CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

26-032 Bijlage 3. Ingekomen stukken - AB

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken (26-032 MZ/RM/AB)32.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “oordeelsvormende”: 515

Covid-19 De pandemie leert dat prioriteiten plotseling kunnen veranderen. Nieuwe crisistypen dienen zich aan. We moeten in staat zijn daar snel op te anticiperen. Dit heeft uiteraard ook invloed op de (M)OTO-activiteiten. 2.2 Opdrachtgever De Veiligheidsdirectie van Veiligheidsregio Zeeland is namens het bestuur opdrachtgever1 voor het meerjarenbeleid van multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. Team MOTO voert deze opdracht uit. 2.3 Doel Dit beleidsplan brengt een integrale visie en structuur aan in het multidisciplinaire OTO-beleid van hulpverleningsdiensten, gemeenten in Zeeland en partners. In de komende vier jaar zullen hulpverleningsdiensten en gemeenten ervoor zorgen dat medewerkers worden opgeleid, getraind en geoefend in de bestaande regionale multidisciplinaire plannen en procedures. Het kwaliteitsniveau van multidisciplinaire samenwerking is in dit beleidsplan vastgelegd. Verder is dit beleidsplan richtinggevend voor het opleiden, bijscholen, trainen en oefenen binnen Veiligheidsregio Zeeland.

1 Besluit AB d.d. 04-05-2017 agendapunt 5h, positionering Veiligheidsdirectie.

32

2.6 Beleidsplan MOTO in kader Het multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen van crisisfunctionarissen is een wettelijke vereiste. Natuurlijk hangt dit ook af van convenanten en afspraken. Verder zijn nieuwe ontwikkelingen en additionele behoeften van invloed op de uitwerking van Beleidsplan MOTO. In figuur 1 wordt de plaats ervan in het geheel weergegeven. De afzonderlijke partners zullen de beschreven en vastgestelde beleidsinitiatieven tijdig verwerken in de monodisciplinaire meerjarenbeleidsplannen op OTO-gebied. Daarmee zijn de initiatieven van betrokken partijen in de planning en controlecycli opgenomen. Andersom worden de - voor het multidisciplinair opleiden en oefenen relevante - monodisciplinaire beleidsinitiatieven meegenomen in Beleidsplan MOTO of in Jaarplan MOTO. Team MOTO is belast met de regie rondom alle MOTO-activiteiten. Figuur 1: Kader Beleidsplan MOTO

2.4 Visie De visie van Veiligheidsregio Zeeland op het multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen luidt: “Het bij elkaar brengen van kennis, vaardigheden en ervaring, zodat iedere crisisfunctionaris vakbekwaam is én blijft in de multidisciplinaire samenwerking, en op effectieve en efficiënte wijze de veiligheid kan bevorderen”. De organisatie die namens en voor alle partners koersbepalend is bij het multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen, is MOTO - dat we kunnen vergelijken met het ROC voor rampenbestrijding en crisisbeheersing in Zeeland.

2.5 Werkwijze en bronnen Dit document kwam tot stand in het tweede kwartaal van 2019. In januari 2021 is het bijgewerkt op basis van het periodieke beeld van rampenbestrijding en crisisbeheersing in 2020; Toetsingskader (4.0) van de Inspectie Justitie en Veiligheid; voortschrijdend inzicht rondom opleiden, trainen, oefenen, en evaluaties en incidenten (rode dradenanalyses). Omdat de Inspectie Justitie en Veiligheid bepaalde dat het Beleidsplan MOTO synchroon zou lopen met het meerjarenbeleidsplan, is in 2019 en 2020 met MOTO Jaarplannen gewerkt. In dit beleidsplan zijn de gevolgen van Covid-19 opgenomen. Ook is het in lijn gebracht met het Meerjarenbeleidsplan Veiligheidsregio Zeeland 2022-2025. 33

2.7 Leeswijzer In hoofdstuk 3 staan de grondbeginselen die van belang zijn voor OTO. Hoofdstuk 4 presenteert de huidige stand van zaken van multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. Hoofdstuk 5 schetst het komende beleid. Hoofdstuk 6 gaat in op de benodigde kwaliteitsborging. Hoofdstuk 7 beschrijft de daarvoor benodigde financiën en capaciteiten. Tenslotte geeft hoofdstuk 8 een beeld van de randvoorwaarden en consequenties.

3. Grondbeginselen 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de grondbeginselen voor het opleiden, trainen en (be)oefenen van (crisis)functionarissen in het kader van ontwikkelde, vernieuwde of bestaande regionale multidisciplinaire plannen en procedures2. Deze kwalitatieve vaststelling is essentieel voor het bereiken en onderhouden van een adequate multidisciplinaire samenwerking. Onder multidisciplinair verstaan we: multidisciplinair samengestelde teams; team Commando Plaats Incident (CoPI); Coördinatie Team Water (CoTW); Regionaal Operationeel Team (ROT), inclusief de uitvoerende organisatiedelen van de operationele diensten en Beleidsteams (GBT/RBT). De deelgebieden en capaciteiten om rampen en crises te bestrijden, zijn een belangrijk uitgangspunt voor de multidisciplinaire leer-, trainings- en oefenactiviteiten. Zo stimuleren we multidisciplinaire vakbekwaamheid op basis van een ‘Long Life Learning Loop’. 3.2 Deelgebieden Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen Vanuit de deelgebieden opleiden, trainen en oefenen zijn vijf belangrijke operationele capaciteiten vastgesteld: •

Alarmering en Alertering zorgt bij aanvang en tijdens een incident of crisis voor de tijdige waarschuwing en oproep van interne functionarissen en externe partners.

2 Uitwerking hiervan wordt aangegeven in het Meerjarenbeleidsplan Multi-

•

Leiding en coördinatie stuurt en coördineert de operationele en bestuurlijke aanpak van een incident of crisis.

•

Communicatie communiceert regelmatig met verschillende doelgroepen (getroffenen, media, bevolking, verwanten en interne organisatie) tijdig, gericht over een incident of crisis.

•

Informatiemanagement zal de crisisorganisatie en extern betrokken partners laten beschikken over tijdige, actuele en relevante informatie gedurende een incident of crisis.

•

Nafase is na het afschalen de duidelijke overdracht van de crisisorganisatie naar de ‘nafase’-organisatie. Daarvoor zijn vervolgactiviteiten afgesproken.

aanvullende opleidings- en trainingstrajecten noodzakelijk. Team MOTO verzorgt dit, zodat de functionaris zich qua kennis en procedures kan voorbereiden op de praktijk. Dit is de fase waarin iemand vakbekwaam wordt. De functionaris is dan ‘beginnend functionaris’. Team MOTO beoefent de functionaris onder realistische en wisselende omstandigheden in samenwerking met verschillende operationele en bestuurlijke niveaus. Op deze wijze kan een ‘beginnende functionaris’ door oefeningen en praktijkervaring zich verder bekwamen tot een ‘gevorderde functionaris’ (Figuur 2: ervaren functionaris). Als nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht aanpassingen vragen, worden deze door Team MOTO als bijscholing en training aangeboden om tot een ‘expert’ (Figuur 2: volleerd functionaris) te komen. Zo blijft een functionaris vakbekwaam.

3.3 Team Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen Team Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen, dat we zoals eerder aangegeven Team MOTO noemen, is ingesteld door de Veiligheidsdirectie voor de uitvoering van opleiden, trainen en oefenen. Het maakt deel uit van onze Afdeling Crisisbeheersing. Hier werkt Team MOTO het multidisciplinaire OTO-beleid verder uit. Opleiden, trainen en oefenen zijn door de ‘Long Life Learning Loop’ met elkaar verbonden. 3.4 Long Life Learning Loop De ‘Long Life Learning Loop’ start bij een crisisfunctionaris met competenties voor monodisciplinaire functies. Het formuleren van deze (start)competenties vallen onder de verantwoordelijkheid van de organisatie waar de functionaris in dienst is (kolom). Al naar gelang die competenties en de uiteindelijke functie binnen de crisisorganisatie, zijn wellicht

planvorming Zeeland

34

Figuur 2: Long Life Learning Loop

3.5 Toezicht en registratie Alle evaluaties van opleidingen, trainingen en optreden zowel tijdens oefeningen als in de praktijk - worden geregistreerd in een managementregistratiesysteem. Daarnaast houden we met alle (bij)scholingen en oefeningen toezicht op de ontwikkeling van individu en team. Ook is de evaluatie van daadwerkelijke incidenten een meetmoment voor de samenwerking. Toezicht en registratie van al deze momenten bieden mogelijkheden ter verbetering voor functionarissen, maar ook voor bijstelling van het (bij)scholings- en oefenaanbod; zelfs tot aanpassing in plannen of onderliggende procedures. De registratie van de verschillende momenten, zowel qua opleiding als oefening, worden voor alle functionarissen uit een multidisciplinair team in een portfolio verwerkt. Registratie van de vakinhoudelijke competenties houdt de kolom zelf bij. Evenals de communicatie met betrokkenen, op individueelen teamniveau. 3.6 Vakbekwaamheid De vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen is gedefinieerd in competenties. De leeractiviteiten van MOTO zijn dan ook zoveel mogelijk competentiegericht. Wat een functionaris nodig heeft voor een juiste uitoefening van de functie, is het vertrekpunt. Daarnaast zal alles relevant en toepasbaar moeten zijn in de omgeving waarin de crisisfunctionaris participeert. Dit betekent een goede afstemming met de (actuele) beroepspraktijk.

De leeractiviteiten zijn ontwikkelingsgericht.

4. Huidige stand van zaken MOTO-beleid 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk schetsen we het huidige beleid van multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. We kijken naar de operationele voorbereiding, zowel mono- als multidisciplinair, en geven daarna per MOTO-gebied (opleiden en trainen, oefenen, toezicht en registratie, certificatie) de stand van zaken weer. We beschrijven de programma’s, en kijken naar wat het MOTO-beleid tot nu toe heeft opgeleverd. Wat is het startpunt voor de komende vier jaar? 4.2 Operationele voorbereiding crisisbeheersing De voorbereiding voor risicobeheersing vindt plaats op basis van risico-inventarisatie en -analyse. Multidisciplinaire planvorming3 komt hieruit voort. Het beschrijft de operationele kant. Opleiden en trainen is een vast onderdeel van deze voorbereiding. En na de evaluatie van oefensituaties en incidenten wordt de uiteindelijke invoering ervan in de operationele organisatie getoetst. In diverse fasen worden functionaris en plan bekeken en teruggekoppeld aan Multi Planvorming. 4.3 Mono-/Multidisciplinair De basis van de crisisbeheersingsorganisatie vormt het monodisciplinaire 4 optreden. Monodisciplinair heeft elke hulpdienst de verantwoordelijkheid en wettelijke verplich-

ting haar OTO-beleid vorm te geven. Ook moet zij haar eigen crisisfunctionarissen faciliteren om het geëiste niveau te behalen en te behouden. Wanneer een incident de inzet van meerdere disciplines vereist of lokale grenzen overschrijdt, wordt multidisciplinair5 opgetreden. Dan zijn dus meerdere operationele diensten en/of gemeenten er actief bij betrokken. Dit beleidsplan richt zich op de vakbekwaamheid van de hoofdstructuur en de regie en coördinatie bij een opschalings-(warme) situatie. 4.4 Opleiden en trainen 4.4.1 Opleidingsprogramma Het opleidingsprogramma willen we aan een grotere doelgroep binnen Veiligheidsregio Zeeland aanbieden. We richten ons naast onze crisisfunctionarissen ook op de functionarissen die tot onze netwerkorganisaties behoren. Het opleidingsprogramma bestaat uit de volgende onderdelen: • Basisopleiding Crisisbeheersing/ Rampenbestrijding (OCR) • Basisopleiding LCMS • Trainingen en oefeningen voor leden van CoPI, ROT of GBT/RBT

5 Bij multidisciplinair optreden ligt de leiding bij Veiligheidsregio Zeeland,

3 Zie ook Meerjarenbeleidsplan Multiplanvorming Zeeland

tenzij er ter plaatse een andere operationele dienst als leidinggevende van

4 Monodisciplinair betekent dat elke dienst volgens zijn eigen regels en

het incident wordt aangewezen. Bij multidisciplinair optreden zijn meerdere

procedures optreedt bij een puur lokaal incident, met alleen een ad hoc

niveaus van overleg (CoPI/ROT/GBT/RBT) mogelijk. Naarmate het incident

coördinatiebehoefte bij de diensten ter plaatse (het zogenoemde motorka-

verder opschaalt, worden de niveaus van overleg verder in de hiërarchie

poverleg).

naar boven geschoven.

35

In het kader van (bij)scholing: • Verdiepingstraining OCR • Diverse workshops • Collegiaal Waarnemen • Net-centrisch Werken • Thematische bijeenkomsten omtrent nieuwe plannen of ontwikkelingen in de maatschappij. Voor de workshops en thematische bijeenkomsten worden deskundigen aangetrokken. De functionaris krijgt hierdoor ook meer inzicht in de taken en (actuele) ontwikkelingen van andere betrokken organisaties, zoals Waterschappen, waterbedrijven, Defensie, Rijkswaterstaat (RWS), Nederlandse Spoorwegen (NS) en ProRail. 4.5 Oefenen

op relatief korte termijn meerdere functionarissen worden beoefend. 4.5.3 Bestuurlijk Onder bestuurlijk oefenen verstaan we het oefenen van burgemeesters met vaste adviseurs in het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) en/of het Regionaal Beleidsteam (RBT), en de daarbij horende taken binnen crisisbeheersing. Het MOTO-beleid is op bestuurlijk niveau gericht op het toepassen van processen en procedures rondom besluitvorming. Zowel op bestuurlijk als operationeel multidisciplinair niveau moet de functionaris vertrouwd raken met de taken die bij zijn of haar rol horen. Werken onder stress en tijdsdruk, wat een ramp of een ongeval onvermijdelijk met zich meebrengt, horen daarbij.

4.5.1 Multidisciplinair Leden van het MOTO-overleg (MOTO-breed) ontwikkelen en faciliteren de multidisciplinaire oefeningen. Het multidisciplinaire MOTO-beleid richt zich uitvoerend en operationeel op technieken, vaardigheden en procedures en op de coördinatie en afstemming van een team ter bestrijding van een incident.

4.6 Toezicht en registratie

4.5.2 Brzo Het nieuwe RBP Brzo is opgesteld met zeven mogelijke thematische scenario’s. Hiermee is de druk van het aantal Brzo-oefeningen teruggebracht naar zeven CoPI-oefeningen per jaar. De CoPI-oefeningen bij de VR-plichtige bedrijven zijn naar die zeven scenario’s vertaald. Planmatig wordt met meer oefeningen rekening gehouden. Hierdoor kunnen ook

4.6.2 Toetsing Vooralsnog worden alleen de (basis)Opleiding Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (OCR) getoetst. Op het gebied van LCMS bieden we voor de informatiemanagers (IM) een externe cursus inclusief toets aan.

4.6.1 Toezicht Er zijn nog geen minimale eisen vastgelegd en afspraken over consequenties gemaakt voor het geval een functionaris onvoldoende opleidingen, bijscholingen en oefeningen heeft gevolgd.

36

4.6.3 Evaluatie Tijdens de ROT- en CoPI-oefeningen nemen externe coaches de Regionaal Operationeel Leiders (ROL) en de Leiders CoPI waar, en voorzien hen van feedback. Het rapport dat hierover verschijnt, beoordeelt iemands functioneren als voorzitter van een crisisteam. Ook de werkwijze en het functioneren van die teams tijdens ROT/CoPI-Trainingen en -Oefeningen belandt in een evaluatierapport. Daarnaast vinden veel collegiale waarnemingen plaats, voornamelijk op CoPI-niveau. Sinds 2018 biedt een training de mogelijkheid de kwaliteit van waarnemen en feedbackgeven te verbeteren. 4.6.4 Registratie Tot nu toe is vooral kwantitatief geregistreerd. Iedere functionaris heeft in AG5 een portfolio waarin staat aan welke opleiding, bijscholing of oefening is deelgenomen. Van opleidingen of bijscholingen waaraan examens zijn verbonden, worden de resultaten, certificaten of diploma’s erin opgenomen. 4.7 Programma’s 4.7.1 Algemeen Binnen het proces crisisbeheersing zijn naast Team Crisisbeheersing als staande organisatie ook allerlei programma’s gedefinieerd, zoals Nucleaire Veiligheid, Maritieme Veiligheid en Waterveiligheid. Deze programma’s hebben hun eigen toegewezen verantwoordelijkheid en verzorgen dus hun eigen OTO-beleid. Zij doen echter wel een beroep op de functionarissen uit Team MOTO van Crisisbeheersing en op deelnemers uit de crisisorganisatie.

4.7.2 Nucleaire Veiligheid Nucleaire Veiligheid is een programma dat binnen Veiligheidsregio Zeeland al jaren draait. De activiteiten rondom opleiden, trainen en oefenen verzorgt Team MOTO. 4.7.3 Maritieme Veiligheid Het programma Maritieme Veiligheid bestaat al een aantal jaar. De maritiem gerelateerde MOTO-activiteiten worden vanuit het programma georganiseerd.

•

•

•

4.7.4 Waterveiligheid Het programma Waterveiligheid richt zich op overstromingsrisico. De MOTO-activiteiten verzorgt Team MOTO.

•

5 Toekomstig MOTO-beleid

•

5.1 Inleiding Sinds enige jaren spitsen we ons aanbod meer toe op de specifieke doelgroepen. We willen in deze beleidsperiode een vervolg geven aan die trend. In dit hoofdstuk brengen we doelen, route en consequenties in beeld. Verder nemen we ons voor in de komende jaren telkens te laten zien hoever we al zijn, en op welke wijze de ontwikkelingen binnen het voorgenomen beleid passen. De MOTO Catalogus die in 2020 is geïntroduceerd, geeft per activiteit een duidelijke uitleg over doel, doelgroep, niveau en duur van iedere opleiding, training en oefening. Als belangrijkste algemene doelen zien we voor de komende beleidsperiode: • het competentietraject; naast teamcompetenties zal het systeem voor individuele competenties worden uitge-

•

werkt en ingevoerd; het functionarisvolgsysteem; in het verlengde van het competentiesysteem zal het functionarisvolgsysteem worden ingericht om naast groepscompetenties ook individuele competenties te kunnen registreren en volgen; het aanbod aan multidisciplinaire activiteiten; streven naar het aanbieden van een grotere diversiteit aan MOTO-activiteiten; het invoeren van een systeem gebaseerd op beginner, gevorderde en expert, en dit dus weer een nieuw leven in te blazen; het opleiden en bijscholen van waarnemers, om de ontwikkelingen rond competenties en evaluaties gestalte te geven; meer eigen verantwoordelijkheid van de functionaris voor zijn/haar vakbekwaamheid; meer aandacht voor talentontwikkeling, zodat vacante functies mogelijk sneller kunnen worden ingevuld.

5.2 Operationele voorbereiding crisisbeheersing Continu zullen nieuwe functionarissen (beginners) deel uitmaken van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Zij krijgen een basisprogramma aangeboden zodat zij snel wegwijs worden. Een functionaris binnen crisisbeheersing en rampenbestrijding volgt een vakinhoudelijke (voor-) opleiding voordat hij inzetbaar is en eventueel wordt voorbereid op een multidisciplinaire functie. De functionaris bouwt ervaring op met monodisciplinaire oefeningen en het opereren in de praktijk. De multidisciplinaire voorbereiding wordt gestructureerd georganiseerd, zoals we beschrijven in de paragraaf Opleidingshuis (zie 5.4.2). 37

In de komende beleidsperiode moeten de leermomenten uit oefeningen en de praktijk - zo worden verwerkt dat deze niet alleen snel gedeeld kunnen worden, maar dat ze ook terechtkomen in de (bij)scholing van functionarissen en in het functionarisvolgsysteem. 5.3 Regie Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen Een eenduidige regie op het multidisciplinaire opleiden, trainen en oefenen is binnen de crisisbeheersing noodzakelijk. Niet alleen om de kwaliteit, integraliteit, efficiëntie en effectiviteit binnen Veiligheidsregio Zeeland te waarborgen, maar ook is het belangrijk aan de externe veiligheidspartners een eenduidig loket te bieden. Team MOTO voert deze loketfunctie voor en namens ons uit. 5.4 Opleiden (vakbekwaam worden) 5.4.1 Programma’s Het systeem met de onderverdeling ‘beginnende functionaris’, ‘gevorderde functionaris’ en ‘expert’ krijgt een nieuw leven. Het MOTO-aanbod stemmen we hier op af. Met een basisprogramma voor beginnende functionarissen, zodat zij in een multidisciplinair team kunnen meedraaien, en vervolgopleidingen en verdiepingstrainingen voor gevorderde functionarissen. Ook ontwikkelen we een programma voor gevorderden en experts, waarin thema- en leeractiviteiten en verdiepingstrainingen aan bod komen naar aanleiding van evaluaties en oefeningen.

5.4.2 Opleidingshuis In deze beleidsperiode beginnen we met het Opleidingshuis. Hiermee leggen we vast welke competenties crisisfunctionarissen moeten beheersen in het kader van de ‘Life Long Learning Loop’. Deze opleidingen komen in het competentietraject. Verder sluit het Opleidingshuis aan bij het systeem met de onderverdeling ‘beginnende functionaris’, ‘gevorderde functionaris’ en ‘expert’.

Figuur 3: Opleidingshuis

Aan de beginnende functionaris bieden we de volgende basisopleidingen aan: • Basis Opleiding Crisisbeheersing en Rampenbestrijding • Basisopleiding LCMS • Basiswerking van CoTW, CoPI, ROT of GBT/RBT • Basis plannen (Multi Planvorming) • Basis Net-centrisch Werken • Basis Waarnemen (collegiaal) • Basis Nucleair (Nucleaire Ongevallen en ARBPSi)

•

• • • • •

opleidingen die voortkomen uit planvorming, deel uitmaken van de implementatie van een betreffend rampen- of incidentenbestrijdingsplan, of die voortkomen uit evaluaties van oefeningen en inzetten verdiepingsopleidingen, meestal een vervolg op een basisopleiding; diverse workshops thematische of informatieve bijeenkomsten nieuwe ontwikkelingen presentaties van teams, kolommen, externe partners

Aan de expert bieden we een programma aan, dat bestaat uit: • leersessies die voortkomen uit evaluaties van oefeningen, inzetten of leermomenten van (inter)nationale incidenten • verdiepingstrainingen • workshops • thematische bijeenkomsten • nieuwe ontwikkelingen, crisistypen 5.4.3 Rol crisisfunctionarissen De crisisfunctionarissen krijgen een grotere verantwoordelijkheid om hun expertise op peil te houden. Dit is mogelijk als het voor iedereen duidelijk is aan welke eisen een crisisfunctionaris moet voldoen. Het is dus belangrijk dat een functionaris weet heeft van zijn individuele competenties en de noodzaak onderkent tot eventuele bijscholing ervan. We gebruiken het functionarisvolgsysteem om ontwikkeling en vakbekwaamheid inzichtelijk te maken.

Aan de gevorderde functionaris bieden we een basis+ - programma aan: 38

5.4.4 Waarnemen Evalueren en waarnemen zijn noodzakelijke competenties voor een goede terugkoppeling naar de operationele voorbereiding (Multi Planvorming en MOTO). Binnen het Opleidingshuis is hiervoor een opleidings-en trainingsmodule ‘Waarnemen’ opgenomen. Uiteindelijk kunnen de gecertificeerde functionarissen ook de module ‘Effectief Collegiaal Waarnemen’ volgen. Daarnaast voeren we op een hoger niveau een verdiepende opleidingsmodule ‘Waarnemen’ in. Verder komen er heldere evaluatiehandvatten voor competenties; protocollen hoe evaluaties moeten verlopen; richtlijnen over het geven van feedback en hoe met de consequenties van die feedback kan worden omgegaan. 5.4.5 Vakbekwaam blijven Naast bovengenoemde bijscholingen is er ook ruimte voor de wensen en leervragen van functionarissen die uit evaluaties voortkomen. 5.5 Trainen en oefenen (vakbekwaam blijven) 5.5.1 Algemeen De monodisciplinaire diensten zijn verantwoordelijk voor het opleiden en oefenen van de vaktechnische kennis en vaardigheden van medewerkers. Trainingen en oefeningen zijn om meerdere redenen belangrijk. De nieuwe, ‘beginnende functionaris’ moet het geleerde in praktijk brengen en de ‘gevorderde functionaris’ en de ‘expert’ moeten nieuwe plannen en procedures onder de knie krijgen. Team MOTO traint en beoefent jaarlijks CoPI-, ROT- en Beleidsteams.

Met als doel: kennis en vaardigheden testen en in de praktijk brengen en de teamvaardigheden trainen.

5.5.2 Grondslag De oefeningen zijn belangrijk als leermiddel. Er zijn ook verplichtingen aan verbonden. Sommigen hebben een wettelijke basis, en anderen komen voort uit een convenant. De oefeningen zijn te onderscheiden op basis van: • Wet veiligheidsregio’s: met de komst van deze wet ligt de oefenverplichting bij de veiligheidsregio’s, gebaseerd op het document ‘Toetsingskader 4.0 versie 2018’. In dit document stelt Inspectie Justitie en Veiligheid bekwaamheidseisen aan de sleutelfunctionarissen: volgen van een basisopleiding; oefenen en ervaringen opdoen tijdens een daadwerkelijk GRIP-incident, en individueel evalueren van incidenten, oefeningen en ervaringen. De oefeningen die hieronder vallen, zijn: de CoPI- en CoTW-, ROT-, GBT/RBT-, de Brzo-oefeningen en de Systeemtest; • overige wetgeving: aan de hand van de regeling ‘Aanvullende regels voor veiligheid wegtunnels’ is de oefenverplichting: eenmaal in de vier jaar de tunnel van een wegbeheerder te beoefenen; • convenanten: met partners in crisisbeheersing, zoals drinkwaterbedrijven, waterschappen, Defensie, energiebedrijven (EPZ), ProRail, Nederlandse Kustwacht en zorginstellingen; • en alle noodzakelijk geachte oefeningen die geen bovenstaande grondslag hebben. 5.5.3 CoPI- en CoTW-oefeningen De CoPI-oefeningen zijn gebaseerd op de zeven thema’s Brzo.

Vanwege de continue herhaling van deze thema’s kijken we in deze beleidsperiode of we ze kunnen combineren met andere oefeningen. Ook organiseren we CoTW-oefeningen. Gezien het specifieke karakter en de coördinatie van rampen-

bestrijding en crisisbeheersing in de maritieme sector, bekijken we of we deze ook in combinatie met andere oefeningen kunnen uitvoeren. 5.5.4 ROT-oefening De ROT-oefeningen zijn de afgelopen jaren zowel met een GBT/RBT als met de secties gehouden. In deze beleidsperiode kijken we naar oefeningen tussen het ROT en het CoPI, inclusief de secties. 5.5.5 G/RBT oefeningen Jaarlijks proberen we zes GBT-oefeningen aan te bieden, waarbij we deze oefeningen combineren met een ROT-oefening. Sinds 2018 bieden we een alternatief voor de GBT-oefeningen. De burgemeester en locoburgemeesters krijgen per gemeente een aantal dilemmatrainingen aangeboden, waar ze als team mee aan de slag gaan. In deze beleidsperiode bekijken we of we een vergelijkbare sessie met Strategisch Adviseurs kunnen ontwikkelen. 5.5.6 Bijzondere oefeningen Wat we ook moeten blijven beoefenen zijn de bijzondere en specifieke elementen uit de crisisbeheersing en het grootschalig multidisciplinair optreden. Denk bijvoorbeeld aan alarmeringsoefeningen, die mogelijk voorafgaan aan een reguliere oefening. In deze beleidsperiode zullen we dan ook regio- en landsgrensoverschrijdend oefenen. Zoals Interregionaal CoPI (ICoPI) en Interregionaal ROT (IROT). Ook zullen we oefenen met de Belgische Provincies Antwerpen, Oosten West-Vlaanderen. We zijn hier in 2019 al mee gestart.

5.5.7 Planningsruimte oefeningen Voor Team MOTO en haar planning is een zekere flexibiliteit in de capaciteit noodzakelijk. Zo kan zij inspelen op onverwachte ontwikkelingen in de samenleving. Daarom houden we ieder jaar in de Jaarkalender rekening met een aantal extra thema-loze oefenmomenten. 5.5.8 Nationale Nucleaire Oefening (NNO) Een Nationale Nucleaire Oefening (NNO) moet eens in de vijf jaar plaatsvinden. In overleg met het DCC I en W starten we met de voorbereidingen voor een NNO in 2024. Als regio met een kerncentrale zullen we betrokken zijn bij de voorbereiding en uitvoering ervan. 5.6 Toetsing- en registratie 5.6.1 Toezicht Het toezicht (zie paragraaf 3.4) heeft als doel alle (sleutel-) functionarissen6 die tijdens een incident of oefening in crisisteams optreden, door evaluatie te monitoren, van feedback te voorzien en te registreren. Vanuit deze registratie maken we het voor de functionaris aanwijsbaar welke kwaliteiten en competenties hij nog moet ontwikkelen. Het toezicht leidt tot professionalisering en kwaliteitsverbetering van het multidisciplinaire optreden. Alle functionarissen die in een crisisteam dienstdoen, volgen een competentietraject.

6 Sleutelfunctionarissen zijn de adviseurs van de disciplines binnen een crisisteam die gezamenlijk daadwerkelijk een incident coördineren en vervolgens acties uitzetten. De functionarissen die de adviseurs ondersteunen, vallen in deze rol niet onder sleutelfunctionarissen - met uitzondering van de ondersteuners van de sectie Ondersteuning die onder R&C valt.

39

5.6.2 Competentietraject Na het vaststellen van de competenties voor onze crisisfunctionarissen en die van onze partners, zal onder hen een competentiescan worden uitgevoerd. Hiermee gaat het traject van start. In de competentiescan leggen we vast welke competenties een functionaris beheerst (EVC-traject = Eerder Verworven Competenties) en welk traject moet worden afgelegd om naar een volgend niveau te komen. We stellen in deze beleidsperiode vast hoelang competentietrajecten mogen duren en de functionaris verplicht deelneemt aan een aantal opleidingen en oefeningen. De deelname wordt officieel vastgelegd in het functionarisvolgsysteem. Het bestaande traject (zie paragraaf 4.6) breiden we uit. Het heeft als doel alle (sleutel-) functionarissen die tijdens incidenten in crisisteams actief zijn, qua functioneren op een basisniveau te brengen. Vervolgens kan de functionaris zijn kwaliteiten en competenties blijven ontwikkelen. Zo neemt de professionalisering van de organisatie toe en zal dit de kwaliteit van het multidisciplinaire optreden vergroten. In deze beleidsperiode verleggen we het accent van overwegend kwantitatief (aanwezigheid) naar overwegend kwalitatief (competentiegericht) waarnemen en evalueren.

Wanneer de functionaris aan bepaalde onderdelen van het traject niet voldoet, krijgt hij in overleg met zijn monodisciplinaire leidinggevende bijscholing op maat aangeboden (cursussen, trainingen, persoonlijke begeleiding). De verantwoordelijkheid voor dit individuele traject is monodisciplinair. Het competentietraject werken we uit en leggen we ter goedkeuring voor aan de Veiligheidsdirectie en het Bestuur.

5.6.3 Registreren Registratie is een eis van Inspectie Justitie en Veiligheid. Het is een sturingsinstrument voor Veiligheidsregio Zeeland. Team MOTO en de kolomverantwoordelijken voor mono-activiteiten organiseren de registratie en voeren deze uit. Alle opleidings-, trainings- en oefenactiviteiten binnen OTO zijn – net als de operationele inzetten - eraan gelinkt en worden per functionaris in diens portfolio gevolgd.

5.7 Programma’s Alle MOTO-activiteiten bundelen we onder Team MOTO. Zo kunnen we de integraliteit, continuïteit, kwaliteit en bijbehorende registratie van crisisfunctionarissen ijken. Programma-accounthouders zullen hun wensen voor het opmaken van de Jaarkalender MOTO kenbaar maken via het jaarlijkse Platformoverleg MOTO. Het is de bedoeling dat de programma’s opgaan in de staande organisatie.

Een functionarisvolgsysteem is een digitaal registratiesysteem dat door een organisatie geïmplementeerd kan worden voor de volgende processen: • opleiden en trainen (cursusinformatie, e-learning, online toetsen, resultatenregistratie); • oefenen (oefenregistratie, online toetsen, evaluaties); • competentiemanagement (behaalde competenties, reflectieverslagen); • persoonlijke ontwikkeling (evaluaties, verslagen); • kennisborging (dossiers, digitale formulieren); • planning (roosters, O&T-planning, oefenplanning); • inzetten (resultaten, evaluaties, inzetregistratie).

5.8 Innovatie De uitvoering van opleidingen, trainingen en oefeningen willen we continu tegen het licht houden. Hierbij kijken we naar: • de wijze van werken • individueel aanbod en aanbod voor doelgroepen • het gebruik van (nieuwe) techniek(en) • het gebruik van verschillende didactische werkwijzen • het aansluiten bij het dagelijkse werk • wijze van aansluiten op nieuwe ontwikkelingen voor warme, lauwe en koude fase • ontwikkelingen in de maatschappij

5.6.4 AG5 -registratiesysteem Veiligheidsregio Zeeland hanteert het digitale registratie- en volgsysteem AG5. Hiervoor zijn voldoende accounts beschikbaar, en kunnen we ook externen – zoals crisisfunctionarissen die tot onze netwerkorganisatie behoren - in het systeem bijhouden. Team MOTO heeft het beheer van AG5. In het kader van automatisering zullen we AG5 aanpassen aan de in dit hoofdstuk vermelde juiste functiebenaming, competenties, evaluatie en verslagen. Afspraken over hoe we de gegevens uit AG5 gebruiken, leggen we vast.

Uitgangspunten zijn: flexibiliteit, verhoging van de participatie, en zoveel mogelijk op de functionaris toegesneden opleidingen, trainingen en oefeningen.

40

5.9 Verantwoordelijkheid (crisis)functionaris Op het gebied van persoonlijke ontwikkeling gaan we uit van de eigen verantwoordelijkheid van crisisfunctionarissen. Team MOTO biedt handvatten om dit proces op gang te brengen. Daarna heeft zij vooral een faciliterende rol. Leidinggevenden spreken functionarissen aan op de voortgang en de

consequenties van hun vakbekwaamheidsresultaten. Wie is ingepland voor activiteiten en niet aanwezig kan zijn, moet zelf vervanging regelen. 5.10 Jaarplan en Jaarkalender De uitwerking van de opleidingen, trainingen en oefeningen vindt plaats in het multidisciplinaire Jaarplan en de Jaarkalender van Team MOTO. Het Jaarplan wordt op advies van Team MOTO en in afstemming met de leden van het Platformoverleg MOTO uiterlijk in september voorgelegd en in oktober door de Veiligheidsdirectie vastgesteld. Wijzigingen in het Jaarplan of de Jaarkalender moeten wegens roosterplanningen uiterlijk drie maanden vooraf worden doorgegeven.

6.2 Kwaliteitsborging Team MOTO We vragen kennis en kunde van de kolomvertegenwoordigers. Het is van wezenlijk belang dat de leden van MOTO-breed deze competenties beheersen om kwalitatief goede MOTO-producten te kunnen verzorgen. Hiervoor zoeken we specifieke opleidingen die aansluiten bij de behoefte van de leden van MOTO-breed. 6.3 Kwaliteitsborging van opleidingen In de komende beleidsperiode proberen we aan de leeractiviteiten binnen het competentietraject een toets-moment te koppelen. Bij opleidingen kan dit een korte, schriftelijke vragenlijst zijn. Het doel is om na te gaan of de functionaris de opgedane kennis heeft begrepen.

6 Kwaliteitsborging 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk behandelen we facetten van het multidisciplinair OTO-beleid. De visie op de kwaliteit van alle leeractiviteiten hangt nauw samen met de keuzes die we voor opleiden en oefenen in dit beleidsplan vastleggen. Het vaststellen en behoeden van kwaliteit is een aspect van het OTO-beleid dat voortdurend in ontwikkeling is. Uit toetsing en evaluatie7 komen immers zaken naar voren waarmee we het opleidings- en oefenaanbod zullen aanpassen. Belangrijk hierbij zijn de verbeterpunten uit evaluaties van GRIP-incidenten, OTO-evaluaties en de aanbevelingen van Inspectie Justitie en Veiligheid. Verder gaan in het aanbod individuele leerwensen, integrale planvorming en issues uit crisis- en risicobeheersing een grotere rol spelen.

7 Zie ook Meerjarenbeleidsplan Multiplanvorming VRZ

Voor de evaluatie van de opleidingen vullen functionarissen een beknopt formulier in. We vragen naar hun mening over de opgedane kennis, de wijze van kennisoverdracht en hoe ze de opleiding qua organisatie vinden. Team MOTO verwerkt elke twaalf maanden een overzicht van de uitkomsten in het Jaarverslag MOTO. Dit presenteert zij aan de Veiligheidsdirectie, waarbij ook alle suggesties ter verbetering worden geformuleerd. Team MOTO streeft naar een continu evaluatie-en verbetersysteem. 6.4 Kwaliteitsborging van oefeningen Oefeningen worden momenteel aan de hand van groepsprocessen waargenomen en beoordeeld. Maar het is lastig gezamenlijke inhoudelijke kennis in te schatten; dit valt alleen te beoordelen uit de keuzes die de teams maken. Toch moeten we het teamresultaat zoveel mogelijk in de evaluaties meenemen. Het formuleren van beoordelingscriteria voorafgaand 41

aan de oefening is dus noodzakelijk. Deze criteria sluiten aan op de oefendoelen die in het draaiboek staan. Aan de hand hiervan kunnen we beoordelen of met de oefening de doelen zijn behaald. Het is een belangrijk aandachtspunt voor de Veiligheidsdirectie en de leden van MOTO-breed dat na het evalueren van gezamenlijke oefeningen en operationele inzetten de leerpunten worden meegenomen. Dit zal op de volgende wijze plaatsvinden: • als blijkt dat inhoudelijke afspraken of procedures van of tussen diensten of kolommen aangepast moeten worden, nemen we dit op in de actielijst van de Veiligheidsdirectie. De uitwerking van het actiepunt wordt toegewezen aan de betreffende diensten of kolommen, of aan de Afdeling Crisisbeheersing, die de coördinatie van de uitwerking regelt; • als blijkt dat het team gezamenlijke kennis over een onderwerp ontbeert (bijvoorbeeld over de rol van waterschappen in de crisisbeheersing), dan organiseren we dit als bijscholing via een workshop; • als bepaalde groepsprocessen tijdens een oefening niet goed functioneren, nemen we deze opnieuw mee in een volgende oefening als oefendoelen; • als een plan niet (meer) werkt, leggen we dit voor aan Multi Planvorming met het verzoek het plan aan te passen; • als individuele competenties een onvoldoende scoren, bieden we de betreffende functionaris bijscholing aan.

6.5 Kwaliteitsborging van MOTO-producten Er is ook borging nodig op organisatorisch niveau. Dit bete-

kent dat we niet alleen het doel - kwaliteitsborging functionarissen - maar ook de middelen - MOTO-producten - beoordelen. 6.6 Lerende organisatie We willen graag een lerende organisatie zijn. Tijdens oefeningen mogen fouten worden gemaakt, als we hieruit lering trekken en er als organisatie beter van worden. We streven naar een open cultuur, waar het bespreken van leerpunten kan plaatsvinden in een veilige omgeving. Issues moeten snel gedeeld worden met de verschillende doelgroepen binnen crisisbeheersing en rampenbestrijding, zodat cruciale fouten voortaan minder voorkomen. Ook het informeren over de wijze van werken en planvorming kan hiervan een onderdeel zijn. Dit vraagt een sneller en flexibeler reactievermogen van de hele organisatie, en dus ook een aanpassing van de cultuur.

7 Financiën en capaciteit 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk geven we de capaciteit en financiën weer. Per jaar zullen we deze in het betreffende jaarplan uitwerken. 7.2 Financiën Voor multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen is binnen Veiligheidsregio Zeeland een budget beschikbaar. Het is voornamelijk begroot voor CoPI-, ROT- en BT-oefeningen, Systeemtest, verdiepingstrainingen en thematische workshops. Begrotingen moeten twee jaar van tevoren worden ingediend. Het betekent dat we de meeste activiteiten in

dit beleidsplan ook binnen de huidige begroting moeten realiseren. Wensen, veranderingen of innovaties die nog niet binnen het budget passen, zullen dus zo vroeg mogelijk moeten worden begroot. Afzonderlijke projecten worden begroot bij aan de implementatieplannen8 gerelateerde opleidings-, trainings- en oefenkosten. 7.2.1 Kosten De kosten voor multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen bestaan uit: • personeel: voorbereiding en uitvoering van opleidingen, trainingen en oefeningen; • uitvoering: organisatie en begeleiding, kosten voor derden, parkeergelden, tol, kilometervergoedingen; • opleiding: functionarissen die Basiskennis Crisisbeheersing volgen, en begeleiding door derden; • functionarisvolgsysteem; • vertegenwoordiging in landelijke en (inter)regionale overleggen; • regisseren en faciliteren van de verschillende rollen/ functies bij de opstelling (meer)jarenplannen. 7.2.2 Overige kosten Kosten voor het organiseren van opleidingen en oefeningen bestaan uit: • opleiding leden Team MOTO; • begeleiding bij oefeningen door externe bureaus; • opstartscenario’s bij oefeningen; • communicatiemiddelen; • inzet tegenspel (higher/flank/lower control); • inzet voor overige ondersteuning; 8 Meerjarenbeleidsplan Multiplanvorming VRZ

42

• • •

administratieve zaken (druk- en kopieerwerk); logistieke voorzieningen (catering, huur locaties); extra licenties voor een studio voor digitale activiteiten (vanwege Covid-19 heeft digitaal werken een hoge prioriteit gekregen).

7.2.3 Baten De uren van de MOTO-breed afkomstige leden buiten Veiligheidsregio Zeeland (politie, gemeenten, Defensie, Openbaar Ministerie, waterbeheerders en overige leden waarmee we samenwerken), worden ‘om niet’ geleverd, dus bekostigd door deze diensten zelf. 7.3 Capaciteit 7.3.1 Algemeen Team MOTO bestaat uit drie fulltime specialisten en één medewerker. Verschillende monodisciplinaire diensten leveren capaciteit voor de voorbereiding en de uitvoering van opleidingen, trainingen en oefeningen op het niveau van CoPI, ROT, GBT en RBT. Deze capaciteit moet op het juiste niveau inhoudelijke opleidingen en oefeningen kunnen verzorgen, omdat dit bepalend is voor het niveau van de deelnemers. Verder moeten deelnemers minimaal hetzelfde niveau hebben als diegenen die beoefend worden, of moeten we er mensen op dat niveau voor inzetten. De capaciteit bepaalt voor een groot deel de uitvoering van MOTO-activiteiten. Meer efficiëntie van capaciteit en financiën kunnen we behalen met een meer intensieve samenwerking tussen de OTO-teams van onze organisatie (Bevolkingszorg, Crisisbeheersing, GHOR, Brandweer). Het ultieme streven is tot één (M)OTO-team binnen Veiligheidsregio Zeeland te komen.

Daarin zitten echter niet alle diensten waaruit MOTO-breed bestaat (Politie, Rijkswaterstaat, Waterschappen). 7.3.2 Opleiden en Bijscholen De capaciteit die per dienst nodig is om opleidingen te kunnen voorbereiden en uitvoeren, is gekoppeld aan Jaarplan MOTO. Daarin staan de verschillende multi-opleidingen en trainingen. Bij de uitvoering van een opleiding berekenen we alleen de uren van de O&T-leiding. Alle andere uren (zoals tegenspel) zien we in het licht van opgeleid of getraind worden, en deze tellen dus niet mee in de totaal te leveren capaciteit. 7.3.3 Trainen en Oefenen De capaciteit die per dienst nodig is om opleidingen te kunnen voorbereiden en uitvoeren, is gekoppeld aan Jaarplan MOTO. Daarin staan de verschillende multi-oefeningen. Bij de uitvoering van een oefening berekenen we alleen de uren van de oefenleiding. Alle andere uren (zoals tegenspel) zien we in het licht van beoefend worden, en deze tellen dus niet mee in de totaal te leveren capaciteit. Team MOTO verplicht zich zo zuinig mogelijk met de beschikbare capaciteit om te gaan. Zo neemt aan het reguliere werkoverleg slechts één medewerker per monodisciplinaire dienst deel. De vertegenwoordigers houden bij hoeveel uren zij aan welke oefening besteden. Hiermee wordt een jaarlijks overzicht gemaakt op basis waarvan we een prognose voor het daaropvolgende jaar kunnen opstellen.

8 Randvoorwaarden en Consequenties • 8.1 Randvoorwaarden Randvoorwaarden om dit Beleidsplan MOTO te kunnen uitvoeren zijn, dat: • na vaststelling van dit beleidsplan de budgetten de komende beleidsperiode niet verminderen en minimaal gelijk blijven; • we ervan uitgaan dat de hierboven genoemde capaciteit de komende beleidsperiode niet vermindert en minimaal gelijk blijft; • we ervan uitgaan dat de kolommen en organisaties achter het beleid staan en bereid zijn hieraan ook uitvoering te geven; • er monodisciplinaire OTO-activiteiten rekening houden met de MOTO-activiteiten; • we ervan uitgaan dat voor de vastgestelde activiteiten voldoende deelnemers beschikbaar worden gesteld; • er voldoende tijd beschikbaar is om de in dit beleidsplan genoemde innovatieve activiteiten in gang te kunnen zetten; • we de Veiligheidsdirectie en het Bestuur regelmatig informeren over de voorgang van de voornemens in dit beleidsplan. 8.2 Consequenties Aan de uitvoering van dit Beleidsplan MOTO is een aantal consequenties verbonden: • bij de invoering van het competentiesysteem zijn de competenties per functie vastgesteld door het Bestuur; • bij aanvang van het competentietraject is per functionaris het competentieniveau vastgesteld op basis van 43

•

•

•

•

eerder verworven competenties (EVC); is duidelijk vastgelegd welke consequenties er voor de functionarissen aan verbonden zijn; zal bij de meeste oefeningen voor de deelnemers meer tijd nodig zijn voor de voorbereidingen om de leerdoelen te bepalen en te bespreken met de waarnemer; zal bij de meeste oefeningen meer tijd nodig zijn voor de evaluatie van de voorgenomen (individuele) oefendoelen; er worden voldoende ‘gekwalificeerde’ waarnemers opgeleid die ook daadwerkelijk voor oefeningen beschikbaar zijn; zijn resultaten van het competentietraject - voor de warme functie – een onderdeel van functioneringsgesprekken met leidinggevenden.

8.3 Gevolgen Covid-19 We leerden van Covid-19 dat onvoorziene omstandigheden grote gevolgen kunnen hebben. Niet alleen de corona-maatregelen hebben invloed op (M)OTO-activiteiten. Ook vanwege intensieve en langdurige inzet van functionarissen nam het aantal activiteiten af, omdat er te weinig deelnemers waren. Dat ‘nieuwe’ crises ook invloed kunnen hebben op (M)OTO-activiteiten en de inzetbaarheid van functionarissen, is een belangrijke conclusie van de pandemie.

Bijlage 1: Terminologie Term

Beschrijving

Opleiden

Het individueel bijbrengen/opdoen van benodigde kennis en vaardigheden (scholen dan wel bijscholen).

Trainen

Het in een praktische omgeving bekwamen/herhalen/ervaring opdoen/testen van door opleiding opgedane kennis en vaardigheden. Trainen is individueel gericht, maar kan gezien de aard van een competentie in teamverband plaatsvinden.

Oefenen

Het in praktijk brengen/uitoefenen/op peil houden van opgedane kennis en aangeleerde vaardigheden in nagebootste (complexe) praktijksituaties met een hoge realiteitswaarde (scenario), veelal in teamverband en in samenhang met andere eenheden, kolommen en/ of overheidsdiensten.

Toetsen

De beoordeling van de beroepsbekwaamheid van de functionaris op basis van het competentieprofiel van de uit te voeren rol.

Evaluatie

De beoordeling van een multidisciplinair team gelet op de beroepsbekwaamheid van de functionarissen op basis van de uitgeoefende rollen. De primaire doelstelling is hierbij om de prestaties van het team te verbeteren.

Toezicht & Registratie

Het toezien op de kwaliteit van de toetsing, evaluatie en registreren van behaalde resultaten zowel bij opleiden & trainen als bij oefenen.

Certificatie

Het aangeven aan de functionaris en de betrokken organisaties dat een crisisfunctionaris (op onderdelen) voldoet aan de gestelde eisen. Certificatie wordt ook geregistreerd.

Team MOTO

Team vaste medewerkers van het Oefenbureau MOTO binnen de afdeling Crisisbeheersing

MOTO-breed

Groep OTO-medewerkers van de kolommen, partners en Team MOTO, die regelmatig bijeen komen om MOTO-activiteiten te bespreken.

Platformoverleg MOTO

Overleg waar MOTO Jaarplan en Jaarkalender voor het volgend jaar worden besproken en samengesteld.

Hoofdstructuur

Functionarissen uit de crisisteams CoPI, ROT en BT en de Secties.

44

Bijlage 5 – verklarende lijst met afkortingen AB AVG Brzo Burap GBO-SO GHOR GR-Academie IBGS IFV Marap MIRG MOTO NREV OZO PDCA-Cyclus SMWO VRMWB VRRR VRZHZ Wkb Wnra Wpg Wvr

Algemeen bestuur Algemene Verordening Gegevensbescherming Besluit risico’s zware ongevallen Bestuursrapportage Grootschalig Specialistisch Brandweeroptreden Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Gemeenschappelijke regelingen academie Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen Instituut Fysieke Veiligheid Managementrapportage Maritieme Incident Respons Group Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen Overleg Nucleaire Preparatie Veiligheidsregio’s Overleg Zeeuwse Overheden Plan, Do, Check, Act Cyclus Stuurgroep management watercrisis Veiligheidsregio Midden- West Brabant Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Wet normalisering ambtenaren Wet publieke gezondheid Wet veiligheidsregio’s

45

Overzicht reacties gemeenten ontwerp beleidsplan VRZ 2026-2027 Gemeente Borsele

Reactie/ opmerking gemeenten Behandeling in de gemeenteraad: 2 oktober 2025

Reactie VRZ Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Besluit: Op 2 oktober 2025 is het ontwerp meerjarenbeleidsplan VRZ 2026-2027 besproken. Onze gemeenteraad heeft besloten een positieve zienswijze uit te brengen op het meerjarenbeleidsplan VRZ 2026-2027. Goes

Behandeling in de gemeenteraad: 30 oktober 2025

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Besluit: Op donderdag 30 oktober heeft burgemeester Van den Bos Wanneer ontwikkelingen zich voordoen waarvoor nieuw van de gemeente Goes voldaan aan het gestelde in artikel 14 lid 2a beleid nodig is, wordt hiervoor een separaat van de Wet Veiligheidsregio’s door met de gemeenteraad te bestuursvoorstel opgesteld en voorgelegd aan het overleggen over een ontwerpbeleidsplan. Dit heeft plaatsgevonden algemeen bestuur. tijdens de oordeelsvormende raadsvergadering. Tijdens dit overleg hebben 6 fracties het woord gevoerd en input meegegeven aan de burgemeester. Brede strekking vanuit de Goese gemeenteraad was steun voor de verlenging van het meerjarenbeleidsplan met daarbij aandacht voor tijdig inspelen op de nieuwe ontwikkelingen en tijdig richting de raden te gaan bij financiële consequenties. Daarbij werd aandacht gevraagd om niet afwachtend maar proactief en daadkrachtig te handelen. Ook werd extra aandacht gevraagd voor mentale gezondheid en PTSS en werd benadrukt dat het zeer terecht is in het beleid duurzaamheid, de energietransitie en klimaatveranderingen mee te nemen. Burgemeester Van den Bos zal in het AB van 11 december mogelijk hierop nog mondeling aanvullen. Hulst

Behandeling in de gemeenteraad: 18 december 2025

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Pagina 1 van 5

Gemeente

Reactie/ opmerking gemeenten Besluit: de gemeenteraad van Hulst heeft ingestemd met het ‘ontwerp meerjarenbeleidsplan 2026-2027 Veiligheidsregio Zeeland’

Reactie VRZ VRZ werkt aan een plan van aanpak voor de gevraagde lobby en trekt hierin samen op met de provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten.

Daarnaast is unaniem een motie aangenomen met het verzoek om actief, samen met de andere Zeeuwse gemeenten en de provincie Zeeland, een gerichte lobby richting het Rijk te starten om te komen tot een hogere, structurele rijksbijdrage voor Veiligheidsregio Zeeland. Kapelle

Behandeling in de gemeenteraad: 16 december 2025

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Besluit: de gemeenteraad van Kapelle heeft in de vergadering van 16 december besloten een positieve zienswijze in te dienen over het Meerjarenbeleidsplan 2026-2027 van de Veiligheidsregio Zeeland. Middelburg

Behandeling in de gemeenteraad: 13 november 2025

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Besluit: de gemeenteraad van Middelburg heeft in de vergadering van 13 november besloten geen aanvullende zaken mee te geven voor het meerjarenbeleidsplan. NoordBeveland

Behandeling in de gemeenteraad: 13 november 2025

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Besluit: een positieve reactie uit te brengen op het ‘ontwerp meerjarenbeleidsplan 2026-2027 Veiligheidsregio Zeeland’ Reimers-waal

Behandeling in de gemeenteraad: 16 december 2025 Besluit:

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad. Wij nemen deze reactie mee in het vervolg en de ontwikkeling van het meerjarenbeleidsplan 2028-2031.

Pagina 2 van 5

Gemeente

Reactie/ opmerking gemeenten Reactie VRZ Het ontwerp Meerjarenbeleidsplan Veiligheidsregio Zeeland 20262027 is aan de orde geweest in de besluitraad van 16 december. Op basis van de besluitvorming in deze raadsvergadering wil de raad u de volgende aandachtspunten meegeven in reactie op het ontwerp meerjarenbeleidsplan: • de argumentatie om het huidige beleid nog twee jaar voort te zetten wordt onderschreven; • dat er behoefte is aan een jaarlijkse terugkoppeling, waaruit blijkt wat de stand van zaken is met betrekking tot de realisatie van het beleid; • de terugkoppeling over wat het beleid na 4 jaar heeft opgeleverd achten wij onvoldoende.

SchouwenDuiveland

Behandeling in de gemeenteraad: 30 oktober 2025

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Besluit: 30 oktober 2025 is het ontwerp meerjarenbeleidsplan VRZ 2026-2027 besproken. De gemeenteraad is akkoord met het voorgelegde concept meerjarenbeleidsplan 2026-2027 Veiligheidsregio Zeeland. Sluis

Terneuzen

Behandeling in de commissie Ruimte/Algemeen bestuur: 25 november.

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Besluit: De gemeenteraad van Sluis heeft nadere opmerkingen meegegeven voor het meerjarenbeleidsplan. Behandeling in de gemeenteraad: 11 november 2025 Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad. Besluit: Het nu voorgelegde meerjarenbeleidsplan betreft een beleidsarm plan waarin nieuwe ontwikkelingen niet zijn meegenomen. Op 11 november besloot onze gemeenteraad daarom geen inhoudelijke opmerkingen te geven. Onze

Pagina 3 van 5

Gemeente

Reactie/ opmerking gemeenten Reactie VRZ gemeenteraad spreekt echter wel haar serieuze zorg uit over de (mogelijke) impact van de nieuwe ontwikkelingen die zijn opgenomen in de oplegnotitie op zowel de organisatie als de financiële situatie van Veiligheidsregio Zeeland. Dit naast de zorgen die de gemeenteraad eerder uítte in haar zienswijze op de begroting 2026 van uw organisatie

Tholen

Behandeling in de gemeenteraad: 6 november 2025

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Besluit: in te stemmen met het meerjarenbeleidsplan Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2026-2027. Veere

Behandeling in de gemeenteraad: 12 november 2025

Kennisnemen van de reactie van de gemeenteraad.

Besluit: in te stemmen met het meerjarenbeleidsplan Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2026-2027. Vlissingen

Gemeente Vlissingen neemt het onderwerp mee in een raadsinformatiebrief.

n.v.t.

Ketenpartner Reactie Reactie VRZ Veiligheidsregio Hartelijk dank voor het toezenden van het meerjarenbeleidsplan Kennisnemen van de reactie van Veiligheidsregio Midden- en 2026-2027 en de bijbehorende oplegnotitie. Wij waarderen de Midden- en West-Brabant West-Brabant heldere toelichting op de redenen voor het verlengen van het huidige beleidsplan en herkennen zowel de toekomstige ontwikkelingen als de onzekere financiële situatie die ons allen treft. De maatschappelijke onrust in ons land en onze regio’s wordt versterkt door diverse ontwikkelingen. Ook wij zien dat toenemende risico’s als gevolg van geopolitieke spanningen, klimaatverandering, energietransitie, cyberdreigingen en politieke instabiliteit impact hebben op onze organisatie. In combinatie met de financiële

Pagina 4 van 5

Gemeente

Reactie/ opmerking gemeenten Reactie VRZ uitdagingen heeft ook ons Algemeen Bestuur besloten de uitvoering van de opgaven uit het Beleidsplan 2023-2027, inclusief onderliggende plannen, te temporiseren en met minimaal twee jaar te verlengen tot en met 2029. Dit stelt ons in staat om de meest urgente vraagstukken nu de aandacht te geven die zij verdienen, terwijl andere opgaven worden opgepakt binnen een langere tijdshorizon. Dit besluit geeft ons, net als bij Veiligheidsregio Zeeland, de ruimte om samen met partners en stakeholders de impact van deze ontwikkelingen goed te duiden en ons hierop voor te bereiden. Tegelijkertijd willen wij benadrukken dat de opgaven uit het huidige beleidsplan “Samen zorgen voor een veilig Zeeland” onverminderd actueel zijn. Het voortzetten van deze koers blijft essentieel om continuïteit en stabiliteit te waarborgen. Wij kijken uit naar de verdere gesprekken en samenwerking in aanloop naar de volgende beleidsperiode 2028-2031.

Pagina 5 van 5

Datum opstellen

MEMO

Opsteller

Voor:

Dagelijks bestuur en algemeen bestuur VRZ

Onderwerp:

Plan van aanpak opgave begroting VRZ

21-11-2025 Directie VRZ

In dit memo treft u een bestuurlijk voorstel voor het plan van aanpak opgave begroting VRZ. Dit plan van aanpak gaat in op de inhoudelijke aanpak en financiële potentie voor de begroting 2026 (specifiek voor jaarschijf 2027 en verder). De inhoudelijke aanpak richt zich vooral op de verzakelijking van de dienstverlening en lobby. Het memo start met een korte toelichting op de aanleiding van dit plan van aanpak en het gelopen proces. Dit heeft geleid tot een bestuurlijke opdracht te komen met een plan van aanpak voor de opgave voor de begroting. Na een schets van de financiële ontwikkelingen, gaan wij vervolgens in het plan aanpak dieper in op verzakelijking van de dienstverlening en de lobby op bovenregionale veiligheidsopgaven.

1.

Aanleiding en gelopen proces

In de begroting 2026 van VRZ is een (meerjarig) tekort ontstaan als gevolg van de bezuinigingsen indexatierichtlijnen van de Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG). Met het algemeen bestuur zijn diverse gesprekken gevoerd en oplossingsrichtingen besproken, om meerjarig een structureel sluitende begroting te kunnen presenteren. Genomen maatregelen bestuur en VRZ om het tekort vanaf 2026 te verminderen Allereerst heeft VRZ maatregelen genomen om haar eigen ontstane exploitatietekort op te lossen. Een bedrag oplopend tot ca. €570.000 in 2028 aan besparingen is gerealiseerd. Ook is besloten het huidige beleidsplan te verlengen met twee jaar en hierin geen nieuwe ontwikkelingen op te nemen. Daarnaast heeft het algemeen bestuur op 11 september 2025 ingestemd met een sluitende begroting 2026, door eenmalig in 2026 het tekort op te lossen door verhoging van de gemeentelijke bijdragen 2026. Mogelijkheden om de taakstelling vanaf 2027 te verminderen Vanaf 2027 is besloten een taakstelling in te boeken voor een bedrag van € 787.672, gelijk aan het bedrag dat volgt uit de VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2%. VRZ is gevraagd ombuigingsvoorstellen uit te werken ter hoogte van dit bedrag en daarin te kijken naar de mogelijkheden voor het verzakelijken van dienstverlening en het verkrijgen van extra externe financiering voor bovenregionale veiligheidsopgaven (d.m.v. lobby).

De ombuigingsvoorstellen zijn in oktober aan het algemeen bestuur gepresenteerd. De organisatie heeft circa 30 voorstellen uitgewerkt voor brandweerzorg, risico-crisisbeheersing en bedrijfsvoering. De ombuigingsvoorstellen raken de operationele slagkracht en het goed werkgeverschap van VRZ, juist in een tijd dat meer van VRZ gevraagd wordt. Denk aan de opgave voor weerbaarheid, toetreding tot de vitale infrastructuur en de energietransitie. VRZ functioneert overal op basisniveau en het bestuur is van mening dat keuzes ten aanzien van

1

taakstellingen genomen moeten worden vanuit een zorgvuldige afweging op inhoudelijke aspecten. Het proces voor beleidsplan 2028-2031, wat eind 2027 vastgesteld moet worden, biedt ruimte voor gesprek hierover. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor het verzakelijken van onze dienstverlening onderzocht. Verzakelijken van dienstverlening kan ingezet worden om de taakstelling te verlagen. Dit kan langs de volgende ontwikkellijnen: doorbelasten dienstverlening en indexeren externe lopende bijdragen voor taken en extra externe financiering betrekken voor bovenregionale veiligheidsopgaven via lobby. Bestuurlijke opdracht plan van aanpak Het algemeen bestuur ziet op korte termijn geen mogelijkheden tot bezuiniging aan de hand van de 30 voorgelegde ombuigingsvoorstellen, vanwege de hierboven genoemde impact op operationele slagkracht en goed werkgeverschap. Wel worden kansen gezien in de verzakelijking van dienstverlening waaronder een sterke Zeeuwse lobby. Realisatie hiervan heeft tijd nodig en zal niet eerder zichtbaar zijn dan in de realisatie van de begroting 2027. In voorliggend plan van aanpak is uitgewerkt hoe dit vormgegeven kan worden en wat de financiële potentie hiervan is.

2.

Financiële ontwikkelingen sinds besluitvorming in september 2025

Een aantal ontwikkelingen, die plaatsvonden na besluitvorming in september 2025, heeft invloed op het tekort in de begroting 2026 en verder. Deze lichten wij hieronder toe. a. Septembercirculaire Gemeentefonds 2025 De septembercirculaire Gemeentefonds 2025 leidt naar verwachting tot een positieve bijstelling van de VZG-bezuinigingsrichtlijn van -2,2% naar -1.2%. Volgens berekeningen van VRZ leidt deze bijstelling van de bezuinigingsrichtlijn tot een bezuiniging van circa € 430.000 (voorheen € 787.672). Medio november is nog geen besluitvorming ontvangen over de definitieve VZGbezuinigingsrichtlijn 2026. In het meest ongunstigste scenario wordt (o.b.v. septembercirculaire 2025) een taakstelling van ca. € 430.000 verwacht. Op basis van deze verwachtingen wordt de structurele taakstelling vanaf 2027 in de programmabegroting 2026 voorzichtig bijgesteld naar € 430.000. Indien onverhoopt blijkt dat de reguliere taakstelling 2027 uit de oorspronkelijke begroting 2026 blijft gehandhaafd, worden de gemeentelijke bijdragen 2027 en verdere jaren verhoogd met het verschil tussen € 430.000 en € 787.672. In dit plan van aanpak zijn mogelijkheden tot verminderen van de taakstelling aangedragen tot minimaal € 430.000. b.

BDuR korting in de risicoparagraaf van de programmabegroting 2026-2029 In de risicoparagraaf van de begroting 2026 is het volgende risico opgenomen: “Een korting van 10 % op de BDuR (de rijksbijdrage aan veiligheidsregio’s). Deze korting komt uit het hoofdlijnenakkoord van het Rijk. Aangegeven is in de risicoparagraaf dat een korting van 10% betekent voor VRZ dat het huidige tekort 2026 verder oploopt en dat een verdere bestuurlijke inhoudelijke discussie noodzakelijk is over taken VRZ. VRZ wacht de uitkomsten van het Rijk af en neemt vooralsnog geen maatregelen om deze korting op te vangen”. Inmiddels is duidelijk geworden dat het risico zich daadwerkelijk heeft voorgedaan. De landelijke korting van € 27,7 mln. betekent voor VRZ een structurele korting van circa € 1.020.000. Voor een deel kan deze structurele korting vanaf 2027 worden afgedekt door landelijk toegekende extra gelden crisisbeheersing ten behoeve van regionale/lokale

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16578351/1