CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

22-082 Bijlage 1. Ingekomen stukken - MZ

Gemeenteraad 14 juli 2022, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (22-082 MZ/RM/AB)28.928 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

Ingekomen stukken Datum brief

16-06-2022

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

29 juni 2022

Onderwerp

142. Aanbieding reflectieverslagen GI

Ingekomen stuk

142. Aanbieding reflectieverslagen GI

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

G.I. Jeugd Zeeland

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

13 juli 2022

Bijlagen: 142 Bijlage 1 Reflectieverslag GIfunctie in Zeeland 142 Bijlage 2 Reflectieverslag rondetafelgesprek GI-functie in Zeeland

Datum brief

08-06-2022

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

29 juni 2022

Onderwerp

139. Brief SCW n.a.v. verslag commissie MZ Middelburg

Ingekomen stuk

139. Brief SCW n.a.v. verslag commissie MZ Middelburg

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

SCW

Advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Raadsvergadering

13 juli 2022

Datum brief

02-06-2022

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

29-6-2022

Onderwerp

135. Motie vreemd - Financiële compensatie concentratie PFAS in de Westerschelde

Ingekomen stuk

135. Motie vreemd - Financiële compensatie concentratie PFAS in de Westerschelde

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

Gemeente Reimerswaal

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

13 juli 2022

Datum brief

31-05-2022

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

29-6-2022

Onderwerp

134. Doorstart hervormingsagenda jeugd

Ingekomen stuk

134. Doorstart hervormingsagenda jeugd

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

VNG

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

13 juli 2022

Bijlagen: 134 Bijlage 1 Brief VNG € 511 mln Jeugd uit CAoalitieakkoord 134 Bijlage 2 Reactie op uw brief inzake € 511 mln Jeugd uit Coalitieakkoord 134 Bijlage 3 Rapportage onderzoek Maatregelen jeugdhulp 2022 134 Bijlage 4 Eindrapportage quickscan landelijke inkoop jeugd

Datum brief

30-05-2022

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

29 juni 2022

Onderwerp

132. Ongevraagd advies Sociale Cliëntenraad Walcheren - financiële ondersteuning subsidies vrijwilligersorganisaties -nav cie MZ 25 mei 2022 -25522 Middelburg

Ingekomen stuk

132. Ongevraagd advies Sociale Cliëntenraad Walcheren - financiële ondersteuning subsidies vrijwilligersorganisaties -nav cie MZ 25 mei 2022 -25522 Middelburg

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

SCW

Advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Raadsvergadering

13 juli 2022

Datum brief

30-05-2022

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

29 juni 2022

Onderwerp

131. uitnodiging gemeenten Orange the World

Ingekomen stuk

131. uitnodiging gemeenten Orange the World

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

UN Women Nederland

Advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Raadsvergadering

13 juli 2022

Datum brief

25-05-2022

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

5-7-2022

Onderwerp

130. Jeugdparticipatie in gemeentebeleid

Ingekomen stuk

130. Jeugdparticipatie in gemeentebeleid

Categorie

Organisatie

Afdeling

Wijk en Bestuur

Afzender

Kinderrechtencollectief

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

13 juli 2022

Datum brief

20-05-2022

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

29-6-2022

Onderwerp

126. Brief aan Raden - Situatie Emergis

Ingekomen stuk

126. Brief aan Raden - Situatie Emergis

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

13 juli 2022

Datum brief

18-05-2022

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

29 juni 2022

Onderwerp

124. Ypsilon brief gemeenteraadsleden mei 22

Ingekomen stuk

124. Ypsilon brief gemeenteraadsleden mei 22

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

St. Ypsilon

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

13 juli 2022

Bijlagen: 124 Bijlage 1 Ypsilon jaarprogramma 2022

Geachte raads- en commissieleden,

In de periode 2020-2021 is de GI-functie in Zeeland onder druk komen te staan, in het bijzonder door de situatie rond de gecertificeerde instelling Intervence. Er is in deze periode veel gebeurd, wat uiteindelijk heeft geleid tot een bestuurlijke overname van Intervence door JB West. Op initiatief van de Zeeuwse gemeenten en het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op 20 april 2022 een rondetafelgesprek plaatsgevonden met de kernpartijen rond de GI-functie in Zeeland. Doel van het gesprek was om met elkaar, vanuit de verschillende perspectieven, te reflecteren op het proces en te leren voor de toekomst. In bijgevoegd reflectieverslag rondetafelgesprek GI-functie in Zeeland leest u een korte weergave van dit gesprek. Op 24 januari 2022 hebben de verantwoordelijk portefeuillehouders jeugd, gezamenlijk de Bestuurscommissie Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland, een eigen reflectiebijeenkomst gehouden, waarbij gesproken is over de aanpak in deze situatie. Dit verslag is ook bij deze mail gevoegd.

Beide verslagen worden ter kennisgeving aan de gezamenlijke Rekenkamercommissies gestuurd, die op dit moment op verzoek van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland, Sluis, Tholen, Veere en Vlissingen onderzoek doen naar de voorbereiding en de besluitvorming over de beëindiging van de inkooprelatie tussen de Bestuurscommissie (GGD Zeeland) en jeugdzorgorganisatie Intervence.

Met vriendelijke groet, Margreet van Heest Programmamanager Jeugdhulp en Zeeuwse samenwerking Sociaal Domein M. 06 - 21 17 54 00 E. Mvanheest@borsele.nl Bezoekadres Stenevate 10, 4451 KB Heinkenszand Postadres Postbus 1, 4450 AA Heinkenszand Telefoon 0113 - 23 83 83 Email info@borsele.nl Internet www.borsele.nl Twitter @gemeenteborsele

Reflectieverslag GI-functie in Zeeland Aanleiding In de periode voorjaar 2020 tot en met zomer 2021 is de Bestuurscommissie Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland zeer intensief bezig geweest met het waarborgen van de GI-functie in Zeeland. Het intensieve proces in die periode werd veroorzaakt doordat één van de GI’s, Intervence, de continuïteit en kwaliteit van haar dienstverlening, niet langer kon waarborgen, zonder aanzienlijke, aanvullende financiële ondersteuning door de gemeenten. Op maandag 24 januari 2022 is de bestuurscommissie bijeengekomen om te reflecteren op deze periode, met als doel om vanuit bestuurlijk perspectief te reflecteren op en te leren van proces, rollen, taken en verantwoordelijkheden. In dit verslag zijn de belangrijkste reflecties en lessen vastgelegd. Disclaimer: Tijdens de Dag van reflectie heeft de bestuurscommissie vanuit het bestuurlijk perspectief gereflecteerd op het proces rond de GI-functie in Zeeland. Daarmee staat ook in dit reflectieverslag het bestuurlijk perspectief centraal, en geen weergave van alle perspectieven op het proces. Dag van reflectie

24 januari 2022

Verslag opgesteld namens

Albert Vader (Vlissingen), Anja Slenter (Noord-Beveland), Annebeth Evertz (Kapelle), Carla Doorn (Middelburg), Chris Maas (Veere), Corniel van Leeuwen (Tholen), Jack Werkman (Sluis), Joost de Goffau (Goes), Kees Verburg (Reimerswaal), Marga van de Plasse (Borsele), Paula Schot (SchouwenDuiveland), René Ruissen (Hulst), Sonja Suij (Terneuzen)

Verslag opgesteld door

Jitske van Popering, Mike Duijn, Iris Casteren van Cattenburch (GovernEUR/Erasmus Universiteit Rotterdam)

Ondersteuning (geen actieve deelname aan reflectie)

Corette van Dijke (voormalig directeur inkooporganisatie), Olga Idema (programmamanager inkooporganisatie)

Terugblik op het proces De bestuurscommissie heeft gezamenlijk teruggekeken naar het proces. Hierin heeft het bestuurlijke perspectief op de gebeurtenissen centraal gestaan. Andere perspectieven zullen onder andere aan de orde komen in het Rekenkameronderzoek. Voorgeschiedenis Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de GI-functie; de Gecertificeerde Instellingen (GI) die jeugdbescherming en jeugdreclassering mogen uitvoeren. Voor enkele bestuurders in de bestuurscommissie begint het proces rond de Zeeuwse GI-functie in deze periode. Ze zien vanaf de decentralisatie toenemende zorgen over de GI Intervence, zowel bij de gemeenten, als bij de Raad van Toezicht van Intervence en de landelijke Inspecties. Gemeenteraden hebben zorgen over de oplopende kosten van de jeugdzorg in het algemeen. De meeste bestuurders in de bestuurscommissie zijn gestart in 2018 en kregen toen met de GI-functie in Zeeland te maken. Op 1 februari 2019 sluiten de bestuurscommissie, Stichting Intervence en het ministerie van J&V een bestuursakkoord, met afspraken om de kwaliteit en continuïteit van zorg te versterken, en afspraken over een extra financiële bijdrage vanuit de gemeenten. Eind 2019 agenderen de Inspecties hun toenemende zorgen over continuïteit van de zorg (vanwege verloop en ziekteverzuim) en de financiële situatie van Intervence. |1|

Scenario-onderzoek In mei 2020 komt de bestuurscommissie voor een belangrijk besluit te staan. Het eerder opgestelde verbeterplan van Intervence geeft de bestuurscommissie onvoldoende vertrouwen dat de problemen daadwerkelijk aangepakt zouden worden. En de vereiste uitvoering van het verbeterplan zou gedurende drie jaar grote extra investeringen van de gemeenten vragen. Tegelijkertijd is een besluit noodzakelijk, omdat Intervence technisch failliet dreigt te raken. De bestuurscommissie besluit tot het starten van een scenario-onderzoek naar de toekomst van Intervence. Drie scenario's worden onderzocht: (1) voortbestaan Intervence, (2) fusie van Intervence met een andere GI, en (3) stopzetten contract Intervence. Terugkijkend ziet de bestuurscommissie drie aandachtspunten in deze periode. Ten eerste was het aan de gemeenten en daarmee aan de bestuurscommissie om een besluit te nemen over de ontstane situatie (een niet vastgesteld verbeterplan, financiële problemen, contract dat eind van het jaar afloopt). Tegelijkertijd was er bij geen van de betrokken partijen, waaronder de bestuurscommissie, een beeld van de mogelijke gevolgen van een besluit.

Dit was een worsteling voor de bestuurscommissie omdat elk genomen besluit – variërend van onverkort doorgaan tot volledig stopzetten van het contract – grote impact kan hebben op kwetsbare kinderen en gezinnen, en op de betrokken professionals. Ten tweede is bij het scenario-onderzoek ervoor gekozen twee scenario’s door Intervence en één scenario door de inkooporganisatie te onderzoeken. Deze verdeling was ingegeven vanuit het principe dat de gemeenten als opdrachtgevers niet verantwoordelijk zijn voor een opdrachtnemende organisatie, zoals Intervence. Achteraf gezien had de bestuurscommissie hierdoor beperkte regie op het verkrijgen van informatie over de drie scenario’s. En deze informatie was cruciaal om uiteindelijk een besluit te nemen over het contract met Intervence. Ten derde is in deze periode gekozen niet proactief te communiceren – bijvoorbeeld met de medewerkers, doelgroep en media – om hiermee eventuele negatieve beeldvorming voor te zijn. Besluit over Intervence In het najaar van 2020 wordt steeds meer duidelijk dat de scenario’s 1 (voortbestaan van Intervence) en 2 (fusie van Intervence met andere GI) niet mogelijk zijn. Alleen scenario 3 (stopzetten contract Intervence) blijft over.

De bestuurscommissie besluit op 26 november het contract met Intervence niet te verlengen en de taken over te dragen aan de andere 3 GI’s (Briedis, Leger des Heils, William Schrikker Stichting). Direct na dit besluit ontstaat veel berichtgeving in de media, waarbij het onjuiste beeld wordt geschetst dat Intervence per 1 januari 2021 ophoudt te bestaan en dat kwetsbare kinderen vanaf dat moment niet meer op de benodigde zorg kunnen rekenen. Veel partijen rond de jeugdbescherming maken zich zorgen over de situatie en spreken de bestuurscommissie hierop aan. Vanwege de onrust raakt ook het ministerie van Justitie en Veiligheid steeds intensiever betrokken. Terugkijkend ziet de bestuurscommissie dat de reacties op het besluit van 26 november 2020 haar zijn overkomen. Vooraf was onvoldoende in beeld hoe betrokken partijen bij de jeugdbescherming tegen het besluit aankeken. Nadat de medewerkers van Intervence over het besluit worden geïnformeerd, start een aantal partijen (o.a. personeel/ondernemingsraad en cliëntenraad) een lobby om de GI te behouden. In deze lobby kwamen ongenuanceerde berichten naar buiten, waardoor de bestuurders zich onder druk gezet voelden.

Het is de bestuurscommissie niet gelukt het beeld dat de zorg per 1 januari zou stoppen te keren; de overbrugging van zorg voor de jeugd en werkgelegenheid voor het personeel werd wel geregeld maar het lukte niet hierover helder te communiceren. Daarnaast was net als in de voorgaande periode de bestuurscommissie aan zet, met een enorme druk om snel tot een goede oplossing te komen. Deze externe druk die uit verschillende hoeken kwam (o.a. media, politiek, |2|

ministerie, toezicht/inspecties, rechtbank) heeft ertoe geleid dat de bestuurscommissie deels de regie over het proces kwijtraakte. Opstellen Plan van Aanpak Waar de bestuurscommissie in eerste instantie uitging van het geleidelijk overdragen van de GI-functie, wordt nu door externe partijen gevraagd zo snel mogelijk tot een Plan van Aanpak te komen. In zeer korte tijd wordt een plan opgesteld voor overdracht van de casussen aan 3 GI’s. Er zijn veel twijfels over dit plan vanuit partijen buiten de bestuurscommissie en dan met name over de vraag of GI Briedis tot deze overdracht in staat is. GI Briedis wordt daarmee de achilleshiel van het plan van aanpak. Wanneer de bestuurscommissie vervolgens het plan in concept voorlegt aan het rijk, volgt een negatief advies van de inspecties. Daarbij wordt geadviseerd het alternatieve scenario uit het Plan van Aanpak, namelijk overname door JB West, uit te werken. Deze optie is in het verleden door het Rijk al meermaals voorgelegd aan de bestuurscommissie en wordt nu officieel geadviseerd door de inspecties. De bestuurscommissie volgt dit advies, en een business case en plan van aanpak worden opgesteld. Dit leidt op 1 juli 2021 tot de bestuurlijke overname van Intervence door JB West Zeeland. Met de kennis van nu, ziet de bestuurscommissie twee aandachtspunten bij deze periode.

In de besluitvorming ontstond geleidelijk aan een fuik; er lag één optie voor en er waren geen alternatieven meer mogelijk, er kon alleen maar ‘ja’ worden gezegd en de bestuurscommissie kon hierin eigenlijk geen eigen afweging meer maken, bijvoorbeeld door advies vanuit het eigen ambtelijk apparaat in te winnen. Hiermee gaf de bestuurscommissie ook de regie op de inhoud deels uit handen. Daarnaast is door de tijdsdruk niet de tijd genomen om afstand te nemen en de voorliggende informatie goed te beoordelen als basis voor besluitvorming. Juist in zo’n zwaarwegend en gevoelig dossier is deze beslisinformatie cruciaal om goede besluiten te kunnen blijven nemen. Notie over het proces: bij de terugblik op het proces zijn de belangrijke momenten voor de bestuurscommissie in het proces rond Intervence in beeld gekomen. Deze belangrijke momenten vanuit bestuurlijk perspectief zijn als volgt samen te vatten: Voorgeschiedenis Vanaf 2015 2019 Eind 2019 Scenario-onderzoek Voorjaar 2020 Voorjaar 2020 8 mei 2020 Najaar 2020 Besluitvorming 26 nov 2020 Dec 2020 Dec 2020 8 jan 2021 Jan 2021 Plan van aanpak 5 febr 2021 11 febr 2021 9 apr 2021 14 april 2021 Mei/juni 2021

Belangrijke momenten vanuit bestuurlijk perspectief Vanaf decentralisaties zorgen over Intervence Bestuursakkoord Intervence Toenemende zorgen bij de inspecties Concept verbeterplan Intervence kan niet op steun rekenen Financiële problemen met dreigend technisch faillissement van Intervence Besluit van bestuurscommissie om scenario-onderzoek te starten Resultaten scenario-onderzoek komen beschikbaar Besluit bestuurscommissie stopzetten contract Intervence en overdracht aan 3 GI’s Communicatie over besluit, met aandacht in media en politiek Ketenpartijen (ministeries, inspecties, zorg, rechtbank) vragen om snel plan van aanpak Overbruggingscontract met Intervence Besluitvorming raden over stopzetten contract en overdracht aan 3 GI’s Concept plan van aanpak overdracht aan 3 GI’s Negatief advies inspecties Business case JB West Positief advies inspecties Besluitvorming raden over JB West Zeeland

|3|

21 juni 2021 24 juni 2021 1 juli 2021

Business case en plan van aanpak JB West Zeeland Positief advies inspecties Bestuurlijke overname Intervence door JB West Zeeland

Samenwerking De bestuurscommissie heeft gezamenlijk gereflecteerd op samenwerking rond de GI-functie in Zeeland. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de eigen rol als bestuurder, de samenwerking in de bestuurscommissie (intern) en de positie ten opzichte van de andere partijen (extern). Als bestuurder De bestuurders in de bestuurscommissie hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel en onderling vertrouwen bij elkaar ervaren. Er was ruimte voor onderlinge discussie. Wel ontstond gedurende het proces een ‘fuik’; er was weinig keuzevrijheid meer en daardoor was er druk om akkoord te gaan. Daarbij speelt ook mee dat het merendeel van de overleggen – zowel binnen de kopgroep en bestuurscommissie als met externe partijen – digitaal was. Door de digitale overleggen was het lastiger goed door te spreken over de dilemma’s die voorlagen en in gezamenlijkheid tot een strategie te komen. In het proces waren de bestuurders en dan met name de leden van de kopgroep niet altijd in een bestuurlijke rol. Zij waren regelmatig bezig met management- en operationele zaken. Daarnaast was door de tijdsdruk ambtelijke voorbereiding wel mogelijk door de inkooporganisatie, maar niet door de gemeentelijke beleidsambtenaren. Het is belangrijk te kijken hoe bij eventueel toekomstige crises de bestuurders beter in hun bestuurlijke rol kunnen blijven en de ambtelijke voorbereiding ingezet kan worden.

De bestuurlijke rol van de wethouders in de bestuurscommissie had, met de kennis van nu, beter ingezet kunnen worden. Richting Den Haag had meer ingezet kunnen worden op zichtbaarheid en lobby, om samen te staan voor een goede GI-functie in Zeeland. Richting de raden zijn gedurende het proces goede ervaringen opgedaan met vroegtijdig informeren en betrekken. Als bestuurscommissie De bestuurscommissie is ingericht voor de inkoop van jeugdzorg. De governance van de bestuurscommissie, met een gedelegeerde bevoegdheid voor de 13 wethouders, is hierop gebaseerd. Formeel pasten de besluiten rond Intervence binnen de gedelegeerde bevoegdheid. Dit voelde echter niet altijd passend. Het dossier werd naarmate het proces vorderde steeds groter en politieker dan inkoop alleen, en de gedelegeerde bevoegdheid leidde ertoe dat de raden het gevoel hadden alleen te kunnen ‘tekenen bij het kruisje’. Aanpassing van de governance is gewenst. Daarbij kan ook het grote aantal bestuurlijke overleggen over jeugdzorg in het algemeen meegenomen worden. De bestuurscommissie heeft gewerkt met een kopgroep van 4 wethouders. In een proces met deze tijdsdruk is het werken met een kopgroep noodzakelijk en er is veel waardering voor het werk van de kopgroep. Het gevoel van een tijdsklem en politieke druk vanuit ‘Den Haag’ was nog sterker voor de bestuurders in de kopgroep.

Wel zorgt het werken met een kopgroep voor informatieverschil, het regelmatig bijpraten en meenemen van alle 13 wethouders is cruciaal en is gedurende het proces verbeterd. Het proces was voor de bestuurscommissie een crisissituatie. In zeer korte tijd moesten zwaarwegende besluiten genomen worden. Het vastgestelde beleid (transformatieagenda jeugd) bood in deze situatie |4|

geen strategische kader waarop teruggevallen kon worden, het kwam aan op de inschatting van de wethouders. De vraag moet dan gesteld worden; is de bestuurscommissie inclusief de ambtelijke ondersteuning in staat om op te treden als crisisorganisatie? En welke voorzieningen kunnen ingericht worden om in de toekomst goed te kunnen besturen in mogelijke crises? Als bestuurscommissie in het krachtenveld De bestuurscommissie kreeg in het proces te maken met een omvangrijk en invloedrijk krachtenveld. Gaandeweg (merendeels pas na het besluit op 26 november 2020) kwamen alle relevante ketenpartijen rond jeugdbescherming in beeld. Deze ketenpartijen waren deels regionaal (zoals de GI-instellingen, rechtbank, regionale politiek en regionale media) en deels nationaal (zoals ministerie, inspecties, raad voor de kinderbescherming, Tweede Kamer, nationale media). De bestuurscommissie wist, voorafgaand aan de besluitvorming, van deze partijen in het krachtenveld vaak niet hoe zij tegenover het besluit stonden. Naar het gevoel van de bestuurders heeft vooral de lobby van verschillende partijen rondom Intervence via de media en andere kanalen, het vinden van een oplossing onder hoogspanning gezet die nauwelijks te temperen was. Veel partijen in het krachtenveld eisten een snel plan van aanpak, gericht op een korte overgangsperiode. Dit zorgde voor een enorme tijdsdruk op het proces.

Er is discussie geweest over het al dan niet aan de handrem trekken. Dit had echter als risico dat het ministerie de situatie verder zou escaleren en het proces mogelijk zou overnemen. De bestuurscommissie heeft gekozen het tempo te volgen, waardoor de rol vooral reagerend was (‘het overkwam ons’) en de bestuurders zich zowel verantwoordelijk als machteloos voelden. In de communicatie wilde de bestuurscommissie de focus op het doel en de doelgroep houden; het waarborgen van goede zorg in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Dit is onvoldoende gelukt, waarbij ondersteuning (o.a. communicatie, lobby, positionering in krachtenveld) te laat is ingeroepen. Notie over het krachtenveld: om de positie van de bestuurscommissie goed in beeld te krijgen, is in voorbereiding op de Dag van reflectie een visueel krachtenveld opgesteld. Dit krachtenveld is onderstaand opgenomen. Een aantal belangrijke dynamieken wordt hierin zichtbaar, waaronder: de kopgroep als centraal punt tussen gemeenten/bestuurscommissie en inkooporganisatie/GI-veld; de kopgroep als linking pin tussen Rijk en regio; de ‘woelige wateren’ met partijen die door de onrust betrokken raakten bij het dossier; en de afstand tussen raden en gemeentelijke organisaties ten opzichte van de besluitvorming.

Het visueel in beeld brengen van een krachtenveld kan juist rond een complex dossier helpen om verschillende perspectieven, onderlinge verbanden en steeds veranderende belangen te doorgronden. Dat maakt dat de bestuurscommissie steeds (en dus ook rond een complex dossier) gericht kan werken aan goede jeugdbescherming in Zeeland.

|5|

Lessen Tijdens de Dag van reflectie heeft de bestuurscommissie mogelijke lessen en oplossingsrichtingen verkend. Deze zijn verzameld om een breed palet aan lessen en oplossingen op te halen, als basis voor verdere uitwerking, toetsing, selectie, et cetera. De bestuurscommissie ziet op basis van de terugblik op het proces vijf oplossingsrichtingen: governance, communicatie, professioneel opdrachtgeverschap, relatie rijk-regio en politiek handwerk. Bij deze oplossingsrichtingen heeft de bestuurscommissie expliciet gemaakt wat dit vraagt in termen van: zelf, ander en samen. Governance Zelf Wij staan samen als 13 gemeenten voor goede inkoop van de GI-functie. Samen Wij willen samen in gesprek over een andere governance structuur, passend bij de dossiers waar we mee te maken (kunnen) krijgen. Bij deze governance structuur moet ook duidelijkheid ontstaan over rollen, taken en verantwoordelijkheden. Samen In de governance structuur moet duidelijkheid ontstaan over:  Beleid – uitvoering  Bestuur – management  Waarborgen van de rol van de raad (legitimiteit)  Mate van samenwerking Communicatie Zelf Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier, betrekken wij eerder onze communicatieadviseurs. Daarbij formuleren wij een heldere boodschap en voeren regie over het uitdragen van deze boodschap

|6|

Ander Samen Samen

Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier, gaan wij in overleg met de direct betrokken partijen over de mogelijkheden van regie op gezamenlijke communicatie. Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier, brengen wij voorafgaand aan de besluitvorming het krachtenveld in beeld en houden het krachtenveld samen goed in de gaten. Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier, zorgen we voor heldere en vastgelegde afspraken, om zo ruis in de communicatie te verminderen.

Professioneel opdrachtgeverschap Zelf Wij houden ons strakker aan de bestuurlijke rol en willen afstand houden van de managementrol. Hiervoor kijken we samen of de managementrol goed is belegd, zowel in de ‘normale’ situatie als bij een crisissituatie. Zelf Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier, geven wij duidelijk onze grenzen aan. Samen Wij verkennen besluitvormingsprocedures die het mogelijk maken om ook in een crisissituatie de kwaliteit van de besluitvorming te waarborgen. Voor deze kwaliteit is in ieder geval van belang:  Relevante beslisinformatie ligt op tafel  De impact van beslissingen wordt zoveel mogelijk in beeld gebracht  Ambtelijk advies wordt gegeven (dit vraagt specifieke werkvormen, bijvoorbeeld een vergadering met eerst informatief deel met ambtenaren in tweede ring, daarna schorsen waarin bestuurders-ambtenaren overleggen, daarna besluitvorming).  Maak bewust de afweging of de tijd die beschikbaar is voor besluitvorming voldoende is om tot een kwalitatief goed besluit te komen. Samen Wij verkennen of het nodig is om een ondersteunende structuur in te richten, waarbij een expertteam/crisisteam in geval van een complex dossier snel en met voldoende capaciteit beschikbaar is. Samen Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier, kan het goed werken een kopgroep in te stellen.

We houden de lijntjes met de kopgroep kort, bijvoorbeeld door een bestuurscommissie-brede appgroep en/of bestuurders uit de bestuurscommissie die af en toe aansluiten bij de kopgroep. Relatie Rijk-regio Zelf Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier, nemen wij het initiatief om het proces tussen rijk en regio helder te duiden. Hierbij moet ook duidelijk zijn wie op bestuurlijk en managementniveau afspraken maken. Ander Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier, bevragen wij het ministerie over de doelen die zij wil bereiken. Samen Wij hebben contact met het Rijk om over de Zeeuwse jeugdzorgsituatie te spreken, ook wanneer er niet direct een complex dossier voorligt. Samen Richting het Rijk treden wij op als één en zorgen wij dat de Zeeuwse problematiek helder voor het voetlicht komt (zie ook politiek handwerk) Politiek handwerk Zelf Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier, zetten wij vroegtijdig onze politieke netwerken in om de problematiek voor het voetlicht te brengen. Daarbij vraagt de lobby naar Den Haag (ministerie, Tweede Kamer) extra aandacht. Zelf Wanneer een dossier complex dreigt te worden, organiseren we regelmatig overleg met de raad, zodat de raad in de ontwikkelingen wordt meegenomen.

|7|

Samen

Wanneer wij te maken krijgen met een complex dossier formuleren we gezamenlijk de boodschap die wij als Zeeuwse bestuurders uit willen dragen.

Deze oplossingsrichtingen en lessen zijn opgesteld met de kennis van nu. Het dossier Intervence was een uitermate complex dossier, met een groot aantal betrokken partijen en met wezenlijke zorgen over de GI-functie in Zeeland. De geformuleerde lessen zijn geen pasklaar antwoord voor een dergelijke situatie, maar kunnen wel helpen om beter voorbereid te zijn.

|8|

Reflectieverslag Rondetafelgesprek GI-functie in Zeeland Aanleiding In de periode voorjaar 2020 tot en met zomer 2021 is de GI-functie in Zeeland verder onder druk komen te staan, in het bijzonder door de situatie rond GI Intervence. In het voorjaar van 2020 nemen de gemeenten, na een aantal jaren van zorgen, het initiatief tot een scenario-onderzoek. In de daaropvolgende periode is er veel gebeurd, wat uiteindelijk heeft geleid tot een bestuurlijke overname van Intervence door JB West. Op initiatief van de Zeeuwse gemeenten en het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op 20 april 2022 een rondetafelgesprek plaatsgevonden met de kernpartijen in het proces rond de GI-functie in Zeeland. Doel van het rondetafelgesprek was om met elkaar, vanuit de verschillende perspectieven, te reflecteren op het proces en te leren voor de toekomst. Disclaimer: We spreken in dit reflectieverslag over ‘de partijen’ rond de GI-functie in Zeeland. Tijdens het rondetafelgesprek waren vertegenwoordigers vanuit vier perspectieven (gemeenten, GI-instellingen, toezichthouders, ministerie) op de bestuurlijke besluitvorming aanwezig. De reflecties en lessen komen voort uit het rondetafelgesprek. Tegelijkertijd waren enkele kernpartijen niet in de gelegenheid aanwezig te zijn.

In de voorbereidende gesprekken op het rondetafelgesprek zijn wel meer partijen gesproken (waaronder Intervence, jeugdbeschermers, rechtbank, de Raad voor de Kinderbescherming, Leger des Heils en William Schrikker Stichting). Uiteraard zijn er nog andere perspectieven te onderscheiden, zoals personeel en cliënten, maar deze zijn in het rondetafelgesprek buiten beschouwing gelaten omdat zij geen directe verantwoordelijkheid droegen voor de bestuurlijke besluitvorming. Rondetafelgesprek

20 april 2022

Aanwezigen

Albert Vader (gemeente Vlissingen), Astrid Rotering (JB West), Eric Bezem (ministerie van Justitie en Veiligheid), Gertjan Postma (Jeugdautoriteit), Helonne Blomberg (Inspectie Gezondheid en Jeugd), Jack Werkman (gemeente Sluis), Joost de Goffau (gemeente Goes), René Ruissen (gemeente Hulst), Margreet van Heest (programmamanager Jeugd Zeeuwse gemeenten, ondersteuning en geen actieve deelname aan reflectie) Afmeldingen van: Corina Schenk (Briedis), Sira Kamermans (Intervence), Vincent Schouten (procesbegeleider), André Pont (ministerie van Justitie en Veiligheid, ondersteuning en geen actieve deelname aan reflectie)

Verslag opgesteld door

Jitske van Popering, Mike Duijn, Iris Casteren van Cattenburch (GovernEUR/Erasmus Universiteit Rotterdam)

Terugblik op het proces De partijen hebben samen teruggeblikt op het proces rond de GI-functie in Zeeland. Bij de start van het rondetafelgesprek hebben de onderzoekers, op basis van de voorbereidende gesprekken, gesteld dat in het proces de focus steeds meer is komen te liggen op de formele randvoorwaarden voor goede hulp voor kind en gezin. Vanuit goede intenties en veel inspanningen is het hoofddoel gaandeweg en onbedoeld door de vingers geglipt, omdat de partijen zich steeds meer terugtrokken op hun formele taken en bevoegdheden. Het nieuwe stelsel, waarin de partijen nog zoekende zijn naar de juiste rolopvatting en een werkbaar samenspel, heeft dit mede in de hand gewerkt. Deze observatie van de onderzoekers heeft als startpunt gediend voor de reflectie van de partijen op het proces.

|1|

Met de kennis van nu hebben de partijen gereflecteerd op hun rol in dit samenspel, en in het bijzonder rond drie cruciale punten: 1) het besluit om het contract met GI Intervence niet te verlengen, 2) het oppakken van gezamenlijke verantwoordelijkheid en 3) de regie over het besluitvormings- en samenwerkingsproces. We spreken expliciet over ‘met de kennis van nu’; het was een complex en intens proces waar stappen die achteraf logisch waren geweest, op dat moment niet werden gezien of niet mogelijk waren. Ten eerste het besluit van de gemeenten om het contract met Intervence niet te verlengen en overdracht aan drie GI’s voor te gaan bereiden. Voorafgaand aan dit besluit lagen drie scenario’s op tafel, deze waren echter afzonderlijk onderzocht waardoor een deel van de beslisinformatie niet beschikbaar noch goed vergelijkbaar was. De urgentie voor het scenario-onderzoek, namelijk de grote financiële zorgen van de gemeenten over de bedrijfsvoering van GI Intervence, was niet bij alle partijen bekend. Bij het nemen van het besluit door de gemeenten was (nog) geen gedegen en gedragen plan opgesteld voor de GI-functie in Zeeland. Met de kennis van nu was een plan, gedragen door het hele krachtenveld, van belang geweest om een besluit te nemen over het contract met Intervence. Ten tweede ontbrak in het proces gedeelde verantwoordelijkheid.

Gedeelde verantwoordelijkheid in de betekenis dat iedere partij eigen verantwoordelijkheden heeft, die samenkomen in het gedeelde doel van goede jeugdbescherming. De gemeenten waren formeel aan zet. Dit vroeg veel van de bestuurscommissie en inkooporganisatie, waarbij zij ook te maken hadden met een afnemende politieke bereidheid vanuit sommige gemeenteraden om de grote financiële tekorten blijvend bij te passen. Deze mechanismen werden onvoldoende (h)erkend door de andere partijen aan tafel. Zij kwamen de gemeenten niet concreet te hulp: de Zeeuwse GI’s waren als collectief niet sterk genoeg voor het juiste gesprek over een gedragen plan. De toezichthouders speelden een reactieve rol en gaven inbreng vanaf het moment dat er een concept-plan beschikbaar was. De toezichthouders hebben informatie over de GI's maar mogen dit niet altijd of in elke fase van het toezichtproces actief delen in verband met juridische en wettelijke vereisten. Het ministerie was wel vroegtijdig betrokken maar zag vooral een rol in het waarborgen van de continuïteit van de jeugdbescherming door het faciliteren van gesprekken en het waarborgen van een fall-back optie. In de dynamiek tussen partijen speelde ook de coronacrisis mee, waardoor onlineoverleg veel contactmomenten mogelijk maakte, maar weinig informeel contact mogelijk was.

Door de opstelling van de partijen in het krachtenveld – vooral ingegeven door formele taken en bevoegdheden – kwam een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor goede hulp voor kind en gezin nauwelijks van de grond. En zo bleef de druk om tot oplossingen te komen vooral bij de gemeenten liggen. Ten derde was er te weinig sprake van consistente en gedeelde verantwoordelijkheid voor regie op het besluitvormings- en samenwerkingsproces, met name in de periode direct na het besluit. Er ontstond veel onrust bij alle partijen en professionals die betrokken waren bij de GI-functie in Zeeland. De media speelden hierin een belangrijke rol, door de ‘strijd’ tussen de partijen verder uit te vergroten. De onrust versterkte het onderlinge aanvallen en verdedigen tussen partijen. Pogingen om tot onderling gesprek vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid te komen, strandden door de posities die waren ingenomen. Deze onrust had negatieve gevolgen voor kinderen, gezinnen en de professionals in de Zeeuwse jeugdbescherming. Een situatie die wat betreft de partijen nooit meer mag ontstaan.

De beraadslagingen in het eerste deel van het rondetafelgesprek wekten bij de onderzoekers de indruk dat de partijen allen te maken hebben gehad met een sterk gefragmenteerd speelveld; er is fragmentatie van informatievoorziening, bevoegdheden en middelen die benodigd zijn om samen te werken aan goede hulp voor kind en gezin. Doordat bevoegdheden, middelen en informatie versnipperd |2|

waren over een keten van partijen, werd het voor partijen vanzelfsprekend of noodzakelijk om meer vanuit hun eigen organisatiebelangen te handelen, in plaats vanuit de gezamenlijke doelstellingen. Daarmee werd het allengs moeilijker om gezamenlijk tot pragmatische oplossingen te komen, vanuit de idee ‘als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan’. Vooruitblik Als partijen rond de GI-functie in Zeeland hebben we in het rondetafelgesprek, enkele lessen getrokken. Hierbij staat de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor ‘de bedoeling’, namelijk goede hulp voor kind en gezin, centraal. In de samenwerking van alle partijen rond de GI-functie in Zeeland willen wij:  In gesprek blijven over de inhoud: we gaan regelmatig samen in gesprek over de Zeeuwse situatie, waarbij we kansen en risico’s (‘early warning’) met elkaar delen. We spreken op korte termijn af met wie en hoe dit gesprek plaatsvindt.  Kwetsbaarheidsanalyse: we willen een analyse opstellen over het Zeeuwse zorglandschap, zodat mogelijke kwetsbaarheden tijdig in beeld komen en we gezamenlijk kunnen anticiperen.  Crisisteam: wanneer een crisissituatie ontstaat, richten we tijdig een crisisteam met organisatiekracht én relevante expertise in. Als gemeenten willen wij, wanneer er zorgelijke signalen zijn, het hele krachtenveld vanaf het begin betrekken bij het samenwerken aan oplossingen.

We willen ons als opdrachtgever verder professionaliseren, waarbij de 13 gemeenten als één opdrachtgever aanspreekbaar zijn. Bijvoorbeeld het hanteren van identieke, gezamenlijk opgestelde en bestuurlijk geaccordeerde protocollen, kan daarbij helpen. Als Zeeuwse GI’s willen wij in deze samenwerking het gesprek aangaan. We willen de situatie binnen onze instellingen en in de zorgketen, inclusief zorgen of problemen, transparant en tijdig met elkaar delen. Als ministerie willen wij in deze samenwerking bij de start van een (crisis)proces duidelijkheid geven over onze rol. We willen organisatiekracht bijschakelen in geval van crisis. Bijvoorbeeld door tijdelijk een deskundige medewerker aan de regio ter beschikking te stellen om de gemeenten concreet ter zijde te staan. Als toezichthouders willen wij in deze samenwerking verkennen hoe we vanuit onze formele rol informatie en signalen tijdig kunnen delen, daarbij vragen we ons af welke (toezicht-)informatie we wanneer mogen delen en onder welke voorwaarden. We kijken bij geval van crisis welke ondersteuning en expertise we vanuit nationaal niveau (o.a. OZJ, ministerie, VNG) kunnen mobiliseren. Houd gezamenlijk de bedoeling voor ogen en geef, aan elkaar steeds duidelijk aan met welke grenzen en randvoorwaarden je te maken hebt.

Dit vormt de opmaat om in een (crisis)situatie op een gezamenlijke en creatieve manier na te gaan hoe een pragmatische (tijdelijke) oplossing te ontwikkelen is, waardoor de goede hulp voor kind en gezin gewaarborgd blijft.

|3|

Aan het college van B&W Middelburg, de gemeenteraad Middelburg

Betreft: het verslag van de commissie MZ van 25 mei 2022

Walcheren, 7 juni 2022

LS, Er zijn de Sociale Cliëntenraad Walcheren bij kennisname van het verslag enkele zaken opgevallen. Ten eerste dat een zo beknopte schriftelijke weergave niet onafhankelijk van de videoopname als een volwaardig verslag van de vergadering kan functioneren. Afzien van meer woordelijke schriftelijke verslaggeving met vermelding van sprekers vindt de SCW geen verstandige keuze. Ten tweede constateert de Sociale Cliëntenraad Walcheren naar aanleiding van agendapunt 11 (Jaarstukken 2021 en begroting 2023 van de GR Zeeuwse Muziekschool GR muziekschool) inhoudelijk de volgende onjuistheden.

“Jeugdfonds sport en cultuur Zeeland” Uit het verslag: Begin 2022 is een conceptvoorstel om ook volwassenen van dit fonds gebruik te laten maken door de gemeenteraad afgewezen. De aangegeven dekking vanuit NPO-

middelen vond men niet passend. Om een alternatieve dekking te zoeken is voor dit zelfde inhoudelijk voorstel een aanvraag ingediend voor de kadernota/meerjarenbegroting 2023/2026., Hier wordt het Volwassenenfonds bedoeld, dat een ander fonds dan het Jeugdfonds Sport en Cultuur is. Het Volwassenenfonds is een recent privé initiatief. De SCW adviseerde niet alleen vanwege de ongewenste financiering uit de overgebleven TONK gelden negatief over de gemeentelijke plannen met dit fonds. De SCW heeft grote bezwaren tegen de bevoogdende bejegening van de doelgroep met dit fonds. Wij zien daarnaast invoering van nog een regeling bovenop een al bestaande niet als een rationele keuze. Het verdient de voorkeur om de jarenlang achtergebleven bijdragen vanuit het inclusiever werkende en breder opgezette Fonds Cultuur Sport Onderwijs voor de volwassen doelgroep te verhogen. Het valt ons op dat wanneer de SCW een voorstel ter verbetering van het minimabeleid doet wij door de gemeenten met een beroep op een komende evaluatie worden afgewimpeld. Maar zodra ambtenaren en wethouders met vergaande voorstellen als deze invoering van een heel ander fonds komen, zijn evaluaties vooraf of achteraf kennelijk niet relevant.

“Fonds cultuur, sport en onderwijs” Uit het verslag: Voor inwoners van 18 jaar en ouder. Dit fonds is in beheer bij Orionis Walcheren. Alle inwoners van 18 jaar en ouder die aan de voorwaarden voldoen, kunnen bij Orionis een aanvraagformulier invullen om voor deze vergoeding in aanmerking te komen. In de daarop volgende jaren wordt deze vergoeding “automatisch” herhaald. Orionis beheert geen fondsen, maar voert als Gemeenschappelijke Regeling onder andere het gemeentelijk armoedebeleid uit. De gemeente bepaalt, Orionis voert uit. Iedereen die denkt in aanmerking te komen kan een aanvraag doen. Als de inkomensgegevens bij Orionis bekend zijn (met name uitkeringsgerechtigden) wordt in februari de bijdrage automatisch verstrekt. Het Fonds Cultuur Sport Onderwijs is een gemeentelijk declaratiefonds maatschappelijke participatie voor de minima. Ouders moeten vanzelfsprekend de aanvraag voor hun kinderen doen. Maar dat betekent niet dat het geen heel belangrijk fonds voor kinderen is. Er wordt ten onechte gesuggereerd dat het Fonds CSO er alleen voor 18 en ouder is, terwijl het fonds essentieel voor het meedoen door alle kinderen in de schoolgaande leeftijd is. Kinderen op de basisschool (van ouders met max.

130% bijstandsnorm) komen jaarlijks in aanmerking voor €140 ten behoeve van maatschappelijke participatie (school, cultuur, sport, uitjes, etc.) Voor schoolgaande kinderen op het voortgezet onderwijs (tot 18 jaar) kinderen van de

middelbare schoolleeftijd geldt een bedrag van €260 op jaarbasis. Volwassenen vanaf 18 jaar kunnen €115,- per jaar uit het fonds ontvangen.

Sinds 2018 ontvangt een kind dat voor het eerst naar de middelbare school gaat eenmalig een dubbele bijdrage. Dat betekent per kind totaal €520 in het eerste middelbare schooljaar. De extra bijdrage ten behoeve van kinderen tijdens het eerste jaar voortgezet onderwijs, en de verruiming naar 130% van de bijstandsnorm) zijn op basis van de uitkomsten van de evaluatie in 2016 door bureau Kwizz tot stand gekomen en werden in 2018 van kracht.

Dat dit ruim vier jaar na de invoering nog steeds niet is ingezonken geeft te denken. Dat de gemeentelijke website tegenwoordig zeer verwarrend over de fondsen communiceert eveneens. Daar wordt over Jeugdsportfonds en Fonds Cultuur Sport Welzijn gesproken, de indruk wordt gewekt dat het jeugdfonds er niet voor cultuur is. De meerwaarde van de vervanging van de term Onderwijs voor Welzijn, en het verwijderen van de term Cultuur bij het jeugdfonds ontgaat de SCW volledig. Ouders van kinderen worden er alleen maar mee op het verkeerde been gezet, mogelijke aanvragers erdoor belemmerd en verward. Via de Fonds Cultuur Welzijn pagina op de website verwijst de gemeente aanvragers door naar het Jeugdfonds Sport en Cultuur op de website van Orionis Walcheren en creëert daarmee nog meer onduidelijkheid. De SCW pleit om verwarring te voorkomen al langer voor de voor de veel begrijpelijker en landelijk meer gebruikte naam “Meedoenbijdrage”. Het lijkt ons zinvol als de grenzen tussen armoedebeleid en welzijnsbeleid helder worden gehouden.

Namens Sociale Cliëntenraad Walcheren met vriendelijke groet, Marischka Duinkerken, Marina Goudjalova, Ada Visschers s.c.walcheren@zeelandnet.nl 0118614299

Reirrieiwa al

Christen Reimerswaal

Motie vreemd aan de orde van de dag (art. 28 RvO) In te vullen door de griffie Motie: M2022.07 Documentnummer: Motie aangenomen / ye-m(0pol_

Besluit Voor:

it /

Tegen:

,— l_ /

I .tnoih-Cry-)

De raad van de gemeente Reimerswaal, in vergadering bijeen d.d. 24 mei 2022 Onderwerp Financiële compensatie ten gevolge van de concentratie PFAS in de Westerschelde De Raad, kennisgenomen hebbende van het feit dat de Zeeuwse visserijsector, waaronder ook vissers uit Reimerswaal, alsmede de zeegroentesnijders, door het RIVM is geadviseerd om voorlopig niet meer te vissen en zeegroenten te snijden in de Westerschelde ten gevolge van de enorme concentratie PFAS in het oppervlaktewater en de bodem, constaterende dat dat grote financiële gevolgen heeft voor betreffende ondernemers, overwegende dat die gevolgen zouden kunnen leiden tot faillissement van meerdere ondernemers.

Door de hoogte van de PFAS-concentratie in de Westerschelde zijn de garnalen, vis en zeegroenten ernstig vergiftigd, en daarmee ook schadelijk voor de volksgezondheid, en van mening zijnde dat de bedrijven die de ernstige PFAS vervuiling in de Westerschelde hebben veroorzaakt, waaronder voornamelijk 3M, de gedupeerde vissers en zeegroentesnijders financieel volledig dienen te compenseren en dat onze Regering, de Provincie, en de Vlaamse overheid er alles aan moeten doen om die compensatie bij de PFAS-vervuilers af te dwingen, roept het college op, om dit standpunt van de raad van Reimerswaal over te brengen aan de • leden van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten Generaal • Ministerraad • Provincie Zeeland Zeeuwse gemeenteraden • • Waterschap Scheldestromen • Belgische overheid: Waals en Vlaams parlement Europees Parlement •

Christen' Re,mersvnal

en gaat over tot de orde van de dag.

Ondertekening Kruiningen, 2mei, 2022

Andries Jumelet Namens de fractie ChristenUnie Reimerswaal

Reini`a';wa a

Aan de leden

Datum

30 mei 2022 Kenmerk

TISA/U202200398 Lbr. 22/033 Telefoonnummer

070 373 8393 Bijlage(n)

4

Onderwerp

Doorstart hervormingsagenda jeugd

Geachte leden van college en gemeenteraad, Nu het kabinet heeft besloten zelf het risico te dragen voor de extra bezuiniging van € 511 miljoen op de jeugdhulp, is ruimte ontstaan voor een doorstart van de hervormingsagenda jeugd. Ten behoeve van de voortvarende invulling van deze doorstart volgen hierna: 1. Vooraf: 7 jaar decentralisatie jeugdhulp 2. Korte terugblik op de voorgeschiedenis van de hervormingsagenda 3. Toelichting op het besluit van het kabinet om het risico voor de extra bezuiniging op zich te nemen 4. Plannen voor de doorstart van de hervormingsagenda jeugd 5. Overzicht van initiatieven die de VNG vooruitlopend op de hervormingsagenda al heeft ontplooid 1. Vooraf: 7 jaar decentralisatie jeugdhulp De decentralisatie van de jeugdhulp heeft er in 7 jaar toe geleid dat jeugdhulp op veel plekken integraal in een bredere sociale inbedding wordt aangeboden. Daarbij wordt er beter samengewerkt tussen de verleners van hulpverlening, onderwijs en inkomensvoorzieningen. De hulpverlening heeft daarbij een ontwikkeling doorgemaakt van een focus op specifieke oplossingen voor individuele gevallen naar een focus op de volledige omgeving en omstandigheden waarin kinderen opgroeien. Dat is belangrijke winst en in lijn met de doelen die we in 2015 hebben opgesteld.

De verbetering van de hulpverlening aan kwetsbare jongeren vergt iedere dag opnieuw een grote inzet van inwoners, professionals, instellingen, ambtenaren, bestuurders en andere betrokkenen. Dat gebeurt vaak onder moeilijke omstandigheden, met financiële beperkingen en in toenemende mate ook personele krapte. Voor deze inzet hebben wij grote waardering.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202200398

PROD

Tegelijkertijd zijn er nog steeds grote problemen in de jeugdhulp, die onze blijvende aandacht vragen. Denk aan de wachtlijsten en de noodzaak om beter samen te werken in de hulp aan kwetsbare gezinnen. Ook is onmiskenbaar dat instellingen, professionals, cliënten en gemeenten met toegenomen administratieve lasten te maken hebben. De hervormingsagenda jeugd moet in onze optiek een wezenlijke bijdrage leveren aan de vervolmaking van de transformatie die we in 2015 zijn gestart met als doel betere en effectievere hulpverlening binnen een financieel beheersbaar stelsel. Helaas stond het gesprek tussen rijk en gemeenten in de afgelopen jaren vooral in het teken van de discussie over de financiële randvoorwaarden. De VNG heeft het kabinet er vanaf 2018 keer op keer gewezen dat voor een adequate uitvoering van de jeugdhulp het rijk zijn stelselverantwoordelijkheid moet nemen. Dat vraagt adequate financiering en werkbare wet- en regelgeving die gemeenten ruimte biedt om op de diverse domeinen van bestaanszekerheid, hulpverlening en veiligheid de vragen van inwoners op te pakken. Het ontbreken van toereikende financiën en de langdurige discussie hierover hebben gemeenten, instellingen en professionals geremd in hun werk.

In de hervormingsagenda moeten gemeenten, rijk en de partners (cliëntvertegenwoordigers, professionals en instellingen) aan de slag om binnen een beheersbaar stelsel de hulp aan jeugdigen te verbeteren. 2. Voorgeschiedenis hervormingsagenda Vanaf 2018 is de VNG intensief in gesprek met het rijk over de grote tekorten van gemeenten door de sterk toegenomen uitgaven, met name die voor de jeugdhulp. Uit het onderzoek ‘Stelsel in Groei’ van AEF bleek in december 2020 dat gemeenten in 2019 een tekort kenden van € 1,7 miljard op de uitvoering van de jeugdhulp. Vervolgens is geen overeenstemming tussen het rijk en de VNG bereikt over de vraag hoe het rijk daarvoor gemeenten tegemoet gaat komen. Dat bracht ons tot de bijzondere stap van het inzetten van de Commissie van Wijzen, die in de verhoudingen tussen rijk en gemeenten zeer ongebruikelijk is. In het voorjaar van 2021 heeft de ingestelde Commissie van Wijzen vastgesteld dat het rijk gemeenten moet compenseren voor de feitelijke tekorten vanaf 2022. Daarnaast heeft zij gemeenten en rijk opgedragen om een ontwikkelagenda op te stellen om te komen tot betere jeugdhulp en een beheersbaar stelsel. Het financieel besparingspotentieel van deze agenda werd door de commissie op basis van te treffen maatregelen ingeschat op circa € 1 miljard structureel vanaf 2028.

De commissie heeft de aanbeveling gedaan bij het opstellen en uitvoeren van de agenda zorgvuldig de opbrengst van de maatregelen te monitoren. Op basis van de monitor moeten gemeenten worden gefinancierd voor de feitelijke uitgaven, mits gemeenten zich daadwerkelijk op een gedegen wijze en conform tijdsplanning hebben ingezet voor de implementatie van de afgesproken maatregelen. Hiermee bevestigde de commissie het wettelijk kader van artikel 108 lid 3 Gemeentewet. Dit schrijft voor dat het rijk gemeenten voldoende dient te bekostigen voor taken in medebewind. De uitspraak van de Commissie van Wijzen was vertrekpunt voor het proces om tot de hervormingsagenda jeugd te komen. Vanaf de zomer van 2021 is door het rijk, de VNG en partners in de zogenoemde vijfhoek hard aan deze agenda gewerkt. 3. Extra bezuiniging voor rekening en risico van het rijk Het coalitieakkoord voorzag tot onze verbazing in een extra bezuiniging op de jeugdzorg (bovenop het hiervoor genoemde besparingspotentieel van € 1 miljard) die oploopt tot € 511 miljoen. De ALV van 13 januari 2022 heeft hierop unaniem de resolutie aangenomen, waarin de VNG uitspreekt per direct de medewerking aan de hervormingsagenda jeugd stop te zetten totdat het rijk zelf de verantwoordelijkheid neemt voor deze extra besparing.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/6

In het Bestuurlijk Overleg van 9 mei 2022 heeft staatssecretaris Van Ooijen (VWS) gedeeld dat het kabinet heeft besloten dat het realiseren van de extra besparingen de verantwoordelijkheid van het rijk is. Het is aan het rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde hervormingsagenda. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben en/of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen niet of niet tijdig doorgaan. Daarmee handelt de staatssecretaris weer overeenkomstig de uitspraak van de Commissie van Wijzen en wordt voldaan aan de voorwaarden van de resolutie. Dat biedt de VNG de mogelijkheid het overleg over de hervormingsagenda te hervatten. Bij de uitvoering hiervan is voor ons leidend dat de agenda passende hulp aan kwetsbare gezinnen realiseert. In de bijlage bij deze ledenbrief vindt u een brief van de staatssecretaris aan het VNG-bestuur waarin dit besluit nader wordt toegelicht.

In de eveneens bijgevoegde reactie hierop hebben wij het kabinet gevraagd om vanuit de fondsbeheerders met de provinciale toezichthouders in gesprek te gaan over hoe dit zonder risico voor gemeenten verwerkt kan worden in de gemeentelijke meerjarenbegroting en gemeenten hierover te informeren. In juni zal hierover het gesprek met de fondsbeheerders en provincies plaatsvinden. Wij zullen u te zijner tijd informeren over de uitkomsten van dat gesprek. 4. Plannen voor doorstart hervormingsagenda jeugd In het bestuurlijk overleg van 9 mei spraken wij met de staatssecretaris van VWS over de doorstart van de hervormingsagenda jeugd. Op basis van de bouwstenen die al eerder zijn opgesteld, wordt de periode tot half november gebruikt om op basis hiervan tot een hoofdlijnenagenda te komen. Hierbij wordt ook het rapport ‘Onze Jeugd verdient beter!’ van de partners betrokken. In de doorstart bepalen we met de partijen eerst wie welke rol en verantwoordelijkheid op zich neemt voor de verschillende thema’s. Voor onderwerpen die raken aan de financieel-bestuurlijke kaders en/of waarvoor wet- en regelgeving nodig is, ligt het primaat bij de beide overheden. Dat geldt in het bijzonder voor het financieel-bestuurlijk kader.

Inzet VNG hervormingsagenda Mede op basis van de in het najaar van 2021 gezamenlijk ontwikkelde bouwstenen, heeft de staatssecretaris van VWS in de kamerbrief van 13 mei 2022 zijn visie op het stelsel en het belang van de hervormingsagenda uiteengezet. We delen de urgentie om aan de slag te gaan met de diverse thema’s van de hervormingsagenda. Dat meer dan 1 op de 10 kinderen jeugdhulp krijgt en het gebruik ook in de afgelopen jaren stelselmatig is gegroeid, levert immers een onhoudbare situatie op. In de vormgeving van de hervormingsagenda blijven de 2 hoofddoelstellingen centraal staan: een beheersbaar jeugdhulpstelsel en verbetering van de hulpverlening. Hierbij ligt de focus op het verbeteren van de hulp aan kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties. Dit vraagt van gemeenten een strakkere sturing, verbeterde samenwerking rondom specialistische jeugdhulp en een stevig hulpaanbod in de wijk dat aansluit op de situatie en hulpvraag van inwoners. Daartoe wordt geïnvesteerd in de samenwerking met partners, zoals het onderwijs en partijen die werken aan bestaanszekerheid. Van het rijk verwachten we dat deze integrale aanpak mogelijk wordt gemaakt door het gezamenlijk optreden van meerdere departementen.

Ook zal het rijk in wet- en regelgeving moeten komen tot een inperking van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht en versterking van de samenwerking en/of afbakening tussen de diverse genoemde domeinen. Professionals en instellingen staan aan de lat om de kwaliteit van de hulpverlening substantieel te verbeteren. Kwaliteit van de hulpverlening is een essentiële pijler in de hervormingsagenda. Wij zullen de

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/6

genoemde partners ondersteunen bij het verder versterken van de kwaliteit. Dit vraagt inzet op alle niveaus: lokaal, regionaal en landelijk. Bij de inrichting van de agenda is het belangrijk om steeds te kijken naar succesvolle voorbeelden in de praktijk en deze ook te benutten. Leren en Ontwikkelen is een belangrijke pijler in de aanpak. Daarmee brengen we een agenda tot stand die zich kenmerkt door elan, eigenaarschap en energie, en borg staat voor een aanpak die leidt tot een verbetering van hulpverlening aan kwetsbare kinderen in hun eigen omgeving. Met deze insteek herstarten wij de gesprekken met het rijk en de partners. Monitoring hervormingsagenda De Commissie van Wijzen vermeldde in haar uitspraak dat de agenda moet worden gemonitord door een deskundigencommissie. Deze commissie stelt vast op welke wijze de agenda is geïmplementeerd en wat de inhoudelijke en financiële opbrengsten van de agenda zijn. In het Bestuurlijk Overleg van 9 mei spraken we met het rijk af deze commissie tijdig in te richten, zodat deze voorafgaand aan de start van de uitvoering van de agenda operationeel is. Consultatie en bestuurlijke gesprekken hervormingsagenda De hervormingsagenda wordt in het najaar vastgesteld. In het proces van de opstelling van de agenda informeren we u in reguliere overleggen zoals de BJ42 en J42 (ambtelijke en bestuurlijke netwerken van de 42 jeugdhulpregio’s).

In september en oktober vindt er een brede consultatieronde plaats, waarna we in een bestuurlijk overleg de agenda met het rijk en de partners vaststellen. Ook willen we in deze nieuwe collegeperiode met u verkennen of de rol van de BJ42 kan worden versterkt, zodat dit de plek wordt waar de regionale invulling van de hervormingsagenda plaatsvindt. Hierover gaan we graag met u in gesprek. De inhoud van deze initiatieven moeten we nog vorm geven. Op onze website publiceren we de meest recente informatie over de voortgang en consultatiemogelijkheden. Uitvoeringskosten hervormingsagenda De uitvoeringskosten van de hervormingsagenda zijn voor 2022 voorlopig geraamd op € 9 miljoen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan coördinatiekosten bij de afbouw van residentiële jeugdhulp of het terugdringen van de administratieve lasten. Gedurende de looptijd van de hervormingsagenda reserveert VWS elk jaar € 9 miljoen op het budget dat ter beschikking wordt gesteld aan gemeenten. Hiermee stemde de VNG noodgedwongen in, onder de strikte voorwaarde dat de inzet van de middelen wordt afgestemd met de VNG en dat de middelen die niet worden uitgegeven achteraf alsnog via de Algemene Uitkering aan de gemeenten ter beschikking worden gesteld.

Ook zullen wij de fondsbeheerders melden dat we instemmen met deze werkwijze vanwege het grote belang van de hervormingsagenda, maar dat dit op geen enkele wijze een precedent mag scheppen voor de toekomst. 5. Lopende initiatieven (vooruitlopend op de hervormingsagenda) De hervormingsagenda bouwt voort op initiatieven van de afgelopen jaren. In 2022 pakte de VNG al een aantal punten uit de uitspraak van de Commissie van Wijzen op om beter voorbereid aan de slag te kunnen gaan met de hervormingsagenda jeugd. Dat geldt voor de volgende initiatieven: 1. Een onderzoek naar de maatregelen die gemeenten al in 2022 hebben genomen om te komen tot een beheersbaar stelsel. 2. Een quickscan naar de doorontwikkeling van het Landelijke Transitie Arrangement (LTA: landelijke inkoop van hoog-specialistische jeugdhulp).

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/6

Ad 1 Onderzoek genomen maatregelen in 2022 In juni 2021 sprak de VNG met het rijk af om de inzet van maatregelen die leiden tot een financieel beheersbaar stelsel te stimuleren. Om zicht te krijgen op de desbetreffende ontwikkelingen voerde de VNG hierover een onderzoek uit. In de bijlage vindt u het resultaat daarvan. Hieruit blijkt een brede inzet op diverse maatregelen. Ook zien we dat er in 2020 nog geen sprake is van een daling van de jeugdhulpkosten, maar wel van een afvlakkende groei. Daarnaast stellen we vast dat er nog het nodige werk is te verzetten om het effect van de maatregelen en de samenhang tussen de maatregelen verder in beeld te brengen. Dit vraagt om een concretisering van de inzet. Er zijn verschillende inspirerende voorbeelden van gemeenten in het rapport opgenomen, die de afgelopen jaren op de diverse onderdelen van de jeugdhulp grote stappen hebben gezet. Het rapport onderstreept wat ons betreft enerzijds de urgentie om stevig aan de slag te gaan met de hervormingsagenda en de vragen in het jeugddomein en biedt anderzijds inspirerende handvatten aan gemeenten voor het versterken van de eigen praktijk. We nodigen u uit om hiertoe deze rapportage te benutten. Ad 2 Quickscan LTA Sinds 2015 koopt de VNG via het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) bepaalde vormen van jeugdhulp landelijk in.

Het doel is om goede, passende hulp aan de meest kwetsbare jongeren te bieden en de continuïteit van het zorglandschap te garanderen. In zijn kern is het LTA sinds die tijd onveranderd gebleven. De Commissie van Wijzen adviseerde in haar uitspraak tot een herbezinning op het LTA en met name verkenning van de mogelijkheden voor uitbreiding. Zo moet onder meer de beschikbaarheid van hoog-specialistische jeugdhulpfuncties beter worden geborgd in het decentrale stelsel. In het eerste kwartaal van 2022 gaf de VNG het onderzoeksbureau AEF de opdracht om hiervoor een quickscan onder diverse gemeenten uit te voeren. Daarnaast is er gesproken met het ministerie van VWS over de raakvlakken met hun processen (in het bijzonder de AMvB inzake de bovenregionale samenwerking) en aandachtspunten met betrekking tot mogelijke oplossingsrichtingen. De resultaten hiervan vindt u als bijlage bij deze ledenbrief. De verdere opvolging van het onderzoek van AEF is mede afhankelijk van de keuzes die in de hervormingsagenda worden gemaakt rondom het thema (boven)regionale samenwerking. Daarom betrekken we in het gesprek over de hervormingsagenda de inhoud van deze quickscan. Hierbij moet in ieder geval worden bepaald voor welke jeugdhulpvormen bovenregionale of landelijke afstemming nodig is om vervolgens te kijken welke bijdrage de landelijke inkoop daaraan kan leveren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11606079/1