03. Beleidsnota Mien toen Mien stee
Tekst van het document
“
Het uitgangspunt voor het beheer van het openbaar groen is dat de reguliere werkzaamheden met de beschikbare middelen worden uitgevoerd. Dit betekent dat de ambities uit deze nota geen extra beslag leggen op de toekomstige gemeentelijke begrotingen (afgezien van de jaarlijkse inflatiecorrectie).
De basis op orde
60
Hoofstuk 8 • Middelen
Specialistisch ingrijpen is nodig
61
Hoofstuk 8 • Middelen
Het budget maakt het mogelijk het beheer onder de volgende voorwaarden uit te voeren: • Bulkwerkzaamheden zijn -met de inzet van de markt en de interne aannemer BWRI- gemiddeld genomen goed uit te voeren. • Het budget voorziet niet in grootschalig vervangingsonderhoud of in ingrijpende vernieuwingen. Ook voor de herindeling ontbrak zo’n voorziening. Deze niet-reguliere werkzaamheden werden gedekt door incidentele, aanvullende kredieten in de begroting. • Het budget bevat beperkt ruimte voor incidenten. • Jaarlijks is er vanaf 2019 ruimte om bestaande achterstanden in te lopen. De beschikbare middelen dwingen tot fasering over een loop van jaren.
• Specialistisch beheer/onderhoud en werkzaamheden in de woonomgeving komt meer bij de beheerafdeling te liggen. • De gemeentelijke middelen maken een flexibele inzet van de beheerafdeling, de interne aannemer BWRI en de markt mogelijk. Als door wijziging van het beheer middelen vrijkomen, dan gaat het vooral om het middel eigen arbeid. Die is alleen elders in de openbare ruimte in te zetten. Besparing op dit type arbeid kan vergaande maatschappelijke consequenties hebben.
8.3
Maakt een ander beheer middelen vrij?
Welke aanpak is denkbaar?
Aan de hand van kengetallen is nagegaan welke effecten een andere aanpak van het beheer heeft. Dat is nodig omdat de grenzen van het huidige beheer ver zijn opgerekt. Om de gedachten te bepalen zijn drie bouwstenen van het beheer onderzocht: • Participatie (percentage areaal waarin stakeholders participeren). • Verandering van het areaal groen (vereenvoudigen van de arealen intensief groen, overdracht snippergroen, verkleinen van oppervlakten intensief beheer, samenvoegen van arealen). • Kwaliteitsniveau (beeldkwaliteit van al het buurtgroen op niveau Laag in plaats van Basis). De bouwstenen zijn beoordeeld op verschillende effecten: gebruikskwaliteit, duurzaamheid, leefbaarheid, beeldkwaliteit van het beheer, klimaatbestendigheid en vrijkomende middelen. Ieder van de veranderingen heeft meer en minder gunstige effecten. Niet één variant komt onverdeeld gunstig uit de vergelijking. Wel komt in alle gevallen arbeid vrij van zowel eigen, vakbekwame als van BWRI-medewerkers. Financiële besparingen op dit type arbeid worden vrijwel onmiddellijk tenietgedaan door uitzetting van de budgetten in het gemeentelijk sociale domein. Bij de bouwsteen Participatie moet rekening worden gehouden met verschuiving van onderhoud naar overleg en begeleiding. De financiële effecten daarvan zijn lastig in te schatten.
Tabel: Effecten van veranderingen in het groenbeheer
Participatie
Verandering arealen
Verandering kwaliteitsniveau
30% van het areaal beheerd door stakeholders
25% van het areaal versoberd ingericht
100% areaal op beheerniveau Laag
Gebruikskwaliteit
++
-
0
Duurzaamheid
+/-
+
-
Leefbaarheid
++
0
-
Beeldkwaliteit
+/- *)
+/- **)
--
Klimaat
?
+
0
Vrijkomende middelen in uren
***)
+
+++
Effect Bouwsteen
*)
Toenemende verschillen binnen de gemeente
**)
Plaatselijk verbetering, toenemende eenvormigheid binnen de gemeente
***) Meer participatie vraagt meer overleg met en begeleiding van stakeholders. Verschuiving van werkzaamheden van onderhoudsmedewerkers naar voorlieden en specialisten is te verwachten. Dat kost geld. Per saldo is lastig aan te geven welke middelen vrijkomen in dit scenario.
Verandering van areaal
62
Hoofstuk 8 • Middelen
63
Hoofstuk 8 • Middelen
Conclusie
De vergelijking leidt tot de conclusie dat iedere plek in de gemeente kan vragen om een andere aanpak van het beheer. Op de ene plek willen stakeholders wellicht graag participeren, op een andere kan mogelijk het kwaliteitsniveau van inrichting of beheer naar beneden. Hoe de keuze ook uitvalt, er hoort een lokale analyse van de bovengenoemde effecten bij.
Verandering areaal +/-
Verbeteren gebruikskwaliteit, vervanging en groot onderhoud
Dagelijks verzorging en onderhoud
Grote ingrepen: Oosterpark, Gorechtpark, enz.
Participatie
Middelen die vrijkomen door ander vormen van beheer en inrichting worden ingezet in de volgende verbeteringen van het openbaar groen: gebruikskwaliteit, versterking van structuren en entrees, opvullen van de huidige gaten in het beheer en inlopen van achterstanden. De beheerplannen en de begroting maken dit expliciet.
Toename/afname exploitatie
Structurele middelen € 6,146 miljoen per jaar (peil 2019
Incidentele middelen
Uitbreiding van areaal gaat gepaard met een evenredige uitzetting van de begroting voor het beheer, als de overige omstandigheden verder gelijk blijven. Het logisch gevolg is bij de huidige omvang van middelen uitbreiding van het areaal openbaar groen niet aan de orde is. Uitbreiding zonder extra middelen voor het beheer gaat in dit geval ten koste van het bestaande groen. Het omgekeerde is van toepassing op inkrimping van het areaal.
64
Hoofstuk 8 • Middelen
Investeren is vooruitkijken
De gemeente streeft naar een grotere mate van stuurbaarheid van investeringen. Zij wil af van het toevallige karakter van de extra investeringen in het groen: Midden-Groningen stelt een meerjarenprogramma Openbaar groen op. Investeringen voor het wegwerken van achterstanden maken deel uit van dit programma.
De arbeid die bij de beheerafdeling vrijkomt is op verschillende manieren in te zetten.
Participatie in het groenbeheer levert extra kwaliteit op of maakt mogelijk gemeentelijke middelen vrij. Hetzij als aanvulling op de bestaande werkzaamheden, hetzij door extra kwaliteit in de eigen omgeving te creëren. De afbeelding illustreert dit.
8.4
Een inventarisatie van het huidige openbare groen laat zien welke werkzaamheden met voorrang een plaats krijgen in het programma. Zulke werkzaamheden zijn nodig omdat het bestaande groen het eind van de levensduur heeft bereikt, niet voldoende vitaal is of niet aan het bedoelde gebruik voldoet. Soms spelen meerdere factoren tegelijk, zoals gebrek aan vitaliteit van het groen in een omgeving waar het gebruik is veranderd. De komende jaren vragen in ieder geval de volgende elementen uit de groene hoofdstructuur ingrijpende werkzaamheden: •• Gorechtpark •• Oosterpark •• Meerwijck. Grootschalige vernieuwing van de groene inrichting is in Midden-Groningen vooral aan de orde bij de reconstructie van de openbare ruimte of bij uitbreiding zoals nieuwbouw. Het laten meeliften van openbaar groen met nieuwe ontwikkelingen heeft meerwaarde. Die meerwaarde uit zich in het duurzaam omgaan met middelen en het duurzaam omgaan met openbare ruimte. Denk aan herstructurering van wegen, riolering of plaatselijk dorpsen wijkvernieuwing.
65
Hoofstuk 8 • Middelen
9.
Uitvoeren en bijsturen Alleen met goede afspraken slaagt het beleid uit de vorige hoofdstukken. Hoe wordt het beleid uitgevoerd, wie doet wat en wanneer? Wie neemt het voortouw en wanneer is bijsturing nodig? Dit hoofdstuk gaat daarop in.
9.1
Uitvoeren
De omschakeling in het denken over en het omgaan met het openbaar groen vraagt een aanzienlijke inspanning van de stakeholders en de gemeente. Participatie in het openbaar groen slaagt alleen als stakeholders en gemeente de goede stappen in de goede volgorde doen. En daar de tijd voor nemen. Van iedere genomen stap kunnen zij leren en de volgende stap bijsturen.
“
Uitvoeren en bijsturen
66
Hoofstuk 9 • Uitvoeren en bijsturen
De gemeente hanteert de volgende prioriteiten voor de uitvoering van het beleid: •• Het (doen) participeren van stakeholders participeren in de verschillende stadia van het openbaar groen staat de komende jaren centraal. Verschillende stakeholders hebben al initiatieven ondernomen. De werkwijze van de gemeentelijke organisatie moet hier snel op aan sluiten. Om de participatie te laten slagen moeten het sociale domein en het fysieke domein nauw samenwerken. Dat kan niet zonder samenspraak met het bestuur (wijkwethouders). De participatie vraagt een omslag in het werken van de ambtelijke organisatie, voornamelijk van het vakpersoneel van de beheerafdeling. Die omslag is niet in een dag gemaakt. Scholing en begeleiding zijn nodig. •• Het opstellen van een meerjarenprogramma Openbaar groen. Dit programma stuurt de gemeentelijke inspanningen, activiteiten en middelen. Het programma bepaalt de prioriteiten voor het komende jaar en geeft een doorkijk naar de vier jaren daarna. Het meerjarenprogramma Openbaar groen beschrijft jaarlijks in ieder geval de volgende activiteiten: - Het inlopen van de achterstanden in het beheer. - De voortgang van de participatie. - D e voortgang van het opstellen van consistente beheerplannen waarin de gemeente en stakeholders participatieafspraken uitwerken.
67
Hoofstuk 9 • Uitvoeren en bijsturen
- Investeringen in tekorten in de huidige groenstructuren. - De voortgang van nieuwe projecten. •• Een staalkaart van beheermaatregelen maakt deel uit van het programma. De staalkaart laat vooral in beelden zien hoe verschillende beheermaatregelen in verschillende omgevingen uitwerken. Dit vergemakkelijkt en versnelt het onderlinge gesprek tussen stakeholders en gemeente. Met de staalkaart in de hand hebben zij hetzelfde beeld bij hetzelfde onderwerp. •• Als de gemeente besluit grote projecten op te pakken, worden zij eveneens opgenomen in het meerjarenprogramma. •• De regelingen en verordeningen van de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde die betrekking hebben op het groen worden geharmoniseerd. De meest essentiële verordeningen zijn de verordeningen over het monumentaal bomenbezit en de bescherming daarvan alsmede de verordening voor het overdragen van snippergroen. De ambities voor bermen en sloten worden op korte termijn uitgewerkt in een gelijkluidende beleidsnotitie.
9.2
Bijsturen
Structuren
De hoofdlijnen van het beleid liggen voor langere tijd vast. Dat geldt in het bijzonder voor de drie groene structuren. Een belangrijk doel van deze structuren is het scheppen van evenwichtige groeiomstandigheden voor de langere termijn. In beginsel is aanpassing van deze structuren alleen dan aan de orde als de gemeentelijke ruimtelijke structuren aan aanpassing of herziening toe zijn. De omgevingsvisie is de plaats voor zo’n aanpassing of wijziging. Voor de eerste omgevingsvisie van Midden-Groningen zijn de structuren uit de voorliggende nota het bindend uitgangspunt. Zij zijn immers actueel. Het toevoegen of wijzigen van groene structuren is een grote ingreep in het openbare groen. De besluitvorming ligt bij de gemeenteraad.
Overige hoofdlijnen van beleid De overige hoofdlijnen uit deze nota komen in beginsel eens per tien jaar in aanmerking voor evaluatie en bijsturing. Die periode doet recht aan het streven het groen zich in rust te laten ontwikkelen en aan het streven in het spelen op snelle veranderingen in de maatschappij. Aan de bijstelling gaat een evaluatie vooraf. Onderwerpen van evaluatie zijn de doelgerichtheid en volledigheid (is de beleidslijn nodig of overbodig, is nieuw of veranderd beleid wel nodig), doeltreffendheid (wordt met het beleid het doel ook bereikt) en de doelmatigheid (de inspanning die het kost het doel te bereiken). De besluitvorming over de hoofdlijnen van beleid ligt bij de gemeenteraad.
•• De hoofdstructuren en de rolverdeling tussen gemeente en stakeholders per structuur liggen vast, en zijn vooraf met elkaar gedeeld. •• De gemeente bevordert dat stakeholders door de hele gemeente heen van elkaar kunnen leren. •• Belangrijke criteria voor de inzet van de ambtelijke organisatie zijn de noodzakelijke competenties, de kwaliteit en de beschikbare capaciteit. Het college van B&W is verantwoordelijk voor de invoering van het participatiemodel. Het college zorgt ook voor de monitoring en bijsturing.
Programma
De rapportage over de voortgang van het programma vindt jaarlijks plaats bij de behandeling van de gemeentelijke begroting. Daar hoort een doorkijk naar de volgende jaren. De rapportage biedt het gemeentebestuur de mogelijkheid de uitvoering en de middelenstroom tijdig bij te sturen.
Regelingen en verordeningen
Verordeningen en regelingen hebben een vastgestelde looptijd. Zij worden na afloop geëvalueerd op hun nut, noodzaak en effectiviteit. Voor sommige verordeningen is dit jaarlijks bij de begrotingsbehandeling. Soms komt de noodzaak een regeling of verordening aan te passen van buiten, bijvoorbeeld door landelijk of provinciaal beleid. Het vaststellen van regelingen en verordeningen is een bevoegdheid van de gemeenteraad.
Invoering van participatie in het groenbeheer
Het invoeren van de participatie in het groenbeheer is een voortdurend leerproces. Zeker de eerste jaren. Zo’n proces vraagt om permanente en zo nodig snelle bijsturing. Belangrijke aandachtspunten zijn: •• De gemeente stelt eenheid in de benadering van de verschillende stakeholders voorop: iedereen wordt uitgenodigd mee te doen, iedereen heeft recht op beheer op niveau Basis, iedereen wordt gefaciliteerd bij de uitvoering. •• De verschillen in het openbaar groen en in de mogelijkheden van stakeholders die bestaan tussen kernen, dorpen en wijken leiden zondermeer tot verschillende uitkomsten. Verschillen in de uitkomsten leiden echter niet tot verschillen in behandeling van de kernen, dorpen en wijken.
68
Hoofstuk 9 • Uitvoeren en bijsturen
69
Opdracht
Verantwoording en proces Participatie van bewoners en overige stakeholders
In een vroeg stadium van planvorming zijn drie bijeenkomsten georganiseerd voor de verschillende organisaties van bewoners, terreinbeheerders, welzijnsinstellingen, natuur- en tuinliefhebbers, ondernemers, enz. Per voormalige gemeente heeft een bijeenkomst plaatsgevonden. De genoemde organisaties zijn gericht uitgenodigd voor deze bijeenkomsten. Hen is gevraagd opgaven in het beheer van het openbaar groen aan te geven en mee te denken over oplossingsrichtingen. Hun inbreng heeft in belangrijk mate geleid tot de opgaven en oplossingen die worden geschetst in de hoofdstukken ‘Beheren met aandacht’ en ‘Participeren in het openbaar groen’ en in de aanpak volgens het hoofdstuk ‘Uitvoeren en bijsturen’ (respectievelijk de hoofdstukken 6, 7 en 9 van de beleidsnota). Verder hebben vertegenwoordigers van de volgende organisaties gerichte inbreng geleverd: •• Woningcorporaties: Groninger Huis, Lefier, Steelande (thans opgeheven). •• Organisaties van winkeliers en detailhandel: Martenshoek, De Hooge Meeren en Sappemeer. •• Bijenhoudersvereniging, afdeling Hoogezand-Sappemeer. Tot slot zijn de ervaringen en opvattingen gebruikt die zijn verzameld tijdens het interactief opstellen van het Groenstructuurplan van Hoogezand-Sappemeer (2015). In november 2018 zijn op drie verschillende locaties bijeenkomsten gehouden voor stakeholders om de ontwikkelde oplossingen op hoofdlijnen te bespreken.
De stakeholders hebben de oplossingen aangescherpt en verder nieuwe gezichtspunten en hartenkreten aangedragen. Hun inbreng is in de nota verwerkt. Op 11 december 2018 heeft een informerende bijeenkomst plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de gemeenteraad van Midden-Groningen. De belangrijkste oplossingsrichtingen en de uitkomsten van bijeenkomsten met de stakeholders zijn gepresenteerd. Stakeholders hebben drie reeds lopende initiatieven onder de aandacht van de gemeenteraad gebracht. Ook de uitkomsten van die bijeenkomst zijn in de nota verwerkt.
70
Bronnen
Als belangrijkste bronnen zijn gebruikt: •• Landschaps- en groenvisie, gemeente Slochteren, 2001. •• Beheerplan Groen Slochteren, gemeente Slochteren, 2003. •• Bomenbeleid, gemeente Slochteren, 2012. •• Dorpsvisies Meeden, Muntendam, Noordbroek en Zuidbroek, gemeente Menterwolde, diverse jaren. •• Voorontwerp structuurvisie Menterwolde, gemeente Menterwolde, vastgesteld 2013. •• Natuurnetwerk Nederland, provincie Groningen, diverse plannen. •• Dit is mien stee, dit is mien toen! Groenstructuurplan, gemeente Hoogezand-Sappemeer, vastgesteld 21 september 2015. •• SWOT-analyse gemeente HSSM, bureau E&E advies, januari 2016. •• Samen kom je verder. Kompas voor de nieuwe gemeente Midden-Groningen, april 2016. •• Historisch archief gemeente Midden-Groningen, 2018. •• Meetlatten beeldkwaliteit openbare ruimte, CROW, 2018.
Opdrachtgever
Bestuurlijk opdrachtgever: •• Tot 01-01-2018: wethouders A. Woortman, Slochteren, M. Metscher, Hoogezand-Sappemeer, J. Borg, Menterwolde, •• Na 01-01-2018 wethouder J.J. Boerema, Midden-Groningen Ambtelijk opdrachtgever: •• Tot 01-01-2018: directeur Werkmaatschappij Ibor. •• Na 01-01-2018: directeur Ibor, gemeente Midden-Groningen.
Kennisinbreng
Gemeentelijke expertgroep, tot 01-01-2018 onder regie van de drie herindelingsgemeenten, na 01-01-2018 Ibor, gemeente Midden-Groningen (namens de opdrachtgever) Basiskartografie: team Geo-informatie, gemeente Hoogezand-Sappemeer/ Ibor, gemeente Midden-Groningen De gemeente Midden-Groningen heeft alle financiële, technische en personele gegevens aangeleverd die aan de nota ten grondslag liggen.
Opdrachtnemer
aXis strategie beleid management, Zuidlaren: projectopzet en leiding, procesregie, kennisinbreng en rapportage. Studio Eijsink, Oosterwolde: vormgeving Grafiplan, Geeuwenbrug: beleidskaarten
71
Bijlage 1
72
73
Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen1 Beplanting
Basis
Laag (met instemming van stakeholders)
Hoog (met inspanning van stakeholders) Bodembedekkersovergroei randen verharding of gras
Beschadiging
Er is in beperkte mate beplanting beschadigd.
Er is redelijk veel beplanting beschadigd.
Er is weinig beplanting beschadigd.
beschadigd oppervlak ≤ 5% per 100m²
beschadigd oppervlak ≤ 10% per 100m²
beschadigd oppervlak ≤ 3% per 100m²
Bodembedekkers-kaal oppervlak Er is in beperkte mate kaal oppervlak.
Er is redelijk veel kaal oppervlak.
Er is weinig kaal oppervlak.
kaal oppervlak ≤ 10% per 100m²
kaal oppervlak ≤ 25% per 100m²
kaal oppervlak ≤ 5% per 100m²
Bosplantsoenovergroei randen verharding of gras
De rand van de verharding of het gras is redelijk zichtbaar.
De rand van de verharding of het gras is nauwelijks zichtbaar.
De rand van de verharding of het gras is goed zichtbaar.
gemiddelde lengte overgroeiende beplanting ≤ 15 cm per 100m¹ maximale lengte overgroeiende beplanting ≤ 30 cm
gemiddelde lengte overgroeiende beplanting ≤ 25 cm per 100m¹ maximale lengte overgroeiende beplanting ≤ 45 cm
gemiddelde lengte overgroeiende beplanting ≤ 5 cm per 100m¹ maximale lengte overgroeiende beplanting ≤ 30 cm
De rand van de verharding of het gras is redelijk zichtbaar.
De rand van de verharding of het gras is nauwelijks zichtbaar.
De rand van de verharding of het gras is goed zichtbaar.
gemiddelde lengte overgroei ≤ 25 cm per 100m¹ lengteovergroei ≤ 45 cm probleemtak nee
gemiddelde lengte overgroei ≤ 40 cm per 100m¹ lengteovergroei ≤ 75 cm probleemtak nee
gemiddelde lengte overgroei ≤ 10 cm per 100m¹ lengteovergroei ≤ 30 cm probleemtak nee
De beeldmeetlatten voor het beheer van het openbaar groen in Midden-Groningen zijn rechtstreeks afgeleid van de meetlaten voor de beeldkwaliteit van de openbare ruimte van CROW 2018.
1
74
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
75
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Beplanting
Basis
Laag
Hoog
Heesters-snoeibeeld Haag-snoeibeeld geschoren hagen
De strakke lijnen van de haag zijn redelijk zichtbaar. In beperkte mate steken kleine uitlopers uit de haag.
De strakke lijnen van de haag zijn niet meer zichtbaar. Er steken redelijk veel kleine uitlopers uit de haag.
De strakke lijnen van de haag zijn goed zichtbaar. Er steken weinig uitlopers uit de haag.
gemiddelde lengte uitlopers buiten de knipmaat van de haag ≤ 20 cm per 100m¹ lengte uitgroeiende uitlopers buiten de knipmaat van de haag ≤ 40 cm
gemiddelde lengte uitlopers buiten de knipmaat van de haag ≤ 30 cm per 100m¹ lengte uitgroeiende uitlopers buiten de knipmaat van de haag ≤ 50 cm
gemiddelde lengte uitlopers buiten de knipmaat van de haag ≤ 10 cm per 100m¹ lengte uitgroeiende uitlopers buiten de knipmaat van de haag ≤ 30 cm
Heesters vertonen redelijk veel snoeiachterstand. Er zijn redelijk veel holle heesters.
Heesters vertonen weinig snoeiachterstand. Er zijn weinig holle heesters.
afgestorven takken ≤ 5% per 100m² lengte ongewenste scheuten en opslag ≤ 0,50 m per 100m² mate ‘holle’ heesters ≤ 2,5% per 100m²
afgestorven takken ≤ 10% per 100m² lengte ongewenste scheuten en opslag ≤ 0,80 m per 100m² mate ‘holle’ heesters ≤ 5% per 100m²
Afgestorven takken ≤ 1% per 100m² lengte ongewenste scheuten en opslag ≤ 0,30 m per 100m² mate ‘holle’ heesters 0% per 100m²
Er is in beperkte mate onkruid.
Er is redelijk veel onkruid.
Er is weinig onkruid.
bedekking ≤ 30% per 100m² bedekking door resten ≤ 30% per 100m² aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm ≤ 20 stuks per100m2
bedekking > 40% per 100m² bedekking door resten ≤40% per 100m² aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm ≤ 30 stuks per 100m2
bedekking ≤ 20% per 100m² bedekking door resten ≤ 20% per 100m² aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm ≤ 10 stuks per100m2
Onkruid
Heesters-gesloten heesters-kaal oppervlak
76
Heesters vertonen in beperkte mate snoeiachterstand. Er zijn in beperkte mate holle heesters.
Er is in beperkte mate kaal oppervlak.
Er is redelijk veel kaal oppervlak.
Er is weinig kaal oppervlak.
kaaloppervlak ≤ 10% per 100m²
kaaloppervlak ≤ 25% per 100m²
kaaloppervlak ≤ 5% per 100m²
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
77
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Beplanting
Basis
Laag
Hoog
Vaste planten-sluiting Struikrozen-kaal oppervlak Er is in beperkte mate kaal oppervlak.
Er is redelijk veel kaal oppervlak.
Er is weinig kaal oppervlak.
kaal oppervlak ≤ 10% per 100m²
kaal oppervlak ≤ 25% per 100m²
kaal oppervlak ≤ 5% per 100m²
De beplanting is redelijk aaneengesloten.
De beplanting is nauwelijks aaneengesloten.
De beplanting is goed aaneengesloten.
aaneengesloten beplanting ≥ 80% per 100m²
aaneengesloten beplanting ≥ 50% per 100m²
aaneengesloten beplanting ≥ 90% per 100m²
Er ligt in beperkte mate fijn zwerfafval.
Er ligt redelijk veel fijn zwerfafval.
Er ligt weinig fijn zwerfafval.
fijn zwerfafval (1-10 cm) ≤ 10 stuks per 1 m²
fijn zwerfafval (1-10 cm) ≤ 25 stuks per 1 m²
fijn zwerfafval (1-10 cm) ≤ 3 stuks per 1 m²
Er ligt in beperkte mate grof zwerfafval.
Er ligt redelijk veel grof zwerfafval.
Er ligt weinig grof zwerfafval.
grof zwerfafval (>10 cm) ≤ 10 stuks per 100m²
grof zwerfafval (>10 cm) ≤ 25 stuks per 100m²
grof zwerfafval (>10 cm) ≤ 3 stuks per 100m²
Beplanting-zwerfafval fijn Vaste planten-overgroei randen verharding of gras
78
De rand van de verharding of het gras is redelijk zichtbaar.
De rand van de verharding of het gras is nauwelijks zichtbaar.
De rand van de verharding of het gras is goed zichtbaar.
gemiddelde lengte overgroei ≤ 15 cm per 100m¹ lengte overgroei ≤ 30 cm
gemiddelde lengte overgroei ≤ 25 cm per 100m¹ lengte overgroei ≤ 45 cm
gemiddelde lengte overgroei ≤ 5 cm per 100m¹ lengte overgroei ≤ 30 cm
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Beplanting-zwerfafval grof
79
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Bomen
Basis
Laag
Hoog
Boomspiegelzwerfafval grof
Boomspiegel-onkruid
Er is in beperkte mate onkruid.
Er is redelijk veel onkruid.
Er is weinig onkruid.
bedekking ≤ 30% per boomspiegel bedekking door resten ≤ 30% per boomspiegel aantalstuks onkruid hoger dan 20 cm ≤ 3 stuks per boomspiegel
bedekking ≤ 40% per boomspiegel bedekking door resten ≤ 40% per boomspiegel aantal stuks onkruid hoger dan 20 cm ≤ 5 stuks per boomspiegel
bedekking ≤ 20% per boomspiegel bedekking door resten ≤ 20% per boomspiegel aantal stuks onkruid hoger dan 20 cm ≤ 1 stuk per boomspiegel
Er ligt in beperkte mate grof zwerfafval.
Er ligt redelijk veel grof zwerfafval.
Er ligt weinig grof zwerfafval.
grof zwerfafval (>10 cm) ≤ 3 stuks per boomspiegel
grof zwerfafval (>10 cm) ≤ 8 stuks per boomspiegel
grof zwerfafval (>10 cm) ≤ 1 stuk per boomspiegel
Er is in beperkte mate snoeiachterstand.
Er is redelijk veel snoeiachterstand.
Er is weinig snoeiachterstand.
lengte scheuten ≤ 1,00 m
lengte scheuten ≤ 1,50 m
lengte scheuten ≤ 0,50 m
Boom belemmert de vrije doorgang in geringe mate.
Boom belemmert de vrije doorgang in geringe mate.
Boom belemmert de vrije doorgang niet.
jong hout in vrije doorgang ja meerjarig hout in vrije doorgang nee hoogte takvrije zone ≥ 4,50 m
jong hout in vrije doorgang ja meerjarig hout in vrije doorgang nee hoogte takvrije zone ≥ 4,50 m
jong hout in vrije doorgang nee meerjarig hout in vrije doorgang nee hoogte takvrije zone ≥ 4,50 m
Leiboom-snoeibeeld
Boomspiegelzwerfafval fijn Er ligt in beperkte mate fijn zwerfafval.
Er ligt redelijk veel fijn zwerfafval.
Er ligt weinig fijn zwerfafval.
fijn zwerfafval (1-10 cm) ≤ 10 stuks per boomspiegel
fijn zwerfafval (1-10 cm) ≤ 25 stuks per boomspiegel
fijn zwerfafval (1-10 cm) ≤ 3 stuks per boomspiegel
Takvrije zone wegtype 1-5 (erftoegangswegen en gebiedsontsluitings-wegen)
80
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
81
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Bomen
Takvrije zone wegtype 6-7 (voet- en fietspad)
Waterlot
82
Basis
Laag
Hoog
Gras en Kruidachtigen
Boom belemmert de vrije doorgang in geringe mate.
Boom belemmert de vrije doorgang in geringe mate.
Boom belemmert de vrije doorgang niet.
Beschading
jong hout in vrije doorgang ja meerjarig hout in vrije doorgang nee hoogte takvrije zone ≥ 2,50 m
jong hout in vrije doorgang ja meerjarig hout in vrije doorgang nee hoogte takvrije zone ≥ 2,50 m
jong hout in vrije doorgang nee meerjarig hout in vrije doorgang nee hoogte takvrije zone ≥ 2,50 m
Basis
Laag
Hoog
Het gras heeft in beperkte mate beschadigingen.
Het gras heeft redelijk veel beschadigingen.
Het gras heeft weinig beschadigingen.
beschadiging dieper dan 3 cm ≤ 5% per 100m²
beschadiging dieper dan 3 cm ≤ 10% per 100m²
beschadiging dieper dan 3 cm ≤ 1% per 100m²
Het grazon ziet er redelijk strak gemaaid uit.
Het gazonziet er nauwelijks strak gemaaid uit.
Het gazon ziet er strak gemaaid uit.
hoogte gras ≤ 60 mm
hoogte gras ≤ 70 mm
hoogte gras ≤ 50 mm
Gazon-grashoogte Er is in beperkte mate waterlot.
Er is redelijk veel waterlot.
Er is weinig waterlot.
bedekking stamoppervlak ≤ 25% per boom bedekking boomspiegel oppervlakte door waterlot ≤ 50% per boom gemiddelde lengte waterlot ≤ 50 cm per boom lengte waterlot ≤ 70 cm
bedekking stamoppervlak ≤ 50% per boom bedekking boomspiegel oppervlakte door waterlot ≤ 100% per boom gemiddelde lengte waterlot ≤ 100 cm per boom lengte waterlot ≤ 120 cm
bedekking ≤ 5% per boom bedekking boomspiegel oppervlakte door waterlot ≤ 20% per boom gemiddelde lengte waterlot ≤ 20cm per boom lengte waterlot ≤ 40 cm
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
83
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Gras en Kruidachtigen
Basis
Laag
Hoog
Kaal oppervlak
Grashoogte rondom obstakels en bomen
Gras en kruidvegetatie rondom obstakel of boom is enigszins hoger dan de omliggende grasvegetatie.
Gras en kruidvegetatie rondom obstakel of boom is veel hoger dan de omliggende grasvegetatie.
Gras en kruidvegetatie rondom obstakel of boom is nauwelijks hoger dan de omliggende grasvegetatie.
hoogte gazon rondom obstakel of boom ≤ 120 mm
hoogte gazon rondom obstakel of boom ≤ 210 mm
hoogte gazon rondom obstakel of boom ≤ 75 mm
hoogte gras rondom obstakel of boom ≤ 180 mm
hoogte gras rondom obstakel of boom ≤ 300 mm
hoogte gras rondom obstakel of boom ≤ 120 mm
Natuurlijk afval
Grasveld - grashoogte
84
Het gras is voldoende kort voor het gewenste gebruiksdoel.
Het gras is voldoende kort voor het gewenste gebruiksdoel.
Het gras is voldoende kort voor het gewenste gebruiksdoel.
hoogte gras ≤ 90 mm
hoogte gras ≤ 100 mm
hoogte gras ≤ 80 mm
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
85
Er is in beperkte mate kaal oppervlak.
Er is redelijk veel kaal oppervlak.
Er is weinig kaal oppervlak.
kaal oppervlak ≤ 20% per 100m² oppervlakte per kale plek ≤ 2,00 m²
kaal oppervlak ≤ 30% per 100m² oppervlakte per kale plek ≤ 2,00 m²
kaal oppervlak ≤ 10% per 100m² oppervlakte per kale plek ≤ 0,40 m²
Er ligt in beperkte mate natuurlijk afval.
Er ligt redelijk veel natuurlijk afval.
Er ligt weinig natuurlijk afval.
bedekking binnen bladafvalperiode ≤ 25% per 100m² bedekking buiten bladafvalperiode ≤ 10% per 100m² laagdikte ≤ 10 cm
bedekking binnen bladafvalperiode ≤ 35% per 100m² bedekking buiten bladafvalperiode ≤ 25% per 100m² laagdikte ≤ 30 cm
edekking binnen bladafval periode ≤ 10% per 100m² bedekking buiten bladafvalperiode ≤ 5% per 100m² laagdikte ≤ 3 cm
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Gras en Kruidachtigen
Basis
Laag
Hoog
Overgroei randenbeplanting Zwerfafval fijn
Er ligt in beperkte mate fijn zwerfafval.
Er ligt redelijk veel fijn zwerfafval.
Er ligt weinig fijn zwerfafval.
fijn zwerfafval (1-10 cm) ≤ 10 stuks per m²
fijn zwerfafval (1-10 cm) ≤ 25 stuks per m²
fijn zwerfafval (1-10 cm) ≤ 3 stuks per m²
Zwerfafval grof
86
Er ligt in beperkte mate grof zwerfafval.
Er ligt redelijk veel grof zwerfafval.
Er ligt weinig grof zwerfafval.
grof zwerfafval (>10 cm) ≤ 10 stuks per m²
grof zwerfafval (>10 cm) ≤ 25 stuks per m²
grof zwerfafval (>10 cm) ≤ 3 stuks per m²
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Overgroei randen -verharding
87
De rand van de beplanting is redelijk zichtbaar.
De rand van de beplanting is nauwelijks zichtbaar.
De rand van de beplanting is goed zichtbaar. De kant is recht gestoken.
gemiddelde lengte overgroeiend gras ≤ 10 cm per 100m¹ maximale lengte overgroeiend gras ≤ 30 cm recht gestoken kanten nee
gemiddelde lengte overgroeiend gras ≤ 25 cm per 100m¹ maximale lengte overgroeiend gras ≤ 40 cm recht gestoken kanten nee
gemiddelde lengte overgroeiend gras ≤ 5 cm per 100m¹ maximale lengte overgroeiend gras ≤ 30 cm recht gestoken kanten ja
De rand van de verharding is redelijk zichtbaar.
De rand van de verharding is nauwelijks zichtbaar.
De rand van de verharding is goed zichtbaar.
gemiddelde lengte overgroeiend gras ≤ 10 cm per 100m¹ maximale lengte overgroeiend gras ≤ 30 cm
gemiddelde lengte overgroeiend gras ≤ 25 cm per 100m¹ maximale lengte overgroeiend gras ≤ 40 cm
gemiddelde lengte overgroeiend gras ≤ 5 cm per 100m¹ maximale lengte overgroeiend gras ≤ 30 cm
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Water
Basis
Laag
Hoog
Verharding
Er ligt in beperkte mate grof zwerfafval.
Er ligt redelijk veel grof zwerfafval.
Er ligt weinig grof zwerfafval.
Onkruid rondom obstakels
zwerfafval grof (> 10 cm) ≤ 10 stuks per 100m²
zwerfafval grof (> 10 cm) ≤ 25 stuks per 100m²
zwerfafval grof (> 10 cm) ≤ 3 stuks per 100m²
Het nat profiel is deels begroeid met waterbodemwortelende planten. De water aan- en afvoer wordt in geringe mate belemmerd maar nergens over de gehele breedte van het profiel.
Het nat profiel is begroeid met uitgegroeide beplanting. De water aan- en afvoer wordt duidelijk zichtbaar belemmerd, waarbij peilverschillen zichtbaar zijn.
Enige begroeiing binnen het nat profiel met waterbodemwortelende planten. De water aan- en afvoer wordt nergens belemmerd.
bedekkingsgraad wateroppervlak ≤ 40% per 100m² belemmering water aan- en afvoer ≤ 20% per 100m² drijflagen ≤ 30% per 100m² houtachtige beplanting ≤ 20 % per 100m¹ maximale breedte houtachtige beplanting ≤ 150 cm
bedekkingsgraad wateroppervlak ≤ 50% per 100m² belemmering water aan- en afvoer ≤ 40% per 100m² drijflagen ≤ 50% per 100m² houtachtige beplanting ≤ 50 % per 100m¹ maximale breedte houtachtige beplanting ≤ 200 cm
bedekkingsgraad wateroppervlak ≤ 30% per 100m² belemmering water aan- en afvoer ≤ 5% per 100m² drijflagen ≤ 10% per 100m² houtachtige beplanting ≤ 5 % per 100m¹ maximale breedte houtachtige beplanting ≤ 100 cm
Oever-zwerfafval grof
Vegetatie in nat profiel
88
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Basis
Laag
Hoog
Er is in beperkte mate onkruid rondom de obstakels.
Er is redelijk veel onkruid rondom de obstakels.
Er is weinig onkruid rondom de obstakels.
bedekking binnen een afstand van 0,50 m van obstakel ≤ 15 % per m² aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm ≤ 3 stuks per obstakel
bedekking binnen een afstand van 0,50 m van obstakel ≤25 % per m² aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm ≤ 5 stuks per obstakel
bedekking binnen een afstand van 0,50 m van obstakel ≤ 10 % per m² aantal stuks onkruid hoger dan 30 cm ≤ 1 stuk per obstakel
Er is in beperkte mate onkruid.
Er is redelijk veel onkruid.
Er is weinig onkruid.
bedekking ≤ 4% per 100m² aantal stuks onkruid hoger dan 20 cm ≤ 20 stuks per 100m²
bedekking ≤ 8% per 100m² aantal stuks onkruid hoger dan 20 cm ≤ 30 stuks per 100m²
bedekking ≤ 2% per 100m² aantal stuks onkruid hoger dan 20 cm ≤ 10 stuks per 100m²
Open verharding-elementenverharding-onkruid
89
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Verharding
Open verhardingongebonden verharding-onkruid
Basis
Laag
Hoog
Er is in beperkte mate onkruid.
Er is redelijk veel onkruid.
Er is weinig onkruid.
bedekking ≤ 15% per 100m² aantal stuks onkruid hoger dan 20 cm ≤ 20 stuks per 100m²
bedekking ≤ 25% per 100m² aantal stuks onkruid hoger dan 20 cm ≤ 30 stuks per 100m²
bedekking ≤ 5% per 100m² aantal stuks onkruid hoger dan 20 cm ≤ 10 stuks per 100m²
De verharding is enigszins door boomwortels opgedrukt.
De verharding is aanzienlijk door boomwortels opgedrukt.
De verharding is licht door boomwortels opgedrukt.
mate opdruk verharding binnen de kroonprojectie van de boom ≤ 5 cm
mate opdruk verharding binnen de kroonprojectie van de boom ≤ 8 cm
mate opdruk verharding binnen de kroonprojectie van de boom ≤ 2 cm
Recreatie
Recreatieve voorziening-bank(en) en/of tafel-overgroei door beplanting
Basis
Laag
Hoog
Er vindt geen overgroei plaats.
Er vindt in beperkte mate overgroei plaats.
Er vindt geen overgroei plaats.
maximale overgroei door beplanting 0 cm
maximale overgroei door beplanting ≤ 10 cm
maximale overgroei door beplanting 0 cm
Wortelopdruk
90
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
91
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Bijlage 2
92
93
Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
Bijlage 1 • Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen
Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
Dorp/wijk/kern
Noorderpark, Hoogezand
Deze bijlage beschrijft per dorp, wijk of kern vijf bepalende karakteristieken van het openbare groen. Deze zijn richtinggevend voor de verdere ontwikkeling van het openbaar groen. Waar dat van toepassing is wordt ook het particuliere groen beschreven. De algemene betekenis van groen voor gezond leven, werken, wonen, genieten en beleven geldt voor alle groen en wordt niet extra aangeduid.
Ontstaan
Planmatige uitbreidingswijk uit de jaren 50 van de twintigste eeuw. Ligt tussen het huidige Winschoterdiep en het gedempte Winschoterdiep. Openbaar groen is een geheel doordacht onderdeel van het stedenbouwkundig ontwerp.
Groene dragers
Bomen in rijen langs de straten zorgen voor een laanbeeld dat karakteristiek is voor deze wijk. Het centrale Noorderpark is onderdeel van een van de groene slingers waarvoor de Hoogezandster stedenbouw bekend staat.
Landschap en cultuurhistorie
Geen binding met het oorspronkelijke landschap. Wijkontwerp is voorbeeld van sociaal denken in de naoorlogse periode over grootschalige huisvesting.
Gebruik van het groen
Verfraaien, oriënteren, ontmoeten, bewegen en ontspannen.
Beheer
Het Noorderpark met zijn vijverpartij voldoet aan het gebruik als wandel- en speelgebied. De halfverharding van de paden past niet goed bij het gebruik. De keuze van de bomen in de omringende straten kan beter. Hun formaat past niet bij de afstand tussen de woningen in deze dichtbevolkte wijk. Ook zorgen zij voor veel natuurlijk afval.
Dorp/wijk/kern
Oosterpark, Hoogezand
Ontstaan
Planmatige uitbreiding uit de jaren 30 van de 20e eeuw. Aangepakt als werkverschaffingsproject in de crisis van die jaren. Gegoede burgerwoningen. Veel 2-1 kap woningen. Wordt begrensd door de spoorlijn en het gedempte Winschoterdiep. Belangrijk kenmerk is de nauwe verweving van de stedenbouw en het openbaar groen.
Groene dragers
Het Oosterpark zelf is de belangrijkste drager van het groen in de wijk. (Rijksmonument, in het park bevinden zich twee Rijksmonumenten). De lanen zijn ook belangrijke dragers.
Landschap en cultuurhistorie
Geen binding met het oorspronkelijke landschap. Sterke verweving van het groen met de omringende woningen. Is een schoolvoorbeeld van zorgvuldige stedenbouwkundige planning tussen beide wereldoorlogen.
Gebruik van het groen
Oosterpark: verfraaien, ontspannen en ontmoeten. De omringende straten en lanen verder ook voor bewegen en oriënteren.
Beheer
Het Oosterpark is over een langere periode vaktechnisch onvoldoende onderhouden. Dit vraagt om aanzienlijke ingrepen. De lage bevolkingsdichtheid maakt het beheer van het overige openbaar groen relatief eenvoudig.
De karakteristiek ‘Ontstaan’ beschrijft de manier waarop de mens het openbaar groen tot stand heeft gebracht in relatie met de ontwikkeling van de aangrenzende of omringende bebouwing. Het doortrekken van de geschiedenis van het gebied komt onder de karakteristiek ‘landschap en cultuurhistorie’ aan bod. Onder ‘groene’ dragers vallen de structuren en elementen die het groene karakter van het dorp, de kern of de wijk bepalen. Zonder deze dragers heeft de omgeving een ander gezicht. De categorie ‘gebruik’ duidt de belangrijkste vormen van gebruik aan. De karakteristiek ‘beheer’ beschrijft de belangrijkste facetten van het huidige beheer.
94
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
95
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
Dorp/wijk/kern
Westerpark, Hoogezand
Dorp/wijk/kern
Gorechtpark, tussen Abraham Kuijper singel en Burgemeester van Rooijenstraat, Hoogezand
Ontstaan
Uitbreiding uit de jaren 20 van de 20e eeuw. Gegoede burgerwoningen. Veel vrijstaande en 2-1 kap woningen met particulier groen. Na de 2e Wereldoorlog is de wijk verder aangevuld. Wordt begrensd door de spoorlijn en het gedempte Winschoterdiep. Beukemalaan is grens met Oosterpark.
Ontstaan
Groene dragers
Het park en de Singel zijn de belangrijkste dragers.
Het park is aangelegd in de jaren 70 van de 20e eeuw als project van het Integraal Structuurplan Noorden des lands (ISP). Gelegen op een overhoek aan de toenmalige stadsranden. Bedoeld als uitloop voor de naburige bewoners. Opgezet als stadspark met mogelijkheden voor natuurontwikkeling. Het park is thans van belang voor de hele stedelijk kern van Hoogezand en Sappemeer, ondermeer door het Milieu Educatie Centrum.
Landschap en cultuurhistorie
Geen binding met het oorspronkelijke landschap. Verweving van het groen met de omringende woningen is minder dan in Oosterpark.
Groene dragers
Het Gorechtpark is de belangrijkste drager van dit gebied. Belangrijk is de structuur vanaf 1975. Het park biedt plaats aan vrijwel alle vormen van gebruik van het groen.
Gebruik van het groen
Verfraaien, ontspannen.
Landschap en cultuurhistorie
Er is geen relatie met het oorspronkelijke landschap.
Beheer
De vijver in het park is slecht te beheren vanwege de bodemgesteldheid. Omvorming is te overwegen zeker nu de verjonging in de wijk leidt tot een ander gebruik van het openbaar groen. De verjonging vertaalt zich naar een andere inrichtingsbehoefte (spelen, bewegen) en dito beheer.
Gebruik van het groen
Verfraaien, genieten en beleven, bewegen, natuur herbergen en verbinden, oriënteren.
Beheer
De twee hoofddoelen van het park - stadspark en ecologisch gebied – maken het gebruik ondoorzichtig. Delen van het Gorechtpark zijn voorts verouderd ten opzichte van het huidige gebruik. Het park wordt daarom minder gebruikt dan verwacht mag worden. Dat vereenvoudigt het beheer niet. De ondergrond is weinig geschikt voor de aanwezige beplanting. Dit geldt in het bijzonder voor de naaldbomen. Vanwege het belang voor de hele stedelijke kern is een breed georiënteerde heroverweging van gebruik en inrichting de aangewezen weg.
Dorp/wijk/kern
Zuiderpark, Hoogezand
Ontstaan
Villawijk uit de jaren 70 van de 20e eeuw. Ligt tussen spoorlijn en sportvelden. Grote particuliere kavels met individueel ontworpen woningen.
Groene dragers
Brede grassingels met bomen en de grote plantvakken kenmerken deze buurt.
Landschap en cultuurhistorie
Geen relatie met het voormalig tuinbouwgebied, het eerdere landbouwgebied of het oorspronkelijke landschap.
Gebruik van het groen
Verfraaien, ontmoeten.
Beheer
De ruime opzet van het openbaar groen en recente omvormingen vereenvoudigen het beheer in dit gebied. Heesters en bomen dragen bij aan de sierwaarde. Plaatselijk is sprake van achterstallig onderhoud van heesters. De leeftijdsopbouw van deze wijk heeft invloed op het gebruik (bankjes). De groenstroken langs de spoorlijn zijn eigendom van Prorail.
96
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
97
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
Dorp/wijk/kern
Spoorstraat/Kieldiep, Hoogezand
Dorp/wijk/kern
Woldwijk (Oost/Midden/West), Hoogezand
Ontstaan
Jaren 60 woonwijk nabij de spoorlijn en het voormalige spoorterrein. Opgezet voor arbeiders in de scheepsbouw en de fietsenfabriek. Er is uit sociale overwegingen gekozen voor een ruime opzet met eigen grond bij de woningen (meer-onder-1 kap). De poortwoningen zijn karakteristiek.
Ontstaan
Woonwijk uit de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw. Planmatige mengeling van kleinschalige woonerven en hoogbouw. Veel sociale woningbouw. Bij de ontwikkeling is beperkt gebruik gemaakt van bomenlanen.
Groene dragers
Iedere tweede insteekstraat heeft een groene as van bomen, al dan niet met gras. De Bilderdijklaan heeft een robuustere, groene omlijsting. Verder voornamelijk snippergroen.
Groene dragers
In het midden van Woldwijk-West is een groene slinger goed herkenbaar. De boombeplanting langs de verkeersaders Abraham Kuijpersingel en de Zuiderkroon. De onbebouwde strook onder de hoogspanningsleiding is ingevuld met simpel groen of water en is geen drager.
Landschap en cultuurhistorie
Het oudere landschap is niet aanwezig.
Landschap en cultuurhistorie
Een relatie met het ontginningslandschap is niet aanwezig.
Gebruik van het groen
Verfraaien, bewegen en ontspannen, ontmoeten. Het Jongenseiland is recent door buurtbewoners ingericht voor eigentijds gebruik.
Gebruik van het groen
Verfraaien, oriënteren. In de groene slinger: bewegen, ontspannen, ontmoeten.
Beheer
Het groen heeft onvoldoende ruimte in deze wijk waar de bebouwing dicht op elkaar staat. Dat levert een beeld op van kwijnende bomen, die ingestraat zijn en zorgen voor wortelopdruk. De plantvakken zijn veel al verouderd en kennen een hoge onkruiddruk. Het bosplantsoen bij het spoor is verwilderd. Plaatselijk hebben bewoners op eigen initiatief snippergroen in gebruik genomen. Om het beheer op peil te brengen is omvorming nodig.
Beheer
Het beheer in deze dichtbevolkte wijk vraagt veel inzet. De inrichting van Oost en Midden is verouderd met veel kleine vakken. De beplanting is verouderd, de vakken kennen achterstallig onderhoud. Schuttingen strijden met openbaar groen om ruimte. Dit deel van de wijk vraagt om een sobere en doelmatige inrichting die zich concentreert op de groene slinger. In West is sprake van wat ruiger bosplantsoen dat past bij het beeld. Illegale dumpingen van (groen)afval en grond zijn een probleem
Dorp/wijk/kern
Gorecht-West, Hoogezand
Ontstaan
Planmatige bouw van vooral sociale huurwoningen in de periode 1960-1970.
Groene dragers
Beperkt buurtgroen: vooral veel snippergroen. De grotere wegen en straten in deze wijk zijn omzoomd met bomen. O.a. Troelstralaan, Sporterreinstraat en Abraham Kuijper singel.
Landschap en cultuurhistorie
Geen relatie meet het oorspronkelijke landschap of het ontginningslandschap
Gebruik van het groen
Verfraaien en oriënteren.
Beheer
Het openbaar groen is eenvoudig van opzet. Recente en geplande vernieuwingen dragen daaraan bij. Daar waar sprake is van eigen tuinen, is weinig openbaar groen. Samengevat is het beheer eenvoudig. Daardoor is er ook weinig achterstallig onderhoud.
98
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
99
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
Dorp/wijk/kern
De Dreven en het Drevenbos, Hoogezand
Dorp/wijk/kern
Hooge Meeren (onderdeel van Gorecht-Oost, Hoogezand)
Ontstaan
Wijk met ruim opgezette vrijesectorwoningen die stamt uit de jaren 90 van de 20e eeuw. Het openbaar groen is minder ruim opgezet.
Ontstaan
Modern winkelcentrumgebied als hart van Hoogezand. Het gemeentehuis en het stadstheater van Midden-Groningen liggen hier ook. Buitenterrein is recent heringericht.
Groene dragers
Bomenlanen in de wegenhoofdstructuur. De woonstraten kenmerken zich door bomenrijen. Verder komen gras, solitaire bomen, water en groene objecten voor. Het aangrenzende Drevenbos is ontworpen en aangelegd ter afsluiting van de Herinrichting Gronings-Drentse Veenkoloniën. Het heeft een kenmerkende plattegrond die herinnert aan de lange zichtlijnen in de veenkoloniën.
Groene dragers
Het historische Kieldiep dat doorloopt tot voorbij Kiel-Windeweer.
Landschap en cultuurhistorie
Het water van het Kieldiep is weliswaar zichtbaar, maar de oorsprong als doorgaande ontginningsas is door de opeenvolgende herinrichtingen moeilijk te herkennen. Een overmaat aan boombeplanting langs het water versterkt dit. Verder geen relatie met oorspronkelijk landschap.
Landschap en cultuurhistorie
De wijk zelf heeft geen relatie met het oorspronkelijke landschap. In het Drevenbos zijn de lijnen van enkele oudere waterlopen te herkennen.
Gebruik van het groen
Verfraaien en beschutten. Dat laatste geldt zeker voor de beschaduwing van de parkeerplaatsen.
Gebruik van het groen
Verfraaien en oriënteren. Drevenbos: natuur herbergen en verbinden, ontspannen en bewegen, ontmoeten.
Beheer
Het beheer is intensief overeenkomstig de kwaliteit van gekozen soorten. De benodigde vaktechnische kennis maakt uitbesteding van een deel van het beheer noodzakelijk. Plaatselijk is sprake van wortelopdruk door de nog jonge bomen.
Beheer
Het handhaven van een goede boomstructuur in de wijk vraagt de meeste aandacht. De groenstroken achter de woningen voegen weinig toe aan het gebruik. Omvorming ligt voor de hand. In 2018 is een nieuwe visie op het beheer van het Drevenbos vastgesteld. Begrazingsbeheer is onderdeel van die visie.
Dorp/wijk/kern
Kalkwijk (buurtschap buiten de kern van Hoogezand)
Ontstaan
Lintbebouwing gelegen naast een diep uit de periode van de veenontginningen. De gedempte Kalkwijk loopt als één lijn door tot aan de Hoofdstraat (gedempte Oude Diep).
Groene dragers
De laanbomenlangs en op het gedempte diep. Zij markeren ook de entrees. Bomen in particuliere tuinen bepalen mede het beeld.
Landschap en cultuurhistorie
Het lint van de oorspronkelijke Kalkwijk is duidelijk herkenbaar. Ook de ‘omkering’ van het landschap door de veenontginning is goed zichtbaar.
Gebruik van het groen
Oriënteren en verfraaien.
Beheer
Het beheer beperkt zich voornamelijk tot bermbeheer en boomonderhoud.
Dorp/wijk/kern
Martenshoek, Hoogezand
Ontstaan
Gebied met handel en industrie aanliggend aan het Oude Diep, dat de transportweg vormt. Ontstaat in de periode 18501900.
Groene dragers
Beperkt: plaatselijk bomen langs het Oude Diep.
Landschap en cultuurhistorie
Het handels- en industriegebied is nog steeds herkenbaar. Geen relatie meer met het oorspronkelijke landschap, plaatselijk wel met het Oude Diep.
Gebruik van het groen
Verfraaien, beschutten.
Beheer
Het winkelgebied Martenshoek kenmerkt zich door veel kleine plantvakken met verouderde beplanting. Op de parkeerplaats van de Molendijk strijden auto’s met de aanwezige beplanting om ruimte. Dat vraagt extra beheerinspanning. Het snoeien van de beplanting op het rationeel ingerichte industrieterrein van Martenshoek is uitbesteed. Foxham wijkt van dit geheel af door het aanwezige bosplantsoen. Het gebied wekt daardoor de indruk van een achterafhoek.
100
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
101
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
Dorp/wijk/kern
Foxhol, Hoogezand
Ontstaan
Historisch dorp dat lang kleinschalig blijft. Woonplaats voor arbeiders van de nabijgelegen scheepswerven en de aardappelmeelfabrieken. In jaren 60 als verplichte woonplaats voor Molukkers uitgebreid met rijtjeswoningen. Hoogezand groeit uiteindelijk vast aan Foxhol. .
Groene dragers
Oude Diep, verder alleen snippergroen
Landschap en cultuurhistorie
Dorp/wijk/kern
Historisch lint Martenshoek-Meint Veningastraat - Hoofdstraat-Noorderstraat (HoogezandSappemeer)
Ontstaan
Het historisch lint Martenshoek – Meint Veningastraat- Hoofdstraat-Noorderstraat markeert de ligging van het oorspronkelijke Winschoterdiep. Dat diep is in de jaren 60 van de 20e eeuw in noordelijke richting verlegd. Vervolgens is het oude diep gedempt. Aan het lint liggen afwisselend winkelgebieden, industrieën en woningen in allerlei vormen en omvang.
Het oude Diep verbindt het dorp met zijn oorsprong. Verder geen goed zichtbare verbinding.
Groene dragers
Het lint is gemarkeerd met robuuste bomen.
Gebruik van het groen
Verfraaien, bewegen en ontspannen (natuurspeeltuin).
Landschap en cultuurhistorie
Beheer
Eenvoudig te beheren gebied met twee aandachtspunten: de gebrekkige aansluiting van de natuurspeelplaats bij de wijk en de beplanting rond het 5-Mei monument. De verspreide bosjes in het buitengebied leggen een onevenredig beslag op de beheercapaciteit.
Het lint is goed herkenbaar vanwege de breedte van het profiel. De aanliggende bebouwing is sinds de demping niet opgeschoven. Het groen in het lint valt niet iedereen direct op. Dit komt doordat de bomenrij plaatselijk is onderbroken en de as van de bomenrij her en der verspringt. Dat doet afbreuk aan de herkenning als voormalig water.
Gebruik van het groen
Verfraaien, oriënteren, beschutten.
Beheer
Er is een voortdurende spanning tussen de parkeerbehoefte en de aanwezige boombeplanting. Dit geldt vooral in Martenshoek. De gemeente en de winkeliers proberen die gezamenlijk op te lossen. De winkeliers van Sappemeer hebben zich ingespannen de openbare ruimte te verfraaien met eigen bloembakken aan de straatlantaarns. De plantvakken die zijn bedoeld om het beeld van het lint op te waarderen vragen om vaktechnisch onderhoud. Dat is de afgelopen periode achterwege gebleven. Plaatselijk is de beplanting verouderd.
102
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
103
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
Dorp/wijk/kern
Margrietpark, Sappemeer
Dorp/wijk/kern
Boswijk, Sappemeer
Ontstaan
Planmatige uitbreidingswijk uit de periode 1920 tot in de jaren 1950. Noordelijk gedeelte is recent onderdeel van stadsen dorpsvernieuwing.
Ontstaan
Planmatige ontwikkeling van woonerven uit de jaren 80 van de vorige eeuw. De erven zijn aangelegd zonder trottoirs. Huizen gebouwd als zogeheten ‘premie C’-woningen: kleinschalig, meer-onder-een kap.
Groene dragers
De wijk heeft een langgerekt, groen hart dat bestaat uit verschillende parkstructuren. Ook dit is een kenmerkende groen slinger. Deze is maar een keer onderbroken door bebouwing. Het hart loopt van de Burg. Eikemastraat in het westen tot de Parkstraat in het oosten. De begraafplaats bij de Koepelkerk is een element van formaat.
Groene dragers
Het openbaar groen is beperkt tot enkele grotere oppervlakten water en groen verspreid over de wijk. Verder alleen snippergroen. Nadruk op particulier grondbezit.
Landschap en cultuurhistorie
Relatie met het vroegere tuinbouwgebied ontbreekt. Er ligt een oude begraafplaats midden in de wijk.
Gebruik van het groen
Verfraaien.
Beheer
Het beeld van het openbaar groen wordt vooral bepaald door de vijvers. Het rietbeheer langs de oevers is al langer een punt van zorg. Her en der is sprake van verwaarloosde groenstroken. Het openbaar groen heeft verder te lijden onder een toenemend aantal schuttingen. Veel snippergroen en een hoge doorstroomsnelheid van de bewoners leggen extra druk op het beheer.
Dorp/wijk/kern
Compagniesterpark, Sappemeer
Ontstaan
Woonwijk, gebouwd vanaf de jaren 90 van de 20e eeuw. Ontwikkeling tussen het gedempte Winschoterdiep en de spoorlijn.
Groene dragers
De groene kern met gras en hagen evenals de bomengordels en bijzondere solitairen. Geprezen stedenbouwkundig ontwerp: de Tuinkamer.
Landschap en cultuurhistorie
De relatie met het vroegere ontginningslandschap ontbreekt.
Gebruik van het groen
Verfraaien, ontspannen, bewegen, ontmoeten.
Beheer
Het groen is eenvoudig te beheren. Uitzondering zijn de beschoeide oevers van de vijvers, die beter een natuurlijke uitstraling kunnen hebben.
Landschap en cultuurhistorie
De relatie met het oorspronkelijke landschap is niet meer aanwezig. Het in elkaar overlopen van de verschillende bouwprincipes over een periode van meer dan dertig jaar is duidelijk herkenbaar in de wijk. Voorbeelden van vooroorlogse sociale woningbouw in de oudere delen tot aan een villawijk uit de jaren 50 in de nieuwere delen.
Gebruik van het groen
Verfraaien, oriënteren, ontmoeten, bewegen en ontspannen.
Beheer
Het de beplanting van het park is de afgelopen jaren vaktechnisch niet goed onderhouden. De aanwezige vijver verlandt. De inspanning richt zich momenteel op het in stand houden van de hoofdstructuur. Delen van de parken zijn recent heringericht in samenspraak met de buurt. De bewoners voelen een gemis aan speelvoorzieningen. Het park heeft potentie voor meer gebruiksdoelen dan het op dit moment laat zien. Het groen in de rest van de wijk laat zich goed beheren.
104
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
105
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
Dorp/wijk/kern
Vosholen, Sappemeer
Dorp/wijk/kern
Kropswolde
Ontstaan
Woonwijk uit het begin van de 21e eeuw. Projectmatig opgezet met eenheid binnen de bouwblokken en variatie tussen de verschillende blokken.
Ontstaan
Oudste ontginningsas van Midden-Groningen. Van middeleeuwse oorsprong. Vermoedelijke kloosterontginning
Groene dragers
De wadi’s zijn belangrijke elementen in het gebied. Zij zijn een groene invulling van de wateropgaven vasthouden en bergen. In bepaalde bouwblokken maken particuliere heggen aan de voorzijde van de bebouwde percelendeel uit van het stedenbouwkundig ontwerp.
Groene dragers
De bomen langs het ontginningslint en plaatselijk de beplanting op particuliere erven.
Landschap en cultuurhistorie
Het ontginningslint is goed herkenbaar. De doorzichten naar het omringende landbouw- en natuurgebied zorgen voor verbinding.
Gebruik van het groen
Oriënteren, verfraaien.
Beheer
Het openbaar groen is beperkt tot een enkel plantvak dat zich goed laat beheren. Het pad naar het terrein van de voormalige fabriek ‘Aurora’ behoeft onderhoud (groen hoofdstructuur). De bomen langs de weg Kropswolde - De Groeve zijn in eigendom en beheer van de provincie Groningen.
Dorp/wijk/kern
Meerwijck
Landschap en cultuurhistorie
Het voormalige glastuinbouwgebied uit de 20e eeuw is herkenbaar in het verkavelingspatroon van delen van de wijk. Een relatie met het oudere landschap mist.
Gebruik van het groen
Verfraaien, water vasthouden en bergen, ontspannen, bewegen, ontmoeten.
Beheer
In de praktijk blijkt de afspraak over de heggen beperkt te werken. De keuze voor grote bomen in de straten leidt nu al tot vragen van bewoners. Verder is het openbaar groen goed te beheren.
Dorp/wijk/kern
Westerbroek (dorp tussen Winschoterdiep en Rijksweg A7)
Ontstaan
Ontstaan
Dorp met een oorsprong in de vroege 14e eeuw. Van oorsprong bos- en parkrijk gebied met buitenplaatsen. Het dorp is meegegroeid met de landbouw en later met de nabijgelegen scheepswerven.
Aangelegd als recreatie-, natuur- en woongebied vanaf de jaren 60 van de 20e eeuw. Rond de milleniumwisseling is het wonen sterk uitgebreid met de aanleg van een projectmatig opgezette villawijk (wonen aan het water).
Groene dragers
Groene dragers
Bomenlanen die dienen als invalswegen. Verder voornamelijk snippergroen als buurtgroen. Grenst aan/wordt doorsneden door ecologische verbindingszone uit Natuurnetwerk Nederland. Aangrenzende natuurgebieden bepalen het beeld.
Het bos en de oevers van het Zuidlaardermeer zijn belangrijk als ecologische steppingstone. Grenst aan Natura 2000 gebied. Bovendien gaat het om groen van formaat. De groene singels die door het gebied lopen.
Landschap en cultuurhistorie
Relatie met het water van het Zuidlaardermeer is duidelijk aanwezig, zowel in het zicht als door het plantsortiment. De band met het vroegere agrarische landschap op deze plek is niet meer zichtbaar.
Gebruik van het groen
Natuur herbergen en verbinden, verfraaien, ontmoeten, bewegen en ontspannen.
Beheer
Het oude gedeelte kenmerkt zich door achterstallig onderhoud. Er is veel opslag. De achterstanden worden straat voor straat weggewerkt. Vaak gepaard aan een nieuwe inrichting. De concentratie van woningen op ‘eilanden’ nodigt uit te denken over overdracht van het aanwezige groen. Behalve bewoners en ondernemers zijn bezoekers belangrijke gebruikers van het gebied direct rond het Zuidlaardermeer. Hun visie is belangrijke voor de toekomst van dit gebied.
Landschap en cultuurhistorie
De ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied is in het lint en het omringende natuurgebied zeer goed te zien.
Gebruik van het groen
Verfraaien en oriënteren
Beheer
Plaatselijk snippergroen
106
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
107
Bijlage 2 • Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern
Dorp/wijk/kern
Kiel-Windeweer
Dorp/wijk/kern
Tripscompagnie
Ontstaan
Agrarische lintbebouwing langs 17eeuws diep. Dit diep zorgt voor ontwatering van het omringende veengebied en voor transport van turf. Het gebied wordt vanuit het diep ontgonnen en in agrarisch gebruik genomen.
Ontstaan
Agrarische lintbebouwing langs 17eeuws diep. Dit diep zorgt voor ontwatering van het omringende veengebied en voor transport van turf. Het gebied wordt vanuit het diep ontgonnen en in agrarisch gebruik genomen.
Groene dragers
Monumentale bomen op particuliere erven. Openbaar groen ontbreekt vrijwel geheel met uitzondering van de bermen.
Groene dragers
Monumentale bomen op particuliere erven. Openbaar groen ontbreekt vrijwel geheel met uitzondering van de bermen.
Landschap en cultuurhistorie
Het oorspronkelijke ontginningslandschap is goed herkenbaar. De doorzichten vanaf het Kieldiep naar het landbouwgebied zijn essentieel voor het karakter van dit gebied. Beschermd dorpsgezicht.
Landschap en cultuurhistorie
Het oorspronkelijk agrarische landschap is goed herkenbaar.
Gebruik van het groen
Verfraaien, oriënteren.
Gebruik van het groen
Verfraaien, oriënteren.
Beheer
Het beheer beperkt zich tot bermbeheer en wat bomen.
Beheer
Plaatselijk is sprake van achterstanden in het beheer van plantvakken. Het beheer beperkt zich verder vooral tot bermbeheer. De bermen hebben te leiden onder het zware verkeer, vooral in natte perioden. Het ecologisch beheer van de oevers van het Kieldiep staat volgens bewoners op gespannen voet met het gebruik van het water voor recreatievaart. N.B. Het diep behoort tot de groene hoofdstructuur.
Dorp/wijk/kern
Harkstede
Ontstaan
Gelegen in het oude ontginningslint van Ruischerwaard tot Siddeburen. De kerktoren stamt in ieder geval uit de Middeleeuwen. De uitbreidingen van Harkstede vallen in twee periode uiteen. De wijk ten zuiden van de Hoofdstraat stamt uit de jaren 60 van de vorige eeuw. De wijk Borgmeren heeft een uitgesproken modern karakter (vanaf 1996).
Groene dragers
De bomen langs het oorspronkelijke ontginningslint. Plaatselijk monumentale bomen op particulier terrein. In de oude uitbreidingswijk direct ten zuiden van de Hoofdstraat bepalen de bomen in de grasbermen en de beplantingsstroken het beeld. In Borgmeren zorgen de grasbermen en- velden voor het groen en rustige beeld van de wijk. Nabij het Scharmergat is een dorpsrandpark in ontwikkeling.