03. Beleidsnota Mien toen Mien stee
Tekst van het document
Gemeente Midden-Groningen
MIEN TOEN, MIEN STEE Beleidsnota Openbaar groen
Overschild Steendam
Inhoud
Tjuchem
Voorwoord ....................................................................................................................................... 5 Leeswijzer ......................................................................................................................................... 7
Siddeburen
Gemeente Midden-Groningen Mien toen, mien stee
Hellum
Lageland Schildwolde
Harkstede
Beleidsnota Openbaar groen
Woudbloem Slochteren
Ter vaststelling door het college van B&W op 9 juli 2019
Scharmer Noordbroek
2. Visie op het openbaar groen........................................................................................ 13 3. .Landschap: waar komt Midden-Groningen vandaan? ............................... 19 4. Structuren van het groen.............................................................................................. 23 5. Opgaven voor het openbaar groen ...................................................................... 35 6. Beheren met aandacht .................................................................................................. 41
Froombosch Westerbroek
1. .Wat wil Midden-Groningen met het openbaar groen? .............................. 9
7. Participeren in het openbaar groen ..................................................................... 55
Kolham
8. Middelen ................................................................................................................................ 61
Zuidbroek Hoogezand
Sappemeer
9. Uitvoeren en bijsturen .................................................................................................. 67 Tripscompagnie
Kropswolde
Verantwoording en proces ................................................................................................. 70
Borgercompagnie Muntendam
Meeden
Bijlage 1. Meetlatten beeldkwaliteit beheer openbaar groen voor de gemeente Midden-Groningen............................................................ 73
Kiel-Windeweer
Bijlage 2. Karakteristiek van het groen per dorp, wijk of kern...................... 93 Bijlage 3. Voorbeeldprofielen van wegen................................................................ 119
3
Voorwoord Mien toen, mien stee. Deze vier woorden vatten de doelen van de beleidsnota Openbaar groen van onze gemeente Midden-Groningen kernachtig samen: Groen dat ieder van ons gebruikt, waar wij voor zorgen alsof het onze eigen tuin is en waar wij ons thuis voelen. Om met het gebruik te beginnen. Dat verschilt van mens tot mens en van plek tot plek. Wij wandelen of fietsen, spelen in de bosjes om de hoek, komen met de buurt bij elkaar in het park, genieten van de natuur of een bloeiende boom in het vroege voorjaar. Midden-Groningen wil al deze vormen van gebruik en meer - een plek geven. Omdat het gaat om de kwaliteit van leven, wonen, werken of vertoeven in onze gemeente én rondom de woning of werkplek. Openbaar groen is een essentieel onderdeel van die kwaliteit. Mien toen. Het Kompas voor de herindeling geeft richting aan de strategische keuzen binnen onze gemeente. Bij het kiezen van een richting hoort ook de vraag waar wij vandaan komen. Anders maakt het niet uit waarheen je gaat. Het openbaar groen is een afspiegeling van onze afkomst en ons karakter. Een door mensen gemaakte omgeving, met noeste arbeid tot stand gebracht. Een omgeving waar ook oog voor elkaar is en waar samenwerken tot resultaat heeft geleid. Herkenbaar sober, doelmatig en van tijd tot tijd met een verrassende parel. Dat wil je in de toekomst terugzien. Mien stee.
“
Mien toen, mien stee
Naast het Kompas bepalen grote maatschappelijke vraagstukken de toekomst van het openbaar groen. Denk aan de verandering van het klimaat, het streven naar een duurzame samenleving, een aanvaardbare inzet van overheidsmiddelen en het kunnen deelnemen aan de maatschappij. Oplossingen voor die vragen zijn deels te vinden in het strategisch inzetten van het openbaar groen. Daar hoort passend beleid bij. Dat vindt u in deze nota. En dan nog het ’mien’. Dat slaat op bewoners, ondernemers, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties én op de gemeentelijke organisatie zelf.
5
Niet voor niets hebben zij vanaf het begin een cruciale plek ingenomen bij het maken van deze nota. Want de keuze voor ‘maatwerk op de plek’ leidt tot een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden in de woon- en werkomgeving. Met bewoners die zich inzetten voor het gebruik en het beheer van het groen in hun directe omgeving. Op dit moment zijn de eerste resultaten van hun initiatieven zichtbaar. Resultaten die gezien mogen worden! En met een gemeente die zich inzet voor het algemene belang. Die ook zorgt voor een aanvaardbare basiskwaliteit, want niet iedereen kan zich op dezelfde manier inzetten. De gemeente Midden-Groningen krijgt anderen alleen enthousiast voor medebeheer als zijzelf de basis op orde heeft. Die basis heeft het afgelopen decennium te lijden gehad, door bezuinigingen en door het ontbreken van beleid. De gemeente werkt de komende jaren hard om de achterstanden weg te werken. Bij ‘basis op orde’ hoort ook het vermogen van de gemeentelijke organisatie oprecht het gesprek aan te gaan over de uitvoering van het beleid. Deze nota legt een gedegen fundament onder dat deel van het groenbeleid. Maar misschien wel het allerbelangrijkste is het gesprek dat wij Midden-Groningers met elkaar voeren over het openbaar groen in onze gemeente. Zodat wij samen en gericht aan de slag kunnen. Pas dan wordt het openbaar groen echt van ons allemaal.
Met ‘Mien toen, mien stee’ geeft het bestuur van de gemeente Midden-Groningen graag de voorzet voor dat gesprek.
Jan Jakob Boersma, wethouder
Leeswijzer
“
De weg vinden
6
Hoofstuk 1 • Wat wil Midden-Groningen met het openbaar groen?
In deze nota ‘Mien toen, mien stee’ legt de gemeente MiddenGroningen voor langere tijd de structuren van en het beleid voor het openbaar groen vast. Bij openbaar groen komt veel kijken. Daar is meer voor nodig dan een enkel woord. Openbaar groen heeft ook een rijkgeschakeerd publiek. Van gemeentebestuur tot bewoner, van lokale organisatie tot externe adviseur. Deze leeswijzer helpt ieder van hen de weg te vinden in de nota.
De gemeente Midden-Groningen staat voor belangrijke opgaven in het openbaar groen. Die opgaven brengen keuzen met zich mee. Hoofdstuk 5 schetst welke kant de gemeente op wil met haar beleid.
Wie snel wil lezen wat Midden-Groningen tot stand wil brengen, kan terecht in hoofdstuk 1. Dit hoofdstuk vat de hoofdlijnen en belangrijkste kaders kort samen. Wie de aanleiding, details en de precieze uitwerking van het beleid wil kennen, vindt deze vooral in de volgende hoofdstukken.
Groenbeheer kan niet zonder middelen. Hoofdstuk 8 is voor hen die willen weten hoe het daar mee staat. En die zich afvragen of er alternatieven zijn voor het huidige beheer. Het hoofdstuk geeft ook aan wat er gebeurt als de middelen achter blijven bij ambities.
De visie die Midden-Groningen heeft op het eigen openbaar groen is neergelegd in hoofdstuk 2. Daarin staat waarom groen voor iedereen belangrijk is. Ook de doorwerking van het Kompas voor Midden-Groningen, het vroegere groenbeleid, de inzet van de middelen, de ambities voor het beheer en de plaats van groen in het totale beleid krijgen hun plek.
Hoe bewoners en andere stakeholders samen met de gemeente aan de slag kunnen is tot slot te vinden in hoofdstuk 9. De voorgaande hoofdstukken laten zien dat er veel te doen is, dit hoofdstuk zet de nodige acties op een rij. Omdat de toekomst nieuwe inzichten kan opleveren, geeft de gemeente ten slotte aan hoe zij haar beleid en de uitvoering voortdurend bij de tijd houdt.
De toekomst van het openbaar groen begint bij de vraag waar het huidige groen oorspronkelijk wortelt. Voor wie daarin is geïnteresseerd, beschrijft hoofdstuk 3 in grote stappen de vroege oorsprong van het landschap tot aan het huidige openbaar groen. Hoofdstuk 4 brengt structuur aan in het openbaar groen. Te vinden is waaruit al het groen bestaat, wat belangrijk is, hoe groene structuren zich tot elkaar verhouden, wie al het groen in de gemeente beheert. Hiermee ligt de betekenis van het groen voor Midden-Groningen vast. Bij dit hoofdstuk hoort de beleidskaart Openbaar groen.
7
De inbreng van bewoners en overige stakeholders bij het opstellen van deze nota heeft zijn plek in de volgende twee hoofdstukken. Hoofdstuk 6 gaat in op de vele aspecten van het beheer van het openbaar groen. Hoofdstuk 7 gaat dieper in op de participatie van bewoners en stakeholders. In beide hoofdstukken staat het maatwerk op de plek centraal. En hoe je hierover afspraken maakt. Hoofdstuk 7 beschrijft ook hoe mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt participeren in het beheer van het openbaar groen.
1.
“
FOTO?
Openbaar groen draagt bij aan de kwaliteiten van leven, wonen, werken en vertoeven
8
Hoofstuk 1 • Wat wil Midden-Groningen met het openbaar groen?
Wat wil Midden-Groningen met het openbaar groen? Om het openbaar groen in Midden-Groningen de komende jaren goed tot zijn recht te laten komen, is een gedeelde visie op het belang, het gebruik, de bestemming, het ontwerp, de inrichting en het beheer van het openbaar groen nodig. Met gedeeld wordt bedoeld een visie die wordt gedragen door gemeente, bewoners en overige stakeholders en die is gebaseerd op het Kompas voor de herindeling. De beleidsnota Openbaar groen beschrijft die visie en legt de kaders vast. Dit hoofdstuk vat de hoofdlijnen alvast samen. Het uiteindelijke doel van de visie op het openbaar groen is gemeenschappelijk resultaten te bereiken die het gevoel geven: Dit is mien toen, dit is mien stee!
ders uit hun rol in hun omgeving op te pakken en die omgeving zelf vorm te geven. Tegelijkertijd benadrukt het Kompas hoe belangrijk de herkomst van dit deel van Groningen is: ‘Dit groen herken ik, dit is mien stee!’.
1.1
Hieruit volgt de kern van de kwaliteit van het openbaar groen:
Het waarom van deze nota
De herschikking van financiële middelen in de afgelopen periode heeft zijn sporen in het gemeentelijk groenbeheer achtergelaten. Met een andere aanpak van het beheer behoudt het openbaar groen een volwaardige plaats in de maatschappij van Midden-Groningen.
1.2
Waarop spitst het beleid zich toe?
De gemeente Midden-Groningen kent als eerste uitgangspunt de volgende betekenis toe aan het openbaar groen: Het openbaar groen draagt bij aan de kwaliteiten van leven, wonen, werken en vertoeven in Midden-Groningen.
Deze nota Openbaar groen heeft tot doel de kaders te scheppen waarbinnen het openbaar groen van Midden-Groningen duurzaam kan floreren, waarin iedereen die betrokken is bij het openbaar groen kan participeren en te zorgen voor een groene uitstraling die het gevoel geeft: ‘Hier hoor ik thuis, dit is mien stee!’
Midden-Groningen kiest voor een kwaliteit die het openbaar groen verbindt met de oorsprong van het gebied en met de plek, die zorgt voor herkenbaarheid binnen de gemeente, die is toegesneden op het gebruik en die een vastgesteld beeld oplevert dat duurzaam in stand is te houden met de beschikbare middelen.
De vorming van de nieuwe gemeente Midden-Groningen is de formele aanleiding het bestaand beleid voor het openbaar groen te harmoniseren. Het is ook het moment het groenbeleid bij de tijd te brengen en te moderniseren. Waar het groenbeheer van de drie voormalige gemeenten sinds 2014 in één hand is, verschilde hun beleid tot 2018 onderling aanzienlijk of ontbrak zelfs. Een stevige analyse van de aanwezige kwaliteiten is nodig als basis voor het beleid van Midden-Groningen. Bewoners en overige stakeholders hebben vanaf het begin een plek: ‘Dit groen is van mij, dit is mien toen!’
Midden-Groningen stelt zich verschillende opgaven voor het openbaar groen. De opgaven hangen samen met de kwaliteit, met de uitgangspunten van het Kompas en met de financiële mogelijkheden:
Het Kompas voor de nieuwe gemeente Midden-Groningen daagt stakehol-
9
Hoofstuk 1 • Wat wil Midden-Groningen met het openbaar groen?
• De opgave is de oorsprong van het gebied te koesteren en terug te laten komen in het openbaar groen. Daarbij hoort vergroting van de herkenbaarheid van de gemeente en binnen de gemeente. • De opgave is de inrichting en het beheer van het openbaar groen af te stemmen op het gebruik. • De opgave is duurzaam om te gaan met het openbaar groen.
• De opgave is de lokale gebruikers partner te laten zijn in alle facetten van het openbaar groen. Een nieuwe afbakening van rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden hoort daarbij. • De opgave is arbeidsplekken te leveren in het beheer van het openbaar groen voor wie beschutting nodig heeft op de arbeidsmarkt. • Midden-Groningen stelt zich tot opgave de beschikbare middelen zo in te zetten dat het openbaar groen optimaal floreert. • Midden-Groningen kiest voor een uitvoerbaar niveau van beheer. Instandhouding gaat voor verbetering, vernieuwing of uitbreiding. De opgave is extra middelen te genereren om verder te kunnen gaan dan in stand houden alleen. De opgaven leiden tot de volgende hoofdlijnen van beleid: • Het openbaar groen is vastgelegd in drie structuren: 1. De groene hoofdstructuur. De hoofdstructuur borgt de herkomst van het gebied, het karakter van de Midden-Groningen en draagt bij aan de herkenbaarheid voor ieder die op bezoek komt. Dit groen is gebaat bij een lage dynamiek van ligging, inrichting en beheer. 2. De lokale groenstructuur. Deze lokale structuur borgt de groene inrichting van het dorp, de kern of de wijk. De structuren liggen voor langere tijd vast. De inrichting en het beheer zijn dynamischer dan in de groene hoofdstructuur. 3. Het buurtgroen is het groen in de eigen woon- en werkomgeving. Dit is dynamisch groen.
Het verandert voortdurend met de wensen van de gebruiker. • Participatie staat centraal in de uitvoering van het beleid. Per structuur verschillen de rollen, taken en verantwoordelijkheden van stakeholders en gemeente. Hoe dynamischer de structuur hoe groter de rol, de taak en de verantwoordelijkheid van de stakeholders en hoe minder de invloed van de gemeente. Deze nota bevat de uitgangspunten voor de participatie. • De uitgangspunten voor gebruik, ontwerp, inrichting en beheer van het openbaar groen richten zich op duurzaamheid, klimaatbestendigheid en verweving met alle andere functies. De nota legt deze uitgangspunten eenduidig vast. • Midden-Groningen kiest voor een basisniveau aan groene inrichting en beheert dit overeenkomstig. Verbeteringen in de inrichting van het open-
10
Hoofstuk 1 • Wat wil Midden-Groningen met het openbaar groen?
baar groen en een hogere beeldkwaliteit komen alleen dan tot stand als de stakeholders zelf inspanningen leveren. • Middelen die vrijkomen uit andere vormen van beheer worden allereerst ingezet in verbeteringen van het openbaar groen: gebruikskwaliteit, versterking van structuren en entrees, opvullen van de huidige gaten in het beheer en het inlopen van achterstanden • Midden-Groningen biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een baan. Ook in het groenbeheer. Zij draagt zorg voor hun begeleiding en past de gevolgen die dit heeft in in de organisatie van het beheer. • De gemeente zet in op een snelle en systematische uitvoering van het geschetste beleid. Instrumenten zijn onder andere: - Het beheerplan als contract tussen stakeholders en gemeente. - De borging van de noodzakelijke competenties, kwaliteiten en capaciteit in de gemeentelijke organisatie. - Meerjarenprogramma openbaar groen. - Monitoring van de afspraken.
1.3
Resultaat
Midden-Groningen wil met de beleidsnota Openbaar groen het volgende resultaat bereiken: • De betekenis die openbaar groen heeft voor de samenleving is geborgd. Er is een kader waarbinnen het openbaar groen wordt afgewogen tegen andere functies. • Het openbaar groen is een wezenlijk onderdeel van de identiteit van Midden-Groningen. Het is ‘mien stee’ van iedere inwoner. • De kwaliteit van het openbaar groen is geborgd in relatie tot gebruik en beleving. • Bewoners en overige stakeholders weten zich betrokken bij het openbaar groen. Omdat zij betrokken zijn, voelen zij zich ook verantwoordelijk. Dat is de gedachte achter ‘mien toen’. • Participatie in het groenbeheer gebeurt binnen een transparant, eenduidig kader en volgt de uitgangspunten van het Kompas. • Er is een eenduidig kader voor bestemming, ontwerp, inrichting en beheer van het openbaar groen. Dat kader is afgewogen tegen andere functies van de openbare ruimte. • Alle middelen zijn gemobiliseerd en worden duurzaam ingezet. Kortom: de beleidsnota Openbaar groen is de basis voor het gesprek voor iedereen die betrokken is bij het openbaar groen.
Monumentaal groen
11
Hoofstuk 1 • Wat wil Midden-Groningen met het openbaar groen?
2.
Visie op het openbaar groen Het beleid voor het openbaar groen in Midden-Groningen steunt op drie pijlers: • De betekenis van openbaar groen voor de samenleving als geheel. De functies die groen heeft en het gebruik dat mensen ervan maken. • De uitgangspunten voor de gemeente Midden-Groningen zoals die zijn vastgelegd in het Kompas. • Het bestaande beleid voor de groene structuren van de drie voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde. Deze drie pijlers vormen de basis voor de visie voor de komende jaren.
“
Groen, snel en langzaam tegelijk
12
Hoofstuk 2 • Visie op het openbaar groen
2.1
Groen in de samenleving
2.1.1
Openbaar groen is er een van vele
Midden-Groningen kent veel verschillende soorten groen: het agrarische groen, het groen van de natuur, het groen van de particuliere buitenplaatsen en tuinen, het groen langs de hoofdinfrastructuur en het openbare groen van de gemeente zelf. Het totaal aan groen maakt dat bewoners Midden-Groningen als een groene gemeente ervaren. Tegelijkertijd constateert de sterktezwakte analyse bij het Kompas voor de herindeling dat er een tekort is aan kwalitatief goed, openbaar groen in de gemeente.
2.1.2
Groen: snel en langzaam tegelijk
13
Hoofstuk 2 • Visie op het openbaar groen
Groen groeit snel als wij aan gras denken. Dat maaien wij het liefst eens per zoveel weken. Tegelijkertijd groeien bomen zo langzaam dat zij pas na tientallen jaren tot volle wasdom komen. Wij nemen wel de veranderingen per seizoen waar, maar de veranderingen over de loop der jaren vragen een oplettend oog. De mens wijzigt het gebruik van de ruimte zo vaak en zo
ingrijpend, dat vooral bomen weinig kans krijgen volwassen te worden. Dat geldt zeker in het stedelijk gebied. Ingrepen die snel en op de korte termijn worden gedaan, kunnen voor het groen gevolgen hebben die nog decennia doorwerken.
2.1.3 Groen door de hele gemeente heen en voor de eigen deur
Het openbaar groen is door de hele gemeente te vinden: langs wegen in het buitengebied, in de parken, op de gemeentelijke begraafplaatsen, in de winkelgebieden, het trapveldje aan het einde van de straat en de boom of het perk voor het huis. Ieder deel van dat groen heeft zijn eigen doel en vraagt zijn eigen beheer. En bewoners kijken tegen ieder deel van het groen anders aan. Hoe dichter bij huis, hoe groter de betrokkenheid.
2.1.4
Groen zorgt voor kwaliteit
Er zijn veel invalshoeken om naar het openbaar groen en het beheer ervan te kijken. Dat begint bij de betekenis van al het groen voor de samenleving. En bij de plaats die het openbaar groen tussen al dat andere groen inneemt. De groeisnelheid van groen vraagt dat wij vandaag beheren met de generaties na ons voor ogen. En het groen voor de deur vraagt beheer met een andere blik dan in een park. De gemeente Midden-Groningen brengt al die invalshoeken samen in een visie op het openbaar groen en op het beheer: Het openbaar groen draagt bij aan de kwaliteiten van leven, wonen, werken en vertoeven in Midden-Groningen.
Deze kwaliteiten zijn:
• Genieten en beleven. Groen zelf biedt veel te kijken: het ontwerp
van het groen in de eigen omgeving, de diverse planten, een uitgegroeide boom of juist de verschillende diersoorten die in het groen nestelen, er hun voedsel zoeken of erdoorheen bewegen.
• Verfraaien. Een omgeving met groene aspecten wordt mooier gevonden dan een omgeving zonder. Groen verhoogt de waarde van aangrenzend onroerend goed.
• Geschiedenis doortrekken. Groene structuren vertellen ons
groen mist. Ook daarom is vooruitkijken belangrijk. Juist omdat wij ons zo weinig bewust zijn van de aanwezigheid van groen, is het lastig om groene waarden goed af te wegen tegen andere, meer tastbare of meetbare waarden. Het vraagt voortdurend aandacht en inspanning om groene kwaliteiten voor onze samenleving te behouden. De waarde van het groen voor de samenleving wordt ondersteund door recente adviezen op rijksniveau en in (internationaal) onderzoek. Het gebruik van groen is een steeds belangrijker onderdeel van de klimaatadaptatie. Voorbeelden zijn openbaar groen als waterbuffer en als regulator van temperaturen in binnenstedelijke gebieden.
over de ontstaansgeschiedenis van het gebied. En laten dus zien waar wij vandaan komen.
wegen. Een markante boom vertelt ons waar wij zijn. En lage beplantingen laten zien dat wij in een moderne woonomgeving zijn aangekomen.
• Gezond leven. Het leveren van zuurstof als bron van leven en het
filteren van fijnstof behoren tot de belangrijkste bijdrage van groen aan onze gezondheid.
• Ontmoeten. Parken, veldjes, barbecueplaatsen zijn uitgelezen plek-
ken om elkaar tegen te komen, stil te staan en een gesprek aan te knopen.
• Bewegen en ontspannen. Paden om te fietsen en te wandelen in
het groen, speelweides en trapveldjes nodigen ons uit om in beweging te blijven. Of om op een zonnige dag eens even te gaan liggen. Zo ontspannen wij. Dat is nog gezond ook.
• Natuur herbergen en verbinden. Openbaar groen sluit aan bij
De bovengenoemde kwaliteiten van het groen maken vooral onbewust deel uit van ons dagelijks leven. Je gaat de effecten van groen pas zien als je het
14
Hoofstuk 2 • Visie op het openbaar groen
Het gebruik centraal
Naast de kwaliteiten staat het gebruik van het openbaar groen centraal in het beleid. Want hoe meer het openbaar groen gebruikt wordt, hoe groter de betrokkenheid bij dat groen. En je gebruikt het groen pas als de inrichting en het beheer aansluiten bij je behoeften. Dan pas waardeer je het groen echt. Of je nu inwoner, ondernemer, bezoeker of maatschappelijke partner bent. De grootste betrokkenheid ontstaat als meerdere groepen het groen tegelijkertijd kunnen gebruiken. En waar een bijzondere waarde of kwaliteit van het openbaar groen het individuele gebruik overstijgt, ligt er een aparte verantwoordelijkheid voor de gemeente zelf.
2.2
Kompas voor Midden-Groningen
Het Kompas voor Midden-Groningen is het richtsnoer voor de manier waarop de gemeente wil functioneren. De bouwstenen ‘Groots in kleinschaligheid’, ‘Ieder mens telt mee’ en ‘Economie van de toekomst’ hebben alle drie betekenis voor het beheer van het openbaar groen.
• Oriënteren (of structureren). Laanbeplanting geleidt ons langs
de grotere ecologische structuren, biedt dieren en planten een leefomgeving, verbindt deze omgevingen en zorgt voor biodiversiteit.
2.1.5
Water vasthouden, natuur herbergen, verfraaien, ontmoeten, bewegen en ontspannen. Veel kwaliteiten op een plek
De bouwsteen ‘groots in kleinschaligheid’ bevat een groot aantal uitspraken die van belang zijn voor het openbaar groen: • De eigenheid en vitaliteit van dorpen en wijken behouden. Inwoners willen meer zeggenschap over de leefbaarheid. • Maatwerk binnen een overkoepelende visie, want geen dorp is gelijk. Verschil mag er zijn. • De gemeente bestaat uit vitale dorpen en wijken, waar de leefbaarheid hoog is. Inwoners ontmoeten elkaar op het sportveld, in de kerk, in het dorpshuis en bij vrijwilligerswerk. • Permanente dialoog tussen gemeente, inwoners en organisaties. Het ideaal is dat mensen structureel met elkaar optrekken in allerlei netwerken. • De gemeente vormt een bindende kracht tussen mensen, initiatieven en middelen. • De gemeente Midden-Groningen wordt een gemeenschap waarin inwoners medeverantwoordelijk zijn voor de leefbaarheid. Gemeente en inwoners worden steeds meer gelijkwaardige partners. De organisatie van het beheer sluit aan bij de bouwsteen ‘ieder mens telt mee’: • Iedere inwoner kan zich ontwikkelen en van betekenis zijn voor anderen.
15
Hoofstuk 2 • Visie op het openbaar groen
• Voor mensen die maatschappelijk kwetsbaar zijn is het soms moeilijk hun eigen kracht te vinden. De bouwsteen ‘economie van de toekomst’ tenslotte zet in op duurzame energietransitie en ziet kansen voor een vrijetijdseconomie. De bouwsteen benoemt natuur en cultuurhistorisch erfgoed als onderdelen van zo’n economie. Openbaar groen ondersteunt deze twee onderdelen.
2.3
Beleid van Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde
De voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde hebben alle drie ruimtelijk beleid en/of beleid voor het groenbeheer geformuleerd. Delen van dit beleid zijn (nog) actueel. Dat geldt zeker voor het beleid van de groene structuren. Uitbreiding van groene structuren is op dit moment niet aan de orde. Deze nota brengt het bestaande beleid voor de groene structuren onder een noemer (hoofdstuk 4).
2.4
Middelen
Midden-Groningen voert het groenbeleid uit met de middelen die beschikbaar zijn. Dat zijn allereerst de reguliere middelen uit de jaarlijkse gemeentebegroting. De bezuinigingen van het afgelopen decennium hebben ook op het groenbeheer hun uitwerking gehad. Er zijn rigoureuze ingrepen nodig geweest om het openbaar groen te beheren tegen het afgesproken basisniveau. Denk aan de omvormingen van het groen in de woonwijken. De ondergrens in het beheer is bereikt. Recente uitbreiding van het budget maakt het de komende jaren mogelijk de achterstanden in het beheer in te lopen. Voor vernieuwing in het gebruik en grote vervangingsinvesteringen ontbreken nog steeds de nodige fondsen. De uitdaging is om de gemeentelijke middelen uit te breiden met de inzet van alle mogelijke maatschappelijke partners. Alleen gezamenlijk is het mogelijk het bestaande areaal groen af te stemmen op het gewenste gebruik met het bijbehorende beheerniveau. Dat pas ook in de gedachte van het Kompas waarin bewoners medeverantwoordelijkheid dragen voor de leefbaarheid van de eigen omgeving. Met de bijbehorende zeggenschap.
2.5
Ambities voor het beheer
Midden-Groningen hanteert een toekomstbestendige filosofie voor het beheer van het openbaar groen: • Het beheer past bij de afgesproken kwaliteit en bij het door de gebruiker gewenste gebruik. • Het beheer doet recht aan de historie van de omgeving. • Het beheer van het openbaar groen is duurzaam: - Het houdt rekening met en speelt in op ontwikkelingen in de samenleving (people). - Het houdt rekening met en speelt in op het klimaat en de natuur (planet). - Het past binnen de beschikbare middelen (profit).
maatregelen zoals inrichtingsplannen, beheerplannen en uitvoeringsmaatregelen. De gemeenteraad stelt de beleidsnota Openbaar groen vast. De gemeenteraad stelt via de reguliere begrotingscyclus het bijbehorende jaarlijks budget voor het openbaar groen vast. Datzelfde geldt voor de budgetten van incidentele investeringen en grootschalige vervangingen. Het college van B&W stelt beheerplannen en uitvoeringsmaatregelen vast.
Visies op ontwikkeling van Midden-Groningen
Beleidsnota Openbaar groen
De hoofdlijnen van het beheer worden vastgelegd in heldere afspraken tussen gemeente en stakeholders. Beheerders spelen met flexibiliteit in op het gebruik en leveren maatwerk. Het betekent ook dat de bestemming, ontwerp en inrichting van het groen in evenwicht zijn met het beheer. En met andere sectoren van beleid.
2.6
Inrichtingsplan
Uitvoeringsmaatregel
Plaats in beleid en regelgeving
De beleidsnota Openbaar groen is ingebed in beleid van Midden-Groningen of van andere overheden. Wettelijk zijn dit bijvoorbeeld de wet Milieubeheer, de wet Natuurbescherming, de wet op de Ruimtelijke ordening, of straks de Omgevingswet. In deze laatste wet gaan veel van de genoemde wetten geheel of gedeeltelijk op. Daarnaast vormen provinciaal beleid of het beleid van het waterschap belangrijke kaders. Op gemeentelijk niveau is allereerst het beleid voor de ontwikkeling van de gemeente leidend, zoals de Omgevingsvisie. Daarnaast is sprake van sectoraal beleid zoals beleid voor infrastructuur, milieubeleid en dergelijke. Het beleid voor het openbaar groen is gelijkwaardig aan gemeentelijk sectoraal beleid. Ook dagelijks beheer is maatwerk
16
Hoofstuk 2 • Visie op het openbaar groen
De beleidsnota Openbaar groen is zelf het inhoudelijk en beleidskader voor wijk- en dorpsgerichte plannen zoals omgevingsplannen. Dat geldt ook voor
17
Hoofstuk 2 • Visie op het openbaar groen
Sectoraal beleid
Beheerplan
3.
Landschap: waar komt Midden-Groningen vandaan? Vanwege de verwevenheid van het openbare groen en het landschap, is het goed wat dieper in te gaan op de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Die geschiedenis maakt duidelijk waarom het openbaar groen geworden is zoals het is.
3.1
Terug naar de oorsprong
Het openbaar groen van de gemeente Midden-Groningen is een wezenlijk onderdeel van het landschap zoals wij dat om ons heen zien. Dat landschap is ontstaan in een eeuwenlange wisselwerking tussen de natuurlijke ondergrond en menselijk activiteiten. Het openbaar groen steunt voor een deel op de structuren van het landschap, onderstreept de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied en bouwt erop voort. Binnen én buiten de bebouwde kom.
“
Midden-Groningen koestert de oorsprong van het gebied
18
Hoofstuk 3 • Landschap: waar komt Midden-Groningen vandaan?
Als we de geschiedenis kennen, kunnen wij ons de volgende vragen stellen: • Welke structuren en onderdelen van het openbaar groen zijn doorslaggevend voor het eigen gezicht van de gemeente? Wat zijn de groene parels? En welke lijnen trekt de gemeente door naar de toekomst? Daar heeft de gemeente zelf een belangrijke rol te vervullen. • En welke structuren en onderdelen behoren tot het groen dat de bewoners wellicht het liefst zelf gebruiken en inrichten? Daar past de gemeente terughoudendheid. • En hoe verhouden de verschillende vormen van het openbaar groen zich tot elkaar? De beleidskaart die bij hoofdstuk 4 hoort legt de structuren en elementen vast.
3.2
Het landschap en de ondergrond
De structuren die het landschap van Midden-Groningen kenmerken hebben hun oorsprong in de ondergrond. De basis werd gelegd in de laatste grote ijstijd, meer dan 100.000 jaar geleden. Toen stuwde het landijs verschillende zandruggenop. Op die ruggen liggen nu dorpen als Harkstede in het westen, Slochteren in het midden en Meeden in het oosten van de gemeente. Als
19
Hoofstuk 3 • Landschap: waar komt Midden-Groningen vandaan?
Natuurlijk landschap in de 21e eeuw
het ijs definitief smelt - zo’n 13.000 jaar geleden - hoopt het water zich op in de lage gebieden tussen de zandruggen. In dat natte gebied ontstaan uitgebreide veenmoerassen en ruigten die vanaf de Hondsrug tot ver in Duitsland strekken. Via enkele riviertjes zoekt het water een uitweg naar zee. Waterlopen als de Hunze in het zuiden en stroompjes als de Slochter Ae en Scharmer Ae zijn als restant van dit systeem nog zichtbaar. Verschillende keren breekt de zee vanuit het noorden in het veengebied in en bedekt dit met kleiafzettingen. Het landschap dat dan in dit deel van Groningen ontstaat, is een slecht toegankelijk gebied van veen(-moeras) en zware klei waar wisselend zandruggen opduiken of riviertjes door heen snijden.
3.3
Het lint van Kiel-Windeweer
De mens en het landschap
In dat gebied loopt de mens sinds duizenden jaren rond. Eerst past hij zich aan de mogelijkheden aan die de natuur biedt. Hij jaagt, vist en bedrijft landbouw voor zover het water dat toestaat. Hij woont in kleine aantallen op wierden die hem beschermen tegen het hoge water. Vanaf de 10e eeuw zijn de technische vaardigheden zo toegenomen dat de mens de natuurlijke omstandigheden beter naar zijn hand kan zetten. Er komen grotere nederzettingen op de hoge zandruggen in het gebied. Vanuit individuele boerderijen ontgint de middeleeuwse landbouwer zijn omgeving. Nog wat later in de tijd spelen kloosters een belangrijke rol als centra van waaruit het veen wordt ontgonnen. Als de mens erin slaagt voldoende zware dijken aan te leggen, ontstaan de kleipolders in het noordwesten en noorden van de gemeente. Met het graven van het Winschoterdiep in de 17e eeuw beginnen de grootschalige ontginningen van het veen. Deze strekken zich vooral naar het zuiden uit. Belangrijke ontginningsassen zijn het Kieldiep, Tripscompagnie en Borgercompagnie. Het landschap verandert in de loop van de tijd steeds sneller. Die snelheid hangt allereerst samen met de waterbeheersing waar de mens steeds beter in wordt. Niet langer gebonden aan het veilige wonen op de zandruggen ontstaan kernen als Hoogezand, Sappemeer en Muntendam.
De wisselwerking tussen mens en ondergrond leidt in Midden-Groningen tot drie sterk verschillende landschapstypen:
Hoofdweg Harkstede - Siddeburen bij Hellum
20
Hoofstuk 3 • Landschap: waar komt Midden-Groningen vandaan?
• Randveenontginning vanaf de zandruggen. Hier ontstaan kronkelende lintdorpen zoals in het lint van Harkstede via Slochteren naar Siddeburen, de dorpen Westerbroek en Kropswolde en verder naar het oosten Noordbroek, Zuidbroek en Meeden. De weg tussen Zuidbroek en Noordbroek is van veel latere datum. De borgen met de omringende landerijen zijn een bijzondere verschijning. Misschien wel het fraaist komt dit naar voren bij de Fraeylemaborg, waarvan behalve de gebouwen ook het groen is verweven met de aangrenzende kern. Het Slochterdiep zorgt voor de verbinding met de stad Groningen. In het landschap zijn de oorspronkelijke natuurlijke beperkingen her en der nog goed te herkennen. Zij dragen bij aan de identiteit van het gebied.
Een voorbeeld zijn de baggerputten als overblijfsel van laagveenontginningen. Het gemeentelijk openbaar groen hangt vooral sterk samen met de structuur van de wegen en het water. In de dorpen en bij boerderijen staan particuliere bomen en groen die belangrijk zijn voor het karakter van de doorgaande weg en het water. Het geheel heeft een groene en monumentale uitstraling, die contrasteert met het omringende, landbouwkundig ingerichte gebied. • Kleipolders waar na ontwatering inversie van het landschap optreedt. Inversie betekent omkering: hoger gelegen gebieden waar veen in de bodem voorkomt oxideren en klinken in. Zij worden na verloop van tijd de nieuwe laagten. Verspreid langs de rand komen nederzettingen van landbouwbedrijven voor. Het gebied kent lange zichtlijnen tot ver over het Eemskanaal. Het openbaar groen is beperkt tot beplanting langs de wegen. Ook in dit gebied staan bomen op de boerenerven die beeldbepalend zijn. • Veenkoloniale ontginningen met de bebouwing vooral langs de diepen. Rationeel ontgonnen gebieden, met grote boerderijen en een opstrekkende verkaveling, die dwars op de diepen staat. Het openbaar groen ondersteunt deze lintstructuren. De statige, particuliere boombeplanting bij de boerderijen draagt bij aan het karakter van de linten. Kenmerkend is het goede doorzicht vanuit de linten op het achterliggende landbouwgebied.
In de 20e eeuw voegt de planmatige stedenbouw in de grotere kernen een eigen dimensie toe. Het openbaar groen wordt een vast onderdeel van de planning van de nieuwe woonwijken. Het groen ontstaat bewust op de tekentafel. Het mooiste voorbeeld binnen de gemeente is wellicht het Oosterpark in Hoogezand. Maar ook elders zijn parken en groene slingers geïntegreerd met de omringende bebouwing. In het buitengebied en langs dorpsranden is sprake van de aanleg van dorpsbosjes in het kader van de verschillende landinrichtingen. De bosjes liggen vaak op overhoeken die niet goed passen in het agrarische verkavelingspatroon. Het Drevenbos daarentegen is ontworpen en aangelegd als afronding van de herinrichting van het deelgebied Oude Veenkoloniën. Dit bos is in 1989 als groot groen element overgedragen aan de gemeente.
21
Hoofstuk 3 • Landschap: waar komt Midden-Groningen vandaan?
Meeden in westelijke richting
Met de aanleg van nieuwe natuur in het lage gedeelte van de gemeente keert de mens terug naar de oorsprong van het gebied. ’t Roegwold is in 2016 gereedgekomen als eerste Strategisch Groenproject van Nederland. Het maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Zo ontstaat in Slochteren naast de eeuwenoude cultuuras een hedendaagse natuuras. De cirkel is rond.
3.4
Het landschap aan het begin van de 21e eeuw
De uitkomst van de wisselwerking tussen ondergrond en mens is een doelmatig en stoer landschap zonder overdreven poespas. Binnen en buiten het bebouwde gebied. Passend bij het karakter van de mens die met hard werken de natuurlijke mogelijkheden naar zijn hand heeft gezet. Op gezette plekken versierd met een groene parel, dat wel. Want als het je goed gaat, laat de Midden-Groninger dat ook graag zien.
4.
Structuren van het groen Het openbare groen bouwt voort op de bestaande landschapsstructuren, legt er de nadruk op en ondersteunt. Het openbaar groen zorgt voor herkenbaarheid van de gemeente: hier kom ik vandaan, hier hoor ik thuis. Dat is de stee van iedere bewoner.
4.1 De betekenis van het openbaar groen voor Midden-Groningen In het buitengebied sluiten de openbare groenstructuren veelal aan bij de natuurlijke mogelijkheden. Deze structuren vertellen over de geschiedenis van het gebied. Zij dragen het karakter van de gemeente. Bijzondere plekken versterken dat oorspronkelijke karakter. In de kernen zijn de groenstructuren vaak onderdeel van het oorspronkelijk stedelijk ontwerp van de wijk, het industrie- of winkelgebied. Het openbaar groen is ontworpen op de tekentafel samen met het patroon van straten, gebouwen en open water. Het groen draagt bij aan het specifieke karakter en de kwaliteit van de gebouwde omgeving.
“
Structuren zijn bepalend voor inrichting, beheer en onderhoud
22
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
Tot slot is er het groen in de straat en voor de eigen deur. Dat is het groen waar de bewoner dagelijks op uit kijkt vanuit zijn raam of werkplek. Daar geniet hij direct van. Het groen waar kinderen een balletje trappen of waar de hond wordt uitgelaten. Dat groen wordt het meest dynamisch gebruikt. Wat nu nog een trapveldje is, is morgen misschien wel een stadsmoestuin. De gemeente Midden-Groningen hanteert daarom voor de inrichting, het beheer en het dagelijks onderhoud de volgende driedeling: •• groene hoofdstructuur, •• lokale structuren, •• buurtgroen. Aan deze driedeling liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag: Het karakter van de groene omgeving: het doortrekken van de essentiële
23
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
structuren uit het verleden naar de toekomst. Dit kan alleen bij een lage dynamiek in de groene inrichting en het beheer. De gemeente heeft het voortouw bij het groen dat het karakter van de gemeente als geheel of in delen bepaalt. Naarmate het gebruik van het groen dichter bij huis, winkelstraat of werkplek komt neemt de dynamiek in het gebruik toe. Bij flexibele gebruikswensen hoort een flexibele inrichting en een afgestemd beheer. De mate waarin de gemeente en directbetrokkenen hun inbreng hebben bij de inrichting, het beheer en het onderhoud van het groen varieert. Naarmate het gebruik dynamischer is, neemt de invloed en de verantwoordelijkheid van de stakeholders (bewoners, ondernemers en organisaties) toe.
4.2
Groene Hoofdstructuur
De lijnen en elementen van de groene hoofdstructuur dragen het karakter van de gemeente Midden-Groningen. De groene hoofdstructuur zorgt voor herkenbaarheid voor bewoners, gebruikers en bezoekers. Zonder de lijnen en elementen van deze structuur ziet Midden-Groningen er anders uit. Dan ontbreekt ook de band met de ontstaansgeschiedenis. De groene hoofdstructuur gedijt bij een lage dynamiek in inrichting en beheer. Het groen krijgt de tijd tot volle wasdom te komen. Dat zorgt voor extra kwaliteit.
4.2.1 Lijnen
De volgende lijnen zijn onderdeel van de groene hoofdstructuur: •• Het bebouwingslint Harkstede-Kolham-Slochteren-Schildwolde-Siddeburen als bewoningsas van waaruit de randveenontginningen plaats hadden. •• De weg over de inversieruggen van Harkstede via Overschild door naar Steendam en Tjuchem. •• Het Slochter Diep en de wegen naar Woudbloem (Verlengde Veenlaan, Veenlaan, Scharmer Ae, SlochterAe en Woudbloemweg). •• De bebouwingslinten van Noordbroek, Zuidbroek via Muntendam naar Meeden. Deze as volgt in Muntendam het oude tracé. •• De ontginningsassen van Kropswolde, Kiel-Windeweer, Borgercompagnie en Tripscompagnie.
Beleidskaart Openbaar groen
Groene hoofdstructuur
• Het historisch lint van het voormalig Winschoterdiep in Hoogezand en Sappemeer. • Verschillende insteekwegen vanaf de bebouwingslinten en verbindingen tussen nederzettingen en kernen. Een voorbeeld hiervan is de verbinding tussen Slochteren en Noordbroek die tegenwoordig aansluit op de ontginningsas van het Achterdiep.
4.2.2
Lokale structuur
Dorpsrandpark
Groengebied in beheer bij derden (natuur)
Gebieden met buurtgroen
Ecologische verbinding
Entree
Wijkentree
Monumenten
Molenzone
N
24
Groene parels
Als de linten het groene snoer zijn, zijn de grotere, openbare groenelementen de parels aan dat snoer. Het gaat om elementen als grote parken, begraafplaatsen, bossen, natuur- en recreatiegebieden: • De naast elkaar liggende begraafplaatsen Stille Hof, de Nederlands Hervormde begraafplaats met toren die bij de Damkerk hoort en het nabijgelegen oude gedeelte van de gemeentelijke begraafplaats. De Stille Hof en de Nederlands Hervormde begraafplaats zijn beide rijksmonumenten. Ook op de begraafplaatsen zelf komen rijksmonumenten voor. • De algemene begraafplaats in Zuidbroek. Het ontwerp van deze begraafplaats is een gaaf gebleven voorbeeld van het werk de landschapsarchitect Vroom, wiens familie drie generaties lang begraafplaatsen en monumentale tuinen in het Noorden heeft ontworpen. • De begraafplaats bij de kerken in Noordbroek en Meeden. Een bijzondere samenhang van kerk, begraafplaats en omringend landschap. • Het Oosterpark uit de jaren 30 van de 20e eeuw hangt nauw samen met de omringende bebouwing. Het park is een relatief gaaf rijksmonument waarbinnen ook rijksmonumenten liggen. Verder is het park de entree tot de gemeente voor de treinreiziger die uitstapt op station Hoogezand-Sappemeer. • Het Gorechtpark als binnenstedelijk sport-, speel-, doe- en ontdekpark van formaat. En als ‘stepping stone’ in een gemeentelijke ecologische verbinding.
• Het Drevenbos als bos met een hoge natuurwaarde en een extensieve recreatiewaarde. De inrichting in grotere eenheden maakt het bos geschikt als foerageer- en nestelgebied en als verbindingszone. De paden tussen die eenheden maken het bos toegankelijk voor de recreant. • Meerwijck als nat gebied met zijn betekenis voor de recreatie, wonen, werken en natuur. De recreatie is aan het water gebonden door de aanwezige strandjes en haventjes voor de pleziervaart. Werken en wonen hangen hier mee samen. De natuur die in het gebied voorkomt is voor een deel aan het
25
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
Hoofdstructuur Zuidbroek in noordelijke richting
water gebonden, voor een ander deel aan het land. Het gebied is onderdeel van een gemeentelijke, ecologische verbindingszone. • De Heemtuin in Muntendam als educatiecentrum voor natuur en milieu met aansluitend extensief recreatie- en natuurgebied. Ook dit is een ecologische ‘stepping Stone’.
hoofdstructuur. Daarbij past een inrichting die dynamischer is dan die van de groene hoofdstructuur. Ook het beheer is daarop afgestemd. Gemeente, bewoners en overige stakeholders bepalen samen het gebruik, de inrichting en het beheer. De structuur zelf ligt vast.
4.2.3
De dorpsrandparken bij Kolham, Slochteren, Siddeburen en Tjuchem en het landschapspark bij Steendam hebben meerdere functies. Zij verschillen onderling in inrichting en beheervorm. De oorsprong van de dorpsrandparken ligt in de voormalige ruilverkavelingbosjes die als overhoeken in het landschap werden ingeplant met bomen en struiken. Het landschapspark vindt zijn oorsprong in de zandwinning voor de aanleg van de N33.
Ecologische verbindingen
Er zijn meerdere ecologische verbindingen. Allereerst zijn dit de verbindingen van het Natuurnetwerk Nederland: • ’t Roegwold, Westerbroeksemaderpolder en het Zuidlaardermeergebied (regionale verbindingszone R5); • ’t Roegwold, Hondshalstermeer en eiland van Winschoten (regionale verbindingszone R6) • ’t Roegwold en Hoeksmeer (lokale verbindingszone L6) • ‘t Roegwold en Vossenburg/ Rijpmagebied (lokale verbindingszone L7). Een ecologische verbinding buiten het Natuurnetwerk Nederland is de verbinding tussen het Zuidlaardermeer en het gebied Tussen de Venen via Meerwijck, Gorechtpark, Drevenbos, Nieuw Woelwijck, het Adriaan Tripsbos en de Heemtuin.
4.3
Lokale structuren
4.3.1
Gepland gebruik: schaalniveau en dynamiek
4.3.2
Dorpsrandparken
In de afgelopen jaren hebben de oorspronkelijke bosjes een meervoudige bestemming als park gekregen: waterberging door afkoppeling van woonbuurten, natuurontwikkeling en parkrecreatie. Bewoners of lokale organisaties participeren in het beheer en het onderhoud. Hun inbreng maakt dat de parken verschillen.
De lokale structuren bepalen mede het karakter van hun directe gebouwde omgeving. Zij staan een schaalniveau lager dan de groene hoofdstructuur. Het gaat om groen dat vaak is ontworpen samen met de wijk of met de dorpsuitbreiding. Het gebruik ligt in het oorspronkelijk ontwerp vast. Als de lokale structuur verdwijnt, verdwijnt nog niet het karakter van Midden-Groningen als geheel. Wel verandert het karakter van het desbetreffende dorp of wijk. Voorbeelden zijn het Margrietpark in Hoogezand, de Vosholen in Sappemeer of de Notaristuin in Zuidbroek. Ook het buitengebied kent deze structuren als beplantingen of groene linten langs minder karakteristieke wegen en waterlopen. Groene parel
26
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
Groene slinger als drager van de lokale structuur
Het gebruik van het openbaar groen hangt sterk samen met de directe omgeving. Dit gebruik is in wijken en dorpen dynamischer dan in de groene
27
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
Beleidskaart: detail Meerwijck. Schaal 1 : 25.00
Beleidskaart: detail Westerbroek. Schaal 1 : 25.00 Beleidskaart: detail Meerwijck. Schaal 1:25.000 Beleidskaart: detail kern Hoogezand-Sappemeer. Schaal 1 : 25.00
28
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
29
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
4.3.3
Gemeentelijke begraafplaatsen
De gemeentelijke begraafplaatsen die niet zijn aangeduid bij de groene hoofdstructuur vallen in de categorie dorp- en wijkgroenstructuur. Zij missen de kwaliteit om ze tot de categorie groene parels te rekenen. Bij voorbeeld omdat zij minder goed aansluiten bij hun omgeving, intern onvoldoende samenhang in het groen hebben of een onderscheidende groene inrichting missen.
Buurtgroen
Op het eenvoudigste structuurniveau staat het buurtgroen. Dit groen wordt vooral dagelijks gebruikt door de aangrenzende bewoners en ondernemers. Het gebruik kan daarom aan snelle verandering onderhevig zijn. De inrichting en het beheer zijn daarop afgestemd. Dit openbaar groen ervaren bewoners als het meest van henzelf.
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
Entrees van de gemeente, het dorp of de wijk
Belangrijke wijkentrees zijn gesitueerd bij de wijken Martenshoek, Hooge Meeren, Meerwijck, langs de Abraham Kuijper Singel en bij Westerbroek. De entrees staan op de beleidskaart.
Het buurtgroen is vaak onderdeel van het oorspronkelijk stedenbouwkundig ontwerp. Vaak ontworpen met gevoel voor de omgeving en de gebruikers, een enkele keer niet meer dan een modegril van de projectontwikkelaar. Het buurtgroen maakt het overgrote deel van het gemeentelijk openbaar groen uit. Ruim twee-derde van de inspanningen voor het beheer gaan naar het buurtgroen.
30
4.5.1
De groene inrichting van de entrees onderstreept het karakter van Midden-Groningen. Belangrijke entrees liggen aan de volgende wegen: • Woldweg (N386) • verbinding A7 - kruispunt MeintVeningastraat/Hoofdstraat/Kerkstraat (N385) in Hoogezand • Kielsterachterweg • Noordbroeksterstraat/Noorderstraat/Westeind in Sappemeer • Zuidlaarderweg bij Kiel-Windeweer • A7 - dorpsentree Zuidbroek • N33 - dorpsentree Meeden • N387 - entrees met het lint Kolham, Slochteren, Schildwolde en Siddeburen
Verspreid over het gebied komen particuliere begraafplaatsen voor die beeldbepalend zijn voor de verschillende linten. Zij versterken het groene karakter van deze linten (zie 4.7.4).
Omdat buurtgroen dynamisch groen is, is de exacte locatie van de verschillende elementen niet op kaart aangeduid. De grasvelden en plantvakken met buurtgroen staan vanzelfsprekend wel op de verschillende beheerkaarten en de bijbehorende beheerplannen.
Overige groene elementen in het gemeentelijke beleid
De entrees van Midden-Groningen moeten het gevoel geven: ‘hier kom ik thuis’. De entrees markeren de overgang tussen het buitengebied en de woon- en werkgebieden. Zij fungeren als de voordeur van de gemeente, het dorp, de wijk en het bedrijventerrein.
De gemeente beheert verder twee begraafplaatsen van de Israëlitische gemeente. Dat zijn de Joodse begraafplaatsen in Kolham en bij Zuidbroek. Het beheer wordt afgestemd met de Israëlitische gemeente.
4.4
4.5
4.5.2
Monumenten
31
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
Verspreid over de gemeente komen verschillende monumenten en gedenkplaatsen voor die extra nadruk hebben door een groene inrichting met kwaliteit en een bijbehorend intensief beheer: het monument voor Kornelis ter Laan in Slochteren, de monumenten ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog(1940-1945) in Kolham, Slochteren, Schildwolde, Siddeburen, Noordbroek, Zuidbroek, Muntendam en Meeden. Natuurlijk spelen in het buurtgroen
4.5.3
Historische molens en hun omgeving
4.5.4
Fijnmazige verbindingen
4.6
Groene structuren en elementen van derden
4.6.1
Ook anderen bepalen het groene gezicht van Midden-Groningen
Er zijn verschillende historische windmolens in het gebied. De zones om deze molens vragen bijzondere aandacht als het gaat om begroeiing die de werking van deze molens kan verstoren. Eventuele afspraken over hoogte en afstand van het openbaar groen tot de molens liggen vast in de desbetreffende bestemmingsplannen. De zones staan op de beleidskaart. De plaatsing van nieuwe molens voor de opwekking van energie doorloopt een eigen procedure. In die procedure heeft het aanwezige groen een plaats. Deze gebieden zijn niet op kaart aangegeven.
Een fijnmazige net van wegen, sloten, waterlopen en waterpartijen met bijbehorende bermen draagt bij aan de natuurwaarden en biodiversiteit in het buitengebied en op de overgang naar de kernen. Dit net onderstreept het belang van de eerdergenoemde verweving van openbaar groen en weg-/ waterstructuren. Dit fijnmazig net is niet op de beleidskaart aangegeven. De basiskaart/leidraad Wet Natuurbescherming van de gemeente Midden-Groningen vormt het uitgangspunt.
De gemeente Midden-Groningen is niet de enige die groene gebieden, structuren en elementen in bezit heeft of beheert. Derden hebben belangrijke onderdelen van het groen dat de gemeente Midden-Groningen kenmerkt in eigendom of beheer: • natuur- en groengebieden, • groene lijnen langs wegen en kanalen, • begraafplaatsen, • borgen en karakteristieken boerenerven • bomen. De belangrijkste elementen uit de deze categorieën staan op de beleidskaart als groengebied in beheer bij derden.
4.6.2
Grote groen- en natuurgebieden
Midden-Groningen heeft daarnaast verschillende, grotere groen- en natuurgebieden die bijdragen aan het karakter van de gemeente. Zij zijn in eigendom en beheer bij derden. De buitenplaatsen rond de borgen behoren ook tot deze categorie. Dit zijn onder andere: • ’t Roegwold. Dit grote gebied nieuwe natuur is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, • de historische Fraeylemaborg en aansluitende terreinen, • het Adriaan Tripsbos en natuurpark Tusschen de Veenen, • Nieuw Woelwijck als beschermde leefomgeving, • polder De Wiede met het restant van de Oude Ae, • verschillende verspreide bezittingen van Staatsbosbeheer, het Groninger Landschap en Natuurmonumenten.
De gemeente heeft de ambitie waardevolle en monumentale bomen te beschermen, al heeft zij geen directe invloed op het beheer ervan. Een boom kan om meerdere redenen waardevol zijn. Belangrijke waarden zijn cultuurhistorie, verschijningsvorm, dendrologie, natuurwaarde, zeldzaamheidswaarde, herdenkingswaarde of recreatie en beleving. Waar dat van toepassing is, worden deze bomen beschermd door de vigerende bomenplannen van de drie voormalige gemeenten. Deze plannen hebben hun eigen kaarten.
De gemeente heeft geen directe invloed op de inrichting en het beheer van deze gebieden.
4.6.3
Lijnstructuren langs infrastructuur
4.6.4
Begraafplaatsen
4.6.5
Particuliere bomen
De groene lijnstructuren langs de A7, de N33, de N386 en N387, het Winschoterdiep en het Eemskanaal zijn geheel of gedeeltelijk in beheer bij het Rijk of de provincie Groningen. Het handhaven van zichtlijnen in het landschap en de aansluiting bij lokale groene kwaliteiten heeft in het verleden prioriteit gehad in het overleg met Rijk en provincie.
Verschillende begraafplaatsen zijn in eigendom of beheer bij derden. De gemeente heeft geen directe invloed op de groene inrichting of het beheer van deze begraafplaatsen. De gemeente heeft afspraken over het onderhoud van de Israëlitische begraafplaatsen in Kolham en Zuidbroek.
Fijnmazige verbinding
32
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
Op diverse plekken in de gemeente zijn het particuliere bomen die het groene beeld van de gemeente bepalen. Bijvoorbeeld op kerkpleinen, op monumentale erven of in particuliere tuinen langs wegen en diepen. Denk bijvoorbeeld aan de boerenerven aan de doorgaande weg van Harkstede naar Siddeburen, het diep van Kiel-Windeweer, de slingertuinen in Meeden of het voorplein van de Damkerk in Hoogezand.
Groen van derden
33
Hoofstuk 4 • Structuren van het groen
5.
Opgaven voor het openbaar groen Uit de gemeentelijke ambities voor het openbaar groen komen verschillende opgaven voor de inrichting en het beheer voort. Ook de stakeholders zien opgaven voor het groen liggen. Dit hoofdstuk beschrijft de gemeentelijke opgaven en geeft aan welk beleid de gemeente wil voeren. Die opgaven beginnen bij de kwaliteit.
5.1
Groene kwaliteit
De kwaliteit die Midden-Groningen kiest
Het antwoord op de vraag welke kwaliteit het openbaar groen heeft, hangt af van de manier waarop je tegen alle aspecten van dat groen aankijkt: Midden-Groningen kiest voor een kwaliteit die het openbaar groen verbindt met de oorsprong van het gebied en met de plek, die zorgt voor herkenbaarheid binnen de gemeente, die is toegesneden op het gebruik en die een vooraf vastgesteld beeld oplevert dat duurzaam in stand is te houden met de beschikbare middelen.
“
Midden-Groningen gaat duurzaam om met het openbaar groen
34
Hoofstuk 5 • Opgaven voor het openbaar groen
Oorsprong
Het openbaar groen vindt zijn oorsprong in het ontstaan van het gebied. Dat begint bij de vroegste ontginningen en loopt door tot in de 20e eeuw waar het openbaar groen onderdeel is van het stedenbouwkundig ontwerp. Midden-Groningen koestert de oorsprong van het gebied en zorgt dat deze terugkomt in het openbaar groen.
Herkenbaarheid
Voor Midden-Groningen is de herkenbaarheid van de gemeente een uitgangspunt van het Kompas. Het openbaar groen draagt bij aan de herkenbaarheid van Midden-Groningen.
Gebruik is leidend
Groen heeft kwaliteit als de inrichting goed aansluit bij het gebruik. Siergroen op een bijzondere plek zoals een begraafplaats of dorpsplein, speelgroen in de buurt, ecologisch groen op overgangen, bomen bij parkeerplaatsen of in de grote parken en het bos. Het beheer richt zich op het in stand houden van het toegekende gebruik en de bijbehorende inrichting. Als het gebruik verandert en de inrichting van het groen verandert niet mee, neemt de kwaliteit uiteindelijk af. Wat ooit begon als een sierperk, is niet een-tweedrie geschikt als speelplek. Het groen raakt niet alleen zijn functie kwijt, het vraagt grotere inspanningen om de oude staat te handhaven. Dat is goed te zien in delen van het Gorechtpark of tot voor kort in het Drevenbos. Verbetering of vernieuwing van de inrichting en het beheer zijn dan op hun plaats. De inrichting en het beheer van het openbaar groen zijn toegesneden op het gebruik. Behalve dat het groen moet aansluiten bij het gewenste gebruik, moet het ook toekomstbestendig zijn. Duurzaamheid vraagt dat het ontwerp en de inrichting tegen een stootje kunnen. Het openbaar groen moet niet bij de eerste verandering omvallen; bij voorkeur zijn investeringen over langere periode geborgd. Dat vraagt om robuust groen, liefst geschikt voor meerdere soorten gebruik.
De dorpsrandparken in de voormalige gemeente Slochteren zijn voorbeelden van dat multifunctionele groen. De reconstructies van het Noorderpark en het Margrietpark laten zien dat in binnenstedelijke gebieden meerdere vormen van gebruik prima naast elkaar kunnen bestaan. Midden-Groningen gaat duurzaam om met het openbaar groen.
35
Hoofstuk 5 • Opgaven voor het openbaar groen
Beeldkwaliteiten van het beheer
Midden-Groningen legt het kwaliteitsniveau vast van het beheer dat hoort bij het gewenste gebruik. De gemeente zet de eigen middelen allereerst in op het beheer van het bestaande areaal openbaar groen. En dan pas op vernieuwing of verbetering van bestaande structuren of de aanleg van nieuwe groene elementen. De gemeente meet de kwaliteit van het beheer aan de hand van het beeld dat hoort bij het gebruik op die plek. Deze keuze betekent dat het bestaande groen in ieder geval op het afgesproken niveau wordt beheerd.
Hoofstuk 5 • Opgaven voor het openbaar groen
De karakteristieken van een dorp, kern of wijk zijn het uitgangspunt voor het maatwerk op de plek. Bijlage 1 beschrijft de karakteristieken per dorp, kern of wijk die het uitgangspunt zijn voor het maatwerk.
Als kwaliteit en middelen vastliggen, kan de gemeente alleen nog het tempo van de uitvoeringsmaatregelen variëren. Naarmate de bewoners en andere belanghebbenden zich meer inzetten in hun omgeving, komen meer gemeentelijke middelen vrij. Dat betekent dat Midden-Groningen die kan inzetten voor het aanpassen van het groen aan het gebruik of voor het verbeteren en aanvullen van bestaande structuren. Hoe minder middelen derden inzetten, hoe langer vernieuwing, aanpassing of aanvulling duurt.
5.3
Groene kwaliteit in het dorp, de kern of de wijk
Midden-Groningen bestaat uit vele dorpen, kernen en wijken die onderling verschillen in hun groene beeld. Het maakt nogal wat uit of je in Schildwolde, Kiel-Windeweer, Meeden of de Spoorbuurt van Hoogezand woont. De ondergrond, de oorsprong van het openbaar groen, het gebruik, de verhouding particulier en openbaar groen, zij verschillen van plek tot plek. En die verschillen leiden tot een ander beeld. Ook de verschillende manieren waarop de voormalige gemeenten omgingen met hun beleid zijn zichtbaar in het openbaar groen. En tenslotte maakt het verschil of het groen bij een stedelijke uitbreiding is ontworpen met gevoel voor de plek dan wel deel uitmaakt van het ‘verkoopplaatje’.
36
Midden-Groningen wil verscheidenheid in eenheid bereiken voor de kwaliteit van het openbaar groen. Dat is inclusief de kwaliteit van de eigen woon- en werkomgeving.
Midden-Groningen kiest voor een uitvoerbaar niveau van beheer. Instandhouding gaat voor verbetering, vernieuwing of uitbreiding.
5.2
Lokale verschillen moet je koesteren
Midden-Groningen als gemeente ook eenheid wil uitstralen en de binding met de oorsprong wil vasthouden.
Participatie
Participatie heeft betrekking op twee pijlers van het beleid: het laten participeren van stakeholders in het openbaar groen en in het uitvoeren van de Participatiewet. In het eerste geval gaat het om alle aspecten van het openbaar groen: van het formuleren van beleid tot het dagelijks onderhoud van een perkje voor de deur. De vraag die daarbij hoort is hoe gemeente en stakeholders de verschillende rollen definiëren en oppakken en hoe zij de verantwoordelijkheden verdelen. Daarover moet vooraf duidelijkheid bestaan, anders leidt participatie tot teleurstellingen over en weer. In het tweede geval gaat het om de vraag hoe mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plaats hebben in het beheer van het openbaar groen. Midden-Groningen wil de lokale gebruikers partner laten zijn in alle facetten van het openbaar groen. Daarbij hoort een nieuwe verdeling van rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De opgave is arbeidsplekken te leveren in het beheer van het openbaar groen voor wie een afstand heeft tot de arbeidsmarkt.