CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Bijlage 2 - Ingekomen reacties belanghebbenden uitgangspunten beleidsherziening zonneparken

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Herziening zonneparkenbeleid (2023)5.357 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Ingekomen reacties belanghebbenden na consultatie omgeving betreft uitgangspunten beleidsherziening zonneparken E-mailberichten Energiecoöperatie Collectief Duurzaam Lageland 5 april 2023 Dank voor het toezenden van onderstaande mail. Een reactie vanuit Lageland namens energiecoöperatie Collectief Duurzaam Lageland. Inmiddels ervaringsdeskundig omdat we het grote zonnepark polder Lageland/Meerstad Noord in de achtertuin krijgen (175 hectare). Ter overweging om aan beleidsmedewerkers en gemeenteraadsleden mee te geven. Als energiecoöperatie zijn wij natuurlijk voorstander van de transitie naar duurzame energie, maar draagvlak daarvoor via een zorgvuldig participatieproces blijft lastig. Enerzijds omdat wij als provincie al decennia lang een energie wingewest zijn voor Nederland en dat ook blijven vanwege de gigantische RES bieding die Groningen heeft gedaan. Veel meer dan nodig voor eigen inwoners. Anderzijds worden (middel) grote zonneparken vaak gerealiseerd door ontwikkelaars die met de opbrengsten vertrekken uit het gebied, energiecoöperaties/lokale omgeving/lokaal eigendom daarbij negerend of afschepen met een fooi. Harde wetgeving om e.e.a. af te dwingen is nog steeds niet goed geregeld.

Zolang de opgewekte energie samen met bijbehorende opbrengsten grotendeels verdwijnen uit het gebied en omwonenden worden afgescheept met een mager gebiedsfonds, zullen bewoners nooit warmlopen voor draagvlak en is er geen sprake van een gedragen energietransitie. Energiecoöperaties zijn er genoeg in de gemeente Midden-Groningen, de meeste hebben zich verenigd via regiotafelverband en zijn lid van de daarboven hangende Groninger Energiekoepel. Ook Drenthe en Friesland hebben een dergelijke structuur. Veel coöperaties wekken ook eigen duurzame zon- en/of windenergie op en leveren dit hoofdzakelijk aan de noordelijke echt groene energieleverancier Energie van Ons. Energiecoöperaties hebben leden die weer profiteren van de opbrengsten van groene stroom, de lokale omgeving krijgt een impuls voor leefbaarheid en duurzaamheid. Energie van Ons stimuleert ook lokale initiatieven met een deel van haar opbrengsten. Gemeenten en energiecoöperaties zouden samen meer kunnen optrekken en zorgen voor een gedragen energietransitie van onderop. Meer lokaal eigendom, samen richting energie-neutrale dorpen. Er zitten echter wel haken en ogen aan het verhaal. CDL is in eerste instantie tegen wil en dank opgericht, omdat we medio 2019 hoorden dat er een mega zonnepark in onze polder komt.

Wilden we als dorp een officiële gesprekspartner zijn, dan hadden we een coöperatie nodig om lokaal eigendom af te kunnen dwingen. Gelijkwaardigheid in het participatieproces is in Lageland nooit aan de orde geweest. De gemeente Groningen kwam met de mededeling: dit is het beleid, de stukken zijn jaren geleden al goedgekeurd en in jullie polder komt 200 hectare zonnepark. Alleen over de bufferzone eromheen mogen jullie meepraten. Na twee jaar overleg met omwonenden (lees: met de rug tegen de muur een strijd voeren) is eruit gesleept dat er een gebiedsfonds voor direct omwonenden komt (lees: compensatie voor de overlast), een landschappelijk zorgvuldig ingebed compact zonnepark (nog steeds groot, 175 ha.) in het midden van de polder met daaromheen een royale biodiverse buffer.

Daarnaast heeft CDL gestreden voor lokaal eigendom. Dat is geen 50% maar 10% geworden. Het lokale en coöperatieve zonnepark wordt daarmee zo'n 16 tot 17 hectare. Dat lijkt mooi, maar wij kunnen inmiddels vanuit ervaring vertellen dat het niet meevalt om ook daadwerkelijk een eigen coöperatief zonnepark te realiseren. Er is veel voorfinanciering nodig, banken geven dat niet en fondsen zijn beperkt voorhanden of vragen bizarre terugbetaling, met een dunbevolkt gebied is het ook geen optie om zelf miljoenen op de plank te leggen. Kortom, het is en blijft een puzzel om lokaal eigendom te realiseren. Een voorfinanciering vanuit de "gemeentelijke leenbank" met reële terugbetalingsregeling zou heel welkom zijn. Laten we met elkaar het gesprek daarover eens voeren, gemeente en energiecoöperaties. Om die laatste 150 hectare in Midden-Groningen ook echt netjes op een gedragen manier en via lokaal eigendom in te vullen. Op zich heeft Lageland wel genoeg grootschalige zonneparken in de directe omgeving. In Woudbloem wordt ook een park gerealiseerd. Dat is voorlopig genoeg glasvervuiling in onze open landelijke omgeving. Tenslotte nog een koppelkans vanuit de energietransitie. De gemeente Groningen gaat haar "vitamine G plan" vorm geven bij de landschappelijke inpassing van het zonnepark.

De natuurgebieden bij Kardingen en Noordwolde worden verbonden met nieuwe natuur langs de Slochterdiepzone. Misschien dat de gemeente Midden-Groningen daarin een samenwerking kan aangaan met Groningen. Omdat de Slochterdiepzone in Lageland bijna overgaat in het natuurgebied Rijpema achter de ijsbaanlocatie Lageland. Deze sluit weer mooi aan op Roegwold.

Regiotafel Energiecoöperaties 19 april 2023 Herbeoordeling gemeentebestuur zonneparkenbeleid 2019 Reactie Regiotafel, het overleg van de energiecoöperaties binnen de gemeente Midden-Groningen. 19 april 2023 De energiecoöperaties van Midden-Groningen maken graag gebruik van de mogelijkheid om te reageren op de ‘Uitgangspunten herziening zonneparkenbeleid Midden-Groningen’, van 5 april 2023. Onze reactie betreft meerdere onderdelen, hieronder per paragraaf behandeld. Schrappen zoekgebieden Een van de aanleidingen voor de herziening van het zonneparkenbeleid is het in zicht komen van de bovengrens van de grondoppervlakte voor zonneparken in de gemeente. Die grens is 600 ha, terwijl nu 425 tot 450 ha voor zonneparken wordt benut. Er is dus nog een beperkte ruimte. Allereerst lijkt het ons goed om na te gaan wat we uiteindelijk aan duurzame energie nodig hebben om dorpen en wijken van het gas af te halen, en welk deel van deze energie lokaal opgewekt zal worden. Aan de hand daarvan kunnen we kijken hoe we deze benodigde energie lokaal gaan opwekken, rekening houdend met de kwaliteit van het landschap en het standpunt van omwonenden en gebruikers van de omgeving. Wij gaan er vooralsnog van uit dat het totaal van 600 ha onvoldoende zal zijn om daarmee de Midden-Groningse dorpen en wijken van het gas af te halen.

De realisering van de doelen uit het beleid van 28 november 2019 is nog maar voor ongeveer de helft van de 600 hectare bereikt. De

doorlooptijd van ontwikkeling van een zonnepark kan zeer lang zijn. Gelet op die beide aspecten is het niet goed om het aantal mogelijke locaties te beperken en om zoeklocaties langs de N33 niet langer als zodanig te beschouwen. Het aantal niet gerealiseerde hectares geldt ook voor zonnepark bij Geerlandweg/Siddeburen/N33. Dit is een locatie die de energiecoöperatie Duurswold betreft. De in de notitie “Uitgangspunten ..” genoemde argumentatie om locaties te schrappen gaat – hoogstens – op voor het gebied tussen het Winschoterdiep aan de noordkant en de dorpen Meeden en Muntendam. Kleinschalig vs. grootschalig Kleinschalige zonneparken, in het voornemen opgeschaald tot 10 ha, zouden voorrang moeten krijgen in de nog beschikbare ruimte, mits deze van onderop worden ontwikkeld met de participatie vanuit de inwoners uit dorpen en wijken. Natuurlijk juichen wij dat toe, als energiecoöperaties zijn wij uitstekend in staat om de inwoners in de lokale omgeving te interesseren in lokale, groene energieprojecten. Tegelijkertijd is het naar onze mening niet zo, dat volstaan kan worden met een ‘plafond’ van 600 ha voor de ontwikkeling van grote zonneprojecten. Wij onderkennen dat onze Gemeente in 2019 met het vastleggen van een oppervlak van 600 hectare in 2025 provinciaal koploper was en als energiecoöperaties schatten wij dat nog steeds op waarde.

Maar daarnaast vermoeden dat de verdere omschakeling naar duurzame energie na 2025 zal vergen dat er meer hectares met zonnepanelen belegd zullen moeten worden. Het is dan ook onverstandig om nu te ‘knijpen’ en dat is wel wat wij zien in uw notitie “Uitgangspunten …” Onze opvatting baseren wij mede op bevindingen zoals die van het PBL en het IPCC. De dorpsmolen Een mogelijk alternatief voor méér hectares zonnepanelen kan wellicht worden gevonden in de inzet van meer dorpsmolens1. De combinatie van wind en zon geeft immers een stabielere opbrengst van energie, zeker in combinatie met opslag. Daarnaast leggen dorpsmolens een minder groot beslag op de ruimte dan zonneparken. Wij zouden hier graag met u op willen studeren. Er zal veel meer duurzame energie opgewekt moeten worden. De voortgang van de energietransitie verloopt mondiaal en nationaal zo dat in 2019 gestelde streefniveaus anno 2025 ontoereikend zullen zijn om onomkeerbare klimaatverandering in 2030 of 2050 tegen te gaan. Zonder adequate maatregelen verloopt die klimaatramp van Valkenburg via Vanuatu naar Valom, en dat is vlakbij ! Lokaal opwekken én gebruiken Als bewoners hechten wij grote waarde aan de kwaliteit en het gebruik van het landschap.

Als gevolg van de energietransitie zien wij het landschap veranderen, door de lokale energieopwekking, maar ook door grote hoogspanningsleidingen die de stroom vanuit de Eemshaven in het land brengen. Door zo veel mogelijk lokaal energie op te wekken én lokaal te gebruiken belasten we het stroomnet minder, kunnen we lokaal eigendom maximaal bevorderen en zijn we eigenaar, niet alleen van onze eigen dorpen en wijken, maar ook van onze eigen energie. Wij verzoeken u het uitgangspunt: zo veel mogelijk lokaal opwekken, opslaan én gebruiken mee te nemen in het vernieuwde zonneparkenbeleid.

1

In Groningen kunnen dorpsmolens met een ashoogte tot 15 meter worden ingezet. Echter, in toenemende mate zijn hiermee problemen in de rentabiliteit. Met hogere dorpsmolens tot 50 meter zijn in andere provincies positieve ervaringen opgedaan, ook in de acceptatie door bewoners.

Lokaal eigendom Wij nemen 50% lokaal eigendom letterlijk. Tenminste 50% van het energieproject is het eigendom van de energiecoöperatie, waarin de bewoners van het gebied participeren (coöperatieve structuur). De coöperatie trekt daartoe middelen aan van bewoners, vreemd vermogen (leningen) en subsidies. Wij zijn graag bereid het principe van tenminste 50% lokaal eigenaarschap met u van een scherpe definitie te voorzien, zodat u deze definitie mee kunt nemen in het toekomstige vergunningenbeleid. Als voorbeeld voor de organisatie van het lokaal eigendom kan de methode van de gemeente Westerwolde dienen. Zij stelt een harde eis aan 50 % lokaal eigendom in de vorm van de toetreding van een lokale partij. Als dit gehaald wordt, landt de winstdeling direct bij de deelnemers. Wordt de 50 % lokaal eigendom niet gehaald, dan is er een verplichte afdracht in een duurzaamheidsfonds. De gemeente Westerwolde geeft rekenvoorbeelden met de hoogte van afdrachten in het fonds. Bij elk nieuw project organiseert de coöperatie in het eigen gebied weer nieuwe deelnemingen (participaties) van bewoners. Deze bewoners praten en beslissen mee over de vormgeving van het project en de randvoorwaarden van de investering. Als een project slaagt en in exploitatie wordt genomen, is dit ook een succes voor de participatie van bewoners.

We bieden aan om onze werkwijze in de participatie van bewoners samen met u goed te definiëren zodat we er zeker van zijn dat alle coöperatieve energieprojecten altijd tot stand komen met de juiste participatie van bewoners van dorpen en wijken. Zon op dak Wij juichen de aanleg van zonnedaken toe, zo veel mogelijk bruikbare daken zullen energie gaan opbrengen en wij werken daar hard aan mee. Tegelijkertijd zien wij dat ‘zon op dak’ en ‘zon op land’ niet uitwisselbaar zijn. De eigendomssituatie, techniek, volume en verzekeringen zijn alle anders. Wij kunnen ons wel voorstellen dat het helpt om een ‘level playing field’ van dak en land te creëren, waarbij bijvoorbeeld ondersteuning komt voor de kosten van constructeurs en de aanpassing van daken zodat ze geschikt gemaakt worden om een zonneproject te kunnen dragen. Tenslotte, in de reactie van de aardbevingsgemeenten en de provincie Groningen op het eindrapport van de Parlementaire Enquête Gaswinning is gesteld dat een van de maatregelen om de ereschuld aan de Groningers in te lossen is het met voorrang van het gas halen van de woningen in het aardbevingsgebied. Dit kan, als naast alle inspanningen rondom schadeherstel en versterking ook een verduurzamingsslag in de woningvoorraad plaatsvindt. Dat, gecombineerd met voldoende lokaal opgewekte duurzame energie kan de leefbaarheid in de wijken en dorpen beslissend verbeteren.

De lokale energiecoöperaties zijn graag bereid om deze toekomst met het gemeentebestuur en de bewoners mede vorm te geven. De energiecoöperaties binnen de gemeente Midden-Groningen, namens deze

Pure Energie 20 april 2023 Bedankt voor het toesturen van het concept Uitgangspunten Herziening zonneparkenbeleid MiddenGroningen. Wij hebben dit aandachtig doorgenomen en willen graag de volgende feedback geven.

Bladzijde 5 t/m 7 – Resultaat • Meer sturing op draagvlak en maatschappelijk rendement Terecht wordt opgemerkt dat moet worden aangegeven wat precies het ‘voldoende’ betrekken van omwonenden en belanghebbenden inhoudt. Volgens ons is het verstandig als de gemeente definieert dat lokaal eigendom zwaar meeweegt in de afweging om wel of geen toestemming te geven voor het realiseren van een zonnepark. Lokaal eigendom – mits goed geborgd door bijvoorbeeld afspraken tussen een energiecoöperatie en ontwikkelaar – kan wat ons betreft een criterium zijn dat doorslaggevend kan zijn bij wel of niet toestemming geven aan een zonnepark en kan wat ons betreft andere criteria ‘overrulen’. Een ander criterium dat kan worden overruled, is bijvoorbeeld of een zonnepark wel of niet in een zoekzone ligt. Ons advies is dat de gemeente criteria opstelt aan de hand waarvan initiatiefnemers kunnen aantonen hoe zij maatschappelijk rendement voor de omgeving en het lokaal eigendom invullen en hoe door de gemeente beoordeelt of dit voldoende is. • Kwantificatie kleinschalig zonneparken Aangegeven wordt dat de grens voor kwantificatie klein-groot zonnepark opschuift van 5 hectare naar 10 hectare. Dit wordt onder meer gedaan omdat er geen/nauwelijks kleinschalige zonneparken aangevraagd en gerealiseerd zijn.

In het vastgestelde Beleid Zonnepark in Midden-Groningen is een kaart opgenomen met kansrijke gebieden voor de aanleg van kleinschalige zonneparken. Ook is aangegeven dat breed gedragen collectieve initiatieven vanuit dorpen ‘los in het buitengebied’ worden overwogen. Ons advies is om het toestaan van breed gedragen zonneparken, waarbij maatschappelijk rendement en lokaal eigendom is onderbouwd en kan worden aangetoond, niet te koppelen aan maximale omvang en/of kansrijke gebieden. Bij een zonnepark groter dan 10 hectare met maatschappelijk rendement en lokaal eigendom kunnen meer mensen uit de omgeving (in dorpen en buitengebied) profijt hebben. Bovendien is de kans dat er kleinschalige zonneparken worden gerealiseerd niet groot. Dit komt onder andere door de businesscase van dergelijke zonneparken die over het algemeen niet goed is. Door de sterke druk op kostprijsreductie de afgelopen jaren moeten zonneparken zo efficiënt mogelijk produceren en daar is een bepaalde schaalgrootte onderdeel van. • Schrappen bepaalde zoekgebieden Er wordt gekozen voor het schrappen van 3 zoekgebieden in de zone langs de N33 en het gebied rond het klaverblad A7/N33.

Als voornaamste reden wordt genoemd dat het gebied bij Meeden en langs de N33 op meerdere manieren al ingezet zou zijn voor de opwek van duurzame energie en dat dergelijke initiatieven volgens de gemeente op weerstand stuiten van lokale bevolking. In meerdere gemeentes en provincies wordt juist gestreefd naar het realiseren van zonneparken in de omgeving van bestaande infrastructuur, omdat deze hier landschappelijk goed bij passen. In hoeverre er weerstand is tegen initiatieven in deze zoekgebieden heeft volgens ons weinig tot niets te maken met een locatie ten aanzien van de N33, maar meer met het proces richting omwonenden en gebruikers van het gebied door de initiatiefnemers van projecten. Het invullen van maatschappelijk rendement en lokaal eigendom speelt hierbij een belangrijke factor waardoor er wél maatschappelijk geaccepteerde projecten kunnen worden gerealiseerd, ook in deze zoekzone langs de N33. • Zon op dak en andere meekoppelkansen (meervoudig ruimtegebruik) nadrukkelijker voorrang geven Projecten met meervoudig ruimtegebruik krijgen voorrang. Formeel gezien kan er dan prioriteit gegeven worden aan verzoeken die een ‘plus’ kunnen realiseren (bijv. aanleg nieuwe natuur). Ons

advies is om bij de beoordeling van de verzoeken ook waarde te hechten aan op de wijze waarop de ‘plus’ wordt gerealiseerd en wie hier naast de initiatiefnemers bij is betrokken. Het beperken van zicht op een zonnepark door middel van een brede haag kan bijvoorbeeld een ‘plus’ zijn voor omwonenden, maar voor flora, fauna en biodiversiteit geen ‘plus’ zijn door het toepassen van een verkeerde plantensoort. Wanneer een ecoloog of andere organisatie betrokken wordt met kennis van zaken, kan dit worden voorkomen en door het toepassen van de juiste planten ook een ‘plus’ worden gerealiseerd voor flora, fauna en biodiversiteit. Hopelijk kun je deze punten meenemen in de herziening van het zonneparkenbeleid. Indien er nog vragen en/of opmerkingen zijn, dan hoor ik dat graag.

Powerfield 20 april 2023 Dank voor het delen van onderstaande e-mail, hieronder tref je onze reactie aan op de herziening van het zonneparkenbeleid in de gemeente. De gemeente Midden-Groningen heeft destijds in het beleidsstuk ‘Beleid zonneparken MiddenGroningen’ kansrijke locaties aangewezen voor grootschalige zonneparken. In het stuk ‘Herziening zonneparkenbeleid’ is te lezen dat een aantal gebieden zijn geschrapt. Zonneparken hebben een impact op de omgeving, hoewel een zonnepark vaak goed landschappelijk in te passen is merkt de omgeving er altijd iets van. In de evaluatie worden een aantal zaken genoemd zoals: ruimte is schaars, waarde voor bestaand (open) landschap, agrarische gronden, gevoelige locaties en netcongestie Voor een aantal locaties waar al zonneparken zijn gerealiseerd geld dit niet of in mindere mate. Wij willen de gemeente dan ook vragen om uitbreiding van bestaande zonenparken, dus naast bestaande locaties, in overweging te nemen. Onderstaand onze onderbouwing hiervoor: -

De ruimtelijk impact is minder dan bij een nieuw zonnepark, aan één zijde is er al een zonnepark Het open landschap wordt minder aangetast dan bij een nieuw initiatief Door plannen te concentreren (uitbreinding van bestaande projecten) wordt voorkomen dat er een wildgroei aan losse zonneparken komt in de gemeente Zonneparken naast bestaande parken kunnen gebruik maken van dezelfde netaansluiting (eventueel in combinatie met batterijen), Hierdoor wordt efficiënter gebruik gemaakt van het elektriciteitsnetwerk Door plannen te combineren leggen deze ook geen beslag op de schaarse netcapaciteit en blijft er ruimte over op het net voor zon op dak projecten In veel gevallen is de impact voor bewoners kleiner dan bij de bouw van een zonnepak op een nieuwe locatie.

Dit zal niet opgaan voor alle locaties in de gemeente, sommige zijn niet uit te breiden en bij andere zul je te maken krijgen met bewoners die er dichterbij komen te wonen waardoor dit ook onwenselijk is.

Deze locatie zien wij niet geschikt of als minder geschikt hiervoor. Wij zouden het college willen vragen om bovenstaande in overweging te nemen bij de herziening van het beleid. Als je hierover nog vragen hebt mag je contact met mij opnemen.

Energiecoöperatie Duurzaam Menterwolde 21 april 2023 Met deze mail reageert de coöperatieve vereniging Duurzaam Menterwolde U.A. (hierna aangeduid als DM) op het document met de titel “Uitgangspunten Herziening zonneparkenbeleid MiddenGroningen” dat u ons op 5 april jl. toestuurde. Wij duiden dit document hierna aan als “de nota”. Op 14 april 2022 konden inwoners en organisaties zoals wij in twee minuten wensen voor een werkprogramma van de nieuwe gemeenteraad voorleggen aan de nieuwe gemeenteraad, die als luisteraar aanwezig was. Wij riepen toen op tot een evaluatie van het zoneparkenbeleid 2019. Nu brengt het gemeentebestuur met de nota een herziening van het beleid op gang. Dat is iets anders, en ook minder, dan een evaluatie. Bij een evaluatie wordt gekeken wat goed, minder goed en niet goed is gegaan en door welke oorzaken dat komt en hoe het beter kan. Alleen dat laatste element staat in de nota, dat wil zeggen er wordt voorgesteld om op vier punten van het beleid uit 2019 dingen anders en beter te doen, een ander “resultaat” te bewerkstelligen. Op die vier punten, reageren wij zo dadelijk ook, maar het zou wat ons betreft over meer moeten gaan.

Zo zou er kritisch en nauwgezet naar gekeken moeten worden hoe het komt dat er sedert 2019 maar drie keer een vergunning voor een grootschalig zonnepark is verleend, door welke oorzaken er maar bij één van die drie lokaal eigendom zal zijn en of het gemeentebestuur voldoende en op de juiste wijze werk heeft gemaakt van dat onderdeel van het beleid uit 2019. Hiermee zijn wij terecht gekomen bij het eerste van de vier punten van wijziging, namelijk “meer sturing op draagvlak en maatschappelijk rendement”, te lezen in 18 regels op blz. 5 van de nota. DM is het daar wel mee eens. Echter, in die 18 regels ontbreekt een uitwerking van hoe en wat het gemeentebestuur op het punt van draagvlak en maatschappelijk rendement beter kan of wil gaan doen. Misschien komt dat nog in een vervolgnota te staan en verwachten wij nu meer dan al bedacht is. In dat geval denken wij graag op een concrete niveau mee over voorstellen tot verbetering.

Wel plaatst DM bij deze passage de volgende kanttekeningen, deels vragen : Blijft de inhoud van de Raadsbrief van 16 maart 2022, nummer 763676 gelden ? In welke concrete situaties ziet het gemeentebestuur dat ( 5e en 6e regel) “omwonenden niet altijd actief en bewust meegenomen zijn in de planvorming” ? Wordt gedoeld op tekortkomingen in situaties waarin een coöperatie actief was ? of DM zelf ? Draagvlak is voor DM een voorwaarde om een project te willen realiseren. Lastig is dat er niet een voor veel situaties hanteerbare definitie van draagvlak is. Een voorstel lijkt ons te redeneren vanuit het resultaat en wel als volgt :

“Als er geen protest van enige omvang uit de nabije omgeving van een beoogd zonnepark komt en de initiatiefnemers tonen aan dat zij die omgeving tijdig, helder en open hebben geïnformeerd over het beoogde park, is er draagvlak.” Wij praten graag met u over deze suggestie. Tweede punt : verhoging 10 ha van wat als een kleinschalig zonepark wordt aangemerkt. DM is het daarmee eens. Echter, de inschatting (op blz. 6 bovenaan) dat met deze wijziging in het beleid lokale initiatieven beter gestimuleerd worden en vooral de – impliciete - aanname dat er dan meer kleinschalige parken gerealiseerd zullen worden, lijken ons erg optimistisch. Derde punt : Schrappen zoekgebieden G, H en I. Afgezien van het feit dat het ons met deze wijziging nog moeilijker gemaakt zou worden om voor ons plan i.v.m. Zonnepark aan de Pastorieweg vergunning te krijgen, zijn wij et met deze wijziging niet eens, want : a. De onderbouwing die op blz. 6 voor deze wijziging wordt gegeven is hoogstens van toepassing op het deel van de zoekzone langs de N33 dat ten zuiden van het Winschoterdiep ligt. Wij merkten daar veel weerstand en zagen om die reden begin 2022 af van samenwerking met Statkraft aan voorbereidingen voor een project in dat gebied, ten noorden van Meeden en ten zuiden van het spoor naar Scheemda. b. Het afschalen van het aantal zoekzones is onverantwoord.

Het is namelijk nog maar de vraag of er per 2025 voor de volle 600 hectare projecten zullen zijn en daarom moeten er voldoende locaties blijven om kansen te kunnen benutten. Daarbij komt dat één van de overige zoekzones als gevolg van het Ruimtelijk-Economisch perspectief A7-N33 (N.B. een besluit van - o.a.- onze gemeente) in 2022 bestemd is voor industrievestiging. Vierde punt : Zon op dak en meer koppelkansen. Wat betreft zon op dak verwijzen zij naar de reactie die de Regiotafel Midden-Groningen van GrEKcoöperaties 19 april jl. op de nota indiende. Tegen het benutten van koppelkansen zijn wij niet, maar bij de beoordeling van Principeverzoeken en Aanvragen zal primair het beleid met betrekking tot lokaal eigendom tot uitvoering gebracht moeten worden. Tot zover over de “vier punten”. Onze prioriteit voor beter beleid. Wij vinden dat aan de Gemeenteraad – eventueel als een keuzevariant - voorgelegd moet worden om te beslissen dat het door initiatiefnemers van een grootschalig zonnepark realiseren van 50 % lokaal eigendom een reden moet zijn om wel vergunning te krijgen voor een park buiten de zoekzones, mits a) dat park landschappelijk goed wordt ingepast en b) er een ecologische plus met het park gerealiseerd wordt.

Daarbij hoort dat de bedrijfsresultaten die via het lokaal eigendom worden verkregen, in de lokale gemeenschap aangewend worden. Overige opmerkingen. Het is naar onze inschatting nog te vroeg om voor te sorteren op het bereiken van de bovengrens van 600 hectare. Op nog maar de helft van dat aantal hectares wordt daadwerkelijk elektriciteit opgewekt. Bij meerdere van de 7 parken die de som (op blz. 3 van de nota) tot 425 a 450 hectare laten oplopen, zijn nogal wat haken ogen en onzekerheden. Wij vatten de nota op in die zin dat de vier punten- als de Gemeenteraad daartoe op 29 juni of later besluit - in het Beleid van 2019 op bepaalde punten wijziging brengen en dat dat beleid voor het overige ongewijzigd blijft. Als deze aanname onjuist is, dan hopen wij dat te mogen horen. We vragen ons af of er niet meer verbeteringen uitgewerkt kunnen worden. Als voorbeeld noemen wij dat het aspect van een “ecologisch plus van zonneparken” uitgewerkt zou kunnen worden waarna dit ook als een koppelkans aangemerkt zou kunnen worden. Daarmee zou dit aspect ook een factor kunnen worden inde belangenafweging, zoals samengevat weergegeven op blz. 8 bij 4 onder “Effecten”. Deze maand publiceerde de Natuur- en Milieufederatie Groningen een handreiking over biodiversiteit en zonneparken. Vanuit onze locatie Sunbrouck DM overigens mee aan de totstandkoming daarvan.

Het is opvallend om in de opsomming op blz. 4 in de eerste alinea onder “Doelstelling” nog voor de omwonenden de politieke situatie te lezen als een factor in de belangenafweging. Afrondend. Wij onderschrijven de reactie die Peter Gerrits op 19 april toestuurde namens de coöperaties die deelnemen in de Regiotafel. Tot slot een opmerking bij het slot van de tweede alinea in de mail van 5 april jl. Daar worden kleinschalige parken gekoppeld aan de notie “van onderop”. Coöperaties zijn ook betrokken bij projecten van groter oppervlak dan 5 of 10 hectare, terwijl ook daarbij de werkwijze “van onderop” is : met inwoners en ten behoeve van inwoners. Ons commentaar geeft misschien aanleiding tot vragen of tot het met ons willen verkennen van thema’s. Wij zijn beschikbaar voor een gesprek. Vriendelijke groet, Namens de coöperatieve vereniging Duurzaam Menterwolde U.A.

Solar Proactive 21 april 2023 Dank voor je bericht. Onze feedback op de voorgenomen herziening is voor dit moment de volgende. Ik hoop dat we nog op tijd zijn want ik was in de veronderstelling dat een reactie tot en met 21 april kon. 1. Er worden een aantal zoekgebieden geschrapt. Het gebied ‘C’ in welk gebied onder andere Smit Kwekerijen is gevestigd blijft echter intact. In het verleden begrepen wij dat er geen zon-PV mogelijk is in het gebeid tenzij het aansluit op de kassen en dat er niet voorbij de knik in de Siepweg mag worden gegaan. Omdat het gebeid ‘C’ in stand blijft betekent dit dan dit dat wellicht wel mogelijk is? 2. De zoekgebieden ‘G’, ‘H’ en ‘I’ komen te vervallen. Onlangs gaf de netbeheerder aan dat er momenteel krapte is ten aanzien van netaansluitingen in de gemeente MG en omstreken en dat te verwachten is dat dit de komende jaren zo blijft. In het gebied ‘I’ en in het onderste deel van gebied ‘G’ kunnen waarschijnlijk wel projecten de komende jaren worden aangesloten op een te realiseren onderstation in gebied ‘H’ (netstation ‘Avermieden’).

Kan het voorgaande nog een rol spelen en wel in die zin dat als blijkt dat er geen aansluitcapaciteit is de vervallen zoekgebieden toch weer in beeld kunnen komen bijvoorbeeld? Daarbij is onze ervaring de laatste jaren dat inwoners van een betreffende gemeente liever op elkaar aansluitende ontwikkelingen zien dan her en der ‘plukjes’ zonneparken. Dit blijkt ook vaak uit enquêtes onder inwoners. 3. Wij hebben nog een initiatief aan de noord/oostkant van het kruispunt tussen de N33 en de A7 en zón beetje aansluitend hieraan met een omvang van circa 25 hectare. Hier hebben we eind januari dit jaar nog even over gecorrespondeerd. Het idee is om dit project 100% lokaal te maken. 50% naar lokale bedrijven en 50% naar een coöperatie van de gemeente MG. Er is een netaansluiting en er zijn nauwelijks omwonenden. Verzoek is of dit hoekje wel nog in stand kan blijven als zoekgebied mede gezien het voorgaande. Is dit wellicht bespreekbaar? Bij voorbaat dank voor je reactie. Aarzel bij vragen niet om even te contacten.

Chint Solar 21 april 2023 Bedankt voor het delen van onderstaande e-mail en de documenten betreffende de herziening van het zonneparkbeleid van de gemeente Midden-Groningen. In het algemeen kunnen wij ons wel vinden in de voorgestelde herziening en denken wij dat er goed is nagedacht over de gewijzigde zaken. Wel hebben wij een opmerking / reactie op de herziening. Ten aanzien van het oorspronkelijke beleid zijn in het herziene beleid een aantal zoekgebieden (kansrijke locaties voor zonne-energie) geschrapt. Binnen de geschrapte zoekgebieden bevinden zich eveneens bestaande zonneparken. Onze reactie / opmerking is om te overwegen om uitbreiding van bestaande zonneparken buiten de zoekgebieden – al dan niet onder bepaalde voorwaarden – wel toe te staan binnen het beleid. Wanneer bestaande zonneparken (makkelijker) kunnen worden uitgebreid, heeft dat een aantal voordelen:

Omdat er sprake is van een bestaand zonnepark is een uitbreiding makkelijker in te passen. Het landschap wordt in mindere mate aangetast en de zonneparken concentreren zich op bepaalde locaties (minder impact voor de rest van de gemeente / het (open) landschap). Ook is er minder impact voor omwonenden omdat er niet een geheel nieuw zonnepark op een nu nog geheel open locatie wordt gebouwd. Doordat de zonneparken meer geconcentreerd worden op bepaalde locaties en daarbij aansluiten op reeds bestaande zonneparken, wordt er ook efficiënter omgegaan met beschikbare grond. Een geheel nieuw zonnepark op een andere locatie vraagt al snel meer grond, omdat hier de landschappelijke inpassing e.d. moet worden gerealiseerd. Bij een bestaand zonnepark is dat aan een zijde niet nodig en is de inpassing makkelijker te realiseren en aan te sluiten bij het bestaande zonnepark. Met toepassing van bijvoorbeeld batterij opslag systemen kan er gebruik worden gemaakt van de reeds aanwezige netaansluiting van het bestaande zonnepark, zodat een nieuw zonnepark niet of in veel mindere mate beslag neemt op het elektriciteitsnet. Dit is ook een vorm van tegengaan van netcongestie. Ook is het veel efficiënter dan nieuwe netaansluitingen met de daarbij behorende kabelverbindingen aanleggen (de ondergrond wordt steeds ‘drukker’, voornamelijk in bebouwde gebieden).

Wij willen vragen om bovenstaande mee te nemen in de overwegingen voor het vaststellen van het herziene beleid. Mocht je vragen hebben of een nadere toelichting wensen, dan mag je uiteraard altijd contact met mij opnemen.

Atelier ruimtelijke kwaliteit en landschap – Provincie Groningen 21 april 2023 Onderstaande is een puntsgewijze, gezamenlijke reactie van Arnoud Garrelts, Jules Neefjes en Elvira van der Zwaag vanuit het atelier ruimtelijke kwaliteit en landschap van provincie Groningen. De reactie heeft betrekking op de uitgangspuntennotitie d.d. 5 april 2023. Wij herkennen: - de constatering dat tijd en dynamiek ten opzichte van zonneparken de laatste jaren snel veranderd is, zowel vanuit het licht van het energienet als vanuit de maatschappelijke component. - de conclusie dat zon op dak (meer dan voorheen) het uitganspunt moet worden/blijven - zonneparkenbeleid een faciliterende functie kan hebben in de kansen die het biedt aan verduurzaming van bedrijven en van de maatschappij in het algemeen Reactie op en vragen over de voorgestelde wijzigingen: - Er wordt een (nieuwe) maximale maat van 10 ha. voorgesteld voor kleinschalige zonneparken. Hierbij moet echter altijd het 'schaal bij schaal' principe het uitgangspunt blijven, dit blijft belangrijk in de beoordeling van een initiatief. - Het schrappen van zoekgebieden is in onze ogen acceptabel, echter:

zoekgebied K (Roegwold/Woudbloem) blijft behouden, terwijl daar nu een zonnepark wordt gerealiseerd met in het achterhoofd dat dit een mooie pilot is om van te leren hoe zon en natuur elkaar mogelijk kunnen versterken. Tegelijkertijd is onze inschatting dat in dit gebied de landschappelijke draagkracht ook wel bereikt is. Is de gedachte dat de overgebleven ambitie van ca. 150 ha. gaat landen in de overgebleven zoekgebieden, of juist daarbuiten met kleinschalige initiatieven tot 10 ha. (of beide)? Welke consequenties heeft het opschalen van het onderscheid tussen klein en groot van 5 naar 10 hectare? Gelden er beneden de 10 hectare andere eisen? En is de verwachting dat met deze herziening dit soort parken eenvoudiger te realiseren zijn? Zo ja, waar zit dat m in? o

-

Resterende vragen/opmerkingen: - Hoogtes paneelopstellingen: o Er wordt gesproken over een hoogte tussen de 1 en 3 meter. Wij realiseren ons dat dit conform de huidige visie is, maar 3meter is wel erg hoog, het liefst zouden wij het geheel onder de 1,80m willen zien. o Het is de vraag of je een minimale hoogte wil hanteren, wij zien vaak genoeg dat panelen op 60cm. beginnen. - Proces: o Wordt de integrale herziening gedaan als de ambitie bereikt is, of is hier ook een maximale tijdshorizon aan verbonden? Zodra deze integrale herziening wordt opgepakt, willen we vanuit de provincie graag meedenken vanuit concentratiegedachten, ontwerpprincipes en procesinrichting.

Afzonderlijk bijgevoegde brieven: • • •

Bijlage 2a - Astron 20 april 2023 Bijlage 2b - Kagiso Projecten 28 april 2023 Bijlage 2c - Platform Achterdiep e.o. 3 mei 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12957334/1