02. Oorspronkelijk initiatiefvoorstel uitwerking amendement armoedebeleid
Tekst van het document
Voorstel Gemeenteraad
Datum: Zaaknr.:
25 januari 2022
Portefeuillehouder: H.J Flederus
Onderwerp:
Opsteller: Yvon Goedhart Contactgegevens: yvon.goedhart@midden-groningen.nl
Stukken ter inzage: n.v.t
Invulling amendement rekenkamerrapport armoedebeleid
1. Voorstel • De voorgestelde indicatoren 1 tot en met 5 op het armoedebeleid op te nemen in de P&C cyclus; • de toekomstige raad te adviseren om na de verkiezingen, in samenspraak met het college, de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport armoedebeleid verder op te pakken. 2. Inleiding In de raadsvergadering van 29 april 2021 is het rapport van de Rekenkamercommissie over het armoedebeleid besproken. Hierbij heeft de raad met een amendement besloten om de werkgroep sociaal domein samen met de Auditcommissie te vragen om nadere invulling te geven aan de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie over het armoedebeleid en de wijze waarop de resultaten van dit beleid beter meetbaar gemaakt kunnen worden. Hiermee is een kleine delegatie vanuit zowel de werkgroep sociaal domein als uit de auditcommissie aan de slag gegaan. 3. Historische context De Rekenkamercommissie (RKC) heeft in haar rekenkameronderzoek Armoedebeleid een aantal aanbevelingen gedaan, deze heeft de raad overgenomen.. Bij de bespreking van het rapport armoedebeleid in de raadsvergadering van 29 april 2021 heeft de raad een amendement aangenomen. In dit amendement wordt aan de werkgroep Sociaal Domein en de Auditcommissie gevraagd een nadere invulling te geven aan de aanbevelingen Armoedebeleid. In de toelichting op het amendement wordt benadrukt dat ‘de raad meer aan het roer moet staan’.
Daarbij gaat het om de vraag wat de raad wil bereiken, hoe de raad dat wil bereiken en hoe daarop te sturen. Dit zou kunnen door een aantal indicatoren te benoemen die de raad wil monitoren om daar, waar mogelijk, op te sturen.
Pagina:
2 van 4
Datum:
25 januari 2022
Zaaknr.:
2019-029085
De RKC adviseert de raad zich hierbij te beperken in het gewenste resultaat, begin klein en bouw dat later verder uit, dit geeft meer focus en ruimte om te leren en bij te sturen. 4. Bevindingen De bovengenoemde raadswerkgroep is met de vraagstelling vanuit de raad aan de slag gegaan, maar het blijkt nog niet zo eenvoudig te zijn om “eenvoudige” indicatoren te bedenken die goed te volgen zijn en daarnaast ook nog zinvolle informatie geven. En dan is de vraag: wat wil je daarmee vervolgens als raad bereiken? Op 12 oktober 2021 is de Brede welvaartmonitor Nationaal Programma Groningen gepresenteerd, hierbij is de werkgroep aangeschoven. Hierin zijn al twee indicatoren op armoede opgenomen, te weten: 1. het % van de huishoudens dat kampt met problematische schulden 2. het % van de huishoudens dat 2 of meer voorzieningen gebruikt. Deze indicatoren worden in de Brede welvaartmonitor in een breder verband dan alleen MiddenGroningen gemeten. In aanvulling daarop stelt de werkgroep voor deze indicatoren ook in MiddenGroningen zelf te monitoren en mee te nemen in de P&C stukken. De werkgroep wilde de bovengenoemde indicatoren graag nog iets uitbreiden, maar om te beginnen slechts met een beperkt aantal. Dit is ook conform het advies van de RKC. Dit heeft geleid tot de volgende aanvullende indicatoren: 3.
Het monitoren van de Cito scores basisschoolleerlingen in Midden-Groningen in relatie tot het landelijk gemiddelde. 4. Het monitoren van het aantal kinderen/gezinnen dat meedoet aan het Meedoenfonds. 5. Het monitoren van het aantal gezinnen in een situatie waarbij meer (deeltijd) werken leidt tot een armoedeval. (voldoende inkomen kan hierbij worden gedefinieerd als niet (meer) afhankelijk zijn van de voedselbank, geen structurele tekorten of problematische schulden) Het Instrument Mobility Mentoring zou in combinatie met maatwerk kunnen leiden tot het verwerven van voldoende inkomen. Deze methodiek wordt momenteel nog niet breed ingezet. Hiervoor wordt verwezen naar (verwachte) resultaten van de NPG-projecten (Bevordering sociale veerkracht, ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting). De werkgroep zou voor dit moment graag aan de raad willen voorstellen de bovengenoemde 5 indicatoren op te nemen in de P&C stukken en het college op te dragen dit uit te voeren. De werkgroep realiseert zich dat dit slechts een kleine eerste stap is. De werkgroep stelt voor te starten met een beperkte set indicatoren. Vervolgens kan worden gekeken of dit de juiste informatie biedt en kan dit verder worden ontwikkeld. Daarom zou de werkgroep de toekomstige raad willen voorstellen om dit na de verkiezingen
Pagina:
3 van 4
Datum:
25 januari 2022
Zaaknr.:
2019-029085
verder op te pakken, dit in samenspraak met het college en de professionals op dit taakgebied.
5. Vervolg met de toekomstige raad na de verkiezingen Voor de meeste indicatoren geldt dat er duidelijke beleidsdoelstellingen aan gekoppeld zouden moeten worden. Indicatoren zijn vaak meer een weergave van de stand van zaken op een bepaald moment, waarbij de raad niet per definitie informatie krijgt over het effect van het gemeentelijke beleid. Het aantal gezinnen (en dus ook de kinderen) dat rond moet komen van een laag inkomen is veel meer afhankelijk van factoren waar de gemeente niet direct invloed op heeft (economische conjunctuur, arbeidsmarkt etc.). In de toelichting op het amendement wordt benadrukt dat ‘de raad meer aan het roer moet staan’. Daarbij gaat het om de vraag wat de raad wil bereiken, hoe de raad dat wil bereiken en hoe daarop te sturen. De werkgroep wil de toekomstige raad na de verkiezingen graag het volgende adviseren: 1. Voorkom dat armoedebeleid ondersneeuwt in de brede visie van het sociaal domein: kies als raad een beperkt aantal concrete doelen voor armoedebeleid en maak keuzes ‘waar je je geld op in wil inzetten’. 2. Maak meetbare resultaatafspraken met college en ketenpartners, vraag voortgangsrapportages. 3. Stel je als raad op de hoogte over de toegankelijkheid van instrumenten: begrijpelijke taal, makkelijke aanvraagprocedure, juiste doorverwijzing, goed (intern en extern) samenspel in de keten met cliënten. 4.
Laat de reguliere uitvoering van het (armoede)beleid bij het college, neem de uitvoering niet over. Benadruk dat de raad zich wil concentreren op een extra interventie op de reguliere uitvoering van het beleid. 5. Baken de periode af, bepaal wanneer het gewenste resultaat bereikt moet zijn. 6. Communicatie Dit besluit wordt op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt.
Pagina:
4 van 4
Datum:
25 januari 2022
Zaaknr.:
2019-029085