderwijs en/of werkloosheid kunnen worden weggenomen. Ze redeneren daarbij vanuit het gezin, niet vanuit de verschillende hokjes of budgetten bij de gemeente. Verder wil de gemeente samen met werkgevers en onderwijsinstellingen snel een concreet plan maken en uitvoeren om werkzoekenden 'fit' te maken voor werk. Bouwsteen 3: Economie van de toekomst De gemeente Midden-Groningen heeft een stevige economische basis, dankzij de bedrijvigheid in stuwende sectoren zoals (maak-)industrie, landbouw, handel, bouw en energie. Vooral met de maakindustrie, met name scheepsbouw, onderscheiden wij ons regionaal. Voor de werkgelegenheid zijn ook de publiek gefinancierde instellingen en ondernemingen van belang. De maakindustrie en de landbouw kunnen worden versterkt. Nieuwe kansen bieden de energietransitie en de vrijetijdseconomie. De gemeente heeft weinig mogelijkheden om de economie en de arbeidsmarkt te veranderen; daarvoor zijn vooral partijen als onderwijs en bedrijfsleven aan zet.
De gemeente zet zich wel samen met lokale en regionale partners in voor onder andere de volgende zaken: het innoveren van de arbeidsmarkt en economie; het creëren van nieuwe partnerschappen en allianties en bestaande allianties versterken: excellente dienstverlening voor ondernemers en instellingen; beschikbaarheid van snel internet; meer regionale waarde voor de landbouw; blijvende vernieuwing van de maakindustrie; duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking; energietransitie om de afhankelijkheid van fossiele energie te verkleinen; bredere samenwerkingsverbanden; uitwerken van de regionale agenda.
2.4.2
Woonvisie Op 28 februari 2019 heeft de gemeenteraad de Woonvisie vastgesteld. Deze woonvisie is wettelijk verplicht voor de relatie tussen de gemeente en de woningcorporaties. Ook zijn in de woonvisie de prestatieafspraken tussen deze partijen en de gemeente vastgelegd. De woonvisie is nodig omdat de gemeente te maken heeft van een
18
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
omslag van groei naar een (deels) krimpende gemeente. De woonvisie is opgesteld met medewerking van vele betrokken partijen (makelaars, corporaties, huurdersorganisaties e.d.) en inwoners van de gemeente. Er is gekozen tot een woonvisie die richting geeft aan het op orde brengen van de basis, die dorpen en wijken klaar maken voor krimp en kansen voor groei aan de westzijde van de gemeente gaat faciliteren. De gemeente wil haar inwoners goed huisvesten. Dat betekent dat er voldoende woningen moeten zijn met een goede kwaliteit. Het is belangrijk dat inwoners die dat willen, zich kunnen verbeteren, dat zij in staat moeten zijn te verhuizen binnen hun wijk of dorp of binnen de gemeente. Dat betekent dat woningcorporaties investeren in de wijken, dat de gemeente de openbare ruimte aanpakt en dat er een financieel instrument is om particuliere eigenaren te helpen om hun woningen te verbeteren en te verduurzamen. De gemeente wil -waar mogelijkdoor blijven groeien door bewoners te binden en nieuwe mensen aan te trekken. Dat kan door verrassend goed wonen te stimuleren voor eigen inwoners en voor nieuwe instromers. Doel is tot een meer evenwichtige samenstelling van de bevolking te komen. De woonvisie wil zaken afremmen die niet gewenst zijn, zoals bijvoorbeeld opkopen van panden en deze verbouwen tot (te veel) appartementen, zonder daar als gemeente sturing op te hebben.
Woningen met veel achterstallig onderhoud, die een negatieve uitstraling hebben op de omgeving, worden aangepakt. Daarmee wordt voorkomen dat er nieuwe ‘rotte kiezen’ ontstaan. Voor het bestemmingsplan Buitengebied zijn er wat nieuwbouw van woningen betreft weinig tot geen mogelijkheden. Uitgangspunt is dat er in het buitengebied geen nieuwe woningen worden gebouwd. Uitgezonderd zijn die gevallen, waarin op basis van de huidige bestemmingsplannen Buitengebied al nieuwbouw mogelijk is. Slechts bij toepassing van de in dit plan opgenomen ruimte- voor ruimteregeling kunnen -onder voorwaarden- extra nieuwe woningen worden gebouwd. 2.4.3
Erfgoed Erfgoed is de verzamelnaam voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden en objecten. De gemeente Midden-Groningen zet zich actief in voor behoud en versterking van het erfgoed. Naast een groot aantal rijksmonumenten en een aantal beschermde gezichten heeft de gemeente ook zelf monumenten aangewezen. De aardbevingsproblematiek maakt bescherming van het erfgoed alleen maar belangrijker. Vanuit de provincie en NCG (Nationaal Coördinator Groningen) is de afgelopen jaar ook een erfgoedprogramma opgezet met subsidieregelingen. Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor de bescherming van karakteristieke panden en objecten. In de juridische toelichting wordt in paragraaf 6.5.3 ingegaan op de regeling voor karakteristieke objecten.
2.4.4
Duurzaamheid
2.4.4.1 Visie Duurzaamheid De gemeenteraad heeft in 2019 de Visie Duurzaamheid 2019 vastgesteld. Deze visie heeft een breed en globaal karakter en bevat verschillende 'SDG's': sustainable development goals. Dit zijn doelen die op internationaal niveau door de VN zijn opgesteld en op verschillende schaalniveaus, waaronder het lokale gemeentelijk niveau, uitgewerkt kunnen worden. Door dit brede karakter bevat het beleid geen concrete uitgangspunten voor het bestemmingsplan Buitengebied. Wel sluit het Bestemmingsplan Buitengebied aan bij een aantal 'sustainable development goals', zoals:
19
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Doel 15: Leven op het land. Ruimtelijke inpassing duurzame energie technologie in samenspraak met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De centrale uitgangspunten van het beleid gaan met name over een zoektocht naar een zo goed mogelijke balans tussen de ruimtelijke claims voor de verschillende gebruiksfuncties. Zo worden hernieuwbare bronnen goed ingepast in het landschap en worden maatregelen genomen om de dalende biodiversiteit tegen te gaan. Daarnaast wordt ingezet op de bewustwording bij burgers en bedrijven over de mogelijk gevolgen van klimaatverandering op het leef- en woonklimaat. De ongewenste situaties als verdroging en wateroverlast worden zoveel mogelijk voorkomen en voorbereid wordt op een toenemende klimaatverandering. Het verbinden van ruimtelijke claims voor verschillende gebruiksfuncties en klimaatadaptatie is onderdeel van het ruimtelijk beleid. 2.4.4.2 Kleinschalige windturbines De voormalige gemeenten Slochteren en Menterwolde hadden in respectievelijk 2015 en 2016 beleid opgesteld voor de bouw van kleinschalige windturbines tot een ashoogte van 15 meter. Dit beleid is verder uitgewerkt en van toepassing op het grondgebied van Midden-Groningen. De uitgangspunten van dit beleid zijn op basis van het beleid in het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen.
De essentie van het beleid is dat kleinschalige windturbines mogelijk zijn binnen een bouwvlak, mits wordt voldaan aan de voorwaarden. Dit gaat om zowel woonbestemmingen, bedrijfsbestemmingen als agrarische bestemmingen. Belangrijk is dat de windturbines voor eigen behoefte worden geplaatst en dat geen sprake is van bedrijfsmatige energieopwekking. Opwekking voor bijvoorbeeld een lokale energiecoöperatie is wel mogelijk, mits passend binnen de andere voorwaarden van het beleid.
Figuur 5. een kleinschalige windturbine (bron: EAZ windmolens)
20
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
2.4.4.3 Zonneparkenbeleid Op 28 november 2019 heeft de gemeenteraad het beleid Zonneparken in Midden-Groningen vastgesteld. Uitgangspunt in dit beleid is het toestaan van kleine en grote parken met zonnepanelen in het buitengebied ten behoeve van elektriciteitsopwekking. In het beleid zijn gebieden aangewezen die in principe voor de realisatie van een zonnepark in aanmerking komen. Het gaat om tijdelijke zonneparken, tot een maximum van 30 jaar. Voor de realisatie van een zonnepark is altijd een aparte planologische procedure c.q. procedure omgevingsvergunning nodig. Met die reden zijn in het bestemmingsplan buitengebied geen regels voor de aanleg van opgenomen. 2.4.5
Detailhandelsvisie Op 9 december 2019 heeft de gemeenteraad de Detailhandelsvisie en de Uitvoeringsagenda vastgesteld. Detailhandel is een belangrijke sector voor de gemeente Midden-Groningen. Naast dat het een belangrijke werkgever is, draagt detailhandel bij aan de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van (de centra en kernen in) Midden-Groningen. De detailhandelssector is een dynamische sector en sterk aan verandering onderhevig. Het is belangrijk om de detailhandel ook in de toekomst aantrekkelijk te houden. In de uitvoeringsagenda is een aantal actiepunten opgenomen waar gemeente, ondernemers en vastgoedeigenaren ieder een verantwoordelijkheid in hebben. Doel van de detailhandelsvisie is concrete afspraken te maken om stappen te zetten naar een vitale en toekomstbestendige detailhandelsstructuur in de gemeente. De visie heeft geen directe invloed op de uitgangspunten van dit bestemmingsplan. Er worden geen nieuw detailhandelsbedrijven toegestaan. Bestaande detailhandelsbedrijven houden hun bestaande rechten. Verder is ondergeschikte en productiegebonden detailhandel toegestaan bij (agrarische) bedrijven.
2.4.6
Overig beleid Bij de gemeente zijn op diverse beleidsterrein verschillende beleidsregels van kracht. Ook is er beleid in voorbereiding dat van invloed is op (de planregels van) het bestemmingsplan. In het kader van dit bestemmingsplan zijn van belang:
2.4.6.1 Beleidsregel paardenhouderijen Medio 2019 is door het college van burgemeester en wethouders de beleidsnotitie Paardenhouderij vastgesteld. Deze notitie is een harmonisering van het bestaande beleid van de drie heringedeelde gemeenten. In de notitie is beleid opgesteld hoe moet worden omgegaan met het hobbymatig houden van paarden, het realiseren van een paardenbak of het bedrijfsmatig opzetten van een paardenhouderij. Gekozen is om ruimte te bieden voor dergelijke ontwikkelingen mits dit geen afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat van de omgeving. De criteria van deze beleidsnotitie zijn in de planregels van het bestemmingsplan verwerkt. 2.4.6.2 Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroep en bedrijven Medio 2019 is de beleidsnota Aan-huis-verbonden-beroepen en bedrijven vastgesteld. Hiermee is een eenduidige regeling opgesteld, die voor het gehele grondgebied geldt en die zowel gebruikt kan worden als blauwdruk voor gebruiksregels bij bestemmingsplannen als afwegingskader voor individuele gevallen. In de nota is er voor gekozen om aan-huis-verbonden- beroepen en bedrijven zoveel mogelijk bij recht toe te staan en uit te gaan van een "ja,mits" benadering. De nota somt criteria op waaraan moet worden voldaan om een activiteit als beroep of bedrijf aan huis te ontplooien. Met de uitgangspunten van deze nota wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden.
21
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
2.4.6.3 Beleidsnotitie kamperen Op dit moment beschikken de drie voormalige gemeenten over afzonderlijk (ad-hoc) beleid op het gebied van kleinschalige recreatie. Het is de bedoeling om dit beleid te harmoniseren en uiteindelijk één beleid vast te stellen. Vooruitlopend hierop is een beleidsnotitie Kamperen opgesteld, waarin kaders worden gesteld voor kleinschalige recreatieterreinen. Uitgangspunt is dat ruimte wordt geboden aan kleinschalig kamperen in de vorm van mini-campings op of bij agrarische bedrijven en woningen. Waar nodig wordt in dit bestemmingsplan met de notitie kamperen rekening gehouden. 2.4.6.4 Gebiedsvisie Mestopslag De gemeente Midden-Groningen wil naast de opslagmogelijkheden voor mest op of direct aan agrarische bouwvlakken incidenteel ook ruimte bieden voor mestopslag op veldkavels. Concreet gaat het dan over de aanleg van foliemestbassins en/of mestzakken, alsmede over de bouw van (verdiepte) mestsilo's, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. De provincie stemt hier alleen mee in als daaraan een gemeentelijke gebiedsvisie ten grondslag ligt. Deze gebiedsvisie is inmiddels opgesteld en de provincie heeft daarmee ingestemd. Hiermee is voldaan aan de Provinciale Omgevingsverordening. De in de visie opgenomen afwegingskaders zijn in het bestemmingsplan Buitengebied vertaald.
2.4.6.5 Beleidsregel kleinschalige bedrijvigheid buitengebied De beleidsregel kleinschalige bedrijvigheid buitengebied biedt een toetsingskader voor een breed scala aan kleinschalige (neven)activiteiten bij in het buitengebied. Hieronder worden verstaan: recreatie verblijf, waaronder Bed & Breakfast en groepsaccommodaties en boerderijwinkels en caravanstalling. Het beleid is bedoeld voor zowel agrarische bedrijven die zich willen verbreden als nieuwe economische activiteiten in vrijkomende (agrarische) bebouwing. 2.4.6.6 Archeologie Voor het grondgebied van Midden-Groningen is een eenduidig archeologiebeleid opgesteld. Niet alleen wetgeving verplicht de gemeente dat, maar ook het gegeven dat de drie fusiegemeenten ieder afzonderlijk - en verschillend beleid op het gebied van archeologie en cultuurhistorie hadden, was noodzaak tot harmonisering. Bovendien voldeed het beleid om diverse redenen niet (meer) volledig aan de huidige wet- en regelgeving. De gemeenteraad heeft op 23 april 2020 het nieuwe Archeologiebeleid vastgesteld. In het nieuwe beleid is geformuleerd hoe de gemeente om wil gaan met de geïnventariseerde waarden. In het beleid worden de algemene uitgangspunten geformuleerd van het beleid dat de gemeente voorstaat op het gebied van archeologie. Het beleid is vertaald in een Archeologische beleidskaart en concrete beschermingscategorieën.
De Archeologische beleidskaart en beschermingscategorieën zijn in voorliggend plan vertaald op de verbeelding en in bijbehorende beschermde regels.
2.5
Overig regionaal beleid Lichthinder Hierover hebben LTO Noord, Natuur en Milieufederatie Groningen en Friese Milieu Federatie hebben op 18 mei 2015 een convenant getekend om samen de lichthinder door melkveestallen in het donkere buitengebied van Groningen en Friesland te voorkomen en verminderen. De
22
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
ambitie is om zowel de lichtemissie vanuit bestaande stallen te verminderen als storende lichtuitstoot van nieuwe melkveestallen te voorkomen. De nieuwe generatie melkveestallen wordt gekenmerkt door hogere en meer open zijwanden dan hun voorgangers. Welzijn en gezondheid van het vee zijn gebaat bij deze ontwikkeling. Tevens is er in de nieuwe stallen meer verlichting. Dit heeft een positief effect op de vruchtbaarheid, het dierenwelzijn, de melkproductie en de werkzaamheden in de stal. Het open karakter van deze stallen houdt ook in dat direct omwonenden en voorbijgangers hinder kunnen ervaren vanwege de nieuwe verlichting die in deze stallen toegepast wordt. Storend vanwege de lichtintensiteit, het zichtbare oppervlak, de helderheid van het oppervlak en het contrast met de omgeving. Om deze hinder te beperken is een methodiek ontwikkeld die tot doel heeft grenzen te stellen aan de maximale hoeveelheid licht die op enig moment nog vanuit een melkveestal naar buiten mag treden. De Natuur en Milieufederaties en LTO Noord zijn tevreden met de ontwikkelde methodiek, omdat de hierin aanbevolen maatregelen, grenswaarden en voorwaarden zowel praktisch uitvoerbaar zijn voor de melkveehouder als handhaafbaar voor provincies en gemeenten. Het streven is dat in 2022 alle bestaande stallen voldoen aan de omschreven grenswaarden en richtlijnen.
Omdat ingrepen en aanpassingen in reeds vergunde, bestaande stallen alleen op vrijwillige basis kunnen plaatsvinden, bendadrukken LTO Noord, Natuur en Milieufederatie Groningen en Friese Milieu Federatie het belang van een gesubsidieerd optimalisatietraject om de benodigde maatregelen een impuls te geven.
Hoofdstuk 3
Gebiedsanalyse en planbeschrijving
Dit hoofdstuk geeft in de eerste twee paragrafen de ontstaansgeschiedenis van de gemeente weer. Daarbij wordt in de eerst ingegaan op de bewoningsgeschiedenis en vervolgens wordt de geschiedenis van het landschap beschreven. Daarna volgt een beschrijving van het plangebied aan de hand van diverse thema's. Aandacht wordt besteed aan achtereenvolgens de landbouw, de natuur, het toerisme en de recreatie, het wonen en de niet-agrarische bedrijvigheid. Aan het eind komen de infrastructuur en de nutsvoorzieningen aan bod die in het plangebied voorkomen.
3.1
Bewoningsgeschiedenis In de gemeente komen verschillende gebieden met ieder een eigen geschiedenis voor. Het gebied laat zich over het algemeen kenmerken als veengebied. Veengebieden Een deel van het noordelijk deel van de gemeente beslaat een groot deel van de streek 'Duurswold'. Het Duurswold heeft zijn naam te danken aan het karakter dat het vroeger bezat. Er was sprake van lage gronden waarop struiken en bomen elkaar afwisselden. Het gebied werd ook wel de Zevenwolden genoemd, naar de zeven concentraties die op de zandrug waren ontstaan. De streek behoort tot de laagste delen van de provincie. Vroeger stroomde het water van de hogere klei- en zandgronden hier naar toe en ontstonden er meren. Het huidige Schildmeer is hiervan nog een overblijfsel. Bewoning ontstond op de hogere, drogere zandrug in het Duurswold. Het huidige bewoningspatroon is nog steeds op deze rug, die loopt van Ruischerbrug (via Harkstede, Slochteren en Siddeburen) naar Wagenborgen, gesitueerd. . Ook buiten het 'Duurswold' komen de dekzandruggen voor. Nederzettingen ontstonden ook op de dekzandruggen van Noord- en Zuidbroek en Meeden. Deze dekzandruggen zijn gevormd in de laatste ijstijden en zijn een hogere en droge plek in het omringende natte hoogveengebied. Vanuit de nederzettingen werden de omliggende veengebieden ontgonnen.
Na een grote overstroming van de Dollard komt de ontwikkeling van dit gebied in een versnelling. De Dollard
23
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
zet vruchtbare klei af, waarin de agrariërs wel waren geïnteresseerd. Onder leiding van diverse compagnies worden ook de veengebieden vergraven en in cultuur gebracht. Om de veenkoloniën beter te ontsluiten en de turf te kunnen afvoeren, wordt in 1650 het Winschoterdiep gegraven en kort daarna het Muntendammerdiep. De bebouwing verspreidt zich over de lengte van de zandrug. In 1850 is er al vrijwel één lang bebouwingslint van Noordbroek tot aan Meeden. Ook het gebied rondom en in Hoogezand bestaat uit grootschalige veenontginning. Het uiterlijk en de structuur in deze gebieden is zuiver functioneel en kunstmatig van aard. Kanalen waren nodig voor het transport van de afgestoken turf, de vele wijken en zwetsloten dienden tegelijk ook voor de afwatering van de gebieden. Het Winschoterdiep vormde het hoofddiep, waarvan alle ontginningen in deze gemeente afgeleid werden. Vanaf het hoofddiep werden diepen het veen ingegraven. Op vaste afstand worden dwars op een diep wijken gegraven, met daartussen zwetsloten. Langs de diepen werden wegen aangelegd, waarlangs de nederzettingen ontstonden. De richting die met name aan de zuidzijde is aangehouden, schuin op het Winschoterdiep, is bepaald door de bodemgesteldheid. De graafrichting loopt loodrecht op de hoogtelijnen, waardoor een optimale natuurlijke ontwatering werd verkregen. Elk diep met zijtakken vormt een ontginning.
De grens tussen de ontginningen werd meestal gevormd door een zogenaamde achterweg, een pad in het land parallel tussen de diepen. Iedereen vestigde zich langs het kanaal: de veenarbeiders in hun veelal aaneen gebouwde dwarshuisjes op kleine ondiepe kavels en de boeren in hun boerderijen. De systematiek van diep en wijken drong ook daar in door doordat naast een wijk steeds een boerderij kwam te staan. De veenkoloniale landschapsstructuur wordt zo rigide met een strak vestigingspatroon. In de veenkoloniën staan ook renteniershuizen, zogenaamde 'Veenborgen'. Veelal betreft het huizen van grondeigenaren uit de stad Groningen. Er is een behoorlijk aantal veenborgen geweest. In de gehele gemeente gaat het om een getal van rond de veertig. Langs het Winschoterdiep worden meer echte buitenhuizen gebouwd, met een achterliggend park of lusttuin. Kleigebieden Het gebied aan de noordkant van de gemeente kent een andere bewoningsgeschiedenis dan de rest van de gemeente. Dit gebied maakte deel uit van de meest zuidelijke zone van wierdenbewoning (omgeving Overschild/Luddeweer). In dit gebied liggen verschillende inversieruggen (met klei opgevulde restanten van voormalige rivierbeddingen of kreken) en oeverwallen waarop in de Romeinse tijd bewoning mogelijk werd.
3.2
Landschap en cultuurhistorie Gelaagdheid in het landschap Het landschap van Midden-Groningen heeft een duidelijke gelaagdheid. Het oude landschap vormt de basis. De nog zichtbare kenmerken zijn ontstaan vanaf het einde van de voorlaatste ijstijd Saalien. We hebben het dan over een periode van ruim 130.000 jaar. In het huidige landschap is een duidelijke samenhang zichtbaar tussen de ontginningswijze van met name het oude veenlandschap, de grootschalige infrastructuurlijnen door het gebied en de economische ontwikkeling van het gebied. Het landschap in de gemeente Midden-Groningen bestaat grofweg uit: De oudere zeekleipolders met het zeer open wierdedorpenlandschap in het noorden (Centrale Woldgebied en Duurswold); De jongere, eveneens zeer open zeekleipolders in het oosten (het Oldambt); De middeleeuwse agrarische veenontginningen in het midden en westen (Gorecht);
24
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
De Veenkoloniën in het zuiden.
Op de overgang van het wierdedorpenlandschap naar de agrarische veenontginningen ligt in zuidwest-noordoostelijke richting een (groene) zone met natuurgebieden. Deze zone loopt vanaf Waterhuizen tot aan het Schildmeer. De groene zone is grotendeels onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Meren (waaronder het Schildmeer en het Zuidlaardermeer) en plassen zijn onderdeel van deze zone. Evenwijdig aan de groene zone ligt het slingerende bebouwingslint van Harkstede tot Siddeburen. Veenontginning en vervening In 7.000 v. Chr. moeten er al op kleine schaal mensen in het gebied van Midden-Groningen geleefd hebben. Structurele bewoning vindt pas sinds de 6e eeuw na Chr. op de drogere plekken plaats. Vanaf de 10e eeuw greep de mens steeds meer in op het oude landschap. In het Duurswoldster deel startten boeren met het systematisch ontginnen van het veen voor de landbouw. Het ging hier om randveenontginningen: boeren vestigden zich aan de rand van het hoogveen en ontgonnen het achterland. Dit leidde tot de karakteristieke opstrekkende verkaveling met smalle, diepe percelen. Ook groef men kleinschalig turf af voor eigen gebruik. Om de veengronden geschikt te maken voor landbouw, voerde men het grondwater af. Hierdoor klonk het veen langzaam in, waardoor de gronden op den duur opnieuw te nat werden. De bewoners trokken verder het veenland in. De nederzettingen schoven op.
Zo ontstond een laag gelegen ontginningsvlakte met daaromheen het lint van de randveenontginningsdorpen van Harkstede tot Siddeburen. In het huidige landschap valt het contrast tussen de beslotenheid van dit groene dorpslint en de openheid van het buitengebied op. In het achterland liggen nog delen van de oude bewoningslinten, zoals de Groenedijk en het buurtschap Denemarken. Rond 1200 was het veenontginningsgebied grotendeels in cultuur gebracht. Ten noorden en westen van het Schildmeer kreeg men door de inklinking van het land te maken met wateroverlast. Het overtollige water werd afgevoerd. Veendijken moesten voorkomen, dat water uit de omliggende gebieden alsnog de laaggelegen weilanden rond het Schildmeer overstroomde. Veendijken vinden we terug bij de Graauwedijk, de Borgweg bij Kolham, de Hoofdweg door Tjuchem, Veendijk bij Siddeburen en delen van de Luddeweersterweg. In opdracht van de kloosters van Aduard en Essen begonnen in het begin van de 13e eeuw boeren bij Wolfsbarge in de Veenkoloniën met systematischer vervening. Vanaf 1600 werd de turfwinning grootschaliger en commerciëler aangepakt. De afvoer van turf vond plaats via het Winschoterdiep. Vanuit Hoogezand en Sappemeer werd in zuidoostelijke richting verveend. De ontginningsassen Kielsterdiep en Kalkwijk kwamen uit in het Winschoterdiep. Dwars hierop lagen zijwijken.
De veenkoloniën Kiel-Windeweer, Borgercompagnie en Tripscompagnie ontstonden. Tussen 1600 en 1800 ontstond een fijnmazig net van waterwegen. Het patroon van de waterlopen en de lange legakkers in het veenkoloniale landschap is nog altijd goed te zien in het landschap. In het Oldambt in het oosten van de huidige gemeente Midden-Groningen kwam de zee in de jaren 1507 tot 1509 tot aan Noordbroek, Zuidbroek, Meeden en Westerlee. In de loop van de 16e eeuw begon men het verdronken land terug te winnen ten behoeve van de landbouw. In de 18e en 19e eeuw breidde het akkerland zich hier steeds verder uit ten koste van het grasland. Zo ontwikkelde het Oldambt zich tot de graanschuur van Nederland. In Duurswold tenslotte baggerden ondernemers aan het eind van de 18e eeuw het resterende laagveen weg. Uiteindelijk is in heel Noord-Nederland het hoogveen nagenoeg verdwenen; vergaan door landbouwkundig gebruik, afgegraven ten behoeve van de turfwinning of weggeslagen door de zee of bedekt met zeeklei. Ruilverkavelingen Door de ruilverkavelingen van de 20e eeuw verdwenen veel oude verkavelingspatronen en historische landschapskenmerken. In het Oldambt ontstond een modern-rationeel