CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01. Meerjarig Uitvoeringsplan Economische Agenda Nij Begun 2026 - 2028

Raadscommissie 21 mei 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Zienswijze meerjaren uitvoeringsprogramma Economische Agenda26.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Niet gevonden in dit document.

Samenwerking in de triple helix

Naast de ontwikkeling van campussen in de stad en de regio is ook een betere samenwerking nodig binnen de triple helix. Tot nu toe lukt dit onvoldoende. Sectoren werken vaak langs elkaar heen en de gevraagde vaardigheden veranderen vaak sneller dan het onderwijs en opleidingen innoveren. Bedrijven en onderwijs spreken niet altijd dezelfde taal en hebben niet altijd voldoende zicht in elkaars werkwijzen. Tegelijkertijd hebben bedrijven een belangrijke rol in het wendbaar en weerbaar maken, evenals het bevorderen van een leercultuur binnen bedrijven. Dit draagt bij aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers. De agenda focust op het naar binnen brengen van de vraag vanuit het bedrijfsleven zodat deze beter aansluit bij het aanbod. Vanuit die positie haken we aan bij de vernieuwde strategie van de arbeidsmarktregio. Daarnaast zetten we alvast in op een aantal kansrijke initiatieven.

3. De leercultuur veranderen door om- en bijscholen en een leven-lang-ontwikkelen een vaste plek te geven op onze arbeidsmarkt. 3. Zernike Campus, Healthy Ageing Campus, Makeport Mercurius, Ruby, Portlands Campus, Vitaliteitscampus, Duurzaamheidscampus)

Samenwerkingsverband Noordwaarts

Het samenwerkingsverband Noordwaarts is een nieuwe plek waar voor contact tussen (mkb-) bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Samenwerken staat centraal. Het doel is dat mensen van verschillende sectoren en disciplines samenwerken aan maatschappelijke opgaven. Ze kunnen, vanuit hun eigen expertise, elkaar daarbij helpen om te leren, te ontwikkelen en uit te voeren. Dat noemen we transdisciplinair leren. Op verschillende plekken wordt al op deze manier gewerkt en geleerd. Toch gebeurt dat nog te vaak los van elkaar en vooral vanuit het eigen aanbod, in plaats van vanuit de vraag van de arbeidsmarkt. Meestal zijn deze initiatieven afhankelijk van subsidies en de inzet van een kleine groep betrokken mensen. Deze inzet en kennis gaan vaak verloren en worden onvoldoende gedeeld en geïmplementeerd doordat kortlopende financiering stopt.

De noordelijke kennis- en onderwijsinstellingen zijn de plek voor hoogwaardig onderzoek

Noordwaarts brengt in kaart wat werkt en wat niet werkt. Het initiatief ontwikkelt en deelt kennis over toepassingen vanuit de verschillende (kansrijke) sectoren. Zo hoeft niet iedereen het wiel opnieuw uit te vinden. Hier ligt voor de Economische Agenda een duidelijke rol om de vraag vanuit de markt binnen het systeem van leren en opleiden te borgen. Daarom jaagt de Economische Agenda het initiatief Noordwaarts aan om te verkennen of het deze rol kan vervullen. Een belangrijke voorwaarde is dat het

40

bedrijfsleven en de vraag die het heeft structureel onderdeel is van de werkwijze en dat aanbieders van onderwijs niet dominant zijn in de structuur waardoor ongelijkwaardigheid ontstaat. De samenwerking tussen bedrijven en onderwijs in het Innovatiecluster Drachten is daarbij een goed voorbeeld. Hier formuleert het hooginnovatief bedrijfsleven gezamenlijk haar specifieke vraag en koppelt dit met inzet van eigen mensen en budget aan de kennis van de Rijksuniversiteit Groningen. Een voorbeeld dat op meer plekken en niveaus navolging verdient.

Flexibele verkorte leerroutes

De Economische Agenda werkt samen met (mkb-) bedrijven, kennisinstellingen en overheden aan de ontwikkeling van ‘flexibele verkorte leerroutes’. Hier ligt de eerste focus op techniek en technologie. Zo geven we in Groningen en Noord-Drenthe al concreet invulling aan een ontwikkeling die ook Wennink signaleert. Hij roept op tot een verandering van onze leercultuur. Het gaat om vaardigheden, bij- en omscholing en verkorte leerroutes. Gericht op wat iemand kan of kan leren en niet alleen op een diploma. Niemand hoeft aan de kant te staan. Jongeren, maar ook internationaal talent, migranten, zij-instromers en overig onbenut potentieel. Tegenwoordig kiezen steeds minder jongeren techniek als studierichting. We willen kinderen al op jonge leeftijd interesseren voor techniek en technologie. We beginnen al in het primair

Met internationale evenementen de regio op de kaart zetten

41

­onderwijs. De Sociale Agenda financiert het programma Tijd voor Toekomst. Een verlengde schooldag, waarbij scholen ook techniek kunnen aanbieden.

Inzetten van AI

AI biedt de kans voor nieuwe banen in techniek, ICT, zorg en de vrijetijdseconomie. De noordelijke kennis- en onderwijsinstellingen zijn de plek voor hoogwaardig onderzoek en de volgende generatie AI-experts. Op alle niveaus is talent nodig. Van deskundigen die begrijpen hoe AI werkt en nieuwe toepassingen ontwikkelen, tot mensen die zorgen voor de ontwikkeling, het beheer en onderhoud van de benodigde infrastructuur. Ook zijn nieuwe vaardigheden nodig om AI verantwoord en praktisch in te zetten in het dagelijks werk. Het onderwijs­ programma BACH zet vanuit het AI-ecosysteem in op deze ontwikkeling.

4.2.3 Ambitie 3: Toerisme ontwikkelen als krachtige motor

De vrijetijdseconomie biedt grote kansen voor de economische ontwikkeling en aantrekkelijkheid van Groningen en Noord-Drenthe. Investeringen in cultuur, natuurbeleving en onderscheidende bestemmingen versterken het vestigingsklimaat, stimuleren ondernemerschap en trekken nieuwe bezoekers naar de regio. Dit uitvoeringsplan zet daarom in op een sterkere positionering van de

regio en op de ontwikkeling van unieke verblijfs­ locaties, publiekstrekkers en evenementen. De vrijetijdseconomie is een kans voor de hele regio en draagt direct bij aan de doelen van onze gezamenlijke agenda. Het is een mes dat aan meerdere kanten snijdt. Investeringen in de vrijetijdseconomie maken onze regio aantrekkelijker. Voor bezoekers, maar ook voor inwoners. Voor talent dat hier wil studeren, wonen en werken. En voor bedrijven die zich hier willen vestigen. Het is daarmee een kans voor nieuw ondernemerschap dat de lokale economie versterkt. Bovenal is het een kans om de wereld te winnen voor onze regio. Daarbij kan Groningen leren van de successen in (Noord-) Drenthe.

Ontwikkeling vrijetijdseconomie

Met een reservering van 200 miljoen euro vanuit de Economische Agenda zet de regio een belangrijke stap vooruit. Het resultaat van deze stap is het Ontwikkelprogramma Ruimte voor Vrijetijd en de kansenkaart Noord-Drenthe. De vrijetijdseconomie kan zich nog verder ontwikkelen, zowel regionaal als nationaal. Er is een vicieuze cirkel van onvoldoende uniek aanbod en daarom onvoldoende bezoekers en vice versa. Er zijn onvoldoende unieke bestemmingen, er is sprake van onvoldoende onderscheidend profiel en we hebben behoefte aan meer publiekstrekkers. Dit vraagt om een doorbraak om een grotere behoefte te creëren.

Westpier Eemshaven Een dynamische nieuwe kade die de regio verbindt met Noord‑Europa en een startpunt voor bezoekers om de regio te ontdekken.

42

43

Bestemming Groningen moet stevig op de kaart. Een bestemming waarin cultuur- en natuurbeleving centraal staan. De komst van een nieuwe kade in de Eemshaven kan daarbij een impuls geven: deze vormt een basis voor veerverbindingen met Noord-Europa. Zo kunnen nieuwe verblijfsbezoekers kennismaken met al het moois wat Groningen en Noord-Drenthe te bieden hebben.

In dit meerjarig uitvoeringsplan richten we ons op het aantrekken van nieuwe verblijfsbezoekers. Meer bezoekers zorgen voor beweging in de markt. Ondernemers spelen daarop in met passende ­accommodaties. We werken langs drie lijnen: • Het herbestemmen van erfgoed tot unieke verblijfsplekken. • Het versterken van publiekstrekkers met bovenregionale aantrekkingskracht. • Het ontwikkelen van onderscheidende evenementen die de regio nationaal en internationaal op de kaart zetten. De nadruk ligt op uitvoering en zichtbaar resultaat. We werken aan het overkoepelende bestemmingsmanagement en verschillende overheden bouwen verder aan het fundament van ‘Bestemming Groningen’.

Herbestemming erfgoed

We willen nieuwe, hoogwaardige en unieke verblijfsmogelijkheden realiseren die op zichzelf al een bezoek waard zijn. Dat doen we door erfgoed een nieuwe functie te geven. Voor de markt zijn dit vaak risicovolle investeringen, waardoor plannen niet vanzelf van de grond komen. Daarom ontwikkelen we samen met organisaties als Roemte en Het Groninger Landschap een financieringsinstrument. Hiermee kunnen we een deel van de risico’s opvangen en ruimte maken voor de ontwikkeling van nieuwe locaties.

Publiekstrekkers met bovenregionale uitstraling Bezoekers hebben een reden nodig om naar onze regio te komen. Daarom versterken we bestaande en nieuwe publiekstrekkers met bovenregionale uitstraling. We ontwikkelen een instrument voor cofinanciering, bijvoorbeeld een fonds om de (her)ontwikkeling van publiekstrekkers te ondersteunen. Zo kunnen plannen doorgroeien naar een hoog ambitieniveau en bijdragen aan een bredere bestemmingsontwikkeling.

Unieke evenementen en manifestaties

Evenementen zijn een goede manier om de regio en wat ons uniek maakt op de kaart te zetten. Daarom reserveren we middelen om bij te kunnen dragen aan twee soorten evenementen:

1. Eenmalige evenementen met een groot internationaal bereik die de regio duidelijk op de kaart zetten. Ze bieden de kans om aan een breed en nieuw publiek te laten zien wat Groningen en Noord-Drenthe bijzonder maakt. Bijvoorbeeld het Wereldkampioenschap Wielrennen waarmee de regio in al haar verscheidenheid vanuit Stad en ommeland kan worden getoond aan 250 miljoen internationale kijkers. Of de mogelijke kandidatuur van Groningen als Culturele Hoofdstad van Europa. Wat de culturele ­eigenzinnigheid van Groningen en de regio een unieke nieuwe impuls met een groot internationaal bereik geeft. 2. Terugkerende evenementen en manifestaties met nationaal bereik. Een voorbeeld is PLAY als een terugkerend ankerpunt in de evenementenkalender. Een moment waarop de regio bruist, pleinen veranderen in podia en instellingen de handen ineenslaan om interdisciplinaire projecten buiten hun muren te organiseren. De vorm is iedere keer anders en trekt telkens weer nationale aandacht. PLAY wortelt in de eeuwenoude gedachte van de spelende mens. Spel is een serieuze kracht die gemeenschappen vormt en nieuwe ideeën mogelijk maakt.

De Economische Agenda ondersteunt PLAY, waarin noordelijke toonaangevende culturele instellingen met (inter)nationale reputatie zoals Eurosonic Noorderslag (ESNS), het Groninger Museum, Noorderlicht, Noorderzon en NITE hun krachten bundelen en gezamenlijk het programma opstellen. In die samenwerking schuilt de kracht. Met steeds een andere instelling die het voortouw neemt en steeds een andere artiest, kunstenaar of collectief als boegbeeld. PLAY vergroot andere bezoekersstromen en versterkt het vestigings- en woonklimaat. Het positioneert Noord-Nederland nadrukkelijker als culturele topregio waar experiment en kwaliteit hand in hand gaan. PLAY laat zien dat kunst en cultuur een motor zijn voor brede welvaart, voor innovatie en voor economische dynamiek. Zeker met de snelle technologische en maatschappelijke veranderingen zijn kunst en cultuur nodig om te oefenen met de toekomst. Met PLAY vindt onze regio zichzelf opnieuw uit, al spelend en met lef. Ook het succesvolle jaarlijkse Zummerbühne, een Toukomstproject van Nationaal Programma Groningen, heeft zich bewezen als een unieke toevoeging voor onze regio. Samen met de Sociale Agenda ondersteunen we Zummerbühne tot 2028, de periode van dit uitvoeringsplan.

44

45

PLAY Een nieuwe krachtige samenwerking van toonaangevende culturele instellingen in de regio.

4.2.4 Voorwaarde 1: Vestigingsklimaat en ondersteuning van het mkb

Een sterk vestigingsklimaat en goede onder­ steuning van het mkb zijn randvoorwaarden voor economische ontwikkeling in Groningen en Noord-Drenthe. Alleen met een extra impuls en ondersteuning op deze randvoorwaarden kunnen de drie ambities echt landen in de regio. Met dit uitvoeringsplan wil de Economische Agenda daarom de positie van het mkb versterken en werken aan een aantrekkelijk ondernemersklimaat. Een toekomstbestendig mkb vormt de ruggengraat van de noordelijke economie en verdient bijzondere aandacht. Het mkb staat voor een aantal grote uitdagingen (bijvoorbeeld het verhogen van de productiviteit, innoveren, verduurzamen en het opleiden, vinden en binden van personeel). Ondernemers staan voor de vraag: Hoe maak ik mijn bedrijf klaar voor de toekomst?

Noordelijk Ondernemershuis

De directe, eerstelijns ondersteuning van het mkb vraagt meer om samenhang en slagkracht. Nu is het aanbod divers en versnipperd. Het gezamenlijke doel is om toe te werken naar een Noordelijk Ondernemershuis. We richten ons op één herkenbaar loket en gebundelde financiering voor de eerste- en anderhalvelijns-ondersteuning. Eén plek waar ondernemers met alle ondersteuningsvragen over bedrijfsvoering terechtkunnen. Omdat het mkb van groot belang is, wil de Economische Agenda ook zorgen voor praktische ondersteuning, dicht bij de ondernemer. Daarom werken we een regeling uit voor een laagdrempelige bijdrage aan een eigen, lokaal gemeentelijk mkb-ondernemersfonds. Hier is 5 miljoen euro voor beschikbaar. Een aantal gemeenten zoals Noordenveld, Het Hogeland en Eemsdelta deden al goede ervaringen op. Het gaat hierbij vooral om middenstanders en winkeliers. Met een gemeentelijk ondernemersfonds kunnen ondernemers gezamenlijk investeren in nieuwe verdienmodellen, vaardigheden en samenwerkingen. Zo versterken zij hun concurrentiekracht. Daarnaast helpt het fonds ondernemers om zich beter te organiseren en een stevige gesprekspartner te zijn voor overheid en kennisinstellingen. Tot slot verkent de Economische Agenda de mogelijkheid om de huidige versnippering en kortcyclische financiering van mkb-ondersteuning te doorbreken. Hiervoor worden middelen uit het startkapitaal ingezet.

Veel ondernemers lopen vast op de specifieke voorwaarden en haken af vóórdat innovaties de werkvloer bereiken. Dit speelt vooral

46

in de maakindustrie, zorg en logistiek, waar arbeidskrapte en stagnerende productiviteit samengaan met achterblijvende digitalisering en beperkte digitale weerbaarheid. Daarom wil de agenda inzetten op een brede ondersteuningsregeling voor mkb-opschaling en investeringen in innovatie, concurrentiekracht, digitalisering, robotisering, digitale weerbaarheid en verdienvermogen van het regionale mkb. We sluiten aan bij bestaande regelingen binnen en buiten het aardbevingsgebied. De Economische Agenda volgt de ontwikkeling van een regionaal Sociaal Impact Fonds om impactvol ondernemen mogelijk te ondersteunen.

Verduurzaming bedrijventerreinen

De Herstructureringsmaatschappij DrentheGroningen (HMDG) is een bv in oprichting met als doel om bestaande bedrijventerreinen te verduurzamen door ze te revitaliseren en te herstructureren. Het Rijk en beide provincies financieren de oprichting van deze herstructureringsmaatschappij. De Economische Agenda gaat deze financiering verdubbelen en vraagt daarbij om extra aandacht voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen. De oprichting is een belangrijke stap om het vestigingsklimaat en de economische structuur in Drenthe en Groningen te verbeteren. De noodzakelijke vernieuwing komt nu onvoldoende vanuit de markt, terwijl dit wel nodig is voor een aantrekkelijker en beter vestigingsklimaat. Daarnaast verkennen we hoe bedrijventerreinen in het Nij Begun-gebied verder kunnen voorbereiden op de toekomst, met oog voor de leefomgeving en klimaatverandering. Waar mogelijk leggen we verbanden met andere onderwerpen uit de agenda, zoals het Masterplan Regiocentra en het Masterplan Campussen.

Masterplan Regiocentra

De Economische Agenda draagt bij aan de uitvoering van het Masterplan Regiocentra en reserveerde hiervoor 180 miljoen euro. De samenwerking in het Masterplan Regiocentra is gericht op meer slag- en executiekracht voor het uitvoerbaar maken van de plannen en visies van gemeenten en provincies. Daarmee bouwen we voort op de bestaande Regiodeal Regiocentra Groningen en breiden deze uit met drie Noord-Drentse kernen. De regiocentra zijn belangrijk voor de regionale economie en de sociale structuur. Ze hebben direct invloed op het wonen, leven en werken van meer dan 300.000 inwoners buiten de Stad Groningen. Het masterplan doorbreekt de negatieve spiraal van afnemende leefbaarheid in regiokernen en investeert in versterking van deze plekken. Zo worden

47 Uithuizen

Veer n re gio tie

Delfzijl Appingedam Bedum

Hoogezand-Sappemeer

Leek-Tolbert

Winschoten

Roden Zuidlaren

Gieten

ce

nt

ra

het plekken waar mensen willen wonen, werken en verblijven. De elf Groningse centra maken de komende jaren de stap van visie naar projecten. De drie Noord-Drentse regiokernen hebben de analyse afgerond en werken aan hun visies. De agenda heeft oog voor alle regiocentra en voor de economische onderdelen van de plannen, met nadruk op Noord-, Midden- en Oost-Groningen. Daarbij is de agenda de ontwikkelmotor voor de economische onderdelen van de toekomstvisies en sluit aanvullend aan op de Regio Deal NoordDrenthe. De thema's wonen, infra en openbaar vervoer zijn uitgesloten, al zoekt het Masterplan Regiocentra wel naar koppelkansen.

4.2.5 Voorwaarde 2: Zelfbewustzijn, imago en profiel

De volksaard in onze regio is van nature bescheiden, we zijn niet gewend onszelf op de borst te slaan. Terwijl Groningen en Noord-Drenthe zóveel te bieden hebben. Het is de hoogste tijd om dat verhaal zelfbewuster te vertellen. We zetten onze regio nadrukkelijker in de etalage. Een helder imago en sterke profilering zijn essentieel om onze ambities te kunnen halen. Meer zelfbewustzijn, een sterk imago en gerichte marketing zorgen voor (nieuwe) bedrijven in de regio, bezoekers die langer verblijven, talent dat hier wil zijn en nieuwe inwoners.

Groningen & Partners

Dit vraagt om een sterke organisatie én een helder, aantrekkelijk verhaal dat richting geeft aan (economische) marketing en profilering. Met de nieuwe

Veendam Nieuwe Pekela

StadskanaalMusselkanaal

Ter Apel

organisatie Groningen & Partners gaan we de kracht van onze regio sterker uitdragen. Met een nieuw en wervend verhaal dat houvast biedt voor techniek, innovatie, bedrijfsleven, (top)sport, cultuur en bestemmingsontwikkeling. Eerder genoemde cultuurinitiatieven zoals PLAY en de Zummerbühne verdienen status en zichtbaarheid: als iconen die de regio nationaal op de kaart zetten. De opgestarte samenwerking tussen Groningen & Partners, de topsportclubs, overheid en bedrijfsleven is belangrijk om veel beter gebruik te maken van de kanalen en bereik van topsport om ons regionale merk uit te dragen. We ondersteunen de betere benutting van deze kanalen. Het doel is om veel aantrekkelijker te worden voor talent, bezoekers en zakelijke congressen.

Groningen Convention en sterke platformen

Groningen Conventions werkt hier al aan door de positie en het marktaandeel in de congresmarkt te versterken door te investeren in de verkoopkracht. Hiermee willen we met de stad Groningen opnieuw de positie als vijfde congresstad van Nederland innemen. Daarnaast verkennen we samen met de regionale zenders, zoals RTV Noord en RTV Drenthe hoe we ook massamediaal laten zien wat hier allemaal gebeurt. We communiceren met sterke platformen structureel over de speerpunten van de Economische Agenda. Net als de Sociale Agenda, dragen we richting Groningers en Noord-Drenten op deze manier beter uit wat we doen. Dit is van belang voor bewustwording onder inwoners en daarmee voor de brede welvaart.

Het voormalige Philipsterrein in Stadskanaal 48

49

De plannen voor het nieuwe bedrijventerrein Dideldom. Een regiocentrum waar alles samenkomt: een campus, een treinstation én woningbouw.

5. Van ambities naar uitvoering

De stap van ambities naar realisatie staat centraal bij de Economische Agenda en het uitvoeringsplan. De stichting werkt als ontwikkelmotor die initiatieven helpt groeien van verkenning naar realisatie. Daarbij onderscheiden we drie fases, van ontwikkeling naar uitvoering en ondersteuning. Dit uitvoeringsplan beschrijft deze drie fases en de specifieke acties en middelen die bij iedere fase horen.

50

51 De stichting van de Economische Agenda vervult de rol van ontwikkelmotor van initiatieven. We houden vast aan de drie ambities (zie hoofdstuk 4). We kiezen richting en stellen middelen beschikbaar om de stap naar een volgende fase te maken (zie figuur 5.1). Dit betekent dat we vooraf nog niet precies weten hoe de volledige verdeling van middelen eruitziet. We willen graag zekerheid bieden aan bedrijven, initiatiefnemers en overheden met een initiatief. Dat doen we met (voorlopige) toekenningen (meer hierover in hoofdstuk 6). Op basis van deze toekenning kunnen zij hun plannen uitwerken en zorgen voor cofinanciering. Reserveren doen we alleen bij een concrete en directe bestedingsbehoefte, waarmee we inactief geld voorkomen. Om projecten gereed te maken voor investeringen en te komen tot ‘harde’ toezeggingen zet dit meer­ jarig uitvoeringsplan waar nodig in op financiering van ontwikkelingstrajecten. De uitvoering van de Economische Agenda richt zich daarom op drie fases: 1. Ontwikkeling van initiatieven – kansrijke ideeën uitwerken. 2. Implementatie van projecten – uitvoeren en opschalen. 3. Ondersteuning met expertise – knelpunten oplossen en hulp bieden waar nodig.

Voor het realiseren van de gestelde ambities faseren en prioriteren we in dit meerjarig uitvoeringsplan de activiteiten voor het overgangsjaar 2026 en voor de periode 2027 – 2028 (als de uitvoering is opgestart). Daarbij kijken we in welke fase een project of activiteit zit. We sluiten, als dat mogelijk is, aan bij bestaande of lopende initiatieven. We kijken daarnaast naar initiatieven met grote urgentie en zetten ons in om deze te versnellen. Ook bepalen we de ontwikkel- en zoekrichting voor de onderwerpen die dat nodig hebben. Hiervoor stellen we ontwikkelbudget beschikbaar. Het is belangrijk dat we de onderwerpen en bijbehorende ambities ordenen en daarbij uitgaan van de huidige fase van de ontwikkeling. Het overzicht in figuur 5.1 laat zien in welke fase de bijdrage van de Economische Agenda bij de verschillende onderwerpen zit. Dat heeft gevolgen voor de inzet van de Economische Agenda. Bijvoorbeeld in de chemische procesindustrie en landbouw, waar al veel gebeurt buiten de agenda. De vraag is of en waar de Economische Agenda waarde kan toevoegen in deze sectoren. Dat gaan we nader verkennen.

5.1 Ontwikkeling van kansrijke initiatieven

In de ontwikkelfase helpen we kansrijke plannen verder te ontwikkelen. Het gaat om initiatieven die nog in een vroege fase zitten, maar veel potentie hebben. Het doel is om deze plannen uit te werken tot projecten die klaar zijn voor uitvoering. Dat kan bijvoorbeeld door samenwerkingen op te bouwen of onderzoek te doen naar haalbaarheid. Hiervoor gebruiken we het ontwikkelbudget.

Kernactiviteiten tijdens deze fase: • Aanjagen van (co-)ontwikkeling. • Verbinden door consortiumvorming en scheppen van randvoorwaarden voor het ecosysteem. • Ontwikkelingen van projecten en programma’s. • Cofinancieren en opdrachtgeverschap voor de (aanbesteding van) ontwikkeling van projecten en programma’s.

Figuur 5.1: Fase van ontwikkeling toegepast per thema

1

2

Verkenningsfase

Formuleringsfase

• Verkenning • Plan van aanpak

• Chemische procesindustrie • Landbouw

• Digitalisering en AI

3

Implementatiefase

• Verkenning Verkenning management stakeholders

• Aanvraag en intake Besluitvorming cofinanciers en Economische Agenda

• Ontwikkeling Concretisering ondernemersplan of programma

• Uitvoering Afronden overeenkomst, contracteren, aanbesteden, uitvoering, enz.

• Snel internet • Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen

• Biobased bouwen • Gezondheid • Maritieme maakindustrie • Onderwijs, kennis en arbeidsmarkt • Marketing en profilering

• Ondersteuning midden- en kleinbedrijf

• Masterplan Campussen • Masterplan Regiocentra • Vrijetijdseconomie

Voorbeelden van middelen: • Subsidieprogramma’s voor ontwikkeltrajecten en haalbaarheidstrajecten, zowel voor mkb, als opschaling van bedrijven of grotere projecten. • Geld voor personele inzet bij programma­ ontwikkeling op een specifiek thema.

5.2 Implementatie van projecten

In de implementatiefase richten we ons op het realiseren en opschalen van programma’s, projecten en innovaties. Dat doen we bijvoorbeeld met subsidies en leningen voor innovatieve mkb-bedrijven en scale-ups. Voor grotere, innovatieve ondernemingen kan de Economische Agenda investeren met leningen of deelnemingen.

52

Monitoring en beheer

Waar mogelijk sluiten we aan bij bestaande fondsen en regelingen, en we werken samen met uit­ voeringsorganisaties. Denk daarbij aan de RVO, regionale-, landelijke- of Europese financiering. Daarnaast is er ruimte voor strategische projecten met een groot effect op de regio. Deze vragen vaak om maatwerk.

Kernactiviteiten tijdens deze fase: • (Co)financieren van risicodragende projecten. • Aannemen van opdrachtgeverschap voor (aanbesteding van) programma- en projectbeheer.

53 Voorbeelden van middelen: • Aanvullend kapitaal voor innovatie van onder­ nemingen, onder andere: → Een subsidie of lening tot maximaal 2 miljoen euro voor mkb / innovatieve scale-ups. → Een lening of deelneming tussen 2,5 en

25 miljoen euro voor innovatieve onder­ nemingen.  

• Aanvullende financiering voor strategische projecten: → Een subsidie voor (publieke) projecten, waarvan een bijdrage geleverd kan worden vanuit de Economische Agenda tussen 20-50% voor maximaal 30 miljoen euro (maatwerk). → Een investering in deelprojecten en

­publiek-private partnerschappen tot 30 miljoen euro.

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte voor de implementatie van initiatievenn is nog niet in beeld. Dat is te vroeg, omdat de ontwikkelstap in veel gevallen nog gezet gaat worden. We verwachten dat we onderwerpen kunnen gaan clusteren in drie verschillende financieringsbehoeftes (of een mix van deze drie): 1. Subsidies voor mkb en in het bijzonder scale-ups zoals gemeentelijke mkb-ondernemersfondsen. 2. Leningen of deelnemingen binnen een fondsenstructuur zoals (of in aanvulling op) het Fonds Economische Agenda Startkapitaal bij de NOM. 3. Een bijdrage aan de Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen, snel internet of Masterplan Regiocentra.

5.3 Ondersteuning met expertise

In deze fase ondersteunt de stichting initiatief­ nemers met expertise en kennis. Zo vormt zij de verbindende schakel tussen verkenning, ontwikkeling en uitvoering. Onze ondersteuning kan ook plaatsvinden tijdens de ontwikkelfase of implementatiefase van initiatieven. De stichting helpt de initiatiefnemers met middelen en inzet, om te voldoen aan randvoorwaarden, bijvoorbeeld rond energievoorziening of vergunningverlening. Ook helpt zij om projecten sneller door verschillende fases te loodsen, knel­ punten op te lossen en ontwikkelingen onder de aandacht te brengen. Daarbij kan het ook gaan om het signaleren van kansen in de markt, en het stimuleren van nieuwe toepassingen. Zo kunnen

we kansrijke innovaties echt toepassen en zorgen we voor impact in de regio.

Kernactiviteiten tijdens deze fase: • Monitoren en toezicht houden. • Helpen bij afbakenen van ontwikkeling. • Verzorgen van de overdracht naar volgende fases. Helpen bij het realiseren van randvoorwaarden (zoals het bevorderen van samenwerking met stakeholders, energie, vergunningen, cofinanciering, afstemming nationaal / EU-beleid waar nodig).

Voorbeelden van middelen: • Financiering voor versnelling tussen ontwikkelfases. • Maatwerkcontracten met een netwerk aan experts in bijvoorbeeld innovatieve aanbestedingen, technische expertise of tijdelijke projectleiders. • Ondersteuning bij monitoring en verantwoording.

5.4 Goed opdrachtgeverschap

Om echt slagkracht en daadkracht te brengen in de uitvoering, is goed opdrachtgeverschap nodig. Dat is een belangrijke rol van de stichting. We kijken naar vergelijkbare programma’s en leren van hun ervaringen. Het doel is opdrachtgeverschap creëren: een manier van werken die versnippering in de regio tegengaat, initiatieven bij elkaar brengt, aanjaagt en helpt op te schalen. Concreet betekent dit: • Duidelijke afbakening van externe en interne opdrachten. • Goede afstemming met partners of in cofinanciering. • Heldere besluitvormingsprocessen met passende mandaten. • Steeds bepalen wat de toegevoegde waarde is ten opzichte van bestaande structuren.

6. Financiën Voor de uitvoering van de Economische Agenda stelt het Rijk naast het eenmalige startkapitaal van 250 miljoen euro een bedrag van 100 miljoen euro per jaar beschikbaar. Dit eerste meerjarig uitvoeringsplan loopt van 2026 tot en met 2028 en gaat over maximaal 300 miljoen euro.

54

55 6.1 Het financieel kader van het meerjarig uitvoeringsplan

Het bedrag dat de Economische Agenda daadwerkelijk toekent, hangt af van de snelheid waarmee de stap naar concrete uitvoering kan worden gezet. In de eerste jaren ligt de nadruk vooral op investeren in ontwikkeling. In de jaren daarna verschuift de focus naar de uitvoering van projecten die hun haalbaarheid en uitvoerbaarheid hebben bewezen. We werken dit uit langs vier lijnen: 1. De (voorlopige) toekenningen en inzet vanuit het startkapitaal. Besluitvorming hierover vond al of vindt nog plaats op basis van de bestaande werkwijze. Dit betreft Djewels, de AI-fabriek, de mogelijke bijdrage aan de Westpier Eemshaven, het Fonds Economische Agenda Startkapitaal en de middelen voor het investeren in mkb en scale-ups. Het resterende deel van het start­ kapitaal kan bij gebleken succes worden ingezet via het Fonds Economische Agenda Start­ kapitaal. Als dit aan de orde is volgt hierover een afzonderlijk besluit.

2. De (voorlopige) toekenningen en reserveringen van dit meerjarig uitvoeringsplan. Hierbij gaat het ook om reserveringen die de Economische Agenda al maakte voor vrijetijdseconomie (200 miljoen euro), het Masterplan Campussen (150 miljoen euro) en het Masterplan Regio­ centra (180 miljoen euro) bij de vaststelling van de Economische Agenda in juni 2025. Wanneer de rest van de reserveringen daadwerkelijk beschikbaar komt, hangt af van de ontwikkelsnelheid binnen deze thema's. Dit gaat naar verwachting over een periode tussen de 10 en 15 jaar. Verder gaat het om voorlopige toekenningen voor de Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen, Noordwaarts, digitalisering en AI, snel internet en profilering en marketing. 3. Het ontwikkelbudget om de rol van ontwikkelmotor te vervullen voor de onderwerpen die dat nodig hebben. De ontwikkelfase levert bewijs voor haalbaarheid en bepaalt de financiering. Pas dan is de bijdrage vanuit de Economische Agenda vast te stellen. 4. Organisatiekosten van de uitvoeringsstructuur voor de Economische Agenda.

Reservering, voorlopige toekenning, (daadwerkelijke) toekenning en prognose Om misverstanden te voorkomen is het cruciaal de begrippen reservering, voorlopige toekenning en toekenning helder te hebben. Het uitvoeringsplan hanteert de volgende definities:

Reservering: Voorlopig vastgelegde middelen die nog niet definitief zijn toegekend, maar wel bedoeld zijn en blijven voor toekomstige besteding voor het thema of onderwerp waarvoor ze gereserveerd zijn.

Voorlopige toekenning: Toekenning van middelen onder voorwaarden. Dit

kan een besluit zijn van de stichting of het openbaar lichaam4, het uitvoeren van een aanbesteding of het inrichten van een organisatie of regeling als ontvanger van de middelen. Ook kan er een inhoudelijke voorwaarde gelden waaraan het project of het programma nog moet voldoen. en een positief besluit is genomen.

Prognose ontwikkelkosten: Een inschatting van de benodigde ontwikkelkosten op basis van dit uitvoeringsplan. Dit gaat over de ontwikkelkosten die bij elk thema vermeld staan in de bijlagen (8.1 tot en met 8.1.15) en een inschatting van bijkomende kosten voor bijvoorbeeld inzet van extra expertise en extern uit te voeren haalbaarheidsopdrachten.

fenities de

4. Zie ook paragraaf 3.2.1. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit kroonbenoemde bestuurders. Dat zijn de commissaris van de Koning van de provincie Groningen, de burgemeesters en de dijkgraven.

defenit i e s ies

Toekenning: Dit vindt plaats nadat aan de gestelde voorwaarden is voldaan

defen it

Tabel 1. (Voorlopige) toekenningen en inzet startkapitaal Nr.

Onderwerp

Financiering voor

Status

1

Djewels

Implementatie 🟢

2

AI-fabriek

3

Bijdrage agenda

Toegekend

€ 30 miljoen

Implementatie

Toegekend

€ 60 miljoen

Fonds Economische Agenda Startkapitaal

Implementatie

Toegekend

€ 60 miljoen

4

Westpier Eemshaven

Implementatie 🟠

Voorlopige toekenning o.v.v. besluitvorming

€ 36 miljoen

5

Ontwikkeling en investeren mkb + innovatieve scale-ups

Ontwikkeling en implementatie 🔵

🟠Reservering

€ 32 miljoen

Totaalbedrag (voorlopig) toegekend / gereserveerd startkapitaal:

€ 218.000.000,-

Resterend vanuit startkapitaal van 250 miljoen euro:

€ 32.000.000,-

Tabel 2. (Voorlopige) toekenningen en reserveringen meerjarig uitvoeringsplan Nr.

Onderwerp

Financiering voor

6

Snel internet

Implementatie

Voorlopige toekenning

Maximaal € 25 miljoen

7

Herstructureringsmaatschappij ­Drenthe-Groningen

Ontwikkeling en ­implementatie

Voorlopige toekenning

€ 10 miljoen

8

Marketing en profilering via Groningen & Partners, Conventions, topsport en media

Ontwikkeling en ­implementatie

Reservering

€ 10 miljoen

9

Digitalisering en AI

Ontwikkeling en implementatie

Reservering

€ 10 miljoen

10

Noordwaarts

Ontwikkeling en implementatie

11

Vrijetijdseconomie

Ontwikkeling en implementatie

12

Masterplan Regiocentra

13

Masterplan Campussen

🔵

Status

Bijdrage agenda

Voorlopige toekenning

€ 1,45 miljoen

Voorlopige toekenning vanuit totale reservering

€ 7 miljoen

Ontwikkeling en implementatie

Voorlopige toekenning vanuit totale reservering

€ 21 miljoen

Ontwikkeling en implementatie

Voorlopige toekenning vanuit totale reservering

€ 225.000, -

🟠

Totaalbedrag (voorlopig) toegekend / gereserveerd in dit meerjarig uitvoeringsplan:

€ 85.175.000,-

Tabel 3. Inschatting benodigde ontwikkelkosten meerjarig uitvoeringsplan

56

Nr.

Onderwerp

Financiering voor

Status

14

Maximale inschatting ontwikkelkosten thema’s uit meerjarig uitvoeringsplan (zie bijlagen 8.1 - 8.1.15)

Ontwikkeling 🟣

Prognose

Bijdrage agenda Maximaal € 13 miljoen per jaar (2027 en 2028)

57 Tabel 4. Organisatiekosten uitvoeringsstructuur Economische Agenda Nr.

Onderwerp

Financiering voor

15

Uitvoeringskosten uitvoeringsstructuur

Ontwikkeling en implementatie

Status

Bijdrage agenda

Voorlopige toekenning

€ 4 miljoen

Figuur 6.1: Langjarige prognose 2026 – 2036 Investeren in ontwikkeling

(maximale meerjaren forecast)

€ 20.000.000 € 15.000.000 € 10.000.000 € 5.000.000 €0 2026

2027

2028

2029

2030

Bijdrage Economische Agenda

De tabellen 1 t/m 4 geven inzicht in de bestedingen gedurende de looptijd van dit meerjarig uitvoeringsplan. Figuur 6.1 geeft een langjarige prognose voor het ontwikkelbudget over de periode 2026–2036. Dit overzicht is gebaseerd op huidige plannen met als doel grotere, impactvolle en investeerbare projecten te financieren en te implementeren. Het ontwikkelbudget is nadrukkelijk ook bedoeld om andere partijen in staat te stellen bij te dragen aan de ontwikkelstappen. Denk hierbij aan (uitvoerings) organisaties als NOM, SNN, Campus Coalitie, Groningen & Partners en de betrokken overheden. Dit kan zowel binnen als buiten de Economische Agenda. Het betreft nadrukkelijk een prognose. In de overzichten hierboven staan de financiële kaders voor de stichting. Nadat de stichting is op­ gericht, gaat zij aan de slag met de uitvoering van dit meerjarig uitvoeringsplan. Dan kan de stichting ook (voorlopige) toekenningen definitief maken. In de jaarplannen maakt de stichting de volgende con­ cretisering: • De inzet van de middelen die in dat jaar zijn gereserveerd. • De omvang en de inzet van de ontwikkel­ opdracht en de ontwikkelkosten in dat jaar.

2031

2032

2033

2034

2035

2036

Ontwikkeling totaal

• De omvang en inzet in de uitvoering van projecten of financiële instrumenten. De jaarplannen worden ingediend met een gevalideerde en gedetailleerde begroting. Het openbaar lichaam stelt de jaarplannen vast en informeert de betrokken overheden en volksvertegenwoordigers via de kroonbenoemden.

Indexatie van de middelen

Voor de indexatie van de middelen van de Economische Agenda wordt aangesloten bij het PEGA-wetsvoorstel, artikel 14a,2. De loon- en prijsbijstelling regelt de indexatie. Jaarlijks bepaalt het ministerie van Financiën (en later binnen het departement) hoe om te gaan met de loon- en prijsbijstelling.

6.2 Fonds Economische Agenda Startkapitaal

De Economische Agenda zet financiële instrumenten in om innovatie en groei van bedrijven te versnellen. Het Fonds Economische Agenda Startkapitaal is een gemixt financieringsmodel en geeft ruimte binnen staatssteunkaders. Met dit fonds zetten we publiek kapitaal in om private investe­ ringen aan te trekken en (risicovolle) innovaties mogelijk te maken.

Uit marktanalyse blijkt dat er behoefte is aan een fonds dat meer risico kan nemen dan bestaande financiers. Dit fonds moet bedrijven met interna­ tionale groeipotentie ondersteunen en tegelijkertijd bijdragen aan economische ontwikkeling in de regio. Dit geeft bedrijven en scale-ups de mogelijkheid om te groeien of zich te vestigen in het Nij Begun-gebied. Als eerste stap is vanuit het startkapitaal, samen met de NOM en de provincie Groningen, een fonds opgericht om bedrijven (of consortia van bedrijven) te financieren. Er is in totaal 60 miljoen euro beschikbaar voor leningen en/of aandelenkapitaal. Voor een urgente financieringsbehoefte kan het fonds bijdragen in de opschaling en commercialisering van sleuteltechnologieën, tot maximaal 50% tussen 2,5 en 25 miljoen euro. Dit past binnen de thema’s (duurzame energie, gezondheid, landbouwtechnologie, duurzame industrie en vrijetijds­ economie), doelen en randvoorwaarden van de agenda. Het fonds is begin 2026 geopend. Als na evaluatie blijkt dat het fonds de verwachtingen waarmaakt, kan het openbaar lichaam besluiten over een vervolg. Dit vervolg moet uiteraard passen binnen de beschikbare middelen per jaar.

6.3 Een gemengd financieringsmodel

De Economische Agenda helpt om innovatieve, maar ook risicovolle bedrijven en projecten aantrekkelijker te maken voor private investeerders en andere publieke financiering. Een manier om dit te doen is een gemengd financieringsmodel. Een gemengd financieringsmodel betekent de inzet van publiek geld (van de overheid) om private investeringen aan te trekken voor projecten met maatschappelijke impact. De Economische Agenda neemt daarbij bewust een deel van het risico op zich. Dit kan bijvoorbeeld via een subsidie, een achtergestelde lening, of een investering waarbij de Economische Agenda als eerste verlies opvangt als het misgaat.

Subsidies

Subsidies blijven een belangrijk middel. Ze ver­ kleinen ontwikkel- en innovatierisico’s, bijvoorbeeld bij onderzoek (R&D) of in een testfase. Daarna kan extra publiek of privaat geld worden ingezet om het project verder te laten groeien. De subsidie werkt dus als een katalysator: niet om alles te betalen, maar juist om andere investeerders over de streep te trekken. In de praktijk zorgt deze combinatie ervoor dat publieke middelen beter worden gebruikt en dat succesvolle innovaties sneller op de markt komen.

58

Er is geen vaste aanpak: gemengd financieren vraagt altijd om maatwerk.

6.4 Kansen zoeken binnen de kaders rond staatssteun

De Economische Agenda investeert binnen de Europese staatssteunkaders, maar zoekt waar nodig ruimte om risicovolle innovaties mogelijk te maken en zo publieke doelen te realiseren. De stichting van de Economische Agenda en eventuele uitvoerende (partner)organisaties moeten werken binnen de Europese staatssteunregels. De randvoorwaarden zijn helder: • De stichting werkt op afstand van de politiek. • De stichting richt zich op (co-)investeringen, subsidies, leningen en deelnemingen. • De stichting mag geen private investeerders van de markt verdringen. Deze aanpak sluit goed aan bij de manier waarop dit type financiering wordt toegepast.

Marktconformiteit

Ingewikkelder zijn de voorwaarden over marktconformiteit en businessplannen. Soms worden risico’s doorgerekend door heel hoge rente- of rendementseisen te vragen. Dit kan financieringsconstructies onrealistisch maken. Het gevolg is dat een project strandt en het beleidsdoel (innovatie en opschaling) uit beeld raakt. Het ontbreken van private financiering betekent niet altijd dat een plan onvoldoende kwaliteit heeft. Vaak zijn de risico’s te groot voor kleinere investeerders of fondsen. Als de overheid dan te streng vasthoudt aan marktconforme rendementseisen, werkt het publieke instrument minder goed. Dit kan bijvoorbeeld komen door te hoge ontwikkelkosten, een verhoogd risico of te weinig durfkapitaal. Juist dit soort investeringen hebben vaak veel onzekerheid en een lange terugverdientijd. De Economische Agenda kan een belangrijke rol spelen bij het financieren van goede plannen met een hoger risicoprofiel. Het Fonds Economische Agenda Startkapitaal is hier een eerste voorbeeld van. In dit fonds geldt een lagere eis voor revolverendheid op portfolioniveau (minder dan 100%), terwijl wel wordt voldaan aan de voorwaarden van marktconformiteit. Uiteraard levert dit een spanningsveld op. De Economische Agenda wil daarom expertise en kennis in huis halen om dit gesprek goed te voeren. Om effectief te kunnen investeren is soms ruimte

59

De Economische Agenda staat hierin niet alleen. Ze werkt samen met het Rijk en leert van organisaties waaronder SNN, NOM, RVO, Nationaal Programma Groningen, InvestNL (inclusief de nieuw op te richten Nationale Investeringsbank), maar ook EU-programma’s en het Nationaal Groeifonds.

n u g e b j

ons ni

nodig om af te wijken van standaard marktregels. Op deze manier houden we rekening met het hogere risico en het publieke belang. De kernvraag is daarom niet of elk project precies marktconform is, maar of het publieke instrument iets toevoegt aan wat de markt zelf al doet, binnen de regels voor staatssteun.

7. Samenwerking, randvoorwaarden en monitoring

Met de Economische Agenda werken we de komende dertig jaar aan economische structuurversterking van Groningen en Noord-Drenthe. Dat is een belangrijke impuls voor de regio. Maar de agenda staat niet op zichzelf. Alleen door samenwerking, afstemming en door aan te sluiten op bestaande, reguliere taken, inspanningen en verantwoordelijkheden kan de agenda echt toegevoegde waarde hebben voor de regio.

60

n m a ke n

we

61

sa m e n

7.1 De Economische Agenda staat niet op zichzelf

De agenda en dit meerjarig uitvoeringsplan zijn afhankelijk van de inzet van bedrijven, overheden en kennisinstellingen. De agenda signaleert, jaagt aan, verbindt en faciliteert. Maar zij neemt het werk en de bestaande verantwoordelijkheden van anderen niet over. Daarnaast is goede afstemming nodig op activiteiten van organisaties die zich (deels) op dezelfde doelen en thema’s richten zoals Nationaal Programma Groningen, Economic Board Groningen en de Sociale Agenda. En het vraagt om samenwerking met uitvoeringsorganisaties die regelingen uit­ voeren zoals RVO, NOM en SNN. Ook al zijn de ambities groot, de agenda dekt niet alles. Belangrijke thema’s zoals infrastructuur, ­openbaar vervoer en woningbouw vallen buiten de reikwijdte. Ze zijn wel cruciaal om de doelen te bereiken, maar afhankelijk van inzet via andere trajecten, met andere middelen en in overleg met het Rijk.

62

Daarnaast krijgt elk project te maken met randvoorwaarden en omstandigheden. Denk aan milieu­ gebruiksruimte, wettelijke voorwaarden en normen, vergunningverlening en ruimtelijke procedures. Ook speelt schaarste een rol zoals bij de beschikbaarheid van voldoende zoet water. Cruciaal in een ‘water smart economy’. Hetzelfde geldt voor energie en voldoende uitvoeringscapaciteit. De agenda kan helpen met het organiseren van capaciteit om de stap van ontwikkeling naar implementatie te brengen. De agenda stelt ook voorwaarden aan de uitvoering. Zo moeten investeringen bijdragen aan de ruimte­ lijke kwaliteit (zie ook paragraaf 7.3.5). Deze eis is duidelijk, maar het stellen van de norm (wat is ruimtelijke kwaliteit?) en het nemen van het besluit over het halen van de norm ligt bij de reguliere over­ heden. Kortom, het succes van de Economische Agenda hangt sterk af van samenwerking, afstemming en aansluiting op bestaande, reguliere taken, inspan­ ningen en verantwoordelijkheden. Alleen zo kunnen we samen echt toegevoegde waarde hebben voor de regio.

63 Werkwijze kwartiermakerij met opdrachtnemers

De afgelopen periode werkte het kwartiermakersteam van de Economische Agenda volgens de opzet van de nieuwe uitvoeringsstructuur. Voor dit uitvoeringsplan hebben we per onderwerp een (regionale) opdrachtnemer met een brede expertise aangesteld. Dit zijn mensen met een groot netwerk en kennis van het specifieke onderwerp en de regionale economie. Hun opdracht was vooral om aan te scherpen waar de doorbraak en de toegevoegde waarde van de Economische Agenda liggen. De opdrachtnemers brachten in beeld waar versnelling mogelijk is, hoe bestaande initiatieven elkaar kunnen versterken en waar nieuwe ontwikkelrichtingen nodig zijn. De opdrachtnemers werkten zoals de nieuwe stichting straks ook zal werken: vanuit het triple helixprincipe (in nauwe samenhang tussen het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden). Zo ontstond een breed gedragen aanpak die vanuit verschillende perspectieven is bekeken. Waar een concrete opdracht nog een stap te ver was, kozen we voor een gesprekstafel. Dit deden we rond landbouw en chemische procesindustrie. In deze gesprekken onderzochten we waar en hoe de Economische Agenda kan aansluiten bij wat er al rond deze thema’s gebeurt. De bijdrage van de opdrachtnemers is naast de Economische Agenda gelegd. Daarbij is gekeken of dit inhoudelijk binnen de kaders van de agenda past. De Economische Agenda is en blijft het kader.

Er is geen verdere ‘selectie’ toegepast. Wel is gekeken in welke fase een bepaald voorstel of project zit, en wat dan de eerstvolgende stap is. Ook is bepaald wat nu urgent is en wat later kan, bijvoorbeeld omdat het nog in een vroege ontwikkelfase zit. De inbreng van de opdrachtnemers vormt de basis van de overzichten per onderwerp zoals opgenomen in de bijlages 8.1.1 tot en met 8.1.15. De gekozen werkwijze heeft twee belangrijke ­effecten: • In de eerste plaats zorgt het voor een inhoudelijke basis die past bij de praktijk van de regio. De prioriteiten en ontwikkelrichtingen in dit meerjarig uitvoeringsplan zijn niet van bovenaf bedacht. Ze zijn ontstaan in gesprek en samenwerking met partijen die dagelijks werken met economische ontwikkeling, innovatie en de arbeidsmarkt in de regio. • In de tweede plaats is deze aanpak een goede voorbereiding op het werk van de stichting. We zetten de eerste stappen in een nieuwe manier van samenwerken, prioriteren en sturen.

De regio is weliswaar aan zet, maar wel in het besef dat overleg en afstemming met het Rijk cruciaal zijn om gezamenlijke kansen te identificeren en te pakken. Ook zorgen we ervoor dat de Economische Agenda aansluit op nationaal beleid en op de strate­ gische keuzes van het Rijk. Het Rapport Wennink benadrukt dit. Het geeft een extra onderbouwing van de keuzes in dit meerjarig uitvoeringsplan en laat zien dat het noorden belangrijk is voor de economische toekomst van Nederland.

Breed eigenaarschap

Deze manier van werken zorgt dus voor breed eigenaarschap en maakt duidelijk dat de uitvoering alleen gezamenlijk kan. De betrokken partijen herkennen hun rol en zien hoe hun inzet bijdraagt aan de gezamenlijke doelen. Daarmee vormt dit plan zowel een inhoudelijk kompas als een eerste organisatorisch fundament voor een nieuwe manier van werken. De combinatie van regionale verankering en nationale afstemming leidt tot een stevig regionaal geworteld meerjarig uitvoeringsplan dat past in Rijkskaders. Het markeert een nieuwe samen­ werking die economische groei gericht op brede welvaart mogelijk maakt.

7.2 Aansluiting op de zorgplicht van het Rijk (Groningenwet)

De Economische Agenda is onderdeel van de zorgplicht van het Rijk om brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe te vergroten. Naast de verantwoordelijkheid voor het herstel van schade en veiligheid, is in de Groningenwet voorgesteld om het Rijk ook zorgplichten te geven op het gebied van verduurzaming en het vergroten van de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe. Het kabinet vult zijn zorgplicht in door een bijdrage te leveren aan de totstandkoming en uitvoering van de Economische Agenda (en de bijdrage aan de Sociale Agenda). In het uitvoeringsprogramma Rijk wordt deze bijdrage nader ingevuld (zie artikel 13q van het PEGA-wetsvoorstel). Dit uitvoeringsprogramma van het Rijk neemt de gezamenlijke doelen van regio en Rijk uit de Economische Agenda over en bevat onder meer de bijdrage aan rijkskant. Parallel aan het uit­ voeringsprogramma Rijk werkt de stichting een ­uitvoeringsprogramma voor de regio uit. In de uitvoeringsprogramma’s duiden Rijk en regio voor de periode 2026 – 2030 hoe zij vanuit hun taken en verantwoordelijkheden bijdragen aan de gezamenlijke doelen van de Economische Agenda, de Sociale Agenda en de isolatieaanpak van Nij Begun.

7.3 Aansluiten op ruimtelijk beleid

Net als alle andere (ruimtelijke) initiatieven en projecten moeten de projecten met inzet vanuit de Economische Agenda passen binnen (en aansluiten op) het ruimtelijke beleid en de eigen gebieds­ opgaven van gemeenten, provincie, waterschappen en Rijk. Op al deze overheidsniveaus is de laatste jaren gewerkt aan beleidsontwikkeling op basis van de Omgevingswet die in 2024 in werking is getreden. Het Rijk is bezig met het opstellen van een nieuwe Nationale Omgevingsvisie: de Nota Ruimte. Het programma NOVEX is gericht op de uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie. NOVEX heeft drie doelen: het versnellen van de uitvoering van de omgevingsvisie, het versterken van de ruimtelijke regierol van de Rijksoverheid en het vernieuwen van de samenwerking in de (uitvoerings)relatie met provincies en in gebieden. Er is en wordt gewerkt aan het NOVEX-gebied Groningen en Masterplan Zeehavens en het NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen. Ook is er een Ruimtelijk Arrangement gesloten. Deze programma’s staan niet op zichzelf, maar laten goed zien hoe ze samenhangen met de Economische Agenda. Het zijn in ieder geval ook de beleidsmatige plekken waar verbinding moet worden gelegd met de onderwerpen infrastructuur, bereikbaarheid en wonen.

7.3.1 NOVEX-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

In het samenwerkingsverband NOVEX-gebied Groningen | Masterplan zeehavens werken Rijk en regio samen aan een sterk economisch ecosysteem van stad, havens, industrie en kennisinstellingen.

De samenwerking is gericht op het bij elkaar brengen van de zeehavens en Stad. Een ecosysteem waarin haven en industrie goed gekoppeld zijn aan de kennisclusters en talentvolle arbeidskrachten. Hiervoor zijn goede afspraken over ruimtelijke ontwikkeling en samenwerking essentieel. Het Rijk, de provincie, de waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest en de gemeenten Groningen, Het Hogeland, Eemsdelta en MiddenGroningen hebben een gezamenlijk ontwikkelperspectief opgesteld. Daarmee hebben ze één vertrekpunt en kunnen zij samenwerken aan de ontwikkeling van het gebied door regie te voeren, kansen te benutten en gezamenlijke inzet te bepalen. In 2026 werken ze aan een gebiedsprogramma inclusief uitvoerings- en investeringsagenda. Het ontwikkelperspectief is gericht op de volgende

64

ontwikkellijnen: • Een aantrekkelijk en robuust landschap met water als levensader. • Een sterke samenleving en sterke dorpen en steden. • Onderscheidende clusters en netwerken door het versterken van het economisch ecosysteem en netwerkontwikkeling.

7.3.2 NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen (RGA)

In het NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen werken het Rijk, de regio, provincies, gemeenten en waterschappen samen aan een ‘schaalsprong’ in wonen, werken en economische ontwikkeling. In dit gebied werken de organisaties aan het realiseren van 36.000 woningen en het creëren van 28.000 arbeidsplaatsen voor 2040. Dit gebeurt in samenhang met belangrijke andere opgaven zoals energie, bereikbaarheid en groenontwikkeling. NOVEX-RGA werkt aan het concretiseren van de economische opgave. Momenteel loopt een onderzoek naar de kwalitatieve en kwantitatieve spreiding van de 28.000 arbeidsplaatsen die het gebied moet realiseren. Tot slot heeft de RGA in de ontwerp-Nota Ruimte de status van ‘initiëren-gebied’ gekregen. Het Rijk ziet potentie voor een schaalsprong wat betreft verstedelijking, mits hier forse economische ont­ wikkeling aan voorafgaat. Regio en Rijk werken samen aan de uitwerking hiervan en onderzoeken hierbij de samenhang met de Economische Agenda.

7.3.3 Ruimtelijk Arrangement Rijk-Groningen

Het Ruimtelijk Arrangement Rijk - Groningen bevat afspraken tussen Rijk en regio over de ruimtelijke ontwikkeling van de provincie. Dit arrangement sloten de provincie Groningen en het Rijk op 7 januari 2026. Hierin zijn wederkerige bestuurlijke afspraken gemaakt over woningbouw, energie(-infrastructuur), economie, water en bodem, landbouw en natuur, erfgoed en defensie. Het doel is om tot uitvoering van ruimtelijke opgaven in de provincie te komen en om nationaal en provinciaal beleid af te stemmen. Speciale aandacht is er voor Nij Begun en het Masterplan Regiocentra. Met als doel het bouwen van een gezamenlijke agenda voor ruimtelijke ordening. Voor de verdere uitwerking van dit ruimtelijk arrangement zal de ontwerp-Nota Ruimte het uitgangspunt zijn.

65

7.3.4 MIRT-verkenning en Verkenning Gebiedsontwikkeling Nedersaksenlijn

De Nedersaksenlijn is een belangrijke randvoorwaarde voor de economische ontwikkeling van de regio en het slagen van de Economische Agenda. Op 7 oktober 2025 zijn het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de regio gestart met de MIRT-verkenning (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) voor de Nedersaksenlijn. Dit nieuwe treinspoor is een essentiële randvoorwaarde voor het slagen van de Economische Agenda: betere bereikbaarheid, kortere reistijden, en de verbinding van gebieden en campussen. Het ondersteunt zo de economische ontwikkeling en brede welvaart in de regio. Tegelijk vraagt dit om aanvullende gebiedsgerichte investeringen, zoals woningbouw, werklocaties en voorzieningen rond stations, die worden uitgewerkt in de Verkenning Gebiedsontwikkeling Nedersaksenlijn. Met deze verkenning wordt gewerkt aan een toekomst­ perspectief en ontwikkelstrategie voor de regio. Beide trajecten zijn langjarig van aard en beogen gedeeltelijk dezelfde doelstellingen. Investeringen vanuit de Economische Agenda die landen langs de Nedersaksenlijn kunnen zorgen voor een extra impuls in de regio. Daarom is het van belang de beide trajecten goed op elkaar te blijven afstemmen.

7.3.5 Ruimtelijke kwaliteit

De Economische Agenda investeert alleen in projecten die bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Zoals uit de doelen en randvoorwaarden blijkt, investeert de Economische Agenda met het oog op een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Alleen programma’s en projecten die de ruimtelijke kwaliteit bevorderen komen voor een bijdrage in aanmerking. Dit betekent: • Behouden en versterken van wat er is. • Toevoegen van ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe initiatieven. • Beperken van negatieve impact door zorgvuldige inpassing in het landschap. Daarmee legt de agenda de lat hoog. Wat we doen, doen we goed. Deze voorwaarden gelden algemeen, maar hebben met name betrekking op te ontwikkelen programma’s en projecten met een fysieke uitwerking. Om deze randvoorwaarden in te kunnen vullen dient het langs drie lijnen goed te werken: 1. De eis stellen. De agenda stelt voorwaarden: zonder oog voor ruimtelijke kwaliteit geen ­bijdrage vanuit de agenda. Daarmee is de lat enkel in formele zin gelegd. De eis is nog zonder inhoud, norm of referentie.

2. De norm stellen. De vraag wat ruimtelijke kwaliteit is en welke norm daarbij past, ligt in handen van de overheden. Met name de provincie en gemeenten leggen dit vast in visies en omgevingsplannen en in programma’s rond ruimtelijke kwaliteit. 3. De uitkomst beoordelen. Ook het oordeel over het resultaat ligt in handen van de overheden. Voldoet het plan aan de gestelde norm en voorwaarden?

Timing en samenwerking

Bovenstaande gaat over rollen en verantwoordelijkheden. Als de betrokkenen deze pakken en invullen, is de basis stevig gelegd. Zoals vaak zijn ook hier timing en samenwerking minstens zo cruciaal. ­Timing omdat het gesprek over ruimtelijke kwaliteit alleen maar resultaat kan hebben als het vanaf het begin is gevoerd. Samenwerking omdat het oordeel geen momentopname is maar het resultaat van een cyclus van onderzoeken, ontwerpen, bespreken, aanscherpen en verbeteren. Dit vraagt om samenwerking tussen initiatiefnemer en overheden. En tussen de overheden onderling. Waarbij het denkbaar is dat de overheden rond normstelling, agendering of beoordeling samen optrekken, adviseren en besluiten. De regionale lessen vanuit de versterkingsaanpak en Nationaal Programma Groningen zijn daarbij van belang. Waar mogelijk sluit de Economische Agenda hierbij aan.

7.4 De Economische Agenda en internationalisering

De Economische Agenda versterkt de regionale economie, maar zoekt tegelijk actief aansluiting bij internationale samenwerking en Europese programma’s. Het meerjarig uitvoeringsplan van de Economische Agenda richt zich primair op de versterking van de economie van Groningen en Noord-Drenthe. Tegelijkertijd erkent de agenda dat economische kansen en de internationale positionering niet binnen grenzen passen. Daarom wordt actief ingezet op het versterken van de noordoostelijke backbone en op intensieve samenwerking binnen NoordNederland en met aangrenzende regio’s in Duitsland en Noord-Europa. Daarbij ligt het voor de hand om aansluiting te verkennen bij grensoverstijgende samenwerkingsprogramma’s, zoals Interreg. De Economische Agenda wil de programma's en (co)financiering verbinden waar dit een meerwaarde heeft. Daarmee kunnen we de internationale positie van Groningen en Noord-Drenthe versterken. We kunnen samen met de daartoe aangewezen partijen

66

externe Europese financiering of partnerschappen aantrekken. Hierbij geldt dat de Economische Agenda nadrukkelijk niet een vervanging is van bestaande (Europese) fondsen, subsidies of (Rijks) programma’s.

Budget strategische internationale acquisitie

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft een budget gereserveerd, met als doel ­strategische internationale en bovenregionale ­acquisities (bedrijven) die bijdragen aan het verdienvermogen van de regio op lange termijn. Financieringen binnen dit budget moeten voldoen aan de voorwaarden uit de Economische Agenda. De kaders van dit budget zijn vastgesteld door de minister van Economische Zaken en Klimaat. Dit ministerie beheert ook het budget. Richting concrete voor­ stellen vindt proactieve samenwerking plaats met de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), de NOM, de provincie, betrokken gemeenten en regionale commerciële belanghebbenden.

7.5 Monitoring

De stichting is verantwoordelijk voor de voortgang en resultaten van de agenda en zorgt voor de monitoring daarvan. De voortgang van de agenda is twee keer per jaar één van de onderwerpen van gesprek tussen regio (de colleges) en Rijk in het kader van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. De Staat van Groningen en Noord-Drenthe brengt onder meer in beeld wat de effecten zijn van maatregelen uit de Economische Agenda. Het kabinet legt op basis van dit instrument verantwoording af aan de Tweede Kamer en moet daarbij aangeven of, en zo ja welke, maatregelen nodig zijn om de doelen te halen. Voor de monitoring van de Economische Agenda zijn (1) indicatoren en (2) streefwaarden geselecteerd. Deze zijn uitgewerkt in bijlage 8.2. In totaal zijn zestien kernindicatoren benoemd, met daaraan gekoppeld absolute streefwaarden. Deze zijn transparant en direct te koppelen aan beleidsinstrumenten. Ze voorkomen dat we ons richten op een steeds verschuivend nationaal gemiddelde. De streefwaarden bestaan uit een ambitie- en drempelwaarde, die gelden voor het richtpunt in 2055. Vaak is er een aanzienlijke vertraging tussen het opschrijven van een bepaalde interventie, het uitvoeren ervan en het moment dat het effect ervan is terug te zien in cijfers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16912119/2