25-098 rvs Kadernota 2026 - 2029
Tekst van het document
raadsvoorstel volgnummer
2 juli 2025 25-098
onderwerp
Kadernota 2026 - 2029
behandelen in raadscommissie
Algemeen Bestuur
portefeuillehouder
Rutger Schonis Bestuur en ondersteuning Frank Tillema f.tillema@middelburg.nl 0118 - 675466
datum vergadering
programma behandeld door e-mail telefoon
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. De kadernota 2026 – 2029 vast te stellen en a. De voorstellen nieuw beleid te verwerken in de (meerjaren)begroting 2026 – 2029; b. Het begrotingstekort over 2026 (€ 45.000), 2027 (€ 122.000) en 2028 (€ 821.000) te dekken uit de algemene reserve; c. Af te zien van het doorvoeren van een (eenmalige) lastenverlichting op basis van het geamendeerde raadsvoorstel inzake de inzet van het dividend van ZEH; 2. Om het uitgangspunt vast te stellen om bij het eindigen van door het Rijk verstrekte Specifieke Uitkeringen (SPUK’s) de betreffende activiteiten te heroverwegen langs de lijn van nieuw voor oud; 3. De taakstelling, gebaseerd op de opbrengst Hervormingsagenda Jeugd (hierna HVA-Jeugd), a. Voor 2026 (€ 500.000) en 2027 (€ 750.000) te laten vervallen; b. Voor het begrotingjaar 2029 structureel rekening te houden met een opbrengst van € 2.100.000 voortkomend uit de HVA-Jeugd (taakstelling), waarbij wordt uitgegaan van een realisatie van 70% van de haalbare opbrengsten uit de HVA-Jeugd en tevens een indexering toe te passen conform het geldende Rijksbeleid. 4. In de begroting 2026 rekening te houden met een structureel extra parkeeropbrengst € 300.000, en dit middels een beperkte tariefsverhoging, van € 0,20 per uur voor straatparkeren en € 0.10 per uur voor parkeergarages, te effectueren; 5.
De structurele compensatie die in de septembercirculaire 2024 door het Rijk is toegekend voor de volumetoename binnen de Wmo, structureel te verwerken in de begroting ter dekking van de (toekomstige) tekorten binnen het Wmo-domein; 6. De beschikbare ruimte van € 18,5 miljoen binnen de algemene reserve boven de streefwaarde van de weerstandsratio 1,4 toe te voegen aan de reserve investeringsfonds; Aanleiding
Ieder jaar, voor het zomerreces van uw raad, biedt ons college u een Kadernota aan voor de volgende vier jaar. Met deze kadernota geven wij u een eerste doorkijk naar het nieuwe begrotingsjaar. De kadernota is een belangrijk document waarin de gemeenteraad de plannen en doelen voor de komende jaren vaststelt. Bovendien wordt in de kadernota bepaald hoeveel financiële middelen de gemeente aan deze plannen zal besteden. Jaarlijks stelt de raad de kadernota vast. Het vaststellen van de kadernota is een belangrijke stap op weg naar de begroting en bijbehorende meerjarenraming, die in het najaar aan de raad wordt voorgelegd. Effect
De uitwerking van de voorstellen uit de Kadernota moet leiden tot een begroting 2026 meerjarenbegroting 2027-2029 waarin sprake is van structureel duurzaam begrotingsevenwicht. 1
Argumenten
1a. De voorstellen nieuw beleid te verwerken in de (meerjaren)begroting 2026 – 2029 In deze Kadernota worden de financiële kaders en beleidsmatige uitgangspunten vastgesteld die richtinggevend zijn voor de opstelling van de programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027–2029. Het college heeft de ingediende voorstellen voor nieuw beleid zorgvuldig gewogen en deze vertaald naar een financieel kader. Daarbij worden diverse strategische thema’s en prioriteiten benoemd. De Kadernota biedt daarmee een integraal inzicht in het financieel perspectief van de gemeente en vormt het fundament voor de verdere uitwerking van het begrotingsproces. 1b. Het begrotingstekort over 2026 (€ 45.000), 2027 (€ 122.000) en 2028 (€ 821.000) te dekken uit de algemene reserve; Op basis van de thans beschikbare inzichten laten de begrotingsjaren 2026, 2027 en 2028 incidentele tekorten zien. Het college stelt voor om deze tekorten in de betreffende jaren te dekken door een onttrekking uit de algemene reserve. 1c.
Af te zien van het doorvoeren van een (eenmalige) lastenverlichting op basis van het geamendeerde raadsvoorstel inzake de inzet van het dividend van ZEH; Het geamendeerde raadsvoorstel inzake de inzet van het ZEH-dividend draagt uw raad het college op om in de Kadernota expliciet te bezien of beschikbare (incidentele) ruimte kan worden ingezet voor het realiseren van een (eenmalige) lastenverlichting. Gezien de huidige en naar verwachting ook toekomstige financiële positie van de gemeente, zijn er op dit moment geen directe mogelijkheden om een lastenverlichting door te voeren. Met de vaststelling van de motie vreemd inzake kostendekkende leges realiseert uw raad wél een indirecte lastenverlichting, doordat de tarieven voor onder meer de burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen worden verlaagd. 2.
Om het uitgangspunt vast te stellen om bij het eindigen van door het Rijk verstrekte Specifieke Uitkeringen (SPUK’s) de betreffende activiteiten te heroverwegen langs de lijn van nieuw voor oud;
In lijn met het Hoofdlijnenakkoord worden vanaf 2026 vrijwel alle specifieke uitkeringen (SPUK’s), met uitzondering van de BUIG, ondergebracht in het Gemeentefonds. Dit vergroot de beleidsvrijheid van gemeenten en vermindert de verantwoordingslast. Bovendien blijkt dat voor bepaalde regelingen uitzonderingen gelden, waardoor op dit moment de daadwerkelijke afname van het aantal SPUK-regelingen beperkt is gebleven. Het college stelt voor om bij beëindiging de tijdelijke SPUK-financiering niet structureel over te nemen. Na afloop van deze middelen wordt geen dekking, gezocht uit eigen middelen, waarbij in een mogelijke afbouw kan worden voorzien. In plaats daarvan wordt bestaand beleid heroverwogen en waar nodig vervangen (‘oud voor nieuw’), met oog voor samenhang en effectiviteit. 3.
De taakstelling, gebaseerd op de opbrengst Hervormingsagenda Jeugd (hierna HVA-Jeugd).
In de Kadernota 2025 - 2028 is besloten een taakstelling voor Jeugdzorg op te nemen. Om de zorgkosten Jeugd te beteugelen moet regionaal invulling gegeven worden aan de hervormingsagenda Jeugd. Lokaal treffen we maatregelen die ervoor zorgen dat Jeugdzorg ook in de toekomst betaalbaar blijft. Deze taakstelling is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de hervormingsagenda. Binnen de besparingsdoelstellingen (1 miljard) van het Rijk zijn maatregelen geformuleerd. Sommige doelstellingen zijn haalbaar, andere onzeker. Bij het bepalen van de taakstelling is uitgegaan van alleen de haalbare doelstellingen, wat een besparing van ruim 650 miljoen (landelijk) mogelijk maakt. Voor Middelburg is dit bedrag berekend op € 2.086.000. Vanaf 2026 is er een taakstelling voor Jeugdhulp opgenomen in de begroting, met bedragen van €500.000 in 2026, €750.000 in 2027, en €1.000.000 in zowel 2028 als 2029. De contractering zal vanaf 2026 voor twee jaar worden uitgevoerd volgens de huidige werkwijze. Hierdoor komt de taakstellingen voor 2026 en 2027 onder druk komen te staan. Op dit moment is voorzien dat jeugdzorg vanaf 2028 opnieuw zal worden aanbesteed, wat de kans vergroot dat de taakstelling gehaald kan worden. Tegelijkertijd bestaat, door de opbouw van voorliggende voorzieningen, het risico dat de taakstelling niet wordt gehaald of pas later gerealiseerd kan worden.
In de begroting 2026 zal dit risico 2
vertaald worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het advies is deze bijstelling van de taakstelling op te volgen. Dit advies sluit aan bij de conclusies van de commissie-Van Ark: De uitvoering van deze hervorming staat onder grote financiële druk en is ook verder uitgewerkt in de Voorjaarsnota van het Rijk waarin gemeenten extra middelen toegekend hebben gekregen voor 2027 en 2028. De maatregelen uit de agenda leiden tot forse bezuinigingen, terwijl de uitgaven aan jeugdzorg juist blijven stijgen. ‘Het is niet wenselijk en niet haalbaar om de beoogde besparingen vanaf 2026 te handhaven. Verhoging taakstelling Jeugd met 20% Sommige gemeenten hebben het maximale moeten inboeken om tot een sluitende begroting te komen. In 2025 is besloten gefaseerd een oplopende bedrag als taakstelling in te boeken. Dit was gebaseerd op 50% van de opbrengst mogelijkheden uit de Hervormingsagenda Jeugd. Uit de voorjaarsnota blijkt dat het uitgangspunt van het Rijk over de financiering van Jeugdzorg en de opbrengst mogelijkheden vanaf 2028 zijn invulling zal krijgen. zie ook hieronder. Omdat Middelburg een zeer voorzichtige benadering heeft gekozen in 2025 wordt voorgesteld om de taakstelling over het haalbare opbrengsten met 20% te verhogen (wordt 70%). Indien de uitkomsten van het Rijk hier aanleiding toe geven zal het effect op deze taakstelling opnieuw worden bekeken.
Indexering opbrengst Hervormingsagenda Bij het vaststellen van de begroting voor 2025 is besloten om een taakstelling voor de Jeugdzorg op te nemen (zie hierboven). Deze taakstelling is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de hervormingsagenda. Binnen de besparingsdoelstellingen van 1 miljard euro van het Rijk zijn maatregelen geformuleerd. Door de onder punt g aangekondigde indexering van de opbrengst Jeugdzorg zijn de doelstellingen, en hiermee de geformuleerde doelstellingen, uit de hervormingsagenda met 50% (507 miljard miljoen euro) bijgsteld. In eerdere berichtgeving is aangegeven dat een aantal van deze doelstellingen haalbaar is, maar voor sommige andere nog onzeker. Bij het eerder bepalen van de taakstelling is uitgegaan van alleen de haalbare doelstellingen, die het Rijk nu bijsteld. Dit levert, door de indexering, een landelijke besparing op van ruim 980 miljoen euro (was 650 miljoen euro). Voor Middelburg is dit bedrag berekend op 3,1 miljoen euro (was 2,1 miljoen euro). Uitgaande van hetzelfde uitgangspunt, maar rekening houdend met de indexering, kan de taakstelling kan voor 2029 worden verhoogd naar 2,1 miljoen euro (70% van de haalbare doelstelling Hervormingsagenda Jeugd van € 3.1 miljoen). 4.
In de begroting 2026 rekening te houden met een structureel extra parkeeropbrengst € 300.000, en dit middels een beperkte tariefsverhoging, van € 0,20 per uur voor straatparkeren en € 0.10 per uur voor parkeergarages, te effectueren.
Parkeerbelastingen zijn algemene belastingen waarvan de inkomsten naar de algemene middelen van de gemeente gaan. Dit betekent dat er geen vooraf bepaald doel is voor deze inkomsten. De gemeenteraad beslist waar de opbrengsten worden ingezet. De gemeente is niet verplicht om de inkomsten specifiek aan parkeervoorzieningen of infrastructuur te besteden. Momenteel is er veel beweging op het gebied van parkeren. In januari heeft de raad besloten om geld beschikbaar te stellen voor onderzoek naar extra of uitgebreide parkeerlocaties. Dit initiatief moet bijdragen aan een autoluwe stad, met parkeermogelijkheden aan de randen voor bezoekers, meer groen en goede fietsvoorzieningen. Om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen wordt voorgesteld de parkeertarieven te verhogen: € 0,10 voor parkeergarages en € 0,20 voor straatparkeren. 5.
De structurele compensatie die in de septembercirculaire 2024 door het Rijk is toegekend voor de volumetoename binnen de Wmo, structureel te verwerken in de begroting ter dekking van de (toekomstige) tekorten binnen het Wmo-domein
Met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Het kabinet heeft deze middelen bij Miljoenennota 2025 overgeheveld naar het begrotingsartikel Accres zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in hun 3
meerjarenbegroting. In de begroting van Middelburg wordt jaarlijks al rekening gehouden met een hoger inflatiepercentage om hoger prijsinflaties af te dekken. Voor de hoger Wmo kosten als gevolg van vergrijzing is dit nog niet het geval. In afwachting van de kostenontwikkeling Wmo zullen deze middelen op een stelpost worden geraamd. Indien toekomstige kostenstijgingen zich voordoen zullen deze hiermee afgedekt kunnen worden. Bij de jaarrekening 2024 is een structureel tekort gemeld voor de verschillende Wmo onderdelen (Huishoudelijke zorg/hulp, Dagbestdeing, Begeleiding en Wmo-vervoer). Deze extra kosten kunnen met deze compensatie worden opgevangen. 6.
De beschikbare ruimte van € 18,5 miljoen binnen de algemene reserve boven de streefwaarde van de weerstandsratio 1,4 toe te voegen aan de reserve investeringsfonds
Bij het vaststellen van de Kaderstelling Middelburgs Investeringsfonds heeft uw raad besloten om jaarlijks bij het opstellen van de Kadernota te bezien of de beschikbare middelen binnen de algemene reserve eenmalig kunnen worden ingezet voor het Middelburg Investeringsfonds. Bij het bepalen van de beschikbare ruimte boven de streefwaarde van het weerstandsratio van 1,4 wordt de reserve grondbedrijf buiten beschouwing gelaten. Dit is gedaan, omdat de opbouw van deze reserve afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het grondbedrijf en als buffer dient om tegenvallers binnen het grondbedrijf op te vangen. Deze systematiek is consistent met het beleid van voorgaande jaren. Op basis van het eerder genoemde begrotingstekort kan een bedrag van € 18,5 miljoen aan de reserve investeringsfonds worden toegevoegd.
Kanttekeningen
Meicirculaire 2025 In de opgestelde Kadernota kan nog geen rekening gehouden worden met de meicirculaire. Wel zijn de voorlopige uitkomsten, die herleidbaar zijn uit de voorjaarsnota van het Rijk, verwerkt. De meicirculaire informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en de decentralisatieuitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2025 en verder. De uitkomsten hiervan worden gelijktijdig met deze kadernota aangeboden. Mochten de uitkomsten vragen om een bijstelling van de uitgangspunten dan zullen deze bij het opstellen van de begroting 2025 worden betrokken. Formatie-uitbreidingen (wens) De formatie-uitbreidingen die als wenselijk zijn gekwalificeerd zijn vooralsnog niet vertaald naar de Kadernota (zie bijlage 1 kadernota). Op basis van de definitieve uitkomsten van de meicirculaire wordt voorgesteld om de afweging en nadere invulling hiervan bij de begroting aan uw raad voor te leggen. De verwachting is dat er keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van de inzet van extra capaciteit. Uw raad wordt uitgenodigd om hierin richting te geven door prioriteiten aan te geven binnen welke taakvelden versterking wenselijk is. Financiën
Wat mag het kosten? N.v.t. Hoe gaan we dat financieren? N.v.t. Zijn er significante gevolgen or het weerstandsvermogen? Bij de vaststelling van de kadernota wordt de beschikbare ruimte binnen de Algemene Reserve, boven de streefwaarde > 1.4 van de weerstandscapaciteit, toegevoegd aan de reserve Investeringsfonds.
Duurzaamheid
Niet van toepassing
4
Communicatie en participatie
De Kadernota is in het raadsinformatiesysteem voor iedereen te raadplegen en is 4 juni met de pers gedeeld. Uitvoering
De Kadernota dient als basis voor het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenbegroting 2027 - 2029. De in de Kadernota opgenomen ruimte vragende aanmeldingen en ruimte gevende maatregelen worden in die begroting verwerkt. Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
n.v.t. Bijlagen
Bijlage 1 – Kadernota 2025 - 2028
Middelburg, 3 juni 2025
Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
Aart van den Brink
de burgemeester,
Yvonne van Mastrigt
5