CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Lokaal Plan van Aanpak Versterking 2023 Midden-Groningen

Raadsvergadering 22 december 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Lokaal Plan van Aanpak Versterking 20237.969 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Lokaal Plan van Aanpak Versterking Midden-Groningen 2023

Inhoud 1.

Algemeen ...................................................................................................................................... 3 1.1

Versterkingsaanpak ............................................................................................................ 3

1.2

Versterking is geen schadeherstel ................................................................................... 3

1.3

Wettelijke rol gemeente: prioritering adressen ........................................................... 3

1.4

Leeswijzer ........................................................................................................................... 4

2.

Uitgangspunten prioritering ...................................................................................................... 5

3.

Capaciteitsverdeling ................................................................................................................... 6

4.

Programma 2023 Midden-Groningen ........................................................................................ 7

5.

4.1

Resultaat Lokaal Plan van Aanpak 2021-2022 ............................................................... 7

4.2

Opdracht voor 2023 ........................................................................................................... 8

4.3

Flexibiliteit is nodig ........................................................................................................... 9

Voortgang en doorkijk versterkingsopgave in Midden-Groningen ................................................ 11 5.1

Voortgang per dorp .......................................................................................................... 11

5.2

Regionaal meerjarenbeeld ............................................................................................. 12

Bijlage 1. Achtergrond en kaders ........................................................................................................... 14 Bijlage 2. Methoden voor beoordeling ................................................................................................... 16 Bijlage 3. Tijdelijke wet Groningen ....................................................................................................... 17 Bijlage 4. Opbouw adressen in versterkingsaanpak ............................................................................ 18 Bijlage 5. Blokken uit bestuurlijke afspraken 2020 ............................................................................ 21 Bijlage 6. Communicatie .......................................................................................................................... 23

2

1. Algemeen 1.1

Versterkingsaanpak

Onze inwoners moeten net zo veilig kunnen wonen als mensen in de rest van Nederland. De aardbevingen die worden veroorzaakt door de gaswinning zorgen ervoor dat dat niet het geval is. Om te bepalen of mensen wel of niet veilig wonen heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) op 6 november 2015 een veiligheidsnorm vastgesteld. Deze norm stelt dat de jaarlijkse kans om te overlijden als gevolg van het instorten van een gebouw door een aardbeving niet groter mag zijn dan 1 op de 100.000. In de versterkingsaanpak wordt bepaald of gebouwen voldoen aan deze veiligheidsnorm. Dat gebeurt met behulp van de Nederlandse Praktijkrichtlijn Aardbevingsbestendig bouwen, oftewel de NPR 9998. Deze NPR is het beoordelingskader waaraan wordt getoetst. In bijlage 1 vindt u een uitgebreide weergave van de ontwikkeling van de versterkingsaanpak sinds 2015. Het beoordelen kan op drie manieren: een uitgebreide unieke berekening per gebouw, een beoordeling op basis van de typologiebenadering en een beoordeling met de praktijkgerichte aanpak. In bijlage 2 wordt dit verder toegelicht. Voor de uitvoering van het versterkingsprogramma (dus het beoordelen van gebouwen en ook de uitvoering van versterkingsmaatregelen) is de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) opgericht. De NCG is een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

1.2

Versterking is geen schadeherstel

Schadeherstel en het preventief versterken zijn twee verschillende zaken. Bij schadeherstel gaat het om schade aan gebouwen die toe te schrijven is aan aardbevingen die hebben plaatsgevonden. Bij versterken gaat het om het voorkomen van instorten als gevolg van een aardbeving die zou kunnen plaatsvinden. De schadeafhandeling is in handen van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). IMG is een Zelfstandig Bestuursorgaan (Zbo) dat werkt in opdracht van het ministerie van EZK. Een gebouw kan schade hebben, zonder dat de veiligheid in het geding is. En andersom zien we ook voorbeelden van gebouwen die geen scheuren vertonen, maar toch niet blijken te voldoen aan de veiligheidsnorm. Ook zien we dat als gevolg van de dalende gaswinning en dalende seismiciteit de veiligheid wordt verbeterd, maar dat het aantal schademeldingen eerder lijkt toe te nemen dan af te nemen.

1.3

Wettelijke rol gemeente: prioritering adressen

In het Plan van Aanpak staat welke adressen moeten worden beoordeeld en welke adressen moeten worden uitgevoerd (versterkt). De Tijdelijke wet Groningen en het Besluit Versterking Gebouwen Groningen geven aan dat de minister/staatssecretaris van EZK de kaders bepaalt waarbinnen de versterking plaatsvindt (zie ook bijlage 3). Ook bepaalt hij over welke adressen dit gaat. De rol van de gemeente is wettelijk gezien beperkt tot het vastleggen van de volgorde waarin gebouwen worden beoordeeld en versterkt (prioritering). Dat kan de gemeente niet alleen bepalen. In de wet is ook geregeld dat er afstemming moet zijn tussen de gemeenten onderling en dat zowel Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) als NCG de prioritering moet toetsen op respectievelijk veiligheid en uitvoerbaarheid. Het document waarin deze prioritering is vastgelegd is het Lokaal Plan van Aanpak. Het Lokaal Plan van Aanpak vormt daarmee de opdracht van de gemeente aan de Nationaal Coördinator Groningen (NCG).

3

1.4

Leeswijzer

We hebben ervoor gekozen dit Plan van Aanpak te beperken tot de kern ervan. Namelijk de opdracht aan NCG op basis van de prioritering. Achtergrondinformatie en uitleg over het proces van versterken vindt u in de bijlagen van dit Plan van Aanpak. In hoofdstuk 2 worden de in eerde Plannen van Aanpak vastgestelde uitgangspunten voor de prioritering benoemd. Hoofstuk 3 is een korte toelichting op de regionale verdeling van (uitvoerings)capaciteit. Vervolgens is hoofdstuk 4 de kern van dit Lokale Plan van Aanpak. Hierin staat de huidige situatie en de opdracht voor 2023 weergegeven.

4

2. Uitgangspunten prioritering In de eerdere Lokale Plannen zijn de uitgangspunten voor de prioritering vastgelegd. Deze uitgangspunten volgen we nog steeds. De wet schrijft voor dat die prioritering in ieder geval moet bestaan uit de risicoprofielen zoals die voortkomen uit de HRA-berekeningen (zie bijlage 1), maar daarbinnen moet ook geprioriteerd worden. Voor zowel het opnemen en beoordelen als voor het uitvoeren van de versterkingsmaatregelen hanteren we de volgende uitgangspunten voor prioritering. Deze uitgangspunten zijn gelijk aan die van de vorige Lokale Plannen van Aanpak: 1. Veiligheid: Eerst de adressen met een verhoogd risicoprofiel (P50), dan de adressen met een licht-verhoogd risicoprofiel (P90) en tot slot de adressen met een normaal risicoprofiel. 2. Consistent beleid: Daar waar we al gestart zijn, streven we ernaar het gebied/dorp af te ronden. Dat wil zeggen dat we eerst adressen beoordelen en uitvoeren in gebieden en dorpen waar dit al eerder is gebeurd, voordat we in nieuwe dorpen en gebieden starten. 3. Samenhang tussen gebouwen: We willen zoveel mogelijk dat op buurt- en dorpsniveau de uitvoering van de versterking gelijk plaatsvindt, of volgens een logische volgorde.

Dat betekent dat wanneer een gebied een hoge dichtheid van adressen met een verhoogd risicoprofiel heeft, de tussenliggende adressen met een licht-verhoogd of normaal risicoprofiel1 ook worden betrokken. 4. Complexe schade: Er zijn gebieden in onze gemeente waar de dichtheid van complexe schadegevallen hoog is. Vaak zijn dit ook gebieden met relatief veel adressen met een verhoogd risicoprofiel. Het snel beoordelen van deze adressen kan duidelijkheid scheppen en soms een belangrijke randvoorwaarde vormen voor het integraal oplossen van de problemen. Naast deze reeds vastgestelde uitgangspunten voor de prioritering merken we dat flexibiliteit om in te kunnen spelen op urgente situaties van belang is. Urgentie kan ontstaan vanuit de fysieke kant (de staat van een gebouw, een acuut onveilige situatie of constructieve schade), maar vooral ook aan de sociaal maatschappelijke kant van de bewoners. Dit aspect van flexibiliteit komt terug in de manier waarop we het programma voor opname en beoordeling en (met name) ontwerp en realisatie vormgeven.

1

5

Voor zover onderdeel van de versterkingsaanpak.

3. Capaciteitsverdeling Om te bepalen welke adressen in 2023 kunnen worden opgenomen en beoordeeld, is het eerst van belang om zicht te hebben op de capaciteit die daarvoor beschikbaar is. NCG geeft aan dat er voldoende beoordelingscapaciteit beschikbaar is voor alle adressen in de versterkingsscope die in 2023 nog niet beoordeeld zijn. Voor het uitvoeren van de versterking geldt dit niet. De capaciteit voor het proces van ontwerp en realisatie is beperkt en maakt dat er keuzes gemaakt moeten worden. Allereerst is de capaciteit verdeeld over de gemeenten. De opgave in de ene gemeente is groter dan in de andere gemeente. Voor de gemeente Midden-Groningen betekent dit dat 11,1% van de uitvoeringscapaciteit beschikbaar is. NCG geeft aan in 2023 voor totaal 1.692 adressen de uitvoering (ontwerp en realisatie) te kunnen opstarten. Dat betekent dat voor Midden-Groningen 188 adressen in uitvoering kunnen worden gebracht. Dit gaat uiteraard om daadwerkelijk te versterken adressen. Adressen die na beoordeling op norm blijken te zijn worden hierin niet meegerekend.

6

4. Programma 2023 Midden-Groningen Gemeente Midden-Groningen telt ruim 32.500 adressen. Daarvan hebben circa 28.000 een woonfunctie. Het aantal adressen dat betrokken is in de versterkingsaanpak is 3.2832. Dat betekent dat lang niet alle adressen in onze gemeente in de versterkingsaanpak zitten. Hoe de dit totaal van 3.283 tot stand is gekomen wordt in bijlage 4 toegelicht.

4.1

Resultaat Lokaal Plan van Aanpak 2021-2022

In het Lokaal Plan van Aanpak 2021-2022 is opdracht aan NCG gegeven voor het beoordelen (Opname & Normering) en voor het uitvoeren (Ontwerp & Realisatie) van adressen in onze gemeente op basis van de vastgestelde uitgangspunten voor prioritering (zie hoofdstuk 2). Opname en normering De opdracht uit het LPvA 2021-2022 bestond uit het naar beoordeling brengen van 1.036 adressen. Uit onderstaand overzicht blijkt dat eind 2022 aan deze opdracht zal zijn voldaan. Er zijn zelfs nog meer adressen beoordeeld die typologisch gezien paste bij de lopende opdracht. Opname en Normering

Aantal

Opdracht uit Lokaal Plan van Aanpak 2021-2022

1.036

e

4 kwartaal 2022 O&N

124

Wachten op versterkingsadvies / normbesluit

524

Na versterkingsadvies in fase planvorming

69

In uitvoering

1

Afgerond (versterkt of op norm)

399

Nog niet alle adressen uit de opdracht hebben echter dan ook al een versterkingsadvies of een verklaring dat het adres op norm is. Naar verwachting zal de helft van deze groep in de loop van 2023 uitsluitsel krijgen. Een voorbehoud moet daarbij worden gemaakt voor de adressen die typologisch zouden moeten worden beoordeeld, maar waar dit technisch niet mogelijk is. Deels omdat de woning in kwestie te veel “afwijkt” van de typologische norm, of omdat de betreffende typologie (nog) niet gevalideerd is en dus niet toegepast kan worden door NCG. Ontwerp & Realisatie De opdracht uit het LPvA 2021-2022 bestond uit het naar uitvoering (ontwerp & realisatie) brengen van 350 adressen. Deze opdracht is deels uitgevoerd.

2

7

Ontwerp en Realisatie

Aantal

Opdracht uit Lokaal Plan van Aanpak 2021-2022

350

Nog niet gestart

4

Nog in fase Opname en Normering

105

In fase planvorming

155

In fase uitvoering

14

Afgerond

72

Stand per 1 september 2022

Van de 105 adressen die in de fase opname en normering zitten verwachten we op korte termijn van 32 adressen een versterkingsadvies (of op norm verklaring). Van 37 adressen was de verwachting was dat de beoordeling beschikbaar zou zijn. Omdat deze adressen niet met de typologieaanpak kunnen worden beoordeeld en het daardoor langer duurt voordat de beoordeling gereed is, is dat echter niet het geval. Van de 155 adressen die in de fase Planvorming zitten hebben 67 gekozen voor herbeoordeling op basis van de nieuwste inzichten. Dat kost tijd. Voor de 88 overige adressen kan binnenkort de uitvoering starten. De verwachting is dat circa 35 adressen zullen doorschuiven naar 2023. In de capaciteit voor 2023 zal daar rekening mee gehouden moeten worden. Om geen uitvoeringscapaciteit verloren te laten gaan heeft NCG in overleg met de gemeente 89 adressen naar uitvoering gebracht die geen onderdeel waren van de oorspronkelijke opdracht, maar wel klaar waren voor uitvoering.

4.2

Opdracht voor 2023

Opname en normering Onderstaande tabel geeft per dorp weer de adressen die NCG in 2023 moet opnemen en beoordelen (normeren). Dorp

Opname en Normering

Froombosch

15

Harkstede

18

Hellum

27

Hoogezand

106

Kolham

14

Lageland

3

Luddeweer

2

Meeden

1

Muntendam

1

Noordbroek

73

Overschild

3

Sappemeer

15

Scharmer

17

Schildwolde

25

Siddeburen

79

Slochteren

56

Woudbloem

5

Zuidbroek

9

Eindtotaal

469

NCG geeft aan dat al deze adressen in 2023 opgenomen en genormeerd kunnen worden. Tegelijkertijd heeft NCG ons geïnformeerd dat een deel van deze adressen niet typologisch beoordeeld kan worden, terwijl dat wel de bedoeling was, omdat de typologie niet beschikbaar komt. NCG kijkt naar alternatieve manieren van beoordelen en geeft tot nu toe aan dat dit geen consequentie heeft voor de planning ervan.

8

Ontwerp en realisatie Als we kijken naar de beschikbare en beschikbaar komende versterkingsadviezen en de vastgestelde uitgangspunten voor prioritering (zie hoofdstuk 2) zijn er in 2023 288 adressen die naar uitvoering zouden kunnen gaan. Dit zijn meer adressen dan waarvoor capaciteit beschikbaar is, maar de verwachting is dat een deel van deze adressen op norm zal zijn en dus geen uitvoeringscapaciteit zal vragen. Omdat vooraf niet met zekerheid te zeggen is om welke adressen dit gaat, kunnen wij die verdeling nu niet aangeven. Vandaar dat we nu een hoger aantal adressen benoemen. Het gaat om adressen in de volgende dorpen: Dorp

Aantal Ontwerp en Realisatie

Froombosch

3

Harkstede

1

Hellum

7

Kolham

3

Lageland

5

Luddeweer

3

Overschild

2

Scharmer

1

Schildwolde

30

Siddeburen

52

Slochteren

179

Westerbroek

1

Woudbloem

1

Eindtotaal

288

De staat van een gebouw (bijvoorbeeld bij een acuut onveilige situatie) of de situatie van de bewoners, kan aanleiding zijn om een adres hoger te prioriteren. Dit past binnen de vastgestelde uitgangspunten. Dat betekent ook dat de opdracht aan de NCG voor ontwerp en realisatie een principe-opdracht is en niet vooraf volledig op 188 adressen toe te spitsen. Wij blijven gedurende 2023 samen met de NCG monitoren of het nodig is om adressen hoger te prioriteren. Ook hier geldt een onzekere factor. Op regionaal niveau zien we dat er veel adressen die in 20212022 tot uitvoering zouden moeten worden gebracht doorschuiven naar 2023. Dat heeft gevolgen voor het aantal nieuwe adressen dat kan worden uitgevoerd in 2023. Voor Midden-Groningen lijkt hier voldoende ruimte voor te zijn, maar dat geldt niet voor alle gemeenten. Het gevolg van dit regionale verschil is nu nog niet duidelijk. Wij gaan ervan uit dat de door NCG aangegeven capaciteit beschikbaar is voor de nieuwe adressen die we hebben opgegeven.

4.3

Flexibiliteit is nodig

Vooral bij het uitvoeringsdeel van het versterkingsprogramma zien we dat het nog steeds moeilijk is om een goede planning per adres te maken. De adressen die in het Lokaal Plan van Aanpak 2023 staan om te worden uitgevoerd voldoen aan de prioritering. Maar er kunnen redenen zijn om hier in de loop van de tijd vanaf te wijken:

9

1. Om te kunnen uitvoeren is een versterkingsadvies nodig. Het kan echter zijn dat voor een adres dat als uit te voeren in het Lokaal Plan van Aanpak staat nog geen versterkingsadvies beschikbaar is. 2. Door de keuzemogelijkheid die eigenaren in blok A (zie bijlage 5) hebben om hun liggende versterkingsadvies te laten herbeoordelen op de nieuwste inzichten, komt het voor dat het beoordelingstraject langer duurt dan waar we vanuit gingen (herbeoordelen kost immers ook tijd, bovendien hebben eigenaar tijd nodig om een keuze te maken). Dan kan het zijn dat het adres (nog) niet beschikbaar is voor uitvoering. 3. Uitvoeren is alleen nodig als een adres niet op norm is. Vooraf weten we niet welke adressen wel en niet op norm zijn. Dat betekent dat het kan zijn dat er adressen als uit te voeren in het Lokaal Plan van Aanpak staan die die uiteindelijk op norm blijken te zijn en helemaal geen uitvoering nodig hebben. 4. Er zijn altijd situaties denkbaar die vragen om snel handelen. In de loop van de tijd kan het zijn dat er adressen bij ons bekend worden die om verschillende redenen voorrang zouden moeten krijgen in het versterkingsproces. Dit maakt flexibiliteit noodzakelijk. Het doel is immers om woningen veilig te maken en we willen daarbij geen capaciteit laten liggen. Het kan dus zijn dat adressen naar voren moeten worden gehaald (mits er een versterkingsadvies voor ligt).

Deze flexibiliteit vindt plaats binnen de in hoofdstuk 2 benoemde uitgangspunten van de prioriterig. Afstemming hierover tussen gemeente en NCG vindt plaats in de Lokale Stuurgroep Midden-Groningen.

10

5. Voortgang en doorkijk versterkingsopgave in Midden-Groningen 5.1

Voortgang per dorp

Planvorming

0

3

0

127

49

67

246

Steendam en Tjuchem

0

0

0

215

13

49

277

Lageland en Luddeweer

0

5

0

45

14

13

77

Slochteren, Schildwolde en Hellum

30

78

254

445

34

252

1093

Siddeburen

0

79

330

125

36

224

794

Noordbroek en Zuidbroek

10

72

78

20

9

218

407

Froombosch, Harkstede, Kolham, Scharmer en Woudbloem Foxhol. Hoogezand, Kropswolde, Meeden, Muntendam, Sappemeer, Tripscompagnie en Westerbroek Totaal

40

29

26

31

1

28

155

4

119

52

5

6

48

234

84

385

740

1013

162

899

3283

Totaal

Afgerond

Overschild

Opname

Uitvoering

Beoordeling

Dorp

Nog starten

In onderstaande overzicht is per dorp of cluster van dorpen weergegeven wat de stand van zaken is. Vervolgens wordt een korte beschrijving gegeven van de situatie.

Overschild Alle adressen in Overschild zitten alle adressen in de versterkingsaanpak. Ook zitten alle adressen in de lopende opdracht voor Ontwerp & Realisatie3. Deze worden gefaseerd tot uitvoer gebracht. Steendam en Tjuchem In Steendam en Tjuchem zitten alle adressen in de versterkingsaanpak. Ook zitten alle adressen in de lopende opdracht voor Ontwerp & Realisatie. Dit is onderdeel van het project Dorp in Eigen Hand dat vanuit de beide dorpen is opgezet in samenwerking met de NCG, de gemeente en bureau VIIA. Lageland en Luddeweer In Lageland en Luddeweer zitten alle adressen in de versterkingsaanpak. Ook zitten alle adressen in de lopende opdracht voor Ontwerp & Realisatie2, deels via de Praktijkaanpak. Slochteren, Schildwolde en Hellum In de dorpen Slochteren, Schildwolde en Hellum zitten niet alle adressen in de versterkingsaanpak. De adressen waar dit wel het geval is zijn clusters in bijvoorbeeld de woonwijk aan de noordzijde van Slochteren, maar ook gaat het om losse adressen aan het lint en in de buitengebieden van de

3

Met uitzondering van de adressen waar nog geen opname heeft plaatsgevonden. Dit zijn adressen waar eigenaar nog geen toestemming heeft gegeven voor opname en beoordeling.

11

dorpen. Veel eigenaren van de adressen in de fase planvorming hebben gekozen voor het herbeoordelen van de woning op de nieuwste inzichten. Siddeburen In Siddeburen zitten niet alle adressen in de versterkingsaanpak. Het gaat hierbij om clusters van adressen, maar soms ook om losse adressen. Noordbroek en Zuidbroek In Noordbroek en Zuidbroek zitten niet alle adressen in de versterkingsaanpak. Het gaat hierbij om clusters van adressen, maar soms ook om losse adressen. Het grote aantal afgeronde adressen komt vooral omdat na beoordeling veel adressen op norm blijken te zijn. Froombosch, Harkstede, Kolham, Scharmer en Woudbloem Voor de dorpen die aan de zuidwestzijde van gemeente liggen geldt dat er beperkt adressen onderdeel zijn van de versterkingsaanpak. Soms maar enkele per dorp. Vandaar dat deze dorpen hier gegroepeerd worden weergegeven. Foxhol. Hoogezand, Kropswolde, Meeden, Muntendam, Sappemeer, Tripscompagnie en Westerbroek Ook voor de dorpen die meer aan de zuidoostzijde van gemeente liggen geldt dat er beperkt adressen onderdeel zijn van de versterkingsaanpak. Ook hier soms maar enkele per dorp. Vandaar deze groepering.

5.2

Regionaal meerjarenbeeld

Onderstaande planning is een gecomprimeerde weergave van het regionale meerjarenbeeld dat voortkomt uit het meerjaren versterkingsplan (MJVP) van de NCG. Het Lokaal Plan van Aanpak 2023 is hierin verwerkt. 2023 O&N Overschild

O&R O&N

Steendam en Tjuchem

Lageland en Luddeweer

O&R O&N O&R

Slochteren, Schildwolde en Hellum

O&N O&R

Siddeburen

O&N O&R O&N

Noordbroek en Zuidbroek

Froombosch, Harkstede, Kolham, Scharmer en Woudbloem Foxhol, Hoogezand, Kropswolde, Meeden, Muntendam, Sappemeer, Tripscompagnie en Westerbroek

12

O&R O&N O&R O&N O&R

2024

2025

2026

2027

2028

Het MJVP is een globale planning gebaseerd op aannames over doorlooptijden en percentages wel en niet op norm en mogelijke versterkingsmaatregelen. Daarmee is het geschikt om in globale zin wat over de voortgang van de versterking te zeggen, maar niet voor adresniveau. De aannames die aan deze planning ten grondslag liggen maken dat er nog veel onzekerheden zijn en dat de planning in positieve en negatieve manier kan wijzigen ten opzichte van dit beeld.

13

Bijlage 1. Achtergrond en kaders Veiligheidsnorm 10-5 De versterkingsaanpak is in 2015 gestart onder regie van Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Het doel van het versterken van gebouwen is dat iedereen in Groningen net zo veilig moet kunnen leven als iemand in de rest van Nederland. Hiervoor is in 2015 door de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) het advies van de commissie Meijdam overgenomen. Kern van dit advies is dat de jaarlijkse kans om binnen of nabij een gebouw te overlijden als gevolg van een aardbeving niet groter mag zijn dan 10-5 (1 op 100.000). Deze norm wordt ook gehanteerd bij natuurrampen zoals overstromingen en windhozen. Om te kunnen bepalen of een woning voldoet aan deze norm is de Nederlandse Praktijkrichtlijn 9998 (NPR 9998) ontwikkeld. Beoordelingskader: de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR 9998) Om te kunnen bepalen of de gebouwen en woningen in het gebied voldoende aardbevingsbestendig zijn, is de NPR 9998 ontwikkeld. Met dit beoordelingskader kunnen individuele huizen doorgerekend worden of zij voldoen aan de veiligheidsnorm van 10-5. De eerste versie van de NPR 9998 is in 2015 uitgebracht. Er werd toen nog uitgegaan van een voortdurende gaswinning van 30 miljard kuub gas per jaar en ook was er nog veel onbekend, wat leidde tot ruimte onzekerheidsmarges. De meest recente versie van de NPR 9998 is die van 2020.

Hierin zijn aanpassingen gedaan op basis van nieuwe kennis over de bodem en de manier waarop Nederlandse gebouwen (veelal baksteen) bestand zijn tegen bodembeweging. Daarnaast wordt in deze versie rekening gehouden met een veel lagere gaswinning en de afbouw ervan. Deze lagere gaswinning zorgt ervoor dat de kans op zware aardbevingen is afgenomen en daarmee de dreiging veel lager is dan in 2015. Tevens zijn de tijdvakken van belang. De NPR gaat uit van een afnemende gaswinning en daarmee afname van de seismiciteit. Elk tijdvak hoort bij een bepaalde hoogte van de gaswinning. Op dit moment wordt gerekend met NPR 9998:2020 tijdvak 5. De norm waaraan wordt getoetst (de 10-5) wijzigt dus niet, maar het beoordelingskader waarmee wordt getoetst wel. Al deze wijzigingen zijn technisch uitlegbaar en verklaarbaar, maar leiden tot verschillen tussen eigenaren. Deze verschillen zorgen ervoor dat de maatschappelijke acceptatie ervan onder druk staat. Wijziging prioritering versterken Tot de zomer van 2018 werd het versterkingsprogramma uitgevoerd volgens de Meerjaren Programma’s (MJP) van de NCG. De prioritering en volgorde van de beoordelen adressen werd bepaald vanuit een gebiedsgerichte en risico-gestuurde aanpak. Daarbij werd gewerkt “van binnen naar buiten en van rij naar vrij”.

Vanaf eind 2017 werden de eerste versterkingsadviezen opgeleverd, en werd duidelijk dat de betreffende woningen (zwaar) versterkt moesten worden en in veel gevallen sprake was van sloop-nieuwbouw. Dit is voor het kabinet één van de redenen geweest om begin 2018 te besluiten om de gaswinning uit het Groningenveld zo snel als mogelijk volledig af te bouwen en de Mijnraad om advies te vragen over het vervolg van de versterking. De Mijnraad kwam tot de volgende aanbevelingen: • •

14

Daar waar vergaande verwachtingen bij bewoners zijn gewekt kan worden doorgegaan met de versterkingsaanpak zoals afgesproken; Voor de overige adressen wordt de prioritering aangehouden op basis van de beschikbare risicomodellen op basis van de HRA. Beoordeling moet gebeuren op het meest actuele beoordelingskader;

•

Ontwikkel een versnellingsaanpak gebaseerd op standaardversterkingsmaatregelen.

De minister van EZK heeft dit advies van de Mijnraad opgevolgd en besloten de aanpak van de versterking te wijzigen. Van gebiedsgerichte risicosturing naar pandgerichte risicosturing. Het HRA-model Sinds de zomer van 2018 worden de uitkomsten van het Hazard and Risk Assessment (HRA) model gebruikt om een prioritering aan te brengen in de versterkingsopgave. Dit HRA-model bestaat uit een serie van modellen over onder meer grondversnelling, bodemopbouw en gebouwtypologieën. Het model berekent op basis van kansberekening het te verwachten veiligheidsrisico van individuele gebouwen. Hierbij zijn de volgende categorieën onderscheiden: Verhoogd risicoprofiel: dit zijn gebouwen waarvan het waarschijnlijk is dat zij niet voldoen aan de veiligheidsnorm. In de statistiek wordt dit ook wel aangeduid met de term P50, Pmean of verwachtingswaarde. Deze gebouwen moeten met voorrang worden onderzocht. Licht verhoogd risicoprofiel: dit zijn gebouwen waarvan het mogelijk is dat zij niet voldoen aan de veiligheidsnorm. In de statistiek wordt dit ook wel aangeduid met de term P90 of onzekerheidsmarge. De gebouwen met een licht verhoogd risicoprofiel worden in principe na de woningen met een verhoogd risicoprofiel onderzocht. Normaal risicoprofiel: dit zijn gebouwen waarvan het waarschijnlijk is dat zij voldoen aan de veiligheidsnorm.

Sinds 2018 besluit de minister van EZK jaarlijks over de hoogte van de gaswinning uit het Groningenveld. Dat gebeurt op 1 oktober. Voorafgaand daarop moet een aantal onderzoeken en rapportages worden gedaan op basis waarvan de minister kan besluiten. Dat betekent dat ook jaarlijks een berekening op basis van het HRA-model wordt gedaan, behorende bij het winningsniveau waarover wordt besloten. Snel na het besluit over de gewijzigde aanpak bleek de HRA niet geschikt om op adresniveau te bepalen of een pand wel of niet aan de veiligheidsnorm voldoet. Het beoordelen van individuele gebouwen bleef noodzakelijk. Ook bleken er onverklaarbare uitkomsten uit de HRA te komen. Daarom hebben de gemeenten het standpunt ingenomen dat de HRA alleen kan dienen als middel om mee te prioriteren. De HRA-berekening wordt jaarlijks opnieuw uitgevoerd, zodat steeds met de nieuwste inzichten wordt gewerkt. In 2019 leidde dat ertoe dat er nieuwe adressen in beeld kwamen. De jaren daarna bleken in onze gemeente nieuwe adressen al in de versterkingsopgave te zitten en leidde dit dus niet tot een aanpassing van deze adressen. Bij het toepassen van de gegevens uit het risicomodel geldt de bestuurlijke afspraak dat een adres een gelijk of hoger risicoprofiel kan krijgen, maar nooit een lager risicoprofiel.

Dat betekent dat als een gebouw eenmaal op “de lijst” staat, deze er niet vanaf gaat, tenzij blijkt dat het gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm.

15

Bijlage 2. Methoden voor beoordeling De gemeente bepaalt niet welke beoordelingsmethode wordt toegepast. Deze bijlage is er dan ook vooral op gericht om het verschil van de methoden uit te leggen. Tot voor kort was er eigenlijk maar één manier om te bepalen of een gebouw wel of niet aan de veiligheidsnorm voldeed. En dat was een uitgebreide berekening met de NPR. Deze reguliere NPRberekening kan met een Non-Lineair Time History (NLTH) analyse, of een Non-Lineair Push Over (NLPO) analyse. Hierbij wordt na de opname van een gebouw van het hele gebouw een driedimensionaal model gemaakt. Op dat model worden vervolgens aardbevingen gesimuleerd. Uiteindelijk volgt daar dan uit op welke punten het gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet. Dat wordt vervolgens opgeschreven in een versterkingsadvies. Deze berekeningen zijn ingewikkeld, kostten veel tijd en kunnen maar door een beperkt aantal bureaus en deskundigen worden uitgevoerd. Daarom is er gezocht naar versnellingsmethoden. Die is gevonden in de typologieaanpak. Daarbij wordt niet elk individueel gebouw doorgerekend, maar voor gebouwgroepen met vergelijkbare kenmerken (typologieën). Die vergelijkbaarheid kan zitten in materiaal gebruik (baksteen, beton, hout) of bepaalde kenmerken (grote ramen, kleine ramen, bepaalde verbindingen). Voor elk van deze groepen is bepaald wat het effect is van een zware aardbeving.

Vervolgens is bepaald in welk gebied een dergelijk gebouw versterkt zou moeten worden (zogenaamde vlekken) en vervolgens wordt gekeken of deze gebouwen ook daadwerkelijk in die gebieden staan. Binnen de vlek is een gebouw van de bijbehorende typologie niet op norm, erbuiten wel. Deze methode is door het Adviescollege voor de Veiligheid Groningen (ACVG) uitgebreid getoetst en gevalideerd. Een derde methode is de praktijkgerichte aanpak. Deze werkwijze is onderdeel van het versnellingspakket dat de NCG, het ministerie van EZK en de regionale overheden in 2020 hebben afgesproken. De praktijkgerichte aanpak is een vorm van expert judgement, waarbij een constructeur op basis van bestaande analysemethoden, zoals beschreven in de NPR 9998 een beoordeling wordt gegeven. Dat betekent dat één partij verantwoordelijk is voor het gehele proces van beoordeling, ontwerp en uitvoering van de versterking, waardoor er geen afstemming of overdracht nodig is. Ook deze methode is door het ACVG getoetst en gevalideerd. De praktijkgerichte aanpak is in eerste instantie ontwikkeld in samenwerking met 6 regionale aannemers (de B6), maar het is de bedoeling dat meer partijen hierbij betrokken worden. De inzet van het ministerie van EZK en NCG is erop gericht om zoveel mogelijk gebruik te maken van de typologieaanpak bij adressen die nog beoordeeld moeten worden.

Kan dat niet, bijvoorbeeld omdat een gebouw teveel afwijkt van de typologische standaard, dan wordt eerst gekeken of de praktijkgerichte aanpak ingezet kan worden. Kan dat ook niet, dan blijft de reguliere NPR berekening beschikbaar. In het vorige Lokale Plan van Aanpak gaven we al aan dat het zwaartepunt verschuift van zware versterking (en sloop-nieuwbouw) naar steeds meer adressen met lichte of geen versterking nodig. Die trend zet zich door. Met name de adressen die verder af liggen van de kern van het aardbevingsgebied blijken steeds vaker op norm te zijn.

16

Bijlage 3. Tijdelijke wet Groningen Er is een wetsvoorstel in voorbereiding voor het uitbreiden van de Tijdelijk wet Groningen met een onderdeel Versterking. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de zomer van 2021 in de Tweede Kamer heeft de minister een novelle aangekondigd waarin een aantal in de Tweede Kamer aangenomen moties verwerkt zouden worden. Zowel het wetsvoorstel als de novelle zijn nog niet vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van het wetsvoorstel gelden de kaders uit het Besluit versterking gebouwen Groningen4, waarin de publieke regie op de versterking is geregeld. Met het wetsvoorstel wordt NAM definitief uit het systeem gehaald en de versterking, net als eerder de schadeafhandeling, volledig in publieke handen genomen. Daarnaast wordt de bevoegdheidsverdeling tussen overheden geregeld en de versterkingsoperatie publiekrechtelijk vastgelegd. De besluitvorming wordt van opname tot uitvoering belegd bij de NCG. Dit betekent in de praktijk dat de bewoner te maken krijgt met maar één organisatie die één besluit neemt over de versterking van zijn woning. Volgens het besluit en het wetsvoorstel bepaalt de minister (en tegenwoordig staatssecretaris) als opdrachtgever van de NCG de kaders waarbinnen de versterking plaatsvindt. Ook bepaalt hij welke adressen onderdeel zijn van de versterkingsaanpak.

Het bepalen van de prioritering binnen de versterkingsopgave is belegd bij de gemeente. Centrale rol hiervoor ligt bij het Plan van Aanpak. Dit benoemt volgens het besluit en het wetsvoorstel de kaders voor de uitvoering van de versterkingsoperatie en bevat de planning en prioritering van de opname, beoordeling en uitvoering van de versterking. De Lokale Stuurgroep geeft op gemeentelijk niveau sturing aan de versterkingsoperatie. Hierin zijn de gemeente en de NCG als uitvoeringsorganisatie vertegenwoordigd en wordt gesproken en besloten over de (voortgang van de) versterking. Het door de gemeenteraad vastgestelde Lokaal Plan van Aanpak is het kader voor de besluiten die in de Lokale Stuurgroep worden genomen. Op regionaal niveau is er het Versterkingsoverleg Groningen (VOG), waarin de aardbevingsgemeenten en de provincie besluiten voorbereiden voor het Bestuurlijk Overleg Groningen (BOG) met het Rijk.

4 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042265/2019-06-05.

17

Bijlage 4. Opbouw adressen in versterkingsaanpak Gemeente Midden-Groningen telt ruim 32.500 adressen. Daarvan hebben circa 28.000 een woonfunctie. Het aantal adressen dat betrokken is in de versterkingsaanpak is 3.2835. Dat betekent dat lang niet alle adressen in onze gemeente in de versterkingsaanpak zitten.

Opname op Verzoek

1

0

4

5

Froombosch

4

1

21

4

30

Harkstede

9

35

14

5

63

Hellum

6

82

40

3

135

Hoogezand

23

125

5

153

Kolham

1

0

3

19

Kropswolde

1

0

1

Lageland

2

45

8

55

Luddeweer

3

18

1

1

3

Meeden

0

Muntendam

0

Noordbroek

8

Overschild

9

Sappemeer

5

5 35

89

108

Schildwolde

15

Siddeburen

11

Slochteren

12

Steendam

3

Tjuchem

4

78

1

87

51 65

128 1

Westerbroek

1

Woudbloem

10

Zuidbroek

5

Totaal

133

Stand per 1 september 2022

15

22 1

1

2

1

3

78

270

2

363

4

1

43

13

5

66

2

19

1

22

113

26

11

331

293

424

15

794

64

54

11

627

67

77

1

1

123

129

1

1

1 1 35

89

143

290

246

293

Tripscompagnie

18

HRA 2019

Foxhol

Scharmer

5

HRA 2018

Batch jaar 2018

Batch 3260

Batch 1581

Batch 1588

Batch 1467

Totaal

Batch Transitie

Dorp

520

148

2

4

1

6

3

21

21

15

3

44

1073

921

79

3283

De samenstelling van deze adressen is in de loop van de afgelopen jaren ontstaan. Hieronder wordt uitgelegd hoe dit tot stand is gekomen. Batch Transitie Nog voor de oprichting van de NCG als verantwoordelijke partij voor de versterkingsopgave was er al sprake van adressen die beoordeeld werden. Dit gebeurde toen door Centrum Veilig Wonen (CVW) en deels zelfs nog door NAM. Dit gaat om 133 adressen in onze gemeente die NCG min of meer heeft “overgenomen” van CVW en NAM. Hierin zitten bijvoorbeeld ook de adressen die horen bij het scholenprogramma (soms meerdere adressen per school), maar ook het programma Heft in Eigen Hand. Batch 1467 t/m 2018 In 2016 werd het eerste Meerjarenprogramma van NCG vastgesteld door de ministerraad. In dit Meerjarenprogramma werden voor het eerst de kaders voor de versterking beschreven en vastgesteld. Ook werd bepaald met welke adressen de NCG zou gaan starten. In onze gemeente waren dit 35 adressen in Overschild die laten batch 1467 zijn gaan heten. In 2017 werd ook een Meerjarenprogramma vastgesteld en in 2018 verscheen een vereenvoudigd Meerjarenprogramma (de MJP brief). Uit deze Meerjarenprogramma’s komen de batches 1588 t/m 2018 voort. De grootte van de batches werd bepaald door de ruimte die de beoordelingsbureaus hadden.

Het uitgangspunt was destijds: werken van binnen naar buiten (dus starten in de kern van het gebied en dan langzaam naar de buitengrens toe), van rij naar vrij (starten met gebieden waar (veel) rijwoningen zijn) en afmaken waar begonnen is. Die batches waren vaak gebiedsdekkend, maar niet altijd. De batches waren niet samengesteld om verschillend te worden uitgevoerd, maar in de praktijk gebeurde dat wel vanwege aanpassingen aan het beoordelingskader NPR 9998. In de periode van de Meerjarenprogramma’s zijn 1.077 adressen in onze gemeente onderdeel geworden van een van de batches. HRA 2018 en 2019 In het voorjaar van 2018 besloot het kabinet tot het afbouwen en stopzetten van de gaswinning uit het Groningenveld. Vervolgens besloot de minister van EZK ook dat de versterking anders zou moeten worden uitgevoerd. Hij vroeg hierover advies aan de Mijnraad. In afwachting van dit advies werd juist op gang komende versterkingsopgave stopgezet (de zogenaamde pauzeknop). Op basis van het Mijnraad advies besloot de minister van EZK dat voortaan alleen nog adressen die voortkwamen uit de Hazard & Risk Assesment (HRA) zouden moeten worden beoordeeld. Na intensieve gesprekken met de regio besloot de minister uiteindelijk dat de bestaande batches ook onderdeel zouden blijven van de versterkingsopgave. Dit heeft onder meer geleid tot de afwijkende aanpak binnen batch 1588.

De HRA is een ingewikkeld statistisch model6 dat ontwikkeld is door NAM7. Op basis van veel verschillende factoren berekent het model hoe groot de kans is dat een gebouw wel of niet aan de veiligheidsnorm voldoet. Het model maakt onderscheid in drie uitkomsten. Een adres kan P50 zijn (50% kans dat het adres wel voldoet aan de veiligheidsnorm), P90 (90% kans dat het adres wel

6

Het model is ooit ontwikkeld om een algemene uitspraak te kunnen doen over de omvang van de onveiligheid. 7 Inmiddels is het model publiek gemaakt. TNO heeft het model nagebouwd en verbeterd. Het model heet nu Seismische Dreiging en Risico Analyse (SDRA)..

19

voldoet aan de veiligheidsnorm) en PNormaal (100% kans dat het adres wel voldoet aan de veiligheidsnorm). Uit de HRA doorrekeningen van 2018 en 2019 komen respectievelijk 1.073 en 921 unieke adressen in onze gemeente. Ook in 2020, 2021 en 2022 zijn risicoberekeningen uitgevoerd, maar deze leverde voor onze gemeente geen nieuwe adressen meer op. Tegelijk met de introductie van de HRA als uitgangspunt veranderde ook de rol van de NCG. Niet langer de Meerjarenprogramma’s van NCG waren de basis voor de versterkingsopgave, maar Lokale Plannen van Aanpak die door de gemeenten moesten worden opgesteld. De opdracht voor de gemeenten was echter wel om het advies van de Mijnraad te volgen en de focus te leggen op de adressen die in de HRA berekeningen als P50 naar voren kwamen. Het begrip “Gebiedsgericht” werd bestempeld als oude aanpak. Er moest nu “risico gestuurd” worden versterkt. De gemeenten hebben altijd geprobeerd om een balans te vinden in enerzijds de sturing op risico’s en anderzijds de behoefte om gebiedsgericht te werken. In het eerste Lokaal Plan van Aanpak (LPvA 2019) hebben we daarom geprobeerd om naast de P50 adressen ook de P90 en PNormaal adressen te laten beoordelen die in gebieden liggen met een hoge dichtheid van P50 adressen. Hierdoor bleef gebiedsgericht versterken in bijvoorbeeld Steendam en Tjuchem mogelijk.

Opname op verzoek Sinds enige tijd kunnen eigenaren buiten de versterkingsopgave die twijfelen aan de veiligheid van hun pand zich melden bij NCG. Er wordt dan een quick-scan uitgevoerd waaruit moet blijken of het gebouw nader beoordeeld moet worden. Als dat laatste het geval is, wordt het adres aan de versterkingsopgave toegevoegd door NCG. Op dit moment gaat dit om 76 adressen.

20

Bijlage 5. Blokken uit bestuurlijke afspraken 2020 Op 6 november 2020 hebben de regionale bestuurders en de ministers van EZK en BZK afspraken gemaakt. Het doel van deze bestuurlijke afspraken was rust en duidelijkheid te creëren in de versterkingsaanpak. Ook wilden de bestuurders iets doen tegen de verschillen die inmiddels waren ontstaan en ook het lange wachten van eigenaren compenseren. Tegelijkertijd was het uitgangspunt dat adressen zoveel mogelijk op basis van de nieuwste inzichten (typologieaanpak of meest recente NPR) worden beoordeeld. Dit heeft geleid tot de indeling in blokken. Bij de indeling in blokken is gekeken naar de adressen die op dat moment onderdeel waren van de versterkingsopgave. Het ging erom hoe ver het adres was in het proces van versterken. Dat was ongeacht de batch, het risicoprofiel of het dorp. Dat betekent ook dat de samenstelling van blok A, B en C niet is gewijzigd sinds november 2020 en ook niet zal wijzigingen. Dorp

Blok A

Blok B

Foxhol

1

Froombosch

4

Harkstede

Blok C

Blok E 4

5

22

4

30

9

49

5

63

Hellum

12

120

3

135

Hoogezand

21

127

5

153

Kolham

1

15

3

19

Kropswolde

1

1

Lageland

55

55

Luddeweer

22

22

Meeden Muntendam

1

1

2

1

3

338

2

363

Noordbroek

23

Overschild

246

Sappemeer

5

56

5

66

Scharmer

1

20

1

22

Schildwolde

105

215

11

331

Siddeburen

154

147

478

15

794

Slochteren

385

47

184

11

627

Steendam

148

148

Tjuchem

129

129

1

1

Tripscompagnie

21

Eindtotaal

246

Westerbroek

1

1

2

4

Woudbloem

10

8

3

21

Zuidbroek

5

36

3

44

Eindtotaal

1339

1671

79

3283

194

Blok A Blok A bestaat uit adressen waarvan de beoordeling tijdens de bestuurlijke afspraken zo ver was dat het niet meer mogelijk was om deze op de nieuwste inzichten te laten uitvoeren. Dit gaat over het algemeen om eigenaren die al lang wachten op duidelijkheid. Eigenaren binnen deze groep waar de uitvoering nog niet was begonnen kregen echter wel de mogelijkheid om te kiezen voor herbeoordeling op nieuwste inzichten. De eigenaren in blok A hebben recht op € 17.000,- verduurzamingssubsidie. Eigenaren die kiezen voor herbeoordeling hebben aanvullend recht op een vrij te besteden bedrag van € 13.000,-. In onze gemeente gaat dit om 1.339 adressen. Blok B De gemeenten voorzagen problemen wanneer naast elkaar gelegen adressen met een verschillend beoordelingskader zouden worden beoordeeld, terwijl deze adressen juist in het Plan van Aanpak stonden om als geheel te worden beoordeeld. Daarom hebben de gemeenten clusters benoemd waarvan het de wens was dat ze op gelijke wijze zouden worden beoordeeld. Dit gaat in MiddenGroningen om 194 adressen die op basis van het Lokale Plan van Aanpak 2020 beoordeeld zouden worden, maar waarvan de beoordeling in november 2020 nog niet was gestart.

De bestuurlijke afspraak is dat deze adressen wel worden beoordeeld met de nieuwste inzichten, maar dat de eigenaren hebben recht op € 17.000,- verduurzamingssubsidie en aanvullend recht op een vrij te besteden bedrag van € 13.000,-. Daarmee is een dreigend verschil opgeheven. Blok C Adressen die in november 2020 in de versterkingsopgave zaten, maar niet in blok A of B liggen, liggen in blok C. Dit gaat dus om adressen waar de beoordeling eind 2020 nog moest starten. Deze adressen worden beoordeeld met de nieuwste inzichten. Eigenaren hebben recht op € 17.000,verduurzamingssubsidie. In onze gemeente gaat dit om 1.671 adressen. Blok E Alle adressen die in november 2020 niet in de versterkingsopgave zaten, maar wel binnen de op dat moment geldende grens van de regeling Waardedaling van IMG, vallen in blok E 8. Eigenaren in dit blok kunnen een subsidie aanvragen voor verduurzaming of woningverbetering ter grootte van € 10.000,-. Vanwege het programma Loket opname op Verzoek (LOOV) zijn sinds november 2020 76 adressen die deel uitmaken van blok E ook onderdeel van de versterkingsopgave geworden. Deze adressen worden beoordeeld en zo nodig versterkt. Ze blijven echter buiten de blokken A, B en C vallen, aangezien die zijn vastgelegd op de adressen per 1 november 2020.

8

Bij het opstellen van dit Plan van Aanpak was nog niet duidelijk wat de gevolgen zijn van de wijziging van de grens van de regeling Waardedaling voor de regeling blok E.

22

Bijlage 6. Communicatie Door de afbouw van de gaswinning hebben steeds minder woningen (zware)versterking nodig. Dat betekent niet dat daardoor het versterkingsprogramma ook minder ingrijpend is geworden voor onze inwoners. Er bestaan veel verschillende regelingen en mogelijkheden bij verschillende instanties. Dat maakt het proces ingewikkeld. Onze inwoners krijgen nogal wat informatie te verwerken. En ze moeten belangrijke keuzes maken. Duidelijke, eerlijke en vooral persoonlijke communicatie is hierbij van groot belang. Onze inwoners moeten weten wat ze te wachten staat en moeten op basis van de informatie die ze krijgen een goede keuze kunnen maken voor de toekomst. Een keuze waar ze jaren later nog steeds achter staan. In deze bijlage geven we de uitgangspunten van de communicatie weer en beschrijven we de rollen en verantwoordelijkheden van alle partijen die een rol hebben in de versterkingsoperatie. Ook geven we een overzicht van de communicatiemiddelen die we als gemeente inzetten. Terug- en vooruitblik In november 2020 hebben het Rijk en de Regio afspraken gemaakt om inwoners in de versterkingsopgave te compenseren voor het lange wachten op duidelijkheid en voor verschillen die in de buurt ontstaan kunnen zijn als gevolg van wijzigingen in de beoordelingskaders. Dit zijn de bestuurlijke afspraken. Uit deze afspraken zijn enkele regelingen voortgekomen.

Deze regelingen zijn inmiddels uitgewerkt en subsidies zijn opengesteld voor aanvraag. Bewoners die hier aanspraak op kunnen maken hebben hierover een brief ontvangen met informatie waar iedereen recht op heeft en waar je een subsidieaanvraag kunt indienen. Verder zijn er in die dorpen waar de versterking in de uitvoerende fase zit, nieuwsbrieven en besloten intranetpagina’s opgezet om inwoners bij te praten over de nieuwste ontwikkelingen en allerlei praktische zaken. Ook hebben we een aantal bewonersbijeenkomsten kunnen houden, zij het binnen de beperkingen van de geldende coronamaatregelen. Zo zijn er fysieke en online informatiebijeenkomsten geweest die voor iedereen via het YouTube kanaal van de gemeente (terug) te zien zijn. De versterkingsopgave lijkt nu steeds meer op stoom te komen. De beoordelingskaders staan en het accent komt steeds nadrukkelijker te liggen op uitvoering, uitvoering en nog eens uitvoering. Een belangrijke doelstelling, gezamenlijk met NCG, is het verbeteren van de communicatie hierover zodat bewoners weten wanneer en hoe ze geholpen gaan worden. Uitgangspunten Dit zijn de uitgangspunten voor onze communicatie over de versterking: ▪ ▪ ▪

▪

23

De inwoner staat centraal. Het moet duidelijk zijn wat de bewoner/eigenaar kan verwachten, wanneer er wat gaat gebeuren, welke keuzes er zijn en welke consequenties die keuzes; hebben. Onze inwoners moeten een weloverwogen keuze kunnen maken voor hun toekomst, waar ze jaren later nog achter kunnen staan; De informatie die we verspreiden is transparant, eenduidig, toegankelijk en zo persoonlijk mogelijk. We zetten verschillende kanalen in, zodat we zoveel mogelijk inwoners bereiken. Dit doen we zowel online als offline; De informatie is dienstverlenend van aard en ondersteunt eigenaren/bewoners van woningen bij het maken van een beslissing over de eventuele versterking, verduurzaming en verbetering van hun woning.

▪

Inwoners weten waar ze terecht kunnen voor informatie over de versterking van hun woning en waar ze terecht kunnen met vragen. We werken zoveel mogelijk met één vast aanspreekpunt.

Rollen en verantwoordelijkheden Inwoners krijgen in het versterkingsproces te maken met verschillende partijen. Het is van belang dat ze weten wie deze partijen zijn en waar ze terecht kunnen met vragen. Daarnaast moet er zorgvuldige afstemming tussen de partijen plaatsvinden over wie, wanneer en waarover met een inwoner communiceert. De partijen die wij onderscheiden zijn: ▪

▪

▪

▪

De gemeente: de gemeente bepaalt binnen de kaders (zie hoofdstuk 1) de prioritering van de versterkingsoperatie en faciliteert de randvoorwaarden zodat de versterking goed kan worden uitgevoerd. Daar waar de versterking ingrijpend is en afstemming tussen de verschillende bouwers nodig is, heeft de gemeente hierin een organiserende rol. Daarvoor worden onder meer plannen voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC) opgesteld. De gemeente informeert inwoners over algemene ontwikkelingen in het aardbevingsdossier en de werkzaamheden in de dorpen; Nationaal Coördinator Groningen (NCG): NCG is als uitvoeringsorganisatie en opdrachtnemer verantwoordelijk voor de communicatie vanaf het moment dat een pand is geprioriteerd en is opgenomen in het lokale plan van aanpak van de gemeente. Vanaf dat moment communiceert NCG over de stappen en planning in het versterkingsproces; (inhoudelijke) mijlpalen of deelresultaten in het versterkingsproces; Aannemer: tijdens de uitvoering van de versterkingsmaatregelen is de aannemer verantwoordelijk voor de communicatie over de praktische zaken, bijvoorbeeld over wat er wanneer gaat gebeuren en hoe bewoners zich hierop voor kunnen bereiden.

De aannemer voert de communicatie naar bewoners en omwonenden uit onder regie van de NCG (met uitzondering van programma’s en batches waarin de eigenaar zelf verantwoordelijk is voor de aansturing, zoals batch 1588, Heft in Eigen Hand en Eigenaar Kiest Bouwer) ; Woningcorporatie: de woningcorporatie is verantwoordelijk voor de communicatie naar de eigen huurders en stemt dit zorgvuldig af met de gemeente en NCG.

In de communicatie naar bewoners staat altijd duidelijk wie de afzender is door middel van een logo, ondertekening en/of contactgegevens. Communicatiemiddelen De communicatie over de versterkingsopgave in onze gemeente gebeurt in goed overleg tussen de gemeente en NCG. Bij voorkeur zijn beide partijen afzender van de boodschap. In het geval van huurwoningen is de woningcorporatie afzender. De woningcorporatie stemt de informatie naar inwoners goed af met gemeente en NCG. De daadwerkelijke inzet van de communicatiemiddelen en het moment van communiceren wordt in afstemming bepaald en vastgesteld in de lokale stuurgroep. In de onderstaande tabel staat een overzicht van de in te zetten communicatiemiddelen en doelen, gerangschikt van algemene tot meer persoonlijk afgestemde communicatie:

24

Middel Website

Inhoud Informatie waar je wanneer bij welke instantie terecht kunt, algemene ontwikkelingen binnen het aardbevings-dossier

Doelgroep Alle inwoners in onze gemeente

Doel Inwoners wegwijs maken waar ze terecht kunnen en informeren over algemene ontwikkelingen en voortgang

Sociale media

Ontwikkelingen binnen het aardbevingsdossier

Alle inwoners uit onze gemeente

De regiokrant

Algemene informatie die we zo breed mogelijk willen delen, zoals bijvoorbeeld bij nieuws over subsidies

Alle inwoners; met name de krantlezende inwoners uit het aardbevingsgebied

Informeren over ontwikkelingen binnen het aardbevingsdossier Iedereen informeren, ook degenen die niet online zijn

Nieuwsbrieven

Informatie over de voortgang van het aardbevingsdossier per dorp ( Overschild, Slochteren, Schildwolde, Hellum, Lageland, Luddeweer, Siddeburen) Informatie over de voortgang van het aardbevingsdossier per dorp (Overschild, Slochteren, Schildwolde, Hellum, Lageland, Luddeweer, Siddeburen, Noordbroek, Zuidbroek) Informatie over de versterkingsopgave in Midden-Groningen en de consequenties daarvan voor bewoners Individuele informatie voor eigenaren/ bewoners en huurders van panden in de versterkingsdorpen

De inwoners van de gebieden (getroffenen en omwonenden)

Informeren over zaken die spelen

Wisselt per dorp, van 1 x per kwartaal tot geen vaste frequentie

De inwoners van de gebieden (getroffenen en omwonenden)

Informeren over de zaken die spelen, veelal uitvoeringsgerelateerde zaken

Wisselt per dorp, geen vaste frequentie

Eigenaren en huurders uit de versterkingsdorpen

Informeren en vragen beantwoorden

Wanneer nodig

Eigenaren en huurders uit de versterkingsdorpen

Wanneer nodig

Individuele Casussen / Bijzondere situaties bespreken

Complexe dossiers (eigenaren en huurders met hulpvragen, deelnemers aan één van de pilots, schrijnende gevallen of bij significante schades)

Informeren over ontwikkelingen binnen het dossier die de ontvanger rechtstreeks betreffen (zaken als bijvoorbeeld regelingen, subsidies, openbare ruimte etc). Gericht op oplossingen/bemiddelen diverse instanties

Intranetpagina

Bijeenkomsten

Brieven

Persoonlijke gesprekken

25

Frequentie Ten minste 2x per jaar statistieken (voortgang) en wanneer er relevante ontwikkelingen zijn Wanneer nodig Wanneer nodig

Wanneer nodig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12804613/1