CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Verzamelbestemmingsplan 2021

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Verzamel bestemmingsplan 202131.533 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

Verzamelbestemmingsplan 2021

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting verzamelbestemmingsplan

5

Hoofdstuk 1

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding opstellen verzamelb estemmingsplan Locaties in verzamelb estemmingsplan Geldende b estemmingsplannen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

6 6 9 10 12 13

15 15 16 18

19 19 20 22 24 26 27 27 28 29 31 31 31 32

32

Wat is een b estemmingsplan Systematiek verzamelb estemmingsplan Toelichting b asisb estemmingen Toelichting dub belbestemmingen

32 33 33 34

Economische uitvoerbaarheid

Algemeen Exploitatieplan Planschade

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4

5 5 6 6

Juridische toelichting

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Onderzoeken

Ladder voor duurzame verstedelijking Bedrijven en milieuzonering Externe Veiligheid Water Bodem Luchtkwaliteit en geur Ecologie Geluid Archeologie Cultuurhistorie Kabels en leidingen M.e.r.-b eoordeling Duurzaamheid

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4

Beleidskader

Rijksb eleid Provinciaal b eleid Gemeentelijk b eleid

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Planbeschrijving

Harkstede - Hoofdweg 117 Kolham - Hoofdweg 68 Meeden - Vennenweg 1 Schildwolde - H. Goeman Borgesiusstraat 52B Siddeb uren - Oostwoldjerweg 2a

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Inleiding

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg en ambtelijke wijzigingen Inspraak Zienswijzen Vaststelling

Bijlagen

35 35 35 36

36 36 37 37 37

39

3

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Bijlage 1

Vooroverleg provincie Groningen

Regels

40

43

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

43

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

43 63

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

64

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Agrarisch - Cultuurgrond Gemengd Maatschappelijk Wonen - 1A Waarde - Archeologie - 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie - 3 Waarde - Cultuurhistorie - Karakteristiek

64 67 70 72 77 80 83 86

Hoofdstuk 3

Algemene regels

88

Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Anti-dub b eltelregel Algemene b ouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

88 89 90 91 92 95 96

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

96

Artikel 18 Artikel 19

Overgangsrecht b ouwwerken Slotregel

96 98

Bijlagen bij de regels

99

Bijlage 1

Staat van Bedrijven

100

Bijlage 2

Lijst vrije beroepen

103

Bijlage 3

lijst aan-huis-verbonden beroepen

105

Bijlage 4

Beleidsregels vrije en overige beroepen aan huis

106

Bijlage 5

Beleidsregels recreatieve verblijfsaccommodaties

120

Bijlage 6

Beleidsregels theetuinen & verbreding agrarische activiteiten

123

Bijlage 7

Beleidsregels paardenhouderijen

129

Bijlage 8

Karakteristieke gebouwen

155

Bijlage 9

Beleidsregels horeca en ondersteunende horeca

162

4

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Toelichting verzamelbestemmingsplan Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding opstellen verzamelbestemmingsplan Per 1 januari 2018 zijn de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde samengegaan tot de nieuwe gemeente Midden-Groningen. De gemeente Midden-Groningen werkt met het instrument 'verzamelbestemmingsplannen'. Een verzamelbestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij diverse particuliere verzoeken en ambtelijke aanpassingen in één bestemmingsplanprocedure worden meegenomen. Het gaat hierbij om niet-controversiële verzoeken die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, ambtelijke aanpassingen en/of verwerking van verleende vergunningen. Het toepassen van het instrument verzamelbestemmingsplannen heeft een aantal voordelen. Ten eerste hoeft maar één bestemmingsplanprocedure gevoerd te worden, in plaats van voor ieder verzoek en/of ambtelijke wijziging een aparte procedure. Hierdoor kan er efficiënter gewerkt worden en kan het werk beter ingepland worden. Ten tweede kan door samenvoeging van diverse verzoeken en ambtelijke aanpassingen op procedurekosten worden bespaard. Initiatiefnemers betalen hierdoor minder leges. Met voorliggend verzamelbestemmingsplan wordt voor 5 adressen de bestemming gewijzigd.

1.2

Locaties in verzamelbestemmingsplan Het plangebied bestaat uit diverse losse percelen in de gemeente Midden-Groningen. De verschillende percelen worden ieder apart weergegeven op de verbeelding.

1. Harkstede, Hoofdweg 117 Het gebruik van dit perceel is gewijzigd van bedrijf-kwekerij (met bedrijfswoning) naar wonen. Dit wordt verwerkt in het bestemmingsplan. Het perceel krijgt een woonbestemming. 2. Kolham, Hoofdweg 68 Het gebruik van dit perceel is gewijzigd van bouwbedrijf met bedrijfswoning naar burgerwoning met ondergeschikt bedrijf. Dit wordt verwerkt in het bestemmingsplan. 3. Meeden, Vennenweg 1 Het gebruik van dit perceel is gewijzigd van manege (met bedrijfswoning) naar wonen met lichte bedrijvigheid. Dit wordt verwerkt in dit bestemmingsplan. Het perceel krijgt de gemengde bestemming. 4. Schildwolde, H. Goeman Borgesiusstraat 52b Er is een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van het multifunctioneel centrum (deels buiten het bouwvlak en bestemmingsvlak). Dit wordt verwerkt in dit bestemmingsplan. Het perceel krijgt de bestemming maatschappelijk. 5. Siddeburen, Oostwoldjerweg 2a Het perceel is niet meer in gebruik als agrarisch bedrijf. De karakteristieke bebouwing wordt hergebruikt. De bedrijfswoning wordt een burgerwoning en de bestaande schuren worden

5

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

gebruikt voor het hoveniersbedrijf.

1.3

Geldende bestemmingsplannen Voor het verzamelbestemmingsplan 2021 zijn diverse bestemmingsplannen relevant. Hieronder is per locatie aangegeven welk bestemingsplan van toepassing is. In hoofdstuk 2 worden deze bestemmingsplannen en de verschillende locaties beschreven.

1. Harkstede, Hoofdweg 171 Bestemmingsplan 'Harkstede-Scharmer', vastgesteld op 27 februari 2012. 2. Kolham, Hoofdweg 68 Bestemmingsplan Kolham-Froombosch, vastgesteld op 7 april 2013. 3. Meeden, Vennenweg 1 Bestemmingsplan 'Dorpen Menterwolde', vastgesteld op 30 november 2017. 4. Schildwolde, H. Goeman Borgesiusstraat 52b Bestemmingsplan Slochteren-Schildwolde, vastgesteld op 28 juni 2012. 5. Siddeburen, Oostwoldjerweg 2a Bestemmingsplan Hellum-Siddeburen, vastgesteld op 1 november 2012.

1.4

Leeswijzer Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de verschillende percelen in het plangebied beschreven. Per perceel wordt de huidige en de nieuwe situatie beschreven en aangegeven welke onderzoeken relevant zijn. In hoofdstuk 3 zijn de beleidskaders beschreven die het toetsingskader zijn voor de verschillende percelen. De onderzoeken die ten grondslag liggen aan het plan worden in hoofdstuk 4 toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische toelichting op het bestemmingsplan. De hoofdstukken 6 en 7 beschrijven tot slot de financiële en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende locaties/ontwikkelingen in het plangebied.

2.1

Harkstede - Hoofdweg 117

2.1.1

Bestaande situatie Aan de Hoofdweg 117 te Harkstede is een vrijstaande woning aanwezig. Het perceel is 8754 m2 groot. Het perceel had een kwekerij bestemming met bedrijfswoning. De afgelopen jaren was er geen sprake van een kwekerij. Voor het perceel is in 2021 een vergunning verleend voor het gebruik als reguliere woning. Deze vergunning wordt verwerkt in dit bestemmingsplan.

6

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Figuur 3. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.1.1.1 Bestemmingsplan 'Harkstede-Scharmer´ Hoofdweg 117 te Harkstede ligt in het plangebied van het bestemmingsplan 'Harkstede-Scharmer´ en heeft de bestemming 'Bedrijf', met een functieaanduiding kwekerij. Binnen deze bestemming is wonen toegestaan ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning. Daarnaast heeft een deel van het perceel de bestemming 'Waarde Archeologie 3´. Een stukje van het erf zal de archeologische dubbelbestemming behouden (zoals bestaand). Een deel van de gronden krijgt de bestemming 'agrarisch cultuurgrond'.

7

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Figuur 4. Uitsnede bestemmingsplan.

2.1.2

Nieuwe situatie De gronden zijn in de huidige situatie al in gebruik voor het wonen en de omgevingsvergunning is verleend voor het gebruiken van het perceel voor wonen (Wonen-1A). Dit wordt verwerkt in het verzamelbestemmingsplan. Voorwaarde is dat de woonfunctie wordt ondergebracht in de voormalige bedrijfswoning. De rest van het perceel (tuin) krijgt ook een woonfunctie. De percelen die nu in gebruik zijn als weiland zullen de agrarische bestemming houden/krijgen. Er is overeengekomen dat er geen sprake meer is van een bedrijf en dat hier ook geen nieuw bedrijf wordt gevestigd. Een uitzondering geldt voor vrije beroepen. Een deel van het perceel zal de archeologische dubbelbestemming behouden.

2.1.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (Bodem), Geluid (4.8 Geluid), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.2).

8

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

2.2

Kolham - Hoofdweg 68

2.2.1

Bestaande situatie

Figuur 5. weergav e huidige situatie plangebied.

2.2.1.1 Bestemmingsplan ´Kolham-Froombosch´ Hoofdweg 68 te Kolham valt onder het bestemmingsplan ´Kolham-Froombosch´, en heeft de bestemming ´Bedrijf´, met een dubbelbestemming ´Waarde - archeologie - 2´. Het perceel heeft een bouwvlak, functieaanduiding ´bedrijfswoning´ en ´specifieke vorm van bedrijfbouwbedrijf´.

9

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Figuur 6. Uitsnede geldend bestemmingsplan.

2.2.2

Nieuwe situatie De bedrijfswoning wordt een burgerwoning. Ook de loods krijgt een woonbestemming. Het bouwbedrijf op deze locatie is gestopt. Het perceel zal de dubbelbestemming waarde archeologie 2 behouden.

2.2.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8 Geluid), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.2).

2.3

Meeden - Vennenweg 1

2.3.1

Bestaande situatie Aan de Vennenweg 1 te Meeden was een manege met een bedrijfswoning gevestigd.

10

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Figuur 4. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.3.1.1 Bestemmingsplan ´Dorpen Menterwolde´ Het perceel is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Dorpen Menterwolde´, uit de voormalige gemeente Menterwolde. Het perceel heeft hier in de bestemming 'Sport-Manege´, waarbij een bedrijfswoning is toegestaan. Daarnaast heeft het perceel een dubbelbestemming ´ Waarde Landschap en Cultuurhistorie.´

Figuur 5. Uitsnede geldend bestemmingsplan.

11

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

2.3.2

Nieuwe situatie De gronden zijn in de huidige situatie al in gebruik voor het wonen. De gemeente heeft besloten om mee te werken aan het plan om het perceel te gebruiken als gemengde bestemming. Dit wordt verwerkt in het verzamelbestemmingsplan. In de nieuwe situatie is wonen toegestaan en eventueel lichte bedrijvigheid (beroep of bedrijf aan huis). Een voorwaarde is dat de woonfunctie wordt ondergebracht in de voormalige bedrijfswoning. De rest van het perceel krijgt ook een gemengde woonfunctie. Daarnaast blijft de bestaande dubbelbestemming ´Waarde Landschap en Cultuurhistorie´ in stand.

2.3.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.2).

2.4

Schildwolde - H. Goeman Borgesiusstraat 52B

2.4.1

Huidige situatie In de huidige situatie is aan de H. Goeman Borgesiusstraat 52B te Schildwolde een Multifunctioneel Centrum gevestigd.

Figuur 11. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.4.1.1 Bestemmingsplan 'Slochteren-Schildwolde' Het perceel is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Slochteren-Schildwolde' van de voormalige gemeente Slochteren. Het perceel heeft hierin de bestemming 'Maatschappelijk´. De uitbreiding van het perceel komt in de bestemming ´Bos´. Daarnaast kent het perceel een dubbelbestemming ´Waarde archeologie 3´.

12

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Figuur 12. Uitsnede huidig bestemmingsplan.

2.4.2

Nieuwe situatie De gemeente heeft besloten medewerking te verlenen aan het plan om de MFC uit te breiden deels in de bestemming ´Bos´. Dit krijgt de bestemming ´Maatschappelijk´ en wordt verwerkt in dit verzamelbestemmingsplan. Het perceel zal de archeologische dubbelbestemming behouden.

2.4.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.2).

2.5

Siddeburen - Oostwoldjerweg 2a

2.5.1

Bestaande situatie Aan de Oostwoldjerweg 2a te Siddeburen is een vrijstaande karakteristieke woning met schuur aanwezig. Het perceel had een agrarische bestemming. Er is geen sprake meer van een agrarisch bedrijf.

13

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Figuur 1. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.5.1.1 Bestemmingsplan ´Hellum-Siddeburen´ Oostwoldjerweg 2a te Siddeburen ligt in het plangebied van het bestemmingsplan ´Hellum-Siddeburen´ en heeft de bestemming ´Agrarisch´. Daarnaast kent het perceel een dubbelbestemming ´Waarde - Archeologie - 1´, heeft het een bouwvlak en een gebiedsaanduiding ´Geluidzone-weg´.In het facetbestemmingsplan 'karakteristieke objecten' zijn een aantal gebouwen op het perceel aangemerkt als karakteristiek.

14

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld) Figuur 2. Uitsnede bestemmingsplan.

2.5.2

Nieuwe situatie De gronden zijn in de huidige situatie al in gebruik voor wonen met lichte bedrijvigheid. De gemeente heeft besloten om mee te werken aan het gebruik van het perceel voor wonen met lichte bedrijvigheid. Dit wordt verwerkt in het verzamelbestemmingsplan. Het perceel krijgt de bestemming 'Gemengd met de dubbelbestemming 'cultuurhistorie karakteristiek'. Hierbij is sprake van nuttig hergebruik van bestaande karakteristieke voormalige agrarische bebouwing. De woonfunctie moet ondergebracht worden in de voormalige bedrijfswoning. De rest van het perceel (tuin) krijgt ook een gemengde functie. De percelen die nu in gebruik zijn als weiland zullen de agrarische bestemming houden (zonder bouwvlak). Het perceel zal de archeologische dubbelbestemming behouden. Het bouwvlak wordt afgestemd op de bestaande situatie. De gebiedsaanduiding ´Geluidzone-weg´ blijft van toepassing.

2.5.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8 Geluid), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.2).

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een integraal kader voor het ruimtelijken mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De structuurvisie schetst de rijksambities tot 2040 en formuleert doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden. In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking.

(Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven) lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's. Ter versterking van het vestigingsklimaat in de stedelijke regio's rondom de main-, brain- en greenports geldt een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak. In krimpregio's wordt het interbestuurlijke programma bevolkingsdaling doorgezet. Nationaal belang 13 van de SVIR van het Rijk vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Deze onderbouwing is opgenomen in paragraaf 4.1.

15

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen algemene regels moeten worden gesteld. Hiermee wordt de doorwerking van de nationale belangen op lokaal niveau geborgd. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders. De volgende nationale belangen uit het Barro zijn van toepassing op de gemeente Midden-Groningen: Waddenzee en waddengebied. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. Elektriciteitsvoorziening. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Natuurnetwerk Nederland.

3.1.3

Conclusie Het verzamelbestemmingsplan heeft geen betrekking op rijksbelangen. Het rijksbeleid werkt wel door in het beleid van lagere overheden. Het rijksbeleid werkt tevens door in de verschillende omgevingsaspecten die in dit bestemmingsplan zijn getoetst. Dit komt in de volgende paragrafen en Hoofdstuk 4 aan de orde. In dit hoofdstuk wordt onder andere ingegaan op de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie De Omgevingsvisie 2016 - 2020 van de provincie Groningen bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn zoveel mogelijk de visies op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden. Er zijn ook onderdelen opgenomen van het provinciale beleid voor economie, energie en cultuur en welzijn, voor zover die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Doel van de omgevingsvisie is het aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de provincie verder verbeteren. Het accent in het beleid ligt op het benutten van de ontwikkelingsmogelijkheden, naast het beschermen van de karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen. De provincie wil ruimte bieden voor ondernemerschap om in te spelen op de dynamische ontwikkelingen. Activiteiten lopen steeds meer door elkaar heen. Dat heeft gevolgen voor het ruimtegebruik. Functies, als bijvoorbeeld wonen en werken, zijn steeds minder van elkaar gescheiden. In de Omgevingsvisie is al het provinciale beleid dat op een of andere manier raakt aan de fysieke leefomgeving geformuleerd en geordend in vijf samenhangende thema's en elf provinciale 'belangen': Ruimte 1.

Versterken van ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe bovenlokale ontwikkelingen; 2. Het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor woningbouw, bedrijventerreinen, kantoorlocaties en detailhandel door het concentreren van ruimtelijke ontwikkelingen in stedelijke gebieden en vitale kernen; 3. Voorwaarden scheppen voor een goede infrastructuur ven ruimte voor veilige winning, transport en opslag van duurzame energie; 4. Zorgen voor een vitale landbouwsector in balans met de omgeving. Natuur en landschap

16

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

5. Beschermen en versterken van de kenmerkende landschapsstructuren en het culturele erfgoed dat bijdraagt aan de identiteit en de variëteit van de diverse landschappen in onze provincie; 6. Beschermen en ontwikkelen van de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het Nationaal Natuurnetwerk Nederland. Water 7. Zorgen voor bescherming tegen wateroverlast en overstromingen 8. Zorg dragen voor de beschikbaarheid van kwalitatief en voldoende schoon water Mobiliteit 9. Zorgen voor goede en veilige (inter)nationale, provinciale en regionale bereikbaarheid over weg, water, spoor, door de lucht en digitaal Milieu 10. Tegengaan van milieueffecten en -hinder door te sturen op de kwaliteit van water, lucht, geluid en bodem; 11. Streven naar een zorgvuldig gebruik van de ondergrond en een veilige winning en opslag van (delf)stoffen Naast de genoemde provinciale belangen worden er in het beleid 5 specifieke opgaven genoemd voor specifieke onderwerpen of gebieden. De 5 opgaven zijn: Gaswinning, Energyport, Groei en krimp, Regio Groningen-Assen en Waddengebied. Met uitzondering van het laatste onderwerp zijn de andere 4 opgaven in meer of mindere mate relevant voor de gemeente Midden-Groningen. 3.2.2

Provinciale Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Provincie Groningen (geconsolideerde versie februari 2021, hierna Omgevingsverordening genoemd) heeft de provincie regels opgenomen om de doelstellingen aangegeven in de omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsverordening bevat dan ook regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening zijn integraal opgenomen in dit bestemmingsplan. Hieronder zijn de titels weergegeven die, al dan niet deels, betrekking op het onderhavig plangebied. Voor meer informatie over de inhoud van de titels wordt verwezen naar de Omgevingsverordening. Titel 2.2 Zorg voor ruimtelijke kwaliteit Titel 2.3 Bundeling van verstedelijking

3.2.3

Provinciaal buitengebied In het provinciaal beleid wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk gebied en buitengebied. Binnen het stedelijk gebied laat de provincie veel ruimtelijke bevoegdheden over aan gemeenten. In het buitengebied ziet de provincie, in verband met taken op het gebied van onder meer natuur, water, landschap en erfgoed een grotere verantwoordelijkheid voor zichzelf. In de provinciale omgevingsverordening is het provinciaal buitengebied vastgelegd. De volgende locatie valt binnen het provinciaal buitengebied: Oostwoldjerweg 2a, Siddeburen De overige locaties die in dit verzamelbestemmingsplan zijn opgenomen vallen onder het 'bestaand stedelijk gebied'. Voor een uitgebreide planbeschrijving wordt verwezen naar Hoofdstuk 2.

17

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

3.2.4

Conclusie De relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening zijn integraal opgenomen in dit verzamelbestemmingsplan. Het plan is in overeenstemming met het provinciale beleid uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Kompas gemeente Midden-Groningen Per 1 januari 2018 zijn de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde samengegaan tot de nieuwe gemeente Midden-Groningen. In het Kompas is de richting beschreven waarin de nieuwe gemeente zich wil gaan ontwikkelen. Hierbij is de gemeente eerst en vooral bondgenoot van inwoners, bedrijven en organisaties. Het motto is: minder voorschrijven, meer samenwerken. Het Kompas benoemt drie bouwstenen voor een gemeenschappelijke maatschappelijke agenda. Deze bouwstenen bevatten de gemeenschappelijke doelen waar gemeente, inwoners, ondernemers, organisaties en bestuur de komende jaren aan gaan werken. Bouwsteen 1: Groots in kleinschaligheid De gemeente zet sterk in op zelfredzame en leefbare dorpen en kernen. Hierbij zijn inwoners medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid. Leefbaarheid heeft sterk te maken met 'schoon, heel en veilig'. Gemeente en inwoners worden hierin steeds meer gelijkwaardige partners. De nieuwe gemeente is een verband van vitale, lokale gemeenschappen die bestaan uit de inwoners van dorpen, kernen en wijken. Al deze gemeenschappen hebben hun eigen identiteit en alle dorpen en wijken zijn anders. De omstandigheden, mogelijkheden en wensen zijn op elke plek anders en vragen om specifieke initiatieven, arrangementen en maatregelen. Daarom wordt nadrukkelijk gekozen voor maatwerk.

Door inwoners zelf meer verantwoordelijkheid en zeggenschap te geven, wordt eveneens meer ruimte gegeven aan de verschillen tussen dorpen en kernen. Het maatwerk dat geleverd wordt, valt binnen een overkoepelende visie. In alle dorpen en wijken kunnen mensen goed en plezierig wonen. Iedere lokale gemeenschap beschikt over een gelegenheid of voorziening waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Daarnaast zijn alle dorpen en kernen fysiek en digitaal goed bereikbaar. Het streven is om de voorzieningen die van belang zijn voor het dagelijks leven, zo dicht mogelijk bij mensen te brengen of te zorgen dat deze goed bereikbaar zijn. Daarbij blijven we realistisch: wie in een klein dorp woont, mag een bij die schaal passend aanbod van voorzieningen verwachten. Meer gemeente-brede of regionale voorzieningen worden geconcentreerd in de stedelijke kern van Hoogezand. Bouwsteen 2: Ieder mens telt In de gemeenschap telt ieder mens: iedereen heeft betekenis voor zichzelf en zijn omgeving, en komt tot zijn recht om wie hij is. Het uitgangspunt is 'eigen kracht': alle inwoners - van jong tot oud, met of zonder beperking - nemen zelf de regie over hun leven en zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven. Voor mensen die maatschappelijk kwetsbaar zijn, is het soms moeilijk hun eigen kracht te vinden.

Scholing voor kinderen is de manier om de vicieuze cirkel van maatschappelijke kwetsbaarheid te doorbreken. De integrale kindcentra kunnen daar goed bij helpen, maar niet per se en overal. Ook hier is ruimte voor verschillen en maatwerk. De sociale teams leveren ook maatwerk. De sociale teams spelen in individuele situaties een belangrijke rol bij het vinden van oplossingen. Samen met de ouders en/of gezinnen gaan zij na hoe belemmeringen op het gebied van geld, gezondheid, onderwijs en/of werkloosheid kunnen worden weggenomen. Ze redeneren daarbij vanuit het gezin, niet vanuit de verschillende hokjes of budgetten bij de gemeente. Verder wil de gemeente samen met werkgevers en onderwijsinstellingen snel een concreet plan maken en uitvoeren om werkzoekenden 'fit' te maken voor werk.

18

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Bouwsteen 3: Economie van de toekomst De gemeente Midden-Groningen heeft een stevige economische basis, dankzij de bedrijvigheid in stuwende sectoren zoals (maak-)industrie, landbouw, handel, bouw en energie. Vooral met de maakindustrie, met name scheepsbouw, onderscheiden wij ons regionaal. Voor de werkgelegenheid zijn ook de publiek gefinancierde instellingen en ondernemingen van belang. De maakindustrie en de landbouw kunnen worden versterkt. Nieuwe kansen bieden de energietransitie en de vrijetijdseconomie. De gemeente heeft weinig mogelijkheden om de economie en de arbeidsmarkt te veranderen; daarvoor zijn vooral partijen als onderwijs en bedrijfsleven aan zet. De gemeente zet zich wel samen met lokale en regionale partners in voor onder andere de volgende zaken: het innoveren van de arbeidsmarkt en economie; het creëren van nieuwe partnerschappen en allianties en bestaande allianties versterken: excellente dienstverlening voor ondernemers en instellingen; beschikbaarheid van snel internet; meer regionale waarde voor de landbouw; blijvende vernieuwing van de maakindustrie; duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking; energietransitie om de afhankelijkheid van fossiele energie te verkleinen; bredere samenwerkingsverbanden; uitwerken van de regionale agenda. 3.3.2

Ecologische basiskaart Ruimtelijke ontwikkelingen en werkzaamheden kunnen gevolgen hebben voor beschermde en/of bedreigde planten en dieren. De Wet natuurbescherming stelt daar regels voor. Concrete ontwikkelingen, werkzaamheden en beheer en onderhoud moeten daaraan getoetst worden. Als hulpmiddel daarbij heeft de gemeente Midden-Groningen de 'Ecologische basiskaart en leidraad Midden-Groningen’ opgesteld. De ecologische basiskaart bestaat uit meerdere kaarten, waarop onder meer de ligging van natuurgebieden en de populaties van soorten zijn aangegeven. In de bijbehorende leidraad is aangegeven wanneer bepaalde werkzaamheden op het vlak van bouwen (en slopen) en groenbeheer kunnen plaatsvinden. Er is vooral gekeken buiten de reeds beschermde natuurgebieden. Binnen de natuurgebieden zijn de bijzondere waarden namelijk al beschermd door de planologische status van die gebieden. De aandacht is vooral gevestigd op bijzondere soorten en waarden uit de Wet natuurbescherming die voorkomen in bepaalde typen gebieden, zoals agrarische cultuurgronden, bosgebieden en landschapselementen. In paragraaf 4.7 wordt per locatie verder ingegaan op de ecologische toetsing en verantwoording.

Hoofdstuk 4

Onderzoeken

Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de verschillende onderzoeken naar de randvoorwaarden voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de bijbehorende regelingen.

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.1

Inleiding Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Op 1 juli 2017 is de nieuwe 'Ladder voor duurzame verstedelijking' in werking getreden. Deze is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder houdt in dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de volgende

19

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

onderdelen moet bevatten: Beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ligt buiten het bestaande stedelijk gebied moet tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. 4.1.2

Toetsing Stedelijke ontwikkeling Voordat de Ladder voor de duurzame verstedelijking wordt doorlopen, moet de vraag worden beantwoord of er wel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Met voorliggend verzamelplan worden een aantal (kleine) ambtshalve wijzigingen/correcties doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn in aard en omvang zo klein dat deze niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn aan te merken. Nadere motivatie van de ladder is dan ook niet van toepassing. Behoefte Wanneer de ladder niet van toepassing is op een plan is wel een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. daarbij moet onder andere aandacht worden besteed aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van de uitvoerbaarheid moet aandacht worden besteed aan de behoefte. De ontwikkelingen/ambtshalve wijzigingen die in voorliggend verzamelplan worden meegenomen vloeien voort uit directe behoeftes. De ambtshalve wijzigingen betreffen met name correcties van eerdere bestemmingsplannen.

4.1.3

Conclusie De Ladder voor duurzame ontwikkeling is niet van toepassing op het plan. Daarnaast vloeien de meegenomen ontwikkelingen/ambtshalve wijzigingen voort uit een directe behoefte.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Inleiding Milieuaspecten worden in principe geregeld via de daartoe geëigende wetgeving, het Activiteitenbesluit en/of de Wet Milieubeheer. Daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, moet met deze aspecten echter rekening worden gehouden. Het gaat dan met name om de situering van milieugevoelige functies (zoals woningen) ten opzichte van milieuhinderlijke inrichtingen (zoals bedrijven). Om te bepalen welke afstanden dienen te worden aangehouden, wordt de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' gehanteerd. De VNG-brochure geeft informatie over de milieu- en hinderaspecten van verschillende typen bedrijven. Per type bedrijf wordt tevens een milieucategorie aangegeven. Uit de milieucategorie volgt een indicatie van de afstanden die voor dat type bedrijf worden aangehouden tot woningen of andere gevoelige objecten. Deze richtafstanden hebben betrekking op de aspecten geluid, stof, geur en gevaar. De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde eisen. Dit betekent dat afwijken van de afstanden, mits goed gemotiveerd, is toegestaan. De afstand wordt gerekend van de grens van de bestemming die milieubelastende functies toelaat tot de gevel van de milieugevoelige functies. Naast het omgevingstype 'rustige woonwijk' wordt het omgevingstype 'gemengd gebied'

20

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

onderscheiden. Een gemengd gebied is een gebied met een matig tot sterke functiemenging. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één stap terug worden gebracht. Daarnaast kan in sommige gevallen er uit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat aanleiding bestaan op basis van de VNG-brochure een grotere afstand aan te houden. De richtafstand werkt twee kanten op. Nieuwe bedrijvigheid moet voldoende afstand houden tot gevoelige objecten, maar nieuwe woningen moeten ook afstand houden tot bedrijvigheid. Niet alleen het woon- en leefklimaat telt immers. Ook de continuïteit van het bedrijf en de uitbreidingsmogelijkheden moeten worden gewogen. 4.2.2

Toetsing

4.2.2.1 Harkstede - Hoofdweg 117 Het perceel krijgt een woonbestemming. Hierbij is eventueel lichte bedrijvigheid (aan huis) toegestaan. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor dit gebruik. 4.2.2.2 Kolham - Hoofdweg 68 Het gebruik van het perceel wordt grotendeels gewijzigd naar wonen. De bedrijfswoning wordt een burgerwoning. De bestaande bedrijfsloods krijgt een lichte bedrijfsbestemming. Hier zijn uitsluitend het bestaande aannemersbedrijf en lichte bedrijven van maximaal milieucategorie 2.1 toegestaan. Dit past in het gemengde lint van Kolham, waar wonen en werken elkaar afwisselen. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor dit voornemen, aangezien er geen verzwarende wijzigingen optreden met betrekking tot bebouwing of gebruik. Eventuele hinder neemt af doordat het gebruik in hoofdzaak wonen betreft. Voor de omgeving is er sprake van een verbetering ten opzichte van de bestaande planologische situatie. 4.2.2.3 Meeden - Vennenweg 1 Het perceel had een bestemming voor paardensport (inclusief bedrijfswoning). Dit bedrijf is gestopt. Het perceel krijgt nu een gemengde bestemming. Hierin zijn de woning en de bestaande loods toegestaan. Binnen deze bestemming is eventueel lichte bedrijvigheid toegestaan (maximaal milieucategorie 2.1.). Qua milieuhinder is er geen belemmering voor de omgeving.

Voor de omgeving is er sprake van een verbetering ten opzichte van de bestaande planologische situatie. 4.2.2.4 Schildwolde - H. Goeman Borgesiusstraat 52b Het bestaande multifunctioneel centrum is uitgebreid. Het perceel heeft een maatschappelijke bestemming. De uitbreiding vindt plaats in de richting van de groenstrook. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor dit voornemen. 4.2.2.5 Siddeburen, Oostwoldjerweg 2a Het agrarisch bedrijf is al enige tijd geleden gestopt. Het karakteristieke pand zal worden hergebruikt voor wonen in combinatie met lichte bedrijvigheid (hovenier). Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor dit voornemen. 4.2.3

Conclusie Wat betreft het aspect milieuhinder is het verzamelbestemmingsplan uitvoerbaar.

21

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

4.3

Externe Veiligheid

4.3.1

Inleiding Wetgeving inrichtingen Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is het wettelijk kader voor risicovolle inrichtingen als het gaat om afstanden tot risicogevoelige objecten. Uitgangspunt is dat personen die ergens langdurig of permanent verblijven geen onevenredig groot risico lopen als er ramp gebeurt. Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Het BEVI maakt onderscheid tussen twee categorieën risicogevoelige objecten: kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Dit onderscheid is gebaseerd op maatschappelijke opvattingen over welke groepen mensen in het bijzonder moeten worden beschermd. Daarnaast spelen ook het aantal personen en de verblijfsduur een rol. Het BEVI geeft geen harde definities van kwetsbaar of beperkt kwetsbaar. Het noemt enkele categorieën kwetsbare objecten, met daarbij voorbeelden. Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan woningen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, scholen, kinderopvang, grote kantoren, hotels en winkelcomplexen en grote kampeer- en recreatieterreinen. Beperkt kwetsbare objecten zijn volgens het besluit in ieder geval verspreid liggende woningen, dienstwoningen van derden, kleinere kantoren, hotels, winkels, bedrijfsgebouwen, sporthallen, zwembaden, overige sporten kampeerterreinen en objecten van hoge infrastructurele waarde zoals elektriciteitscentrales.

Plaatsgebonden risico Het BEVI onderscheidt twee vormen van risico: het plaatsgebonden risico en het groepsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico (PR) is een maat voor het overlijdensrisico van één persoon op een bepaalde plaats in de omgeving van een ongeval. Het maakt niet uit of daar echt personen aanwezig zijn. Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als: de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een inrichting zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof. Het plaatsgebonden risico laat zich goed vertalen op een kaart. De verschillende punten in de omgeving met hetzelfde risico worden verbonden en zo ontstaat een contour. Zo wordt op de kaart een gebied met een bepaald risico aangegeven. Voor kwetsbare objecten geldt een zogenaamde grenswaarde: een kans van 10-6 per jaar. Die mag niet worden overschreden. Voor beperkt kwetsbare objecten is de kans van 10-6 een zogenoemde richtwaarde. Als het risico groter wordt, moet dat goed gemotiveerd worden. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is niet een vast getal, maar wordt uitgezet in een grafiek.

Die geeft een curve waarin de kans op een bepaald aantal doden is af te lezen: zoveel kans op één dode, zoveel kans op twee doden en zo verder. Het groepsrisico geeft inzicht in de eventuele maatschappelijke ontwrichting. Daardoor kan er bewuster worden omgegaan met risico's. Het groepsrisico kan op twee manieren toenemen: door uitbreiding van risicovolle activiteiten: de kans op een ongeval neemt toe; door het verhogen van de personendichtheid (bijvoorbeeld door woningbouw): het aantal mogelijke doden neemt toe. In beide gevallen neemt het groepsrisico toe. Daarom wordt er bij het opstellen van ruimtelijke plannen naar het groepsrisico gekeken. Voor het groepsrisico gelden geen harde normen, maar alleen oriënterende waarden. Als die

22

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

waarden worden overschreden, moet het bestuur dat motiveren. De regels daarvoor staan in het BEVI en de Bevb. Er moeten in ieder geval aandacht besteedt worden aan: het aantal personen in het invloedsgebied; het groepsrisico; de mogelijkheden om het risico te verminderen; de alternatieven; de mogelijkheden om de omvang van de ramp te beperken; de mogelijkheden tot zelfredzaamheid. Wetgeving buisleidingen Sinds 1 januari 2011 geldt het Besluit externe veiligheid Buisleidingen (Bevb). Het Bevb regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en van de gemeente. De gemeente moet in bestemmingsplannen rekening houden met risicovolle buisleidingen. De gemeente moet een ruimtelijke reservering opnemen voor het plaatsgebonden risico (PR). Het bestemmingsplan mag binnen de PR 10-6 risicocontour geen kwetsbare objecten mogelijk maken. Ook risicoverhogende objecten mogen niet. Risicoverhogende objecten zijn bijvoorbeeld windmolens (afvallende wieken) en hoogspanningslijnen. Beperkt kwetsbare objecten moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. De gemeente moet het groepsrisico (GR) verantwoorden. Het verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van de buisleiding moet worden verantwoord. Het invloedsgebied bij brandbare vloeistoffen reikt tot net buiten de 10-6 contour. Voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet het invloedsgebied per geval berekend worden.

De gemeente moet een ruimtelijke reservering opnemen voor belemmeringenstrook met aanleg vergunningstelsel: de voor onderhoud gereserveerde ruimte bedraagt ten minste 5 meter aan beide zijden van de leiding. Voorheen vielen de transportleidingen voor chemische stoffen (anders dan aardgas of aardolieproducten) nog niet onder het Bevb, maar onder de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. De Circulaire is echter in 2015 vervallen. Deze types leidingen zijn vanaf dat moment ook onder het Bevb gaan vallen. Als de ruimtelijke inpassing van deze leidingen echter voldoet aan het Bevb, wordt automatisch voldaan aan de huidige Circulaire. Wetgeving transportroutes Voor ruimtelijke plannen binnen het invloedsgebied (1% letaliteitsgebied) van de risicovolle transportassen (spoor, weg of water) is het Besluit externe veiligheid transportroutes(Bevt) van toepassing. Basisnet Aan het Bevt is het zogenaamde basisnet gekoppeld. Dat is bedoeld om de transportroutes vast te leggen. Het basisnet houdt rekening met de veiligheid, maar ook met de dynamiek van het transport en met toekomstige groei. In het basisnet is de grotere weg-, spoor- en waterinfrastructuur opgenomen. De provincie Groningen heeft ook al een provinciaal basisnet vastgesteld, als onderdeel van de Provinciale Omgevingsverordening.

Het basisnet geeft aan voor welke provinciale wegen aspecten van externe veiligheid aan de orde zijn. Het basisnet ziet op plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Provincie specifiek is een extra regel voor de bescherming voor minder zelfredzame personen. Binnen 30 meter van de rand van wegen en spoorwegen in het basisnet mogen geen nieuwe objecten of functies voor beperkt zelfredzame personen worden toegestaan (scholen, zorgwoningen, zorgcentra et cetera). In de toelichting van bestemmingsplannen moeten aandacht besteedt worden aan het groepsrisico binnen 200 meter van een weg uit het basisnet. Met name de risico's van een plasbrand (een brandende plas) en een BLEVE (gasexplosie) moeten beschouwd worden. In de toelichting moet ook aandacht besteedt worden aan het groepsrisico in gebieden binnen 1500 meter van de spoorweg Groningen-Zuidbroek.

23

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

4.3.2

Toetsing De omgeving van het plangebied is geïnventariseerd met behulp van de risicokaart van de provincie Groningen. Er treden geen wijzigingen op met betrekking tot het plaatsgebonden risico en groepsrisico. Gezien de grote afstanden is verdere analyse bij de kleine planologische wijzigingen niet noodzakelijk.

4.3.2.1 Harkstede - Hoofdweg 117 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.2 Kolham - Hoofdweg 68 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.3 Meeden - Vennenweg 1 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.4 Schildwolde - H. Goeman Borgesiusstraat 52b In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.5 Siddeburen - Oostwoldjerweg 2a In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er is wel risicovolle infrastructuur in de nabijheid aanwezig (hoofdtransportgasleiding), maar er treden geen wijzigingen op in het plaatsgebonden risico en groepsrisico.

4.3.3

Conclusie Het verzamelbestemmingsplan is wat betreft het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

4.4

Water

4.4.1

Inleiding Het opnemen van een waterparagraaf in een bestemmingsplan is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het overleg met het waterschap wordt gevoerd op basis van artikel 3.1.1 Bro. In die paragraaf dient te worden uiteengezet wat voor gevolgen het plan in kwestie heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het waterbeleid, zoals opgenomen in het Nationaal Waterplan 2016-2021 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet zet hiermee in op een robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteeem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Keur Waterschap Voor alle aanpassingen aan de waterhuishouding, zoals genoemd in de keur, is ook een

24

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

watervergunning van het waterschap vereist. In de keur van waterschap Hunze en Aa's (2010) is ook opgenomen dat binnen het beheersgebied zonder vergunning van het bestuur geen verhard oppervlak mag worden aangebracht, voor zover dit leidt tot een versnelde afvoer richting oppervlaktewaterlichamen. Hierbij geldt binnen de bebouwde kom een norm van 150 m² en daarbuiten 1500 m². Bij nieuwe verharding met een oppervlak boven deze normen zullen compenserende maatregelen moeten worden genomen. Daarnaast zijn er in de keur ook regels opgenomen over beschermingszone langs (boezem)kades en beschermings- en obstakelvrije zones langs hoofdwatergangen. De beschermingszones worden aangegeven of omschreven in de legger. Bij het ontbreken van een legger geldt als beschermingszone een strook van 5 meter, waarbij de 5 meter moet worden gerekend vanaf de insteek of de teen van het waterstaatswerk. Als een onderhoudsstrook aanwezig is dan hoort die bij het waterstaatswerk en niet bij de beschermingszone. Notitie Stedelijk Waterbeheer In 2011 heeft het waterschap Hunze en Aas de notitie Stedelijk Waterbeheer vastgesteld. Hierin zijn doelstellingen en aandachtspunten geformuleerd inzake het stedelijk waterbeheer, waarbij alle betrokken partijen hun rol moeten pakken, waaronder de gemeenten in hun ruimtelijke plannen.

Dit gebeurt mede door de verplichte waterparagraaf in bestemmingsplannen, met als doelstelling: “Water wordt door overheden, stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars geaccepteerd en gehanteerd als ordenend principe. Het waterschap is de vanzelfsprekende wateradviseur bij locatiekeuze en inrichting.“ Aandachtspunten in de notitie die relevant zijn voor bestemmingsplannen zijn:

4.4.2

Onderwerp

Probleem

Oplossingsrichting

Ruimte voor water

Onvoldoende inspelen op Waterschap eerder betrekken, wateraspecten bij ruimtelijke deskundigheid gebruiken. plannen, wateroverlast, slechte waterkwaliteit in nieuwe gebieden.

Taakverdeling

Onduidelijkheid voor gemeenten en burgers.

Heldere afspraken, eenduidigheid, helder communiceren over taken en verwachtingen.

Watersysteem

Slechte waterkwaliteit, wateroverlast, vervuilde waterbodem, weinig natuurvriendelijke oevers, verstoring watersysteem.

Duurzame inrichting, basisinspanning/waterkwaliteitsspoor intensiveren, alternatieve oplossingen, aanpak diffuse bronnen, wateroverlastmaatregelen met gemeente, oplossingen op maat, herstel watersysteem.

Toetsing Het bestemmingsplan is primair conserverend van karakter, waarbij de bestaande functies worden bestemd. Er worden geen wezenlijke veranderingen in de waterhuishouding voorzien. Grootschalige ontwikkelingen zijn op grond van dit bestemmingsplan aldus niet mogelijk. Zowel bij de ontwikkelingen bij recht als bij de ontwikkelingen na wijziging van het bestemmingsplan dienen de beleidsuitgangspunten van het Waterplan (waaronder afnemen watertoets) te worden nagekomen. Het toevoegen van nieuwe bebouwing of verharding in de bebouwde kom (met een groter oppervlakte dan 150 m2) en in het buitengebied (bij een oppervlakte groter dan 1.500 m2) zal dan ook gecompenseerd moeten worden met waterberging. In het gebied bevinden zich geen grondwaterbeschermingsgebieden. Onderstaand wordt ingegaan op de percelen in het plangebied. Het gaat in het verzamelbestemmingsplan om de gebruikswijziging voor de bestaande bebouwing. Er wordt geen extra bebouwing toegestaan ten opzichte van de bestaande regels. Er wordt in geen van de gevallen verharding toegevoegd.

25

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Er zijn met betrekking tot water (en afvoer) geen aanvullende maatregelen nodig. Dorp

Adres

Situatie

Harkstede

Hoofdweg 117

Bestaande woning en bijgebouw

Kolham

Hoofdweg 68

Bestaande woning en bijgebouw

Meeden

Vennenweg 1

Bestaande woning en bijgebouw

Schildwolde

G. Goeman Borgesiusstraat 52b

Bestaand hoofdgebouw met beperkte uitbreiding

Siddeburen

Oostwoldjerweg 2a

Bestaande woning en bijgebouw

Bij de Oostwoldjerweg 2a gaat het om een voormalig agrarisch bedrijf in het buitengebied van Siddeburen. Het betreft hier de bestaande situatie, waarbij de bestaande bebouwing wordt hergebruikt. Er is geen sprake van nieuwe bebouwing. Het bouwvlak wordt in de nieuwe situatie fors verkleind. Voor de betreffende oppervlakte zijn in het buitengebied geen compenserende maatregelen nodig. Vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan het waterschap Hunze en Aa's. 4.4.3

Conclusie Het verzamelbestemmingsplan is voor wat betreft het aspect water uitvoerbaar.

4.5

Bodem

4.5.1

Inleiding De aanwezige milieuhygiënische bodemkwaliteit behoort te passen bij het huidige of het toekomstige gebruik van de bodem. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door menselijk handelen (zorgplicht). Informatie over uitgevoerde bodemonderzoeken, bodemsaneringen en historisch verdachte locaties staan vermeld op de Bodeminformatiekaart (via www.bodemloket.nl). Grondverzet Voor toepassing van grond, bouwstoffen en baggerspecie gelden de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Een deel van de regels voor hergebruik van grond staan beschreven in de gemeentelijke de Nota bodembeheer Midden-Groningen 2020. Bodemtoets Bij graafwerkzaamheden, bouwactiviteiten, uitbreiding of verandering van (bedrijfs-) activiteiten dient de initiatiefnemer bij de gemeente na te gaan of een actueel bodemonderzoek ingediend moet worden of niet.

4.5.2

Toetsing Met het planvoornemen vindt op geen van alle percelen grondroerende werkzaamheden plaats en is het toekomstige gebruik overeenkomstig het huidige gebruik. Veronderstelt kan worden dan de bodemkwaliteit geen belemmeringen vormt voor de planvoornemens.

Harkstede

Hoofdweg 117

Kolham

Hoofdweg 68

26

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

4.5.3

Meeden

Vennenweg 1

Schildwolde

H. Goeman Borgesiusstraat 52B

Siddeburen

Oostwoldjerweg 2a

Conclusie Het verzamelbestemmingsplan is wat betreft het aspect bodem uitvoerbaar.

4.6

Luchtkwaliteit en geur

4.6.1

Inleiding In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'niet in betekenende mate' (nibm) op de luchtkwaliteit zijn verder vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die leiden tot minder dan 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10). Deze grens komt overeen met 1.401 auto's dan wel 109 vrachtwagens per weekdagetmaal. PM10 en PM2,5 zijn overigens sterk gerelateerd, aangezien PM2,5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10. Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden.

4.6.2

Toetsing De planvoornemens voor de verschillende adressen zoals meegenomen in dit verzamelbestemmingplan betreffen met name ambtelijke wijzigingen en blijven ruimschoots onder de hierboven genoemde grenzen. Dit verzamelplan leidt dan ook niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit van meer dan 3%.

4.6.3

Conclusie Het verzamelplan is wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

4.7

Ecologie

4.7.1

Inleiding Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en een goede aansluiting op het omgevingsrecht. De volgende gebieden genieten bescherming op grond van de Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebied); staatsnatuurmonumenten (gebieden in eigendom van de staat); beschermde natuurmonumenten (gebieden die in eigendom zijn van particulieren, waaronder terreinbeheerders);

27

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

Wetlands. Ook de provincie heeft gebieden aangewezen waarbinnen beschermende regels gelden ten aanzien van het behoud van ecologische waarden. In de omgevingsverordening zijn voor enkele van deze aspecten, waaronder Natuur Netwerk Nederland en Bos- en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland, bindende regels opgenomen. Leidraad Gemeente Midden-Groningen De gemeente Midden-Groningen heeft in 2017 een leidraad met bijbehorende themakaarten opgesteld dat als handreiking dient voor ruimtelijk beleid en inzicht geeft in de ecologische waarden in de gemeente Midden-Groningen. Met behulp van de leidraad kan een goed beeld worden verkregen van de natuurwaarden in de gemeente. 4.7.2

Toetsing Voor alle adressen in het plangebied van voorliggend bestemmingsplan zijn geen ecologische aspecten relevant. Het gaat hier om feitelijke bestaande situaties waarin alleen planologisch-juridisch een aanpassing plaatsvindt.

4.7.3

Conclusie Het verzamelplan is wat betreft het aspect ecologie uitvoerbaar.

4.8

Geluid

4.8.1

Inleiding Wat betreft geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder van toepassing. In deze wet wordt onderscheid gemaakt in wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Wegverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/geldt en wegen die zijn aangeduid als 'woonerf'. Voor het onderbouwen van de mogelijkheden voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen een zone langs een weg moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. 30 kilometer wegen hebben formeel geen zone maar hiervoor geldt in het kader van goede ruimtelijke ordening dezelfde onderzoeksplicht. Alleen indien zonder twijfel vaststaat dat het aantal voertuigbewegingen over de weg beperkt is, is akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Voor het geluid vanwege een weg op een nog niet geprojecteerde geluidgevoelige bestemming geldt een ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB op de gevel (art. 82 lid 1 Wgh). Overig lawaai Wet geluidhinder In het plangebied is geen sprake van invloedsgebieden vanuit railverkeerslawaai en industrielawaai zoals benoemd in de Wet geluidhinder. Daarom wordt in deze paragraaf niet verder op ingegaan .

4.8.2

Toetsing

4.8.2.1 Harkstede - Hoofdweg 117 Aan de Hoofdweg 117 wordt de voormalige bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Qua geluidssituatie treden er geen veranderingen op. Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is niet verplicht, tenzij de verkeerintensiteiten aanleiding geven om wel onderzoek uit te voeren. Dit is voor deze situatie niet het geval.

28

Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)

4.8.2.2 Kolham - Hoofdweg 68 Aan de Hoofdweg 68 wordt de voormalige bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Qua geluidssituatie treden er geen veranderingen op. Er is sprake van afname van geluid. Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is niet verplicht, tenzij de verkeerintensiteiten aanleiding geven om wel onderzoek uit te voeren. Dit is voor deze situatie niet het geval. 4.8.2.3 Meeden - Vennenweg 1 Aan de Vennenweg 1 wordt de voormalige bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Qua geluid treden er geen veranderingen op. Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is niet verplicht, tenzij de verkeerintensiteiten aanleiding geven om wel onderzoek uit te voeren. Dit is voor deze situatie niet het geval. 4.8.2.4 Schildwolde - H. Goeman Borgesiusstraat 52B Er vindt een beperkte uitbreiding plaats van het multifunctioneel centrum. Er bevinden zich geen woningen aan de zijde van de uitbreiding. Qua geluidssituatie treden er geen veranderingen op. Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is niet verplicht, tenzij de verkeerintensiteiten aanleiding geven om wel onderzoek uit te voeren. Dit is voor deze situatie niet het geval. 4.8.2.5 Siddeburen - Oostwoldjerweg 2a Aan de Oostwoldjerweg 2a wordt het voormalig agrarisch bedrijf omgezet in een gemengde bestemming.

Het hoveniersbedrijf is als een lichter bedrijf aan te merken dan een agrarisch bedrijf. Er is sprake van afname van geluid. Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is niet verplicht, tenzij de verkeerintensiteiten aanleiding geven om wel onderzoek uit te voeren. Dit is voor deze situatie niet het geval. 4.8.3

Conclusie Het verzamelplan is wat betreft het aspect geluid uitvoerbaar.

4.9

Archeologie

4.9.1

Inleiding Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta (Malta). Daarna heeft de rijksoverheid beleid ontwikkeld voor een zorgvuldige omgang met het archeologisch erfgoed. Het uitgangspunt is het behoud van archeologische waarden “in situ” (ter plekke; in de bodem). In 2007 heeft het verdrag zijn neerslag gekregen in de Nederlandse wetgeving. Op 1 september van dat jaar trad de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking. In samenhang daarmee werden ook de Monumentenwet 1988 en drie andere wetten aangepast. De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ).

In Midden-Groningen heeft een inventarisatie plaatsgevonden van het gemeentelijk erfgoed. Vanaf 2018 zijn gemeentelijke monumenten geselecteerd en aangewezen, enerzijds om

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12803460/1